Posts tonen met het label Lebacs Diana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lebacs Diana. Alle posts tonen

dinsdag 21 januari 2014

Hitblog Boekface wil boekenwereld ondersteunen

Jorge Amado, Boekface door Vera de Kort

Maak een foto met een boek voor je kop. Dat is in het kort het idee achter de Nederlandse hitblog van Vera de Kort
Humberto Tan. Boekface door Andro Bottse

door Sabine Kok

In februari 2013 ging Boekface van start, nadat De Kort een foto van zichzelf had gemaakt op een strand in Bonaire. Ze poseerde daarop met het door haar zus Maartje de Kort uit het Portugees vertaalde boek Gabriela van de Braziliaanse auteur Jorge Amado. Haar broer, die de foto per mail onder ogen kreeg, reageerde met: ‘Boekface!’

Albert Helman. Boekface door Michiel van Kempen

In februari verspreidde  De Kort de eerste foto’s via Twitter (@boekface). Inmiddels heeft ze  er honderden van over de hele wereld ontvangen, onder meer met boekfaces van de covers van Knausgård en John Williams’ Stoner. De foto’s verzamelt ze op Boekface.wordpress.com en op de gelijknamige Facebookpagina.

De Kort wil naar eigen zeggen met Boekface volwassenen en kinderen aansporen een boek op te pakken. Daarom zoekt ze bij ieder boekface een recensie. ‘Het is Boekface erom te doen de Nederlandse boekenwereld te ondersteunen’, aldus De Kort op haar blog. ‘Bij Boekface gaat het vooral om Nederlandse literatuur of naar het Nederlands vertaalde literatuur, samen met de geboekfacete en zijn/haar boek.’

Don Martina. Boekface door Eduard de Kort


Landelijke kranten Telegraaf, AD, NRC en de Volkskrant besteedden inmiddels aandacht aan het Boekface-fenomeen en Van Dale koos het woord ‘Boekfacen’ op 11 september tot woord van de dag. ‘Alleen al het woord boekface heeft alles in zich om een begrip te worden’, aldus Van Dale. ‘Een begrip à la planking, owling en natuurlijk catbearding, woorden voor hypes die eerder al internationaal aansloegen.’
Clark Accord. Boekface door Liesbeth Accord

Makkelijk is het trouwens niet om het eigen gezicht vloeiend in een cover te laten overgaan. De Kort op NRC.nl: ‘Ik verbaas me erover hoeveel moeite mensen doen om die perfecte passende foto te maken. Een meisje twitterde laatst een foto met de tekst ‘na 100 pogingen is het gelukt’.

Zie ook (tevens voor diegenen die zelf een Boekface willen inzenden):

Diana Lebacs. Boekface door Elvy Anneroos


Robert Vuijsje. Boekface door Ivon Verhoeven
[de tekst is ontleend aan Boekblad, 16 september 2013]



Diana Lebacs, Boekface door Daan

maandag 29 juli 2013

Verfilming van een nobele vrijheidsstrijder

Scène uit Tula, the Revolt

door Diana Lebacs

Enkele dagen geleden keerde ik terug uit het buitenland en deze week was het tijd om de film Tula te bezoeken. Nog helemaal in de ban van alle reisindrukken zijn alle recente opinies over de film mij ontgaan. Wellicht maar gelukkig ook, want zodoende kon ik me leeg en onbevangen, zonder verwachtingen en vooropgestelde ideeën van hoe het zou moeten zijn, overgeven aan het verhaal.

Literatuur en kunst zijn per definitie fictie. Dit kreeg ik te horen toen ik begon te publiceren, maar ook op alle internationale literatuur-, film- en theatercongressen werd standaard verkondigd dat dit de norm is, wil een werk in aanmerking komen. Ik heb dit altijd in mijn oren geknoopt en het is ook de eerste waarheid die ik doorgeef in mijn workshops verhaal-, theater- en filmschrijven. Daarnaast heb je natuurlijk ook een ander soort schrijven: documentaires, biografieën, docudrama’s, educatief theater en ga zo maar door. Had ik ten minste één verwachting ten aanzien van de film, dan was het wel genoemd universeel criterium: kijken naar de schepping van een kunstenaar op filmgebied, die op basis van onderzoek – dat iedere schrijver doet – aan de hand van de echte geschiedenislijn een kunstwerk schept, dat grenzen overschrijdt.

Het is daarom ook gebruikelijk dat filmmakers werken creëren die gebaseerd zijn op een roman of op een waar verhaal, en dit ook vertellen en vermelden: ‘based on the novel x’, en ‘based on a true story’. Degenen die bekend zijn met deze processen weten waarom een film nooit hetzelfde kan zijn als de roman of het waargebeurde verhaal, zonder dat dit betekent dat aan beide geweld is aangedaan.

