Posts tonen met het label Guyana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Guyana. Alle posts tonen

maandag 3 maart 2014

‘De nieuwe coöperatie tussen realiteit & utopie’

Foto Haidy Bissasar

door Joop Vernooij

De Vlaamse journalist Walter Lotens, die een zwak heeft voor Suriname en twee publicaties over land en volk op zijn naam heeft staan, Suriname in stukjes (2002) en Omkijken naar een revolutie (2004), heeft vorig jaar gepubliceerd over de coöperatie en alles wat ermee te maken heeft. De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie heet zijn boek. Hij heeft all over the world veel vormen van coöperatie ontdekt, meegemaakt en bewonderd. En heeft er systeem in gebracht, er een rode draad in gevonden of gebracht. In de continenten van Zuid tot Noord en van Oost tot West, heeft hij gereisd en is tot een bewonderenswaardige hoeveelheid gegevens gekomen, die hij wil delen. Hij noemt de publicatie niet wetenschappelijk, maar intussen... . Hij draagt een massa kennisbronnen aan.

Nieuw
Lotens is naar de nieuwe coöperatie op zoek gegaan - naar nieuwe vormen van samenwerken tussen mensen - die veel verder gaat dan de oude idee van coöperatie. De oude idee kunnen we deels terugvinden in wat genoemd wordt het coöperatiewezen van ons ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Het gaat dan voornamelijk over de samenwerking van mensen in de agrarische sector, omdat die manier van werken profijt oplevert. Lotens gaat verder en vindt nieuwe vormen van coöperatie, waar ook ter wereld. Ook in Suriname.
Lotens is in zijn boek helder van taal met soms een Vlaamse uitdrukking zoals ‘bollekens’ (p. 23), ‘ik stap af aan het stationnetje’ (p. 84) of ‘met een hoek af’ (p. 235). Hij geeft zijn Inleiding de titel: ‘anders gaan werken als concrete utopie’, het thema van zijn verhaal.

Indeling
Het boek heeft hoofdstukken met een theoretische invalshoek en met vijfendertig ‘Stopplaatsen’ in de verschillende hoofdstukken. Dit zijn concrete stukjes tekst van schrijvers uit de hele wereld over dit onderwerp. Ze zijn geografisch bedoeld maar ook betreffende plaatsen waar anders gedacht wordt en waar mensen anders in het leven zijn gaan staan. Belgiё is als het ware de basisstandplaats. Hij heeft er drie Belgische experts bij gehaald: Rik Pinxten met het ‘Voorwoord’, Bob Docx met het ‘Nawoord’ en Wim van Opstal heeft een bijdrage met een analytisch verhaal over de coöperaties in Belgiё.

Nieuwe wereld
Lotens ontdekte in zijn woonplaats Borgerhout (bij Antwerpen) en elders in de wereld een veelheid aan georganiseerde activiteiten die veel verder reiken dan het vroegere begrip van coöperatie oproept, als een samenwerkingsverband van spaarders, mensen met bankzaken. Tegenwoordig gaat het over een nieuwe benadering van vaak gedwongen samenwerking rond landeigendom, productie van ‘gron nnyan’, nutsvoorzieningen, huizenbouw, buurtbelangen. Ik zelf doe mijn boodschappen bij ‘de Coöp’. In dit verband noemt de schrijver wat Suriname betreft, de kasmoni (pp. 201-204): het proefschrift van Aspha Bijnaar, de activiteiten van Godo en de initiatiefnemer CarlhoWijdh (pp. 196-201), het aloude en zeer bruikbare gotong royong-systeem of mechanisme en de gedachten van ontwikkelingswetenschapper Maureen Silos (pp. 254-258). Vanuit wereldwijd perspectief is er dus wat dat betreft best wat te doen hier zonder tekort te doen aan de bestaande goed functionerende coöperaties als die van Kwatta, de Agro Coöperatie Corantijnpolder, de Cawovan Lelydorp en de andere organisaties van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. En menigeen kan zich de Algemene Vereniging van Krediet Coöperaties nog voor de geest halen.

Guyana. Foto Marina Caf
Buurland
Guyana heet officieel de Coöperatieve Republiek Guyana. Leuker kunnen we het niet maken. We kennen als vorm van samenwerking de crowdfunding en recentelijk de bitcointoestanden. Een interessante en recente coöperatie is die van prostituees die van hun plaats verdreven werden en de strijdvaardige coöperatie Macha’s oprichtten.

Nieuwe visie
In de huidige wereld komen allerlei vormen van samenwerking boven om het hoofd te bieden aan nood, aan machtsobstakels en aan de behoefte zaken echt anders dan voorheen te organiseren. De coöperatie heeft alles te maken met democratie, het volk van de basis aan de macht. Dat heeft weer te maken met een gezonde vorm van bewustwording en de kracht van bundeling van mensen en doelen. Wel op kleine, te overziene schaal met duidelijke, tastbare doelstellingen.

Lotens ziet dus in de wereld een nieuwe beweging, die hij op goede gronden heilzaam vindt. Bij zijn reizen over de wereld, twittert hij als het ware over hetgeen hij aantreft en gaat op zoek naar de achtergronden en wat de mensen beweegt. Hij heeft oog voor de rol van de economie, de plaats van de overheid, de aanpak van maatschappelijke problemen, de maatschappijverandering, de arbeidersbeweging en de positie van de geldbanken. Hij en de schrijvers van de ‘Stopplaatsen’ gebruiken daarbij min of meer spannende titels als ‘Griekse aardappelbeweging wint aan kracht’, ‘Coöperaties in de overgangs-economieën’, ‘Wrikkers en krikkers in de marge’, ‘Kuidenthee uit Potosi’, ‘Alternatieve buurtmunt kent groot succes’, ‘Spanjaarden gaan crisis te lijf met gemeenschappelijke moestuin’ of ‘Bruto Nationaal Geluk van Bhutan’.

Het boek geeft geen saaie opsomming van feiten; die worden steeds geplaatst in de context van mensenlevens. Walter Lotens ziet het voordeel van samenwerking duidelijk in en geeft voorbeelden, niet alleen omdat de nood erom vraagt maar ook omdat samenwerking een nieuwe vorm van economie kan en moet zijn. Hij toetst dat aan de realiteit en aan de verwachtingen die mensen van samenwerking hebben. Dus op weg naar een nieuwe levenswijze, een nieuwe stijl van leven met goede papieren. De Belgische experts ondersteunen zijn visie en zelf beveelt hij deze nieuwe kijk op leven en samenleven van harte aan. Het is zoals een bord bij de Palmentuin en ’t Vat aangeeft, uitschreeuwt: ‘Success comes through collaboration’ (=coöperation). Dus niemand hoeft meer met een bord voor haar/zijn kop te lopen.

