Posts tonen met het label Morrison Margo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Morrison Margo. Alle posts tonen

zaterdag 15 maart 2014

Standaardisering van het Sranantongo

Verrassend grote opkomst Moedertaaldag - Sranan bakadina

door Ludwich van Mulier

Amsterdam. De lente van 2014 maakte op de Moedertaalmiddag korte metten met de zachte winter. Het zonnige weer bracht veel Surinamers op de been op zondag 2 maart. Ruim meer dan honderd aanwezigen brachten met gepeperde folklore ode aan de Surinaamse taal “Het Sranantongo”. De spreektaal was Sranantongo. Urenlang volgden de aanwezigen,  veelal hoog opgeleiden,  geboeid de boodschappen van diverse sprekers en acteurs. Verschillende aspecten van de lingua franca van Suriname – het Sranantongo - werden spontaan belicht. De sfeer was fabuleus mede door de efficiënte leiding van de moderator Flos Rustveld (Firi FM),  Henna Goudzand-Nahar, en de liefelijke aankondigingen door dichteres/ tv-presentatrice  Margo Morrison. Cultuurkenner Romeo Kotzebue verzorgde de muzikale omlijsting, met originele  uitleg over enkele verkeerd gezongen volksliederen, die achteraf bezien een veel diepere historische inhoud hebben. De sfeer was nostalgisch, vooral door het spontaan meezingen van de  aanwezigen, die blijk gaven de  Sranan liedjes van weleer  niet vergeten te zijn. De saamhorigheidssfeer  kreeg een extra dimensie door de vele aanwezige  prominenten zoals Ronald Snijders,  die zelf de marketing van zijn nieuwste imposante biografische compilatie muziek-Box kwam afwikkelen.
 
Kwasi Koorndijk
De alom gerespecteerde dr. Kwasi Koorndijk werd geïnterviewd  over zijn benadering van het authentieke Sranantongo. Hij  benadrukte dat de eigen keuzes van de bevolking de doorslag geven in welke richting het Sranan zich ontwikkelt. Romeo Grot, een van de eerste  romanschrijvers in het Sranantongo, was aanwezig  met een boekenstand, Thea Doelwijt (schrijfster/regisseur), Ra Pengel (radio Mart), Simone Spong (Club Paradise), Henk de la Parra ( de broer van cineast/regisseur Pim de la Parra), taalpsychologe Margo Faverey, Merril Budel (taalkundige), Iléne Themen (beeldend kunstenaar), het spiritueel duo van stichting Akasha Raymond en Yacintha Kemble, bouwkundige Eugene Weinaldum, om voor een impressie van het Sranan-netwerk maar enkele namen  te noemen, gaven blijk van hun interesse in het versterken van het Sranantongo.

Woordenlijst en samenspraak, van Emilio Meinzak
Het is de hoogste tijd om van onderen op een duurzaam proces te starten onder alle Sranan sprekers in en buiten Suriname om de status van het Sranan te verhogen door eenduidigheid in de spreek- en schrijfwijze. Ook zal het emancipatieproces  door o.a. praktische toepassingen in het openbare leven (onderwijs/ aanwijsborden/ in het parlement) en standaardisatie, de Surinaamse overheid moeten stimuleren om het Sranantongo een waardige positie te gunnen naast de wettelijk officiële taal, het Nederlands (ABN).  Max Sordam en Ludwich van Mulier (uitgever Masusa)  zijn eind 2013 een productietraject  gestart, van een nieuw  Standaardwoordenboek Sranan-Nederlands/ Nederlands –Sranan, dat erin voorziet eerdere woordenboeken (van SIL, van der Hilst, Blanker, Meinzak, Sordam, Bureau Volkslectuur)  officieel te integreren in een nieuw Grootwoordenboek Sranan. Evenals in het Nederlands (ABN),  de “Dikke van Dale, het standaardwoordenboek der Nederlandse taal, een centraal referentiepunt is, waarvan uit een bindend gezag uitgaat, zou er ook gestreefd kunnen worden naar een respectvolle  “Dikke Sordam”- standaardwoordenboek Sranantongo -  dat algemeen erkend en daadwerkelijk nageleefd wordt. Alle aanwezigen waren het er roerend  mee eens dat het nu de hoogste tijd is dat het Sranantongo een  gezaghebbende schrijfwijze en feitelijke toepassing (literaire aanmoediging) krijgt. Het standaardwoordenboek Sranantongo beoogt de kwalitatieve inbreng van alle native speakers te integreren.


