Posts tonen met het label Inheemsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Inheemsen. Alle posts tonen

maandag 19 mei 2014

APS opent Inheems restaurant


Indianen aan de kokerij. Gravure van Thédore de Bry

Bij het centrum van de Amazone Partij Suriname (APS) aan de President Da Costalaan is een inheems restaurant 'Knabbel & Babbel' geopend. De politieke partij meldt dat het publiek dagelijks onder het genot van een traditioneel Inheems hapje en drankje over de politiek kan discussiëren of gewoon lekker chillen.

Het secretariaat van APS is op 3 mei op traditionele wijze geopend. Deze partij gaat voor de tweede keer deelnemen aan de parlementsverkiezingen, na een stilstand van tien jaar. “Wij willen medezeggenschap bij het vormen van besluiten. Alleen als je in de coalitie zit, kun je dat doen", zei voorzitter René Artist bij ingebruikname van het secretariaat. 
Pepre watra met cassavebrood


De uitbater van 'Knabbel & Babbel', Suzanne Muller, die tevens hoofdbestuurslid is van de partij, kan alle informatie verschaffen over de doelstellingen van APS. Eén van de voornaamste doelen van de partij is om de Inheemse gemeenschappen een beter vooruitzicht te bieden door zelfwerkzaamheid en geloof in eigen kunnen, zegt de APS.

[van Starnieuws, 18 mei 2014]


donderdag 8 mei 2014

Een indiaanse vertelling

Zesde klassers van de school in een inheems dorp aan de rivier maakten kennis met het verhaal ‘Toewie en Kroemoe’ uit de bundel Indiaanse vertellingen van Cirino. Het verhaal staat hieronder.

Het slot is dat de jongen, Kroemoe, een grote aasgier blijkt te zijn en dat het meisje, Toewie, door hem meegenomen wordt de lucht in. Hoog aan de hemel wordt zij een stralende ster. Dit past in het beeld van de inheemse cultuur der Amerika’s: de eenheid van het heelal en de wereld met sterren, maan, zon, mensen, dieren en planten. Vanuit dit eenheidsbeeld kan alles ook in elkaar opgaan. En dat vinden we terug in veel inheemse verhalen, in Suriname en in alle andere Amerikaanse landen waar inheemsen wonen. De leerlingen van deze zesde klas waren geboeid door het verhaal en beeldden het uit. Het beeld van eenheid kennen ze niet, alleen een christelijk mens- en wereldbeeld. Zij en ook hun juf betreuren dat. In Frans-Guyana hebben de leerlingen in inheemse dorpen les in de eigen cultuur, gewoon een schoolvak!!!

Toeiwe en Kroemoe

In het dorp Pierrekondre woonde een mooi meisje. Toewie heette ze. Ze was slank en haar huid was roodbruin. Ze droeg haar haar in twee stevige vlechten over haar schouders.
Wanneer de cassave-oogst goed was geweest, werd overal in het dorp feest gevierd. Dit om de geest die voor de kostgrondjes zorgde, gunstig te stemmen en om van hem gedaan te krijgen dat hij de volgende oogst weer goed zou laten zijn. Bij zo’n feest dansten mannen en vrouwen in een groot rond kamp. Ze dansten in het rond, twee aan twee, achter elkaar. De piaimannen zaten naast elkaar op een bank hun kalebasrammelaars te draaien. Toewie en haar vriendinnen woonden zulke feesten vaak bij.

Op een dag waren de ouders van Toewie naar hun kostgrond gegaan. Het meisje was alleen thuis. Ze zat katoen te spinnen. Terwijl ze spon, neuriede ze een lied, toen ze plotseling een jonge man voor zich zag staan. De jonge indiaan was mooi uitgedost en in zijn rechterhand hield hij zijn pijl en boog. Hij keek Toewie diep in haar ogen. Ze bloosde en was een beetje bang van de vreemde jongeling. ‘Wil je met mij gaan hengelen?’ vroeg hij. ‘Wie ben je en wat kom je doen?’ vroeg zij op haar beurt. Ik heet Kroemoe en kom van ver’, vertelde de jonge man. ‘Ik heet Toewie’, zei ze, ‘maar ik kan niet met je gaan hengelen, want ik mag niet met een vreemde uitgaan.’

Even plotseling als Kroemoe gekomen was, net zo snel was hij verdwenen. Toewie bleef alleen met haar gedachten. Ze vond Kroemoe wel aardig en ze wilde de ontmoeting aan haar ouders vertellen als ze thuiskwamen. Maar toen ze thuisgekomen waren, zweeg Toewie. Ze had besloten de vreemde ontmoeting als een geheim voor zichzelf te bewaren.

Een paar dagen later ging Toewie naar de kreek om water te halen en daar stond Kroemoe ineens weer voor haar. Dat gebeurde vaker. Als Toewie alleen was, kwam Kroemoe, en Toewie vond het gezellig als hij er was.

Op een keer zaten ze samen aan de waterkant. In een boom vlakbij waren een paar aasgieren bezig zich met uitgespreide vleugels in de zon te verwarmen. Toewie wilde de vogels met steentjes bekogelen, maar Kroemoe bezwoer haar dit nooit te doen. Dat zou ongeluk brengen. Hij zei haar ook nooit zijn naam te noemen als de aasgieren in de buurt waren. ‘Je mag nooit Kroemoe zeggen, hoor’, zei hij, ‘want dat zal ook ongeluk brengen.’

Eigenlijk wilde Toewie aan Kroemoe vragen waarom dat niet mocht en op een dag zei ze: ‘Zeg, Kroe...’ en ze schrok, ‘bijna had ik me versproken. Maar zeg me, waarom mag ik je naam niet noemen. ‘Dat is de wet van mijn volk’, zei Kroemoe ernstig, ‘meer kan ik je niet vertellen.’ ‘O, Kroemoe’, riep Toewie ineens. Toen vlogen de stinkvogels in de boom vlakbij met veel lawaai op en Kroemoe veranderde in een aasgier met een rode kop en zwart-witte vleugels, een tingi-fowru-granman, een koningsgier.

Voordat Toewie bekomen was van de schrik, greep de vogel haar vast. ‘Je kent mijn geheim’, zei hij, ‘ik moet je meenemen. Ik ben het opperhoofd der stinkvogels.’ En hoe Toewie zich ook verzette en hoe hard ze schreeuwde, de grote vogel nam haar mee de lucht in.
‘We zullen afscheid nemen van je ouders en je dorp’, zei hij en hij streek met het meisje neer op een grote tak van een boom vlak bij haar dorp. De dorpelingen stroomden toe met pijl en boog, maar de vogel hield het huilende meisje als een schild voor zich.

Toen vloog Kroemoe op, hoger en hoger. De vogel en het meisje werden en stip, steeds kleiner tot ze niet meer te zien waren. En de indiaanse geestenleer zegt dat Toewie iedere avond als een schitterende ster aan de hemel wenkt naar haar familieleden op aarde. Dus als je op een avond een extra schitterende ster aan de hemel ziet, wie weet is het Toewie!

(uit Cirino: Indiaanse vertellingen, deel 1. Paramaribo: Bolivar editions, 1977 en 2000. Herdrukt in: Het meisje met de vogels en andere indiaanse verhalen. Voor de leerlingen van de O.S. Kwamalasamutu. Stichting PCOS, in het kader van het project ‘Change for Children’, december 2010. ISBN 978 99914 56 06 5

Inheemsen van Bigi Poika op de centrale markt in Paramaribo.
Foto © Michiel van Kempen



zaterdag 12 april 2014

Kwik in Suriname

Suriname ligt nog niet echt wakker van het sluipende gevaar van kwikgebruik. De gevolgen van het massale gebruik bij het winnen van goud lijken nog niet echt doorgedrongen. Hier en daar wordt al verslag gedaan van vergiftiging van individuen. Maar ook hele leefgemeenschappen worden bedreigd.
..
 

