Posts tonen met het label Kempen Michiel van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kempen Michiel van. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2014

Rihana Jamaludin over de wording van De zwarte Lord

Rihana Jamaludin. Alle foto's © Michiel van Kempen

door Michiel van Kempen

Al in 1983 had Rihana Jamaludin het idee voor een roman die vanaf het begin de titel De zwarte Lord droeg. Zij speelde met de gedachte aan verschillende boeken, onder meer om een kinderboek te schrijven. Uiteindelijk pakte zij in 2002 het schrijfwerk weer op en zij smeedde de verschillende concepten aaneen tot de grote historische roman De zwarte Lord die, 525 pagina’s dik, in 2009 zou verschijnen.
Pagina uit het werkschrift
met schetsen van de
figuren van la Troupe

Dat vertelde de auteur op een werkcollege op vrijdag 8 mei j.l. in de reeks Caraïbische dromen aan de Universiteit van Amsterdam. Zij had een werkschrift/plakboek meegebracht aan de hand waarvan zij de wording van de roman illustreerde. Dat zij voorstellingen van 19de-eeuwse schrijvers/tekenaars als P.J. Benoît en Théodore Gray tot uitgangspunt nam voor bepaalde beschrijvingen in haar boek. Hoe zij zich trachtte voor te stellen welke kleding er in het midden van de 19de eeuw werd gedragen in Nederland en in Suriname en welke vlinders er in Zuid-Amerika rondvlogen. De geschiedenis van enkele Nederlandse gouvernantes die naar Suriname verhuisden om daar emplooi te zoeken, had zij bestudeerd. Hoe foto’s van gekleurde modellen haar hielpen zich een voorstelling te maken van het uiterlijke van bepaalde personen.

Het werkschrift bevat ingeplakte foto's van gekleurde modellen, zoals dit Molukse model

In het werkschrift staan ook verschillende eerste versies van fragmenten die later in de roman zijn terechtgekomen, bijvoorbeeld van de toneelteksten die in het tweede deel van het boek voorkomen en die een belangrijke rol spelen bij de theatergroep La Troupe die uit Frans Guyana is overgekomen naar Suriname.
Toneelfragment in het werkschrift

De schrijfster merkte op dat zij het gemakkelijker vond om zich te verplaatsen in een lichtgekleurde vrouw als ik-figuur dan in een slaaf – een ‘eis’ die bijvoorbeeld Egmond Codfried in zijn recensie had gesteld. Bovendien zou een roman geschreven vanuit het perspectief van een Nederlandse gouvernante de toegang voor een Nederlands publiek tot een verhaal over de nadagen van de slavernij gemakkelijker maken.


Uiteraard ging zij ook in op de altijd precaire verhouding tussen historische werkelijkheid en fictie. Een roman moet getrouw zijn aan de historische werkelijkheid, maar de auteur heeft de vrijheid om bepaalde zaken in te vullen of aan te vullen.


Dat deed Jamaludin door een toneelgroep uit Frans Guyana op te voeren, die onder invloed van Das Kapital van Karl Marx, kritische voorstellingen bracht op de theaterplanken in Paramaribo. Jamaludin stond daarbij voor ogen hoe het Doe-theater van Henk Tjon en Thea Doelwijt maatschappijkritische stukken bracht in de jaren ’70 en ’80. De Frans-Guyanese groep wordt dan ook geconfronteerd met vervolging of een rechtszaak. Open vraag natuurlijk of zo’n toneelgezelschap in 1848 überhaupt wel de kans zou hebben gekregen om kritisch theater op de planken van Thalia te presenteren.

Intensief lezen van romanfragmenten, rechts de schrijfster Rihana Jamaludin

zaterdag 10 mei 2014

Van Kempen over Helman en Rutgers over Beets

Lezingen Michiel van Kempen en Wim Rutgers

Studenten voor het Lala Rookhgebouw voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen


door Jerry Dewnarain

Op 23, 24 en 25 april 2014 organiseerde de sectie Nederlands van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) een workshop, waarbij prof. dr. Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam), prof. dr. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) en prof. dr. Koen Jaspaert (Katholieke Universiteit van Leuven) aanwezig waren. De workshop is bedoeld geweest als aanzet tot de Educatieve Master Nederlands. Dit artikel bespreekt in het kort de lezingen van  Michiel van Kempen en Wim Rutgers. Deze lezingen werden gehouden op 23 april in het Lala Rookh-gebouw.

Michiel van Kempen
Foto © W. Leeflang
Michiel van Kempens lezing ging over het algemeen over het leven en enkele werken van Albert Helman. Aan de hand van diverse verhaallijnen uit Helmans leven toont Van Kempen het belang dat Helman heeft gehad voor Suriname en het Caribisch gebied. Door middel van een powerpointpresentatie fietst de professor door het leven van Helman als een soort meester Furet van de Toverlantaarn. Hij werptvoor het publiek de vraag op of er een verband is tussen de Spaanse burgeroorlog en Suriname. Met deze hamvraag leidt Van Kempen immers zijn lezing in. Helman is op ongelooflijk veel plaatsen in de wereld aanwezig geweest waar de geschiedenis van twintigste eeuw plaatsvond. Van Kempen toont omslagen van zijn boeken zoals Zuid-Zuid-West en De stille plantage. Meerdere boeken worden belicht, die allemaal in het Letterkundig Museum in Den Haag zijn bewaard. Maar ook veel brieven zijn te vinden in het familiearchief. Helman correspondeerde heel veel met tijdschriften en kranten en wel op  luchtpostpapier.  In 1930 nam Helman afstand van het katholicisme. 

