Posts tonen met het label tijdschrift. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijdschrift. Alle posts tonen

dinsdag 20 mei 2014

Nieuw nummer OER

OER Digitaal Vrouwenblad is uit met een nieuw nummer getiteld Black is Beautioful. Klik hier om de digitale versie te bezoeken.


dinsdag 4 februari 2014

Eerste Curaçaose homomagazine gelanceerd

In het Floris Suite Hotel heeft Curaçao Gay Pro gisteren het eerste Curaçaose homomagazine gelanceerd. Het digitale magazine luistert naar de naam The Pride Villager. De homo-organisatie keek ook alvast vooruit naar de twee komende Gay Prides van dit jaar. Van 30 april tot 4 mei volgt een Caribische Pride, in september volgt een internationaal georiënteerde editie. De stichting wil met behulp van de Prides het eiland op de kaart zetten als homovriendelijke bestemming.

Het Engelstalige magazine is online beschikbaar voor alle belangstellenden en wordt verspreid onder verschillende internationale homo-organisaties, touroperators en bezoekers van de South Caribbean Pride. Het magazine bestaat onder meer uit interviews met gay professionals op Curacao, een wegenkaart van Curacao en een overzicht van homovriendelijke hotspots op het eiland. Een party-agenda ontbreekt uiteraard niet.


[Bron : Versgeperst, 1 februari 2014]

Vind het magazine hier

woensdag 29 januari 2014

Nieuwe editie Bhásá

André Loor
De nieuwe editie van Bhásá is uit. Bhásá is een digitaal blad over cultuur en geschiedenis met het accent op de Hindoestaanse cultuur. Het blad is gratis per email te ontvangen. Aanvragen bij stgbhasa@hotmail.com.

Het blad bestaat al drie jaar. In dit nummer een artikel over de culturele ontwikkeling in verband met de toetreding van Suriname tot Unasur. Verder interviews met seniore Hindoestanen over het verleden. Een artikel over de violist Tiyaitram Ganga, iets over de kunstenaars Rahied Abdoel en George Ramjiawansingh, over André Loor, over de familie Pierkhan en over mevrouw Mahadei Jawahierkhan van Peperhol, Saramacca. Ook informatie over de Culturele Unie Suriname, waaruit o.a. zijn voortgekomen het assembleelid Asiskumar Gayadien en minister Ashwin Adhin.

zondag 19 januari 2014

Boeli van Leeuwen in De Parelduiker

Foto omslag: Rineke Dijkstra
De nieuwe Parelduiker verscheen nog net voor de jaarwisseling. Hieronder een deel van de beschrijving van de uitgever over dit nummer.

Ongepubliceerd werk uit de nalatenschap van Boeli van Leeuwen. Bezorgers Aart G. Broek en Klaas de Groot stelden een bloemlezing uit Van Leeuwens krantenstukken samen. Over de taak, de plicht en de liefde van de schrijver, over de Curaçaoënaars, de verhouding tot Nederland en de paspoortkwestie (ook toen al).

In december 2013 is de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen aan het Letterkundig Museum in Den Haag overhandigd.



dinsdag 17 december 2013

Nieuwe OSO is uit

Inhoud OSO, jaargang 32, nr. 2, november 2013


Hans Ramsoedh Denken over natievorming en nationale identiteit in Suriname
Freek L. Bakker De Arya Dewaker-mandir in Paramaribo; een hindoetempel met een boodschap
Ine Apapoe  Hedendaags Marronbestuur; de Raad van Kabiten en Basiya van de Okanisi in Nederland
Rosemarijn Hoefte Vertrekken of blijven? Onrust in de Javaanse gemeenschap in de laat-koloniale periode
Thiëmo Heilbron Het vergeten erfgoed; wat vertellen planten over de plantagegeschiedenis van Suriname?
Pim van der Meiden Voltaire, Suriname en Mauricius

Recensies
W.E.H. Winkels, De toover-lantaarn van Mr. Furet, Suriname, 1840 &; W.E.H. Winkels, De toverlantaarn van meester Furet, 1840. Jeugduitgave &  Hilde Neus, Het leven van een blankofficier (door Peter Meel); John Jansen van Galen, Afscheid van de koloniën: Het Nederlandse dekolonisatiebeleid 1942-2012 (door Rosemarijn Hoefte); Jeroen Trommelen. Gowtu: Klopjacht op het Surinaamse goud (door Peter Meel); Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature (door Karwan Fatah-Black); Frank Woestenburg, Churandy Martina: Biografie (door Rosemarijn Hoefte); Safdar Zaidi, De suiker die niet zoet was (door Freek Bakker)

Cynthia Mc Leod signeert. Foto © Astrid Currie
Signalementen
Cynthia Mcleod, Hoe duur was de suiker (door Ellen Klinkers); Samengesteld door Anne de Vries, met medewerking van Surinaamse leerkrachten. Geïllustreerd door Corrie van der Baan, Wij de wereld (door Peter Sanches); Noni Lichtveld,  Anansi, De spin weeft zich een web om de  wereld (door Peter Sanches); Cynthia Mc Leod, Hoe duur was de suiker. 8 CD-Luisterboek voorgelezen door Denise Jannah (door Peter Sanches)
Irene Rolfes Recente Publicaties, I Suriname II Nederlands-Caraïbische eilanden

zaterdag 16 november 2013

Hindi blad moet taal promoten


door Donovan Mijnals

Paramaribo - Kavita Malviya is laaiend enthousiast over de Hindi newsletter die door het Indian Cultural Centre (ICC) uitgegeven wordt. De docent Hindi van het centrum coördineert het project dat tot doel heeft die taal te promoten. Alle artikelen die in het blad verschijnen zijn door studenten van het cultureel centrum geschreven. “We zijn een maand geleden begonnen. De volgende editie moet in december verschijnen”, vertelt ze.
Moniza Varsha Reit

Schrijven in Hindi moet ook het taalgevoel onder studenten naar een hoger niveau stuwen. De Suriname Halchal, zoals het blad heet, is volgens Malviya bovendien echt Surinaams. "De topics zijn bewust heel Surinaams, zodat de lezers zich er heel goed in kunnen herkennen en zich verbonden voelen." Daarmee doet de Suriname Halchal haar naam eer aan.

Malviya legt uit dat het woord Halchal voor gebeurtenissen staat. "De studenten schrijven dus over al hun gebeurtenissen." Op dit moment verschijnt het blad alleen in het Hindi, maar daar komt mogelijk verandering in. "We hebben gesproken over een samenvatting van de artikelen in het Nederlands, maar we zijn er nog niet uit."

Hoewel de docent vanwege het enthousiasme van haar studenten het project nu al een succes vindt, onderkent ze dat er nog een lange weg te gaan is. Een newsletter of magazine uitbrengen is bepaald geen makkie, weet ze. Waar ze zich op dit moment voor wil inzetten is de continuïteit. "Er zijn een heleboel bladen die opstarten maar een poos daarna ophouden te bestaan. Ik wil voorkomen dat zo iets met de Suriname Halchal gebeurt."

