![]() |
| Gabriel García Márquez in 1975. Foto © Steva Hernandez/Corbis. |
door Els Moor
De op 17 april 2014 in Mexico overleden schrijver Gabriel
García Márquez van Columbiaanse afkomst, is een van de groten uit de
wereldliteratuur, maar ook een schrijver die als geen ander de realiteit van Latijns-Amerika
weergeeft in zijn werk. Márquez groeide als kind op bij zijn grootouders, die
diep geworteld waren in de lokale cultuur en vooral zijn oma kende veel
verhalen die ze haar kleinzoon vertelde. Dat is een belangrijke basis geworden
van het werk van deze schrijver, het eigene. Met zijn grootouders woonde hij in
het Columbiaanse stadje Aracataca, dat in Honderd
jaar eenzaamheid Macondo heet. Als jongeman ging hij naar de hoofdstad
Bogotá om journalistiek te studeren en daarna naar de kustplaats Barranquilla,
waar hij leerling-journalist werd en later journalist. Hij had daar drie goede
vrienden, ook aankomende journalisten en ’s avonds in een café discussieerden
ze eindeloos over het werk van grote schrijvers uit de wereldliteratuur. Een
tweede inspiratiebron voor de aankomende schrijver. In veel landen heeft hij
gewoond, ook, zoals veel andere Latijns-Amerikaanse auteurs, in Parijs. Hij was
een wereldburger, net als ‘onze’ Albert Helman.
Márquez was schrijver van fictie (die hij altijd baseerde op
de realiteit). Anderzijds bleef hij journalist en heeft hij ook veel non-fictie-werken
geschreven.
Ver kon hij gaan in zijn fantasie. In zijn studietijd las
hij Kafka. Diens verhaal De
gedaanteverwisseling sloeg als het ware een gat in zijn bewustzijn. Hij
las, liggend op zijn bed, de eerste zin: ‘Toen Gregor Samsa na een onrustige
nacht wakker werd, ontdekte hij dat hij in een reusachtige kever was
veranderd.’ Verdomme, dacht hij, dus dat kun je maken. (Uit: De geur van guave, 1982, gesprekken met Plinio
Mendoza, een jeugdvriend. Márquez had in 1982 de Nobelprijs voor literatuur
gekregen.) Márquez ging dus heel ver met zijn fantasie, maar de bron was altijd
de door hem waargenomen werkelijkheid. Een duidelijk voorbeeld hiervan is een
scène uit zijn beroemdste roman, Honderd
jaar eenzaamheid (1972). Binnen de grote familie met stammoeder Úrsula als leidende
figuur zijn er ongelooflijk veel klein-, achterklein- en
achterachterkleinkinderen. Een van de jongsten is ‘Remedios de Schone’, een
beeldschoon meisje met nogal wat afwijkingen, maar dat veel mannen aantrok, van
wie sommigen niet lang meer leefden. Had ze dodelijke krachten? Schrijver Márquez
zocht een middel om haar weg te krijgen. Hij ging het erf op en zag daar
vrouwen bezig lakens te vouwen en de wind speelde nogal op. In de roman steeg ‘Remedios
de Schone’ op aan lakens die door de wind bewogen werden en verdween in de
lucht!
Kleuren en symbolen uit de Zuid-Amerikaanse - van oorsprong
inheemse - cultuur spelen ook een belangrijke rol, zoals ‘gele vlinders’. Die
gele vlinders vervulden al een belangrijke rituele rol in de cultuur der Azteken,
en omringen met honderden een jonge vrouw, Meme, uit Honderd jaar eenzaamheid, als de op haar verliefde Mauricio
Babilonia, in aantocht is. En als Márquez ging schrijven, moest zijn vrouw
altijd gele bloemen op zijn tafel zetten. Als de voormalige kolonel Aureliano
Buendía uit de grote familieroman Honderd
jaar eenzaamheid al heel oud is, maakt hij visjes van goud. Die verkoopt
hij en dan krijgt hij in plaats van geld goud ervoor, en daar maakt hij weer
visjes van en die verkoopt hij en zo gaat het door... Werkelijk, we herkennen
de cyclische visie op de tijd van de inheemsen al vanaf de Azteken: niet
rechtdoor... rechtdoor... maar rond... rond...
Veel schreef Márquez ook over de politiek in Latijns-Amerika:
herkenbare fictie en werkelijkheid die op fictie lijkt. Hoort Suriname bij
Latijns-Amerika?


.jpg)





























.jpg)







