Posts tonen met het label Chinezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chinezen. Alle posts tonen

zondag 13 april 2014

Op de vleugels van de draak

China, het Nationaal Centrum voor de Uitvoerende Kunsten. Foto © Ray Wise

door Els Moor

De titel Op de vleugels van de draak van het nieuwe boek van de universele schrijfster van Vlaamse komaf Lieve Joris klinkt opwindend. Wie of wat is die draak? En wie vliegen mee op zijn vleugels? Al gauw wordt dat duidelijk. Het uit Europa overgekomen kapitalisme is de draak en op zijn vleugels vliegen China en Afrika een nieuwe toekomst binnen met veel onderlinge handel, welvaart en armoede, zakelijkheid, geweld en bedrog.

Lieve Joris is in 1953 in Vlaanderen geboren. Ze studeerde journalistiek in Nederland en werkte daar bij verschillende kranten. Reizen is haar grote onderwerp. In 1986 verscheen haar eerste boek, De golf. Daarna volgden er nog elf, allemaal over reizen in Afrika, Oost-Europa en de Arabische wereld. Op de vleugels van de draak uit 2013, waarin ook China een grote rol speelt is haar laatste. Het exemplaar uit 2014 dat wij hebben, is al de zesde druk! Dat zegt wel iets over het werk van deze vaak bekroonde schrijfster.

Het werk van Lieve Joris is voor Suriname uitermate interessant en vaak herkenbaar. In De hoogvlaktes uit 2008 bijvoorbeeld schrijft zij over het binnenland van Congo, waar de bewoners dagelijks grote afstanden lopen naar hun kostgronden, terug met veel hout en cassave op hun rug, omhoog en omlaag, door modder en moeilijk begaanbare bossen. Kent u het Surinaamse binnenland? Ook de invloed van het christelijke denken is er herkenbaar en de problemen om er het onderwijs draaiend te houden.
Lieve Joris

Lieve Joris schrijft journalistiek, maar haar werk heeft ook veel literaire kwaliteit. Ze heeft haar heel eigen manier van kijken naar situaties en mensen. Vaak is het voor haar anders wat ze ziet en beleeft, maar nergens heeft ze de afstand van een buitenlandse - vaak Europese - auteur die een ‘ontwikkelingsland’ bezoekt en alles zo goed weet en met arrogantie bekijkt.

In Op de vleugels van de draak vertelt Lieve Joris wat er gebeurt als volken die geen koloniale ervaringen samen hebben gehad (zoals bijvoorbeeld Suriname en Nederland wel) met elkaar aan de slag gaan, vooral op commercieel gebied. Na jarenlang door veel Afrikaanse landen gereisd te hebben, komt Lieve Joris aan het begin van dit boek in Dubai, op de grens van een Arabische republiek, richting China. In Dubai zijn veel Afrikanen die koopwaren uit China komen halen, om daar in hun eigen land winst mee te maken. Die waren worden in grote containers naar de verschillende landen gestuurd. Ook met die containers gebeurt veel, vooral als de Afrikaan de vracht eigenlijk niet kan betalen. Van daar gaat de schrijfster naar verschillende steden in China, waar ook veel Afrikanen wonen of komen handelen. Er zijn er nogal wat die gestudeerd hebben aan Chinese universiteiten en er daarna gebleven zijn om hun studievak uit te oefenen en daarnaast... handel te drijven. Er zijn ook veel Afrikanen tijdelijk in China, puur om producten te kopen voor de handel in hun land. Chinese waren zijn goedkoop! Afrikanen worden niet altijd menselijk behandeld in China, vooral als het om geld draait. Ook speelt racisme vaak een rol.

Etienne, een Afrikaanse kennis van Lieve Joris in China, zegt erover: ‘De Chinezen die ons zwarte duivels noemen, zijn onwetend. Ze gaan ervan uit dat alle Afrikanen in de brousse wonen. Over onze steden weten ze niets, ze hebben alleen films over de slavernij gezien. Sommige Chinezen vinden dat Afrikanen stinken, terwijl ze zichzelf in de winter maandenlang niet wassen. Dan ruikt het in de bus als in een schapenhok!’(pp. 59-60)

Veel steden van het kapitalistische China zijn modern, met veel dure huizen en zaken, druk verkeer, heel luxe wagens, en alle soorten restaurants met eten van verschillende streken in de wereld, uiteraard ook Afrikaans. Zo’n consumptiemaatschappij in steden, zo stellen wij ons het ‘communistische China’ niet voor, maar na Mao Zedong zijn er veel veranderingen gekomen, hoewel ook veel armoede op het platteland is blijven bestaan. Op een socialistische wijze met je geld omgaan, dat is er meestal niet bij! En de Afrikanen die goedkope goederen naar hun land willen sturen, ondervinden maar al te vaak veel dyugudyugu.

Lieve Joris legt makkelijk contact met mensen, overal waar ze komt. Ze wordt dan ook vaak thuis of in een restaurant uitgenodigd door degenen met wie ze kennis heeft gemaakt. Contacten zijn open en gemakkelijk en daardoor komt ze veel en op een eigen wijze, te weten van het land waar ze verblijft. Over het China van deze tijd waarover vanuit Europa maar mondjesmaat informatie komt. Het land blijft nog dat oude beeld houden van een communistische dictatuur. De meeste verhalen uit China komen uit de steden Guangzhou, Beijing, Shanghai en Jinhua. Wij lezers krijgen een goed beeld van hoe men in een andere samenleving zaken doet en wat de psychologische gevolgen zijn van ontmoetingen met andere culturen, zoals tussen China en Afrikaanse landen. Heel bijzonder aan dit boek is dat het nu eens niet gaat over de westerse wereld en hun relatie met de zogenaamde ‘derde wereld’, ‘ontwikkelingslanden’, maar dat het draait om ontmoetingen tussen Afrikanen en Aziaten. De westerse wereld blijft totaal op de achtergrond!


