Posts tonen met het label Wolf Tim de. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wolf Tim de. Alle posts tonen

woensdag 26 september 2012

Caribische Letterendag in een nieuw jasje

door Quito Nicolaas



Afgelopen zondagmiddag vond in de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam de aftrap van het nieuwe literaire seizoen plaats. Komend jaar belooft  opnieuw een enerverend jaar te worden voor schrijvers, recensenten, uitgevers en webshops.

...goede opkomst bij Ons Suriname...; foto @ Anja Hollanders

Vorige week nog werden drie nieuwe uitgaven van Uitgeverij in de Knipscheer in Podium Mozaiek gepresenteerd: Woestijnzand, Terug naar Toledo en De bevlogen jaren van een bewogen dichter. Het programma voor deze zondagmiddag stond in het teken van debat met de promovendi, voordrachten, interviews, muziek, boekpresentaties en een boekenmarkt. Er waren vele bekende gezichten uit het literaire circuit komen opdagen om dit evenement mee te maken. In een hoek zaten Wim Rutgers en Henry Habibe gebroederlijk naast elkaar, met een vergelijkbare atitude als die van Harry Mullisch tijdens het boekenbal, zodat iedereen die binnenkwam hen moest begroeten. 

Carl Haarnack

De middag begon met een korte presentatie van een viertal promovendi, die onder verantwoordelijkheid van Michiel van Kempen hun proefschrift schrijven. Na afloop konden vanuit de zaal vragen aan de promovendi gesteld worden, waarvan goed gebruik werd gemaakt.

Carl Haarnack vertelde over De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname. Bij de eerste spreker miste ik de vraag over de doorwerking van de stereotyperingen over de indianen naar
het heden toe.

Paul Hollanders
Daarna kwam Paul Hollanders aan het woord, die had het over Paul François Roos en de Surinaamse plantersletterkunde en zijn eigen ontwikkelde theorie over de goede en malafide Nederlanders die zich destijds in de kolonies hadden gevestigd. 
Jos de Roo

Oud-journalist Jos de Roo gaf vervolgens een uiteenzetting over zijn onderzoeksthema: de bijdrage van de Wereldomroep aan de ontwikkeling van Caraïbische auteurs. Opmerkelijk was dat in de jaren vijftig voor de uitzending van de Caribische afdeling gebruik werden gemaakt van teksten die geschreven werden door Cola Debrot, Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion. In het Caribisch gebied bestond in die tijd eveneens het BBC-radio-programma Voices of the Caribbean, dat van 1942 - 1957 werd uitgezonden en vele van de bekende Caribische schrijvers zoals Derek Walcott, V.S. Naipaul, George Lamming, Kamau Brathwaite bekend maakte. Ondanks dat in die tijd de koloniale mogenheden elkaar goed in de gaten hielden en dan met name op het vlak van het te voeren beleid in de kolonies, constateerde de Roo op een vraag uit de zaal [van Quito Nicolaas - red.] dat er geen vergelijking bestaat tussen de BBC en haar radioprogramma Voices of the Caribbean en de radio-uitzendingen van de Caribische afdeling van de Wereldomroep. 

Tim de Wolf toont Caribia van Edgar Palm & Trio


Tenslotte viel het Tim de Wolf de beurt om te vertellen over zijn onderwerp: Muziek en
muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied, waarbij hij fotomateriaal liet zien van zijn uitgebreide platencollectie. Hij schetste een beeld van de muziekwereld op Aruba en Curaçao, waar op eerstgenoemd eiland grammofoonplaten met Surinaamse muziek werden geperst. Op Curaçao was het met name dhr. Henriquez die actief was in de platenwereld en bij Radio Hoyer, en die voornamelijk folkloremuziek draaide, die een onderscheidende rol speelde. Een moment van nostalgie brak aan toen de Wolf de zaal een fragment van het populaire nummer Minirok van Rudy Plaate liet horen en erbij vertelde dat dit liedje bij de zanger thuis werd opgenomen. 

