Posts tonen met het label Choenni Chan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Choenni Chan. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

Een eigen geschiedenis vraagt om eigen geschiedschrijving

Geschiedschrijving: het is maar met welke bril je het bekijkt.
Foto © Michiel van Kempen

door Ruben Bakker

Geschiedenis kan ‘over’ Suriname gaan, maar is die dan ook ‘van’ Suriname? Voor geschiedschrijving (of historiografie) is het uitermate belangrijk vanuit welk perspectief gekeken wordt. Dit komt al naar voren in de ondertitel van de bundel Verkenningen in de historiografie van Suriname, die de ambitie aangeeft om te komen Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk. Deze ambitie spreekt ook uit het symposium ‘Geschiedschrijving van Suriname’, gehouden in 2013, waar deze bundel uit voortgekomen is.

In een geschiedenis van het volk staat het volk centraal, dit in tegenstelling tot een koloniale geschiedenis, waar de relatie met de kolonisator centraal staat. Als men spreekt van dekolonisatie van de geschiedschrijving wordt bedoeld dat niet alleen het bestuur van een land, maar ook de geschiedschrijving onafhankelijk wordt. Maar wat betekent dit precies? En hoe kunnen we dat bereiken? Dit zijn de vragen die in de bundel centraal staan. De bundel bestaat uit 25 Nederlands- en Engelstalige essays, geschreven door Surinaamse en buitenlandse (vooral Nederlandse) historici. Hiermee beslaat de bundel - die in twee delen is uitgekomen -  zo’n 656 pagina’s in totaal.

Door de veelheid aan essays worden veel aspecten die relevant zijn voor de historiografie van Suriname belicht. Zo benadrukt Chan Choenni de urgentie en het belang van ‘oral history’, gaat Mildred Caprino in op (de mogelijkheid van) vrouwengeschiedenis en bespreekt Hilde Neus de rol van historische romans voor de geschiedschrijving. Naast het gezichtspunt en de plek in de Surinaamse geschiedenis van de verschillende bevolkingsgroepen is er ook aandacht voor de ontwikkelingen in de historiografie van andere voormalige kolonies.

De breedheid van de onderwerpen en de veelheid aan auteurs maken de essaybundel echter ook kwetsbaar. Doordat de essays erg los van elkaar staan, komt herhaling nogal eens voor en wordt de lezer niet altijd aangemoedigd om ook het volgende essay te lezen. Dit had voorkomen kunnen worden door de essays meer te rubriceren, zodat er een duidelijker opbouw ontstaat. Ook was het wellicht beter geweest als alle essayisten aan het einde van hun artikel concrete aanbevelingen deden van hoe de historiografie van Suriname verbeterd kan worden. Nu is dat slechts bij enkele essays het geval. Want weet de lezer uiteindelijk wat er concreet moet veranderen om de Surinaamse historiografie een ‘geschiedenis van het volk’ te maken?

In ieder geval is daar een dappere poging toe gedaan en is veel kennis gebundeld.
De tweedelige bundel vormt een belangrijke bijdrage aan de Surinaamse historiografie en houdt bovendien de lezer een spiegel voor: een eigen geschiedenis maak je zelf!


Maurits S. Hassankhan, Jerome L. Egger, Eric R. Jagdew (samenstellers): Verkenningen in de historiografie van Suriname. Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk. Deel 1 en 2. Paramaribo: Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), 2013. ISBN: 978-99914-7-254-6

maandag 23 september 2013

Lezing Ela Gandhi

Ela Gandhi

De Leerstoel Lalla Rookh en de faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit organiseren op 7 oktober een lezing van Ela Gandhi, vredesactivist en kleindochter van Mahatma Gandhi. Zij is voorzitter van de Mahatma Gandhi Salt March Committee en de Mahatma Gandhi Development Trust. Tevens was mevrouw Gandhi (1940) parlementslid van Zuid Afrika en Chancellor van de Durban University of Technology.

Thema: Participative Democracy and Nonviolence
De lezing wordt gehouden op maandag 7 oktober 2013
Plaats: Vrije Universiteit Zaal 6A04 (hoofdgebouw)
de Boelelaan 1105, Amsterdam

Programma
15.30- 15.35: Welcome by Dr. Victor van Bijlert, Faculty of Theology, VU University
15.35-16.25: Lecture by Mrs. Ela Gandhi
16.30-17.15: Questions & Discussion Prof. Chan Choenni, Leerstoel Lalla Rookh, VU University
Indien u aanwezig kunt zijn, graag voor 1 oktober a.s. aanmelden via leerstoel@lallarookh.nl.


ACCORD-lecture – Amsterdam Centre for the Study of Cultural and Religious Diversity

donderdag 13 juni 2013

Surinaamse versie De suiker die niet zoet was

Mitra Rambaran overhandigt een exemplaar van de Nederlandse versie 'De suiker die niet zoet was' aan Radjen Baldew, voorzitter van Stichting Hindoe Media Suriname. professor Chan Choeni (l) is ingenomen met deze aanwinst.  Foto:  Claudio Barker.


door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo - Er komt een Surinaamse versie van de historische roman De suiker die niet zoet was. Het boek, dat gaat over de emigratie van India naar Suriname, is door de Indiase schrijver Zafdar Zaidi in het Urdu geschreven en door Mitra Rambaran in het Nederlands vertaald. Schrijver Robby Parabirsing zal zorgen voor de Surinaamse editie.

Aanpassingen
"Er zijn bepaalde delen die gevoelig zijn voor Suriname. Die moeten worden aangepast. Een voorbeeld is het gebruik van het woordje 'neger'. Dat komt in bepaalde culturen als een scheldwoord over. De moeder van de hoofdpersoon Radj is in Suriname geboren en op latere leeftijd naar Nederland vertrokken. In haar dialoog moet het typische Surinaamse Sarnami herkenbaar zijn. Woorden als 'eend' en 'kerrie' uit de Nederlandse versie zullen dan worden vervangen door 'doksa' en 'massala'. Hetzelfde geldt voor het woordje roti. Dat hoeft in de Surinaamse versie geen verdere uitleg", geeft Parabirsing aan. Volgens hem kloppen niet alle feitelijkheden in de roman met de realiteit, maar dat is toegestaan in dit genre. "We plaatsen bij die specifieke gebeurtenissen een noot, dat die afwijkt van de historische feiten. Zo zijn de eerste immigranten die met de Lalla Rookh kwamen niet naar plantage Waterloo in Nickerie gebracht. Er zijn op de eerste boot ook geen kinderen geboren. De reis naar Waterloo ging niet via de zee, maar via Uitkijk", geeft Parabirsing als voorbeelden aan. Als alles goed verloopt, komt de Surinaamse versie eind dit jaar uit. Een passage die de Surinaamse uitgever erg ontroert, is de beschrijving van hoe de immigranten op de boot naar elkaar toegroeiden en scheidslijnen vervaagden. "Kaste, religie en status deden er niet meer toe. Alleen de regels van het hart telden op de boot."

Plantage Waterloo, Nickerie


Het verhaal
Rambaran laat een kort filmpje het verhaal van het boek vertellen. Dit gaat over het echtpaar Raj en Lakshmi. Hun huwelijk lijdt onder de depressie van Radj, die uiteindelijk op zoek gaat naar zijn verleden. Het boek speelt zich af in het hedendaagse Den Haag met terugblikken naar India en Suriname. "Het boek bevat ook eigen geschreven klaagzangen waarin over instrumenten worden gesproken die wij niet meer kennen", vertelt Rambaran en speelt een nummer af.
"De schrijver is nooit naar Suriname geweest, maar heeft het land heel mooi beschreven", zegt professor Chan Choeni. Hij is vooral onder de indruk van een scène waarbij een creoolse roeier tijdens de overtocht van Paramaribo naar plantage Waterloo een kindje redt uit de rivier en de vrouwelijke immigrant uit dankbaarheid zijn voeten raakt. Choenni: "Ik moest een traantje wegpinken." De suiker die niet zoet was is dinsdagavond in restaurant Khazana gepresenteerd.

