Posts tonen met het label rooms-katholieke kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rooms-katholieke kerk. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

Snelle heiligverklaring Peerke Donders gewenst

Paramaribo - De diplomatieke vertegenwoordiger van het Vaticaan in Suriname, aartsbisschop Nicola Girasoli, hoopt dat de Tilburgse missionaris Petrus 'Peerke' Donders snel heilig kan worden verklaard. Hij roept de inwoners van Suriname alvast op bewijzen te verzamelen van eventuele wonderen die Donders tijdens zijn werk in de Nederlandse ex-kolonie zou hebben verricht. Aartsbisschop ...
Girasoli deed die uitspraak toen hij enkele dagen geleden in Suriname was om de kathedraal van Paramaribo te verheffen tot basiliek. Het graf van Donders bevindt zich in de linkervleugel van het houten kerkgebouw, dat in hartje Paramaribo staat.

”Nu deze kathedraal een basiliek is geworden, is de volgende stap om Donders heilig te laten verklaren. Jullie kunnen niet alleen helpen door te bidden, maar ook door op zoek te gaan naar een mirakel dat Donders hier tijdens zijn leven heeft verricht. Door bewijzen te verzamelen, kan hij snel heilig worden verklaard”, sprak Girasoli de bomvolle basiliek toe.

Donders werkte van 1842 tot aan zijn dood in 1887 in Suriname, onder meer met leprapatiënten en in indianendorpen. In 1921 werd hij herbegraven in de toenmalige Sint-Petrus-en-Pauluskathedraal. Paus Johannes Paulus II verklaarde Donders in 1982 al zalig, nadat het Vaticaan enkele jaren daarvoor had erkend dat in 1929 een tweejarig kind zou zijn genezen van botkanker nadat Donders voor haar was aanbeden.

Voor een heiligverklaring is echter nog een tweede mirakel nodig. In het Vaticaan is daarvoor een speciale commissie. Die zal de wonderen die eventueel worden gerapporteerd toetsen en daarna de paus al dan niet groen   licht geven voor een heiligverklaring. In de volkstelling van september zeiden ruim 117 duizend van de 542 duizend getelde Surinamers rooms-katholiek te zijn. Dat komt neer op 22 procent van de bevolking. Daarmee is het katholicisme met afstand de grootste religie van het land.

[van nospang.com, 11 april 2014]

maandag 7 april 2014

‘Basiliek prachtige verrijking voor Suriname’

door Merredith Bruce
De Sint Petrus en Paulus kathedraal is verrijkt met de eretitel van basiliek.
Foto © Irvin Ngariman.

Paramaribo - Omstreeks acht uur naderden de laatste plechtigheden rondom de inwijding van de kathedraal tot basiliek hun einde. De dag waar velen naar uitkeken werd met een dankwoord van Bisschop Wilhelmus de Bekker afgesloten.

Vol blijdschap over de eervolle titel die Surinames kathedraal nu draagt, feliciteerden aanwezigen elkaar onderling. "Gefeliciteerd, het is volbracht!", schreeuwt iemand uit de menigte een ander met een brede glimlach toe. Ook ex-president Ronald Venetiaan ontvangt de felicitaties. "Het is een grote eer voor de katholieke gemeente en een inspiratie voor de katholieken om verder te gaan", brengt hij zijn trots onder woorden tegenover de krant.
Ook de Zusters van Tilburg waren zeer ingenomen
met de inwijding tot basiliek.
Foto © Annette Lamothe-Ramos

Ambassadeur Jay Anania die samen met zijn echtgenote de plechtigheid bijwoonde, hecht veel waarde aan de boodschap van Nicola Girasoli. "Zoals de aartsbisschop dat zei, dit is een inspiratie voor ons allemaal en in het bijzonder de katholieken. Wanneer zaken niet gaan zoals we willen moeten we het opnieuw proberen, dan lukt het wel." In zijn beste Nederlands betitelt Anania het gebeuren als "geweldig voor Suriname".
Vicepresident Robert Ameerali ervaart de eretitel voor de kathedraal als een prachtige verrijking voor het land. "Dit moet ertoe leiden dat we met nog meer eerbied en respect omgaan met dit gebouw."
In tegenstelling tot alle blije gezichten, staat Marlon er ietwat terughoudend bij. "We beseffen niet genoeg wat dit allemaal inhoudt. Alleen de echte Rooms Katholieken ervaren het gevoel dat hierbij hoort", klinkt hij met een serieus gezicht, maar dit verandert al gauw in een heuse glimlach wanneer alle geestelijken zich voor het gebouw verzamelen. Een hemelse en historische aanblik.


[uit de Ware Tijd, 06/04/2014]


zondag 23 maart 2014

Braziliaanse kerk laakt grootschalige mensenhandel

Thaiza Thomsen, een voormalige Miss Brazilië, verdween
in 2007, vermoedelijk als gevolg van mensenhandel.
Foto © AP
De Katholieke Kerk van Brazilië is een grootschalige mondiale campagne gestart tegen mensenhandel, die inmiddels ook in Suriname is gelanceerd vanuit de Braziliaanse kerkgenootschappen hier te lande. Dit jaar is bij de ‘Campanha Da Fraternidade’ gekozen voor het thema ‘Broederschap en Mensenhandel’ en wat ons land betreft worden er onder meer door Braziliaanse campagnevoerders bezoeken afgelegd aan de Braziliaanse ambassade en diverse scholen en kerken. Tijdens de campagne wordt er vrede gepropageerd tussen Surinamers en Brazilianen en de Braziliaanse gemeenschap zal omstandig geïnformeerd worden over de gevaren van mensenhandel.