..
Deel 2..

 

zondag 30 maart 2014

Amazone-stam ziet voor 't eerst vliegtuig


Eens in de paar jaar duiken er beelden op die de verbeelding tarten. Zo ook vandaag. Beelden van een Amazone-stam die zo afgelegen woont dat er onlangs voor het eerst beelden van zijn gemaakt. De foto's laten zien dat de leden van de stam nog nooit een vliegtuig hebben gezien.

De foto's zijn gemaakt op 25 maart, vlakbij de grens met Peru. In de streek is veel illegale houtkap. Organisaties die opkomen voor de rechten van lokale stammen zijn bezorgd dat de oprukking van de westerse samenleving het voortbestaan van de leefwijze van de stammen in gevaar brengt. © reuters

[van DeMorgen.be, 30 maart 2014]

dinsdag 18 maart 2014

Dansen met voorouders in de Laurenskerk op het Winti Bal Masqué

Groepsportret. Foto © Ari Versluis

Met een wervelende show en ruim 700 bezoekers is de eerste editie van het Winti Bal Masqué in de Laurenskerk een daverend succes te noemen. Het Winti Bal Masqué is hét interculturele festival waarin de Surinaamse en Nederlandse cultuur samen zijn gekomen voor een feestelijk Winti dansritueel. Voor velen betekende dit een geweldige introductie tot de natuurreligie ‘Winti’. Voor anderen werden er  vertrouwde rituelen uitgevoerd, omlijst door Venetiaanse kostuums en beeldende kunst. De avond werd gepresenteerd door Wintipriesteres Marian Markelo en de kleurrijke DJ Chantelle, het alter ego van beeldend kunstenaar Boris van Berkum.

Foto © Floor van Dongen

De eerste editie van het Winti Bal Masqué verwelkomde ruim 700 aanwezigen, naast de voorouders en de goden die meedansten en zich met de aanwezige stervelingen vermaakten. Want zoals dat gaat op een goed Winti dansritueel bestaat de scheiding tussen de mensenwereld en de geesten- en godenwereld niet meer.

Met de voordracht door historicus Alex van Stipriaan werd er stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden dat 150 jaar geleden plaatsvond. Van Stipriaan schetste een beeld van het Rotterdam ten tijde van de slavernij.

Foto © Floor van Dongen

Op de avond bracht de culturele vereniging van Inheemse Indianen Wajonong een serie indrukwekkende krachtgebeden en liederen ten gehore. En werd er door het publiek uit volle borst meegezongen met het strijdlied de Keti Koti Song: 'Keti Koti, Ik ben niet te koop.'

Foto © Floor van Dongen

Hoogtepunt van het feest was de onthulling van de ruim acht meter hoge ‘Mama Aisa XXXL’ sculptuur door wethouder Korrie Louwes. ‘Mama Aisa XXXL’, oftewel moeder aarde, droeg een prachtige ‘koto’ (traditionele Surinaamse klederdracht) gemaakt door Mirjam Carels en de Krachtvrouwen uit Rotterdam-West. Theatergroep Untold voerde de première van de maskerdans uit ter ere van de slangengod ‘Papa Winti’.

Mama Aisa XXXL en het Papa Winti-masker zijn gecreëerd door kunstenaar Boris van Berkum die een selectie maskers uit het Afrika Museum scande in 3D. De verkregen data waren de basis voor een nieuwe kunstcollectie die vanaf nu in het hedendaagse leven een actieve rol zal spelen in het Winti dansritueel. Het ‘Winti Bal Masqué’ is de start en een mijlpaal voor – wat Marian Markelo noemt - de Afrikaanse Renaissance in het Winti-geloof.

Foto © Floor van Dongen

Foto © Floor van Dongen
Met het verassende gastoptreden van carnavalsvereniging Elegance was ook de pracht en praal van de Antilliaanse cultuur aanwezig op het Bal Masqué. De kleurrijk uitgedoste gasten konden op de foto bij fotograaf Ari Versluis. Versluis maakte tevens een groepsfoto van de artiesten en de best geklede bezoekers.

Willy Djaoen. Foto © Floor van Dongen


Het was een feest om te zien dat alle aanwezigen goed hun best hadden gedaan om zich volgens de dresscode: Wonderful Winti, Afro Futurisme en Venetian Chique te kostumeren. Er viel dan ook wat te winnen: De Best Dressed Guest kreeg een reischeque overhandigd ter waarde van vijfhonderd euro. De jury, bestaande uit Annemarie de Wildt – conservator van het Amsterdam Museum, Winti-specialist Fred Fitz James en Ari Versluis kozen de gelukkige winnaar: de heer Willy Djaoen met zijn schitterende Yin Yang kostuum.



Het beste uit de Surinaamse, Afrikaanse, Antilliaanse en West-Europese cultuur kwam deze avond samen. Op Facebook wordt er al volop gespeculeerd over een vervolg in 2015. De organisatie laat weten alles op alles te zetten om dit ‘feest der verbroedering’ een vaste plaats te geven in onze Nederlandse cultuur.

Foto © Floor van Dongen


Datum: 15 maart 2014
Locatie: Laurenskerk Rotterdam
Website: www.ikbenniettekoop.nl
Mede mogelijk gemaakt door: Mondriaan Fonds, Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, Prins Bernhard Cultuurfonds, SNS Reaal Fonds, Gemeente Rotterdam en Stichting Bevordering van Volkskracht, Amsterdam Museum, Afrika Museum.
Foto credits: Ari Versluis
Organisatie: ABAN Foundation















zaterdag 22 februari 2014

John Wladimir Elskamp - Strafoe

Het volgend verhaal is weer een “Lolitaverhaal” (Nabakov, ie sab’ ete toch?). deze is zelfs “erger” dan Pandra Beries. Je moet echter weten dat liefde liefde is; het laat zich niet ketenen en zeker ook niet berekenen. Liefde is geen wiskunde of scheikunde en zeker geen natuurkunde; liefde laat zich niet in formules omzetten. Het gebeurt gewoon dat je iemand ontmoet en het verraderlijk hart begint sneller te kloppen....leeftijd speelt hier geen rol.



Ik zat op het bankje voor mijn huis te Abrabroki, toen een inheemse dame met een jongen op mij afkwam en mij bij mijn naam riep, terwijl zij mij als een oude bekende groette. Ik keek haar een paar seconden aan en toen kwam de herinnering als in een flits.
"Strafoe?", vroeg ik
"Je kent me nog"
Wij begonnen elkaar innig te omhelzen terwijl het jongetje er maar gelaten bij stond.
"Jouw zoon?" vroeg ik later toen wij elkaar losgelaten hadden.
"Daarover ben ik komen praten."

Even later zaten wij binnen en ik had ook kennis met Maurice gemaakt. Wij dronken lekkere stroop; ik had altijd stroop in een ijskan, voor het geval ik bezoek kreeg. Imelda had mij iets te vertellen. Maurice was niet alleen haar zoon, hij was ook míjn zoon. Het kon kloppen, maar laat mij eerst vertellen hoe ik dit meisje ontmoette en wat er jaren daarvoor was gebeurd.

