Posts tonen met het label In memoriam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label In memoriam. Alle posts tonen

maandag 19 mei 2014

Een groot schrijver uit ons continent is heengegaan

Gabriel García Márquez in 1975. Foto © Steva Hernandez/Corbis.

door Els Moor

De op 17 april 2014 in Mexico overleden schrijver Gabriel García Márquez van Columbiaanse afkomst, is een van de groten uit de wereldliteratuur, maar ook een schrijver die als geen ander de realiteit van Latijns-Amerika weergeeft in zijn werk. Márquez groeide als kind op bij zijn grootouders, die diep geworteld waren in de lokale cultuur en vooral zijn oma kende veel verhalen die ze haar kleinzoon vertelde. Dat is een belangrijke basis geworden van het werk van deze schrijver, het eigene. Met zijn grootouders woonde hij in het Columbiaanse stadje Aracataca, dat in Honderd jaar eenzaamheid Macondo heet. Als jongeman ging hij naar de hoofdstad Bogotá om journalistiek te studeren en daarna naar de kustplaats Barranquilla, waar hij leerling-journalist werd en later journalist. Hij had daar drie goede vrienden, ook aankomende journalisten en ’s avonds in een café discussieerden ze eindeloos over het werk van grote schrijvers uit de wereldliteratuur. Een tweede inspiratiebron voor de aankomende schrijver. In veel landen heeft hij gewoond, ook, zoals veel andere Latijns-Amerikaanse auteurs, in Parijs. Hij was een wereldburger, net als ‘onze’ Albert Helman.
Márquez was schrijver van fictie (die hij altijd baseerde op de realiteit). Anderzijds bleef hij journalist en heeft hij ook veel non-fictie-werken geschreven.

Ver kon hij gaan in zijn fantasie. In zijn studietijd las hij Kafka. Diens verhaal De gedaanteverwisseling sloeg als het ware een gat in zijn bewustzijn. Hij las, liggend op zijn bed, de eerste zin: ‘Toen Gregor Samsa na een onrustige nacht wakker werd, ontdekte hij dat hij in een reusachtige kever was veranderd.’ Verdomme, dacht hij, dus dat kun je maken. (Uit: De geur van guave, 1982, gesprekken met Plinio Mendoza, een jeugdvriend. Márquez had in 1982 de Nobelprijs voor literatuur gekregen.) Márquez ging dus heel ver met zijn fantasie, maar de bron was altijd de door hem waargenomen werkelijkheid. Een duidelijk voorbeeld hiervan is een scène uit zijn beroemdste roman, Honderd jaar eenzaamheid (1972). Binnen de grote familie met stammoeder Úrsula als leidende figuur zijn er ongelooflijk veel klein-, achterklein- en achterachterkleinkinderen. Een van de jongsten is ‘Remedios de Schone’, een beeldschoon meisje met nogal wat afwijkingen, maar dat veel mannen aantrok, van wie sommigen niet lang meer leefden. Had ze dodelijke krachten? Schrijver Márquez zocht een middel om haar weg te krijgen. Hij ging het erf op en zag daar vrouwen bezig lakens te vouwen en de wind speelde nogal op. In de roman steeg ‘Remedios de Schone’ op aan lakens die door de wind bewogen werden en verdween in de lucht!

Kleuren en symbolen uit de Zuid-Amerikaanse - van oorsprong inheemse - cultuur spelen ook een belangrijke rol, zoals ‘gele vlinders’. Die gele vlinders vervulden al een belangrijke rituele rol in de cultuur der Azteken, en omringen met honderden een jonge vrouw, Meme, uit Honderd jaar eenzaamheid, als de op haar verliefde Mauricio Babilonia, in aantocht is. En als Márquez ging schrijven, moest zijn vrouw altijd gele bloemen op zijn tafel zetten. Als de voormalige kolonel Aureliano Buendía uit de grote familieroman Honderd jaar eenzaamheid al heel oud is, maakt hij visjes van goud. Die verkoopt hij en dan krijgt hij in plaats van geld goud ervoor, en daar maakt hij weer visjes van en die verkoopt hij en zo gaat het door... Werkelijk, we herkennen de cyclische visie op de tijd van de inheemsen al vanaf de Azteken: niet rechtdoor... rechtdoor... maar rond... rond...

Veel schreef Márquez ook over de politiek in Latijns-Amerika: herkenbare fictie en werkelijkheid die op fictie lijkt. Hoort Suriname bij Latijns-Amerika?

woensdag 14 mei 2014

De leeuwin van de emancipatie

Fridi Martina
door Elodie Heloise

De veelzijdige kunstenaar Fridi Martina is gistermorgen overleden. Martina was actrice, schrijver, regisseur, dramadocent en zanger. Een professional die internationale bekendheid genoot en die geen genoegen nam met middelmatigheid. Ze deed het goed, anders deed ze het niet. Een les die ze haar leerlingen met verve bijbracht, maar ook ieder ander die in haar ogen niet uit zichzelf haalde wat erin zat.
Martina studeerde in de jaren zeventig in Nederland en later ook in de Verenigde Staten. In Nederland werd ze bekend met haar rollen in Goede Tijden Slechte Tijden, Vrouwenvleugel en De Erfenis. Na haar theaterstudie in Amsterdam werkte ze behalve als actrice ook als theaterdocent in Utrecht. In 1986 opende ze samen met nog een paar kunstenaars een interculturele kunstgalerie in Amsterdam onder de naam Villa Baranka – Academy for Dramatic Arts. In de jaren negentig kwam zij terug naar Curaçao waar zij tot onlangs nog werkzaam was met theater maken, muziek maken en schrijven. Waarschijnlijk is het laatste optreden van Martina vastgelegd in het filmpje over het St. Elisabeth Hospitaal, dat in april deelnam aan de wedstrijd short movies/big stories van het Internationaal Filmfestival Rotterdam. In deze korte film speelt Martina een ernstig zieke vrouw. Theaterproducente Anja Steffens was betrokken bij het maken van deze film. “Fridi was al ziek toen ik haar vroeg. We kennen elkaar uit het theatervak en we waren al jaren bevriend. ‘Tuurlijk’, zei ze. ’Dat kan ik nog’. Ik ben blij dat ze dat nog gedaan heeft. Fridi was een mooi mens voor Curaçao. En ik denk dat zij haar tijd eigenlijk ver vooruit was.”

Fridi Martina speelt de drums

Martina stond bekend op Curaçao als een flamboyante maar ook zeer kritische persoonlijkheid. “Ze was een professional”, zo laat Gibi Basilio, de directeur van Kas di Kultura weten. “Toneel was voor haar geen hobby. Het was haar vak en eenieder die dat vak niet vanuit professionaliteit benaderde kreeg dat te horen. Ze kon scherp zijn in haar kritiek. Middelmatigheid stelde zij aan de kaak. Het ging haar om het streven naar excellentie. Die hardheid waarmee zij kritiek kon uiten, zoals sommigen dat wellicht ervaren hebben, paste ze overigens ook op zichzelf toe. Fridi hield dit land een spiegel voor. Maar al te vaak. Ze had een sterke mening waar het ging over de positie van de vrouw ten opzichte van de man. Maar ook de rol van mannen in hun vaderschap. Vrouwen zijn geen slaven van mannen en mannen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, ook in hun vaderschap.”

