Posts tonen met het label Putte-de Windt Igma van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Putte-de Windt Igma van. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2014

Film over Frank Martinus Arion ook in Den Haag te zien

https://webmail.uva.nl/owa/14.3.174.1/themes/resources/clear1x1.gif

Voor het eerst te zien in Den Haag: de documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou. Extra film in het programma van Friday Night Unlimited, vrijdag 17 januari, Theater aan het Spui Den Haag. 

Regisseur Cindy Kerseborn maakte een prachtige documentaire over Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936), de grote dichter en schrijver van het Nederlands Caribisch gebied, o.a. bekend van de roman Dubbelspel. In de film ziet u behalve de schrijver onder anderen bekende Antillianen als Trudi Martinus-Guda, Omayra Leeflang, Igma van Putte-De Windt, Jos de Roo, Walter Palm en Francio Guadeloupe. De documentaire was de afsluiting van het project Hommage aan Frank Martinus Arion. Cindy Kerseborn maakte met Yu di Kòrsou het tweede deel van haar drieluik over Surinaams-Caribische Nederlandse schrijvers. Voor iedereen die Curaçao, het Papiaments en het werk van Arion kent of wil leren kennen, een absolute aanrader.
Francio Guadeloupe

Aanvang totale programma 20.00 uur. 
Kaarten via www.writersunlimited.nl. 


woensdag 21 augustus 2013

Ramon Todd Dandaré gaf lezing

Den kibra di marduga - aurora di un lenga crioyo: Papiamento was de titel van de lezing die lezing die Ramon Todd Dandaré Mag. Ling. op 20 augustus in het Arubahuis in Den Haag hield. Een fotoimpressie van Nico van der Ven.



Het wordt allemaal genoteerd door Olga Orman (links)


Met Alwin Toppenberg en gevolmachtig minister Edwin Abath

V.l.n.r. Walter Palm, Edwin Abath, Mirto La Croes, Igma van Putte

woensdag 27 maart 2013

Balie-avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion

Arion: de man, de vrouw, de poëzie

Frank Martinus Arion draagt zijn - met de in 1974 Van der Hoogtprijs bekroonde boek - Dubbelspel op ‘Aan vrouwen met moed’. Dit thema wordt van verschillende kanten belicht en is onderwerp van een debat in De Balie, Amsterdam, vrijdag 12 april.


Frank Martinus Arion ca. 1972


Moedige vrouwen versus macho-mannen, liefde, Curaçao en zijn eilandgenoten spelen een belangrijke rol in het literaire werk van Arion, die een groot aantal boeken en gedichten schreef, waaronder Dubbelspel. Wordt het machogedrag van de mannen in stand gehouden door de vrouwen?

Omslag Duitse vertaling Dubbelspel.


Een literaire en culturele avond met debat, voordrachten van essays en gedichten door: Aart G. Broek, Giselle Ecury, Walter Palm, Igma van Putte, Wanda Reisel, Collin Schorea en Paulette Smit.
Met zang en muziek van Margi Martinus en de Tambú-Papia-spelers.
Gespreksleider: Arjan Peters (literair redacteur De Volkskrant)

Arion is ook de auteur van Papiamentstalige poëzie en het Papiamentstalige schotschrift Martein Lopap
.

Deze Arion-avond is het tweede deel van een drieluik over Caraïbische schrijvers die literair en politiek van betekenis zijn voor hun land van herkomst en hun land van aankomst. De eerste uit de serie was Edgar Cairo.


Vrijdag 12 april 2013: 20.00 uur De Balie Amsterdam een literaire- en culturele avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion (1936); georganiseerd door Stichting Cimaké Foundation i.s.m. De Balie en uitgeverij De Bezige Bij.

De Balie
Kleine-Gartmanplantsoen 10
1017 RR Amsterdam
Reserveren: www.debalie.nl
Of: Tel. 020- 55 35 100 (vanaf 16.30 uur)
Entree: €10 / met korting: €7,50

maandag 4 juni 2012

Henry Habibe - X

(Fo'i kolekshon Aurora)
Pariba, lew na distansha,
lusnan ta selebrá nan karnaval,
pabòw, lamán ta kanta zojando,
na laria, tur strea ta kabishá.
Bo boka ta habri manera un
rosa inosente den mi mannan,
bo sunchi ta baha manera bruha
di maribomba den mi entraña.
Biento ta lanta den mi kurasón
i jena su bela, rondó-rondó.
Mi dédenan ta kibra nan kadena
i ta gatia mané haraña di kandela.
Ma morto a gara bo kurasón,
bo alma a bolbe sera su kurá,
i meskós ku kabés di morokói,
mi kabés a krem i somentá...