Alle Surinamers kunnen een bijdrage leveren, daar zij als unieke producenten van het Sranan (moedertaalsprekers), behoren tot het soevereiniteitsgebied (taalpolitieke machtspositie; volgens Jean Bodin) van de nationale taal, aldus ik, Van Mulier. Hij vergeleek in zijn kritische inleiding de taal-soevereiniteit met de soevereiniteit (zelfbeschikkingsrecht) van het menselijk lichaam, dat elk individu het recht geeft over zijn/haar  eigen lichaam te beslissen. Parallel aan die medische lichamelijke soevereiniteit,  erkennen we ook het gezag van de medische wetenschap. De dokter kan ons niet verbieden een oso-dresi, voedingssupplementen, preventieve kruiden,  te gebruiken wanneer we ziek zijn, omdat wij de baas van ons eigen lichaam zijn. Zo is het ook met de taal, waarover wij native speakers de baas zijn; hoezeer anderen (taalkundigen, filologen, dichters, schrijvers) ook legitiem een kwalitatieve bijdrage kunnen leveren.

Derek Bickerton
De  wereldvermaarde Amerikaanse schrijver James Baldwin (1924-1987) benadrukte in het begin van de jaren zeventig te Amsterdam - in gesprek met de auteurs Jules Niemel, Gerrit Baron en Ludwich van Mulier - dat Surinamers het unieke van hun saamhorigheid als volk en natie moeten inzien. Hij noemde een aantal specifieke aspecten dat die unieke taal-soevereiniteit (hoogste gezag) bevestigde en bestendigde. In politieke zin, is Suriname (de Guyana ’s) het enige vasteland ter wereld buiten Afrika, waarin zwarte mensen met Afrikaanse roots cultureel gezag produceren en politieke macht hebben. Die positie moeten wij – afstammelingen uit Afrika, India, Azië - inzien, behouden en koesteren als” bijvangst” (neveneffect door eigen inbreng) van onze nationale Europese wordingsgeschiedenis. Ook prees James Baldwin het Surinaamse volk dat zich van anderen linguïstisch onderscheidt, doordat het gepresteerd heeft zelf  een unieke taal te hebben gemaakt. De creooltaal (mengtaal) Sranantongo werd door de vermaarde taalkundige Derek Bickerton (Hawaï) , qua compositie, de mooiste creooltaal genoemd.

Herman Wekker
Door in het standaardwoordenboek Sranantongo ook een uitgebreide etymologie (woord herkomst/geschiedenis) en fonologie (klanksysteem/ uitspraak) op te nemen, zal het woordenboek in omvang - tekst en pagina’s - toenemen; vandaar de koosnaam naar analogie van het ABN, “dikke” Sordam. Er zal door de nieuwe redactie worden uitgegaan van het Woordenboek van Max Sordam,  geautoriseerd  door Sranan Akademiya in Suriname, dat in 1984 verscheen en sindsdien meerdere malen is herdrukt. De uitgave van het standaardwoordenboek  Sranantongo wordt verwacht in november 2014. De benadering van het  standaardiseringsproces op basis van het herzien en herdrukken van Max Sordams oorspronkelijke woordenboek  is tevens een eerbetoon aan Max Sordam, die zich als taalkundig pionier en moedertaalspreker, beijverd heeft het Sranantongo te beschrijven vanuit de praktische noodzaak.
Max Sordam met zijn nichtje Nzinga Sordam
op het Kwaku Festival, Amsterdam 2013