Met kinderboekenschrijfster Sonja Garmers had Martina een bijzondere relatie. Elke maand zocht zij haar op om even bij te praten. “Een fleurige vrouw die me vaak aan het lachen maakte”, zegt Garmers desgevraagd. “Maar ook streng, voor zichzelf en voor anderen. Ik herinner me haar uit de jaren zeventig toen ik haar in Nederland ontmoette. Ze liet zich uit over het machismo door aan te geven dat als geaccepteerd werd dat mannen er meerdere vrouwen op na konden houden, vrouwen dat ook konden. Sindsdien zijn wij bevriend. En nu is ze er niet meer. Volgend jaar zou ze 65 geworden zijn. Ik zal haar missen.”
Fridi Martina

Met de Nederlandse kunstenaar Frouwkje J. Smit deed Martina in 2009/2010 op Curaçao een kunstproject dat Walking2gether heette aan de vooravond van de verkiezingen van 2010. Smit reageerde vandaag geschokt op het bericht van overlijden van Martina. “Fridi is belangrijk geweest tijdens mijn verblijf op Curaçao. In de eerste maanden heeft zij mij laten inzien wat ons verleden en heden met elkaar verbindt. En hoe ik als Hollandse daarmee moest omgaan. Ze leerde mij ook inzien dat je als kunstenaar je vaak eenzaam kunt voelen. En dat dit niet erg is, zolang je maar van jezelf blijft houden. Ik zal haar nooit vergeten.”

Basilio laat tot slot weten dat Curaçao afscheid moet nemen van een van haar kinderen die internationaal naam maakte en hoge eisen stelde aan zichzelf. “Geen genoegen nemen met middelmatigheid, laat dat de levende boodschap zijn die Fridi voor ons achterlaat.”

[van de website van Elodie Heloise, 13 mei 2014]


Actrice Fridi Martina overleden

Willemstad – Actrice Fridi Martina is op 11 mei in een verzorgingshuis in Willemstad overleden. Haar tweelingbroer Freddy Martina verklaarde aan Nieuws360 dat zijn zus aan een ongeneeslijke ziekte leed. Volgens Freddy Martina is zijn zus gestorven zoals ze leefde: in vrede. Ze accepteerde dat haar ziekte geen kans van genezing had.

Martina werd bekend in Nederland met haar rollen in Goede Tijden Slechte Tijden, Vrouwenvleugel en De Erfenis. Na haar theaterstudie in Amsterdam werkte ze als actrice in Nederland en ook als theaterdocent in Utrecht. In 1986 opende ze samen met nog een paar kunstenaars een interculturele kunstgalerie in Amsterdam onder de naam Villa Baranka.
De laatste jaren woonde en werkte Martina op Curaçao waar ze naast theaterwerk ook als zangeres debuteerde.

Eind jaren ’70 bracht zij haar afstudeerstuk Siegu pa koló op de planken op het eiland.

[van o.m. Nieuws360, 11 mei 2014]


dinsdag 13 mei 2014

In Memoriam Gerrit Wijnhoud

Gerrit Wijnhoud in 2012 in de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan
bij de uitreiking van de Amsterdam Prijzen voor de Kunst met links kunstenaar Sinem Berrin Kavus
Met grote dankbaarheid herdenken we  Gerrit Wijnhoud
Hij overleed op 16 april 2014.

"It goes like this
The fourth, the fifth
The minor fall, the major lift
The baffled king composing
Hallelujah”

L. Cohen.

Gerrit heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op De Nieuw Amsterdam waarvan hij 25 jaar zakelijk leider was. Zonder Gerrit was DNA nooit het gezelschap geworden dat het vandaag de dag is. Bovendien heeft dankzij zijn inzet en enthousiasme ITS DNA zoveel talent voortgebracht. Ondanks zijn slechte gezondheid, al voor zijn pensioen, bleef Gerrit tot het laatst betrokken en zich inzetten om DNA staande te houden. Staande in een tijd waarin veel culturele instellingen gedwongen ophielden te bestaan. Dat hij toen al zó ziek was, hebben we nooit geweten. Dat maakt het des te bewonderenswaardiger. Het is onmogelijk om in woorden te vatten hoe dankbaar wij hem zijn. Van ons allemaal een zeer diepe buiging voor Gerrit.


DNA: Sabri Saad El Hamus, Erik Koldenhof, Jeroen Pliester, Pieter Valk en Nora Duijf

zaterdag 10 mei 2014

In Memoriam Carla Jessurun

door Cynthia Mc Leod

Carla Jessurun, de vrouw die het verhaal van Ko-jan-die –ban- da- kotjie bekend maakte.
Misschien zijn er niet veel mensen  meer in Suriname, die Carla Jessurun gekend hebben, maar iedereen die na 1955 in Suriname op de basisschool is geweest, kent het verhaal van Ko-jan-die –ban-da- kotjie, want Carla kende het en ze kon het zo kostelijk vertellen.

In 1949 bij de oprichting van de Surinaamse Kweekschool was Carla Jessurun één van de eerste studenten en zij behaalde ook als één van de eersten de Onderwijzersakte. In 1955 werkte het Ministerie van Onderwijs aan de vernieuwing van het lees onderwijs op de Basisschool. Surinaamse kinderen zouden voortaan verhalen lezen die zich afspeelden in de eigen leefwereld en eigen belevingssfeer. Geen verhalen meer over Hollandse kinderen die ijsbloemen van de ramen veegden en een sneeuwman maakten. Na Loes en Mama in de eerste klas volgde een eigen Leesboekserie voor de hogere klassen.  In de vorm van een prijsvraag stimuleerde het Ministerie van Onderwijs  Surinaamse leerkrachten om verhalen, geschikt voor de leesboekjes, in te sturen. Carla schreef het verhaal van Ko -jan –die-ban-da-ko-tjie en het werd met de titel “Waarom  oude mensen gebogen gaan” gepubliceerd in het leesboekje voor het Derde Leerjaar in de Leesboekserie Wij en de Wereld, welke in 1956 in gebruik werd genomen.

Dertig jaar later, in 1986, was het Ministerie van Onderwijs opnieuw bezig met de vernieuwing van het leesonderwijs op de basisschool en de werkgroep besloot om de populairste verhalen uit Wij en de Wereld op te nemen in de nieuwe serie.  Uit de enquète bleek dat het verhaal van Carla Jessurun tot de top 10 behoorde en zo werd het wederom gepubliceerd in de nieuwe serie Van Hier en Daar en Overal.  Vanaf 1956 heeft in Suriname dus elk schoolkind dit verhaal gelezen.