[uit de Ware Tijd, 13/06/2013]

vrijdag 3 mei 2013

De suiker die niet zoet was



140 Jaar geleden bracht het schip Lalla Rookh migranten uit India naar Suriname. Daar kwamen ze te werken op de suikerplantages. Deze migratie wordt jaarlijks herdacht en gevierd, zowel in Nederland als in Suriname. Ter gelegenheid hiervan verschijnt op 28 mei de debuutroman De suiker die niet zoet was, van Safdar Zaidi. Hij presenteert het boek feestelijk in studio B (eerste verdieping) in de Centrale Bibliotheek Den Haag. 

De suiker die niet zoet was is het verhaal over een Nederlands, jong stel in Den Haag, met wortels in India en Suriname. Omdat de relatie lijdt onder depressiviteit van de man, gaat hij op zoek naar alternatief geluk. Dan maakt het verhaal een wending naar India, 1873, en vertelt van arme boeren die besluiten naar het land van Shri Ram te reizen, eerst naar Calcutta, dan over het Zwarte Water naar Suriname. Een avontuur dat niet goed afloopt. Terug in 2013 begrijpt de hoofdpersoon door dit verhaal zijn eigen verleden beter. Een roman over liefde, vriendschap en vertrouwen, waarin vrouwelijk leiderschap centraal staat. 

Datum
dinsdag 28 mei 2013 19:00 tot 22:00

Tanja Jadnanansing. Foto © Ward Kuipers

Programma
De roman wordt belicht door wethouder Marjolein de Jong en professor Chan Choenni, hoogleraar Hindostaanse migratie, VU. Tanja Jadnanansing, Tweede Kamerlid, portefeuille Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs, neemt de roman in ontvangst. Pearl, Haags talent uit de gayscene, beeldt een scène uit de roman uit, en Celine Wadier, Franse zangeres, zingt twee liederen uit de roman.

Reserveren
Wilt u de presentatie bijwonen? Reserveer dan van tevoren een plaats. Dat kan bij hannabaran media productions, e-mail hannabaran@hotmail.com, of via  tel. 0641 84 04 34.

Jan Pronk houdt eerste Lalla Rookh-lezing


Miniconferentie 140 jaar Hindostaanse migratie

Op 5 juni 2013 is het precies 140 jaar geleden dat de Hindostaanse migratie begon. In juni 1873 arriveerden de eerste groep Hindostaanse contractarbeiders uit India in Suriname om op de plantages te werken. Ongeveer honderd jaar later, voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Suriname, migreerden grote groepen Hindostanen naar Nederland. Een groot deel van hen vestigde zich in Den Haag.

Ter gelegenheid van 140 jaar Hindostaanse migratie organiseert de Leerstoel Lalla Rookh in samenwerking met de gemeente Den Haag een miniconferentie over het succes en falen van Hindostanen in Nederland. Tijdens deze conferentie zal prof. Jan Pronk de eerste Lalla Rookh lezing uitspreken over de grote migratie van Surinamers rond de onafhankelijkheid van Suriname.
De conferentie is bedoeld voor politici, wetenschappers, beleidsmakers alsmede leiders uit de Surinaamse gemeenschap.
Jan Pronk

Programma

12.30 -13.00 Inloop
13.00 -13.45 De invloed van de onafhankelijkheid van Suriname op de migratie van Hindostanen door prof. J. Pronk
13.45 -14.15 De integratie van Hindostanen in Nederland door prof. C. Choenni
14.15-14.45  De toekomst van Hindostanen in Nederland door prof. R. Gowricharn
14.45 -15.15 Pauze  
15.15- 16.15 Zaaldiscussie: Succes en falen van Hindostanen in Nederland. Panelleden: J. Pronk, R. Gowricharn en C. Choenni
16.15- 16.30 uur: Conclusies en Slotwoord
16.30-18.00 Aangeklede borrel

Datum: 31 mei 2013
Locatie: SER gebouw, Bezuidenhoutseweg 60, Den Haag
       
Aanmelding
Deelname
 aan de conferentie is kosteloos.
Aan de conferentie
 kunnen 150 personen deelnemen.U
 kunt zich tot 25 mei a.s. inschrijven den onder vermelding van volledige naam, functie, adres, telefoonnummer en amailadres kan naar De Klerkplan 12, 2728 EH Zoetermeer. Aanmelden kan ook per e-mail: info@autarconsultancy.nl

Heeft
 u 
inhoudelijke
 vragen?
 Neemt
 u
 dan
 contact
 op
 met Autar Consultancy: Tel. 
079‐593
79
29 
of per mail 
autark@xs4all.nl.


maandag 15 april 2013

A Sranan tori e opo/Het Surinaamse verhaal beurt op

Op zaterdag 20 april 2013 organiseert de Stichting voor Surinaamse Genealogie een nieuwe konmakandra. Het Surinaamse Verhaal gaat over de persoonlijke levensgeschiedenissen van mensen die in het koloniale Suriname hun leven opgebouwd hebben. Het wordt verteld en verbeeld door negen verhalenvertellers: familieonderzoekers, actieve donateurs van de Stichting voor Surinaamse Genealogie, schrijvers en wetenschappers. Moderatoren zijn Lucia Nankoe en Jean Jacques Vrij.

Plantage La Prospérité, Para, 19de eeuw


Ochtendprogramma:
10.30 uur Welkomstwoord, terugblik en vooruitblik door de voorzitter van de SSG, Pieter Bol
10.50 uur Yvette Forster presenteert het programma van de nationale herdenking en viering 150 jaar afschaffing slavernij (29 juni t/m 1 juli 2013 in Amsterdam)
11.00 uur Chris Polanen, dierenarts, schrijver en columnist.
11.15 uur Chan Choenni, bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de VU, bijdrager aan
Sarnami Hindostani 1920-1960. Het verhaal van mijn par adja en par adji, mijn overgrootvader en -moeder van vaders kant.
11.30 uur Nathaly Pengel-Wong, oud onderwijzeres en maatschappelijk werkster en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van de plantage La Prosperité en de Pengels in het district Para.
11.45 uur Dennis Lee Kong, ICT-er en actief donateur van de SSG. Het verhaal van mijn stammoeder Laurentia Kerpens en haar nageslacht.
12.00 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vier verhalenvertellers.
12.15 uur Lunch (voor eigen rekening) met volop gelegenheid tot onderling netwerken. De heerlijke Surinaamse broodjes en hapjes worden verzorgd door John Lo-A-Njoe

Plantage Peperpot. Foto @ Settie


Middagprogramma:
13.30 uur Lisa Djasmadi, cultureel antropologe, secretaris Stichting Comité Herdenking
Javaanse Immigratie en schrijfster van De Stille PassantenPersoonlijke verhalen die de veerkracht van de Javaanse migranten in de periode na de contractarbeid illustreren.
13.45 uur Roline Redmond, actief donateur van de SSG, schrijft aan een kroniek van het
geslacht Doorson, als vervolg op een verhalenbundel over dezelfde familie.
Het verhaal van de generatie van mijn grootmoeder Paulina Wijks en haar voorouders.
14.00 uur Marie-Claire Fakkel, actief donateur van de SSG. Het verhaal van Lady Smith en mevrouw Fakkel, twee vrouwen, een eeuw na elkaar geboren.
14.15 uur Janny de Heer, actief donateur van de SSG en schrijfster van boeken over Curacao
en Suriname. Het verhaal van de bijzondere familie Horst.
14.30 uur Rosemarie Smeets, sociaal pedagoge, schrijfster van “Suriname-kleurboek” en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van Jacob en Max Pinas.
14.45 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vijf verhalenvertellers.
15.00 uur Gezellig samenzijn en netwerken.
16.00 uur Einde van de bijeenkomst

Gedurende de hele bijeenkomst is er gelegenheid om een bezoek te brengen aan de door de SSG
georganiseerde fototentoonstelling en aan de als vanouds aanwezige boekenstands. Deze keer is
er ook een stand van het CBG. Tevens verkoop en signeren van boeken, geschreven door onze
donateurs.