Tot slot een citaat: Lieve Joris reist in China per trein met studenten en docenten naar een conferentie. Li Baoping, die ook in Afrika geweest is en daar nare dingen meegemaakt heeft met een controleur in de trein, praat erover met Lieve Joris: ‘Wij hadden in China een filosoof die Confucius heette’, vervolgde Baoping tegen de controleur, hij zei: ‘Iedereen houdt van geld, maar laten we het op een eerlijke manier verdienen.’ Al die tijd zat zijn paspoort in het borstzakje van de controleur. Nu gaf die het hem terug en zei: ‘Scheer je weg.’ Baoping heeft zitten vertellen met een mengeling van plezier en afgrijzen. Nu lacht hij bevrijd. Confucius in een trein in Kameroen, denk ik, dat is eens wat anders dan de blijde boodschap van Christus of de leer van Mohammed. (p.146)

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak. Reizen tussen Afrika en China. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2013. Zesde druk 2014. ISBN 978-90-450-24 2461-5


maandag 17 maart 2014

Chinees Nieuwjaar nationale vrije dag in 2015

Foto: dWT Archief
  
Paramaribo - In samenspraak met vicepresident Robert Ameerali en de Raad van Ministers heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het besluit genomen om het Chinees Nieuwjaar in 2015 tot een nationale vrije dag te verheffen.
Deze mededeling deed minister Soewarto Moestadja zondag in Nickerie, waar hij naar toe was afgereisd in verband met de viering van Phagwa. De bewindsman zei in zijn Phagwaboodschap onder meer dat we met elkaar mogen verschillen, maar wel samen, in gotong-royongverband, dit land moeten ontwikkelen.


[uit de Ware Tijd, 16/03/2014]

zaterdag 1 februari 2014

Fa Tjauw Song Foei schenkt SRD 50.000 aan organisaties

First Lady Ingrid Bouterse-Waldring ontvangt een donatie voor Huize Tyl Tyl uit handen van Allan Cheng, voorzitter van de Chinese vereniging Fa Tjauw Song Foei. (Foto: Edward Troon)


De vereniging Fa Tjauw Song Foei heeft volgens de Chinese cultuur en traditie minderbedeelden in de samenleving SRD 50.000 geschonken. Dit gebeurde vrijdagavond bij de viering van het Chinees Nieuwjaar in restaurant Palm Palace. "Wij zijn de regering Bouterse/Ameerali zeer erkentelijk voor hun ondersteuning aan de Chinese gemeenschap in Suriname. In het bijzonder danken wij de regering voor het toekennen van een eenmalige nationale vrije dag ter ere van het Chinees Nieuwjaar. Wij hopen natuurlijk dat het een permanent karakter zal krijgen jaarlijks", zei de voorzitter Allan Cheng van Fa Tjauw Song Foei. 

De organisaties die in aanmerking kwamen voor een donatie zijn: Stichting Rumas, die schoolverlaters opvangt, de Henk Abrahams stichting voor het harde werk bij de hulp aan de straathonden en de Green Heritage Fund, voor hun bijdrage aan de opvang van onder andere de luiaards, kapasi's en dolfijnen. Deze organisaties hebben in het verleden ook hulp gekregen. Door het goede werk dat ze verrichten, kwamen ze weer in aanmerking voor steun. De samenleving is recentelijk opgeschrikt door een verwoestende brand te Winti Wai, waarbij talloze gezinnen dakloos zijn geworden. Daarbij heeft Claudett de Bruin hemel en aarde bewogen om de getroffenen bij te staan en heeft het bestuur gemeend om in navolging van haar actie SRD 10.000 te doneren. Samen met de districtscommissaris van Commewijne Ingrid Karta-Bink zullen dit jaar twee speeltuinen opgezet worden voor kinderen te Sorgvliet en Macreabo. Op voordracht van First Lady Ingrid Bouterse-Waldring heeft Huize TylTyl, dat kinderen met een lichamelijke beperking opvangt ook een donatie gekregen.


Cheng bleef ook stil staan bij de mijlpalen die de vereniging heeft bereikt het afgelopen jaar. De ondervoorzitters Chen JinHua en Stephen Tsang en secretaris Zhu Bao Gui hebben op voordracht van de Chinese ambassade bijeenkomsten in Beijing, Wuhan en Qingdao, bijgewoond. De vereniging is ambassadeur Yang Zigang erkentelijk voor de eer.

Fa Tjauw Song Foei heeft een leeuwendans groep opgericht, tevens een basketbalteam, dat het kampioenschap behaalde van het basketbaltoernooi ter ere van 160 jaar vestiging Chinezen in Suriname. Beide ondervoorzitters van Fa Tjauw Song Foei hebben een onderscheiding gekregen voor hun bijdrage aan de Surinaamse gemeenschap. Chen JinHua is Grootofficier in de Ere-orde van de Palm, en Stephen Tsang is Commandeur in de Ere-orde van de Palm. "Wij laten een onrustig jaar van de Slang achterwege en verwelkomen wij het energieke jaar van het Paard", zei Cheng.

[uit Starnieuws, 1 februari 2014]


dinsdag 28 januari 2014

Chinees Nieuwjaar wordt nationale vrije dag

Vrijdag 31 januari wordt een nationale vrije dag in Suriname. Starnieuws verneemt dat de Chinese gemeenschap president Desi Bouterse benaderd heeft voor deze vrije dag. Het Chinees nieuwjaar is een van de belangrijkste feestdagen voor Chinezen. De president is maandagmiddag naar Cuba vertrokken voor het bijwonen van een staatshoofdenvergadering van Celac (Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten), maar heeft instructies achtergelaten. 