Carla is er niet meer maar ze zal in onze herinnering blijven als de vrouw van het leuke verhaal Surinaamse verhaal van  “Ko-jan-die-ban-da-ko-tjie.” 



[Carla Gertrude Jessurun werd 81 jaar en werd op 19 april 2014 in Amsterdam gecremeerd - red. CU]

vrijdag 18 april 2014

Gabriel García Márquez (87) overleden

Gabriel García Márquez afgelopen maart. Foto © AP.

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, bekend van zijn boeken Honderd jaar eenzaamheid en Liefde in tijden van cholera, is gisteren, 17 april 2014, overleden in Mexico. Dit heeft de Spaanse krant El País gemeld op zijn website. De winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur is 87 jaar geworden.

García Márquez werd begin deze maand in het ziekenhuis in Mexico opgenomen met een long- en urinebuisinfectie. Hij werd vorige week uit het ziekenhuis ontslagen, maar zijn gezondheid bleef broos. De Mexicaanse regering heeft zijn dood inmiddels bevestigd.

De bejaarde woonde al meer dan dertig jaar in Mexico en is de laatste jaren slechts zelden in het openbaar verschenen. García Márquez had de ziekte van Alzheimer.

García Márquez wordt door velen als de beste Spaanstalige schrijver sinds Miguel de Cervantes beschouwd. Honderd jaar eenzaamheid is in meer dan 25 talen vertaald en ging meer dan vijftig miljoen keer over de toonbank. García Márquez won de Nobelprijs voor de Literatuur in 1982.

De auteur werd in 1927 in een klein Colombiaans dorp geboren als de oudste in een gezin van elf kinderen in de kuststreek van de Caraïbische zee - reden waarom hij zichzelf altijd zag als een Caraïbisch auteur. García Márquez groeide grotendeels op bij zijn grootouders. Zijn opa vertelde hem hoe hij vocht in de 1000-daagse oorlog, een Colombiaanse burgeroorlog rond de vorige eeuwwisseling, wat een grote inspiratiebron werd voor García Márquez' literatuur.

Fidel Castro
De schrijver was niet onomstreden. García Márquez was in zijn jonge jaren een bondgenoot van de Cubaanse dictator Fidel Castro en een held van de Latijns-Amerikaanse socialistische beweging. De auteur verliet zijn thuisland in 1981 nadat hij was beschuldigd van het financieel steunen van de guerrillabeweging M-19.

  • Gabriel García Márquez in 2009. Foto © EPA


García Márquez bekritiseerde de Verenigde Staten voor hun gewelddadige interventies in Vietnam, Chili en vele andere landen. Hem werd jaren de toegang tot de VS geweigerd, maar de schrijver rekende de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton wel tot zijn persoonlijke vrienden. García Márquez nam het voor de president op ten tijde van Clintons omstreden affaire met Monica Lewinsky.

García Márquez laat zijn vrouw Mercedes Barcha en de zonen Rodrigo en Gonzalo na.

 [naar de Volkskrant en de Ware Tijd, 17/04/14, 22:06  − bron: ANP, AP]


zondag 30 maart 2014

Kunstenaar Ro Heilbron overleden

Ro Heilbron. Foto © Marvin Hokstam, 2011

De Surinaamse kunstenaar Ro Heilbron is op zaterdag 29 maart j.l. op 75-jarige leeftijd in Rotterdam overleden.

Ronald George Heilbron werd geboren in Paramaribo op 6 december 1938. Hij leerde de techniek van het grafisch bedrijf (letterzetten, opmaak, fotografie) in verschillende drukkerijen in Paramaribo. In het dagblad De Ware Tijd maakte hij de tekeningen bij de strip Terugkeer naar het graf met tekst van Celsius Tjong A Kiet. Op de School voor Beeldende Kunst van Nola Hatterman maakt hij kennis met verschillende andere Surinaamse kunstenaars (Armand Baag,Ruben Karsters, Jules Chin A Foeng, Errol Flu), maar hij verliet de school al spoedig. Onder aanmoediging van Erwin de Vries ging hij zijn eigen kunstzinnige weg en in 1963 had hij zijn eigen eerste expositie in hotel Torarica in Paramaribo.



Hij werkte nog even voor het dagblad De Vrije Stem, om vervolgens als order-voorbereider en grafisch tekenaar bij drukkerij Eldorado te gaan werken. In 1968 werd hij bedrijfsleider bij drukkerij Inalca en tevens opmaakredacteur van De Volksbode. Van 1964 tot 1970 gaf hij samen met zijn vrouw, Jeanet Callender, het jongerenmagazine Yeah uit.

In 1970 gaat Ro Heilbron naar Nederland, waar hij voor verschillende drukkerijen komt te werken. Aan de Rotterdamse Akademie van Beeldende Kunsten bekwaamt hij zich in keramische technieken. Met steun van de Sticusa houdt hij in 1971 zijn eerste expositie in Rotterdam, met grote regelmaat volgen de exposities elkaar daarna op, in Nederland, Suriname, Zweden en West-Duitsland. Samen met Wim Gerritsen opent hij in 1976 in Rotterdam Galerie Solidair, die tot 1986 zal blijven bestaan. Behalve zijn eigen scheppend werk, vervaardigt Heilbron ook veel grafisch werk in dienst van anderen: pamfletten, kaarten, kalenders, lay-out van tijdschriften, boeken en cd-hoesjes, en hij ontwerpt ook toneeldécors.



Heilbron werkte zowel in olieverf (op doek en houtpanelen) als met drukinkt op canvas. Heilbron schilderde figuratief en zijn werk sloot sterk aan bij de vaak ‘primitief’ genoemde, kleurrijke wijze van voorstellen waarmee bijvoorbeeld de schilderkunst van Haïti zo bekend is geworden. Aanvankelijk legde hij zich vooral toe op sociaal-politieke onderwerpen als de armoede, honger en onderdrukking in de wereld, en geboorte en dood. In de jaren ’70 kwam daar veelvuldig de vrouw als object van zijn werken bij en zijn werk kreeg soms magisch-realistische trekken. Onder invloed van de ‘revolutie’ in Suriname in 1980 legde hij zich toe op onderwerpen uit de Latijns-Amerikaanse geschiedenis (verzetsstrijd, Indianen, marrons). In 1987 maakte hij in de Gerrit Jan Mulderstraat in Delfshaven de muurschildering Geef racisme geen kans. Na 1993 werd zijn werk vrijer en werd de werkelijkheid – hoewel meestal nog wel enigszins herkenbaar – uitgangspunt voor een abstractere verbeelding. Vanaf het einde van de jaren ’90 verbleef hij met regelmaat op de Bovenwindse Antillen waar hij werkte, doceerde en exposeerde.


[informatie van Wikipedia]

dinsdag 25 maart 2014

Thea Valk overleden

Thea Valk, presentatrice van het STVS-televisieprogramma Monday Live, is vanochtend vroeg in haar slaap overleden, aan een hartstilstand.