Minirok van Rudy Plaate

Een tweede hoogtepunt van deze middag was de rechtstreekse Skype-verbinding met
Suriname om een gesprek te voeren met dichter Michael Slory. Hier was het gespreksthema zijn onlangs uitgebrachte bundel Torent een man hoog met zijn poëzie. De 77-jarige Slory die continu de geringe erkenning die hem toekomt hekelt, barstte los in en in een woordenvloed en schakelde terug in de tijd om over zijn jaren in Nederland te praten. Vanuit het publiek kon men hem een vraag stellen en jammer dat de vraag 'Hoe het politieke klimaat in Suriname zijn schrijverschap had beïnvloed' er niet bij hoorde.
Rechtstreeks via een Skype-verbinding met Paramaribo: Michael Slory; foto @ Anja Hollanders

Een keerpunt vormde de korte herdenking van John Leefmans, die naam verwierf met de bundel Retro (2001). Hij is een man die werkelijk van alles deed in het leven en zelfs ambassadeur voor zijn land is geweest. Als dichter stond hij bekend als iemand die vrij complexe en ondoordringbare versen schreef. Zijn liefde voor zijn land Suriname viel wel tussen de regels af te leiden.

Orchida Bachnoe geïnterviewd door Peter de Rijk

Het derde blok van het programma werd ingenomen door een interview met schrijfster Orchida Bachnoe over haar debuutroman Azijn in mijn aderen, waarin het tragisch verhaal wordt verteld over de aard van de zelfmoordpogingen onder jonge hindoestaanse meisjes.

Later op de avond volgde het optreden van T. Martinus met The bearable ordeal of the collapse of certainties. Opnieuw wist deze woordkunstenaar het publiek, in een samenleving die al geruime tijd in verwarring verkeert, met zijn kritische noten te bewegen.

Voordracht van T. Martinus (Quinsy Gario)


Ter afsluiting was het de veelzijdige en onvermoeibare Michiel van Kempen die zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft wereldkundig maakte. Een boektitel die je al meteen aan het denken zet over al datgene dat leeft en geen teken vormt. Een voorbeeld van de talloze prachtige gedichten, vindt men terug in onderstaande strofe.

Nu is de hemel helder, geen vogel volgt
de laatste stip die regen nog zou kunnen dragen
maar die verder vallen zal, niet hier
niet in het ruim van lucht tussen deze flanken
en wij die binnen de klanken van dit waterland

wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest



[uit het gedicht 'Runenteken' van M. van Kempen]


Peter de Rijk ontving een mystery guest
 die zei te spreken namens Michiel van Kempen
Deze uitzonderlijke literaire middag van de Caribische werkgroep met een geweldige opkomst werd afgesloten met de muziek van Sanne Landvreugd. Nadat de afgelopen jaren verschillende formules  werden toegepast om het groot publiek aan te trekken, is het ditmaal eindelijk gelukt. Het is een samenzijn geworden van verschillende culturen die allen belangstelling hebben voor literatuur, wetenschap, muziek en een goede gedachtenwisseling.


Sanne Landvreugd speelt bij de VOS; op het achterdoek Michael Slory in Paramaribo
  Alle foto's, tenzij anders aangegeven, van @ Michiel van Kempen

dinsdag 31 mei 2011

Caraïbische promovendi bijeen

In het weekend van 28 en 29 mei kwamen alle promovendi die vallen onder de leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam (prof. Michiel van Kempen) bij elkaar voor hun jaarlijkse promovendiweekend. Zij komen vanuit allerlei landen bijeen voor gespecialiseerde colleges op het gebied van de Caraïbische cultuur en literatuur. Op zaterdagochtend kregen zij een workshop van dr Fridus Steijlen (KITLV) over: Hoe om te gaan met orale bronnen? Aan de orde kwamen onder meer de status van orale bronnen en de techniek om die op te tekenen en te interpreteren. Dr Theo Meder, werkzaam als antropoloog bij het Meertensinstituut, sloot met zijn college over de aard en functie van Anansi-vertellingen naadloos aan op de workshop van Steijlen. Op zondagochtend gaf prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) een college over de lezer als component van de schrijver. Zicht op het functioneren van de lezers biedt andere perspectieven op de literatuurgeschiedenis. Prof. dr Gert Oostindie (Universiteit Leiden en KITLV) sprak over het kritisch omgaan met historische bronnen. Hij stelde aan de orde dat historici in de regel meer in de empirische feiten en het hoe-het-geweest-is geïnteresseerd zijn dan letterkundigen. Zijn kritische vragen bij de positie van de historicus en multifocality leidden tot levendige debatten. Tussendoor kregen de promovendi ook nog een korte cursus Powerpoint.