Op 31 januari verloopt het 'Jaar van de Slang' en het 'Jaar van het Paard' wordt verwelkomd. Chinezen verwachten veel van het nieuwe jaar. Er worden veel ontwikkelingen verwacht in dit jaar, omdat het paard bekend staat als een harde werker. Het paard bezit de eigenschap van 'doener'.

In het 'Jaar van het Paard' zullen zaken die zijn blijven liggen, worden aangepakt. Volgens de Chinese astrologie zal er actie zijn dit jaar. Omdat de slang vaak een afwachtende houding aanneemt, zijn veel zaken blijven liggen. Paarden worden eeuwenlang reeds door de mens ingezet als werkdier.

Aangezien het Chinees Nieuwjaar het belangrijkste feest is voor Chinezen, is er gevraagd om de vrije dag. Formeel moet de regering de bekendmaking nog doen.

[van Starnieuws, 28 januari 2014]


woensdag 22 januari 2014

Chinese vereniging zegent nieuwe leeuwenkoppen

De zwarte leeuwenkop is één van de drie nieuwe aanwinsten van de culturele vereniging Kong Ngie Tong Sang. De zwarte kop staat voor 'de koning', de mannelijkheid. 'Binnen een vereniging mogen er nooit twee leeuwenkoppen zijn, anders moeten ze tegen elkaar vechten', aldus Charlie Wong. Foto: Jason Leysner 

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Leeuwen hebben in de Chinese cultuur een speciale betekenis. In verband met nieuwjaar is de collectie leeuwenkoppen bij de culturele vereniging Kong Ngie Tong Sang met drie leeuwenkoppen aangevuld. Dinsdagavond zijn de nieuwe aanwinsten ingezegend.

De inzegening zou om klokslag vijf uur moeten plaatsvinden. "Onder de Chinese godsdienstleer is vijf uur een speciale tijd die geluk brengt", zegt Charlie Wong van de vereniging. Op het terras vlakbij de ingang aan de Dr. Sophie Redmondstraat is een offertafel geplaatst voor de inzegening. Leermeester Kaisong Lu, die momenteel in Frans-Guyana woont, is speciaal naar Suriname afgereisd om de inzegening te doen. De leermeester is echter verlaat en zorgt daarmee voor oponthoud. Een paar minuten voor zeven uur vond het feestelijke gebeuren uiteindelijk alsnog plaats.

De drie nieuwe leeuwenkoppen zijn zwart, rood en geel. De zwarte leeuwenkop staat voor 'de koning', de mannelijkheid. De rode kop betekent vrouwelijkheid en de gele kop vertegenwoordigt de oude generatie Chinezen die rust moet brengen binnen de leeuwengroep. In totaal bestaat de collectie leeuwenkoppen van de culturele vereniging nu uit 17 stuks.



De inzegening werd behalve door leden van de vereniging ook door de Chinese ambassadeur Yang Zigang bijgewoond.



[uit de Ware Tijd, 21/01/2014]



zaterdag 30 november 2013

'Surplise!' Aziaten in opstand

door Micky Chen

‘Ni hao!’ ‘Sambal bij?’ ‘Ching chang chong!’ Amsterdam, zeven uur. Ik word op spottende manier gewezen op mijn afkomst, voor de zoveelste keer. Ik ben de tel jaren geleden kwijtgeraakt. Want opmerkingen van dit soort zijn aan de orde van de dag.

Dit is het verhaal van talloze Aziaten in Nederland. Het beperkt zich niet tot Chinezen alleen. Hoeveel Vietnamezen, Koreanen en andere Aziaten krijgen dagelijks ‘ni hao!’ naar hun hoofd geslingerd, ongeacht het feit dat zij nul procent Chinees zijn? Want ja, het is toch allemaal ‘een pot nat.’

Chinese kok. Foto © Reuters

Het gebeurt aan de lopende band, en omdat Aziaten conflictvermijdend zijn wordt aangenomen dat wij ons er niet aan storen. Het tegendeel is echter waar. Hoewel wij als tweede generatie ook de Westerse cultuur absorberen is het toch dat Aziatische in ons dat ons doet zwijgen iedere keer als er ‘sambal bij?’ naar ons wordt geroepen. We zijn er aan gewend geraakt. Het is de cultuur waarin wij anno 2013 leven. Onder het mom van ‘grapje, moet kunnen’, worden dergelijke opmerkingen onophoudelijk gemaakt. Ophef hierover is uit den boze. Want waar hebben we het over. Het is immers ‘maar een grapje’. Éen waarvan je, na hem talloze keren gehoord te hebben, toch zeker niet boos om dient te worden want, daar heb je hem weer: het is ‘maar een grapje.’

Het fragment uit Holland’s Got Talent heeft veel stof doen opwaaien. Met name het ‘number 39 with rice’, een rechtstreekse verwijzing naar de vele Chinese restaurants die Nederland rijk is. Hoewel de eerste generatie Chinezen veelal restauranthouders zijn, is de tweede generatie hoogopgeleid en gaat een veelbelovende carrière tegemoet. Maar hij hoeft maar een keer naar HGT te komen of hij wordt er alweer aan herinnerd dat hij, PhD student of niet, altijd zal worden gezien als de Chinese ober bij wie nummer 39 besteld kan worden.



Gordon is slechts 1 uit duizenden. De onverschillige houding tegenover grappen gebaseerd op Aziatische komaf is zo diepgeworteld in de cultuur van velen dat men zelf de foutheid ervan niet inziet.

