Posts tonen met het label Small Stephen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Small Stephen. Alle posts tonen

donderdag 1 augustus 2013

Legacy of Slavery and Indentured Labour, Past, Present and the Future: verslag van een conferentie


Welk verband bestaat er tussen slavernij, contractarbeid, migratie en hedendaagse maatschappelijke fenomenen?

door Rose Mary Allen

Deze vraag stond centraal tijdens de vijfdaagse conferentie Legacy of Slavery and Indentured Labour die begin juni in Suriname plaatsvond in het kader van de herdenking van 140 jaar Hindoestaanse immigratie, 150 jaar afschaffing slavernij en 160 jaar Chinese immigratie.

De conferentie was het resultaat van een samenwerking tussen verschillende Surinaamse organisaties actief op gebieden als cultuur, erfgoed en onderwijs, zoals het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR), het IMWO, het Nationaal Archief Suriname, de Feydrasi fu Afrikan Srananman, NAKS, de Commissie 10 oktober, de Culturele Unie Suriname, Nationaal Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI), Sila en de opleiding Geschiedenis van het Instituut Leraren Opleiding (IOL) . De coördinatie hiervan was in handen van Maurits Hassankhan, Surinaamse historicus.. Met de conferentie wilde men een link leggen tussen enerzijds slavernij, contractarbeid en (vrije en gedwongen) migratie als historische gebeurtenissen en anderzijds hedendaagse verschijnselen en vraagstukken als mondialisering, identiteitsvorming, nationalisme en transnationalisme. Vergelijkend onderzoek met als doel nieuwe kennis en inzichten te verkrijgen was een van belangrijke speerpunten van de conferentie.

Gravure uit Verscheyde Voyagien, Zee- en Land-togten (1706)


Er waren twee keynote speakers. Prof. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam, sprak over de hedendaagse erfenis van dat verleden. Hij pleitte voor het creëren van nieuwe kennis en het ontwikkelen van nieuwe perspectieven binnen de  historische wetenschap, o.a. op basis van meer internationaal vergelijkend onderzoek. Daarbij kunnen de Nederlandse Cariben volgens hem een prominente rol spelen. Dit taalgebied is zeer onderbelicht binnen de historische wetenschap, terwijl het veel te bieden heeft, zoals informatie over slavenwerk op zoutplantages, slavenverzet en marronsamenlevingen (samenlevingen van gevluchte slaven) die aan belangrijke nieuwe inzichten kan bijdragen.

Kaart van Mauritius door Johannes van Keulen, 1753


De tweede keynote spreker was Vijayalakshmi Teelock, hoofd van de afdeling Geschiedenis en Politieke wetenschappen van de Universiteit van Mauritius, die over de Truth and Justice Commission in Mauritius sprak. Deze in 2008 ingestelde commissie had als taak het opstellen van een integraal rapport over de slavernij en contractarbeid tijdens de koloniale periode en over de wijze waarop men hedentendage hiermee dient om te gaan. Mauritius, vernoemd naar de Nederlandse prins Maurits en later door de Fransen gekoloniseerd, was een kolonie gebaseerd op de slavernij van mensen uit Afrika, India en Maleisië. Na de afschaffing van slavernij werden er ongeveer 450.000 contractarbeiders uit het toenmalige Brits-Indië gehaald om op de suikerplantages te werken.Ter vergelijking: naar Suriname zijn er 35.000 contractarbeiders gebracht. In de afgelopen decennia heeft Mauritius zich in rap tempo van suikereconomie naar moderne diensteneconomie ontwikkeld. Door instelling van de commissie wilde  de regering vormgeven aan een nationale identiteit binnen een multiculturele samenleving en een snel groeiende economie.  De commissie heeft een uitgebreide studie verricht over de geschiedenis van Mauritius en heeft in december 2011 haar (lijfig) rapport uitgebracht. Voor meer informatie raadplege men http://pmo.gov.mu/English/Documents/TJC_Vol1.pdf. De organisatoren van de conferentie menen dat Suriname en andere landen iets zouden kunnen leren van de ervaringen van Mauritius.

Britse karikatuur op de afschaffing van de slavenhandel


De inleiders van de conferentie waren uit verschillende delen van de wereld afkomstig, waaronder Mauritius, Nederland, Engeland, Suriname, Guyana, Trinidad, Jamaica, Canada, de V.S. en Curaçao. Er waren 180 deelnemers en maar liefst ongeveer 100 inleidingen, waardoor er parallelsessies moesten plaatsvinden. Naast de inleiders waren er ook toehoorders, voor het grootste deel afkomstig uit Suriname.

De sessies gingen over onderwerpen als identiteit en integratie; nieuwe benaderingen in de historiografie van slavernij en contractarbeid; slavernij, contractarbeid en gezondheid;verwaarloosde onderwerpen in de slavenhistoriografie; religie; marronsamenlevingen; nabestaanden van Brits-Indische contractarbeiders; etniciteit, nationalisme en democratie in plurale samenlevingen; en terugkeer van migranten naar het land van herkomst.