Malviya heeft nog meer pijlen op haar boog om Hindi te promoten, maar daarover wil ze in dit stadium nog niet veel kwijt. "We hebben nog meer ideetjes in de pijplijn", laat ze alleen maar ietwat geheimzinnig los. Door dit project beleven de studenten in ieder geval veel plezier. En daar gaat het haar om. "Als ze hun naam bij de artikelen lezen zie je hun gezichten oplichten. Ze moeten zich goed voelen wanneer ze met hun taal bezig zijn."

[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]


dinsdag 12 november 2013

Bacchanal voor 60e carnaval uit

Lachend onthult Chibi van der Hans de Bacchanal
 voor de 60ste editie van carnaval.
Oranjestad — De zestiende editie van het populaire carnavalsmagazine Bacchanal is afgelopen zaterdag gelanceerd. Daarbij werden vooral de leiders van elf carnavalsgroepen in het zonnetje gezet.
Maker Chibi van der Hans presenteert de zestiende editie van het magazine voor de 60ste carnaval in 2014 niet zoals gebruikelijk vandaag op de ‘elfde van de elfde’ (11 november), de datum waarop Stichting Carnaval Aruba (SAC) het carnavalsseizoen officieel aftrapt. Vandaag organiseert SAC zelf in Cas di Cultura een ander evenement. Beide partijen kunnen namelijk niet meer zo goed door één deur, zo werd het afgelopen carnavalsseizoen al duidelijk. Onenigheid in het carnaval is er overigens al jaren en dat leidde bijvoorbeeld tot de unie van carnavalsmuzikanten, die nu het muziekevenement voor het kiezen van de koningen van Calypso-Roadmarch organiseren. Belangrijke reden die de carnavalsdeelnemers geven voor die onenigheid is dat SAC weinig inzage en inspraak duldt in de organisatie van het jaarlijkse carnaval. Ook de carnavalsgroepen zijn niet altijd blij met organisator SAC. Afgelopen zaterdag waren de groepen in ieder geval wel tevreden met de lof die Bacchanal hen gaf. De elf groepsleiders staan ook op de voorpagina bij het Aruba-beeld in Linear Park geportretteerd en krijgen ruim aandacht in het tijdschrift.
Aruba in Style: Eva Zissu

Icoon
Bij de onthulling was ook minister Otmar Oduber (AVP), die verantwoordelijkheid is voor Toerisme en Cultuur. Hij zette op zijn beurt Van der Hans weer in het zonnetje en omschreef Bacchanal als een ‘icoon van carnaval’, een terugblik ook op alles wat in de vorige carnavalsperiode is gebeurd. Het verdient volgens de minister dan ook zijn aandacht en dat heeft het ook gekregen door het tijdschrift te onthullen op het mode-evenement Aruba in Style, vanwege de aanwezigheid van internationale pers. “Dat was ook het doel, om op deze manier carnaval te exporteren en iedereen uit te nodigen om in januari/februari te komen.”

Over het feit dat Bacchanal dus niet vandaag op het SAC-evenement wordt gepresenteerd, zegt Oduber dat er met het carnaval nu eenmaal meerdere organisaties los van elkaar dingen doen. Maar dat hij, vooral met het petje Cultuur op, wél wil zorgen voor meer eenheid. Dit door alle groepen en organisaties weer bij elkaar samen te brengen. “En wat vooral belangrijk is, om ze te steunen. Ook al brengt carnaval op zichzelf niet meer toeristen, want in die periode is Aruba toch al praktisch sold out.” Maar, zegt de minister, we gebruiken wel het materiaal dat tijdens carnaval wordt gemaakt om het hele jaar door tijdens evenementen het toerisme te promoten.

De aftrap van het carnavalseizoen vervroegen, zodat er meer toeristen kunnen komen omdat zij dan tijdig kunnen boeken, dat is volgens de minister niet zo gemakkelijk. “Er is vaak de neiging om al vroeger te beginnen met de Roadmarch-liedjes, maar Aruba respecteert de periode van kerst en Nieuwjaar, wat ook een hele grote viering hier is. Maar zodra de pagara is afgestoken, dan beginnen we direct met het carnaval.”

[uit Amigoe, 11 november 2013]

De derde editie van Bacchanal

zaterdag 26 oktober 2013

Talen leven in het leven, maar ook in de wetenschap?


door Els Moor

Na lange tijd ontvingen we weer een OSO en wel half oktober 2013 het nummer van mei 2013. Jaarlijks is het mei-nummer voor een groot deel gewijd aan het colloquium dat in november van het jaar ervoor gehouden werd door de stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). In november 2012 was het thema ‘Taal Tori: Kultura den Boka’. Het uitgangspunt van het colloquium was dat taal levend is en dus verandert.

Drie artikelen zijn er waarin de Surinaamse taalsituatie een rol speelt en twee over die van Curaçao. Uiteraard bevat deze OSO recensies van recent verschenen werk en van Michiel van Kempen is er ‘In memoriam Jan van Donselaar’. We berspreken hier alleen de artikelen die te maken hebben met de taalsituatie in Suriname.

In de eerste bijdrage geeft Pieter Muysken - hoogleraar taalwetenschap aan de Radboud-universiteit Nijmegen - een overzicht van de ‘Meertaligheid in het Caraïbisch Gebied en Suriname’. Hij begint met een beeld van meertaligheid in het algemeen. Waarom is er niet één taal in de wereld? Een interessante vraag. Taal is een stuk identiteit en het ene volk is anders dan het andere. Zo is het gegroeid en zo gaat het nog steeds.
Foto © H. Nanpersad

Twee opvattingen van Muysken doen vragen rijzen. Zo beweert hij dat creooltalen, ook het Sranantongo, ondergewaardeerd worden. Letterlijk zegt hij: ‘Een creooltaal wordt dan vaak ook als iets waardeloos beschouwd.’ Dit mede omdat creooltalen eenvoudiger zijn qua verbuigingen en vervoegingen dan de officiële talen, bij ons dus het Nederlands. Maar creooltalen horen toch juist heel sterk bij de ‘identiteit’? Is die identiteit dan minderwaardig? Muysken geeft tevens een schematische indeling van talen waarbij ze als het ware op een ladder te zien zijn. ‘Hoog’ zijn talen voor onderwijs en bestuur, ‘Midden’ talen op straat en op het werk en ‘Laag’ talen die thuis gesproken worden, onder vrienden en in intieme situaties. Ik zou ‘hoog’ als volgt willen interpreteren: hoe hoger op de ladder, hoe verder van de grond, van de dagelijkse werkelijkheid, van de identiteit. Maar of de wetenschappers ‘hoog’ en ‘laag’ ook zo uitleggen? Als professor ben je immers ‘hoog’ en als jager en kostgrondjeshouder in een dorp in het binnenland, die zijn eigen taal spreekt, ben je dan ‘laag’? Wel dicht bij je eigen grond! In Suriname is het Nederlands natuurlijk ‘hoog’, het Sranan en vaak ook het Sarnámi ‘midden’ en veel thuistalen van volken in het binnenland ‘laag’. Muysken geeft toe dat er nog veel onderzoek verricht moet worden om alle talen hun plaats te geven. Pieter Muysken heeft achter zijn bureau op de Nederlandse universiteit zijn betoog opgebouwd. Als talen inderdaad ‘levend’ zijn, moet je dat echter laten zíén. Hoe talen functioneren in Suriname, binnen de leefwereld van verschillende groeperingen, wat voor Nederlands ons Surinaams-Nederlands is... daarvan zien we niets. Talen hebben onderscheiden functies en sommige talen worden geschreven en andere niet. Het Nederlands is ook de onderwijstaal en voor heel veel kinderen hier is dat een probleem. Maar ook vanuit je eigen taal, identiteit en leefwereld, kun je die vreemde andere taal leren en gelukkig gebeurt dit al op sommige scholen in het binnenland. In ieder geval ‘leeft’ de taal dan voor degene die hem leert! In de wetenschappelijke artikelen vinden we heel weinig over de manieren waarop men in Suriname omgaat met de taalproblemen, met name in het onderwijs. Sommige thuistalen leven niet meer, gaan dood, zoals sommige inheemse talen in Suriname, Muysken noemt het Warao. Dat komt vaak doordat jongeren vervreemden van hun eigen taal en steeds meer een eigen taal met elkaar spreken, hier vaak een mengsel van Surinaams-Nederlands en de lingua franca het Sranan. Maar dat vermeldt de auteur niet.

