Posts tonen met het label Roemer Astrid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roemer Astrid. Alle posts tonen

donderdag 1 augustus 2013

Roemer: Oorsprong en toekomst vallen samen

door Jos de Roo
 
Astrid Roemer. Foto: Aletta
In de bundel Afnemend is een dichteres aan het woord die de balans opmaakt van haar leven en de inzichten verwoordt die het haar heeft opgeleverd. Astrid Roemer doet dit strak gestructureerd. De bundel heeft zeven afdelingen elk bestaande uit drie gedichten. Het geheel wordt overkoepeld door een treffend motto. Het zijn dichtregels van de dichter-dominee R.S. Thomas uit Wales, de man die bekend staat als de dichter van de paradoxen. Ze drukken uit dat je iets kwijt bent op het moment dat je het bereikt: ‘He is just a fast god/ Leaving us when we arrive.’ Zo is in de bundel het moment van het opperste geluk in de liefde, ook het moment dat het verdriet begint en het moment dat het leven begint, het moment dat de dood zich aandient. Het leven is een aaneenschakeling van schijnbare tegenstrijdigheden, dat is de rode draad van de hele bundel.

Dit inzicht verwoordt Roemer meteen in ‘Geschenk’, de eerste afdeling van de bundel. Het geschenk is de liefde. Ze roept je, maar ze verlaat je ook weer om je later wellicht opnieuw aan te spreken ‘waar je eenzaam bent en/ verdwaalt’ (p.7). In het tweede gedicht van de afdeling verruimt Roemer de liefde tot het hele leven. Een vrouw geeft aan dat er in het bestaan altijd iets is ‘wat nooit herstelt iets/ wat verwijst naar onherbergzaamheid’ (p.7). De ik-figuur geeft haar goede raad: ‘on-/troostbaar zijn verlaten huis-/dieren’ (p.7). Roemer verwijst hiermee naar het slot van het eerste gedicht, waar de liefde opnieuw sprak, zodat een mens hoop blijft hopen in tegenstelling tot een verlaten huisdier dat reddeloos alleen is. Het derde gedicht verwoordt wat het geschenk van de liefde en het leven inhoudt. Beide zijn paradoxen: het toppunt van geluk is tegelijkertijd het begin van verdriet en het leven houdt onherroepelijk de dood in. Ik citeer het in zijn geheel om te laten zien hoe mooi Roemer met simpele woorden en beelden de lezer weet te raken:

Wie de top van het geluk bereikt
stuit op iets zachts

de bodem van verdriet is
het en onbegrijpelijk als een
zwart gat

net als het licht stroomt het
geluk naar een oord
waar alles
verdwijnt
er is geen weg terug voor wie
helemaal gelukkig
is (geweest) (p.7).

In de eerste afdeling heeft Roemer de lijnen voor de rest van de bundel uitgezet. De dieren komen terug in ‘Vrienden’, de tweede afdeling. Het zijn eerst meeuwen die de ik-figuur eten toewerpt. Ze staan symbolisch voor vriendschappen met mensen die je verlaten als er niets meer te halen is ‘met een schreeuw/ die natrilt door merg en been’ (p. 9). Vervolgens staan zwarte vogels (kerkhofvogels) symbool voor de dood, die zo ook terugkomt. Zij worden gevoerd door ‘de grijze dame uit het rusthuis’ die koppig doet wat men de ik-figuur heeft verboden. Het is fraaie symboliek voor de doodswens die bij het ouder worden opkomt. Tenslotte komt de kat voor, het huisdier dat met alle zorg wordt omringd: de echte vriend voor het leven.

Foto: Maggie Benjamin


De liefde staat centraal in de volgende afdelingen: ‘Wet dreams’, ‘Nabijheid’ en ‘Wentelingen’. In ‘Wet dreams’ zijn het de herinneringen aan liefdes: ‘midden in de nacht/ wakker worden en niet/ weten hoe te blussen’ (p.13). De herinneringen slingeren ‘brak als zeewier […] met het dagritme mee/ ze breken niet los// hecht als littekens bewegen/ ze door het zonlicht’ (p.13). De grens tussen heden en verleden vervaagt door de herinneringen aan de liefde. Het verleden ‘gloeit na/ als vuurrode kolen onder jaren/ van witte as in/ onophoudelijke winters behaaglijk/ als een zwoele tropennacht’ (p. 15). Maar ook de grens tussen heden en toekomst lost op, want de toekomst is een herhaling van het verleden ook al heeft de mens hoop op een betere toekomst: ‘Het nageslacht levert geen/ ander mens op […] zij herhalen wat wij moeizaam/ verlieten’ (p. 15). Herinneringen aan liefde wekken verlangen op, maar: ‘wie denkt dat verlangen/ gezond is moet ziek zijn’ (p.17). Het is een vloedgolf die je losslaat van wat je staande hield, een koortsdroom die eigenzinnig woedt, want de geliefde is ‘dreigend helend’, wat leidt tot de wens opnieuw een band aan te gaan.

De liefdesgedichten zijn inhoudelijk bijzonder omdat ze de weerloosheid van de ik-figuur tegenover het overweldigende liefdesgevoel combineren met het inzicht van de rijpe levenswijze dichteres die weet dat de liefde je losslaat van je houvast, van je overtuigingen en van wie je denkt te zijn. Ze verwacht het heil in de liefde en weet tegelijk dat het de bodem van nieuw verdriet is. Het is opmerkelijk dat dit levensinzicht de hartstochtelijkheid van de liefde niet tempert. Het lijkt eerder de intensiteit van de liefde te versterken. Deze paradox of zo men wil: contradictie deed mij sterk denken aan het literaire ideaal van de Antilliaanse dichter Cola Debrot die vond dat een literair werk de eenheid van tegendelen moest uitdrukken, een eenheid die hij beeldend beschreef als de eenheid van het kristal waarin de tegenstellingen elkaar niet opheffen, maar juist versterken. Dit romantisch realisme doordrenkt ook de bundel Afnemend van Astrid Roemer.

Ophelia Overdose. Foto @ Stefan Gessel

Roemer zelf verbaast zich in de afdeling ‘Omwentelingen’ over de veranderingen in haar leven die tot haar inzichten hebben geleid. Haar leven bestond uit steeds weggaan en aankomen op nieuwe plaatsen. Het leidt tot de conclusie dat vaderland en moederland zijn ‘uitgebleekt’, dat de wereld echt geen wonder is, dat ‘ze dwingt tot onthechten/ tot opstaan, lopen, vluchten soms/ tot steeds opnieuw beginnen met niets/ dan ervaringen’ (p.21). Ze vraagt zich verbaasd af: ‘Hoe kom ik aan deze lichtverdragende/ huid aan kennis van bijna alles aan/ merktekens en aan het willen/ geborgen zijn bij haar?’ (p. 23).