Ik woonde toen niet op Abrabroki, maar op Ondrobon. Het erf was redelijk groot en mijn huis was het vijfde huis op links. Ik hield ervan om voorop te staan als de scholen uitgingen, want ik schijnde schoolmeisjes. Tegen twaalven stond ik op, baadde, at en ging vervolgens mij strategisch voorop opstellen.  Ik was twintig en zat op het IOL, waar ik scheikunde studeerde. Het was een avondcursus en ik nam overdag mijn kiek. Elke dag passeerde een piepjong meisje met haar lagereschooluniform. In die tijd was het uniform nog niet 'uniform'; zij trok een soort van blueblack korte jurk aan, met daaronder een geruite blouse. Ondanks haar jonge leeftijd had zij mooi gevormde benen en haar voorgevel vertoonde een zekere 'topografie'. Ik probeerde altijd oogcontact met haar te maken, maar zij ontweek mijn blikken handig. Later probeerde ik het met standaardzinnetjes als;"Dag lieve dame", "Hallo mooie dame", "Goedemiddag schoonheid". Maar zij deed alsof zij doof was en vervolgde haar gang. Het noodlot hielp mij een handje. Terwijl ik haar de bewuste middag al van een afstand zag aankomen, zag ik ook hoe een onverlaat haar tas trok en er vandoor ging. Hij maakte de fout om in mijn richting te komen. Een handige judogreep en wat opdoffers maakten een einde aan zijn kortstondige vlucht.
"Hier is jouw tas terug, ik vraag mij af wat deze idioten bezielt om de tas van een schoolmeisje te trekken"
"Dank je. Mijn busgeld zit erin. Anders zou ik tot naar Zorg en Hoop moeten lopen."
Terwijl wij wachtten op de politie, maakte ik kennis met Imelda. Zij was van het dorp Sipaliwini, heel dicht bij de Braziliaanse grens en ging in de stad naar school, omdat haar vader het beter achtte. Zij bleef in het internaat aan de Commewijnestraat, tegenover Oase. Toen ik voorstelde haar later op de brom naar huis te brengen wilde zij niet, omdat zij bang was om op een bromfiets te zitten, maar ik liet haar beloven dat zij op een zondag zou komen om bromfiets te leren rijden. Toen ik haar naar haar leeftijd vroeg, verraste zij mij doordat zij pas elf jaar was. Zij zag er als vijftien uit. Ik was verbaasd. Maar als je a hebt gezegd, moet je ook b zeggen. Vanafdien stopte zij even om een praatje te maken en soms bracht ik haar naar de bus. Een enkele keer kocht ik een vleesbroodje en een soft voor haar. Ik maakte vaker het grapje dat zij een goedgevormd lichaam had, maar dat ik 'strafoe' riskeerde als ik seks met haar had. Zij lachte alleen maar en verklaarde dat zij al gevoelens op dat gebied had en het niet erg zou vinden indien ik 'het' met haar deed. Zo kreeg zij de bijnaam van 'strafoe', zodat ik mijzelf eraan kon herinneren wat mijn lot zou zijn indien ik seks met Imelda had.  Af en toe wees zij mij seksboekjes, vertellende dat de meisjes op het internaat veel ouder waren en 'het' al deden, enkelen werden zogenaamd door hun 'oom' op de vrijdag opgehaald en zondag weer netjes afgeleverd; de goedgelovige zusters van het internaat dachten dan dat hun pupillen het weekend bij familie doorbrachten. Het waren ook die meisjes die clandestien de sexboekjes binnen brachten en die rouleerden. Het leek wel alsof die aan niets anders dachten. Imelda gaf toe dat als zij naar de boekjes keek, zij een soort van 'krasigevoel' van binnen kreeg en naar een manspersoon verlangde. Via de oudere meisjes had zij het 'vingeren' geleerd en deed het vaker als de lichten uitgingen. Maar zij voelde dat er 'wat' ontbrak. Misschien dat zij een echte man nodig had? Daarbij keek zij mij zo lief en onschuldig aan dat het koud zweet mij uitbrak. Het was een regelrechte uitnodiging seks met haar te hebben, maar vooralsnog hield ik mezelf onder controle.

Tijdens de grote vakantie ging mijn moeder met haar reisclub naar Curaçao, de leden hadden bijkans een jaar gespaard en fundraisingsaktiviteiten gehouden. Verder zou een zusterorganisatie op het eiland de verblijfskosten dekken, waardoor het gezelschap bijkans een maand zou kunnen vertoeven. Aangezien mijn vader een jaar daarvoor met een Guyanese deern was gaan wonen, zou ik het rijkelijk alleen hebben; ik bezat geen broertjes en zusjes, alleen een oudere zus, maar die was al getrouwd en het huis uit. Ondertussen kwam Strafoe elke zondag leren bromrijden. Zij kwam meestal tegen twee uur in de middag en wij reden dan naar Paramaribo Noord, waar zij in de rustige straten voorzichtig, door mij gecoacht, leerde bromrijden. Ik mocht zeggen dat zij er aanleg voor had, op gegeven moment nam zij de 'achten' - een reeks van rechtse bochten, gevolgd door linkse -  feilloos. Zij genoot ook ervan als het duidelijk te voelen was dat ik een erectie kreeg als ik achter haar zat. Zij drukte zich expres tegen mij aan. Ondanks haar jonge leeftijd wist zij instinctief dat mijn weerstand en 'bezwaren' met de dag minder werden.
De dag na het vertrek van ma kwam Strafoe met haar reiskoffer. Ik had haar geld gegeven en zij was met de taxi gekomen. De zusters dachten dat zij naar haar dorp ging. Zij hield van Hindostaans eten en ik had masala kip gemaakt met boulanger en gele pesie als ondersteuning. Imelda at met smaak de dhal-bhat-bhatha op. Zij had een niemendalletje van een short van 'borstrokkenstof' aan en een okselmouw truitje. Voor een elfjarige had zij reeds goedontwikkelde borsten, een pracht van een voorgevel. Toen wij klaar waren met eten, ruimde zij spontaan op en waste vaat. Ik mocht niet meehelpen.
"Ga maar baden en liggen" commandeerde zij.
Ik gehoorzaamde.

Nadat ik een tijdje op bed lag, ventilator strategisch aangezet, stopte het vaatwassen en kwam Strafoe even de kamer in om haar baddoek en een directoire te halen, waarna zij ook een bad ging nemen in de badkamergroep achterop. Later kwam zij de kamer binnen met alleen een stukje textiel dat een slipje moest voorstellen.
"Mag ik bij je komen liggen?" vroeg zij.
Het mocht.

Tegen het einde van de vakantie ging Strafoe weer mooi naar het internaat. Trots liep zij naar de poort, toen ik haar dichtbij afzette. Zij was geen meisje meer, zij was een vrouw nu. Thans had ze ook wat aan de anderen te vertellen. Het was een leuke  tijd geweest, Imelda en ik als man en vrouw. Het meisje leek in het geheel geen elf jaar, zij had het lichaam van een vijftienjarige. Bij haar ontmaagding had zij even een kik gemaakt, maar voor de rest had zij genoten en was zelf bij haar eerste keer al klaar gekomen. Ook had zij niet zoveel gebloed als ik gedacht zou hebben. Bij de tweede keer ging het al beter en bij de derde keer leek het alsof wij het al jaren deden. Strafoe had veel van mij geleerd, maar ook ik had het een en ander van het inheems meisje geleerd. Instinctief wist zij de juiste handelingen te plegen of de juiste houdingen aan te nemen. Het leek wel genetisch in haar vastgelegd. Het viel hard haar terug naar het internaat te brengen, maar mijn moeder kon anytime terugkeren en ook de school zou beginnen. Ik voelde mij leeg toen ik Imelda die zondag, voor de school zou beginnen, wegbracht op mijn brom.

De volgende dag, maandag, de eerste schooldag poseerde ik mij weer voor de poort. Ik had die morgen een brief vanuit Curaçao gekregen dat mijn moeder pas over een week zou komen, dus konden Strafoe en ik nog 'wat' doen voor ma terugkeerde. Die middag verscheen zij niet. Ook de volgende dag niet. En de dag daarop. En de dag dagen daarop. In feite zag ik haar pas weer toen ik voor mijn deur op Abrabroki stond en zij met haar zoon aankwam.