Aziaten zijn een apart volk in Nederland. Ze werken hard en komen nauwelijks in het nieuws. Juist daarom vormen zij een makkelijk doelwit. Het fragment uit HGT is verachtelijk omdat dit precies vertegenwoordigt waar Aziaten dagelijks mee te maken hebben. Het was de trigger die de toon zette voor de huidige opschudding. De tweede generatie maakt zich gezamenlijk sterk en weigert zich nog langer stil te houden. Weg met die denigrerende opmerkingen. En nu we toch aan het praten zijn geslagen: naar die nummer 39 met rijst kun je fluiten, Gordon (Chantal inclusief). Maar dat kwam vast niet als een ‘surplise.’

[van Metro, zonder datum]

zaterdag 23 november 2013

Amatmoekrim en Tjon Sie Fat bij Veronsur

Op zondag 1 december interviewt Henna Goudzand Nahar de auteurs Karin Amatmoekrim en Paul Tjon Sie Fat bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam.
 
Karin Amatmoekrim. Foto © Max Azria
De man van veel                           
In december 1939 wordt een Surinaamse man gedwongen opgenomen in een Haags gesticht. Aanvankelijk lijkt hij – op zijn afkomst na – niet veel anders dan de andere patiënten. In de gesprekken met zijn arts ontwikkelt zich echter een overweldigend beeld van een rijk, misschien wel te rijk, leven. Anton is banneling, schrijver, staatsvijand van de Nederlandse overheid en zwarte echtgenoot van de blanke, Haagse Petronella. Wanneer na zijn vrijlating de oorlog uitbreekt, gaat hij bijna te onder aan zijn idealen. In deze opzienbarende nieuwe roman van Karin Amatmoekrim wordt het verhaal van Anton de Kom, die zijn leven gaf voor het verzet tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, voor eens en voor altijd uit de vergetelheid gehaald. De man van veel gaat over de waanzin van een man wiens plannen te groot lijken voor deze wereld.

Beyond the Shopkeeper’s Counter; Images of Chinese Life in Suriname
van de fotojournalisten Ranu Abhelakh en Edward Troon, is een fotoboek, met meer dan 280 foto’s over het leven van personen met een Chinese achtergrond in Suriname. Het boek verschijnt ter gelegenheid van 160 jaar Chinese vestiging in Suriname. Beyond the Shopkeeper’s Counter; Images of Chinese Life in Suriname kan worden gezien als de eerste uitvoerige Surinaamse fotoreportage van een cultureel-etnische groep in Suriname. Sinoloog Paul Tjon Sie Fat versterkt het geheel inhoudelijk met een inleiding, korte fototeksten en thematische samenvattingen aan het eind van elk hoofdstuk.

Paul Tjon Sie Fat

    
Zondag 1 december 2013
Van 15:00 - 18:00 uur
Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19a
1093 SK Amsterdam
T: 020-693 50 57
E: info@veronsur.org
(gratis parkeren | gratis toegang)


zaterdag 16 november 2013

Het pyawspel in Suriname: nostalgie hardnekkig gekoesterd (2 en slot)

door William Man A Hing

Van de bestuurlijke perikelen bij de rechtshandhaving
De organisatie van de pyawspelen had reeds gerui­me tijd de aandacht van de autoriteiten.­ Het ging hier immers om een bij wet verboden ha­zardspel­ dat een ongemeen grote popula­riteit en grote versprei­ding had weten te bereiken onder de bevolking. Onbevestigde berichten hielden het erop dat deze gokactiviteiten ­zeer omvang­rijke omzetten voor een kleine groep chinese medeburgers zouden opleveren. Met de handhaving van het verbod op hazardspelen leek alles in orde. Regelmatig werden verdachte chinese burgers als agent/tussenpersoon en deelnemer aan pyawspelen aangehouden en aan de kantonrechter voorgeleid.
Een Chinees en zijn creoolse vrouw. ca. 1900. Foto Eugen Klein.

Veel publiciteit kreeg in dit verband de zaak van een pyawrecidivist. Bij resolutie van de Gouverneur dd 22 januari 1930 is de verwijdering uit de kolonie gelast van de exploi­tant Chin A Woen(g), ook bekend als Pipo of Piauwkoning. Deze beslissing werd genomen toen de Chi­nees na een reeks van eerdere veroor­delingen voor hetzelfde feit in december 1929 door de rechter werd verwezen tot drie maanden gevangenisstraf met openbare tewerkstel­ling.

Exceptie: preventieve hechtenis voor overtreding
Minder bekend is dat de hele commotie en problematiek rond het pyawspel eveneens aanleiding heeft gegeven tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht (1928).
In november 1932 keurde de Koloniale Staten een wet goed die toestond dat (chinese) personen die betrokken waren bij de organisatie van het gokspel in voorlopige hechtenis werden gehouden. De gebruikelijke sanctie hiervoor was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met openbare terwerkstelling.
Interessant was de opstelling van het opponerend lid Simons bij de behandeling van wetsvoorstel met zijn retorische vraag: "Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan "mai-tan spel" deelgenomen.”

Briefje voor het pyawspel

Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven. In de aanloopperiode naar de fatale politie-inval in de sociëteit van de vereniging Kong Ngie Tong en de daarop gevolgde opheffing van de vereniging bij beschikking van het Hof van Justitie in 1930, was de overheid echter niet in staat gebleken om op effectieve wijze op te treden tegen de pyawloterijen. Corruptie en tegenwerking binnen het ambtelijk apparaat verhinderden de algehele stillegging van de pyawspelen.

Om in elk geval de wettelijke greep op de gokspelen, in het bijzonder van pyawloterijen, te vergroten diende de Gouverneur in 1928 een wetsvoorstel in voor het wijzigen van de wetboeken van strafrecht en strafvordering. Voorgesteld werd om naast de organisatoren/bankiers, eveneens de agenten/tussenpersonen en deelnemers aan het gokspel onder het regiem van de voorlopige hechtenis te stellen. Deze maatregel tegen (alle) betrokkenen bij het “moreel verderfelijke piauwspel” ging de Koloniale Staten te ver. Bij zijn stemmotivering heeft het opponerend lid Simons kennelijk niet zonder heimelijke instemming van menigeen de retorische vraag gesteld: "Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan "mai-tan spel" deelgenomen.”
Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven.