Het archief van Albert Helman dat zich bevindt
in het Letterkundig Museum
Foto © Michiel van Kempen
Vervolgens vertrok hij naar Spanje waar hij jarenlang heeft gewoond. Hij was er correspondent van verschillende kranten. In Spanje ontmoette hij onder andere de secretaresse van Lenin en Mussolini Angelica Balabanova. Zij heeft Helmans ogen geopend voor de enorme repressie die er was in de Sovjet Unie onder leiding van Lenin en later Stalin. De linkse westerse wereld wilde hiervan namelijk niets weten, want hier werd de utopie gemaakt. Dat was volgens hen immers de ideale maatschappij. Op gegeven moment brak de Spaanse Burgeroorlog uit in juli 1936. Het was een zeer wrede strijd tussen het goed georganiseerde leger van generaal Franco, gesteund door  de fascisten Mussolini en Hitler en de republikeinse regering, gesteund en uitgebuit door Stalin. Helman koos partij tegen Franco. Hij  heeft zelfs deelgenomen aan een veldtocht, maar een oorlogmens was Helman niet. Hij verleent al gauw zijn kennis aan het opzetten van propaganda. Hierbij leert hij de bekende schrijver George Orwell kennen die als vrijwilliger aan de oorlog meedeed  tegen het Franco-regime. Hij is een van de vele bekenden die Helman tegen is gekomen in zijn leven. Uit de politiek, de literatuur, de beeldende kunsten heeft Helman wereldwijd bekende mensen gekend. Dat maakt dus het leven van Helman zo rijk en interessant. Helman heeft zelfs een boek over deze Spaanse burgeroorlog geschreven, De sfinx van Spanje. Het is een  leesbaar boek en een van de weinige boeken waarbij iemand van zeer nabij verslag doet over de Spaanse Burgeroorlog. Dit is dus de link die Suriname (lees Helman) heeft met de Spaanse Burgeroorlog. Al met al heeft  Michiel van Kempen  met zijn lezing een mooi beeld gegeven van een Surinaamse schrijver die al heel vroeg een wereldburger was en zelfs ook een goede diplomaat.

Wim Rutgers tijdens zijn lezing
Foto © Michiel van Kempen
De lezing van Wim Rutgers ging over de negentiende-eeuwse  Nederlandse schrijver Nicolaas Beets (1814-1903). Zijn uitgangspunt  was hoe je  literaire werken over  culturen van andere continentene  kunt benaderen vanuit puur Europees  perspectief zoals  wetenschapper Edward W. Said laat zien (1935-2003) in zijn boek Culture and Imperialism waarin hij het perspectief van Europse  literaire werken over andere culturen en continenten laat zien vanuit het imperialisme.. Als eigen voorbeeld neemt Wim Rutgers de familie Kegge uit het boek Camera Obscura in het Europese perspectief van de afschaffing van de slavernij. Said pleit voor een vorm van ‘contrapuntal reading’ volgens Rutgers.  In 1840 was er al veel verzet tegen de slavernij als entiteit. De dominee Beets werd lid van de ‘Maatschappij ter bevordering van de afschaffing van de slavernij’. Zijn verzet tegen de afschaffing  van de slavernij komt nergens voor in de Nederlandse literatuur en Beets wordt zelfs geromantiseerd. Zijn werk krijgt het predicaat van domineespoëzie.  
Interessant is het dat Wim Rutgers in zijn lezing Nicolaas Beets verbindt met  Edward Said. We hopen dat veel studenten en leerkrachten erdoor aangezet zijn om het  werk van Said te gaan lezen en te zien dat er altijd verschillende gezichtspunten zijn van waaruit men kijkt naar periodes uit de geschiedenis.

IOL-studenten-Nederlands voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen





woensdag 7 mei 2014

College over en met Rihana Jamaludin

A.s. vrijdag 9 mei wordt een werkcollege gewijd aan de lijvige historische roman De zwarte Lord van Rihana Jamaludin. Dit gebeurt in de reeks colleges over Antilliaanse en Surinaamse literatuur Caraïbische dromen, van prof. Michiel van Kempen aan de Universiteit van Amsterdam. Van Kempen zal de inleiding van het college verzorgen en vervolgens in gesprek gaan met de schrijfster. Ook de studenten en andere belangstellenden krijgen ruim de gelegenheid met Rihana Jamaludin van gedachten te wisselen. Het college is publiek toegankelijk.

Datum: vrijdag 9 mei 2014, 13.00 tot 16.00 uur
Plaats: PC Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, zaal 4.04

dinsdag 6 mei 2014

Bevrijdingsdag in Amsterdam-Zuidoost

Bevrijdingsdag 5 mei werd ook in Amsterdam-Zuidoost gevierd. Helga Fredison maakte deze opnames.


Professorenonderonsje: Gloria Wekker en Michiel van Kempen
spreken na bij de lezing van Noaly Beyer over helman in de Tweede Wereldoorlog

Gloria Wekker en Helga Fredison




Fra Fra Sound


maandag 28 april 2014

Lezing Van Kempen over Albert Helman op Curaçao

De Algemene Faculteit van de Universiteit van Curaçao (UoC) organiseert een lezing met als titel:

"Een indiaan op het eiland; de Surinamer Albert Helman en de
culturele wording van Curaçao."

Spreker: prof. dr. Michiel van Kempen, buitengewoon hoogleraar Caribische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam en gastdocent aan de masteropleidingen talen van de Algemene Faculteit

Van Kempen richt zich vooral op de naoorlogse jaren. Deze jaren vormden voor de Caribische delen van het Koninkrijk een roerige tijd, met nieuwe ideeën over politieke en culturele zelfstandigheid. Helman speelde daarin een actieve rol. Maar hoe ging dat nu exact in zijn werk als het ging om de Antillen en met name Curaçao? Met wie had hij contact, wat dacht hij over de mensen en hun ideeën? Zelf had hij maar liefst drie coups meegemaakt en actief deelgenomen aan het verzet tegen onderdrukkers in verschillende landen. Hoe beïnvloedde hem dat en wat gaf hij daarvan mee aan de Curaçaoënaars?
Prof.dr. Michiel van Kempen
.