Imelda vertelde mij wat er toen gebeurd was. Toen zij die bewuste zondag bij het internaat aankwam, wachtten haar vader en de hoofdsoeur haar op. Hij had haar gezegd dat hij haar die vakantie niet zou komen halen, maar had toch tegen het einde van deze periode een boro kunnen nemen met een vlucht van de hoofdkapitein, waardoor hij alsnog zijn dochter met een bezoek kon verrassen. Een verrassing was het wel, toen bleek dat zij bij het begin van de vakantieperiode 'naar haar dorp' was vertrokken. Strafoe zweeg als het graf, alle bedreigingen ten spijt en liet niets los over haar doen en laten. De teleurgestelde vader haalde haar toen van het internaat af en bracht haar terug naar het dorp. Na een bepaalde tijd werd het overduidelijk dat zij zwanger was. Weer zweeg zij als het graf en gaf geen antwoord op de door haar vader en het dorpshoofd gestelde vragen. Ook bij de openbare zweepslagen en de mieren bleven haar kaken stijf. Er zat niets anders op dan dat haar ouders dat moesten accepteren, vooral de vader was teleurgesteld; hij had zulke grote plannen voor Imelda gehad. Tien jaar daarna was Imelda in de stad komen wonen, zij bleef bij een tante, en het had haar een jaar gekost om achter mijn verblijfplaats te komen.

(Vandaag aan de dag is mijn huis een stukje gezelliger. Ma is er niet meer, maar ik heb niet meer dat knagende eenzame gevoel. Maurice was elf toen hij hier kwam wonen, nu is hij twintig en heeft twee zusjes bij. En Strafoe is alweer zwanger!)

Zwangere vrouw met haar kinderen te Galibi. Deze vrouw heeft uiteraard niets te
maken met het fictionele relaas van Elskamp. Foto @ National Geographic Nederland



vrijdag 27 december 2013

Kerstpakketten voor Inheemse dorpen

Districtscommissaris Armand Jurel overhandigde de eerste pakketten in het Kabalebo-ressort. Foto: Bureau Volkscontacten


door Rose-Marie Maître

Paramaribo - Seniorenburgers in verschillende Inheemse dorpen hebben kerstpakketten ontvangen via het Bureau Volkscontacten van het Kabinet van de President. “Er zijn drieduizend driehonderd achtentachtig pakketten uitgedeeld”, zegt Henry Leter van de afdeling Indiaanse zaken van het bureau in gesprek met de Ware Tijd.

In de dorpen Section, Washabo, Apoera en Sand Landing zijn de afgelopen drie dagen zevenhonderd pakketten uitgedeeld door het districtscommissariaat van het Kabalebo ressort. Niet alleen senioren burgers maar ook minderbedeelde gezinnen hebben een pakket ontvangen.
Het verdelen van de kerstpakketten is woensdag beëindigd in het dorp Apoera, ressort Kabalebo. Volgens het bureau kunnen personen die goederen hebben gekregen op deze manier ook een prettige kerst beleven.

[uit de Ware Tijd, 26/12/2013]


vrijdag 20 december 2013

Grootste landzoogdier van de afgelopen decennia ontdekt

Waarschijnlijk de grootste zoölogische ontdekking van de 21ste eeuw, is aangekondigd door wetenschappers, met de bekendmaking van de ontdekking van een nieuwe tapir (bofru) in de Amazone. De tapir kreeg de wetenschappelijke naam Tapirus kabomani naar de naam voor ‘tapir’ in de lokale taal van de Inheemse stam Paumari: ‘arabo kabomani’. De gangbare naam zal Kobomani tapir zijn en is de vijfde in zijn soort die in de wereld ontdekt is sinds 1865, toen de eerste tapirs door de wetenschap beschreven werden. Het is het grootste landzoogdier dat sinds decennia ontdekt is.




Door de lokale Karitiana-stam wordt het de ‘kleine zwarte tapir’ genoemd. Het werd vaak gerapporteerd als ‘een andere soort tapir’. De wetenschappelijke wereld heeft hier geen aandacht aan besteed omdat lokale kennis niet gewaardeerd werd en de mening leefde dat de stammen de wetenschappelijke indeling niet begrepen. In de beginfase van de ontdekking werd genetisch materiaal afgenomen van de tapirexemplaren die de lokale stammen brachten. Ondanks de sterke gelijkenis met andere tapirsoorten bleven de lokale jagers keer op keer dezelfde soort meebrengen, en wisten precies de soort te onderscheiden van andere soorten. Verbazingwekkend is dat Theodore Roosevelt in 1912, nadat hij zijn functie als president van Amerika had neergelegd en zijn jachtgeweer had opgepakt, al een exemplaar had geschoten tijdens zijn reis door de Amazone. Dit staat nog steeds in het Natural History Museum in New York. Toen noemde de lokale jagers het al een apart type tapir.
Een Karitiana-vrouw bereidt voedsel

Het Amazonegebied en de Guyana Shield-regio staan onder grote druk van intense landschapsaanpassingen, met ontbossing en de groei van het aantal mensen in de regio. Het gebied is kwetsbaarder voor klimaatsopwarming en wordt gezien als een belangrijke plaats van biodiversiteit. Door de grote hoeveelheid diersoorten is de Amazone en het Guyana Shield een bron van nieuwe diersoorten die uitwaaieren over Zuid-Amerika. Grote projecten waarbij wegen worden aangelegd dwars door het gebied zorgen voor een grotere druk en tasten in een versnellend tempo het gebied aan. Nu de nieuwe tapirsoort zich bekendgemaakt heeft aan het wereldpubliek, zien onderzoekers en natuurbeschermers de weg voor zich die genomen moet worden om de diersoort te beschermen. In het vervolgonderzoek moet er bepaald worden wat de eigenlijke verspreiding en voorkomen is van de tapirsoort. Wetenschappers vermoeden dat de soort ook in landen als Suriname en Frans-Guyana voorkomen, gezien de lokale kennis uit het gebied.

[uit Dagblad Suriname, 20-12-2013; alle taalfouten verbeterd]


vrijdag 13 december 2013

Stichting koopt en geeft Indianenmaskers terug


Een liefdadigheidsorganisatie blijkt maandag Indianenmaskers te hebben gekocht op een omstreden veiling in Parijs om ze terug te geven aan de Hopi- en Apache-Indianen. De Amerikaanse Annenberg Foundation betaalde 385.000 euro voor de maskers en andere voor de Indianen heilige voorwerpen. Dat maakte ze woensdag bekend. Hopi-leider Sam Tenakhongva reageerde opgetogen. Hij hoopt dat anderen hierdoor inzien dat de voorwerpen ''simpelweg niet voor de verkoop zijn''. Volgens de Indianen is verkoop heiligschennis. De stammen hadden zonder succes geprobeerd de veiling te voorkomen met een rechtszaak. Ook de Verenigde Staten tekenden protest aan.

Robert Redford
In april werden al zeventig objecten, zoals maskers, verkocht. Dat leidde tot woede onder de Indianen en protesten van hun bondgenoten, onder wie acteur Robert Redford. Die veiling bracht 930.000 euro op, aldus SI. De advocaat van de indianen, Pierre Servan-Schreiber, kocht toen zelf een masker op de veiling, die hij teruggaf aan de indianenstam.

[van nu.nl, 11 december 2013]


maandag 2 december 2013

Lilien Artist beste in Inheemse Klederdracht Contest

Afgelopen weekend vond in de Congreshal de derde editie plaats van de Inheemse Klederdracht Contest. De winnaar is geworden Lilien Artist. Ze ging naar huis met een trofee en een bedrag van SRD 3.000. De rest van de top 3 kreeg bijvoorbeeld prijzen als een naaimachine. Artist werd gevolgd door Nolda Joenakame, Josta Jubithana en Cindy Biswane. De avond was redelijk bezocht. Bij het publiek viel ook de hoofdtooienshow in de smaak. Het volgende evenement staat gepland voor 2015.

