Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen

dinsdag 1 april 2014

Leuk boekje over Plantage Mariënburg

Commewijne. Foto © Anne Blondé

door Benjamin Mitrasingh

In de boekhandel is een leuk boekje over de plantage Mariënburg te vinden, alleen schrik je onmiddellijk van de prijs van het boek. Dan is het grote boek van dr André Loor wel redelijk in de prijs. Een compliment verdient zeker de schrijfster van het boek Anne Blondé, maar dan moeten wij ook erbij vermelden dat zij bij elk volgend schrijfproduct van haar wel een nauwkeuriger eindcorrector moet raadplegen. Want het stoort bij het lezen wel enorm, als er bij het woord ‘suikerrriet’ de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ door elkaar worden gebruikt. Het woord is ‘het’ suikerriet en dan mag de eenvoudige Toekijan Soekardi in zijn notities wel ‘de’ suikerriet’ hebben geschreven, maar dat mag hij, want het zijn zijn eigen aantekeningen die hij nu nog gebruikt als bescheiden toeristengids van de plantage. Die aantekeningen biedt hij niet te koop aan, wat Anne Blondé wel doet met haar boekje. Hierdoor krijgt haar boekje wel het predicaat van ‘wat zielig, maar wel een leuk boekje’.
Anna Blondé

Sommige fototeksten ontbreken helaas volledig in het boekje en de witte teksten op de foto’s zijn bijna onleesbaar. Want wie zijn de mensen op de foto op bladzijde 92. Die foto is gehaald uit een album van de man op de foto, die alles heeft vermeld behalve zijn eigen naam. Hij was agent op Mariënburg en ergens onthult hij zijn eigen borstbeeld.

Als onderzoekster en schrijfster verdient Anne Blondé wel beter, omdat zij nu al een goed voorbeeld is voor alle politici van het district Commewijne maar vooral ook voor de onaantastbare geniale ‘luchtkastelenbouwer’ van de suikerplantage. In het boekje (bladzijde 54) krijgt het historisch onderzoek naar het massagraf van 1902 ook aandacht en wordt er ook vermeld: ‘de lichamen van de contractarbeiders werden begraven in een kuil met ongebluste kalk, wat het zo goed als onmogelijk maakt iets van hun resten te vinden’. Met deze conclusie heeft Anne Blondé een enorme ondersteuning gegeven aan het werk van het onderzoeksteam op Mariënburg dat steeds dichterbij komt van de juiste lokatie van het massagraf. Voor de boringen zijn nu langere verstelbare ‘Emperor’ assenstaal boren geleend bij de GMD. De archeologie en de Dienst voor Bodemkartering (DBK) werken namelijk met lichtere en kortere galvaanboren.

De foto’s en kleuren schema’s in het boek zijn heel mooi, maar waarvoor Anne Blondé samen met haar vrienden, zeker een dikke pluim verdient, zijn de uitgebreide noten en de gebruikte literatuur in het boek. Die maken het eindeloos zoeken naar de juiste bronnen, en zeker in Nederland, heel makkelijk.

In het verslag van het onderzoeksteam van Stichting Hindostaanse Immigratie zal je straks kunnen lezen wat het woord Mariënburg precies betekent, waar het vandaan komt en hoeveel slachtoffers er op 30 juli 1902 werkelijk ter plaatse zijn gevallen en hoeveel in het ziekenhuis op Mariënburg zijn overleden. Het is ook nog onduidelijk waar opeens de namen zijn verdwenen van de hoofdmoordenaar Budree en waar die van de verzetsleiders Hardat en Wongsoredjo? Als het boek de maand en het jaar van het onderzoek naar het massagraf van 1902 keurig kan vermelden, namelijk als juni 2013, wie gaat dan schrijven over de uitverkoop van Mariënburg en over de minachting en enorme verwaarlozing van de oud-Javaanse arbeiders? Dit proces begon al na de sluiting van de suikerplantage in medio 1985 en in 2013 was dit proces nog steeds in volle gang?

Als Anne dat niet doet, doen wij het wel. Want sinds 1980 praten we in Suriname over de maatschappelijke relevantie van wetenschapsbeoefening en dat stukje hebben wij gemist in het boekje. Jammer, maar de tijd zal ons hopelijk beter leren. Maar aan Anne en aan ‘kan’ Toekijan, in elk geval een heel hartelijk dankjewel voor hun mooi boekje!


Stichting Cultuureducatie 

[van Starnieuws, 1 april 2014]


woensdag 26 februari 2014

Menselijke beenderen bij opgravingen

Paramaribo - Bij het doen van opgravingen op de hoek van de Heffen- en Korte Kerkstraat zijn zaterdag menselijke beenderen aangetroffen en in beslag genomen. Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg was bezig de opgravingen te verrichten toen ze op de beenderen stuitte. De politie werd ingeschakeld en constateerde dat het daadwerkelijk om beenderen gaat. De in ...
beslag genomen beenderen zijn overgebracht naar het mortuarium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Vorige week waren reeds menselijke resten aangetroffen bij het graven van een kuil voor het aanleggen van een vetput op de hoek van de Heeren- en Klipstenenstraat.

Archeoloog Benjamin Mitrasingh zegt dat het niet zozeer om menselijke beenderen hoeft te gaan. "Er zijn vaak beenderen gevonden bij opgravingen en vaak genoeg ging het om dierlijke beenderen", zegt Mitrasingh. Hij heeft de beenderen niet gezien. Mitrasingh vindt het jammer dat hij als archeoloog niet erbij is gehaald toen de beenderen ontdekt werden.