X

Aan de oostkant, heel ver weg,
vieren de lichten hun Carnavalsfeest,
aan de westkant zingt al wiegend de zee,
boven ons knikkebollen alle sterren.
Je mond bloeit op,
onschuldige roos in mijn hand,
je kus behekst mij diep van binnen,
de duizeling na een wespesteek.
De wind steekt op in mijn hart
en bolt de zeilen op, bolrond.
Mijn vingers verbreken hun boeien
en kruipen als vuurspinnen rond.
Maar de dood klauwde zijn weg naar je hart,
je ziel heeft zijn hof weer gesloten,
en gelijk een schildpad zijn kop,
trok ik mijn hoofd in en verdween...

[Vertaling: Igma van Putte-de Windt]
[uit Anton Claessen, De navelstreng van mijn taal]

maandag 28 mei 2012

Igma van Putte-de Windt


Portret van de Antilliaans-Nederlandse dichter, vertaalster en lexicografe Igma van Putte-de Windt, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 76 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

maandag 23 januari 2012

Eer voor Frank Martinus Arion

Frank Martinus Arion is zaterdagavond in het zonnetje gezet tijdens het literair festival Writers Unlimited, voorheen Winternachten, in Den Haag. Op de bijzondere bijeenkomst waren ook ook de Curaçaose premier Schotte en de gevolmachtigd ministers van Curaçao en Aruba aanwezig.

Aanleiding om de schrijver naar Nederland te halen is de uitgave van Changá, de Papiamentstalige versie van zijn roman Dubbelspel. Daarom werd ook een vertaalspel gespeeld om de kennis van het Papiaments te testen. Onder leiding van Ruben Severina lieten Erik Molina (Bonaire), Olga Orman (Aruba), Gilbert Wawoe (Curacao) hun vertaling zien van enkele zinnen uit Dubbelspel. Als jurylid schoof deskundige Papiaments Igma van Putte aan.

Foto's © Serge Ligtenberg
De vertaalde zinnen werden vervolgens met die van Lucille Berry-Haseth uit Changá vergeleken. Het spel leverde de nodige discussies op onder de aanwezigen. De bijeenkomst kreeg een feestelijk tintje, omdat bleek dat Frank Martinus Arion en zijn echtgenote Trudi Guda 35 jaar getrouwd waren. Dochter Margi zong voor haar ouders onder andere Mi tin gana di mirabu, het op muziek gezette gedicht van haar vader, oorspronkelijk gezongen door Denise Jannah. Dit tot verrassing van de schrijver, die er even emotioneel van werd.

Op zondagavond werd Martinus Arion nogmaals in het zonnetje gezet. Hij werd erelid van de Haagse Kunstkring. Hij ontving het erelidmaatschap voor zijn schrijverschap en voor zijn magnum opus Dubbelspel in het bijzonder. Hij werd toegesproken door Igma van Putte (die inging op zijn gedichten), Walter Palm (die de thematiek van zijn romans besprak) en Jorge Labadie Solano.

[tekst deels van RNW, 22 januari 2012]

dinsdag 11 oktober 2011

Ons erfgoed: Papiamentu en Papiamento!

Het Grote Papiamento / Papiamentu Dictee

Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 28 oktober organiseren NiNsee en Simia Literario het grote Papiamentu / Papiamento dictee in beide spellingen. Het dictee is samengesteld door Olga Orman met correcties van Igma van Putte – de Windt bij Papiamentu. De Arubaanse versie van het dictee wordt voorgelezen door Rosabelle Illes en de Curaçaose / Bonaireaanse versie door Collin Schorea.

Tegen de verdrukking hebben onze voorouders in slavernij voortdurend gestreden om vrijheid en erkenning van hun rechten. Daarnaast deden ze er van alles aan om de eigen cultuur te koesteren en te blijven ontwikkelen. Deze verzetscultuur vinden we terug in dans, muziek, spreekwoorden, klederdracht, gerechten en zo meer. Maar de sterkste uiting van deze eigen cultuur is de taal. Het Papiaments is thans de belangrijkste contacttaal op de Benedenwindse eilanden. Geen cultuur zonder taal.
Geschiedenis en achtergrond. Het Papiaments is ontstaan in de 17e eeuw en gegroeid uit de wil van de slaven om met elkaar te kunnen communiceren. Het meest recente onderzoek gaat er echter van uit dat er een grote Proto-Afro-Portugese invloed is, en zoekt dus verbanden met de verschillende landen in Afrika. Net als alle talen is ook het Papiaments onderhevig aan evoluties. Zo heeft het huidige Papiaments veel nieuwe woorden uit het Engels en het Spaans. Kenmerkend zijn ook de vele onvertaalde woorden uit het Nederlands. Eén taal, twee spellingen Toen men het niet eens kon worden over de vraag of de spelling fonetisch of etymologisch moest zijn, hebben Curaçao en Bonaire gekozen voor de fonetische spelling en koos Aruba voor de etymologische. Het dictee hanteert hiervoor Vocabulario di Papiamento 2007 en voor de fonetische spelling E Buki di Oro. Overigens is het een feit dat in de woordenschat van het Arubaanse Papiamento meer woorden afkomstig uit de Arowakse taal aanwezig zijn. Dit ziet men onder andere in de toponiemen en namen voor flora en fauna van Aruba.