[uit De West, 20 maart 2014]

 Worldwide numbers
Adults and children in forced labor, bonded labor, and forced prostitution: 12.3 million
Successful trafficking prosecutions: 4,166
Successful prosecutions related to forced labor: 335
Victims identified: 49,105
Ratio of convicted offenders to victims identified: 8.5%
Ratio of victims identified to estimated victims: 0.4%
Countries that have yet to convict a trafficker under laws in compliance with the Palermo Protocol: 62
Countries without laws, policies or regulations to prevent victims’ deportation: 104
Prevalence of trafficking victims in the world: 1.8 per 1,000 inhabitants
Source: U.S. State Department’s Trafficking in Persons Report 2010

zaterdag 22 maart 2014

‘Basiliek vergroot kans pauselijk bezoek’

door Annelies Brinkman


Bisschop Wilmelmus de Bekker en pater Estaban Kross over de
 toegenomen kansen van Suriname op pauselijk bezoek. Foto © Claudio Barker
  

Paramaribo - Nu de St. Petrus en Paulus-kathedraal vanaf 6 april de eretitel van basiliek zal dragen, is de kans dat de paus Suriname zal bezoeken een stukje groter geworden. Dat is althans de verwachting van pater Esteban Kross. Hij zei dit donderdag tijdens de persconferentie waar hij en bisschop De Bekker meer informatie gaven over nieuwe status van de kathedraal.
De Bekker toont het wapen dat boven de toegang
van de basiliek zal komen te hangen

"Ik vermoed dat de paus nu wel wat extra moeite zal doen. Een paus doet namelijk altijd moeite de landen met een basiliek te bezoeken. En het is niet zo dat de paus alleen grote landen bezoekt. Zo is Paus Johannes Paulus II bijvoorbeeld in Trinidad geweest, en ook in St. Lucia en Curaçao'', aldus een hoopvolle Kross.
De Bekker en Kross zijn erg verheugd en trots op de nieuwe status van de kathedraal. Ruim een jaar geleden stuurden ze de aanvraag voor de eretitel naar Rome. Eind januari dit jaar kreeg De Bekker het bericht dat de aanvraag was gehonoreerd en dat de officiële verheffing zal plaatsvinden op 6 april.

Het is niet precies duidelijk waarom de aanvraag is goedgekeurd. Maar de aanwezigheid van het graf van Petrus Donders speelde zeker mee. "Kerken die tot basiliek verheven worden zijn vaak bedevaartskerken, zoals de kerk van Lourdes die ook basiliek is. Vanwege het graf van priester Petrus Donders is onze kathedraal ook een echte bedevaartskerk en nu dus basiliek", legt Kross uit.


[uit de Ware Tijd, 21/03/2014]


De vorige Surinaamse president, Ronald Venetiaan, en zijn echtgenote Liesbeth
Venetiaan-Vanenburg, ontmoeten de vorige paus, Pabst Ratzinger

zaterdag 4 januari 2014

Cubaans onderwijs verliest terrein aan privéspelers

Studenten communicatie aan de universiteit van Havana. Het openbaar onderwijs heeft te lijden onder de effecten van de aanhoudende economische crisis. Foto © Jorge Luis Baños/IPS


Havana, 31 december 2013 ( IPS ) — Het ooit zo geroemde Cubaanse onderwijs herstelt maar moeizaam van de crisis. Onder andere de katholieke kerk en privéleraren springen in het gat en geven kennis door die noodzakelijk is geworden door de economische hervormingen.

"Het gewone onderwijs volstaat niet langer. Soms kan een leerkracht niet tot de leerlingen doordringen of worden de lessen niet goed gegeven. Daarom riep ik de hulp in van privéleraren", vertelt Raiza Martínez, moeder van een dertienjarig meisje, aan IPS.

"In mijn tijd was het anders: toen was het staatsonderwijs nog erg goed. Nu zijn de materiële omstandigheden in de klaslokalen wel goed en krijgen de leerlingen alle geplande lessen, maar zijn er minder uitstekende leerkrachten (dan voor de crisis)", meent de 48-jarige Martínez uit Havana.
 
Cubaanse scholieren op weg naar school. Foto © Tom Bulley
Privéles Engels

Ania Porro helpt haar zoon met de meeste van zijn vakken. "Mijn hulp volstond omdat hij goede onderwijzers had in het basisonderwijs. Maar nu in het voortgezet onderwijs is er een gebrek aan consistentie en een tekort aan leraren. Ik moest privéles Engels en wiskunde voor hem zoeken."

Cuba's volledig kostenvrije staatsonderwijs heeft nooit meer de kwaliteit gehaald van voor het begin van de economische crisis in de jaren 1990. De infrastructuur is er geleidelijk aan op achteruit gegaan en heel wat leerkrachten gingen aan de slag in beter betaalde sectoren, zoals het toerisme.

De autoriteiten slagen er niet in om het openbare onderwijs zijn glans terug te geven, ondanks een strengere lerarenopleiding en een herverdeling van het beschikbare personeel. De nood is het hoogst in Havana, dat 3069 leerkrachten ging halen in andere provincies, vooral voor het basisonderwijs.


Zelfstandige activiteit

In provincies waar er geen tekort is kunnen leerkrachten die minder goed presteren zich fulltime laten bijscholen. "De resultaten van dit programma zijn nog niet helemaal zichtbaar. Zoiets verander je niet van de ene op de andere dag", aldus de minister van Onderwijs, Ena Elsa Velázquez.

In de tussentijd doen gezinnen die het zich kunnen permitteren, of die er veel voor over hebben, een beroep op een privéleraar. Sinds 2010 mogen Cubanen als zelfstandige activiteit privéles geven, al is het voor de gewone onderwijzer verboden om als privéleraar te werken. In oktober meldde de krant Granma dat veel leraren van openbare scholen echter hun diensten ook privé aanbieden.

De tarieven van een privéleraar schommelen tussen 10 en 50 Cubaanse peso (30 cent tot 1,5 euro) per les.  Ter vergelijking: het gemiddelde maandloon dat de grootste werkgever van het land (de staat dus) uitbetaalt, bedraagt 14 euro.

Gratis cursussen

Ook de Kerk springt in het gat. Religieuze scholen werden opgedoekt in 1961, twee jaar na de revolutie, wanneer de staat het onderwijs volledig in handen nam. Maar sinds het begin van de economische depressie geven kerken ook lessen over niet-religieuze onderwerpen, om aan de lokale noden te voldoen.

La Salle Centre in Havana bijvoorbeeld, dat wordt gerund door een katholieke orde, geeft al 15 jaar Engels voor jongeren en kinderen, computerles, maar ook management voor kleine en middelgrote ondernemingen. "We kunnen de vraag niet bijhouden", zegt directeur Aurelio Gómez.