Coördinator van de avond, Ricky Chan Yet Soe, is razend enthousiast. “ We hebben dit jaar een heel deskundige jury weten te vormen. Deze bestaat onder andere uit Remko Sintmaartensdijk, Janelle Oosterling en ook nog Michael Kioe A Sen.” De drie genoemden zijn professionals uit de Surinaamse fashion-industrie.“Het is daarnaast ook bijzonder dat er dit jaar voor het eerst drie heren zijn die mee hebben gedaan als ontwerpers.”

De tweede prijs

Volgens jurylid Remko was het een leuke avond. “Het was voor mij de eerste keer dat ik in een jury zat. In eerste instantie snapte ik de link tussen mij en het Inheemse niet. Maar mij werd uitgelegd dat het ook zou gaan om galakleding. Dat past meer binnen mijn straatje en we hebben van te voren een goede briefing gehad over de beoordelingscriteria. Wij als jury hebben dus vooral gelet op techniek en vorm, mode en creativiteit en als laatste punt cultuur.” De ontwerper geeft verder aan dat hij blij is met de uitslag, maar het was wel lastig omdat alles qua punten en looks vrij dicht bij elkaar lag. Verder was hij erg verrast hoe de ontwerpers het punt ‘mode’ hebben verwerkt in hun Inheemse ontwerpen. “Hoe ze gebruik hebben gemaakt van kleur, techniek en materiaal vond ik ook bijzonder.”

[uit Dagblad Suriname, 2-12- 2013]



zaterdag 16 november 2013

Trainingen voor behoud inheemse cultuur

Foto © Ertugrul Kilic

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Behoud van de inheemse cultuur en het voorkomen van hangjongeren. Dat is waar de stichting Wit Santi Educatief Centrum naar streeft. De organisatie start zaterdag met een pilotproject pottenbakken voor jongeren tussen negen en veertien jaar en voor volwassenen geeft de organisatie vanaf zondag een cursus Kalina (inheemse taal).
"We beginnen eerst met de jongeren van Wit Santi. Het zijn pupillen die we in een ander verband ook helpen met hun schoolwerk tijdens de naschoolse opvang in het dorp. We verwachten ongeveer tien tot vijftien jongeren", legt Bryan Swedo, de voorzitter van de organisatie uit. De bedoeling is dat de doelgroep inzicht krijgt in de verschillende aspecten van de inheemse cultuur. "We moeten bij jongeren beginnen om de belangstelling aan te wakkeren, zodat zij nieuwsgierig worden en door willen gaan.

Braziliaans inheems vrouwenkoor


Toeristen
Maar de stichting laat het niet bij de kleinen. "De bedoeling is om in een later stadium met ouderen aan de slag te gaan. Kijk, we krijgen binnenkort een nieuwe highway hier achter Wit Santi. Verder zijn we heel dichtbij de luchthaven. Dat zijn zaken die het dorp nog onvoldoende benut worden. Als de volwassenen de kennis hebben en producten van hoge kwaliteit kunnen leveren, kunnen we de inkomsten van de mensen verhogen door aan toeristen te verkopen", beredeneert Swedo.

Uitsterven
Hoewel met de training pottenbakken een duidelijk economisch voordeel nagestreefd wordt, is dat met de training in de Kalinataal net iets anders. "De taal wordt met uitsterven bedreigd. Als ik in het dorp loop, is er vrijwel niemand die het nog spreekt. De ouderen schijnen zich te schamen voor hun eigen taal. Maar aangezien we bij de jongeren merken dat er toch wel belangstelling is, hebben we het initiatief genomen om te starten met een training. "Zowel de training pottenbakken als de training Kalina wordt verzorgd door inheemsen buiten Wit Santi.
Basisgrondstoffen voor een inheemse beha

Swedo geeft aan dat de stichting die al anderhalf jaar bestaat al enkele succesvolle initiatieven heeft ondernomen. "De mensen doen nu veel meer aan handwerken. We vervaardigen sieraden en snuisterijen met de zaden van de mauritiuspalm, verder maken we lingeriesetjes. Allemaal projecten met als doel economisch voordeel te halen uit de inheemse cultuur die zeer rijk is."
Hoewel de trainingen initieel alleen bedoeld zijn voor inwoners van Wit Santi, sluit Swedo niet uit dat ze in de toekomst toegankelijk zullen zijn voor buitenstaanders. "Want hoe meer mensen die kennis hebben, hoe groter de kans dat de cultuur behouden wordt."


[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]


dinsdag 5 november 2013

Weinig leerkrachten geïnteresseerd in binnenland

Brownsberg. Foto © L. Lieuw Kie Song

Zover directeur Kenneth Biervliet van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling weet, zijn alle scholen al van start gegaan met het nieuwe schooljaar. Enkele scholen zoals SO Lelydorp en het Imeao4 zijn later van start gegaan wegens organisatorische redenen. ‘Mocht het zijn dat tot nu toe niet alle scholen van start zijn gegaan, zou het dan gaan om een tiende procent. Wat nu als een heet hangijzer boven het hoofd hangt, is een tekort aan leerkrachten in het binnenland. In het Indiaans dorp Palumeu zijn de mensen ontevreden en in actie, omdat de school daar niet beschikt over voldoende leerkrachten. De school is wel draaiende.

Leerkrachten zitten niet te springen om in het binnenland te wonen en te werken. Voor het ministerie is het daarom geen makkelijke taak om leerkrachten te vinden die daartoe bereid zijn. Het ministerie heeft al enkelen dagen sollicitatieoproepen voor leerkrachten geplaatst in dagbladen om in het binnenland te werken.

Slechte leefomstandigheden zijn één van de redenen waarom leerkrachten weigeren om naar het binnenland te gaan. Serita Dewinie deed twee maanden geleden onderzoek naar de problematiek van het tekort aan gekwalificeerde leerkrachten in het binnenland. ‘In alle opzichten is het binnenland het minst ontwikkeld gebied van Suriname. De ouders beschouwen het als regelrechte discriminatie dat het onderwijs aan hun kinderen verzorgd wordt door ongekwalificeerde onderwijzers.’

Een Saramakaner dorp gezien vanuit een Cesna.

Het binnenland is om verschillende redenen niet erg populair bij leerkrachten. De grote afstanden die men er moet afleggen, moeilijk en duur transport, slechte huisvesting, de kans op malaria, sociale en geografische isolatie, slechte schoolgebouwen, tekort aan materiaal en training en gebrek aan mogelijkheden voor verdere studie zijn de redenen die men noemt.

[uit Dagblad Suriname, 05-11-2013]

zondag 13 oktober 2013

Export cultureel erfgoed: Hulp gevraagd voor oud inheems ritueel

Red House, Trinidad


door Charles Chang


Paramaribo - Amerindian Heritage Day wordt in Trinidad op 14 oktober gevierd. Het is de Inheemse dag van het eiland, maar deze wordt alleen gevierd in de Santa Rosa Carib Community van Arima. Op Trinidad en overige eilanden in het Caribisch Gebied bestaan geen indianen meer. Wat van dit volk is overgebleven, leeft niet in stamverband en is sterk vermengd. In een poging om dit en de cultuur terug te brengen, werd Heritage Day geïntroduceerd en kregen de ‘inheemsen’ vorig jaar een stuk grond toegewezen om een traditioneel dorp op te zetten. Amerindian Heritage Day bestaat uit een weekprogramma met internationale conferenties, dans en muziek, ceremoniën, workshops en activiteiten met de jeugd. Extra aan deze editie is een rookceremonie bij het Red House parlementsgebouw. In maart dit jaar werd namelijk de stoffelijk resten ontdekt van vier personen tijdens de renovatie werkzaamheden aan het gebouw. Medio dit jaar vermeldde de uitkomst van het onderzoek dat het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd, daterende tussen 430 en 1390 n.chr.