"De ligging van de beenderen is onder andere van essentieel belang om te kunnen constateren als het werkelijk om menselijke beenderen gaat" zegt de archeoloog. Veel meer kan hij niet kwijt over de gevonden beenderen, omdat hij die niet heeft kunnen zien.


[van nospang.com, 26 februari 2014]

vrijdag 31 januari 2014

Spookverhalen op Mariënburg

De Raad van Orzhova, door Velinov

Naast het persbericht over de vermoedelijke locatie van het massagraf van 1902 op Mariënburg, komen volgens onderzoeksleider en archeoloog Benjamin Mitrasingh de spookverhalen nu pas los. Mitrasingh zegt dat het onderzoeksteam aldoor veel pech op Mariënburg heeft gekend en daar heeft tot nu toe niemand ze mee geholpen. Volgens Mitrasingh zijn de spookverhalen echter heel eenvoudig uit te leggen.

“Als men geen buitenstaanders (lees klokkenluiders) wil hebben in een gebied, dan komen deze verhalen opeens los. Uit ervaring weten wij ook dat de ene informant geen kaarten en plattegronden wil afstaan omdat hij daar met geld sjoemelt en van de jagers en vissers weten wij ook, dat elke buitenstaander uit hun jacht- of visgebied geweerd moet worden. In het Blakawatra-gebied werden zelfs de borden van LLB verplaatst totdat men klaar was met jagen en vissen”, aldus de onderzoeksleider.

Het spookverhaal van Mariënburg komt volgens hem erop neer dat jagers en vissers moesten vluchten uit het gebied nabij het massagraf omdat het gehuil en gekrijs van de overledenen ondragelijk was. Mitrasingh weet uit eigen ervaring te vertellen dat hij acht jaar lang op Joden Savanne heeft gewerkt en dat elk spookverhaal van het gebrom in het bos tot en met de vliegende azimma’s, werden ontzenuwd door logisch denken en zeker niet door angst.
De enig bekende foto van een spook gemaakt nabij
 Mariënburg

De ene keer was het gebrom het gesnuif van een tijger die naar een drinkplaats zocht en de andere keer was het een vliegmachine die op Zanderij moest landen. “Een hele tijd zie je de schijnwerpers als twee grote ogen en dan opeens niet meer, want dan verdwijnt het vliegtuig achter de boomgrens en landt dan veilig op Zanderij.

Om de gemoedsrust van de lichtgelovigen op Mariënburg tegemoet te komen, zullen volgens Mitrasingh alle religieuze leiders in de gelegenheid worden gesteld om er te komen en te doen wat men nodig acht voor de rust en vrede op Mariënburg. Want nu gaat het archeologisch onderzoek echt beginnen en dat kan om gebeuren van zonsopkomst tot zonsondergang. Naast de religieuze leiders zullen ook de ‘helderzienden’ er welkom zijn. “Want die zijn nodig voor de betrouwbaarheid van alle kaarten, plattegronden en roddelverhalen van het onderzoeksgebied. Het ‘saaie’ archeologisch werk kan nog spannend worden”, aldus de archeoloog Mitrasingh.

[van GFC Nieuws, 30 januari 2014]


Archeoloog Mitrasingh wil eindelijk kaarten en plattegronden Mariënburg

Mitrasingh roept hulp minister Moestadja in

Archeoloog Benjamin Mitrasingh heeft zich gewend tot minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken, omdat hij eindelijk eens de kaarten en plattegronden van de voormalige suikerplantage Mariënburg wil ontvangen. De documenten zijn nog steeds in het bezit van Michel Sjak Shie, de projectdrager van de Surinaamse Cultuurmaatschappij NV Mariënburg.
 
Bron foto: Mitrasingh.

Moestadja is behalve minister ook partijgenoot van Sjak Shie. Ze zijn beiden lid van Pertjajah Luhur.

In opdracht van de Stichting Hindoestaanse Immigratie zoekt Mitrasingh naar het massagraf van 1902. Al twee jaar timmert hij samen met de stichting aan de weg om dit project van de grond te krijgen. Begin september vorig jaar werden de werkzaamheden voor onbepaalde tijd stopgezet. De archeoloog, die niet te spreken is over het verloop van het onderzoek, zei eerder dat er ‘aldoor sprake is van een soort politieke chantage en powerplay’. Talrijke afspraken met hoge regeringsfunctionarissen ten spijt.

De jongste inspanning van de archeoloog is het inroepen van de hulp van minister Moestadja. De wetenschapper heeft de plattegronden nodig om de mogelijke locatie van het massagraf aan te geven.

Minister Moestadja heeft vrijdag zijn hulp toegezegd. Wat er nu gaat gebeuren, zegt Mitrasingh is, dat ‘we gaan beginnen verklaringen van de oud-bewoners van Mariënburg af te nemen’. Hij roept mensen op die met een beetje zekerheid kunnen vertellen waar het massagraf precies ligt, hun verhaal in de weekenden te komen doen.
 
Ben Mitrasingh
‘Zolang ik geen goed kantoor daar heb, moet ik het voorlopig met een plattegrond en een schoolbord doen op het achterterras van het voormalige recreatieoord’, aldus de archeoloog.

In juni vorig jaar is het onderzoeksteam na veel tegenstand en bureaucratie gestart met de voorbereidingen voor het onderzoek te Mariënburg. Er was al een tracé gekapt langs de oude spoorbaan en er waren schoonmaakwerkzaamheden verricht. Ook waren markeringen geplaatst op de mogelijke liggingen van het graf. De werkzaamheden vorderden ook traag door de zware regens in die periode.

