Posts tonen met het label Raalte Celestine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Raalte Celestine. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Columns van CAT

Osopasi is de nieuwste publicatie van Carry-Ann Tjong Ayong. Het boek bevat een selectie van haar columns. De presentatie is op zondag 18 mei in het sfeervolle Sukru Oso aan de Cornelis Jongbawstraat 16a. Er zijn voordrachten en optredens van Tolin Alexander, Bongo Charley, Celestine Raalte, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

U bent van harte welkom. Aanvang 19.00u.

maandag 10 maart 2014

Rosita Bouterse - Gedicht voor Dr Sylvia Marie Kortram

Gedicht uitgesproken door paranimf mr.dr. Rosita Bouterse op 16 januari 2014, bij de receptie van dr. Sylvia Marie Kortram, na de promotieplechtigheid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr Kortram temidden van haar paranimfen, gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte



Blaka Rowsu / Zwarte Roos

Wanneer het Beest
verhaalt van Het Systeem
dat zegevieren moet.

Wanneer Het Almachtige Licht
verdrongen lijkt
en kinderen schreien
aan hun moeders borst,
verscheept vanuit het Vaderland.

Wanneer wij dwalen langs
duistere wegen van nieuwe grond.
Scheuren en barsten ons deel zijn.

Dan verschijnt zij, Blaka Rowsu / Zwarte Roos
in vol ornaat
en verguld van een liefde die ons allen omvat.

En in het schijnsel van de maan
daar aan de waterkant,
vertelt zij Ons Verhaal,
ons verhaal van kracht en samenzijn,
van vertrouwen-in-elkaar,
van geloof-in-eigen-kunnen.

 Soso Lobi, Blaka Rowsu !

Rosita Bouterse draagt haar gedicht voor; haar moeder (een tante van Sylvia Kortram)
 en haar zusje luisteren aandachtig

 
Publiek en leden van de promotiecommissie tijdens de voordracht

Foto’s Jonathan Hoost en Joke van Vlijmen


donderdag 13 februari 2014

Laudatio voor Sylvia Kortram

Laudatio uitgesproken door promotor professor Alex van Stipriaan Luïscius, bij de promotie van Sylvia Marie Kortram tot doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 16 januari 2014.




Zeer geleerde doctor Kortram, beste Sylvia,

Ik wil je uit de grond van mijn hart gelukwensen met het behalen van deze titel. En mag ik daar meteen twee andere mensen bij betrekken. Namelijk in de eerste plaats je zoon Erlend, die waarschijnlijk nooit meer los komt van het beeld van een moeder die vergroeid is met haar computer, en van wie ik zeker weet dat hij onbeschrijfelijk trots op je is. En terecht natuurlijk! Hij is de enige die echt kan beoordelen hoeveel tijd en energie je in dit onderzoek hebt gestoken. Hij had vast best wel eens vaker met jou op de bank een spannende film willen bekijken als jij weer boven zat te studeren, maar hij zal ook gezien hebben hoeveel plezier jij bij jou studies had, hoeveel plezier je dat heeft gegeven.


De andere persoon die hier genoemd moet worden en aan wie deze dag ook een beetje is opgedragen, is dr. Inge Boer die helaas in 2004, alweer bijna tien jaar geleden, is overleden. Haar stimulerende kracht heeft er mede voor gezorgd dat jij vandaag hier staat, en daar wil ik haar graag postuum voor bedanken. Ik ben blij dat ik haar ook nog even heb mogen meemaken, ik vond haar een zeer warme en zeer enthousiasmerende vrouw.

Sylvia, in je voorwoord van je boek bedank je een groot aantal mensen die jou in de loop van je leven en zeker in de bijna twee decennia van je promotieonderzoek op enigerlei wijze hebben gesteund. Dat is ook terecht. Maar, laat ik jou nu eens bedanken voor je enorme kracht en doorzettingsvermogen en passie en niet te vergeten, je optimisme en je niet aflatende wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Want die zijn de ware motor van dit hele project geweest en die tekenen jou ook als mens. Daardoor ligt er nu een boek dat nog veel belangrijker is dan jouw doctorstitel. Dat klinkt misschien onaardig, maar zo bedoel ik het niet. De doctorstitel is de beloning voor je intellect en voor al die eigenschappen die ik net opnoemde, en je zult de titel ook zeker maatschappelijk kunnen inzetten, maar dat is toch vooral iets voor jou als persoon. Daarentegen is het resultaat van je onderzoek, dit boek Meer dan arts alleen iets dat zal beklijven voor een grotere groep mensen en wat betekenis zal krijgen voor een grotere groep mensen. Het geeft inzicht in een heel bijzondere Surinaamse vrouw, dat heeft iedereen aan deze tafel ook gezegd, en haar veelzijdige werk. Het geeft inzicht in de Surinaamse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw, en het geeft inzicht in sociale processen op het snijvlak van gender, etniciteit, klasse en cultuur in laat-koloniale samenlevingen meer in het algemeen. En bovenal toont het  hoe een mens in een complexe mix van agent of change en status quo, en dit geval nog koloniale status quo, haar eigen weg bewandelt en daarmee een rolmodel wordt voor velen.  Ik denk niet, Sylvia, dat de straat waar jij nu woont ooit naar jou vernoemd zal worden, zoals dat met Sophie Redmond wel is gebeurd, maar ik denk wél dat jij en je werk óók als rolmodel voor een aantal mensen zal gaan fungeren.



En daarmee raak ik aan een ander aspect van je onderzoek, namelijk de verwevenheid van jouzelf, en collega Oonk die had er eigenlijk al even over, met je onderwerp, jouw verwevenheid met Sophie Redmond. Ook jij bent nu dokter, al spel je dat woord net iets anders. Maar de gelijkenis gaat nog veel verder. Voordat je ooit van Sophie Redmond had gehoord, behalve dan als straatnaam, stond voor jou vast dat jouw toekomst in de gezondheidszorg zou gaan liggen. Nadat jij je mulodiploma had behaald, meldde je je als, ik denk als, 17- of 18-jarig meisje bij het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo voor een opleiding als leerling-verpleegkundige. En die zou je vast ook hebben afgerond als niet in die jaren een groot deel van de Surinaamse bevolking, waaronder ook jouw familie, verhuisde naar Nederland. Ik geloof dat jij zelf daar niet zo heel erg zat te wachten op zo’n verhuizing maar, zoals dat in het Surinaams-Nederlands wordt genoemd, je moeder die toen al in Nederland zat, je moeder “liet je halen” en daarmee was je deel geworden van de geheel eigen, autonome dynamiek die massale migratie kan genereren.


