Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
donderdag 3 mei 2012
Mala Kishoendajal
Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Mala Kishoendajal, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 27 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.
dinsdag 14 februari 2012
Politie-, advocaten-, rechterstaal, Kishoendajal kent ze inmiddels allemaal…
Met zijn simpele ontkenning was de kous af voor de politie. Drie uitputtende sessies van elk zo’n drie uur, waarbij de agenten die het proces-verbaal opmaakten, ondanks hun onhandigheid met optekenen, bijzonder begripvol en meelevend waren geweest, waren een klucht gebleken.
En toch ben ik vanmorgen niet ontmoedigd geraakt door het bericht van de politievrouw, die me zelfs een pluimpje gaf vanwege het goed kunnen uitspreken van mijn eigen naam…
‘Spreek ik met mevrouw Kis…Kih…?’ Ik hielp haar uit haar gehakkel: ‘Kishoendajal’.
‘Jaaa. Uitstekend. Goed zo’, zei ze op een peuterjuffentoontje, en meldde in een adem, nu gewoon vrolijk, dat ze me helaas niks leuks te vertellen had.
Daarmee kwam een eind aan een slopende ga
ng langs politiemensen, die me sinds oktober 2011 van het kastje naar de muur hadden gestuurd, de papieren kwijt waren geraakt en me dus maar weer opriepen om hetzelfde verhaal opnieuw te komen doen, weer op een ander bureau, weer bij een andere agent.Ze zouden het dossier sluiten, maar het rapport bewaren voor wanneer meneer nog eens zo’n ‘AKKEFIETJE’ had.
Ik weet het Elfde Gebod (behalve dat het een heerlijk Belgisch biertje is), en stel bij deze voor dat het ook in huwelijks- en samenlevingscontracten wordt opgenomen:
Gij zult een fotostudio induiken om fraaie opnames in bevallige pose van uw kapotgeslagen lijf te laten maken.
Dat is namelijk het enige wat geldt als bewijs van mishandeling.
Ik geloof niet dat ze twijfelden aan mijn verhaal. Maar ze kunnen niks met die waarheid. De Nederlandse wet is nu eenmaal dol op blauw; blauw op straat, blauw op je lijf………..
Voor degene die in de veronderstelling verkeert dat het hier weer om een allochtoon akkefietje zal gaan…..een ding moet ik deze rasechte, Drentse boer’nzoon van weinig woorden nageven: waar Aziatische types je dichterlijk voorliegen de sterren van de hemel voor je te plukken als je belooft je vrijheid voor ze op te geven, liet hij me sterren zien. Daar is niks moeilijks aan. Gewoon de – ahum, geliefde- weerloos maken, door deze tegen het aanrecht te drukken met de handen op de rug, en dan met de vlakke hand van links naar rechts in het gezicht te zwiepen. Die hele Richard Branson kan dan inpakken met zijn kostbare ruimtereizen. Een reis door de Melkweg is verzekerd, gratis en voor niks.
Advies aan slachtoffers van ‘huiselijke akkefietjes’:
Je denkt, hierna gebeurt het niet meer. Hij heeft spijt getoond, en misschien wel nog harder dan jij zitten huilen. Misschien troost je hem zelfs, omdat hij (of zij, vrouwen kunnen ook heel goed geweldpleger zijn) zichzelf maar niet in de hand kan houden. Misschien bied je aan te helpen met zijn drankprobleem, ook wel een beetje voor jezelf: als hij dronken is komen de klappen harder aan. En je wilt die grauwsluier die over je leven is gevallen, zo snel mogelijk weer weg hebben. Misschien is je partner wel heel liefdevol wanneer de duivel
niet in hem vaart, en neem je het geweld – een tijdlang - voor lief. Het duurt ook even voordat je tegenover jezelf toegeeft dat je in een patroon zit. Je schaamt je, want je laten slaan is een blijk van zwakte, en het hoort toch thuis bij mannen en vrouwen in lagere sociale klassen!Zit je nog in de fase dat je gelooft dat het goed komt, ga toch maar alvast naar de huisarts. Toon je beschadigde lichaam bij een vertrouwenspersoon met gezag. Niet de politie. Die vraagt je het hemd letterlijk van je lijf, wat sommigen (frappant genoeg zijn dat vrouwen!) behoorlijk vernederend kunnen overbrengen, omdat sociale omgang niet hun sterkste punt is.
Het telefoonnummer in de folder over huiselijk geweld, bel dat ook maar niet. Je wordt te woord gestaan door een plichtsmatig knuffelkonijn, dat vraagt of je een plek in het Blijf van mijn Lijf huis wilt. Als je nee zegt, is ze volledig van de kaart. Dan verbindt ze je door met iemand die ook niet weet wat ze daar doet. Die zegt dat ze je telefoonnummer noteert, waarop je nooit meer wordt gebeld. Als jij na geduldig wachten vervolgens zelf de telefoon pakt om te vragen waarom ze niet hebben gebeld, blijkt je telefoonnummer nooit te zijn genoteerd.
Geachte heer B.
Onlangs ben ik bij u geweest om de aangifte wegens huiselijk geweld af te ronden. Inmiddels heb ik bericht van uw collega ontvangen. Zoals ik verwachtte, heeft mijn gewezen partner ontkend, en is het dossier gesloten. Toch wil ik met name u bedanken voor de menselijke behandeling, die mij zeer veel kracht heeft gegeven.
Het was mij meer waard dan een praatsessie bij de psycholoog. Mocht u ooit een uurtje de tijd hebben, bezoekt u dan mijn website: www.malakishoendajal.com Ik heb daar mijn ervaringen opgeschreven. Dit in de hoop, zoals ik ook vermeld, dat er ooit in de toekomst, wel iets ondernomen kan worden tegen deze sluikcriminaliteit, waarvan met name veel vrouwen de dupe zijn.
zondag 12 februari 2012
Politie-, advocaten-, rechterstaal, Kishoendajal kent ze inmiddels allemaal…
door Mala KishoendajalHet sporten deden we allemaal ook met kinderlijk enthousiasme. Nou ja, sporten…. badminton met ballonnen, volleyballen als pasgeboren lammetjes.
‘Haga Open’, grijnsde ik naar mijn tegenspeler tijdens een van de spelrondes.
‘Hahha, Haga Open Hart’, kaatste hij de ballon.
Tijdens het fietshalfuurtje zat ik een paar keer naast een heel erg sympathieke meneer van tachtig, die ook een klep had laten vervangen (alsof we auto’s zijn). Hij vertelde, zoals meer hadden gedaan, dat hij de beroemde ‘tunnel’ in was geweest, en het licht had gezien.
