Geef Wim Statius van Eps als verjaardagsgeschenk een biografie over zichzelf, dat idee had zoon Randolph geopperd. De bekende publiciste Els Langenfeld-van Capelle heeft deze taak met toewijding op zich genomen.
Wim en zuster Coletta bij het bed van een patiënt in het Sehos
Op basis van talloze gesprekken met de beschrevene, familieleden, collega’s en goede vrienden wordt het leven van professor dr. Lodewijk Wilhelm van Eps beschreven vanaf het moment dat de eerste Van Eps als militair op Curaçao aankomt, bijna tweehonderd jaar geleden. Els Langenfeld heeft de openhartige en humorvolle gesprekken verwerkt tot een boeiend boek, niet alleen over een man en zijn familie, want door deze bijzondere combinatie van oral history en archiefonderzoek is er gelukkig weer een deel van een periode uit de Curaçaose historie vastgelegd. Met veel gevoel voor detail geeft Langenfeld de kinderjaren weer van Wim op Dokterstuin en Bonaire, zijn schooljaren op het Sint Thomas College en het Peter Stuyvesant College en zijn studententijd in het net bevrijde Nederland van de Tweede Wereldoorlog.
In acht hoofdstukken plus tien vriendschappelijke notities neemt Langenfeld de lezer mee op kennismakingstocht naar de man en medicus die zoveel voor Curaçao heeft betekend. Eerst maken we kennis met de voorouders. Jan Marinus van Eps, geboren in Middelburg in 1792, kwam begin 1816 op Curaçao aan aan boord van het oorlogsschip de ‘Prins van Oranje’, samen met de nieuwe gouverneur-generaal Albert Kikkert. Het schip werd door de bevolking vol bewondering baranka di shon Kèkè genoemd. Twee jaar later huwde Van Eps Johanna Sophia Muller. In juli 1830 overleed Johanna Sophia en liet Jan Marinus met zeven kinderen achter. Vier jaar later hertrouwde de m an met de zuster van zijn eerste vrouw, maar deze Christina overleed helaas al in 1839.
De oudste zoon van Jan, Isaac Christiaan Statius, werd ook militair. Statius is eigenlijk een voornaam. Oorspronkelijk werd deze voornaam alleen aan de oudste zoon gegeven, maar in de loop van de jaren is het een vast onderdeel geworden van de achternaam: Statius van Eps. Deze Isaac werd, toen hij gepensioneerd was, districtsmeester van het 5de district, in die tijd een onbezoldigde functie, wel met een onkostenvergoeding. Het gezin ging wonen in landhuis Pannekoek.
Daarna laat Langenfeld ons kennismaken met de grootvader van de beschrevene, Lodewijk Wilhelm (1855 – 1924) die onderwijzer werd. In 1889 is hij getrouwd met de 17-jarige Georgette Frederika Zeppenfeldt. Veel kan zijn kleinzoon en naamgenoot ‘Wim’ zich niet van hem herinneren. Hij was twee jaar vóór de geboorte van de hoofdpersoon van deze biografie overleden. De drie kinderen uit het huwelijk van Lodewijk met Georgette herinnert ‘Wim’ zich nog goed: Jacomina (tante Mina), Louis Willem (eigenaar van onder andere de winkel ‘Variety Shop’) en zijn vader Johan Marin, die de roepnaam Bobo kreeg. “Het besluit om ambtenaar te worden en niet in de handel te gaan, zoals mijn broer Louis, moet men zien als een kwestie van eer voor de familie.” Bobo trouwt in 1925 op Aruba met Etna Arends. Een jaar later wordt Lodewijk Wilhelm Statius geboren, daarna Randolph ‘Doppie’, en Jacques Marin ‘Koki’ en, in 1938, Georgette ‘Zeppie’. De kinderen Van Eps spreken thuis Nederlands met Pai en Papiamentu met Mai.
Wim Stati us van Eps, tweede van rechts; tweede van links: Tip Marugg, voor de AMS, Curacao, 1942
Bonaire
In 1935 wordt vader Van Eps gezaghebber op Bonaire. Dit geeft de auteur van de biografie de kans om een beeld van dit zustereiland van die tijd te schetsen. Na de lagere schooltijd op Bonaire gaat Wim, alleen, weer naar Curaçao, om naar de Mulo (het St. Thomas College) te gaan. Op Bonaire kon je in die tijd geen rundvlees krijgen, alleen schapen- of geitenvlees. Elke veertien dagen stuurde oma haar kleinzoon Wim met een flinke biefstuk naar de s.s. ‘Baralt’. “De hofmeester nam de biefstuk in ontvangst en stopte die in de ijskast op het schip om de delicatesse op Bonaire weer af te geven aan de huishoudelijke hulp van gezaghebber Van Eps.” Toen ook Randolph klaar was met de school op Bonaire ging het gezin weer op Curaçao wonen. Vader Van Eps kreeg zijn oude baan van districtsmeester terug en het gezin betrok weer landhuis Dokterstuin. Na de Mulo gaat Wim van 1942 tot 1945 naar het Peter Stuyvesant College. Eenmaal afgestudeerd gaat hij naar Nederland, dat net begon aan het wonden likken van de oorlog. Met de drie jaar oudere Christiaan Michael ‘Boy’ Winkel was hij de eerste Curaçaoënaar die na de oorlog vo or studie naar het moederland ging.