Hij werd daartoe o.a. geïnspireerd door prof. Herman Wekker, prof. P. Muyskens [bedoeld is Pieter Muysken – red. CU],  prof. G. Koefoed [bedoeld is dr. Gerrt Koefoed- red. CU], het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS, de Sranan Akademiya, wijlen prof. Herman Wekker taalkundige/Engels en Ludwich van Mulier, aldus Max Sordam. Alle internationale bevoegden in de taalwetenschap, kenners van het Sranantongo, zijn uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het standaardiseringsproces van het Sranan, waarvan de auteursrechtelijke monitoring in Surinaamse handen blijft zoals het betaamt.

[persbericht van Van Mulier; alle taalfouten verbeterd – red. CU] 

zaterdag 1 maart 2014

Erkenning van het leed

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan in zijn werkkamer.
 Foto @ Mineke de Vries


door Mineke de Vries

Het past de Amsterdammers om nooit meer over de Gouden Eeuw te spreken zonder óók te spreken over het leed en het onrecht van de slavernij. Dat zijn de woorden van Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, uitgesproken tijdens de plechtige herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij op 1 juli 2013. We spraken met hem onder andere over de schijnbare onverenigbaarheid tussen de twee jubilea die de stad Amsterdam in 2013 vierde -  naast ‘150 jaar afschaffing slavernij’ ook ‘400 jaar grachtengordel’ - en over de verantwoordelijkheid van de stad Amsterdam en die van hem als burgemeester daarin.

Vanuit zijn kamer in het stadhuis aan de Amstel kijkt hij rondom door grote glazen wanden zijn stad in. Een letterlijke transparantie die ook hem past, Eberhard van der Laan, Amsterdammer onder de Amsterdammers. Een emotionele man, die zich in de lange dagen die hij werkt, vastbijt in de idealen die hij nastreeft. Die graag praat, maar ook goed luistert. Die wil leren en ervaren. Een man die geraakt kan worden en vooral iets wil doen met datgene wat hij hoort.
Ook in de pijnlijke geschiedenis van het slavernijverleden verdiepte hij zich terdege. “Ondanks dat geschiedenis mijn hobby is, wist ik hier te weinig van. Op school leerden we er amper over, ja het boek De Negerhut van oom Tom. De slavernijgeschiedenis zit niet in ons collectieve geheugen, dat moeten we echt veranderen.” Op de herdenking zelf kijkt hij goed terug. “Het was indrukwekkend en emotioneel. Waardig en opgewekt tegelijk, dat maakte het tot een zeer bijzondere dag.”



Excuses of erkenning?
Op de herdenking klonken eenentwintig kanonschoten, net zoals op 1 juli 1863 in Paramaribo, waarmee 45.000 slaafgemaakten vrije mensen werden. Van der Laan: “Bijna niet voor te stellen aantallen. Bijna niet voor te stellen leed.” In de toespraken werden woorden van spijt en berouw geuit, zo door Lodewijk Asscher namens de regering. Ook Van der Laan sprak over de schaamte over wat is gebeurd. “We zijn belast met deze geschiedenis. En wanneer wij samen onze toekomst willen maken, is het immense leed dat onze voorouders de hunne aandeden ook onze pijn. Woorden van spijt en berouw horen daarbij.” Van der Laan realiseert zich dat velen hopen op excuses. “Als ik echter kijk naar de inhoud van de woorden spijt en berouw voelt het voor mij niet dat excuus daaraan iets zou toevoegen. Bovendien, hebben we onze excuses al niet aangeboden als we spreken van spijt?” Tevens voelt hij een aarzeling excuses te maken door latere generaties. “Is het niet erg gemakkelijk excuus te maken voor iets wat anderen deden? Hoe waardevol is dat? Tot slot moeten we eerlijk genoeg zijn om te kijken naar de juridische consequenties, waarbij het uiten van excuses mogelijk een basis zou scheppen voor herstelbetalingen. En daaraan moeten we mijns inziens niet beginnen.”
Voor Van der Laan is het belangrijkste dat we als nazaten van de plantage-eigenaren het leed dat is aangedaan volledig erkennen. “Dat is genoeg, dat is namelijk waarmee je verder komt. Niet met het indienen van claims, want daarmee kijk je paradoxaal genoeg juist de verkeerde kant op. Zo continueer je de ongelijkheid. En die is voorbij. Maar de pijn erkennen is wel degelijk nodig om mensen nu en in de toekomst goed te kunnen laten samenleven.”