Kortom: een visie die het ook hier goed zou kunnen doen nu er allerwege gezocht wordt naar een andere levensorde of -ordening. En Lotens heeft het verwoord op een aangename manier. Hij is alweer aan een volgend boek bezig.

Walter Lotens: De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie, 288 pp.. Leuven: LannooCampus, 2013. ISBN 978 94 014 1326 8



donderdag 6 februari 2014

Seymour Birth Centenary Activities

Preserving our literary heritage

by Petamber Persaud


A.J. Seymour
On Monday January 13, 2014, the National Library staged the unveiling of a plaque on the former residence of Arthur James Seymour (AJS) at lot 23 North Road, Bourda. The event was witnessed by family members – Seymour’s second daughter, Joan Seymour; Seymour’s niece, Dr Jacqueline de Weever; close friends including Dr Ian McDonald, the present owner of the property, media houses and staff members of the National Library. (The unveiling followed the ‘See More Poetry’ performance on Sunday January 12, 2014, marking Seymour’s birth centenary.)

It was an overcast morning with intermittent drizzle being shooed away by ‘the cool Trade Winds’. The clouds over Guyana were like ‘little curled feathers on the back of the sky [T]hen frisky lambs that gambol and bowl along [s]hephered by the brave Trade Wind’. Many of the persons witnessing the unveiling knew the house and its surroundings intimately as captured in the following poems/odes by AJS – ‘The House’ and ‘To the Family House Awaiting Repair’:

Guyana. Foto Marina Caf


The House

I have a room
Where several sages
Sleep in their serried shelves
And await my conversation
Here
I-fashion images
Carving and fitting words
Polishing syllables
Shaping new rhythms
To grace new meanings
Distilling experience
Hammering metal
In my spirit’s workshop

To the Family House Awaiting Repair
Oh, the long narrow home heavy with living
An age of memories people the walls
Around your naked frame.

Warm shell of love and crowding children
Where young girls in uniform
Hats worn like horse guards
Speech full of the school diction
And the cool Trade Winds carry echoes…
The scent of roses in the slim garden
Growing in the four-hour overhead sun
Smell of bread from the oven
Everything mingling in the wind

Image of the dedicated student..
Impatient for games and parties but slow for school

So many came here – tea visiting professors
Exam students, poets, novelists, sculptors,
A Chief Justice – a future Prime Minister…
And little children to the Kindergarten
Wrestling their way into the hall of learning
Chattering, tormenting the wild cherry-tree
That always yields its fruit.

O, crowd your long years of memories
Into a prayer for their future
For all who lived and loved and studied here

To fill out those poems, to add life and colour to those words, to find out more about the rich and rewarding lives of ‘all who lived and loved and studied’ at that house and to know more about the life and work of Seymour it would be useful to read the following four of five of his autobiographies:
‘Growing up in Guyana’
‘Pilgrim Memories’
‘Family Impromptu’
‘Thirty Years a Civil Servant’

The plaque was another way of preserving our literary heritage and I suspect the National Library will again in the near future continue and extend similar gestures to other literary shrines across the country.

Responses to this author telephone (592) 226-0065 or email: oraltradition2002@yahoo.com
What’s happening:
• ‘An Introduction to Guyanese Literature’ is now available from the author at the above contacts, Austin’s Book Service (telephone # 226-7350) and at the National Library (telephone #226-2690).


[from Guyana Chronicle Online]

A.J. Seymour inducted into National Library’s Hall of Fame

A.J Seymour’s daughter, Joan Seymour (second from left) and others during the unveiling of the Portrait of A. J Seymour at the National Library, Main and Church Street. (GINA photo)

The National Library, in collaboration with the Ministry of Culture, Youth and Sport on Wednesday evening launched its ‘Distinguished Lecture Series’ where one of Guyana’s literary icons, Arthur James Seymour was inducted into the Library’s Hall of Fame. The Government Information Agency said that the induction was part of events to  mark the 100th birth centenary of the late poet. A portrait was unveiled by Seymour’s daughter, Joan Seymour, while a plaque to inaugurate the Library’s Hall of Fame was also revealed by Chief Librarian (Ag), Emily King and writer, Petamber Persaud.

[from StabroekNews.com, 17 January 2014]

donderdag 16 januari 2014

Curator Read my World 2014: Ruel Johnson

Ruel Johnson (1980) is een verhalenschrijver en dichter uit Guyana. Voor zijn meest recente verhalenbundel Collected Fictions ontving hij de Guyana National Prize. Omschreven als de beste van zijn generatie Caraibische auteurs, schuwt hij ook het politieke debat niet en weet hij zich regelmatig in het middelpunt van de Guyanese politieke discussie te plaatsen.

Johnson is, naast Sharda Ganga (Suriname) en Kettly Mars (Haiti), een van de drie curatoren van het Read my World Festival van 2014. Op zaterdagavond 1 februari bezoekt hij Nederland voor het eerst en introduceert hij een zestal Caraibische auteurs waarvan hij meent dat ze er op dit moment het meest toe doen en samen representatief zijn voor  de hedendaagse Caraibische literatuur, te weten: Mosa Telford (toneelschrijfster, Guyana), Vladimir Lucien (dichter, Saint-Lucia), Shivanee Ramlochan (dichter en criticus, Trinidad), Sarah Bharat (journalist, Guyana), Joan Hillhouse (schrijfster, Antigua) en Shakirah Bourne (roman- en scenarioschrijfster, Barbados).

Nieuwsgierig? Zet het vast in je agenda. Reserveren kan vanaf volgende week op de website van het Bijlmerpark Theater.

zaterdag 11 januari 2014

Oonya Kempadoo over de uitdaging van het schrijven

Oonya Kempadoo. Foto © Bags End
door Desiree Seebaran

De Guyanese schrijfster Oonya Kempadoo woont in Grenada. Ze vertelt in dit interview waarom het schrijven van haar derde roman All Decent Animals zoveel tijd in beslag nam, en over haar passie voor maatschappelijk ontwikkelingswerk. Oonya groeit op in een ‘alternatief’ gezin: haar ouders waren een soort hippie-socialisten die hun kinderen thuis zelf onderwijs gaven, met een internationaal curriculum. Daardoor werd ze iemand die de wereld wil onderzoeken, die probeert te zien wat niet gezien mag worden, zegt ze zelf.