Op 30 juli vorig jaar was het precies 111 jaar geleden dat een aantal arbeiders werd doodgeschoten en in een massagraf werd gedumpt. Over de aard en het aantal slachtoffers zijn er wat onduidelijkheden. Het Koloniaal Verslag van 1903, een jaar na de slachting, praat van 17 slachtoffers. De mensen zijn doodgeschoten tijdens een solidariteitsactie van arbeidscontractanten op het terrein van de suikerplantage Mariënburg.


[uit Obsession Magazine, 21 januari 2014]

maandag 24 juni 2013

Onderzoek Mariënburg vordert zonder plantagekaarten

De werkzaamheden voor de zoektocht naar het massagraf van 1902 te Mariënburg vorderen. Het overtollige hemelwater stagneert, maar is niet zo hinderlijk als het “halsstarig gedrag van Michel Sjak Shie.” De projectdrager van de Surinaamse Cultuurmaatschappij NV Mariënburg weigert nog steeds om de plantagekaarten en plattegronden aan het onderzoeksteam af te staan.

Het onderzoekstraject te Mariënburg is nu schoon voor boringen. (Foto: Benjamin Mitrasingh)


“Geen nood,” zegt projectleider Benjamin Mitrasingh. “Het zou natuurlijk alles veel makkelijker maken en minder tijd kosten, maar nu maak ik de kaarten zelf.” Intussen is het heel tracé van de oude spoorbaan aan beide zijden meter voor meter nauwkeurig bekeken. Het hele gebied is echter door de vele regens zwaar ondergelopen.

Aan de noordkant van de spoorbaan is het brakwater in de sloten al 1,75 meter hoog en staat aan de zuidkant de waterspiegel ruim een meter hoog. “Maar het begin en eind van de spoorbaan zijn nu duidelijk zichtbaar,” zegt archeoloog Mitrasingh.

Bodemonderzoek 
Vanaf maandag worden alle denkbare locaties van het massagraf 1902 grondig onderzocht. “Dan zijn niet alleen alle informanten gerustgesteld, maar dan kunnen we hen ook een absoluut betrouwbaar antwoord geven. Wetenschappers mogen daar geen twijfel over laten bestaan,” stelt de onderzoeksleider.

De vermoedelijke locaties zullen eerst met insecticiden en daarna met herbiciden worden bewerkt, waarna de graafmachine komt. Zo wordt voorkomen dat we te lang bezig zijn met wieden met houwers, legt de archeoloog uit. Om de meter wordt met een grondboor de bodem daarna een meter diep onderzocht. Voor de bodemonderzoeken zullen met een waterpasinstrument meetkundige vlakken worden uitgezet. Alles gebeurt handmatig. Per locatie zal zo’n bodemonderzoek ongeveer een maand duren.

NSP 
Eind jaren tachtig was er al een soortgelijk bodemonderzoek in Mariënburg gedaan, maar toen zonder graafmachine. De staf van de suikeronderneming beschikte toen ook niet over betrouwbare informatie over het massagraf.
De Dienst voor Hogere Geodesie heeft in de jaren tachtig bijna overal in Suriname koperen meetpunten in de grond geplaatst. Die zijn in de bodem gemetseld en geven heel nauwkeurig het Normaal Surinaams Peil aan. In 1963 werd bepaald dat in alle officiële gegevens het NSP zal worden gebruikt. “Dus ook in het eindverslag van dit onderzoek. Het NSP is een vergelijkingsvlak dat overeenkomt met het gemiddeld zeeniveau,” voegt archeoloog Mitrasingh eraan toe.

In januari heeft de Stichting Hindostaanse Immigratie toestemming gehad van president Desi Bouterse om op zoek te gaan naar het massagraf van 1902. 

[van Starnieuws, 24 juni 2013]


zaterdag 27 oktober 2012

VS geeft grote collectie pre-Colombiaanse kunst terug




De VS hebben meer dan 4.000 prehistorische kunststukken teruggeven aan Mexico. (Foto: Reuters)
Amerikaanse autoriteiten hebben een enorme collectie van meer dan 4.000 pre-Colombiaanse artefacten teruggegeven aan Mexico. De collectie prehistorische voorwerpen omvat beelden, potten, bijlen en een Azteekse fluit. Functionarissen zeggen dat dit de grootste repatriëring van gestolen of geplunderde kunst in zijn soort is.

Het Amerikaanse bureau belast met de immigratie en de in-en uitvoerrechten (ICE) zegt dat de antiquiteiten tijdens onderzoeken zijn teruggevonden in verschillende Amerikaanse staten en Mexico. ICE onderzoekt de smokkel en diefstal van kunst en andere artefacten uit andere landen naar de Verenigde Staten.

Tussen de meest gewaardeerde artefacten die tijdens een ceremonie op het Mexicaanse consulaat in El Paso, Texas, werden overhandigd, waren een fluit uit het Azteekse tijdperk, koperen bijltjes, beelden en een Matate - een stenen handgereedschap dat wordt gebruikt om graan te malen. De collectie bevat ook 26 stukken pre-Colombiaanse aardewerk dat meer dan 1.500 jaar oud is. ICE zegt dat deze zijn teruggevonden tijdens een onderzoek in Montana.

Grootste collectie
"De plundering van culturele goederen is één van de oudste vormen van georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit en is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen dat de grenzen overstijgt," zei Janice Ayala, adjunct-directeur van ICE's Homeland Security Investigations division.

