Posts tonen met het label Rappa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rappa. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2013

Tori battle in nieuw jasje

door Audry Wajwakana

Paramaribo - De eerste Tori Battle vorig jaar december viel bijzonder in de smaak. Dat er een vervolg van zou komen was dus te verwachten. Schrijversgroep ’77 (S’77) organiseert 11 december de tweede editie, die enigszins een andere opzet kent. In plaats van twee groepen nemen dit jaar acht individuen het tegen elkaar op.

Toriman Robby 'Rappa' Parabirsing in actie tijdens de Tori Battle 2012. Bij de nieuwe editie op 11 december nemen acht torivertellers het tegen elkaar op, in plaats van twee groepen tegen elkaar.

De deelnemers zijn: Nowilia Tawjoeram, Gerard 'Jorobodjie' Maynard, Eddy Lante, Guillaume Pool, Frits Wols, Sombra, Don Walther en Voz.

Regels
Ismene Krisnadath voorzitter van S'77, zegt dat enkele regels zijn gewijzigd. De verteller krijgt minimaal tien tot maximaal vijftien minuten de tijd om het verhaal voor te dragen. "Het mogen in geen geval losse moppen of verhalen zijn. De tori moet een geheel vormen", zegt ze. De deelnemers mogen om hun tori te ondersteunen ook gebruikmaken van percussie- instrumenten of een audio-instrument. "Maar dan gaat het alleen om de klanken. Het elektronische instrument mag niet ingesproken worden en de instrumenten mogen alleen door de verteller bediend worden."

Mengelmoes
Deelnemer Frits Wols reageert enigszins tevreden over de kleine veranderingen. Vorig jaar kwamen de vertellers van Tori Oso tegenover de vertellers van Schrijversgroep '77. Wols kreeg het gevoel dat de groep van Tori Oso haar aanhang had gemobiliseerd. "Als ik wist dat Scholsberg (winnaar Tori Balle 2012 ... red.) met zulke boeiende verhalen zou komen, zou ik mij in de groep van schrijvers beter voorbereiden", zegt hij. Toch merkt Wols op dat hij bij deze battle die voorbereiding niet nodig heeft. "Het wordt een leuke mengelmoes van waargebeurde verhalen van het binnen- en buitenland." Hij heeft er een beetje moeite mee dat het geen losse verhalen mogen zijn. "Als verteller moet je vrij zijn. Maar ik zal mijn best doen om mij aan de vastgestelde regels te houden", zegt hij opgewekt.

De wijze en de prostituee
(Helmut Newton - In my room in Montecatini)

Aangrijpend
Gerard 'Jorobodjie' Maynard doet voor het eerst mee aan zo 'n verhalenwedstrijd. Hij is begin dit jaar geremigreerd. "In Nederland heb ik veel verhalen op de radio verteld en ook nu hier in Suriname." "Sowieso heb ik meer dan tweehonderd verhalen te vertellen." Onder zijn artiestennaam zal hij het verhaal vertellen over de wijze en een prostituee. "Mensen moeten hun zakdoeken meenemen, want het is een aangrijpend verhaal dat gebaseerd is op de realiteit", ligt hij een tipje van de sluier.
De winnaar wordt net als vorig jaar door het publiek gekozen, maar dit jaar middels stemmen. De vertellingen starten om kwart voor acht en eindigen rond kwart voor tien. Omstreeks kwart voor elf moet de winnaar bekend zijn; die krijgt dan de prijs van SRD. 250,- als blijk van waardering. De organisatie vraagt bezoekers een vrijwillige bijdrage om de organisatiekosten te helpen dekken. Ook dit jaar is Andy Plak de conferencier.

[uit de Ware Tijd, 19/11/2013]


zaterdag 26 oktober 2013

Resultaten gesprek S'77 met minister Adhin

Op maandag 21 bezocht een delegatie van S’77 minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling. De delegatie bestond uit Ismene Krishnadath (voorzitter), Jeffrey Quartier (penningmeester), Andy Plak (secretaris), Rappa (bestuurslid), Sylvana Dankerlui (bestuurslid) en Sombra (erelid). Bij het gesprek was ook een journalist van De Ware Tijd aanwezig.

Het gesprek heeft een toezegging van de minister opgeleverd om een voorstel van S’77 in uitvoering te nemen. Het voorstel betreft een jaarlijkse aanschaf van lokaal geproduceerde boeken ten behoeve van schoolmediatheken. Ook gaf de minister aan dat S’77 een van de klankbordgroepen zal zijn, die geconsulteerd zullen worden in verband met vernieuwingen van het taalcurriculum voor het basisonderwijs. S’77 informeerde de minister over de activiteiten van de vereniging en bood hem enkele boeken aan waaronder ‘Fri’ en ‘Zoveel zinnen zoveel talen’. Belangstellenden die het voorstel willen inzien dat aan de minister is aangeboden kunnen dit opvragen via ismene.krishnadath@gmail.com.

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

dinsdag 10 september 2013

Amatmoekrim kruipt in psyche Anton de Kom

Het publiek bij de Vereniging Ons Suriname werd verwend. Foto @ Mitra Rambaran

door Stuart Rahan

Amsterdam - Je zou het de opening van het Caribische literatuurseizoen kunnen noemen. Wat literair Suriname, Nederland en het Nederlands sprekend deel van het Caribisch Gebied de voorbije maanden heeft mogen verwelkomen en ook wat er de komende periode van de hand van schrijvers met voornoemde achtergrond te verwachten is. Zondag sloegen de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caribische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam de handen ineen onder de noemer Letterendag.

Benoît Verstraete. Foto @ M.van Kempen

Joe Fortin. Foto @ M.van Kempen


Karin Amatmoekrim en Diederik Samwel. Foto @ Michiel van Kempen

In het jaar dat Nederland en Suriname 150 jaar afschaffing van de slavernij herdenken, komt er van de hand van schrijfster Karin Amatmoekrim een boek over Anton de Kom. Van zijn hand is Wij slaven van Suriname, een spiegel die De Kom beide samenlevingen voorhoudt.

Schrijfster Karin Amatmoekrim leest een stukje voor uit De man van veel dat begin volgende maand uitkomt. In dit boek beschrijft Amatmoekrim de periode van drie maanden waarin de Surinaamse verzetsheld Anton de Kom was opgenomen in een psychiatrische inrichting. Foto @ Stuart Rahan

Safdar Zaidi wordt geïnterviewd door Michiel van Kempen. Foto @ Mitra Rambaran

Opname De Kom
Wat velen over Anton de Kom weten, is zijn verzet tegen de Nederlandse overheersing in Suriname, zijn gevangenschap in Fort Zeelandia gevolgd door verbanning uit zijn geboorteland. In Nederland sloot hij zich aan bij het verzet tegen de Duitse overheersing tijdens de Tweede Wereldoorlog om uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme te sterven.
Terloops is bekend dat Anton de Kom tijdelijk was opgenomen in een psychiatrische inrichting vanwege overspannenheid. Dat is het moment waarop Amatmoekrim in de psyché kruipt van de verzetsheld en eindigt het verhaal als hij drie maanden later uit de inrichting wordt ontslagen. 'De man van veel' zoals de titel luidt, komt begin oktober uit. Zij las als voorproefje een stuk voor, dat enthousiast werd ontvangen. Sommigen kunnen niet wachten tot het boek uit is.

Safdar Zaidi luistert naar een video-opname met babbelkous Rappa. Foto @ Mitra Rambaran


Versurinamiseren
Opmerkelijk tijdens deze middag was de verantwoording door de Pakistaans-Indiaas-Nederlandse schrijver Saiye Safdar Zaidi over zijn boek De suiker die niet zoet was. Zaidi vertelt dat er een Surinaamse versie komt waarin het gevoelige woord 'neger' of foute benaming 'pannenkoek' vervangen zullen worden door bijvoorbeeld 'Afro-Surinamer' en 'roti'. Maar de hilariteit ontstond toen de schrijver vertelde dat voor de Surinaamse versie hij toestemming gegeven heeft aan Robby 'Rappa' Parabirsing het fictieverhaal uit te breiden met nog eens vijftig pagina's omdat er volgens Rappa ook enkele feitelijke onjuistheden in zouden voorkomen. Daarmee zou het verhaal 'Surinaamser' worden.


Ellen de Vries. Foto @ Michiel van Kempen


De dag bood promovendi, die onderzoek doen bij de Leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, de gelegenheid een uiteenzetting te geven over hun huidige onderzoek. Schrijver Ellen de Vries, die eerder publiceerde over kunstenares Nola Hatterman, onderzoekt de rol van de Nederlandse en Surinaamse media in de periode 1982 1992. Haar vertrekpunt is de Decembermoorden met een nadere focus op de Binnenlandse oorlog.