Promotor en nieuwe doctor, met haar paranimfen
 gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte


In Nederland wilde je vervolgens gewoon doorgaan waar je gebleven was in je verpleegstersopleiding, maar dat accepteerde het ziekenhuis hier niet. Je moest terug naar af, wat opleiding betreft. En dat was je net iets teveel en je ging werken. Maar toen je een heel aantal jaren later sociale wetenschappen ging studeren, koos je daarbinnen toch weer voor de richting gezondheidsstudies. En toen je nog veel later consulent werd bij de Sociale Dienst werd jouw specialiteit opnieuw klanten met kwesties rond gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Het willen werken aan de gezondheid van je medemens is dus een element dat je altijd met Sophie Redmond hebt gedeeld.

Daarnaast was Sophie Redmond iemand die een enorm doorzettingsvermogen had en nooit bij de pakken is gaan neerzitten. En als dat voor nog iemand geldt dan geldt het zeker voor jou, Sylvia. Ik heb altijd versteld gestaan van jouw enorme innerlijke kracht. En die kracht die Jij en Sophie delen heeft jullie ook allebei het vertrouwen gegeven dat je je eigen weg kunt gaan. Sophie Redmond deed dat binnen de laat-koloniale Surinaamse samenleving, jij deed dat, niet alleen door stug door te gaan op je zelfgekozen studiepad, maar ook bijvoorbeeld door de vele reizen die je over de hele wereld hebt gemaakt. Één voorbeeld daarvan: als nog heel jonge zwarte vrouw reisde jij in de jaren zeventig in je eentje en met niet veel geld op zak, een half jaar door de Verenigde Staten. Ook door het toen nog tamelijk racistische Zuiden. Maar je kwam er glimlachend doorheen, zelfs al moest je zo nu en dan eens bij het Leger des heils logeren.



Ik denk dat hoe meer jij de mens Sophie Redmond bestudeerde, hoe meer ze ook een voorbeeld voor je is geworden. Sterker nog, ze kwam ook echt in je leven. Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik dit vertel, maar dat voorval is te mooi om niet met de mensen hier te delen. Op een gegeven moment, vlak voordat je naar Suriname zou gaan om een aantal mensen te gaan interviewen en om het oude huis van Sophie Redmond te gaan bezoeken waar je nog nooit geweest was, had je weer eens een hele lange vrije dag opgenomen en doorgebracht in het archief in Den Haag op zoek naar informatie over Sophie Redmonds leven. En toen je ’s avond doodmoe was gaan slapen in je eigen huis, verscheen Sophie Redmond in je droom, staand op een balkon van een typisch Surinaams houten huis. En Sophie Redmond zei te jou: “ga door, en als je iets en niet weet dan moet je het vragen.” Toen je enkele weken later voor het eerst in Suriname Sophie Redmonds huis ook in werkelijkheid zag, herkende je meteen het balkon wat in je droom was verschenen. En toen je vlak daarop Sophie’s weduwnaar interviewde en van hem een foto kreeg, stond Sophie daar precies in die hoek op dat balkon, zoals jij haar in je droom had gezien. Voor degenen die weten hoe belangrijk dromen zijn in de Afro-Surinaamse cultuur toont dit nog meer nabijheid van Sophie in Sylvia, in jouw leven.

Sylvia, ik kan nog heel lang doorgaan, dat zal ik hier niet doen. Je moet nu gaan genieten van wat je hebt bereikt en ik weet dat je daarna weer energiek verder zult gaan. En je hebt ons al een voorproefje gegeven, van nog twee biografieën die je wilt gaan schrijven, en die je dan ook nog eens gaat combineren met de biografie over  Sophie Redmond.

Ik wil nog één vergelijking maken tussen jou en Sophie Redmond. Een vergelijking die niét opgaat, of niet helemaal. Jouw proefschrift begint met een gedicht uit Aurora dat kort na het overlijden van Sophie werd gepubliceerd. Het zou mooi zijn geweest als ze die ode bij haar leven had gehoord. Daarom heb ik het laatste deel van die ode genomen, heb ik geparafraseerd in mijn eigen broko broko Sranan, en draag ik dat nu aan je voor:

Krioro datra Sylvia
Yu fesi wi syi dya
Na disi foto ete langa ten moro
Bika yu stuka doro sjoro
Dati yu exempel langa langa mag tan
Leki wan staar na hemel gi Holland nanga Sranan   



Foto's: Jonathan Hoost
   

zaterdag 1 februari 2014

Celestine Raalte - Puwema

Mi sdon ini a son e brenki
mi awarakoko fingalinga
m’e frifi en t’a kba m’o weri
en na mi fingalingafinga

den frafra geri krerekrere
nanga bogobogo anga lanpu
e gro leki trutru tru konpe
na sey a frustu broko skotu

bifo mi opo mi gorogoro
f’ bar’ tak’dyaktikakalaka
e koyri lek’ ba kownu a prasi

pakanifowru e strey lon
nanga a kayakayakaka
f’ swar’ a dyakti kakalaka


[verschenen als 'Klankgedicht' op de blogspot van de Schrijversvakschool Paramaribo]






zaterdag 18 januari 2014

Sophie Redmond ‘inluider laatste fase koloniaal systeem’

door Stuart Rahan

Amsterdam - De bijzondere persoonlijkheid van dokter Sophie Redmond (1907-1955) was voor Sylvia Kortram de inspiratiebron voor nader sociaal, historisch en maatschappelijk onderzoek. Dat resulteerde donderdag in de promotie van Kortram aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Volgens de promovenda luidde Redmond, naast dat zij de eerste Surinaams-creoolse arts was, het einde in van het koloniale systeem halverwege de vorige eeuw.

Een blijde dr. Sylvia Kortram (m) met haar diploma. Zij kreeg morele ondersteuning van haar paranimfen Rosita Bouterse en Mildred Braam-Creebsburg De dames zij gekleed volgens de Akwenda modelijn van Celestine Raalte. Foto: Stuart Rahan  


Redmond legde al vroeg in de twintigste eeuw een bijl aan de wortels van de koloniale mannenmaatschappij door actieve deelname aan de vrouwenemancipatie. Kortrams proefschrift heeft dan ook als titel: 'Meer dan arts alleen. De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.' Redmond wilde als huisvrouw niet in de schaduw van haar man leven en koos ervoor medicijnen te gaan studeren. 

"Sophie Redmond profileerde zich als een 'agent of change' op verschillende maatschappelijke gebieden", zei Sylvia Kortram in haar verdediging. De 'dokteres', zoals Redmond bij het volk bekend stond, maakte daarbij gebruik van massamedia en interpersoonlijke communicatie om haar doelgroepen te bereiken. De artsenpraktijk was er een van maar op de radio en het toneel liet zij zich van haar betrokkenheid kennen. Sophie Redmond heeft een gezicht gegeven aan de vrouwenemancipatie.
Uit handen van Alex van Stipriaan, historicus en hoogleraar Caribische geschiedenis nam dr. Sylvia Kortram haar diploma in ontvangst. Speciaal voor deze gelegenheid bemoedigde voordrachtkunstenares Celestine Raalte Kortram met enkele gedichten in Sranantongo.


