Posts tonen met het label Duitsers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duitsers. Alle posts tonen

dinsdag 29 oktober 2013

Ons regenwoud, een Duitse droom

Het fotograferende liefdeskoppel gaat geheel op in de koningin van de jungle, de Kankantrie. Foto: Collectie Schonlau / Hanke en Jason Leysner.

door Iwan Brave

Door hun droom te leven, zet een Duits liefdeskoppel Suriname positief op de wereldkaart. Met als tastbaar resultaat een bestseller van National Geographic met het Surinaamse regenwoud als hoofdbestanddeel. Hun droom werd hun missie. “Het regenwoud is onze levensverzekering.”

Dieter Schonlau (1963) en Sandra Hanke (1968) ontmoetten elkaar 25 jaar geleden in een disco. Het was liefde op het eerste gezicht en ze bleken dezelfde droom te hebben: het tropisch regenwoud zien. Ze lazen op een dag in National Geographic over ons vrijwel ongerepte tropisch regenwoud en besloten: daar willen we heen.

Schonlau over hun eerste keer in Suriname, in 1998: "Velen zeiden: 'Waarom naar het binnenland? Je kunt in de stad blijven, want er zijn casino's.' Dus het was niet eenvoudig voor ons. Toen hoorden we over de postboot die vanuit Nickerie naar Apoera ging. Dat was het begin." In Apoera ontmoetten zij inheemsen die gingen jagen en ze volgden hen. "Toen zagen we echt hoe ongelooflijk dit woud is." Ze zakten diep af via de Kabaleborivier en kwamen op plekken die ook de jagers niet kenden.
Na twee weken kwamen ze terug in Apoera om vervolgens met anderen mee te gaan naar de Pakoerikreek. Ze bezochten ook de Raleighvallen en Brownsberg. Ze vertoefden ongeveer drie maanden in Suriname. "Dat was niet genoeg", zegt Schonlau lachend. "Het kost nu eenmaal tijd, omdat het nooit vooraf georganiseerd is. Dan verneem je dat de motor defect is, dan weer geen brandstof, dus je moet tijd en geduld hebben. We vinden het ook belangrijk om de mensen en hun cultuur te leren kennen."

Zo mooi kan een rivier er in het binnenland uitzien.


Favoriet
Inmiddels zijn ze voor de zevende keer hier. Ze reizen de wereld rond als het om tropisch regenwoud gaat, maar Suriname is hun favoriete plek. "Het is uniek, ongerept en prestigieus. Als je een serieuze authentieke fotograaf wilt zijn, dan moet je meerdere malen terug gaan naar dezelfde plaats. Zeker als je wildlife wilt zien. In de regentijd en droge tijd zie je totaal verschillende insecten. Bovendien kan je met de natuur niet zeggen: ons programma is vandaag een jaguar en morgen een slang. Soms zie je niets en soms weer heel veel."
Alles bij elkaar brachten ze tien jaren door in de regenwouden wereldwijd, waarvan twee in Suriname. In Duitsland toonden ze foto's aan vrienden en deelden hun ervaringen. "Wat je meestal op televisie ziet, zijn alleen maar gevaren en verschrikkingen bij programma's zoals'River Monsters'. We wilden een authentieke kijk geven op het regenwoud, maar ook laten zien hoe belangrijk het voor ons allen is; het is onze levensverzekering." Hanke: "Natuurlijk kan je tegen iets aanlopen, maar ons is nog nooit iets overkomen, zoals piranha's en krokodillen die je aanvallen of slangen die je willen wurgen."
Ze leerden van inheemsen hoe te oriënteren, waar water te vinden, te jagen, te overleven. "We hebben lang niet zoveel kennis als de Indianen, maar we hebben veel geleerd. Ze hebben voor alles een medicijn of kruid. Ze worden in andere landen voor 'primitief' uitgemaakt, maar we hebben geen idee hoe belangrijk deze mensen voor ons wereldwijd zijn, ook in de toekomst. Hun kennis is onvoorstelbaar."

Fotografen Dieter Schonlau en Sandra Hanke
 tonen de speciale uitgave van National Geographic.
 In het boek (
Regenwouden - het leven in de
 jungle
) is er speciale aandacht voor het
Surinaamse binnenland.