[uit de Ware Tijd, 10/09/2013]

Sanne Landvreugd sloot de middag stemmig af met werk van Jobim. Foto @ Michiel van Kempen

vrijdag 30 augustus 2013

Literair Carifesta gebukt onder teleurstelling

Paramaribo - Hordes literatuurjunks uit het Caribisch Gebied hadden op de literaire activiteiten van Suriname tijdens Carifesta 2013 af moeten komen. Boeken hadden over de toonbank moeten vliegen. Masterclasses hadden veel enthousiast publiek moeten trekken. Hadden, want het kwam allemaal niet uit. Teleurstelling is dan ook de stempel die op Literair Carifesta drukt.

Aan de inzet om een groot succes te bewerkstelligen, lag het alles behalve. De uitwerking liet echter te wensen over. Dat bleek tijdens de evaluatie van Schrijversgroep '77 over het literaire gedeelte. Het programma was te vol, de activiteiten trokken weinig publiek en de organisatie begon te laat. Coördinator Jeffrey Quartier: "Eind juni hadden we de eerste officiële meeting met de coördinatoren. Toen moest iedereen beginnen te rennen. Je moet minimaal een jaar van tevoren beginnen. Je moet zoveel in een korte tijdspan klaren."


Drei Schrijversgroep-coryfeeën: v.l.n.r. Sylvana Dankerlui, Rappa (pratend), Jeffrey Quartier


Daar sluit coördinator bookfair Roy Veldbloem zich volledig bij aan. Hij ondervond het probleem aan den lijve toen hij de zaal voor de boekenbeurs inrichtte. "Ik kreeg op het laatste moment te horen dat ik zelf alle kramen in elkaar moest timmeren. Op 2 augustus begon ik." Dat betekende dagen van elf 's ochtends tot tien 's avonds werken om alles voor 16 augustus af te krijgen. "Ik moest 24 stands doen. Dat veranderde uiteindelijk in 38."

De organisatie van de optredens was een puinhoop


Slechte samenwerking
Het schortte volgens dichter Iwan Rink niet alleen aan de late organisatie. Ook de slechte samenwerking speelde mee. "Al met al mag ik niet klagen, want het was een eer om voor dit land op te treden. Maar men werkte langs elkaar heen. De promotie was niet om over naar huis te schrijven. Ik moest op een dag oefenen. Ik kwam en er was niemand aanwezig. Nu gaat iedereen vingerwijzen omdat het niet gelukt is, maar niemand heeft samengewerkt."

Ook positief
Toch was het festival niet alleen maar kommer en kwel. "Ik heb genoten", vertelt Nowilia Tawjoeram-Sabajo. Ze glundert bij de gedachte aan de verhalen die ze voordroeg, ondanks de lage opkomst. "Ik had me goed voorbereid." Tawjoeram-Sabajo hoopte op minimaal vijftig geïnteresseerden. Trek daar dertig van af en je komt uit op het daadwerkelijke aantal toeschouwers. Kleine kanttekening: de helft bestond uit deelnemers. "Het haperde aan publiciteit. Het had in de krant gemoeten. Op de radio en niet alleen op internet. Er waren ook veel te veel activiteiten tegelijk. Mensen wisten niet waar ze naartoe moesten gaan."

 
Sylvana Dankerlui in gesprek met Anna Huits. Foto © Irvin Ngariman)

Coördinator Sylvana Dankerlui vond het contact met de schrijvers en de nieuwe vriendschappen die werden gesloten een zeer positief punt. Haar advies aan de volgende coördinator in Haïti: "Neem vooral heel veel niet serieus. Dat klinkt raar. Maar er wordt veel geschopt en getrapt. Het is stressen en dan zeggen mensen dingen die niet nodig zijn."

[uit de Ware Tijd, 30/08/2013]
Iwan Rink en echtgenote


Gedicht van Iwan Rink


Goede middag ik ben in su,
heerlijk naast mijn vrouwtje op gestaan,
morgen met Gods wil en kracht op het plein.


[uit de bundel Facebook, 2013]

zondag 11 augustus 2013

Rappa als Master Writer op Carifesta

Rappa
Rappa is op voordracht van een commissie van de Henri Frans de Zielstichting uitgekozen om Suriname als Master Writer te vertegenwoordigen in het Carifesta Contingent van Suriname. De H. F. de Zielstichting is vooral bekend vanwege de H.F. de Ziel Cultuurprijs die zij jaarlijks in januari uitreikt aan een prominent persoon in het culturele (literaire) veld. Aan het Master Writers’ programma van Carifesta doet ook de bekende Caribische dichter Kendel Hippolyte van St. Lucia mee. Hij zal een sessie over dichtvormen verzorgen. Van Trinidad en Tobago komt Kim Johnson als Master Writer naar ons land. Hij is Senior Research Fellow en documentairemaker  bij de Academy for Arts, Letters & Public Affairs van de University of Trinidad & Tobago. Hij heeft een flink aantal publicaties over de historie en cultuur van het Caribisch gebied op zijn naam.

woensdag 7 augustus 2013

Rappa - Boeler

Litho van Ciel Phianmik
Waarschuwing: spreek dit woord niet hardop uit als u dit artikel leest, zeker niet als u tussen Surinamers staat, maakt niet uit of ze zwart, lichtzwart, grijs, bruin, bruingrijs, geel, rood (heb je ook) of blank zijn. Oké, als u ergens in Timboektoe staat en u twijfelt of een manspersoon van Surinaamse afkomst is, en het is op dat moment van levensbelang voor u om dat te weten, ja, toe maar, zegt dan duidelijk tegen hem: ‘Jo boeler!’ Zorg wel voor alle zekerheid een vluchtweg vrij te hebben. In het Woordenboek Surinaams-Nederlands (Donselaar, J. van, 1989) wordt dit woord uitgelegd als ’homoseksuele man’ en worden twee gebruiksmogelijkheden vermeld. Tevens haalt Van Donselaar de beroemde passage uit Bea Vianens klassieke boek Strafhok aan, waar de figuur Raymond wordt uitgescholden voor ‘boeler’, als men door heeft dat hij gay is. Hij kan deze schande niet aan en pleegt later zelfmoord met een ijsbreker. Het werkwoord dat bij bovenstaand woord hoort is, hoe kan ook anders, boelen, met als vervoegingen: boel, boelde, geboeld. Het woord is waarschijnlijk afkomstig van het oud-Nederlandse woord ‘boeleren’(Woordenboek Nederlandse Taal, 1902), hetgeen zoveel betekende als ‘buitenechtelijk seksueel verkeer hebben’. Aangezien het woord behalve als synoniem voor het veel vriendelijker klinkende ‘gay’, ook als scheldwoord wordt gebruikt, is het aan te raden voorzichtig te zijn met het gebruik hiervan. Iemand in het openbaar met dit woord uitschelden, leidt geheid tot heftige ruzie en kan zelfs tot een handgemeen leiden. Jaren geleden kwam er een nieuwe leerkracht, een vlotte jongeman, lesgeven op de middelbare school waar ik lesgaf. Ik kende zijn oudere broer goed, dus broertje en ik trokken al gauw met elkaar op en ik maakte hem wegwijs in de schoolcultuur. Ik merkte wel dat er gaandeweg opvallend veel giechelende meisjes naar ons keken als we in de pauze al babbelend op de gang liepen. Niet lang daarna nam een vrouwelijke collega me apart en zei: ‘Ik zie dat je goed kan opschieten met Raoul.’
‘Ja’, zei ik, ‘ik vind hem een intelligente jongeman en hij praat echt verstandelijk en vol humor.’
‘Ow, wat leuk’, zei ze, en toen boog zij zich naar me toe en zei fluisterend: ‘maar pas op, hij boelt; hij heeft het zelf aan een paar leerlingen gezegd.’ Er ging een lichte schok door me heen. Nu begreep ik die giecheltjes op de gang. Ik besloot, echt iets voor mij, wat olie op het vuur te gooien en zei even samenzweerderig terug: ‘Ik heb het ook gehoord. Maar ja, misschien heb ik na al die jaren ‘gevrouwd’ te hebben ook wel eens zin in een lekkere jongeman.’ Ik zal haar reactie nooit vergeten: ze sperde haar ogen wijd open en deinsde met een blik van opperst afgrijzen terug. En hoewel ik haar meteen zei dat het een grap was, heeft ze me vanaf die dag gemeden. Ik heb nooit begrepen waarom. Als het waar was wat ik had gezegd, zou ze toch niets van me te duchten hebben? En als het niet waar was, hoefde ze me toch niet te mijden als de pest?
Uit Gandalf 5

Laatst kwam ik dit woord weer tegen, nog wel op een frontpaginafoto in de krant. Vandalen hadden de eigenaar van een particuliere bus met de dood bedreigd door op het plastic aan de achterkant van een zitting met witte verf te kladden: ‘Als je komt rijen, chef, wo bos a ruit, boeler. Wo kier yoe, dagoe.’ Dat was niet mals; ‘chef’ is de aanspreektitel van een buschauffeur; een ruit bossen, wil zeggen de grote voor- of achterruit van de bus aan diggelen gooien. ‘Wo’ is een samentrekking van ‘wi e sa go’ oftewel ‘we zullen’ en ‘kier’ komt van ‘kiri’ en dat wil zeggen ‘doden, vermoorden’. En ‘dagoe’ is hond. Erbij dient vermeld te worden dat deze chauffeur nieuw op de desbetreffende buslijn was. Daags daarna werd de achterruit van de bus werkelijk kapot gegooid. Zover gaan we meestal niet. Schuilt er meer hierachter? Misschien een boel dingen.