Datum : maandag 28 april 2014
Tijd : 20.00 uur
Plaats : Aula A, UoC
Voertaal : Nederlands
Toegang : gratis

Decaan Algemene Faculteit, University of Curaçao
drs. D. Manuel-Eliza


dinsdag 1 april 2014

Achter de ogen van Derek Walcott

Foto © Bert Nienhuis


door Michiel van Kempen

Derek Walcott leest een fragment uit zijn poëzie voor. Hij is close-up in beeld. Het gaat over zijn moeder en als het fragment ten einde is legt hij abrupt zijn boek neer, zijn ogen staan vol tranen en hij kijkt naar de camera en de crew die de opname maakt en hij zegt, betrapt, gedesoriënteerd, dat ze hem in de val hebben gelokt. Opeens is de grumpy old man uiterst kwetsbaar geworden. In de zaal bij de Nederlandse première afgelopen zondag van Ida Does’ filmdocumentaire over de grote Caraïbische dichter, kon je een speld horen vallen. Derek Walcott: dichterbij kon je niet komen.

Walcott in het midden en geheel rechts de Ierse dichter Seamus Heaney.
Walcott: '"There are too many white men here!"
Het is het mooiste moment uit Poetry is an Island. Het is een met liefde gemaakte film, intens, aandachtig in beeld gebracht door cameraman Ingmar Maduro. Al vrij vroeg wordt de essentie van de persoon Walcott naar voren gebracht: je ziet zijn altijd aandachtige, spiedende blauwe ogen maar je weet niet wat er zich achter die blauwe diepte afspeelt. We krijgen er alleen maar een afschaduwing van te zien in de schittering en de kracht van zijn poëzie. ‘We waren hier op Saint Lucia in de donkerte, en Derek Walcott heeft ons met zijn poëzie opeens in het volle licht getrokken,’ zegt een jeugdvriend. Zelf spreekt Derek Walcott alleen in grote gebaren over de troost die zijn poëzie kan geven. Alleen aan het einde schiet hij opeens in vuur, wanneer hij het heeft over de lamlendigheid van het eilandbestuur dat Rat Island voor de kust niet heeft willen ontwikkelen tot een kunstenaarsparadijsje, een lokale kwestie zoals die zich in alle kleine gemeenschappen voordoet. Maar over zijn persoonlijke leven zwijgt hij. Poetry is an Island heeft Ida Does een indrukwekkend filmportret afgeleverd.
Cameraman Ingmar Maduro aan het werk op Saint Lucia
We krijgen het wel in beeld, maar via de getuigenissen van de mensen in zijn omgeving: eilandbewoners, jeugdvrienden, schrijvers, acteurs met wie hij werkte, zijn voormalige assistente, zijn zoon, zijn partner Sigrid Nama, zijn onlangs overleden vriend en eveneens Nobelprijswinnaar Seamus Heaney die zichzelf uit respect voor Walcott low-profile houdt – erg teder is dat voor een andere reus in de internationale poëzie. Dat cirkelen om de man die Saint Lucia op de kaart der volkeren zette, levert een mooie compositie op: een ieder levert zijn deel van de informatie, van de bewondering, van de kenschets, en in het middelpunt rijst de dichter van Saint Lucia met de ondoordringbaar blauwe, diepliggende ogen op. Met Poetry is an Island heeft Ida Does een indrukwekkend filmportret afgeleverd.

Poetry is an Island: Derek Walcott wordt op 10 april vertoond bij de NTR.

Na de Nederlandse première in het Bijlmerparktheater zondag 30 maart. In lichtblauw regisseuse Ida Does met links naast haar echtgenoot Henry Does en rechts van haar in kostuum met stropdas zoon en editor Camille Does. Rechts naast hem Antoine de Kom die herinneringen ophaalde aan het bezoek dat Walcott in 2008 aan Amsterdam bracht op verzoek van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Rechts van De Kom presentatrice Paulette Smit en violist Yannick Hiwat. Tweede van links Bijmerparktheaterdirecteur Erneste Comvalius.



zondag 30 maart 2014

Ashetu in Paramaribo

door Klaas de Groot

Vanuit de tuin van het guesthouse Downtown Oasis, aan de Jessurunstraat,  heeft men goed zicht op een zijgevel van de Hendrikschool. De shutters van de lokalen staan meestal open, in afwachting van een verfrissend briesje. In de school liggen voetstappen van zeer veel Surinamers die hun sporen verdiend hebben in de geschiedenis van het land. De dichter Bernardo Ashetu is er één van. Misschien heeft hij in één van de lokalen wel gezien wat hij in de opening van het gedicht  ’t Schoolbord beschrijft:

’t Schoolbord
werd groter en kleiner
werd bijna een cirkel
werd uit zijn rechthoekige
benauwenis gerukt.
[…]
Deze zin geeft een treffend voorbeeld van een ontregelende blik op de wereld. Een blik die Ashetu maakte tot de bijzondere dichter die hij is geworden. Dat ik zong heet de bloemlezing waarin het gedicht is opgenomen.

De voordeur van de school is aan de Henck Arronstraat , ex-Gravenstraat. Waar vroeger de schoolkinderen alle ruimte hadden, staat het nu vol auto’s. Welke kant liep Ashetu op, in de tijd dat hij alleen nog voluit Hendrik George van Ommeren heette? In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw.