De bundel sluit verrassend af met ‘Moederbeelden’. Roemer stelt zich ook hier vragen: ‘is er een vrouw van wie ik/ meer houd? een geliefde die ik vaker heb verlaten? en waarom schreeuw je niet? houd je me/ niet tegen?’ (p. 25). Oorsprong en toekomst vallen aan het eind van ‘Moederbeelden’ en van de bundel samen: het lichaam van moeder en dochter neemt bij het ouder worden af in mogelijkheden en ‘de tijd/ krimpt tot een stollende ruimte/ welke ons samen/ voegt en jou en mij/ onherroepelijk doodt’ (p.27). Het ouder worden leidt paradoxaal genoeg terug tot de moeder en ook dan herhaalt zich het verleden: krachten en mogelijkheden nemen af, totdat het leven je wordt afgenomen.

Er is nog een paradox. Roemer mag dan constateren dat haar mogelijkheden afnemen, maar met deze bundel bewijst ze juist dat ze als dichteres tot volle wasdom is gekomen. Afnemend is een dichtbundel met verrassende beelden, een doeltreffend taalgebruik en een bijzondere inhoud. Daar komt nog eens bij dat de bundel prachtig is uitgegeven op groot formaat met naaigaren op het voorplat. Het is een beperkte oplage van 125 genummerde exemplaren.

Astrid H. Roemer, Afnemend; 21 liefdesgedichten. Amsterdam: Buku Bibliotheca Surinamica, 2012. 29 p., isbn 978 79 535 002, prijs € 27,50. [Bestellen kan uitsluitend via de Werkgroep Caraïbische Letteren, Amsterdam, bankrekening 3027698.]

[uit Oso 2012, 2]



zaterdag 12 januari 2013

Afnemend van Astrid Roemer

door Nicolaas Porter

Het boek dat in 2012 de meeste indruk op mij maakte is de nieuwe gedichtenbundel Afnemend van Astrid Roemer. Na acht jaar stilte is er ineens een boek dat, wie zal het zeggen., wellicht het resultaat is van deze lange stilte. Een weergaloos inzicht in het zielenleven van een oudere vrouw die over dingen spreekt die ons allemaal aangaan. Mits we bereid zijn haar te volgen in de vergezichten die zij aanreikt. Haar woorden hebben op mij een onuitwisbare indruk gemaakt en Astrid Roemer bewijst met dit ‘verstilde’ boekwerkje dat zij met recht en rede de grande dame van de Surinaamse literatuur genoemd wordt. Ik hoop dat dit boek niet het laatste zal zijn want ik kijk nu al reikhalzend uit naar haar volgende werk. Helaas is het boek in een zeer beperkte oplage verschenen. Hopelijk komt er een 2e druk met een grotere oplage zodat iedereen kan genieten van dit magistrale werk.

Er zijn nog exemplaren van de 1e druk. Te bestellen bij  surinamica@gmail.com

zaterdag 24 november 2012

Roemers Drieling

door Els Moor

Tussen 1996 en 1998 schreef Astrid Roemer haar trilogie, Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1998). In 2001 werden de drie romans gebundeld tot één boek. Het zijn moeilijke titels die al aangeven dat het geen eenvoudig leesvoer is. Met deze romans geeft Astrid Roemer een beeld van Suriname na de onafhankelijkheid en dat is ook niet eenvoudig; stijl en inhoud hebben een functionele relatie.

Het eerste deel, Gewaagd leven, speelt in Suriname in de jaren tachtig, als het land door de militaire dictatuur en de Binnenlandse Oorlog aan het verworden is tot een moeras van corruptie en armoede, ongerechtigheid en machogedrag. De vader van de hoofdpersoon, de tiener Onno, draagt dat allemaal uit. Zijn zoon haat hem, maar is ook een wereldvreemde jongeman die de wereld ervaart als een gesloten systeem. Net als het gezin waartoe hij behoort, waarmee hij ondanks alles zeer verbonden is. Bijna doodt hij zijn vader tijdens een worsteling met hem als ze in de rivier zwemmen. Op het laatste moment laat hij hem los en zwemt zelf weg, naar de overkant. ‘Gewaagd’, maar echt veranderen doet hij niet erdoor. Als hij later een auto-ongeluk veroorzaakt, neemt zijn broer die naast hem zit, de schuld op zich en wordt opgesloten. Onno vlucht in een kerk en blikt terug op zijn leven, verbrokkeld, chaotisch.

In Lijken op Liefde voorspelt Roemer een stukje toekomst. De roman uit 1997 speelt omstreeks de eeuwwisseling, 1999-2000, als de openbare rechtszittingen om de waarheid omtrent de Decembermoorden van 1982 boven tafel te krijgen, begonnen zijn. Die stranden echter door het onvermogen om objectieve en subjectieve belangen te scheiden. Voor ons die de werkelijkheid kennen van het hele proces is dit herkenbaar. Zo moeilijk was het niet voor Astrid om dit te voorspellen, de gang van zaken in haar geboorteland altijd gevolgd hebbend. In dezelfde roman komt ook iemand voor die wel onafhankelijk is in haar streven, de oudere vrouw Cora, die helemaal alleen een reis onderneemt om achter de waarheid te komen van een moord die ze van nabij meegemaakt heeft. Ze komt heel ver met haar onderzoek in verschillende landen, maar die ene ontbrekende schakel op het laatst om alles rond te maken, blijft ontbreken.  Onafhankelijk en moedig is ze, maar dan is het nog moeilijk om helderheid te krijgen in zaken binnen onheldere situaties.

Was Getekend is makkelijker om te lezen, structuur en taal zijn niet zo ingewikkeld. Dat klopt ook met de inhoud. Roemer laat met het levensverhaal van Pedrick de Derde Abracadabra zien dat menselijke warmte en liefde voor de eigen plek uitkomst kunnen bieden in een traumatisch heden dat getekend is door het verleden. Pedrick was een vondeling, afkomst onbekend, bovendien lijdend aan melaatsheid. Gelukkig krijgt hij een goede en liefdevolle moeder die hem altijd voorhoudt: ‘Je bent wie je wilt zijn’. Later is hij blind aan een oog, zijn huwelijk strandt en hij krijgt veel ambtelijke problemen te overwinnen, maar hij redt het: zijn perceel in de jungle wordt een paradijsachtig stuk landbouwgrond, waar hij heerlijk woont. Door zijn doorzettingsvermogen en vertrouwen in eigen kracht heeft Pedrick het gered: hij wordt wat hij wil zijn!

