Posts tonen met het label Mijnals Donovan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mijnals Donovan. Alle posts tonen

zaterdag 16 november 2013

Hindi blad moet taal promoten


door Donovan Mijnals

Paramaribo - Kavita Malviya is laaiend enthousiast over de Hindi newsletter die door het Indian Cultural Centre (ICC) uitgegeven wordt. De docent Hindi van het centrum coördineert het project dat tot doel heeft die taal te promoten. Alle artikelen die in het blad verschijnen zijn door studenten van het cultureel centrum geschreven. “We zijn een maand geleden begonnen. De volgende editie moet in december verschijnen”, vertelt ze.
Moniza Varsha Reit

Schrijven in Hindi moet ook het taalgevoel onder studenten naar een hoger niveau stuwen. De Suriname Halchal, zoals het blad heet, is volgens Malviya bovendien echt Surinaams. "De topics zijn bewust heel Surinaams, zodat de lezers zich er heel goed in kunnen herkennen en zich verbonden voelen." Daarmee doet de Suriname Halchal haar naam eer aan.

Malviya legt uit dat het woord Halchal voor gebeurtenissen staat. "De studenten schrijven dus over al hun gebeurtenissen." Op dit moment verschijnt het blad alleen in het Hindi, maar daar komt mogelijk verandering in. "We hebben gesproken over een samenvatting van de artikelen in het Nederlands, maar we zijn er nog niet uit."

Hoewel de docent vanwege het enthousiasme van haar studenten het project nu al een succes vindt, onderkent ze dat er nog een lange weg te gaan is. Een newsletter of magazine uitbrengen is bepaald geen makkie, weet ze. Waar ze zich op dit moment voor wil inzetten is de continuïteit. "Er zijn een heleboel bladen die opstarten maar een poos daarna ophouden te bestaan. Ik wil voorkomen dat zo iets met de Suriname Halchal gebeurt."

Malviya heeft nog meer pijlen op haar boog om Hindi te promoten, maar daarover wil ze in dit stadium nog niet veel kwijt. "We hebben nog meer ideetjes in de pijplijn", laat ze alleen maar ietwat geheimzinnig los. Door dit project beleven de studenten in ieder geval veel plezier. En daar gaat het haar om. "Als ze hun naam bij de artikelen lezen zie je hun gezichten oplichten. Ze moeten zich goed voelen wanneer ze met hun taal bezig zijn."

[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]


maandag 11 november 2013

Regen grote spelbreker bij Jubileumconcert

Danitsia Sahadewsing  was zaterdagavond
 ook te bewonderen tijdens het concert
 waarmee het jubileumjaar werd afgesloten.

Foto @ Mario C. Castilion
door Donovan Mijnals

Paramaribo - De feestelijke activiteiten van het jubileumjaar, waarin de afschaffing van de slavernij, de hindoestaanse immigratie en de Chinese vestiging werden herdacht, kwamen zaterdagavond met een muzikaal hoogtepunt ten einde.

Op het Onafhankelijkheidsplein waren artiesten van allerlei pluimage verzameld om zich van hun beste zijde te laten zien. De grote uitdaging daarbij bleek de regen, die ook acte de présence gaf. Waarschijnlijk daardoor was er niet veel publiek op het evenement afgekomen.
Het jubileumconcert begon met een optreden van het Nationaal Gemengd Koor dat onder de kundige leiding van dirigent Harold Telgt een potpourri van typisch Surinaamse liedjes ten gehore bracht. Na een goed gevuld programma sloot de immens populaire reggae artiest Kenny B het concert af.
Kenny B

De zanger was speciaal voor het concert naar Suriname gevlogen en stelde niet teleur. Ook niet toen de regen met bakken uit de hemel kwam vallen. Samen met zangeres Tekisha Abel hield hij zich kranig en zong door alsof er niets aan de hand was. Nummers als So ie ben taigi mi en Nex ne tai schalden uit de speakers terwijl apparatuur haastig werd afgedekt. "We horen vaak dat alles dat van boven komt een zegen is, dus laten we dit ook als een zegen zien", sprak mc Lygia Amania de aanwezigen toe voordat ze iedereen bedankte en officieel afsloot.



[uit de Ware Tijd, 10/11/2013]

woensdag 23 oktober 2013

Levens vindt inspiratie in samenleving

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Alphons Levens zijn nieuwste pennenvrucht is boomrijp en ligt voor het plukken. Ik zal leren totdat ik moe ben is een verhaal voor jong en oud, verzekert hij. Levens wil echter niet diep ingaan op de inhoud van het boek en houdt zich daarover angstvallig op de vlakte. “Fanatieke lezers worden boos als een schrijver teveel loslaat over een boek dat nog niet uit is”, verklaart hij. Zijn emoties daarbij zijn niet gespeeld; de kaken blijven op elkaar.

Maar de schrijver wil wel een klein beetje vertellen waar de inspiratie vandaan komt. Het verhaal is namelijk om twee uitspraken heen gebouwd. "Ik hoorde een kind op de radio een merkwaardige uitspraak doen en dat was de inspiratie. Toen ik al begonnen was met schrijven zei een ander kind: "Ik zal leren totdat ik moe ben." De eerste uitspraak die de vonk deed overspringen en het vuur van de bevlogenheid aanwakkerde, verklapt hij toch niet. Lachend: "Daar begint het boek mee, mensen moeten het nog willen lezen."


Alphons Levens

Maatschappijbetrokken
Vreemd is het niet dat Levens gebeurtenissen uit de dagelijkse beslommeringen aangrijpt om daarover te schrijven. Immers hij beweert altijd vanuit dezelfde optiek te creëren, of dat nu om zijn gedichten of korte verhalen gaat. "Ik ben een maatschappij betrokken schrijver. Wat ik waarneem verwerk ik tot gedichten en verhalen." Hij is er trouwens bijna zeker van dat hij de twee jongens die onwetend eigenlijk een wezenlijke bijdrage leverden aan het boek eens tegenkomt. "Ze zullen zichzelf herkennen."
De illustraties in het boek zijn van Winston van der Bok. Voor al Levens zijn uitgaven werken die twee samen. Hoewel de schrijver er prat op gaat dat de tekeningen eerst door hem worden uitgeschetst. Zaterdagmorgen signeert de schrijver zijn nieuwste uitgave in boekhandel Vaco en de woensdag daarop in Tori Oso. 'Ik zal leren totdat ik moe ben' zal zowel in Suriname als Nederland te verkrijgen zijn.

Paramaribo. Foto © Karel Donk




Luid, luider
Toen ik een uur daarvoor naar binnen ging
Huilde zij reeds, ik hoorde haar al bij de poort.
Zij hing net als nu rechts uit de rolstoel,
Die oude vrouw met een beperking.

Links van haar, 't is bij de uitgang van 't A.Z.,
Zit een begeleidster in 't wit die belt; luid:
"Die vrouw zit hier maar te huilen, ik denk,
dat ik een bus pak en haar hier achterlaat."

De oude vrouw huilt nog luider,
ik hoor haar nu voorbij de poort.

AlphonsLevens,
17 oktober 2013.