Surinaamse inheemse


Confronterend
 Het toeval wil dat Peter Harris, de archeoloog die het onderzoek leidde, twee maanden na de ontdekking komt te overlijden. Nu heeft de Trinidiaanse overheid een speciaal team ingezet op het historisch erfgoed. Maar om deze zaak op correcte (spirituele) wijze af te handelen, is de hulp ingeroepen van Suriname. Dit gebeurde via Ricardo Barat Hernandez, de kapitein van de Santa Rosa Carib Community, die goede contacten heeft met Juku Jume Maro en Wayono, twee culturele groepen in Suriname. Tot de eerste groep behoren enkele 'zwaargewichten' die voor de spirituele ceremonie zullen zorgen, terwijl Wayono het dans- en muziekgedeelte op zich neemt.
"Het verzoek is gedaan omdat de mensen de kennis er niet voor hebben", zegt Audrey Christiaan, voorzitter van Juku Jume Maro. "We vinden het dan een plicht om hierop in te gaan. De mensen kunnen niet helpen dat de kennis er niet meer is. Hun voorouders werden op de eilanden uitgeroeid om hun gronden en men is nooit hiervoor gecompenseerd. Wat toen was gebeurd, leeft nog en daarom hebben de geesten geen rust!"
Hoewel het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd verwacht Christiaan een confronterend moment bij Red House. "Per slot van rekening zijn het ook onze voorouders, want via het vasteland zijn ze overgestoken naar de eilanden. Alles wat daar groeit om te eten, komt van hun."

Export cultureel erfgoed
Christiaan benadrukt dat Suriname gelukkig nog de kennis in huis heeft. Ze heeft de overheid gevraagd om een bijdrage, maar kreeg hierop geen reactie. "Trinidad zorgt wel voor alles, maar we hebben geen handgeld en het gaat hier om export van cultureel erfgoed. We missen hierin een stuk erkenning van onze eigen overheid." De groep is gisteren vertrokken.


[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]

zaterdag 10 augustus 2013

Bouterse krijgt hoofdtooi van opperhoofd en piai

Sinds Desi Bouterse president is, is het bij de derde herdenking van de Internationale Dag der Inheemsen, deze groep gelukt om 'de kleine Indiaanse jongen' een hoofdtooi te geven van opperhoofd en hoofd piai. Bij de twee vorige herdenkingen was Bouterse niet aanwezig. De president heeft een staf met twee maraka's erbij gekregen om de ceremoniële handeling compleet te maken. De hoofdtooi is gemaakt van 'hari wari veren', die de hoogste vorm van communicatie geven aan de piai. 

President Desi Bouterse met hoofdtooi op van opperhoofd en hoofd piai.
(Foto: René Gompers)
Bouterse sprak vrijdagavond de aanwezigen toe op het Onafhankelijkheidsplein. Hij legde uit dat het elk jaar weer moeilijk is, want velen staan er op dat hij de dag met hen doorbrengt. Bouterse benadrukte in zijn toespraak dat er diverse presidenten zijn van Indiaanse afkomst in Zuid-Amerika. Ook in Suriname begint deze groep door te dringen tot diverse posities. Ze zijn te vinden in de regering, De Nationale Assemblee, districtscommissariaten en districts- en ressortraden. "Wij zijn er echter nog niet, maar de zaak is drastisch aan het veranderen", zei de president. Hij riep de indianen op om meer van elkaar te houden. "Als je niet van jezelf houdt, kan je niet van anderen houden".

Het staatshoofd stond lang stil bij de diverse culturen die Suriname in de wereld een prachtig land maken van mensen die vredelievend met elkaar omgaan. De cultuur en de vrolijke bevolking zullen ook gepresenteerd worden aan het Caribische Gebied en Zuid-Amerika tijdens Carifesta de volgende week. Bouterse feliciteerde ook de nakomelingen van de contractarbeiders uit Java met 123 jaar Javaanse immigratie. Ook zij hebben hun weg weten te vinden in de samenleving.

[van Starnieuws, 10 augustus 2013]

Klik hier voor een filmpje


woensdag 7 augustus 2013

Tori’s tussen teloorgang en opleving

The end: Verhaaltraditie tussen teloorgang en opleving

Vertelavonden, wedstrijden, workshops: men zou kunnen denken dat tori’s nog op ieders lippen liggen. Maar afgezien van georganiseerde events die de vertelkunst levend houden: wie vertelt eigenlijk nog verhalen? Heeft de traditie een toekomst? Een speurtocht naar plaatsen en mensen die het kunnen weten.


Guillaume Pool. Foto © Parbode

Donderdag, 14 februari. Valentijnsdag. In Tori Oso, letterlijk ‘het verhalenhuis’, wordt het langzaam druk. Vooral dames van wie het haar al grijst, zoeken naar een vrije plaats. Soms onder begeleiding van jongere vrouwen. Hun dochters? Men kent elkaar, begroet elkaar met een luid ‘Hallo’ of bosi’s. Koppels zie je nauwelijks, terwijl vanavond toch echt de kracht van de liefde centraal staat. Zodra de voorstelling begint, luisteren de gasten gespannen wat ‘Hilli en Gilli’, een alias voor Hilli Arduin en Guilliaume Pool, te vertellen hebben: over een jongeman die verliefd wordt op de ‘Watramama’, bijvoorbeeld. Maar vooral wordt gelachen: hard en vanuit het hart. En gezongen. Als Pool twee traditionele liederen in het Sranan aanheft, zingen de bejaarde dames krachtig mee. De jongeren kijken verwonderd rond. “Ik vind het jammer, dat deze mooie volkszang verdwijnt. Ervoor in de plaats komt enkel ‘tsch... tsch...tsch...’”, schertst Pool, en imiteert een HipHop-performance. Een grap, maar wel een met een kern van waarheid. Hoe staat het eigenlijk met de orale traditie, en vooral met de verhaaltraditie?
Hilli Arduin. Foto © RNW

Verhalen verdwijnen
“Mijn ervaring is dat het vertellen van verhalen verdwijnt. Dat is jammer”, vindt Hilli Arduin. De vertelkunstenares, met als woonplaatsen Amsterdam en Paramaribo, geeft naast voorstellingen ook workshops waar mensen kunnen leren een boeiend verhaal te vertellen. Bovendien gebruikt Arduin als psycholoog en orthopedagoog haar verhalen bij het werken met kinderen en jongeren. Wat van de orale traditie blijft bestaan, is volgens haar een bijzondere manier van communicatie: “Terwijl ze in Europa informatie zakelijk doorgeven, brengt men in Caribische landen en in Suriname de boodschap vertellend door.” Volgens haar collega Guillaume Pool leeft de traditie alleen nog in het binnenland. “De verhalen zijn er noodzakelijk om kennis over te brengen aan volgende generaties.” De beroepsverteller weet dat sommige Inheemsen het vertellen nog gebruiken in hun opvoedingssysteem. “Er zijn stammen waarin kinderen niet bestraft worden bij gedragsproblemen. In plaats daarvan probeert men met verhalen het gedrag te corrigeren.” Dat geldt volgens hem echter niet voor Paramaribo. “Helaas! In de stad zijn er hier en daar nog oudere mensen of leerkrachten die verhalen vertellen. Soms ook ouders, die er nog tijd voor hebben. Maar de massa doet het niet meer.” Zowel Arduin als Pool kan zich nog goed de tijd herinneren dat het vertellen van tori’s in hun gezinnen een belangrijk ritueel was: “Mijn moeder en oma vertelden altijd verhalen. Altijd!”, benadrukt Arduin. Zij hebben haar de liefde voor verhalen met de paplepel ingegoten. Pools grootmoeder maakte van een verhaal een klein feestje: “Wij moesten daarbij zingen en spelletjes spelen.”