Schrijver en columnist Rappa legt iedere maand de Surinaamse samenleving op de pijnbank in Parbode; deze column is van 1 augustus 2013



zaterdag 13 juli 2013

Interguyana Festival

Deborah Gobardhan
De derde editie van het Interguyana festival is inmiddels in volle gang. Gastland is Frans-Guyana, ook wel La Guyane genoemd. Suriname doet mee aan alle festival onderdelen: Literatuur, Craft, Culinair, Beeldende kunst, Podiumkunst en Fashion. Er zijn 45 artiesten en 5 officials afgereisd naar Cayenne. Voor Literatuur zijn Rappa en Deborah Gobardhan van S’77 meegereisd. Rappa neemt deel aan het symposium en Deborah is verantwoordelijk voor de boekenexpositie. De Surinaamse delegatie wordt dit jaar vertegenwoordigd door Hindoestaanse cultuurdragers.

Eartha Silos, artistiek leider van het festival, kiest per festival steeds voor een andere etnische cultuur. Zij meent dat op deze manier meer diepgang gebracht kan worden in de cultuuruitingen, dan wanneer we alle culturen presenteren. Het vorig jaar schitterde Suriname in Guyana met de Inheemse cultuur. Het festival is 11 juli begonnen en wordt 14 juli afgesloten met een diner op de residentie van de Président de Région Guyane, Dhr. Rudolfo Alexandre.

Carifesta: Literary Arts

Literary Arts is een belangrijk onderdeel in het Carifestagebeuren. De coördinatie ervan is in handen van Sylvana Dankerlui van Schrijversgroep ’77. Zij geeft leiding aan verschillende subcoördinatoren die verantwoordelijk zijn voor o.a. de bookfair, dagelijkse readings, presentaties over de mogelijkheden van de boekenindustrie in de verschillende Caribische landen, masterwriters, deelname van schrijvers aan talkshows. De activiteiten vinden plaats in de hal van de Kamer van Koophandel en zijn deel van de Grand Market, een van de meest succesvolle onderdelen van Carifesta. De coördinatie van Literatuur/Surinaams contingent is momenteel in handen van Jeffrey Quartier. Rappa is belast met de Daily Readings, Ismene Krishnadath zorgt voor het onderdeel bookbusiness en Roy Veldbloem gaat over de bookfair.

Carifesta begint op 16 augustus en duurt tot 25 augustus.


zondag 19 mei 2013

Biografie Claudetta Toney

Claudetta Toney
Op zondag 26 mei a.s. wordt de biografie Claudetta Toney, haar leven en werk gepresenteerd. Mevrouw Claudetta Toney is na een carrière in Nederland te hebben gemaakt, in 1994 teruggekeerd naar Suriname. In het tijdschrift Parbode werd zij geportretteerd als een belangrijke vrouw in de goudindustrie. Op het sociaal-cultureel vlak is zij bekend als de initiatiefneemster  en voorzitter van de Stichting Fiti Fu Wini, een organisatie die zich toelegt op de conservering en de ontwikkeling van Afro-Surinaamse verworvenheden.  De presentatie is voor genodigden op Sarafina te Boxel. Het twee uur durende programma omvat zang, voordracht, toespraken en discussie. Juliën Zaalman is een van de personen die een toespraak zal houden. Rappa zal de discussie leiden. De minister van Onderwijs en Volksontwikkeling zal aanwezig zijn om een presentexemplaar van het boek in ontvangst te nemen.

Na een serie boeken over winti maakt Juliën Zaalman een drastische omslag. Hij wil nu rolmodellen in de schijnwerpers plaatsen. Zijn laatste pennenvrucht handelt daarom over een zakenvrouw die in de goudindustrie een imperium heeft opgebouwd, maar daarnaast ook een rijk sociaal leven heeft.
De biografie Claudetta Toney - Haar leven en werk, beschrijft het leven van de eerste vrouw met een imperium van 70.000 hectare goudconcessie.

Houvast voor jongeren
In het 290 pagina's tellende boek belicht de auteur het markante figuur die hij vanuit zijn religieuze gedachte heeft gekozen. "Een doortastende persoonlijkheid, die weet wat ze wil en waar ze naar toe wil met haar gedachte", zegt Zaalman. Hij vindt dat Toney een goed voorbeeld voor jongeren en nakomelingen is. "Ze kunnen naar haar opkijken. Het is iemand die 'iets' betekent in het leven. In het bijzonder voor de Afro-Surinaamse gemeenschap", stelt de schrijver. Zaalman die zich vanaf zijn vijftiende bezighoudt met de wintileer, debuteerde in 2002 met zijn eerste boek August, een bonuman. Daarna volgden er nog vijf, die de auteur vanuit zijn filosofische gedachte en onderzoek heeft geschreven. Dat ging hem veel makkelijker af dan een biografie schrijven, dat vier jaren in beslag heeft genomen.
Surinamerivier. Foto Peter de Rijk

Verschil
Voor de vorige boeken had de schrijver genoeg informatie vastgelegd die hij vanuit zijn filosofie verder kon schrijven. "Bij dit boek moest ik alle verzamelde informatie vergelijken om de rode draad te ontdekken." Zaalman vindt Toney geen simpel mens. "Ze is iemand die heel diep nadenkt. Bij het bespreken van de zaken heb ik ook rekening moeten houden met hoe zij de dingen ziet en hoe anderen haar zien." Dat heeft de auteur zo duidelijk mogelijk in het boek proberen te verwerken. "Het is er af en toe hard aan toe gegaan, maar alle informatie die ik van haar wilde, heb ik gehad." Dit gebeurde niet alleen vanuit wat ze zelf vertelde, maar meer nog aan de hand van documentatie. "Het was enerverend, maar ik heb persoonlijk veel geleerd over de manier waarop mensen denken en voelen. We zijn tevreden met het eindresultaat", zegt Zaalman glimlachend.
Op het kaft van het boek, met goudgele achtergrond, prijkt het beeld van Claudetta Toney toen ze vijftig jaar werd. "Een markant punt van haar groeiperiode in de goudsector", weet Zaalman. Het boek wordt op 26 mei tijdens een speciale ceremonie bij Stichting Fiti Fu Wini gepresenteerd. De uitgever is Stichting Tata Kwasi Ku Tata Tinsensi en Sarafina zorgt voor de distributie naar alle boekhandels. De schrijver is van plan de serie wintiboeken met een zevende uitgave af te sluiten en daarna nog meer biografieën van bijzondere personen uit te geven.

donderdag 9 mei 2013

Dit land is een reservaat voor pechvogels

Rudie Kagie. Foto @ Suzanne van de Kerk

Rudie Kagie is in Suriname om zijn boek Bikkel, over een politieke moord van het Bouterse-regime, te promoten. Niet alles verloopt volgens plan. „Hier lopen voorbereidingen stelselmatig in de soep.”

door Rudie Kagie

Zaterdag 27 april
Het valt niet mee om in het vliegtuig met de laptop op schoot te werken, maar er staan me de komende week ongetwijfeld zwaardere beproevingen te wachten. Ik ben op weg om in Suriname mijn boek Bikkel. Het verhaal van de eerste politieke moord van het Bouterse-regime onder de aandacht te brengen. De Surinaamse schrijversgroep S77 die zich over de organisatie van de promotour ontfermt, heeft me per e-mail gewaarschuwd: „We zullen behoedzaam moeten opereren.” Het thema van mijn boek ligt gevoelig, ook al beschrijf ik een moord van drieëndertig jaar geleden. Slachtoffer was de in Nederland wonende Surinaamse oud-adjudant Fred Ormskerk (1923-1980), bijgenaamd Bikkel, die kort na de coup opdook in zijn geboorteland, zich curieus gedroeg en uiteindelijk aan een hardhandig verhoor in de kazerne bezweek.

Het boek gaat ook een beetje over mezelf. In het voorjaar van 1980 werkte ik als correspondent voor NRC Handelsblad in Paramaribo. Nadat ik bij het militair gezag naar het lot van Ormskerk had geïnformeerd, werd ik ’s nachts van mijn bed gelicht en onder aanvoering van juntalid Bouterse ruw verhoord over mijn bronnen. Er werd gevloekt, geschreeuwd en gescholden. Als ik iets over de zaak Ormskerk zou publiceren, wachtte mij de kogel. Enkele uren na mijn vrijlating zat ik in het vliegtuig. Tabé Suriname. In dit land viel voor een journalist niet meer te werken.
En nu ga ik terug om te vertellen dat de contracoup waar Ormskerk destijds van werd beticht nooit heeft bestaan. Ik zocht de zaak voor mijn boek tot op de bodem uit. De tragische eenling Ormskerk werd in zijn cel doodgeknuppeld door militairen die hij zelf had opgeleid. In ronkende verklaringen draaiden militairen de werkelijkheid om: door Ormskerk uit te schakelen, was zogenaamd een catastrofe verijdeld. Daarna escaleerde het geweld en stapelden de leugens zich op. Een tropische regenbui teistert de vliegtuigraampjes als het vliegtuig op Jopie Pengel Airport landt. Ik had een paraplu moeten meenemen.