Het compromis mocht er zijn: bankiers/beroepsmatige organisatoren en agenten konden in voorarrest worden gehouden. Dat kwam in de praktijk goed uit, want deze groepen bestonden grotendeels uit chinese medeburgers, die na verbalisering vaker uit het zicht, zo niet uit het land, verdwenen. De deelnemers daarentegen, meestal niet-Chinezen, hoefden niet vastgehouden te worden in afwachting van hun berechting.

Manifest sociaal-culturele impact
Het pyawspel genoot een ongelooflijke populariteit in de samenleving in en rond Paramaribo. De eenvoud van spel en spelregels, de mogelijkheid van variabele inzet met een laag minimum, twee speelrondes per dag en een vlotte uitbetaling bij winst, zijn factoren die daaraan een belangrijke bijdrage hebben geleverd.

Menig oudere Surinamer koestert nog zekere levendige herinneringen aan de dagen van weleer toen op heimelijke wijze briefjes moesten worden afgegeven bij “omu sneysie” alias de pyawagent in de winkel. Het bekende pyawlied, een onafscheidelijke evergreen, roept als een soort anecdote onvergetelijke beelden op van deze episode. Razend knap is de tekst die in twee strofen het wezen van het spel en zijn verloop op accurate wijze weet te typeren. Immers hoe goed men zijn best ook doet om de juiste karaktertekens aan te stippen, telkens weer blijkt men er naast te zitten. Dat de afloop van een rondje pyaw ook fortuinlijk kon zijn getuigt de odo: “Pjaw meki fjofjo go na barkon”(uit: Sranan Pangi van Johanna Schouten-Elsenhout, 1974).

Hoogst opmerkelijk is de volgende anekdote van een attente lezer. Het was zijn vader gelukt om tot twee keer toe een hoofdprijs te winnen. Met de opbrengst hiervan kon hij uiteindelijk de overtocht van zijn moeder uit China bekostigen.

Koopman H. Chin Ten Fung en echtgenote, omstreeks 1890 (collectie J.R.P.J. Chin Ten Fung)


Het merken van de tekens heette bij ingewijden in navolging van het Chinees (het plaatsen van) een “ai” (= oog). Met een chinees penseel en inkt wordt een dikke zwarte “O” op de gekozen karakters met een draaiende beweging geplaatst. Maar ook het aanstippen was  mogelijk.

Met het verdwijnen van het pyawspel is overigens de invloed van Chinese spelen niet geheel verdwenen uit de samenleving. Jarenlang bleef het “fan-tan”-gokspel nog populair. Hierbij wordt gewed op een restaantal fiches na het telkens elimineren van een viertal uit een onbekende(d.i. willekeurig) en afgezonderde hoeveelheid. Tegenwoordig wordt alom het “matjok-spel” beoefend, maar dit behoort niet tot de categorie van kans- of gokspelen.

----


Het boekje Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930) kost  15,00 euro inclusief portokosten en kan besteld worden door storting op rekening ING-bankno. 4221241. Besteladres bij de auteur W.L. Man A Hing, Marathonlaan 37, 1183 VC Amstelveen of op mijn emailadres: william.manahing@gmail.com. (Bestellen worden niet afgehandeld tussen eind november 2013 en eind december 2013.)

Het pyawspel in Suriname: nostalgie hardnekkig gekoesterd (1)

door William Man A Hing

[Eerste hoofdstuk van Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930).]

Voor de bewoners van Paramaribo was het pyawspel tijdens de kommervolle periode van de economische depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw een spannende, zo niet lucratieve bezigheid. Talloze burgers konden dagelijks de verleiding niet weerstaan tot het aankruisen of aanstippen van de vreemde en onleesbare karaktertekens op de kleine witte briefjes in de verwachting maar eigenlijk meer nog in de hoop een mooie prijs in de wacht te slepen.

De moeder van het lottospel: het lottobriefje met 120 tekens.


Het illegale gokspel kreeg zijn genadeklap door de opheffing van de vereniging Kong Ngie Tong bij een beschikking van het Hof van Justitie in 1930. Deze beslissing is vervolgens in 1932 bekrachtigd door de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag. De sluiting van het sociëteitsgebouw van de vereniging als logistiek centrum van de activiteiten betekende tevens het einde van de grootschalige activiteiten op het gebied van de pyawloterij. Daarna ging het spel op clandestiene wijze door in kleinere kring totdat razzias van de politie in 1947 (Pronk, 1962) een definitief einde maakten aan de organisatie van het spel.
Het volgende relaas vormt een beschrijving/weergave van de impact van het kansspel op de samenleving in de dagen van weleer.

Het pyawspel: verbreiding en omzet
In zijn studie Verkenningen op het gebied van de criminaliteit in Suriname (1962) heeft B. Pronk in een aparte paragraaf uitvoerig aandacht besteed aan het pyawspel van de Chinezen.(p. 135) Hij stelde vast dat “Het piauwspel deed omstreeks 1912 zijn intrede in de Surinaamse samenleving. Het werd hoofdzakelijk te Paramaribo gespeeld.”  Aanvankelijk door de Chinezen alleen, maar later ook door Creolen en “... tenslotte werd het aantal Creoolse deelnemers het grootst.”

Deze ontwikkeling was waarschijnlijk mogelijk doordat verschillende leden van de chinese vereniging Kong Ngie Tong, ertoe over waren gegaan om voor eigen rekening een pyawspel te orga­niseren. Daarbij werden de loterijbriefjes eveneens in het openbaar aan niet-Chinezen werden aangeboden.