[uit de Ware Tijd, 22/10/2013]


zondag 13 oktober 2013

Marrondag mist draagvlak

Enkele marrons dansen er op los op 10 oktober. Veel volk kwam echter niet op de activiteiten in verband met de herdenking van het eerste vredesakkoord met de marrons af. Foto: Jason Leysner.



door Donovan Mijnals

Paramaribo - De explosieve expansie van marrons is opmerkelijk in de resultaten van de laatste volkstelling. Het is de enige groep binnen de Surinaamse bevolking die een groei van 62 procent kent. Echter, wanneer die groei gekoppeld wordt aan de opkomst bij de activiteiten op Marrondag op 10 oktober, dan is dat niet terug te zien. Slechts een marginaal deel van de marrongemeenschap in het bijzonder en van de Surinaamse bevolking komen op de activiteiten af. Over de reden waarom het zo aan belangstelling schort, zijn de meningen uiteenlopend.

Niet ondersteund

Leo Atomang, voorzitter van de stichting 10 oktober 1760, wijst er weliswaar op dat de eerste viering van de dag al in 1974 een feit was. Maar misschien is adequate support daarvoor nog steeds niet verworven. Cultureel antropoloog Salomon Emanuels twijfelt er namelijk sterk aan of Marrondag bij alle marrons ingeburgerd goed is. "Mensen doen voorkomen alsof het vanaf 1974 wordt gevierd en ondersteund, maar dat is niet helemaal zo", benadrukt hij.

Buiten Paramaribo
Marrondag is volgens de deskundige een begrip van hoogstens de laatste twintig jaar. Een idee van een groep intellectuelen die aansluiting mist bij de rest van de marrongemeenschap. Ifna Vrede van het Marron Vrouwen Collectief denkt dat ook andere oorzaken ten grondslag liggen van de lage opkomst. "We moeten er rekening mee houden dat een groot deel van de marrongemeenschap niet in Paramaribo en verspreid over verschillende districten woont."

Foto @ Nicolaas Porter


Afwijzing
Toch moet ze onderkennen dat een brede ondersteuning van Marrondag ook nu nog ontbreekt. Er mist volgens haar een stukje bewustwording over de betekenis van de dag. Regelmatige discussies zouden daarin verandering kunnen brengen, oppert ze. "Het is nog niet door alle stammen geaccepteerd en wordt door sommigen gezien als iets van de Aucaners." Die groep was namelijk de eerste die met de koloniale overheersers tot een vredesovereenkomst kwam. Echter was het ook die overeenkomst die de deuren opende voor integrale vrede.

Awo Nenge
Emanuels denkt dat het als oplossing kan dienen dat de feestdag wordt gekoppeld aan een activiteit die voor alle stammen eender is. "Awo nenge, de herdenking van de gestorven voorouders, wordt door alle stammen in een speciale tijd van het jaar gevierd", geeft hij als voorbeeld. De huidige activiteiten staan echter los van dit traditionele gebruik. "Mochten ze het daaraan koppelen, zal het misschien meer mensen aanspreken."

'Je moet ervoor voelen'
Ook de informatiestroom zou volgens Vrede uitvoeriger kunnen. "Naar mijn gevoel kon de promotie beter." Toch heeft ze een pluimpje voor de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaar. "Die heeft prachtwerk verricht om alle groepen van de bevolking bij elkaar te krijgen, maar je moet ervoor voelen." Ze merkt op dat er wellicht meer activiteiten georganiseerd moeten worden waarbij bewust alle Surinamers worden betrokken. "Laten we als Surinamers naar die eenheid toe werken. Mi lobi en!"


[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]

maandag 7 oktober 2013

Bejaarde kerk zoekt steun

door Donovan Mijnals

Paramaribo - In aanloop naar haar 115-jarig bestaan wordt de Saronkerk opgeknapt. Althans als het aan de gemeenteleden ligt. Vanwege een tekort aan financiële middelen hangt dit plan echter aan een zijden draadje. De gemeenteleden vestigen al hun hoop op God en de goedheid van donateurs om de hoogbejaarde kerk een verjongingskuur te laten ondergaan. Om geld in te zamelen organiseert de kerk zondag een fundrasingsmarathon op televisie.

De Saronkerk aan de Slangenhoutstraat die dringend aan renovatie toe is. Foto © Stefano Tull 

  
"Eigenlijk is het nu nog niet echt een telethon", geeft gemeentelid, Roy Belfor enigszins aarzelend toe. De kerk stuurde namelijk een uitnodiging naar de media, maar een afspraak met een televisiestation staat nog niet vast. "We zijn nog in onderhandeling."

In 2006 lukte het de gemeente nog om met eigen middelen de toren te renoveren. "In overleg met monumentenzorg is met het oog op de zware bel die erin hangt die volledig uit steen opgetrokken."
Behalve het gebouw ligt het in de bedoeling om het terrein te bestraten en de pastorie en conferentieruimte aan te pakken. "We hebben al 75 brieven naar het bedrijfsleven gestuurd", meldt Belfor. Ook de ambassades zijn door de kerk benaderd voor hulp. Op zondag is er voorafgaand aan de 'telethon 'een eredienst. "We leggen alles in handen van onze lieve Heer en Heiland dus verwachten dat de fundraising een succes wordt."

[uit de Ware Tijd, 5/10/2013] 

dinsdag 13 augustus 2013

Sranantongo regelgeving in boekvorm gebundeld

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Eddy van der Hilst heeft zijn strijd tegen beweringen als zou Sranantongo slechts een warrige taal zijn, opgevoerd. Morgen presenteert hij officieel het ultieme bewijs dat Surinames meest gebruikte taal wel degelijk regels heeft. Dan presenteert hij in Tori Oso zijn boek Taki Sranantongo Bun: De Grammatica van het Sranan deel 1. “We moeten af van de fa a go, a go mentaliteit wanneer we onze eigen taal bezigen”, stelt de linguïst resoluut.
Sylvie van der Vaart

Grammatica van binnenuit
Hij stoort zich er mateloos aan dat er tot op heden mensen zijn die vinden dat Sranantongo geen grammatica heeft. "Iedere taal heeft een grammatica anders kun je elkaar niet verstaan en nu de regels, die in alle moedertaalsprekers hun hoofden zitten, op papier gezet zijn kan een ieder ze toepassen." De basis voor dit boek begon al decennia geleden. De taalgeleerde startte zijn onderzoek al in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die periode studeerde hij onder leiding van professor Jan Voorhoeve, die in Nederland de basis legde om de Surinaamse taal te bestuderen. Eerder resulteerden de studies van Van der Hilst al in een spellingboek voor het Sranan.

De taalkenner benadrukt dat het verkeerd zou zijn om bij de grammatica van een taal, een andere taal als uitgangspunt te nemen. "Wat ik in mijn boek heb geprobeerd te doen is de grammatica van binnenuit te beschrijven. Ik heb dus niet het Nederlands gebruikt om de regels van Sranantongo samen te stellen", verklaart hij. Zijn mentor stelde immers dat het bestuderen van de grammatica van een taal noopt tot uitsluiting van elke andere taal. "Anders geraak je op een dwaalspoor." Door zich aan die stelling te houden, ontdekte Van der Hilst onder meer dat anders dan bij andere talen het Sranan nagenoeg geen uitzondering op de regels bevat.