Foto © Ridi Klinkhamer


Vaak zal hij de Waterkant opgezocht hebben. Het water van de Surinamerivier en schepen die daar voeren, moeten hem, die later marconist werd, aangetrokken hebben. Een makkelijke route loopt door de Mr. J.C. de Mirandastraat. Dan was en ben je snel bij de rivier. Of hij ging door de Watermolenstraat, richting De Waag en de Platte Brug. Een brug die nu met recht plat heet, nu de Wijdenboschbrug, in de volksmond de Bosjebrug genoemd,  in de verte opbolt. Wie die laatste straat  richting rivier uitloopt, komt bij De Waag. Daar heeft men ‘s avonds helder zicht op de lichtjes aan de Commewijnekant, bij Meerzorg. Een uitzicht dat Johan van de Walle in 1942 lyrisch maakte. In zijn boek Een oog boven Paramaribo schrijft de laatste over het betoverend schijnsel van de maan op het water: ‘Nooit zal ik dat ogenblik vergeten. Als met miljoenen kleine lampjes begon die grote, zacht vloeiende rivier te schitteren en te fonkelen. Zelfs de overzijde van het brede water werd zichtbaar en het leek wel of de wazige bomen aan de overkant niet op het land maar in een geheimzinnig moeras stonden dat zich eindeloos ver uitstrekte.’  Van de Walle ziet dit vanuit de Saramaccastraat. Dus vlakbij de Platte Brug. In 1942 was Ashetu / Van Ommeren dertien jaar en in de buurt.
Was het deze brug die Ashetu ‘zag’ toen hij het schitterende gedicht ‘Wacht lang’ schreef. Het staat in Dat ik zong en in Dat ik je liefheb (2011).

Kleed je aan
en wacht bij de brug.
Wacht lang.
Wacht tot de eerste ster opkomt.
Dit huis zal leeg zijn
en de hele straat zal leeg zijn.
Roep m’n naam
en houd rekening met een kleine
beweging in de modder langs de
gracht en wacht tot ’t licht
van alle sterren de hemel mooi
en bedwelmend heeft gemaakt.
Wacht op me bij de brug.
Wacht lang.

Foto © Klaas de Groot

De marconist Van Ommeren heeft Paramaribo lang geleden verlaten maar de dichter Ashetu niet. Wie vanaf één van de bastions van Fort Zeelandia naar de rivierbocht achter het fort kijkt, met het oog van de dichter, ziet daar een schip liggen. Het is de Aldebaran. Waarschijnlijk genoemd naar de rode ster met dezelfde naam. In het gedicht speelt dus de kleur rood een rol. De kleur die zo vaak in de gedichten van Ashetu voorkomt. Net zoals de roos. Een bloem die de kleur rood oproept, terwijl het woord roos vlak naast het woord rood ligt. Een woordenspel dat ook typerend is voor deze dichter. Het schip ligt in golvend, wiegelend water dat grote aantrekkingskracht heeft.

De ‘Aldebaran’

Pitha roffel

roffel
om de zeilen

want het schip
ligt
voor de hoek
vol
golvend water

met een roos-
neen
en wiegeling
in een
grote magneet.


Dit gedicht staat alleen in het bundeltje Marcel en andere gedichten, dat in 2002 te Paramaribo verscheen bij uitgeverij Okopipi. Het werd net zoals Dat ik  je liefheb samengesteld door Michiel van Kempen. Het boekje is een krachtig bewijs dat Ashetu aanwezig is in Paramaribo. Begin maart 2014 staan er op de poëzieplank van Boekhandel Vaco in de Domineestraat nog twee exemplaren. Ze zijn inmiddels verkocht. Daarvoor in de plaats is Dat ik je liefheb achtergelaten in een tweedehands boekwinkeltje op het Kerkplein, niet ver van de Hendrikschool.

dinsdag 25 maart 2014

Onthulling muurgedicht Derek Walcott in Den Haag groot succes

 Het gedicht met ervoor de sprekers, v.l.n.r. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur, dan met pet Ida Does, maakster van de film over Walcott Poetry is an Island, Kim Emmanuel, secretary van de High Commissioner voor Saint Lucia, Mathias Voges, Gevolmachtigd Minister van Sint Maarten, dan Ernest Hilaire, High Commissioner van Saint Lucia, Ruth van Rossum van de Stichting ArchipelpoëZie, Perry Geerlings, directeur van het kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten, en Joost Dekker, ontwerper van de letter waarin het gedicht is gezet. Foto © Herman Schartman. 

Vrijdagmiddag 21 maart 2014 onthulde de Stichting ArchipelpoëZie het zesde muurgedicht in de Haagse Archipelbuurt. Het is te zien op de zijmuur van het Rijksmonument Javastraat 4.  Midsummer, Tobago werd geschreven door de Caraïbische dichter Derek Walcott. Walcott ontving in 1992 de Nobelprijs voor Literatuur. Hij woont op Saint Lucia.

De gedichtenmuur is uitgevoerd in de nieuwe letter Diamant van ontwerper Joost Dekker.  Dekker ontwierp de letter tijdens een periode in Antwerpen. Naast elegante ronde lijnen toont de letter ook ‘diamant-achtige’ scherpere vormen.

Hilaire en Voges. Foto © Herman Schartman

De onthulling werd verricht door Zijne Excellentie de High Commissioner for Saint Lucia in The United Kingdom, dr. Ernest Hilaire, en door Zijne Excellentie de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten, de heer Mathias S. Voges. Zij lieten een grote schildering van de vlag van Saint Lucia (een markant blauw, geel en zwart patroon) zakken, waardoor het gedicht in zijn geheel zichtbaar werd.