Het gebouw van Kong Ngie Tong Sang aan de Steenbakkersgracht (nu dr Sophie Redmondstraat)


Uit een Nota van de Inspecteur van Politie aan de Procureur-Generaal in 1928, citeerde Pronk voorts de volgende bijzonderheden: de organisatie bestond uit “... een 22 tal piauwbanken, van 2.000 tot 10.000 gulden sterk, gefinancierd door enige min of meer kapitaalkrachtige Chinezen die aandeelhouders in de bank waren, terwijl de distributie van de piauwloten plaats vond door een 200 tal piauw-agenten. De bruto-inkomsten schatte men op fl. 400.000 (d.i. Surinaamse guldens - WMAL) per jaar.” Hoe betrouwbaar de verstrekte cijfers zijn valt niet direct na te gaan, ook al omdat andere bronnen afwijkende aantallen en bedragen vermelden.

Over het spel had in 1927 al een zekere “Practicus” de volgende observatie in het nieuwsblad Suriname prijsgegeven: "Nagenoeg negentig percent van Paramaribo en omstreken nemen deel aan de piauw-loterij. De wensch tot deelneming is bij dat deel zóó hartstochtelijk, dat ik, met mijn leken verstand, de mogelijkheid niet meer kan inzien van het uitroeien van "piauw"." En voorts over het netwerk: "Er zijn thans, naar ik verneem, veertien banken elk met fl.1.5­00,-- kapitaal en ongeveer 90 agenten in de stad."
Het eerste nummer van De Surinamer

Het nieuwsblad De Surinamer van 24 januari 1934 schreef een kritisch commentaar op een artikel in De West door ene H.M. Stephan. Onder de kop “Twee en twintig millioen” parafraseerde het een uitspraak van de genoemde auteur als volgt: "In alle toonaarden klaagt de Heer Stephan, dat sinds 1912 tot den huidigen dag de Chineezen een miljoen gulden per jaar uit de bevolking zuigen met hun piauw.”
Met dit soort aantijgingen was de toon gezet voor een jarenlange polemiek tussen de genoemde plaatselijke nieuwsbladen over de toelaatbaarheid en omvang van het pyawspel. In dit steekspel had nieuwsblad De West de zijde gekozen van de overheid en de wet en haar strikte handhaving, terwijl het ander kamp een sociaal pleidooi hield voor de Chinezen en de deelnemers met een beperkte mate van gedogen van het spel. En marge lieten de burgers zich overigens in de felle discussies niet onbetuigd en verdedigden ze daarbij een eigen standpunt.

De geciteerde Stephan was geenszins een willekeurige toeschouwer. Hij was in feite als ondernemer een belanghebbende die reeds in 1927 een vergunning had aangevraagd voor het organiseren van loterijen. Bij Gouvernements-Resolutie van 14 maart 1932 no. 868 werd hem pas na een eerdere afwijzing vergunning verleend “...tot het aanleggen en houden van geldloterijen op korten trekkingstermijn”. Deze loterij raakte bekend onder de naam “Stephan’s kwartjesloterij”.

Hoe indrukwekkend de geschatte omzetten van de chinese pyawbanken waren kan worden vastgesteld bij een vergelijking met de staatsinkomsten uit die periode. De landsbegroting van de jaren 1928 en 1933 bedroeg fl. 4.380.462 (GAB 1929, no. 8) respectievelijk fl. 3.542.291 (GAB 1934, no. 9).

Van de administratieve rompslomp en logistieke implicaties kan met cijfers uit de geciteerde Nota 1928 de volgende kwantitatieve reconstructie worden gemaakt. Met een jaarlijkse omzet van 400.000 gulden kwam het aandeel van de 22 pyawbanken elk op ruim 20.000 gulden per jaar. Het bedrag zou bij een gemiddelde deelname 50ct per formulier een berg van 800.000 briefjes per jaar kunnen genereren , exclusief de voorgeschreven duplicaten. Het distributienet bestaande uit 200 agenten had op de wijze per jaar dus gemiddeld 4.000 formulieren te verwerken per tussenpersoon.

De ijsfabroek aan de Steenbakkersgracht in Paramaribo


Van de organisatie der pyawspelen
Er vonden per dag twee trekkin­gen plaats, één tegen het middaguur en één op de avond. Voor de noodzakelijke handelingen die betrekking hebben op het spel, zoals de administratie, de trek­kingen, de afdracht van de ingelegde gelden en de uitbetalin­g der prijzen, fungeerde het sociëteitsgebouw van de vereniging op de hoek van de vroegere Steenbakkersgracht, thans de dr Sophie Redmondstraat, en de Ladesmastraat, als centraal punt. Niet geheel duide­lijk geworden is of deze gang van zaken de toestemming dan wel instemming genoot van het bestuur van de vereni­ging.
Van verenigingszijde waren in elk geval geen afdoende maatrege­len ge­troffen om aan deze toestand een eind te maken zodat het bestuur op zijn minst de verdenking op zich had geladen de verboden activiteiten te hebben gedoogd.

Het pand met zijn markante architectuur kreeg in de volksmond weldra de naam van "karta oso"(gokcentrum). Het feit dat tijdens het proces voor het Hof van Justitie in 1930 een van de getuigen à charge, de inspecteur van politie Patrick Duncan Mac Donald, het (gewezen) bestuurslid van de Kong Ngie Tong de heer Woei A Tsoi een "machthebber op piauwgebied" en "houder van piauw­bank no. 6" noemde, ondersteunt de stelling dat de pyawloterij­en in een goed georgani­seerd ver­band werden geëxploiteerd.

