door Els Moor
 |
| Olof Smit |
Allemaal kennen we ‘Moeder Aarde’. Ze is de basis van ons leven, ze zorgt dat we kunnen eten en drinken
en kunnen gaan en staan waar we willen. Momenteel loopt ze gevaar doordat haar
eigen kinderen, de mensen, haar vervuilen. Moeder Aarde is het symbool van de
vruchtbaarheid. En Vader Aarde? Over hem
horen we nooit zoveel, maar hij speelt een belangrijke rol in het onlangs
verschenen boek van natuurgenezer Olof Smit; het heet zelfs naar hem. Waar
Moeder Aarde de vruchtbaarheid
symboliseert, waardoor we kunnen leven, is Vader Aarde degene die zorgt dat dat
ook kan gebeuren, dat er handelingen plaatsvinden. Een prachtig stel dus, die
elkaar aanvullen, maar die door de mens die een steeds materialistischer en
egocentrischer gedrag heeft gekregen, bedreigd worden. In het boek van Olof
Smit is dit een belangrijk thema. De
redding van onze aarde hangt vooral af van het verdwijnen van materialisme door
het spirituele te bevorderen, zoals het
bewustzijn van de geneeskracht van de natuur.
 |
| Badende Saramaka vrouw |
De schrijver is de ík-verteller in het boek dat fictie, spiritualiteit
en herkenbare werkelijkheid bevat. Wie is Olof Smit? Gelukkig geeft hij aan het
begin een ‘curriculum vitae’. Hij is een witte Nederlander, ‘Bakaa’ zeggen de
Saramakaners in het Surinaamse binnenland, waar hij lang verbleef. Hij maakte
er ‘Baka’van! Een ‘vloek’ is een
belangrijk motief binnen het boek. Iemand kan geboren worden met een vloek die
op hem rust, die hij geërfd heeft van zijn grootouders. Zo iemand is dan zijn
hele leven op zoek om deze blokkade te doorbreken. Bij Olof was dat het geval
tot zijn dertigste jaar. Zijn opa was in
zijn jeugd de belangrijkste figuur. Zijn vader kwam om in de Tweede
Wereldoorlog. Opa was boer die de natuur kende als geen ander en als jongen was
zijn kleinzoon vaak met hem bezig op het land en met de dieren. De grote kracht
die hij van opa meekreeg, ontdekte hij pas veel later, toen hij dertig jaar was
en opa overleden. Olof werd zelf geen
boer, maar kwam via de ‘Koninklijke Academie’in het filmvak terecht. Het land
van opa is later opgegaan in een nieuwe stadswijk, groen tussen beton. Olof ontdekte toen hij filmer was, dat het voorbij was met het liefdevolle kippen
kweken zoals opa dat deed: vermeerderingsfabrieken,
concentratiekampen voor slachtkuikens
die gedood werden als ze ‘rijp’waren voor consumptie.
 |
| Een Saramaka familie |
Toen hij dertig jaar was verscheen Vader Aarde Olof in een droom, een ‘voorspellende droom’, een
belangrijk gegeven binnen de spiritualiteit in dit boek. Voor hem was het het begin
van het bewustwordingsproces en van een totaal ander leven. Hij had zijn vloek
gezocht en hij vond zijn wezen. Vader Aarde liet hem ontdekken dat zijn
aangeboren talent is: met materiaal uit
de vrije natuur, zoals kruiden, mensen
hun vloek helpen bestrijden of genezen van hun ziekte, hoe ernstig ook
van aard. Zo komt Olof in het binnenland
van Suriname terecht voor zijn opleiding, in een dorp van Saramakaners. Hij is
de ‘Baka’. Wit van lijf, maar zwart van ziel. Zijn Saramakaanse leermeesteres, ‘Mama’,
leert hem alles wat hij weten moet om ‘natuurgenezer’te worden.