[uit de Ware Tijd, 17/01/2014]


zondag 4 augustus 2013

Celestine Raalte heeft weinig mime nodig

Fri Yeye, het theaterstuk in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij


door Ruth San A Jong

Celestine Raalte, de schrijfster en actrice in dit stuk heeft weinig mime nodig om je te raken, te snijden, met haar woorden. Gisteravond zat ik voorovergebogen naar het theaterstuk Fri Yeye te kijken. Ze heeft een sigaar als decor waarbij ze het hele stuk door paft, een zwarte hoofddoek en wat authentieke houten meubels die zij gebruikt om je in die oude Surinaamse sfeer te brengen. Fri Yeye (Vrije Geest): een relaas van een buurtoma die het nodig vindt om op 1 juli haar kleindochter te ontgoochelen over de ‘viering’ van Keti Koti.



“Wat je doet is papegaaienwerk.” De dialogen beginnen scherp. Botsingen tussen de zogenaamde moderne kijk op de slavernij en de historie komen tot uiting in de relatie tussen de twee karakters.

Oma: Wat doe je met je vrijheid! Je voorouders hebben land gekocht, zodat ze weer een thuis hadden. Wat gebeurt er met het land dat jullie is nagelaten? Land waar bloed, zweet en tranen hebben gevloeid. Jullie zijn de weg kwijt.
Bernadetta: Ach vrouw! Wat weet u? U weet niet eens hoe u hier bent beland, dan komt u mij de les lezen.Wie bent u, jij of je? Als m’n vriend hier was had hij je zo eruit gezet. Met al je verhalen.

Fri Yeye sleurt je ook door de verzwegen geschiedenis:
De moordenaars! Ze waren bezorgd over ‘Leusden’, hun schip en het goud. Ik, ik voelde smart, galbittere smart. Ik was gebroken: 650 zielen die dolen voor de Marowijnerivier
… ik weet niet eens hoe ze heten. Ze hadden ook een vader en een moeder
en al de onschuldige kinderen. Geen woord van die Hollandertjes. Geen woord over de dood van de Afrikaanse mannen, vrouwen, en kinderen. Geen woord van die WIC’ers met hun VOC-mentaliteit. Mensenrechten bestonden niet voor de Afrikanen.

Alle typische fenomenen van het zwarte mentale ‘brandmerk’ gaan langs en zeker ook de eigen ervaring. De tragiek is voelbaar, het lijden en de liefde van de buurtoma is tastbaar.

Hillegonda: U bedoelt de verdeel en heersformule. De racist Willi Lynch heeft een handboek geschreven Hoe maak je van een Afrikaan een slaaf? En hoe zorg je ervoor dat een slaaf, slaafs blijft. Vertel oma, hoe werkte dat in uw tijd?
Oma: Stel je voor, ik ben die slavendrijver. Jou geef ik wat kapotte kleding. Iets meer te eten en jou verneder ik minder. In het bijzijn van de andere slaven. Ik ransel Bernadetta af totdat ze neervalt. Dan vertel ik aan haar dat jij me hebt verteld, dat ze gestolen heeft. Ik zorg ervoor dat jullie elkaar niet meer vertrouwen. Zo zorg ik ervoor dat de oude slaaf de jongere niet vertrouwt. Dat de man en de vrouw elkaar wantrouwen. Hetzelfde doe ik met de donker- gekleurde en de lichtgekleurde slaven. Ik zaai overal wantrouwen. De iets beter behandelde slaven mogen lichter werk doen. De vrouw werkt in en om het huis. De man wordt beul. De zwarte beul wordt opgedragen zijn vader, moeder, zuster, broeder af te ranselen. De zwarte beul wordt opgedragen zijn zuster vast te binden, zodat de smerige verkrachter zijn gang kan gaan. De zwarte beul wordt opgedragen van de weggelopen slaven die doodgeschoten zijn, de armen geroosterd mee te nemen als bewijs dat de prooi is gevangen.

“A switi fu yere fa yu e taki Sranan. Tan Prodo nanga a tongo yere mi gudu.” Het stuk is alles wat Celestine Raalte is en ademt. Het woord ‘ding’ is een gevoelsmatig woord. Dit stuk is háár ‘ding’, haar manier van denken, haar protest tegen de witte superioriteit, haar irritatie over hoe zwarten met elkaar omgaan en tegelijkertijd haar trots, haar respect voor cultuur, haar identiteit. Ik voel mij door dit theater gesteund in mijn gedachtegang dat ik niet meedoe aan de ‘koto-cultuur’ bij 1 juli- vieringen, omdat de koto ontworpen was om die zwarte vrouw er lelijk uit te laten zien. Vooralsnog om de vrijheid van spreken te ontnemen. De angisa werd gebruikt om te communiceren. Ik zal nooit een traditie in stand houden die in eerste instantie een vernederend doel had. Wat het relaas nog meer benadrukt, is dat wij tradities goed moeten overwegen voor we ze voortzetten.
Oma: Kalebassen zijn hier in huis als souvenirs. Weet je wat de functie is van een kalebas?
Bernadetta: Ik heb voor een glas gekozen. Ik leef in een vrij land en ik ben gelukkig vrij geboren.

Het is een verademing wanneer bij goedgeschreven toneelstukken het geluid goed is. Dit stuk had nergens anders dan in On Stage gespeeld moeten worden. Nergens anders, niet op de Nederlandse bühne, maar hier, op de Surinaamse bodem, voor en door Surinamers gespeeld. Je moet vooral elke emotie van de stemmen goed op je trommelvliezen laten kleven.

Complimenten voor mijn talentvolle vriend Alexander Tolin die bij elke regie groeit (als ik dat mag zeggen). De mooie zang van Marianne Cornett en de jeugdige nieuwsgierigheid naar het verleden van Sade Rozenblad waren subliem. Een mooie symbiose van drie generaties vrouwen met een eigen wil, eigen gedachten en eigen vrijheid. Dit stuk is te confronterend voor de hedendaagse ‘missionaris’ of  ‘gekerstende’. Want wat zeker gebeurt, is dat het een innerlijk conflict oproept. Althans voor diegenen die de woorden echt tot zich laten doordringen. Ik verklaar dat zenuwachtige gelach van het publiek als een reactie op de heftigheid van de dialogen. Het is nu eenmaal zo: we lachen bij toneelstukken, Surinamers lachen ernstige situaties weg.