Datum: vrijdag 28 oktober 2011 Lokatie: NiNsee, Linnaeusstraat 35 F, 1093 EE Amsterdam
Programma 18.30 – 19.00 Inloop 19.00 - 19.10 Welkomstwoord Vanessa Vijzelman & Alida Kock
19.10 – 20.15 Presentatie door Rosabelle Illes & Collin Schorea 20.15 – 21.00 Correctie dictee 21.00 – 21.15 Uitslag en prijsuitreiking
NB Bij voorkeur reserveren Contact: Vanessa Vijzelman, v.vijzelman@ninsee.nl of tel. 020-6852084

Curaçao, Bandabou. Foto © Michiel van Kempen

maandag 19 september 2011

Simia Masha Pabien!!

Mi ta kòrdakla e diaku Simia a nase.
Konkontentuamisu mama, sutata Quito, sutantanan Chila, Olga, Igma,
Brigida, Tania, Myrta, Abigail, Edisona, Joyce, Alida, Ursula i Ruthline tabata.
I tambesutionan Marlon, Charlton, Runny, Ronnie, Karl i Richard.
Ta bata un yu deseá i e espektativa nan en kuantoe mucha aki ta bata hopi altu.
Pronto Simia a serinskribí den registro sivil.
Nos sumayónan a disidíkutabata importante pa edukéna Papiamentu,
Papiamento, Ingles i Hulandes.
Komonos no tabata kep’elanta ku nos so nos ta bata invitá kadas eissi mansu
tanta- i tionan.
I debíkue grupo di famianan ta bata kresenos no por a tene e enkuentro na nei
na kas.
Nan ta bata tumalugá na ofisina di Forsa Amsterdam kuyu dansa di Lucia,
Debby i Minka.

dinsdag 6 september 2011

Elis Juliana en Eric de Brabander in Curaçao! Curaçao!


Uitgeverij In de Knipscheer organiseert op zondagmiddag 25 september 2011 om 15.00 uur in Podium Mozaïek Amsterdam een dubbele boekpresentatie onder de titel Curaçao! Curaçao! met medewerking van Eric de Brabander (schrijver van de roman Hot Brazilian Wax en het requiem van Arthur Booi), Fred de Haas (samensteller en vertaler van de bundel Hé Patu/Waggeleend) van Elis Juliana), Igma van Putte (voordracht, foto rechts), Peter de Rijk (interview), Aart G. Broek (over zijn bundel Het lichten van de jaren) en Ensemble Alma Latina (muziek). Met film, voordracht, interview en muziek.
De toegang is gratis, maar u dient wel vooraf te reserveren; zie de informatie onderaan dit bericht.

Eric de Brabander

Peter de Rijk (recensent en o.a. presentator van het programma Literat-uur dat wekelijks live vanuit de OBA wordt uitgezonden op Amsterdam FM Radio) gaat in gesprek met Eric de Brabander uit Curaçao over zijn nieuwe roman Hot Brazilian Wax en het requiem voor Arthur Booi. Op tragisch-subtiele wijze weet Eric de Brabander in Hot Brazilian Wax en het requiem voor Arthur Booi het onvermogen in kaart te brengen om twee verschillende werelden met elkaar te verzoenen. De spagaat waarin de hoofdpersoon verkeert heeft een funeste uitwerking op zijn omgeving, niet in het minst op hemzelf. Net als in zijn debuutroman Het hiernamaals van Doña Lisa (2009) duikt De Brabander weer in wat hijzelf ‘de kakofonische orkestbak van de Cariben’ noemt. Maar in Hot Brazilian Wax en het requiem voor Arthur Booi contrasteert die kakofonie met het nuchtere Groningen en het zakelijke Amsterdam.