‘Ik ben mijn ouders echt dankbaar voor het internationale perspectief dat ze ons hebben bijgebracht. Dat geeft mij het gevoel dat ik overal kan wonen, dat ik overal naar toe kan gaan en dat ik alles kan doen wat ik maar zou willen. Ik denk ook dat het me een innerlijke verplichting heeft gegeven om bij te dragen aan de samenleving, ongeacht waar ik ben.’

In Buxton Spice speelt seksualiteit een belangrijke rol. In die periode zocht Kempadoo naar literatuur over hedendaagse Caraïbische vraagstukken en ongeromantiseerde levens. ‘Praten over seksualiteit is iets dat we in het Caraïbisch Gebied enorm omzeilen. Maar ik schreef er niet over om een statement te maken. Eerder om trouw te willen blijven aan de stem van het kind en aan delen van mijn eigen achtergrond - in mijn opvoeding werden we aangemoedigd om te discussiëren en te debatteren, en om op een heel liberale en experimentele manier over dingen te praten. Ik denk dat sinds het verschijnen van Buxton Spice seks in fictie meer is verkend en onderzocht, maar dan in een meer politiek correcte taal.

Mijn tweede boek, Tide Running, kwam uit in 2001. Ik werkte toen al aan All Decent Animals, maar dat liet ik liggen want ik voelde dat het een groter boek was dan ik kon schrijven als een derde roman. Maar ik denk vooral omdat ik schrijven toen nog als tamelijk vanzelfsprekend beschouwde. Misschien had ik er ook niet voldoende respect voor. Ik wilde op een directere manier bijdragen aan de Caraïbische samenleving en ik begon met maatschappelijke ontwikkelingsprojecten. Daarbij was ik ook nog steeds bezig een balans te krijgen tussen de druk van een parallelle carrière om daar een inkomen uit te krijgen en het schrijven. Want elke carrière vraagt een bepaalde hoeveelheid toewijding om het goed te kunnen doen. Met mijn consultancywerk kwam ik op een punt waar ik voelde dat ik moest kiezen tussen schrijven en maatschappelijk onderzoekswerk. En de keuze was schrijven, hoewel dat mijn leven wel moeilijker maakt.

St. George's, Grenada
Uiteindelijk, in 2010, legde ik al het andere werk neer en keerde terug naar All Decent Animals om het af te maken. Ik heb geaccepteerd dat ik altijd zal blijven schrijven - omdat ik ook blijf schrijven wanneer ik probeer om het niet te doen. Dus ik ga door met het zoeken naar creatieve manieren om het schrijven van fictie te verbinden met sociale ontwikkeling. Waar ik echt naar toe wil is grotere betrokkenheid bij het onderwijs en als beleidsmaker voor sociale ontwikkeling. Deze forums betrekken gewoonlijk geen kunstenaars. De maatschappij ziet schrijvers als kunstenaars en kunstenaars worden vaak alleen maar als entertainment beschouwd, niet als wetenschappers die van invloed kunnen zijn op besluiten die zijn gebaseerd op de realiteit. Maar multitasken kan ik niet. In elk geval niet in combinatie met het schrijven van fictie, nee. Alleen maar om weer terug te komen in de personages vraagt al zo enorm veel hoofdruimte. Ik schrijf nog steeds op de ouderwetse manier, met pen en papier. Typen is de eerste ronde van redactie. Ik wil zo waarheidsgetrouw zijn als ik maar kan met de personages, met hun omgeving, met details, met beelden, geluiden, aanrakingen, smaken.

Welk boek het moeilijkst was om te schrijven? Elk nieuw werk is iets op zichzelf, dus er is geen antwoord op die vraag. Ik denk dat dat de uitdaging is van het schrijven: gaandeweg verruim en verleg je je grenzen. Je duwt jezelf en je verbeeldingsvermogen echt naar nieuwe plekken’.

[uit Caribbean Airlines, May/June 2013. Vertaling/ bewerking: Chandra van Binnendijk]

Twee romans van Oonya Kempadoo

Oonya Kempadoo

door Chandra van Binnendijk

Oonya Kempadoo (1966) groeide op in Guyana, het land van haar ouders. Na een kunstopleiding in Amsterdam keerde ze terug naar het Caraïbisch Gebied en woonde in Trinidad, St. Lucia, Tobago en tegenwoordig in Grenada. Haar eerste roman Buxton Spice verscheen in 1998, kreeg lovende recensies en werd in zes talen vertaald. Haar tweede boek Tide Running (2001) werd aan beide zijden van de oceaan goed ontvangen. Haar beide romans zijn genomineerd voor de Internationale Literatuurprijs IMPAC Dublin, in respectievelijk 2000 en 2003. Oonya Kempadoo is door de jury van de Orange Prize uitgeroepen tot ‘Great Talent for the Twenty-First Century’ en is winnaar van de prijs van Casa de las Americas. In 2011 kreeg ze een beurs toegekend voor het International Writing Program aan de universiteit van Iowa. Kempadoo wordt alom beschouwd als een begaafde representant van een nieuwe generatie in de Caraïbische literatuur.



Buxton Spice
Buxton Spice, het debuut van Oonya Kempadoo, is een semi-autobiografische roman. De schrijfster ontpopt zich hierin als bijzonder levendig en scherpzinnig waarneemster. Het speelt zich af in het begin van de jaren zeventig, in het postkoloniale Guyana ten tijde van president Forbes Burnham, een periode die gekenmerkt wordt door bloedige aanvaringen tussen de hindostanen en creolen. De hoofdpersoon is Lula, een slim en gevoelig 13-jarig meisje met een voorliefde voor het bestuderen van de medemens. Haar kleine leventje in het kleine stadje Tamarind Grove is daardoor alles behalve klein maar juist boordevol ontdekkingen. Een centraal thema in het boek is de eerste verkenning van de vrouwelijke seksualiteit. Kempadoo toont hierin een fraai staaltje van origineel schrijverschap. Ze brengt het fijnzinnig onder woorden, en qua herkenning en openheid zal dit een verademing zijn voor elke jonge meid in de puberteit die met dezelfde onzekerheden worstelt. Het komt immers niet vaak voor in de literatuur dat over de lustgevoelens van vrouwen door vrouwen zelf wordt geschreven, en zeker niet vanuit het perspectief van een jong meisje.
Een ander centraal gegeven is de politieke situatie. Allerlei kenmerken daarvan komen voor in Lula’s belevenissen: rantsoenering van levensmiddelen, snel toenemend geweld en criminaliteit, botsingen tussen de twee etnische groepen. De steeds aanwezige stille toeschouwer van alle gebeurtenissen is de wijze manjeboom (de Buxton Spice soort) die zijn takken uitspreidt over de woning van de familie. Wanneer de politiek echt dichtbij komt, raakt uiteindelijk het hele bestaan van het zachtmoedige gezin van Lula aangetast - het betekent het definitieve einde van een onbezorgde kindertijd in een tropisch land.