Gevelsteen op het fronton van een huis aan het Amsterdamse Rokin.
Foto Museum Geelvinck


De neus op de feiten
Aan de grachtengordel, de trots van Amsterdam - die zelfs op de werelderfgoedlijst staat - vinden we de huizen van voormalige bewindhebbers van de West Indische Compagnie en de directeuren van de Sociëteit van Suriname, die zorg droeg voor het bestuur van Suriname én de aanvoer van slaven. Een concentratie van deze huizen ligt in de Gouden Bocht van de Herengracht. Bij één van die huizen op Herengracht 502, de ambtswoning van de burgemeester uit 1672 werd in 2004 een gedenksteen geplaatst.

Dit jaar viert Amsterdam feestelijk haar ‘400 jaar grachtengordel’, naast 150 jaar afschaffing slavernij. Een lastige combinatie zo op het eerste gezicht. Toch vindt Van der Laan het terecht het gelijktijdig te vieren. “De verbinding is juist goed. De grachtengordel betekent de kracht van Amsterdam. Wat in de 18e eeuw Parijs was, in de 19e eeuw Londen, in de 20e eeuw New York, was in de 17e eeuw Amsterdam. Maar liefst 70 procent van de wereldeconomie in de Gouden Eeuw was gebaseerd op Amsterdam. De eigenwaarde, het zelfrespect moeten we ook hieraan ophangen. We mogen trots zijn, maar moeten tegelijkertijd blijven praten over de keerzijde. De geschiedenis van Amsterdam met haar schitterende vruchten, daar zitten inderdaad zwarte bladzijden tussen.” Maar zonder de aandacht voor de fysieke panden kun je geen kennis opdoen over het verleden, we worden letterlijk met de neus op de feiten gedrukt. “Juist het geïmponeerd raken door de hoeveelheid fraaie grachtenpanden geeft inzicht.”
Hij ziet het als kans dit jaar bij al zijn toespraken die andere kant te belichten. “Of ik nu voor een zaal chique mensen sta of een economische lezing voor achthonderd Amsterdamse ondernemers houd, ik draag mijn kennis over, wat altijd leidt tot meer begrip.”
 
Gevelsteen aan een Amsterdams pand die herinnert
 aan de handel. in Suriname. Foto Museum Geelvinck
Burgemeesters tijdens slavernij
Het is een bekend gegeven dat regenten het systeem in stand hielden en  burgemeesters meewerkten aan de slavenhandel. Vanuit zijn rol als burgmeester nu probeert Van der Laan zich te verplaatsen in die tijd. Vanwege de driehoek van de handel - West Afrika, Antillen, Surinme, Nederland - was de slavernij in Amsterdam niet zichtbaar. Slechts de producten (suiker, koffie, tabak) kwamen naar Amsterdam als handelswaar, niet de slaven. “Men had hierdoor weinig besef van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurde, de mensen hier in Amsterdam zagen de slaafgemaakten nauwelijks. Mensen toen wisten een fractie van wat wij nu weten. Bovendien moeten we niet vergeten - zonder te  bagatelliseren - dat hun context anders was, mensen leefden in een bloederiger, hardere wereld dan wij.” Het is moeilijk ons te verplaatsen in die tijd. “We kunnen naderhand mensen niet collectief gaan veroordelen. We kennen ze niet. We weten niet wat we zelf gedaan zouden hebben. Er zijn dramatische psychologische onderzoeken die aantonen dat we allemaal iets dergelijks in ons hebben als het erop aankomt, daar wil ik liever niet aan denken.”
Nadenkend kijkt Van der Laan door zijn raam naar het beeld van Spinoza, die uitkijkt over de Amstel. “Voor mij is Spinoza een wijze leermeester, maar heb je hem ooit gehoord over de periode van de slavernij? Van iemand die toch bepaald niet bang was, valt het me eigenlijk tegen dat hij er nooit iets over heeft gezegd.”