Bevelhebber Yngwe Elstak decoreert Fred Ormskerk


Zondag
Guesthouse Amice bevindt zich pal om de hoek van de Memre Buku kazerne waar ik destijds werd vastgehouden. De zondag begint om half acht met een gezond rondje rennen door de uitgestorven Dr. Sophie Redmondstraat, waar bij bar dancing El Molina de laatste doorzakkers naar buiten waggelen. Terug op mijn kamer begin ik een belronde langs mensen die hadden beloofd de komende week van alles te organiseren. Het draait uit op een treurig feest der herkenning. In Suriname lopen voorbereidingen zo stelselmatig in de soep dat mooie plannetjes bijna per definitie mislukken. Eigenaar Frits Terborg van boekhandel Eftee ziet af van de geplande signeersessie. De ontmoetingen met mensenrechtenactivisten, met de schrijversvakschool, de journalistenvereniging en andere organisaties waar in e-mails sprake van was, staan in geen enkele agenda.
De openbare Bikkel-avond, later in de week, gaat in ieder geval door. Rappa, schrijversnaam van Robby Parabirsing, coördineert de bijeenkomst, maar hamerde in een e-mail op het belang van een terughoudend pr-beleid. „Vooral gezien het nog steeds controversiële onderwerp moet er geen opzichtig vlagvertoon plaatsvinden. Voorzichtigheid blijft geboden. Als er dertig mensen komen en vijftien kopen een boek, dan mogen we al blij zijn.” De angst voor de militante achterban van Bouta’s NDP zit diep.

Maandag
De laksheid van de schrijversgroep verbaast me. Ik besluit zelf de promotie maar ter hand te nemen en ga proberen of een van de zes commerciële televisiestations van Suriname de korte YouTube-trailer voor het boek wil uitzenden. Ik stap binnen bij Apintie TV, waar de jonge Javaanse achter de balie met toegeknepen oogjes naar het beeldscherm tuurt: ‘Bikkel moet dood! Het verhaal dat de regeringen van Nederland en Suriname liever niet lezen’. Ze moet dit even overleggen met haar baas. Aan het einde van de middag belt de chef van dienst: „Dit uitzenden is vragen om moeilijkheden.”

Leden van het Militair Gezag kort na de coup van 1980. Rechts Roy Horb, nasst hem Desi Bouterse.


Dinsdag
Toen vandaag precies drieëndertig jaar geleden Beatrix tot koningin werd gekroond, zat ik in Suriname. Op de dag waarop zoon Willem-Alexander haar opvolgt, zit ik er wéér. Bij dagblad De Ware Tijd geef ik de tekst van een advertentie door voor de Bikkel-avond. Andere media mail ik een persbericht. ’s Middags loop ik binnen bij televisiezender ABC om te vragen wat het kost om de reclamespot voor Bikkel uit te zenden. Directeur Henk Kamperveen wordt erbij gehaald. „Wij zijn niet gauw bang”, zegt hij. Tegen betaling van een paar tientjes zal ABC het spotje komende vrijdag ’s avonds zes keer uitzenden. Voorwaarde is dat de vijf seconden bewegend beeld van een jeugdige Bouterse eruit wordt geknipt. Rond borreltijd wacht de kroningsreceptie bij de Nederlandse ambassade, waar we onder aanvoering van de zaakgelastigde met applaus en driewerf hoera afscheid nemen van Hare Majesteit. Om half negen levert een taxi me af bij de studio van staatsomroep SRS waar Arlette Codfried me drie kwartier doorzaagt in haar literaire programma Skrifmanani. Ze heeft het boek niet gelezen, maar is complimenteus en lijkt oprecht geïnteresseerd in de mens achter de schrijver.

Woensdag
Vandaag viert Suriname Wrokoman Dei, de Dag van de Arbeid, met volstrekte passiviteit. ’s Middags voor het eerst de in Paramaribo wonende Ormskerk-dochter Annelies (60) ontmoet. Tot dusver spraken we elkaar alleen telefonisch en we mailden. Ze heeft het boek over haar vader sinds drie maanden in huis, maar durft het nog steeds niet in te zien. In de vooravond belt ABC-directeur Kamperveen om me voor de volgende ochtend uit te nodigen voor het goedbeluisterde radioprogramma Aktueel.

Donderdag
Het doorbladeren van De Ware Tijd zet een domper op het begin van de dag: mijn advertentie staat er niet in. Hoe weten mensen nu dat er vanavond een bijeenkomst voor mijn boek is? Dit land is een reservaat voor pechvogels. Ik moet straks langs bij de krant om het geld voor de niet geplaatste advertentie terug te vragen, maar eerst wijd ik voor de ABC-microfoon uit over het boek, waarbij ik kans zie om enkele keren terloops de Bikkel-avond aan te kondigen. Terug in het guesthouse lees ik de mededeling dat ik contact moet opnemen met Willy Albertga van Apintie. Een kordate dame, zo blijkt. Ze verwelkomt me met de woorden: „Zie zo, we gaan eerst een gesprekje van tien minuten met u opnemen voor ons tv-programma In de branding, dat vanmiddag om half zes wordt uitgezonden. Daarna gaan we de radiostudio in voor het interviewprogramma Niet zomaar een gesprek, een uur op vrijdagavond dat zondagochtend wordt herhaald.”

’s Avonds wacht de grootste verrassing: praathuis Tori Oso zit zo vol dat een deel van het publiek moet staan. Helaas is men vergeten een geluidsinstallatie te regelen, dus stemverheffing is onvermijdelijk. Ik heb me de afgelopen week geen moment bedreigd gevoeld, zeg ik. Gefeliciteerd, de democratie in Suriname is sterk genoeg ontwikkeld om de controversiële waarheid over de coup van Ormskerk aan te kunnen.

Rudie Kagie
Voordat Rudie Kagie (Den Haag, 1950) in 1992 toetrad tot de redactie van Vrij Nederland, waar hij nog steeds werkt, was hij ruim vijftien jaar freelance journalist voor onder meer NRC Handelsblad. Hij publiceerde dertig non-fictieboeken, waaronder Een gewezen wingewest; Suriname voor en na de staatsgreep (1980). Twee jaar geleden verscheen het ‘memoir’ Schuifkaas, waarin Kagie naar aanleiding van een reünie terugblikt op zijn verleden als voogdijpupil in kindertehuis Nieuw Voordorp. Zijn meest recente boek is Bikkel; De eerste politieke moord van het Bouterse-regime (2012). Kagie woont samen met de onderwijssociologe Uulkje de Jong.

Coup van Bouterse
Suriname kreeg in 1980 een militair regime na een coup onder leiding van Desi Bouterse. Na verkiezingen in 1987 kwamen de militairen in 1990 weer via een coup kort aan de macht. De moord op ‘Bikkel’ (zie Hollands Dagboek) is niet de enige door militairen onder leiding van Bouterse. Bij de Decembermoorden in 1982 werden 15 opposanten doodgeschoten. Ook anderen kwamen in de militaire periode onder verdachte omstandigheden om. Sinds 2010 is Bouterse de gekozen president van Suriname.


[uit NRC Handelsblad, zaterdag 4 mei 2013]

woensdag 1 mei 2013

Stefanie Sewotaroeno wint ‘Write Now!’ met gedichten

door Tom van Moll

Paramaribo - Stefanie Sewotaroeno heeft met haar zes gedichten de Surinaamse voorronde van ‘Write Now!’ gewonnen. De negentienjarige zal het op 24 juni in Rotterdam met nieuw werk moeten opnemen tegen tien andere finalisten uit Nederland en Vlaanderen. 'Write Now!' is de belangrijkste schrijfwedstrijd in het Nederlandse taalgebied voor jongeren tussen de vijftien en 24 jaar. De jury van de voorronde, bestaande uit Robby Parabirsing, Arlette Codfried en Jeffrey Quartier, roemde Sewotaroeno om haar goedverzorgde taalgebruik en presentatie, wat de gedichten erg publicabel maakt.

Robby Parabirsing reikt de prijs uit aan Stefanie Sewontaroeno

Weinig perfectionistisch
De tweede plaats werd gegund aan Deborah Niklaus. Voor de tweede achtereenvolgende keer ging de derde prijs naar Karin Keesmaat. Hoewel het niveau hoger lag dan vorig jaar, ontbrak het de zestien inzendingen volgens de jury vooral aan afwerking. Dat bevestigt schrijfster Ismene Krisnadath, die voorafgaand aan de uitreiking een workshop gaf aan de deelnemers. "Er is wel potentie, maar de deelnemers zijn in het algemeen te weinig perfectionistisch." Ze heeft ze daarom handvatten aangereikt om hun werk beter te kunnen bijschaven.

