Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Sporen van slavernij in Den Haag

Valika Smeulders
Vaar en wandel je mee binnenkort langs de sporen van slavernij in Den Haag? De stad zit vol verhalen over mensen die slaven hielden én mensen die slaaf waren. Op 31 mei, 7 en 29 juni 2014 presenteer ik die samen met het Haags Historisch Museum voor het eerst als tour.

We beginnen met een lunch met hapjes uit Suriname en de zes Nederlands-Caribische eilanden bij restaurant Werelds. Daarna volgt een vaar- en wandeltour door de stad van het koloniale bestuur, die al eeuwenlang interessante mensen trekt uit Afrika, Suriname en Curaçao. Bijzondere mensen, waarvan sommigen zich uitspraken tegen slavernij.

Dit is een vooraankondiging, binnenkort volgt een flyer met meer info over het Haags Historisch Museum en slavernij. Aanmelden kan nu al via City Mondial: 070 4451869.
Zie ook: http://www.ooievaart.nl/ooievaart/speciale-rondvaarten/slavernij-den-haag/

De kosten van dit arrangement zijn € 39,50.
Reserveer snel, want de plaatsen zijn beperkt!

Heel graag tot ziens,

Valika Smeulders

Pasado Presente
0654952854

vrijdag 16 mei 2014

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis

door Jeroen Heuvel

Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana, 
siert de kaft van het boek


In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.

Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.

In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”

Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.

In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.

Schwarzkopf van Natasja Kensmil

De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.

Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.

In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario - Mi nigrita

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.

In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

zondag 4 mei 2014

Judges, Masters, Diviners: Slaves’ Experience of Criminal Justice in Colonial Suriname

Natalie Zemon Davies
by Natalie Zemon Davis

“Two negroes hanged,” John Gabriel Stedman wrote in his Suriname journal for March 9, 1776, and then two days later, among his purchases of“soap, wine, tobacco, [and] rum” and his dinners with an elderly widow, he records, “A negro’s foot cut off.” Stedman expanded on these events in the later Narrative of his years as a Dutch–Scottish soldier fighting against the Suriname Maroons: And now, this being the period of the [court] sessions, another Negro’s leg was cut off for sculking from a task to which he was unable, while two more were condemned to be hang’d for running away altogether. The heroic behavior of one of these men deserves particularly to be quotted, he beg’d only to be heard for a few moments, which, being granted, he proceeded thus––

“I was born in Africa, where defending my prince during an engagement, I was made a captive, and sold for a slave by my own countrimen. One of your countrimen, who is now to be my judge, became then my purchaser, in whose service I was treated so cruelly by his overseer that I deserted and joined the rebels in the woods . . .”
To which his former master, who as he observed was now one of his judges, made the following laconick reply, “Rascal, that is not what we want to know. But the torture this moment shall make you confess crimes as black as yourself, as well as those of your hateful accomplices.” To which the Negroe, who now swel’d in every vain with rage [replied, holding up his hands], “Massera, the verry tigers have trembled for these hands . . .and dare you think to threaten me with your wretched instrument? No, despise the greatest tortures you can now invent, as much as I do the pitiful wrech who is going to inflict them.” Saying which, he threw himself down on the rack, where amidst the most excruci ating tortures he remained with a smile and without they were able to make him utter a syllable. Nor did he ever speak again till he ended his unhappy days at the gallows.

Verder lezen: klik hier


zaterdag 12 april 2014

Three generations of slave mothers in Suriname: The making of Stedman's Joanna

Lecture by Natalie Zemon Davis

Professor Natalie Zemon Davis will present findings from her ongoing researching into the family history of Joanna, a mixed race slave woman who married and had a son with John Gabriel
Stedman, the author of The Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam (1796). Stedman’s account, with its firsthand depictions of slavery and other aspects of colonization, became an important tool in the early abolitionist cause and has remained enormously influential. Davis’ research investigates the grandmother and the mother of Stedman's Joanna, and focuses on Joanna herself so as to identify a family tradition or ethos informing their behavior and choices. The talk will also illustrate the challenges in finding evidence for the reconstruction of the lives and attitudes of individual slaves in the 18th century.