Valk werkte voor de Nederlandse omroep Veronica, tot het moment dat deze commercieel ging en de buitenlandse correspondenten de bons gaf. In 1998 zette Thea Valk daarop het advertentie- en promotiebureau Falcons Advertising op; ze hield zich ook bezig met de wijnhandel.

Valk was een echte levensgenieter en had een passie voor kunst: ze maakte deel uit van het bestuur van de stichting Nationale Kunstbeurs (NK). Ook haalde ze de finale van Suripop in 2008 met de compositie Sori mi na Pasi.

Thea Valk werd 51 en laat een 12-jarige dochter achter.

donderdag 13 maart 2014

'Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen'

Joan Ferrier. Foto @ Ed Lonnee.

In memoriam Joan Ferrier

Op Internationale Vrouwendag 8 maart overleed een bijzondere vrouw: Joan Ferrier, voormalig directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit.


Van 1998 tot 2012 heeft zij als directeur met passie en deskundigheid een voortrekkersrol vervuld in de opbouw van E-Quality en het verbinden van gender en etniciteit. In 2012 fuseerden E-Quality en Aletta tot het huidige Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Renée Römkens, directeur van Atria: “Joan heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming in 2012 van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Haar werk is van historisch belang en dat koesteren wij. De herinnering aan de prettige samenwerking blijft in onze gedachten. Namens alle collega’s van Atria wens ik haar familie, vrienden en dierbaren veel sterkte met dit grote verlies.”

Joan Ferrier met haar vader Johan Ferrier.
Foto dWT Archief

Interculturaliteit
Joan Ferrier wordt op 14 december 1953 in Suriname geboren, als dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Zij groeit achtereenvolgens op in Suriname en Nederland. In 1980 studeert zij af aan de Rijksuniversiteit Utrecht als orthopedagoog, met specifieke aandacht voor etnische groepen in Nederland en de situatie van kinderen en jeugdigen in ontwikkelingslanden. Na haar studie houdt zij zich in diverse functies bezig met interculturele jeugdhulpverlening. Zo zet zij onder meer in Amsterdam een opvanghuis op voor Marokkaanse jongens, en een tehuis voor meisjes met een islamitische achtergrond.

Naast het geven van adviezen en trainingen op het gebied van interculturalisatie van organisaties, is zij werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam bij de Vakgroep Orthopedagogiek en doceert zij lange tijd transculturele pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam.


Een warm hart
In 1998 begint zij als directeur van het nieuw opgerichte ‘Instituut voor gender en etniciteit’, een fusie tussen Project Aisa – emancipatieondersteuning zwarte vrouwen, migranten- en vluchtelingenvrouwen, Arachne – vrouwenadviesbureau overheidsbeleid, het Instituut Vrouw & Arbeid (IVA) en het Women’s Exchange Programme International (WEP-I).

Tijdens de openingsbijeenkomst op 22 juni 1998, bijgewoond door ruim 1400 mensen, in het Tropeninstituut Amsterdam lanceert de kersverse directeur de nieuwe naam van het instituut: E-Quality, experts in gender en etniciteit. Ook brengt zij de strategie van E-Quality naar voren. Met nationale en internationale overheden, maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven werkt E-Quality samen om beleid te ontwikkelen “ten dienste van meer gelijke kansen en mogelijkheden in een multiculturele context.” Joan Ferrier geeft aan te zoeken naar bewegingen en organisaties die betrokken zijn bij veranderingsprocessen in de samenleving en die gender en etniciteit een warm hart toedragen.
Gender & etniciteit
Na een fusie in 2007 met de Nederlandse Gezinsraad ontwikkelt E-Quality zich onder haar leiding tot een kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. De koppeling van gender en etniciteit in één perspectief neemt ook hierin weer een belangrijke plaats in. Deze verbinding verankeren in het denken en handelen van beleidsmakers, politici, trendsetters en andere gezaghebbende vrouwen en mannen ziet Joan als een steeds terugkerende uitdaging voor E-Quality.

Veelzijdig bruggenbouwer
Mede uit diverse bestuurs- en nevenfuncties blijkt haar betrokkenheid bij het vormgeven van emancipatieprocessen van zowel vrouwen als diverse etnische groeperingen. Zo was zij bijvoorbeeld mede-oprichtster van ‘Vrouwenvlechtwerk’, een samenwerkingsverband van etnische en Nederlandse vrouwenorganisaties. Ook was zij vice-voorzitter van de werkgroep Vrouwen in de Pluriforme Samenleving van de Raad van Kerken Nederland.

Naast haar werkzaamheden voor E-Quality was zij van 1999 tot 2002 lid van het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden. Van 1 februari 2001 tot en met mei 2002 was zij secretaris van de commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheden (AVEM), de voorloper van de commissie PaVEM (Participatie van Vrouwen uit Etnis
che Minderheden).

Joan Ferrier in gesprek met koningin Máxima, terwijl koning Willem het volk toezwaait.
Amsrterdam, 1 juli 2013 Foto @ Michiel van Kempen
Tot 2006 was zij voorzitter van de Phenix Foundation, een landelijke organisatie op het gebied van culturele diversiteit in de kunsten. Verder was zij onder andere lid van het bestuur van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), lid van de redactie van het Tijdschrift Jeugdbeleid en voorzitter van de Triomfprijs voor bijzondere bijdragen aan de emancipatie van de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in Nederland. Ook vervulde zij bestuursfuncties bij Technika10 en YWCA en was zij adviseur van het bestuur van het Oranjefonds. Na het overlijden van haar vader in 2010 richt zij de Stichting Johan Ferrier Fonds op. Het doel van deze stichting is om kansrijke onderwijs- en culturele projecten in Suriname financieel te ondersteunen.


Verbindende kracht in de samenleving
Businessclub Zwarte Zaken Vrouwen Nederland (inmiddels omgedoopt tot Etnische Zaken Vrouwen Nederland) verkiest Joan in 2008 tot Zwarte Vrouwelijk Manager 2008. De jury roemt haar continue en onvermoeibare inzet voor het onder de aandacht brengen en houden van man-vrouw verhoudingen, leefvormen, etniciteit en diversiteit, bij zowel het brede publiek als politici en beleidsmakers: “Zij staat bekend als een vrouw die mensen met elkaar verbindt. Met haar charme, overtuigingskracht en vasthoudendheid heeft zij de afgelopen jaren laten zien dat tegenwind ook kansen biedt.”

In 2009 wordt Joan genomineerd voor de Opzij Emancipatieprijs. In 2011 wordt zij voor haar werk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zij ontvangt de Koninklijke onderscheiding vanwege haar ‘persoonlijke bijzondere verdiensten in en al dan niet gerelateerd aan haar hoofdfunctie, in het bijzonder op het terrein van emancipatie, gezin en diversiteit, die voor de samenleving van bijzondere waarde zijn’.
De Frans Banninck-Cocqpenning

Op 17 augustus 2013 ontvangt zij van wethouder Andrée van Es de Frans Banninck Cocqpenning ‘voor haar grote verdienste in haar functie als voorzitter van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013.’