Contractarbeid: contract uit 1738

Een greep uit de vele interessante inleidingen:

·         Rewriting the Narrative: Historical Archaeology and Colonial Suriname (Cheryl White)
·         Mapping the History of Slavery and Abolition: Slave-ownership andCompensation in Suriname and the Netherlands around 1863 (Dienke Hondius )
·         Meeting-grounds of Amerindians and Dutchmen: The Amazon Region and Suriname between 1595 and 1688 (Eric Jagdew en Jerry  Egger)
·         God at the Fore Deck and at the After Deck (Joop Vernooij)
·         East Indian Education in Nineteenth-Century Trinidad: Social Exclusion – Integration (Vashti Singh)
·         San-Fan-Con, the Potent Chinese Saint and His Journey to Africa via Cuba: The Impact of Chinese Indentured Immigrants on Afro-Cuban Religion (Martin Tsang)
·         Elderly Surinamese Hindustanis in the Netherlands (Nirmala Birjmohan)
·         Gender-specific Problems among Surinamese Hindustani: Suicide and Alcoholism (Indra Boedjarath)
·         Emotional Loss among Hindustani Migrants in the Netherlands (Rahina Hassankhan)
·         Socializing for Educational Success (Anita Nanhoe)
·         Space and Place for black women in the Christian religion in Suriname (Mildred Caprino):
·         The Future of Afro Surinamese religion (Rosie Zamuel- Rotgans),
·         Perspectives of Javanese Immigrants in Suriname on Return Migration to the Homeland: Why Did a Thousand Javanese Return to Indonesia in 1954? (Rosemarijn Hoefte)
·         Jakarta and Paramaribo Calling: New Challenges for the Surinamese-Javanese Diaspora?(Peter Meel)
·         Integration Styles in the Indentured Indian Diapora (Chan Choenni)
·         Mental Well-being and Cultural Identity of the Afro-Surinamese: A Slavery-informed Answer to Living in the 21stCentury (Aminata Cario)
·         Indian Muslims in Suriname:religion, traditions and globalization (Maurits S. Hassankhan / Robbert Bipat and Alie Abdoel).

Su Girigori
De twee inleiders uit Curaçao waren Su Girigori en Rose Mary Allen. Girigori sprak in haar inleiding Commemorating 150 years of legal abolition of slavery. The Process of
emancipation in a new country,
over emancipatie als een continu proces van bewustwording van de eigen geschiedenis, waarbij ook de verantwoordelijkheid wordt genomen voor het (her)schrijven van die geschiedenis. Zij behandelde de sociale gevolgen van een opgelegde afhankelijkheidsstructuur op Curaçao, die het emancipatieproces verhinderen.

Rose Mary Allen
Rose Mary Allen beschreef  in haar paper Crafting citizenship in post-Emancipation Curaçao: The experience of the formerly enslaved after Abolition, de afschaffing van de slavernij als het begin van een proces waarin een bepaalde groep mensen, die voordien als producten werden beschouwd,weliswaar burgerrechten kregen maar waarvan de  invulling in de praktijk veel complexer en moeilijker bleek te zijn. Het tot stand brengen van een nationale burgerzin is op Curaçao volgens Allen nog steeds gaande.

Al met al kan worden teruggekeken op een nuttige conferentie die ook de gelegenheid tot netwerken bood. Eén resultaat hiervan was het opstarten van de  International Association for the Study of Indenture and Migration  (IASIM). De verschillende inleidingen en aangedragen oplossingen zullen worden gebundeld en gepubliceerd.


Juni 2013


[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad]

vrijdag 28 juni 2013

"Witte en zwarte visies op de geschiedenis: allemaal bullshit!"

door A. Dirven

‘Er bestaat geen witte visie op de geschiedenis, en er bestaat geen zwarte visie op de geschiedenis. That’s all bullshit! Mijn moeder was wit en mijn vader was zwart, wat zou mijn perspectief dan moeten zijn? Ik ben opgegroeid in Liverpool, van oudsher een van de zwartse steden van Groot-Brittannië en een belangrijke havenplaats, waarvandaan de slavenhalers uitvoeren.  Ik heb het allemaal meegemaakt; racisme, partijdigheid, discriminatie, en ook de eindeloze debatten over zwart en wit perspectief die uiteindelijk allemaal nergens toe geleid hebben. Ik begrijp dat dit in Nederland nog een issue is. Maar ik zeg: er zijn concurrerende verklaringen van de geschiedenis, elkaar bestrijdende interpretaties, er is een heftig debat. Maar ik omarm alle concurrerende perspectieven, ik wil dat er zoveel mogelijk mensen bezig zijn met de slavernijgeschiedenis, ze zijn allemaal welkom.’
Stephen Small

Dat zei Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis, aangesteld vanwege het NiNsee aan de Universiteit van Amsterdam, èn docent Afro-American Studies in Berkeley, op vrijdagavond 27 juni 2013 in het academisch debatcentrum Spui25 in Amsterdam. Prof. Small besteedde veel aandacht aan de verschillende onderzoeksgebieden waarop hij werkzaam is, onder meer dat van de mentaliteitsgeschiedenis van de nazaten van de slaafgemaakten.