Big screen
Vrienden spoorden hen aan ook presentaties te houden op scholen en in musea. Ingehuurd door de overheid, gaven ze deze op scholen voor wel duizend leerlingen. Ook werden ze door de Duitse overheid ingehuurd om op de VN Klimaattop een presentatie te geven. Zo groeide hun droom uit tot hun missie; behoud van het regenwoud. "We kunnen niet de wereld veranderen, maar we kunnen wel proberen ons best te doen. Deze mensen hebben ons niet gehuurd omdat we mooie foto's hebben, maar de juiste passie", onderstreept Schonlau.
Ze hielden op den duur grote presentaties door Duitsland in zalen met big screen. Het afgelopen jaar trokken ze maar liefst 19.000 betalende bezoekers. De laatste voordracht heette 'Auf der Fährte des Jaguars': op het spoor van de jaguar. Ook in Zwitserland, Oostenrijk en elders in Europa hielden ze presentaties. "Na onze presentatietour in Zwitserland belden mensen ons, omdat ze ook Suriname willen bezoeken; dat is perfect."



Bestseller
Vijf jaar geleden kwam ook de book director van National Geographic op een presentatie in Hamburg. Die was diep onder de indruk. Dit resulteerde oktober vorig jaar in het boek Regenwälder - Leben im Dschungel (Regenwouden - het leven in de jungle). 224 pagina's en circa 400 foto's, voor het grootste deel gewijd aan het Surinaamse regenwoud. "National Geographic zou waarschijnlijk nooit zomaar een boek over Suriname maken", stelt Schonlau. "Wat dat betreft doen landen als Peru en Brazilië het qua marketing beter. Maar ze wilden niet alleen mooie plaatjes, maar ook iemand die achtergrond heeft en zijn hart verpand heeft aan het regenwoud."
Het boek werd een bestseller met maar liefst 8.000 verkochte exemplaren. Dit jaar nog komt een Engelse versie uit voor de 'grote markt'. Schonlau: "Een Amerikaanse journalist die ons verhaal wilde, verzekerde ons: 'Dat is waar Amerikanen graag over willen lezen. Hoe twee normale mensen verliefd zijn geraakt op het tropisch regenwoud.'" De voormalige marsepeinbanketbakker en serveerster kunnen nu leven van hun passie. "Maar we doen het niet voor het geld. Het was best moeilijk in het begin. We hadden al ons geld gespaard, geen huis, geen verzekering, niets. We namen gewoon onze rugzakken and go; living your dream!"
Uiteraard was het niet altijd zonneschijn. Hanke: "Soms heb je geen water, je hebt honger, muskieten steken je veel. Niet elke dag is het prettig, het is heet, we sjouwen inmiddels 25 kilogram aan apparatuur mee. Soms regent het de hele dag en kunnen we geen vuur maken om iets te eten. Het is soms afzien, maar daarna heb je wel iets unieks gezien."

Deze white face saki lijkt te poseren voor fotograaf Dieter Schonlau.


Trots
Samen hebben ze zitten schrijven, elke dag, een jaar lang. Schonlau toont zijn foto's met trots. Zoals die bewegingsvolle van een jaguar tussen het groen. Een vage, zal een leek oordelen, vanwege al die vegen. "Maar het gaat juist om een beweging in het woud. Het mistachtige; als een geest."
Of van die enorme anaconda op een rots, haarscherp weerspiegeld in het gladde water. "Ik zei: 'Sandra, dit is de foto van mijn leven, stop de boot.' Ik sprong in het water, zwom met mijn camera omhoog naar die anaconda. Toen heb ik mijn adem twintig seconden ingehouden, zodat het water weer spiegelglad werd en schoot dat plaatje. Als een slang op die manier ligt, dan is ze niet op jacht. We zijn niet bang, maar wel voorzichtig."
Inmiddels is ook hun uitrusting professioneler en state of the art. "Je kunt de beste camera hebben, maar je moet vooral geduld en tijd hebben", relativeert Schonlau. "Als je werkelijk verliefd bent geworden op je omgeving en je ziet door je lens een moment, een beweging van een dier: dat is het geheim van een goede foto."