‘Was het niet gewoon de MRI-scan?’, vroeg ik met gespeelde ernst.
‘Nee, nee…..’, hij hield op, toen hij door had dat ik hem in het ootje nam. Hij vertelde van de kleuren die hij had gezien, en de stem die hem terugstuurde. Voordat ik de operatie inging, had ik het gehoopt, zo’n bijna-doodervaring, met een weerzien met mijn ouders, mijn zoontje, mijn oma. Maar niks van dat alles. De gladgeschoren, Hindostaanse anesthesist had gezegd: ‘Denk aan iets leuks, voordat je inslaapt na het spuitje’. Ik denk nog vaak aan hem.
Maar toch. Ik had moeite met het ‘wij hartpatiënten’-deel. Tijdens het fietsen reageerde ook iedereen op elkaars besognes, en de mededelingen die de begeleiders naar elk individueel deden. Er is een heel dun wandje tussen begaan zijn en bemoeizuchtig zijn. Het was een rare omstandigheid, waarin ik niet goed wist of die bemoeizucht juist heel erg nodig was voor de revalidanten (revaliderende passanten verzin ik zelf maar een term, voor mensen die in een groep worden gegooid, maar niks met elkaar te schaften hebben) om mij heen.
Ik trapte dus door, gehuld in stilzwijgen, en stak om de vijf minuten de hand op om aan te geven hoe zwaar ik dat vond. Dat doe je door een cijfer tussen 6 voor heel licht en 20 voor heel zwaar te geven op een zogeheten Borgschaal. Dan werd het vermogen (wattage, zoals sommigen heel lelijk zeggen) bijgesteld, of niet. Ik kwam tot 75 Watt bij 30 minuten. Dan sloeg mijn hart rond de 150 per minuut. Toen ik ziek werd sloeg mijn hart dat ook, maar dan zonder die fysieke inspanning.
Foto: @ Egor ShapovalovIk trok na het sporten meteen mijn jas aan en liep zo snel als me lukte, het ziekenhuis terrein af. Ook de laatste keer. De begeleidster noteerde mijn vorderingen en opmerkingen. Ik gaf iedereen een handje, bedankte voor de goede zorgen, en weg was ik.
Het was een prettig gevoel om weer een stukje minder hartpatiënt te zijn, een stuk meer de persoon die ik was - een goedhartige bitch - voordat ik een bloederig bezoek bracht aan de tandarts, bacteriën mijn schildklier infecteerden, en ik de ziekte van Graves kreeg, waardoor mijn hart op hol sloeg. Toen werd de hartafwijking geconstateerd, die ik al als foetus had ontwikkeld, en waar ik mee oud had kunnen worden zonder er iets van te merken, als door al die overactiviteit mijn aortaklep niet dusdanig was verkalkt dat hij met spoed vervangen moest worden.
Volgens een neef van mij, bij wie de afwijking ook is gevonden, komt een bicuspide aortaklep bij 1 op de 10.000 mannen voor, en bij vrouwen 1 op de 30.000, of zoiets. Ik heb niet heel goed geluisterd, want zodra dat ‘wij hartpatiënten’ in de lucht hangt, sluit ik mij af. Het is in elk geval redelijk zeldzaam bij een vrouw.
Misschien heeft dat leven van mij wel zo’n eigenaardige loop vanwege dat eigenaardige hart van mij. Wie zal het zeggen.
De vrieskou voelde gewoon fantastisch toen ik van het ziekenhuis naar mijn ‘logement’ liep. ‘Naar huis’ is een term, die mij op brute wijze is ontnomen in de tijd dat ik doodziek was.
Ik keek naar de strakke lucht en prevelde: ‘Dankjewel voor deze dag’ tegen de Kracht, die zich misschien daarachter schuilhield, en ervoor had gezorgd dat ik uit dat benepen jaar 2011, dat voelde als een doodskist, was gekropen.
Ik wist dat er dagen in het verschiet lagen, die minder dankbaar zouden zijn. Alleen wist ik niet dat het de volgende dag al was. Tja, zo snel gaat dat.
Op 3 februari 2012 werd ik door de politie gebeld met de mededeling dat mijn aanklacht tegen mijn Blauwe Maandag-partner wegens, wat ze zo snoezig ‘huiselijk geweld’ noemen, dat je bijna denkt dat het een synoniem is van ‘keukenbenodigdheden’, ongegrond is verklaard.
Ik deed de aangifte overigens zonder enige fiducie dat degene tegen wie de aanklacht liep, daadwerkelijk zou worden vervolgd. Zo rijp is de Nederlandse rechtstaat niet.
En toch ben ik blij dat ik door die hele molen, want je wordt emotioneel vermalen tot moes, ben gegaan. Noem het therapie.
In elk geval had ik aan het schelden en snotteren tegenover de politie meer dan aan het verstandelijk beredeneren bij de psychologe, terwijl ze met een schuin oog in de gaten bleef houden dat het binnen de drie kwartier gebeurde. Die heb ik ook maar meteen afgebeld. Ja, ik ben mijn (psyche-)medisch dossier stevig aan het saneren.
En minstens zo belangrijk! Ik ben de – onterechte - schaamte voorbij.