Dankjewel Celestine Raalte, ik buig voor je. Ik buig samen met je voor onze overgrootouders, brand samen kaarsjes met je, ook al ken ik hun namen niet. Ik buig.

[van de blogspot van Ruth San A Jong]

zondag 2 juni 2013

Fri Yeye: Bewustwordingscampagne in theatervorm

Geërgerd kijkt dochter Bernadetta (Marianne Cornet) naar Oma (Celestine Raalte) die met haar slavernijverhalen alleen maar vervelende gevoelens oproept. Een scene uit het theaterstuk Fri Yeye die op 31 mei en 1 juni nog te bezichtigen is in theater On Stage.  (Foto: Jason Leysner)

door Tascha Samuel

Paramaribo - Vele Afro-Surinamers geven aan het spreken over slavernij onnodig te vinden. “Allemaal veel te lang geleden, kijk vooruit!”, is één veel gehoorde opmerking. Uit gesprekken met jonge dertigplussers, blijkt het merendeel het een ‘ver van mijn bed show’te vinden.
Maar wie het theaterstuk Fri Yeye heeft meegemaakt zal op zijn minst op de 'prakseri bangi' worden geplaatst. Want volgens Celestine Raalte, schrijfster en zelf actrice in dit stuk, gaat het niet om treuren, haat en gewoon stilstaan bij het verleden. "Haat, wat is dat? Ik heb met deze twee handen witte baby's gewassen. Voor ze gezongen zoals ik voor mijn eigen kinderen zong", stelt het personage van Raalte.

Niets van slavernij
In de opvoering wordt oma door haar dochter Bernadetta - voortreffelijk neergezet door Marianne Cornet - vooral gezien als die oude vrouw die vastzit in het verleden. Die gauw haar medicijnen moet slikken tegen haar schizofrenie. "Oma heb je je medicijnen al gedronken. Je maakt me gewoon depressief met al die verhalen." Bernadetta, met haar blanke vriend Piet, wil vooral niets weten van de slavernij. Zij schaamt zich er onbewust voor. Het is de kleindochter die door heeft dat oma 'begeesterd en in trance' vertelt over het verre, zeer verre verleden. Want in tegenstelling tot Bernadetta wil kleine Hillegonda wel meer weten over haar roots. Iets waar Bernadetta niet zo blij mee is. "Ja, ik ben trots op mijn voorouders dat ze slaven waren. Ik wil er alles van weten." Sade Rozenblad zet het personage van Hillegonda op een uitstekende volwassen manier neer.

Geschiedenisles
Oma haalt wrede herinneringen op. Herinneringen van vernedering, verkrachtingen en wrede afstraffingen. Hoe haar geliefde Nicodemus moest toezien hoe zij het product van de verkrachting, een 'tweebloedige' baby, de borst moest geven. Hoe hij werd uitgehuurd aan andere plantages en niet kon genieten van zijn vrouw. Hoe hij na zijn vluchtpoging werd gevangen 'als een dier' en gegeseld 'tot zijn rug aan flarden hing'. "Ik kon de schaamte en pijn in zijn ogen zien." Een geschiedenisles over het gezonken slavenschip Leusden werd ook gegeven. Over hoe de 650 slaven de dood vonden - het ruim waarin zij waren opgesloten werd niet geopend toen de bemanning het schip verliet. "Uit angst, angst voor de zwarte kracht, hebben ze hen laten sterven."
Oma is een scherpgebekte vrouw die vooral niet wil dat men al die mensen vergeet. Dat de slaven geen nummers zijn. "Ik ken hun namen niet. Al die mensen die overboord zijn gegooid, omdat zij te ziek waren om door te gaan. Zij die verkozen liever te springen dan slaaf te worden." Ook het onrecht aan Louis Doedel gedaan kwam aan de orde. Er wordt ook gezongen. De geoefende powerhouse Cornett, in combinatie met de jeugdige Rozenblad, blijkt het publiek bijzonder te bekoren.

Vergeving
Na de vele verhalen te hebben aangehoord laat Bernadetta haar antipathie los en vraagt daar vergeving om. Wellicht een sentiment dat velen zal overvallen na Fri Yeye te hebben gezien. Het stuk is wellicht onbewust een bewustwordingscampange in theatervorm. De oproepen van oma aan de zwarte mens om zich in te zetten, na te denken, door te duwen, meer te willen en vooral meer samen te werken, zijn indringend oprecht. Een staande ovatie bleef dan ook niet uit. Regisseur Tolin Alexander was zeer tevreden en glom van trots.

[uit de Ware Tijd, 27/05/2013]

zondag 7 april 2013

Schrijversworkshop prikkelt fantasie kinderen

 Dichteres Celestine Raalte begeleidt de achtjarige Xavier Hanenberg tijdens de tweedaagse kinder schrijversworkshop. Foto: Jason Leysner


door Audry Wajwakana

Paramaribo - Op een speelse manier is een begin gemaakt kinderen creatief te leren. Met simpele zintuiglijke schrijfoefeningen werd hun fantasie geprikkeld. Trainers van de Schrijversvakschool Paramaribo hebben tijdens een tweedaagse schrijversworkshop kinderen een handvat geboden om hun vaardigheden verder te ontwikkelen.

Geblinddoekt
Met de zin 'Ik heet ... en ik vind schrijven leuk, omdat ...' beschrijven de kinderen waarom ze deelnemen aan de workshop. Na deze korte kennismaking wordt de jongeren voorgehouden dat ze geblinddoekt zullen worden. Met verschillende geurtjes verpakt in plastic zakjes gaan de trainers langs de neuzen. Enkelen trekken een vies gezicht bij een prikkelende aroma en weer anderen hebben wat tijd nodig om de geur te herkennen. De kinderen laten zich geen twee keer zeggen om de geur op hun blaadje op te schrijven. Deze oefening heette 'Schrijven met je neus'.
"Door mijn zintuigen te gebruiken heb ik inspiratie gekregen om mijn bakkersverhaal te schrijven", vertelt Don bij de evaluatie van de workshop. Aan het begin van de workshop gaf hij aan regisseur te willen worden. Een beroep waarvoor creatief schrijven zeker een vereiste is.
De nichtjes Suë (9 jaar) en Mezugia Creebsburg (10 jaar) geven ook aan hoeveel zij van schrijven houden. "Mijn nichtje schrijft vaker dan ik", zegt Mezugia. De interesse komt volgens Suë door haar moeder die zelf ook schrijfster is. "Mijn moeder maakt vaak krabbeltjes in haar schrijfblok, die ik niet begrijp", zegt Suë. Ze probeert van de krabbeltjes een verhaal te maken, wat niet altijd lukt. Vandaar dat ze meer schrijft over wat ze allemaal meemaakt en over prinsessen. Door de training heeft ze nu geleerd om ook over andere zaken te schrijven. "Het is niet moeilijk meer", vult ze nog aan.