Naast hem hielden ook prof. Alex van Stipriaan (Erasmusuniversiteit Rotterdam) en drs Suze Zijlstra (UvA-promovenda die de machtsverhoudingen tussen etnische groepen in het 17de-eeuwse Suriname bestudeert) levendige inleidingen. Van Stipriaan wees erop dat recent onderzoek aantoont dat de Nederlanders al vroeg in de 17de eeuw een groot aandeel hadden in het transport van Afrikanen naar de Nieuwe Wereld. Al in 1797, zo tonde hij aan, had het weinig gescheeld of de Bataafsche Republiek had de slavernij afgeschaft; vervolgens trad er een windstilte in tot ca. 1840 toen de abolitionisten  (onder wie Van Stipriaans betovergrootvader, Hendrik Koenen)  weer luid hun stem lieten horen. Maar eerst recentelijk wordt er de nadruk op gelegd dat niet de Nederlandse politiek of de Koning de afschaffing van de slavernij naderbij hebben gebracht, maarde uitholling van het slavernijsysteem van binnenuit.
 
Hendrik Koenen
Zijlstra ging in op de hardheid van de vroegste planters in Suriname en hun angsten voor de overmacht aan slaven. Al in 1678 vonden er aanvallen op de plantages plaats door weggevluchte slaven die hadden gekozen voor de marronage in het binnenland van Suriname.

Interessante historische verhalen. Maar het was de openingsvraag van moderator prof. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar Caraïbische literatuur UvA) die Small zijn tirade ingaf. Een bomvolle zaal luisterde toe en nam met veel vragen actief deel aan de bijeenkomst.


donderdag 27 juni 2013

Drie eeuwen slavernij en het Nu


Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden? Vanavond spreken daarover specialisten in de slavernijgeschiedenis in debatcentrum Spui25 in  Amsterdam.

Prof. dr. Alex van Stipriaan promoveerde in 1991 cum laude op een studie over de plantagekolonie Suriname tijdens de slavernij. Hij is hoogleraaar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis en cultuur van Suriname, evenals over cultuurprocessen in wat wel de Black Atlantic wordt genoemd. Daarnaast is hij conservator Latijns Amerika & Caraïbisch gebied bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar houdt hij zich bezig met onderzoek, internationaal werk en tentoonstellingen. Deze drie aspecten komen aan bod in een groot project waaraan hij nu al enkele jaren werkt over de Marrons in het Surinaamse binnenland. Daarnaast is hij actief op het vlak van internationaal gemeenschappelijk erfgoed en projecten over roots in de Afrikaanse diaspora. Hij is ook actief bezig in en met de Caraïbische gemeenschappen in Nederland.


Prof. dr. Stephen Small promoveerde in Sociologie aan de University of California. Hij is universitair docent Afro-American studies en vice-directeur bij het Institute for International Studies van de University of California in Berkeley. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis vanwege de Stichting Nationaal Instituut voor Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2004 tot 2007 was hij voorzitter van het Afro-American studies departement. Voordat hij werkzaam was bij Berkeley doceerde hij Geschiedenis en Sociologie aan de University of Massachusetts en aan de universiteiten van Warwick en Leicester in Engeland. Hij was gastonderzoeker aan de universiteiten van Bordeaux, Toulouse, Bahia (Brazilië) en Harare (Zimbabwe).

Drs. Suze Zijlstra studeerde in 2009 cum laude af in de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en in 2010 in de master History and Culture of the Dutch Golden Age aan het University College London. Momenteel doet zij promotie-onderzoek naar de ontwikkeling van machtsverhoudingen tussen etnische groepen die de kolonie Suriname bevolkten in de 17e eeuw. Haar onderzoek wordt bekostigd door het programma Promoties in de geesteswetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Het debat staat onderleiding van Michiel van Kempen, hoogleraar Caraïbische literatuur aan de UvA.


Datum: donderdag 27 juni 2013

Aanvang: 20.00 uur

maandag 24 juni 2013

Amsterdam & slavernij



31 mei t/m 15 augustus 2013


Op 1 juli 2013 is het honderdvijftig jaar geleden dat de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Slavenhandel en slavernij maakten in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijk onderdeel uit van de Amsterdamse economie.
De weerslag hiervan is te vinden in de archieven van de stad, van families en van handelshuizen. Deze zomer besteedt het Stadsarchief uitgebreid aandacht aan de Amsterdamse betrokkenheid bij het slavernijverleden, met een themawebsite, presentaties in de Schatkamer en de Centrale Hal en een aantal bijeenkomsten.
Toegang is gratis

Foto uit 1949 van een voormalig slavenwoningcomplex (Archief Bank Insinger)



Bijeenkomsten
  • 24 juni: Première Slavenschip Leusden , sabi yu historia
    Maandag 24 juni gaat in het Stadsarchief Amsterdam de documentaire Slavenschip Leusden, sabi yu historia in première. Twee jonge Nederlandse filmmakers Carlien Megens en Erwin Veenstra zochten dit voorjaar mee naar de immateriële overblijfselen van de grootste Nederlandse scheepsramp aller tijden. Slavenschip Leusden verging in 1738 bij de monding van de Marowijnerivier. De bemanning overleefde de ramp, maar timmerde vóór het zichzelf in veiligheid bracht de luiken van het ruim dicht. Bijna 700 mensen verdronken in de buik van het schip. De première is besloten
  • 26 juni: Slavernijverleden op de kaart / Mapping slavery history
Vorig jaar presenteerden studenten Geschiedenis van de Vrije Universiteit onderleiding van Prof. Dienke Hondius de eerste kaart van slaveneigenaren woonachtig in Amsterdam ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Het onderzoek ging door; nieuwe kaarten worden nu getoond. Een allereerste geprinte versie wordt aangeboden aan enkele bijzondere gasten, waaronder het bestuur van NiNSee, en prof.dr. Stephen Small.
Woensdag 26 juni 2013, 15.00-17.00 uur, Bodeplein (tweede verdieping Stadsarchief Amsterdam.