Tide Running
Kempadoo’s tweede roman, Tide Running, is een prikkelend, beeldend verteld verhaal over de intieme maar uiteindelijk rampzalige relatie van een jongeman op Tobago met een echtpaar dat er vakantie houdt. Cliff is 20 jaar en zwalkt doelloos door het leven in het slaperige Plymouth. Terwijl zijn vrienden in de misdaad belanden of aan de drugs raken, komt hij in aanraking met de charmante openheid van een gemengd stel dat een vakantiehuis in zijn buurt heeft: Bella, een Trinidadiaanse fotografe, haar Engelse man Peter, een bedrijfsjurist, en hun zoontje. Zij idealiseren het eiland en beginnen evenzo Cliff te idealiseren en er ontstaat een plezierige verhouding tussen het drietal. Maar dan begint Cliff te stelen van het echtpaar en dat verandert alles. Kempadoo veroordeelt wijselijk niet de rijke buitenstaanders voor het misbruik maken van Cliff’s gebrek aan privileges, maar geeft elk personage de ruimte voor zijn of haar eigen zelfrechtvaardiging. Bella houdt er een ietwat naïeve romantische kijk op Cliff’s grassroot achtergrond op na; Peter, die ouder is dan zijn vrouw, meet zijn mannelijkheid op een semi-plagerige manier aan die van Cliff, terwijl Cliff zelf een raadselachtige figuur blijft. Kempadoo heeft een diepe kennis van het klassenbewuste gedrag en toont een fijne gevoeligheid voor het taalgebruik van de eilandbewoners. Ze wordt nergens sentimenteel, waardoor haar verhaal bruist van sprankelende en scherpzinnige helderheid. Tide Running schetst het leven van jongemannen op een klein eiland tegenover dat van toeristen die uitsluitend gericht zijn op hun eigen luxueuze leventje en geen oog hebben voor het werkelijke leven van de bewoners.



[in: ‘dWTL’ nr. 580 van 8 mei 1999. De Nederlandse vertaling van Buxton Spice is van Irma van Dam en is in 1998 uitgegeven door uitgeverij Prometheus]


donderdag 21 februari 2013

Guyanese poet, John Agard awarded Queen’s Gold Medal For Poetry 2012


Buckingham Palace announced today  that John Agard is to be awarded The Queen’s Gold Medal for Poetry 2012. The Medal is awarded for excellence in poetry, and will be presented to Agard by The Queen in 2013.
John Agard

Guyana-born John Agard is only the second black writer to receive the Gold Medal for Poetry since the award was instituted by King George V in 1933 at the suggestion of Poet Laureate John Masefield. Its scope was widened in 1985 to include writers from across the Commonwealth, with Derek Walcott winning in 1988. Other distinguished holders of the medal include W.H. Auden, John Betjeman, Robert Graves, Ted Hughes, Philip Larkin, Les Murray, Siegfried Sassoon, Stephen Spender and R.S. Thomas.

The decision was made by the Poetry Medal Committee headed by the Poet Laureate, Carol Ann Duffy, and was made on the basis of John Agard’s most recently published books, Alternative AnthemSelected Poems (Bloodaxe Books, 2009), as well as his book of children’s poems Goldilocks on CCTV (Frances Lincoln, 2011).

Carol Ann Duffy said: “John Agard has always made people sit up and listen. He has done this with intelligence, humour and generosity. He has the ability to temper anger with wit and difficult truths with kindness. He levels the ground beneath all our feet, whether he is presenting Dante to children or introducing his own (Guyanan) culture to someone who hasn’t encountered it before. In performance he is electrifying – compelling, funny, moving and thought-provoking. His work in Education over years has changed the way that readers, writers and teachers think about poetry.”
Commenting on his award, Agard said: “When told the news out of the blue on the phone by the poet laureate, Carol Ann Duffy, I couldn’t believe my ears and it took a little time to sink in. I am delighted as well as touched to be in the company of such names as Charles Causley, Norman MacCaig, Gillian Clarke, Stevie Smith , Derek Walcott. I am deeply thankful to the Poetry Medal Committee who supported my nomination for this honour and to all who supported my work over the years.”

Agard is the second Bloodaxe writer to be awarded The Queen’s Gold Medal for Poetry. He joins Fleur Adcock, who was the recipient of the award in 2006 for her retrospective Poems 1960-2000. His latest collection, Travel Light Travel Dark, will be published by Bloodaxe on 27 June 2013.

John Agard grew up in Georgetown, Guyana, in the 1950s. In 1977 he moved to the UK, and he has lived in Lewes, East Sussex, since 1978. He is a poet, performer and anthologist who has published many books of poetry both for adults and for children. His first two collections of poetry for adults were published by Serpent’s Tail, followed by five with Bloodaxe, most recently his two 2009 publications, Alternative Anthem: Selected Poems (with an accompanying DVD John Agard Live!), and a separate collection Clever Backbone.

Agard won the Casa de las Américas Prize in 1982, a Paul Hamlyn Award in 1997, and the Guyana Prize for two of his Bloodaxe collections From the Devil’s Pulpit (1997) and Weblines (2000). His collection We Brits (Bloodaxe, 2006) was shortlisted for the 2007 Decibel Writer of the Year Award. He was writer-in-residence with the BBC in 1998, working with the Windrush Project, and writer-in-residence at the National Maritime Museum in Greenwich in 2007. As a touring speaker with the Commonwealth Institute, he visited nearly 2000 schools promoting Caribbean culture and poetry. John Agard is available for interview.

[from Caribbean Book Blog, 21 december 2012]

woensdag 3 oktober 2012

Pundit from Guyana


Rahul Bhattacharya

The Sly Company of People who Care by Rahul Bhattacharya is a novel detailing an Indian journalist's travels through Guyana. Rahul Bhattacharya was recently awarded the Ondaatje Prize for this book. He has previously authored Pundits from Pakistan, a book on the Indian cricket team's tour of Pakistan in 2004.