Ook Marc Prins, directeur van Stadsdeel Centrum van de Gemeente Den Haag, woonde de feestelijkheden bij. Er waren korte toespraken van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands Caraïbische Letteren; van filmmaakster Ida Does, die de documentaire Poetry is an Island: Derek Walcott maakte; en van Joost Dekker, typograaf en ontwerper van de Diamant.

Michiel van Kempen. Foto © Herman Schartman
Walcott, zei Van Kempen, heeft het vermogen om onbevangen als een kind naar dingen te kijken – en om wat hij dan ziet in prachtige taal weer te geven. De High Commissioner vertelde hoe Walcott met zijn taal de Caraïbische sfeer als geen ander weet op te roepen en noemde Walcott één van de grootste levende dichters ter wereld.

’s Ochtends regende het onophoudelijk maar naarmate het tijdstip van de onthulling naderde trokken regen en bewolking weg en verscheen de zon, zodat de vele gasten het muurgedicht in stralend licht konden aanschouwen. Precies zoals de Stichting beoogt werd ook deze onthulling een moment voor ontmoetingen – van omwonenden, buurtgenoten, stadgenoten, en cultuurliefhebbers.

Dit jaar wil de Stichting ArchipelpoëZie nog drie muurgedichten aanbrengen.


Ida Does tijdens haar toespraak. Foto © Herman Schartman


Over de Stichting ArchipelpoëZie

De Stichting ArchipelpoëZie heeft tot doel de Archipelbuurt en daarmee Den Haag te verfraaien door op blinde muren poëzie te tonen. Hiermee levert zij een bijdrage aan de leefbaarheid, culturele beleving en uitstraling van buurt en stad. Tevens streeft zij ernaar de binding in de buurt versterken, door een gezamenlijk project te hebben dat duurzaam zichtbaar is. Als rode draad voor de muurgedichten is gekozen voor ‘De Verwondering’. We willen graag dat de gedichten een moment van verstilling, van rust en ruimte bieden – een adempauze, korte reflectie, een vraag, of een nieuw gezichtspunt, zodat de passant als het ware nieuwe lucht inademt en verblijd, verrast of geraakt zijn weg vervolgt. Niet alleen het gedicht en zijn schrijver, maar ook de letter en zijn ontwerper staan centraal in dit project. Een mooie letter is een kunstwerk op zich, vindt de Stichting. De Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) Den Haag heeft een rijk verleden in het opleiden van letterontwerpers en veel ervan behoren tot de wereldtop. Op de gedichtenmuren zal uiteindelijk een bloemlezing van deze typografen te zien zijn. Het totale ontwerp van het project is in handen van De Ontwerpvloot.
Meer informatie over de stichting vindt u op de website www.archipelpoezie.nl



zaterdag 22 maart 2014

Walcott-gedicht onthuld


Gisteren, op Wereldpoëziedag, vrijdag 21 maart 2014, is op een hoekgevel van het Alexanderplein en de Javastraat in Den Haag het gedicht 'Midsummer, Tobago' onthuld, op initiatief van de Stichting ArchipelpoëZie. Op de foto het gedicht met ervoor de sprekers, v.l.n.r. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur, dan met pet Ida Does, maakster van de film over Walcott Poetry is an Island, Kim Emmanuel, secretary van de High Commissioner voor Saint Lucia, Mathias Voges, Gevolmachtigd Minister van Sint Maarten, dan Ernest Hilaire, High Commissioner van Saint Lucia, Ruth van Rossum van de Stichting ArchipelpoëZie, en geheel rechts Joost Dekker, ontwerper van de letter waarin het gedicht is gezet. Foto @ Lisa van Tongeren.

woensdag 19 maart 2014

Gedicht Walcott onthuld in Den Haag/Poem by Walcott unveiled in The Hague

Derek Walcott in 2008
Photo © Bert Nienhuis
De Stichting ArchipelpoëZie onthult a.s. vrijdag, 21 maart 2014, een gedicht van Derek Walcott op de gevel hoek Javastraat/Alexanderplein in Den Haag. Foundation ArchipelpoëZie unveiles a poem by Derek Walcott, on Friday 21 March 2014, on the corner of Javastraat/Alexanderpleijn in The Hague

Enkele hoofdlijnen van het programma.
Some focal points of the program.

16:00 Inloop, muziek/  Guests start arriving, music
       
16:30 Start officiële deel/ Start of the official part

 Opening / welcome speech: Ruth van Rossum, voorzitter Stichting ArchipelpoëZie / chairwoman of Archipel Poetry Foundation 

 Short speeches by:
 Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren, UvA  / professor by special appointment for Dutch-Carribean Literature, University of Amsterdam about Derek Walcott’s visit to The Netherlands for the first Cola Debrot-lecture

Ida Does, filmmaakster, maakster van de documentaire Poetry Is An Island: Derek Walcott / film maker, maker of the documentary Poetry Is An Island: Derek Walcott 

Joost Dekker, ontwerper van de letter Diamant waarin het gedicht is uitgevoerd / designer and typographer of the new letter Diamant, used for the wall poem about typography and the design of the Diamant

Marc Prins, directeur van Stadsdeel Centrum, gemeente Den Haag / Director of the City of The Hague Central District

Onthulling / unveiling ceremony:
-   His Excellency Dr. Ernest Hilaire, High Commissioner for Saint Lucia to the United Kingdom
 -   De Gevolmachtigde Minister van St. Maarten, ZE M.S. Voges / The Minister Plenipotentiary of Sint Maarten, His Excellency Mr. Mathias Voges                       

17:05  Borrel, vervolg muziek/ Drinks, music

18:00  Einde bijeenkomst/ End of festivities





Dit is het gedicht van Derek Walcott dat zal worden onthuld/This is Walcott’s poem to be unveiled:


Midsummer, Tobago

Broad sun-stoned beaches.