Het Ministerie van Financiën in Paramaribo. Foto @ Stagram


Locatie: Christus Triumfatorkerk Juliana van Stolberglaan 154, 2595 CL Den Haag
(Ingang om de hoek via De Carpentierstraat)
Entree : Donateurs gratis, niet donateurs € 7,50
(bij ter plekke donateur worden à € 25,- per jaar, is de toegang gratis)
Inloop : Vanaf 10.00 uur

Hoe is de Christus Triumfatorkerk bereikbaar?
Het adres is: Juliana van Stolberglaan 154 / hoek Laan van Nieuw Oost-Indië
2595 CL Den Haag (Bezuidenhout). Ingang om de hoek via De Carpentierstraat
NS: Vanaf Centraal Station Den Haag is het ongeveer 15 minuten lopen, of tram 2 of 6.
Vanaf Station NOI is het ongeveer 10 minuten lopen, of bus 23 of tram 2.
Auto: Parkeren in de straten rondom de kerk is gratis op zaterdag!
Voor een uitgebreide routebeschrijving zie: www.christustriumfatorkerk.nl

woensdag 16 januari 2013

Hindostanen na de contracttijd


door Jerry Egger
Chan Choenni

In een boek van ruim 670 bladzijden besteden broer en zuster Gharietje en Chan Choennie  aandacht aan ontwikkelingen binnen de Hindostaanse bevolkingsgroep in Suriname. Deze publicatie getiteld Sarnami Hindostani 1920 – 1960: Worteling, identiteit en gemeenschapsvorming in Suriname, geeft een uitgebreid beeld van deze Surinamers die na een periode van contractarbeid in staat waren zich een waardige plaats in de maatschappij te verwerven.

Gharietje Choenni. Foto © Sam Jones
Vooral door middel van meer dan tachtig diepte-interviews, de zogenaamde ‘oral history’ methode, komen nazaten van deze groep zelf aan het woord.  Zowel in Nederland als in Suriname werden oudere Hindostanen – mannen en vrouwen – geïnterviewd. Verder hebben de auteurs ook verschillende boeken, artikelen en stukken uit kranten, gebruikt om hun verhaal te vertellen. Zij kozen de periode 1920 tot 1960 omdat in 1920 de contractperiode voorbij was en er daarna geen nieuwe contractanten uit India kwamen. In 1960 was de worteling en identiteitsvorming min of meer gestabiliseerd en waren de sobere jaren voorbij. Dit is een goede keuze want het verhaal van de werving, het werken onder contract, het leven op de plantages en andere aspecten van de periode voor 1920 komt al in enkele boeken aan bod. Juist de manier waarop deze groep deel is geworden van de Surinaamse bevolking is nog niet uitgebreid bestudeerd. Vandaar de centrale vraag van de auteurs  hoe de worteling, identiteitsontwikkeling en gemeenschapsvorming van de voormalige contractanten en hun nakomelingen zich hebben voltrokken.
Monument Een eeuw Hindostaanse immigratie,
 Wageningen, Saramacca

De twee Choennies schrijven dat zij steeds geprobeerd hebben de leesbaarheid te vergroten. Ze maakten geen gebruik van een uitgebreid voetnotenapparaat omdat dit bij het grote lezerspubliek hinderlijk zou kunnen overkomen. De interviews zijn  bewerkt omdat dit gemakkelijker lezen is en over het algemeen is de taal niet erg ‘academisch’. Het ironische is dat zij een voor deze tijd omvangrijk boek op de markt brengen. Bovendien komen zij in 2013 met nog een - ongetwijfeld - dikke pil die het vervolg is van deze periode en waarin nog meer aspecten van de behandelde periode aan bod komen. We leven in een tijd waarin SMS-jes van 3 of 4 regels en berichten in kranten van enkele regels of alinea’s met grote foto’s zo langzamerhand de norm zijn. Voor een groot publiek zeker waar het jongeren betreft, zal een dergelijke omvang waarschijnlijk een stap te ver zijn. Het kan best dat er flink wat exemplaren van het boek worden verkocht, maar het zou me niet verbazen als dit wordt gedaan omdat het zo leuk staat op de boekenplank, het lot van steeds meer boeken in een maatschappij waar ‘kort maar krachtig’ de norm is.
Amanda. Foto © Carl Flick

Hoe wordt de worteling van Hindostanen in beeld gebracht? In zeven hoofdstukken worden de verhalen van de informanten geordend. Na een inleidend gedeelte gaan de Choennies in op de vestiging. Hierbij speelt de landbouw een belangrijke rol. De koloniale overheid wilde deze groep contractanten uitsluitend in de landbouw te werk stellen Zij kregen grond en de ruimte om zich te ontplooien. Een belangrijke bijdrage die zij leverden was aan de ontwikkeling van de natte rijstbouw. Verschillende onontgonnen gebieden of daar waar er verlaten plantages waren, wisten zij in cultuur te brengen. Er waren verordeningen die hun verboden om in de bossen hun brood te verdienen met de goudwinning en in de balatasector. Later volgde hetzelfde voor de bauxietsector. Dat was weggelegd voor Surinaamse en Westindische Creolen. Deze laatste groep, die zelf onder contract naar Suriname was gekomen, verliet al heel snel de landbouw. Alleen de landbouw behoorde tot het domein van Hindostanen in de ogen van de koloniale machthebbers. Daarbuiten mochten andere groepen hun geluk beproeven. De basis voor de groeiende welvaart werd dus gelegd door hard zwoegen van het hele gezin: man, vrouw en kinderen. Uit de verhalen die zijn verzameld, blijkt duidelijk het enorm gevecht van elke dag om het hoofd boven water te houden. Heel sober en zuinig leven, en een enorme ijver aan de dag leggen werden belangrijke ingrediënten in het uiteindelijke succes van Hindostanen in Suriname. Dit kan niet genoeg benadrukt worden in een samenleving waar zo nu en dan stereotype opvattingen worden gespuid over de diverse bevolkingsgroepen in Suriname.
Foto © Jasmine Debels

Na elk hoofdstuk komt er een lifestory van een man of vrouw. Bij hoofdstuk 3 is er het verhaal van een handelaar die vooral op illegale manier rijk is geworden. Hij wist goederen uit Guyana naar Suriname te smokkelen en die hier met een behoorlijke winstmarge af te zetten. Hij vertelt uitgebreid hoe het in zijn werk ging. In de periode na de Tweede Wereldoorlog was Guyana een rijk land terwijl Suriname in de opbouwfase verkeerde. Hij bracht kisten drank naar Nickerie en bewaarde die in een sloot aan de overkant van zijn huis. Het bleef zo koel. Iedereen wist dat hij smokkelde en kwam dan bij hem een fles alcohol kopen. Verder bracht hij goedkope suiker naar het district waardoor moeders altijd bij hem terecht konden voor suiker in de pap van hun kinderen. Als er schaarste was aan eieren in ons buurland dan zorgde hij ervoor dat de smokkel de andere kant op ging. Maar zoals vaak gebeurt, wordt de bedrieger ook wel eens bedrogen. Hij verloor zo ook weer een deel van zijn aanzienlijk kapitaal. Dit geeft aan dat de Choennies niet alleen een rooskleurig verhaal vertellen van hard werken waarna succes automatisch volgde. De keerzijde van de medaille was dat niet elk gezin in staat was er bovenop te komen. Alcoholisme, zelfmoord en de beperkte mogelijkheden voor meisjes en vrouwen behoren ook tot de jaren die zijn beschreven in het boek. Het is begrijpelijk dat niet elke informant zonder meer bereid was zijn of haar verhaal te vertellen. Waarom zouden zij terug in de tijd gaan naar een periode van veel leed en ellende en die bij het ophalen van herinneringen nog steeds pijn doet?  Vooral bij vrouwen van de derde en vierde generatie zien de lezers de beperkte mogelijkheden ondanks de ambitie van vele meisjes om zelf een carrière op te bouwen. Leven op het platteland betekende heel jong trouwen - tussen de 14 en 16 jaar – kinderen krijgen en hard werken op het land en in de huishouding. Het waren meestal lange dagen die vrouwen maakten. Een van de oudere informanten zegt het heel aangrijpend: ‘Ik heb keihard gewerkt. Ik kreeg veel kinderen. Allemaal heb ik goed verzorgd. Wat moet ik nog meer vertellen? Ik ben moe.’ (p.543)
Amanda. Foto © Gary Gray