De schat wordt beschouwd als de grootste die ICE tot nog toe in een keer heeft geretourneerd aan een land. Voorafgaand aan de grote repatriëring naar Mexico, had het agentschap al meer dan 2.600 items naar 24 landen teruggestuurd. In veel gevallen ontdekten agenten geplunderde oudheden tijdens douanecontroles op kruispunten langs de bijna 3.200 km lange Amerikaans-Mexicaanse grens. Ook tijdens het onderzoek van de bagage op de internationale luchthavens in Chicago en San Diego zijn antiquiteiten gevonden.

De 26 stukken teruggevonden aardewerk werden gestolen door een persoon die leden van de Tarahumara-stam - een groep van de inheemse bevolking in het noordwesten van Mexico - betaalde om graven in het Copper Canyon gebied van Chihuahua te gaan plunderen, zodat de items konden worden verkocht in een kunstgalerie, vertelde ICE.

Nog eens 200 Mexicaanse artefacten werden teruggevonden in Fort Stockton, Texas. Ze waren naar verluidt gesmokkeld naar de Verenigde Staten nadat ze in 2008 waren gestolen uit een particuliere collectie en museum in Cuatro Cienegas, in de staat Coahuila, ten zuiden van Texas.

[uit Starnieuws, 27 oktober 2012]

donderdag 9 februari 2012

Lezingen NAAM live te volgen


door Elisa Koek

Curaçao – Stichting National Archaeological Anthropological Memory Management (NAAM) houdt zich geruime tijd bezig met de culturele erfenis van Curaçao. De lezingen die zij geven zijn vaak informatief en vertellen over de rijke geschiedenis van het eiland. De lezingen kunnen nu ook live worden gevolgd.

De stichting gaat gebruikmaken van livestreaming om zo alle geïnteresseerden, zowel lokaal als internationaal, de kans te geven lezingen te volgen. De eerste live lezing is vanavond. Antropoloog Su Girigoro komt aan het woord en vertelt over een expertmeeting die zij heeft bijgewoond in Johannesburg in Zuid-Afrika. De meeting ging over een project dat alle sociale, culturele, economische en politieke vorming in de Afrikaanse antropologie onderzocht en documenteerde. Girigori zal verschillende foto’s en fragmenten laten zien van haar verblijf in Afrika.

Bijwonen
De lezing wordt vanavond om 19.00 uur gehouden in het gebouw van Stichting NAAM aan het Johan van Walbeeckplein, in het gebouw waar vroeger de bibliotheek in Pietermaai was. Iedereen is uitgenodigd om de lezing bij te wonen. Als je de lezing live wilt volgen, kan dit via de website van Stichting NAAM.

[van Versgeperst.com, 9-02-2012]

zondag 22 januari 2012

Museum van Antigua & Barbuda


In 1985 opende dit kleine museum zijn deuren in het oudste historische gebouw van St.John's (Old Court House uit 1750), en wordt beheerd door de Historical & Archaeological Society. Er zijn regelmatig tentoonstellingen te bezichtigen en er is een verzameling van voorwerpen van de Arawak Indianen te bekijken. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de slavernij op het eiland. Je vindt hier informatie over de geschiedenis van Antigua, vanaf de geologische geboorte tot de politieke onafhankelijkheid van het eiland.


Museum of Antigua & Barbuda
Long Street
St.John's
Antigua
Tel. +1 268 462 1469
E-mail: museum@candw.ag

zondag 1 januari 2012

Een verdwenen stad in het Surinaamse regenwoud

door Renzo S. Duin


Recent archeologisch onderzoek toont aan dat het Amazonewoud niet zo ongerept is als het lijkt, maar ook dat de ‘verloren steden in het Amazonegebied’ anders zijn dan Hiram Binghams Machu Picchu in Peru of kolonel Percy Fawcetts ‘Stad Z’ in Brazilië (Heckenberger 2009). Cheryl Ngwenyama, die tegenwoordig publiceert onder de naam Cheryl White, onthult in haar proefschrift, Material Beginnings of the Saramaka Maroons; An Archaeological Investigation, dat er ook in het oerwoud van Suriname overblijfselen gevonden zijn van een verloren stad. Een artikel dat haar proefschrift samenvat werd in 2010 gepubliceerd in Antiquity. Deze verloren stad is Kumako, de eerste nederzetting die de Saramaka Marrons, een gemeenschap van gevluchte slaven en hun nakomelingen, opbouwden in het binnenland van Suriname. Op zoek naar deze stad verrichtte een onderzoeksteam samengesteld uit Marrons, student-vrijwilligers en academici archeologische opgravingen in het kader van het Maroon Heritage Research Project, dat werd opgezet door Dr. Kofi Agorsah van de University of the West Indies en momenteel onder leiding staat van Dr. White. Wat overigens opvalt is dat de samenstelling van dit team duidelijk maakt dat de archeologie in Suriname niet langer het monopolie is van de bakra, de blanke man uit Nederland. Het archeologisch onderzoek naar de materiële oorsprong van de Saramaka is tegenwoordig een echt gemeenschappelijk archeologisch project.