White heat.
A green river.

A bridge,
scorched yellow palms

from the summer-sleeping house
drowsing through August.

Days I have held,
days I have lost,

days that outgrow, like daughters,
my harbouring arms. 


Tobago. Foto © Michiel van Kempen



Ida Does: A Brief Interview with Repeating Islands

Derek Walcott and Ida Does in Cap Estate, Saint Lucia. Photo © Rebecca Roos

by Ivette Romero

Film director Ida Does was born in Suriname, and is of French, Chinese, and Dutch-Creole descent. She has worked as a journalist, researcher, writer, and documentary filmmaker for the past two decades and resides in Aruba and the Netherlands. She studied documentary filmmaking at the Media Academy in Hilversum and the Binger Film Institute in Amsterdam. After working at a broadcast company for five years, she went on to become an independent filmmaker and producer in 2007. Does has directed two award-winning documentaries about prominent, national figures of Suriname–freedom fighter Anton de Kom—Peace, Memories of Anton de Kom—and poet Trefossa (Henri Frans de Ziel)—Trefossa: I Am Not I. [See previous posts Forthcoming Film: Derek Walcott, Poetry is an Island and Film: Contributions Needed for “Poetry is an Island, Derek Walcott”.]

Does’ motto is a beautiful line by Leo Lionni: “From time to time, from the endless flow of our mental imagery, there emerges unexpectedly something that, vague though it may be, seems to carry the promise of a form, a meaning, and, more important, an irresistible poetic charge.” Here we ask her a few questions about her work, her sources of inspiration, and the poetic language of her films.

Repeating Islands (RI/IR): I love Leo Lionni’s thoughts on inspiration and creativity, which you have chosen as a motto; based on what he calls that “unexpectedly something,” What inspired you to create films on Trefossa, Anton de Kom, and Derek Walcott? Would you say that there is a quality that the three men shared that led you to this work?
Ida Does (ID): Yes, isn’t it just a wonderful motto? I’m a big fan of Lionni and his children’s book about Frederick, the mouse. I have read it to my children, and now read it to my grandchildren. As a matter of fact, I recently gave this book to Derek Walcott for his 84thBirthday. The way that Lionni describes what it means to be a poet, and the value it holds for the community is as simple as it is true. I love that simple, seemingly effortless way of telling stories. I very much relate to that approach in my own work.
If you ask me about my main films and the people they portray, one can only see the similarities afterwards; I didn’t plan it, it just happened that way. Looking back there definitely is a quality which these men share: They are all Caribbean pioneers! Trefossa was the first poet to publish a book in the lingua franca of my birth country Suriname, in 1957.  His poetry is extraordinary and meaningful, not only for the poetry itself, but also for the emancipation of our language and our collective self-esteem. Anton de Kom was the first black writer of Suriname who studied our colonial history and published a book We slaves of Suriname in 1934. His life was tragic, being banned from Suriname for his progressive views, then arrested by Nazis in the Netherlands, to later die in a Nazi concentration camp in Germany. And then of course Derek Walcott, the first colored Caribbean writer to win the Nobel Prize for Literature.
My inspiration to make films about these men might be explained by my fascination with history. I have a special relationship with the past, I want to touch it remember it, while I still can. I am always mindful of the passing nature of things, and I have a strong commitment to hold on to these people’s legacy, to tell the story of the contribution they made to our continuity as a group. They helped to define us, younger generations growing up in colonial en post colonial times. It fascinates me how some people find ways to rise above everything with their work and lives, and make such a difference in many people’s lives. People who possess this elusive blend of passion, character, talent, and courage.  By making these films I hope to preserve these individuals’ historical impact for other generations. Especially in the Caribbean context, where a lot of stories are still untold, unknown, hidden.

Derek Walcott in 2008. Foto © Bert Nienhuis

RI/IR: How does your background and lived experience shine through in your subject choices and your films as finished product?
ID: Being a child of the Caribbean myself, I am naturally attracted to stories from the region that feels most like home. My personal story is one of separation. I left my birth country when I was a young girl, and years later I had to leave it again as a young teacher and mother, after the brutal murders by the military regime in 1982. Since then, I have never returned to Suriname, and had to find a way to deal with that sense of separation and homesickness. I found this when I moved to Aruba. This is my country of (re)birth, a place that has stolen my heart, and that of my family. So, your question is not easy to answer. I suppose you could say that I am deeply in love with the Caribbean, its history, its diverse people, its languages, the diaspora, the longing, and the complexity of our identities. I feel ‘in body’ when I connect to artists and storytellers, scientists, who are, like me, looking for ways to discover our own narrative.

RI/IR: I was struck by the photo of Walcott on the first page of site for Poetry is an Island: Derek Walcott and the statement that explains that the documentary presents “an intimate portrait of the St Lucian Nobel laureate for literature set in his beloved native island.” How does a sense of “place” play a role in this documentary (and, perhaps, others you have directed)?
ID: Derek Walcott’s life is long and rich. This ‘fortunate traveler’ has indeed traveled the world and led an international life. The fact that he always remained closely connected with St. Lucia, the island he was born, intrigued me. From the very start I knew that I wanted to film Derek there… in St. Lucia, because I expected (and hoped) to meet him ‘at ease’ in the place that he loved so much. I was curious to film the St. Lucian landscape and to visit the villages that I had read about in Derek Walcott’s work. I wanted to feel and smell St. Lucia in the same palpable way that I experience Walcott’s poetry. Coming closer to Derek Walcott—to me—was to discover St. Lucia and the interaction between the man and the island. And then…meeting with the people that he writes about, the places he describes, the valleys that he portrays; it was so much more than a geographical discovery. When I was there, it felt like I could literally touch Derek’s work, the heart of it.  Which is what the film is all about. So, yes, the sense of ‘place’ is key in this film. I could have chosen to follow Derek on his journeys, or interview people around the globe about him and his work, but instead, I tried to zoom in and capture what I felt intuitively was the very essence of Derek Walcott. To me… that is.