De andere hoofdstukken behandelen diverse facetten van de ontwikkelingen tussen 1920 en 1960. De transportsector was naast de landbouw en de handel een andere manier om op de maatschappelijke ladder te stijgen. Hindostaanse kleinlandbouwers legden lange afstanden af naar de markt. Fietsen, dan bromfietsen en vervolgens bussen zorgden ervoor dat het sneller ging. Zo begonnen steeds meer ex-contractanten in de transportsector hun brood te verdienen. Anderen keerden terug naar hun oude beroep na het uitdienen van hun contract en werden juwelier. Deze differentiatie voltrok zich in de jaren dertig maar vooral na 1945. Een belangrijke rol in dit proces speelde onderwijs. De auteurs staan uitgebreid stil bij de belangstelling die Hindostanen langzaam maar zeker kregen voor het onderwijs. In de beginfase was dit niet groot. Vaak moesten kinderen het Hindoeïsme of de Islam opgeven en zich tot het Christendom laten bekeren om te worden toegelaten tot een van de scholen. Dat was voor veel ouders een stap te ver. Bovendien moesten kinderen helpen op het veld. Meisjes mochten nauwelijks of helemaal niet naar school. Zij moesten het huishouden leren want ze zouden dat nodig hebben wanneer zij het huis verlieten om naar de schoonfamilie te gaan. In de jaren twintig en dertig voerden diverse Hindostaanse organisaties een felle strijd om meer openbare scholen op te richten. De Ariërs kwamen ook op voor de meisjes. Ook die hadden recht op onderwijs. In verschillende verhalen dringt door dat vrouwen het op hun oude dag nog steeds jammer vinden dat zij niet de ruimte hebben gehad naar school te gaan. Toch hebben sommigen buiten de landbouw wat mogelijkheden gehad. Zo was het modistevak populair bij vrouwen. Kleren voor de kinderen werden vaak zelf gemaakt.                             

Hindostanen aan de spoorlijn bij Koffiedyompo

Het verhaal van de Hindostanen  wordt ook op een andere manier verteld. In het boek zijn er verschillende foto’s. Deze bronnen zijn waardevol. Een voorbeeld. Er is een foto op p. 255 van vertegenwoordigers van verschillende bevolkingsgroepen die langs het spoor zitten. Je ziet vrouwen en mannen, Javanen en Hindostanen zitten op de rails in de openlucht en in de zon met hun waar. Het is waarschijnlijk de markt op Lelydorp (toen Koffiedyompo genoemd). Er zijn ook creoolse vrouwen in koto’s met angisa’s maar een groot deel van deze vrouwen staat onder het afdak met hun koopwaar. Daar is dus kennelijk de echte markt. Vertelt dit iets over de plaats van de verschillende groepen op dat tijdstip van ontwikkeling in Suriname? Het is best mogelijk dat wij zo iets te weten komen over hiërarchie. Zo zijn er meerdere goed gekozen foto’s maar helaas ontbreekt een wat uitgebreider onderschrift. Het zijn vaak maar hele korte algemene onderschiften.   

Er valt veel te vertellen over dit boek. Controversiële onderwerpen zoals homoseksualiteit, drankmisbruik, zelfdoding, zinloze taboes en de achterstelling van vrouwen worden niet geschuwd. Homoseksuele relaties waren veel gebruikelijker in een periode toen vrouwen nog schaars waren. Verschillende vrouwen hadden relaties met meerdere mannen. De verhalen van nazaten van Hindostanen zijn boeiend, maar toch bekruipt de lezer het gevoel dat overdaad schaadt. Een betere selectie zou het boek ten goede komen. Een strenge redacteur die de vele herhalingen eruit had gehaald, zou de leesbaarheid hebben vergroot. Het is te hopen dat de auteurs de tijd nemen om dit deel en het andere dat in 2013 uitkomt, terug brengen tot een boek van zo’n 200 bladzijden waardoor een groter publiek het boek niet alleen koopt, maar ook leest.    

Gharietje Choennie en Chan Choennie, Sarnami Hindostani 1920 – 1960 Deel I: Worteling, identiteit en gemeenschapsvorming in Suriname. Amsterdam: KIT Publishers, 2012. ISBN 978 94 6022 218 4

zaterdag 17 november 2012

Nieuw boek over Hindostanen in Suriname

In Sarnami Hindostani 1920 - 1960 wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van deze groep Surinamers sedert hun komst in Suriname tot aan de jaren '60. Foto: Irvin Ngariman  

door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo - In Sarnami Hindostani 1920-1960 is wetenschap gecombineerd met sprekende levensverhalen. Het boek is geschreven vanuit het perspectief van de generatie contractarbeiders die besloten zich in Suriname te vestigen. De periode is afgebakend met 1960, omdat rond die tijd de groep sterk was gegroeid, urbaniseerde en de strijd naar nationale representatie begon. Ondanks hun achtergestelde positie wisten de Hindostanen zich in veertig jaar succesvol op te werken in de Surinaamse gemeenschap.

Tijdens het onderzoek verzamelden de auteurs Gharietje Choenni en Chan Choenni zoveel informatie, dat is besloten om de historische studie over Hindostanen in twee delen uit te geven. Sarnami Hindostani 1920-1960 deel 1 bestaat uit 672 pagina's en is vrijdagavond in de conferentiezaal van Lalla Rookh gepresenteerd. Dit deel gaat over de vestiging van de contractarbeiders, hun identiteit en gemeenschapsvorming, de rol van de infrastructuur, inkomstenverwerving, wonen en welzijn, opvoeding, onderwijs, gezondheid en familieleven, traditie en taboe. "De term Sarnami Hindostani is bewust gebruikt, omdat de contractarbeiders daarvóór Brits-Indiërs werden genoemd. Toen ze hadden besloten om in Suriname te blijven, noemden ze zich Sarnami Hindostani", vertelt Chan Choenni tijdens de introductie. Chan is bijzonder hoogleraar Hindostaanse Migratie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, belast met de Lalla Rookh leerstoel. Zijn zus Gharietje is andragoloog, dichter, auteur en redacteur. Voor het boek hebben broer en zus ruim honderd nakomelingen van de contractarbeiders geïnterviewd van wie beiden of tenminste één ouder uit India kwam. Passages uit hun verhalen heeft Gharietje vrijdagavond het publiek voorgehouden.
Mandir aan de Frederik Derbystraat in Paramaribo. Foto M. Juglall

De aanwezigen knikken instemmend en lachen om de herkenbare verhalen over het leven op het land, de verkoop onder de markt en de draaivijzel. Chan benadrukt dat in de historische studie alle aspecten uit het leven van de Hindostanen zijn vervat. De ontwikkeling van de groep is grondig onderzocht. De auteurs hebben hiervoor veel geschreven materiaal bestudeerd en de verhalen van de nakomelingen op waarheid getoetst. "We hebben ontdekt dat verhalen, als zouden Hindostanen geen gebruik hebben gemaakt van sociale voorzieningen zoals bedeling, niet kloppen met de cijfers. Aan de andere kant is het wel waar dat de groep geen volkswoning kreeg", verduidelijkt Chan. Deel II van Sarnami Hindostani 1920-1960 verschijnt juni volgend jaar en gaat over het culturele, sociaal en religieus leven. In dit deel wordt ook een hoofdstuk gewijd aan de bijzondere positie van Hindostaanse vrouwen en de invloed van de Tweede Wereldoorlog, urbanisatie, emancipatie, participatie en burgerschap.

[uit de Ware Tijd, 15/10/2012]

donderdag 1 november 2012

Geschiedschrijving


door Karwan Fatah-Black

In oktober 2012 vond in Suriname aan de Anton de Kom Universiteit een congres plaats over de dekolonisatie van de Surinaamse geschiedschrijving. In de jaren tachtig vond er voor de eerste keer een dergelijk congres plaats. Nu, zevenentwintig jaar later, werd de discussie van toen weer opgepakt. De lange stilte tussen het eerste en het tweede congres waren aanleiding tot verwondering bij veel congresgangers en de organisatoren, waarvan er een aantal ook de eerste editie actief hadden bijgewoond. De vraag die in de oproep en openingslezingen van het congres gesteld werd was waarom de dekolonisatie van de Surinaamse geschiedschrijving in die tussenliggende jaren niet had plaatsgevonden.