Roemers drieling laat binnen de symboliek van de verhalen veel zien over wat ‘onafhankelijkheid’ is en wat er moet gebeuren om dat werkelijk te bereiken! 

woensdag 22 augustus 2012

Uitgever Rainbow Pockets failliet

Amsterdam - Uitgeverij Maarten Muntinga, bekend van de felgele Rainbow Pocketboeken, gaat haar faillissement aanvragen. Dat bevestigde directeur Maarten Muntinga woensdag. De slechte markt nekt de uitgever. ''Er is weinig reuring in de winkelstraten", aldus Muntinga. ''En de opkomst van de e-reader raakt vooral de pockets. Mensen kopen tegenwoordig sowieso minder nieuwe, gebonden boeken, maar al helemaal minder 'meeneemboeken'."

Ondanks verschillende maatregelen bleven de schulden stijgen. Jaarlijks verschenen zo'n 80 Rainbow Pockets, elk met het bekende regenboogje op de kaft. Meestal waren dat klassiekers die in goedkopere vorm werden uitgegeven. Maar ook verschillende Caraïbische auteurs werden in de Rainbow Pockets herdrukt: Astrid Roemer, Clark Accord en Anil Ramdas bijvoorbeeld. Muntinga denkt al na over een doorstart: ''Rainbow is een bekend merk in het boekenvak. Veel Nederlandse auteurs worden daar graag in opgenomen. Maar of dat kan blijven gebeuren, is nog de vraag."

zondag 29 juli 2012

Als de liefde je roept...



door Nicolaas Porter

21 gedichten schrijven over de naderende en altijd al aanwezige dood en ze benoemen als 21 liefdesgedichten geeft aan dat we met een dichter te maken hebben die niet alleen alles uit het leven gehaald heeft wat erin zit maar ook ten volle heeft begrepen wat leven eigenlijk is.

De betekenis van het leven begrijpen, verspreidt een intens licht maar hoe sterker de intensiteit van het licht, hoe sterker ook de schaduwen. En juist in het schemergebied tussen licht en duisternis fluistert de ziel over diepe geheimen. Vanuit het onherbergzame Schotland fluistert Astrid Roemer ons diepe geheimen toe. Het zijn de geheimen die gaan over liefde en dood die bijna synoniem aan elkaar lijken te zijn. De manier waarop Roemer dit doet, getuigt van vakmanschap. De woorden en beelden die zij gebruikt zijn zo raak en aangrijpend dat ze mij soms de adem benemen. Vakmanschap alleen is echter voor een dichter ontoereikend. De ultieme maatstaf van grootse poëzie wordt pas bereikt als er sprake is van doorleving en waarheid.

Op de schouders van elke kunstenaar drukt een grote verantwoordelijkheid. De woorden die Astrid Roemer gebruikt in haar voorlopig laatste bundel Afnemend worden gedragen door de gelouterde vleugels van beleving en waarheid.

Vijfenzestig jaar na haar geboorte weet Roemer alle tijdgebonden identiteiten achter zich te laten. De betekenis van Roemer als schrijfster is onbetwistbaar. In de achter haar liggende levensfasen heeft zij in haar werk de nadruk gelegd op verschillende aspecten van haar ‘identiteit’. Zo was zij vrouw, emigrant, Surinamer, negerin, ontheemde, politieke activist, minnaar en wie weet wat nog meer. Al deze deelaspecten van haar identiteit wist zij op indringende wijze te omschrijven waardoor haar literaire voetstappen onuitwisbare sporen hebben nagelaten. Dan wordt het een tijdje stil. Die stilte blijkt nu de broedkamer van een belangrijke ommezwaai die vorm krijgt in de poëziebundel Afnemend waarin Roemer alles wat destijds belangwekkend leek (en waarchijnlijk ook was!) achter zich lijkt te laten om zich met moed te begeven in de onbenoembare paradox van een onafwendbare toekomst.
Letterlijk een sprong in het diepe. Het is de keuze van een vrouw die beseft dat de dood onontkoombaar is maar tegelijkertijd doordrongen is van de waarheid dat in de aanwezigheid van een naderende dood de liefde eindelijk zichtbaar wordt.

‘Als de liefde je roept en/
je arriveert eindelijk na een moei-/
zame tocht:/
verlaat zij je misschien/
om je opnieuw aan te/
spreken/
waar je eenzaam bent en/
verdwaalt.

(1ste strofe uit het gedicht ‘Geschenk’)

Dat liefde pas inzichtelijk wordt in het aangezicht van de dood lijkt op het eerste gezicht een wreed spel van de goden maar bij nadere beschouwing vormt dit gegeven juist de ultieme menselijke zingeving. Waar twee schijnbare uitersten elkaar raken blijkt er plotseling sprake van een ondeelbare eenheid die ons tot de ervaring van geluk brengt. Maar zoals Roemer schrijft: ‘net als het licht stroomt het/ geluk naar een oord/ waar alles/ verdwijnt/ er is geen weg terug voor wie/ helemaal gelukkig/ is (geweest).’ (laatste strofe uit ‘Geschenk’) Met andere woorden, als er iets bestaat is het tegelijkertijd afwezig. Iets wat quantum natuurkundigen verbijstert en iets wat een dichter tot een ultieme ervaring van geluk en verdriet voert. Astrid Roemer brengt ons tot aan de rand van de afgrond om ons te confronteren met een schitterend licht. Of je dat een zonsopgang wilt noemen of een zonsondergang is plotseling niet meer relevant en iets wat afneemt, neemt uiteindelijk weer toe. Een transformatie van fysiek verval tot een ongekende spirituele bloei. Roemer heeft in deze monumentale bundel een moment van schoonheid en waarheid geschapen. Dit moment is er voor altijd maar is ook alweer voorbij. Een magistraal dichter als Roemer heeft de moed te leven in deze onwaarschijnlijke paradox. De lezer moet voor zichzelf besluiten of hij bereid is haar te volgen naar dit geheimzinnige oord waarin alles verdwijnt.



De bundel Afnemend, 21 liefdesgedichten verscheen  op 27 april 2012 in een beperkte oplage van 125 genummerde exemplaren. De bundel op groot formaat is uitgegeven door Buku Bibliotheca Surinamica en is prachtig verzorgd door Monica Schokkenbroek, met naaigaren op het voorplat.