[Amuses 5a, van de site van Mala Kishoendajal]
[vervolg klik hier]
Bovenste foto: @ Jan Blanken
donderdag 1 september 2011
Suriname op een tweesprong
Is Suriname een Caraïbisch of een Zuid-Amerikaans land? Vanuit Nederlands perspectief wordt het land traditioneel tot de Caraïben gerekend. De tijd dat een minister het voorstel deed om een brug te laten bouwen tussen Suriname en Curaçao is dan wel voorbij, maar in Nederland bestaat nog altijd de neiging om vanuit Paramaribo de blik naar het noorden te richten, naar de oceaan. Zo bezien is het geen verrassing dat het postkoloniale Suriname de ogen steeds duidelijker naar het zuiden richt, naar Zuid-Amerika. Het grote voorbeeld is daarbij het land dat in zijn geschiedenis nog nooit zo zelfverzekerd is geweest als nu: Brazilië. Niet zonder reden voorspelt
Guus Pengel (foto links) in Suriname en ik dat het Surinaams-Nederlands in de niet zo verre toekomst wellicht zal worden uitgebreid naar Surinaams-Braziliaans-Nederlands. Jean and Kathleen Ferrier beginnen hun visie op de toekomst van Suriname zelfs met een lied van de Braziliaanse zanger Chico Buarque. Dat lied is weliswaar een hommage aan Tom Jobim, de “vader van de Bossa Nova”, en niet aan de Braziliaanse mens, maar de foutieve interpretatie van de wat al te enthousiaste zusjes Ferrier is veelzeggend: Surinamers zien in hun machtige Braziliaanse zuiderbuur een nieuw rolmodel.Vaak wordt vergeten dat ook Brazilië een, weliswaar kortstondig, Nederlands verleden heeft. De zanger Chico Buarque – eigenlijk Francisco Buarque de Hollanda – is een van de vele Brazilianen met Nederlandse roots. Dit Nederlandse hoofdstuk uit hun geschiedenis is de reden waarom Braziliaanse intellectuelen regelmatig naar Suriname verwijzen in discussies over de vraag hoe Brazilië er had uitgezien als de Portugezen de Nederlandse “bezetters” in 1649 niet hadden verdreven. Veel beter, zo verklaarde ooit de invloedrijke politicus Joaquim Nabuco en velen zeiden het hem na. Want wat is het achtergebleven Portugal in vergelijking tot het welvarende Nederland? En waren de Nederlanders niet de eersten die met Frans Post en Albert Eckhout het Braziliaanse landschap en de bevolking schilderden en er met Georg Markgraf en Willem Piso de fauna en flora bestudeerden? Tegenstanders van deze theorie hebben echter aan één woord genoeg om de discussie in hun voordeel te beslechten: Suriname. Tegen zo’n intellectuele uppercut valt niets meer in te brengen. Suriname staat immers symbool voor alles wat Brazilianen niet willen: politieke chaos, economische malaise, corruptie. Bovendien heeft het land niet eens een fatsoenlijk strand.
Wie de serie boeken leest die onlangs in Nederland over Suriname zijn verschenen – Paramaribo Brasa!, Voor mij ben je hier, Suriname en ik – krijgt een heel andere indruk van het land. Hier proef je heimwee, trots, liefde, zelfs passie voor de sfeer, de muziek, het eten en de omgangsvormen van een land dat je in vergelijking tot het grijze en chagrijnige Nederland in alle kleuren van de regenboog lijkt toe te lachen. Het is opvallend dat die boeken net op een moment verschijnen dat Suriname een koers is gaan varen die niet meer op Amsterdam is gericht. Het lijkt wel alsof Nederlanders pas dan massaal van iets durven te gaan houden, als ze het definitief kwijt zijn. Nu de Indische nostalgie wat is weggeëbd lijkt plots een golf van heimwee naar de West op komst.
Met Paramaribo Brasa! biedt Ko van Geemert een vlot geschreven en informatief boekje over de Surinaamse hoofdstad voor de intellectuele toerist uit Nederland. Interessanter is de bundel Voor mij ben je hier, waarin Michiel van Kempen een reeks verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers presenteert. Afgezien van een storende neiging tot prekerigheid is de kwaliteit van de meeste bijdragen in deze bundel hoog. De grote ontdekking is zonder meer
Herman Hennink Monkau (foto links), al is het begrip “jongste generatie” bij iemand met jaargang 1935 wel heel ruim opgevat. Monkau is hoe dan ook een groot verteller die alleen nog een strenge lector nodig heeft om zijn vele overbodige bijzinnen te schrappen. Indrukwekkend is ook het literaire talent van Rihana Jamaludin. Vooral in haar beschrijving van Amsterdam door de ogen van een orthodoxe Hindoestaanse moslim maakt deze schrijfster een sterke indruk. Mala Kishoendajal levert in haar verhaal over de eerste generatie Hindoestanen in Suriname eveneens een verrijkend perspectief op de complexiteit van een gemeenschap die lang gesloten bleef voor de Nederlandstalige lezer.Suriname en ik is een bundel met reflecties over Surinaamse identiteit en over de toekomst van een land op een tweesprong. Het is een boek vol heimwee van in Nederland woonachtige Surinamers en van Nederlanders die Suriname een warm hart toedragen, samengesteld door John Leerdam en Noraly Beyer. Naast een reeks uitbundige liefdesverklaringen aan switi Sranan valt er in verschillende bijdragen ook verdriet te bespeuren, het meest pakkend wellicht in de prachtige tekst van de Hindoestaanse politicus Rabin Baldewsingh (foto rechts)
. Opvallend aan deze bundel is de calvinistische neiging om absolute rechtlijnigheid als een kwaliteit te beschouwen. Dit terwijl Suriname net een land is dat uitblinkt door ambivalentie. Een land waar de morele verontwaardiging hoog oploopt als het om slavernij gaat, maar waar men tegelijk een moordenaar en drugsbaron tot president kiest, een land waar men de nationale trots luidkeels verkondigt en tegelijk het culturele erfgoed laat verkommeren, een land waar de dictator zich aan marronhelden als Boni spiegelt en tegelijk een Marrondorp platbrandt, een land waar de schoonheid van het landschap in alle geuren en kleuren wordt bezongen terwijl de eigen natuur in de uitverkoop staat, een land ook dat zich profileert als een multicultureel model en tegelijk een partijsysteem op basis van etnische segregatie hanteert. Wellicht niet toevallig bevat deze bundel dan ook veel bijdragen van gefrustreerde Nederlanders die ooit met de beste bedoelingen naar Suriname zijn getrokken, maar in en over Sranankondre erg Nederlands bleven denken. Met als paradepaardje de bijdrage van Jan Pronk, de man die als geen ander past in het door John Jansen van Galens geschetste beeld van de ”koloniale apostel van het antikolonialisme”.De interessantste bijdrage in deze bundel komt van trendwatcher Adjiedj
Bakas (foto links) die specifiek ingaat op de ambivalentie van Suriname. Met behulp van het kernwoord “barok” slaagt Bakas erin om het uitbundige en tegelijk diep melancholische karakter van het land in een nieuw perspectief te plaatsen. Als één van de weinigen kijkt hij niet alleen naar het verleden, maar ook naar de toekomst en denkt hij na over de gevolgen van de toenadering tot Brazilië. De door hem voorspelde opkomst van Evangelicalen, waarbij Afrikaanse tradities zoals winti wellicht sterk onder druk zullen komen te staan, is inderdaad een weinig prettig maar helaas realistisch scenario.Voortbordurend op de voorspelling van Bakas rijst de vraag wat Suriname in intellectueel opzicht van Brazilië kan verwachten. Een belangrijk verschil tussen beide landen is zeer zeker de omgang met het koloniale verleden. In tegenstelling tot Suriname heeft Brazilië een manier gevonden om dit pijnlijke verleden, inclusief slavernij, op een positieve manier te integreren binnen de eigen hybride identiteit. Alle retoriek over tolerantie ten spijt is Suriname sinds de onafhankelijkheid een land vol frustratie gebleven, vooral ten opzichte van Nederland. In hun kritiek op Nederland presenteren Surinamers hun eigen land graag als voorbeeld van multiculturaliteit door te verwijzen naar de moskee die in Paramaribo vlak naast de synagoge staat. De bewonderenswaardige tolerantie van de (kleine) joodse en islamitische minderheden in Suriname zou echter ook kunnen gelden als een oproep aan de Surinaamse meerheid om de rancune uit het verleden op een creatieve manier te overwinnen. Een Braziliaans identiteitsconcept, waarin ook de voormalige kolonisator een plaats heeft gekregen, kan Suriname daarbij zeker van pas komen.