Maar al tijdens de inleiding van Maurits Hassankhan bleek dat de tijd allerminst had stilgestaan. De late jaren tachtig en negentig waren een periode van snelle wetenschappelijke ontwikkeling. In Nederland begonnen postkoloniale migranten, alleen al door hun aanwezigheid, in hoog tempo onderzoeksagenda’s te bepalen. Via tijdschriften als OSO en series als de BSS werd er veel over Suriname geschreven, maar vaak alleen vanuit Nederland, en onbedoeld altijd verbonden met de postkoloniale migratie na 1975. Hassankhan stelde in zijn keynote een autonome benadering van geschiedenis voor, vrijgemaakt van koloniale en neokoloniale percepties, maar ook voorbij het dogmatische antikolonialisme. Zijn inspiratie haalde hij uit discussies in de Aziatische context, ver bij de smalle Nederlands-Surinaamse debatten vandaan.

Papiergeld uit Demerara en Essequibo, 1823


Als er een gevoel overblijft na het driedaagse congres, dan is het dat Surinamers in Suriname en de Surinaamse diaspora uit elkaar zijn gegroeid. De Surinaamse discussie was boeiend om te volgen. Het ging over de evaluatie van de onafhankelijkheid, de poging tot het vormen van een nationale identiteit, de benadering van etniciteit en religie, en welke selecties de samenstellers van een bacheloropleiding moeten maken. Het waren allemaal levendige en open discussies. 

Opvallend was dat belerende en onnodig scherpe bijdragen aan de discussie vrijwel altijd uit de hoek van de Surinaamse diaspora afkomstig waren, alsof men bang was de greep op de Surinaamse ontwikkeling te verliezen. Zo stelde Chan Choenni keer op keer dat er misschien maar helemaal geen universitaire geschiedenisopleiding moest komen. Ook Hans Ramsoedh benadrukte dat de Surinaamse historici zich vooral niet (van stemmen uit de diaspora) moesten isoleren. Hakiem Nankoe, sinds de onafhankelijkheid in de VS, vond het nodig om zijn halve presentatietijd te besteden aan een uitleg waarom hij niet was teruggekomen om het land op te bouwen, om vervolgens de discussietijd van zijn panel in te pikken om op belerende toon open deuren in te trappen. De wat superieure houding vanuit de diaspora bemoeilijkte op een aantal momenten een gelijkwaardige uitwisseling van ideeën.

...de opbouw van een eigen geschiedeniscurriculum...


Over het geheel genomen lijkt het prima te gaan met het opbouwen van een eigen geschiedeniscurriculum. Het punt is, zoals op zoveel plekken, dat historici duidelijk moeten maken dat zij niet als luxeproduct buiten ministeriële begrotingen gehouden mogen worden. Beleidsmakers overtuigen van het belang van autonoom geschiedenisonderzoek vraagt tijd en doorzettingsvermogen. Dit is een kwestie tussen Surinamers in Suriname, en gezien de welwillendheid van het ministerie om bij te dragen aan het congres, is hopelijk het opzetten van een BA-opleiding niet ver weg. 

Tijdschriften als His/Her Tori bieden daarnaast een mooi platform voor verdere discussie, en het congres over migratie, diaspora en identity formation in Paramaribo in 2013 zal ongetwijfeld opnieuw een impuls geven. Tijdens een rondleiding door het prachtige Nationaal Archief bleek dat de expertise op het gebied van archiefbeheer van over de hele wereld wordt ingevlogen, van Korea tot Brazilië. Terug in Nederland lijkt het moment aangebroken voor historici in de Surinaamse diaspora om te reflecteren op de eigen rol in hun nieuwe thuisland, los van Suriname.

vrijdag 12 oktober 2012

Presentatie De geschiedenis van Hindostanen in Suriname

Chan Choenni
Vandaag, vrijdag 12 oktober 2012, wordt om 19.00 uur in het Lalla Rookh gebouw in Paramaribo de omvangrijke historische studie Sarnami Hindostani 1920-1960 gepresenteerd. De onderzoekers/ auteurs Gharietje Choenni en prof. Chan Choenni zullen beiden een toelichting geven.  Daarna wordt het boek aangeboden aan onder meer twee ouderen. Het boek zal na de presentatie verkrijgbaar bij de boekhandel VACO. Dit boek over de geschiedenis van Hindostanen in Suriname is uitgegeven door
het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen) in hardcover en heeft  een omvang van liefst 672 pagina’s. Deze historische studie is onmisbaar voor een ieder die meer wil weten over Suriname en in het bijzonder over Hindostanen.

woensdag 8 juni 2011

Hindostaanse geldingsdrang

De jaarlijkse herdenking van de Hindostaanse immigratie ligt inmiddels achter ons, maar we stomen onvermijdelijk op naar de 139ste verjaardag op 5 juni 2012, want elk jaar opnieuw meert de Lalla Rookh weer af bij de Hindostaans-Surinaamse gemeenschap, zowel in Suriname als in Nederland. In mijn blog “Apartheidsvieringen in Suriname” van 24 mei j.l. heb ik hierover al mijn verontrusting uitgesproken. De op Caraïbisch Uitzichtt van Radio Nederland Wereldomroep overgenomen verslagen door Sam Jones en door Peggy Brader van de inaugurale rede van Chan Choenni bij de aanvaarding op (niet toevallig) maandag 6 juni j.l. van zijn ambt als bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, benadrukken nog weer eens die Hindostaanse apartheid.

Beide verslagen, dat van Jones getiteld “Immigratie Hindostanen succesvol”, dat van Brader “Hindostanen grootste groep Surinamers in Nederland”, zijn duidelijk kritisch ten aanzien van Choenni’s inaugurale rede, en na lezing ervan vraag ik me af of die immigratie wel zo succesvol is als Choenni ons wil laten blijken. Hij heeft het vooral over de ‘prestaties’ van de Hindostanen, afgezet tegenover hun duidelijke antipoden, de Creolen. “Behalve Prem Radhakishun op de televisie zie je nauwelijks andere Hindostanen”, merkt Choenni op als hij het heeft over de onzichtbaarheid van deze bevolkingsgroep. “Toch wonen er 160.000 Hindostanen in Nederland. Daarmee zijn zij de grootste groep Surinaamse Nederlanders. Niet de Creolen, zoals vaak wordt aangenomen. Ook in Suriname is de Hindostaanse bevolking overigens het grootst.”

Rechts: Chan Choenni, hoogleraar Hindostaanse diaspora

De titel van Choenni’s rede laat er ook geen misverstand over bestaan: Integratie Hindostani stijl, kortom, het gaat niet over integratie, het gaat over Hindostanen. Choenni heeft uitgerekend dat er nu 300.000 afstammelingen zijn van 25.000 naar Suriname geëmigreerde contractarbeiders, te weten 135.000 in Suriname, 160.000 in Nederland en de rest op de Antillen en elders in de wereld. In Nederland vormen ze 45% van de Surinaamse Nederlanders. De tweede grootste groep Surinamers zijn de Creolen, 39%. Omdat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geen gegevens bijhoudt van etnische groepen, zijn alle Surinamers als één groep geregistreerd. Choenni kreeg echter met geheimhoudingsplicht voor korte tijd toestemming om in de bestanden van het CBS te kijken. Met behulp van een team deskundigen achterhaalde hij het aantal Hindostanen op basis van familienamen.

Hindostanen getalsmatig in de meerderheid
Onder de 160.000 Hindostanen die in Nederland wonen is door Choenni ook de derde generatie meegerekend, ondanks dat het CBS stopt met het bijhouden van het land van herkomst na de tweede generatie. Daar is Choenni het niet mee eens: “Derde generatie Surinamers in Nederland zijn ook Surinamers.” Vierde, vijfde en zesde generatie ook? Een bewijs dat het Choenni niet gaat om integratie, maar om apartheid. En dan beweert Choenni ook nog dat het hem niet er om gaat dat de Hindostanen de grootste Surinaamse bevolkingsgroep zijn. Nee, het is volgens hem belangrijk om stellingen te kunnen onderbouwen en om met de juiste cijfers beleid te maken. “Als je zegt dat er weinig Hindostaanse politici of sporters zijn, dan moet je dat kunnen aantonen.” Ook wil Choenni een einde maken aan de speculaties en discussies over het aantal Hindostanen in Nederland. “Sommige mensen zeiden dat het er 100.000 waren, anderen zelfs 200.000.” Alweer: niet integreren, maar Hindostanen zichtbaar maken.