Foto Peter de Rijk


Fantasie
Naast de reuk, is het schrijven op basis van het zintuiglijk zien en horen geoefend. Als een soort wedstrijd rennen de kinderen de klas uit, om op zoek te gaan naar 'een ding' om over te schrijven. Bij de 'oefening Horen' is luide muziek afgespeeld, waarbij de jonge cursisten zonder hun pen neer te leggen aan één stuk door moesten schrijven. Deze oefening was voor veel van hen heel moeilijk.
Op de tweede dag van de workshop wordt een filmpje vertoond. De kinderen mogen aan de hand daarvan hun verhaal verder schrijven en dit aan de klas presenteren.
De trainers van de workshop zijn Urmia van Leeuwaarde, Ruth San A Jong en Celestine Raalte. Raalte vond het een leerrijke oefening voor de kinderen. "Sommige hadden een extra stimulans nodig. Maar moeilijk was het niet om het creatief schrijven uit de kinderen te halen. Want kinderen bouwen hun eigen fantasie op."

[uit de Ware Tijd, 05-04-2013]

donderdag 28 maart 2013

Jong talent put uit ervaring oude schrijvers

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Vijf jonge generatie schrijvers hebben dinsdagavond, tijdens de maandelijkse bijeenkomst van Schrijversgroep ’77, hun schrijverstalent in Tori Oso gepresenteerd. Dit middels rap, poëzie en voorleesverhalen. "Het is prettig te zien dat jongeren zich ook serieus met dicht- en vertelkunst bezighouden", zegt kunstverteller Hilli Arduin. Als ervaren schrijfster vond zij het nodig naar 'de ontmoeting tussen jonge en oude schrijvers' te komen. "Dit om ook feedback te geven op hun presentaties, zodat ze kunnen werken aan hun groei", zegt Arduin.

Sylvana Dankerlui interviewt Jeffrey Quartier over zijn ervaringen als jonge schrijver. Foto © Irvin Ngariman.


Leerrijk
Onder het slecht opgekomen publiek bevond zich een groep jongeren die geïnspireerd werd door de presentaties van de oudere dichters. De achttienjarige Kevin Edo zegt altijd het idee te hebben gehad dat dichten voor oudere mensen is. Samen met zijn vriend Ditrich Renfrum, kwamen zij hun 'maatje' Emanuels Sanvisi (15 jaar) ondersteunen. Die beet het spits af met rap en een spoken word gedicht. Het drietal houdt zich voornamelijk bezig met rap, maar wil ook de andere vormen van dichten leren kennen. De jongens geven toe dat gedichten zonder muzikale begeleiding hen niet aanspreken. "Droge poëzie spreekt jongeren niet aan!", zegt Renfrum. Toch zeggen ze wat opgestoken te hebben van de presentatie van dichter Alphons Levens. Volgens Renfrum zijn artiesten gauw tevreden met het maken van een goede beat, waardoor men geen aandacht besteedt aan het maken van goede en sterke teksten. De groep zegt een combinatie van beide in hun werken te willen hebben. Die is volgens hen terug te vinden in de poëzie. "Voor ons was het een leerrijke avond, want we hebben gehoord welke stijlen en vormen er zijn om te dichten. We gaan ze vergelijken en kijken wat bij ons past."
Rose-Marie Maître


Celestine Raalte, winnares van de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs, adviseerde de jonge kunstenaars, om kunstwerken van de dichters en schrijvers die hen zijn voorgegaan te lezen. Naast Raalte en Levens presenteerden de dichters Stanley 'Sombra' Slijngard en Irene Welles hun dichtstijlen. De jonge talenten werden verder vertegenwoordigd door Rose-Marie Maitre en Jeffrey Quartier, die elk drie korte gedichten voordroegen. Zerachiel van Mark, pseudoniem voor Reza Madari, en Hetty Amatodja namen de verantwoordelijkheid met het voorlezen van zelf geschreven verhalen. Renate Galdij sloot de avond af met twee krachtige gedichten over racisme en hoe zij in Suriname is beland. Dit deed zij middels spoken word poëzie.

[naar de Ware Tijd, 28/03/2013]

vrijdag 18 januari 2013

Celestine Raalte ontvangt Trefossa cultuurprijs

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - In een tot de laatste stoel gevuld auditorium mocht schrijver en dichteres Celestine Raalte de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs in ontvangst nemen. Zij heeft volgens de voorzitter van de gelijknamige stichting Johan Roozer, een uitzonderlijke bijdrage geleverd op cultuurgebied in Suriname.

Met veel mimiek draagt Celestine Raalte het gedicht Akwana voor na ontvangst van de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs. In het gedicht dankt zij haar profen (voorouders) voor de kracht die ze haar door de jaren heen gegeven hebben. Foto © Irvin Ngariman



"De kracht van Celestine ligt in haar voordrachtskunst. In haar poëzie hoor je de klank en het ritme van de kawina muziek. Ook het diepe Sranan van het district Para klinkt nog door in haar gedichten en werken. Niet voor niets wordt ze soms vergeleken met Johanna Scouten-Elsenhout", verklaarde Roozer de keus van de stichting.

Lou Lichtveld
De cultuurprijs werd voor de derde keer uitgereikt. Dat gebeurt traditioneel tijdens de Trefossa (pseudoniem van Henry Frans de Ziel) lezing die dinsdagavond voor de vijfde keer gehouden werd. Thema van de lezing was 'Prakseri di e tan abra'. Daarbij werd het werk van Albert Helman (pseudoniem van Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld) onder het vergrootglas geplaatst door August Dutterhoffer.

Dutterhofer gaf aan dat Helman een grote bijdrage heeft geleverd aan de Surinaamse literatuur. "Maar omdat hij ook kritisch was naar zijn moederland toe, werd hij niet altijd gewaardeerd. Zo zei Jozef Slagveer dat wat hij schreef onaanvaardbaar was en geen positieve bijdrage leverde aan de Surinaamse literatuur. En Dobru gaf aan dat de neger altijd leidend voorwerp was in zijn werken." Maar de tijden zijn nu gelukkig veranderd, meent Dutterhoffer die gepromoveerd is op het werk van Helman. "Je moet de reacties van toen ook zien in die tijdgeest. Het was de periode van Wi egi sani en overdreven nationalisme. Alles wat maar een beetje negatief was naar Suriname toe, was slecht. Nu is daar gelukkig verandering in gekomen."