Tijdens zijn studie geneeskunde raakt de Curaçaoënaar Arthur Booi gefascineerd door de alternatieve kanten van het vak die de term ‘wetenschappelijk’ niet mogen dragen. Zijn kennismaking met kwakzalver dr. Kretchmer maakt het er niet makkelijker op. Als scepticus ziet Arthur resultaten die de arrogante westerse geneeskunde té snel wegzet als placebo-effect of als ruis in de statistieken. Dat frustreert hem enorm. Wanneer Arthur terugkeert naar zijn geliefde Curaçao en daar een praktijk begint als huisarts, probeert zijn vrouw Estelle hem nog in het gareel te houden. Maar het is te laat. Als in een Grieks drama, begeleid door paukenslagen, voltrekt zich het lot van Arthur.

Eric de Brabander (1953) groeide op op Curaçao. Hij studeerde tandheelkunde in Nederland, werkte enige tijd aan een universiteit in New York en keerde daarna definitief terug naar Curaçao.


Elis Juliana
De Curaçaose kunstenaar Elis Juliana (1927) behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. ‘Antilliaanse dichtkunst’, want het zou niet juist zijn te beweren dat de bekendheid van Juliana als voordrachtskunstenaar, schrijver, dichter en beeldend kunstenaar zou ophouden bij de grenzen van Curaçao. Het voornaamste doel van Elis Juliana is altijd geweest de mogelijkheden van zijn moedertaal, het Papiaments, tot op de bodem uit te zoeken en toe te passen in zijn werk. En daarin heeft hij zich, tot nu toe, een ware meester getoond, niet alleen in stilistisch opzicht, maar ook in de milde wijze waarop hij de Curaçaose mens in zijn beschrijvingen heeft geportretteerd. Hij schroomt niet deze mens te confronteren met zijn tekortkomingen en minder goede eigenschappen en stelt met de blik van een scherp observator de gemakzucht en de hypocrisie van zijn medemens aan de kaak. Maar hij doet dit zonder te kwetsen, zonder gebruik te maken van grove woorden, op een geestige manier en, bovenal, met een weldadig aandoende compassie.

Ademloos kon zijn publiek naar zijn begeesterde voordracht luisteren. Zijn vertolking van Hé Patu, staat, vooral bij de oudere Antilliaan, voor altijd in het gehoor gegrift. Dat is dan ook de reden waarom juist dít gedicht de bundel aanvoert onder de titel Waggeleend. En ‘Waggeleend’ zal ongetwijfeld het historisch patina krijgen dat nog steeds het gedicht ‘Atardi’ siert van Joseph Sickman Corsen, de dichter die aan de wieg heeft gestaan van de in het Papiaments geschreven poëzie.

Fred de Haas
In het programma Curaçao! Curaçao! is te gast Fred de Haas. Hij is de samensteller en de vertaler van Hé Patu/Waggeleend van Elis Juliana. Fred de Haas studeerde Frans, Spaans en Portugees. Hij was o.a. werkzaam in het onderwijs op de voormalige Ne
derlandse Antillen. Hij vertaalde werk van auteurs als Jorge Luis Borges, Pablo Neruda, Luis Daal en Pierre Lauffer. Als muzikant (gitarist en zanger) bestudeerde Fred de Haas de Zuid-Amerikaanse muziek en treedt hij sinds 1982 op met zijn muziekgroep Alma Latina (foto rechts) [klik hier], die o.a. een bijdrage leverde aan de soundtrack voor de film First Mission [klik hier] uit november 2010, in augustus 2011 herhaald als televisieserie in drie afleveringen. Alma Latina verzorgt bij dit dubbelprogramma Curaçao! Curaçao! over de Curaçaose schrijvers Eric de Brabander en Elis Juliana een kort muzikaal intermezzo.


Podium Mozaïek
Podium Mozaïek is een internationaal cultuurpodium in Amsterdam-West, gevestigd in de voormalige Pniëlkerk aan de Bos en Lommerweg. Het programma biedt wereldmuziek, theater, kleinkunst en dans uit binnen- en buitenland.
Aart Broek en uitgever Franc Knipscheer.
Foto © Michiel van Kempen


Locatie: Bos en Lommerweg 191 1055 DT Amsterdam
Route & bereikbaarheid klik hier
zondag 25 september 2011
Zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.00 uur
Signeren en napraat in de foyer
Toegang gratis
Reserveren noodzakelijk: 020-580 0381

maandag 23 mei 2011

Tussen Passaat en Noordooster: proza en poëzie

Foto's © Michiel van Kempen
door Kirsten Dorrestijn


In de OBA vond op zaterdag 21 mei een intieme Caraïbische literaire avond plaats. Vier schrijvers presenteerden hun boek: Aart G. Broek zijn dichtbundel Het lichten van de jaren, Giselle Ecury haar bundel Vogelvlucht, Pim Wiersinga presenteerde de roman Drijfhout van Annette de Vries en De Benjamin introduceerde zijn roman 38!. De avond was georganiseerd in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren en de presentatie was in handen van Igma van Putte-de Windt.