Foto © Neizvecten

Het tweede artikel van Sjaak Kroon & Kutlay Yagmur - ook hoogleraren - gaat over ‘Taalbeleidsonderzoek en taalbeleidsontwikkeling voor het onderwijs in Suriname’. Ze doen verslag van het landelijk thuistaalonderzoek in Suriname dat van 2007 tot 2009 werd uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse Taalunie en het Minov door de universiteit van Tilburg. Bij dit onderzoek werden 22.643 leerlingen van de klassen 4, 5 en 6 van glo en van lbgo en mulo gevraagd naar hun thuistaalsituatie. Het doel was gegevens te verschaffen ten behoeve van het taalbeleid in Suriname: moeten ook andere talen dan het Nederlands een rol gaan spelen in het onderwijs? Leerkrachten ondersteunden de leerlingen en de antwoorden waren makkelijk te geven via het aankruisen van een bolletje. Wat de schrijvers op pagina 25 zelf ook aangeven is de vraag of deze methode, binnen de school en met hulp van de klassenleerkracht, wel leidt tot het weergeven van de werkelijke taalsituatie. Of geven de jongeren sociaal wenselijke antwoorden? In totaal hebben de leerlingen 52 talen genoemd die thuis gesproken worden. Dat is verrassend. Op grond van de resultaten hebben de onderzoekers een top 14 samengesteld. Daarin staat in bijna alle districten Nederlands op de eerste plaats als thuistaal. Alleen in Brokopondo niet, daar is dat het Saramakaans. Vaak staat het Sranan op de tweede plaats, in Saramacca en Nickerie het Sarnámi en in Sipaliwini het Saramakaans. Veel leerlingen geven via de vragen ook aan dat ze het Nederlands goed beheersen. Dit onderzoek is uitermate vaag. De meeste leerlingen wonen in de stad en nabije districten, waar het Nederlands inderdaad bijna door iedereen redelijk tot goed gesproken wordt. Hoe zit het met kinderen uit de volkswijken in de stad, in de verdere districten en vooral in het binnenland tot het uiterste zuiden, waar niemand meer Nederlands spreekt en de schooltaal dus zowat onmogelijk is voor de kinderen? En al die kinderen en vooral jongeren die niet meer op school zijn? Degenen die op lbgo en mulo terechtkomen, hebben de toets gehaald, zijn voornamelijk uit de stad en de nabije districten, maar hoe verderaf je komt, hoe meer het afneemt.
De Europese geleerde bril. Foto © P. Muysken

Het derde artikel is van Margot van den Berg. Zij is wetenschapper aan de universiteit van Nijmegen. Het is een verslag van een onderzoek naar contacten tussen talen en daarmee samenhangend taalveranderingen. Taal wordt daarbij aan identiteit gekoppeld. In het onderzoek wordt taalvariatie aangetoond in verschillende talen, het Sranantongo, het Sarnámi en het Aukaans. Het onderzoek laat zien dat de talen steeds meer op elkaar gaan lijken. De talen in Suriname veranderen wel degelijk. (Zoals overal: hoe is het Nederlands niet veranderd in de laatste dertig jaar. Het is veel meer aangepast aan de ‘platte’ taal van het volk, de elite spreekt vaak nog ‘netjes’.) Hein Eersel heeft in 1983 al gezegd: ‘Het systeem is aan het veranderen’. Dat doet het nog steeds, alles wat leeft verandert, meestal onder invloed van anderen. Taal leeft! De drie artikelen zijn helaas niet echt uit het ‘taal-leven’ gegrepen! OSO is een ‘Tijdschrift voor Surinamistiek’, maar helaas is die surinamistiek steeds meer vanuit Europese geleerde brillen. Dat zie je ook aan de literatuurlijsten bij de artikelen. En dat terwijl er ook vanuit Surinaams perspectief veel over geschreven is.


KIT Publishers: OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied; jaargang 32, nr. 1, mei 2013. ISSN 0167-4099
Opmerking van de redactie van dWTL: terwijl we bezig waren met deze pagina ontvingen we de nieuwe His/her TORI, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, nummer 4 van juli 2013. We zullen het zo gauw mogelijk bespreken. Het gaat over ‘feestdagen’ in Suriname. Het onderwerp geeft hoop dat we actuele en historische informatie krijgen, vanuit Surinaams ‘levend’ perspectief!


zondag 6 oktober 2013

Notaris Chitoe eist rectificatie van Parbode


Notaris Dipak Chitoe eist in kort geding via zijn raadsman Stanley Marica een correctie tegen de uitgever van Parbode, Jaap Hoogendam. Chitoe voelt zich beledigd en aangetast in zijn goede naam en eer. Parbode heeft in het septembernummer gepubliceerd dat Chitoe als kandidaat-notaris al teksten zou veranderen, wanneer deze getekend waren. Chitoe zou een van de minstens drie notarissen zijn waar vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. "Het gaat vaak om witwassen."

Parbode moest de septembereditie op last van de rechter uit de schappen in Suriname halen. Rechter Ingrid Lachitjaran stelde de weduwe van de vermoorde architect Harold van Ommeren en een dochter in het gelijk. Zij maakten bezwaar tegen een reportage in Parbode, waarin de onopgeloste moord in 1976 werd gereconstrueerd en mogelijke scenario’s uit de doeken werden gedaan. In deze editie was er ook een artikel opgenomen over verkoop van het monumentale pand aan de Watermolenstraat 16 aan de notaris, die het pand liet slopen. Dit is een misdrijf, waardoor Chitoe uit het ambt gezet kan worden. Deze kwestie heeft Parbode aan de kaak gesteld.