Derek Walcott and his partner Sigrid Nama, in 2008, just before Walcott gave
 the forst Cola Debrot-lecture in Amsterdam. Photo © Bert Nienhuis


RI/IR: How was the reception/reaction of the general public and Walcott himself to Poetry is an Island?
ID: It was so wonderful. We have had several screenings and Derek Walcott was present at the World Premiere in Port of Spain (at the Trinidad &Tobago Film Festival) and at the Gala Event in St. Lucia during this year’s Nobel Laureate Week. He commented in public in Port of Spain (https://vimeo.com/75951373 ) and after the screening in St. Lucia he told me that he enjoyed it even more, watching it for the second time. Of course that is tremendously rewarding and I appreciated that he had never ever made demands to see the film before it was finished.  Based on the responses after the screenings, the emails that I received from people and all the comments and sweet hugs afterwards, I think people like the film. I look forward to more reviews coming out this year, I’d be curious to see how critics receive the film. On our Facebook page and via our website we receive requests to come to all kind of places around the world, so it’s still very exciting. Documentary Channel from Dutch television is enthusiastic about it, and they will screen it on national Dutch television. So yes, there is more to come, for sure.

Prof. Michiel van Kempen introducing Derek Walcott, lecturing in Amsterdam in 2008.
Next to Walcott is the chair of the meeting, prof. Joyce Goggin  Photo © Bert Nienhuis


RI/IR: As an artist, how do you express your own personal “poetic language” through the process of filmmaking?  Is this revealed in your selection of visual imagery and setting, dialogue, the type of research, or other choices you make as a director?
ID: This is an ongoing process. When we are filming on set, I am like a sponge… my senses are wide open to everything that is happening around me. I am fully present in the moment, fully focused on the energy that’s in the space and the details that are metaphors’ or could become metaphors at some point. By the time we turn on the camera and start the actual filming, I will have read and researched a lot. Often, I have to actively force myself to stop reading and researching, because I need to go into another mindset, when filming. I have to let things emerge…I place my faith in the moment and in reality. I love the phrase ‘romance of discovery’, that’s how I feel when filming. I only feel that I succeed as a filmmaker when my work touches people, on an emotional level, by what happens, emerges, arises. Most of the time it’s not explicit, and that means that I always look for a pace and small things of daily life that we all can relate to. In my choices of imagery, I have to trust my sense of being open to the unexpected and, here’s Lionni again, I just learn to follow ‘the promise of a form, a meaning and the irresistible poetic charge’. It is my goal to tell an honest and authentic story. Always. In doing that, I don’t try to ‘control’ the story, but I train myself to keep the eye of the poet.

For more on Ida Does, see her information at www.idadoes.nl

[from Repeating Islands, March 14th 2014]

Actors Felix Burleson and Paulette Smit play a scene from Walcott's theatre work. At the table
 from  left Sigrid Nama, Carel de Haseth, Els van der Plas and Derek Walcott.
 Photo © Bert Nienhuis



dinsdag 11 maart 2014

Libèrta Rosario over Guillermo Rosario

A.s. vrijdag 14 maart spreekt Libèrta Rosario over haar vader, de Curaçaose dichter, schrijver journalist en sporter Guillermo Rosario (1917-2003). Zij doet dit in de reeks colleges over Antilliaanse en Surinaamse literatuur Caraïbische dromen, van prof. Michiel van Kempen aan de Universiteit van Amsterdam. Van Kempen zal de inleiding van het college verzorgen. Libèrta Rosario verzorgde in 2013 de Nederlandse vertaling van Guillermo Rosario's Papiamentu roman E Rais ku no ke muri, die zij de titel Onsterfelijk meegaf, en voorzag van een biografische inleiding. Het college is publiek toegankelijk.

Datum: vrijdag 14 maart 2014, 13.00 tot 16.00 uur
Plaats: PC Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, zaal 4.04

zaterdag 8 maart 2014

Johanna Schouten-Elsenhout - Uma/Vrouw

 Uma


Noti no hei so
Lek' a sten
D' e bari
In' dyugudyugu f' a dei

A sten moi
A krakti
A n' abi farsi
Wins' tranga winti
E seiri èn kon

Uma i hei
Y' e brenki
I n' e kanti
A mindri strei
F' aladei

[Sranan]



 
Kotomissie, ca. 1910. Foto van Augusta Curiel, SSM.