Natalie Zemon Davis is a leading historian of early modern Europe, a pioneer in feminist studies, and one of the first women to assume a senior position in North American academic life. Her research activity and publications have been in the social and cultural history of sixteenth-century France and in early modern Europe, where she has been especially concerned to get at the lives and values of peasants, artisans, and women, and to analyze their relation to other social groups and to power, property, and authority. Her current work is taking her outside Europe's bounds to colonial Quebec and Suriname. She has written six books, co-authored one and co-edited two. She has also published over seventy articles.

Natalie Zemon Davis was educated at Smith College, Radcliffe College, and the University of Michigan (Ph.D. 1959). She has taught at Brown University, at the University of Toronto, at the University of California at Berkeley, at the Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Paris, and at Princeton University. Now Professor Emeritus from Princeton, she is affiliated with the University of Toronto.

Date: Tuesday 15 April 2014
Time: 15.30-17.00

Room 005, Lipsius building (across KITLV building),

Leiden University, Cleveringaplaats 1 , 2311 BD  Leiden

woensdag 9 april 2014

Bolo ta di pueblo (5)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon


Schuldgevoel: niet nodig
Bijna niemand onder de weldenkende mensen in de zwarte/gekleurde gemeenschappen binnen en buiten Afrika zit erop te wachten dat degenen die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan kolonisatie en slavenhandel snikkend op de knieën vallen en berouwvol om vergiffenis smeken. Van belang is alleen dat nu en in de toekomst iedereen met hetzelfde respect wordt behandeld, dat de historische waarheid niet wordt verdoezeld en dat nieuwe generaties zich bewust blijven van wat er in het verleden is gebeurd.

Op bladzij 185 van Peau noire, masques blancs zegt Fanon zelf: ‘Ik, gekleurde mens, heb niet het recht om de blanke man een schuldgevoel tegenover mijn ras op te dringen. Ik, gekleurde mens, heb niet het recht om na te denken over middelen die het mij mogelijk zouden maken om het gevoel van eigenwaarde van de oude Baas te vertrappen […]. Moet ik soms van de blanke man van vandaag vragen zich schuldig te voelen over de slavenhandel van de 17e eeuw?’
 
Oorlogsmisdaden in Algerije
In hetzelfde essay waarschuwt hij blank en zwart (‘Peau noire…’ p. 187) ‘à s’écarter des voies inhumaines qui furent celles de leurs ancêtres afin que naisse une communication authentique’ ( = om de onmenselijke wegen van hun voorouders te verlaten zodat er echte communicatie kan ontstaan).

Het is een groot misverstand om uit het werk van Fanon te willen begrijpen dat hij de blanke zou haten. Nee, het enige dat Fanon verafschuwde was het kolonialisme, de onderdrukking, de onrechtvaardigheid en de uitbuiting. In het begin van zijn boek zegt hij al op bladzij 10: ‘ik wil mijn broeder, Zwarte of Blanke, ertoe brengen om op krachtige wijze het betreurenswaardige kleed af te schudden dat is geweven door eeuwen van onbegrip’.
Voor alle duidelijkheid: Fanon had nooit een hekel aan de Fransen, maar wel aan het Frankrijk dat, bevrijd van het nazidom, na de Tweede Wereldoorlog bloedbaden aanrichtte in Sétif (1945) of Madagascar (1974) en dat, na bewezen diensten, de Senegalese en Marokkaanse soldaten in de kou liet staan.

Fanon was een humanist. Fanon was een halve eeuw geleden wijzer dan vele anderen nu. En hij was pas 36 jaar toen hij stierf!
 