De kostprijs is 25 Cubaanse peso (75 eurocent) per maand. "In de zomer organiseren we zelfs gratis cursussen voor de laagste inkomens van de gemeenschap", voegt hij eraan toe.

"De laatste tijd zien we dat alle bisdommen inspanningen doen op het vlak van onderwijs", aldus Orlando Márquez, woordvoerder van de aartsbisschop van Havana.

Het Christelijk Centrum voor Reflectie en dialoog in Cuba organiseert sinds 2011 workshops voor de groeiende privésector in Cuba. Het instituut heeft meer dan honderd ondernemers opgeleid in Cárdenas, in het westen van het eiland. Dit jaar kwamen er 1435 mensen les volgen over landbouw, milieu, gender, seksualiteit en het gezinsleven. Ruim een derde van hen was niet gelovig.

[overgenomen van Mondiaal Nieuws]

Ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden

door  Nina Jurna

Rocinha
Voor de gemiddelde bewoner van de sloppenwijk Rocinha in Rio de Janeiro, is Suriname geen compleet onbekend land. De meeste bewoners uit deze grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika komen uit dezelfde streek als de Brazilianen die naar Suriname trekken: het arme platteland in het noordoosten van Brazilië. Ze trokken in de jaren zeventig en tachtig naar de steden Rio de Janeiro en São Paulo om hun geluk te beproeven, terwijl streekgenoten hun heil zochten in de goudsector in Frans-Guyana en Suriname. “Mijn oom zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je snel rijk worden’.” 

Nathan Bonifacio (35) staat bij de ingang van Rocinha naast zijn scooter. Achter hem staan nog minstens twintig scooters opgesteld. De bestuurders dragen oranje jasjes met het opschrift  ‘Mototaxi’ en laten de motor van hun scooter draaien. Voor twee reais (vier Surinaamse dollar) rijden deze scooterboys je rond in de wijk en naar het hoogste topje van de berg, met uitzicht over Rio de Janeiro. “Opschieten, anders neem ik die dame met de boodschappen mee”, roept Nathan en geeft gas. Spring snel achterop, dan begint het avontuur in Rocinha.
Rocinha

Behendig manoeuvreert Nathan zijn scooter over de steile smalle weg de wijk in. Rocinha ligt tegen een van de heuvels rondom Rio de Janeiro aan. We passeren moeders met kinderen, marktkraampjes met levende kippen, mannen die aan een bar staan en pure cachaça (rum) drinken om tien uur ’s ochtends. Kinderen spelen midden op straat een potje voetbal. Voor ons komt een enorme bus aangereden, maar Nathan laat zich niet afschrikken. Hij geeft gas en slingert soepel om de bus heen, verder naar boven de wijk in. Rocinha is de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Er wonen bijna driehonderdduizend mensen, meer dan in Groot-Paramaribo. En dat aantal stijgt nog steeds.
“Mijn vader komt uit Maranhão. Hij kon niet lezen en schrijven toen hij hier kwam in de jaren zeventig. Wij, mijn broers en ik, zijn hier geboren”, zegt Nathan. Zijn vader vond werk als klusjesman en werd later een van de vele portiers rondom de luxe flats bij de stranden Copacabana en Ipanema. Vanaf Rocinha nog geen half uur met de bus. Lezen leerde hij beetje bij beetje. “Zijn handschrift doet denken aan een kind van tien.”
 
Brazilianen in Suriname
Armen
Bij het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over de Cidade Maravilhosa, de wonderbaarlijke stad, zoals Rio de Janeiro ook wel genoemd wordt. De zon schittert over de Atlantische Oceaan, die vandaag blauwer dan ooit lijkt. In de verte pronkt het beroemde Jezusbeeld, met wijd open armen. “De armen hebben het mooiste uitzicht over de stad. Vroeger wilden de rijken hier wonen om hun villa’s te bouwen, maar in plaats daarvan hebben de armen hier hun krotten gebouwd”, zegt Nathan lachend.
Rocinha is een op zichzelf staande, eigen wereld. Een stad in een getto, zou je kunnen zeggen. De wijk ontstond rond 1920 en is opgebouwd door gelukszoekers uit het armste gebied van Brazilië, het noordoosten. De trek van het platteland naar de stad, die nog tot ver in de jaren tachtig doorging, deed de bijna duizend favelas, de sloppenwijken van Rio, verder uitdijen.
Braziliaansen in Suriname

Florerende seksindustrie
Uit het noordoosten trokken ook duizenden Brazilianen naar Frans-Guyana en Suriname, om daar in de goudvelden of de florerende seksindustrie geld te verdienen.  Staten als Pernambuco, Para, Piaiu, of Paraiba horen bij de armste gebieden van Brazilië. Meer dan 75 procent van de bevolking hier is analfabeet. In Pernambuco zijn honderden suikerplantages waar nog een verkapte vorm van slavernij heerst. Voor maar vijfhonderd reais per maand (negenhonderd srd), met tienurige werkdagen, wordt daar onder extreem zware omstandigheden met de hand suikerriet gekapt. Na een week controleert een opzichter of de werknemers genoeg hebben gekapt. Zo niet, dan wordt er op hun loon gekort. Grootgrondbezitters in de staat Para hebben macht over hun werknemers. Die bouwen vele schulden op bij hun baas, als ze niet aan hun vaste lasten kunnen voldoen. Een juk waar je vaak pas onderuit komt door weg te trekken, met de hoop op een beter leven in de grote steden. Of, zoals sinds de jaren negentig massaal gebeurt: naar Frans-Guyana of Suriname. “Ik heb twee ooms in Frans-Guyana. Een andere oom is vanuit Frans-Guyana naar Suriname vertrokken, omdat de goudmijn waar hij werkte illegaal was en er jacht wordt gemaakt in Frans-Guyana op illegale garimpeiros. Hij heet Leonardo Nascimento Filho. Er gaan verhalen in de familie dat hij rijk is en niet van plan is om terug te komen naar Maranhão”, zegt Nathan. “Ik kan hem geen ongelijk geven. Hier zou hij de zoveelste Braziliaan in een sloppenwijk zijn.”
 