Samenleving
De Sranantongokenner beklemtoont dat hij met het boek niet zijn eigen mening opdringt. Hij heeft zich gedurende lange perioden laten omringen door moedertaalsprekers. "Geen mensen die Sranantongo vermengen met allerlei andere talen en Nederlandse grammaticale regels." En ook bij het maken van nieuwe woorden in die taal laat hij zich leiden door suggesties uit de samenleving. "Per slot van rekening is het uiteindelijk de samenleving die de regels zal accepteren of verwerpen."
Een tweede deel van het grammaticaboek is nu al in gevorderde staat, maar is nog niet helemaal af. "De tekst is al klaar maar er is daaraan nog een heleboel hoofdpijn aan lay-out en drukklaar maken verbonden", lacht hij. Vooralsnog is het eerste deel bij verschillende boekhandels te verkrijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]


woensdag 7 augustus 2013

Carifesta huisstijl niet adequaat nageleefd

door Donovan Mijnals

Host Country Management Comittee voorzitter Ivan Graanoogst overhandigt bij de officiële presentatie van de Carifesta website, song en logo, een tas met het logo aan toenmalig minister Shirley Sitaldin. Volgens ontwerpster Henna Brunnings mag het lettertype niet afwijken van de richtlijnen.


Paramaribo - Roy Dhanradj laat zich er uitermate voorzichtig over uit, maar de Carifesta huisstijl wordt niet geëerbiedigd. Het logo en de huisstijl werden in oktober met veel fanfare gepresenteerd aan het publiek.
Daarnaast kwam er ook een handboek met richtlijnen hoe het Carifesta beeldmerk gepresenteerd moet worden. Maar bij verschillende reclameborden en banners die nu de ronde doen wordt daarvan afgeweken. "Laten we het erop houden dat het een stukje creativiteit is van de mensen die bezig zijn met communicatie", houdt artistiek coördinator Dhanradj zich op de vlakte.

Verschillende gezichten
"Het is zeer lastig, maar ik zeg er meteen bij dat sinds ik huisstijlen maak er in Suriname geen enkele instantie is die zich eraan houdt", reageert ontwerper Henna Brunings. In het geval van Carifesta worden vooral met het logo en het lettertype fouten gemaakt. "Je ontwerpt een huisstijl voor je gezicht naar buiten. Als je je er niet aan houdt, vraagt men zich af of er verschillende festivals zijn." Haar klachten daarover zijn niet aan dovemansoren gericht. Ze benadrukt dat wanneer ze op de fouten wijst er meteen werk van wordt gemaakt, maar het is onmogelijk om overal tegelijk te zijn. Voor de rechter slepen ziet ze niet als oplossing. "Dan zou je meer tijd in de rechtszaal moeten doorbrengen dan ergens anders", lacht ze zuur.

Henna Brunings

Drie procent twijfel
Een andere reden dat fouten niet tijdig worden opgemerkt is dat de Carifesta-leiding de handen vol heeft aan de organisatie. "Als meneer Graanoogst zegt dat er tot op de dag van de opening veranderingen zullen zijn, is hij zelfs heel optimistisch", schetst Dhanradj een beeld. Er moet namelijk ook rekening worden gehouden met landen die uit het niets plotseling willen participeren. "Wat doe je ermee; jaag je ze weg of ontvang je ze met open armen? Sommige groepen zijn ronduit heel opdringerig en bivakkeren voor je deur totdat ze een plek hebben om op te treden."
Toch durft Dhanradj wel te stellen dat meer dan 90 procent van het festivalprogramma vaststaat. "Ik denk dat als we in verhouding over twijfelgevallen zouden spreken, dat we ergens rond de drie tot vijf procent zitten.


[uit de Ware Tijd, 06/08/2013]

zondag 4 augustus 2013

Theater als creatief product innerlijke zoektocht

door Donovan Mijnals


Gianni Grot (midden) maakte vorig jaar al furore met het stuk Aces. Dit jaar is hij terug met een stuk dat teruggaat naar zijn roots en de slavenperiode.


Paramaribo - Gianni Grot heeft een onlosmakelijke band met Suriname. En met de slavengeschiedenis van het land waar hij eveneens niet los van staat. In zijn laatste theaterstuk, From Routes to Crown, wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van onderdrukking van de gekleurde bevolking anderhalve eeuw na afschaffing van die donkere periode uit de geschiedenis. “De première van het stuk is toepasselijk in Suriname. Deze grond kent slavernij en heeft het bloed en de pijn van de slaven omarmd”, verklaart de choreograaf en regisseur dichterlijk.

Hij komt aanvankelijk uit de hiphopscene. Een subcultuur waar hij mee is opgegroeid en hij door en door kent. Maar hij laat zich er niet door beperken. "Ik doe wat goed voelt voor mij en wat dat betreft ben ik gewoon eigenwijs." Die houding heeft erin geresulteerd dat er in From Routes to Crown, naast breakdance ook plaats is voor een ballerina en een moderne danseres. Dat maakt het tot een unieke collaboratie van verschillende stijlen. Schouderophalend: "Ik probeer dieper in de dans te gaan. Sommige mensen zullen dan zeggen dat het niet conventionele hiphopbewegingen zijn."

Dikke billen

Het lijkt Grot, dat hoewel de sociaal-psychologische gevolgen van slavernij evident zijn, mensen toch bitter weinig afwisten over dat deel van de historie. Eén van de gevolgen is volgens hem dat het nog voorkomt dat gekleurde mensen zich in een slachtofferrol plaatsen. Daarnaast heerst het Europees schoonheidsbeeld van slank, blond en een des te lichtere huidskleur hebben. "Dat begint een beetje te veranderen, want vrouwen vinden het nu ook wel leuk om bijvoorbeeld dikke billen te hebben", verzucht hij.
 
Foto © Rootsinc.
Inspiratie voor het stuk kreeg hij bijna automatisch door de zoektocht naar zichzelf en de geschiedenis van zijn land van herkomst. En dan geldt het als meevaller dat de danser de vorige keer toen hij hier was met zijn stuk Aces, indruk wist te maken op Helen Kamperveen van Jeugdtheaterschool On Stage. Kamperveen stelde voor een theaterstuk te maken waarbij Surinaamse en Nederlandse dansers zouden samenwerken en bracht hem in contact met Ann Hermelijn.

"Ik vond het fijn dat ik op die manier een mogelijkheid kon creëren voor Surinaamse dansers, want het is niet dat hun niveau lager is", benadrukt Grot. Hoewel zijn beide ouders uit Suriname komen en hij er een tijd heeft gewoond, was zijn affiniteit met zijn thuisland niet altijd makkelijk. In Suriname wordt hij namelijk gezien als Nederlander, terwijl hij omgekeerd daar niet wordt geaccepteerd als een van hen. "Maar nu heb ik een punt bereikt waarop ik vind dat niemand mij kan zeggen waar ik vandaan kom; waar ik mij thuis voel is aan mij om vast te stellen." Het stuk is op 1, 2, 4, 8, 9 en 10 augustus te zien bij On Stage.


[uit de Ware Tijd, 31/07/2013]

dinsdag 30 juli 2013

Afscheid Helen Kamperveen met humor in achteruitkijkspiegel

Helen Kamperveen

door Donovan Mijnals

Paramaribo - De verrassing wacht met een geduld dat zelfs Job jaloers zou maken, op het einde van de avond. Want voor dat moment hebben de leerlingen van ‘tante’ Helen Kamperveen een waardig afscheid in elkaar gezet met een blik op de achteruitkijkspiegel. Zaterdag deed Kamperveen officieel een stap terug van haar ‘baby’ Jeugdtheaterschool OnStage. “Ik draag de sleutel aan je over”, kondigde ze al aan het begin van de avond aan, terwijl ze Karin Lachmising het podium optrok. En hoewel het niet meteen tranen met tuiten regende, klonk de emotie toch nog in de ietwat trillende stem door toen de initiatiefneemster daarna tot aan de schoonmaakster bedankte voor de steun.