Generaal De Gaulle spreekt met Senegalse soldaten

Geweld in de oude koloniën na de onafhankelijkheid
Na het vertrek van de koloniale machthebbers zijn er vreselijke dingen gebeurd in Afrika. In Mauritanië heeft de slavernij zijn kop opgestoken, in Zuid-Afrika zijn Zimbabwaanse migranten levend verbrand en aan stukken gehakt, migranten uit Bénin zijn uit Guinea verdreven, in Ruanda heeft er genocide plaatsgevonden, in Mali staan Christenen en Moslims elkaar naar het leven, in Egypte worden de Kopten vervolgd, in Centraal Afrika wordt er gemoord, in Zuid-Soedan dreigt er een burgeroorlog, in Libië discrimineert men zwarten uit Centraal- en West-Afrika.

Een paar krantenkoppen en berichten uit de Volkskrant van het afgelopen jaar:

11/01/2013: Frankrijk begint militaire interventie in Mali.
28/03/2013: Veiligheidsraad sanctioneert militaire interventiemacht in Congo.
22/04/2013: 185 doden bij gevechten in Baga, Nigeria.
15/12/2013: etnisch geweld in Zuid-Soedan.
27/12/2013: Massagraven in Zuid-Soedan
28/12/2013: Chaos in Centraal Afrikaanse Republiek. Land balanceert op de rand van burgeroorlog.


Al dat geweld en die intolerantie die zijn losgebarsten na de onafhankelijkheid, zijn te wijten aan de heersende inheemse klasse die de koloniale bestuurders is opgevolgd. Fanon heeft in zijn tijd herhaaldelijk gewaarschuwd voor de machtswellust, het egoïsme, de inhaligheid en de schijnheiligheid van die regerende klasse.

In vergelijking met wat er in Afrika gebeurt is Curaçao een beschaafd land, maar het ontbreekt het merendeel van de bevolking nog steeds aan de juiste scholing en aan politiek inzicht. Daardoor laten de mensen zich voorlopig helaas nog makkelijk meeslepen door loze beloftes van schijnheilige politici.

Behoud van de eigen cultuur: Afrika en Curaçao
In de Afrikaanse gebieden werden de stamculturen ter plekke door de koloniale onderdrukkers ontkend, verstikt of vernietigd.
De Afrikanen die via de slavenhandel op Curaçao en elders in het Caribisch gebied arriveerden behielden slechts flarden van eigen culturen, omdat het heterogene groepen mensen betrof die uit verschillende Afrikaanse gebieden afkomstig waren. En zelfs die paar restanten van eigen (taal en) cultuur werden door de kolonisator zoveel mogelijk ontkend en vernederd. De Curaçaose cultuur werd op die manier een dubbele slag toegebracht.

McDonald's Curaçao

De intellectuelen die door studie aan de Nederlandse Universiteiten voortkwamen uit de groep kleurlingen werden – noodgedwongen - beklagenswaardige imitators van de Westerse cultuur waarvan ze niet schroomden zelfs de leugens over te nemen. Maar gedane zaken nemen geen keer en Fanon heeft in Les damnés de la terre hiervoor de waarschuwende vinger opgeheven: ‘laten we geen tijd verdoen met […] weerzinwekkend kopieergedrag’. En om de weg te wijzen naar een authentiek cultureel leven voegt hij eraan toe (p. 163): ‘vechten voor de nationale cultuur betekent op de eerste plaats vechten voor de bevrijding van het land, de fysieke baarmoeder waaruit de cultuur kan ontstaan. Er is geen culturele strijd die zich zou kunnen ontwikkelen los van de strijd van het volk’.

Dat betekent dus dat er geen culturele strijd kan zijn die losstaat van de politieke strijd. Pas als er geen sprake meer is van achterstelling kan er sprake zijn van een van een nationale cultuur en van nieuwe perspectieven. De verwezenlijking van dit alles is echter een langdurig proces. Deelname aan dit proces is daarom vaak ontmoedigend.