Van de lokale trekkingsprocedure
De exploitant of organisator, genaamd de bank(ier), zette een aantal briefjes of formulieren uit bij het publiek. Dit vond op directe wijze plaats of via tussenpersonen, de z.g. agenten.
Deelnemers konden maximaal acht karakters met rode inkt aankruisen of aanstippen tegen een inzet van minimaal vijf cent per formulier. De agent maakte terstond een kopie van het inge­vulde formulier met vermelding van het nummer van de bank(h­ou­der), datum en tijd van de trekking.
Dit tweede exemplaar werd door de tussenpersoon tegen beta­ling van een commissieloon van 10% ingeleverd bij de betrokken bank(ier).
Bijschrift toevoegen

Voor een trekking waren de volgende hulpmiddelen benodigd: vier bussen, genummerd van 1 (één) tot en met 4 (vier); 120 briefjes die elk voorzien was van één der karak­tertekens van de tekst van de loterijbrief alsmede drie dobbelste­nen.
Deze 120 briefjes met elk een enkel karakter werden daarna op gelijke wijze gevouwen en op willekeurige wijze in vier groepen van 30 elk over de vier bussen verdeeld.
De bankhouder gooide zelf daarna de drie dobbelstenen telkens voor elk der bussen. De bus waarvoor de hoogste score was verkregen leverde de winnende (acht) karaktertekens.­
Deze regels over de trekking zijn ontleend aan “een verklaring van de politie” die als Bijlage 4(p. 259/260) is opgenomen in het geciteerde werk van Pronk. De procedure is ook in extenso overgenomen door het plaatselijk nieuwsblad Suriname (1930) en De Telegraaf in Nederland.
De eerste prijs was gereserveerd voor het lot met de acht tref­fers; in de prijzen vielen voorts deelnemers die minimaal vijf treffers hadden gescoord per ingeleverd formu­lier.

Volgens de uitleg in de hierboven genoemde bron leverde bijv. een inzet van 25ct. in geval van vijf treffers een prijs op van fl. 2,60; zes treffers een bedrag van fl. 26,--; zeven treffers een bedrag van fl. 260,-- en de maximale acht treffers de hoge som van fl. 520,--.

[vervolg, klik hier]

Het boekje Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930) kost  15,00 euro inclusief portokosten en kan besteld worden door storting op rekening ING-bankno. 4221241. Besteladres bij de auteur W.L. Man A Hing, Marathonlaan 37, 1183 VC Amstelveen of op mijn emailadres: william.manahing@gmail.com. (Bestellen worden niet afgehandeld tussen eind november 2013 en eind december 2013.)

dinsdag 5 november 2013

Slordigheden in boek over Chinezen

door William Man A Hing
Cha Siu (geroosterd varkensvlees)

Beyond the Shopkeeper’s Counter: Images of Chinese: Life in Suriname. Onder deze naam is van Ranu Abhelakh, Paul Tjon Sie Fat en Edward Troon vorige week een groot fotoboek over leven en werken van de Chinese bevolkingsgroep in Suriname verschenen. Na een voorwoord van Micle Fung You Kee (=    )  worden de verschillende bezigheden van plaatselijke Chinezen in de loop der tijden in zeven rubrieken uitgebeeld en in het Engels en Chinees toegelicht.

De meeste plaatjes lijken meer een verslag te geven van de afgelopen twee decennia met accent op de nieuwe Chinezen die volgens een sociologische opvatting thans het beeld zouden voorstellen van de Chinees. Op zijn gunstigst is er een mix van oud te zien.

 Af en toe kan men nog een rubriek als Artist aantreffen met uitsluitend namen van oude Chinezen (p. 52). Helaas heeft men zich weinig inspanning getroost om de namen van de opgenomen kunstenaars goed weer te geven in het Chinees. Neem bij voorbeeld Paul Woei, ten volle en in rechte geheten: Paul Lam Kong Woei A Tsoi.  Zijn eigenlijke Chinese naam die ook algemeen bekend is in de Chinese gemeenschap luidt: Woei Lam Kong (= Wei Nan Guang =   ). Een klein beetje meer research zou beter recht hebben kunnen doen aan de betrokkenen.

Over de Hakka-cuisine die de Chinese culinaire smaak al decennia heeft bepaald worden slechts enkele algemene vage typeringen gedebiteerd. Kent u nog: zoetzure doks (dus geen geroosterde eend met pruimensaus apart!); witte kip; cassave met varkensvlees; amsoi met vlees; geroosterd varkensvlees met suiker (tegenwoordig ook in Hong Kong en Canada verkrijgbaar); gevulde toufoe; al die gestoomde flensjes met hartige of zoete vulling, etc.


Wie al gespannen door de tekst loopt en tot de ontdekking komt dat er geen bron- of literatuurverwijzing wordt geboden krijgt op pagina 64 toch de schrik van zijn leven te pakken.
In de rubriek Shops wordt een nogal goedbedoelde beschrijving gepresenteerd van Choi’s Supermarket met de zin: “After his father died, Rudy Hing Song Choi developed the store into one of Suriname’s top modern supermarkets offering international goods.” Idem ditto in de Chinese versie. Wel nu, Choi sr. (= ), vader van Rudy en nog twee broers,  is “still kicking and alive” en reeds tijdenlang met zijn vrouw alhier gevestigd. Au, au, au. Het voor doodverklaren van een persoon is over het algemeen al een grote zonde, maar voor een Chinees is dat onvergeeflijk en een regelrechte ramp waarmee de familie onrecht wordt aangedaan. Verder wordt hiermee het beginsel van objectieve verslaggeving behoorlijk geschaad. Des te verwarrender wordt het nu het boek in beginsel is bestemd voor de internationale markt. Maar, wat nu?