In zijn dromen heeft hij nog contact met Vader Aarde die hem
veel leert over ‘de ziel’van de mens, de blijvende kern van zijn bestaan. De oudste menselijke zielen zijn miljoenen
jaren oud. Ze hebben veel gezien en meegemaakt in al die levens en zijn wijs en vooral
nieuwsgierig. ‘Wonzen’noemt Vader Aarde die weinige mensen die vanuit
vijfentwintigduizend levens hun wijsheid bewaard hebben. Dat betekent: Wijze Oude Nieuwsgierige Ziel. Dat neemt af bij latere zielen, met nu veel minder levens.
De mensen gaan zich vestigen op één plaats, als landbouwers; later gaan mensen ook steden stichten. Dan
komt materialisme op en verdwijnt wijsheid en nieuwsgierigheid.
 |
| Paloemeu |
Het zijn mooie beelden van schrijver Olof Smit om de
ontwikkeling van de menselijke
maatschappij, naar een voor Vader en Moeder Aarde bedreigend materialisme,
duidelijk te maken. De ziel is de kern. De ziel komt van god, maar er is maar
één god, voor alle mensen. Zelf moeten de mensen de ontwikkeling van hun ziel
sturen, zoals de Wonzen dat gedaan hebben. De ‘Baka’- leerling
van ‘Mama’, hij wordt een steeds knapper natuurgenezer. Hij blijkt inderdaad een ‘natuurtalent’. Mensen
die ten dode opgeschreven zijn door malaria en dengue, hij weet ze te redden.
Ook mensen met ernstige psychische
problemen al vanaf hun jeugd en zelfs een restauranthouder op wie de vloek
rust, dat zijn mooie zaak ten ondergaat, weet hij te helpen. Vader Aarde verlaat Olof als die zijn eigen ‘ík’ kent, als hij één is met zichzelf, ziel
en verstand op een rij. Vader Aarde heeft dan zijn werk gedaan, evenals lerares
‘Mama’. In zijn dromen krijgt hij wel twee nieuwe raadgevers, Kanta Masi, de
broer van de kruidengod Apuku, en Foodoo, beiden uit de winticultuur. Olof gaat dan weg uit het regenwoud, werkt eerst
een tijd als natuurgenezer in
Paramaribo, gaat dan naar Europa,
Amsterdam, en later terug naar de ‘Cariben’,
naar Trinidad. Als hij daar met en voor inheemsen gewerkt heeft, bezoekt hij
nog eenmaal ‘Mama’in het Surinaamse bos en gaat dan voorgoed terug naar Europa.
Als ‘Wonz’ zal hij werken aan meer aandacht voor natuurgeneeswijzen en spiritualiteit in een wereld waar
materialisme hoogtij viert.
 |
| Surinamerivier. Foto Settie Loggers |
Uitermate boeiende stof dus, in het boek met de titel Vader
Aarde en de Aardse Taal. 'Aardse Taal’ heeft betrekking op de zeven Aardse talen
die samen de Aardse wet vormen, de taal van de Aarde van de Mens, van het Dier.
Van het Vuur, van het Water, van de Plant en van de Lucht, gerelateerd aan de zeven krachten die het leven op aarde
leefbaar maken. Ze komen ineens
schematisch in beeld in het subhoofdstuk
‘In de dialoog met de Ziel’ en daar blijft het dan bij. Dat ‘De Aardse taal’ toegevoegd is aan de
titel, is dus vreemd binnen de structuur van het boek.