Een hondskopboa in de aanval.

Workshop
Volgend jaar komen ze weer naar Suriname en willen ze een exclusieve workshoptrip organiseren voor fotografen met 'passie voor de natuur'. Ze hebben daarom deze keer een vriend meegenomen om te filmen op het Arapahu eiland met zijn betoverende natuurlandschap. Het korte promotiefilmpje, met een mix van mooie muziek en regenwoudgeluiden, zal worden geplaatst op hun website (www.wildlifephoto.de) en YouTube. "Er is al een Zwitsers toerbedrijf dat met ons wil samenwerken om de workshopreis te organiseren", zegt Schonlau.

Daarmee eindigt het niet. "Dit is nog maar het begin", zegt hij lachend en veelbetekenend. "Soms maken we elke dag dezelfde route in het regenwoud, maar het is nooit saai. Dat maakt het regenwoud zo speciaal. Zijn evolutie is onvoorstelbaar; achttien miljoen jaren oud. Je kan twee maanden doen over vijfhonderd meter, want elke dag zie je wat anders.”

[uit de Ware Tijd, 27/10/2013]


zaterdag 28 september 2013

Vervlogen dagen in de voormalige DDR

Dagboek van een stage tussen 1982 en 1983 in het socialistische Oost-Duitsland

door Ricardo Macnack

Het Dagboek

Ricardo Macnack komt uit Suriname en woont en werkt sinds 1985 in Rotterdam, Nederland. In 1982, een jaar na zijn terugkeer naar Suriname na zijn studie voor chemisch analist in Nederland, maakt hij gebruik van de  unieke gelegenheid om een jaar stage te lopen in een verffabriek in het toenmalige socialistische Oost-Duitsland. De verffabriek ligt in Niesky, dicht bij de grens met Tsjecho-Slowakije en Polen en is eigendom van de Bruder Unität, de Evangelische Broedergemeente van de Herrnhutters. De procedure voor het verkrijgen van een visum neemt ruim een jaar in beslag. Op 16 mei 1982, 26 jaar oud, neemt hij vanuit Rotterdam te trein naar Oost-Duitsland. Zijn donkere huidskleur leidt al in de trein tot misverstanden, en hij zal het hele komende jaar een  opvallende verschijning blijven in een kleine gemeenschap van het socialistische land.

Eenmaal gevestigd in deze totaal andere samenleving tekent Macnack van binnenuit zijn ervaringen en verwondering als buitenstaander in het gesloten systeem van het socialisme op. Hij noteert wekelijks zijn eenvoudige indrukken in een dagboek. Het zijn genuanceerde observaties zonder oordeel, van mensen die hun vrijheid zoeken in een politiek systeem van controle en wantrouwen. Deze wisselen zich af met dagelijkse anekdotes waarin het socialisme doorklinkt of ingrijpt, en geven een inkijk in de nauwe onderlinge verbondenheid binnen de geloofsgemeenschap van de Herrnhutters. De lezer volgt Macnack in zijn pogingen zich met zijn geloofsgenoten en andere inwoners te verbinden, in hoe zij hem een thuis bieden en hij hen over de wereld buiten hun land vertelt. De wetten van politiek, religie en menselijke ontmoetingen doorkruizen elkaar en laten zien hoe graag de mensen waar Macnack mee leeft, verlangen naar een andere wereld. In de vele huiskamers waar hij praat en luistert heerst door de vertrouwdheid van het gesprek heen ook altijd de angst teveel te zeggen. Macnack zwijgt wanneer zijn huisgenoot zijn tranen verbijt als West-Duitsland verliest van Italië op het WK van ’82, en speelt het spel van een dramatisch afscheid mee, wanneer zijn trompetlerares voor slechts drie dagen naar een grensplaats in West-Duitsland mag uitreizen, haar trotse gezin op het treinstation achterlatend.