De uitsmijter is echter wel Choenni’s bewering dat de Hindostanen zich op cultureel gebied goed kunnen aanpassen aan de Nederlandse cultuur, “maar tegelijkertijd behouden ze liever hun culturele waarden”. Dit bewijst volgens Choenni dat succes en behoud van het culturele erfgoed goed met elkaar samen kunnen gaan. Begrijpt Choenni zelf wat hij hier zegt?

Vieren of herdenken
Sandew Hira zou Sandew Hira niet zijn als hij zich niet ook meldde in het koor van immigratie-vierenden. Naar aanleiding van het door hem uitgegeven boek “Tettary”*) schreef hij 16 mei j.l. zijn column op Star- Nieuws “Niet alleen vieren, ook herdenken”. Het boek is een nieuwe studie van Radjinder Bhagwanbali over contractarbeid, getiteld Tettary – de koppige. Het verzet van Hindoestanen tegen het Indentured Labour System in Suriname, 1873-1916. Behalve een verslag over de inhoud van het boek stelt Hira de vraag of de Hindostanen de 5e juni moeten blijven vieren, of dat zij moeten herdenken, omdat Bhagwanbali argumenteert dat er niets te vieren valt. Bhagwanbali: “Het eerste schip bracht onze mensen in diepe ellende. Hoe kun je die dag vieren?”

Concluderend zegt Hira: “Ik denk vooralsnog dat we 5 juni en 1 juli moeten behouden omdat het historisch gewortelde dagen zijn, maar een nieuwe dimensie moeten toevoegen die recht doet aan onze voorouders, namelijk een herdenking. 1 Juli is de dag waarop vroeger gevierd werd dat de Nederlandse koning slavernij had afgeschaft. 5 juni werd vroeger gevierd als de dag waarop het eerste schip van de Hindostanen aankwam. Bhagwanbali zegt: het eerste schip bracht onze mensen in diepe ellende. Hoe kun je die dag vieren? Door het element van herdenking in te bouwen in deze dagen krijgen ze een andere betekenis: we vieren niet de dank- baarheid aan het kolonialisme, we herdenken onze voorouders die gevallen zijn in de strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid. Deze herdenkingen zijn onafhankelijk van partijpolitiek. Ongeacht of je tot de coalitie of oppositie behoort, zijn dit de momenten van nationale eenheid die een land kunnen verbinden.” Wat let Hira en de Hindostanen dan nog om gezamenlijk op de Dag der Vrijheden de immigratie en de afschaffing van de slavernij te herdenken?

Ook van Hira weer één grote oratio pro domo, net zoals er een paar jaar terug opeens een derde couplet aan ons volkslied moest worden toegevoegd in het Sarnami. Hoe je het ook wendt of keert, het is geldingsdrang wat de klok slaat.

---------

*) op het bij de column weergegeven boekomslag staat “Tettary’, maar in de tekst staat consequent “Tetary”.

Immigratiedag in Hoofddorp

Op 13 juni organiseren Firma Hassan, Surinaams Inspraak Orgaan, Jongeren AAII_Utrecht, Stichting Asha, Stichting Koshish, dansschool Abhinaya en IISR een immigratiedag in Hoofddorp. Sprekers zijn onder meer Prof. Dr. Chan Choenni, drs Glenn Ilahibaks, Roy Khemradj en Sandew Hira.
Daarna is er een feestelijke afsluiting met Diamonds 2000.

Datum: 13 juni 2011
Plaats: Partyzaal Estee
Adres: Graftermeerstraat 45c, 2131 AA Hoofddorp
Tijd: 13.00-21.00 uur
Toegang: gratis

'Integratie Hindostanen succesvol'

door Sam Jones

Met een oratie waarin vooral de loftrompet werd gestoken over de integratie van Hindostanen in Nederland accepteerde professor Chan Choenni maandag 6 juni zijn ambt. Choenni is nu officieel bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. In een half gevulde aula van de VU jaste professor Choenni zijn oratie er in veertig minuten doorheen. En nog had hij niet alles gezegd wat hij wilde zeggen, meldde hij na afloop.



Prof. Chan Choenni en zus Gharietje Choenni

De inaugurele rede leek vooral bedoeld voor de massaal opgekomen Hindostaanse achterban en niet zozeer voor de geleerde heren en dames van de VU. Behalve over het succes van de Hindostaanse integratie in Nederland, ging de rede over de arbeidsethos, spaarzin en zuinigheid van deze groep. Zijn oratie, die overigens niet iedereen lekker zat, sloot Choenni af met een persoonlijke noot over zijn 'lieve echtgenote', die een hele dag had uitgetrokken om zich te kleden voor de bijzondere dag van haar man.

Geleerde heren
Bij geleerde heren en dames was kritiek te horen. Choenni zou zich beperken tot de positieve kijk en zaken als incest, zelfmoord en alcoholmisbruik binnen de Hindostaanse groep niet ter discussie durven stellen. De kritiek werd op de feestelijke receptie na afloop overigens niet hardop geuit. Choenni zei dat ook problemen in de gemeenschap, zoals 'hoge prestatiedruk en suïcide onderzocht moeten worden'.

Belangrijker vindt hij zaken als 'de reconstructie van de immigratie vanuit India naar Suriname' en onderzoek naar 'hoe de Hindostaanse groep in Suriname een gemeenschap is gaan vormen'. Stevig onderzoek naar bijvoorbeeld de reden waarom Hindostaanse Surinamers in Den Haag op de PVV stemmen noemt hij niet als eerste.

Er was ook kritiek te horen op de nadruk die professor Choenni legde cijfermatige meerderheid die Hindostanen vormen ten opzichte van Creolen. Zelf vindt hij het vooral interessant om te onderzoeken hoe de Hindostanen integreren in de samenleving.

Vrouwelijk perspectief
Choennis' zus Gharietje Choenni, ook onderzoekster, kiest voor het vrouwelijk perspectief. Toch ervaart ze de leerstoel van Chan Choenni niet als beklemmend. "We hebben ellenlange discussies en ideologisch zitten we heel erg uit elkaar." Die twee perspectieven maken het volgens haar juist spannend en houdt de zaak in balans. Zij benadrukt dat er heel veel vermenging is binnen de Hindostaanse groep. Gharietje Choenni ziet er een uitdaging in om juist dat ook te duiden binnen deze leerstoel Hindostaanse migratie.


De multiculturele samenleving

Professor Choenni is aangesteld voor 2,5 dag per week, maar zal de komende vijf jaar full-time met de klus bezig zijn. De Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh staat garant voor een 80.000-90.000 euro per jaar. Rajendre Khargi, secretaris van de stichting: "We hebben het geluk gehad dat de stichting Lalla Rookh, toen ze ophield met haar welzijnstaken, nog een stichtingskapitaal over hield." Het idee werd toen geboren om het geld te investeren in een bijzondere leerstoel. De stichting heeft de leerstoel op eigen kracht gefinancierd, maar volgens Khargi heeft de overheid 'de morele plicht' om de leerstoel te steunen.

[RNW, 7 juni 2011]

dinsdag 7 juni 2011

Hindostanen grootste groep Surinamers in Nederland

door Peggy Brader

“Hindostaanse vrouwen die 12 of meer kinderen kregen was heel normaal”, vertelt bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie Chan Choenni. Hij heeft het over meer dan 50 jaar geleden. De groei was enorm: 25.000 Brits-Indische contractarbeiders hebben gezorgd voor 300.000 nakomelingen, de Hindostanen. Een bevolkingsexplosie binnen een eeuw.

“Behalve Prem Radhakishun op de televisie zie je nauwelijks andere Hindostanen”, merkt professor Choenni op als hij het heeft over de onzichtbaarheid van deze bevolkingsgroep. Toch wonen er 160.000 Hindostanen in Nederland. Daarmee zijn zij de grootste groep Surinaamse Nederlanders. Niet de Creolen, zoals vaak wordt aangenomen. Ook in Suriname is de Hindostaanse bevolking overigens het grootst.

De 300.000 Hindostanen wonen verspreid: in Suriname wonen 135.000, in Nederland 160.000 en de rest op de Antillen en elders in de wereld. In Nederland vormen ze 45 procent van de Surinaamse Nederlanders. De tweede grootste groep Surinamers zijn de Creolen (39 procent). Het Hindostaans bevolkingsonderzoek is één van de punten uit de rede Integratie Hindostani Stijl die Choenni maandagmiddag 6 juni uitsprak aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.