Zo zijn er meer vreemde zaken binnen de structuur, maar ook
binnen het taalgebruik en het perspectief in dit boek. Olof zelf wisselt tussen
een persoon die zich kan aanpassen aan het leven in het binnenland en er snel veel leert, en een
echte vreemdeling met een puur Hollands
perspectief en een soms grof taalgebruik dat in dit boek niet thuishoort. Ik
vraag me steeds af of hij dat expres doet om de tweeslachtigheid van zijn
personage aan te geven, of omdat hij
zich niet aanpast. Als zijn opa hem vertelt
dat de eik waarbij ze staan honderden jaren oud kan worden, veel ouder dan
hijzelf, wordt de zesjarige Olof razend
omdat ‘die roteik’ er nog zou zijn als zijn lieve opa doodging. Woorden als
‘kont’ en ‘strond’ en ‘lazeren’ en ‘donder
op’ komen voor in het taalgebruik van de verteller. Heel vreemd is het dat de
auteur in de eerste honderd bladzijden bijna nooit bij het werkwoord het
persoonlijk voornaamwoord ‘ik’ gebruikt. Alle andere, zoals ‘hij’ en ‘zij’ wel. Na
pagina 100 als Vader Aarde hem heeft laten zien wie hij is, komt ‘ik’ wel
veelvuldig voor’ en soms niet. Is dat opzet? Het zou geraffineerd zijn: ik weet niet wie ik ben,
dus geen ‘ik’. Of is het een slordigheid? Die zijn er namelijk veel meer. Zoals
spelfouten, bijvoorbeeld twee woorden die een woord moeten vormen, los
schrijven. Saramakaners is soms goed, maar er staat soms ook Saramaccaners,
zelfs een keer Sarramaccaners en Saramakanen. Het perspectief is vaak oerhollands. 'Mama’, zijn
boslandcreoolse lerares, kookt lekker, ‘als in een driesterrenrestaurant’, een
grapje dat hier niet begrepen wordt, maar Hollandse lezers niet op weg helpt om
het binnenland van Suriname te leren kennen. Het hokje waarin ‘Mama’ kookt
noemt hij een ‘bijkeuken’. Daar moest ik wel erg om lachen.
 |
| Het Brokopondostuwmeer. Foto Hester Jonkhout |
In een hangmat, gebonden
aan een groenhartboom brengt Olof een
keer de nacht door. De boom spreekt tegen hem. Hij is immers een verre vriend
van de eik die Olof als kind zo verachtte. Een leuk moment, maar waarom
‘Greenheart’ en geen ‘groenhart’? En het
dorp waar hij helemaal inburgert, een Saramakaans dorp dus, ligt dat bij de
grens met Brazilië? Daar liggen inheemse dorpen, Kwamalasamutu onder andere.
Daar is een sjamaan (natuurgeneesheer) die tot ver in het buitenland beroemd
is en die Olof veel had kunnen leren. Waarom moest Olof naar Trinidad? Dat is
niet zo’n boeiend gedeelte. Het zou toch veel interessanter zijn als de leerling ook in de leer gegaan zou
zijn bij een genezer van een inheems volk in Suriname?
 |
| De Saramaccarivier. Foto Charl Danoe |
Het is jammer dat een boek met zo’n interessante thematiek wat
structuur betreft niet perfect is. Sommige theoretische stukken over
spiritualiteit zijn lang en saai binnen het verhaal of niet functioneel, zoals
dat over ‘de Taal’ en zomaar ineens een stuk informatie over Londen na de
Tweede Wereldoorlog, het ontstaan van ‘multinationals’ volgens een
rooms-katholiek concept.
Er zijn overigens ook mooie, beeldende of humoristische
passages die het thema goed vorm geven. Een goede redacteur had hulp moeten
bieden. Bovendien had een Surinaamse deskundige de gegevens over Suriname
kunnen bekijken. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt bij een
Nederlandse uitgeverij. We hopen dus dat er gauw een herziene tweede druk komt,
want de thematiek is zeer de moeite waard, vooral ook met het oog op de commercialisering van het Surinaamse
binnenland (goudzoeken en bos kappen). Dat geeft Olof Smit ook aan. Misschien
wil Vader Aarde nog een keertje komen in zijn droom en over de schouder van Olof meelezen en ‘de
‘Aardse taal’ perfect maken?
Olof Smit: Vader Aarde en de Aardse Taal. Frontier
Publishing, zonder jaar. ISBN
9789078070450