Sranan
De Henry Frans de Ziel stichting die het accent legt op behoud van cultuur, kreeg van Raalte ook hartelijke felicitaties." Ja, ik weet dat het ongewoon is, maar ik heb hun ook gefeliciteerd. Want met deze prijs stimuleren zij jong opkomend schrijftalent om in de moedertaal Sranan te dichten. Het is een signaal naar hen toe dat hun werk ook serieus genomen zal worden. Want vaak zijn ze bang te dichten in het Sranan, omdat men zegt dat de taal grof is. Maar dat is het niet, we hebben de taal gewoon nooit leren spreken."

Schrijf
Evenals Raalte spoorde ook Roozer aan tot meer literaire producties in Suriname. "Dit jaar legt de stichting het accent op het aanmoedigen van Surinaamse werken. Ik weet dat er grote zorgen zijn over wie de werken dan gaat uitgeven, maar ik heb goede moed dat we eruit komen," zei Roozer hoopvol. Raalte die les geeft op de Schrijversvakschool Paramaribo verwoordde het zoals ze het aan haar studenten zegt. "Schrijf vanuit je ziel, schrijf met een rode pen, schrijf met passie en kleur, schrijf, schrijf, schrijf."

[uit de Ware Tijd, 17/01/2013]

maandag 14 mei 2012

Celestine Raalte


Portret van de Surinaamse dichter Celestine Raalte, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 46 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Lust & Leven: Celestine Raalte

door Ingrid Corinde


lust-leven1.jpgNaam: Celestine Raalte
Leeftijd: 62
Beroep: voordrachtkunstenares, dichteres en modeontwerpster

Celestine Raalte is al jaren dichteres en voordrachtskunstenares. Ook doceert zij een semester per jaar poëzie op de Schrijversvakschool, geeft workshops op scholen en werkt graag met kinderen. Zij is modeontwerpster en heeft haar eigen productielijn genaamd Akwenda Productions.
Zit je lekker in je vel?“Ja, hoor nu wel weer, want ik heb ook tijden dat ik niet lekker in mijn vel zit. Ik heb pas gevast, daarom voel ik mij goed. Ik ben blij met mezelf.”

lust-leven2.jpgWaar ben je mee bezig?“Ik ben bezig met mijn gedichtenbundel. Die gaat Sapatia heten, genoemd naar de sapotiljeboom op mijn erf die mij inspireert. Er zijn veel vleermuizen in die boom. Daarvan heb ik een odo gemaakt genaamd Mi na freymusu (ik ben een vleermuis). De vleermuis brengt veel mooie dingen met zich mee waardoor ik geïnspireerd raak.”

Wat wil je absoluut nog doen?“Een fotoboek uitgeven. In Suriname zijn veel naaisters, modisten en ontwerpsters die mooie dingen maken. Wij hebben helaas niet de cultuur het uit te werken en de wereld te laten zien wat we doen. Ik wil daarom mijn modelijn vereeuwigen voor het nageslacht. Het is cultureel getint en lijkt op de bigi koto, maar is toch iets anders, een soort zus van de koto.”

Wie bewonder je?“Mijn grootste voorbeeldfiguur was Oma Dow. Ze was een vriendin van mijn oma die samen met ons op een erf woonde. Als ik aan haar terugdenk, ben ik haar heel dankbaar voor haar wijze woorden. Zij heeft mij geleerd om onder alle omstandigheden mezelf te zijn. Het leken maar kleine dingen die ze mij leerde, maar wanneer ik aan al die dingen terugdenk, weet ik dat deze oma mij geholpen heeft heel veel doelen te bereiken in dit leven.”

lust-leven3.jpgGa je voor geluk of voor geld?“Als ik moet kiezen is het moeilijk, want als je geld hebt, kan je heel wat doen. En ik wil veel doen. Niet voor mezelf, maar om jonge mensen te helpen. Kijk naar bijvoorbeeld Emmy Hart, die doet zoveel geweldig werk met jongeren. Ik ben er nog niet helemaal uit wat geluk is. Geluk is eigenlijk essentie, het is een momentopname, een gevoel. Maar als ik moet kiezen tussen deze twee, dan wil ik gelukkig zijn.”

Liefde of succes?
“Ik heb beide hoor, maar ik zeg liefde. Omdat het iets is wat van binnen komt, het is een gevoel. Als je liefdevolle mensen om je heen hebt, voel je je ook gedragen.”

Bang voor de dood?“Ik ben niet bang voor de dood, het is een andere fase in het leven. De dood is onvermijdelijk. Zolang er kinderen geboren worden, zullen mensen doodgaan.”

Ga je op je sterfbed spijt hebben?“Nee, ik denk het niet, omdat ik al heel jong ben begonnen met plannen. Ik heb lijstjes gemaakt van wat ik moet doen om mijn doelen te bereiken. Al mijn dromen zijn inmiddels uitgekomen. Het enige is nog mijn fotoboek dat ik wil uitgeven. Dat als ik er niet meer ben, mijn werk niet ergens in de prullenbak belandt of in de kast.”

lust-leven4.jpgGeloof je in leven na de dood?“Ja, ik geloof in leven na de dood, omdat het zo is. Het is een tweede fase in dit leven, vooral binnen de Creoolse cultuur is dat helemaal het geval. Ik hang niet een bepaald geloof aan. Ik haal uit verschillende religiën wat ik zelf prettig vind. Ik ben breed georiënteerd. Ik geloof niet in een hemel. Als je naar bepaalde liederen luistert, lijkt het alsof het alleen daar mooi is. En dat klopt niet in mijn belevingswereld, ik zie geesten, zielen en meesters in de atmosfeer.”

Hoe zou je herinnerd willen worden?“Ik heb hier nooit over nagedacht, omdat ik niet bezig ben met wat mensen van mij vinden, dat is weer één van de dingen van Oma Dow. Als het zover is, laat ik dat gewoon aan de mensen over.”

[uit Parbode, 1 november 2011] 

dinsdag 13 maart 2012

Honderd jaar Internationale Vrouwendag

door Carry-Ann Tjong-Ayong

8 maart 2012. Voor de honderdste keer werd in Nederland Internationale Vrouwendag gevierd. In Suriname is de viering nog niet zo oud. Stichting Vice Versa heeft echter een viering bedacht voor vier honderdjarige vrouwen, die in 1912 zijn geboren.

Eleonora Oosterling-Ferrier werd 100 op 2 januari 2012.
Emmy Goedschalk –Balinge wed 100 op 1 maart 2012.
Rine Tjong-Ayong –Nahar wordt 100 op 21 maart 2012.
Esje Gummels wordt 100 op 16 oktober 2012.