Jeroen Dewulf werkt aan de University of California, Berkeley
[eerder verschene in Ons Erfdeel, 2011, nr. 3]
dinsdag 15 februari 2011
Nieuwe Surinaamse verhalenbundel Voor mij ben je hier
Wat maakt een verhalenbundel voor veel lezers zo aantrekkelijk? Dat is vooral de afwisseling, de variatie van de inhoud – als het ene verhaal je verveelt, sla je gewoon een paar bladzijden om en je bent bij al bij een nieuwe story die hopelijk beter bevalt. In een roman is die keuze er niet en moet je maar doorbijten tot het al dan niet bittere einde. Die veelheid aan aanbod binnen hetzelfde kaft geeft een lekker gevoel van ruim kunnen kiezen – een soort verwennerij. Zo een ruime keuze biedt de pas verschenen bundel Voor mij ben je hier; Verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers zeker wel: er staan zestien verhalen in van evenveel auteurs. Maar wordt de lezer daarmee ook verwend?
.
John Leefmans was een van de twee "oudgedienden" die de eerste exemplaren van Voor mij ben je hier kregen aangeboden
Vrijwel alle auteurs in deze bundel hebben al titels op hun naam staan, eentje zelfs een heuse bestseller (Clark Accord met De koningin van Paramaribo). Het gaat hier dus niet om nieuw en pas ontdekt talent, hoewel de ondertitel dat eigenlijk wel suggereert. Ook de tekst op de achterflap versterkt deze indruk nog eens, want die vermeldt wel héél érg nadrukkelijk – in vier achtereenvolgende zinnen maar liefst driemaal – dat het hier ‘de jongste generatie schrijvers/de jonge schrijvers/deze jonge generatie schrijvers’ betreft. Dergelijke terminologie schept verwachtingen. Qua leeftijd wordt die verwachting in ieder geval niet waar gemaakt – de gemiddelde leeftijd van de auteurs is vrij middelbaar, de oudste, Monkau, is 75 en de jongste, Karin Amatmoekrim, 34 jaar.
Deze ‘jonge Surinaamse schrijvers’ bevinden zich grotendeels buiten Suriname. De meesten zijn wel in Paramaribo geboren, maar ze waaierden later uit naar koudere streken elders op de aardbol. Zou dit een reden kunnen zijn voor het licht internationale sfeertje dat de bundel ademt? De verhalen spelen zich namelijk niet uitsluitend af in het land van herkomst zoals vaak het geval is met verhalen van Surinaamse schrijvers, maar ook in Havana (Clark Accord), India (Mala Kishoendajal), Haïti (Ismene Krishnadath) en Limburg (Guilly Koster). Een interessante uitbreiding van de horizon.
In zijn voorwoord maakt samensteller Michiel van Kempen melding van nog een andere uitbreiding, die van de kwantiteit. Hij rekent uit dat in de eerste tien jaar van de 21ste eeuw het aantal prozaschrijvers zodanig is toegenomen dat het er meer zijn dan alle schrijvers van de 19de en de 20ste eeuw samen. Dit is zeker een opmerkelijke ontwikkeling in het landschap van de Surinaamse letteren. Van Kempen is blij met deze literaire oogst en geeft de lezer het bevel om optimaal te genieten van de mooie verhalen. Dat is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan.
De lezer zal zich in elk geval niet vervelen met deze bundel, want de inhoud is afwisselend genoeg om onderhoudend te zijn. De thema’s zijn aangenaam variërend: vrouwenleed en hartzeer, de vermeende gekte van een man, afscheid van en herinneringen aan een stervende vriendin, de worsteling van een migrantenjongen om een thuis te vinden in een nieuw land, gepieker over een zorg behoevende schoonmoeder en dan ook nog een plots opduikende geilheid van een vrouw op een pater, evenals die van een vrouwelijke dominee op een toevallige mannelijke bezoeker, de levensloop van een statige zwarte vrouw – met hier en daar ook nog wat brokken geschiedenis, cultuur en godsdienst die tussen de verschillende verhaallijnen zijn geweven.
Die vrouwelijke dominee van Surinaamse afkomst in het verhaal van Guilly Koster, nota bene in een klein dorp in het Nederlandse Limburg zegt aan het einde van het verhaal, na haar neukpartij met haar toevallige bezoeker op zijn vraag, ‘Hoe…rijm je dit?’: ‘Als ik ermee kan leven, dan kan God dat ook.’ Werkelijk een slot dat pakt, dat je even geweldig doet lachen.
De kwaliteit van de verhalen is eveneens wisselend. Van sommige auteurs zoals Tessa Leuwsha zijn we beter gewend dan wat we hier aantreffen. Van anderen zou het al te wijdlopige verhaal met een strakke redactie vlot getrokken kunnen worden zoals bij Mala Kishoendajal – haar gruwelijk prachtige scène (op p.107) bijvoorbeeld verdrinkt in de al te uitleggerige woordenzee er omheen. Sommige verhalen zijn vermoedelijk persoonlijke belevenissen die meer indruk op de auteur hebben gemaakt dan ze kunnen overbrengen (Guilly Koster, Herman Monkou) - anderen springen er bovenuit, zoals Marylin Simons en Annette de Vries die met vaardige pen een indringend verhaal vertellen dat blijft hangen. In deze korte bespreking kunnen uiteraard niet alle verhalen aan de orde komen.