Gert Oostindie over historische bronnen

Belangrijkste doel van de promovendibijeenkomst is dat de promovendi een presentatie houden over de stand van hun eigen onderzoek en de vragen en dilemma’s die dat oproept. Zij krijgen daarbij feedback van de hoogleraren en van hun collega-promovendi. Ook Cynthia Abrahams, als eerste bij deze leerstoel gepromoveerd (op R. Dobru), was aanwezig: zij hield de speech tijdens het diner op zaterdag en vertelde over haar ervaringen gedurende haar promotietraject. Vier jaar lang bewijzen deze bijeenkomsten dat zij bijna de life line zijn voor het promotie-onderzoek dat vaak in afzondering moet gebeuren, zeker in het geval van de zgn. buitenpromovendi die niet een arbeidsplek aan een universiteit hebben. Dat de leerstoel bedreigd wordt (klik hier voor meer informatie) is voor hen een schrikbarend perspectief.

Ellen de Vries - Joe Fortin - Carl Haarnack

Lopend promotieonderzoek West-Indische Letteren
Cheryda Adamah-de Ziel: leven en werk van Trefossa
Sabine Ernst: Nederlandse recente migrantenliteratuur
Joe Fortin: de Papiamentstalige literatuur van Aruba
Radjin Gena: de coolitude in de hindostaans-Surinaamse literatuur
Johan Graaven: het werk van Edgar Cairo
Mieke Groen: geschiedenis van de opera in het Nederlands-Caraïbisch gebied
Carl Haarnack: de Duitsers in Suriname
Paul Hollanders: de planter-dichter Paul François Roos en zijn kring
Ida Mursidah: vrouwelijke Surinaamse literatuur van na 2000
Matthijs Ponte: postkoloniale literatuurtheorie en de receptie van Caraïbisch werk
Jos de Roo: de rol van de Wereldomroep in de ontplooiing van jonge Antilliaanse en Surinaamse schrijvers in de jaren ’50 en ‘60
Benoît Verstraete: de zendeling-schrijver P.M. Legêne
Ellen de Vries: de journalistieke berichtgeving over Suriname na de onafhankelijkheid, en in het bijzonder de Binnenlandse Oorlog
Tim de Wolf: teksten, muziek en opnames van Antilliaanse musici
Adriënne Zuiderweg: het culturele leven in Batavia van de 17de tot de 19de eeuw


Wim Rutgers over lezers
Tim de Wolf legt uit hoe hij Antilliaans geluidsmateriaal restaureert

Jos de Roo - Paul Hollanders - Mieke Groen

Johan Graaven - Benoît Verstraete - Cheryda Adamah-de Ziel
Fridus Steijlen geeft college over oraal bronnenmateriaal Theo Meder laat een Afrikaanse verteller aan het woord
Tim de Wolf - Michiel van Kempen - Carl Haarnack - Ellen de Vries
Sanne Landvreugd besloot het weekend muzikaal met de Eerste Cellosuite van J.S. Bach in een arrangement voor altax

Informeel bijeenzijn en uitwisseling van ervaringen is van groot belang voor promovendi die ver van elkaar werken


Foto's: @ Anja Hollanders & Michiel van Kempen

zaterdag 5 februari 2011

Het culturele leven in Batavia (1900-1942)

Themazondag op landgoed Bronbeek - 20 februari 2011

Robert Voskuil, Reggie Baay en Tim de Wolf gaan in op de culturele diversiteit die Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, in de eerste decennia van de 20e eeuw bood. Hans van den Akker geeft een toelichting op filmbeelden uit de collectie van Museum Bronbeek.