De winnaars v.l.n.r. Karin Keesmaat, Deborah Niklaus, Stefanie Sewotaroeno


Hoewel het werk van Sewotaroeno juist gewaardeerd werd om de verzorging, kan ze die opmerking wel plaatsen. "Het komt vaak vanzelf en dan schrijf ik het op. Ik heb deze gedichten een paar dagen van tevoren geschreven, want ik had het druk met school. Een vaste stijl of thematiek heb ik nog niet."
Toch scoorde Sewontaroeno ook op het criterium ambitie aardig, volgens juryvoorzitter Parabirsing. "Ze pakt grote thema's aan, zoals nationalisme en wraak. Ze weet daarbij vanuit zichzelf te schrijven en toch afstand te houden." Krisnadath: "Het is belangrijk dat een schrijver zich durft bloot te geven." Zelf deed ze dat door tijdens de workshop een verhaal van haar hand te laten beoordelen door de deelnemers.

Stefanie Sewotaroeno (midden, met rode pet).


Gegroeid
De winnaar van 2012, Zerachiël van Mark, vindt dat hij het afgelopen jaar is gegroeid als schrijver. "Ik ben niet meer gaan schrijven en dit verhaal is niet zozeer beter, maar ik durf nu meer naar buiten te treden. Het vorige verhaal ging over eenzaamheid en dit gaat over acceptatie. Ja, dat zegt wel wat over mezelf." Hij eindigde als vierde.
De avond werd gepresenteerd door Andy Plak en werd opgeluisterd met muziek van zangeres Dominique Ravenberg, die op de piano werd begeleid door Mariëlle Te Vrede. Spoken word-artist Anouska Blanca liet zich door twee inzendingen inspireren tot een gedicht, dat ze voordroeg.

[naar de Ware Tijd, 29/04/2013]


maandag 29 april 2013

De Surinaamse bibliotheken in beeld (4 en slot)

Onderstaand artikel is een gedeelte uit een dossier over Surinaamse bibliotheken dat verscheen in Bibliotheekblad, het vakblad van Nederlandse bibliotheken. Vandaag uitgelicht: de bibliotheek van het Surinaams Museum, Rappa´s bibliotheek en Stichting Bukutori (deel IV).

door Kirsten Dorrestijn

Bibliotheek van het Surinaams Museum: gesloten historisch collectie


Het Surinaams Museum is gevestigd in Fort Zeelandia, dat staat op de plek aan de Surinamerivier waar de eerste kolonisten voet aan wal zetten. De bibliotheek van het museum is gehuisvest in de Commewijnestraat in de wijk Zorg en Hoop. De bibliotheek is voortgekomen uit de Koloniale Bibliotheek.

Plantagearchieven
‘Wij hebben veel antiquarisch materiaal dat verder nergens te vinden is’, vertelt Laddy van Putten, directeur van het museum. ‘Het gaat om zeventiende eeuwse stukken, handschriften en plantagearchieven, onder andere die van de plantage Mariënburg. Ook hebben we bijvoorbeeld de eerste druk van John Gabriël Stedman in kleur.’ In totaal zijn er 35.000 titels in bezit.

De bibliotheek wordt onderhouden door één kracht met een vakgerichte mbo-opleiding. ‘Jarenlang hadden we goed opgeleide medewerkers, maar de laatste daarvan is een paar jaar geleden overleden. De huidige medewerker is door haar ingewerkt.’ Bij de bibliotheek van het Surinaams Museum worden geen stukken uitgeleend, er is alleen ruimte voor inzage. Wetenschappers en studenten hebben vooral belangstelling voor geschiedkundige werken over Suriname. Zo’n drie tot vier bezoekers per week melden zich. ‘Voorheen zat het hier vaak vol, maar tegenwoordig vinden mensen veel op internet.’


Kaarten en prenten
Sommige stukken zijn zo kwetsbaar dat ze ook niet mogen worden ingezien, bijvoorbeeld scheepsjournalen uit de achttiende eeuw. De documenten worden in een geklimatiseerde ruimte en de historische stukken in gesloten kasten bewaard. ‘We hebben ook een schitterende collectie oude kaarten en prenten, voor een groot deel geschonken door de culturele stichting Sticusa, maar die is vanwege de kwetsbaarheid niet toegankelijk. Deze collectie is wel goed ontsloten in de publicatie Schakels met het verleden.’ Ten slotte heeft de bibliotheek de grootste collectie Surinaamse almanakken in bezit.

De Stichting Surinaams Museum krijgt subsidie van de overheid, maar budget om de collectie te ontsluiten en aan te vullen is er nauwelijks. ‘Was het maar waar. Dan hadden we ook volwaardige krachten hier. Het meeste geld gaat naar het onderhoud van Fort Zeelandia en beide woningen die het museum beheert. Dat zijn monumentale panden.’

Rappa´s Bibliotheek: boeken voor de lijst


Rappa
Robby Parabirsing, ook wel bekend als Rappa, is voormalig docent Nederlands en een populair schrijver in Suriname. Sinds 1983 heeft hij een bibliotheek aan huis. Iedere doordeweekse avond stelt hij tussen 17.30 en 20.00 zijn collectie open voor publiek. Het zijn vooral middelbare scholieren die er komen, want de boeken die Rappa heeft, zijn in de schoolbibliotheken vaak óf niet te vinden óf uitgeleend. Het gaat om boeken die de leerlingen voor hun lijst moeten lezen.

Tegen alle wanden staan boekenkasten met kinderboeken, strips, Nederlandstalige en Engelse romans. Twee kasten zijn gevuld met gekopieerde boeken waarbij op de rug in vrolijke kleuren de titels zijn geschreven. ‘Dat zijn back-ups voor als de originele exemplaren zijn uitgeleend’, vertelt Parabirsing. Hij wijst naar de boekenkasten met originelen: ‘Die hoek was ooit twee maal zo groot. Het krimpt. Soms komen leerlingen hun boeken niet terugbrengen.’

De stille kracht
Elke keer als Parabirsing in Nederland is, koopt hij bij de Slegte titels op die Surinaamse leerlingen voor hun lijst moeten lezen. ‘De literatuurlijsten worden hier nauwelijks aangevuld met nieuwe titels. Maar de oude romans zijn uit de roulering geraakt.’ Veel Surinaamse docenten willen dat leerlingen boeken lezen die zij zélf moesten lezen toen ze op de opleiding zaten. ‘Denk aan klassiekers als De vrijheid gaat in het rood gekleed van Theun de Vries. Dat boek verscheen in 1946! Of denk aan De stille kracht van Couperus of De opstand van Guadalajara van Slauerhoff.’ In de Slegte slaat Parabirsing voor 100 euro boeken in en stuurt die op naar Suriname. Vervolgens kopieert hij ze, zodat hij niet met een probleem zit als een exemplaar wegraakt.



Gebrek aan begeleiding
Het verschilt per docent welke boeken de leerlingen voor hun lijst mogen lezen. ‘Een gebrek aan goede begeleiding en uniforme lijsten van toegestane boeken is hier echt een probleem’, verzekert Parabirsing. ‘De ene leerkracht keurt boeken af die bij een collega wel mogen.’ Maar het grootste probleem is volgens Parabirsing nog de beschikbaarheid van boeken op scholen. ‘Jeugdromans over relatieproblemen, conflicten met ouders, zelfmoord, discriminatie. Boeken van Anke de Vries, Thea Beckman en Carry Slee verslinden de leerlingen, maar die zie je, evenmin als leuke Surinaamse jeugdboeken, weinig terug op de lijsten.’

Donald Ducks lenen
De drukte in Rappa’s Bibliotheek slaat meestal toe in maart en april, vlak voor de eindexamens. ‘Dan staat de straat vol met auto’s. De Onderwijsbibliotheek en de schoolbibliotheek kunnen de vraag vaak niet aan en zeggen: “Ga maar naar Rappa”. Leerlingen komen helemaal uit Lelydorp, Saramacca en Commewijne.’

Bijna dertig jaar geleden startte Parabirsing zijn bibliotheek. ‘Het begon alleen met strips. Vrienden kwamen Suske en Wiskes en Donald Ducks lenen. Een vriend zei op een gegeven moment: “Als je nou 5 cent vraagt voor elk boek dat je uitleent, kun je daarvan nieuwe boeken kopen.”’ Maar op een gegeven moment raakte Parabirsing romans kwijt en besloot hij schaarse exemplaren in het vervolg te kopiëren.

Te dik papier
Het kopiëren van de boeken besteedt Parabirsing uit. Hulp uit Nederland in de vorm van schenking van boeken is welkom, maar is soms problematisch. ‘Veel van de afgeschreven bibliotheekboeken staan hier niet op de lijst. Ze zijn te dik of niet op het juiste niveau. Je moet precies weten welke boeken op de literatuurlijsten staan om gericht te kunnen inslaan. Ook heeft iemand me een keer een lading papier gestuurd, maar dat bleek te dik voor de kopieermachine.’