De film Tula, the Revolt tilt inderdaad een waargebeurd stuk uit de geschiedenis van Curaçao over de vrijheid van de mens als hoogste recht en goed naar grote universele hoogte. Het begint al bij de opening van de film, die je meteen onderdompelt in het gruwelijke lot van de hoofdpersonages, en gaat dan meteen over naar wat bij Tula het innerlijke vuur aanwakkerde om op basis van logische argumentatie, geïnspireerd door de idealen en nieuwe gedachten van de Franse Revolutie, op te komen voor de mensenrechten van de slaven op Curaçao. Tula’s intrinsieke motivatie blijft als een rode lijn door de film heen lopen. Tula, mens en leider, heeft een hoogstaande visie, wil onder geen voorwaarde dat deze visie besmet wordt als een opstand of revolutie, maar stuit op weerstand door de onverlichte en starre opvattingen van de gevestigde orde. De situatie van Tula wordt daardoor diep menselijk, maar tegelijkertijd ook intens schrijnend neergezet. Wie dit aspect niet ziet of voelt via de teksten en hun onderliggende betekenis, wie maar niet begrijpt waarom men niet een stoere vechtersbaas te zien krijgt en geen op effect beluste executiescènes, die gewelddadigheid gedetailleerd uitbeelden in de stijl van de huidige misselijkmakende actie- en horrorfilms (zoals 2 Fast 2 Furious, Fast Five, Death Race en I wish you were dead) om de verdoofde zintuigen te prikkelen, zou zich wellicht kunnen herbezinnen door meerdere keren naar de film te kijken en die dan rechtvaardiger beoordelen.

Iedereen heeft zijn eigen Tula geromantiseerd, vanuit zijn of haar wereldbeeld, en dat mag. Maar de scheppend kunstenaar heeft een andere, hogere taak, tenminste als het diens uitgangspunt is om een universele boodschap uit te dragen in de wereld: in dit geval de boodschap van de mensenrechten, gegoten in een vorm die iedereen ter wereld kan volgen en begrijpen, met als toegevoegde waarde de promotie van Curaçao.

In dit kader wil ik de producenten, adviseurs, regisseur, filmmaker, acteurs, figuranten en sponsors dan ook van harte feliciteren met het resultaat. Door de inhoud en de vormgeving is het verhaal nog steeds schokkend actueel. Het verraad van Koro jegens Tula komt aan als een dolkstoot, de verdraaiing van Tula’s motieven door de machthebbers om zo de executie van Tula en zijn compagnons te kunnen rechtvaardigen, beneemt je de adem van ontzetting. Zonder dat dit het doel is van de film, zou men het verraad zo kunnen doortrekken tot de hedendaagse worsteling met onze staatkundige structuur en tragische situatie sinds het uiteenvallen van de Nederlandse Antillen en de (wan)geboorte van Pais Kòrsou.

Vermeldenswaard is ook het subtiele neerzetten van mevrouw Lesire, als tegenkracht, om ons te behoeden voor generalisatie en vooroordeel, zonder echter het hardvochtige denken van de kolonisator te willen verdoezelen.

De film eindigt heel mooi met Speranza en haar zoontje, het kind van Tula. 68 jaar oud zou het kind zijn geweest toen de slavernij op Curaçao eindelijk werd afgeschaft, als laatste in de rij, decennia later dan in de Britse en Franse koloniën!

Dit jaar vierden wij 150 jaar afschaffing van de slavernij. Zijn wij zover? Is het allemaal echt voorbij? In de eerste week van augustus zijn de muziektheaterproducties van de stichting Julius Leeft! te zien in het WTC: Hoe duur was de suiker van Cynthia McLeod en Geniale Anarchie van Boeli van Leeuwen. Thema: Van Slavernij tot Moderne Slavernij. Een stuk bewustwording en nieuw ontwaken zet zich voort.

[ingezonden brief in Amigoe, vrijdag 26 juli 2013]


zondag 28 juli 2013

Het Tula-tumult


door Elodie Heloise

Ik zeg ‘Tula’… en heb inmiddels het idee dat ik of direct mijn schild op moet zetten om mij te verdedigen tegen de lading ‘rotte’ tomaten die mijn kant op geslingerd worden of dat ik het op een lopen moet zetten om te ontkomen aan een venijnige groep opgeschoten historici die op mijn nek uit zijn. Voordat ik ‘Tula’ zeggen mag, moet ik tegenwoordig, zo lijkt het althans, eerst heel erg goed te rade gaan bij mijn historische kennis en kunde. Wanneer ik heb vastgesteld dat ik in elk geval drie van de naar verluid vijf boeken over Tula gelezen heb, het toneelstuk van Pacheco Domecassé ken, met daarin overigens een hele jonge Diana Lebacs en Laura Quast, stijgen mijn kansen om iets over de film Tula The Revolt te mogen zeggen. Maar we zijn er nog niet, de eerste rotte tomaat ligt al in de aanslag bij de een of andere Curaçao-expert al dan niet van eigen bodem, ik moet namelijk ook nog even heel goed kijken welke kleur ik heb en waar ik geboren ben. Hoe verder mijn wortels verwijderd zijn van de Curaçaose bodem, hoe meer mijn recht van spreken slinkt… tot op het punt waar ik eigenlijk netjes met mijn armen over elkaar behoor te zitten met bij voorkeur duct-tape op mijn mond.