Met haar heengaan verliezen we een inspirerend rolmodel dat zich jarenlang en met tomeloze energie heeft ingezet voor emancipatie en diversiteit. Wij troosten ons met de gedachte aan wat zij ons heeft gebracht. Zoals zij zelf tot slot schreef in haar column van november 2013 in Opzij: ‘Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen’.


In december 2013 heeft Joan meegewerkt aan een oral history interview in het kader van het Atria-project Tweede Feministische Golf – Diversiteit. Dit deel van haar erfgoed kan straks aan nieuwe generaties worden meegegeven.

[van www.atria.nl, 10 maart 2014]

maandag 10 maart 2014

In memoriam Joan Ferrier

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Joan Ferrier met achter haar koningin Máxima en nauwelijks
zichtbaar koning Willem-Alexander, tijdens de 1 juli-viering 2013
in het Amsterdamse Oosterpark. Foto @ Michiel van Kempen
Joan.
Zij werd geboren onder de hoede van mijn vader. Haar ouders waren goede vrienden van ons. Reeds maanden zagen wij tante Edmé met haar groeiende buik bij ons op het balkon of in de tuin zitten. Ik mocht de zachtgekleurde flanellen onderzettertjes voorzien van een geborduurd randje. Trots was ik.

Het kleine meisje arriveerde. “ Ze heet Joan”, zei tante Edmé. Naar haar vader, wist ik. Nieuwsgierig keek ik naar het kleine poppetje met korte zwarte krulletjes.  Zij groeide voorspoedig, een pittig ding dat toen zij ging praten heel wijs bleek.

Zij leerde vlot en was heel geïnteresseerd in alles. Die brengt het ver, zei men. En dat bleek ook toen zij na haar studie orthopedagogiek van alles opzette met migrantenjongeren, later werd zij de stuwende kracht achter E-Quality voor emancipatie van vrouwen en zat zij diverse organisaties voor Suriname voor.

Dat zij het laatste decennium ernstig ziek was heeft het grote publiek nooit gemerkt. Joan was overal met haar tomeloze energie.
Joan Ferrier en haar zus Cynthia Mc Leod-Ferrier

Op 8 maart Internationale Vrouwendag nam zij voorgoed afscheid. Juist op deze dag als symbool voor haar nooit aflatende strijd voor vrouwenrecht.

Wij zullen haar missen, de Ferriers, de Tjong-Ayongs en al die anderen.

Cat, 9 maart 2014


zondag 9 maart 2014

In memoriam Richard de Veer

Richard de Veer: 10 juni 1929 - 6 maart 2014

Dag Richard

door Libèrta Rosario


Richard de Veer
Vandaag kreeg ik het droevige bericht dat Richard de Veer op 6 maart 2014 op 84-jarige leeftijd is overleden. Richard was al een tijd ziek en woonde in een verzorgingshuis. Richard was een bescheiden, rustige persoon, de nestor van Simia Literario, die haar net als zijn vrouw Janny altijd trouw is gebleven.
Hoewel Richard al vele jaren hier in Nederland woonde, is hij altijd veel van zijn geboorte-eiland Aruba en zijn taal Papiamento blijven houden. Het volgende gedicht ‘Oda na  Hooiberg’ is daar een bewijs van.

Richard bedankt voor alles wat je voor Simia Literario hebt betekend en rust zacht.


Ayó  Richard

Awe m’a haña e notisia tristu ku Richard de Veer a fayesé dia 6 di mart 2014 na edat di 84 aña. Richard tabata malu un tempu kaba i tabata biba den un kas di kuido. Richard tabata un persona modesto, trankil, e nestor di Simia Literario, ku semper a keda fiel na dje, meskos ku su kasá Janny.

Ounke Richard tabata biba hopi aña aki na Hulanda, semper e la keda ku un amor grandi pa su isla natal Aruba i su idioma Papiamento. E siguiente poesia ‘Oda na Hooiberg’ ta demostrá esei.


Richard danki pa tur loke b’a nifiká pa Simia Literario i sosegá na pas.


Oda na Hooiberg

Sinta den stupi di mi wela
Cara fiha pariba
Mi ta weita y gosa ful
Con mahestuoso bo ta.

O, wardado di Playa!
Unda cu mi bay
Bo ta mane mi sombra
Cu no ta laga mi so.

Ora mi ta core auto
Bo ta mi Stre’I Nort
Pa indica mi sin faya
Na unda asina mi ta.

Den tempo di awacero
Bo ta gusta laba cabes
Mane ta fiesta bo ta bay
Perfuma pa hole dushi.

Despues flor di kibrahacha
Ta tapa bo dj’ariba te abou
Un bata mane di oro
Ni si ta rei di Congo bo ta.

O, mi guia di tur dia
Con mi por lubida bo nunca!
Ta bo ta mi compañe
Mainta, merdia, atardi.

Awor, cada bes mi yega dj’afo
Bo ta di prome pa cuminda mi.
Mi curason ta mane habri
Mirando alomenos un cos conoci.
                       

Richard de Veer

zaterdag 8 maart 2014

Joan Ferrier overleden

Joan Ferrier wandelt op 1 juli 2013 met koningin Máxima en koning
Willem-Alexander in het Amsterdamse Oosterpark naar de viering
van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Foto Michiel van Kempen
Joan Ferrier, voorzitter van de Amsterdamse Stichting Herdenking Afschaffing 150 jaar Afschaffing Slavernij, 2013 is vanmiddag, zaterdag 8 maart 2014, overleden na een kort ziekbed. Zij werd 60 jaar.

Joan Mary Ferrier (Paramaribo, 14 december 1953) werd geboren als dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Ze is een oudere zuster van de politica Kathleen Ferrier, en is een jongere halfzuster van de auteurs Cynthia Mc Leod en Leo Ferrier.

Ferrier studeerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Utrecht en werkte vervolgens bij het Sociaal Agogisch Centrum van het Burgerweeshuis waar zij tenslotte coördinator werd van twee opvanghuizen voor Marokkaanse kinderen. Daarnaast was zij docente Transculturele pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Toen in 1997 vier emancipatieorganisaties voor vrouwen besloten te fuseren, werd Ferrier per 1 januari 1998 directeur van het nieuwe Instituut voor Gender en Etniciteit, dat in de loop van dat jaar werd omgedoopt in E-Quality. Zij bleef dat tot 2012.

Joan Ferrier wandelt op 1 juli 2013 met koningin Máxima en koning
Willem-Alexander in het Amsterdamse Oosterpark naar de viering
van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Foto Michiel van Kempen


In 2008 is zij verkozen tot “Zwarte vrouwelijke manager”. Vanaf mei 2012 is ze directeur/eigenaar geweest van een eigen consultancybureau.