[wordt vervolgd]


zondag 6 april 2014

David Nassy’s “Furlough” and the Slave Mattheus

Dankzij professor Natalie Zemon Davis krijgen we een inkijkje in het leven in 18e eeuws Suriname. We maken o.a. kennis met David Nassy en met zijn slaaf Mattheus. Op 21 april 1792 gaan Nassy, zijn dochter Sarah en zijn slaven Mattheus en Amina met het schip Active van Paramaribo naar Philadelphia. 


door Natalie Zemon Davis

In February 1792, David Nassy, secretary and associate treasurer to the Mahamad  of the Portuguese Jewish Nation of Suriname, penned a letter of lament and supplication to the “Dignissimos Senhores” of that august body and to its Adjuntos, the council members of the Nation.1 He signed his letter David Nassy rather than David de Isaac Cohen Nassy, the name he was given at his birth in 1747 to Sarah Abigail Bueno de Mesquita and Isaac de Joseph Cohen Nassy, a descendant of early settlers of the colony. Before this, though, David had written his full name often enough, as, through the decades, he carried out the obligations of his many roles in the community: he followed his father for a term as sworn notary (jurator) of the Portuguese Jewish Nation; served as gabay, secretary, and one of the regents (parnasim) for the Mahamad; translated texts from Portuguese and Spanish into Dutch for the Suriname Court of Policy; ordered inventories to be made of his plantation and possessions; purchased medicines for his pharmacy,and contributed manuscripts in French and Dutch to the more general intellectual culture of the colony. Then, in January 1790, he went before the current jurator of the Nation and formally shortened his name to David Nassy: he claimed it was for the sake of simplicity— too many men had similar long names—but he also wanted to appear more modern.2
Jodensavannah detailJodensavanne, Suriname (Benoit, 1839)
< The tone of Nassy’s supplication to the Mahamad and Adjuntos was plaintive, but this did not mean that he could not look back from 1792 on a life of accomplishment and some fulfilled hopes—for himself, for the “benefit of the Nation and the glory of the Jewish name,” and for the literary life of Suriname, where, despite limitations, he and his fellow Jews enjoyed “a kind of Political Patrimony.”3 Nassy married his cousin Esther Abigail de Samuel Cohen Nassy in 1763, and four years later Esther gave birth to their daughter Sarah. Nassy’s purchase of the Tulpenberg coffee plantation on the Suriname River in 1770 had ended, partly through mismanagement, in financial disaster by 1773. (A fate suffered by other Suriname planters who had relied naively on easy credit arrangements offered from Amsterdam). But, thanks to bequests from his father Isaac, who died in 1774, and property brought to the marriage by his wife, David Nassy still owned land on creeks off the Suriname River, houses at Jodensavanne on the Suriname River and in the town of Paramaribo, and slaves. In 1777, he set up a partnership with Solomon Gomes Soares, “doctor and apothecary” at Jodensavanne: they would practice pharmacy together and Gomes Soares would instruct him in the art of healing. The partnership fared so well that by 1782, Nassy and his wife hired an agent in Paramaribo to acquire medicines for them. That same year, Esther’s jewelry case included diamond rings and gold bracelets.

Verder lezen: www.buku.nl

woensdag 2 april 2014

Four centuries of slavery


#BlackHerstory: This photo was taken in Washington, D.C. in 1916 at the “Convention of Former Slaves." Pictured from left to right: Annie Parram, age 104; Anna Angales, age 105; Elizabeth Berkeley, 125; Sadie Thompson, 110.

dinsdag 1 april 2014

How Brazil treats its black people: Naked black male found pinned to a post by his neck in Rio




 

Note from BW of Brazil: And yet another example of how Brazil treats its black people. Last week, Huffington Post did a piece on the country’s unwritten policy of the extermination of young black males that has been consistently featured on this blog. In a shocking photo reminiscent of a similar incident posted on this blog approximately a year ago, a young naked black male was pinned to a post in Rio with some metal apparatus around his neck.