Bestellen kan uitsluitend door overmaking op 25 euro + 2,50 porto op de rekening van de Werkgroep Caraibische Letteren, Amsterdam, banknr. 3027698. Vergeet niet het adres waarnaar de bundel moet worden verzonden, apart te vermelden; of voor alle zekerheid een mail met het verzendadres te sturen naar surinamica@gmail.com


woensdag 18 juli 2012

Astrid Roemer - Zo kijk je zodra ik wegloop


VII. MOEDERBEELDEN

Zo kijk je zodra ik
wegloop: onverstaanbare moederogen

handbagage in rechterhand
en wuivend naar je met linker
vertrek ik

het is sterven
iedere keer weer als
verdwijnen in een gat
terwijl ik liever blijf in je
blikveld zo:
als de amandelboom op
het erf van je ouders

altijd vullen mijn ogen zich met tranen
deze keer lopen ze over
mijn gezicht naar mijn hals en
vinden mijn borsten
is er een vrouw van wie ik
meer houd?
een geliefde die ik vaker heb verlaten?
en waarom schreeuw je niet? houd je me
niet tegen? geen traan?!

je onverstaanbare moederogen glanzend
in je prachtige gelaat volgen me
terwijl ik je de rug
toe keer: als een roos ben je aan een sterke steel in
een glazen vaas waarin helder water
op een schone tafel bij een groot
zonnig raam

ik zwaai
jij knikt

breek je?
breek niet moeder, mijn bloedeigen oerlicht: dit is mogelijk
ons laatste ogenblik.

[uit Moederbeelden VII. In: Afnemend, 21 liefdesgedichten. Verschenen op 27 april 2012 bij Buku Biblitheca Surinamica (Carl Haarnack)  in een beperkte oplage van 125 genummerde exemplaren, verzorgd door Monica Schokkenbroek, met naaigaren op het voorplat. Er zijn nog enkel exemplaren voorradig Bestellen kan uitsluitend door overmaking op 25 euro + 2,50 porto op de rekening van de Werkgroep Caraibische Letteren, Amsterdam, banknr. 3027698. Vergeet niet het adres waarnaar de bundel moet worden verzonden, apart te vermelden; of voor alle zekerheid een mail met het verzendadres te sturen naar Werkgroepcarlet@gmail.com.]

Woman resting. Foto @ Nicolaas Porter

zondag 22 april 2012

Nieuw boek van Astrid Roemer

De Grande Dame van de Surinaamse literatuur is terug

Acht jaar lang liet zij weinig van zich horen, maar wie kent haar naam niet: Astrid H. Roemer. Met haar imposante romantrilogie over de moderne geschiedenis van Suriname vestigde zij haar naam als de onbetwist grootste levende Grande Dame van de Nederlands-Caraïbische letteren. Nu is zij terug met een bundel van 21 lange gedichten onder de titel Afnemend. Wat niet is afgenomen: de kwaliteit van haar poëzie. Dat bewijzen deze liefdesgedichten geschreven vanuit Schotland. Haar stem is nog even pregnant als altijd. Poëzie geschreven vanuit de loutering van geleefd leven en met de intensiteit van een hartstochtelijke liefde.

Hoeveel huid heb je
maagdelijk gehouden om te strelen
om ook mij te warmen
hoeveel zicht heb je nog
op de donkere kamer van je
 archief waarin sporen van ons en
reikt je gehoor ver genoeg om te ervaren
dat alles eindeloos beweegt van mij af
sinds ik naar jou

toe nou: ruik het bloed dat spat uit mijn
zevenmijlslaarzen
de verbloemde adem van nog een gloed-
nieuwe dag te lang
monddood

ach ik weet het, mijn lief: je hebt
de smaak te pakken gekregen van een bestaan
dat je tegen-
staat weiger
niet als slotstuk nog mij te
beproeven.


De bundel verschijnt op 27 april 2012 in een beperkte oplage van 125 genummerde exemplaren. De bundel op groot formaat is uitgegeven door Buku Bibliotheca Surinamica
in samenwerking met de Werkgroep Caraibische Letteren en is prachtig verzorgd door Monica Schokkenbroek, met naaigaren op het voorplat. Bestellen kan uitsluitend door overmaking op 25 euro + 2,50 porto op de rekening van de Werkgroep Caraibische Letteren, Amsterdam, banknr. 3027698. Vergeet niet het adres waarnaar de bundel moet worden verzonden, apart te vermelden; of voor alle zekerheid een mail met het verzendadres te sturen naar Werkgroepcarlet@gmail.com. Bestellingen worden verwerkt in volgorde van binnenkomst. Mochten er meer bestellingen binnenkomen dan de oplage groot is, dan wordt het overgemaakte geld teruggestort aan de laatkomers.

Foto: zie bericht hieronder

Astrid Roemer


Fotoportret van de Surinaamse schrijfster Astrid Roemer door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 5 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat.  De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

donderdag 7 juli 2011

Fusie Arbeiderspers en A.W. Bruna


De uitgeverijen De Arbeiderspers en A.W. Bruna willen gaan fuseren. Dat heeft directeur Lex Jansen van De Arbeiderspers woensdag laten weten. Of de fusie gepaard gaat met ontslagen is niet duidelijk. De centrale ondernemingsraad van WPG zal zich nog over de plannen van de directie moeten uitspreken. Tegelijkertijd verhuist uitgeverij Balans van De Arbeiderspers naar de Bezige Bij, zo liet Jansen weten.

Als reden voor de fusie noemt Jansen 'de enorme ontwikkelingen op de boekenmarkt'. Volgens hem zijn er in jaren niet zulke grote ontwikkelingen geweest als op dit moment en zullen de bedrijven door samen te gaan sterker staan. Jansen spreekt van een 'interne fusie' omdat de bedrijven beide al tot WPG Uitgevers horen.

A.W. Bruna is onder andere uitgever van Stieg Larsson, John Grisham en Carlos Ruiz Zafón, De Arbeiderspers van onder anderen Astrid Roemer en Ellen Ombre.

woensdag 25 mei 2011

De Surinaamse taalproblematiek (7)

door mr dr W.R.W. Donner

Samenvatting

Laten wij eerst eens recapituleren wat wij tot nu toe gezien hebben alvorens het betoog te vervolgen. Alle voormalige koloniën van Frankrijk, Engeland, Spanje en Portugal besloten na de onafhankelijkheid door te gaan met de taal van hun voormalige meesters.

In het Nederlandse taalgebied was alleen Suriname bereid dit te doen. Dit werd zo vanzelfsprekend geacht dat deze beslissing niet eens in de grondwet werd opgenomen.

Suriname was het eerste land in de wereld dat een algemene leerplicht invoerde met de bedoeling alle Surinamers van welke kleurschakering dan ook te leren lezen en schrijven en hen via die weg om te vormen tot donkerhuidige Hollanders. Deze cultuur cq. taalpolitiek heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.

In het voormalige moederland worden de Surinamers (donkerhuidige Hollanders) overal voorbijgestreefd door donkerhuidige Marokkanen waarmede Nederland nooit iets mee te maken heeft gehad.

