Posts tonen met het label Hart Joseph. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hart Joseph. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

Oedipus in Curaçao

Wim Rutgers, lang geleden
Joseph Hart: Election Dance (2006) / Verkiezingsdans (2013) in het Nederlands vertaald

door Wim Rutgers

“Ik heb de kwade geesten van mijn verleden begraven en ben klaar om mijn land te dienen.” (Joseph Hart: Verkiezingsdans p. 524)


Literaire interpretaties zijn nooit ‘af’ of definitief. Een gedrukte tekst ligt vast in letters, woorden en zinnen op een aantal pagina’s tussen voor- en achterkaft van een boek, maar een gelezen tekst is steeds weer de levende dialoog van lezers met die gedrukte woorden, waaraan deze lezers vanuit hun lezerspersoonlijkheid met hun lees- en leefervaring eigen individuele betekenis en waarde toekennen. Recensies van nieuw verschenen boeken vertonen dan ook vaak diametraal verschillende visies op een en dezelfde gedrukte tekst. Die verschillen kunnen voortkomen uit persoonlijke smaakverschillen, maar zijn ook gelegen in variatie in tijd en ruimte. Boeken raken bijvoorbeeld na verloop van tijd in ongenade of worden pas later populair en gaan dan een alsnog een nieuw leven tegemoet. In verschillende talen en culturen kunnen boeken op verschillende wijze gelezen en geïnterpreteerd worden: Wat de lezer niet kent dat lust hij niet.

Wie boeken op een later tijdstip herleest krijgt ook met het verschijnsel van deze nieuwe dialoog met een toch reeds bekende tekst te maken. Met de vertaling door Joseph Hart zelf van zijn in 2006 verschenen debuutroman Election Dance en de recente vertaling daarvan als Verkiezingsdans nam ik de proef op de som. Zouden mijn interpretatie en mijn waardering nog dezelfde zijn? Ik schreef zeven jaar geleden een reactie maar ging nu fris en onbekommerd opnieuw te werk zonder mijn mening van toen te verifiëren - een hachelijke zaak?

Politiek
Aan het eigenlijke verhaal vooraf geeft de verteller in de vorm van een ‘opdracht’ zélf al aan hoe hij zijn roman gelezen wil hebben als “een uiting van hoop voor mijn land.” Ziet de(ze) lezer dat ook zo?
In de drie delen van de meer dan vijfhonderd pagina’s tellende roman beschrijft de verteller het leven van de bevlogen docent Matthew die met een aantal vrienden een discussiegroep start, die het doel heeft de noodzakelijke politieke en sociale vernieuwing op het eiland door te voeren. Hem wordt gevraagd zich met die ideeën bij een progressieve politieke partij aan te sluiten. Naarmate de verkiezingen naderen bestrijden politiek progressief en conservatief elkaar somtijds letterlijk op leven en dood. Zo kan het verhaal politiek gelezen worden als een roman die een visie vertolkt op een politieke verkiezingsstrijd, met thrillerachtige aspecten van doodsbedreigingen en maffiapraktijken.

Corruptie
Het verhaal opent met een kort hoofdstuk waarin een jonge bolita-slikker op Hato om het leven komt. Naast de politiek spelen ook drugs en criminele witwaspraktijken van een kartel met tentakels in Colombia, Curaçao en Nederland een grote rol. Corruptie heeft ook zijn grijparmen in de politiek, naar blijkt. Maar er is hoop. In het verhaal zijn de schurken schurk en moeten hun wandaden derhalve met hun leven bekopen en wint het goede als ‘uiting van hoop voor het land’. In zoverre is de ‘opdracht’ een duidelijke handreiking.

Jeud en volwassenheid
Daarnaast zag deze lezer vooral de strijd en ontwikkeling die de hoofdpersoon, naarmate het verhaal vordert, door veel spanning en strijd doormaakt, tot hij zijn uit zijn jeugdervaringen voortkomende persoonlijke crisis leert erkennen en overwinnen. Dan lezen we het verhaal vooral als een psychologische roman waarin de hoofdpersoon na intense zelfstrijd overwint: “Ik heb de kwade geesten van mijn verleden begraven en ben klaar om mijn land te dienen.”
Matthew Bartels is een bevlogen docent in het voortgezet onderwijs en aan de universiteit van Curaçao. Zo is dit verhaal ook een voorbeeld van een subgenre als de docentenroman. Hij redt zich bij zijn bevlogen ideeën rond onderwijs en maatschappelijke vernieuwing niet zonder de hulp van zijn vrienden en discussiegenoten, waarbij vooral collega en vriendin Thelma een wel heel belangrijke rol krijgt toebedeeld: een verhaal van vriendschap die liefde wordt?
 
Miss Curaçao Monalisa Jansen
Liefde en seks
Hoofdpersoon Matthew realiseert een bliksemcarrière als populair politicus en wordt daarom een magneet voor veel vrouwelijk schoon, waar hij bepaald niet ongevoelig voor is. Relaties en seks spelen een belangrijke rol in het verhaal maar als een love story zou ik het toch niet willen zien, al is dat wel een belangrijk motief. Op jonge leeftijd werd Matthew seksueel al ingewijd door de dienstmaagd en was hij zijns ondanks getuige van de wrange relatie die tussen zijn ouders bestond. Zijn vader was een incestueuze dronkaard die zijn dochter misbruikte en zijn vrouw in zijn delirische toestanden seksueel vernederde. Matthew haatte als een klein oedipusje zijn vader en hing aan zijn moeder, een afwijking waaraan hij op later leeftijd nog bijna te gronde gaat omdat het hem nachten van demonische dromen bezorgt. Hier dienen zich dus intertekstuele interpretaties van het verhaal aan, waar een feministische benadering ook niet onmogelijk zal zijn. Joseph Hart draagt zijn roman bovendien op aan de vrouwen van Curaçao, die “ondanks alles doorgaan, elke dag tegen de verdrukking in wonderen (te) verrichten.”

Kortom: één verhaal en talrijke mogelijkheden en invalshoeken om het te lezen. Wat me bij herlezing opviel was vooral het oedipus-thema, omdat zijn haat-liefde tot zijn ouders een veel centraler plaats in het verhaal inneemt dan ik me herinnerde. Die jeugdige haat-liefde bepaalt in sterke mate Matthews leven als volwassene in zijn huwelijk in Nederland én zijn relatie tot zowel zijn grote liefde voor de moeder van een van zijn leerlingen, tot hij eindelijk de ware liefde ontdekt. Aanvankelijk lijkt Matthew met zijn charismatische politieke stijl wel een superman, tot zijn traumatische  ervaringen uit zijn jeugd zijn ondergang dreigen te worden, die hij echter door vriendschap en het vermogen echte liefde te geven en te ontvangen overwint.

Tot zover gekomen, herlas ik mijn reactie uit de Amigoe – Ňapa 23 IX 2006, waaruit mijn manier van lezen in grote lijnen consistent bleek, al gebruikte ik daar wat meer details. Gelukkig maar?
Deze reactie van mijn kant is niet minder maar ook niet meer dan een voorstel om Joseph Hart: Verkiezingsdans op eigen wijze te gaan lezen. Want daar gaat het immers om in de literatuur?


Joseph Hart: Verkiezingsdans
Haarlem: In de Knipscheer
2013
533 pagina’s
ISBN 978 90 6265 836 7

[uit Antilliaans Dagblad, 10 april 2014]


maandag 24 februari 2014

Jopi Hart: Curaçao heeft een echte leider nodig

Jopi Hart in gesprek met Sharnon Isenia in de Netto Bar.

door Jeannette van Ditzhuijzen

“Het is alsof praktisch alles wat ik in mijn fantasie heb verzonnen, nu op Curaçao plaatsvindt: de aanslag op een politicus - zoals bij Helmin Wiels - ‘gangs’ die elkaar afmaken, witwaspraktijken, invoer van drugs en vuurwapens, en ga zo maar door.” De recent uitgekomen, spannend geschreven roman Verkiezingsdans van Jopi Hart is een regelrechte aanklacht tegen de politiek op het eiland. “Niet bewust”, zegt hij met nadruk. “Het liep gewoon zo, maar ik schreef wel uit een gevoel van onbehagen, van boosheid.”