Bukutori bibliotheek: giften van Nederlandse antiquariaten en bibliotheken




In 2004 stichtte voordrachtskunstenaar Guillaume Pool zijn eigen bibliotheek in Suriname. Pool woont de helft van het jaar in Nederland en de andere helft in Suriname. Al tientallen jaren stuurt hij boeken naar zijn geboorteland om iets te doen aan het grote boekentekort. Op een gegeven moment verloor hij het zicht op zijn zendingen en besloot hij zelf een bibliotheek op te richten. Twee vrijwilligers zorgen dat de Bukutori bibliotheek het hele jaar open is.

‘Bukutori’ betekent ‘boekverhaal’ in het Sranantongo. De bibliotheek is gevestigd in de wijk Zorg en Hoop en telt 5000 boeken. In het gebouw op het terrein van een kinderweeshuis staan drie rijen boekenkasten met kinderboeken, dichtbundels, sprookjes, boeken over schrijven, studieboeken en Surinamica.

Tot de nok
Pool verzamelt in zijn woonplaats Groningen (Nederland) bij antiquariaten en bibliotheken afgeschreven boeken die hij vervolgens per zeepost naar Suriname stuurt. Op dit moment is hij hard op zoek naar nieuwe huisvesting voor de bibliotheek, want de ruimte is tot de nok toe vol. ‘Ik heb een stukje grond aangevraagd maar wacht nog op toewijzing van de overheid. Voor de bouw heb ik alle middelen al toegezegd gekregen. Als de nieuwe bibliotheek er eenmaal staat, zal ik in Nederland langs het CB en uitgeverijen gaan om de collectie te verversen. Ook zullen we dan weer lees- en vertelactiviteiten organiseren zoals we voorheen ook deden.’ Het plan is om de Bukutori bibliotheek dan zes dagen per week open te hebben, terwijl de bibliotheek nu drie halve dagen per week open is.

Vlooienmarkt
De Bukutori-bibliotheek heeft 65 volwassen leden en 75 kinderen. ‘We krijgen niet alleen kinderen uit de buurt, maar uit alle buurten van Paramaribo’, vertelt vrijwilliger Esmee Loswijk die docent Nederlands is aan de Lerarenopleiding. ‘Ze weten van het bestaan van de bibliotheek via mij, via meneer Pool of via de leden die het doorvertellen.’

Boeken die niet vaak uitgeleend worden, verkopen de medewerkers op de zondagse vlooienmarkt op de Tourtonnelaan. ‘Dat doen we pas sinds een paar weken en dat loopt wel aardig. Vooral de kinderboeken zijn in trek’, vertelt Loswijk.

zondag 28 april 2013

Stefanie Sewotaroeno door naar Write Now-finale Rotterdam


De 19-jarige Stefanie Sewotaroeno, leerlinge van de AMS, is winnares geworden van Write Now! Suriname. Zij heeft zich met haar inzending van gedichten geplaatst voor de grote finale van Write Now!. Daarnaast won ze voor euro 250 aan boekenbonnen. Nu moet Stefanie weer aan de slag voor haar inzending voor de finale. 

Stefanie hoopt in juni af te reizen naar Nederland om daar met de andere finalisten een weekend door te brengen, met als hoogtepunt de bekendmaking van de grote winnaar van Write Now! 2013 op 23 juni in Rotterdam.
Van alle Surinaamse inzendingen vonden juryleden Robby Parabirsing, Arlette Codfried en Jeffery Quartier de gedichten van Stefanie het beste. De bekendmaking vond op feestelijke wijze plaats in Theater Unique.

De tweede prijs werd gewonnen door Deborah Niklaus met een prachtig verhaal over een watra mama die steelt. De derde prijs was voor Karin Keesmaat met haar verhaal Het uur van de gelogen dood. De jury vond ook de inzendingen van Zerachiel van Mark, Emanuel Era Sanvisi en Rose-Marie Maitre goed genoeg om apart te vermelden. De avond werd opgeluisterd door zang en voordracht. Voorafgaand aan de prijsuitreiking volgden de deelnemers een workshop van Ismene Krishnadath.

Write Now! 2013 begint met 11 voorronden; 1 in Suriname, 7 in Nederland en 3 in Vlaanderen. Elke voorronde heeft een prijsuitreiking waar een vakjury bepaalt wie zich plaatst voor de grote finale op 23 juni 2013 in Rotterdam. De hoofdprijs van Write Now! 2013 bestaat uit een MacBook ter waarde van euro 1.500.

[uit Starnieuws, 28 april 2013]

zondag 21 april 2013

Feestelijke uitslag Write Now! Suriname

Op 26 april 2013 is de uitslag van Write Now! Suriname. Write Now! is een schrijfwedstrijd voor jongeren in het Nederlandstalig gebied. Sinds vorig jaar doet Suriname mee.  Toen won Reza Madhar de eerste prijs. De winnaar van Write Now! Suriname doet, net als de andere regio winnaars, mee met de finaleronde. De regio-winnaar van Suriname gaat ook naar de feestelijke einduitslag in Nederland. De inzendingen van de regio-winnaars worden gepubliceerd in een boek. Winnaars van Write Now! wordt wijsgemaakt dat ze een goede kans maken om door te breken bij uitgevers. De uitslag in Suriname is open voor het publiek en heeft een feestelijk tintje met verschillende muzikale optredens en voordrachten. Ook krijgen de genomineerden een workshop aangeboden. Meer info bij de coordinator van Write Now! Suriname, Robby Parabirsing (Rappa): litap@cq-link.sr of 464725

dinsdag 19 maart 2013

‘Nette’ inzendingen bij deelname Write Now! contest

door Merredith Bruce

Paramaribo - Personen die zullen deelnemen aan het Write Now! schrijfcontest moeten erop letten dat hun inzendingen geheel verzorgd worden ingeleverd. Hierop legt Robby Parabirsing, contactpersoon vanuit de Schrijversgroep '77, de nadruk.
...afgezaagde dingen...

'Rappa', pseudoniem van Parabirsing, geeft de deelnemers als advies mee om desnoods een deskundige te vragen de inzendingen op taalfouten te screenen.
"Al die kleine gekke dingen kunnen maken dat je niet in de prijzen valt", merkt Rappa op. Volgens hem moeten personen die op de een of andere manier helpen  taalfouten te corrigeren, als een coach beschouwd worden. "Men denkt vaak individualistisch, ja ik doe mee dus ik doe alles, nee..dat is het niet. Het is heel belangrijk dat je jouw stuk goed verzorgd indient."
Hiernaast vraagt Rappa deelnemers ook om ervoor te zorgen dat de ingediende stukken origineel zijn. "Kom met iets aparts en creatiefs. Niet met die afgezaagde dingen". Rappa doet deze opmerkingen als gevolg van gebeurtenissen bij het contest van vorig jaar, waarbij deelnemers onverzorgde stukken inzonden.

Write Now! Is een grote schrijfwedstrijd in de regio Rotterdam, waaraan aanvankelijk Nederland en Vlaanderen meededen. Vorig jaar sloot Suriname zich aan als derde participant. Jongeren tussen de 15 en 24 jaar kunnen hieraan meedoen. Inschrijven kan tot en met 1 april.

[uit de Ware Tijd, 19/03/2013]

Klik hier voor een eerder bericht over Write Now.

zaterdag 2 maart 2013

Ook dáár zijn de dichters gebleven!



door René Marcellino

Ik volg al enkele maanden regelmatig (en met gepast plezier, moet ik zeggen) de publicaties op de website van de Schrijversgroep ’77. Onlangs las ik de tekst van de ‘Lezing van Rappa (Robby Parabirsing) over hedendaagse dichters in Suriname’ (klik hier) en deze trok meteen mijn meer dan gewone aandacht. In de betreffende lezing neemt Rappa als uitgangspunt de vraag die Gianni Wip in zijn gelijknamig gedicht stelt: ‘Waar zijn de dichters gebleven?’ En, om maar gelijk met de deur in huis te vallen–– nou, bijvoorbeeld óók in Frans-Guyana! Ook dáár zijn de dichters gebleven!


‘Wel, das heel fijn...’, hoor ik u al zeggen en ‘... nog bedankt voor de informatie!’, maar uiteraard gaat het mij dáár niet werkelijk om. Wat mij vooral aan het denken zette, was een aantal lastige vragen die spontaan kwamen bovendrijven. Mag of moet ik ook mijzelf rekenen tot een exponent van de Surinaamse dichtersgemeenschap? Is wat ik schrijf Surinaamse dichtkunst? Is het überhaupt dichtkunst? En als ik al een Surinaamse dichter ben, dan toch zeker niet een ‘hedendaagse dichter in Suriname’, zoals de lezing van Rappa op de website gepresenteerd wordt. Want tenslotte woon ik in Frans-Guyana!