Marrondanseres maakt zich klaar voor de dans (foto Arno Briers)

Cheryl White is geboren in Kingston, Jamaica, en opgegroeid in New York waar ze een bachelor antropologie/archeologie deed. Haar master en Ph.D. werden verkregen bij de University of Florida in Gainesville, Florida, in de Verenigde Staten. De University of Florida is een van de laatste universiteiten met de zogenaamde ‘Four-Field’-benadering. Haar Ph.D.-begeleider, Dr. Peter Schmidt, is bekend om zijn historische archeologie en etno-archeologisch werk onder de Buhaya van Oost-Afrika. White past deze combinatie van historische archeologie en etno-archeologie toe op de Afrikaanse diasporagemeenschappen van Zuid-Amerika, en dan in het bijzonder op de Surinaamse Saramakaanse Marrons. In tegenstelling tot Jamaica en andere Marronenclaves in het Caribische gebied, zijn de Surinaamse Marrons behoudender in plaatsen en praktijken. Overigens zullen de welingelichte lezers ontdekken dat dit boek geen enkele verwijzing telt naar het werk van Silvia de Groot, die destijds aan de wieg stond van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek. De Groot was dan ook gefocust op de Ndjuka en Boni, twee andere Marrongroepen in Suriname, en haar werk werd meestal gepubliceerd in het Nederlands. Wel refereert deze dissertatie systematisch naar het werk van Richard en Sally Price. Terwijl Richard en Sally Price sinds het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw historisch-antropologisch onderzoek hebben uitgevoerd naar de Saramaka en andere Marronpopulaties in Suriname en Frans Guyana, is dit de eerste keer dat er op de locatie van Kumako archeologische opgravingen zijn gedaan.

Het doel van dit onderzoek was niet zozeer om de achttiende-eeuwse Marronnederzetting van Kumako nader te lokaliseren in de buurt van de bron van de Pikien Saramakarivier, maar om te reconstrueren hoe deze plek als een punt van samenkomst functioneerde in de eerste tijd dat de Saramaka in de binnenlanden van Suriname leefden. Uit het huidige historisch en etno-archeologisch onderzoek is duidelijk geworden wat het karakter was van zo’n vroege nederzetting bestaande uit gemeenschappen van weggelopen slaven en hun nakomelingen. Algemeen werd aangenomen dat historische Marrondorpen een kort bestaan kenden en gelegen waren in afgelegen gebieden. Dat maakte het moeilijk om definitieve conclusies te trekken. Maar deze keer zijn er verschillende objecten aangetroffen, waaronder voorwerpen van aardewerk en fragmenten van stenen bijlen. Ook waren er enkele radiokoolstofmonsters genomen om de vindplaats te dateren. Bovendien werden te Kumako elementen gevonden die duiden op traditioneel Inheems landgebruik, het gebruik van een vorm van technologie en een eigen materiële cultuur. Een 123 pagina’s tellende appendix bevat een overzicht van de wetten die in Suriname ten aanzien van de Marrons zijn uitgevaardigd, opgegraven vondsten, en radiokoolstofrapporten.

Archeologisch onderzoek toont bijna altijd aan dat de lokale historie afwijkt van de veronderstelde geschiedenis. Dat is ook in het geval bij de opgravingen te Kumako. Ten eerste bleek de vindplaats, anders dan vermeld in de orale tradities, te liggen op een ronde heuvel van ongeveer 270 bij 180 meter – een oppervlakte van in totaal ongeveer 3,8 hectare – met steile hellingen van ongeveer twee meter hoog. Hierbij moet worden opgemerkt dat de afbeeldingen en tekeningen in het boek niet van de hoogste kwaliteit zijn en soms zelfs vervormd zijn. In de omringende greppel werden vier uitsparingen voor wegen waargenomen. Een uitholling van ongeveer drie meter in doorsnee werd aangetroffen ten noorden van de heuvel. Fragmenten van aardewerk, gevonden in de buurt van een opgravingsput, werden door Saramakaanse teamleden geïdentificeerd als ahgbang-kommen. Ahgbang of bungu (afb. rechts( zijn grote aardewerken kommen, die oorspronkelijk verkregen werden van Inheemsen (p. 194), maar vervolgens door de Marrons gebruikt werden – en tot op vandaag gebruikt worden – voor rituele baden met gekookte geneeskrachtige planten en andere krachtige kruiden. Dit laat zien hoe lokale teamleden kunnen helpen bij de interpretatie van een archeologische vindplaats. In de tweede plaats roept archeologisch onderzoek meestal meer vragen op dan het beantwoordt. Dat is ook het geval met de koolstofmonsters uit de omliggende greppel. Zij resulteerden in een datering vóór 1620. Deze vroege datering kan een gevolg zijn van natuurlijke bosbranden of van eerdere bewoning door de Inheemse bevolking. Een derde koolstofmonster, verkregen ten noorden van de heuvel, resulteerde in een mogelijke datering uit de vijftiende tot de twintigste eeuw. Deze cirkelvormige heuvel met wegen naar de vier hoofdwindrichtingen, de radiokoolstofdateringen en de aardewerkfragmenten maken gezamenlijk duidelijk dat de geschiedenis van Kumako zeer complex is geweest. Het is mogelijk dat de bewoners zich op deze plaats van voorwerpen voorzagen die oorspronkelijk van Inheemsen afkomstig zijn. Overigens was dit laatste heel gangbaar in andere Marrongemeenschappen, zowel in Suriname zelf als elders in de Guyana’s en het Caribische gebied. Dit proefschrift beschrijft overigens niet enkel het materiële begin van de Saramaka Marrons, maar roept tevens vragen op over de onderlinge relaties tussen de Marrons en de Inheemse volkeren.