  • 30 juni: Symposium: Cultureel trauma? Trans-Atlantische Slavernij in perspectief
    Auguste François Biard - De slavenhandel
Tijdens dit symposium worden de gevolgen van de slavernij besproken vanuit een historische en sociaalpsychologische benadering en is er specifieke aandacht voor de manier waarop superioriteitsdenken en negatieve zelfbeelden aan opeenvolgende generaties worden doorgegeven – vanuit het gezichtspunt van witte en zwarte afstammelingen.
De Trans-Atlantische slavernij raakt immers beide groepen. Maar in het maatschappelijke debat lijkt slavernij vooral van betekenis te zijn voor de zwarte nazaten, terwijl de afschaffing van de slavernij mede door toedoen van witte voorouders tot stand is gekomen. Nadruk op een gedeelde geschiedenis kan de huidige maatschappelijke problemen die de erfenis van de slavernij veroorzaakt wegnemen. Zo kan de weg worden geplaveid voor een herdenking van de afschaffing van de slavernij door alle bevolkingsgroepen in ons land.
Patricia Gomes
Dit symposium wordt georganiseerd in samenwerking met FORUM, de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam, het Institute of Cultural Heritage & Knowledge en Patricia D. Gomes. Het is een van de kennisactiviteiten in het kader van de herdenking van 150 jaar slavernijverleden.
Datum: 30 juni 2013
Tijd: 10:00 - 18:00 uur

woensdag 12 juni 2013

Hondius, Small, Van Stipriaan en Zijlstra over de slavernij

 
Suikerrietplantage
Lezingen en debat 150 jaar afschaffing slavernij


Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden? 

In het Amsterdams Academisch Centrum Spui25 vindt op donderdag 27 juni om 20.00 uur daarover een bijeenkomst plaats, met specialisten in de materie. Zij geven lezingen en gaan met elkaar en met het publiek in debat.

Programma

- Welkom en introductie sprekers door prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren (vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek) 


Van Stipriaan
- Lezing ‘Wat is het geluid van stilte? Nederland en zijn slavernijverleden’ door prof. dr. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit





Small
- ‘The Legacy of Slavery is about the Future, not the Past', lezing in het Engels door dr. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam


Zijlstra
- ‘Slavernij in Suriname in de 17e eeuw’ door drs. Suze Zijlstra, promovenda Nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam


- Discussie tussen sprekers onderling en met het publiek onder leiding van prof. dr. Michiel van Kempen
Van Kempen


- Einde bijeenkomst




De voertaal zal gedeeltelijk Engels zijn.
De bijeenkomst vindt plaats binnen de bijeenkomsten van de Illustere School van de Universiteit van Amsterdam.
Aanmelden is verplicht en kan via: www.spui25.nl

[De aangekondigde lezing van Dienke Hondius gaat niet door.]




zaterdag 8 juni 2013

Eigen helden identificeren voor herschrijving geschiedenis

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Mindset is nodig om de eigen geschiedenis van een voormalig kolonie te herschrijven. Geschiedenis gaat niet alleen over het verleden. Zij gaat ook over de juiste informatie geven aan de volgende generatie. Dit gaven de inleiders Stephen Small en Sandew Hira het publiek mee bij de lezing ‘Public memory and indentured labour’, donderdagavond in het Lalla Rookh gebouw, waar het nieuwe museum over de geschiedenis van Hindostaanse contractarbeiders komt te staan.

Sandew Hira geeft tijdens zijn inleiding bij de lezing 'Public Memory and indentured labour' aan dat belangrijk is om te kijken naar de vele manieren waarop de geschiedenis tot nu toe is beschreven. (Foto: Stefano Tull)

Stephen Small van de Universiteit van Amsterdam, die vanwege de Internationale conferentie van de Anton de Kom Universiteit in Suriname is, beschreef zijn onderzoekingen naar slavenmusea in Amerika. Hierbij stelde hij enkele vragen over de totstandkoming van de geschiedenis zoals beschreven in verschillende Europese en Amerikaanse boeken en musea. "Meestal worden de verworvenheden van de Europese landen aangehaald. Men beschrijft en romantiseert over de architectuur, mooie huizen, mooie tuinen en kandelaars. Maar hoe die werkelijk tot stand zijn gekomen, daar schrijven de Europeanen liever niet over", stelt hij. Tal van deze vormen zijn opgenomen in de geschiedenis, waardoor voormalige koloniën door de geschiedschrijving opnieuw zijn gekoloniseerd.