Schalen met lekkernijen staan klaar voor een Dede Oso (Avond voor de begrafenis) in het Surinaamse binnenland. Foto © Marco Bleeker

Rouwplechtigheden
Een grote rol speelde het vertellen ook bij de rouwbijeenkomsten, herinnert de verteller zich: “Acht dagen naar een begrafenis vond een sessie plaats, de aitidei, waarbij de hele nacht tot de ochtend door verhalen werden verteld. Vaak sliep ik als kind erbij in en wanneer ik weer wakker werd, waren ze nog steeds bezig met vertellen.” Het ritueel begon altijd met een vaststaande formulering, waarop een raadsel volgde. Daarna begon het eigenlijke verhaal, waarbij het publiek mocht interrumperen, op de manier van ‘ik was er ook’. “Daardoor ontstond een fantastische dialoog”, vertelt Pool in vuur en vlam. “Er waren professionele vertellers, die niets anders deden dan dat. Voor hun voordrachten kregen ze te drinken en te eten, en zo liepen ze van de ene naar de andere rouwceremonie.” Wilgo Baarn en Humbert Oosterwolde, beiden verbonden aan de Afro- Surinaamse vereniging Naks, weten dat er bij rouwfeesten in de stad nog wel eens verhalen worden verteld. Zowel op de singi neti als op de aitidei daarna.
Wilgo Baarn. Foto © Ramon Keijzer

Tegenwoordig kiezen families echter voor een kortere ceremonie op de vooravond. Vroeger begon de avond om acht uur, en ging door tot vijf uur in de ochtend. Tegenwoordig is het vaak al om twaalf uur voorbij. “Dat heeft te maken met fysieke omstandigheden: want op de dag van de begrafenis moet er nog zo veel worden gedaan en daarvoor willen de gezinsleden graag uitgerust zijn.” Juist na twaalf uur begint men traditioneel te vertellen, dus wordt het steeds vaker weggelaten. “Maar vooral in de districten staan de ouderen er nog op, dat de ceremonie tot vijf uur doorgaat”, aldus Oosterwolde. De aitidei moet de mensen afleiden en een gezellige sfeer brengen. “Dat is eerder een lekker feestje, en vertellen mag dan ook voor twaalf uur”, legt Oosterwolde uit. Hij is zelf trouwens een van de weinige jonge vaders die nog traditionele verhalen aan zijn kinderen vertelt. Inspiratie daarvoor krijgt hij van zijn schoonvader: “Hij kent heel wat verhalen, die hij me vaak vertelt als wij op de kostgrond bezig zijn. Zijn eigen kinderen hebben er geen belangstelling voor, maar ik wel.” Van deze verhalen maakt hij aantekeningen, om ze later thuis aan zijn kinderen op zijn eigen manier te vertellen. Meestal zijn het Anansitori’s. Op de vraag of vertellingen ook in de toekomst nog een rol spelen in het stadsleven, reageert Baarn sceptisch: “Ik ben bang van niet. Alleen de rouwrituelen blijven voorlopig nog, en zelfs daarbij wordt het niet meer zo veel gedaan. Echte vertellers zijn er eigenlijk niet meer.” In de Marrondorpen valt het nog erg mee, volgens Ifna Vrede van de Stichting Fonds Ontwikkeling Binnenland. Behalve bij de rouwplechtigheden, worden ook bij andere ceremoniële activiteiten zoals geboortes, huwelijken, en het volwassen verklaren van jongeren nog verhalen verteld, met zang of iets anders als intermezzo. “Maar ook tijdens de vrije uurtjes, onder een boom of bij de veranda van de hut is er altijd een grootoom of -tante die aan overdracht doet, die zijn of haar wijsheid met je deelt”, weet Vrede.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd

Pyjai-verhalen
Als je over de verhaaltraditie in Suriname wilt praten, praat je echter niet alleen over de traditie van de stadscreolen en Marrons. Zo rijk het land aan culturen is, zo rijk is het ook aan vertellingen. Michiel van Kempen heeft in 2003 de verschillende genres in zijn standaardwerk Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur verzameld: zo kennen de Inheemsen bijvoorbeeld verhalen over het dagelijkse leven, over zeden, geschiedenis en de magische pyjai-verhalen. In de orale cultuur van Marrons en Creolen vind je de beroemde vertellingen over de spin Anansi of fostentori, ‘vroegeretijdverhalen’ met een bijzondere sacrale kracht. De hindoes verbinden hun epen Ramayana en Mahabharata met vertelkunst en de Javaanse verhalen over het konijn Kantjil zijn vergelijkbaar met de Anansitori’s. Verhalen uit de hele wereld dus, die in Suriname samenkwamen, lange tijd naast elkaar bestonden – en zich soms ook vermengden.

Nardo Aluman
“Mijn vader was bijvoorbeeld niet specifiek een Karaïbse, maar een Surinaamse verteller: hij vertelde Anansitori’s”, herinnert Nardo Aloema zich. De schrijver uit Christiaankondre in Galibi was werkzaam bij de afdeling Cultuurstudies van het ministerie van Onderwijs en was voorzitter van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS). Het is interessant, wat Michiel van Kempen in de jaren negentig over het dorp Galibi ontdekte. De Karaïbse cultuur kwam volgens hem tijdens het militaire regime en de Binnenlandse Oorlog onder druk te staan. De sociaaleconomische crisis zorgde ervoor dat vele jonge mensen de dorpen verlieten, zodat die uiteindelijk vergrijsden. Met het overlijden van de oudere inwoners verdween dus ook de culturele kennis. Alleen Galibi, grotendeels onaangetast gebleven door de oorlog, kon zijn oorspronkelijke cultuur bewaren. En dat is volgens Aloema ten dele nog steeds zo: “Iedereen beheerst nog de Karaïbse taal, zelfs de kinderen leren die nog vanaf hun geboorte. Er bestaat zelfs een eigen radiozender in het Karaïbs.” Hij schat dat er nog zo ongeveer twintig vertellers bestaan, met een leeftijd van vijftig jaar en ouder. Echte, ouderwetse Karaïbse vertellers zijn er echter heel weinig. “Want daarvoor moet je pyjai zijn.”

Een pyjai (sjamaan). Foto © Ingrid Moesan
Om pyjai, een geestelijke leider of sjamaan, te worden, is een jarenlange opleiding nodig. Tijdens deze training leer je bijvoorbeeld met de geestenwereld te communiceren, maar ook de oude Karaïbse verhalen en liederen. Op initiatief van jongere dorpsbewoners werden er in de jaren tachtig culturele organisaties opgezet, die zich onder andere met het vastleggen van orale vertellingen bezighielden om ze voor verdwijnen te behoeden. Sinds 1983 bestaat onder andere Stichting Oemari, waaruit de toneelgroep Epakadono ontstond, met Aloema als mede-oprichter. “In deze tijd begon zoiets als een bewustwordingsproces in heel Suriname: bij de inheemsen ontstonden bijvoorbeeld organisaties voor Karaïbse en Arowakse zang en dans”, bevestigt hij. Ondanks die initiatieven lijkt er ook in Galibi niet meer vaak meer verteld te worden. “Verhalen levend houden is moeilijker dan liederen en dansen, omdat ze vroeger niet opgeschreven werden.” Tegenwoordig wordt volgens Aloema, behalve bij feesten, bijna niet meer verteld. Soms nog in gezinsverband, maar daar schijnt het eveneens te verdwijnen. En ook als opvoedingselement raakt het in onbruik. Volgens Aloema kennen de jongeren de oude Karaïbse verhalen uit Galibi niet meer. Om dit te veranderen, is werkt hij aan een boek over deze vertellingen. Ze zullen tweetalig, in het Karaïbs en in het Nederlands, verschijnen. “Het zijn zulke mooie verhalen. Het is jammer dat ze niet meer verspreid worden, niet in Galibi en niet in Suriname.”
Ston-eiland in het Brokopondostuwmeer dat de transmigratie van Saramakaners op gang bracht. Foto © Kisiki Photo