Hoewel Kumako in de mondelinge overlevering van de Saramaka een vaste plaats heeft gekregen, lijkt de cirkelvormige heuvel met een greppel, soms onderbroken voor wegen naar de vier windrichtingen, op de zogenaamde montagne couronnée van Yaou nabij Maripasoula (Frans Guyana). Die meet ongeveer 304 bij 154 meter – een oppervlakte van in totaal ongeveer 3,7 hectare – en heeft steile hellingen van ongeveer twee meter hoog (Mestre in voorbereiding; Petitjean-Roget 1991). In 1999 vertelden Wayana-Inheemsen van de Boven-Marowijne mij de lokale Wayana-naam voor dergelijke ronde heuvels met greppels: ïpï ëtonam toponpï (een heuvel om te verbergen van lang geleden). Volgens de huidige Wayana, waren dit versterkt heuveltoppen waar in het verleden mensen hun toevlucht konden zoeken. Mogelijk waren dit plaatsen waar Inheemsen zich schuilhielden tijdens de invallen die de Taira (Cariben van de kust) eventueel in samenwerking met Marrons deden om zogenaamde ‘rode slaven’ te verkrijgen. De datering van de montagne couronnée van Yaou komt overeen met die van de monsters 1 en 2 (cal. AD 80 - 390 en cal. AD 260 tot 560) van Kumako en duidt daarmee op een oudere voorgeschiedenis van deze ‘verloren stad’ in het oerwoud van Suriname.

Kortom, archeologisch onderzoek, en dan vooral de historische archeologie in de binnenlanden van Suriname, is nog grotendeels terra incognita. De mondelinge overlevering van de Marrons en de Inheemsen wijken af van de algemeen aanvaarde geschiedenis die spreekt van kleine gemeenschappen die proberen te overleven in het ongerepte oerwoud. Het lijkt erop dat de Marrons bezit genomen hebben van een (verlaten) nederzetting van de Inheemse bevolking, maar tegelijkertijd hun nieuwe stad versterkten met wat hen ter beschikking stond vanuit hun eigen erfenis aan middelen tot genezing en zuivering van een bepaald gebied. Een dergelijke dynamische onderlinge relatie tussen Marrons en Inheemsen is zeer in overeenstemming met wat bekend is van Afrikaanse diasporagemeenschappen elders in de regio, zoals in Cuba en Brazilië. Bovendien tonen hedendaags historisch onderzoek en archeologische opgravingen aan dat de tijdelijkheid van dergelijke betwiste gebieden veel complexer is dan tot nu toe wordt aangenomen. Het tegenwoordige multidisciplinaire onderzoek is een combinatie van archeologie, geschiedenis, orale traditie en etnografie, in samenwerking met lokale Marrons en Inheemsen, met als doel om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van de binnenlanden van Suriname en de andere landen in de regio. Material Beginnings of the Saramaka Maroons toont aan wat voor potentieel een gezamenlijk onderzoeksprogramma bezit om inzicht te krijgen in hoe een zelfbewuste gemeenschap als de Saramaka bereid is om het beste te maken van de natuurlijke en culturele omgeving.

Cheryl N. Ngwenyama, Material Beginnings of the Saramaka Maroons; An Archaeological Investigation. Gainesville: University of Florida, 2007. 432 p., ISBN 978 05 4945 683 4. [http://etd.fcla.edu/UF/UFE0020093]

Literatuur

Heckenberger, Michael J., 2009

‘Lost Cities of the Amazon; The Amazon tropical forest is not as wild as it looks.’ Scientific American 301(4): 44-51.

Mestre, Michaël, in voorbereiding

Montagnes couronnées en Guyane.

Petitjean-Roget, Hugues, 1991

‘50 sites de montagnes en Guyane française: contribution à l’inventaire des sites archéologiques d’Emile Abonnenc.’ Actes du 12ième congrès de l’A.I.A.C., 241-257.

White, Cheryl, 2010

‘Kumako; a place of convergence for Maroons and Amerindians in Suriname, SA’, Antiquity 84: 467-479.

White, Cheryl, 2010

‘Maroon Archaeology Is Public Archaeology.’ Archaeologies: Journal of the World Archaeological Congress 6(3): 485-501.



[uit Oso, 2011, nr. 2]

vrijdag 25 november 2011

Fort uit 1790 in Saramacca ontdekt

door Wanita Ramnath

Het fort Groningen, dat gebouwd werd in 1790 door gouverneur Jan Gerhard Wichers, is door de Nederlandse historicus Beno Hofman te Groningen, Saramacca ontdekt. Na een uur graven, werd het vermoeden van de historicus hard. Het vijfhoekige fort kon niet in zijn geheel opgegraven worden, omdat er gebouwen op staan. Ook het districtscommissariaat van Saramacca staat erop.


Het fundament van fort Groningen. (Foto: Wanita Ramnath)


Het fort was gebouwd om de plantages tegen aanvallen van buitenaf te beschermen en werd genoemd naar de geboorteplaats van de gouverneur, Groningen in Nederland.

Beschrijvingen
Hofman wist precies waar er gegraven moest worden. Een oude kaart van de boerenkolonisatie uit 1845 had een schets van het fort. Daarnaast zijn er ook luchtfoto’s geschoten. Een militair had deze schetsen ooit op papier gezet. Een militair rapport uit 1800 beschrijft het fort als volgt: "…In Saramacca ligt even boven de nieuwe stad Columbia het Fort Groningen, zijnde aangelegt voor reguliere vijfhoek, de muuren van schulpsteen opgemetzeld; aan hetzelve wordt nog gewerkt...". Het straatje vanaf de fortpoort naar de landingplaats bij de rivier werd al gauw de ‘Landingstraat’ genoemd. De straat liep door de achterpoort landinwaarts naar het kerkhofje en de veeweide.

De post Groningen was een hoofdpost van het militaire cordon. Mr. A. F. Lammens bezocht de post in 1818 en legde het volgende vast: "...Op de westelijken oever van de Saramaka agt a negen uren van zee, is de Fortres Groningen...De post Groningen, ligt op de boord van de rivier, is ten zuiden door een muur van zandsteen omringd, en voor het oog de fraaijste post in de Kolonie, het Komandantshuis en alle de gebouwen, waren in de besten staat.”