Volgens Hira zijn enkele Surinaamse wetenschappers in de afgelopen zes jaren bezig geweest met onderzoekingen en documentaires om de geschiedenis te herschrijven. Hierbij noemde hij Maarten Schalkwijk en Armand Zunder. "Het publiceren hierover maakt dat mensen hun eigen geschiedenis leren kennen. Maar, eenieder heeft de rol om die te veranderen", zegt Hira. De helden uit de geschiedenis moeten geïdentificeerd worden en opgenomen worden in de geschiedenisboeken.

De lezing werd georganiseerd door de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie in verband met het jubileumjaar 140 jaar Hindostaanse Immigratie. Na de lezing mocht het publiek een kijkje nemen in het toekomstige museum. Stichtingsvoorzitter Farid Ketwaru, zegt voor een grotere uitdaging te staan om het museum met oude spullen van de immigranten te vullen. Het opzetten van het gebouw heeft zes jaar in beslag genomen. "En dit zonder overheidsmiddelen", zegt Ketwaru trots bij de rondleiding.

[uit de Ware Tijd, 08/06/2013]

Tetary en Kajol


door Sandew Hira

Waren de vrouwen die uit India kwamen in de periode van contractarbeid mooi?
Wat een vraag! Moet ik daar echt op ingaan?

Die vraag werd me gesteld toen ik aan vrienden een demo-versie liet zien van de nieuwe gedramatiseerde documentaire die OHM Nederland heeft laten maken over Tetary. Vincent Soekra deed de regie. Aijaz Khan van SKY televisie nam het camerawerk voor zijn rekening en ik maakte het script.

De documentaire behandelt een bijzondere episode uit de geschiedenis van Suriname: de periode van contractarbeid en met name de opstand op werkkamp Zorg en Hoop in 1884. In het kader van de herschrijving van de geschiedenis gebruiken we het begrip werkkamp in plaats van plantage, omdat werkkamp een preciezere aanduiding is van de plek waar mensen onder dwang tewerkgesteld worden. Plantage heeft een romantische [sic] aureool.

Dit jaar is het 140 jaar geleden dat de eerste contractarbeiders aankwamen in Suriname om te zwoegen op de werkkampen waar vroeger tot slaaf gemaakte Afrikanen hebben gewerkt. De opstand op werkkamp Mariënburg is bekend. Die van Zorg en Hoop is vergeten. Bij die opstand zijn zeven mensen vermoord onder wie Tetary, een jonge moeder van 24 jaar. Tetary was de enige vrouwelijke leider in de veertig opstanden die tussen 1873 en 1916 zijn geweest op de werkkampen in Suriname. Ramjanee was de andere leider van de opstand op Zorg en Hoop.

Kajol Tahdil (Suriname)


Het verhaal wordt geïllustreerd met dramatische scènes die gespeeld worden door 25 jonge acteurs. Kajol Tahdil speelt Tetary en Ryan Dial speelt Ramjanee. Soerin Goerdayal is de wrede sardar. Na het zien van de documentaire krijg je een grondige hekel aan de man. Historica Tanya Sitaram draagt het hele verhaal met haar vertelling over Tetary en contractarbeid. Tanya is een nieuwe expert op het gebied van de Hindostaanse geschiedenis.

De vraag die ik kreeg was vanwege Kajol. In de Indiase film-industrie is Kajol de naam van een bekende beeldschone actrice, vergelijkbaar met Aishwariya Rai. Onze Kajol (Tahdil) woont in Suriname. Net als de Indiase Kajol is onze Kajol ook beeldschoon en foto- en filmgeniek. Ze spettert van het witte doek af.

Dus toen ik de documentaire liet zien, was de eerste reactie van mijn macho vrienden: “Dit is niet realistisch. Konden jullie geen lelijke vrouw casten.”
Ik: “Maar waarom zouden de Hindostaanse vrouwen tijdens contractarbeid lelijk zijn?”
Op één of andere manier is het beeld van onze voorouders van lelijke haveloze sloebers. Dat beeld klopt niet. Ze waren mooie haveloze sloebers.
Schoonheid zit niet in de kleren, maar in de geest.

Kajol Devgan (India)


Ik snap wel wat mijn vrienden bedoelen. Als je een gedramatiseerde documentaire maakt die gebaseerd is op ware gebeurtenissen, hoe realistisch moeten dan de drama-scènes zijn? Voor makers van zulke documentaires is het altijd een afweging tussen de feiten die bekend gemaakt moeten worden en de manier waarop dat moet gebeuren.

Neem het verschijnsel van de straffen op de plantages. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. In de documentaire laten we zien hoe contractarbeiders gestraft werden met zweepslagen. Voor het eerst wordt getoond hoe een Spaanse bok wordt gebonden. De Spaanse bok werd niet alleen tijdens slavernij toegepast, maar ook tijdens contractarbeid en werd kromboei genoemd. De touwen, de stok die tussen de benen gaat, het mondstuk waarmee de mond wordt gebonden. Dat is gebaseerd op feiten. Maar de straffen werden tijdens contractarbeid niet op de plantages uitgevoerd. Om productie-technische en dramatische redenen hebben we de straffen laten uitvoeren in het bijzijn van de arbeiders die moeten toekijken als hun lotgenoot gestraft wordt.
Mag dit? Is het niet in strijd met de waarheid?
Iedere documentaire-maker zal zeggen: natuurlijk mag het. Om de emotie van het straffen te tonen is het van belang om een scène te maken die de omstanders laat toekijken en die emotie uitdrukken.
De emoties en de straffen zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen, de locatie niet.
Een lastig dilemma? Nee, eigenlijk niet. Iedere kijker kan dit begrijpen.