Na de opheffing van het Cultuurstelsel in Nederlands-Indië was vanaf 1870 de weg vrij voor particuliere initiatieven. Ondernemers openden er handelshuizen en kantoren en zetten plantages op. Er werden delfstoffen gewonnen en de daarbij behorende verwerkende industrie ontwikkelde zich. Deze veranderingen hadden sociaal-economische gevolgen. Nieuwe woonwijken verrezen voor het personeel, dat na de opening van het Suezkanaal in 1867 zijn weg naar Indië sneller vond, evenals hun echtgenotes. Tussen 1890 en 1920 nam het aantal vrouwen toe met 300%. Bij de nieuwe bewoners ontstond de behoefte aan vermaak. Thuis was er de leestrommel en waren er muziek- en dansavonden. In de ‘Bataviaasche Tooneelsociëteit’ op Pasar Baroe vonden toneelopvoeringen plaats. In het zuiden van de stad verrezen de wijken Gondangdia en Menteng waar de elite de Nederlands-Indische Kunstkring, de Menteng- en Grand-bioscoop bezocht. Op Weltevreden verpoosde men in de sociëteit ‘Harmonie’ en de militaire sociëteit ‘Concordia’, of men bezocht het Museum van het Bataviaasch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen. Voor de heren waren er bijeenkomsten in de vrijmetselaarsloge ‘De Ster in het Oosten’.

De themadag vindt plaats in het reünie- en congrescentrum Kumpulan op het Landgoed Bronbeek, Velperweg 147 Arnhem (honden niet toegestaan). Ontvangst met koffie en spekkoek vanaf 10.00 uur, aanvang 11.00 uur, afsluiting 15.00 uur.

Inschrijving
Voorinschrijving is vereist; er is geen kaartverkoop ter plaatse. Inschrijven voor het afzonderlijke dagprogramma (incl. Indisch lunchbuffet) à € 23,50 kan uitsluitend via een inschrijfformulier (zie p.2). Dit formulier kan ook worden aangevraagd bij mevrouw N. Bosman, telefonisch (026) 376 35 78 (maandag, dinsdag, donderdag) of per e-mail: kumpulan_bronbeek_evenementen@yahoo.com. Inschrijven kan tot 1 week vaarafgaand. Annuleren leidt niet tot teruggave.

De organisatie van de themadagen is in handen van de Stichting Klein Bronbeek en de Stichting Indisch Erfgoed in samenwerking met het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Voor actuele informatie: www.bronbeek.nl (in Agenda) en op http://www.indischerfgoed.nl/.



Afbeelding: Repronegatief. Drie dochters en een nichtje van Pakoe Alam als hofdanseressen (Tropenmuseum, Amsterdam)

vrijdag 28 januari 2011

Julio Perrenal: liefde voor het Papiamentu


door Tim de Wolf

In de oorlogsjaren zongen op Curaçao drie musici in de eigen taal, het Papiamentu. Hun ideaal was de liefde en waardering van de bevolking voor de eigen taal op te wekken. Mede door het veranderde klimaat tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit ook, Papiamentu werd populair onder brede lagen van de bevolking.

Achter de naam Julio Perrenal ging het drietal Pierre Lauffer sr., Jules de Palm en René de Rooy schuil. Met Julio Perrenal wilden ze vooral de liefde voor de eigen cultuur opwekken, en daarmee voor het Papiamentu. Het toegenomen zelfbewustzijn in de Tweede Wereldoorlog droeg eraan bij dat die waardering er ook daadwerkelijk kwam.