In het eigen land is het de Hollanders ondanks repressie, niet gelukt de inheemse talen te verdringen. We mochten immers onze eigen talen vaak onder strafbedreiging niet spreken. Ook met aanmoediging (je kon gemakkelijker aan een baan komen als je goed Nederlands sprak), lukte dat niet. Het is gebleken dat de uitsluitende beheersing van de Nederlandse taal geen enkele voorsprong opleverde.

Ondanks een alfabetiseringsbeleid van meer dan honderd jaar moet de Surinaamse mens als semi-analfabeet worden gekenschetst. Elke generatie weet meer dan de vorige, dat wel, maar slechts in de breedte. Bij even doorprikken blijkt de kennis diepgang te ontberen. Ze lezen niet. Mijn vrouw heeft in Rotterdam een jaar lang een boekhandel gehad en wij kwamen steeds op allerlei Surinaamse manifestaties met boeken. Voornamelijk Surinaamse boeken. Ik kan met mijn hand op mijn hart verklaren dat in dat gehele jaar nooit een Surinamer de boekhandel is binnengestapt om een boek te kopen. Op grote manifestaties zoals Kwakoe in Amsterdam gaan de duizenden Surinamers die dat evenement bezoeken rechtstreeks naar de danstenten en eettenten zozeer zelfs dat deze trek van de bekende Surinaamse schrijver Ludwich van Mulier de aanduiding kreeg van dans -en eetcultuur. Elke maand houdt de schrijversgroep 77 een bijeenkomst waarbij talrijke boeken te koop worden aangeboden. Het aantal boeken dat over de toonbank gaat is minimaal. De Hollanders, onze guru’s, geven elkaar steeds boeken cadeau. Deze gewoonte is in Suriname volstrekt onbekend.

Surinamers lezen niet maar schrijven ook niet. Ik verzend elke week zowat tweehonderd essays voornamelijk naar intellectuelen. Er zijn hooguit tien lezers die mij vrij regelmatig terugschrijven met opmerkingen of mij complimenteren. Vreemd genoeg zijn deze brieven bijna alle afkomstig van Hindostaanse landgenoten.

De eindconclusie moet luiden dat het de Nederlanders niet is gelukt via het Nederlands de Surinamers op een hoger niveau van ontwikkeling te krijgen. Hun ontwikkeling eindigt veelal bij het verlaten van de schoolbanken. Dat geldt ook voor academici. En men kan zonder te lezen slechts een korjaal bouwen maar geen vliegtuigmoederschip. En blijkbaar moet het feit dat wij noch van lezen noch van schrijven houden gezocht worden in het Nederlands dat ons werd opgedrongen.

Ouderwets

Ik ga nu over tot een onderzoek van het waarom. Ik beëindigde de beschouwingen in de vorige aflevering met een relaas over de wijze waarop op Curaçao de Nederlandse taal overboord werd gezet, hetgeen was geschied met een enkele pennenstreek zonder poespas, zonder ruzie, zonder geharrewar. Naar aanleiding van dit voorval vroeg ik aan een blanke Curaçaoënaar hoe het toch kwam, dat op Curaçao de witte mensen aan het Papiamentu de voorkeur gaven boven het Nederlands terwijl de elite in Suriname het Nederlands als statussymbool beschouwde (let wel dit was het jaar 1957/1958). In Suriname zei ik, gaf het Nederlands status, zorgde voor afstand met Jan met de pet en hoe meer en hoe beter iemand het Nederlands beheerste hoe meer aanzien hij genoot. Hij antwoordde als volgt: vroeger sprak de elite op Curaçao inderdaad bij voorkeur Nederlands en het volk sprak Papiamentu. Toen kwam de olie omstreeks het eind van de eerste wereldoorlog op Curaçao aan met talrijke Hollanders in haar kielzog. ‘Wat voor raar ouderwets taaltje spreken jullie toch,’ zeiden deze Hollanders. ‘Barsten jullie maar met je Hollands,’ zeiden de Antillianen,‘Als wij Papiamentu spreken kan niemand ons zeggen dat wij ouderwets of raar of foutief spreken.” En zo stapten alle Antillianen over op het Papiamentu. Van hoog tot laag, van spierwit tot gitzwart, van rijk tot arm.

Foutief Nederlands

Ik had volop de gelegenheid om terug te denken aan de woorden van de oude Antilliaan toen ik een jaar of vijftien later het schrijverspad was opgegaan. Ik had kans gezien, dank zij een gedwongen sabbatical die ik van rechter Oosterling had gekregen (waarvoor ik hem zolang ik leef dankbaar zal blijven) een aantal romans geschreven. Ik stapte, in Nederland in 1974 aangekomen, met het manuscript van Maar Meneer de Rechter, naar een uitgeverij in Amsterdam Duwaer geheten. Ze vonden het verhaal wel interessant maar het had teveel taalfouten en was te dik. 400 pagina’s. Ik kreeg een Neerlandica mee om de taal te verbeteren en verder in het boek te schrappen. Alle rechtbankscènes moesten eruit. De kritiek na verschijning van het boek was om van te huilen. Teveel taalfouten. Potjeslatijn. Op dat moment besloot ik het schrijverspad te verlaten. Dank zij Astrid Roemer deed ik dat niet. “Trek je niets aan van het ge o.h.”, zei ze. “Geef het boek in eigen beheer uit in de oorspronkelijke versie.” Ik deed dat. Het kwam ter beoordeling terecht bij de Nederlandse bibliotheekdienst, die boeken beoordeelt voor de circa 1100 bibliotheken die Nederland rijk is. Astrid Roemer verzorgde de recensie en dat leverde mij alvast een order op van 700 exemplaren. De enige dissonant kwam van Jos de Roo die het voor de Wereldomroep recenseerde. “Don Walther schrijft niet levend Nederlands,” verklaarde hij voor de radio. Gelukkig luisteren niet veel mensen naar de Wereldomroep anders was ik weer kopje onder gegaan. Het is sindsdien in het Spaans en het Engels uitgegeven en loopt nog steeds als een trein.

In Suriname aangekomen met mijn boeken was het direct raak. De heer Snijders, hoofdredacteur van de Parbode verklaarde in een recensie, dat mijn boek Swietie Sranang kan mij nog meer vertellen wemelde van de taalfouten en ontraadde de scholieren om het te lezen. Het interesseerde hem helemaal niet of het boek mooi, leerrijk of vlot was geschreven. Bij hem ging het meer om de taalfouten. Nou, denken de Surinamers die het heerlijk vinden als het werk van een landgenoot wordt afgekraakt, dan hoef ik het boek lekker niet te kopen.