Een Braziliaanse zwartrok in Suriname lijkt de Hitlergroet te brengen
Drugs
De situatie voor de Brazilianen in Suriname lijkt, ondanks spanningen en geweld rondom de goudvelden, een stuk veiliger dan in favelas als Rocinha. Veel sloppenwijken, ook deze, zijn thuishavens van rivaliserende bendes die de handel in drugs domineren. Hoewel nog geen drie procent van de bewoners in Rocinha rechtstreeks met de drugshandel te maken heeft, is de aanwezigheid van het heersende kartel met de naam Amigos dos amigos (vrienden van vrienden) goed zichtbaar. Vooral als de schemer valt. Groepen jongeren, vaak bewapend, struinen dan de straten af. Ze werken voor de plaatselijke drugsbaas, ‘Nem’, die de scepter zwaait in Rocinha.
Braziliaanse kerk in Suriname

Overdag is Rocinha een grote gezellige drukke buurt met schoolgaande kinderen, vrouwen die boodschappen doen en mensen in de rij bij de bank. Nathan liep tot een paar jaar geleden ook met een geweer rond, toen hij nog de persoonlijke lijfwacht was van de toenmalige bendeleider, de voorganger van Nem. “Ik werkte als traficante, drugsdealer. Ik was tien jaar lang zijn persoonlijke lijfwacht. Ik heb dingen meegemaakt en gezien die verder gaan dan films zoals Cidade de Deus of Tropa de Elite. Ik kon de wijk niet uit of ik zou opgepakt worden. Mijn vriendin en ik konden nooit een avondje naar de bioscoop en zelfs het strand was al riskant. Geld had ik genoeg, maar geen vrijheid.” In die tijd ontmoette hij ook zijn oom, die met kerst even terug in Brazilië was. “Wat indruk maakte, was dat hij met een zak vol speelgoed terugkwam voor de neefjes en nichtjes,  met drie mobiele telefoons en een flatscreentelevisie. Ik dacht: ‘je gaat als goudzoeker naar een onbekend land en komt terug met zoveel dure spullen. Dan moet het daar wel heel goed zijn’.” Zijn oom wilde Nathan toen meenemen om hem uit het drugscircuit te halen. “Hij zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden’.”
São Paulo. Foto © Rowan Sims

Dat zich in Frans-Guyana en Suriname inmiddels blijvend vele duizenden Brazilianen hebben gevestigd en er straten, zelfs woonwijken zijn waarop de Brazilianen zichtbaar hun stempel drukken, zoals de Anamoestraat of Prinsessestraat in Paramaribo-Noord, is volgens Nathan meer dan logisch. “Wat is het alternatief? Het is hier al overbevolkt, de sloppenwijken puilen uit. Een nieuw land, een nieuwe toekomst, waar je met duizenden landgenoten bent. Er is nauwelijks geweld, hetzelfde klimaat als het noordoosten en nog veel mogelijkheden. Brazilianen zijn harde werkers. Ze pakken alles aan, als er maar geld mee is te verdienen. In Brazilië is het leven keihard. In een samenleving waar het vreedzamer is, zijn wij succesvol. Bovendien heb je daar geen rivaliserende drugsbendes zoals hier. Hier weet je dat er iedere dag iemand vermoord kan worden die je lief is.”
 
Een Braziliaanse priester in Suriname
Verlost
Nathan ging niet in op het aanbod van zijn oom, maar stapte wel uit het drugscircuit. Met hulp van de immens populaire kerk ‘Assembleo de Deus’, een charismatische christelijke stroming die ook in Suriname populair is onder de Brazilianen. “Ik ben naar mijn baas gestapt en heb uitgelegd dat ik mijn leven in dienst van God wilde stellen. Eerst geloofde hij me niet, maar toen hij zag dat ik daadwerkelijk naar de kerk ging en bekeerd was, kreeg ik toestemming. Ik heb geluk gehad, want veel jongens lukt het niet om eruit te stappen.” Tegenwoordig werkt Natan nog steeds als bewaker, maar nu op een particuliere school in de rijke, nabijgelegen wijk Gavea.
Een ander groot voordeel voor de Brazilianen in Suriname is, dat ze in Suriname de mogelijkheid hebben om hun sociale klasse te ontstijgen. Brazilië is een klassenmaatschappij.  Een handjevol extreem rijken bezit het grootste deel van de landbouwbouwgronden en heeft veel politieke invloed. Onder voormalig president Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva lukte het ruim 25 miljoen Brazilianen vanuit armoede op te klimmen naar de middenklasse met speciale gezinsuitkeringen, de zogenoemde bolsa familia. Maar er leven nog altijd twintig miljoen Brazilianen in extreme armoede. Het merendeel woont in het noordoosten. Nathan: “Mijn oom schijnt een auto te hebben. Als hij in Maranhão was gebleven of naar Rocinha was gekomen, zou het hem als ongeschoolde man nooit zijn gelukt een auto te kopen. Lula heeft veel gedaan, maar niet genoeg.”

Het Braziliaanse model Luiza Freyesleben. Foto © Ford Models

Schoonheid
In een van de vele zijstraatjes van Rocinha, de Via Apia, poseert de beeldschone Gabriella (15) tussen het rondslingerende vuil. Fotograaf Jean Ribeiro ontdekte haar op straat, in de krioelende menigte van brommers, mensen en volgestampte marktkraampjes. Jarenlang werkte hij voor glossy magazines in Brazilië en maakte fotoshoots voor grote winkelketens zoals Lojas Americanas, de Braziliaanse variant van Kirpalani. “Allemaal interes-sant werk, maar toen ik voor het eerst in deze sloppenwijk kwam, viel ik als een blok voor de prachtige vrouwen en de filmische sfeer. Dit is een totaal andere wereld.” Onlangs heeft Jean ‘Studio Libra’ geopend, het eerste modellenbureau in deze sloppenwijk.
“De vrouwen hier zijn zo mooi vanwege de mix die hier is ontstaan. In het arme noordoosten heb je veel mensen met Indiaanse en blank-Europese roots. Je ziet dat duidelijk in staten als Para en Pernambuco. Maar in Bahia wonen weer overwegend mensen van Afrikaanse afkomst. Al deze verschillende mensen zijn hiernaartoe getrokken en je hebt daardoor een bijzondere mix gekregen. En schitterende vrouwen.”
Het Braziliaanse model Lais Ribero