De Spaanse bok

De documentaire is een stuk herschrijving van de geschiedenis. Dat gebeurt niet alleen in boeken, maar ook op het witte doek en televisiescherm.

De documentaire wordt vertoond in het nieuwe deel van het Lalla Rookh Complex (gebouw 2, ballroom). Daar is ook het gebouw van het museum. Het museum is nu leeg. De grote uitdaging voor de toekomst is het vullen van het museum. Ik ben geweldig trots op de jongens van NSHI. Het geheel is tot stand gekomen zonder overheidssubsidie. Het is volledig gefinancierd uit eigen middelen die verkregen zijn door eigen inspanning. Het overgrote deel van de inkomsten bestaat uit de verhuur van het eerste gedeelte. Het overige deel is afkomstig uit sponsoring van het bedrijfsleven.

Het museum is deel van 'public memory', de manifestatie van geschiedenis (en daardoor van identiteit) in de publieke ruimte. Mijn goede vriend professor Stephen Small van de University of California Berkeley [Small is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam - red. CU] is een specialist op dit gebied. Stephen is één van de keynote sprekers op de komende conferentie over slavernij en contractarbeid. Hij was één van de curatoren geweest van het Slavery Museum in Liverpool. Hij heeft veel onderzoek gedaan in Amerika naar 'slaven'-musea en naar public memory.
’s Ochtends is hij bij de opening van de conferentie en ’s avonds zullen hij en ik een lezing houden in Lalla Rookh met de titel “Public memory and Indentured Labour. The history of indentured labour in museums and public places”. Hij vertelt het algemene plaatje en ik maak de koppeling met contractarbeid.

Eén van de objecten die in het museum tentoongesteld zullen worden zijn foto’s. Ik heb de afgelopen weken foto’s opgestuurd gekregen van diverse mensen. Eén foto is gemaakt door de secretaris van de gouverneur in 1911. Het is een collage van vier foto’s waarop te zien is hoe Hindostaanse contractarbeiders zich voorbereiden op de terugkeer naar India. Ze laten hun kleren drogen bij het Onafhankelijkheidsplein. Ze lopen in een groep naar de kade. Heel indrukwekkend.
Een andere foto is van de processie bij de 50-ste 'viering' (vandaag zeggen we: de herdenking) van de afschaffing van slavernij in 1913. Bij die processie is een Hindostaanse praalwagen te zien getrokken door een ezel.

NSHI zal nog met een oproep komen naar de gemeenschap om oude foto’s en objecten beschikbaar te stellen t.b.v. het museum. Daarmee zal het nieuwe verhaal over de geschiedenis van Hindostanen verteld worden.

Dhoti


Ik kreeg onlangs ook een foto-verrassing. Ik wil bij de première van Tetary een tastbare herinnering tonen aan mijn grootouders door me op die dag te kleden zoals mijn grootvader dat gewoon was te doen, met een dhoti en pagri. Naar aanleiding van die aankondiging in Starnieuws kreeg ik een foto toegestuurd van iemand die ik niet kende, John Ramnandanlal. Het foto was gemaakt in 1970. Vertederend mooi. Ze staan naast elkaar in een foto studio, mijn aja en aji. John had zijn telefoonnummer in Suriname achtergelaten op de achterkant van de foto. Ik belde hem op om te bedanken voor de grote verrassing en te vragen hoe hij aan die foto kwam. Het bleek dat hij vlak bij mijn grootouders had gewoond in de Van Drimmelenpolder in Nickerie.

Op de foto was te zien hoe mij aja zijn dhoti en pagri droeg. Kennelijk heb je daar verschillende manieren van dragen. Ik vroeg mijn vrienden van NSHI: wie kan me helpen om dat ding te wikkelen zodanig dat straks niet de hele zaak van mijn lijf valt en mijn dikke buik en alles daaronder bloot komt te staan. Niemand wist hoe die specifieke stijl van mijn aja te binden. Totdat Jan Soebhag zich aanmeldde. Hij weet het. Ik vertrouw op hem….


p.s. De documentaire Tetary wordt om technische redenen verschoven naar zaterdag 8 juni van 18.30-22.00 uur. Het programma bestaat uit de vertoning gevolgd door een paneldiscussie.
De lezing van Stephen en mij is op donderdag 6 juni van 19.30-21.00 uur. Beide evenementen vinden plaats op het Lalla Rookh Complex, Ballroom, gebouw 2.

[van Starnieuws, 3 juni 2013]

Gevolgen Nederlands slavernijverleden onder de loep


Ter herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën organiseert het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) op 30 juni in het Stadsarchief Amsterdam het internationale symposium ‘Cultural Trauma? Transatlantic slavery in perspective’. Wetenschappers als Ron Eyerman, Tom Segev, Ann Phoenix, Emily Raboteau en Abram de Swaan buigen zich tijdens dit symposium voor het eerst over het concept cultureel trauma in relatie tot het Nederlandse slavernijverleden.
Foto @ Javier Padilla

Het concept cultureel trauma werd in de wetenschap in eerste instantie alleen gebruikt om de toestand van de Joodse slachtoffers van de Holocaust te duiden. Sinds enkele jaren wordt het in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk ook in verband gebracht met de achterstandspositie van de zwarte nakomelingen van de slavernij.