Jules de Palm (Curaçao, 1922)
Julius Philip de Palm was onderwijzer in de oorlogsjaren. Eerst op Curaçao, en vanaf het schooljaar 1943 op Aruba. Tussen 1959 en 1982 werkte De Palm in Nederland als hoofd van het Centraal Bureau Toezicht Curaçaose Bursalen [Bursalen waren Antilliaanse studenten die met een studiebeurs in Nederland kwamen studeren]). In het contact met hen zag De Palm waar de Antilliaanse en Nederlandse cultuur botsten, hij schrijft hierover in Lekker warm, lekker bruin – vallen en opstaan in twee culturen. De Palm studeerde Nederlands en promoveerde in 1969. Hij schrijft daarna diverse boeken over taal en cultuur.

René de Rooy (Suriname 1917–Mexico, 1974)
René André de Rooy bracht het grootste deel van zijn leven door op Curaçao. Daar werkte hij mee aan diverse literaire tijdschriften in het Nederlands als het Papiamentu. In 1954 ontving hij een literaire prijs van het Cultureel Centrum Curaçao voor een tragikomedie op rijm, Juancho Picaflor.

Pierre Lauffer sr. (Curaçao, 1920–1981)
Pierre Lauffer sr. werkte in de oorlogsjaren als politieagent op Curaçao. Het gaf hem een betere maatschappelijke positie dan de verplichte schutterij. Na de oorlog ontpopte Lauffer zich als schrijver en dichter in het Papiamentu. Ook richtte hij zich op de studie van het Papiamentu en de ontwikkeling van jeugdliteratuur hierin.

Met Julio Perrenal componeerde het drietal tijdens de oorlog tien liedjes in het Papiamentu en stelden hiermee een liederenbundel samen. Vier hiervan gingen over de oorlog, waaronder:

Gasolin (Benzine) is een pittige wandelmars. De boodschap: de benzine kan schaars zijn, we missen het niet! We gaan lopen!
Menegue Merikano (Amerikaanse Merengue) gaat over de nadelen van de stationering van Amerikaanse soldaten op Curaçao. Zo ziet Cola hoe zijn meisje Carmencita met een Yankee aan de zwier gaat. De Merengue Merikano wordt na de oorlog aangepast aan de nieuwe omstandigheden. In plaats van ontrouw te zijn met de Amerikaanse soldaat Bill bedriegt Carmencita haar vriend Cola dan met de macamba (Europese Nederlander) Wim. De titel van het lied is dan Shon Ka.
Situashón (Toestand) over de droefheid en schaarste die met de oorlog gepaard gaat. [tekst volgt]
Skuridad (Duisternis) bezingt de ongemakken van de verduistering. "Ach, zo besluit het lied, "ging Doys [Adolf Hitler] maar de pijp uit, verdronk Benito [Mussolini] maar in zee, kreeg Hirohito maar het een of ander, opdat we rustig kunnen leven".

Dat het Papiamentu nog niet helemaal was ingeburgerd bleek uit de commotie rond de uitzending van de liedjes door ‘Curom’, de Curaçaose Radio Omroep op 7 juli 1943. Vlak voor de uitzending kwamen de musici die de liedjes zouden spelen en zingen niet opdagen. Ze weigerden in hun eigen taal te zingen. Uiteindelijk stond het drietal zelf voor de microfoon.

In het begin maakte Jules de Palm Papiamentse teksten op bestaande melodieën. Voor de soldaten bijvoorbeeld is geïnspireerd op de melodie van de hit Roll Out The Barrel. Voor de soldaten wilde mensen opwekken om op de fancy fair veel geld uit te geven voor de soldaten. Roll Out The Barrel werd in 1927 gecomponeerd door de Tsjech Jaromir Vejvoda, enkele jaren later werd er een Engelstalige versie van het liedje gemaakt. In de mobilisatietijd (1939) werd de melodie zowel bij de soldaten aan geallieerde zijde als bij de Asmogendheden populair. Bij de Duitsers als Rosamunde, bij de Italianen als Rosamunda. Tekstschrijver Ferry van Delden maakt in het neutrale Nederland de versie Rats, kuch en bonen.