Scène uit het toneelstuk Tula van Pacheco Domacassé


Zo moet het voelen voor de filmmakers Dolph van Stapele en Jeroen Leinders die het waagden een film over de nationale held van Curaçao te maken en die een stroom van kritiek over zich heen hebben gekregen sinds de film in premiere ging. Triest is het dat een van hen in een interview aanhalen moet: ‘Ik heb 18 jaar op Curaçao gewoond’. De ander, en dat weet ik, heeft alle documenten en stukken geraadpleegd. Zo ook de experts om vooral niet af te wijken van de historisch vastgelegde gebeurtenissen rondom de slavenopstand van 1795. Genadeloos wordt hij ‘aangepakt’ op een omissie in de feiten… die hij in overleg met experts heeft ingevuld met de meest voor de hand liggende interpretatie. Nee, de redelijkheid en de doorgaans daaraan voorafgaande objectiviteit over Tula The Revolt is ver te zoeken. En dat laatste intrigeert me.

Het filmboek van Leinders had ik al gelezen ruim voordat ik de film zelf zag.  Ik vond het een strak boek. Weinig ‘speelruimte’ zat erin, het was al een half filmscript dat zeer dicht op de feitelijke gebeurtenissen van 1795 vastgenageld zat. En ik begreep ook waarom… dit ging over Tula en daar kun je niet zomaar iets mee doen. Niet op Curaçao. En al helemaal niet als ‘niet-Curaçoënaar’.  De argusogen van de historici keken daarom ook zeer nauwlettend mee. In mijn optiek is daarmee elke mogelijkheid om van Tula een heldenverhaal te maken op voorhand al gesneuveld. Daar was ik dan ook bang voor toen ik het boek van Leinders las.

 
Op de set van Tula the Revolt

Stel je voor: een schip vaart de Annabaai binnen. Het komt uit Haïti en heeft een verstekeling  annex halve crimineel bij zich. Mercier genaamd. De man is veroordeeld en moet zijn tijd ‘uitzitten’ op een plantage alwaar hij onder de slaven het bericht van de Franse strijd brengen kan. Stel je voor dat Madame Johanna Lesire een echte française was die het nieuws uit eigen bronnen ook al vernomen had. Stel dat het stadsleven van Curaçao van rond 1795 meer in beeld was gebracht, of het leven op de plantages….? En dat de historische route niet met een animatie in beeld was gebracht, maar gewoon op de kaart, op tafel, tussen soldaten die een strategie uitzetten om de opstand te beteugelen? Ja, op het plot of script van deze film is zeker het een en ander aan te merken, maar alleen wanneer je als schrijver ervan de vrijheid ook echt hebt gehad.  En die was er vrees ik niet. Die was al eerder om zeep geholpen, door de feitelijke geschiedenis en haar vaandeldragers.

Kritiek op een plot rechtvaardigt echter naar mijn smaak niet het tumult dat over deze film is ontstaan. Het tumult erover is emotioneel. ‘Want Tula komt niet uit de verf zoals hij had moeten zijn’. En daar zit de angel, denk ik. De plaats van Tula als nationale held van Curaçao. Welke plaats? Voor zover ik weet, alle historici kunnen nu heel hun gewicht in de schaal gooien en met titels van proefschriften smijten, is Tula nog altijd niet in het collectieve besef van de bevolking van Curaçao doorgedrongen als held, of iemand om trots op te zijn. Waar zijn de kinderen die Tula heten? Dit in tegenstelling tot de duizenden die zijn vernoemd naar Martin Luther King, Malcolm X of Rosa Parks, allemaal voorvechters van gelijke rechten voor iedereen en in het bijzonder voor de Afrikaanse afstammelingen. Sterker nog: een kind dat op Curaçao op het schoolplein ‘Tula’ wordt genoemd, ervaart dat als een vernedering. ‘Ik ben geen slaaf’. Waar is de Tulaschool? Er is een museum, dat wel. En er is een straat naar hem vernoemd. Maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Wat betekent dat?
Elodie Heloise

Ik denk dat Tula The Revolt voor Curaçao te vroeg is verschenen. Curaçao is er nog steeds niet klaar voor om Tula echt als een held tot zich te nemen. Het maakt niet uit wie de film gemaakt heeft of welke megasterren erin hebben gespeeld. Alle boekjes, historici en standbeelden ten spijt. Dat is de echte reden van de emotie die achter de reacties zit. Zolang dit stuk verleden niet in ons denken en voelen wordt omgezet tot een trots op wie we zijn en waar we vandaan komen, dansen we om de hete brei heen. Misschien is Tula The Revolt toch precies op tijd verschenen. De discussie erover is in elk geval al gestart.