[vervolg, klik hier]

Fotografie: @ F. Taytelbaum

maandag 7 maart 2011

Vrouwen verzamelen doe je zo

door Julie Phillips

Natuurlijk kun je vrouwelijke auteurs niet over één kam scheren: daarvoor zijn ze te divers. Maar als je ze toch in één boek samenbrengt, zoals onlangs gebeurde in Schrijvende vrouwen, zul je toch iets moeten met het feit dat al die schrijfsters vrouw zijn. Het Amerikaanse boek A Jury of her Peers laat zien hoe het wél kan.Schrijvers die niet worden bestudeerd, die op scholen en universiteiten niet worden onderwezen, belanden uiteindelijk in de prullenbak van de geschiedenis. Vrouwelijke schrijvers lopen dat risico nog altijd vaker dan mannen.

[...]
Er is gekozen voor een mix van bekende schrijfsters en minder bekende figuren, over wier carrière iets bijzonders te vertellen valt. Zoals Melati van Java (1853-1927), die romans schreef die zich in haar geboorteland afspelen, of de adellijke Anna de Savornin Lohman (1868-1930), die in haar romans en artikelen de calvinistische politiek aanviel die ze zelf de rug had toegekeerd. "In die afwending van het gereformeerde geloof speelden bepaalde levenservaringen een rol: de roerige jaren in Suriname waar haar vader een totaal mislukt gouverneurschap bekleedde, het gelijktijdig verlies van het ouderlijk fortuin, gevolgd door een zeer moeizame periode in Berlijn, Schotland en Nederlands-Indië." Om zulke levensverhalen lezen we literaire biografieën: we willen begrijpen welke krankzinnige cocktail van verlangen en wanhoop van een mens een schrijver maakt.

Lees hier verder in Trouw


Jacqueline Bel & Thomas Vaessens (red.): Schrijvende vrouwen. Een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen 1880-2010. Amsterdam University Press, Amsterdam. ISBN 9789089642165; 318 blz. € 29,50 [bevat ook een opstel over Astrid Roemer]

Elaine Showalter: A Jury of Her Peers. American Women Writers from Anne Bradstreet to Annie Proulx. Vintage, New York. ISBN 9781400034420; 586 blz. € 17,95



Illustratie: Jak King

vrijdag 24 september 2010

Crème de la crème van het Caraïbisch theater bijeen

Felix Burleson. Foto © Sam Jones
Gerda Havertong
Op zaterdag 25 september is de crème de la crème van het Caraïbisch theater bijeen op de Derde Caraibische Letterendag, die om half acht ’s avonds van start gaat in het Amsterdamse Bijlmerparktheater. De internationale bijeenkomst vindt plaats onder de noemer: Scènes uit een huwelijk; Overspel in de politiek en in de liefde: de toneelschrijfkunst van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Er worden stukken opgevoerd uit het theaterwerk van Astrid Roemer, Thea Doelwijt, Julien Ignacio en Norman de Palm.


Een uitgelezen gezelschap acteurs tekent voor de readings van de theaterteksten: Felix Burleson, Gerda Havertong, Maureen Tauwnaar, Linar Ogenia, Naro Petronilia, Paulette Smit en Bo Bojoh. De regie is in handen van John Leerdam.


Voor de debatten is uit Suriname overgekomen theatermaakster Sharda Ganga (klik hier) en uit de Antillen Norman de Palm. Verder nemen deel Thea Doelwijt, Maarten van Hinte, Julien Ignacio, John Leerdam en Jenny Mijnhijmer. Debatleiding: Noraly Beyer.

Diana Lebacs
Foto © Michiel van Kempen

Aan de wanden: theaterfoto’s van Jean van Lingen, die de Letterendag ook in beeld zal brengen. Verder zijn er de kunstwerken te zien die in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren zijn gemaakt (klik hier voor meer informatie).
In de pauze en na afloop : boekentafels in de foyer van het theater.
De avond wordt afgesloten door de spetterende zevenmansformatie Faya Djang, die speelt tot 01.00 uur !!
Aanvang : 19.30 !!
Entree : € 10,00.
Reserveren vooraf niet nodig, maar u kunt desgewenst wel kaarten telefonisch bestellen via de kassa van het Bijlmerparktheater.
Voor elke bezoeker gratis een Caraibisch boek, welwillend beschikbaar gesteld door uitgeverij In de Knipscheer.
Waar:
John Leerdam
Foto © Michiel van Kempen
Bijlmerparktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam-Zuidoost
(vlak achter het winkelcentrum Amsterdamse Poort, bij de plaats waar in de zomer de hoofdingang van het Kwakoefestival is).

donderdag 22 juli 2010

Astrid Roemer: Neem mij terug Suriname

door Erik Belkam

Het boek Neem mij terug Suriname van Astrid Roemer is het eerste literaire boek dat ik heb gelezen van een Surinaamse schrijfster. Het boek was haar debuutroman in 1974, en ik scoorde het bij de bieb op Ganzenhoef in de Bijlmer eind jaren '70 begin jaren '80.

Ik was op zoek naar iets Surinaams. Mijn enige Suriname-ervaringen waren vakantie-ervaringen. Pagaras op oud jaar, Colakreek en een paar basketballwedstrijden op een bloedheet basketballveldje achter een ziekenhuis in de Gravenstraat, dat was het. Dus Roemers boek had het moeten zijn.

Maar het boek Neem mij terug Suriname is een rauw boek. Het gaat over de realiteit van het leven van de Surinaamse Benny die vanuit Suriname naar Nederland komt en vervolgens de weg kwijtraakt. Dus alles over ontheemding in Nederland en heimwee naar Suriname. Kortom, Bijlmer-express, motjo's en het leven aan de zelfkant van de maatschappij.

Ik denk niet dat ik het boek toen begrepen heb. Maar het was Surinaams en dat was op dat moment goed genoeg.

Het is wel jammer dat Roemer nooit een Nederlandse of Surinaamse literaire prijs heeft gewonnen. Toegegeven, Roemers boeken moet je willen lezen, het gaat niet vanzelf. Ze heeft wel Duitse prijs gewonnen, maar je moet toch die grani krijgen van je 'eigen' mensen. Doet je me overigens denken aan een uitspraak van de Surinaamse schrijver Edgar Cairo. 'Als je wacht op erkenning van een Surinamer, dan kan je net zolang wachten todat een kip tanden krijgt.'

[overgenomen van Kennisaanval]

Astrid Roemer waar ben je?

door Ruth San A Jong

Oud artikel van mijn eerste ontmoeting met Astrid Roemer. De precieze datum ben ik vergeten, maar het was in 2007.