Meerdere forten
Historicus André Loor zegt desgevraagd aan Starnieuws dat fort Groningen tot 1843 als legerplaats diende. Het fort werd daarna door de militairen verlaten en er is nooit meer naar omgekeken. In het fort lagen de kanonnen opgeslagen op de vele plantages die het district Saramacca kende, te beschermen. Het district beschikte ook nog over de forten Nassau en Carel.

Het belangrijkste fort was toch Groningen. Haast alle forten werden vijfhoekig gebouwd. Dit was een militaire strategie voor een betere verdediging. Loor merkt op dat vele plantages achteruit gingen, maar de mensen bleven wel wonen in het district en brachten Saramacca verder tot ontwikkeling.

Behoud erfgoed
Districtscommissaris Aroenkoemar (Ro) Ramdhani van Saramacca zegt dat hij zijn ogen niet kon geloven. “Die man kwam met een korte boomgraafmachine en was nauwelijks een uur bezig. De grote ontdekking werd gedaan. Hij hoefde net 40-60 centimeters te graven”, vertelt Ramdhani.

Hij merkt op dat er niet veel gedaan kan worden aan deze historische ontdekking, omdat het districtscommissariaat en de gevangenis nu erop staan. Een ding is zeker: deze gebouwen hebben een stevig fundament. De dc is van plan om contact op te nemen met het Surinaams Museum om na te gaan wat eventueel de mogelijkheden kunnen zijn om dit erfgoed te behouden.

De oudste bewoner van het district Saramacca, Christiaan Roseval (103), zegt geen informatie te beschikken over Groningen. Ook heeft hij nooit in de hoofdstad van het district gewoond. Daarnaast heeft Roseval geen verhalen over het fort van Groningen van zijn voorouders gehoord.

[uit Starnieuws, 25 november 2011]

dinsdag 22 november 2011

Alien in Peru

Een gemummificeerde langwerpige schedel die gevonden is in Peru, zou wel eens het bewijs van het bestaan van buitenaardse wezens kunnen leveren. De vreemd gevormde schedel van bijna 50 cm, gevonden in de stad Andahuaylillas in de zuidelijke provincie Quispicanchi van Peru, stelt antropologen voorlopig voor een raadsel. Dat meldt The Daily Mail.


De schedel heeft een aantal bijzondere kenmerken. Zo zit er een zachte plek in de schedel – een open fontanel – wat kenmerkend is voor kinderschedels van een jaar oud. De schedel heeft echter ook twee grote kiezen, die weer horen bij volwassen mensen.

Antropologen uit Spanje, Rusland en Peru bestuderen op dit moment de vreemde schedel en lijken te concluderen dat het gaat om een ‘niet-menselijke’ schedel. Door DNA-bepaling van de overblijfselen van een oogbal zal binnenkort duidelijk worden of we daadwerkelijk te maken hebben met een alien of met een menselijke schedel.

De alternatieve verklaring voor de bizarre vervorming van de schedel is dat hij kunstmatig werd vervormd, als onderdeel van een ritueel. In diverse culturen over de hele wereld (zoals bijvoorbeeld bij de Maya’s en bij Australische Aboriginals) werd het hoofd van de overledene gewikkeld in een strak doek. De techniek zou meestal worden uitgevoerd op een kind, omdat de schedel dan het soepelst is. Door deze procedure werd de schedel opgerekt en afgeplat. Met als gevolg een langwerpige schedel.

donderdag 1 september 2011

2000 jaar oud Maya-paleis in Mexico ontdekt


Terra: Het Maya-paleis in Plan de Ayutla bestaat uit vertrekken met muren van bijna een meter breed.

Mexico-Stad — Een groep Mexicaanse wetenschappers heeft in het zuiden van Mexico een circa 2000 jaar oude tempel van de Maya’s gevonden. Dat hebben de autoriteiten in Mexico gisteren laten weten.

Het Mexicaanse instituut voor antropologie en geschiedenis (INAH) stelde dat de ontdekking van groot belang is voor het verkrijgen van inzicht in de architectuur van de Maya’s. Het paleis is blootgelegd in de archeologische zone Plan de Ayutla in de deelstaat Chiapas.

Luis Alberto Martos, die de leiding heeft bij de opgravingen in Plan de Ayutla, zei dat het paleis bestaat uit vertrekken met muren van bijna een meter breed. De wetenschappers vermoeden dat de zone een politiek centrum was.

Het grote rijk van de Maya’s strekte zich vanaf enkele honderden jaren voor Christus tot circa 900 na Christus uit over delen van Midden-Amerika en Mexico. Ze hadden de sterren al in kaart gebracht en waren zeer bedreven in de wiskunde.
[uit Amigoe, 1 september 2011]

dinsdag 17 mei 2011

Archeologisch Museum Aruba opent expo in winkelcentrum

Het Archeologisch Museum opent in samenwerking met Metacorp volgende week woensdag de tijdelijke expositie O Aruba, nos baranca tan stima in Renaissance Mall in Oranjestad. Dit ter gelegenheid van 25 jaar Status Aparte. De opening vindt plaats om acht uur ’s avonds bij de ingang van het winkelcentrum in de Havenstraat.