Congratulations on the Ondaatje Prize. Tell us a little bit about it.
Thank you. It is an award of the Royal Society of Literature in Britain, set up by Christopher Ondaatje, philanthropist and elder brother of Michael Ondaatje. It is awarded to a book that evokes the spirit of a place. Novels, travelogues, poems are all eligible for the Ondaatje Prize. 

What does it mean to evoke the spirit of a place?
First you have to understand the place. Once that is done, you have to find the technique to render it and commit yourself to the craftsmanship of conveying this understanding. There are no rules. Some people have a project in mind, in my case it was a book of discovery. 

Most people hear of Guyana only in the context of cricket. Is that what interested you in the place? Guyana?
Cricket was my gateway to Guyana. Like most other kids, I knew it as the place where Chanderpaul, Kanhai and Kallicharan come from. When I was a cricket reporter, the first country I landed in was Guyana. And a whole world opened up to me. And it was a part of the world that I knew so little of. And I was curious about its historical processes. That's why I wanted to go back at some point. 

With respect to colonialism, how were the historical processes in Guyana different from those in India?
They're completely different. India is an ancient society that has seen wave after wave of colonisation. The effects of British rule are felt most profoundly because it's the most immediate. Guyana and the West Indies were very scantily populated areas. The indigenous tribes were not found in great numbers. So when the colonisers landed, it was a virgin territory to them. And they used it as an offshore factory. So people were enslaved from Africa, India and China to make sugar. And, eventually, it became a society almost created by colonialism. In Guyana, more than 90 per cent of the population was displaced as a result — Africans who had Africa beaten out of them, Indians who had no memory of India. India wasn't a colonial creation, whereas the West Indies almost was. 

Guyana; foto Marina Caf


One of the chief delights of the book is its dialogue that almost wants to be read out aloud. Would you ever consider writing a play?
I don't think so. I have had such a bad experience of watching drama in Bombay during my college days that I don't have a feeling for drama anymore. But I do like dialogue. 

Which of your books are you closer to?
It takes a while to look at a book with detached affection. I feel more affectionate towards Pundits… right now because I don't think about it much now. I can take it for granted. Sly Company… is slightly raw right now, but hopefully in a few years I'll have the same detachment from it. 

[from The Hindu, 10th June 2012]

zondag 9 september 2012

Guyana: een land in ontwikkeling

door Tascha Samuel

Georgetown - Backtrack route of de officiële route, de reis naar Guyana is een hele belevenis. Ongerept bos maar ook huizen alsof je langs Morgenstond rijdt. Opgepimpte houten middenstandswoningen en oude vervallen krotten tot midden in stad, geven een duidelijk beeld van de economische richting waar Guyana naar toe gaat. Geen politieke weergave maar praten met bewoners en observatie, geven aan dat Guyana goed op weg is.

De weg in Suriname is gelukkig geasfalteerd, maar ergens in Coronie en begin Nickerie wil de weg nogal aanvoelen als een ‘milkshake’ die oneindig doorgaat. Maar eenmaal voorbij en over de Corantijnrivier met het geruisloos varende Canawajmaveer, is de weg ‘smooth’. De hoofdwegen althans, want de zijwegen zien er vaak ook uit als ‘een slecht gemixte milkshake syndroom’. De weg schijnt eindeloos door te gaan want ruim tien uren duurt de reis op de legale route.

Dit groot huis annex winkel is een van de vele grote huizen die verrijzen in Guyana. (Foto's:  Tascha Samuel)


Maar eenmaal in Guyana merk je dat je in de Guyana’s bent want de vegetatie verandert niet echt. Alleen een opvallende hoeveelheid - maar mager uitgevallen - palmbomen verraden de aanwezige ambitie van de Palmolie-industrie. Hele velden palmen staan er onverzorgd bij. Tot aan het plaatsje Rossignol waar de oversteek wordt gedaan over een prachtige brug, is het duidelijk dat het gaat om ruraal gebied.


Wie naar Guyana gaat, mag een rotie of een bordje Cook-up rice eigenlijk niet aan zijn neus voorbij laten gaan.



De reis gaat door steden met huizen die voornamelijk op neuten staan. Daarbij is het gebruik van felle kleuren als roze, paars en blauw (zoals op de bodem van een zwembad) duidelijk favoriet. Een gordijn van een synthetische stof is op haast alle balkons te zien tegen de felle middagzon. Opmerkelijk is dat vele erven, vooral van de nieuwbouwhuizen, geheel dicht gecementeerd zijn. Misschien een klein plekje voor de hond om wat te ravotten. Ook dat blijkt op weg en eenmaal in Georgetown zelf een opvallend iets. Namelijk de minimale aanwezigheid van honden. Stel dat in Suriname op elke tien huizen zeven een hond hebben, hebben in Guyana één op de tien huizen een hond. Zwervende hordes honden zoals je die in haast elke wijk in Paramaribo aantreft waren nergens te zien, wel een veelheid aan katten.

Een oud gebouw op neuten zoals die vroeger veel gebouwd werden vanwege de importstop die er was op cement.


In de war 

De Guyanese munteenheid zorgt vanaf de wisselmannen bij het Canawajmaveer voor enorm veel frustraties. We zijn de vele nullen niet meer gewend. Als we horen 300 dan denken we aan een paar zakken met boodschappen. 300 Guyanese dollars daar koop je een flesje water mee en voor 400 een energydrank. Een pak bruin brood is 650 Guyanese dollar en een krant tussen de 125 en 160 Guyanese dollar. Het is echt even wennen en berekenen, want je wil graag weten wat je dus in Surinaamse dollars uitgerekend betaalt. Voor 20 US dollar krijg je 4000 Guyanese dollars voor 100 SRD krijg je 6000 Guyanese dollars. Een taxirit naar de stad vanuit het Princesshotel waar de delegatie van Suriname voor het Inter Guyana Cultural Festival verbleef en terug kostte 2400 Guyanese dollar.

Op de tweede dag in Guyana, moet ik naar de stad. Steven, een aardige welbespraakte taxichauffeur antwoordt op elke vraag zo uitgebreid mogelijk. Dit is wel de eerste keer dat ik het typische Guyanees Engels moet proberen te verstaan. De dames en heren in het hotel praten vrijwel accentloos. Maar de man van de straat praat snel en met een eigen dialect. Dus veel herhalen en vragen om langzamer te praten. De huur van een huis of appartement is nogal duur wel 36.000 Guyanese dollar ongeveer 180 US dollar. Dit is best veel voor de gemiddelde Guyanees. Steven helpt me ook toestemming te vragen om een foto te maken van één van de vele paardenwagens. Ze worden vooral gebruikt om hout, cement, bouwmaterialen, boodschappen en zelfs hele verhuizingen te doen. Veel goedkoper dan een truck of pick up. Die zie je trouwens ook weinig.