Helen Kamperveen (in het groen) met naast haar Damaru en tweede van links Karin Lachmising


Afscheid
Op dat moment kon Kamperveen echter nog niet weten dat haar leerlingen een heel ander afscheid in gedachten hadden. Aan het einde van de verschillende voorstellingen werd ze pontificaal op een stoel voor het podium geplaatst, en kon ze zichzelf aanschouwen door de bril van pupillen gezien. Ze presenteerden namelijk een sketch van theaterstukken die de afgelopen jaren op de planken zijn gezet bij OnStage. Maar wat zou zo een sketch zijn zonder de hoofdpersoon: Helen Kamperveen. Ze werd op voortreffelijke wijze uitgebeeld door Geoffri Bell, die met een karakteristiek Kamperveenlachje, voor grote hilariteit zorgde. Even daarvoor had hij ook al een overtuigend optreden in het hoofdtoneelstuk Romeo en Julia.

Drama op drama bij de uitbeelding van het stuk van Renate Galdey over hoe de familie van zowel slavenmeester als slaaf eruit zag tijdens slavernij. Foto: Irvin Ngariman.


Theater
Ook de stukken van de laatste avond van het theaterfestival waren zeer goed in elkaar gezet. Het thema 'Familie' werd op verschillende manieren uitgebeeld. Eerst met een stuk van jonge kinderen over de situatie thuis, het vroeg opstaan om naar school te gaan en een familiediner waar lang niet eenieder op elkaar gestemd is. Daarna volgde een wat langere uitbeelding van familie in de slavenperiode, waarin het tragedie van de slavernij werd afgewisseld met geestigheid. Niettemin eindigde dat stuk, gebaseerd op Hoe Duur Was De Suiker van schrijfster Cynthia Mc Leod evenals het boek in drama. Een slavin moest het zelfs met de dood bekopen.



[uit de Ware Tijd, 29/07/2013]

zaterdag 11 mei 2013

Schrijfster begeeft zich tussen zware jongens


San A Jong genomineerd voor Inktaap


 
Ruth San A Jong lijkt zelf ook intens te genieten van haar verhalenbundel De Laatste Parade. Met pretoogjes neemt ze haar pennevrucht, waarmee ze genomineerd staat voor De Inktaap, onder de loep.  Foto ©  Jason Leysner.


door Donovan Mijnals

Paramaribo - “Mensen zijn bang voor de dood. En Surinamers zeker”, weet Ruth San A Jong. Maar pe dede de lafu de. En nu haar boek De laatste parade is genomineerd voor De Inkt-aap 2014, heeft de schrijfster inderdaad alle reden tot lachen.

Dit jaar komt voor het eerst een nominatie uit het Caribisch Gebied voor: "En het is meteen een vrouw, we maken een inhaalslag", juicht ze. De vrees voor het thema weerhield San A Jong er trouwens niet van juist de dood als kernonderwerp voor haar boek te gebruiken. De laatste parade is haar debuutbundel en exact daardoor vallen de nominaties en goede recensies op. Eerder was het boek ook al genomineerd voor de Academica Literatuurprijs 2013. De schrijfster is er een beetje ondersteboven van en tegelijkertijd uitermate trots. "Ik was zo geschrokken, de andere genomineerden zijn zware jongens die al grote prijzen hebben gewonnen. Dat zegt toch wel wat."

Hoewel zij de prijs nog niet op zak heeft, betekent de nominatie voor San A Jong vooral een grote blijk van erkenning. Maar daarnaast is zij zeer enthousiast over het feit dat haar boek door jongeren gelezen gaat worden. "Want daar gaat het om voor een schrijver: je wilt gelezen worden."
De auteur is overigens directeur en oprichter van de Schrijversvakschool Paramaribo. Het instituut zet zich in om de kwaliteit van creatief en literair schrijven in Suriname omhoog te tillen. "Ik was heel jong toen ik zei dat ik schrijfster wilde worden. Mijn hele leven draait om literatuur", geeft San A Jong toe.

De Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied. Jongeren uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao kiezen uit titels die eerder een 'grote' literaire prijs hebben gewonnen hun favoriete boek.

[uit de Ware Tijd, 10/05/2013] 

woensdag 17 april 2013

Componist Helstone met recht op voetstuk

Leden van het feestcomité Gouden Emancipatie 1 juli 1913. Staand van links naar rechts: J.W. Burne, A. Wolff, Prof. J.N. Helstone, A. de Vries, A.W. Marcus, T. Byhout, J.H.N. Polanen, H.J. Hennip, A.R. Einaar, M. Daalen. Zittend van links naar rechts; J.C. Marcus, C. Ferrol, P. Burgos, E.A.J. Themen, L.E. Nelson, J.J. Monkou, F.T. Nar, J.R. Rellum, D.A. Dakriet. Fotoarchief Stichting Surinaams Museum. Klik op afbeelding voor groter formaat.


door Donovan Mijnals

Paramaribo - Violist John Helstone kan zijn enthousiasme over de opvoering ter ere van zijn grootoom niet onderdrukken. “Ik vind het fantastisch, want hij is één van Surinames grote zonen en betekent vooral muzikaal veel voor het land.” De vermaarde componist Johannes Helstone is de centrale figuur in een show in Theater Thalia.

En hoewel de optredens rondom zijn muzikale nalatenschap vrijdag door onvoorziene omstandigheden niet doorgaan is het voor het neefje van de componist van grote betekenis dat hij die eer überhaupt krijgt. "Inhoudelijk kan ik er natuurlijk weinig over zeggen, want ik weet niet precies welke van zijn werken gepresenteerd zullen worden."

Als in gedachten zit violist John Helstone op een bankje in de tuin van muziekpedagoog Liesbeth Peroti. De viool-grootmeester is er verheugd om dat er een show komt ter ere van zijn grootoom, de gerespecteerde componist Johannes Helstone.  Foto:  Claudio Barker.


Vorig jaar toen de violist in Suriname vertoefde was er ter ere van hem ook een activiteit georganiseerd in het Towergebouw. Helstone is zelf ook een zeer gerespecteerd musicus en heeft veel van de werken van zijn grootoom verzameld. "Mijn verzameling bestaat uit werken van mijn oudoom en muziek van andere Surinaamse componisten", verduidelijkt hij. Hij begon vijftig jaar geleden met zijn collectie en heeft mede daardoor kunnen voorkomen dat sommige muziekstukken verloren raakten.

Helstone zal de show niet meemaken. Hij komt weliswaar dit jaar nog naar Suriname, maar niet in deze periode. "Het spijt me dat ik niet bij de opvoering in Thalia aanwezig kan zijn", bekent hij. Dat spektakel volgt 160 jaar na de geboorte van de componist.

In 1959, toen er een nieuw volkslied gekozen moest worden, gaf Henny de Ziel aanvankelijk voorkeur aan de melodie van Helstones 'Welkom'. Dat voorstel werd uiteindelijk afgewezen door de Staten van Suriname. Omdat Johannes Helstone slechts enkele jaren na afschaffing van de slavernij al een reputatie als musicus wist op te bouwen, worden zijn prestaties des te meer gewaardeerd.