Gewraakte passage 

In Parbode wordt een niet bij naam genoemde notaris geciteerd, die geen fraaie dingen over Chitoe zegt. “Als kandidaat-notaris ging hij al de fout in. Hij veranderde na ondertekening teksten, wat een doodzonde is. Desondanks is hij uiteindelijk notaris geworden, maar je verandert de aard van het beestje niet. Van de twintig notarissen is het gros in orde, maar bij minstens drie kan je vraagtekens zetten. Het gaat vaak om witwassen. Dat wildvreemden met gigantische contante bedragen aan komen zetten. Chitoe heeft een Porsche en een BMW uit de 6-serie, dan weet je het wel. Hij is een alleseter. Ze nemen alles aan waaraan ze kunnen verdienen. Of hij geschorst is geweest of een berisping heeft gehad? Zou goed kunnen.”
Een BMW uit de 6-serie


Chitoe vraagt aan de rechter dat Hoogendam in de eerstvolgende editie van Parbode een correctie plaatst. Hij moet aangeven dat de uitlatingen in strijd zijn met de waarheid en werkelijkheid. Het gaat om uitingen die beledigend en onnodig krenkend zijn voor de notaris. Hij moet ook zijn verontschuldigingen aanbieden.

Er loopt ook een kort geding tegen Parbode aanhangig gemaakt door ex-minister Ramon Abrahams. In de editie van augustus was hij de aandachtstrekker met het artikel 'De affaire Abrahams; Stelen in de politiek loont'. Deze zaak is uitgesteld naar november. Het kort geding aanhangig gemaakt door Chitoe dient op 17 oktober.

[uit Starnieuws, 5 oktober 2013]


vrijdag 20 september 2013

Veel tijdschiften verdwijnen

Foto © Waterkant.net
De komende jaren verdwijnen er in Nederland veel dagbladen en tijdschriften. De markt is verzadigd. Er zijn te weinig lezers voor zoveel titels. Bovendien eist de razendsnelle digitalisering haar tol. Dat staat in een rapport van adviesbureau Price Waterhouse Coopers.

Veel uitgeverijen zijn bezig een digitale slag te maken bij het kranten en tijdschriften, maar dat remt de omzetdaling slechts. Er is nog nauwelijks sprake van groei.

Wel gaat de groei van online adverteren de komende jaren onstuimig door, staat in het rapport. De verwachting is dat in 2016 de digitale uitgaven een derde van de Nederlandse entertainment- en mediaomzet uitmaken.  In 2011 was dat nog een kwart.


De Nederlandse omzet uit online adverteren en digitale consumentenuitgaven groeide vorig jaar met 17,4 procent naar 3,9 miljard euro. De niet-digitale uitgaven groeiden met slechts 0,7 procent. PwC voorziet dat de groei van online en digitaal de komende 5 jaar gemiddeld met 8 procent groeit tot 5,8 miljard euro.

[Bron: ANP]

zaterdag 14 september 2013

Rechter: maandblad Parbode uit de schappen

Paramaribo - Parbode heeft het vrijdag kortgeding verloren dat familie Van Ommeren tegen het maandblad had aangespannen. Kantonrechter mr. I.S. Changur-Lachitjaran heeft de uitgever gesommeerd de september-editie uiterlijk zaterdag 14 september om 13.00 uur uit de handel te halen. Dit meldt Parbode op zijn website.

De familie Van Ommeren maakte bezwaar tegen een reportage in Parbode, waarin de onopgeloste moord op de bekende architect Harold van Ommeren in 1976 werd gereconstrueerd. Daarbij werden 'mogelijke scenario's' uit de doeken gedaan, waaronder mogelijke betrokkenheid van de familie.

Met name weduwe Mangaldee van Ommeren-Poeran en dochter Helsa van Ommeren vonden het artikel beledigend en de publicatie ervan onrechtmatig omdat ze er geen toestemming voor hebben verleend.. De rechter stelde hen in het gelijk.

De uitgever en redactie stelden echter dat "zeer zorgvuldig te werk is gegaan en 43 verschillende bronnen zijn geraadpleegd, inclusief andere familieleden van de heer Van Ommeren". Maar de rechter oordeelde dat "álle familieleden toestemming hadden moeten verlenen" voordat tot publicatie mocht worden overgegaan.

In Nederland, Curaçao en in andere landen blijft Parbode wel te koop, aangezien de rechter zich niet bevoegd achtte om een uitspraak te doen over gebieden buiten Suriname.

[uit de Ware Tijd, 13/09/2013]

donderdag 8 augustus 2013

Slavernij verbeeld: themanummer van De Boekenwereld

door Carl Haarnack

Het tijdschrift de Boekenwereld heeft een speciaal nummer gewijd aan het thema slavernij. Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in de Nederlandse koloniën de slavernij werd afgeschaft. Dit themanummer is prachtig verzorgd uitgegeven met veel full-colour afbeeldingen uit de Bijzondere Collecties en particuliere verzamelingen. 

In dit themanummer vindt u een uitgebreid artikel over de tentoonstelling Slavernij Verbeeld die op dit moment te zien is bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (Oude Turfmarkt 129, Amsterdam). Verder een interview met de grootste particuliere verzamelaar rond dit thema (Suriname, West-Indië, Slavernij) Kenneth Boumann. Onze eigen Buku - Bibliotheca Surinamica collectie komt ook uitgebreid aan bod. 

Ook wordt in een artikel stilgestaan bij het 'andere perspectief'. Doorgaans werden 17e-, 18e- en 19e eeuwse publicaties over slavernij geschreven vanuit dominante Europese perspectief. Maar door onderzoek komen er ook steeds meer bronnen aan het licht die juist vanuit het perspectief van tot slaaf gemaakten zijn geschreven.  Wat vertellen auteurs als Olaudah Equiano, Ignatius Sancho of de Surinaamse planter Egbert Jacobus Bartelink (1834-1919) over het het dagelijks leven in hun tijd? 
 
Olaudah Equiano; Royal Albert Memorial Museum, Exeter
U kunt het themanummer bestellen bij Buku  voor slechts eur12,50 (verzendkosten binnen Nederland eur3,--). Stuurt u ons in dat geval een mailtje met uw naam en adres en het gewenste aantal exemplaren.
Inhoud

Slavernij in de 19e eeuw
Slavernij verbeeld 
en hoe de Raymannen in beeld kwamen 
Sytze van der Veen & Dirk J. Tang

Kenneth Boumann 

Een West-Indische verzamelaar in Vlaanderen 
Henk Slechte

Buku-Bibliotheca Surinamica 
Carl Haarnack 

Schrijvende (ex-)slaven 
Carl Haarnack 

De afschaffing van de slavernij in de West 
Stemmen uit heden en verleden 
Dirk J. Tang

Column
Performancekunst 
Arnon Grunberg 

De luitbundels van Nicolaes Vallet 
Cultureel ondernemerschap in de Gouden Eeuw
Simon Groot 

Tristram and Yorick op herhaling 
Willem van den Berg 

‘Het op een na moeilijkste boek dat ik geschreven heb’ 
Interview met Piet J. Buijnsters
Nick ter Wal & Kees Thomassen 

De Berlijnse ‘Verein der Plakatfreunde’ (1905-1922) 
en haar betekenis voor Nederland
Martijn F. Le Coultre 

En verder...