Ferrier is bestuurslid geweest van Ombudsvrouw Amsterdam, Technika 10, Young Women’s Christian Association en de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). Ook is ze initiatiefneemster en bestuurslid geweest van de Stichting Johan Ferrier Fonds.
In 2011 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar inzet op het terrein van emancipatie, gezin en diversiteit.

[bron: Wikipedia]

Op 21 juni 2013 leidde Joan Ferrier in de OBA de derde Cola Debrotlezing in, die werd gegeven door Antoine de Kom. De Werkgroep Caraïbische Letteren wenst alle nabestaanden veel sterkte.

Klik hier voor De Nachtzoen van Joan Ferrier (IKON).


zaterdag 22 februari 2014

Dichter Leo Vroman (98) overleden

Dichter Leo Vroman op het balkon van zijn huis in Texas (archieffoto 2005 ANP).



Dichter Leo Vroman is vanochtend (Nederlandse tijd) overleden in zijn woonplaats Fort Worth in de Verenigde Staten. Vroman is 98 jaar geworden, maakte zijn uitgever bekend.

Vroman was een van Nederlands grootste Nederlandstalige dichters. Hij werd op 10 april 1915 in Gouda geboren en studeerde biologie in Utrecht, waar hij bevriend raakte met Kees Stip, Albert Alberts en Anton Koolhaas. In 1945 kwam Vroman in de Verenigde Staten terecht, waar hij sindsdien woonde.

Vroman verwierf als gedreven hematoloog internationale faam op het terrein van bloedstollingsprocessen (het zogeheten Vroman-effect). Daarnaast manifesteerde hij zich als dichter, tekenaar, toneelschrijver en prozaïst. Na zijn debuut in 1946 publiceerde hij een gestage stroom gedichten, die tot het eind toe gekenmerkt werden door een speelse springerigheid. Vroman heeft nooit afscheid willen nemen van het rijm: het dwong hem naar woorden te zoeken die het gedicht voortstuwden in onvermoede richtingen. Het gevolg is een poëzie die zowel traditioneel als experimenteel, zowel vertrouwd en gezellig als vreemd en surrealistisch oogt.

Intimiteit
Vromans gedichten wekken zelden de indruk af en volmaakt te zijn. De lezer krijgt het gevoel over de schouder van de dichter mee te kijken. Dat is precies wat Vroman graag wilde, want poëzie was voor hem een middel om intimiteit te bewerkstelligen. In wat waarschijnlijk zijn beroemdste gedicht is geworden, 'Voor wie dit leest', zegt hij: 'Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn / en door de letters heen van dit gedicht / kijken in Uw lezende gezicht'. De lezer moet het gedicht beschouwen als een lang verwachte brief: 'vrees niet de gedachte / dat U door deze woorden werd gekust: / ik heb je zo lief.'
Vanaf de jaren negentig schreef Vroman ook psalmen. Hij is van meet af aan een veelgelezen dichter geweest. In 1950 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1964 de P.C. Hooftprijs en in 1996 de VSB Poëzieprijs. In 1989 werd hem in tegenwoordigheid van koningin Beatrix in Groningen een eredoctoraat in de Letteren toegekend.

{naar de Volkskrant,  22/02/14, 17:26  − bron: ANP]


maandag 10 februari 2014

'Godfather of multiculturalism' Stuart Hall dies aged 82

Sociologist influenced academic, political and cultural debate in Britain for over six decades

by Patrick Butler, social policy editor

Stuart Hall's writing on race, gender, sexuality and identity was
 considered groundbreaking. Photo © David Levene

One of Britain's leading intellectuals, the sociologist and cultural theorist Stuart Hall, has died age 82.

Known as the "godfather of multiculturalism", Hall had a huge influence on academic, political and cultural debates for over six decades.

Jamaican-born Hall was professor of sociology at the Open University from 1979 to 1997, topping off an academic career that began as a research fellow in Britain's first centre for cultural studies, set up by Richard Hoggart at the University of Birmingham in 1964. Hall would later lead the centre and was seen as a key figure in the development of cultural studies as an academic discipline.

But his impact was felt far outside the realms of academia. His writing on race, gender, sexuality and identity, and the links between racial prejudice and the media in the 1970s was considered groundbreaking.

Later he wrote for and was associated closely with the journal Marxism Today in the 1980s. The journal's critique of Thatcherism challenged traditional leftwing thinking that held that culture was determined purely by economic forces, a view that would come to influence the Labour party leaders Neil Kinnock and Tony Blair.

In one of Hall's last interviews, with the Guardian two years ago, he expressed pessimism about politics generally and the Labour party specifically. "The left is in trouble. It has not got any ideas, it has not got any independent analysis of its own, and therefore it has got no vision. It just takes the temperature: 'Whoa, that's no good, let's move to the right.' It has no sense of politics being educative, of politics changing the way people see things."

Hall was born in Jamaica in 1932, receiving a traditional "English" schooling before winning a scholarship to Oxford University in 1951. He took a degree in English but later abandoned a PhD on Henry James to concentrate on politics, setting up the Influential New Left Review journal with the leftwing academics Raymond Williams and EP Thompson.


A documentary about his life by the film-maker John Akomfrah, called The Stuart Hall Project, was shown in cinemas in September. Writing in the Observer, the journalist Tim Adams wrote of the film: "You come to see how pivotal his [Hall's] voice has been in shaping the progressive debates of our times – around race, gender and sexuality – and how an increasingly conservative culture has worked lately to marginalise his nuanced understanding of this country."

Hall had been suffering ill health for some time, and had retreated from public life.

[from theguardian.com, Monday 10 February 2014]

Klik hier voor een interview van de BBC met Stuart Hall.


donderdag 6 februari 2014

Emanuel ‘Oom Man’ van Gonter uit Wan Pipel overleden

Borger Breeveld in gesprek met zijn filmvader Emanuel van Gonter ter gelegenheid
 van het uitkomen van een gerestaureerde versie van Wan Pipel
 in 2010 

door Shanavon Gefferie

Paramaribo - Emanuel ‘Oom Man’ van Gonter heeft woensdag, op zijn verjaardag het leven gelaten. Hij werd 96 jaar oud. Oom Man was bekend van de film Wan Pipel (1976) waar hij de rol vervulde van Papa Ferrol, de vader van Roy (Borger Breeveld).
"Hij was niet alleen in de film mijn vader, maar ook daar buiten vervulde hij een rol als vaderfiguur", zegt Breeveld. "Ik ken hem vanaf mijn jeugd." Breeveld schrok erg toen hij het slechte nieuws hoorde. Dat hij op zijn verjaardag is overleden zegt wat over de man, vindt Breeveld. "Een goed mens gaat dood op zijn jaardag."

Pim de la Parra, regisseur van Wan Pipel reageerde ook lovend over de acteur. "Hij was de meest fantastische acteur om de rol van Pa Ferrol te spelen en die heeft hij mooi neergezet", zegt de la Parra. "Ik ben blij dat hij nu kan gaan rusten."
Breeveld, lid van het managent van de Surinaamse Televisie Stichting (STVS)  is van plan de oud acteur veel aandacht te geven op de televisie. Informatie over de uitvaart is nog niet bekend.