Veranderde maatschappij
De redenen voor de teloorgang van de verhaaltraditie in Suriname liggen volgens de deskundigen in de veranderde maatschappij. Er blijft gewoon geen tijd meer over voor verhalen: “De vader werkt, de moeder werkt, oma’s werken, opa’s werken. Vroeger was het al om zes uur avond, om acht uur ging men al slapen. Vandaag werkt men dan nog – en daarna kijkt men tv en luistert men naar de radio in plaats van naar verhalen”, beargumenteert Arduin. Ifna Vrede bevestigt deze visie: “Dat de verhaaltraditie in de kuststreken aan het verdwijnen is, komt volgens mij door de nieuwe technologische ontwikkelingen, dus radio, tv, dvd’s en zo verder. Men stopt tijd in studie, sociale media, disco, muziek en andere moderne bezigheden. Hierdoor heeft men weinig ruimte om naar elkaars verhalen te luisteren, vooral op een traditionele manier.” 
JawJaw: een merkteken op een herbouwde woning geeft
aan hoe hoog het water kwam

Michiel van Kempen brengt de oorzaken terug tot de formule ‘kerstening, urbanisatie, verwestersing en technologisering’. Bovendien benoemt hij een specifiek Surinaamse reden: de transmigratie die volgde op de aanleg van het stuwmeer. Daardoor werden veel mensen naar de stad gedreven, waardoor zij zich vervreemdden van het traditionele leven. ‘Maar ook voor degenen die aan de rivieren bleven wonen, heeft de transmigratie een grote mentaliteitsverandering teweeggebracht. Weinig jongeren vonden wat zij verwacht hadden, met als gevolg afbrokkeling van het gezag van de ouderen, onverschilligheid en criminaliteit’, constateert Van Kempen in zijn boek. Het vertellen van verhalen raakte daardoor op de achtergrond.

Jacobkondre, Saramacca


Uitdrukkingsmiddel 
Als de verhaaltraditie in Suriname uitsterft, verdwijnen niet alleen de verhalen, maar ook een heleboel functies ervan. Pool geeft net als Arduin workshops voor toekomstige verhalenvertellers. Hij laat de handout voor de colleges zien, waarin hij ook belangrijke kwaliteiten van verhalen heeft opgesomd. “Door verhalen geef je zoveel normen en waarden mee. Het is niet alleen zonde, het is bijna een misdaad dat deze traditie verdwijnt.” Daarnaast dienen ze ter amusement, voor het doorgeven van informatie, maar ook voor het bewaren van cultureel erfgoed. Volgens Pool zouden verhalen goed tot hun recht komen in het onderwijs: “Daarin moet het ten eerste worden opgenomen.” Zo bevordert het de taalontwikkeling en het concentratievermogen. Bovendien kunnen gedragscorrecties via verhalen bereikt worden, omdat een kind tijdens een vertelling openstaat voor een leerproces, aldus Pool. Daarnaast kunnen verhalen ook een middel zijn om zorgen en spanningen te verwerken en om zich uit te drukken. Dat ervoer Pool toen hij uitgenodigd was om in jeugddetentiecentrum Opa Doeli te komen vertellen. “De meisjes waren in het begin bange vogeltjes, maar ook de jongens waren timide. En aan het einde dansten ze! Dat was een openbaring!” Hij zou graag zien dat het verhalen vertellen een vaste ritueel wordt bij Opa Doeli: “Daarmee kan je de jongeren enthousiast maken om zelf het verhaal achter hun ‘misdaad’ te maken. Want een kind wordt niet zomaar crimineel.”

Wilmart
Wilmart Jacobus is zeventien jaar oud en zit op de Mulo in Paramaribo. Hij is bescheiden en toch een kleine ster op zijn school. Want: hij is een verteller. Een goede verteller! Het mag zo zijn dat de verhaaltraditie aan het verdwijnen is en dat mensen klagen dat de jongeren er geen belangstelling meer voor hebben: Wilmart bewijst het tegendeel. Zijn verhalen verzint hij zelf, of hij vertelt verhalen die hij van vroeger kent, maar zijn publiek niet. Vroeger, daarmee bedoelt hij zijn kinderjaren in Jaw Jaw: “’s Avonds zaten wij regelmatig samen en vertelden verhalen. Dat gebeurde spontaan, meestal in de weekenden.” Vooral de verhalen van zijn opa, maar ook van de radio in het binnenland zijn inspiratie voor hem. Wanneer hij samen is met zijn vrienden vragen ze hem altijd om iets te vertellen. “Tijdens vrije lesuren moet ik voor de klas gaan staan en mijn verhalen voordragen.” Dat gebeurt dan in het Nederlands. Het zijn vertellingen over Anansi, maar ook over Wilmarts vrienden en hemzelf. Al toen hij acht jaar was begon hij tori’s te verzinnen en aan zijn vrienden te vertellen. “Wanneer ik thuis ben en rustig zit, dan komt er vaak een idee voor een nieuw verhaal. En als ik aan het vertellen ben, heb ik steeds nieuwe invallen over hoe het verder moet gaan. Dat kan dan een heel lang verhaal worden”, beschrijft hij enthousiast. Op de vraag of hij nu spontaan iets wil vertellen, kijkt hij een momentje geconcentreerd naar beneden, dan uit het raam. Hij glimlacht en begint een verhaal over een tocht door het bos met zijn vrienden, waarbij ze een dier schieten en ontdekken dat het een gouden tand heeft. Wilmart wil later niet per se terug naar het binnenland: “Ik vind Paramaribo leuker.” En van de oude tradities, zoals de rouwceremoniën, houdt hij ook niet. “Nee, nee, dat is niets voor ons jongeren.” Maar verhalen op zich vindt hij belangrijk: “De mensen willen soms lachen, plezier hebben, dat kunnen verhalen bereiken.” Volgens hem zijn ook jonge mensen enthousiast over verhalen – hijzelf en zijn publiek zijn het beste bewijs. Ook in toekomst wil hij verhalen vertellen, misschien ook iets schrijven. “Ik wil het tenminste proberen.”
Paloemeu. Foto © Kiski Photo

Einde
Mensen houden van verhalen – maar vertellen, dat doen de meesten, vooral de jongeren niet meer. Ja, er zijn uitzonderingen zoals Wilmart. Ja, er zijn regelmatig bijeenkomsten en er worden boeken gepubliceerd waarin de oude verhalen vastgelegd zijn. En ja, er wordt door vertellers als Arduin en Pool veel gedaan om verhalen in de opvoeding te integreren. Of daardoor het vertellen een heropleving tegemoet kan zien, dat weet niemand. Je kunt maatschappelijke veranderingen niet tegenhouden. Je moet met de tijd meegaan. Dat weet ook Wilgo Baarn van Naks: “Als je je tradities kent, kan je alles ermee doen. Wie weet, misschien komt ook de rapmuziek van onze oude verhalen, daar steekt toch ook altijd een vertelling in?” Hij knippert met zijn ogen, lacht – en begint te rappen.

[uit Parbode, 1 mei 2013]