Nationalist

Volgens chauffeur Steven zijn ook de Chinezen een invasie begonnen in Guyana. “Als je Chinezen ziet aankomen dan weet je dat de economie bloeit”, zegt hij wijs. Politiek, daar wil hij zich absoluut niet aan wagen en als een echte nationalist geeft hij heel diplomatisch antwoord.
“Politici die zijn in de hele wereld vaak hetzelfde. Niet allemaal slecht maar vele corrupt en onbetrouwbaar. En vaak geven ze de visionairs van een regering schande. Men bedoelt het goed maar soms is de uitvoering langdradig of worden zaken tegengehouden vanwege belangenverstrengeling”. Volgens Steven en enkele dames van de housekeeping die ik spreek is Guyana ‘on the move’. “We hebben arme mensen, niet veel zwervers hier in Georgetown en die zijn meestal verslaafden. Maar wie een beetje geschoold is kan een baan vinden. Misschien niet wat je wilt maar je kan ervan leven”, stelt Michelle Tabbot. Ze gaat ‘s avonds naar school en doet overdag housekeeping in het hotel. “We verdienen in ieder geval meer dan enkele jaren geleden toen het echt struggelen was. Nu moet je gewoon eenvoudig leven en als je een dubbel inkomen hebt met je man dan kan je een huis bouwen. Grond krijgen dat is niet zo een probleem hier. Als je een aanvraag doet en je voldoet aan de eisen heb je snel een stuk grond”, verzekert Tabbot.

[uit de Ware Tijd, 05/09/2012]

donderdag 23 augustus 2012

Inter-Guyana Cultural Festival dit weekend

door Tascha Samuel

Paramaribo - Het Inter-Guyana Cultural Festival dat vorig jaar in augustus in Frans-Guyana zijn eerste editie beleefde, vindt dit weekend plaats in Guyana. Het festival dat tot doel heeft de drie Guyana’s dichterbij elkaar te brengen, wordt dit jaar van 24 tot 25 augustus gehouden in Guyana. “We vertrekken vroeg in de ochtend 23 op 24 augustus richting Georgetown. Vandaag versturen we onze bagage zodat we alle ruimte in de bus hebben. Het wordt een prachtig festival. We zijn er klaar voor”, vertelt artistiek leider Eartha Silos van het Directoraat Cultuur. Ruim 50 man zullen Suriname vertegenwoordigen.

Op deze manier worden potten traditioneel afgebakken door de Surinaamse inheemsen.



“We hebben het thema inheemsen verwerkt in onze presentatie. We zullen deelnemen aan alle kunstuitingen zoals craft, podiumkunst, culinair, fashion en visual arts”, verduidelijkt Silos. Zij geeft aan dat op zulke festivals Suriname vaak met zijn rijkdom aan culturen gaat. Echter biedt die methode niet de mogelijkheid om elke cultuur tot in de diepte te belichten. Daarom is gekozen om dit maal met een specifieke groep te gaan en die in al haar facetten te laten zien. “We gaan een mierenproef doen op een 12-jarige. Er zal een stevige pot pepre watra pruttelen op de traditionele manier op houtvuur en de productie van cassavebrood, vanaf het raspen tot het bakken, wordt ook tentoongesteld. We gaan met Caraïben en Arrowakken, de groepen Wayono en Paremuru, mensen uit Mattta en enkele crafters. In Guyana heb ik begrepen wonen overwegend Arrowaken.” Pottenbakkers en de inheemse mode- en craftartikelen zullen in groten getale worden geëxposeerd.

Op een rieten mat worden levende mieren geplaatst om te worden gebruikt bij de mierenproef.



Openingsceremonie 

De driedaagse cultuurextravaganza wordt op 23 augustus in de avond geopend met een geweldige openingsceremonie. Deze is door Guyana bedacht en het artistiek team daar heeft een prachtig idee uitgewerkt. Met een geweldig decor wordt het een gecombineerde presentatie van de drie landen. Frans-Guyana zal de flora uitbeelden en Suriname de fauna choreografie. “We doen dat met de dierendansen zoals de inheemsen dat doen en Guyana gaat uitbeelden de grondstoffen die in alle drie Guyana‘s te halen zijn zoals bauxiet, goud en zilver.” Het International Convention Center en de gloednieuwe Craft Association facility in Kingston zijn de venues waar het festival plaatsvindt. Voorzitter van de Inter Guianas Cultural Festival Committee, David Rose, ziet een meerwaarde aan het festival dit jaar door het aantal toevoegingen. Maar hij is extra blij met de categorie film die is toegevoegd aan het programma van het festival.

 [uit de Ware Tijd, 22/08/2012]

vrijdag 10 augustus 2012

Terroristen, ballerina’s en een Surinaams décor

door Jerry Egger

In haar roman Eating Air (2010) behandelt Pauline Melville verschillende thema’s. Ze weet op knappe wijze actuele onderwerpen zoals terrorisme, de islam, de bankwereld en aanslagen met vliegtuigen een plaats te geven in het verhaal. Het is hedendaags, maar de lezer heeft niet de indruk dat zij zo nodig de grote onderwerpen van het begin van de 21ste eeuw moest beschrijven en er verder niks mee heeft gedaan. Melville weet juist heel goed deze zaken te verwerken tot een geheel dat waarschijnlijk niet aan kracht zal inboeten wanneer deze onderwerpen uit het nieuws zijn verdwenen. Dit komt doordat de hoofdpersonen zonder deze actualiteit interessant genoeg zijn en landen zoals Engeland, Nederland, Suriname en Brazilië die het decor vormen, waarschijnlijk ook niet snel zullen verdwijnen.
Pauline Melville. Foto @ Eamonn McCabe
           