Het moest een huldiging worden met zang en muziek van Raj Mohan, voordrachten van de dichters Celestine Raalte en Carry-Ann Tjong-Ayong, bloemstukjes van Ans Engel
en diverse cadeautjes. De heer Cederboom zou voor muziek en samenzang zorgen, zoals bij een bigiyari hoort.

Dat je nooit het onvoorziene uit het oog moet verliezen bleek ook nu weer.
Twee dagen voor het feest waren twee van de vier jubilarissen zo uitgeput, dat zij zich niet in staat achtten aan de huldiging deel te nemen.
Wij zagen ons genoodzaakt het feestje af te zeggen, zij het met pijn in het hart.

We zullen de dames op een ander tijdstip gaan bezoeken.
Maar voor alle vier gelden de woorden van Johanna Schouten-Elsenhout:

Uma i hei
Y'e brenki
I n'e kanti
A mindri strei
F'aladei

cat 9/3 2012

donderdag 5 januari 2012

Dobru-biografie gedoopt

Op 29 november j.l. werd in het Nationaal Archief in Paramaribo de biografie van dichter-politicus R. Dobru door Cynthia Abrahams ten doop gehouden. Een foto-impressie.
Cynthia Abrahams met kunstenaar Erwin de Vries, die het portret van Dobru op het voorplat van het boek maakte

Cynthia met Jenny Simons, voorzitter van DNA

Op de eerste rij de familie-Raveles


Cynthia Abrahams met de weduwe van Dobru, mevr. Wonny Raveles-Resida

Met taalkundige Hein Eersel


Met dichter Celestine Raalte

vrijdag 16 december 2011

Rudi Spa leidt Sranan Akademiya

Paramaribo - Na een lange inactieve periode heeft de Sranan Akademiya eindelijk een voltallig bestuur. De nieuwe voorzitter, Rudi Spa (foto rechts), noemt het een ‘alen sribi’ (Surinaamse omschrijving voor winterslaap) die de stichting heeft meegemaakt. Jarenlang stond ex-voorzitter Eddy van der Hilst er alleen voor om de organisatie te leiden.

De Sranan Akademiya die in 1983 officieel werd opgericht, stond voor het bevorderen van het Sranantongo, maar richtte later ook haar aandacht op het gebied van cultuur en de ontwikkeling van de eigen taal bij andere bevolkingsgroepen. Grondgedachte van de stichting verdeelt ‘fositen edeman’ van Sranan Akademiya, Hein Eersel, in drie colleges: wetenschap, cultuur en verspreiding van kennis. De introductie van het nieuw bestuur vond afgelopen woensdag plaats in Tori Oso. ‘Puwema uma’ Celestine Raalte deed een serie voordrachten uit haar nieuwste bundel Sapatiya, ‘dron man’ Henk Sako gaf een hoogstaande apinti performance en Eddy van der Hilst las een ludiek verhaal voor, geschreven door Ané (André Doorson).

In het filmpje gemaakt door Tolin Alexander vertelde Hein Eersel over het begin van Sranan Akademiya, dat ook een tijdje werd geleid door wijlen Hugo Overman. Van der Hilst, die later erbij werd gehaald als linguïst, leidde de organisatie vanaf 1988 tot twee dagen geleden. In de jaren tachtig werd de televisiecursus Skrifi Sranantongo verzorgd, maar van een Surinaams woordenboek is het tot heden niet van gekomen. Wel was het bestuur onder Van der Hilst er al ver mee gevorderd toen zij werd geconfronteerd met de moeilijke periode van SAP. Meer dan één baan, vertrek naar Nederland en het pro Deo werk, waren de gevolgen dat alleen Van der Hilst en Robert Wijdenbosch in het bestuur overbleven.

Laatstgenoemde kwam later te overlijden. In het nieuw bestuur komt Van der Hilst terug, maar dan als commissaris. De overige ‘tiri man’ en ‘tiri uma’ zijn: Helmut Gezius, Celestine Raalte en Rinaldo Tanawara. Voorzitter Rudi Spa noemde de punten waarop het bestuur zich de komende tijd wil gaan richten: radioprogramma, krant, kinderopstel en -gedichten, komediespel en verandering aan de negatieve teksten in de Surinaamse muziek. Hein Eersel geeft aan dat niet alleen in ‘alen ten’, maar ook in ‘drei ten’ het slapen kan gebeuren. “Dit is het jaar van de Afrikaanse Diaspora, grijp dit aan om te beginnen, maar begin niet aan een aantal projecten tegelijk,” liet Eersel weten. Hij gaf er de voorkeur om het ‘wortu buku’ (woordenboek) te hervatten. Hoewel de bevolking dagelijks Surinaams spreekt, weet niet iedereen dit correct te doen. Linguïst Van der Hilst: “Mensen denken teveel in het Nederlands, vanwaaruit ze het Sranantongo woord voor woord vertalen. Een spelling van een taal gebruiken voor een andere, dat kan niet!” Hij gaf een voorbeeld van verkeerd Sranantongo: ‘Mi si yu tap tv’. Vertaald betekent dit: ‘Ik heb je de tv zien dichtmaken.’

[uit de Ware Tijd, 12/12/2011; alle taalfouten rechtgezet]


dinsdag 6 december 2011

Nieuwe dichtbundel Celestine Raalte

De nieuwe gedichtenbundel van Celestine Raalte heet Sapatiya en bevat 43 gedichten in het Sranan. Op de omslag een fleurige foto van een tak met gave sapotilles. Raalte is bekend als voordrachtskunstenaar. Het is altijd weer genieten van de manier waarop ze het Sranan in poëzie omzet. Het is goed dat haar poëtische taal nu ook te boek is gesteld. In haar gedichten komt ook de klank van het Sranan goed tot uiting. Liefhebbers die haar stem willen horen, kunnen de cd erbij kopen

[Mededeling van Schrijversgroep '77].

maandag 7 november 2011

Jesi!! Jes’ mi no?! Literaire avond over Edgar Cairo

Powisi. Foto © Jeff Grabert
Schrijversgroep '77 in samenwerking met Stichting Cimaké Foundation (Cindy Kerseborn), NAKS (Na Afrikan Kulturu fu Sranan) en studenten van de opleiding Nederlands van het Instituut voor de Opleiding van Leraren, nodigt u uit voor een gevarieerde avond over Edgar Cairo.
Edgar Cairo (1948-2000) was een gedreven schrijver, die vooral opviel door zijn authentiek taalgebruik (het Cairojaans) en zijn strijd voor waardering van het Creoolse eigene. Hij schreef gedichten, een tiental boeken, enkele toneelstukken en talloze columns.