En Tula? Die wacht al 218 jaar op rehabilitatie en erkenning… hij zal, vrees ik, nog wat langer geduld moeten hebben.


[van de blog van Elodie Heloïse]


Toelichting van Ini Statia:
Elodie, prachtig verwoord! Heel mooi en treffend. Eén kleine correctie: Tula is bijna vier jaar geleden (in oktober 2009) OFFICIEEL gerehabiliteerd als 'held.' Dit gebeurde tijdens een plechtig en serieus symposium in Kurá Hulanda. Ik was daarbij aanwezig. Echter, het was een handjevol mensen, dezelfde groep als altijd. Bijna alleen Curaçaoënaars. Een commissie die onder anderen uit mr. Suzy Camelia-Römer en prof. dr. Jandi Paula bestond, had zich hierover gebogen en heeft in een juridisch document vastgelegd dat Tula officieel gerehabiliteerd is.

zondag 24 februari 2013

Update Tori Oso avond 27 februari

Ook aanwezig bij de presentatie van Hecht en Sterk van Shrinivási zijn Hein Eersel, Jerry Dewnarain en Rappa. Samen met Lila Gobardhan zullen zij participeren in het panelgesprek over de bundel. Jerry Dewnarain heeft al een voorzet gedaan. Van zijn hand verschijnt op zaterdag 23 februari een recensie in De Ware Tijd Literair.
Diana Lebacs bij de Curaçaose presentatie van Hecht en Sterk

Op de S’77 avond van woensdag 27 februari zullen er twee boeken worden gepresenteerd. In het eerste deel van de avond gaat het om de nieuwe dichtbundel van Shrinivasi, Hecht en Sterk. Geert Koefoed verzorgt een korte inleiding en Jit Narain, Guillaume Pool en Lila Gobardhan dragen voor uit de bundel. Daarna volgt de paneldiscussie waaraan het publiek mag deelnemen. In het tweede deel van de avond presenteert Karen van Gelder haar boek Hilde. Hilde is een oude dame die terugblikt op haar flamboyante leven. Ze groeit op in de Surinaamse smeltkroes van rassen, rangen en standen. Door een tragische gebeurtenis kiest ze voor een bohemien leven en een glanzende carrière, haar grote liefde achterlatend. Pas na een jarenlange strijd met zichzelf is ze in staat de demonen uit het verleden te overwinnen. Een bijzondere inspiratiebron van Karen is ‘internal voice dialogue’, een concept van de psycholoog Hubert Hermans.

Beide publicaties zullen op de avond te koop zijn en u hebt de gelegenheid het boek Hilde te laten signeren door de auteur. Alle literatuurliefhebbers zijn van harte welkom. De avond is vrij toegankelijk. Aanvang: Stipt 20.00u.

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

zaterdag 23 juni 2012

Interactief iPad prentenboek Lettervreters nu in zes talen


De publicaties van het interactieve prentenboek Lettervreters, vuurtorens en piratenboten voor op de iPad zijn vanaf juni 2012 compleet; alle zes de talen zijn dan in de AppStore te verkrijgen. Nederlands, Papiamentu en Duits waren al langer beschikbaar. Nu kan de lezer Lettervreters ook in het Engels, Frans en Spaans kopen. Het boek is voor kinderen van 3 tot 8 jaar. Peuters en kleuters kunnen heerlijk naar de voorleesstem luisteren of hun ouders laten voorlezen terwijl ze het verhaal actief beleven en de illustraties tot leven wekken. Kinderen van zeven of acht kunnen het verhaal heel stoer al zelfstandig lezen.

De Lettervreters-boeken van schrijfster Charlotte Doornhein zijn ook zeer geschikt voor jeugd of volwassenen die op avontuurlijke manier een vreemde taal willen leren. Er is gebruik gemaakt van professionele vertalers en de stemmen zijn ingesproken door native speakers. Lettervreters is prima op scholen te gebruiken of in de thuissituatie.

Ian heeft een klein broertje: Storm. Sinds Storm kan kruipen gebeuren er allemaal rare dingen. Boeken worden opgegeten alsof het broodjes kroket zijn. Vuurtorens branden in de woonkamer. En de zee stroomt door het huis.

Lettervreters, vuurtorens en piratenboten is een leuk prentenboek voor jonge kinderen en iedereen die een klein broertje of zusje heeft dat net op ontdekkingstocht gaat. Leeftijd: vanaf 3 jaar. Het interactieve prentenboek is in zes talen te koop in de AppStore.

