Laudatio
uitgesproken door promotor professor Alex van Stipriaan Luïscius, bij de
promotie van Sylvia Marie Kortram tot doctor aan de Erasmus Universiteit
Rotterdam op 16 januari 2014.
Zeer
geleerde doctor Kortram, beste Sylvia,
Ik wil je
uit de grond van mijn hart gelukwensen met het behalen van deze titel. En mag
ik daar meteen twee andere mensen bij betrekken. Namelijk in de eerste plaats
je zoon Erlend, die waarschijnlijk nooit meer los komt van het beeld van een
moeder die vergroeid is met haar computer, en van wie ik zeker weet dat hij
onbeschrijfelijk trots op je is. En terecht natuurlijk! Hij is de enige die
echt kan beoordelen hoeveel tijd en energie je in dit onderzoek hebt gestoken.
Hij had vast best wel eens vaker met jou op de bank een spannende film willen
bekijken als jij weer boven zat te studeren, maar hij zal ook gezien hebben
hoeveel plezier jij bij jou studies had, hoeveel plezier je dat heeft gegeven.

De andere
persoon die hier genoemd moet worden en aan wie deze dag ook een beetje is
opgedragen, is dr. Inge Boer die helaas in 2004, alweer bijna tien jaar
geleden, is overleden. Haar stimulerende kracht heeft er mede voor gezorgd dat
jij vandaag hier staat, en daar wil ik haar graag postuum voor bedanken. Ik ben
blij dat ik haar ook nog even heb mogen meemaken, ik vond haar een zeer warme
en zeer enthousiasmerende vrouw.
Sylvia, in
je voorwoord van je boek bedank je een groot aantal mensen die jou in de loop
van je leven en zeker in de bijna twee decennia van je promotieonderzoek op
enigerlei wijze hebben gesteund. Dat is ook terecht. Maar, laat ik jou nu eens
bedanken voor je enorme kracht en doorzettingsvermogen en passie en niet te
vergeten, je optimisme en je niet aflatende wetenschappelijke nieuwsgierigheid.
Want die zijn de ware motor van dit hele project geweest en die tekenen jou ook
als mens. Daardoor ligt er nu een boek dat nog veel belangrijker is dan jouw doctorstitel.
Dat klinkt misschien onaardig, maar zo bedoel ik het niet. De doctorstitel is
de beloning voor je intellect en voor al die eigenschappen die ik net opnoemde,
en je zult de titel ook zeker maatschappelijk kunnen inzetten, maar dat is toch
vooral iets voor jou als persoon. Daarentegen is het resultaat van je
onderzoek, dit boek Meer dan arts alleen iets dat zal beklijven voor een
grotere groep mensen en wat betekenis zal krijgen voor een grotere groep
mensen. Het geeft inzicht in een heel bijzondere Surinaamse vrouw, dat heeft
iedereen aan deze tafel ook gezegd, en haar veelzijdige werk. Het geeft inzicht
in de Surinaamse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw, en het
geeft inzicht in sociale processen op het snijvlak van gender, etniciteit,
klasse en cultuur in laat-koloniale samenlevingen meer in het algemeen. En
bovenal toont het hoe een mens in een
complexe mix van agent of change en status quo, en dit geval nog koloniale
status quo, haar eigen weg bewandelt en daarmee een rolmodel wordt voor
velen. Ik denk niet, Sylvia, dat de
straat waar jij nu woont ooit naar jou vernoemd zal worden, zoals dat met
Sophie Redmond wel is gebeurd, maar ik denk wél dat jij en je werk óók als
rolmodel voor een aantal mensen zal gaan fungeren.