Dichter Aart G. Broek kreeg als eerst het woord. Hij vertelde over de reacties van recensenten die hij tot nu toe kreeg op zijn bundel Het lichten van de jaren (2010, In de Knipscheer). Van de inhoud kreeg het publiek geen proeve, wel deelde Broek aan het eind een kopietje uit van een gedicht dat niet in de bundel is gekomen omdat het daar volgens de uitgever niet in paste. Of het publiek zich daarin kon vinden? Dat kan ieder voor zich bepalen door de bundel te lezen.



Schrijfster Giselle Ecury droeg vervolgens voor uit eigen werk, onder andere uit haar nieuwste dichtbundel Vogelvlucht, maar ook uit haar vorige bundels en romans. In lyrische bewoordingen nam ze het publiek dan weer mee naar de branding, de rotsen, de cactussen en de eeuwige wind op haar geboorte-eiland Aruba, dan weer bleven we dicht bij huis, en speelde de poëzie in Amsterdam.



De nieuwe roman van Annette de Vries, Drijfhout (2010, Uitgeverij Atlas), werd gepresenteerd door collega-schrijver en journalist Pim Wiersinga. Met lovende woorden sprak Wiersinga over de roman en las er enkele indrukwekkende passages uit voor.



Marcel van Philips presenteerde 38! (2010), een roman over drie vrienden in New York, die allen kampen met een vroege midlife-crisis. Van Philips schrijft onder het pseudoniem De Benjamin en gaf eerder – ook in eigen beheer - het boek Licht Gebroken uit.



De avond werd afgesloten met prachtige muziek van Sanne Landvreugd (altsaxofoon) en Pablo Nahar (pluk- en strijkbas).

zaterdag 21 mei 2011

Annette de Vries in de OBA


Eind vorig jaar verscheen bij uitgeverij Atlas de roman Drijfhout van Annette de Vries. Vanavond bespreekt Pim Wiersinga het boek op een bijeenkomst van de Werkgroep Caraïbische Letteren in de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Oosterdokskade (vlakbij Amsterdam CS). Aanvang 19.30 uur. Ook boeken van De Benjamin, Giselle Ecury en Aart Broek worden daar gepresenteerd. De presentatie is in handen van Igma van Putte-de Windt. Voor de muzikale ondersteuning zorgen Sanne Landvreugd, altsaxofoon, en Pablo Nahar, pluk- en strijkbas. Voor meer informatie over de avond en over Annette de Vries klik op een van de labels onder dit bericht. Op de foto: Annette de Vries op de dansvloer bij de Vereniging Ons Suriname, 5 juni 2002. Foto: @ Frank Consen.

dinsdag 17 mei 2011

De Eilanden op drift



Antilliaans weekeinde in De Balie
Vrijdag 20 en zaterdag 21 mei

Op 10-10-10 raakten de Nederlandse Antillen op drift. Sommige eilanden gaan steeds meer hun eigen weg, andere komen terug onder Nederlands bewind. Hoe ver reikt de invloed van het koloniale verleden op deze herziene verhoudingen?

Vanaf 20 mei ontpopt De Balie zich als Caraïbisch droomeiland in de mensenzee van het Leidseplein. Middels theater, debat en vier documentaires wordt verleden, heden en toekomst van de band tussen Nederland en de Antilliaanse eilanden besproken en verkend. De Eilanden op drift start vrijdagavond met een groot interview met minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Piet Hein Donner. De Curaçaose diva Izaline Calister sluit het Antilliaanse weekeinde af met een lang, zwoel en onvermijdelijk dansbaar avondconcert.

Theater zaterdag 20:00 uur
Yaya; Zwarte Mama
Toneelstuk van Susan Glimmerveen (foto rechts)
Geënsceneerde reading onder regie van John Leerdam.
Cast: Noraly Beyer, Paulette Smit, Chris Comvalius, Rita van der Heul, Giselle Ecury, Igma van Putte, Klaas de Vries en Raymond Labad.

Film (zaterdag)

Curaçao - een film van Sarah Vos en Sander Snoep
Gritu di un Pueblo, 30 mei 1969 - een film van John Leerdam
Het nieuwe gezicht van Willemstad - een film van Alexandra Jansse
Su Solo y Palayana - een film van Sharelly Emanuelson (foto rechts)

woensdag 9 juni 2010

Taalplezier in gedichten

Uit het geheugen van Igma van Putte-de Windt

door Jeroen Heuvel

Fo’i sukumpé heet de meest recente dichtbundel van Igma van Putte-de Windt. Papiamentstalige verzen uit een mentaal berghok waarvan elk gedicht zijn eigen vorm heeft gekozen en waaraan de schrijfster niets anders hoefde te doen dan ze onder de toetsen van de computer te onsluiten. Met veel plezier in taal en in een geheel eigen idioom heeft Van Putte een aanstekelijke dichtbundel uitgegeven.