Prijs: 3,99 euro
Voor meer informatie zie www.lettervreters.info



Publicaties:

Lettervreters, vuurtorens en piratenboten auteur Charlotte Doornhein

Komedó di lèter, faro i barku pirata Papiamentu vertaling Diana Lebacs

Buchstabenfresser, Leuchtturm und Piratenschiff Duitse vertaling Britta Behrendt

Letter guzzlers, lighthouses and pirate ships Engelse vertaling Joseph Hart

Dévoreurs de livres, phares et bateaux pirates Franse vertaling Christa Weijer

Comilones de letras, faros y barcos pirata Spaanse vertaling Montse Morales Montes en Elisabeth van de Kar.

donderdag 14 juni 2012

Diana Lebacs


Portret van de Curaçaose schrijfster Diana Lebacs, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 69b in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

vrijdag 8 juni 2012

Festival Feminino in Teatro Luna Blou


7 juni t/m 10 juni in Teatro Luna Blou, Curaçao



De derde editie van het tweejaarlijks festival

Festival Feminino, een ode aan de vrouw in haar kunnen en haar kunst. Dát is wat we met dit festival willen brengen. Verschillende vrouwen, verschillende culturen, talen en verhalen. De vrouwen, moeders, oma’s, nemen nu eenmaal een belangrijke plaats in, in het dagelijks leven, het bedrijfsleven en de politiek. Zeker als je kijkt naar onze Curaçaose samenleving. Als theater hebben we er daarom voor gekozen de vrouw als kunstenaar in the spotlight te zetten.

Op het podium alleen vrouwen. In de zaal en bij de borrel, vrouwen én mannen! Mannen zijn van harte welkom, dus laat je niet afschrikken. We kunnen van elkaar leren en dankzij de openheid en oprechtheid van de voorstellingen, is het festival interessant voor iedereen!



De verschillende voorstellingen zijn:

Ontboezemingen

Nederlandstalig door: Adrienne Kleiweg, Aukje van Ginneken, Diana Dobbelman, Dominique van Vliet, Leyla Çimen

Een humoristisch drama over borstkanker. Ieder van hen gaat op haar eigen manier de strijd aan met de ziekte maar vooral met zichzelf Een voorstelling over lijden en leven. Over overlijden en overleven. Het leven is leuk! Of niet soms? Een voorstelling met een humoristische ondertoon en absurdistische wendingen.


Woman Talk
Denise Jannah

Meertalig: door Denise Jannah (zang) en Anastacia Larmonie (vleugel) Denise Jannah zal uit volle borst komen zingen onder de bezielende leiding van Anastacia Larmonie. Woman Talk zal een verzameling zijn van mooie liedjes in verschillende talen. Een poëtisch muzikale avond.


One woman show

Papiamentstalig: Een ode aan de ons onlangs ontvallen Nydia Ecury.

Nydia Ecury
Luna di Papel, Een van haar One women shows zal vertoond worden op ons big screen in Teatro Luna Blou.

Gedichten door Caresse Isings


Bon Kurpa
Diana Lebacs

Papiamentstalig door: Diana Lebacs, Anne-Marie Braafheid, Marietta Eugenio, Lilimar Valencia, Jelleke Heuvel-Praamsma



Deze voorstelling is een mix van monoloog, dialoog en dramatical reading. Iets ‘anders dan anders’ dus! 3 vrouwen, een dokter, een assistent, een wachtkamer, een receptie en een terras. Voelen de vrouwen zich na alle schoonheidsoperaties echt mooier?



Minisymposium preventie borstkanker

Prinses Wilhelmina Fonds heeft verschillende specialisten uitgenodigd om een voorlichting te geven en vragen te beantwoorden over (de preventie van) borstkanker.




Programma Festival Feminino


Caribbean woman, by Madiha Yearwood

7 juni

19:30 Feestelijke opening Festival Feminino

20:30 Première Ontboezemingen Nafl. 75



8 juni

19:00 Woman Talk Nafl. 30, -

21:00 Bon Kurpa Nafl. 25, -

Passe-partout Nafl. 45, -



9 juni

17:00 One Woman Show Nafl. 20,-

19:00 Woman Talk Nafl. 30, -

21:00 Ontboezemingen Nafl. 35, -

Passe-partout Nafl. 70, -



10 juni

12:00 Minisymposium + meet and Greet cast Ontboezemingen

15:00 Ontboezemingen Nafl. 35, -

19:00 Bon Kurpa Nafl. 25, -

Passe-partout Nafl. 50, -

zaterdag 26 mei 2012

Kinderboekenfestival Curaçao

Foto-impressies van het Kinderboekenfestival Curaçao, beschikbaar gesteld door Anne Provoost .