En daarmee
raak ik aan een ander aspect van je onderzoek, namelijk de verwevenheid van
jouzelf, en collega Oonk die had er eigenlijk al even over, met je onderwerp,
jouw verwevenheid met Sophie Redmond. Ook jij bent nu dokter, al spel je dat
woord net iets anders. Maar de gelijkenis gaat nog veel verder. Voordat je ooit
van Sophie Redmond had gehoord, behalve dan als straatnaam, stond voor jou vast
dat jouw toekomst in de gezondheidszorg zou gaan liggen. Nadat jij je
mulodiploma had behaald, meldde je je als, ik denk als, 17- of 18-jarig meisje
bij het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo voor een opleiding als
leerling-verpleegkundige. En die zou je vast ook hebben afgerond als niet in
die jaren een groot deel van de Surinaamse bevolking, waaronder ook jouw familie,
verhuisde naar Nederland. Ik geloof dat jij zelf daar niet zo heel erg zat te
wachten op zo’n verhuizing maar, zoals dat in het Surinaams-Nederlands wordt
genoemd, je moeder die toen al in Nederland zat, je moeder “liet je halen” en
daarmee was je deel geworden van de geheel eigen, autonome dynamiek die massale
migratie kan genereren.
 |
Promotor en nieuwe doctor, met haar paranimfen gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte |
In Nederland
wilde je vervolgens gewoon doorgaan waar je gebleven was in je
verpleegstersopleiding, maar dat accepteerde het ziekenhuis hier niet. Je moest
terug naar af, wat opleiding betreft. En dat was je net iets teveel en je ging
werken. Maar toen je een heel aantal jaren later sociale wetenschappen ging
studeren, koos je daarbinnen toch weer voor de richting gezondheidsstudies. En
toen je nog veel later consulent werd bij de Sociale Dienst werd jouw
specialiteit opnieuw klanten met kwesties rond gezondheid, zowel lichamelijk
als geestelijk. Het willen werken aan de gezondheid van je medemens is dus een
element dat je altijd met Sophie Redmond hebt gedeeld.
Daarnaast
was Sophie Redmond iemand die een enorm doorzettingsvermogen had en nooit bij
de pakken is gaan neerzitten. En als dat voor nog iemand geldt dan geldt het
zeker voor jou, Sylvia. Ik heb altijd versteld gestaan van jouw enorme
innerlijke kracht. En die kracht die Jij en Sophie delen heeft jullie ook
allebei het vertrouwen gegeven dat je je eigen weg kunt gaan. Sophie Redmond
deed dat binnen de laat-koloniale Surinaamse samenleving, jij deed dat, niet
alleen door stug door te gaan op je zelfgekozen studiepad, maar ook
bijvoorbeeld door de vele reizen die je over de hele wereld hebt gemaakt. Één
voorbeeld daarvan: als nog heel jonge zwarte vrouw reisde jij in de jaren
zeventig in je eentje en met niet veel geld op zak, een half jaar door de
Verenigde Staten. Ook door het toen nog tamelijk racistische Zuiden. Maar je
kwam er glimlachend doorheen, zelfs al moest je zo nu en dan eens bij het Leger
des heils logeren.

Ik denk dat
hoe meer jij de mens Sophie Redmond bestudeerde, hoe meer ze ook een voorbeeld
voor je is geworden. Sterker nog, ze kwam ook echt in je leven. Ik hoop dat je
het niet erg vindt dat ik dit vertel, maar dat voorval is te mooi om niet met
de mensen hier te delen. Op een gegeven moment, vlak voordat je naar Suriname
zou gaan om een aantal mensen te gaan interviewen en om het oude huis van
Sophie Redmond te gaan bezoeken waar je nog nooit geweest was, had je weer eens
een hele lange vrije dag opgenomen en doorgebracht in het archief in Den Haag
op zoek naar informatie over Sophie Redmonds leven. En toen je ’s avond doodmoe
was gaan slapen in je eigen huis, verscheen Sophie Redmond in je droom, staand
op een balkon van een typisch Surinaams houten huis. En Sophie Redmond zei te
jou: “ga door, en als je iets en niet weet dan moet je het vragen.” Toen je
enkele weken later voor het eerst in Suriname Sophie Redmonds huis ook in
werkelijkheid zag, herkende je meteen het balkon wat in je droom was
verschenen. En toen je vlak daarop Sophie’s weduwnaar interviewde en van hem
een foto kreeg, stond Sophie daar precies in die hoek op dat balkon, zoals jij
haar in je droom had gezien. Voor degenen die weten hoe belangrijk dromen zijn
in de Afro-Surinaamse cultuur toont dit nog meer nabijheid van Sophie in
Sylvia, in jouw leven.
Sylvia, ik
kan nog heel lang doorgaan, dat zal ik hier niet doen. Je moet nu gaan genieten
van wat je hebt bereikt en ik weet dat je daarna weer energiek verder zult
gaan. En je hebt ons al een voorproefje gegeven, van nog twee biografieën die
je wilt gaan schrijven, en die je dan ook nog eens gaat combineren met de
biografie over Sophie Redmond.
Ik wil nog
één vergelijking maken tussen jou en Sophie Redmond. Een vergelijking die niét
opgaat, of niet helemaal. Jouw proefschrift begint met een gedicht uit Aurora
dat kort na het overlijden van Sophie werd gepubliceerd. Het zou mooi zijn
geweest als ze die ode bij haar leven had gehoord. Daarom heb ik het laatste
deel van die ode genomen, heb ik geparafraseerd in mijn eigen broko broko
Sranan, en draag ik dat nu aan je voor:
Krioro datra Sylvia
Yu fesi wi syi dya
Na disi foto
ete langa ten moro
Bika yu
stuka doro sjoro
Dati yu
exempel langa langa mag tan
Leki wan
staar na hemel gi Holland nanga Sranan
Foto's: Jonathan Hoost