Precolumbiaanse rotstekeningen op Aruba;
foto @ Michiel van Kempen


De expositie focust op de creativiteit van Arubanen vanaf de prehistorie tot het heden. Tijdens de tentoonstelling kan de bezoeker zien hoe de oorspronkelijke bewoners van het eiland alledaagse gebruiksvoorwerpen maakten en verfraaiden. In de periode na de komst van de olieraffinaderij en de sluiting hiervan is Aruba ook zeer creatief gebleven, aldus het museum. “We zijn dan ook heel blij en trots dat we deze expositie kunnen opdragen aan de bevolking.” Ook is het museum tevreden met de hulp van Metacorp. “Samenwerking tussen private en publieke partijen is heel effectief bij het creëren, promoten en behouden van onze culturele erfenis.”

Het Archeologisch Museum vindt de tentoonstelling een mooie gelegenheid om een breed publiek een stukje van de geschiedenis van het eiland te laten zien. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken, maakt de expo gebruik van zowel visuele als tekstuele informatie. De tentoonstelling moet bewoners en toeristen ook stimuleren om musea, parken en andere culturele uitingen te bezoeken.
De expo maakt deel uit van een serie exposities in het kader van 25 jaar Status Aparte. Op 16 maart werd de eerste tentoonstelling geopend, bij het Nationaal Archief, en recentelijk had Unoca een expo op Las Americas rotonde over getalenteerde jongeren.

[uit Amigoe, 12 mei 2011]

woensdag 13 april 2011

Cultureel erfgoed onder water


De wetenschappelijke afdeling van het Archeologisch Museum Aruba heeft recentelijk om tafel gezeten met Cultuur-minister Michelle Winklaar (AVP) over het behoud van de sub-aquatisch nalatenschap van Aruba.

Als inleiding voor de vergadering gaf archeoloog Raymundo Dijkhoff een korte toelichting op het onderwerp. Het aquatisch cultureel erfgoed omvat alle sporen van menselijke beschaving die onder water liggen of lagen en die een cultureel of historisch karakter hebben. Dijkhoff benadrukte het belang en de urgentie van het beschermen van onze onderwater-erfenis. Winklaar heeft volgens het museum de zorgen ter harte genomen en kwam met het voorstel tot oprichting van een commissie met verschillende belanghebbenden die samenwerken ter behoudt van ‘dit belangrijke onderwerp’.

Dijkhoff was recentelijk op de regionale Unesco-conferentie ‘Technische en juridische uitdagingen van sub-aquatische archeologie in Mexico, Centraal Amerika en het Caribisch gebied’ in Cozumel, Mexico. Hier hield hij een presentatie over de huidige stand van zaken op Aruba betreffende studies, documentatie en bescherming van het erfgoed onderwater op ons eiland. Voor meer informatie kunnen belangstellenden terecht op de website van Unesco: www.unesco.org/culture/en/underwater.

[uit Amigoe, 12 april 2011]

zondag 10 april 2011

Het Surinaams Museum en de Precolumbiaanse culturen

door de redactie van de Ware Tijd Literair

Het Surinaams Museum heeft sinds zijn oprichting veel gedaan aan inheemse culturen. We geven enkele voorbeelden: In het jaar 1992, toen het 500 jaar geleden was dat Columbus Amerika ontdekte en ‘indianen’ tegenkwam, was er een grote tentoonstelling, ‘Wonebory/ Dadogotua (‘Ik laat mij zien’) die kennismaking bood met de verschillende inheemse culturen van Suriname.


Een inheemse gids spreekt bezoekers toe bij Werehpai, nabij Kwamalasumutu, foto @ Frans Lemmens

In 2004 verscheen het boek Suriname voor Columbus (Libri Musei Surinamensi 1), waarin de ‘archeologie van Suriname’ beschreven wordt door archeoloog Aad H. Versteeg. Het is een tweetalig boek, Nederlands en Engels. De natuurlijke levensruimte van Suriname wordt besproken, het landschap waarin de precolumbiaanse bewoners van Suriname leefden. Verder de geschiedenis van het archeologisch onderzoek. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de oudste cultuur, de grootwildjagers van de Sipaliwini Savanne en de keramiekculturen aan de kust en in het binnenland. Ook de rotstekeningen krijgen aandacht in het boek en een aantal speciale vondsten, zoals bijlen.

De meeste kennis over de mensen die voor 1492 Suriname bewoonden komt voort uit opgravingen en het bestuderen van oude dorpen en andere ‘sites’ waar zij hun sporen hebben achtergelaten. In dezelfde periode was er over dit onderwerp een tentoonstelling te bezichtigen in het Surinaams Museum te Fort Zeelandia.

Nu is er een permanente tentoonstelling over de inheemsen in Suriname, die druk bezocht wordt door scholen en waarbij er voor de leerlingen een boekje is met vragen en opdrachten naar aanleiding van wat ze zien. Dat heet ook Suriname voor Columbus. Daarin speelt ook het begrip ‘archeologie’een rol.

Een unieke archeologische site in Suriname is Werehpai, in zuidwest Suriname, tien kilometer van Kwamalasamutu. Daar werden rotstekeningen ontdekt in 2000, die later archeologisch onderzocht zijn door een deskundig team (waarin ook Aad Versteeg) . Er zijn potscherven opgegraven in Wehrepai die 5000 jaar oud blijken te zijn. Dit archeologisch onderzoek werd volledig ondersteund door de bevolking van Kwamalasamutu, Conservation International Suriname, de Stichting Surinaams Museum en BHP Billiton Suriname.

Wat al duidelijk is, is dat de ingebeitelde afbeeldingen in de grotten van Werehpai niet van deze wereld zijn, maar te maken hebben met die andere wereld van mythen en spirituele verhalen.