Nieuws
Boekbesprekingen & signaleringen
Agenda 


zaterdag 25 mei 2013

Janchi Beaujon - Haiku

In vage dromen
zie ik soms oude vrienden
uit Otrobanda


Otrobanda. Foto © Jeff van der Wees


[Deze haiku is in een andere vorm gepubliceerd in Kristòf,  jaargang XIV-1 2013, p.50.
Het sociaal cultureel tijdschrift Kristòf is dit jaar herrezen onder leiding van een gewijzigde redactie. Zie ook het artikel van Solange Hendrikse in Wikènt, de weekendbijlage van het Antilliaans Dagblad van 18 mei 2013.]

De nieuwe Kristòf. Omslag van Herman van Bergen

maandag 1 april 2013

‘Een blad om te koesteren’

door Oetie Basilio
De redactie in Starbucks

4 You-th Magazine, het enige Papiamentstalige blad voor jongeren tussen de 12 en 20 jaar, heeft als belangrijke doelstelling het informeren van de jeugd, en wel door jongeren zelf. Het betekent voor de jonge redactieleden en hun leeftijdsgenoten veel meer dan een volwassene zich misschien wel realiseert.

 De ontmoeting met enkele van de teamleden van 4 You-th, vindt plaats in het door veel jongeren bezochte koffiebar Starbucks in de Renaissance Mall. Monique Rosalina, coördinator van het jongerenblad, en Carlo Wallé, fotograaf voor de actie die zo gaat plaatsvinden, zijn in afwachting van de twee modellen die op de voorkant van de volgende editie zullen gaan prijken. De modellen worden ‘backstage’ opgemaakt door één van de jonge redactieleden, de 16-jarige Ebony-Gwenn Martis. Rosalina legt het achterliggende idee uit: “Het thema van de volgende editie zal Social Media zijn, communicatie. Jongeren communiceren tegenwoordig met elkaar via de Blackberry, via het pingen. Vanuit mijn eigen visie gaat dit soms een beetje te ver, maar voor de jeugd is het een manier van communiceren die heel normaal en effectief is. Het achterliggende idee bij de foto is dan ook om aan te geven hoe jongeren, zelfs wanneer ze heel dicht bij elkaar zitten, het toch nog prettig vinden om middels het pingen met elkaar te communiceren...”


Het werk achter de gordijnen is ondertussen afgerond en de twee mooi opgemaakte modellen doen hun intrede in het gezellige geroezemoes. De fotosessie kan beginnen. Van de drie jonge redactieleden die zijn meegekomen, staan al snel twee te pingen.
Rosalina heeft aan de wieg gestaan van het 4 You-th Magazine dat in 2001 van start ging. Ze is sinds 1996 eigenaar en senior ontwerper van Passaat Graphic &Web Design en heeft al heel wat jaren ervaring met tijdschriften. Voor 4 You-th is ze de coördinator, de duizendpoot-bladmanager. Daarnaast verzorgt ze als grafisch ontwerper en gebruikmakend van haar eigen bedrijf, ook de vormgeving van het blad.

Ze legt uit hoe diverse andere professionals eveneens meewerken aan de totstandkoming van het magazine. “Allereerst regelt de Fundashon Ban Komuniká, waar het blad onder valt, de financiële zaken en ziet erop toe dat we onze vastgestelde doelstellingen nakomen. Dan is Jefka Martha-Alberto onze professionele hoofdredacteur, die daarnaast ook de trainingen voor de jongeren verzorgt. Middels haar eigen bedrijf Practical Business Solutions is zij verder de persoon die de contacten met de media regelt. Carlo Wallé, professionele fotograaf, verzorgt onze coverfoto’s en de foto’s voor de moderubriek. Alle overige foto’s vallen onder de verantwoordelijkheid van de jongeren zelf. Ze maken ze zelf, of laten ze maken. En tenslotte zorgt de drukker ‘Hi-Printing’ ervoor dat de exemplaren er uiteindelijk zo netjes uitzien.”


Gezellige en serieuze onderwerpe
n
Het blad ziet er met al deze input dan ook zeer sprekend en kleurrijk uit. Maar temidden van alle foto’s en kleuren, behandelt 4 You-th behalve gezellige informatieve zaken, ook serieuze onderwerpen die de jeugd aangaan. Het voorkomen van zwangerschappen, het niet misbruiken van alcohol, het opstarten van je eigen bedrijf, het verantwoord omgaan met de natuur, en nog veel meer. Het zijn allemaal onderwerpen die aan de orde komen, maar dan wel overgebracht door de jeugd zelf. En dat is natuurlijk de perfecte formule om de boodschap bij jongeren aan te laten slaan.


Voorzitter van de Fundashon Ban Komuniká, Marije van Warmerdam, is het team in Starbucks ook komen versterken. Ze vertelt wat meer over de beginfase van het magazine. “4 You-th was een initiatief van wijlen Stanley Lamp die toen minister van Onderwijs was en die het erg belangrijk vond dat jongeren een eigen blad zouden hebben. Het werd uitgegeven door de Directie Jeugd- en Jongeren Ontwikkeling waar ikzelf ook werkte, en was in die tijd een blad voor alle eilanden van de Nederlandse Antillen: een Engelstalige editie voor de Bovenwinden en een Papiamentstalige editie voor de Benedenwinden. Elk eiland had een eigen redactieteam. Maar in 2008 is dit allemaal stopgezet vanwege alle verschuivingen binnen de overheid in verband met de staatkundige vernieuwingen. Na zeer veel pogingen is het Rosalina toen uiteindelijk gelukt om het blad eind 2010 weer van start te laten gaan, op Curaçao. Vanaf die tijd valt het blad onder de stichting ‘Fundashon Ban Komuniká’.

Wachten op fondse
n
Rosalina: “Met erg veel moeite hebben we toen sponsors kunnen krijgen en hebben we ook overwogen om er een commerciële uitgave van te maken, maar omdat er toch een erg belangrijke boodschap achter het magazine zit, zijn we hiervan afgestapt. Hierdoor zijn we wel afhankelijk gebleven van de overheid, van het belang dat zij hechten aan het magazine. In principe worden we dus gesubsidieerd door de overheid, we voldoen ook aan alle voorwaarden, maar is het nog steeds niet duidelijk wat de overheid gaat doen. Daardoor ontbreken op dit moment jammer genoeg nog bijna alle fondsen die we voor dit jaar nodig hebben. Gelukkig kregen we wel een paar keer steun van andere organisaties, zoals Samenwerkende Fondsen en nu pas geleden van de Isla, maar we hopen toch met steun van de overheid verder te kunnen gaan. Hun steun is eigenlijk onmisbaar.”