Wellicht is mijn laatste opmerking een beetje flauw, maar soms moet men wat extra peper en zout toevoegen om de tongen los te krijgen. En overigens werd ‘t mij tijdens het lezen van Rappa’s voordracht al gauw duidelijk, dat de soep zeker niet zo heet gegeten wordt als ze met de gegeven titel lijkt te zijn opgediend. Het tegendeel zou immers betekend hebben dat (bijvoorbeeld) de dichter Shrinivási, die nu op Curaçao woont meen ik, niet zou zijn meegenomen in de lezing.

Maar goed, ik heb getracht zelf tot antwoorden te komen. Vooreerst heb ik de verschillende vragen naar de voor mij centrale kwestie teruggebracht: ben ik een Surinaamse dichter? Want als dat bevestigend wordt beantwoord, dan behoor ik automatisch tot de Surinaamse dichtersgemeenschap en is wat ik schrijf–– Surinaamse dichtkunst. Ja, toch? Nu zou men uiteraard kunnen betogen dat men niet speciaal Surinamer dient te zijn (maar bijvoorbeeld best ook Fransman) om Surinaamse dichtkunst te schrijven of dat net zo goed een Nederlander tot de Surinaamse dichtersgemeenschap kan behoren of alles juist precies andersom. Maar ook dáár gaat het mij niet om!

Waar het mij wel om gaat is of ik een Surinaamse dichter ben en dat, in de vanzelfsprekende, alledaagse, door een ieder begrepen, gevoelsmatige en onnodig nader uit te leggen betekenis. Om tot een antwoord te komen zal ik vooreerst mijn vraag opsplitsen in de twee deelvragen die haar vormen, te weten: ben ik Surinamer en ben ik dichter?

Commewijnerivier. Foto Edward Troon

Om met het laatste te beginnen. Over de dichtkunst, poëzie, zijn er vele dikke boeken geschreven en het is niet mijn bedoeling dat nog eens dunnetjes over te gaan doen. Ook is het helder dat de discussie over deze, laten we simpelweg zeggen–– taalvorm, nog lang niet bevredigend is afgesloten (als dat überhaupt al mogelijk zal blijken te zijn). Ik geef u daarom maar mijn eigen definitie en voorlopig zullen u en ik, in ieder geval in het kader van mijn betoog, het daarmee moeten doen. Nu dan, de dichtkunst is ‘talige, vorminhoudelijke beeldspraak die zowel alledaags als formeel gebruik van linguïstische uitingen naar een “intuïtief niveau” transcendeert.’ Wat dan verder precies het oogmerk van de dichtkunst is, laat ik maar gemakshalve achterwege, want er zijn geloof ik evenveel doelen en bedoelingen als er dichters zijn.

U zult ondertussen al aangevoeld hebben, dat ik ook mijn eigen (dicht)werk onder deze persoonlijke definitie schaar en mijzelf daarmee eigenmachtig als dichter bestempel. En bovendien, tegenwoordig is het de mode om zichzelf nogal gemakkelijk en overdadig, terecht al dan niet onterecht, van titels te voorzien, dus waarom ook niet ik? Maar of anderen het met mij eens zijn en mij niet slechts als versjes-en-rijmpjes-bakker inschalen, valt natuurlijk nog te bezien.

Seiseralm, Zuid-Tirol, Oostenrijk

Mijn “graad” van Surinaamsheid is een geheel andere zaak, en net als voor hen die met mij in hetzelfde schuitje zitten, al te lang een tot vervelends toe terugkerende gemoedsbelasting. Volgens de Surinaamse overheid ben ik van Surinaamse origine–– dat heet, ik ben geboren uit ‘ten minste één ouder die zelf in Suriname geboren is.’ Nochtans zag ik zelf in Oostenrijk het licht en bezit ik de Nederlandse nationaliteit–– zo gezien ben ik dus officieel Nederlander en geen Surinamer.

Nu woonde ik van juli 1972 tot eind december 1982 (vanaf mijn 4e tot en met mijn 14e levensjaar) in Suriname. Ik groeide op in een achtereenvolgens koloniaal, postkoloniaal en dictatoriaal land. Een land, dat in mijn (toen nog onschuldige) kinderogen in nauwelijks tien jaar tijd van ‘vanzelfsprekend paradijs’ tot ‘onbegrepen hel’ werd “omgekolonialiseerd”. Dat proces heeft op zijn zachtst gezegd, “diepe indruk” op mij gemaakt en is tot op heden een slecht geheelde wond. Maar hoe het ook zij, het feit is dat ik daardoor en niet te vergeten, ook vanwege familiebanden, een (be)nauw(end)e relatie met Suriname heb.

Regenwoud, Guyane. Foto Internaute

Maar voel ik mij Surinamer? Is dat misschien de betere vraag? Ik weet het niet. In mijn “Nederlandse jaren” had ik daar geen twijfels over (daar zorgde de Nederlandse maatschappij wel voor), maar tegenwoordig in Suriname zelf, voel ik dat niet meer (daar zorgen Suriname en ikzelf wel voor). Maar ik beschouw mijzelf ook zeker geen Nederlander (ook dáár zorgde Nederland voor). Ook ben ik geen “Wereldburger”, daar is de wereld lijkt mij veels te groot voor, maar in de afgelopen jaren ben ik me wel steeds meer mens gaan voelen. En hoewel mijn “Heimat-pingpong” mij tegenwoordig niet meer tot in de kern raakt, blijft het ergens toch nog wel kriebelen. Niettemin heb ik besloten het maar aan anderen over te laten om definitief uitkomst te bieden. Immers, wat maar lang genoeg door velen herhaald wordt, wordt als vanzelf “de Waarheid”! Zo is het toch?

U ziet, zo eenvoudig is het allemaal niet. Surinamer? Dichter? Surinaamse dichter? Nederlandse Surinamer of Surinaamse Nederlander? De tijd zal het leren! En bovendien doet zich in deze een interessant fenomeen voor: wordt ik namelijk nog eens tot “groot dichter” gerekend (je weet ‘t maar nooit), dan zal ik ongetwijfeld door Oostenrijk als Oostenrijker, door Nederland als Nederlander en door Suriname als Surinamer worden opgeëist. En wie dan het hardst schreeuwt, is waarschijnlijk spekkoper!

Foto Jeffry Surianto

Toch zal mijn eventuele “promotie” tot Surinaams, Oostenrijks of Nederlands staatsdichter nog danig worden gehinderd door de taal waarin ik doorgaans schrijf. Het Engels is namelijk in geen van genoemde landen een officiële- of voertaal. U moet zich daarbij zoiets voorstellen als een Chinees die enkel in het Duits publiceert–– nogal lastig om deze in China als Chinese dichter toe te eigenen, ziet u niet? Nu schrijf ik niet in het Engels om internationaal “door te breken” of om te integreren in de CARICOM, maar simpelweg omdat ik met het Engels de meest geëigende taal gevonden heb om mij in uit te drukken. Ik houd van het Engels, ik vind haar niet alleen fraai klinken, maar ik vind haar ook buitengewoon krachtig in het kort en bondig kunnen neerzetten van feiten, ideeën en emoties.

Maar misschien heeft mijn voorkeur inderdaad ook te maken met het feit dat ik het Nederlands niet als een “emotionele taal” ervaar, zoals Ismene Krishnadath in haar publicatie ‘Het literair bedrijf in Suriname, beperkingen en mogelijkheden’ aangeeft. Ik moet toegeven dat mijn overwegend negatieve ervaringen met Nederland en het “Nederlandse systeem”, een bij mij ingebakken afkeer hebben gecreëerd van het gebruik van het Nederlands als emotie-beschrijvende-taal. In mijn infantiel onbewuste beleving is het waarschijnlijk de “taal van de onderdrukker”–– of zoiets dergelijks.

Lady Europa

Maar voorlopig genoeg over mijn eventueel dichterschap en mijn “mate van Surinaamsheid”. Het is tijd om wat te zeggen over de Surinaamse dichter en de Surinaamse dichtkunst in het algemeen. In zijn lezing geeft Rappa namelijk aan, dat Gianni Wip vindt dat ‘de Surinaamse poëzie teveel wordt gebruikt als een hamer om mee te slaan’ en ook, dat Gianni probeert ‘niet tegen, maar vóór iets te zijn.’ Nu is er geloof ik in elk land meer dan genoeg om tegen aan te schoppen en Suriname vormt daarop geen uitzondering. Bovendien heeft Suriname toch echt wel de nodige extra’s in huis om wat grondiger “op te hameren”. Er is helemaal niets mis met “vooruit kijken”, maar de jongere generatie (dichters) kan zich niet zondermeer “losbabbelen” van wat nou eenmaal “harde gegevens” in de Surinaamse maatschappij zijn. Feiten ridiculiseren, negeren of verdringen brengt uiteindelijk enkel schizofrenie voort en daar is niemand en geen enkel land mee gediend. Dat echter de gevestigde orde ook de jongere generatie moet proberen te begrijpen én steunen, is, lijkt mij, net zo normaal als een ouder die zijn kind helpt opgroeien. Het valt niet te loochenen dat we in Suriname een nieuwe generatie dienen te onderkennen, eentje die zich wil los(k)weken van “de knellende banden van het verleden”, die zich zelfstandig wil ontplooien, die “iets nieuws, iets anders wil bereiken” en die simpelweg–– gelukkig wil zijn. Trouwens, net zoals wij, de “ouderen”, dat óók willen zijn.