[uit de Ware Tijd, 05/02/2014]


Emanuel van Gonter overleden


Emanuel van Gonter, misschien wel de beste Surinaamse acteur in Pim de la Parra's film Wan Pipel, is gisteren op zijn jaardag, op 96-jarige leeftijd overleden. Hij speelde in de rolprent uit 1976 de vader van de mannelijke hoofdpersoon, de creool Roy (gespeeld door Borger Breeveld), die een relatie aangaat met de Hindostaanse Roebia (gespeeld door Diana Gangaram Panday)

 .

vrijdag 31 januari 2014

Polare: blijf in uw vrieskist!



door Michiel van Kempen

Er was eens een boekhandel aan het Koningsplein in Amsterdam en die boekwinkel heette Scheltema. Een goed-Hollandse naam voor een behoorlijk goede en ook wel erg grote boekhandel. (Groot en goed is zeker niet altijd hetzelfde.)  Die boekhandel op het Koningsplein werd opgeslokt door het soort lieden dat evengoed in gebreide kousen, scootertjes of zwembanden investeert , als het maar nog meer poen opbrengt voor hun steeds poenerige villa’s en cabriolets. Plotseling heette Scheltema Selexyz of Seleksyz of Seleksis – dat je niet meer wist hoe je de naam moest spellen, was al een veeg teken. In alle steden verdwenen boekhandels met fatsoenlijk uitspreekbare namen als Broese & Kemink aan de Oudegracht in Utrecht, en Dekker & Van de Vegt aan het Plein 1944 in Nijmegen, Donner aan de Lijnbaan in Rotterdam. Donner: helderder naam is er toch niet? Een prachtwinkel over vijf, zes etages in hartje Rotterdam met een prachtige antiquarische afdeling, een indrukwekkende muziekafdeling, een tijdschiftenafdeling, een koffie- en taartenhoek, en een geweldige “normale” boekhandel, àlles vond je er: elk dichtbundeltje dat je zocht. Maar nee Donner werd het schhlitzende, schliffende, zwetsjerige  vehikel van iets wat Selexyz heette of althans iets in die geest, iets  wat alles was, behalve selectief: als het maar verkocht per kilo, dan was het nog net verkrijgbaar, en als er in de trechter die onder elk filiaal van de keten werd gebouwd maar eurotjes naar beneden drupten, recht in de kofferbak van poenerige cabriolets die daar geparkeerd stonden, dan was het “op voorraad”.

En opeens was Sjelexjiz ook weg en was ook De Slegte weg en dat heette dan allemaal samen weer Polare, een heldere naam, ik geef het toe, maar een naam die je gebruikt voor ingevroren vissticks, of een pinguïntentoonstelling, of een nieuw soort ijslollies, maar NIET voor een boekwinkel.


En nu ga ik iets vertellen wat ik al enkele mensen in het oor heb gefluisterd en niemand wil geloven dat het echt waar is.  Een vriend van me ging naar Donner, dat wil zeggen: voorheen Donner, te Rotterdam, aan de Lijnbaan. En die vroeg aan een employé van de winkel met de slisnaam of al de ijsconaam (dat ben ik nu even kwijt): “Ik zoek een cd van Beethoven. Hebben jullie die?” En het antwoord luidde: “Wat is Beethoven?” (En ik ben democratisch en geef het toe: ik geloof dat er ook een hondenfilm is die Beethoven heet.)

En nu ga ik afgelopen vrijdag naar de nog altijd door mij Scheltema genoemde boekwinkel aan het Koningsplein in Amsterdam en ik vraag naar een boek (een “boek”, want het woord dichtbundel vond ik als goed democraat toch misschien wel wat provocerend) van Lucebert, de keizer der Vijftigers, een van de grote drie van de twintigste-eeuwse naoorlogse Nederlandse poëzie, en de employé vraagt mij: “Wie is Lucebert?” En als ik hem uitleg dat het om een dichter gaat, en hij vervolgens gaat zoeken in de hoek van de Engelse literatuur, vlucht ik het Koningsplein op.



Ik vind het heel erg voor al die mensen die hun boterham verdienden bij De Slegte, en bij voorheen Scheltema en voorheen Broese & Kemink en… en… en…  En heus, ik ben niet de persoon om op iemands graf te dansen. Maar het moet me toch van het hart: Polare, van mij hoeft u nooit te ontwaken uit uw vrieskist. 

maandag 20 januari 2014

Leo Morpurgo: Wat een man, wat een geest!

Leo Morpurgo. Foto @ De Ware Tijd
door Michiel van Kempen

Wat mij bezielde weet ik niet, want het was een ongelukkige timing. Maar toen ik in 1986 bij Leo Morpurgo aan de Malebratumstraat naar binnen stapte met het idee om in de Ware Tijd een literaire pagina te beginnen, keek hij me even nadenkend aan en zei toen resoluut: “Ik vind het een prachtidee, maar bedenk wel dat we in een moeilijke tijd leven.” Als ik er nu op terugkijk, mag het een wonder heten dat hij niet reageerde met: “Mijnheer Van Kempen, het is een prachtidee, maar u bent niet goed bij uw hoofd.” Want ik kon dan wel vinden dat elk land een wekelijkse literaire pagina moest hebben, of liever nog: elke zichzelf respecterende krant, maar in 1986 was dat een allesbehalve realistische onderneming. Hoeveel vrijheid konden schrijvers en boekenrecensenten zich in een krant permitteren als de militairen nog altijd met uilenogen toekeken? En hoe urgent was een pagina vol literatuur als de papiervoorraad van de krant geheel afhankelijk was van de schaarse deviezen voor import van papier? Dat Leo Morpurgo toch direct “ja” zei , had te maken met zijn geweldige liberale geest, en zijn grote hart voor de literatuur. Want tenslotte kende hij persoonlijk veel schrijvers: sommigen waren in de journalistiek werkzaam, anderen hadden hem wel eens teksten aangeboden voor de krant. Het idee raakte een gevoelige snaar bij de man met de doordringende ogen. En dat een bakra die pagina moest gaan leiden in een tijd van herlevend nationalisme, kon hem niets schelen: de geest telde voor hem, niet de huidskleur.