Het doel van Ribeiro is om de modellen in hun eigen leefsituatie te fotograferen. Schoonheid in de sloppenwijken, zeg maar. Dus maakt hij de omgeving waar Gabriella in poseert niet mooier, maar fotografeert hij haar in de rommel. “Dit is onze realiteit, waarom moeten we ons daarvoor schamen?”
Gabriella moet eraan wennen dat ze nu plotseling model is. Ze zit nog op school en laat zich pas na schooltijd fotograferen; studeren gaat voor. Haar ouders komen uit Belém. Van haar vader heeft ze al jaren niets vernomen.  “Hij is vertrokken naar Frans-Guyana of Suriname om daar te gaan werken. ‘Je vader werkt in het goud’, zegt mijn moeder altijd. Waar precies, weet ik niet. Hij stuurt nog steeds af en toe geld, maar ik heb hem al jaren niet gezien.”
Over Suriname herinnert ze zich het nieuws uit 2009, toen er rellen uitbraken in Albina tussen de lokale bevolking en de Braziliaanse goudzoekers. Er vielen doden en Braziliaanse vrouwen deden aangifte van verkrachting. “Je zag dat toen hier ook op het journaal. Ik dacht: Zit mijn vader erbij? Inmiddels weet ik dat hij nog leeft. Maar contact hebben we niet.”

Brazilianen in Suriname

  
Vredespolitie
Sinds 2009 worden de Braziliaanse sloppenwijken schoongeveegd met het oog op het WK (2014) en de Olympische Spelen (2016) die in Brazilië worden gehouden. Het leger en de politie proberen de drugsdealers uit de wijk te krijgen, om er vervolgens een eenheid te plaatsen van de zogenoemde ‘Vredespolitie’. Dit zijn speciaal getrainde politieagenten, maar met een menselijker en socialer gezicht. Door de favelas te ‘pacificeren’, zoals dit proces genoemd wordt, ontstaat er een leefbare situatie. Het streven is om geweld en drugs uit de wijken te verbannen, zodat Rio de Janeiro veiliger wordt voor de geplande festiviteiten. Wijken zoals Cidade de Deus (Stad van God), ooit een van de beruchtste sloppenwijken en het decor van de beroemde gelijknamige film, zijn nu rustig. De laatste grote inval in een sloppenwijk was vorig jaar november, toen het leger en de politie met tanks Vila Cruzeiro en Complexo Alemão introkken om de drugsbendes op te jagen. Rocinha is nog niet gepacificeerd en in handen van drugsbendes, maar de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, heeft aangekondigd dat binnen een paar maanden ook Rocinha wordt binnengevallen en schoongeveegd.


[uit Obsession, 30 november 2013]

maandag 7 oktober 2013

Bejaarde kerk zoekt steun

door Donovan Mijnals

Paramaribo - In aanloop naar haar 115-jarig bestaan wordt de Saronkerk opgeknapt. Althans als het aan de gemeenteleden ligt. Vanwege een tekort aan financiële middelen hangt dit plan echter aan een zijden draadje. De gemeenteleden vestigen al hun hoop op God en de goedheid van donateurs om de hoogbejaarde kerk een verjongingskuur te laten ondergaan. Om geld in te zamelen organiseert de kerk zondag een fundrasingsmarathon op televisie.

De Saronkerk aan de Slangenhoutstraat die dringend aan renovatie toe is. Foto © Stefano Tull 

  
"Eigenlijk is het nu nog niet echt een telethon", geeft gemeentelid, Roy Belfor enigszins aarzelend toe. De kerk stuurde namelijk een uitnodiging naar de media, maar een afspraak met een televisiestation staat nog niet vast. "We zijn nog in onderhandeling."

In 2006 lukte het de gemeente nog om met eigen middelen de toren te renoveren. "In overleg met monumentenzorg is met het oog op de zware bel die erin hangt die volledig uit steen opgetrokken."
Behalve het gebouw ligt het in de bedoeling om het terrein te bestraten en de pastorie en conferentieruimte aan te pakken. "We hebben al 75 brieven naar het bedrijfsleven gestuurd", meldt Belfor. Ook de ambassades zijn door de kerk benaderd voor hulp. Op zondag is er voorafgaand aan de 'telethon 'een eredienst. "We leggen alles in handen van onze lieve Heer en Heiland dus verwachten dat de fundraising een succes wordt."

[uit de Ware Tijd, 5/10/2013] 

zondag 29 september 2013

Levenslang door seksueel misbruik (2 en slot)




door Mineke de Vries

Na de ervaringsverhalen van seksueel misbruik in de katholieke kerk op Curaçao (deel 1, zie hieronder) roept journalist Robert Chesal - die het misbruik grootschalig aan het licht bracht in 2010 - op tot de erkenning van de slachtoffers. Zelf slachtoffer van misbruik weet hij dat erover praten de enige mogelijkheid is tot herstel.

Kinderen die martelingen ondergingen terwijl een broeder naast ze een boek zat te lezen. Of kinderen die wekenlang in eenzame opsluiting in de kelders van een internaat doorbrachten. De intense eenzaamheid maakte dat ze bijna blij waren met het gezelschap van een geestelijke die ze ‘s nachts bezocht en liefkoosde, zo verlangend naar menselijke nabijheid in hun eenzame opsluiting. De onvoorstelbare verwarring, het schuldgevoel en het emotionele drama waaraan een kind wordt blootgesteld, betekent een levenslange lijdensweg.

Foto © Nicolaas Porter



Keep it happy

Het feit dat misbruikschandalen in de katholieke kerk vanaf 2010 boven tafel zijn gekomen, dat mensen hun verhaal kwijt konden, heeft gemaakt dat er enige verlichting kwam. Robert Chesal: “Wil er sprake zijn van genezing dan dient er eerst erkenning te komen voor de beschadiging die is opgelopen. In de meeste gevallen zijn de daders onvindbaar, waardoor het probleem nooit face to face besproken kan worden. Veel slachtoffers hebben de pijn toegedekt en verstopt, maar pijn toelaten is de enige manier om vooruit te komen.”