Einde aan discussies
“Het gaat er bij mij niet om dat de Hindostanen de grootste Surinaamse bevolkingsgroep zijn,” legt Choenni uit. Het is volgens hem belangrijk om stellingen te kunnen onderbouwen en om met de juiste cijfers beleid te maken. “Als je zegt dat er weinig Hindostaanse politici of sporters zijn, dan moet je dat kunnen aantonen.” Ook wil Choenni een einde maken aan de speculaties en discussies over het aantal Hindostanen in Nederland. “Sommige mensen zeiden dat het er 100.000 waren, anderen zelfs 200.000.”

Hoe is Choenni aan het aantal Hindostanen gekomen? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt namelijk geen gegevens bij van etnische groepen, maar van het herkomstland. Surinamers worden als één groep geregistreerd. Choenni kreeg voor korte tijd ‘met geheimhoudingsplicht’ toestemming om in de bestanden te kijken. Met hulp van een team deskundigen achterhaalde hij het aantal Hindostanen door te kijken naar familienamen.

Derde generatie

Onder de 160.000 Hindostanen die in Nederland wonen is ook de derde generatie meegerekend. Want het CBS stopt na de tweede generatie met het bijhouden van het land van herkomst. Daar is Choenni het niet mee eens. “Derde generatie Surinamers in Nederland zijn ook Surinamers.”

Wat hem betreft pakt Suriname het goed aan. Daar wordt, met uitzondering van de jaren '80, de etnische afkomst wel bijgehouden. Zo kun je volgens hem ontwikkelingen volgen en maatregelen nemen als blijkt dat sommige bevolkingsgroepen bijvoorbeeld achterblijven op sommige gebieden. “Het is natuurlijk niet gezond binnen een samenleving dat bepaalde etnische groepen in één richting te vinden zijn en andere weer in een andere richting.”



Integratie Hindostani Stijl
Hindostanen integreren volgens Choenni op hun eigen manier: Integratie Hindostani Stijl. De bijzonder hoogleraar stelt dat de Hindostaanse succesverhalen over integratie lang niet altijd kloppen. “Het is relatief.” Op het sociaal-economische vlak doen Hindostanen het erg goed. Zo wemelt het van de Hindostaanse juristen en economen. Maar als je kijkt naar de politiek, zitting in besturen, de media en de sportwereld, dan verloopt de integratie van Hindostanen stroef, is de analyse van Choenni.

Op cultureel gebied kunnen Hindostanen zich goed aanpassen aan de Nederlandse cultuur, maar tegelijkertijd behouden ze liever hun culturele waarden. Dit bewijst volgens Choenni dat succes en behoud van het culturele erfgoed goed met elkaar samen kunnen gaan. Hij vindt het daarom jammer dat de nadruk wordt gelegd op de negatieve kanten van migratie. De bijzonder hoogleraar vindt dat het tijd wordt dat Nederland uit zijn ‘multiculturele kramp’ komt.

[RNW, 7 juni 2011]

Middelste foto: @ Hedy van Dorp

maandag 2 mei 2011

Oratie Chan Choenni

Op maandag 6 juni 2011 houdt prof. dr Chan Choenni, benoemd tot bijzonder hoogleraar Lalla Rookh leerstoel Hindostaanse migratie vanwege de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, zijn inaugurele rede, getiteld Integratie Hindostani Stijl? Over de migratie, geschiedenis en dispora van Hindostanen, tijdens een openabre zitting van het College van Decanen van de Vrije Universiteit Amsterdam.


Locatie: Aula, Hoofdgebouw Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam
Tijd: 15:45
Na afloop receptie

Foto: Chan Choenni (rechts) bij de NiNsee-receptie 2011, @ Bert Reinders

maandag 25 oktober 2010

Kolonialisme en slavernij - een andere visie

Het Nederlandse koloniale verleden wordt in de academische wereld vanuit een te positieve invalshoek bekeken, meent Sandew Hira. In het meest extreme geval wordt het gezien als een uiting van een glorieus verleden dat in de Gouden Eeuw een hoogtepunt heeft bereikt. In een meer gangbare variant worden kwalijke aspecten van dit verleden wel erkend, maar wordt aangenomen dat deze geen invloed meer hebben in de huidige postkoloniale samenleving. Tegelijkertijd ontwikkelt zich buiten de academische wereld een meer kritische stroming van intellectuelen uit de voormalig gekoloniseerde gebieden die een fundamenteel andere kijk hebben op de koloniale geschiedenis van Nederland. Volgens hen is het Nederlandse slavernijverleden een misdaad tegen de menselijkheid vergelijkbaar met de Holocaust. Naast economische, militaire en politieke dimensies leggen zij nadruk op de mentale dimensie van kolonialisme en slavernij. Dit mentale kolonialisme werkt vandaag de dag nog steeds door in de Nederlandse samenleving, zoals zichtbaar in de huidige discussie rond allochtonen. Sandew Hira, directeur van het International Institute for Scientific Research (IISR), heeft scherpe kritiek op de wetenschappelijke fundamenten van de sociale wetenschappen in de Westerse wereld. Volgens hem laten vooraanstaande hoogleraren in de koloniale geschiedenis van Nederland zich eerder leiden door ideologie dan door wetenschappelijke principes. Georganiseerd door ISSO en CREA.

Datum: do 28 oktober, 20.00 uur
Plaats: CREA Theater
Turfdraagsterpad 17
1012 XT Amsterdam
Toegang: gratis voor studenten, € 5,- alle anderen. Reserveren niet mogelijk.

Over Sandew Hira meldde de Wereldomroep op 16 augustus 2008 onder de kop 'Dew Baboeram toch geen hoogleraar':


Dew Baboeram is niet langer kandidaat voor het bijzonder hoogleraarschap Hindostaanse Diaspora Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens de sollicitatieprocedure was Baboeram, die medio 2009 denkt te promoveren, verzekerd dat zijn nog te voltooien promotie zijn professoraat niet in de weg zou staan. Maar in de slotfase van de procedure bleek die promotie toch een keiharde voorwaarde te zijn.

Baboeram, beter bekend als publicist Sandew Hira, zegt zich dan ook bedrogen en onheus behandeld te voelen door de sollicitatieadviescommissie onder voorzitterschap van Kries Sietaram. "Aan het eind van het traject heeft men gezegd: we gaan de voorwaarden veranderen. Je moet promoveren voor je aangesteld wordt." Er zijn overigens in Nederland meerdere hoogleraren benoemd, die niet waren gepromoveerd.

Het is Baboeram niet helemaal duidelijk wie de promotie-eis gesteld heeft; de universiteit of de stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, die de leerstoel financiert. Gezegd werd dat het de universiteit was, maar in de sollicitatiecommissie zit ook een vertegenwoordiging van de universiteit. Baboeram werd 'overgehaald' te solliciteren omdat voorzitter Sietaram hem verzekerde dat promotie geen eis was.

Oplossing
De kandidaat heeft nog geprobeerd een oplossing te bereiken door de promotie naar voren te halen. Hij stelde daarbij als voorwaarde dat de universiteit zijn uitgestelde benoeming bekend zou maken zonder te zeggen dat de promotie de reden was. "Want als je je werk goed had gedaan, en dat was de reden, dan had je me niet moeten uitnodigen."

Tot verbazing van Baboeram vertelde voorzitter Sietaram van de sollicitatiecommissie in januari 2008 in een uitzending van de Wereldomroep precies hoe de vork in de steel zat. "Zo gaan we niet met elkaar om", vond de historicus. Omdat er nog steeds geen oplossing is, heeft hij zich nu teruggetrokken. "Ik accepteer de eis dat ik gepromoveerd moet zijn, maar dan ben ik niet meer beschikbaar."

Blamage
Sietaram zegt volkomen verrast te zijn door de stap van Baboeram. Hij noemt de ontwikkeling een blamage en een pijnlijke afgang voor zowel zijn commissie als voor de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh. "Hij heeft zelf een verklaring uitgegeven, dat hij zich terugtrekt. Hij heeft geen gesprek met ons gehad." Sietaram wil de handelwijze van Baboeram desondanks publiekelijk niet te hard afkeuren: "Ik vind het niet leuk."