Militaire politie in burger arresteert leerling op het HAVO-I-terrein,
Paramaribo 1987. Foto @ Michiel van Kempen


De Literaire Pagina ging van start, kreeg noodgedwongen niet de ruimte van een hele pagina, en werd al na enkele weken geconfronteerd met het niet-verschijnen van de krant, vanwege het ontbreken van drukpapier. Maar met het opnieuw uitkomen van de krant, kwam ook telkens de Literaire Pagina terug. En al sprak hij nooit veel woorden, ik leerde Morpurgo’s ruime geest steeds beter kennen. Zijn medeleven toen ik bibberend als een hondje kwam vertellen over het brute optreden van de militairen op het HAVO-I-terrein. En zijn wijsheid inzake de Surinaamse volksgeest.  Ook dit laatste weer zonder veel omhaal met woorden: ik verbaasde me erover dat het maanden duurde voordat mijn recensie over Cynthia Mc Leods Hoe duur was de suiker, die ik direct na verschijnen van het boek had geschreven, in de krant stond. Ik vond het een roman over een belangwekkend onderwerp, maar was niet zo ingenomen met de vorm. “Die recensie komt wel,” zei Leo alleen maar. En het gebeurde ook: mijn stuk verscheen toen de eerste druk van het boek allang was uitverkocht. Leo Morpurgo begreep misschien beter dan ik dat dit het boek was waar het volk op gewacht had. Toen mijn recensie in 1993 werd herdrukt in de bundel De geest van Waraku nam Morpurgo het eerste exemplaar in ontvangst. Even dacht ik zonet, terugblikkend: misschien als “goedmakertje” voor zijn uitstel destijds. Maar dat is niet zo. Ook een bundel met krantenkritieken werd met Leo’s tolerante oog bijzonder verwelkomd. Wat een man, wat een geest!

zondag 19 januari 2014

Boeli van Leeuwen: Ook reuzen hebben recht op rust

Dit stuk verscheen als 'In memoriam' kort na het overlijden van Boeli van Leeuwen in 2007 in het Antilliaans Dagblad.
Boeli van Leeuwen

door Henry Habibe

Een vreemd gevoel bekroop mij bij het bericht dat Boeli van Leeuwen overleden was. Nauwelijks twee maanden geleden schreef ik een bijdrage voor het Antilliaans Dagblad ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag (‘Een oor als een roos’). Je bent dan op zo’n moment bezig met zijn geestelijk werk en  ook enigszins met de auteur zelf. En dan word je even later plotseling geconfronteerd met het bericht:’Boeli overleden!’ De dood kent geen pardon. Hij is onverschillig en onberekenbaar. Hij doet je dan ineens denken aan wat de overleden persoon betekend heeft. Voor mij persoonlijk was Boeli een toonbeeld van menselijkheid. Ik moest ook onwillekeurig denken aan het begin van de jaren zestig. Een stukje van mijn jeugd in Nijmegen. Daar was het dat ik De rots der struikeling voor het eerst in mijn handen hield.  Boeli was in die tijd nog niet zo lang als romancier ten tonele verschenen. Dat was ongeveer in dezelfde tijd waarin ook Tip Marugg debuteerde. In die tijd hoorde je op school weinig over literatuur uit de West. Slechts Cola Debrot en Albert Helman hadden toen enige naam gemaakt. Dus ik dacht: ‘Ha, het blijft dus op de Antillen en Suriname (de West) qua literatuur kennelijk niet beperkt tot Debrot en Helman. Ik voelde een zekere trots omdat met de eerste romans van Boeli en Tip de Nederlandstalige literatuur wezenlijk verrijkt werd. Ik was een stille bewonderaar van Boeli’s geestesproducten.


Maar mijn bewondering hield niet op bij zijn romans. Hij was doctor in juridische wetenschappen, werkte als hoofd Algemene en Juridische Zaken, fungeerde als secretaris van het Eilandgebied. Toen hij in 1970 bezig was met zijn “Verslag” omtrent de toekomstige staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen schreef hij me een brief omdat hij in een nummer van het tijdschrift Watapana, dat helemaal in het Spaans was verschenen, iets zag dat hem interesseerde. Hij wilde graag weten uit welk werk van Nicolás Guillén (Cubaanse dichter) ik bepaalde versregels had overgenomen. Hij liet niet na enige lovende woorden te spreken over het tijdschrift en zei dat hij blij was dat de jeugd de ‘dingen des geestes’ niet uit het oog had verloren. De bewuste versregels van Guillén nam hij over en ze prijken op bladzijde 10 van zijn “Verslag”. Kort daarop ontmoetten wij elkaar voor het eerst op Aruba, waar hij van overheidswege voor een jaar verbleef. Mijn bewondering nam toe en hij had als homo intellectualis een inspirerende invloed op mij.


Later, toen ik in 1983 vanuit Nederland naar Curaçao verhuisde, ontmoetten wij elkaar weer. Het is me duidelijk voor de geest blijven staan hoe behulpzaam hij was. Een mens heeft soms behoefte aan morele steun en Boeli was goed in het geven daarvan. Wij kwamen op een dag bijeen op zijn kantoor in Scharloo, waar hij hulpbehoevende mensen uit die probleemwijk placht te ontvangen. Hierover schreef hij later (of was hij al aan het schrijven?) in zijn Schilden van leem. Na het gesprek werd hij, buiten aangekomen, geconfronteerd met een politieagent die bezig was een proces-verbaal op te maken vanwege het feit dat Boeli zijn auto verkeerd geparkeerd had. Hij was net op tijd om de man ervan te overtuigen dat hij ‘alleen maar eventjes’ daar had geparkeerd omdat hij iemand uit de nood moest redden. De agent werd stil voor de stroom van woorden van de ‘professor’ en marcheerde af als een hond met zijn staart tussen de benen. Wat later in de tijd hield Boeli eens een lezing (op de UNA) en zat er iemand in het publiek luidop te praten. Boeli hield even op met spreken en riep de man tot de orde door zijn naam te noemen. Het klonk dreigend en  vriendelijk tegelijk: ‘Meneer ..…, don’t I please you?’


Boeli was een toonbeeld van een ‘ad remme’ geleerde. Maar ook een van de beste romanschijvers van Curaçao. Na Tip Marugg in 2006 is nu met Boeli nóg een literaire reus  heengegaan. Ook reuzen hebben recht op rust. Boeli, sosegá na pas.

zondag 12 januari 2014

In memoriam Rico Vreden

Op 6 januari 2014 overleed in Amsterdam Eric Edmund Vreden, beter bekend als Pa Rico Vreden. Hij bereikte de leeftijd van 78 jaar. In leven was hij muzikant, zanger, mede-oprichter van wintigroep Blakka Boeba, lid van de culturele vereniging Abaisa. Hij zong en speelde mee in verschillende groepen. Rico Vreden was een kenner van het bespelen van alle winti-instrumenten, hij was een kenner van winti-kruiden en medicijnen en hielp mee aan het oplossen van winti-problemen. Verder was hij een kenner en verteller van anansi-, fosten- en ondrofenitori. Hij was werkzaam als kok binnen enkele Surinaamse sociëteiten

In 2012 heeft vande Stichting Eer en Herstel onder aanvoering van Roy Groenberg (Kaikusi) een onderscheiding in ontvangst mogen nemen als kulturu-papa 2011.

Het afscheid van Pa Rico Vreden vindt plaats op maandag 13 jan. van 18.00-19.00u. De crematie (conform zijn wens) is op dinsdag 14 januari in Uitvaartcentrum Westgaarde, Ookmeerweg 275 te Amsterdam. De dienst vangt aan om  9.15u