Veel slachtoffers in Nederland hebben zich na 2010 kunnen uiten en zijn daardoor individueel een stuk opgeschoten. In een maatschappij als die van Curaçao is het niet zo gebruikelijk te praten over zaken als deze. Chesal:  “Ik herken dat uit mijn eigen jeugd in Florida; op Curaçao kreeg ik hetzelfde gevoel. De code is: Keep it light, keep it happy, blijf lachen, alleen maar de succesverhalen. De altijd maar sterke buitenkant, de machocultuur. Ik heb me altijd afgevraagd hoe het kan dat macho’s zelf niet kunnen zien hoe ‘zwak’ ze zijn. Voor mij zijn de sterkste mensen diegenen die toegeven dat ze ook zwak zijn.”

Foto © Keyholes Browning


Je komt de pijn niet voorbij als je deze niet eerst erkent. Daarbij komt dat de kerk zelf een geheel eigen code heeft van hoe je met pijn omgaat. “Daar zijn rituelen voor met gekunstelde taal, wazige beelden, restricties en biechtgeheimen. Hierdoor help je niemand vooruit in zijn proces.”

Opgeheven hoofd

Hoe moeilijk het ook is om toe te geven dat je slachtoffer bent, Chesal roept ook de mensen op Curaçao op om de slachtofferrol te erkennen om vandaar uit te werken aan herstel, wat ieder mens verdient. Emancipatie van het slachtoffer, waarmee hij bedoelt dat je zonder gêne kunt zeggen dat je slachtoffer bent. Het is geen schande, zoals vaak wordt gedacht, maar dan moet wel het emotionele eraf, volgens Chesal. “Zie het als feit. Je kunt met opgeheven hoofd zeggen dat je slachtoffer bent, als onderdeel van het grotere geheel van wie je bent. Je hoeft je hoofd niet te buigen, je niet als gebrandmerkt mens te gedragen. Als je de pijn van het misbruik in de kerk maar ook andere pijn op maatschappelijke schaal toelaat, kom je als persoon, maar ook als land in zijn geheel verder.”
 
Rooms-katholieke kerk Curaçao. Foto © NVD
Hij trekt het breder dan alleen het seksueel misbruik, omdat zoveel mensen zijn gekweld. “In vele naties, in vele mensen zit zoveel pijn die niet erkend wordt, daarvan zijn tal van voorbeelden. Om maar heel dichtbij te blijven, het slavernijverleden; de pijn van het kolonialisme wordt slechts mondjesmaat erkend en blijft generaties lang doorspelen. De één zegt dat het nu maar eens over moet zijn, de ander voelt nog altijd de pijn. Beide uitgangspunten zijn waar, maar spreek je het niet uit, blijft het op elkaar botsen.”

Eén keer excuus aanbieden volstaat niet, maar pas als de erkenning permanent aanwezig is in de maatschappij komen we als geheel vooruit, pas dan is er een mogelijkheid dat een taboe op welk vlak dan ook wordt doorbroken. “Het probleem lijkt dat als iedereen slachtoffer is, niemand het is. Ik bedoel daarmee dit: toen de joden na de oorlog terugkwamen, was er geen ruimte om te luisteren naar individuele verhalen, omdat iedereen gepijnigd was. De pijn van al die mensen gaat ondergronds een eigen leven leiden.”

“Maar ook ontkenning kan een rol spelen, bijvoorbeeld zoals ze in China met gehandicapte kinderen omgaan. De maatschappij wil het niet weten, dus ze worden ofwel weggestopt, ofwel je doet net of het kind normaal is. Ontkenning en afwijzing enerzijds of geen ruimte voor het individuele verhaal anderzijds houdt beide in dat er geen acceptatie is en dus ook geen weg naar genezing.”


Niet de mens verandert

Naast zijn dringende oproep om te praten over wat er is gebeurd ten tijde van het misbruik in de katholieke kerk van de jaren zestig tot negentig en de acceptatie van de rol van slachtoffer, benadrukt Chesal dat we ons bewust moeten blijven van het feit dat het misbruik niet uit de wereld verdwenen is. Het massale misbruik mag dan wel zijn afgenomen omdat de internaten weg zijn en er minder priesters zijn dan toen, maar dat betekent alleen dat de omstandigheden zijn veranderd, niet de mens zelf. Dat blijkt uit het feit dat er momenteel sprake is van veelvuldig misbruik in de sterk opkomende evangelische kerken. “Onder druk van snelle groei wordt niet voldoende aandacht besteed aan een gedegen check van mensen aan wie kinderen worden toevertrouwd. Datzelfde was het geval in de katholieke kerk die tussen circa 1850 (toen de katholieke kerk dezelfde status kreeg als de protestantse kerk) en 1950 een explosieve groei kende.”



Er zijn nog steeds recente verhalen van mensen die zijn misbruikt, misbruik van de laatste tien, vijftien jaar. In de nieuwe, evangelische kerken, maar ook in de katholieke kerk. Want waar bleven de verbannen paters? Het is bekend dat een pater die op Curaçao jongens verkrachtte, nu in Brabant werkzaam is. De familie van het slachtoffer houdt haar mond omdat die nog altijd afhankelijk is van het geld dat ze van de kerk ontvangt en ook het verantwoordelijke bisdom zwijgt erover.
  
Chesal: “Zo lang de economische macht van de kerk niet afneemt, zal de rol van de kerk blijven ingebed in de economie. We kunnen het celibaat alleen niet verantwoordelijk stellen voor het misbuik; het gaat om machtsverhoudingen en een blijvend vertrouwen in de goedheid van religieuze leiders. Een voorganger geldt niet als ‘normaal’ mens, maar geniet als charismatische leider meer vertrouwen en daarmee macht dan we op het eerste gezicht verwachten.”

Voorgangers hebben hoe dan ook, in welke tijd dan ook een bepaalde positie. Dat geldt niet alleen in de katholieke of de evangelische kerk, maar ook in de joodse gemeenschap waar Chesal zelf uit stamt.