De voorzitter ontkent dat de commissie Baboeram beloofd had, dat hij pas na zijn benoeming hoefde te promoveren. "Hij wist het van tevoren en is daarmee akkoord gegaan." De datum voor de benoeming van Baboeram is verschillende keren verschoven, omdat hij nog niet klaar was met zijn dissertatie, zegt Sietaram. Hij had uiteindelijk zelf april 2008 genoemd als promotiedatum: "Niet aan mij alleen, ook aan zijn promotor. Die zit ook in de sollicitatieadviescommissie."

Nieuwe kandidaat
De stichting zit nu zonder hoogleraar, terwijl de benoeming in september 2008 zou worden afgerond. "Dat is heel pijnlijk voor ons", zegt Sietaram. Wat er nu gaat gebeuren wordt nog bekeken als de commissie weer bij elkaar komt. Dat zal waarschijnlijk eind augustus gebeuren. "September halen we niet meer, dat is een illusie." Sietaram hoopt in oktober of november een nieuwe kandidaat te kunnen presenteren, die eerder ook had gesolliciteerd. Wie dat wordt, weet hij nog niet.

Het ergste vindt de voorzitter dat er nu geld van de stichting blijft liggen, dat bestemd was voor de leerstoel. Met de ruim 50.000 euro per jaar zou onderzoek worden gefinancierd naar de migratie van contractarbeiders uit India naar Suriname. "Je kunt het geld gebruiken om aan verschillende instellingen te geven, maar dat is eenmalig. Ik wilde juist continuïteit hebben."

[Inmiddels is dr Chan Choenni bevoemd als Hoogleraar voor deze leerstoel, niet aan de UvA, maaer aan de VU - red.]

Op de foto: Sandew Hira; @ Henk Jaap Buikema

woensdag 29 september 2010

Minicongres Lalla Rookh aan de VU


Ter gelegenheid van de nieuwe bijzondere leerstoel Hindostaanse Migratie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam vindt er op zaterdag 2 oktober een minicongres plaats. Sprekers zijn Rajendre Khargi, secretaris van de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, K. Sietaram, voorzitter van de stichting, Susan Legêne, hoogleraar politieke geschiedenis VU, Badri Narayan Tewari, associate professor University of Allahabad, en Chan Choenni (op de foto), die de bijzondere leerstoel gaat bezetten. De bijeenkomst wordt omlijst met een optreden van zanger/dichter Raj Mohan.

Toegang uitsluitend op uitnodiging.

donderdag 22 juli 2010

Chan Choenni bijzonder hoogleraar Hindostaanse Migratie

Per 1 september 2010 wordt de heer dr. C.E.S. (Chan) Choenni benoemd tot bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie. De leerstoel is door de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh gevestigd aan de faculteit Letteren van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

“We zijn zeer verheugd met deze benoeming. In de heer Choenni hebben we een ervaren landgenoot gevonden, die de geschiedenis en de betekenis van de Hindostaanse migratie ook in wetenschappelijke zin op de kaart zal zetten”, aldus voorzitter Dr. K. Sietaram van de Stichting.

De Hindostaanse migratie zal worden bestudeerd in de context van de Indiase diaspora. Vanuit het voormalige Hindostan (Brits-Indië) zijn naar schatting 30 miljoen mensen in verschillende delen van de wereld terecht gekomen, onder meer in Suriname. De helft van de Surinaamse bevolking in Nederland is van Hindostaanse komaf (160.000) en in Suriname vormen ze de grootste bevolkinggroep (135.000).
Via deze leerstoel en het werk van professor Choenni zal deze migratie systematisch worden bestudeerd en in beeld worden gebracht. “Onze ervaringen van de afgelopen 137 jaar zijn interessant voor de actuele discussies over migratie en integratie. De verkregen kennis en ervaring kunnen we met anderen delen en tegelijkertijd worden witte plekken in onze geschiedenis ingevuld”, aldus Sietaram.

Chan Choenni (1953) werd geboren in Paramaribo, Suriname en migreerde in 1972 naar Nederland. Hij studeerde politicologie en wetenschapsfilosofie en promoveerde in 1995 op het proefschrift Kleur in de krijgsmacht; de integratie van jonge Surinaamse mannen in Nederland. Hij heeft diverse wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan over de Hindostaanse migratie en over integratie vraagstukken. Choenni is momenteel Beleidsadviseur van de Directie Kennis & Verkenningen van het Ministerie van VROM (Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu). Hij bekleedde daarvoor verschillende functies bij enkele ministeries, werkte als wetenschappelijk medewerker aan de Rijksuniversiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Utrecht en was onderzoeker bij het Landelijk Bureau tegen Rassendiscriminatie (LBR). Ook was hij enkele jaren werkzaam in het Surinaamse welzijnswerk en heeft hij heeft verschillende maatschappelijke- en bestuurlijke functies bekleed.

dinsdag 25 mei 2010

137 jaar Hindostaanse immigratie











Seminar + Culturele Avond

De emancipatie en participatie van Hindostanen in de Nederlandse samenleving



Dit jaar is het 137 jaar geleden dat de Hindostaanse immigratie een aanvang nam. Ter gelegenheid hiervan organiseert Sarnámi Instituut Nederland in samenwerking met Stichting Federatie Eekta op zaterdag 12 juni a.s. een seminar en een culturele avond.

In totaal zijn er 34.000 Hindostanen uit India naar Suriname getransporteerd. Hiervan is een deel terug gegaan naar India. Dit betekent dat het overgebleven deel van de Hindostanen een nieuw leven begon in Suriname. Een nieuw leven in een land waar zij een minderheid waren. Dat betekende jezelf ontwikkelen en aanpassen, een impliciete keuze voor emancipatie en participatie in een voor hen vreemd land. Intussen zijn wij 137 jaar verder en weten niet veel van de ontwikkeling die de Hindostanen hebben doorgemaakt. Het seminar gaat over deze ontwikkeling van de Hindostanen in de afgelopen 137 jaren.

Socioloog dr Chan Choenni (foto rechts) zal een historische schets geven. Voor de toehoorder die niet zo bekend is met de immigratiegeschiedenis biedt zijn inleiding een overzicht en historisch besef.

Vervolgens is het de bedoeling dat prof. dr Ruben Gowricharan (foto links) in zijn inleiding ingaat op de emancipatie en integratie van Hindostanen in Nederland. Hij zal de focus leggen op de Hindostanen maar ook een vergelijking maken met andere migrantengroepen in Nederland. Uiteindelijk moet het besef zijn dat Hindostanen nu een onderdeel van de Nederlandse samenleving uitmaken en dat zal in de toekomst niet veranderen maar alleen maar sterker worden.

Hierna zullen er 4 inleidingen volgen van Hindostanen die hun sporen verdiend hebben in een sector en of succesvol zijn in een sector. De keuze is arbitrair maar er is gekozen voor een ondernemer, een politicus, een arts (vrije beroep) en iemand uit de wereld van kunst en cultuur.

In de avond hebben wij een gevarieerd programma.
Bij het diner hebben wij een optreden van een pianist en een zangeres die Bollywoodliedjes ten gehore zal brengen. Na de opening volgen dan optredens van:
- Vandana Biere, Miss India Holland. U ziet een deel van haar performance zoals uitgevoerd in Durban, Zuid Afrika.
- conference van Narsing Balwantsingh. Met zijn scherpe observaties houdt hij ons een spiegel voor.
- optreden van dansgroep Devika Couprie. Gelet op het karakter van de avond gaan zij terug in de tijd en sluiten af met hedendaagse Bollywooddans.
- optreden van Pravini. De Hindostaanse topper die R&B ten gehore brengt.
- Bhaitak Gana formatie o.l.v. Narsing Balwantsingh.

Datum: zaterdag 12 juni 2010
Aanvang: 13.00 uur
Einde: 24.00 uur
Entree: 10 euro
Plaats: Concordia theater en zalen
Hoge Zand 42
Den Haag

Entree: € 10,-, programma, inclusief diner, snacks en drinken!!

Voor vragen en opgave kunt u van wo-do-vr van 10.00-17.00 bellen met Asha Ganesh: 070 365 18 28. Mailen kan ook op a.ganesh@sarnamihuis.nl

Zie ook www.sarnamihuis.nl