Pelourinho in Salvador, Bahia. The public whipping of a slave

The image of a black male tied to a post may be disgusting and a symbol of how black life is still seen in Brazil, but it is also historically relevant. In the article below, the word “pelourinho” is mentioned. “Pelourinho” means whipping post. During the slavery era, a slave would be tied to this post and publicly whipped as a warning to other slaves.



Praça Matriz, a pelourinho in Alcântara, Maranhão (northeast Brazil)
Today, when people hear the term Pelourinho, they mostly think of the historic area of downtown Salvador, Bahia, that is a popular tourist area of the city. But the history cannot be forgotten.


[further reading here on Black women of Brazil]

vrijdag 28 maart 2014

Twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid

De Gevangenenpoort in Den Haag. Schilderij van Pieter Daniel van der Burgh, 1860.

De Dutch Caribbean Book Club presenteert twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid op zaterdag 12 april 2014.
Valika Smeulders

Sprekers
Dr Han Jordaan voert u terug naar de revolutionaire jaren 1795-1800. Een lezing over de invloed van de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens op Curaçao én een ontsnapping uit de Haagse Gevangenpoort.
Dr Valika Smeulders gaat in op de lange aanloop naar de afschaffing van slavernij in Den Haag en biedt u een blik achter de schermen van de staat, de kerk en Haags-koloniale familiebanden.

Poëzievoordracht
De Arubaanse dichter Samuel Dumfries draagt voor uit zijn gedichtenbundel Mélange.
Na afloop is er verkoop van boeken en tijdschriften. Wilt u a.u.b. contant geld meenemen?

Datum en tijd: zaterdag 12 april 2014 van 13.00 tot 17.00 uur
Locatie: EBG, Chasséstraat 1, Den Haag
Vanaf Centraal Station met tram 3, uitstappen Elandstraat Vanaf Station Holland Spoor met tram 11, uitstappen Weimarstraat
Toegang: € 7,50
Aanmelden: per e-mail, dutchcaribbeanbookclub@gmail.com

Heeft u zich aangemeld en kunt u onverhoopt niet aanwezig zijn? Dan kunt u zich afmelden tot 11 april om 12.00 uur, per e-mail, dutchcaribbeanbookclub@gmail.com.

dinsdag 18 maart 2014

Dansen met voorouders in de Laurenskerk op het Winti Bal Masqué

Groepsportret. Foto © Ari Versluis

Met een wervelende show en ruim 700 bezoekers is de eerste editie van het Winti Bal Masqué in de Laurenskerk een daverend succes te noemen. Het Winti Bal Masqué is hét interculturele festival waarin de Surinaamse en Nederlandse cultuur samen zijn gekomen voor een feestelijk Winti dansritueel. Voor velen betekende dit een geweldige introductie tot de natuurreligie ‘Winti’. Voor anderen werden er  vertrouwde rituelen uitgevoerd, omlijst door Venetiaanse kostuums en beeldende kunst. De avond werd gepresenteerd door Wintipriesteres Marian Markelo en de kleurrijke DJ Chantelle, het alter ego van beeldend kunstenaar Boris van Berkum.

Foto © Floor van Dongen

De eerste editie van het Winti Bal Masqué verwelkomde ruim 700 aanwezigen, naast de voorouders en de goden die meedansten en zich met de aanwezige stervelingen vermaakten. Want zoals dat gaat op een goed Winti dansritueel bestaat de scheiding tussen de mensenwereld en de geesten- en godenwereld niet meer.

Met de voordracht door historicus Alex van Stipriaan werd er stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden dat 150 jaar geleden plaatsvond. Van Stipriaan schetste een beeld van het Rotterdam ten tijde van de slavernij.