We lopen door ‘zijn wijk’ Otrobanda. Luide muziek schalt over een pleintje, waar een feestje wordt gevierd, en concurreert met een bar iets verderop, waar de boxen eveneens op volle sterkte staan. Buurtbewoners groeten Jopi en staan stil voor een praatje.
Hart houdt van Otrobanda, waar hij zijn jeugd doorbracht, en hij houdt van Curaçao, maar het gebrek aan leiderschap en politieke visie ergert hem mateloos. In Verkiezingsdans geeft hij Curaçao wél een echte leider: de idealistische wiskundeleraar Matthew Bartels. Voor een goed verstaander is Bartels het evenbeeld van de onlangs overleden politicus Miguel Pourier, volgens velen een van de weinige goede leiders, die het eiland heeft gekend.

In de aanloop naar de verkiezingen krijgt deze Bartels te maken met een corrupte tegenstander en al gauw merkt hij dat politiek en drugshandel zeer nauw met elkaar zijn verweven. Dan wordt er een aanslag op hem gepleegd, net als op Helmin Wiels, eerder dit jaar. Toeval, zegt Hart. “Ik schreef al veel eerder een Engelse versie van dit boek. Wiels had toen nog maar net zijn partij PS opgericht.”

De begrafenis van Helmin Wiels. Foto Mineke de Vries


Georganiseerde misdaad
De auteur benadrukt dan ook dat het boek echt helemaal aan zijn fantasie is ontsproten. Helemaal? “Nou ja, dat er op Curaçao georganiseerde misdaad is, net als in Verkiezingsdans, daaraan kan geen zinnig mens twijfelen. Minister Navarro wil niet voor niets een offensief tegen de georganiseerde criminaliteit beginnen. De misdaad móet wel hiërarchisch georganiseerd zijn, waarom denk je anders dat al die executies plaatsvinden? Niet alleen van Wiels, ook van anderen.”
“Drugs zijn overal”, verzucht Hart, terwijl we door een supersmal steegje lopen. “In dit straatje doen ze regelmatig hun ‘zaken’.” Wijzend op een vervallen krot: “Vroeger gebeurde dat vanuit dat huis. Geen idee waar die dealer nu uithangt. Misschien in de gevangenis?”
De beschrijvingen in de roman van troosteloze gezinnen en drugskoeriers in arme buurten zijn gebaseerd op Harts ervaringen in het onderwijs. Hij was jarenlang docent Engels aan het Radulphus College. Net als Matthew Bartels in Verkiezingsdans hoorde hij op ouderavonden het nodige over de soms schrijnende thuissituaties van zijn leerlingen.

Radulphuscollege Curaçao

 Toegankelijk onderwijs
De nadruk die de hoofdpersoon van de roman legt op het belang van onderwijs is ook een stokpaardje van Hart. Niet dat het Curaçaose onderwijs slecht is. Het gaat Hart om de toegankelijkheid ervan. “Kijk, er bestaat wel een wet die zegt dat iedereen verplicht is onderwijs te volgen, maar die wordt nauwelijks nageleefd. Dus wat gebeurt er dan? Heel veel kinderen gaan niet naar school of ze houden het niet vol. Terwijl onderwijs het hart van alles is. Als dat goed is, voorkom je een heleboel problemen.”

“Waarom ze niet naar school gaan? Omdat er geen geld is voor het verplichte schooluniform of voor de bus. Weet je wel wat een stadsbus kost op dit eiland? Daar hebben de moeders het geld niet voor. Zelf kunnen ze hun kind niet wegbrengen, want ze moeten werken.”

Het verschil tussen degenen die het kunnen maken in de maatschappij en hen die dat niet kunnen, neemt volgens Hart toe door het armoedeprobleem. “Juist zij die het niet halen, doordat ze niet of nauwelijks naar school zijn geweest, vormen het probleem van de gemeenschap.”

Hij wijst ook op de naar zijn mening veel te krappe schooltijden. Toen hij begon in het onderwijs, in de jaren zestig, werkte hij tot drie uur en bleef daarna op school om de leerlingen te helpen met sport en andere activiteiten. “Dat deed iedereen, dat was de norm. Toen ik in 1962 naar Nederland ging, deed ik daar precies hetzelfde. Maar bij mijn terugkeer in 1972 hadden de leerlingen nog maar iets meer dan een halve dag school. Natuurlijk, het is heet, maar zorg dan voor zonwering en fans.”
Schoolbus op Curaçao

In Verkiezingsdans laat Hart “duizenden half-analfabeten en emotionele volgelingen” woorden als ’vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’ scanderen. Ze volgen daarmee klakkeloos hun populistische leiders. “Daarom is onderwijs van vitaal belang, zodat de mensen kritisch worden en leren zelf na te denken. Daarom ook stuur ik wekelijks brieven naar de kranten, zo hoop ik die mensen te bereiken.”

Net op dat moment passeert een jong ouderpaar, hij met de baby liefdevol in de armen. “Kijk, daar geniet ik van. Ik heb net weer gelezen dat een vader onmisbaar is in een gezin. Maar in 40 procent van de Curaçaose gezinnen met kinderen staat een moeder er alleen voor. Ze moet overdag werken en heeft dus geen tijd voor haar kinderen. Daardoor missen heel veel Curaçaose kinderen een liefdevolle opvoeding. En als een kind als baby niet wordt geknuffeld, is het verloren. Een kind moet van jongs af belangstelling en liefde krijgen.”

Corruptie
Recent beschreef Hart op zijn blog de gewoonte van politici om stemmen te ‘kopen’ door baantjes weg te geven aan familie en partijgenoten. Soms wordt er zelfs geld gegeven om een huis af te bouwen, stroom te betalen of een kind uit de problemen te helpen.

Otrabanda, Curaçao

“Deze gewoonte hebben we altijd normaal gevonden. Maar daardoor zijn we wel afhankelijk van de hulp van anderen. En die afhankelijkheid is erger geworden, nu grote bedragen, soms van dubieuze afkomst, gebruikt worden om politieke campagnes te financieren. Het is logisch dat de geldschieter wat terug verwacht, en zo is corruptie onderdeel geworden van ons politieke systeem.”

Volgens Hart kan politieke hervorming alleen plaatsvinden, wanneer de bevolking rigoureus kapt met deze cultuur van afhankelijkheid. Hij wijst op het rapport over Curaçao van Transparency International (juni 2013) waaruit blijkt dat ‘de publieke sector, de politieke partijen en de media de zwakste schakels zijn in het vermogen van het eiland om corruptie te bestrijden’.

“Dat heeft ook te maken met de kleinschaligheid van Curaçao. Ministers zijn voor hun beleid afhankelijk van de diensthoofden. Maar doordat iedereen elkaar hier kent, is het moeilijk om beslissingen te nemen. Want de invloed van die beslissing is bij iedereen die je kent voelbaar. Daarom was het een briljante zet van wijlen Helmin Wiels om een zakenkabinet aan te stellen. Die vakministers weten waar ze over praten.” “Dat Wiels werd geliquideerd is eigenlijk een pluim voor hem”, vervolgt hij. “Wiels deed kennelijk de juiste dingen, waardoor anderen, die niet het beste met het eiland voor hebben, zich genoodzaakt zagen hem te liquideren.”
 
Jopi Hart met (toen nog) prins Willem-Alexander
Verval
We lopen inmiddels langs keurig verzorgde huisjes die in de jaren tachtig door Monumentenzorg werden gerestaureerd. Ze gaven de aanzet tot de restauratie van veel meer historische panden in deze wijk. “Dat was een goede zet. Als een buurt in verval raakt, voelen de bewoners zich verwaarloosd. Ze zijn kennelijk niet belangrijk voor de overheid.”

