Paramaribo -
Roy Dhanradj laat zich er uitermate voorzichtig over uit, maar de Carifesta
huisstijl wordt niet geëerbiedigd. Het logo en de huisstijl werden in oktober
met veel fanfare gepresenteerd aan het publiek.
Daarnaast kwam er ook een handboek met richtlijnen hoe het
Carifesta beeldmerk gepresenteerd moet worden. Maar bij verschillende
reclameborden en banners die nu de ronde doen wordt daarvan afgeweken.
"Laten we het erop houden dat het een stukje creativiteit is van de mensen
die bezig zijn met communicatie", houdt artistiek coördinator Dhanradj
zich op de vlakte.
Verschillende gezichten
"Het is zeer lastig, maar ik zeg er meteen bij dat
sinds ik huisstijlen maak er in Suriname geen enkele instantie is die zich
eraan houdt", reageert ontwerper Henna Brunings. In het geval van
Carifesta worden vooral met het logo en het lettertype fouten gemaakt. "Je
ontwerpt een huisstijl voor je gezicht naar buiten. Als je je er niet aan
houdt, vraagt men zich af of er verschillende festivals zijn." Haar
klachten daarover zijn niet aan dovemansoren gericht. Ze benadrukt dat wanneer
ze op de fouten wijst er meteen werk van wordt gemaakt, maar het is onmogelijk
om overal tegelijk te zijn. Voor de rechter slepen ziet ze niet als oplossing.
"Dan zou je meer tijd in de rechtszaal moeten doorbrengen dan ergens
anders", lacht ze zuur.
![]() |
| Henna Brunings |
Drie procent twijfel
Een andere reden dat fouten niet tijdig worden opgemerkt is
dat de Carifesta-leiding de handen vol heeft aan de organisatie. "Als meneer
Graanoogst zegt dat er tot op de dag van de opening veranderingen zullen zijn,
is hij zelfs heel optimistisch", schetst Dhanradj een beeld. Er moet
namelijk ook rekening worden gehouden met landen die uit het niets plotseling
willen participeren. "Wat doe je ermee; jaag je ze weg of ontvang je ze
met open armen? Sommige groepen zijn ronduit heel opdringerig en bivakkeren
voor je deur totdat ze een plek hebben om op te treden."
Toch durft Dhanradj wel te stellen dat meer dan 90 procent
van het festivalprogramma vaststaat. "Ik denk dat als we in verhouding
over twijfelgevallen zouden spreken, dat we ergens rond de drie tot vijf
procent zitten.
[uit de Ware Tijd,
06/08/2013]