Foto © Floor van Dongen

Op de avond bracht de culturele vereniging van Inheemse Indianen Wajonong een serie indrukwekkende krachtgebeden en liederen ten gehore. En werd er door het publiek uit volle borst meegezongen met het strijdlied de Keti Koti Song: 'Keti Koti, Ik ben niet te koop.'

Foto © Floor van Dongen

Hoogtepunt van het feest was de onthulling van de ruim acht meter hoge ‘Mama Aisa XXXL’ sculptuur door wethouder Korrie Louwes. ‘Mama Aisa XXXL’, oftewel moeder aarde, droeg een prachtige ‘koto’ (traditionele Surinaamse klederdracht) gemaakt door Mirjam Carels en de Krachtvrouwen uit Rotterdam-West. Theatergroep Untold voerde de première van de maskerdans uit ter ere van de slangengod ‘Papa Winti’.

Mama Aisa XXXL en het Papa Winti-masker zijn gecreëerd door kunstenaar Boris van Berkum die een selectie maskers uit het Afrika Museum scande in 3D. De verkregen data waren de basis voor een nieuwe kunstcollectie die vanaf nu in het hedendaagse leven een actieve rol zal spelen in het Winti dansritueel. Het ‘Winti Bal Masqué’ is de start en een mijlpaal voor – wat Marian Markelo noemt - de Afrikaanse Renaissance in het Winti-geloof.

Foto © Floor van Dongen

Foto © Floor van Dongen
Met het verassende gastoptreden van carnavalsvereniging Elegance was ook de pracht en praal van de Antilliaanse cultuur aanwezig op het Bal Masqué. De kleurrijk uitgedoste gasten konden op de foto bij fotograaf Ari Versluis. Versluis maakte tevens een groepsfoto van de artiesten en de best geklede bezoekers.

Willy Djaoen. Foto © Floor van Dongen


Het was een feest om te zien dat alle aanwezigen goed hun best hadden gedaan om zich volgens de dresscode: Wonderful Winti, Afro Futurisme en Venetian Chique te kostumeren. Er viel dan ook wat te winnen: De Best Dressed Guest kreeg een reischeque overhandigd ter waarde van vijfhonderd euro. De jury, bestaande uit Annemarie de Wildt – conservator van het Amsterdam Museum, Winti-specialist Fred Fitz James en Ari Versluis kozen de gelukkige winnaar: de heer Willy Djaoen met zijn schitterende Yin Yang kostuum.



Het beste uit de Surinaamse, Afrikaanse, Antilliaanse en West-Europese cultuur kwam deze avond samen. Op Facebook wordt er al volop gespeculeerd over een vervolg in 2015. De organisatie laat weten alles op alles te zetten om dit ‘feest der verbroedering’ een vaste plaats te geven in onze Nederlandse cultuur.

Foto © Floor van Dongen


Datum: 15 maart 2014
Locatie: Laurenskerk Rotterdam
Website: www.ikbenniettekoop.nl
Mede mogelijk gemaakt door: Mondriaan Fonds, Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, Prins Bernhard Cultuurfonds, SNS Reaal Fonds, Gemeente Rotterdam en Stichting Bevordering van Volkskracht, Amsterdam Museum, Afrika Museum.
Foto credits: Ari Versluis
Organisatie: ABAN Foundation















zaterdag 15 maart 2014

Modern slavery

Accra Ghana, mijnwerker 200 voet onder de grond. Foto Lisa Kristine


For the past two years, photographer Lisa Kristine has traveled the world, documenting the unbearably harsh realities of modern-day slavery. She shares hauntingly beautiful images — miners in the Congo, brick layers in Nepal — illuminating the plight of the 27 million souls enslaved worldwide. (Filmed at TEDxMaui)

Klik hier voor een lezing van Lisas Christine
Klik hier voor meer foto's en een artikel

Bordeel in Nepal

Nieuwe slaven in Ghana



maandag 10 maart 2014

Hilary Beckles’ new book: Reparations can help heal the human family

Michelle Loubon of Trinidad and Tobago’s Guardian, speaks to Hilary Beckles about his new book on reparations for slavery.