“Gelukkig valt dat in Otrobanda nog mee, de restauraties hebben eraan bijgedragen dat de mensen redelijk tevreden zijn.” Wijzend op een verkrot pand: “Het probleem is het verval waar niets aan wordt gedaan. Dat maakt de bewoners boos op de overheid, maar tegelijk wordt de neiging groter om zelf ook rotzooi achter te laten, zoals je hier ziet.”

Wat Hart dwarszit is het gebrek aan visie van Nederlandse en Curaçaose politici in de tijd dat het Curaçao financieel nog goed ging. “Ze hadden niet voor ogen wat ze over een jaar of twintig wilden bereiken. Van die jarenlange verwaarlozing krijgen wij nu de rekening gepresenteerd. Want de problemen stapelen zich op.”
Het is volgens Hart een illusie om te verwachten dat de huidige regering in één keer het werk oppakt dat alle vorige regeringen hebben laten liggen. “Het wachten is nu dus op die ene leider met visie. Ik ben niet pessimistisch. Mijn schoonvader zei altijd dat het eiland eerst door de ellende moet voor het eruit komt. Het móet uiteindelijk dus goed komen. De potentie is er.”

“Die leiders zijn er namelijk al, alleen beseffen ze dat nog niet. Pas wanneer de omstandigheden hen dwingen en ze inzien dat hier geen toekomst meer is voor henzelf en hun kinderen, dan zal er een leider opstaan en zeggen: ik pik dit niet. Dat gebeurde in 1993 met Miguel Pourier. Het leiderschap dringt zich aan je op. Dat moment komt. Dat weet ik zeker.”


Spannende ‘pageturner’
Ezra de Haan over Verkiezingsdans op www.Literatuurplein.nl: “Een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft, werkelijk onweerstaanbaar is.” “Het boek mag dan politiek geëngageerd zijn, het is bovenal een mooie, spannende roman waarin de auteur alle registers van het muziekstuk dat Curaçao heet, weet te bespelen.”

[uit: Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 30 november 2013]



maandag 16 december 2013

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (2)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur en de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de tweede aflevering: Adviesraadslid, criticus en hoogleraar Wim Rutgers.



1.
De uitreiking van een eredoctoraat aan Elis Juliana door de University of Curaçao op 18 juni 2013.

2.
De uitreiking van de derde Premio Willem C.J. (Boeli) van Leeuwen op 10 oktober (de geboortedag van Boeli) aan Tanio Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth voor onder meer de Papiamentstalige opera Katibu di shon.

3.
De overhandiging van de literaire nalatenschap van Luis H. Daal aan de Mongui Maduro bibliotheek op Curaçao op 5 oktober 2013.
 
Overhandiging literaire nalatenschap Luis H. Daal
4.
De vijfde tweedelige publicatie in rij van de proceedings van de Annual Eastern Caribbean Island Cultures Conference, een uitgave van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, de University of Curaçao en de Universidad de Puerto Rico, waaraan meer dan 75 lokale en internationale auteurs hebben meegewerkt.

5.
De presentatie van Uitgeverij In de Knipscheer op 8 september van niet minder dan vijf boeken tegelijk van Arubaanse en Curaçaose schrijvers: Giselle Ecury: De rode appel, Joseph Hart: Verkiezingsdans, Els Langenfeld: Porto Marie, Ronny Lobo: Bouwen op drijfzand, Jacques Thönissen: Onder de watapana



dinsdag 29 oktober 2013

Over dingen van nu en dingen van toen

door Brede Kristensen

Vanuit literair standpunt bekeken is 2013 mondiaal een superjaar. Althans in kwalitatief opzicht. Dat geldt ook voor het Caribische gebied en de Benedenwindse eilanden. Uitgeverij In de Knipscheer komt deze herfst met een groot aantal titels. Vandaag is het de beurt aan Verkiezingsdans van Joseph ‘Jopi’ Hart en Gentleman in slavernij van Janny de Heer.



Dingen van nu
Joseph Hart schreef een spannend en politiek belangwekkend boek: Verkiezingsdans. Een boek met drie gezichten, dat toch een eenheid vormt. Het eerste gezicht is het gezicht van een thriller, een verhaal over criminele organisaties, gespecialiseerd in cocaïne, opererend vanuit Colombia, Curaçao en Nederland. Curaçao vervult een spilfunctie. Al snel wordt het de lezer duidelijk dat Curaçaose politici de touwtjes van die spilfunctie in handen hebben en dat ze met die touwtjes naar criminaliteit neigende jonge mensen, genadeloos voor hun karretje spannen. Hoe en wie die touwtjes in handen hebben, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk, als een belangrijke politicus wordt geliquideerd. Zoals het een goede thriller betaamt.

Het boek ontleent zijn titel aan het tweede gezicht, het belangrijkste: de verkiezingsdans kenmerkend voor verkiezingen Curaçaose stijl in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog bestonden. Veel populisme, feesten, roddels, mediaoptredens met spectaculaire onthullingen over dubieuze persoonlijke geschiedenissen, belangen en betrokkenheid bij criminele organisaties. We ontmoeten politici die onbeschaamd en met verve van twee walletjes eten en excelleren in het spelen van valse spelletjes. Met als gevolg dat niemand een ander vertrouwt. Hart is in staat politici ten tonele te voeren die net allemaal anders zijn dan de ons bekende politici. Geen levende politicus zal zich echt kunnen herkennen in de personages van het boek. Stukjes van die personages komen echter bekend voor. Er zijn stukjes Cova zichtbaar, stukjes Wiels, stukjes Pourier en vul maar aan. De held van het boek is een jonge opkomende ster met een visie voor een Curaçao waar mensen op grote schaal aan hun eigen ontwikkeling werken met het doel een bijdrage aan de opbouw van het land te leveren, waar iedereen professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan en waar de koek eerlijk wordt verdeeld. Deze Matthew stemt erin toe zijn diensten aan te bieden aan een serieuze politieke partij. Onder begeleiding van een oudere Pourier-achtige partijleider ontpopt hij zich als een begenadigd spreker die met een degelijke boodschap in populistische verpakking zijn fictieve partij een knallende overwinning bezorgt. Maar zijn pad gaat niet over rozen. Politieke tegenstanders laten geen middel onbenut om hem onderuit te halen, tot en met aanslagen op zijn leven. Harts visie op de Curaçaose politiek is onthullend en dermate kritisch dat alle hoop op betere tijden ijdel lijkt. Toch wil hij laten zien dat er serieuze politici zijn, dat mensen zich willen laten aanspreken en dat er dus toch enige reden voor optimisme is.

De verborgen psychische problemen van de hoofdfiguur, Matthew, vormen het derde gezicht. Dit verhaal leest als een psychologische thriller. Ogenschijnlijk redelijk en talentvol, blijkt zich achter die façade een vulkaan te bevinden, een onderdrukt oedipus-complex dat voor gewelddadige explosies zorgt. Zijn relaties met vrouwen lijden daar zwaar onder. Om iets van die uitbarstingen te kunnen begrijpen, moet de lezer wel regelmatig als een voyeur getuige willen zijn van erg expliciet beschreven seksscènes. Dat had wel wat subtieler gekund. Maar hoe zal het aflopen met deze verknipte ziel? Zijn beste vriendin weet hem tenslotte over zijn verleden aan het praten te krijgen en een moment van bewustwording te bewerkstelligen. Zo komt er een niet helemaal geloofwaardig keerpunt in het leven van Matthew en kan hij zich inzetten voor Curaçao, het land dat hij liefheeft.
Hart weet 500 pagina’s lang de aandacht te boeien. Ingenieus heeft hij de verhalen van die drie gezichten met elkaar verweven. Tussen alle spanning door wordt duidelijk dat Hart een uitgesproken kritische mening over de Curaçaose politieke cultuur etaleert. Eigenlijk zegt hij dat als deze politieke cultuur niet verandert, de toekomst uitzichtloos is en burgers uitgeleverd zijn aan politici voor wie het publieke belang samenvalt met eigen belang. Maar of een in populisme verpakte ‘Matthew-achtige’ boodschap de oplossing is, moet betwijfeld worden. Leert de geschiedenis niet dat ‘inhoud’ door politici moeilijk te realiseren en door burgers moeilijk te begrijpen is? En dat om die reden politici zich liever op de verpakking concentreren en de mensen politici op die verpakking beoordelen? Zo is de kans groot dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Maar zeker een boek dat te denken geeft.