[uit de Ware Tijd, 17/04/2013]

De Kom en Dobru onsterfelijk gemaakt op Cuba

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Met gepaste trots vertelt Ike Antonius dat binnenkort maar liefst twee Surinaamse grootheden in Cuba worden vereeuwigd. Surinames ambassadeur op het Caribische eiland zegt dat twee afzonderlijke projecten erin hebben geresulteerd dat zowel Anton de Kom als Dobru een gezicht krijgt op het eiland.

Ambassadeur Ike Antonius bij de eerste aftastende gesprekken om een borstbeeld van Dobru bewerkstelligd te zien.  Foto © Surinaamse Ambassade in Cuba.

De Kom is in andere landen vaker uitgehouwen, maar de kritiek dat hij in eigen land niet genoeg wordt geëerd is niet uitgebleven. Wat Dobru betreft is het de eerste keer dat een beeld van hem wordt vervaardigd.

Anton de Kom voor het huis van zijn schoonmoeder met hond Alex, 1932


Wederzijdse interesse
"Het idee is ontstaan nadat ik de biografie van Cynthia Abrahams over Dobru had doorgenomen", zegt Antonius. Het verhaal van de patriottische dichter greep hem zo aan dat hij samen met de ambassade er meteen werk van maakte om te bewerkstelligen dat daar een Surinaamse held zou prijken. "Er volgden aftastende gesprekken met het ministerie van Cultuur en de provincie Santiago de Cuba." Daarbij kwam aan het licht dat de interesse om een beeld van Robin Raveles de echte naam van de dichter in Cuba op te zetten wederzijds was.

De keus voor Santiago de Cuba als standplaats van de sculptuur kwam niet zomaar. "Hij had een speciale band met de heldenstad en heeft er ook gedichten over geschreven", weet de ambassadeur. Raveles was tevens de grondlegger van het vriendschapscomité dat de banden tussen beide landen moest aanhalen. Bovendien hebben zijn ideeën over het Caribisch Gebied ervoor gezorgd dat de definitie daarvan een andere werd. "Het was een bijdrage van Dobru waardoor de niet Engelssprekende landen toegang kregen tot Carifesta", zegt de diplomaat.

Ambassadeur Ike Antonius overhandigt documentatie over Dobru aan autoriteiten in Santiago de Cuba

Het beeld wordt in juli volgend jaar onthuld. Er wordt gebruik van de gelegenheid gemaakt van het Festival de Fuego, dat in die zelfde periode gehouden wordt en aan Suriname gewijd is.

Yvonne Raveles-Resida is enthousiast dat het beeld er komt. "Ik vind het een mooie geste. Het is natuurlijk grappig dat de Surinaamse overheid dat nog niet heeft gedaan", luidt de ongezouten mening van Dobru zijn weduwe. Ze duidt op zijn verdiensten over onder meer het eenheidsbesef bij het Surinaamse volk. Zijn gedicht 'Wan' dat die gelijkheid uitbeeldt is bijzonder populair. Ook De Surinaamsche Bank heeft dat werk geadopteerd en deel gemaakt van haar identiteit. "Robin had er veel eerbied en respect voor hoe de Cubanen zich altijd wisten te redden in deze Cuba onvriendelijke wereld en heeft daar ook een heleboel vrienden gemaakt." Raveles Resida verzekert dat de familie er alles aan zal doen om aanwezig te zijn bij de onthulling. "Misschien niet met zijn allen, want de reis is wel duur." 

Cynthia Abrahams met haar proefschrift over Dobru. Foto © Sam Jones


Ook wordt gewerkt aan een Spaanse vertaling van de biografie over Dobru, die tijdens het 21e internationale boekenfestival van Havana (Feria Internacional del libro) in februari dit jaar werd gepresenteerd door schrijfster dr. Cynthia Abrahams.


[uit de Ware Tijd, 16/04/2013]

maandag 18 maart 2013

Flirtgedrag Surinaamse mannen krijgt vrouwelijk antwoord

Regisseur Annegriet Wijchers maakte samen met Quincy Lisse en Sabrina Sugiarto een documentaire waarin het flirtgedrag van Surinaamse mannen op hilarische wijze wordt uitgebeeld. De vrouwen konden het daarbij niet laten zitten en geven er nu antwoord op.  Foto ©  Donovan Mijnals.


door Donovan Mijnals

Paramaribo - Toen Annegriet Wijchers, Quincy Lisse en Sabrina Sugiarto begonnen aan ‘Psst… schatje’ vermoedden ze geen overdonderend effect. Ondertussen is de documentaire over het flirtgedrag van Surinaamse mannen zo succesvol gebleken, dat een tweede deel onvermijdelijk is.
Maar deze keer wel vanuit het oogpunt van de vrouw, dus: 'Tss... je denkt'. Eerder verscheen er al een spin-off van het project: 'Wan Bromki Fu Gado', die werd genomineerd voor de Holland Doc24-documentaire prijs. Verder zijn er reeds gesprekken gaande om ' Psst... schatje' in Zambia op de tv te krijgen.
Royal Torarica, Imani Halfhide. Foto © Cosmotee

'Wij kunnen dat ook'
Aanvankelijk was 'Psst... schatje' slechts naar Afrika in the Picture gestuurd, omdat dat festival toen in Nederland draaide. "Het was heel leuk, want er zaten heel veel Surinamers in de zaal en de lachsalvo's rezen de pan uit: mensen zaten echt op hun dijen te slaan van plezier", herinnert Wijchers zich. Achteraf bestond de gelegenheid tot vragen uit de zaal en het publiekvroegtelkens wanneer de vrouwen aan het woord gelaten zouden worden. Koren in de molen van de documentairemaker. "Stiekem hadden we er al eerder over nagedacht, want je bent ermee bezig en je hoort die mannen allemaal kletsen en je denkt ach, dat kunnen wij ook."
Het vervolg van 'Psst... schatje' wordt volgens Wijchers een grotere uitdaging. Vrouwen zijn volgens haar toch wat terughoudender in hun antwoorden. "Als ik zo meteen naar een vrouw toe stap met de vraag: wat is uw type man, vragen ze vast waarom ze mij dat nou zouden vertellen." Ze verwacht daarom dat er in dit project meer productie aan te pas komt en houdt er rekening mee dat het de spontaneïteit kan beïnvloeden. Er wordt dus slechts voor die optie gekozen indien op straat niet de gewenste verhalen uit de bus komen.