In “Surinaams (post)koloniaal geschiedkundig licht” gezien, is het niet vreemd dat poëzie vaak als “hamer” gebruikt wordt. Dat het dan soms meer op proza dan op poëzie lijkt (zie ook sommige kritiek op het werk van Alphons Levens), is in feite niet meer dan logisch. Ik heb daar persoonlijk geen moeite mee (er bestaat immers ook proza met een poëtisch karakter), zolang er maar sprake is van “dichterlijke kwaliteit” (wat dat dan ook moge zijn). Overigens is prozaïsche poëzie een wereldwijde trend in de dichtkunst (die haar vind ik niet ontkracht of verdringt, maar juist verrijkt) en zelf noem ik haar maar gekscherend–– “protest poëzie” of proëzie. Ik maak mij daar trouwens ook zelf wel “schuldig” aan (en vandaar dat ik haar waarschijnlijk ook fervent verdedig).


Misschien menen we met proëzie veiliger onze kritiek te kunnen uiten, vooral in of over samenlevingen waarin niet alleen de suiker, maar soms ook kritiek duur betaald wordt. Dat betekent niet dat we daarmee ‘de grote menselijke emoties’ uit de weg gaan of ‘onvoldoende plek’ geven, zoals Karin Lachmising volgens Rappa’s lezing meent. Integendeel, thema’s als zelfbeschikking, zelfrealisatie en vrijheid, zijn vaak juist rauwer ingebed (via het concreet uitdrukking geven aan en overwinnen van reële angst, ongelijkheid en onderdrukking) in de dagelijkse levensrealiteit. En niet zoals zo vaak in hoog- en doorontwikkelde landen, nog slechts aanwezig als gesublimeerde geraamten van verroeste idealen. Nochtans is het, wanneer het om de verwerking van trauma’s gaat niet ‘... eerst het losworstelen van die knellende banden en dan het naar binnen kijken’, maar mijns inziens juist andersom: éérst naar binnen kijken en dáár zien wat er nog precies los-te-worstelen valt. Dit zeg ik niet slechts om vervelend te doen, maar vanwege het feit dat innerlijke (psychologische) problematiek te vaak onterecht geëxternaliseerd wordt–– het zondeboksyndroom, met alle nare gevolgen van dien.

Ik onderken dat we tegenwoordig in een wereld leven waar concepten als zelfbeschikking, zelfontplooiing en individualiteit hoog staan aangeschreven en soms zelfs als ultieme ideaal gepredikt worden. Het zijn mondiale concepten die doorsijpelen in alle (sociale) lagen van nationale bevolkingen en ze worden gaandeweg tot dé allesbepalende levens- en motivatiefactor. We zien dit proces weerspiegeld in zowel aard als vorm van producten en diensten, film, muziek en theater, beeldende kunst, proza en ook –– poëzie. Het echec van de “grote solidariteitsidealen” zoals wereldvrede, wereldwijde vooruitgang en welvaart, gelijkheid en broederschap, rechtvaardigheid, rechtschapenheid en gerechtigheid en dus in de breedste zin–– het echec van onze (beoogde) humaniteit, is daar natuurlijk grotendeels debet aan.

Ik meen echter op te merken, dat de “jongere generatie” (pakweg de groep tussen de 15 en 40 jaar, wereldwijd en niet alleen in Suriname) zich op haar beurt versterkt dreigt schuldig te maken aan apathie en lethargie, egoïsme en egocentrisme, populisme en opportunisme, uit de klauwen groeiend materialisme en angstaanjagende natuur- en (leef)milieuverkwanseling. Ik bespeur een soort van “extraverte introversie”, vergezeld gaand van het haast openlijk gepredikte motto: ‘Ikke, Nike, pakke, pikke en de rest kan stikke!’ Ik geef toe dat veel hiervan simpelweg is afgekeken van “ons ouderen”, maar eindverantwoordelijkheid afschuiven op voorgangers en zelf op oude voet doorgaan (weliswaar in een nieuw zelfontplooiingsjasje gestoken), is niet alleen ridicuul, maar vooral bedroevend. Het betekent namelijk dat de gehele mensheid niet(s) leert van haar fouten. En weliswaar zijn er steeds vaker kritische geluiden te bespeuren, in het bijzonder in geïndustrialiseerde, postmoderne samenlevingen, maar ik heb helaas het gevoel gekregen dat het er te weinig zijn of op z’n best gezien, dat zij pas om vijf-voor-twaalf hun stem laten horen. Of ik daarmee dan ook “de hoop” heb opgegeven is een andere kwestie.

Îles du Salut, Guyane; Foto France-outre

In elk geval roep ik onze jonge Surinaamse dichters (en eigenlijk alle jonge Surinamers) op tot evenwichtigheid. Want als de huidige wereld al ergens behoefte aan heeft, dan is dat aan evenwichtige mensen–– aan extremen hebben we immers onze handen (en buik) al meer dan vol. Wil men dan liever niet achteruit kijken, dan toch op zijn minst rondom ons heen en de jonge dichter mag daarom de dichtershand best ook in de boezem van de eigen generatie steken. Ik vind overigens, dat Gianni Wip (al dan niet bewust) daar zelf al een voorbeeld van geeft met zijn gedicht ‘Waar zijn de dichters gebleven?’ Of men dat nou ‘dingens uit dingens trekken’ of ‘een hamer om mee te slaan’ noemt, lijkt me meer een geval van een andere invalshoek kiezen dan een werkelijk substantieel verschil.

En ten slot. Inderdaad. Waar zijn dan de dichters gebleven? Over het eventueel gemis aan een nieuwe generatie kan ik niet veel zeggen; ik weet te weinig van de huidige jeugd van Suriname en de factoren die haar ontwikkeling bepalen. Ik ben daar denk ik te lang voor weggeweest en ik laat daarom een gepast antwoord graag over aan de jonge dichters zelf. Maar over de oudere generatie kan ik wel wat roepen: sommigen zijn (soms tegen wil en dank) in Suriname gebleven en anderen zijn (vaak tegen wil en dank) in den vreemde getrokken, sommigen zijn (hoopvol) teruggekeerd en anderen zijn gauw weer vertrokken, nog weer sommigen komen en gaan en komen opnieuw om weer te gaan. En ook zijn er (zoals ikzelf), die dankzij het Internet enkel virtueel zijn teruggekomen. En ten laatste zijn er Surinaamse zielen die ‘nergens niks’ meer van willen weten.

Vreemd opperhoofd

Laten wij vooral niet vergeten dat een omvangrijke groep Surinamers met “ernstig verstoorde” levensomstandigheden is opgezadeld. Dat heeft menigeen een fikse vertrouwensbreuk bezorgd. Bij de Surinaamse diaspora is daar (naast het moeten opbouwen van een nieuw leven) dikwijls ook een identiteit- en cultuurcrisis aan toegevoegd. Het zijn zaken waar men vaak tot op de dag van vandaag mee worstelt en doorgaans is dan het laatste waar men nog aan denkt–– poëzie schrijven. Velen zijn daar te lang en te hard voor door elkaar geschud.

Wellicht vindt u mij nu “een beetje dom”, maar zie, ik heb er vertrouwen in dat het ‘toch nog allemaal goed komt’. Ik geloof (ik moet geloven, wil ik niet krankzinnig raken) dat er een Universele Wet van Evenwicht geldt, eentje die vroeger of later openstaande rekeningen vereffent en de balans herstelt. Voor sommigen onder ons is het dan wellicht reeds te laat, voor anderen komt het misschien nog net op tijd, maar vanuit een “Universeel Plan” gezien geldt nóch tijd, nóch plaats. En misschien ‘... spreek ik nu nog in raadselen, maar niets is verborgen dat niet openbaar zal worden gemaakt en er zal geen jota of tittel vergaan vooreer alles geschied is.’ En ik zou er haast ‘Amen’ aan willen toevoegen, ware het niet dat mijn “eredienst” nu niet Onze Lieve Heer, maar de Surinaamse dichter en dichtkunst is. Ik gebruik daarom deze gelegenheid om in dichterlijke stijl en met gepast “Wipiaans” eerbetoon af te sluiten:

Dáár!!
Zijn de dichters gebleven
Ook daar!
Wordt de suiker duur betaald

Maar waar!
De suiker nog smaakt
Niet mierenzoet is
Waar men niet braakt

Ja daar, zijn ze gebleven
Waar!
Om rustig te leven
Zie daar!

Cayenne, 1 februari 2013


Blog en contact: www.renemarcellino.wordpress.com