Astrid Roemer in Tori Oso, een fascinerende belevenis

Wie zich bezighoudt met schrijven, moet vooral literaire activiteiten bezoeken. Astrid Roemer was te gast bij de Schrijversgroep 77, op hun reguliere woensdagavond, elk eind van de maand. Ik stap Tori Oso binnen en verwacht een tjokvolle zaal. Helaas, een half gevulde zaal met voornamelijk grijze koppen, en het spijt me als ik het zo verwoord. Van de opkomende jonge schrijvers is slechts een handjevol aanwezig. Waar waren al die IOL studenten Nederlands, en meer nog waar waren de neerlandici? Eigenlijk hoefde ik niet verbaasd te zijn, want dit valt mij steeds vaker op. Ik neem plaats, evenals mevrouw Roemer, die het zich gemakkelijk maakt naast Rappa voor het publiek en de microfoon aan de kant duwde. De groep was klein, dus kon iedereen haar stem goed horen. Het geluid van de radio van de buren beschouwt Roemer als achtergrondmuziek en dus niet storend.
Als iemand meer dan vijftigduizend boeken heeft verkocht, verwacht ik volle zalen en een grote aanhang, bijna een soort verering van een nationale heldin. Ik weiger te geloven dat al die schrijvers naar Trinidad waren getrokken om Carifesta bij te wonen. Hoewel, de delegatie van Suriname was de grootste op het eiland, vernam ik van vrienden, dus wie weet.

Met een kleine jaloezie staar ik naar het dikke boek, Roemers drieling, een trilogie, waaruit Rappa, conferencier, enkele passages van de achterflap leest. 'een uiterst gevreesde onderneming ...en geweld'. Het geweld van de rijkdom, legt zij uit, dat is het geweld van het kapitaal, waartegen zij zich verzet. Armoede leidt tot geweld. De verbondenheid van Roemer met een grote groep mensen in de samenleving die niet toekomen aan de welvaart van die zelfde samenleving. Dat zijn een soort slachtoffers van geweld. Veel vrouwen lijden daaronder. Ook het geweld van 1982, de decembermoorden, wordt in de trilogie besproken. Ondanks de vele waarschuwingen van vrienden en familie dat niet te doen, kan het haar niets schelen. Het schrijverschap betekent risico's nemen. Als er iets moet gebeuren, zal het gebeuren. Dat Roemer durft, dat weten wij vanaf haar debuutroman, Neem mij terug Suriname (1974).

Je moet alles van je personage kennen, maar niet onnodig intimiteiten van mensen die je kent verwerken. Het gaat om kijken naar mensen, intensief kijken, zoals ook een schilder doet. In het literaire werk wordt de realiteit gebruikt om via metaforen een abstracte werkelijkheid vorm te geven. Elke regel is beredeneerd, zegt ze. De realiteit is onuitputtelijk geeft ze mij als antwoord als ik een stomme vraag stel of ze put uit de realiteit. Natuurlijk, maar alles is fictief. Ze geeft de garantie aan ieder die met haar omgaat dat ze 'veilig' zijn. Niets ontgaat Astrid Roemer, ze is een observator.

Wat Roemer mist in Suriname is de vorming, het onderzoek, literaire tijdschriften, diversiteit in kritiek. Literair werk moet besproken worden. Ze vindt het gek dat het in Suriname de neerlandici zijn die kritiek leveren en dan ook nog Nederlanders. Toegeven, er is haast een norm ontstaan, van wat literatuur is, maar dan protesteer ik innerlijk en kijk nog eens in de zaal en zoek naar Surinaamse neerlandici die niet wit zijn. In de pauze stap ik op haar af en zeg haar dat het ook die Nederlanders zijn die zich vaak vrijwillig inzetten voor het werk. Astrid Roemer vraagt mij dan om na de pauze deze vraag te stellen, maar we komen er helaas niet toe. Ze is mij nog een antwoord verschuldigd.

Mijn jaloezie wordt groter als de schrijfster met een haast tastbare passie vertelt welke plek ze schrijven geeft in haar leven. Het is haar leven, haar grote liefde. Ze wilde bewust geen gezin, geen kinderen, geen zorgzaam leven. Alleen schrijven. Passie moet er zijn, om inderdaad te doen, om door te gaan, om te schrijven. Haar relatie heeft ze met taal en daarvoor moet ze ruimte hebben. Taal is metaforisch legt de schrijfster uit. Ze gaat daar heel bewust mee om in haar werk. 'Ik houd van je' kan ook het tegenovergestelde betekenen of niets. Ze verklapt de groep dat als zij zich verbaal uit, zij weleens in conflict komt. Daarom houdt ze liever haar mond en schrijft ze. Weg van dierbaren, alleen op haar kamer, in alle rust. En dan begint het liefdesspel Roemer en haar minnaar, het schrijven, die haar tot grote hoogten brengt. Een bijna orgastische ervaring legt ze uit. Ze doet er een schepje bovenop en vertelt dat je het orgasme wel moet uitstellen. Een heerlijk leven! Ik kijk toe hoe de groep reageert op die uitspraak.

Een ijzeren discipline heeft ze. Elke dag twee pagina's schrijven, steeds weer slijpen, slijpen. Ook al moet ze in de nacht door, ze maakt het af. Het vergt een enorme beheersing, maar ze wil vooral goede boeken schrijven waar de lezer over moet nadenken. Het is een puur intellectuele bezigheid. Nu ze 59 is, doet ze minder mee aan lezingen geven, op scholen en daarmee geld verdienen. Ze heeft het punt al bereikt waar ze rustig met schrijven kan bezig zijn en de roem op zich laat afkomen. Maar zegt ze lachend: 'ik adviseer schrijvers om vooral mee te doen aan literaire activiteiten'. In Suriname komt ze moeilijk tot schrijven; ' mijn familie wil steeds met me praten'. Astrid Roemer woont namelijk voor enkele maanden bij haar moeder in Paramaribo.

Ik transformeer mijn jaloezie in inspiratie om mijn schrijven tot vak en passie te maken en vooral succes.

[2007 ]

vrijdag 30 april 2010

Nieuwe website Flower to the People

Flower to the People, de groep met Fleur Tolman en Frank Ong-Alok als kern, heeft een compleet nieuwe website. FttP maakt muziek voor de luisteraar die méér wil horen in de muziek en verder wil luisteren dan alleen de eerste laag. FttP wordt mede door de constante muzikale en artistieke kwaliteit in de pers altijd positief beoordeeld. Hun liedjes zijn regelmatig op de radio te horen. Onlangs heeft heel Nederland kennis gemaakt met Flower to the People toen miljoenen mensen keken naar het Olympische schaatsfestijn in Vancouver. Het herkenningsdeuntje dat tijdens de dweilpauzes werd gebruikt is afkomstig van het eerste album To the Heart.
Zangeres Fleur Tolman weet met haar warme stemgeluid de harten van menigeen te raken.
Begeleid door gitarist en partner Frank Ong-ALok vormen ze de kern van FttP.
Beluister de liedjes op de site en geef een reactie in het gastenboek. FttP stelt dat zeer op prijs.