Een andere inspiratiebron was het lied dat het karige wekelijkse schutterssoldij van fl. 4,20 bespot. Het toen fl. 4,20 werd gemaakt op een bestaande melodie. In het lied wijst een moeder een schutter, die de hand van haar dochter vraagt, de deur. "Vier twintig…daar kun je geen jurk voor kopen!".

Ook van het Columbiaanse Caimán se va is in oorlogstijd een bewerking in het Papiamentu gemaakt. Daarin werd verwezen naar de Amerikaanse soldaten die op Curaçao zijn gestationeerd: Het meisje heeft het haar ontkroesd, heeft zich van gouden tanden voorzien, is op het Brionplein gaan staan, om een Amerikaan aan de haak te slaan."

De Palm maakte ook nog een Papiamentse tekst op het op Curaçao populaire Let’s remember Pearl Harbor. Het lied gaat over het jaarlijkse bezoek van de voortrekkers (padvinders) aan het melaatsengesticht Zaquitó. In het liedje komt de schaarste aan autobanden en benzine voorbij.

[overgenomen van De Tweede Wereldoorlog in muziek]

vrijdag 9 juli 2010

Een muzikale trip anno 2010

door Nico Eigenhuis

Amsterdam, Brussel, Oranjestad, Paramaribo

Brazilian jamsessies (Amsterdam april 2010)
Door de Surinaamse pianiste Ferial Karamat Ali wordt in de Amsterdamse Badcuyp (bij de Albert Cuyp) een wekelijkse jamsessie geleid met steeds wisselende muzikanten als Robert Sordam (zang en toetsen), Glenn Gaddum jr (bas) en Walther Muringen (drums). De sessies bieden jonge muzikanten als zangeres Urcy Miranda de gelegenheid zich ter plaatse te presenteren. Voor wie belangstelling heeft: de sessies starten woensdags om 20.30 uur.

Paramaribop Rejuvenated (Amsterdam mei 2010)

Paramaribop is een Surinaamse jazz-variant met invloeden van o.a. de kaseko-muziek. Op 21 mei 2010 presenteerde Paramaribop grondlegger Pablo Nahar (bas) zijn nieuwe band “Paramaribop rejuvenated” in het Bijlmerparktheater. De band bestaat naast Pablo uit de jonkies Yoran Vroom (drums), Danny van Kessel (piano), Randell Heye (trompet) en Tim West (sax). Gasten die avond waren zangeres Denise Jannah en fluitist Ronald Snijders. In de zaal zaten o.a. Vincent Henar en Robin van Geerke van de band Frafra sound, die er getuige van waren dat het Paramaribop-virus een nieuwe generatie muzikanten heeft bereikt.

Bon Voyage (Brussel mei 2010)
Het is geen toeval dat in Brussel de film White material draait over een blanke plantagehoudster (Isabelle Huppert), en dat gelijktijdig de Congolese zanger Sam Mangwana optreedt in het Amsterdamse Tropeninstituut; 50 jaar onafhankelijk Congo leidt namelijk tot de nodige activiteiten. De CD Bon voyage die ik bij de Media Markt in Brussel koop is van het Ry-co label; het bevat opnamen van Congolese Rumba/Soukous muzikanten die eind jaren zestig in het Caribisch gebied actief waren en daar de huidige Zouk introduceerden. Anno 2010 is er wel meer kruisbestuiving op muzikaal gebied , bijvoorbeeld in de Champeta, een mix van Soukous met Colombiaanse stijlen als Cumbia en Vallenato.

Padu Lampe (Aruba juni 2010)
De Arubaanse pianist Padu Lampe, ook wel bekend als Padu del Caribe werd 26 april 2010 maar liefst 90 jaar, reden om zijn hele straat af te zetten in verband met de feestelijkheden. Padu heeft een interessant levensverhaal en speelde met alle muzikale grootheden uit de regio. Hedentendage is hij een inspiratiebron voor een nieuwe generatie Antilliaanse muzikanten, zoals bijvoorbeeld de Curaçaose pianist Randal Corsen.