Plantage Peperpot


Dingen van toen
Janny de Heer, bekend door haar boek Landskinderen van Curaçao (1999), komt met een nieuwe verrassing: Gentleman in slavernij. Over de periode van de Surinaamse slavernijgeschiedenis nadat in het naburige Guyana de slavernij was afgeschaft en de naderende afschaffing in Suriname voelbaar werd. Aan de hand van het leven van een Duitse kolonist, Ditrich Horst, die zijn weg in Suriname zoekt, eerst als blank-officier, dan als administrateur en directeur op diverse gouvernementsplantages en tenslotte als eigenaar van zijn eigen plantage ‘Lust en Rust’, wordt de geschiedenis van het plantageleven rond Paramaribo vlak voor en na de afschaffing van de slavernij beschreven. Een historische roman dus.
Janny de Heer wordt geïnterviewd door Romeo Hoost

Dat kan goed fout gaan. Meestal wordt in een historische roman de geschiedenis geromantiseerd en verdraaid. Zeker wanneer een historische figuur daarbij een hoofdrol speelt, kan een scheef portret knap hinderlijk zijn. Soms wordt de geschiedenis in detail beschreven zonder dat het verhaal uit de verf komt. Dat wordt dan zoiets als een verkapte historische studie. Janny de Heer weet aan beide gevaren te ontsnappen. Met hulp van archief- en literatuuronderzoek reconstrueert zij de levensloop van Ditrich. Ze schildert een nuchter, niet-geromantiseerd portret van Ditrich en van de vrouwen om hem heen, hun levensverhaal, tegen de achtergrond van het plantageleven in de nadagen van de slavernij.

Het verhaal bevat een verbazingwekkende hoeveelheid informatie hoe het in die dagen toeging op de plantages, waarbij nuances het terecht van generalisaties winnen. Er zijn planters die hun slaven wreed-sadistisch uitbuiten en planters die vormen van begrip aan de dag leggen en een lichter regiem voeren. We worden geïnformeerd over ziekten, conflicten, straffen, omgangsvormen, relaties en de vele discussies over de toekomst van het land als de slavernij zal zijn afgeschaft. We krijgen een beeld wat er op de plantages verbouwd werd en waarom het goed of niet goed ging, hoe men er woonde, hoe de huishouding eruit zag, hoe over de rivieren werd gereisd en, last but not least, hoe en waarom zoveel slaven wisten te ontvluchten, terwijl anderen de voorkeur eraan gaven te blijven. Schokkend is hoe de machthebbers er vaak in slaagden een gevluchte slaaf in de gaten te houden om hem of haar soms jaren later alsnog genadeloos te straffen. We lezen over de dagen van de afschaffing van de slavernij, de onzekerheid die dat met zich meebracht voor vrijwel iedereen, de euforie en de verstandige en onverstandige keuzes die zowel de ex-slaven als de blanke elite maakten. Een helder en objectief tijdsbeeld is het resultaat. Uiteraard zullen sommige feiten ontbreken en zal er discussie zijn of een bepaalde nuance niet een uitzondering betrof die een regel had kunnen bevestigen. Maar zonder selectie geen verhaal. De auteur wekt echter de indruk zeer consciëntieus te hebben gewerkt.

Daarnaast leren we de situatie te zien door de subjectieve ogen van individuele personen. Op de eerste plaats de ogen van Ditrich. De ietwat onzekere hoofdpersoon die het weliswaar goed meent met de mensen, maar die ook zijn eigen belangen kent en niet altijd in staat is de gevolgen van zijn daden te overzien. Als hij een kind heeft verwekt bij een slavin, Candasie, met wie hij het goed kan vinden en tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken, haast hij zich naar Paramaribo om de jonge Heinrich vrij te kopen (de zogenaamde manumissie die in die dagen 250 gulden kostte, wat ongeveer neerkomt op een equivalent van 10.000 euro vandaag de dag). Als hij terugkeert naar de plantage en haar verheugd meedeelt dat haar zoon nu een vrij mens is, wordt hem dat helemaal niet in dank afgenomen. Een slavin mag immers geen vrij mens opvoeden. Dat betekent onherroepelijk een scheiding van moeder en kind. Daar wordt dan wel weer een mouw aangepast, maar gemakkelijk gaat het niet. Zo worden hoofdpersoon en lezer geleidelijk aan vertrouwd met de soms idiote en vaak kwaadaardige absurditeiten van het systeem.
Ditrich vervult verschillende functies, reist veel en gaat tenslotte duurzaam samenwonen met een dochter van Candasie, Caroline. Ze krijgen vijf zonen die in de loop der jaren allemaal vrijgekocht worden, evenals Candasie en Caroline. Tenslotte trouwen Ditrich en Caroline. Nog weer later wordt Ditrich in de gelegenheid gesteld eigenaar van een plantage te worden. Geen moment wordt hij als een held voorgesteld. We leren hem kennen als een mens met zwakheden, kortzichtige ambities en knulligheden. Ook als iemand met een geheim, want hij houdt het vaderschap van Heinrich voor iedereen verborgen. Dit blijkt een continu aanwezige donkere ondertoon in zijn toch reeds ongemakkelijke leven. Pas op zijn sterfbed realiseert hij het zich.
Slavernij

Ook kijken we door de ogen van Candasie en van Caroline en worden we ons bewust van hun visie op het complexe plantage-gebeuren, als slavin en later als vrije vrouw. We zien hoe ze iets van de moeizame omstandigheden proberen te maken. We maken kennis met hun illusies, teleurstellingen en blije verrassingen. De auteur roept het plantageleven dermate beeldend op dat het is alsof het de leefomgeving van de lezer is. Af en toe veroorlooft ze zich romantische zoetsappigheden, maar die blijven gelukkig binnen de perken en ondergraven de geloofwaardigheid van het verhaal niet.
Wel ontbreken er enkele perspectieven. We leren het plantageleven niet zien door de subjectieve ogen van de kwaadaardige planter, of door de ogen van slavinnen die worden belazerd en uitgebuit en evenmin door de ogen van mannelijke slaven. We worden over hen geïnformeerd, uitvoerig zelfs, maar daar blijft het bij. Echter, de lezer zal niet zoveel moeite hebben zich daarvan een voorstelling te maken.
Merkwaardig is dat er weinig aandacht is voor de rol van de kerken, die juist in de periode dat Ditrich leefde veel activiteiten op de plantages ontplooiden, met name de Evangelische Broedergemeente. De kerken worden genoemd en Ditrich en Caroline trouwen zelf in de Lutherse kerk, maar veel horen we niet hierover. Dit is dunkt mij een gemis. De rol van de kerken is van enorme betekenis geweest voor heel veel ex-slaven en voor het verdere verloop van de geschiedenis van Suriname.

Afgezien van deze beperkingen is het een schitterend, overtuigend en zeer informatief boek. De uitgever zou er goed aan doen bij een volgende druk (het is te hopen dat veel drukken zullen volgen) een kaart van de omgeving van Paramaribo toe te voegen zodat de lezer zich een beeld kan vormen waar de plantages die in het boek voorkomen, hebben gelegen of nog liggen. Ook verdient het aanbeveling om bij de uitvoerige lijst van gebruikte bronnen in het kort aan te geven welke bijdrage deze bronnen hebben geleverd.


[uit Amigoe-Ñapa, 28 oktober 2013]

donderdag 24 oktober 2013

Joseph ‘Jopi’ Hart - Verkiezingsdans

Joseph Hart in Amsterdam. Foto @ Iklith Hollander
“In zijn debuut als schrijver kon Joseph Hart niet weten dat zijn eerste roman – 8 jaar geleden - bijna profetisch zou zijn m.b.t. de lafhartige moord op parlementariër Helmien Wiels, de politieke leider van ‘Pueblo Soberano’, die streed tegen corruptie en de georganiseerde misdaad. In Verkiezingsdans beschrijft Joseph Hart met kennis van zaken en oog voor detail, de strijd die Curaçao moet voeren tegen de internationaal oprukkende drugsmaffia. Hij geeft een realistische dwarsdoorsnede van de Curaçaose maatschappij en deinst er niet voor terug de zaken scherp te stellen, of het nu nijpende armoede, gewelddadige misdaad, liefde of sex betreft.”