De pijn zit zo diep
Van der Laan voelt zich persoonlijk verantwoordelijk goed om te gaan met de slavernijgeschiedenis. ‘’Je spreekt mensen, leest erover en pas dan ervaar je hoe het leed zijn sporen heeft getrokken. Dat werd me pijnlijk duidelijk toen ik op de Afrikadag in Paradiso na mijn lezing werd aangesproken door een Keniaanse minister, het prototype van een trotse, zelfverzekerde vrouw. Ze bedankte me uitbundig, ik had haar dag gemaakt door over slavernij te praten. Ik was diep geraakt dat zelfs bij zo’n zelfbewuste vrouw de pijn zo diep zit.”
Zo bleef ook het boekje van Margo Morisson hem bij, waarin een vader aan het eind van zijn leven zijn zoon inlicht over het feit dat diens moeder ter vrije beschikking stond aan de plantage-eigenaar. Van der Laan: “Als dit met je gebeurt, hoe laag wordt dan je zelfbesef, het is een onvoorstelbare aanslag op je zelfwaarde als je te koop bent, of ter beschikking staat van iemand. Deze dingen mogen we niet vergeten, ze spelen nog steeds door in de nazaten van de slaafgemaakten. Als je bijvoorbeeld al leest dat van de mensen die pesten, de helft zelf is gepest, kun je de lijn doortrekken naar wat deze gevolgen zijn.”

Eberhard van der Laan
Foto @ Mineke de Vries
Elkaar aanspreken
Bovendien moeten we niet vergeten dat het ‘pas’ 150 jaar geleden is, aldus Van der Laan: “Bij Napoleon zit er maar twee handdrukken tussen. De korte tijd is geen verontschuldiging om 150 jaar later je verantwoordelijkheid niet te nemen. Als nazaten van de plantage-eigenaren moeten we ons doodschamen, maar elkaar wel blijven bejegenen om het goed te beseffen. We dienen mensen die er geen begrip voor hebben, er principieel op aan te spreken. Amsterdam heeft zich schuldig gemaakt, maar dankt een deel van zijn rijkdom aan de slavernij. Dat schept de verplichting dat je je verdiept in het leed om het te begrijpen, temeer daar er in Amsterdam velen uit de herkomstlanden wonen. Hoe kun je dan zo’n geschiedenis weglaten? Ik wil me sterk maken om dingen te bedenken om samen te komen. We moeten er met allen die in deze stad wonen iets moois van maken.”

Het stemt Van der Laan tevreden dat er dit herdenkingsjaar zoveel aandacht is en dat er zoveel exposities zijn, die naast de grachtengordel ook de slavernij laten zien. Hieruit blijkt dat het één niet meer zonder het ander kan. “Zo is er de expositie Swart op de Gracht - Slavernij en de Grachtengordel en persoonlijk vind ik de formule voor de expositie De Gouden eeuw maar nu met zwarte bladzijde een schitterende vondst; naast elk schilderij hangt een kanttekening vanuit een ander perspectief. Het is de kunst dingen zo om te buigen dat ze kunnen inspireren. Je kunt de geschiedenis niet uitpoetsen maar er wel op terugkijken en ervan leren. Zo zou je ook de beeltenissen op grachtenpanden die overduidelijk verwijzen naar de tijd van slavernij kunnen ombuigen. Daar zouden we een kunstenaar bij moeten betrekken om dat te realiseren. Ik wil daarover nadenken.”