Garrie van Pinxteren, NOS-correspondent in China, las een fragment voor uit het verhaal van Iraida Ooft
De meest verrassende auteurs in dit gezelschap zijn voor mij Iraida Ooft, wel een Surinaamse schrijfster in Suriname zelf en Johannes Herrenberg. Ooft maakt in deze bundel sterk en overtuigend haar prozadebuut. Subtiel en ingehouden qua stijl, weet ze een sfeer op te bouwen waarbij de lezer zijn eigen verbeeldingskracht kan aanspreken. Herrenberg is smakelijk en origineel, en hanteert een geheel eigen taalgebruik, met frisse beeldspraak. Enkele juweeltjes: ‘de omfloerste dreun van een levende stad met vogels die daar onzichtbaar zingend gaatjes in pikten’ (p. 190) en ‘Een spijkerbroek zo smerig dat je er de geur bijna vanaf kon lezen’ (p. 195). Hopelijk horen we meer van hen!
Beeldend geschreven, boeiend en spannend of emotioneel van inhoud en met een creatieve, functionele structuur, dat zijn de kenmerken van goede verhalen en die vinden we helaas niet in alle verhalen van deze bundel uitgewerkt.
Tot slot: de woordenlijst achter in het boek is tamelijk overbodig, want veel van de daarin opgenomen zinnetjes en woorden zijn in de verhalen zelf al vertaald of verklaard.
Voor mij ben je hier; Verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers, Michiel van Kempen (red.) Amsterdam: Meulenhoff, 2010, ISBN 978 90 290 8679 0
[ook verschenen in de Ware Tijd Literair, 12 februari 2011]
Foto's: @ John Treffer
donderdag 10 februari 2011
Surinamers herkennen elkaar
Ter gelegenheid van de oprichting van de republiek Suriname, nu vijfendertig jaar geleden, heeft Michiel van
Kempen (foto rechts) een bloemlezing van Surinaamse verhalen samengesteld. De oudste bundel verhalen die ik ken, dateert alweer van 1972 en droeg de mooie titel I sa man tratamara!? Het was een boek vol hoop en verwachting. Men droomde van radicale veranderingen en een nieuwe maatschappij. Dat liep allemaal anders dan verwacht. En daarmee veranderde ook de toon van wat in Suriname geschreven werd. Verhalen van Surinaamse schrijvers (1989) dat ook onder redactie van Michiel van Kempen verscheen en Waarover we niet moeten praten (2007, redactie Peter de Rijk) toonden aan dat Surinaamse auteurs niet langer ‘een bijdrage aan de opbouw van het land moesten leveren’ maar vrij waren te schrijven wat en waarover ze maar wilden. De nieuwe bundel Voor mij ben je hier is een goed voorbeeld wat voor verhalen dat uiteindelijk heeft opgeleverd. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren aan de UVA, heeft een heerlijke verzameling verhalen samengesteld die literair en tegelijkertijd heel Surinaams te noemen valt.Alleen al door de diversiteit van de schrijvers in deze bundel kan het haast niet anders dan een gevarieerde reeks verhalen opleveren. Er staan verhalen van bekende en goed verkopende auteurs in maar ook van nog net niet publicerende schrijvers en debutanten. Bijzonder goed is het verhaal van Karin Amatmoekrim. Haar verhaal ‘Gods trucje’ over Anton de Kom plaatst haar meteen in het rijtje van Nederlands meest veelbelovende jonge schrijvers. De empathie die ze tentoonspreidt in de beschrijving van de oude en ontgoochelde De Kom in een rusthuis raakt je diep.
‘Hij stond op en trok de deur van het kantoortje behoedzaam achter zich dicht. De gangen waren verlaten, de meeste mannen waren nu buiten, of deden een middagdutje. Hij wandelde gedachteloos naar de kantine en vond er een karaf met lauwwarme koffie. Hij schonk zich een kop in en ging aan een van de ronde tafels zitten. Hij zag zichzelf weerspiegeld in het glas dat de ruimte van de gang scheidde. Een zwarte man, alleen, aan een tafel als een eiland in een zee van niets.’
Ronduit onthullend is het verhaal ‘Carolina en de Chinees’ van Carry-Ann Tjong-Ayong (foto links). ‘Vaak vroegen de vriendinnen wat zij in de Chinees zag,’ is de eerste regel en vervolgens ontrolt zich het verhaal hoe een jonge, Creoolse vrouw voor een Chinese winkelier valt en hoe haar leven totaal verandert. Die ‘mix’ van culturen en de kinderen die daaruit voortkomen, spelen vaker een rol in deze bloemlezing. Een mooi voorbeeld daarvan is Guilly Kosters helder geschreven en uiterst gewaagde verhaal ‘De dominee is een vrouwmens’.‘Ze zag er helemaal niet uit als een Surinaamse vrouw. Ze was wit en als ze haar mond zou houden, zou ze probleemloos als Hollandse vrouw door het leven kunnen gaan in Altweerterheide. Alleen haar lippen pleegden verraad. Haar ogen waren groen. Haar haar was langer dan kort, maar niet lang genoeg om lang genoemd te worden. Op haar voorhoofd vormde datzelfde haar een puntje dat wij in Suriname kiriw'wiri noemen, dat vertaald zou kunnen worden als “moordenaarsharen”.’
Clark Accord, schrijver van bestsellers als De koningin van Paramaribo en Bingo! stelt ons niet teleur met ‘Una casa particular’, dat zich niet in Suriname maar op Cuba afspeelt, en ook Herman Hennink Monkou, schrijver van het prachtboek De kleurling, toont vormbehoud. Wie ooit in Suriname was krijgt direct heimwee bij het lezen van zijn ‘Schubert in de Palmentuin’. Slechts eenentwintig pagina's heeft deze stilist nodig om een hele wereld op te roepen.
Mala Kishoendajal toont ons een kijkje in de keuken door een deel van een historische roman in wording, De naamloze avonturiers, te laten lezen. Het is een verhaal waarin veel Hindoestaanse Surinamers zichzelf en hun geschiedenis zullen gaan herkennen.
Ruth San A Jong (foto rechts) schreef voor deze bundel ‘Schuldbelijdenis! Bladzijde 63!’, een verrassend verhaal waarin kerkgang en erotiek samenkomen. Hopelijk bevat haar, binnenkort te verschijnen, verhalenbundel De laatste parade meer van dit soort pareltjes.Tessa Leuwsha verplaatste zich in de wereld van puberende jongens in ‘High five, zand erover’. Ondanks de wetenschap dat ze twee zeer goed ontvangen romans schreef, verbaasde ze mij met de kracht waarmee ze mij in het verhaal sleurde. Wie zoveel weet te bereiken met zo weinig tekst is een geboren schrijver.