Joseph ‘Jopi’ Hart is erin geslaagd verschillende thema’s en categorieën tot één geheel te smeden :

1) psychologische roman (karakterbeschrijving en ontwikkeling van de hoofdpersoon)
2) sociale protestroman (aandacht voor de nijpende armoede en niet langer acceptabele wantoestanden in achterstandswijken)
3) narco realisme (beschrijving van de drugswereld en witwaspraktijken plaatst de roman in dit jonge genre van de misdaadroman)
4) politieke roman (de politieke praktijken - in negatieve en positieve zin – vormen een van de centrale motieven van de roman)
5) ideeënroman (visie over oplossing van maatschappelijke problemen, over een toekomstige informatiemaatschappij in het dagelijkse leven en het onderwijs, ideeën over ontwikkeling van achterstandswijken)
Erotische liefdesroman rond twee vrouwelijke hoofdfiguren
6) thrillerachtig karakter (de in het verhaal verweven criminele handelingen)
7) erotische liefdesroman (de relaties met de twee vrouwelijke hoofdfiguren)


Enkele reacties van lezers:
- ‘Mas ku un bon buki’: (Dr. Frank Martinus Arion)
- ‘Een fascinerend debuut’ (Prof. Dr. Wim Rutger)
- ‘I loved your novel; it interfered with my busy schedule’ (Kathy Talylor, Ph.D.)
- ‘Ik kon het boek niet neerleggen. Eindelijk uit! Kan weer aan de slag!’ (Ildith van der Grift-Hollander)
- “De hoofdstukken over corruptie en drugs zijn geschreven in een krachtig realisme en ik begon ernaar uit te kijken vanwege het tempo van de actie en omdat ze zo ‘echt’ leken – een gevaarlijk woord, weet ik – maar volkomen terecht binnen de context van het boek.” (Phillip Mann, romancier, toneelschrijver en criticus)

Recensie

door Ezra de Haan (schrijver, dichter en journalist)

Een leider met visie

Soms zijn schrijvers visionair. Hun scherpe kijk op de werkelijkheid zorgt voor inzicht in de huidige situatie en ook in de mogelijke gevolgen daarvan voor de toekomst. George Orwells 1984 is daar een goed voorbeeld van. Joseph Hart publiceerde zijn debuut Election Dance in 2006. Nu, zeven jaar later, blijkt het boek vrijwel profetisch voor de toestanden die zich vandaag de dag op Curaçao afspelen. De laffe moord op parlementariër Helmin Wiels, de politiek leider van Pueblo Soberano, en de verwikkelingen rond de zoektocht naar de moordenaars gaan haast nog verder dan de fantasie van Joseph Hart. En ook de strijd tegen de corruptie en criminaliteit blijkt helaas vrijwel identiek.

Dankzij de Nederlandse versie van Election Dance, getiteld Verkiezingsdans, maken we kennis met een eiland waar corrupte politici, georganiseerde misdaad maar ook persoonlijke opoffering en liefde een belangrijke rol spelen. Joseph Hart toont ons zijn visie op Curaçao en maakt dat tot een ervaring die we niet snel zullen vergeten. Joseph (Jopi) Hart was, net als zijn romanpersonage Matthew Bartels, leraar. Ruim tien jaar houdt hij zich inmiddels bezig met het schrijven. Zo schreef hij de gedichtenbundel Entrega (2000) en na Election Dance de roman The Yard (2010). Op dit moment werkt hij aan zijn derde roman, Kruispunt. Verkiezingsdans werd voor de Nederlandse versie herzien en deels herschreven. Het gevolg is een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft, werkelijk onweerstaanbaar is.

dinsdag 22 oktober 2013

Verkiezingsdans in Curaçao gepresenteerd

Auteur Joseph 'Jopi' Hart (rechts) met een oud-leerling van hem, mw Calister, die tijdens de presentatie van Verkiezingsdans, op zaterdag 19 oktober op de voormalige school van de ex-conrector, een exemplaar van zijn boek heeft laten signeren.

Lees hier een recensie van deze roman.

zondag 13 oktober 2013

Navarro ontvangt Verkiezingsdans


Minister van Justitie, Nelson Navarro, heeft onlangs het boek Verkiezingsdans, geschreven door Joseph ‘Jopi’ Hart, in ontvangst genomen. Navarro ontving het boek als blijk van waardering. De schrijver: ,,In mijn debuut als schrijver kon ik niet weten dat mijn eerste roman van bijna acht jaar geleden bijna profetisch zou zijn.” Hiermee refereert de schrijver aan de moord op politicus Helmin Wiels.

[uit Antilliaans Dagblad, vrijdag 11 oktober 2013]

woensdag 11 september 2013

Nieuwe boeken van In de Knipscheer: een Caraïbisch mozaïek

door Klaas de Groot

De theaterzaal van Podium Mozaïek in Amsterdam was op 8 september jl. uitverkocht. Uitgeverij In de Knipscheer presenteerde vier nieuwe boeken uit het Caraïbisch deel van haar fonds en de belangstelling was gelukkig groot.
 
Els Langenfeld. Foto © Ken Wong
Voordat de auteurs met hun laatste werk voorgesteld werden, stond uitgever Franc Knipscheer stil bij het recente overlijden van twee auteurs uit zijn fonds: Elis Juliana en Els Langenfeld. Eigenlijk had Langenfeld op deze middag ook aanwezig moeten zijn met haar nieuwe verhalenbundel Porto Marie. Haar uitgever herdacht haar ontroerd. Het publiek kon een opname bekijken van de presentatie van Porto Marie op Curaçao. Opvallend bij die presentatie was dat Langenfeld nu eens niet een notabele had uitverkoren voor het eerste exemplaar van haar boek. Zij had een beperkte nummertjesloterij georganiseerd. De uitslag was voor alle aanwezigen een verrassing, zagen wij in Amsterdam.

Jacques Thönissen, overgekomen van Aruba, was de eerste auteur die zijn boek mocht tonen. Veertien van zijn Arubaanse verhalen heeft hij  onder de titel Onder de watapana  bijeengezet. Hij gaf het eerste exemplaar wel aan een notabele: de gevolmachtigde minister van Aruba Edwin Abath. Thönissen las een mooi stukje voor uit één van zijn verhalen, een legende over het ontstaan van Aruba. De legende vertelt dat Curaçao, Bonaire en Aruba ontstaan zijn uit zweetdruppels die de Schepper van hemel en aarde aan het eind van de zesde scheppingsdag op zijn voorhoofd voelde. Die druppels wierp Hij in zee en als kleinste, maar als mooiste eiland ontstond toen Aruba. Het applaus dat na voorlezing van het verhaal opklonk, liet merken dat er heel wat liefhebbers van ‘nos isla stimá’ aanwezig waren.
 
Jacques Thönissen
Peter de Rijk die als redacteur bij uitgeverij In de Knipscheer de boeken van de aanwezige auteurs natuurlijk van haver tot gort kent, had met Thönissen, Ronny Lobo, Giselle Ecury en Joseph (Jopi Hart) steeds een kort gesprek. Daarin ging het nogal eens over de lange weg die er ligt tussen schrijven en publiceren. Een weg die gekenmerkt wordt door veel redigeren en herschrijven. Vooral in het gesprek met Ronny Lobo, die debuteert met de roman Bouwen op drijfzand, werd dit duidelijk. 