Antilliaanse man.
Foto @ Bea Moedt
Antillen
Zelf was Van der Laan nooit op de Antillen of in Suriname. Het stond vaak op mijn buitenlandlijst in de tijd dat ik minster was. Als echte calvinist ben ik echter van mening dat je elk overheidsdubbeltje moet omdraaien. Ik vroeg me af waarom iedereen daar naartoe moest en dacht vaak: doe gewoon je werk. Wel kreeg ik in mijn ministerstijd veel te maken met de Antilliaanse gemeenschap, met name die in Rotterdam. Ik heb me uitermate veel zorgen gemaakt om de Antilliaanse kinderen die naar Nederland komen. Nog altijd ben ik van mening dat er echt een goede inburgering dient te zijn om kansen van deze generatie te verbeteren. Ook als advocaat zag ik veel mensen uit de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap. Als verzekeringsexpert, onder andere in de Bijlmer stond ik moeders bij in huurzaken. Ze wilden hun kinderen geven wat ook anderen hadden, maar konden hun huur niet meer betalen. Ik begreep ze. Kreeg ook begrip voor het matriarchale aspect in deze samenlevingen. Wat mij opviel als advocaat was dat je de kerels vrijwel nooit zag, ik had daar mijn vraagtekens bij, vaak waren ze werkloos. Het is treurig als kinderen niet de gewoonheid ervaren van ouders die samen voor hen knokken.”

Amsterdam voorbeeld
Als stadsbestuur van Amsterdam willen wij een verantwoordelijke hoofdstad zijn. We dienen de juiste attitude te hebben, een voorbeeld te zijn voor hoe we in het leven staan. Het op zoek zijn naar je verantwoordelijkheid wil ik uitstralen naar onze burgers maar ook naar de rest van Nederland. Als stad willen we de jaarlijkse herdenking continueren, zij het in bescheidener mate dan nu en geven we subsidie aan NiNsee, om het behoud van ons gemeenschappelijk verleden. Ik vind dat ook het rijk dat zou moeten doen. Verder wil ik ten aanzien van het onderwijs dat kennis over deze geschiedenis wordt overgebracht. We mogen het één nooit meer los zien van het ander. Onze burgers zijn enthousiast, dat merken we, er is verbinding en er blijkt veel respect te zijn voor de gemeente Amsterdam. We zijn op de goede weg. Waar ik kansen zie om te praten over deze geschiedenis zal ik dat niet nalaten.” Kansen grijpen betekent voor Van der Laan automatisch dat hij ook de kansen opzoekt.


“Ook staatsrechtelijk gezien moeten we ons er niet ‘van af maken’ Ik vind dat we ons terdege moeten bedwingen in het te gemakkelijk roepen: zoek het zelf uit. Het grootste goed dat we kunnen bieden is het leveren van een bijdrage aan het zelfvertrouwen van elk mens, van een volk als geheel. Want dat is het meest essentiële voor elk mens. Als er iets is wat we van ons slavernijverleden hebben geleerd, is het dat. We hebben de verantwoordelijkheid elkaar daarbij te ondersteunen. Wij als stad steken daarvoor onze nek uit.”

zaterdag 22 februari 2014

Sranantongo Bakadina

Eren van en pronken met het Surinaams

Een programma rond het Surinaams in verband met Internationale Moedertaaldag met o.a. presentatie boek en cd van Flos Rustveld Wan gro-ede kon gi Maria, een vertaling van Slaaf kindje slaaf geschreven door Dolf Verroen,

Opvoering van een fragment uit het toneelstuk Kophonger van Frank Wijdenbosch.

Taalspel over het Surinaams tussen twee teams met hulp van de zaal.

Muzikale omlijsting door Romeo Kotzebue en Krin Sten.

Columns, gedichten en interviews van en met o.a. Stuart Rahan, Kwasi Koorndijk, Ludwich van Mulier en Margo Morrison.

Loterij en Surinaamse keuken.