Nieksy

De eenvoud van het dagboek krijgt kleur tegen de achtergrond van historische gebeurtenissen, zoals de Decembermoorden in Suriname en de confrontatie met de Muur in de verdeelde stad Berlijn. Macnack geeft de lezer een bescheiden en persoonlijke indruk van het leven achter het ijzeren gordijn, waarin de vervlechting van individuele levens met een politiek systeem voorstelbaar wordt voor hen die dat niet kennen. Door het eigen systeem van de Evangelische Broedergemeente en Macnack’s Surinaamse afkomst, wordt dit dagboek een getuige verslag van een levensreis van iemand met een paspoort naar vrijheid te midden van mensen die vrijwel nergens heen kunnen. Verschillen tussen cultuur, geloof en nationaliteit tonen zo hun ogenschijnlijk onschuldige, maar verstrekkende betekenis.

Eenmaal bij “Checkpoint Charlie” aangekomen, sta ik eerst een tijdlang de spanning en het hele circus bij de grensovergang gade te slaan. Ik besef me dat het voor mij geen probleem is om even heen en weer te gaan.  Ik koester deze gedachte, maar voel dat ik me niet van mijn plaats beweeg. Ik realiseer me ineens heel duidelijk hoe zeer de diepere wensen van de bewoners van deze stad onder druk staan. Alleen al de verlangende blikken bij de uitkijkpost aan de Friedrichstrasse, bezorgen mij meteen een scherp schuldgevoel.  De gedachte bij de ouders van mijn collega thuis te komen met het verhaal West-Berlijn te hebben bezocht komt me schier onmogelijk voor. Ik besluit terug te gaan en West-Berlijn na het beëindigen van mijn stage te bezoeken, zodat ik niemand hoeft te confronteren met de vrijheid die ik enkel door mijn paspoort bezit.


isbn nummer 978-90-9027792-9. Uitgegeven onder beheer van schrijverspunt clusteruitgeverij in Almelo.

Op 28 november is Ricardo MacNack te gast in een literair programma in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam-Bijlmer


zaterdag 9 maart 2013

“Ich kenne Suriname”: Suriname bekend bij Duitse studenten


door Eric Mahabier

Berlijn - Vele Duitse studenten Toerisme hebben donderdag de stand van Suriname op de Internationale Toerisme Beurs (ITB) in Berlijn bezocht. Suriname is geen onbekend land voor ze. Bij hun studie komen ze het land tegen.

Er wordt algemene informatie over het land gegeven bij de studie, zoals dat Suriname een kolonie van Nederland was en dat er ook Duitse invloeden in het land zijn.

"Ich kenne Suriname" (Ik ken Suriname), zegt Nadine, hoewel ze nog nooit naar het land is geweest. Ze was graag op stage naar Suriname geweest. Maar dan zit ze met een probleem, namelijk er wordt geen Duits in Suriname gesproken en haar Engels is niet zo vloeiend. Dus laat ze toch haar stageplannen schieten en zal toch in eigen land stage lopen. Maar ze wil Suriname leren kennen en hoopt volgend jaar naartoe te kunnen vliegen. De natuur en de watervallen in Suriname, die ze op internet heeft gezien, trekken haar aan. Nadine hoopt dat er tussen Duitsland en Suriname studenten uitwisselingsprogramma's komen, zodat ze in elkaars landen stage kunnen lopen.
Net als in vele andere landen is ook in Duitsland Surinaamse rum te vinden. De Stichting Toerisme Suriname (STS) heeft ter promotie van het land naast folders, tassen, foto- en videomateriaal ook de Surinaamse Borgoe rum. Bezoekers kunnen er een shot Borgoe proeven. Vooral studenten maken daar gretig gebruik van. Sterk en smaakvol, beschrijven ze de Surinaamse Borgoe vergeleken met de rumsoorten uit andere landen.