De gedichten zijn verdeeld over drie afdelingen: Paisahe (landschappen), Hende (mensen) en Bestia (dieren). De eerste twee bevatten elk veertien gedichten, de laatste bevat er acht. De gedichten hebben op één na (p.36) allemaal een titel meegekregen; hoewel in de inhoudsopgave het titelloze gedicht wel getiteld is, dus misschien betreft het hier een drukfout. Het langste gedicht, Ma Sese òf rèspèt di un lamp’i mes’i komedor (Moedertje Sese of ontzag voor de eetkamerlamp) telt 51 versregels plus 8 witregels; het kortste gedicht, Guruguru (Korenworm) bestaat uit 5 verzen. Drieëntwintig gedichten zijn voorzien van een datum; wat opvalt is dat in de laatste afdeling niet één gedicht een datum heeft meegekregen: deze gedichtjes over dieren zijn minder of niet aan tijd gebonden; het is pure pretpoëzie, ritmisch en speels, doet denken aan Paul van Ostaijen en Jan Hanlo. Een voorbeeld (p 43):

Dalakochi

dal dal dal aden
dalakochi
dal den skoch’i Shon Arèi
dal e ohochi den kokoti
dal dal dal aden
dalakochi
dal
dal dal.

Dit gedicht (De sprinkhaan) bestaande uit één zin (als je de titel mee beschouwt) is klankenspel, je moet het horen, de afwisseling van de klinkers a, o en i en de medeklinkers d, l, k en ch (spreek uit tsj), je kunt er op meebewegen, het gaat niet om de betekenis van de woordjes (voor de lezer die het toch wil weten een apoëitsche vertaling: Sprinkhaan, daag plotseling op, spring in de schoot van De Koning, bots tegen de elleboog van de tweeling, sla, sla).
Ook zonder datum is het allereerste gedicht van de bundel, Kaya djatardi (Straat in de namiddag) alsmede Felpa oraño-kòrá na shelu (p 16) (Scharlaken fluweel aan de hemel) in dezelfde afdeling, misschien omdat deze twee gedichten sfeertekeningen zijn die niet gebonden zijn aan een bepaalde datum of jaar.

Felpa oraño-kòrá na shelu

Felpa oraño-kòrá na shelu
solo bahando den laman
mi n’ tin palabra
pa tantu bunitesa

promé ku belo pretu tapa naturalesa
ta bira ketu
hende i bestia ta warda

ta bira ketu
naturalesa ta tapá
ku un belo pretu

Een gedicht zonder leestekens, behalve de hoofdletter van het eerste woord. De titel is niet een apart geheel maar een herhaling van de eerste regel. Dit geeft allebei aan hoe tijdloos het beschrevene is, het mooiste moment van iedere dag. (Scharlaken kleurt de middag, einde van de dag, voor zoveel schoonheid ken ik de woorden niet. Voordat de zwarte sluier de natuur bedekt, wordt het stil, wachten mens en dier af. Het wordt stil, de natuur bedekt met een zwarte sluier.) Paradoxaal genoeg heeft de dichter toch woorden gevonden voor dit dagelijks terugkerende ‘onbeschrijfelijke’ moment van rust.

Tenslotte zijn er in de middelste afdeling drie gedichten niet gedateerd: Mayo o un blek’i kuk’i rondó (p 24) (Mayo of het ronde koekblik), Muraya (p 35) (De muur) over de existentiële eenzaamheid en Diskriminashon (p 39). De schrijfster geeft niet aan waarom ze er geen datum bij heeft geplaatst, dus waagt de bespreker een poging tot antwoord: misschien omdat het koekblik nog steeds in de kast staat, gevuld met zoetigheid voor wanneer de kinderen van de schrijfster thuiskomen en om een koekje schooien; ‘de muur is er altijd’ aldus de eerste regel van Muraya, een gedicht dat bestaat uit twee zinnen, waarvan de eerste wel met een leesteken is afgesloten maar de tweede niet, misschien om de voortdurendheid aan te geven van de onmogelijkheid een ander mens, maar ook jezelf natuurlijk, ooit volledig te leren kennen - hoewel deze redenering niet opgaat voor de zeven gedichten die zonder leesteken eindigen en wel een datum hebben meegekregen -; het sociaal geëngageerde Diskriminashon is ook niet aan een datum gebonden, misschien omdat de beschreven onrechtvaardigheid nog niet is opgehouden te bestaan. Doordat in dit gedicht de schrijfster naar een bekend kinderliedje verwijst, Mi ta pober maar dat ironisch verandert in twee strofen die hieronder geciteerd worden, tilt ze het gedicht boven het cliché van onrechtbestrijding uit:

Mi ta riku, mi ta riku,
hapones i merikanu
mi ta riku, mi ta riku
oropeo

Nan ta pober, nan ta pober
afrikanu i latinu
nan ta pober, nan ta pober
hend’i Asia

(Ik ben rijk: Japanner, Amerikaan en Europeaan; zij zijn arm: Afrikaan, Latijns-Amerikaan en Aziaat)

De rest van de gedichten heeft wel een datum meegekregen, variërend van een op de dag af nauwkeurige datering, bij voorbeeld 14 december 1982 wat daarmee het oudste gedateerde gedicht is, tot alleen maar het vermelden van een jaartal, zoals 1998. Maar de meeste hebben als datum maand plus jaartal. Waarschijnlijk omdat die gedichten wel degelijk aan de tijd van het opschrijven gebonden zijn of aan de erin beschreven plaats of persoon. Een grondige studie kan misschien eens antwoord geven op deze vraag, tenzij blijkt dat er meer foutjes in het drukwerk zitten dan de overduidelijke vergissingen, zoals bijvoorbeeld de punt in de derde regel van de derde strofe van Palu I (p 20). Die punt moet daar niet staan:

Ya bo n’ por duna sombra mas
bo ta mustra bo sunú
palu, kaminda den bo ramanan.
palomba tabata rukukú

Maar het gaat niet om de foutjes, het gaat om alles wat wel goed is. In de eerste afdeling beschrijft Van Putte allerlei plaatsen, landschappen die in haar geheugen gegrift staan: Bullenbaai, Seru Kandela, Boka Tabla, een heuvel in de verte en een boom. Zoals bijvoorbeeld op (p 21)

Palu II

Su kurpa fuerte lenchi yen di adòrno
a para flakia mengua pashimá
su prendanan bèrdè tur a kai
lag’e seku, shinishi, morto.

Su rumannan ku tabata duna sombra
a pèrdè nan paña keda sunú
mustra bèrgwens’i pober
nan ta planbarí.

No por a dun’e awa pasa su set?
No por a yud’e ora e tabata sklama?
Ta brutu mes bo mester ta pa nenga
ousilio na un bida menasá.

(yüli 2000)

Het gaat in de eerste strofe over een eens volle boom die er in juli 2000 kaal en totaal verdord en dood bij staat. In de tweede strofe zien we de andere bomen om hem heen, ook allemaal skeletten. Tenslotte vraagt de schrijfster zich af of er dan niemand zich om die bomen heeft willen bekommeren en stelt ze dat het wreed is om hulp te weigeren aan bedreigd leven. Qua vorm schept Van Putte naast duidelijke structuur een soepel ritme en melodieuze klanken, van alle klinkers in de eerste regel naar de overheersende ‘a’ van verbazing in het volgende vers, ook beheerst ze het gebruik van rijm in de medeklinkers zoals duidelijk te horen valt in de verwijtende s-klank van de derde strofe: pasa set, sklama, mes bo mester, ousilio, menasá.. Wat idioom betreft valt op dat Igma van Putte – de Windt Spaanse taal en letteren heeft gestudeerd en jarenlang docente Spaans is geweest: het werkwoord flakia (p. 21) komt uit het Spaans, ‘zwak worden, verflauwen’ en staat niet in de woordenboeken Papiaments, ook niet in het uitstekende door de Walburg Pers uitgebrachte Groot woordenboek Papiaments Nederlands, twee delen, dat door Igma van Putte-de Windt en haar echtgenoot Florimon van Putte is gemaakt. Je leest het ook aan woorden als desafiná ‘vals klinken’ (p. 7) en manfundí ‘ingevallen’(p. 33). Woorden die misschien binnenkort worden opgenomen in het algemeen Papiamentu.