Programma:
19.00 - 20.00u Inloop
Cindy Kerseborn op de borst van Adriaan van Dis in Berkeley,
Foto @ Sanne Landvreugd
20.00 - Geluidsfragment 'Faladan Banja' van Cairo
20.05 - Welkom door conferencier Ismene Krishnadath
20.10 - Prozavoordracht door Andy Plak
20. 20 - Slides
20. 30 - Creatief omgaan met Cairo / Studenten IOL
20.40 – Geluidsfragment Toe Moi Powisi
20.45 - Pauze
21.00 - Voordrachten Celestine Raalte
21.10 - Geluidsfragment Jesi!! Jes' mi no?!
21.15 - Meningen over Cairo / talkshow
21.45 - Optreden NAKS
22.00 - Sluiting/nababbel

Datum: donderdag 17 november 2011
Locatie: Tori Oso, Frederick Derbystraat 76, Paramaribo
Entr''ee volgens Cairo''s normen: 500 us $

dinsdag 28 juni 2011

Carry-Ann Tjong-Ayong - Fri Yeye

Gehuld in een kleurrijke eigen creatie met bijpassende angisa, schrijdt ze als een koningin, nee, een black goddess, de stenen treden af. In haar gevolg twee sierlijke, jonge meisjes, gekleed in op de koto geïnspireerde gewaden. Celestine Raalte, woordkunstenaar, dichter, schrijver, performer, modeontwerper en nog veel meer, die haar inspiratie haalt uit onze oude cultuur, staat op het punt haar eerste CD te presenteren aan het publiek waar zij het liefst voor schrijft, de gewone mensen uit het volk die houden van hun kulturu.



De locatie is perfect gekozen, het terrein van de wintigemeenschap Fiti Fu Wini. aan de oever van de Surinamerivier bij Boxel. De openingsact heet “Ingi Mma gran tangi”, een dankgebed aan de Inheemse oermoeder van Suriname, aan wie de zwarte mens pardon had moeten vragen, voor het binnendringen in haar territorium; de titel van de CD is Fri Yeye, en verwijst naar de bevrijding van de geest van haarzelf.



Celestine heeft 15 jaar gewerkt aan dit project en realiseert het nu met haar kinderen in Akwenda Productions. De gedichtenbundel (haar derde) en de modeshow met het Akwenda-label zijn in aantocht. Met haar warme stem en meeslepend taalgebruik roept zij aangrijpende beelden uit het verleden op. De zang en de muzikale begeleiding door haar kinderen past er uitstekend bij.

Fri Yeye is zowel in Suriname, als binnenkort in Nederland verkrijgbaar. Warm aanbevolen.

cat 26/7 011

Foto's gemaakt door de auteur

vrijdag 24 juni 2011

Celestine Raalte presenteert Fri yeye

Paramaribo - “Op deze manier verwerk ik mijn gevoelens over de dingen die ik voel en die mij bezighouden. Zo geef ik het een plaats in mijn leven.” Zo beschrijft dichteres en voordrachtskunstenares Celestine Raalte de totstandkoming van haar eerste cd, Fri yeye.

“Ik ben er al heel lang mee bezig, vijftien jaar, maar ik wilde het samen met mijn kinderen doen en die zijn er nu klaar voor, nu zijn ze bewust van wat dit project betekent voor mij.”

De gedichten die op kunstige wijze worden voorgedragen vertellen het verhaal van het leven van Raalte. “Ik heb in Nederland gewoond en werd daar geconfronteerd met veel kromme zaken. Zo werd mijn dochter vreselijk gepest om haar huidskleur en ik voelde een boosheid. Boosheid om dat wat de zwarte mens is aangedaan. Door mijn gedachten vast te leggen in gedichtenbundels en dit keer met een cd, schrijf ik dingen van mij af. Ik geef het een plaats in mijn leven. Maar ik steek ook de hand in eigen boezem. Daarom is het eerste werk op mijn cd Ingi Mama.” De gedachte daarachter is volgens Raalte dat de zwarten een algemeen pardon willen ontvangen van de blanken, maar zelf nog geen pardon hebben gevraagd aan de voorouders van de inheemsen, wiens territoir zij zo pardoes zijn binnengetreden. “De Ingi Mama heeft onze mensen ondersteund en we hebben het gered. Ik verplicht niemand daartoe, maar ik had er behoefte aan om het namens mijn bere, mijn voorouders, te doen.”

Raalte meent dat de zwarte mens ook eens goed naar zichzelf moet kijken en aan zichzelf moet werken. “Want wat is er gebeurd na 1 juli 1863? Wij hebben feest gevierd en zijn nooit opgehouden. Ik zeg altijd: een paar bigi yari’s minder gevierd, betekent het geld hebben om een kind naar de universiteit te sturen. Als ik zie dat mijn mensen feesten, maar niet verder komen, dan doet het pijn. Ik vraag me echt af of wij zaken voldoende hebben verwerkt, hebben wij gerouwd? Kijk, ik ben blij voor mensen die nergens last van hebben, maar ik heb er nog moeite mee. Een oerboosheid is diep in mij en met mijn werken maak ik anderen deelgenoot daarvan. Ik roep in mijn gedichten ook op tot bewustwording, werken aan een eigen positief zelfbeeld en respect hebben voor elkaar en de cultuur die wij meegekregen hebben. Dat is heel belangrijk.”

De cd bevat zestien nummers die afwisselend begeleid worden door achtergrondoptredens van Blessings Nelstein en Marvin Smit. Turu Leerdam (drum) en Lorenzo Kiban (percussie) doen de muzikale begeleiding. De gedichten worden op gevarieerde manier gebracht. Met Alonki, toont het team een enorme creativiteit. Het is een vrolijk deuntje en toch is de boodschap dat er gerouwd moet worden om verder te kunnen gaan. In Tori Mi is alleen de diepe stem van Raalte nodig om de ferme boodschap over te brengen. In het nummer Zapata Yaw gedenkt zij een oude vriend, een meester in het kongaspel, die helaas geen werk heeft kunnen uitgeven. De cd is uitgegeven onder Raaltes eigen label Akwenda Productions.

Er volgt meer van Akwenda. “Mijn nieuwe gedichtenbundel komt eraan, ik ga mijn modelijn launchen met een modeshow en mijn boek met eigen ontwerpen ook uitgeven. En als het goed is nog meer cd’s.” Fri Yeye wordt officieel gepresenteerd tijdens de bijeenkomst van de organisatie Fiti Fu Wini op 26 juni aan de Sir Winston Chirchillweg no.793. De cd zal er verkocht worden tegen een introductietarief. “Ik heb er bewust voor gekozen om het daar te doen, omdat mijn zaadje – want zo noem ik deze cd - daar op goede grond valt en de boom groot zal worden.”

[uit de Ware Tijd, 24/06/2011]