[uit de Ware Tijd, 09/03/2013]

zondag 23 december 2012

Treasures in the Bibliotheca Surinamica


Tori vo da Santa Bybel-boekoe (1852)


Toe – tron feisitentin na toe. Tori vo da Santa Bybel – boekoe, vo gebruike dem na hoso en na skolo.  Nanga foeloe pikin printje. Calw: F. Steinkopf, 1852.

by Carl Haarnack

Beautiful contemporary red linen binding with rich gilt decoration. Very good condition. 16,5 x 11 cm. 284 pages. This is one of my favorite books. Partly because it was printed in Calw, not too far from Stuttgart where I spent a few years. Calw is also the birthplace of Hermann Hesse, the German writer and poet. Another reason why this book is special to me is because the antiquarian bookseller recommended it to me saying it was a translation of religious texts translated into ‘some sort of African language’. But, most importantly, books like these have played a major role in the emancipation of the Afro-Surinamese people. 
Clearly this is a very early text (1852!) in Sranan Tongo, the lingua franca of Suriname. It contains 52 biblical stories from the Old Testament and 52 from the New Testament. With many woodcut illustrations. It is very very rare. It was published by F. Steinkopf  a well known bookseller and publisher in Stuttgart which still exists.
santa_bijbel2

Jan Voorhoeve and Antoon Donicie have described this book in their in Bibliographie du Negro-Anglais du Suriname (1963). They stated that this book was made By Cranz. I believe my claim that this is a rare book is also supported by that fact that Voorhoeve and Donicie have marked this book with ‘pas eu en mains’. They haven’t had this book in their hands, because it was impossible to find.
santa_bijbel

If you like this item please also have a look at :

woensdag 16 februari 2011

De geschiedenis van Simon Blaauwkool

door Carl Haarnack

Christian Gotthilf Salzmann (1744-1811) was een Duitse pedagoog die veel opvoedkundige werken en romans op zijn naam heeft staan. De geschiedenis van Simon Blaauwkool is één van zijn minder bekende romans. De Duitser Simon komt toevallig in Suriname terecht. Omdat hij groot en sterk is én omdat hij kan lezen en schrijven, wordt hij door plantage-eigenaar Jessen aangenomen als blankofficier.

Op de plantage worden de slaven slecht behandeld. ‘Het zijn honden en ze kunnen alleen met de zweep beteugeld worden’, zegt Jessen. Simon Blaauwkool heeft hier hele andere gedachten over. Hij behandelt ze met respect en geeft ze af en toe een ‘mutsje rum’ en geeft ze ook de ruimte om op hun eigen kostgrondje te werken. De slaven dragen hem op handen en werken veel harder dan bij de andere opzichters. Dat zet natuurlijk kwaad bloed. Die anderen beramen een aanslag op Simon Blaauwkool. Maar de slaven krijgen lucht van deze plannen en redden zijn leven.
De planter Jessen overlijdt en nu eisen de opzichters van de weduwe dat Blaauwkool de laan uit wordt gestuurd. De weduwe is eigenlijk zeer tevreden over hem maar is ook bang voor de wrede opzichters. Zij vraagt Simon ten huwelijk waardoor hij nu plantage-eigenaar is. Zo wordt het ‘humane’ regime voortgezet en mogen de slaven zelfs sparen om zich vrij te kopen en zich als vrije arbeider op de plantage te vestigen. Aan het eind van het verhaal, als zijn vrouw en dochter zijn overleden, keert Blaauwkool terug naar Duitsland.

De auteur Salzmann is nooit in Suriname geweest. Toch heeft hij met zijn roman bijgedragen aan de beeldvorming in Europa over de slavernij in Suriname. De behandeling van de slaven die Salzmann beschrijft, is bijzonder slecht. Zo slechts zelfs dat de vertaler, de Nederlandse predikant Willem Ockerse (1760-1826), zich genoodzaakt voelt om in een voetnoot duidelijk te maken dat niet alle Hollandse planters zo zijn en dat de slechte reputatie niet alleen Hollandse planters geldt. De manier waarop de vertaler hier uit zijn, normaal gesproken toch anonieme, rol stapt, is toch op zijn zachtst gezegd opmerkelijk te noemen. Maar Salzmanns boeken werden in zeer brede kring gelezen. En na Oroonoko (Behn), Candide (Voltaire) en Stedman zou een ongenuanceerd negatief beeld van Salzmann over de behandeling van slaven in Suriname misschien net iets te veel zijn.