De bundel is niet alleen de moeite waard vanwege het aanstekelijke plezier in de gedichten, maar ook om de uitgebalanceerde lino’s en omdat de bundel stevig gebonden is uitgegeven, voor slechts vijftien gulden. Hopelijk komt er snel een tweede druk waarbij de drukfoutjes zijn verbeterd. In deze eerste uitgave staan er helaas veel, niet alleen is er slordig omgegaan met leestekens, bij voorbeeld staat er wel een aanhalingsteken openen aan het begin van Shon Da maar geen aanhalingsteken sluiten aan het einde van de eerste strofe, maar er is ook wel eens een letter weggevallen. Dat is niet erg als daardoor geen verwarring kan ontstaan, zoals bij het woord sientífio (p 38) waar de ‘k’ voor de ‘o’ is weggevallen, maar soms wekt het wel verwarring zoals deze zin uit het nawoord: Sin odensia na e tete subi fo’i te abou ayá di mi supkonsenshi, sali tuma poseshon. (p 53) De schrijfster moest er zelf ook wel om lachen toen ik haar vroeg wat hier bedoeld werd. Ze schreef als antwoord dat ‘geeft reden tot hilariteit, er is hier weer sprake van foute spelling: er had moeten staan ... nan a tete! Geen wonder dat u de zin onbegrijpelijk vond en in eerste instantie tete als substantief interpreteerde.’ Misschien dat er bij de tweede druk één gedichtje uit kan blijven: het kortste (p 48), dat is voor mij te zwak in dit menu. En als ze dat er uit laat is de verdeling getalsmatig ook evenwichtiger: 14 – 14 – 7. Voor elke dag van de week een leesmenu van 2 sfeervolle landschapjes, 2 meditatieve personagebeschrijvingen, met afsluitend 1 dierentoetje.

Één gedicht (Andris) gaat over de vader, één (Bispu di ...) over de moeder, en in één, het oudste, geeft de ikpersoon zich zelf bloot. Het begint dan ook met ‘Mi’ en ze durft zich hierin een dilettante te noemen. Het is volgens mij in zijn kwetsbaarheid het mooiste gedicht, van drie steeds korter wordende strofen, steeds meer uitgekleed, tot een essentie. Als toetje van deze bespreking de eerste strofe van de meditatie van pagina 38:

Diletante

Mi sa hunga kore skonde
hopi biaha ku mi mes
pa mi n’ tin mester
di duna boka
ku mi ta loke mi n’ ke ta:
un diletante,
ni mas ni ménos,
un sabi tiki di hopi kos
miéntras mi ta anhelá ser:
sientífiko profeshonal.
- Diletante -
laga-mi dal-e trobe,
ya e ta zona ménos mahos;
di pursi, den edat renasentista
t’esei hende ta’a ker a ta.
Dikon antó
mi n’ por sabori’ele
mi ta hañ’e negativo so?

Ik speel vaak verstoppertje met mezelf, om niet te hoeven toe te geven dat ik iets ben wat ik eigenlijk niet wil zijn: een dilettante, niets meer dan dat, iemand die van veel een tikkie weet, terwijl ik graag een serieuze wetenschapper wil zijn. Dilettant, zeg het nog maar ’ns, dan klinkt het niet zo zó; trouwens in de Renaissance wilden mensen dat toch zijn. Waarom kan ik ’r dan niet van genieten, vind ik ’t dan zo negatief?
In dit gedicht komen alle goede schrijfkwaliteiten van Igma van Putte harmonieus samen: rijm en ritme, kwetsbaarheid en zelfironie en een gedachte om mee te spelen; ‘ni mas ni ménos’ over wat versregels getild naar het zowel in klinkers als in medeklinkers er op rijmende ‘ménos mahos’, de ‘k’ herhaald in ‘di duna boka ku mi ta loke mi n’ ke ta’, het rijm in ‘mi mes’ en ‘tin mes(ter)’ met iets verderop de echo in: ‘ni mas’ plus het inhoudelijke: je beter voor te willen doen dan je bent. Opgediend met een saus van taalplezier.

Igma van Putte, Fo’i sukumpé, met lino’s, Editorial Djuku, Leiden, 2009, 53 pag

Editorial Djuku is een non-profit uitgeverij die in 1998 in Leiden werd opgericht door Igma en Florimon van Putte. Djuku geeft in een kleine oplage werken uit van geringe omvang op het gebied van taal- en letterkunde m.b.t. de Benedenwindse Antillen. Door de lage prijs (kostprijs) hopen de uitgevers in het relatief kleine taalgebied een breder publiek te bereiken.
Binnenkort verschijnt een pamflet over de spelling van het Papiamentu, als reactie op het officiële standaardwerk van het nationale taalbureau FPI, zeg maar het groene boekje voor het Papiamentu: Igma van Putte-de Windt & Florimon van Putte: Buki di oro. Ta oro di lei e ta? (reseña di Ortografia i Lista di palabra Papiamentu). Leiden, yüli 2010, 28 pág.

donderdag 12 november 2009

Uit m'n rommelhok

Igma van Putte-de Windt, lid van de Werkgroep Caraïbische Letteren sinds het vroegste uur, presenteert vandaag, 12 november 2009,. op Curaçao haar dichtbundel in het Papiamentu Fo’i mi sukumpé [Uit m’n rommelhok]. Onze felicitaties! We komen nog terug op deze nieuwe publicatie.