Anne Provoost signeert







Diana Lebacs


Anne Provoost


Roland Colastica

Joke van Leeuwen, Anne Provoost, Rea Lodowica


Anne Provoost, Roland Colastica

donderdag 24 mei 2012

Diana Lebacs



Portret van de Curaçaonse schrijfster Diana Lebacs, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 69a in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.


donderdag 5 april 2012

Papiamentu kinderboek voor de IPad

Komedó di lèter, faro i barku pirata is het eerste interactieve prentenboek voor kinderen dat op de iPad in het Papiamentu verschijnt. Het oorspronkelijke verhaal Lettervreters, vuurtorens en piratenboten is door auteur Charlotte Doornhein geschreven. Diana Lebacs heeft de prachtige
Papiamentu vertaling van Lettervreters gemaakt en Laura Quast fungeerde als meelezer.

*Ian tin un ruman hòmber chikí: beibi Warwaruchi. For di dia ku Warwaruchi por gatia, tin yen di kos straño ta sosodé. Un hende, un algu, ta kome buki manera ta krokèt nan ta. Hopi faro ta tira lus den sala. I laman ta pasa den henter e kas.*

*Komedó di lèter, faro i barku pirata* ta un dushi buki di prenchi pa tur hende ku tin un ruman hòmber òf un ruman muhé chikitu ku ta riba un biahe di deskrubrimentu. Edat: for di 3 aña.

Het interactieve prentenboek is nu in het Papiamentu, Nederlands en Duits te koop in de AppStore.

Prijs: 3,99 euro

Voor meer informatie zie www.lettervreters.info

Charlotte's WeBB & Rock Paper Scissors & Denkgenoten

vrijdag 17 februari 2012

Erich Zielinski: 'Wat er ook gebeurt, het leven gaat door.'


door Els Moor

Eergisteren overleed de Antilliaanse auteur Erich Zielinski. In januari 2004 kwam bij uitgeverij In de Knipscheer De Engelenbron uit, debuutroman van de Curaçaose advocaat Erich Zielinski (Bonaire, 1942). Al in juli dat jaar verscheen de tweede druk. De roman had snel succes, mede door de lovende kritieken. Zielinski beschrijft de handel en wandel van personages in de kleurrijke wijk Otrobanda, het decor voor drugs- en andere actuele problematiek. Hij doet dat op een manier die literaire meerwaarde aan de roman geeft, waardoor die uitstijgt boven het genre van de thriller. Als gast van het Winternachtenfestival 'Werelden in ontmoeting', is Zielinski momenteel in ons land. Een mooie gelegenheid voor een gesprek over zijn boek.

Zielinski bezoekt Suriname voor de eerste keer. Hij geniet van wandelingen door Paramaribo, waar hij veel van de Caribische leefwijze herkent, maar ook nieuwe ervaringen heeft. Het multiculturele straatbeeld fascineert hem.
Voor het gesprek gaan we op buiten, naar de gerestaureerde oude koffieplantage Frederiksdorp op de rechteroever van de Commewijnerivier. Op het terras van het hotel van de familie Hagemeyer genieten we van een heerlijke maaltijd.

Erich Zielinski schudt literatuurcriticus Rob Schouten de hand

Het boek ligt op tafel en ik vraag Erich waarover het gaat. 'Het gaat over de mens', zegt hij en neemt een slok bier, 'de mens in Otrobanda die in het leven staat en wat er ook gebeurt, dat leven gaat door.' Hij vertelt dan met verve over de personages die ondanks veelsoortige problemen en tegenstrijdige omstandigheden, leven onder één dak, van een oud huis in Otrobanda, een vriendelijk huis met bomen op het achtererf en voorop een naambordje: De Engelenbron. Zielinski kent het huis; hij heeft er zelf enkele jaren gewoond tijdens zijn kindertijd. De titel - De Engelenbron - waarschuwt de lezers al dat het niet alleen gaat om een drugsgebonden thriller. Wie zijn die personages? De centrale figuur, die banden heeft met alle anderen, is Monchín, oud-politieman. Hij werd ontslagen toen hij tijdens werktijd spiernaakt gesignaleerd werd in een bordeel. Sindsdien probeert hij te overleven, hij is hét voorbeeld van de escapist, die met een vrolijk gezicht aan de realiteit voorbijgaat. Zo vist hij iedere zaterdag met een vissersboot en brengt strijk en zet een tas met inhoud aan Petchie, van wie iedereen weet dat hij banden heeft met de Colombiaanse drugsmaffia. Petchie heeft zijn bijnaam te danken aan het feit dat hij altijd een pet draagt om de bij zijn geboorte ontstane misvorming van zijn hoofd te maskeren. Zelfs als hij, getroffen door een kogel, stervende is, maakt hij een vragend gebaar om zijn pet. Een andere centrale figuur is Hendrik, de zakenman die gedeeltelijk verlamd het bed houdt en met veel liefde verzorgd wordt door zijn Surinaams-Hindostaanse tweede vrouw Rona. Monchín is zijn huurder in De Engelenbron, door wie hij ook te maken krijgt met Aura, een prostituee uit de Dominicaanse Republiek en haar dochter Linda Rosa die in relatie staat tot Petchie.