Oud embryo. Werk van PAL


Doorbraak naar eigen ervaring

De ervaringen die we beschreven in het voorgaande artikel deden wat met Robert Chesal. Zo betekende het verhaal van de Curaçaose Felida voor hem persoonlijk een doorbraak. Hij was onder de indruk van de moed van deze man om op zoek te gaan naar zijn dader. De vraag die de Curaçaose Cora hem stelde of hij zelf bereid zou zijn om zijn verhaal te vertellen als hij in haar schoenen stond, deed hem besluiten in zijn eigen verleden te gaan graven. Door alle verhalen kwam Chesals jeugd terug, waarin ook sprake was van seksueel misbruik. Deze ervaringen plus het feit dat hij in december 2010 op Curaçao was voor het optekenen van de verhalen, maakte zijn keerpunt duidelijk.

“In die hete natte decembermaand van 2010 werd ik teruggeslingerd naar mijn eigen jeugd in Florida, waar dezelfde broeierigheid heerste, er viel een deken van vochtige warmte over me heen.” De zoektocht naar seksueel misbruik in de katholieke kerk werd een zoektocht naar zijn eigen verleden, waarin hij ten prooi viel aan een pedofiel, een parttime muziekleraar op de joodse school. Deze Rick nam hem mee naar zijn huis, zogenaamd om daar gitaar te spelen, drogeerde hem om hem vervolgens te misbruiken.

“Ook hier gold dat er een tekort was aan mensen en zonder check werden er leraren aangenomen. Ook deze muziekleraar behoorde tot het ‘soort’ dat bewust werk opzoekt waar kinderen aanwezig zijn”, aldus Chesal, die wanhopige pogingen deed met de leraar in contact te komen, maar die tot op heden op niets uitliepen.

Foto © Michiel van Kempen


Troostprijs

In zijn in 2012 verschenen boek Een verzwegen verleden doet hij verslag van de zoektocht die begint bij het aan de kaak stellen van het misbruik in de kerk maar steeds meer zijn persoonlijke zoektocht wordt. Door deze zoektocht komt hij bovendien achter een pijnlijk feit: zijn vader blijkt niet zijn echte vader te zijn. Chesal zit op dit moment middenin de zich opstapelende emoties die alle zijn onder te brengen onder de noemer van de onuitspreekbaarheid der dingen, zoals hij het omschrijft.
  
“De onuitspreekbaarheid zit in het feit dat mijn moeder een relatie bleek te hebben buiten haar huwelijk, van wie ik het product ben, iets wat ze mij nooit heeft verteld. De onuitspreekbaarheid zit ook in het verdriet van mijn vader, die mij moest opvoeden, maar voor wie ik dagelijks het levende bewijs was van het overspel. Ik voel me een troostprijs, die het middelpunt is van liefde en verdriet. Ik ben gemanipuleerd door mijn moeder en probeer medeleven met haar te voelen, wat moeilijk is omdat zij inmiddels is overleden.”

Het feit dat dit Chesal is overkomen, heeft naar eigen zeggen gemaakt dat hij journalist is geworden “Ik wilde altijd speuren, altijd onderzoek doen omdat ik levenslang een basisgevoel had dat er iets niet klopte: someone is not telling me something.”


Trauma nooit weg

Zijn eigen ervaringen, de onthullingen over zijn verleden, maar ook de verhalen van zo vele beschadigde mensen is voor Chesal aanleiding zijn weg verder te zoeken in de journalistiek, ook na zijn ontslag in 2012 vanwege de reorganisatie van de Wereldomroep. Hij wil zich specifiek richten op zaken rond het menselijk lichaam, van seksueel misbruik tot euthanasie en de keuzevrijheid van vrouwen.


 “Een misbruikverleden sluit je nooit af als je de erkenning die je zoekt nooit hebt gekregen. Geen misbruikslachtoffer is er ooit mee klaar, je kunt het niet vergeten, het trauma gaat nooit weg. Het enige dat je kunt doen is er bewust mee omgaan. De onuitspreekbaarheid der dingen, dat is wat ik door de journalistiek bespreekbaar wil maken. Verhalen vertellen aan elkaar, kwetsbaar durven zijn, oog in oog staan met elkaar en van daaruit de acceptatie van mens tot mens, van volk tot volk.”

Robert Chesal - Een verzwegen leven. De dramatische waarheid achter de façade van een gewone familie.Bertram + de Leeuw Uitgevers, 2012, ISBN 9789461560957.

[uit Amigoe, zaterdag 25 mei 2013]


Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien (1)

De zeven hoofdzonden. Werk van PAL.


door Mineke de Vries


Toen journalist Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van publiciteit was het gevolg. In Nederland welteverstaan, niét op Curaçao. In zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal verslag van de gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is gestopt, heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid van de kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.
 
De zeven hoofdzonden. Werk van PAL
 “Een misbruikt kind is getekend voor zijn leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.

De schok en het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de dag was. Zelfs de commissie-Deetman - ingesteld om onafhankelijk onderzoek te doen - bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257 pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland weer op toen NRC een artikel van Dohmen en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende) bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).

Ook in maart presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende opmerkingen.


RK kerk Soto, Curaçao. Foto © René Roodheuvel


Misstanden in Curaçao

In navolging van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de onderzoekscommissie-Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was. In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op papier bestaat de commissie nog steeds.

Chesal: “Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij, betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk, zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”

Don Sarto School. Foto © Lisette Wellens


In dit eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal over het misbruik dat hijzelf onderging.

Onder de meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens van het De La Salle-instituut in Brabant.

Johnny was tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.

Voetbalgroep Curaçao. Archief Fraters van Tilburg


Frater Broer Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden overgeplaatst naar andere - administratieve - posities, weg van kinderen. Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.


Trauma herbeleven

Chesal sprak op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie-Koeijers, maar hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam komen, dat de zaken uitzoekt.”
 
Ronald Koeijers. Foto © René Roodheuvel

Verwrongen

De reputatie van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer. Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting, bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties, zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een vertrouwde figuur binnen de familie werd.”

Wat we bij het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”

Naast misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn, zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk, waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.