Ongeduld
De opnames voor deel twee zijn nog niet echt begonnen. Maar de crew is wel één dag in de stad geweest om de promo te maken. Het begon daar bij Wijchers meteen in de vingers te jeuken. Vergeten was de eigenlijke reden waarom ze op pad waren. Op gegeven moment kreeg ze daarvoor zelfs op haar donder. "Annegriet, we zijn bijna door onze batterijen heen. We zouden de promo maken en nu ben jij al aan het interviewen voor het project", beet Lisse haar toe. Ondertussen waren al vier vrouwen aan het woord gelaten. "We waren een hele ondeugende jongedame tegengekomen, maar ook een vrouw die leuke verhalen had over hoe ze verliefd was geworden op een man bij haar in de kerk. Ze vertelde hoe ze stiekem elkaar knipoogjes gaven tijdens de dienst."
De documentaireproducenten willen het project binnen 120 dagen af hebben. De eerste zestig dagen worden besteed aan het vergaren van fondsen. Door de bezuinigingen in Nederland vanwege de crisis, is er geen geld meer voor mooie creatieve ideeën. "We hebben een 'crowdfunding project' opgesteld waarbij mensen geld kunnen geven." Zij kunnen vervolgens het productieproces van de film op de voet volgen. En afhankelijk van de geleverde bijdrage onder meer een dvd, bewerkte foto en ander beeldmateriaal van Lisse bemachtigen. Daarnaast is er voor de mannen die een beetje verlegen zijn en het niet zelf durven uitspreken een 'Psst... schatje' T-shirt.
Pom: Surinaamse verleiding

Surinaams product
Het allerbelangrijkste is volgens de crew om beide documentaires op de Surinaamse tv te krijgen. "We willen ook zoveel mogelijk Surinamers bij het product betrekken." Er is een soundtrack in gedachten en dat willen ze juridisch goed geregeld hebben met de artiesten. "De vorige keer waren er veel mondelinge afspraken gemaakt en deze keer willen we daarvan afstappen." Er wordt nu een componist ingehuurd van wiens werk er ook een clip gemaakt wordt, zodat ook diegene zijn carrière een boost krijgt. Allemaal in de functie van het flirtgedrag van Surinaamse mannen en vrouwen. 

[uit de Ware Tijd, 16/03/2013]

Opgave CU: zoek de verkeerde gebruikte uitdrukkingen. Onder de goede inzenders wordt een nieuwe trofee verloot: de Rolf van der Marck-boterham met jonge kaas.

dinsdag 5 maart 2013

Zeventigjarig mannenkoor Harmonie is ambitieus

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Mannenkoor Harmonie doet verwoede pogingen om het statische eruit te gooien. Juist nu het muziekgezelschap de gevorderde leeftijd van zeventig bereikt, moet de dynamiek prevaleren. De jaardag van het koor is op 26 september en vanaf dat moment gaat er een jaar van activiteiten van start, vertelt Marcel Pinas, de voorzitter van Harmonie.
Foto Riandie Tokromo

Projecten
"We willen dit jaar bijvoorbeeld een cd maken en ook een bijdrage leveren aan Carifesta", doet de koorleider een klein deel van de plannen uit de doeken. De voorbereidingen daartoe zijn in volle gang. "Dat van Carifesta is een open act. Een patriottisch blok dat beschikbaar is indien Carifesta ons nodig heeft", voegt artistiek leider Liesbeth Peroti aan het voorgaande toe. Maar afgezien van de projecten waarbij het koor er de noten vanaf zal zingen, staan ook sociale projecten op programma. Daar wil Pinas echter nog niet veel over kwijt.

De cd wordt in verschillende fases uitgevoerd omdat er ook fondsen moeten worden aangeboord. Daarnaast bereidt Harmonie zich voor op een jubileumconcert. "Ik kan nog niet zeggen wie, maar er gaat daarbij een gastoptreden zijn van een artiest van wereldformaat", vertelt Perotie geheimzinnig. Volgens haar liggen er "hele mooie ambitieuze plannen die zeer vernieuwend zijn voor de toonkunst in Suriname".

Vernieuwing
Die vernieuwing is al eerder ingegaan. "We proberen zoveel mogelijk mee te gaan met de ontwikkelingen en de kern van de groep bestaat uit jongeren", verklaart Pinas. Dat betekent overigens niet meteen dat heel ver wordt afgeweken van de ziel van het koor. Maar het maakt wel ruimte vrij om nieuwe dingen uit te proberen. "We hebben in 2008 samen met Kolonel een lied gedaan en dat is heel goed ontvangen."
Ondanks het enthousiasme om de veelbelovende projecten, blijft Pinas stevig met beide benen op de grond. "We gaan hard moeten werken", weet hij nu al.

[uit de Ware Tijd, 05/03/2013]


woensdag 6 februari 2013

Weinig middelen voor onderzoek en ontwikkeling Sranantongo

Eddy van der Hilst vermoedt dat door de geringe voorzieningen mensen het onderzoek naar en de ontwikkeling van het Sranantongo mijden. Hij benadrukt dat het onderzoek wel nodig is, omdat aspecten die met de taal te maken hebben, dreigen te verdwijnen. Foto: Donovan Mijnals.


door Donovan Mijnals 

Paramaribo - Sranan Akademiya kampt met een chronisch tekort aan mankracht. Bestuurslid Eddy van der Hilst denkt dat er heel weinig interesse is om een rol te vervullen in het instituut, omdat de financiële vergoeding te wensen overlaat. Sranan Akademiya houdt zich onder meer bezig met onderzoek naar het Sranantongo. “En daarvoor is er geen subsidie, dus het is eigenlijk liefdadigheidswerk”, legt hij glimlachend uit.

In de toon dringt de ernst van de zaak echter wel door. De organisatie wil namelijk ook verjongingen. Maar het gebrek aan interesse maakt het een haast onbegonnen taak. Op dit moment levert Van der Hilst een bijdrage op taalgebied, terwijl Celestine Raalte met poëzie hetzelfde doet. Rudi Spa ondersteunt in zijn vakgebied: muziek. "Maar er zijn veel meer dingen die gedaan moeten worden."

Er heerst eveneens een situatie waarbij een kleine groep alle activiteiten van de Akademiya coördineert. En juist dat moet volgens Van der Hilst veranderen. "We moeten naar een situatie toe van gespecialiseerde groepen. Het is volgens hem overigens onwaar dat de organisatie weinig doet. "Veel van onze activiteiten gebeuren binnenshuis. We zijn veel met onderzoek bezig en daar gaat veel tijd in zitten."

Doordat er zo weinig middelen tot beschikking zijn, komt het voor dat bepaalde aspecten uit de taal verloren dreigen te gaan. Zo merkt het bestuurslid vaak op dat odo's, de Sranan variant van spreekwoorden, verkeerd worden gebruikt. De odo heeft een speciale grammatica, anders dan de spreektaal. Daarnaast is het aan codes onderhevig in welke gevallen een odo gebruikt wordt. Veelal is het de oudere generatie Surinamers die zich nog precies kan herinneren hoe dat precies moet. "Den owru suma e dede gwe. We moeten snel wezen", benadrukt Van der Hilst de haast achter de situatie.

[uit de Ware Tijd, 30/01/2013]


maandag 7 januari 2013

Verzwegen held Doedel herrijst naar glorie


door Donovan Mijnals

Henk Herrenberg (l) lijkt hier bijna trots een uiteenzetting te doen van hoe hij eigenhandig de doodgewaande held Louis Doedel opspeurde. Zijn medestanders Jan Haakmat (r) en Emile Wijntuin van het Comité Eerherstel Louis Doedel luisteren aandachtig. Foto: Stefano Tull

Paramaribo - Louis Doedel is niet dood. Tenminste, het Comité Eerherstel Louis Doedel doet er alles aan om de Surinaamse held te onttrekken aan de donkere schaduwen van het graf. De organisatie vindt dat de nationale strijder al veel te lang een stiefmoederlijke behandeling te beurt valt. Op 10 januari wordt van de vakbondsleider daarom alvast een bronzen kop, door Erwin de Vries vervaardigd, onthuld op het terrein van de Stichting Scholings Instituut voor de Vakbeweging in Suriname (Sivis).
Wolffenbuttel. Foto Tropenmuseum Amsterdam

"Hij had zich opgeworpen als spreekbuis en voorvechter van arbeiders. In feite was hij de eerste vakbondsleider en dat is hem heel duur komen te staan", legt Jan Haakmat uit. Volgens de secretaris van het comité is mede vanwege die rol die Doedel gespeeld heeft dat zijn beeltenis voor Sivis komt te staan. Op 1 mei 1931 organiseerde de leider het allereerste Arbeiderscongres in Suriname. Het zou nog 44 jaar duren voordat zo een bijeenkomst weer op touw gezet zou worden.
Voorzitter Emile Wijntuin, die ook een boek over Doedel schreef, vindt het daarom een doodzonde dat zo een belangrijke figuur uit de Surinaamse geschiedenis geen prominentere plaats geniet in het bewustzijn van de bevolking. "Ik ben bijzonder teleurgesteld in historici en vakbonden dat zij toestaan dat de grootste man in onze historie helemaal wordt doodgezwegen", stelt hij zichtbaar tot op het bot geroerd. Toch laat Wijntuin zich niet lang daarna opgelucht uit dat die schandvlek binnenkort tot het verleden zal behoren.