Het gesprek met Giselle Ecury over haar derde roman De rode appel ging meer over de bouw van het boek. Zij wist op een heldere manier duidelijk te maken wat haar bij het schrijven voor ogen staat.
Giselle Ecury. Foto © Michiel van Kempen

De laatste in de rij was Joseph Hart. Hij debuteerde als Jopi Hart met de dichtbundel Entrega in 2000 bij uitgeverij Carilexis, op Curaçao. De roman Verkiezingsdans, die nu gepresenteerd werd, is een adaptatie van  een Engelstalige roman die Hart jaren geleden schreef. Uit het gesprek met De Rijk bleek dat de auteur nogal moeite heeft met het politieke bedrijf op het huidige Curaçao, maar een politiek traktaat is de roman  niet geworden. Dat was ook te merken aan de passages die Hart voorlas. Zijn boek had gepresenteerd  moeten worden aan de gevolmachtigde minister  van Curaçao Marvelyne Wiels, die was helaas verhinderd. Het boek ging naar een plaatsvervangster voor deze middag, Marije Berkhouwer.   
Aruba, Bonaire, Curaçao en Nederland, landen en boeken, verhalen en mensen schoven als een mozaïek in elkaar.

Presentator Franc Knipscheer zorgde zelf ook voor afwisseling. Zo presenteerde hij  de pas verschenen roman van Janny de Heer: Gentleman in slavernij. Dat is een dikke roman over een Duitse immigrant in het 19de eeuwse Suriname. De schrijfster was er niet. Het eerste exemplaar ging naar haar kleindochter, die weinig woorden nodig had om het boek in ontvangst te nemen.


In 1978 verscheen de verzamelbundel Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen varianten en constanten onder redactie van René A. Römer. Een zeer informatief boek met een goed oog voor de bestanddelen van het inlegwerk. De Nederlandse Antillen bestaan eigenlijk niet meer, maar het samenspel is gebleven.
Dat bleek op 8 september treffend uit de muzikale omlijsting van de Porto Marie middag. Die was in handen van Izaline Calister, begeleid door gitarist Ulrich de Jesus. Voor de pauze zong Calister het mooie lied Gracias a la vida van Mercedes Sosa. Het tweede optreden sloten zij af met een opwekkend liedje over Compa Nanzi die de rest van de wereld weer te slim af was. Hij weet de jeuk, ontstaan tijdens het opschonen van een veld met brandnetels, mooi te benutten. Misschien als het soort politicus waar Jopi Hart de buik vol van heeft?  
 
Karin Amatmoekrim. Foto © Frank Consen
Terwijl dit allemaal gebeurde aan de Bos en Lommerweg vond bij de Vereniging Ons Suriname aan de Zeeburgerdijk een soortgelijke middag plaats. Daar waren o.a. Antoine de Kom en Karin Amatmoekrim aanwezig. De muziek was er in handen van Sanne Landvreugd. 
Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen
Laten we hopen dat volgend jaar deze twee bijeenkomsten  niet op dezelfde dag georganiseerd worden. Auteurs en de boeken verdienen dat. De potentiële lezers trouwens ook. Maar het tij is waarschijnlijk inmiddels al gekeerd. Op 13 oktober a.s. organiseert uitgeverij In de Knipscheer in de OBA een Antilliaans en Surinaams boekenprogramma met onder andere Janny de Heer en Eric de Brabander. Muziek zal er zijn van de groep FTTP van Frank Ong-Alok. De middag wordt gehouden onder de titel Een droom die ik heb.

Dat is ook de titel van een nieuwe bundel gedichten van  de markante  dichteres Nydia Ecury (1926-2012). Een van haar bundels Kantika pa Mama Tera / Songs for Mother Earth schreef ze speciaal om het Caraïbisch mozaïek bijeen te houden, staat er op de achterflap van dat boek.
Nydia Ecury

 Tijdens haar leven stelde zij nog een Nederlandstalige bundel samen. De presentatie hiervan zal op 13 oktober voor de liefhebbers van haar poëzie een mooi moment zijn. En naar ik hoop ook voor nieuwe lezers.

dinsdag 10 september 2013

Knipscheer presenteert veelbelovende boeken

door Otti Thomas
Ronny Lobo

Amsterdam — Architectuur en literatuur vertonen veel overeenkomsten, zei de Curaçaose architect Ronny Lobo gisteren bij de presentatie van Bouwen op Drijfzand, zijn debuutroman. Lobo was één van de vijf auteurs van wie nieuwe publicaties werden gepresenteerd door uitgeverij In de Knipscheer. De bijeenkomst in Podium Mozaïek in Amsterdam werd bezocht door 300 personen.

“Begrippen als tijd, ruimte, gebeurtenis, vorm, ritme, verhoudingen en kleur worden in vrijwel alle kunstzinnige uitingen gebruikt. De maker probeert met zo min mogelijk middelen zo veel mogelijk zeggen. Bij architectuur zijn dat bouwmaterialen, bij muziek de noten en bij literatuur de woorden”, aldus Lobo. Er waren ook verschillen, zei hij. Lobo studeerde zes jaar architectuur, maar schrijven moest hij al doende leren, ook al had hij als architect weinig moeite om ruimtes beeldend te beschrijven. Hij werd voortdurend gecorrigeerd door de redacteuren van de uitgeverij en deskundigen als Frank Martinus Arion, wijlen Erich Zielinski en Ini Statia, die hem zelfs adviseerden helemaal opnieuw te beginnen. Een ander verschil: “Niemand vroeg mij om een roman te schrijven. In de architectuur maak je een ontwerp op verzoek, of soms een bevel, van een opdrachtgever.”

Lobo’s ervaringen met opdrachtgevers, aannemers en leveranciers waren de aanleiding voor Bouwen op Drijfzand: de confrontatie met een echtpaar van een dominante man en een vrouw die wel bescheiden leek, maar ondertussen alle beslissingen nam. Een echtpaar dat met ruzie uit elkaar ging voor de eerste steen was gelegd. Of het overlijden van een opdrachtgever voor de overhandiging van de sleutel. “Op een goede dag vond ik het tijd om deze verhalen op te schrijven”, aldus Lobo. Het resultaat is een roman over een architect die vooral rekening probeert te houden met de natuur, terwijl zijn opdrachtgevers zich vooral druk maken om hun uitzicht. De hoofdpersoon Kenzo wordt vervolgens ook nog verliefd op de vrouw van een klant. “Dat het een liefdesroman is geworden is vooral de schuld van de personages. Denk dus niet dat ik zo’n enerverend leven heb als architect”, zei hij.

Caleidoscoop
Naast Bouwen op Drijfzand presenteerde In de Knipscheer ook de nieuwe boeken van de uit Aruba afkomstige Giselle Ecury en Jacques Thönissen en van Curaçaoënaar-Bonairiaan Jopi Hart. Net als Lobo werden ze kort geïnterviewd door Peter de Rijk, hoofdredacteur van de uitgeverij. Ecury schreef De Rode Appel, waarin een man en een vrouw op zoek gaan naar verdrongen gebeurtenissen uit hun jeugd. Een jeugd die zich afspeelde in de jaren zestig en zeventig, de periode van een nieuwe seksuele moraal, die ook een keerzijde heeft en waar ook niet iedereen zomaar aan mee kon doen.

Van Jacques Thönissen verscheen het boek Onder de Watapana, een bundel verhalen over Aruba die hij de afgelopen tien jaar schreef. “Het is een caleidoscoop waarin alle aspecten van het eiland aan bod komen”, aldus De Rijk. Thönissen vertelde dat het allemaal fantasieverhalen, maar geïnspireerd op echte gebeurtenissen uit de afgelopen tien jaar. “Soms zijn mensen er wel van overtuigd dat ik schrijf over mensen die ze echt kennen, maar het is allemaal uit mijn duim gezogen. De situaties zijn echter wel herkenbaar voor mensen die op Aruba wonen.”

Van Jopi Hart werd tot slot zijn boek Verkiezingsdans gepresenteerd, de Nederlandstalige versie van zijn boek Election Dance uit 2006, maar wel geheel herschreven omdat Hart niet van vertalen houdt, zo zei hij. Het boek over corruptie, misdaad en de persoonlijke verhalen achter drugssmokkel is nog altijd bijzonder actueel. “Hoofdpersoon Matthew is geen held, maar een verschrikkelijk figuur. Maar Matthew heeft wel een visie. En die visie mis ik bij onze beleidsbepalers. Een visie waar we naar toe gaan.”