Daarmee is de bloemlezing een momentopname van de huidige Surinaamse literatuur geworden. Voor mij ben je hier is een must voor iedere lezer die Suriname in zijn hart meedraagt.
Voor mij ben je hier, samengesteld door Michiel van Kempen
Amsterdam: uitgeverij Meulenhoff, 2010
Ezra de Haan is schrijver, dichter en journalist
[overgenomen van Literatuurplein.nl]
zondag 19 december 2010
Mala Kishoendajal - Ontmoeting in een vermolmd archief
gezicht, de moedervlek op je linkerborst,
proef zilte betovering van een
inscheping, ruik zurige
ontgoocheling aan nieuwe wal.
Ik proef je naam, die smaakt naar de mijne,
verslind elk woord dat jou in ongeduldige
streken schetst op het gedolven papier,
je wegend tussen lust en last.
Door een kier in het verkreukelde slot
vang ik een glimp op van je treitertrage eind.
In nevel gedoopte pennen hebben de rest
in rook op laten gaan.
Op je laatste rustplaats, een vermolmd archief,
reiken mijn geïnkte handen
naar jouw zerk, een versteend A-viertje.
Ik omhels mijn enige houvast aan
een argeloos uitgewist verleden,
zwart opnieuw de vervaagde contouren.
Ze lijken op die van mij,
die getaande huid, dat pokdalige gezicht,
die moedervlek op de linkerborst.
Ik voel je glimlach zachtjes neerstrijken
op mijn schouder.
Voor mij ben je hier
[Mala Kishoendajal opende zaterdag 11 december in het Amsterdamse Perdu de boekpresentatie van Michiel van Kempens bloemlezing Voor mij ben je hier met onderstaand gedicht dat speciaal voor deze gelegenheid werd geschreven. Van Mala Kishoendajal is in de bloemlezing ook een verhaal opgenomen.]dinsdag 30 november 2010
De nieuwste verhalen van Suriname

Voor mij ben je hier wordt uitgegeven ter gelegenheid van 35 jaar onafhankelijkheid van de Republiek Suriname. Aan de bundel, die samengesteld is door Michiel van Kempen, werkten 16 schrijvers mee. Dit zijn: Rihana Jamaludin, Marylin Simons, Herman Hennink Monkau, Carry-Ann Tjong-Ayong, Clark Accord, Henna Goudzand Nahar, Mala Kishoendajal, Guilly Koster, Iraida Ooft, Tessa Leuwsha, Karin Amatmoekrim, Joanna Werners, Annette de Vries, J.Z. Herrenberg, Ismene Krishnadath en Ruth San A Jong.

De eerste exemplaren worden namens de schrijvers door Clark Accord aangeboden aan twee prominenten uit de Surinaamse schrijversgeneratie van de jaren ’60: Rudy Bedacht (CorlyVerlooghen) en John Leefmans.
Er zijn literaire voordrachten van verschillende schrijvers en van NOS-correspondente Garrie van Pinxteren .
Muzikaal wordt de avond omlijst door Raj Mohan & Lourens van Haaften en Sanne Landvreugd & Pablo Nahar.


Plaats: Theater Perdu, Kloveniersburgwal 86 (vlakbij café De Jaren, om de hoek), Amsterdam
Aanvang: 20.00 uur
Toegang vrij
Reserveren noodzakelijk via deze link:
http://www.perdu.nl/reserveren.cfm?voorstelling=343
Voor meer informatie over Voor mij ben je hier kunt u contact opnemen met
Marianna Sterk, m.sterk@meulenhoff.nl, tel. 020-5533560.
Op de foto's, links van bovenaf: Mala Kishoendajal, Rudy Bedacht, Pablo Nahar; rechts van bovenaf: Guilly Koster, John Leefmans, Sanne Landvreugd
maandag 24 mei 2010
Tagore & Kishoendajal

De Indiase schrijver Rabindranath Tagore werd geboren in 1861 in Calcutta en groeide op in een periode, dat India een Engelse kolonie was. Hij zette zich zeer in om een einde te maken aan de Engelse overheersing, vooral nadat hij in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur had gekregen. Rabindranath Tagore stierf in 1942.
Mea Memoria, ofwel ‘Voor zover ik mij herinner’, is een bewerking (monoloog) van de short story Het Skelet van Rabindranath Tagore uit diens bundel De Riviertrap. Hoewel een personage, de jongen die door de geest wordt bezocht, is ‘weg geretoucheerd’ is de rode draad intact gebleven, en zijn diverse passages zelfs letterlijk aangehouden, om de Indiase tijdssfeer die Tagore schetste, weer te kunnen geven.
De geest van een vrouw vertelt over haar zogenaamde geluk in een leven, waarin zij zichzelf verbeeldde een zeldzame schoonheid te bezitten. Alle mannen die zij uitnodigde op de denkbeeldige tuinfeesten in het teruggetrokken bestaan, dat zij noodgedwongen leidde met haar broer, waren verliefd op haar. Zij was gelukkig in die perfecte fantasiewereld, totdat een man van vlees en bloed zijn opwachting maakte. Haar verbeelding, waarin nu de man van haar dromen de hoofdrol speelde, kende geen grenzen….totdat de man met verpletterend nieuws kwam. Het bracht haar tot een daad met gevolgen voor niet alleen zichzelf, maar vooral ook hem die zij begeerde.
Met Het Skelet schreef Tagore een tijdloos stuk over eenzaamheid en onmacht, en het gevaar van zelfdoding, wanneer men de grip op het leven verliest. Mala Kishoendajal heeft dit verhaal sinds 1998 in diverse toneelversies, o.a. onder regie van Shireen Strooker en van Nilo Berrocal Vargas, en voor uiteenlopende publieksgroepen gespeeld, o.a. in Literair Theater Branoul, Theater aan het Spui en in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
Op 27 mei brengt zij in het kader van het Azië Festival in het MCH opnieuw een verrassende bewerking. Zij wordt dit keer muzikaal begeleid door de Haagse harpiste (Conservatorium Den Haag en Utrecht) Wendy Rijken. Na de opvoering van het stuk houdt Mala Kishoendajal een korte uitleiding over het stuk, over Tagore's tijd en over zijn overige werken, gevolgd door het door Wendy Rijken gespeelde volledig thema van Tagore, dat in het stuk zelf slechts als fragment voorkomt.