Overigens werd Doedel al toen hij nog in leven was totaal verzwegen. Zo erg zelfs dat op een bepaald moment er ook bij familie onduidelijkheid bestond of er überhaupt nog bloed door zijn aderen stroomde. Of als hij ondertussen het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.
Gevoeglijk werd aangenomen dat het laatste waar was. Het was na een intensieve zoektocht van toenmalig Statenlid Henk Herrenberg dat de eens zo krachtige volksleider uiteindelijk in 1976 helemaal aan het eind van zijn Latijn in de inrichting Jaigobind gevonden werd.
"De man die zoveel voor het land betekende, stond daar gebroken en bijna totaal vergeten op blote voeten", schetst Herrenberg een treurig beeld. Maar de dag na zijn vondst had het Statenlid wel een blijde vermelding tijdens de vergadering: "Louis Doedel leeft nog!" Lang had de leider echter niet meer te leven. Op 10 januari 1980 overleed de vergeten grootheid. Toen pas kwam er een eind aan 43 jaar van onrechtmatige opsluiting.

In opdracht van gouverneur Kielstra was Doedel in 1937 opgepakt voor 28 dagen 'observatie' in een psychiatrische instelling. "In feite was hij daardoor de langste politieke gevangene in de geschiedenis", benadrukt Wijntuin. Het comité wil afgezien van de onthulling van de bronzen kop ook dat de geschiedenis betreffende Doedel wordt herschreven. Daarnaast moeten een school en een plein naar hem worden vernoemd, vinden zij. "En de bronzen kop is slechts het begin; we gaan eraan werken dat er een heel groot beeld van hem komt, nu gaat dat ding beginnen", verzekert Herrenberg.

[uit de Ware Tijd, 07/01/2013]

zondag 24 juni 2012

Huwelijk bij Afro-Surinamers niet door religie ingegeven

door Donovan Mijnals

Paramaribo - ‘Afro-Surinamers en het huwelijk’, luidt het thema van de door de EBG georganiseerde lezing in de Rust en Vredekerk. Donderdag stond de lezing in het licht van de herdenking van 149 jaar afschaffing van de slavernij op 1 juli aanstaande.

De inleider, socioloog Harold Jap A Joe, voerde in “een poging tot historisch-sociologische reflectie op de wijze waarop Afro-Surinamers het huwelijk beleven”, de aanwezigen mee in een virtuele reis vanaf de slavernij tot de hedendaagse situatie.Verder was er na de lezing nog een vragenronde en paneldiscussie. In het panel zaten behalve Jap A joe, Ook Kortensia Sumter, huwelijksambtenaar vanuit de wintigebruiken en John Kent, bisschop van de Unitas Fratum.

Socioloog Harold Jap A Joe. Foto @ Irvin Ngariman

Jap A Joe haalde in zijn lezing aan dat gedurende de slavernij, de slaven niet wettig mochten huwen. Dit betekende volgens hem echter niet dat er een losbandige situatie ontstond. Want de tot slaaf gemaakte Afrikanen hadden hun eigen huwelijkstradities meegenomen uit hun land van herkomst. Binnen die tradities had de vrouw overigens geen ondergeschikte rol.

Tijdens de lezing kwam naar voren dat polygamie in die periode tot op zekere hoogte geaccepteerd was op de plantages. Het kwam dan voor dat paren niet op dezelfde plantage leefden en een man bijvoorbeeld een vrouw erbij nam. Maar ook dat was aan strenge regels onderworpen. Zo moest de eerste vrouw op de hoogte zijn van de tweede verbintenis die werd aangegaan. Langzamerhand ontstond er uit de verschillende Afrikaanse tradities een lokale gewoonte waarbij de families bij elkaar gebracht werden. Uit onderzoek van Huub Everaert blijkt dat er een vrij grote stabiliteit onder de paren bestond. De paren werden overigens door de Broedergemeente wel geregistreerd. “Later in 1832 voerden diezelfde Broeders het ‘ferbontu’ in”, vertelt Jap A Joe. Daardoor trouwden de reeds bestaande en de nog te vormen paren voor de kerk. Maar daar was van beide zijden niet veel animo voor, omdat de vrouwen volgens de liturgie dan ondergeschikt werden gesteld aan de man. In wezen werd tot 1981 de vrouw bij het trouwen weer kind omdat ze haar man onvoorwaardelijk moest gehoorzamen.

Rust-en-Vredekerk der EBG, Paramaribo

Kortensia Sumter, vertelt dat hoewel vanaf 1735 er zendelingen naar Suriname kwamen, het tot 1874 duurde voordat winti expliciet als afgoderij bestempeld werd en bij wet strafbaar werd gesteld. Gedurende die periode leefde een groot deel van de Afro-Surinaamse gemeenschap volgens de Afrikaanse traditie.
Bisschop Kent voerde aan dat voor hem het huwelijk niet speciaal vanuit een bepaalde religie komt, maar dat het een verbond is waarbij respect, liefde en trouw de basis vormen.

[uit de Ware Tijd, 23/06/2012]

donderdag 3 mei 2012

Djinti bepleit innerlijke strijd

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Artiest Djinti benadrukte in zijn lezing voor de Afro-Surinaamse vereniging Fiti Fu Wini vooral het belang van innerlijke strijd. De lezing, genaamd A Bari (babari) Fu Tiri (het kabaal van de stilte), werd zondag geheel in het Sranan gehouden. Volgens de voorzitter van de vereniging, Claudetta Toney, hebben de lezingen die met regelmaat door Fiti Fu Wini gehouden worden als doel, het culturele bewustzijn van de Afro-Surinamer te vergroten. “Op basis van vragen die hier gesteld worden, wordt een volgende spreker geselecteerd. Soms wordt ook een voordracht gedaan als de mensen iemand kennen die veel kennis heeft over een Afro-gerelateerd onderwerp”, vertelt Toney.

Blijf vragen

Djinti hield zijn gehoor zondag voor dat alle antwoorden in het innerlijke te vinden zijn. “Want aan een psycholoog ga je niet alles vertellen, maar jezelf kan je niet voor de gek houden”, zei hij. Echter wees de dichter erop dat niet alle antwoorden ineens zullen komen. “Maar als je niet tevreden bent met het antwoord, moet je blijven vragen totdat je het juiste krijgt”, weet hij. Hij zei verder dat het belangrijk is te beseffen dat eenieder zijn eigen tempel is, maar dat die tempel ook onderhouden en schoongehouden moet worden.