In totaal heeft 4 You-th nu twaalf redactieleden. Rosalina: “We hebben nu een hele stabiele groep die het erg leuk vindt om te schrijven en ook heel erg goed meedenkt.” Ze schrijven niet allen voor elke editie, maar zijn wel allemaal jongeren tussen de 12 en 20 jaar, net als hun doelgroep. Hoe vinden de drie aanwezige redactieleden het om voor 4 You-th te schrijven? Cheyenne Felizie is 18 jaar oud: “Het is hartstikke leuk om te doen. Je gaat veel met jongeren om en moet in de schoenen van andere jongeren gaan staan. Normaal schrijf ik gewoon voor mezelf en dan maakt het niet uit wat een ander ervan denkt, maar bij het schrijven voor 4 You-th moet je toch stilstaan bij ‘wat zouden de jongeren hiervan denken?’ of ‘zou dit hen kunnen helpen?’ Je leert dus meer met je lezers om te gaan en dat is heel leerzaam. Ik schrijf al van kleins af aan, maar met 4 You-th krijg ik de kans om mijn schrijven verder te ontwikkelen.”

Ebony-Gwenn Martis, 16 jaar oud, schrijft over diverse onderwerpen, waaronder ook over gezondheid: “Ik houd van schrijven en op deze manier leer ik ook beter te schrijven in het Papiaments. Wat ik een beetje moeilijk vind bij het schrijven voor 4 You-th, is dat ik voor sommige gezondheidsartikelen informatie op internet moet zoeken, en dan moet gaan uitzoeken of het allemaal wel klopt. Wanneer je vanuit jezelf iets schrijft, speelt dat geen rol en gaat het wat gemakkelijker.”
Haar zus, de jongste van de drie, is de 15-jarige Brianna-Gwenn Martis. Ze houdt net als de anderen erg veel van schrijven en zij en haar zus schrijven vaak samen een artikel. Ze vindt het minder prettig wanneer ze een onderwerp gepland heeft, en het interview met de betreffende persoon niet plaats kan vinden. “Dan raak ik in paniek en weet even echt niet wat ik moet doen, maar daarna ga ik over op plan B.” Rosalina: “We ondersteunen elkaar wel altijd in dat soort gevallen.”
De jonge redactieleden krijgen ook de nodige training en ondersteuning om het schrijven en alles wat erbij komt kijken, zo professioneel mogelijk te kunnen doen. Deze trainingen kunnen, door de krappe begroting, jammer genoeg maar eens per jaar gegeven worden.



Thema door jongeren bepaal
d
Het thema van elke editie wordt door de jongeren zelf bepaald. Rosalina: “Dit gebeurt meestal tijdens een jaarbespreking waarbij we de onderwerpen bespreken. We proberen altijd om de thema’s qua zwaarte af te wisselen. Elke editie heeft ook enkele vaste rubrieken, zoals bijvoorbeeld ‘Young Rebels’ die over jongeren gaat die op een bewonderenswaardige manier iets bereikt hebben, en de rubriek ‘Guys Only’, speciaal voor jongens. Behalve de jaarlijkse besprekingen worden er ook de maandelijkse redactievergaderingen gehouden die geleid worden door hoofdredacteur Alberto. Brianna-Gwenn: “In de redactievergaderingen praten we over het al eerder gekozen thema, wat we ervan denken, en ook over de onderwerpen waar iedereen in die editie dan over zou willen schrijven. We hebben altijd erg veel plezier tijdens deze vergaderingen.” Rosalina: “We evalueren de gekozen onderwerpen en na de selectie krijgen de jongeren twee weken de tijd voor het inleveren van hun tekst en fotomateriaal.”

8000 gratis exemplare
n
4 You-th verschijnt zo’n 8 à 10 keer per jaar in een oplage van 8000 exemplaren en wordt gratis verspreid onder 45 scholen alsmede enkele instellingen. Van Warmerdam: “We hebben vanwege de financiële problemen weleens overwogen om er een kleine vergoeding voor te gaan vragen, maar we blijven er toch van overtuigd dat het blad gratis moet blijven, want het moet gewoon voor iedereen toegankelijk zijn.” Op de vraag wat ze ervan zouden vinden als 4 You-th om financiële redenen zou moeten ophouden te bestaan, wordt door de drie redactieleden in duidelijke taal aangegeven dat ze zich daarmee totaal in de steek gelaten zouden voelen en dat hen daarmee iets zeer waardevols ontnomen zou worden. De 18-jarige Cheyenne: “Heel erg jammer, ja, ik zou het heel erg vinden en eigenlijk heel boos worden, want ik zou dan het gevoel hebben dat niemand om ons jongeren geeft. Het is iets wat wij jongeren hebben, iets waar we ons aan vast kunnen houden, daar houden jongeren van, en als dat van ons afgenomen zou worden dan zou ik dat heel, heel erg vinden. Het zou echt heel erg jammer zijn.”
De 16-jarige Ebony-Gwenn is het volledig met haar eens en vindt verder: “Als 4 You-th van ons afgepakt wordt, dan heb ik zelf ook niets meer, want het schrijven voor 4 You-th is het enige wat ik echt leuk vind om te doen en waarvan ik ook weet dat ik er iets positiefs mee bereik onder de jongeren die het lezen.”
En Brianna-Gwenn: “Ja, ik zou het ook heel erg vinden, want de jongeren kunnen zich echt vinden in wat wij schrijven.” Rosalina beaamt dit: “Zij zijn eigenlijk een soort spreekbuis voor heel veel jongeren en als dat weg is dan betekent dat, dat zij zich eigenlijk niet meer kunnen uiten en dat er geen stem meer is van de jongeren op het eiland, dit los van het Jeugdparlement, dat meer politiek getint is. Het magazine 4 You-th brengt onderwerpen naar voren die de Curaçaose jongeren bezighouden. Het laat zien wat de problemen zijn, maar ook wat de oplossingen ervoor zijn. Het blad is een handvat voor jongeren om zichzelf uit te drukken, maar tegelijkertijd biedt het jongeren ook de mogelijkheid om hun informatie ergens te kunnen vinden, en dan ook nog door jongeren zelf geschreven, dus het kan eigenlijk niet beter.”


[uit Amigoe, 23 maart 2013]

 Foto’s Ken Wong

vrijdag 18 januari 2013

OSO is er weer: I love SU!?



door Els Moor

OSO is de naam van het Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied. Het wordt uitgegeven onder auspiciën van  de ‘Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek’ (IBS) in Nederland.  De stichting is van uitgever veranderd: KIT  in Amsterdam is KITLV in Leiden geworden. Dat heeft  een vertraging veroorzaakt: het nummer van mei is pas in november uitgekomen en het novembernummer zal in februari 2013 verschijnen. Onder ‘Surinamistiek’ wordt verstaan:  alle vormen van studie die Suriname tot object van onderzoek hebben. Veel wetenschapsdisciplines dus, zoals geschiedenis, antropologie, literatuur en taalkunde, sociologie enzovoort.
...jong Suriname...