Vrouw


Niets is zo verheven
Als die stem
Die roept
In de drukte van de dag

Die stem is mooi
Zij is krachtig
Zij bezit geen valsheid
Ook als de sterke wind
Haar aan doet zeilen

Vrouw je bent verheven
Je schittert
Je geeft niet op
Te midden der strijd
Van alledag

[Uit Spiegel van de Surinaamse poëzie, 1995, vertaling: Michiel van Kempen]



maandag 3 maart 2014

Vlieg terug naar Afrika

Henk Vos - Vliegende man (brons)

door Hilde Neus

De meest indrukwekkende versie die ik ooit las van de slaaf die terugvliegt naar Afrika, is in de roman De hemelvaart van Solomon van de zwarte Amerikaanse auteur Toni Morrison. Het is het verhaal van Macon Dead, wiens zoon beweert dat zijn opa Solomon kon vliegen en als een adelaar weggezeild is naar Afrika. Het is jammer dat dit verhaal niet is opgenomen in De slaaf vliegt weg (samenstelling Lucia Nankoe & Jules Rijssen). Maar ook de vermelding van het motief in het verhaal over Tata Colin van Ruud Mungroo zou hier niet hebben misstaan. Dit motief van de titel van de bundel komt verder voor als afbeelding van Elis Juliana, met een kleine verklaring erbij. De kern wordt gevormd door lezingen, gepresenteerd op het internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Waar en wanneer deze bijeenkomst werd gehouden staat in een noot vermeld; in de Muiderkerk in 2009. De centrale vraag is of en welke historische romans een rol spelen in de beeldvorming over het slavernijverleden. En hoe ze doorwerken in de hedendaagse discussies en in de persoonlijke beleving van de nazaten. De samenstellers proberen deze vragen in de inleiding te beantwoorden. Ze slagen daar maar deels in, omdat er veel voorbeelden aangehaald worden die allerlei kunstvormen bevatten, maar geen historische romans zijn. Het artikel van Suzanne Diop, ‘Het Eerste Internationaal Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars’ (pp. 29-33) is zo’n voorbeeld dat niet over historische romans gaat. (Kijk ook naar het onterechte gebruik van hoofdletters in de titel!)

Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel. Dan is de opname van veel stukken in de bundel, zoals de verhouding tussen etnische groepen getoond in de film Wan Pipel, wel verantwoord. Er zijn natuurlijk allerlei gevoelige zaken die uitvloeiselen zijn van de slavernij, en zodra die gevisualiseerd worden heb je ook een bepaalde vorm van beeldvorming.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd

De inhoud van de bundel werkt dus vervreemdend omdat je van de auteur, zelf literatuurwetenschapper, een andere insteek zou verwachten. En zeker als dan blijkt dat er allerlei stukken zijn opgenomen die niet op het symposium voorbij zijn gekomen, terwijl de bijdrage van M. van Kempen, die er wel bij was, vanwege een tekort aan beschikbare redactionele ruimte is teruggetrokken. Dan roept dit vragen op.
Bij zo een titel en inleiding waren mijn verwachtingen anders. Dat neemt niet weg dat de stukken bijna allemaal iets met de slavernij te maken hebben, maar het gevaar is dat de lezer met zo een gevarieerde waaier aan informatie toch blijft zitten met vragen over de context. Je kunt die dan op internet opzoeken, maar is dat de bedoeling van de bundel? Al in het eerste stuk, van Nankoe zelf (‘Reverence’) heeft ze het binnen vier pagina’s over Toussaint Louverture, Edwi[d]ge Danticat, de kunstenaar Basquiat, de zanger Maxwell en de Neville Brothers, auteur Simone Schwartz-Bart en de kunstenaar Frankétienne. Alles wordt even aangestipt en daardoor mist het stuk diepgang.

Cynthia Mc Leod vraagt zich in haar bijdrage af of het aan te bevelen is dat de lezer zich een beeld vormt van de geschiedenis via historische romans. Daar wil ze zich, ondanks de geweldige verkoopcijfers van bijvoorbeeld Hoe duur was de suiker?, niet over uitlaten. ‘Dat zou de uitkomst van het symposium moeten zijn’, is haar mening.

Ik denk dat een symposium over dit onderwerp ook geen uitsluitsel kan geven, daarvoor is het onderwerp te breed en te gecompliceerd. Wel is duidelijk dat historie in vele vormen verwerkt kan worden, letterlijk en figuurlijk. In literatuur, schilderijen, beelden, poëzie en zang, alle denkbare kunstvormen. En door over de slavernij na te denken en die uit te drukken in kunst, kunnen de nazaten van de slaven tevens aan een stukje rouwverwerking doen. En de nazaten van de slavenhouders kunnen zich plaatsvervangend schamen na zich verwonderd te hebben over de verschrikkingen die in die tijd plaats hebben gevonden. Eenieder doet dat op zijn eigen manier. Dat blijkt wél duidelijk uit de inhoud van deze bundel. Met bijdragen van onder meer Anil Ramdas, Rudy Bedacht, Remy Jungerman en Rihana Jamaludin, om maar wat Surinaamse auteurs in deze bundel te noemen.

Lucia Nankoe & Jules Rijssen (samenstelling): De slaaf vliegt weg. Beeldvorming over slavernij in de kunsten. Arnhem: LM Publishers, 2013. ISBN 978-94-6022-274-0

donderdag 27 februari 2014

Biografen geven college over Anton de Kom

Alice Boots en Rob Woortman. Foto © Michiel van Kempen

Alice Boots en Rob Woortman, de biografen van Anton de Kom, geven op vrijdag 28 februari een college aan de Universiteit van Amsterdam over Anton de Kom. Hun omvangrijke biografie verscheen in 2009 en kreeg in de pers een bijzonder goed onthaal. In 2010 werden het biografenechtpaar bekroond voor hun werk met de E. du Perronprijs. De rechten van de biografie zijn inmiddels verkocht voor verfilming van het levensverhaal van De Kom.

Het college is publiek toegankelijk en vindt plaats in de collegereeks Caraïbische Dromen en wordt ingeleid door prof. Michiel van Kempen. Het vindt plaats in het PC Hoofthuis, Spuistraat 138 te Amsterdam, in zaal 4.04 (4de verdieping) en begint om 13.00 uur. De toegang voor belangstellenden is gratis en vooraf aan melden hoeft niet.