Caribbean nations which ignore the human and civil rights of the citizenry will never be able to access reparations. Visiting Barbados economic historian Hilary Beckles, campus principal of Cave Hill and Pro Vice Chancellor of UWI, made this comment at a public lecture and launch of his book Britain’s Black Debt at Daaga Auditorium, St Augustine Campus, on May 23. Among those present were St Augustine campus principal Prof Clement Sankat, Prof Funso Aiyejina, dean of the Faculty of Humanities and Education, literary icon Earl Lovelace and head of the department of history Dr Heather Cateau.

Beckles dedicated his book to the late eminent historian and T&T’s first prime minister Dr Eric Williams, author of the seminal work Capitalism and Slavery. Beckles said his book should be seen as a sequel to Williams’ work and dedicated it to him. His narrative revolved around a cover photograph of a young queen Elizabeth of England taking a stroll with her cousin, the 7th Earl of Harewood on his sugar plantation (the Belle) in Barbados in 1966. It was bought by the earl’s ancestor in 1780 and there were 232 slaves. Before delving into the post pan-African conversation, Beckles said he had to “purge himself” by writing this book which he deemed to be a case study of the need for reparations for the descendants of enslaved peoples. He felt Britain had a case to answer, which the Caribbean should litigate. Beckles said he believed there would be no social justice until the matter of reparations was addressed.

“Reparations, or the concept of repairing damage, is based on the search for a higher level of humanity and is intended to lay the foundation for healing the human family. I believe if Williams were alive he, too, would have argued the case for reparations,” said Beckles. But he sounded a warning bell. Beckles said, “All across the world what we do know is weak nations and weak peoples and disorganised communities never receive reparations. If you take 100 random cases of reparations in the last 50 years, not one has been paid to a nation that is disorganised and is weak and furthermore that does not recognise the human and civil rights of its citizens. Nations only engage in reparatory discussions when they have reached a stage where they are concerned about the human and civil rights of their citizens. In the Caribbean, we have not yet reached that level.”
Japanse vrouwen houden portretten op van Aziatische vrouwen
die als seksslavinnen voor de Japanners werkten

Beckles cited the shining examples of Korea and the Maldives of New Zealand. “I was in Korea about five years ago and I listened. The Japanese had made criminal use of Korean women. They were taken out of villages and used as sex slaves in the army camps. That matter has been repaired and they have put millions of yen into the Korean Workers’ Development Fund to repair the damage done to women of Korea. The Maldives of New Zealand have received reparations from the British government because the government said the genocide must be addressed.” But Beckles said there was a lot of work to be done since European governments had consistently refused to give apologies. “Europeans first have to acknowledge a crime has been committed. Most of the countries have not admitted slavery was a crime against humanity. You have to admit responsibility and admit to the damage,” said Beckles.

For the original report go here


[from Repeating Islands, June 9, 2013]

Caricom eist vergoeding slavernij

El Dorado
Paramaribo - De Caricom staatshoofden eisen compensatie voor de schade die aangericht is tijdens de slavernijperiode. Vanwege het slavernijverleden in Suriname willen ze ook Nederland aansprakelijk stellen. Het is voor het eerst dat zo'n grote groep landen herstelbetalingen eist van hun voormalige kolonisators. De landen richten de eis ook tot Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden en Denemarken. De Caricom is vandaag bijeen in Saint Vincent en de Grenadines om te praten over een plan met tien eisen.
Sir Hilary Beckles

De herstelbetalingen voor het leed als gevolg van de slavernij gaan niet alleen over klinkende munt, aldus de voorzitter van de commissie, Sir Hilary Beckles: "Ons doel is een dialoog met de Europese landen. Zij zijn verantwoordelijk voor de achterstandssituatie waarin de Caribische landen zich nu bevinden." Zo willen ze dat Nederland en de andere ex-kolonisatoren diplomatieke hulp bieden aan mensen die willen terugkeren naar Ghana en Ethiopië. Remigranten zijn in deze landen geen volwaardig burger, zo staat er in het plan.