De geschiedenis van Simon Blaauwkool. C.G. Salzmann. Amsterdam: Johannes van der Hey, 1813
[overgenomen uit Parbode]
Carl Haarnack houdt op donderdag 17 februari 2011 een lezing over de Duitsers in Suriname. Klik voor meer informatie hier.
Klik hier voor een interview met Carl Haarnack.

‘Ik verzamel Duitsers in Suriname’


Carl Haarnack over Duitsers in een Nederlandse kolonie

door Sibrand de Boer

Carl Haarnack verbaasde zich al op jonge leeftijd over de voornamen van zijn ooms en tantes. Als je in Suriname geboren bent liggen namen als Ludwig of Elfriede niet voor de hand. Nu doet Haarnack onderzoek naar Duitsers in Suriname tussen 1650 en 1900. Donderdag vertelt hij tijdens een podiumgesprek over dit thema.

Duitsers in Suriname is niet een alledaags onderwerp. Hoe kwam u daarbij?
Haarnack: “Mijn moeder is Surinaamse en ik ben zelf ook daar geboren. Ik heb ooms die Ludwig of Hartwig heten en een tante Elfriede. Dat zijn geen namen die je in de Surinaamse jungle verwacht. Ik vroeg me af hoe dat zat en ben toen informatie gaan verzamelen. Juist op Duitstalig gebied was er veel te vinden. Het gaat dan niet om wetenschappelijk onderzoek of romans maar om dagboeken en persoonlijke archieven.”

Waarom vertrokken Duitsers tussen 1650 en 1900 naar Suriname?
“Mijn onderzoek loopt nog maar ik kan al wel een paar voorzichtige conclusies trekken. In de zeventiende en achttiende eeuw was er veel oorlog en armoede in Europa. Nederland was juist een welvarend land en had veel arbeidskrachten nodig, ook voor de koloniën. Daarnaast hadden veel Duitse steden door de handel regelmatig contact met gebieden in Zuid-Amerika. In Suriname was een grote behoefte aan soldaten die de slaven op de plantages konden bewaken.”

Wat voor mensen waren het die voor een vertrek uit Europa kozen?
“Volgens het algemene beeld waren het vooral mensen die aan lager wal geraakt waren. Dat klopt voor een deel ook. Maar ook rijkere mensen vertrokken naar Zuid-Amerika om daar bijvoorbeeld een plantage op te zetten, zij behoorden tot een andere categorie. Veel mensen die weg wilden werden soldaat omdat dat dé manier was om naar een kolonie te emigreren.”

Hoe ver bent u met het onderzoek?
“Mijn onderzoek hinkt op twee gedachten. In de eerste plaats verzamel ik als het ware Duitsers in Suriname. Ik zoek mensen die daar woonden of bezittingen in het land hadden. Voor mijn onderzoek is het jaar 1863 waarin de slavernij werd afgeschaft, erg belangrijk. Toen werd in kaart gebracht wie de eigenaar van een plantage was en hoeveel slaven er werkten. Zo krijg ik een overzicht van de plaatsen waar Duitsers zaten. In de tweede plaats ligt de nadruk van mijn onderzoek op het bestuderen van geschreven bronnen zoals verslagen en reisverhalen. Ik heb nu zo’n 20 tot 25 titels in kaart gebracht. Dit biografisch speurwerk in persoonlijke archieven en het kennis opdoen over de context vergt veel tijd.”



Illustratie uit August Kappler, Zes jaren in Suriname, 1854.
(Buku Bibliotheca Surinamica)

Heeft u al een idee waarom uw ooms Ludwig en Hartwig heten?
“Het heeft te maken met de missionarissen die daar werkzaam waren. Zij waren heel actief in het onderwijs en naar hen zijn veel mensen vernoemd. Mijn opa was iemand die zijn kinderen vernoemde naar mensen in zijn omgeving. Wat opvalt is dat er na de afschaffing van de slavernij familienamen voor de voormalige slaven moesten komen. Er waren plantage-eigenaars die ze dierennamen als achternaam gaven. Sommige Duitse eigenaars vernoemden ze naar Duitse plaatsen, zoals Hufnagel of Heilbronn. Soms woont daar nog steeds familie die niet weten dat ze ook familie in Suriname hebben.

