Om te beginnen: petje af voor een schrijver die zijn levenswerk hoe dan ook in druk wil zien verschijnen en zelf uitgeeft. Het is nogal een financieel risico, want de schrijver heeft (waarschijnlijk) geen uitgeverij, met publiciteitsmachine, bereid gevonden zijn prachtboek op de markt te brengen.
![]() |
| Foto @ Charl Danoe |
John Khodabux durft het aan met zijn eerste roman Jahan. Khodabux, vijftig jaar geleden geboren in Paramaribo, was dertien toen hij met zijn ouders naar Amsterdam verhuisde. Hij miste een roman over Surinamers die in de jaren zeventig naar Nederland zijn getrokken, en besloot dat boek dan maar zelf te schrijven. Maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken, dat hij vooral zijn eigen opgroeien heeft beschreven. Ook zijn hoofdpersoon, Jahan Abdul Rahman, is dertien als hij in 1974 van Rainville verhuist naar de Amsterdamse Staatsliedenbuurt.
We volgen zijn ontwikkeling op de middelbare school, waar hij bevriend raakt met Vincent Goedhart, een andere Surinaamse jongen, en de wederwaardigheden thuis met zijn moeder en broer.
Dat is allemaal bijzonder gedetailleerd beschreven. Alle verhuizingen van moeder Rahman en haar zoons komen uitgebreid aan bod. Het alledaagse leven krijgt de lezer minutieus voorgeschoteld, terwijl dat allemaal voor het dramatische verloop van de roman of in Jahans leven geen rol van enige betekenis speelt.
De tochten van Jahan en Vincent door Amsterdam kun je precies nadoen. We leren welke bus of tram ze hebben genomen, zelfs op welke ze hadden kunnen overstappen, en waar.
‘Samen liepen we langs hotel Krasnapolsky de smalle Damstraat in. (…) Daarna liepen we de Oudezijds Achterburgwal over; de brug die omdat daar zoveel in drugs werd gehandeld door velen tot ‘pilletjesbrug’ is omgedoopt. Na de pilletjesbrug sloegen wij af naar rechts. (…) Ik had geen oog voor het historische Spinhuis waar wij op dat moment langsliepen. Het Spinhuis dat tegenwoordig door de Universiteit van Amsterdam wordt gebruikt om antropologen op te leiden, zodat zij verre volken kunnen gaan bespieden, was oorspronkelijk een vrouwentuchthuis.’
Zo gaat het door, tot pas op driekwart van het boek zich ineens een dramatische lawine losmaakt. De drugsscene waar Jahan door Vincent in was meegevoerd, blijkt keiharde onderwereld. Jahan schiet Vincent dood (‘hoewel ik een broertje dood heb aan wapens, pakte ik het toch op’), hij belandt in de gevangenis, wordt daar door de onderwereld met de dood bedreigd, maar weet wonderbaarlijk te ontsnappen...
Nee, die plotselinge ommezwaai van het leven van een Surinaamse jongeman in Amsterdam naar een hardboiled thriller weet de roman niet te redden. Ook niet als Jahan, eind goed al goed, in Spanje rust vindt en een kind krijgt bij zijn vriendin van de middelbare school.
Jahan, John Khodabux, 2011, in eigen beheer, ISBN 9789081763202
[uit Parbode, 1 mei 2012]