De vijfde auteur van wie een boek gepresenteerd werd, was niet aanwezig bij de bijeenkomst. Uitgeverijdirecteur Frank Knipscheer had duidelijk moeite om zijn emoties de baas te blijven toen hij sprak over Els Langenfeld, die op 9 juni overleed. “Els Langenfeld had de moed om een heikel onderwerp te kiezen. Ze slaagde erin om mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten”, zei hij. Als hommage aan Els Langenfeld werd de presentatie vernoemd naar haar laatste boek, Porto Marie, over het leven op de plantage Porto Marie in de tijd van de slavernij.

[uit Amigoe, maandag 9 september 2013; fouten gecorrigeerd]

Rosabelle Illes maakte deze collage van haarzelf met Ronny Lobo (boven l), Jacques Thönissen (boven r), Giselle Ecury (midden l) en Jopi Hart (midden r).

dinsdag 30 juli 2013

Antilliaans boekenfestijn

Op zondag 8 september vindt er een Antilliaans boekenfestijn plaats in het Amsterdamse Podium Mozaïek, met de schrijvers Jopi Hart en Ronny Lobo uit Curaçao, Jacques Thönissen uit Aruba en Giselle Ecury, muzikaal omlijst door Izaline Calister.
Izaline Calister. Foto © Michiel van Kempen

Een gevarieerd Antilliaans schrijversprogramma met film, voordracht, lezing, interview en muziek rond hun nieuwe boeken bij Uitgeverij In de Knipscheer. In het programma wordt kort stilgestaan bij het overlijden op Curaçao van Els Langenfeld en Elis Juliana in juni van dit jaar, en via hen bij ‘150 jaar afschaffing slavernij’.
Presentatie: Franc Knipscheer | interviews: Peter de Rijk | zangeres Izaline Calister wordt begeleid door gitarist Ulrich de Jesus.


Plaats: Podium Mozaïek
Bos en Lommerweg 191, Amsterdam
Datum: zondag 8 september 2013
Aanvang: 15.00 uur
Prijs online/voorverkoop   € 5.00
prijs (deur)   € 7.50


zaterdag 14 juli 2012

Joseph Hart


Portret van de Antilliaanse schrijver Joseph (Jopi) Hart, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 137 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

zaterdag 23 juni 2012

Interactief iPad prentenboek Lettervreters nu in zes talen


De publicaties van het interactieve prentenboek Lettervreters, vuurtorens en piratenboten voor op de iPad zijn vanaf juni 2012 compleet; alle zes de talen zijn dan in de AppStore te verkrijgen. Nederlands, Papiamentu en Duits waren al langer beschikbaar. Nu kan de lezer Lettervreters ook in het Engels, Frans en Spaans kopen. Het boek is voor kinderen van 3 tot 8 jaar. Peuters en kleuters kunnen heerlijk naar de voorleesstem luisteren of hun ouders laten voorlezen terwijl ze het verhaal actief beleven en de illustraties tot leven wekken. Kinderen van zeven of acht kunnen het verhaal heel stoer al zelfstandig lezen.

De Lettervreters-boeken van schrijfster Charlotte Doornhein zijn ook zeer geschikt voor jeugd of volwassenen die op avontuurlijke manier een vreemde taal willen leren. Er is gebruik gemaakt van professionele vertalers en de stemmen zijn ingesproken door native speakers. Lettervreters is prima op scholen te gebruiken of in de thuissituatie.

Ian heeft een klein broertje: Storm. Sinds Storm kan kruipen gebeuren er allemaal rare dingen. Boeken worden opgegeten alsof het broodjes kroket zijn. Vuurtorens branden in de woonkamer. En de zee stroomt door het huis.

Lettervreters, vuurtorens en piratenboten is een leuk prentenboek voor jonge kinderen en iedereen die een klein broertje of zusje heeft dat net op ontdekkingstocht gaat. Leeftijd: vanaf 3 jaar. Het interactieve prentenboek is in zes talen te koop in de AppStore.

Prijs: 3,99 euro
Voor meer informatie zie www.lettervreters.info



Publicaties:

Lettervreters, vuurtorens en piratenboten auteur Charlotte Doornhein

Komedó di lèter, faro i barku pirata Papiamentu vertaling Diana Lebacs

Buchstabenfresser, Leuchtturm und Piratenschiff Duitse vertaling Britta Behrendt

Letter guzzlers, lighthouses and pirate ships Engelse vertaling Joseph Hart

Dévoreurs de livres, phares et bateaux pirates Franse vertaling Christa Weijer

Comilones de letras, faros y barcos pirata Spaanse vertaling Montse Morales Montes en Elisabeth van de Kar.

dinsdag 12 oktober 2010

De Indiaan baarde een Neger te zien op digitaal Geschiedeniskanaal

Het prachtige drieluik van Sherman de Jesus (foto links), De Indiaan baarde een Neger is te zien op Geschiedenis 24. De drie portretten van schrijvers uit Curaçao, worden onder andere uitgezonden op dinsdag 12 oktober 2010. Vanaf 21.08 worden aflevering 1 Ik ben niet ik: Boeli van Leeuwen, aflevering 2 De geest van de vrijheid: Frank Martinus Arion en aflevering 3 Niemand goedenacht: Tip Marugg. Voor de overige uitzendtijden zie de website van Geschiedenis 24.

De titel van de film komt van een kreet in het Guene van de grootvader van Frank Martinus Arion: "Yokang a pari guene!". Het Caribische gebied roept enkel beelden op van witte stranden, ongeremdheid, van merengues, rum en mooie bruine meisjes. Toch werken of werkten hier verschillende schrijvers die de Nobelprijs gekregen hebben of op dat niveau staan: Gabriel Garcia Marquez, Derek Wallcott en recentelijk V.S. Naipaul.

De drie grote schrijvers van Curaçao Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion verdienen aandacht, niet omdat ze uit een exotische omgeving komen, maar omdat ze goede schrijvers zijn op een eiland met tientallen nationaliteiten die samen even zovele talen spreken en met een eigen taal, het Papiamentu.

Curaçao maakt van de gewoonste visuele objecten (het landschap, dieren, de oude stad, de mensen) uitzonderlijke belevenissen. Volgens Tip Marugg schijnt iedereen op Curaçao te weten dat het eiland mettertijd vernietigd zal worden door de desperate god van Zuid-Amerika, een gedrocht van menselijke oorsprong dat zijn vitaliteit alleen maar destructief kan uitleven.
Volgens Boeli van Leeuwen heeft deze god zichzelf misleid door te scheppen, en de boel aan zijn ongelukkige creaturen over te laten.

Uiteindelijk is het, zoals Frans Martinus Arion ons voorschotelt, alleen maar tragikomische fictie, met deerniswekkende figuren, als Boeboe Fiel met zijn domino-partij tegen zichzelf.
Door deze facetten heeft regisseur Sherman De Jesus zich laten inspireren voor zijn De Indiaan baarde een Neger.