Datum: zondag 2 maart 2014
Tijd: 15.00 uur (inloop 14.30)
Toegang: 5 euro
Adres: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19 A
1093 SK Amsterdam
Orga:FiRi FM & sympathisanten:06-40321238
Zondag vrij parkeren


Flos Rustveld (rechts) wordt bij de Vereniging Ons Suriname
omhelsd door Gracia Blanker, mede-auteur van het Spectrum
 Woordenboek Sranantongo. Foto Michael Bhola

Gi Sranantongo grani, taki en, singi en, prodo nanga en prey nanga en.

Fu grontapu mamatongodey ede, un e hori wan Sranantongo Bakadina. Na kuru kuru un o abi:
Kon na doro fu a buku nanga poku :"Wan gro-ede gi Maria"-wan tori fu Dolf Verroen skrifi na patatatongo. A kari en: Slaaf kindje slaaf. Sisa Flos Rustveld broko en kon na Sranantongo. 

Wan pisi fu a preypisi fu Frank Wijdenbosch, kari Kophonger

Sabi yu tongo, 2 Tetey fu 3 suma o fiya suma e basi a tongo moro bun .

Poku anga singiman, brada Romeo Kotzebue, Krin Sten

Prakseri, bari puru nanga aksi piki, Brada Stuart Rahan, Brada Kwasi Koorndijk, Brada Ludwig van Mulier nanga Sisa Margo Morrison

No lasi skin gi Krioro kukru nanga wan fiya prey o de.

Deymarki: Sonde baka-yari mun,03 2014
Yuru: 15.00 yu (14.30yu waka kon
Madyomina: 5 euro
Tanpresi: Verenigingsgebouw Ons Suriname'
 Zeeburgerdijk 19A
 1093 SK Amsterdam
Orga: Firi FM nanga kraka fu atifiri staman.
Sisa Flos Rustveld: 06-40 32 12 38
Fu tapu yu presi na fesi poti a moni na
NL68 INGB 0005981950 F.R. Rustveld

zaterdag 22 juni 2013

Dichteres Margo Morrison: Slavernij, nooit meer!

Dichteres Margo Morrison draagt voor uit haar nieuwste bundel voor de ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam op 1 juni na de ‘Memre waka’ langs grachtenpanden die herinneren aan de slavernij.  Foto: Stuart Rahan.


door Stuart Rahan

Amsterdam Zuid-Oost - Als dichteres Margo Morrison het mocht bepalen dan zou het woord ‘neger’ nooit meer gebruikt mogen worden. Het is een onding waar zij niet mee geassocieerd wilt worden. Zij schreef het gedicht ‘Noem mij geen neger meer’ dat voor haar hét symbool is van de afschaffing van de slavernij. Het gedicht is opgenomen in haar vijfde gedichtenbundel Slavernij, nooit meer naar aanleiding van 150 jaar afschaffing slavernij. Deze is ook vertaald naar het Sranan en Engels.

Zij is getergd door het N-woord en bij het lezen van het gedicht voel je de woede. "Negerland heeft nooit bestaan", citeert het gedicht. 'Slavernij, nooit meer, Katibo, noiti moro, Slavery never again' moet, als het aan Margo Morrison ligt opgenomen worden in het onderwijscurriculum, want hoe meer kennis de Nederlanders dragen, hoe meer onderling begrip er zal zijn.

Dagelijkse gedachtegang
Niet alleen op of rond 1 juli bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij moeten nakomelingen van slaafgemaakten en slavenmeesters beseffen hoe de werkelijke geschiedenis in elkaar steekt. "Meer nog in onze dagelijkse gedachtegang en taalgebruik. Woorden als 'bakra' moeten net als 'neger' verbannen worden. De baas van je geest, je kra, je yeye, je ziel kan niet meer. Zolang jij deze begrippen nog bezigt, plaats jij jezelf in een ondergeschikte positie. De wit'man hoeft zich niet eens verheven te gedragen, dat is hij in jouw ogen. Ook het begrip 'blanke' dat rein en zuiver betekent. Als je niet blank bent, wat ben je dan? Onrein, onzuiver? Dat zijn dingen die ik weiger te accepteren", spuugt Morrison haar afschuw