In mijn onderzoek hoop ik die twee geschiedenissen bij elkaar te brengen. Het verhaal van de blanke Europeanen die weggingen en in Suriname nageslacht kregen. Velen gingen weer terug naar Europa maar hun nageslacht in Zuid-Amerika bleef bestaan.”

Carl Haarnack werkt aan een promotieonderzoek over de aanwezigheid van Duitsers in Suriname tussen 1650 en 1900. Hij is oprichter van de Buku-Bibliotheca Surinamica, een privécollectie van onder meer boeken, foto’s en schilderijen. Op donderdag 17 februari om 16.30 uur in de bibliotheek van het KIT in Amsterdam vertelt hij tijdens het podiumgesprek ‘Nachrichten von Suriname' meer over zijn onderzoek.

[overgenomen van Duitslandweb.nl, 15 februari 2011]


Foto van Carl Haarnack: @ Bert Nienhuis

maandag 3 januari 2011

Nachrichten von Surinam: Duitsers in een Nederlandse kolonie

Lezing van Carl Haarnack

Suriname kwam bij de Vrede van Breda in 1667 in Nederlandse handen. Tot die tijd waren het afwisselend Fransen, Engelsen en Nederlanders die er de dienst uitmaakten. Behalve het aantrekken van voldoende arbeidskrachten (hoofdzakelijk slaven uit Afrika) was het aantrekken van voldoende Europese kolonisten een grote uitdaging. Aan het eind van de 18e eeuw telde de kolonie zo’n 50.000 inwoners waarvan er slechts 3000 tot de blanke Europese bevolking konden worden gerekend. Van deze Europeanen was een aanzienlijk deel van Duitse komaf. Logisch dat deze Duitsers door de eeuwen heen hun stempel op Suriname hebben gedrukt. Onder hen waren er missionarissen, artsen, kooplieden, plantagedirecteuren en vooral veel soldaten. We vinden plantages met namen als Berlijn, Halle in Saxen, Altona, Brunswijck, Hamburg, Clemensburg en Hildesheim, om er maar een paar te noemen. Veel Surinaamse familienamen zijn van Duitse origine. Baumgartner, Bender, Heilbronn, Hering, Karg, Kuhn, Krieger, Menke, Neuss, Petzoldt, Stuger, Telting en Vogt zijn slechts enkele willekeurige voorbeelden. Maar hoe kwamen de Duitsers in Suriname terecht? En wat waren dit voor lieden? Wat bewoog hen de oversteek te maken?

Prof. Alex van Stipriaan, conservator cultuur en geschiedenis Latijns Amerika en Caribisch Gebied van het Tropenmuseum en hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, zal een inleiding verzorgen.
In een driegesprek tenslotte zullen Noraly Beyer, presentator, Alex van Stipriaan en Carl Haarnack praten over de Duitse invloeden in Suriname. Noraly Beyer is redacteur en presentator van de Wereldomroep. In 2008 nam zij na 23 jaar afscheid als presentator van het NOS Journaal.

Datum: donderdag 17 februari 2011, 16.30 uur
Plaats: Tropenmuseum-Bibliotheek, Linnaeusstraat 2, Amsterdam, tel: 020 - 5688215
Voertaal: Nederlands. Toegang gratis. Borrel na afloop.
Aanmelden vóór 14 februari: info@genootschapnld.nl of via tel. 020 6191832
Georganiseerd door het Genootschap Nederland-Duitsland in samenwerking met Tropenmuseum Amsterdam.

Carl Haarnack (1963) doet cultuurhistorisch promotie-onderzoek naar de geschiedenis van Duitsers in Suriname tussen 1650 en 1900. Hij studeerde Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens oprichter van Buku - Bibliotheca Surinamica, een verzameling van 18e- en 19e-eeuwse boeken en prenten waarin Suriname centraal staat. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de geschiedenis van Suriname. Hij is redacteur van het maandblad Parbode. Tenslotte is Haarnack één van de auteurs van Black is Beautiful, Rubens tot Dumas (2008).

Foto van Carl Haarnack: @ Bert Nienhuis