Aanvang 20.00 uur
Toegang € 5,00
MCH
Lange Herenvest 122
2011 BX Haarlem
Reserveren via: reserveren@mondiaalcentrumhaarlem.nl of telefoonnummer: 023 5423540
maandag 15 februari 2010
23 Februari: Literaire avond Suriname Festival
De Stichting Federatie Eekta organiseert van 15 februari t/m 27 februari 2010 een Suriname Festival in Den Haag. Onderdeel van dit festival is een Literaire avond op 23 februari, van 19.00 uur - 23.00 uur in Theater Concordia. De deelnemende schrijvers en dichters zijn Raj Mohan, Mala Kishoendayal, Harrie Djojowikromo, Usha Marhé en Clark Accord.
foto: v.l.n.r: Raj Mohan, Usha Marhé en Mala Kishoendajal. Foto gemaakt op 10-02-2010 tijdens de bijeenkomst 'Surinaams-Hindostaanse schrijvers doorbreken taboes, ín Mondiaal Centrum Haarlem. Orchida Bachnoe deed ook mee aan deze avond, maar was al weg toen deze foto werd gemaakt."Op deze avond zullen Surinaamse schrijvers en dichters bij elkaar komen. Vanuit elk cultuur zijn er in Nederland belangrijke schrijvers en dichters die vanuit haar normen en waarden zich vanuit hun eigen visies zijn of haar sociaal, culturele en maatschappelijke ervaringen, visies en gevoel in verhalen en gedichten hebben geuit. Op deze literaire avond zullen passages, gedichten die een belangrijke essentie ofwel meerwaarde en inhoud hebben door hen persoonlijk worden voorgedragen vanuit de Surinaams Nederlandse beleving. Een hoogwaardig literaire avond met Surinaamse schrijvers en dichters zullen op deze dag centraal op het podium staan mede voor het gewone volk." Aldus het bericht op de website van Eekta.
De toegang tot deze activiteit is gratis. Locatie: Theater Concordia, Hoge Zand 42, 2512 EM - Den Haag
Overige activiteiten Suriname Festival:
•15.02.2010 - 27.02.2010 12.00
Panorama Suriname: Tentoonstelling Surinaamse Kunstenaars
•16.02.2010 - 17.02.2010 19.30
workshops Surinaamse kunst
•18.02.2010 19.00
Officiële opening Suriname Festival
•20.02.2010 22.00
The Stars of Suripop
•22.02.2010 19.00
Debat economische positie Surinamers
•23.02.2010 19.00
Literaire avond met schrijvers & dichters
•24.02.2010 19.00
Historisch cafe met debat
•27.02.2010 19.00
Afsluiting Suriname Festival
Voor gedetailleerde informatie, zie de website van Eekta.
Foto: Romeo Hoost
donderdag 21 januari 2010
Hindostaanse schrijvers doorbreken taboes
In Mondiaal Literair, de spraakmakende talkshow met schrijvers, voelt Peter de Rijk op 10 februari de Hindostaanse schrijvers Orchida Bachnoe, Mala Kishoendajal, Usha Marhé en Raj Mohan aan de tand over de taboes in de Surinaamse literatuur. In een slotgesprek geeft socioloog en schrijver Dr. Chan E.S. Choenni commentaar op de besproken thema’s als eenzaamheid, incest en zelfmoord. Halverwege het programma vertoning van een korte documentaire over de nestor van de Hindostaans-Surinaamse poëzie Shrinivasi.Orchida Bachnoe is de achterkleindochter van Munschi Rahman Khan die als enige emigrant zijn migratie vanuit India naar Suriname heeft opgetekend. Ze studeerde in Nederland Arabische taal- en letterkunde en debuteerde in 2007 in de verhalenbundel Waarover we niet moeten praten. Ze werkt nu aan een boek met als voorlopige titel Azijn in mijn aderen dat in Nederland en in Mumbai speelt met als thema’s zelfmoord en transformatie.
Mala Kishoendajal debuteerde in 2001 opvallend met Dame Blanche over hoe Hindostaanse gebruiken en rituelen proberen stand te houden in een Nederlandse entourage, in 2002 gevolgd door Het Boegbeeld over een Hindostaanse BNer die van haar voetstuk valt en over een Hindostaanse huishoudster die in alle anonimiteit werkt voor de toekomst van haar kinderen. Onlangs verscheen haar eerste dichtbundel Pijn in parlando. Michiel van Kempen: «Het Hindostaanse luik waarin de lijn India -Suriname - Nederland wordt doorgetrokken, maakt indruk.»
Usha Marhé baarde opzien met Tapu sjén /Bedek je schande, een boek over Surinamers en incest, waarvan later dit jaar een herziene editie uitkomt. In 2007 verscheen van haar Dulari-De weg van mijn naam, zes verhalen over zes vrouwen die allen hun specifieke stem laten horen in een cultuur waar zwijgen tot voor kort gewoonte was. Samen vormen de verhalen een ode aan de veerkracht van vrouwen in het algemeen. Biblion: «Een fraai debuut, waarvan de volgroeide vertelstijl respect afdwingt.»
Raj Mohan maakte naam als componist en muzikant van traditionele Indiase muziekstijlen met zijn bands Vistar en Shai’rana, maar verwerkt deze invloeden ook met eigentijdse, westerse muziekvorme
n in zijn Raj Mohan’s Popband. Hij is de eerste singer-songwriter die een album uitbracht in het Sarnami, de moedertaal van de Surinaamse Hindostanen: Kantráki ofwel Contractarbeider. Deze cd stond ook aan de basis van zijn eerste dichtbundel Bapauti / Erfenis uit 2008, in de pers verwelkomd als «een aanwinst voor de Surinaams-Hindostaanse literatuur».Van de hand van de in Haarlem woonachtige Chan Choenni verscheen in 2009 de boekuitgave Madad sahàra sahàyta- analyse en aanpak sociale problematiek onder Hindostanen in Suriname.
Korte film over Shrinivasi
Tevens vertoont Mondiaal Literair een documentaire film over Shrinivasi. Hij, inmiddels 83 jaar oud, is een van de belangrijkste Surinaamse dichters en ontegenzeggelijk een inspiratiebron voor de schrijvers van deze avond.
Talkshow met schrijvers
Mondiaal Literair is een samenwerking tussen MCH en Uitgeverij In de Knipscheer. De maandelijkse schrijversavonden van Mondiaal Literair worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen verschenen of te verschijnen boeken, die inhoudelijk de vaderlandse grens overschrijden. Centraal staat het interview met de auteurs, soms in een gezamenlijk gesprek, soms na elkaar. Uiteraard lezen een of meer schrijvers kort uit eigen werk. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.