Ook moeten de Europese landen arme gemeenschappen in de Cariben ondersteunen en het onderwijsniveau in Caribisch gebied verbeteren. De belangrijkste eis is dat er een oprecht excuus komt. In Nederland heeft toenmalig minister Roger van Boxtel in 2001 "diepe spijt" betuigd over de slavernij en slavenhandel. Maar de Caricom wil onvoorwaardelijke excuses. De Europese landen geven dit niet vanwege eventuele juridische consequenties.

Still uit Twelve years a slave


Volgens Gert Oostindie, Nederlands historicus, gespecialiseerd in Caribische geschiedenis, heeft het plan niet veel kans van slagen. "De Europese landen willen zeker de dialoog voorzetten, maar zullen niet de portemonnee trekken." Een alomvattend bedrag wordt er in het plan niet genoemd, maar Suriname heeft al eens uitgerekend hoeveel Nederland aan het land zou moeten betalen en dat bedrag is minimaal 50 miljard euro. De slavernijgeschiedenis staat momenteel in de belangstelling door de bekroonde film Twelve Years a Slave.

[van nospang.com, maandag 10 maart 2014]


zaterdag 8 maart 2014

Joan Ferrier overleden

Joan Ferrier wandelt op 1 juli 2013 met koningin Máxima en koning
Willem-Alexander in het Amsterdamse Oosterpark naar de viering
van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Foto Michiel van Kempen
Joan Ferrier, voorzitter van de Amsterdamse Stichting Herdenking Afschaffing 150 jaar Afschaffing Slavernij, 2013 is vanmiddag, zaterdag 8 maart 2014, overleden na een kort ziekbed. Zij werd 60 jaar.

Joan Mary Ferrier (Paramaribo, 14 december 1953) werd geboren als dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Ze is een oudere zuster van de politica Kathleen Ferrier, en is een jongere halfzuster van de auteurs Cynthia Mc Leod en Leo Ferrier.

Ferrier studeerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Utrecht en werkte vervolgens bij het Sociaal Agogisch Centrum van het Burgerweeshuis waar zij tenslotte coördinator werd van twee opvanghuizen voor Marokkaanse kinderen. Daarnaast was zij docente Transculturele pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Toen in 1997 vier emancipatieorganisaties voor vrouwen besloten te fuseren, werd Ferrier per 1 januari 1998 directeur van het nieuwe Instituut voor Gender en Etniciteit, dat in de loop van dat jaar werd omgedoopt in E-Quality. Zij bleef dat tot 2012.

Joan Ferrier wandelt op 1 juli 2013 met koningin Máxima en koning
Willem-Alexander in het Amsterdamse Oosterpark naar de viering
van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Foto Michiel van Kempen


In 2008 is zij verkozen tot “Zwarte vrouwelijke manager”. Vanaf mei 2012 is ze directeur/eigenaar geweest van een eigen consultancybureau.

Ferrier is bestuurslid geweest van Ombudsvrouw Amsterdam, Technika 10, Young Women’s Christian Association en de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). Ook is ze initiatiefneemster en bestuurslid geweest van de Stichting Johan Ferrier Fonds.
In 2011 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar inzet op het terrein van emancipatie, gezin en diversiteit.

[bron: Wikipedia]

Op 21 juni 2013 leidde Joan Ferrier in de OBA de derde Cola Debrotlezing in, die werd gegeven door Antoine de Kom. De Werkgroep Caraïbische Letteren wenst alle nabestaanden veel sterkte.

Klik hier voor De Nachtzoen van Joan Ferrier (IKON).