Alles wat met de slavernij te maken heeft, raakt haar. Het is een geschiedenis die volgens de dichter te lang genegeerd is. Ruim vijftien jaar geleden is zij begonnen om dit donker verleden voor het voetlicht te plaatsen. "De volgende generatie moet ons niet verwijten dat wij er niets aan gedaan hebben. Ik vraag mij ook af waarom de generatie voor mij niets gedaan heeft. Strijders als Anton de Kom zijn ons voorgegaan. Hij was op zijn manier rebellerend bezig." [Blijkbaar heeft mevrouw Morrison nooit een letter gelezen van Edgar Cairo, R. Dobru, Michael Slory, Astrid Roemer, Frank Martinus Arion enz. enz – red. CU]

Ook de koning en koningin kregen Morrisons boekske
Inhaalslag
Om een vergelijking te maken, noemt Morrison de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog op 4 mei en de viering van vrijheid op 5 mei. "De oorlog duurde vijf jaar en was zeventig jaar geleden. De slavernij is 150 jaar geleden maar wij mochten alleen feestvieren. Nooit was er een koning of koningin officieel aanwezig zoals elk jaar weer op de Dam op 4 mei. We hebben een inhaalslag hier te maken." Zij hoopt dan ook niet dat op 2 juli iedereen vergeten is waarom op 1 juli de afschaffing van de slavernij werd herdacht. "Het gehele jaar door worden oorlogsfilms en documentaires vertoond terwijl op 2 juli, bij wijze van spreken, er niet meer over gesproken mocht worden." Dat er een aanzet is gegeven om bijna driehonderd jaar slavernij met elkaar te bespreken, op de lokale radio en televisie, is niet voldoende. Er moet meer gedaan worden. Het slavernijverhaal moet landelijk gehoord worden en in het onderwijscurriculum worden opgenomen. "Daarom vond ik het nodig om het in het boek vast te leggen. Ik heb exemplaren gestuurd naar de burgemeester, de premier, de koning en het ministerie van Onderwijs in Suriname krijgt ook een exemplaar." Deze week is de dichteres te gast in Suriname om haar verhaal en gedichten met Suriname te delen.


[uit de Ware Tijd, 19/06/2013]


maandag 13 mei 2013

Slavernij, nooit meer! zegt Margo Morrison


Op 26 mei vindt de boekpresentatie plaats van Slavernij, nooit meer! van Margo Morrison. Een bundel met proza en poëzie over de  “Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden” en een mooie Toekomst.

Mag ik jullie allen van harte welkom heten met een drankje? Ja, dat mag!

Datum :  zondag 26 mei 2013
Tijd:   15.00 tot 18.00 uur   (inloop 14.30 uitloop 19.00 uur)
Plaats :  Vereniging Ons Suriname,  Zeeburgerdijk 19-A – 1093 SK Amsterdam
Entree vrij

Margo Morrison

Een exemplaar kan voor €10,- aangeschaft worden op  de dag van de presentatie en in de week daarop!  Daarna bij mij te verkrijgen voor €12,50. (Eind mei in de (internet)boekhandels voor €15,50)
ISBN: 978 90 804 029-6-6 – Slavernij, nooit meer!

Bestelling: De bundel kan ook besteld worden na overmaking  van €10,-+ €2,50 verzendkosten op rekening 4865595 t.n.v. Margo Morrison te Amsterdam. (!) Vergeet niet niet uw adres, email of tel.nr. erbij te vermelden zodat het boek opgestuurd kan worden.

Tot 26 mei voor een gesigneerd exemplaar!

Warme groet,
Margo Morrison – MAISA SPIRIT
Ned. 020-6912363 – 06-18345813 / Sur. 00597-7505700 – 06-37017700 (20 juni – 26 juli)