Chopin (Aruba juni 2010)
Jan Brokken schreef het boek (met CD) Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Ik zou zeggen koop het boek, lees het en geniet daarbij van de tijdloze muziek van o.a. Wim Statius Muller een toppianist van 84 jaar waarover een dezer dagen een documentaire verschijnt. Overigens is Chopin thans ook een inspiratiebron voor de Surinaamse pianiste/zangeres Lisibeti (Liesbeth Peroti) die zijn Prelude speelt op haar intrigerende CD Sounds of my soul.

Euson (Aruba juni 2010)
Door Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis is van de zoetgevooisde Arubaan Euson (foto links) een cultheld gemaakt, tijdens de zogenaamde Nacht van de Nederpop. Deze in de jaren zeventig actieve zanger scoorde hits als bijvoorbeeld Leon en gaf Joni Mitchell’s Both side now een ultieme uitvoering. Wie nog eens naar zijn muziek luistert kan Matthijs en Leo wel begrijpen.

Surinaamse Rock (Aruba juni 2010)
Een aparte ontmoeting op Aruba is die met de aldaar woonachtige Surinaamse gitarist Ricardo Tjon Man Tsoi. Hij heeft als onverwachte muzikale helden gitaargrootheden als Yngwie Malmsteen en Pat Metheny. De band waar Ricardo kwa stijl wellicht het best bij past is de Surinaamse rockband Apoplectic met zangeres Audrey Bakrude. Apoplectic speelde in Paramaribo als voorprogramma bij de Nederlandse band De Dijk.

Partybus (Aruba 2010)
Naar aanleiding van het superromantische huwelijk van nichtje Naomi met haar Paul stappen we in de Kunuku Partybus (iets soortgelijks is er inmiddels trouwens ook in Suriname). Lekker meebrullen met hits als Tonight’s gonna be a good night, Who let the dogs out en I love rock and roll levert ons een aanhouding op van de politie te fiets. Lachend verzoeken ze ons harder te zingen en meer te schudden met de maracas. Dat het er heftig aan toe kan gaan is ook op youtube te zien, check daarvoor de videos op “Kukoo Kunuku Party Bus”.

Branti Maka (Aruba juni 2010)
Het optreden van de Surinaams/Javaanse band Branti Maki is een mooie voorbereiding op de vervolgtrip naar Suriname. Ik vraag ze om Ragmad Amatstam’s Mi lobi Sranan te spelen, hetgeen ze uiteraard feilloos doen. Al jaren zijn op de Antillen Surinaamse muzikanten te vinden, een van de succesvolste was/is Hortance Sarmaat.

Izaline (Aruba juni 2010)
Op de luchthaven van Aruba staat Izaline Calister met haar band. Ze heeft een optreden verzorgd in het Casa di cultura. Izaline heeft inmiddels 5 CD’s op haar naam en had op de Antillen een nummer 1 hit. Met haar bespreek ik de beperkte beschikbaarheid van CD’s van mensen als Oswin Chin Behilia, Doble R., Edgar Palm en Rudy Plaate. Gelukkig is het werk uit de jaren vijftig in goede handen bij muziekrestaurateur Tim de Wolf (foto links). Hij verzamelde het nodige prachtige werk op de CD Riba Dempel.

Mi kondre tru (Paramaribo juni 2010)
Naast Trefosa’s (Henny de Ziel) officiële volkslied Opo kondreman is er het lied Mi kondre tru (mijn ware land) van de Surinaamse klassieke pianist Johannes Nicolaas Helstone (foto rechts). Jarenlang heb ik geklaagd dat dit lied op geen enkele CD is te vinden, dit bleek ten onrechte te zijn. In 2004 bracht de jazz-pianist Sonny Khoebal het al uit onder de titel Na bun fu yu.