Djinti laat zien dat hij behalve dichten ook drums kan bespelen en zingen.
 Foto © Donovan Mijnals

Djinti wees ook op het monopolie van Westerse educatie, dat volgens hem doorbroken moet worden. Hij zei dat er op dit moment geen mogelijkheid is om een andere zienswijze te presenteren op scholen. “Ze leren op school dat Columbus Amerika heeft ontdekt. Maar als die indianen daar al woonden, hoe kan hij dan de ontdekker zijn?” illustreerde hij. Echter is het volgens hem tot nog toe onmogelijk om diploma’s te halen als niet volgens de gevestigde orde gewerkt wordt. “Dus ik kan niet zeggen leer niet, maar wees je bewust dat datgene wat je leert subjectief is.” De artiest betreurde tijdens zijn opvoering ook het feit dat veel van de Afrikaanse geschiedenis verloren is gegaan als gevolg van de slavernij. “Want nooit ete den kiri so meni sma lek’ fa den man kir’ unu. Un’ no sab’ noti, want den kir’ ala tori”, verklaarde hij.

Beleidsadviseur Mohamed Eskak van Binnenlandse Zaken, die ook tot de aanwezigen behoorde verontschuldigde de minister, die vanwege gezondheidsredenen niet aanwezig kon zijn. Volgens Eskak is de boodschap van introspectie goed aangekomen en is het belangrijk dat die wordt overgenomen.-.

[uit de Ware Tijd, 02/05/2012 ]

maandag 5 maart 2012

Raj Mohan: ‘Muziek is durven op je bek te gaan’

door Donovan Mijnals


Paramaribo - Cursisten van de workshop Ensemble zijn zeer tevreden over alles wat ze geleerd hebben. Donderdag sloten docent Raj Mohan en zijn bandleden Mark Alban Lotz, Lourens van Haaftens en Pim van der Ham een serie van drie workshops af. De laatste cursus werd in een lokaal van de Nationale Volksmuziekschool verzorgd. Ook zangeres Remona Soekari kijkt met een brede glimlach terug op de cursus. “Ik heb het als zeer leerrijk ervaren. Het is een ander soort muziek, Indiaas, en dat kan ik ook in mijn muziek toepassen”, vertelt ze.

Toonladder
Soekari zegt dat ze het vooral heel erg interessant vond om de toonladder die in de Idiase muziek wordt gebruikt te leren. “Als je de Indiase toonladder volgt, moet je de vijfde toon overslaan en je begint niet bij ‘do’, maar een halve toon lager”, legt ze uit. De jonge zangeres is ervan overtuigd dat ze met de opgedane kennis een unieke sound aan haar werk kan geven. Rogier Wiratma die gitarist is, zegt dat hij normaliter geen Indiase muziek speelt. “De groove en de manier van spelen zijn heel anders”, vindt hij na de cursus afgerond te hebben.






Een cursist laat horen wat hij zojuist heeft bijgeleerd bij de workshop Ensemble. De cursisten kregen drie tot vier minuten de tijd om een stuk in te studeren, waarna ze het moesten presenteren. (Foto: @ Stefano Tull)


Talent
Mohan heeft de workshops zelf ook als bijzonder ervaren. “Het blijkt nu weer, Suriname heeft ontzettend veel talent”, beweert de musicus. Hij roemt de leergierigheid en de grensoverschrijdende attitude die de cursisten aan de dag hebben gelegd. Volgens de artiest hebben de cursisten onder flinke druk moeten presteren. “Binnen drie tot vier minuten moesten ze de stukken instuderen, dus ze voelden de spanning”, vertelt hij. Maar volgens hem moet je om muziek te maken ook durven om fouten te maken, omdat je uit die fouten ten slotte zult leren. “Muziek heeft te maken met durf; je moet ook durven op je bek te gaan.” Mohan zegt dat het vanwege zijn drukke schema moeilijk aan te geven is wanneer het vervolgtraject plaats vindt, maar hij vermoedt dat hij augustus weer in het land vertoeft.

[uit de Ware Tijd, 03/03/2012]

woensdag 29 februari 2012

Mini-symposium toont noodzaak voor behoud moedertalen


door Donovan Mijnals


Paramaribo - In verband met de Internationale Dag van de Moedertalen organiseerde het directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling een mini-symposium. Dit symposium werd gehouden in de University Guesthouse en had als rode draad de meertaligheid in ons land.

De inleiders daarbij waren Ismene Krishnadath en Renate de Bies. Onder de aanwezigen bevond zich ook de Cultuurdirecteur Stanley Sidoel. Hij gaf aan dat zijn directoraat zich er van bewust is dat er veel werk aan de winkel is met betrekking tot het behoud van de vele talen die Suriname rijk is.

Frans

Krishnadath, die in december in Cayenne een conferentie over de meertaligheid in overzeese Franse gebieden bijwoonde, gaf aan hoe er in die gebieden met meertaligheid wordt omgegaan. “Het Frans heeft er een onaantastbare status, maar daarnaast kunnen ook regionale talen worden erkend als een Franse taal”, vertelde ze. Die regionale talen hebben geen officiële status, maar doordat ze erkend zijn kunnen er faciliteiten aan verleend worden. Krishnadath deed uit de doeken dat er in Frans-Guyana een ‘Language awareness program’ voor leerkrachten bestaat, dat speciaal gericht is op de taaldiversiteit binnen de klas. De Schrijversgroep ‘77-voorzitter adviseerde Suriname punten van het Franse taalbeleid ook hier toe te passen. Opmerkelijk was dat ze er tevens voor pleit dat het gebruik van twee lidwoorden in het Surinaams Nederlands wordt afgeschaft. “Of je nu de of het gebruikt, het verandert niets aan de betekenis van de zin”, verklaarde ze.

Multilinguaal

De Bies werd in haar speech ondersteund door Preetema Jong A Lock-Pahladsingh en behandelde het thema moedertalen in de multilinguale setting van Suriname. Ze begon haar uiteenzetting met een ietwat bewerkte quote van Nelson Mandela: ‘Speak to a man in a language he understands and you speak to his head; speak to a man in his native language and you speak to his heart’. Een moedertaal is volgens haar correlatief aan het gemak waarmee de gebruiker daarvan zich in die taal uitdrukt. Zeker is volgens haar wel dat bij de oersentimenten als angst en boosheid, de mens zich over het algemeen in zijn moedertaal uitdrukt. Dat het grootste deel van de Surinaamse samenleving uitscheldt in het Sranan, past zeker binnen deze theorie.

Volkslied

Bij de vragenronde bepleitte een van de aanwezigen, Atma Jagbandhan, ook voor meertaligheid in het volkslied. “Ik ken het Sranan wel, maar ik voel niet dat het mijn taal is. Sranan is niet de taal van het hart van alle Surinamers”, vindt hij. Frappant daarbij is dat in de Verenigde Staten van Amerika, een ander land dat bekend staat om haar multiculturele samenleving, het nooit aan de orde geweest het volkslied meertalig te maken. De Dag van de Moedertalen die door de Unesco is ingesteld, was officieel op dinsdag 21 februari. Het symposium werd afgelopen vrijdag 24 februari gehouden.

[uit de Ware Tijd, 27/02/2012]