Yokang a pari guene! We horen de stem van Frank Martinus Arions grootvader rollen tussen de heuvels van Curaçao. Een geluid dat zelfs de honden in Tip Maruggs dichtbegroeide tuin verontrust, hemzelf tot glimlachen brengt en Boeli van Leeuwen tot de uitspraak verleidt: ook ik ben een neger aan het worden. Ten voeten uit: de commedia humana…

Vertellers:
Boeli van Leeuwen (op de still uit de film, rechts)
Frank Martinus Arion
Jeroen Heuvel
Met:
Jean Girigori
Sietse v.d. Berg
Edmundo Martina
Oswin Martina
Bubuchi Doran
Milton Rojer
Wathey Ricardo
Dario Plantijn
Elogio Mercera
Freddy Wanga
Amador Domacassé
Grupo
Pachi Sprockel
Alex Reinders
Dolf Hamming
Omar Antonio
Enid Hollander
Ashwin Behilia
Selena Bregita
Jopie Hart
Wil Hart
Carel de Haseth
Enid Hollander
Sidney Joubert
Regie:
Sherman de Jesus
Scenario:
Rudi F. Kross
Sherman De Jesus
Camera:
Peter Brugman
Camera-assistentie:
Yolanda Eys
Geluid:
Bert Knoops

zondag 1 augustus 2010

Joseph Hart’s Literary World - Blog 3

July 30, 2010

Dear blog readers,
This time I have decided to treat you to a poem that has become rather popular and which Dr. Aart Broek has admirably translated into Dutch. De volgende keer zal ik u weer een stuk proza voorschotelen. Tot dan wens ik u veel leesplezier.
Met vriendelijke groet vanuit Santa Fe (New Mexico), waar de kunst en cultuur bruisen in een multi-ethnische samenleving en de inspiratie zo tastbaar en toch ongrijpbaar is door de enorme veelzijdigheid van impressies die zich opdringen en tijd en rust eisen om te gedijen.

Laman

Ora laman lanta kabes
balia bòltu bringa,
dal den baranka,
spat den skuma salgá sangrá …
den su furia mi ke ta.

Ora laman hal’atras
lastra bibu ku morto bai kuné
den profundidat muhá di su reino …
su forsa destruktivo mi ke tin.

Ora laman sapatiá bini bèk,
sulfurá suta spat salu,
te pinta shelu di Norkan
k’un dezòrdu di koló …
parti di dje mi ke ta.

Ora laman kore keiru kant’i kosta,
karisiá ku dede floho
bahianan hanchu i ketu,
hunga ku plaser sensual
rondó di barankanan lombrá …
un kuné mi ke ta.

Mi ke su furia salbahe.
Mi ke tin su poder kreativo.
Mi ke fia su karisia sensual.
Mi ke biba na punta
di mi kuèrdènan,
krea melodia inkomparabel,
eterno.
Meskos ku laman.
.




Laman – De Zee

Wanneer de zee haar hoofd opheft,
rolt en kookt en kolkt en knokt,
tegen de rotsen ramt,
bloedend tot zilt schuim uiteenspat ...
dan wil ik in haar woede wonen.

Wanneer de zee zich terugtrekt,
om het even leven en dood meesleurt
naar de waterige diepte van haar koninkrijk ...
dan wil ik haar sloopkracht vatten.

Wanneer de zee ziedend terugkomt,
raast en zout losranselt
tot zij de lucht van de Noordkust vult
met een losgeslagen bende aan kleuren ...
dan wil ik een deeltje van haar zijn.

Wanneer de zee lustig langs de kusten
kuiert, met luie vingers
de stille brede baaien streelt,
en met zinnelijk plezier
rondom de glimmende rotsen speelt ...
dan wil ik volledig in haar opgaan.

Ik wil haar razende woede.
Ik wil haar scheppende kracht.
Ik wil haar prikkelende strelingen.
Ik wil leven
op strakgespannen snaren,
niet te evenaren klanken componeren,
onvergankelijk.
Zoals de zee.

‘Laman’ uit Entrega (Carilexis 2000)
Vertaling: Dr. Aart Broek

Foto: zee bij Tobago, @ Michiel van Kempen

zondag 18 juli 2010

Joseph Hart - Vier gedichten

Tijd

Tijd is beweging;
wij versnellen deze,
lopen onszelf voorbij
en vragen waar de tijd is gebleven

Wij dansten de nacht tot op een draad
toen onze onschuld nog balanceerde
op het scherp van het zwaard.
De tropennachten waren jong,
zwanger met beloften.
Waar zijn de maandronken avonden verdwenen
die wij aan- en uitdeden
als lichtflitsen in de duisternis?

In dit doosje
heb ik de tijd opgesloten
- navelstreng tot ons verleden -
Langs haar zachte rondingen
komen wij elkaar tegen
als de tijdslijn zich herhaalt.


Tu Ausencia

El alba rayó triste
desde las velas de la noche
al encontrar el parque vacío
de tu presencia.
En las hojas matutinas
tu sonrisa me saludó
y en mi nació el sol
con su falda rosada
y caminé los recuerdos
que nos unen
cuando
no
estamos



Duda?

Si den e liñanan
ku ta pinta mi destino
tur prinsipio i fin
ta kargá ku
chispa di bo presensia …

Si bo nòmber ta biba
den kada rosea
ku ta pasa pa mi boka …

Si tras di kòrtina íntimo di mi soño
bo ta spièrta horizontenan glorioso …

Kon bo por duda
ku den mi bo ta biba?




Sketches of Spain

White pain
of Spain’s past:
Cutting edge of Salamanca’s sword.
Can pain so white
colour with red ecstasy
the distant recesses of the mind?

Sounds the muted glory
of a trumpet played on a hill
with broken temples of past paganism,
cascading cleansing waters of a new awakening,
cross bearing,
conquering the darkness,
when the bull roars
with frothing lungs,
and the matador triumphantly
turns in slow motion disdain
for the bleeding hulk,
and the thundering applause
rains down on glittering
pride


Uit Entrega (Carilexis - 2000)
.


Afbeelding: William Powell, Columbus at Salamanca

donderdag 15 juli 2010

Joseph Hart’s Literary World

by Joseph Hart

By way of a literary introduction I’ve selected one passage from each of my novels, Election Dance and The Yard).

From: The Yard
[Armani - Dalila in this life cycle - with her tribe at Elmina: the port from which most of the slaves were shipped to the Americas]
“We are in the market place; there are many other people like us. We are forced to take off our clothes, what’s left of them. We are now naked; all of us, all the others as well. Guards walk among us and separate the old from the young, the weak from the strong, little children from their parents; babies remain with their mothers. The air is filled with cries of despair as children and loved ones are separated from each other. The biting lash of the whip is always there to keep everyone in line. Then begins the wrenching of last goodbyes as toddlers and under-sized children are taken away, followed by the weak and handicapped that had somehow survived the horrors of the trek to the coast. It is then that I feel Uchenna moving in me and I start to sing a farewell. It is taken over by our people and we sing of our past, of our sorrows and joys, and yes, we also sing of the hope Uchenna taught us.
The market place becomes quiet with our singing.
And then the branding begins.
We see the guards come with the branding irons, each group of sold slaves herded together to be marked in the flesh: the supplier, the number and the initials of the new owner. There is panic and the guards must use brute force to keep order. Chaos is rampant as anguished screams for what is to come fill the air, punctuated by howls of searing pain as the red hot irons burn the symbols of our submission, spreading a sickening smell of burnt flesh. I try to prepare my people for the ordeal, making them think of Uchenna’s words, touching them, making them hold hands to find strength.
When it is our turn, we stand tall and quiet, bound together by the belief in our mother, by the history and culture she has ingrained in us and the hope she painted for our future. We endure the pain, some of us scream, some lose consciousness, but we stand as one nation, one people, proud and strong as Uchenna flows through our collective soul.”
(January 2010 - freemusketeers.nl – in Curaçao: Bruna)

From: Election Dance
[Matthew and Damiëla at Handelskade]
Their eyes met in quiet understanding, they felt their hands and the pulse beating there, making their hearts touch in some mysterious way as they became aware of a growing emotion, pulling them together in mind and body. And it was good being there, it felt good holding hands, as it felt good seeing the people seeing them holding hands as they looked at and into each other, realizing the solemnity of the moment when they came together, bonding, smiling and laughing, freeing their intertwining spirits and letting them soar over the Anna Bay, over the roof tops of Punda and Otrobanda, looking down from their pinnacle of understanding at life evolving round the waterside, flowing through the alleys and passages of the old town, swelling to bursting point as they descended, gliding slowly and leisurely over the harbor, across the Anna Bay to the waterfront, holding hands and feeling all the eyes smiling at them, applauding them and the waiter smiled and asked if they wanted to repeat their order, and they said yes, looking at each other.
(Trafford Publishing – June 2006 – isbn: 141208099-1 – Amazon.com – in Curaçao: Bruna)


Picture right: Elmina