Achtergrondinformatie over Melville helpt om dit boek beter te plaatsen. Haar vader is van inheems- Guyanese afkomst en haar moeder een Engelse. Zij werd in 1948 geboren en is naast schrijfster ook actrice.  Op latere leeftijd begon zij verhalen en romans te publiceren. Haar eerste bundel korte verhalen was Shape Shifter (1990), terwijl de eerste roman, The Ventriloquist’s Tale, in 1997 op de markt werd gebracht. Een tweede collectie verhalen, The Migration of Ghosts, kwam in 1998 uit. Haar werk is niet ongemerkt gebleven. Zij heeft verschillende literaire prijzen in Engeland in de wacht gesleept. Met haar eerste roman won zij in haar geboorteland, de Guyana Prize. 
Wie zijn de hoofdfiguren in haar nieuwste roman? Allereerst is er een verteller die in café’s schrijft ergens in Engeland. Deze inleiding op de roman wordt ondertekend door Baron S. Hij zegt op de eerste pagina dat hij uit ‘Surinam’ komt. Waarschijnlijk is hij er lang niet geweest anders zou hij weten dat de officiële spelling al vanaf de onafhankelijkheid met een ‘e’op het einde wordt geschreven. Hij zegt over zichzelf dat hij piano speelt, een lichte huidskleur heeft en even slank is als Barack Obama. De lezer weet ook dat hij nog familie in Suriname heeft waar hij af en toe naar toe gaat als hij in de problemen is. Tijdens een van de bezoeken omtmoet hij Elissa (Ella) de Vries, een ballerina die in Brazilië voor een van de bekende gezelschappen danst. Haar verhaal wordt de leidraad voor deze roman die niet alleen verschillende continenten bestrijkt, maar ook perioden; van de jaren zeventig toen veel nog kon, naar de radicalisering aan het eind van de 20ste eeuw tot de aanslagen in het eerste decennium van de 21ste eeuw. Rond Elissa zijn er diverse figuren die op hun eigen manier zijn verbonden met deze balletdanseres. Melville weet heel handig al deze mensen in het verhaal te weven.
Een andere figuur, die Baron S. introduceert, is Viktor Skynnard. Deze gefrustreerde revolutionair vraagt zich af: ‘(w)hat is a revolutionary to do when there are no revolutions’ (p.18). Het boek zit vol met dit soort ironische opmerkingen. Skynnard heeft een Ph.D. in literatuur, maar parasiteert op anderen zoals de actrice Vera Scobie die een zoon heeft, Mark. Deze twee worden terloops geïntroduceerd maar vooral Mark zal later een belangrijke rol spelen. Hij doet mee met verschillende radicale groepen in de jaren zeventig, maar de connecties van zijn beide ouders zorgen ervoor dat hij vaak de dans kan ontspringen wanneer hij of de groep waartoe hij behoort, op het punt staan te worden gearresteerd.

Rondom Mark zijn er meer figuren die heel uitgebreid en soms tot in detail worden geïntroduceerd, maar  de lezer komt in dit stadium  weinig of niets te horen over Ella de Vries. Melville neemt alle tijd om haar karakter voor te stellen. Dat maakt deze roman ook zo boeiend want verschillende milieus worden beschreven met alle hebbelijk- en onhebbelijkheden.

Langzaam maar zeker begint het verhaal meer lijn te krijgen. Verschillende van de karakters waren betrokken bij pogingen om in heel Europa het gezag van diverse staten omver te werpen met acties zoals aanslagen en overvallen. De bedoeling was dat er chaotische situaties zouden omstaan. De omstandigheden in deze landen zouden op zo’n manier rijp worden gemaakt voor de totale omverwerping van de bestaande structuren. Daartussendoor lopen ook allerlei relationele zaken. Nogmaals, Melville neemt alle tijd om haar verhaal te vertellen. Aangezien de lezer steeds meer wil weten over de personen in de roman, is het helemaal niet erg dat de grote lijnen even worden losgelaten om bij te komen van al de verwikkelingen in zo’n 130 bladzijden. 
In deel 2 wordt het verhaal van Ella de Vries uitvoerig beschreven. We ontmoeten haar wanneer ze op jonge leeftijd al lid is van The Royal Ballet en zelfs op tournee gaat met de groep. Ze raakt ook helemaal verliefd op Donnie McLeod. Hij zal voor de rest van haar leven voor kortere of langere tijd verdwijnen wat haar de gelegenheid geeft allerlei buitenechtelijke relaties aan te gaan. Dit zijn allemaal uitweidingen. Telkens wordt toch wel duidelijk dat al de karakters betrokken zijn bij gevaarlijke spelletjes van verraad en achtervolging door inlichtingendiensten uit diverse Europese landen, die willen weten waarmee de mannen en vrouwen bezig zijn.

Tussen de bedrijven door, komt de lezer te weten dat Ella’s vader Hubert De Vries uit Suriname komt.Via deze familierelatie heeft Melville de gelegenheid om Ella naar Suriname te laten gaan om niet alleen kennis te maken met de familie van haar vader, maar ook met het land. Daar leren we meer over enkele aspecten van het Caribisch gebied zoals het feit dat er binnen eenzelfde familie, broers en zusters kunnen voorkomen met verschillende huidskleuren; van licht gekleurd tot donker.
De auteur moet Suriname in elk geval een beetje kennen want Ella’s oom heeft een wit huis ergens in de Gravenstraat (nu Henck Arronstraat). Zelfs Wie Eegie Sanie als een onafhankelijkheidsbeweging wordt genoemd. 

Het Surinaamse binnenland

Ella maakt ook een trip naar het binnenland van Suriname. Daar hoort zij indianen (nu inheemsen) zeggen dat de soldaten niet van hen houden en zij krijgt de indruk dat een opstand wordt voorbereid. Dit is wat inderdaad gebeurde,  niet in Suriname, maar Guyana aan het eind van de zestiger jaren. Zo wordt aan de Caribische achtergrond van het verhaal  wat meer body gegeven. 
Een voor een komen de figuren die in deel 1 van de roman werden geïntroduceerd, weer tevoorschijn. Melville geeft aan hoe de verbanden lopen tussen al de mensen en vooral hoe zij elkaar hebben ontmoet.  Zo begint het politieke steekspel, dat zich ontwikkelt, meer vorm te krijgen. Aan de hand van de politieke figuren die genoemd worden, kan de lezer de tijd bepalen. Het tijdsbeeld krijgt steeds vastere vormen en het afzetten tegen de maatschappij, dat toen voorkwam in verschillende lagen van de bevolking maar vooral onder jongeren en studenten, wordt zichtbaar. Geweld is onderdeel van het verzet. Het gemak waarmee hierover gesproken wordt, maakt je in het tweede decennium van de 21ste eeuw, er niet vrolijker op. De gevolgen van wat soms ‘random violence’ wordt genoemd, worden bijna elke avond breed uitgemeten in de nieuwsuitzendingen. De jongemannen en vrouwen in de zeventiger jaren van de 20ste eeuw konden waarschijnlijk niet overzien welke grote gevolgen dat zou hebben over de hele wereld, inclusief Europa. 
In dit deel van de roman, laat Melville ook zien hoe alles langzaam maar zeker grimmiger wordt.
Een ander element van die tijd was verraad. De speciale politie-enheden die bezig waren de radicale groepen in die tijd te bestrijden, werkten ook met infiltratie om zo alle gangen te kunnen nagaan. Ook dit wordt door Melville in kaart gebracht in haar roman. Maar verraad op een ander niveau kan veel pijnlijker zijn. Ella wordt daar het slachtoffer van; ze wordt gediscrimineerd op grond van haar te donkere huidskleur en krijgt niet de grote rol in een ballet waarvoor ze de capaciteiten heeft.