Time Out (Paramaribo juni 2010)
Nog altijd speelt vrijdagsavonds – m.u.v. de laatste vrijdag van de maand - in cafe Rumors bij Krasnapolski de band Time Out een sessie onder leiding van gitarist Jim Westfa. Zoals te doen gebruikelijk kan ik de verleiding niet weerstaan om wat liedjes te zingen. Dit keer zijn het Mi kanto en Poenta. Het levert me in dit geval zelfs een lokale fan op. Hij vindt het echt leuk wat ik doe, en ik vraag me even af of het al tijd wordt om eens iets uit te brengen (maakt u zich geen zorgen).

Owru Poku Man (Paramaribo juni 2010)
Met Carline als sponsor en Henk van Vliet als presentator worden de oude Surinaamse muzikanten in het zonnetje gezet. Muziekdocumentaires over en optredens van mensen als Oscar Harris, Max Nijman en de 86 jarige Johnny de Miranda trekken de nodige bezoekers en leveren veel enthousiasme op.

Pop java (Paramaribo juni 2010)
Door Podiumkwakoe werd eens een middag georganiseerd met de belangrijkste Javaans-Surinaamse zangers, Ragmad Amatstam, Eddy Assan en Oesje. Ze bekenden eerlijk destijds een popvariant te hebben geïntroduceerd om in Suriname een groter publiek aan te spreken. Ze kunnen in Suriname inmiddels niet meer gewoon over straat, maar door alle originele kopieën heeft het ze weinig geld opgeleverd. De band Kasimex zien we in de Wilhelminastraat een succesvol optreden verzorgen tijdens vaderdag. Het levert mij de lastige vraag op waar het lied Rosina toch vandaan komt.

Henk MacDonald & Friends(Paramaribo juni 2010)
Surinames muzikaalste dokter komt mij bij aankomst en vertrek op mijn logeeradres opzoeken. Ik bezoek uiteraard zijn optredens op de laatste woensdag van de maand bij Torarica en laatste vrijdag van de maand bij Rumors (hij neemt dan de plek in van vaste band Time Out). Belangrijke troef in zijn band is zanger Rudolf Heidanus, die moeiteloos liedjes als Tell it like it is en How can you mend a broken heart vertolkt.

Fete de la Musique (Paramaribo juni 2010)
Jaarlijks wordt ook in Suriname het Franse muziekfeest Fete de la Musique gehouden. Speciaal daarvoor worden Frans-Guyanese bands ingevlogen en de binnenstad afgezet. Ik zie in dit verband o.a. de lokale Jantje Smit Damaru en Suriname’s top-band Naks Kaseko Loko.

Majoie Hajary (Amsterdam juli 2010)
Na mijn vakantie ontvang ik thuis van het IISG een exemplaar van het werk Le passion selon Judas van de nu 89 (?) jarige Majoie Hajary. Hoewel het wat piept en kraakt ben ik dolgelukkig dat ik dit werk ontvang van deze nu ook in Suriname alom erkende pianiste. Haar muzikale erfgoed is bij Liesbeth Peroti in goede handen. Naast de tribute-avond in Thalia zorgt ze eerstdaags ook voor een muziekbundel rond Majoie’s werk Da Pinawiki.

De culturele oogst:
1. CD Padu del Caribe (Padu Lampe)-Receurdonan Stima bij CD’s & more Aruba
2. CD Euson – the best of bij Disco Amigo Paramaribo
3. CD Lisibeti (Liesbeth Peroti - foto links) – Sounds of my Soul bij Virolastraat 63 Par’bo
4. CD Eddy Assan en Silvy bij Javaanse markt Par’bo
5. CD Oesje - the best of bij Javaanse markt Par’bo
6. CD Sonny Khoeblal - Wings of Peace bij Faranaz HermitageMall Par’bo
7. CD Man Tosi (Ricardo Tjon Man Tsoi) op Aruba
8. DVD Spokendansen en Land te koop (revisited2010) bij Apintie Par’bo
9. Boek Het Kamp van Broos en Kaliko (over Roorak) bij Vaco Par’bo
10. CD Majoie Hajary – Le passion selon Judas bij IISG Amsterdam
11. CD Bon Voyage bij Media Markt Brussel