Sint Annakerk, Otrabanda. Foto © Ferdinand Willemse


Antenne voor timide kinderen

Het leek de vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje, de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige, inmiddels zeventigjarige Cora uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit, met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”


Ralph Raveneau. Foto © Robert Chesal

Sadistische mishandeling

Naast seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken. Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948 actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61) één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde. Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de herinneringen kleurt van kinderen van deze school.

In de jaren vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit Latijns-Amerika werden gehaald, met name uit Colombia.

Als slot van dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren ingeslagen.

Een jaar daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer, Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.
 
Stanley Brown. Foto © René Roodheuvel
Het was publiek geheim - wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde - dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon verdergaan.

Felida bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin ‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende zijn leven’.


[uit Amigoe, 18 mei 2013]

zaterdag 28 september 2013

'Bisdom Curaçao betaalde vluchtroute pastoors na misbruik'

RK kerk Jan Doret
Willemstad - Het bisdom van Curaçao heeft in de jaren zeventig diverse keren een vliegticket betaald voor pastoors die een kind hadden misbruikt. Terwijl de recherche onderweg was, zaten de daders al in het vliegtuig. Dit stelt politicus Stanley Brown tegenover de Wereldomroep.
Hij houdt een lijst van zulke gevallen bij. In 1969 was hij een van de leiders van de Curaçaose opstand tegen het Nederlandse koloniale gezag.

Het is volgens hem een publiek geheim dat pastoors die in moeilijkheden kwamen nadat ze jongens of meisjes hadden misbruikt, altijd nog van het eiland konden vluchten. "Ze werden overgeplaatst, maar niet gestraft." Omdat de kerk de reis betaalde, is het bisdom Willemstad volgens hem medeschuldig aan de misdragingen.

Een slachtoffer is volgens de Wereldomroep de nu 47-jarige Aldrico Amando Felida, die nu al jaren in Amsterdam woont. Hij werd in 1976 in het dorpje Jan Doret misbruikt door pastoor Fabias. De pastoor werd daarop teruggestuurd naar Colombia.

Bisschop Luis Secco

Toen Felida in 2008 verhaal ging halen, bleek dat het bisdom destijds wist dat Fabias eerder al misbruik had gepleegd, in Colombia en op Curaçao zelf. Felida eiste in 2008 excuses, maar bisschop Luis Secco ging daar toen niet op in. Nu heeft hij een brief gestuurd waarin hij namens de kerk om vergiffenis vraagt.


Het is onbekend wat pastoor Fabias na zijn terugkeer in Colombia heeft gedaan. Hij is onvindbaar. Bisschop Secco voelt zich volgens de Wereldomroep niet genoodzaakt om de zaak verder te onderzoeken, ook niet als er een kans is dat Fabias na zijn overplaatsing meer kinderen heeft misbruikt. "Ik ben geen politieagent, geen advocaat en ook geen rechter."

(Novum)

zaterdag 14 september 2013

Expo: Het toen en nu van de Soeurs

door Wytske van Tilburg

Paramaribo - Op de zolderkamers van het Kerkelijk Museum verwelkomen de Zusters van Liefde en de Zusters van Roosendaal je. Ze kijken je afwachtend aan, maar praten niet. Ook bewegen blijkt lastig. Het zijn namelijk poppen. Het Kerkelijk Museum R.K. Bisdom stelt de expositie Het toen en nu van de Soeurs tentoon.

Eén van de kunstwerken van de Zusters van Liefde en Roosendaal. Met een tentoonstelling beelden ze de Soeurs van toen en nu uit. Foto: Jason Leysner

Om de zusters te eren voor de vele jaren van vrijwilligerswerk en de armenzorg, wilde Het Kerkelijk Museum graag een tentoonstelling aan hen wijden. Idris Kortram is één van de archivarissen bij het Rooms Kerkelijk museum. Samen met een andere collega zette ze deze expositie op. Tijdens de rondleiding vertelt ze vol enthousiasme en toewijding het verhaal van de zusters.

De geschiedenis
De Tilburgse Zusters hebben in 1916 het St. Vincentius Ziekenhuis opgericht. Zij hebben hier 97 jaar lang hard gewerkt en liefdadigheidswerk verricht. Het idee om sociaal werk onder de ex-leproze patiënten en arme kinderen te beginnen, ontstond al 181 jaar geleden in Tilburg Nederland. De Zusters van Liefde uit Tilburg kwamen op 29 september 1894 aan in Suriname, nadat de toenmalige bisschop, monseigneur Wulfingh, daartoe een verzoek had gedaan. Zij kwamen in die tijd voornamelijk om de melaatsen in Suriname te verplegen. Na verloop van tijd groeide de behoefte aan een eigen ziekenhuis. Op 19 juli 1916 werd het St. Vincentius Ziekenhuis formeel geopend en ingewijd door Monseigneur Van Roosmalen. De laatste twee zusters, Lidewijde van Doorn en Corrie Langermans hebben eind augustus Suriname verlaten.

De congregatie van de Zusters van Roosendaal werd in 1832 gesticht door Mère Marie Joseph Raaymakers. Ook zij trokken naar Suriname, maar in tegenstelling tot de Zusters van Liefde hielden deze zusters zich vooral bezig met onderwijs en opvoeding. In 1856 werden hier verschillende weeshuizen en armenscholen gesticht. In vergelijking met andere congregaties waren er relatief veel Zusters van Roosendaal werkzaam in Suriname.

Zusters Franciscanessen van Roosendaal


"Het kost erg veel tijd om een nieuwe expositie op te zetten, zeker als je maar met z'n tweeën bent", vertelt Kortram. "Maar als je de blije reacties van de bezoekers ziet, is het de moeite waard. We hebben ongeveer tien bezoekers per week. Voor deze tentoonstelling hebben we veel spullen gekregen van de verschillende congregaties. Het toen en nu van de Soeurs is een tijdelijke tentoonstelling. Elk half jaar kunnen geïnteresseerden een andere tentoonstelling bezichtigen in het in 2005 opgerichte museum.

De expositie is al te zien in het Bisschophuis vanaf tien augustus en zal waarschijnlijk nog tot februari blijven staan. Ook de vaste expositie valt nog altijd te bezichtigen.

[uit de Ware Tijd, 14/09/2013]