Door bemiddeling van Petchie slikt Linda Rosa 'bolita's', waarmee ze naar Holland zal vliegen, maar op de airport, voor de ogen van haar moeder, sterft Linda als er een 'bolita' bost [knapt] in haar maag. Petchie krijgt later spijt en wil Aura geld van haar dochter overhandigen. In haar mateloze verdriet en woede schiet Aura Petchie dan dood met het wapen van Monchín dat hij ergens had achtergelaten. Daardoor wordt niet Aura, maar Monchín de gedoodverfde schuldige. Hendrik regisseert vanuit zijn bed de uitvoering van de oplossing om geruisloos en onzichtbaar van het lijk af te komen. Iedereen denkt immers dat Petchie naar Venezuela gevlucht is na de dood van Linda. Met veel moeite gooien de huisgenoten het extreem zware lichaam in de put op het achtererf, waarna nota bene de Colombiaanse drugsbaas het klusje klaart om de put dicht te metselen, zonder dat hij weet wat zich erin bevindt.

'Vormen die drugstoestanden een leidmotief in je boek, zoals bijvoorbeeld in "Blinde muren" van Roué Hupsel', vraag ik de schrijver. 'Nee, de achtergronden waartegen het verhaal zich afspeelt zijn voor mij het belangrijkst. Het gaat om de mens in Otrobanda, vormgegeven in de personages onder het dak van De Engelenbron. Hun levens zijn met elkaar verbonden onder dat dak. Het leven gaat door. Als de Colombiaan zijn job gedaan heeft, vraagt hij aan Monchín: "Ga je zaterdag weer vissen?" Het antwoord is: "Ja, ik ga vissen." De lezers weten dan dat alles gewoon doorgaat.'
Ik constateer dat Erich Zielinski absoluut nergens moraliseert in zijn verhaal. 'Nee', zegt hij met overtuiging, 'als advocaat kijk ik naar de feiten. De lezer is de rechter.'
'Je preekt niet; zelfs Frank Martinus Arion doet dat aan het einde van Dubbelspel', zeg ik. 'Nee, er verandert uiteindelijk niets. We merken alleen dat er solidariteit is ontstaan op het eind. Iedereen moet verder, dus ze slaan de handen ineen. Wel heb ik geprobeerd om de personages uit te tillen boven de alledaagsheid van het leven.' Ik bevestig dit en noem Monchín. 'Ja', knikt Erich en hij kijkt peinzend naar de gerestaureerde oude politiehuisjes aan de overkant van het mooi verzorgde erf, die nu dienst doen als hotelappartementen, 'Monchín heeft een alter ego, broeder Abt, die zijn verlangens naar zuiverheid personifieert. En hij heeft zijn afgedankte politiemotorfiets. Die heeft hij zonder wielen op de put gemonteerd en regelmatig start hij de motor en raast door zijn fantasie. Met broeder Abt praat hij dan over de altiplano in de Andes en hij voelt de wind. Hij ziet Indianen met zwarte hoeden op zich afkomen, die weer verdwijnen achter de bergen. Eigenlijk wil Monchín, de vrouwenjager, in het klooster. Maar niet met z'n motorfiets. Die vergaat immers ook, net als de mens.'

'Het universele thema van de vergankelijkheid heb je prachtig verwerkt', zeg ik. 'Ik zie mijn figuren altijd voor me', zegt Erich, ‘ook Monchín. Er zijn momenten dat je tranen in je ogen krijgt, maar ook dat je lacht. Als de impotent geworden Hendrik 's avonds zijn vrouw de trap op hoort sluipen naar Monchín, en de fles whisky op het nachtkastje grijpt, krijg ik tranen in mijn ogen. Ook om de solidariteit van Monchín die Rona nooit echt van hem zal afpakken.' En hij voegt eraan toe: 'Je moet als schrijver niet blijven hangen aan de slaventijd. Dan groei je niet. Het verleden moet geen stepping stone zijn. Het gaat mij om de nieuwe Caribische mens in mijn werk. We hebben een rijke culturele samenleving dankzij het verleden, en er bestaan ook veel verhalen over. Maar dat is niet voor mij.'