Zoals ieder jaar wordt in het mei-nummer het colloquium van  het IBS van november van het vorig jaar besproken. Deze keer was het thema dus van het colloquium van november 2011, ‘I love Su!?’, jong Suriname aan twee kanten van de oceaan. In  verschillende artikelen, samenvattingen van de gehouden lezingen, wordt aangegeven hoe moderne jongeren staan tegenover hun land of land van herkomst, maar worden ook hun problemen, zoals delinquentie en de neiging tot zelfdoding aan wetenschappelijk onderzoek onderworpen.

Recensies van verschenen boeken vullen een deel van het tijdschrift en belangrijk, ook voor ons, is iedere keer weer de lange lijst van verschenen publicaties, boeken en essays uit en over Suruname en de Nederlandse Caraïbische eilanden. Van de gerecenseerde boeken zijn de meeste overigens al in dWTL besproken! Tot slot worden overledenen uit de Surinamistiek herdacht: Ineke van Wetering die met Bonno Thoden van Velzen veel onderzoek deed onder de Okanisi of Ndyuka marrons aan de Tapanahony  en Anil Ramdas, veelzijdig en kritisch Surinamist.  Dat Surinamist en wetenschapper bij uitstek, Ton Wolf, die in september 2011 in Suriname overleed, niet genoemd wordt, is een misser. 

Het omslag  van deze nieuwe OSO deed me meteen al schrikken: de Surinaamse vlag en het thema ‘I love SU!?’ We leven immers in een periode dat die liefde voor Suriname aan het wankelen gebracht wordt. Maar de combinatie van uitroep- en vraagteken geeft hoop: doet een kritische houding verwachten. Bij lezing van de artikelen valt dat echter tegen: de meeste artikelen geven wetenschappelijk onderzoek weer, enkele naar een negatief verschijnsel onder de jeugd, zoals misdaad of zelfdoding en het resultaat daarvan wordt niet geplaatst in het geheel van de maatschappij zoals die momenteel functioneert onder aanvechtbare politieke omstandigheden.
Carla Bakboord

De bijdrage van de Surinaamse  antropoloog en genderdeskundige Carla Bakboord  gaat over verschillende boodschappen die Surinaamse jongeren hier en in Nederlands willen uitdragen via muziek, met instrumenten en vooral ook in liederen. Liefde voor Suriname is een belangrijk thema, soms ook met een kritische blik bijvoorbeeld ten aanzien van vervuiling en discriminatie, maar vaak staan seksualiteit, gendervraagstukken of liefde voor god centraal. De muziek is zowel van Surinaamse als internationale stijlen, aangepast, modern.

De Nederlandse cultureel antropoloog Frank Bovenkerk  doet verslag van een onderzoek dat hij samen met Ton Wolf door studenten van IOL en ADEK liet uitvoeren  over misdaad onder jongeren. De studenten ondervroegen jongeren tussen twaalf  en vijftien jaar. Hoge misdaadcijfers zouden begrijpelijk zijn in verband met bepaalde omstandigheden zoals grote werkloosheid onder jongeren en  onvolledige gezinnen  en gelukkig noemt hij ook het feit dat de politieke bestuurders van het land vaak niet bepaald voorbeeldfiguren zijn, sommige  zelfs een criminele reputatie hebben. Dat het met de criminaliteit in Suriname onder jongeren toch meevalt is volgens Bovenkerk vooral  te danken aan de grote sociale controle in dit land. Zelf heb ik de laatste jaren verschillende malen van nabij gehoord over criminaliteit van jongeren van wie je het niet zou verwachten en ik heb het ook ondervonden. Wat zo’n onderzoek precies waard is en in hoeverre de ondervraagde jongeren de waarheid spreken, mi no sabi!

Ramdjiawan Jihaira


Een viertal wetenschappers onder wie de jeugdpsycholoog Tobi Graafsma die in Suriname werkzaam is, deed onderzoek naar  pogingen tot zelfdoding onder jongeren in Paramaribo en Nickerie. Het gaat hier om jongeren die een poging tot zelfdoding hebben overleefd en er dus over kunnen praten.  Uit het onderzoek komt naar voren, wat we ook zonder onderzoek wel weten, dat het hier vaak gaat om Hindostaanse vrouwen met een lage opleiding en andere jongeren die nog ongehuwd zijn en vaak geen werk hebben. Oorzaken zijn relatieproblemen, conflicten binnen het gezin of de school en vooral beperking van vrijheid.

Een interessant artikel is dat van Marcus Balkenhol die het over de functie van de ‘koto’ heeft binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap in Nederland. In het artikel wordt duidelijk dat ouderen, vooral koto-draagsters, staan voor een ouderwetse manier van slavernijherinnering, terwijl de jongeren een bredere belangstelling hebben die zelfs tot in Afrika gaat, die zij verbeelden met drums, kleding, tradities op een moderne manier. Er is zelfs een populair toneelstuk, Remember naar een idee van jongerenwerker Otmar Watson, waarin een Afro-Nederlands meisje, Afanaisa,  door visioenen wordt meegenomen, terug de tijd in. Uiteindelijk wil ze toch modern zijn!

Paramaribo. Foto @ Arno Briers


Er zijn meer artikelen, zoals dat over hoe Surinaams-Nederlandse jongeren tegenover het geboorteland van hun ouders staan en dat maakt duidelijk dat de meesten zich nauwelijks betrokken voelen bij Suriname. Dat is toch logisch? Jongeren zijn toch betrokken bij de plek waar  ze opgroeien, schoolgaan, vrienden hebben en als zich problemen voordoen zijn dat toch problemen van daar? Dan denk ik: waarom moet je daar onderzoek naar doen? Helpt dat die jongeren?  Zo is er ook een essay van de wetenschapper Pim van der Meiden over spanningsvelden en raakvlakken tussen Surinamers en Nederlanders.

Wel een praktisch en interessant artikel is dat van Alida Neslo over een project dat daadwerkelijk werd uitgevoerd in Santo Boma, dat tot doel had veroordeelde, vastzittende jongeren te resocialiseren via kunst. Surinaamse, Nederlandse en Belgische kunstenaars  deden eraan mee. Het project heeft succes bij de jongeren gehad. Ze brachten  zelfs een show op de planken  in Thalia. Zelfvertrouwen groeit door zulke activiteiten. Maar helaas is het eenmalig gebleven en dat maken we vaak mee. Een succesvol project, vooral voor jongeren, moet in het vaste programma worden opgenomen, of dat nou geld kost of niet.

Tenslotte: OSO blijft altijd de moeite van het lezen waard, tweemaal per jaar komt het uit en  in november  is er een een colloquium in Amsterdam. Jammer is het dat de situatie waarin Suriname nu, op dit moment in politiek en sociaal- maatschappelijk opzicht verkeert, zo weinig aan de orde komt. Ga dat eens goed analiseren, over de amnestiewet bijvoorbeeld in het volgende nummer. Is Suriname nog wel een democratie. Is dat geen goed thema?



Heel goed is het dat we hier [bedoeld is: Suriname - red. CU] nu ook ons eigen blad  hebben over Surinaamse geschiedenis en cultuur, His/her TORI. Dat wordt steeds beter en het laatste nummer had een uitstekend en actueel  thema, van binnen uit: dekolonisatie van de geschiedeniswetenschap!

OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied, jaargang  31. Nr 1. KITLV, Leiden mei 2012.
 
     
         

vrijdag 21 december 2012

Gratis maandblad Pleasure Magazine stopt ermee


Na bijna 30 jaar stopt het gratis maandblad Pleasure Magazine ermee. De uitgever van het Nederlandse magazine, dat zich vooral richt op de Latin en Caribische doelgroep, zegt onvoldoende inkomsten te verkrijgen uit advertenties. Ook zou het aantal evenementen specifiek gericht op de doelgroep afgenomen zijn, terwijl de productiekosten  van het magazine zijn  toegenomen.

Pleasure begon 29 jaar geleden als uitgaansagenda voor de Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse gemeenschap in Nederland. In de afgelopen drie decennia groeide het uit tot een landelijk full color magazine met een oplage van 60.000 exemplaren.

vrijdag 14 december 2012

Smokkel van slaven (1844)


Bijdragen tot de kennis der Nederlandsche en vreemde koloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven. Utrecht : C. van der Post, 1844-1847.
slave chains
In 1844 werd het tijdschrift Bijdragen tot de kennis der Nederlandsche en vreemde koloniën bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven opgericht. Een groep notabelen rond de advocaat en hoogleraar mr. Jan Ackersdijk (1790-1861) pleitte onder invloed van Engelse abolitionisten voor afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën. Het tijdschrift kende maar vier jaargangen en moest door gebrek aan lezers in 1847 worden opgeheven.
Het debat over de afschaffing van de slavernij kwam in Nederland maar moeizaam en laat op gang. Met name onder druk van Engeland werd in 1818 een verdrag met Engeland gesloten om de illegale handel in slaven te bestrijden. Maar door hebzucht van de Nederlandse regering en door corruptie werd zeker tot halverwege de 19e eeuw hier de hand mee gelicht.

In de eerste jaargang van het tijdschrift wordt o.a. aandacht besteed aan het gesjoemel met slaven. Het Gemengde Gerechtshof in Paramaribo moest toezien op naleving van het verdrag tussen Nederland en Engeland dat de slavenhandel verbood en de smokkel van slaven moest tegen gaan. Zij was bevoegd om slavenschepen in beslag te nemen en de slaven vrij te laten. In 1823 werd een slavenschip Las Niveas voor de kust van Suriname in beslag genomen en naar Paramaribo opgebracht.  Aan boord waren 49 slaven waarvan enkelen zeiden uit Sierra Leone te komen anderen uit St. Helena. De slaven werden weliswaar verklaard vrij te zijn maar werden door het koloniale bewind nog twintig jaar als slaven te werk gesteld.

Verder lezen : Buku Bibliotheca Surinamica

zondag 9 december 2012

Anil Ramdas herdacht in De Gids

door Annet Mooij


Het was een veel gehoorde klacht de afgelopen jaren: Nederland is te veel naar binnen gekeerd en alleen nog met zichzelf bezig. Een land verschanst achter de dijken. In deze Gids is een krachtig tegengeluid gemobiliseerd – lees om te beginnen de hartekreet van Adriaan van Dis waarmee dit nummer opent: ‘Europa is voor mij een noodzaak geworden. Wanneer kan ik mijn paspoort ophalen?’

Kosmopolitisme, dat oude maar nog altijd actuele ideaal, dat antidotum tegen nationalisme, provincialisme en angstige benepenheid, krijgt in deze Gids een warm onthaal. Niet als hoogdravende filosofie van naïeve idealisten of als het intellectuele speeltje van hippe yuppen en internationale jetset, maar als een pragmatische leiddraad voor een levenshouding in een wereld waarin we hoe dan ook tot elkaar veroordeeld zijn. ‘Luxe of noodzaak’, luidt de titel van de bijdrage van Merlijn Olnon over het oude Izmir en het huidige Amsterdam. Hij laat over zijn antwoord geen misverstand bestaan, en vindt daarbij de andere auteurs aan zijn zijde. Het wereld­burgerschap is in dit nummer van De Gids vooral een praktisch ideaal, waaraan ook economisch voordeel is verbonden.

Al is de campagne ‘Nederland leest’ alweer ten einde, voor een nieuwe interpretatie van Hermans’ De donkere kamer van Damokles is het nooit te laat. Wilbert Smulders laat nogmaals zijn licht schijnen over deze roman en komt tot nieuwe conclusies. Voor de liefhebbers van literatuur verder ook aandacht voor twee markante schrijvers die ons dit jaar zijn ontvallen: Anil Ramdas en Doeschka Meijsing.

Op het wereldwijde web zijn wij intussen verhuisd naar een ander adres. Voortaan kunt u ons vinden op de-gids.nl. De vernieuwde en verbeterde site bevat nieuws, recente bijdragen en een aparte internet-Gids met eigen ­rubrieken, poëzie en pareltjes uit het Gids-archief.

Namens de Gids-redactie, Annet Mooij

De Gids, 2012/8

maandag 15 oktober 2012

Tweede nummer EFM Magazine uit

De tweede editie van EFM Magazine zal vanaf vandaag verkrijgbaar zijn bij diverse verkooppunten in Suriname. Het eerste nummer werd in augustus geïntroduceerd. De eerste editie werd gedrukt in een oplage van 2000 exemplaren. Hoofdredacteur Rachel Parsan-Lalbiharie zegt aan Starnieuws dat ruim 70% van deze oplage is verkocht.

"Er zijn zegt goede reacties gekregen te hebben van lezers. De behoefte aan een blad van deze samenstelling en kwaliteit, is duidelijk gebleken", stelt Parsan. Het magazine richt zich op economische, financiële en management onderwerpen. Daarnaast is er een uitgebreide rubriek met informatie over kunst en cultuur in Suriname. "We hebben niet veel problemen ondervonden, alleen de distributie ging in eerste instantie wat moeizaam, omdat de winkeliers nog moeten wennen aan het nieuwe magazine. In principe denken wij dat het magazine vanwege het specialistisch karakter zich wel beter leent voor verkoop via abonnementen".

Uitgebreider
"Wij blijven werken aan het kwaliteitsniveau en de inhoud, zodat voor iedere ondernemer en manager elk kwartaal een goed en divers aanbod aan informatie is opgenomen in EFM Magazine. Tot nu toe zijn de reacties voornamelijk positief geweest, en dat geeft goede moed om verder te werken hieraan", zegt Parsan.

De redactie heeft naar eigen inzicht het tweede nummer uitgebreider en beter samengesteld. "Wij vinden dat elke ondernemer er iets in moet kunnen terugvinden waardoor je je beroep of bedrijf beter kunt uitoefenen. In dit nummer hebben we als special: de Upgrade voor Suriname en ratings. Daarnaast hebben we een mooie mix van informatie gemaakt voor de doelgroep", licht Parsan een tipje van de sluier.

[uit Starnieuws, 15 oktober 2012]