![]() |
| Vlnr. de muzikanten van Savaneta Boys, Jan Vlijt (zanger en Tres-speler), Alberto Bernabela (maraka), Pedro Raphaela (timbal) en twee artiesten wier namen niet meer te achterhalen waren. |
Jan Vlijt heeft de laatste jaren van zijn leven in Amsterdam
gewoond, praktisch geheel afgezonderd. Hij had bijna geen contact meer met
mensen van zijn geboorte-eiland. In Nederland trad Jan Vlijt op onder de
artiestennaam Juan Serrano. Hij was vooral actief als artiest op Aruba in de
eerste helft van de vorige eeuw. Later heeft hij zich in Nederland gevestigd,
waar hij trouwde met zijn Nederlandse vrouw. Verschillende pogingen van diverse
personen om in contact te komen met Vlijt strandden, omdat zijn vrouw daar niet
achter stond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Jan Vlijt gediend bij
de Schutterij op Aruba. Daar leerde de bekende mandolinespeler uit Bonaire,
Theo Scherptong, Vlijt kennen. Hij was ook schutter en herinnert zich Vlijt nog
als gitarist en zanger. Vooral zijn heldere stem trok de aandacht, een stem die
overal meteen werd herkend. Theo Scherptong: “Jan Vlijt was een zeer
onafhankelijke artiest. Hij sloot zich niet snel aan bij een muziekgezelschap.
Maar ik moet zeggen dat hij een groot artiest was.”
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de schutters op Aruba
heel erg bezig met muziek. De schutters waren belast met het bewaken van
strategische plekken op Aruba, vooral de olieraffinaderij Lago.
Verschillende van die schutters speelden in
muziekgezelschappen, zoals de Bonairiaan Pedro Raphaela (1924), die korporaal
was bij de Schutterij. Hij trad iedere zondagmiddag op met de Savaneta Boys,
waarbij het publiek in groten getale kwam om te dansen. Ook Jan Vlijt speelde
met de Savaneta Boys. In de periode dat hij nog actief was in de muziekwereld op
de eilanden, heeft hij vele opnames gemaakt. Een aantal van de opgenomen
composities: ‘Nena’, ‘Azein Banana’, ‘Lorita’, ‘Djidjia’, ‘Cathalina mal muhé’,
‘Boka di tribon’ en ‘Dolorita’.
[uit Amigoe, 16 juli 2012]
![]() |
| Bonaire |