'Hoe werk je, hoe heb je dit boek geschreven?' vraag ik. 'Ik heb veel journalistiek werk gedaan naast mijn advocatenpraktijk. Het schrijven op zich is niet moeilijk voor mij. Met dit verhaal in mijn hoofd heb ik wel een jaar rondgelopen. Iedere dag wandelde ik toen, met een goede vriend. We spraken erover. Toen kreeg ik gele koorts en moest een tijdje thuisblijven. Ik begon te schrijven, met de hand, pen op papier. Een jaar lang. Mijn vriend tikte uit wat ik geschreven had en we spraken erover. Na dat jaar begon het pas echt: slijpen, polijsten, vervangen. Laat 's avonds belde ik vaak nog mijn vriend en besprak wat ik toegevoegd had. Zoals aan het personage Monchín: zijn gesprekken met broeder Abt en zijn motorfiets tillen hem uit boven het gewone escapisme. Als zijn buurvrouw staat te klagen over het lawaai waarvan haar baby niet kan slapen, wordt hij ineens paternalistisch en zegt bijna troostend: "Wees niet bang".' Zielinski moet er zelf weer om lachen.

Erich Zielinski, rechts, met staande Karin Amatmoekrim en links Diana Lebacs

'Wim Rutgers in zijn recensie in Amigoe prees de structuur', merk ik op. 'Dat heeft inderdaad veel tijd gekost, om het zo te krijgen', Zielinski knikt. 'De figuren die eerst min of meer los zijn, komen terug en passen steeds meer aan elkaar. De losse stukken zijn eigenlijk niet los. Even leiden ze een eigen leven, dan komen ze bij elkaar, vermengd met typisch Caribische motieven, zoals de Heilige Maagd, die steeds weer terugkomt. Ook het verschijnsel dat iemands bijnaam zijn "echte" naam wordt.'
Die zorgvuldigheid zit ook in de taal van de roman, heb ik geconstateerd. 'Ik heb de taal proberen uit te tillen boven de anekdote van de Antillen. Michel Angelo wordt genoemd, en Hendrik luistert op zijn bed naar Edith Piaf. Ik wilde geen regionale roman maken, maar vanuit mijn bekende omgeving existentieel bezig zijn met de qualité humaine. Tijdloze kwesties als wonen, voortplanting, liefde. Het universum is tijdloos. Bestaat er toeval in het universum? Een Latijns-Amerikaanse schrijver die ik bewonder om zijn "tijdloosheid" is Miguel Asturias (1899-1973) met zijn Hombres de maiz (1949).'

Erich Zielinski pakt zijn roman, neemt een slokje van de koffie die inmiddels het bier vervangen heeft en leest het slot voor van De Engelenbron:

Zielinski geheel links in gesprek met Isabel Hoving. Achter hem staande Tommy Wieringa in gesprek met Luc Devoldere.

'Rona dweilde de vloer in huis. Het ontsmettingsmiddel met lavendel geurde langs de trap omhoog. Hendrik luisterde naar Piaf: "Et on danse, on danse, on danse..." Bewegingloos, de benen verlamd, de ogen gesloten. Aura kookte soep en proefde met de pollepel uit de pan. Zij zou straks een beetje soep brengen voor die twee daarbuiten bij de put.
De buurvrouw hees zich op het muurtje en schreeuwde: "Coño, begin je weer? De baby slaapt! Mierda!" Monchín liet zich niet storen en bracht de Harley Davidson op kruissnelheid.
Oso Blanco raapte zijn spullen bij elkaar en probeerde met zijn stem boven het gebrul van de motor uit te komen: "Tot zaterdag!"
Maar Monchín hoorde hem al lang niet meer.
"Broeder Abt", sprak hij...'

[uit de Ware Tijd Literair, 11 maart 2006]



Zielinski in gesprek met acteurs Felix Burleson en Paulette Smit


Alle foto's zijn gemaakt tijdens het erediner voor Derek Walcott in 2008, © Bert Nienhuis, Werkgroep Caraibische Letteren

zondag 13 november 2011

Bonaire: Kinderboekenweek zondag van start

Kralendijk — Van 13 tot en met 16 november organiseren de Dienst Educatie en Cultuur, de Openbare Bibliotheek en stichting NANA de Kinderboekenweek.

‘Fenomenale helden’ is het thema van deze literaire week voor de kleintjes. De opening van de Kinderboekenweek en uitreiking van de Poem Express-prijs is op zondagmiddag 13 november en begint om vier uur in de aula van de Scholengemeenschap Bonaire. De Poem Express-prijs wordt uitgereikt aan de tien beste deelnemers. De beste vijf daarvan zullen worden voorgedragen door de afzonderlijke winnaars.

Bij de opening zijn aanwezig vertegenwoordigers van stichting NANA en de schrijvers Charlotte Doornhein, Mariska Hammerstein, Diana Lebacs, Tio Ali en Laura Quast. De schrijvers zullen van maandag tot en met woensdag de scholen bezoeken.

[uit Amigoe, zaterdag 12 november 2011]