Studie in Nederland
Wim nam zijn studie serieus en hij genoot van het studentenleven. Hij sportte veel, zoals roeien en hij was actief in verschillende verenigingen. Als voorzitter van de vereniging Sanctus Thomas Aquinas moest hij een keer het dansfeest openen. Hij sprak: “Hierbij open ik de bal. Sindsdien was zijn bijnaam onder de studenten “de bal”. Wim was ook nauw betrokken bij de oprichting van de eerste vereniging voor Curaçaose studenten in Amsterdam. Deze vereniging was een voorbeeld voor andere studentensteden en in april 1947 volgde de oprichting van de landelijke Vereniging van Antilliaanse Studenten in Nederland, met Wim als voorzitter. In december 1953 studeerde hij af en een half jaar later promoveerde hij over het onderwerp baringspijn. Kort na de promotie trouwde Wim van Eps met Marie Jeanne Renée Hofte. Ze gin gen spoedig naar Curaçao.
Werk op Curaçao
Wim werkte van 1954 tot 1957 als arts-assistant bij het Sehos. Hoewel zijn proefschrift over bevallingen ging, hield hij zich als arts daar nauwelijks mee bezig, omdat de meeste vrouwen in die tijd voor een vroedvrouw kozen. Wim hielp wel bij de geboorte van twee van zijn kinderen, hoewel dat helpen volgens zijn vrouw niet veel om het lijf had. In 1957 ging Wim weer naar Nederland om zich te specialiseren. Wim was een man die niet alleen aan zichzelf dacht, hij regelde bijvoorbeeld in 1958 alles voor de promotie van Harry Hoetink en de publicatie van diens proefschrift Het patroon van de oude Curaçaosche samenleving. Hij trad ook op als paranimf bij deze promotie. Eind 1961 kwam het gezin Van Eps terug naar Curaçao. Wim ging als eerste Antilliaanse internist bij het St. Elisabeth Hospitaal werken. Zijn werk in het ziekenhuis beperkte zich niet tot de behandeling van zieken, hij begon ook met het opzetten van een (medische) bibliotheek, een medisch archief en een medische staf. Met dokter Kroon spande hij zich in voor een hartbewakingsafdeling en een afdeling intensive care. In 1969 richtte hij de afdeling nierdialyse op, waarvan hij het hoofd was tot zijn vertrek in 1976.
Schrijven
Wim hield van schrijven en heeft heel veel gepubliceerd. Achter in het boek staat van bladzijde 154 tot en met bladzijde 168 de zeer indrukwekkende lijst van ongeveer tweehonderd publicaties van hem alleen of waaraan hij heeft meegewerkt en voordrachten tijdens internationale m edische conferenties. Maar de publicaties gaan niet alleen over medische onderwerpen, hij heeft ook samen met E. Luckmann-Maduro Bolivar op Curacao geschreven.
Het Slotervaart Ziekenhuis
In 1975 ging het gezin weer naar Nederland, omdat Wim was gevraagd afdelingshoofd Interne Geneeskunde te worden van een splinternieuw ziekenhuis in Amsterdam. Deze functie sloot uitstekend aan bij zijn opvattingen over de medische zorg. Zijn hele carrière zou hij zich richten op drie pijlers: patiëntenzorg, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. In 1991 kwam het moment waar hij zo tegen op zag: zijn pensionering. De Nederlandse maatschappij was daarin duidelijk: je moest stoppen met werken als je 65 was geworden. In 1993 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn intreerede was getiteld Gezondheid op de Nederlandse Antillen: Beschermd en toch bedreigd?
Vervolgens maakt Els Langenfeld de lezer deelgenoot van de laatste jaren van de man die zich zijn leven lang in dienst heeft gesteld van de medische wetenschap, waarbij het overlijden van Renée van Eps aan bod komt en het huwelijk, een kleine tien jaar later, met Lilian Winkel, een oude jeugdliefd e.
Achter in het boek schrijven tien vrienden van Wim hun dierbare herinneringen aan hem op, onder andere Nicole Henriquez, Ligia Hoetink-Espinal en Wim Statius Muller.
Wim, voor wie het boek als een verjaardagsgeschenk bedoeld was, heeft op zijn laatste ziekbed nog wel drukproeven kunnen inzien, maar het boek zelf als eindresultaat, hebben zijn aardse ogen niet meer mogen aanschouwen, omdat Lodewijk Wilhelm Statius van Eps op 4 juni naar een andere wereld is overgegaan. Wat een mooie en tastbare herinnering heeft hij dankzij Els Langenfeld door deze biografie voor de nabestaanden achtergelaten.