Woensdag 10 februari 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Op vertoon van bibliotheekpasje kunt u gratis één introducé meenemen
Reserveren vooraf is wenselijk: 023 – 542 3540
http://www.mondiaalcentrumhaarlem.nl/
vrijdag 9 oktober 2009
Een leeggehuild hart
Mala Kishoendajal beschrijft in deze bundel de diverse werelden die haar beroeren
.Het afscheid op Zanderij en later te Scheveningen van haar vader, de herinneringen aan een klerenhanger, de teruggevonden foto van de familie bij de vijver van Clingendael zijn de aanleiding tot zeer persoonlijke gedichten. Kishoendajal gaat die intimiteit niet uit de weg.
Ook de doorgaans gesloten Hindostaanse wereld legt ze bloot met haar tweetalige reeks Hindostani hart.
In Erfenis van rijst en thee vertelt ze over haar nanie (grootmoeder) en in Broers liefde over wellicht het grootste taboe.
Vaak laat ze twee werelden samenkomen, zoals in 'Neon lichtfeest':
De manager van het roodpluchen wegwerptheater
lispelt een multicultureel welkom,
met sap en een glimlach, geperst uit een pak.
In een reeks reisgedichten gaat het Kishoendajal vooral om de ervaringen die ze elders opdoet. Straatkinderen in Rio en Ethiopië maken een stroom aan emoties los. Ze ziet de schoonheid van het land, maar meer nog het verval en de ellende die ze overal tegenkomt. Mala Kishoendajal herkent die pijn en weet dit in heldere, bezwerende taal vast te leggen. Dat levert ook indrukwekkende gedichten over India en Iran op.
‘Op een dag sta je oog in oog met een kudde
in het nauw gedreven berouw en
een leeggehuild hart.’
Mala Kishoendjal is de auteur van twee romans: Dame Blanche en Het Boegbeeld.
Mala Kishoendajal
Pijn in parlando
Ingenaaid, 80 blz. € 15,00
ISBN 978 90 6265 647 9
Uitgeverij In de Knipscheer
dinsdag 1 september 2009
In de sporen van India
Een India-festival - waar anders dan in Den Haag? - vindt half september plaats. Op zaterdag 19 september zijn er in twee verschillende zalen activiteiten rond Hindostaanse schrijvers.
Gedichten en muziek

In dit gecombineerde programma dragen verschillende dichters voor uit eigen werk. Na de pauze volgen drie prozavoordrachten.
O.m. treden op:
Raj Ramdas draagt voor uit zijn Sarnami-gedichtenbundel Kahan hai u / Waar is zij, Sarnami, dat letterlijk Surinaams betekent, is de taal van de Hindostanen in Suriname en Nederland. Raj Ramdas komt oorspronkelijk uit Brits Guyana en vertrok al
jong naar Suriname. In 1974 kwam hij naar Nederland om Engels en Vergelijkende Literatuurwetenschappen te studeren. Zijn gedichten schrijft hij in het Sarnami, maar proza ook in het Nederlands. Hij publiceerde in verschillende tijdschriften en bloemlezingen en trad verschillende malen op tijdens Winternachten.
.
Pushpita Awasthi draagt Hindi gedichten voor uit haar vorig jaar verschenen bundel In woorden bestaat ze, vertaald door Lodewijk Brunt en Dick Plukker. Awasthi behaalde haar doctoraat Hindi aan de
Benares Hindu University. In 2006 vestigde ze zich in Nederland waar zij de
Hindi Universe Foundation oprichtte. Zij heeft verschillende dichtbundels op haar naam staan.
.

Zanger en componist Raj Mohan debuteerde in 2008 met zijn bundel ‘Bapauti/erfenis’ bij uitgever In de Knipscheer. Hij draagt voor uit deze bundel met Sarnami gedichten met Nederlandse vertaling.
.Rabin Gangadin werd geboren in Paramaribo. Hij studeerde 1986 af als arbeidssocioloog en promoveerde in 1998 tot doctor in de sociale-economie. In 1981 werd in het maandblad Avenue het hele literaire katern gewijd aan proza en poezie van de debuterende Rabin Gangadin. Hij verwierf bekendheid met zijn van cynisme en scherpe kritiek doorschoten essays en literaire kritieken.
.

Usha Marhé doorbrak met het boek Tapu Sjén / Bedek je schande - Over Surinamers en incest een groot taboe. Zij durfde tegen de Surinaamse code van stilzwijgen tapu sjén (bedek je schande) in te gaan. In 2007 werd haar fictiedebuut gepubliceerd, Dulari – De weg van mijn naam.
.

Mala Kishoendajal draagt gedichten voor uit haar debuutbundel, getiteld Pijn in Parlando, een Nederlandstalige bundel met een Hindustani hart, die op deze dag wordt gelanceerd.
Zanger Sandeep Badloe zingt met dholakspeler Varun Nanda gedichten in het Hindi en Sarnami van verschillende Indiase en Surinaamse dichters. Deze zijn speciaal voor dit programma gecomponeerd en in het Nederlands vertaald door Raj Mohan.
Za 19 september, 16.30 uur, zaal Het paradijs

Anil Ramdas
Anil Ramdas draagt voor uit Zonder liefde valt best te leven. Dit boek is de neerslag van drie jaar correspondentieschap in India voor NRC Handelsblad. Natuurlijk komt ook zijn nieuwste boek Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle ruimschoots aan de orde.
Ramdas wordt geïnterviewd door journalist Joris Luyendijk. Luyendijk werd bekend als verslaggever vanuit diverse standplaatsen in het Midden-Oosten. Over zijn ervaringen als journalist in het Midden-Oosten schreef hij het boek Het zijn net mensen, waarin de onmogelijkheid van goede, objectieve journalistieke berichtgeving in het Midden-Oosten centraal staat. Hiervoor ontving hij de Dick Scherpenzeelprijs en de NS Publieksprijs. Sinds 2006
presenteerde Luyendijk het VPRO-interviewprogramma Zomergasten en zijn tegenhanger Wintergasten. Daarnaast presenteert hij incidenteel het radioprogramma Met het oog op morgen.
Za 19 september, 15.00 uur, Paul Steenbergenfoyer
In de Sporen van India vindt plaats in de Koninklijke Schouwburg.
Adres: Korte Voorhout 3, 2511 CW Den Haag