Highlights
Filmregisseur Pim de la Parra (Filmmuziek voor Het laatste Verlangen)
Auteur Astrid H.Roemer (Cd Omhels Mij)
Zanger Oscar Harris (Single Shalom Salam)
Tune Olympische Spelen 2010 (Tv commercialtune tijdens schaatsdweilpauzes)
De 3 albums To the Heart, Hunger en Omhels Mij
De 4 singles Miracle Circle, Love to hold you, Shalom Salam en Fan van Sven.

Volg deze link voor de website

zondag 7 februari 2010

Nederlands moet!

door Astrid H. Roemer


Nog steeds ervaar ik het als compliment, wanneer landgenoten in mijn geboorteland zeggen, dat ik Nederlands spreek alsof ik Suriname nooit heb verlaten en tientallen jaren onder Hollanders heb verkeerd in Nederland. Als ik vraag met wie zij mij vergeleken, dan blijkt het te zijn met landgenoten die spreken alsof zij een-hete-aardappel-in-de-mond-hebben: hoog Hollands en plat Hollands. Een enkele keer neem ik de moeite uit te leggen, dat sommige Surinamers met zo weinig taalbagage en/of taalbesef naar Nederland zijn gegaan, dat zij eigenlijk niet anders konden, dan het Nederlands opnieuw leren spreken, waarbij autochtonen in hun directe omgeving als voorbeeld dienden. Die directe omgeving was vaak een door de politiek achtergehouden wijk in een grote stad. Iedereen weet dat in dat soort omgeving, de voertaal meestal een eigen ontwikkeling doormaakt, die meestal ‘niet-beschaafd' wordt genoemd. Tegelijk blijf ik mijn landgenoten erop wijzen, dat taalgebruik bedoeld is om ‘zo helder mogelijk met elkaar te communiceren'. Taalgebruik is geen statussymbool. En mijn vraag, of zij hun landgenoten met-hete-aardappel-in-de-mond-verstaan wordt bevestigend beantwoord. Ja, maar zij voelen zich niet echt vertrouwd bij dat soort Surinamers. Waarom? Omdat die niet langer ‘vertrouwd' klinken. Taalgebruik schept nabijheid of afstand. Het Nederlands transformeert ons tot een volk. Het Nederlands is ons emancipatiemiddel bij uitstek. Zijn beleidmakers in onderwijskringen ook tot een dergelijke slotsom gekomen?!

[Overgenomen van de website van Bukutori]

Foto van Astrid Roemer: Taco van der Eb

woensdag 20 januari 2010

Nieuwe Oso over o.m. Astrid Roemer


Het laatste nummer van Oso, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied (jaargang 28, nr. 2, 2009) biedt de volgende bijdragen:


Artikelen
Koen Alefs, De kunst van het niet-weten; Pingojacht in West-Suriname.

Cindy Nortan, Winti en criminaliteit; Magische rituelen en attributen bij delicten.

Matthijs Ponte, Gaten naar de toekomst [over Astrid Roemer].

Annika Ockhorst, ‘Hervorming van de culturele uitwisseling? Het cultureel akkoord, 1975-1982.

Leni Thiers, Een Surinaams compromis tussen steen en hout; De kathedraal van Paramaribo.

Marije Schaafsma, Suriname en de Hollandse ziekte; Economische ontwikkeling tussen 1975 en 2002.

Ruud Paesie, Van monopolie naar vrijhandel; De illegale slavenhandel tijdens het octrooi van de Tweede West-Indische Compagnie, 1674-1730.

Daniël Tuijnman, Politie en leger in Suriname; De interne ordehandhaving van 1895 tot 1940.


Essay

Rashid Novaire, Een zee van mogelijkheden; Obstructie en ontwikkeling in een Surinaamse module fictief schrijven.


Recensies

Wieke Vink, Creole Jews; Negotiation community in colonial Suriname (door Lila Gobardhan-Rambocus); S. Ramsahai, Thuiswedstrijd in een vreemd land; Een 5 Inhoud sociaal wetenschappelijke analyse van voetbal in eigen kring (door Rosemarijn Hoefte); Ellen de Vries, Nola; Portret van een eigenzinnige kunstenares (door Edwin Marshall); Tip Marugg, De hemel is van korte duur; Verzameld werk 1945- 1995 (samengesteld en bezorgd door Aart G. Broek en Wim Rutgers) en Petra Possel, Niemand is een eiland; Het leven van Tip Marugg in gesprekken (door Michiel van Kempen).


Irene Rolfes: Recente publicaties, I Suriname, II Nederlandse Antillen en Aruba

Wim Hoogbergen, In Memoriam Silvia Wilhelmina de Groot-Rosbergen (1918-2009)

dinsdag 25 augustus 2009

On line Nederlandse literatuurgeschiedenis nu compleet


Terwijl het ene kloeke deel na het andere verschijnt van de nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie, is nu ook eindelijk een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis on line gecompleteerd. Grotendeels was die er al een paar jaar, maar het stuk over de 20ste en 21ste eeuw liet nog op zich wachten. Dat is nu dus, onder redactie van Thomas Vaessens en Yra van Dijk van de Universiteit van Amsterdam, gebeurd. Deze internet-literatuurgeschiedenis richt zich niet op een academisch publiek, maar op een doornsee publiek, of meer in het bijzonder op de middelbare scholieren. De geschiedenis wordt verteld in 20 hoofdstukken, en dan zijn er nog zoekmogelijkheden op teksten, schrijvers en thema’s. De on line Nederlandse literatuurgeschiedenis heeft ook niet een pretentie van volledigheid, zoals de grote gedrukte Taalunie-literatuurgeschiedschrijving die wel min of meer heeft, maar focust in op de belangrijkste verschijnselen, auteurs en werken. Bij elke paragraaf staan dan ook slechts enkele andere titels van secundaire werken, die de gebruikers op weg moeten helpen om verder te zoeken in het moeraslandschap van de Lage Landen.

Dat die Lage Landen al heel vroeg maar toch vooral in de 20ste eeuw ook veel volk van elders hebben getrokken, wordt niet over het hoofd gezien. Er zijn paragrafen over immigranten, de jonge Marokkaans-Nederlandse auteurs komen voorbij (bijvoorbeeld Hafid Bouazza), de Indische letterkunde is redelijk vertegenwoordigd, en uit de West maken drie schrijvers hun opachting: Albert Helman met De stille plantage, Frank Martinus Arion met Dubbelspel en Astrid Roemer met Was Getekend.



Wie er wil gaan kijken, kan hier klikken.