In Nederland is het concept cultureel trauma niet empirisch onderzocht. Het wordt wel gebruikt in discussies over slavernij. Soms als verklaring voor de kwetsbare maatschappelijke positie van de zwarte nakomelingen. Soms ook om een negatief beeld te creëren door klachten en eisen van zwarte nakomelingen over hun situatie weg te zetten als uitingen van slachtoffer-denken en getraumatiseerd gedrag.

Op basis van vergelijkend, empirisch onderzoek is Ron Eyerman (Yale University) er als eerste in geslaagd dit begrip te definiëren en toe te passen op de situatie van de zwarten in de VS. Ann Phoenix (London University) deelt haar inzichten over de invloed van het slavernijverleden op de intermenselijke relaties in het Verenigd Koninkrijk. Tom Segev gaat in op de manier waarop men in Israël omgaat met trauma’s van de Exodus en de Holocaust. De schrijfster Emily Raboteau bespreekt het concept cultureel trauma aan de hand van een analyse van de reggae muziek.
NiNsee-professor Stephen Small geeft een inhoudelijke samenvatting van de dag. De Amsterdamse wethouder Andrée van Es (o.a. diversiteit en integratie) sluit het symposium af .

Dit symposium wordt aangeboden door het NiNsee in samenwerking met de Vrije Universiteit, de Universiteit van Amsterdam, FORUM Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, het Institute of Cultural Heritage & Knowledge en het Menasseh ben Israel Instituut. Voor volledig programma en aanmelding via http://www.forum.nl/agenda.

maandag 29 april 2013

Internationale Conferentie Slavernij VOS en IISR

Louis Kalema - Slavendrijvers


Het programma voor de internationale conferentie welke georganiseerd wordt door Vereniging Ons Suriname en International Institute for Scientific Research (IISR) in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij is nu definitief vastgesteld. De conferentie is ingebed in de Summer School on Black Europe die van 24 juni t/m 5 juli 2013 plaatsvindt in Amsterdam.

Het programma ziet er als volgt uit.

Vrijdag 28 juni vanaf 18.00 uur
Ontvangst van de internationale gasten. (Niet toegankelijk voor het publiek.)

Zaterdag 29 juni van 10.00-17.30 uur
Stephen Small (USA): Legacy of the struggle against slavery: how concepts, ideas and experiences of the resistance to slavery are expressed.
Kwame Nimako (Ned): The African response to slavery: the resistance to slavery in Africa.
Jeanne Henriquez (Curaçao): Tula and his legacy – the 1795 uprising on Curaçao.
Frank Dragtenstein (Ned): Marronage in the Caribbean: analysis and theory of resistance.
!Wegens persoonlijke omstandigheden kan Frank Dragtenstein zijn paper over marronage niet meer presenteren. In plaats daarvan zal Robert Justin Connell een paper presenteren met een vergelijking tussen marrons in Jamaica en Suriname. Connell is afgestudeerd aan de University of California Berkeley en werkt aan een dissertatie over marrons in Jamaica en Suriname. !


Zondag 30 juni van 10.00-17.30 uur
Rita Tjien Fooh (Sur): Women, resistance and slavery.
Rudy Uda (Ned): The culture of resistance: how resistance was expressed in culture during slavery.
Ramon Grosfoguel (USA): The Haitian revolution. Causes, description and immediate effects.
Livio Sansone (Ned/Brasil): Brazil – resistance and struggle in the largest slave society in the America’s.
Sandew Hira (Den Haag): Conceptualizing resistance to slavery: class, race and colonialism.


De voertaal is Engels.

Slavernij in de zuidelijke staten van de VS

Toegang: € 12,50 per dag
Studenten: € 7,50 per dag
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-A
1093 SK Amsterdam
Klik hier om je aan te melden.
Meer informatie: +31 6 412 837 85
Email: info@iisr.nl
Bezoek de site: www.iisr.nl

dinsdag 9 oktober 2012

Stephen Small & Gerard Spong & Slavernijclaim




Afgelopen vrijdag 5 oktober heeft Stephen Small Ph.D., als associate professor verbonden aan de University of California, Berkeley, de functie aanvaard van bijzonder Hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en -erfenis aan de Universiteit van Amsterdam. Het initiatief voor deze nieuwe leerstoel is genomen door het Slavernij-instituut NiNsee, dat wegens stopzetting van de subsidie aan het eind van dit jaar zijn poorten moet sluiten. De keuze voor Small was misschien verrassend, maar hij heeft een uitgebreide kennis over de slavernij. Hij heeft boeken en essays geschreven over het slavernijverleden in het Caraïbisch gebied en de Verenigde Staten en over het zwarte tegenover het witte perspectief, hij is bekend met alle invalshoeken. Small heeft met een Jamaïcaanse vader en een Engelse moeder zowel zwarte als witte roots.