The Royal ballet. Foto @ John Ross

  
In deel 3 van de roman komt Ella na vele jaren terug naar Engeland, dat intussen enorm veranderd is door de vele vernieuwingsgolven op maatschappelijk gebied, maar ook op het gebied van de infrastructuur zoals de grote bouwwerken in vooral London en de toenemende economische liberatisatie in het hele land. De radicale groepen bestaan nog steeds maar nu is de islam de grote boosdoener in de ogen van de Europeanen. Wat tijd betreft zijn we al aan het einde van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw beland. Een aantal van de radicalen van enkele decennia daarvoor, hebben hun lot nu verbonden met een godsdienst en niet zozeer met een ideologie. Ook nu weer weet Melville het hele verhaal goed te dirigeren zodat er geen losse eindjes achterblijven. Mislukte bomaanslagen, het neerstorten van een vliegtuig van El Al op de flats in de Bijlmermeer in 1992 worden aangehaald, maar ook geheime diensten en verraad zorgen ervoor dat aanslagen vaak mislukken. 

Islam als boosdoener...

Heeft Pauline Melville een thriller geschreven? De echter liefhebbers van een dergelijk genre, zullen deze roman waarschijnlijk te langdradig vinden. Er zijn teveel uitwijdingen en details die in eerste instantie niet ter zake  zijn.Voor andere lezers die het boek oppakken heeft dit het boek juist een behoorlijke meerwaarde. Karakters worden uitgebreid besproken en de achtergronden plaatsen die in een veel groter kader dan een onderdeeltje uit een spannende thriller. Het heeft elementen van vele maatschappelijke problemen van de afgelopen 40 tot 50 jaar. Verschillende delen van de wereld worden erbij betrokken; van het Midden Oosten tot de Amerika’s, de Verenigde Staten en Europa. 

Jerry Egger  Pauline Melville: Eating Air. London: Telegram, 2010. ISBN 978-1-84659-081-8.

zondag 1 juli 2012

Inter Guianas Cultural Festival

Guyana
Het tweede Inter Guianas Cultural Festival wordt gehouden in Guyana van 23 – 26 augustus. Het thema is Celebrating our culture, bridging our friendship. De belangrijkste festivallokaties zijn het International Convention Center en het gloednieuwe New Craft Association Facility in Kingston, North Georgetown. Suriname, La Guyane en Guyana zullen het beste laten zien wat zij hebben op artistiek gebied. Film zal in vergelijking met het festival van vorig jaar, dat gehouden was in Paramaribo, een belangrijke plaats krijgen. Zowel La Guyane als Suriname zullen met een delegatie van 50 personen deelnemen aan het festival. Suriname heeft voor literatuur voor drie personen plaats in de delegatie. Sylvana Dankerlui, van Schrijversgroep ’77 coördineert dit onderdeel. Er komt onder andere een boekenstand. Over deelname in de vorm van storytelling en symposiumpresentatie wordt nog onderhandeld.

 Schrijvers die hun boeken willen laten exposeren en/of verkopen in de boekenstand, kunnen contact maken met Sylvana Dankerlui. (msdankerlui@gmail.com)

[Mededeling Schrijversgroep '77]

woensdag 15 februari 2012

Eerste solo-expo Shaundell Horton in Fort Nieuw Amsterdam

Op zondag 19 februari opent de eerste solo-expositie van beeldend kunstenaar Shaundell Horton in Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Tot en met 15 maart 2012 toont zij in Kruithuis 1778 onder de titel Ties een serie werken met als thema Verbondenheid.



Shaundell Horton staat aan het begin van haar carrière als beeldend kunstenaar. Zij studeerde in 2011 af aan de Nola Hatterman Art Academy. Dit deelt zij mee in een persbericht.

Thema
Met deze expositie wil Shaundell de bezoeker laten kennismaken met de werken die zij tijdens maar vooral na haar studie heeft gemaakt. Het thema 'Verbondenheid' speelt een belangrijke rol in het leven van Shaundell, en dan speciaal de verbondenheid met familie en met de plek waar zij vandaan komt: Linden in Guyana. Op achtjarige leeftijd komt Shaundell definitief naar Suriname, om in de jaren daarna een paar maal terug te gaan.

De verbondenheid gaat verder dan alleen de plaats van herkomst, het gaat Shaundell ook om het gedachtegoed, de normen en waarden van haar geboorteland. De stap om kunst te gaan studeren en de studie zelf hebben haar geholpen om helder te krijgen wat haar bezighield en waarom. Haar werken vormen als het ware een houvast aan iets dierbaars - de plaats en de mensen - die dreigen geheel te worden vergeten, door haar generatie en zeker ook de volgende generatie in Suriname.

Herkenning

Zij heeft met haar creatieve talent, dat zich al op jonge leeftijd openbaarde, en haar interesse voor werken van oude meesters nu al een eigen stijl ontwikkeld. Opvallend in haar werk is het gebruik van warme bruin- en okertinten en van collages, een techniek waarmee zij kennismaakte in de lessen van gastdocenten van de Rietveld Academie.

In de collages zijn, soms wat verborgen, fragmenten te herkennen die verwijzen naar het land waar zij geboren is. De mensfiguren in Shaundells werken maken ook nieuwsgierig, naar die plek en naar de mens in de kunstenaar. De bezoeker die zich mee laat nemen in haar werken en zich openstelt voor haar thema, ontmoet de kunstenaar en de mens Shaundell Horton, trots op waar zij vandaan komt en op waar zij nu leeft.

De expositie loopt van 20 februari t/m 15 maart 2011 en is te bezichtigen tijdens openingstijden van het Openluchtmuseum: ma t/m vr. van 9:00 – 17:00 uur, weekend en feestdagen van 10:00 – 18:00 uur. Shaundell is op 3 en 4 maart aanwezig op de expositie om met belangstellenden over haar werken te praten.

[uit Starnieuws, 15 februari 2012]