Helaas heb ik over deze oratie alleen nog maar het verslag kunnen lezen van de babbelzieke, obsessief-compulsieve Sandew Hira in zijn wekelijkse column op StarNieuws. Aangezien Small duidelijk niet gedekolonialiseerd hoeft te worden, leest Hira’s column als een grote loftrompet, waarschijnlijk wel terecht, maar gezien Hira’s gebruikelijk gekleurde stellingnames is enige reserve op zijn plaats. Want ook hier kan hij het weer niet nalaten zijn stokpaardje te berijden: “In Suriname is ons blikveld beperkt geweest tot wat de witte koloniale professoren in Nederland te melden hebben, en dat is niet veel meer dan dat het wel meeviel met slavernij in de Nederlandse koloniën.”

Afgaande dus op Hira moet ik begrijpen dat de oratie van Small een aantal opmerkelijke highlights bevatte, waarvan Hira – uiteraard als eerste – noemt: “Het eerste is dat in tegenstelling tot veel onderzoek naar het slavernijverleden hij zich voor een groot deel richt op de erfenis van dat verleden in het heden. Honderden jaren lang was 'indeling op basis van ras' het principe waarop de samenleving in de Nederlandse koloniën was ingericht. Racistische ideeën zijn geïnstitutionaliseerd en vastgelegd in politiek, economie en samenleving. Lang na de afschaffing van de slavernij is het idee van witte superioriteit vastgelegd in allerlei onderdelen van de samenleving. De keerzijde daarvan is het gevoel van zelfvernedering, zelfhaat en 'mental slavery' bij de gekoloniseerden. Ook dat is geïnstitutionaliseerd in allerlei delen van de koloniale samenleving, zelfs na de onafhankelijkheid van Suriname.”

“New perspectives on slavery and colonialism in the Caribbean”, Marten Schalkwijk en Stephen Small

Uiteraard haalt Hira ook aan wat Small zegt over herstelbetalingen: “Small doorbreekt taboes. Dat geld ook voor andere onderwerpen zoals herstelbetalingen. Small zet dat onomwonden op de onderzoeksagenda. Small geeft het voorbeeld van herstelbetalingen die uitbetaald zijn aan de slavendrijvers in Engeland bij de afschaffing van slavernij. Net als in Suriname hebben zij geld ontvangen als compensatie voor het verlies dat zij hebben geleden doordat hun misdaad was gestopt. Beschaafde naties compenseren de slachtoffers van een misdaad. Onbeschaafde naties compenseren de daders. In Engeland is uitgebreid onderzocht wie deze mensen zijn, waar ze woonden en wat ze met het geld hebben gedaan. Hij pleit ervoor om een soortgelijk onderzoek te doen in Nederland. Wat is er gebeurd met het geld dat de slavendrijvers hebben ontvangen als herstelbetaling? De Afrikanen die tot slaaf waren gemaakt hebben – net als in Engeland – geen cent herstelbetalingen ontvangen.”

Sandew Hira verdient een compliment dat vrijdag a.s. vanaf 17.00 uur de oratie van Small is te downloaden via  de website van Hira’s International Institute for Scientific Research: www.iisr.nl

Gerard Spong wil slavernijclaim indienen tegen Nederlandse Staat

Het is natuurlijk niet toevallig dat de van origine Surinaamse advocaat Gerard Spong zojuist via NCRV-radio heeft laten weten dat hij overweegt een schadeclaim in te dienen tegen de Nederlandse Staat vanwege de vier eeuwen lang gevoerde slavernijpraktijken. Ik weet niet of hij bij de oratie aanwezig was, maar hij heeft er ongetwijfeld kennis van genomen.

“Deze zomer bracht een onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit in kaart waar in 1863, het jaar dat Nederland de slavernij afschafte, slaveneigenaren woonden. De eerste inventarisatie richtte zich op Amsterdam, een uitgebreider onderzoek volgt. Dit onderzoek is aanleiding voor een discussie over schadevergoeding in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in Nederland. Ik zou het de moeite waard vinden om samen met andere advocaten een zaak te beginnen”, zegt Spong. Volgens hem is het niet onaannemelijk dat de nazaten nu nog last hebben van de gevolgen van de slavernij. “De slavernij was een geïnstitutionaliseerd fenomeen dat honderden jaren heeft geduurd.” 

Spong roept andere advocaten op om samen met hem een rechtszaak te beginnen. Hij wil niet zelfstandig een rechtszaak beginnen omdat het volgens hem een te omvangrijke procedure is die vele jaren gaat duren.

Volgens Spong is een claim tegen de staat het meest voor de hand liggend. “De slavernij was een door de staat geaccordeerd instituut, waar de staat zelf ook aan meedeed.” De onderzoekers van de VU vonden in het Amsterdamse stadsarchief stukken waaruit blijkt dat de bank Insinger vroeger betrokken was bij de slavenhandel. Insinger is inmiddels opgegaan in de bank Insinger de Beaufort, die nog steeds bestaat. “Zo’n bank is een interessant object voor een claim”, zegt Spong. Volgens de advocaat lopen alle instellingen en families die hebben geprofiteerd van de slavernij het risico om een claim tegemoet te zien. “Er zitten veel juridische haken en ogen aan, dus we zullen revolutionair bezig moeten zijn.”

Wordt ongetwijfeld vervolgd.