Elders zou een dergelijke fout tot enorme repercussies en consequenties hebben geleid. De vraag is nu of de uitgever van het boek een modus kan vinden om deze ernstige faux pas op korte termijn effectief te redresseren. Dit vind ik niet meer leuk, zou mijn oudste kleindochter zeggen.
En  ik zou haar nu geen ongelijk kunnen geven.  De gecalligrafeerde Chinese vertaling van de titel op de titelpagina lijkt nu inderdaad omineus, want de “Li” (=里)in de transliteratie van de Chinese naam voor Suriname (= 里 南is zonder enige toelichting vervangen door een ander karakter “Li” (=理). Mogelijk is dat een vergissing die over het hoofd is gezien.
Tot slot: het boek is fraai vormgegeven en uitgegeven  terwijl het oblong formaat niet steeds geliefd lijkt bij boekliefhebbers.  


zaterdag 2 november 2013

Omu Sneisi


door Nicolaas Porter

Eindelijk een mooi fotoboek over de Chinese gemeenschap in Suriname. Prachtige foto’s die ook het gewone dagelijkse leven van onze Chinese medeburgers in beeld brengen. In die zin niet echt een luxe te noemen omdat voor veel mensen de Chinese gemeenschap zal worden beleefd als een boeiend, rijk geschakeerd maar toch ook ondoordringbaar bolwerk van afgescheidenheid. Voor de meesten van ons zal een ontmoeting met de ‘Chinees’ neerkomen op het aanschaffen van noodzakelijke levensmiddelen bij een van de vele lokale supermarkten of een gang naar een van de eetgelegenheden om te genieten van de bijzondere Chinese keuken. Dat is in Suriname zo, maar zeker ook in de rest van de wereld.

Aanbieding van het boek door Edward Troon (links) en Ranu Abhelakh aan OAS-ambassadeur Albert Ramdin

Dit fotoboek is absoluut een verrijking te noemen, doordat het op een knappe manier de schijnwerpers richt op een groep die een onlosmakelijk onderdeel vormt van het ‘palet Suriname’. En toch blijft er ook iets knagen. In de tekst (van Paul Tjon Sie Fat) tref ik een intrigerende zin aan: ‘Dit fotoboek is uniek omdat het beschouwd kan worden als een ontdekkingstocht van beelden van de Chinese gemeenschap maar die beelden geven eigenlijk een intieme blik op de Surinaamse gemeenschap’.


Vanuit een bepaald perspectief zou deze uitspraak te rechtvaardigen zijn, immers maakt de Chinese gemeenschap deel uit van de gemeenschap in zijn geheel. Maar juist dat verwarrende gevoel van afgescheidenheid wat ik persoonlijk (en ik denk velen met mij) vaak beleef als ik in interactie wil treden met de Chinezen komt bij mij op, ook bij het doornemen van de foto’s in dit boek, dat ik ergens naar kijk waar ik niet echt een onderdeel van ben of makkelijk kan worden. De Chinese gemeenschap lijkt op de een of andere manier sterk naar binnen gericht. Dit is een verschijnsel dat bij de ‘nieuwe’ Chinezen veel sterker kan worden ervaren dan bij de ‘oude’ Chinezen. Dat gevoel zal ongetwijfeld nog worden versterkt bij niet aanwezige beheersing van andere talen dan het Chinees.

Toch biedt dit boek perspectieven. Het in beeld brengen van een bepaalde culturele groep kan als een eerste stap naar een verdiepte kennismaking worden ervaren, maar laten we niet uit het oog verliezen dat dit slechts een eerste stap is. Vanuit de Chinese gemeenschap zou het een aanleiding kunnen zijn zich meer open te stellen voor daadwerkelijke interactie. Voor de Surinaamse gemeenschap als geheel kan het aanleiding zijn zich meer te verdiepen in de culturele aspecten van deze boeiende groep binnen het totaal van onze gemeenschap. Samenleven heeft nadrukkelijk veel meer aspecten dan economische betrekkingen. Dit prachtige fotoboek getuigt hiervan.


Ranu Abhelakh (photography), Paul Tjon Sie Fat (text), Edward Troon (photography): Beyond the Shopkeeper’s Counter. Images of Chinese Life in Suriname. ISBN 978-99914-7-233-1

De Chinezen in Suriname

In 2002 verscheen er een groot en zwaar boek, De Chinezen in Suriname. Een geschiedenis van immigratie en aanpassing 1853-2000, van G.C. Zijlmans en H.A. Enser. Alles wat er te weten valt over Chinezen in Suriname staat erin. Er zijn hoofdstukken over de immigratie in de loop van de tijd, over het leven van de Chinezen in Suriname, hun verenigingen en pers, hun politieke participatie, hun isolement, maar ook integratie, hun culturele activiteiten, hun religieuze leven en nog veel meer. En dat met honderden illustraties die al die elementen van het Chinese leven in ons land zichtbaar maken. Makkelijk voor onderzoekers zijn ook een lijst met alle feiten in chronologische volgorde met jaartallen en een uitgebreide bibliografie. Eenieder die voor onderzoek, onderwijs of gewoon uit interesse gegevens zoekt over de Chinezen kan dus terecht bij G.C. Zijlmans en H.A. Enser: De Chinezen in Suriname. Een geschiedenis van immigratie en aanpassing 1853-2000. Barendrecht: Batavia Publishing, 2002. ISBN 90 806 479 3 4.

‘Chinezen zijn onze broeders en zusters’

Foto © Kenny Teo

door Jerry Dewnarain

Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat er in de krant een artikel staat over de Chinese economie. Ook verschijnen er boeken over dit land met zijn wereldwijd toenemende macht op zowel economisch als politiek gebied. Zo een boek is China en Europa. Waar twee werelden elkaar raken, geschreven door Fokke Obbema.

China is hard op weg een economische grootmacht te worden. Het land werd in 1949 een centraal geleide economie onder leiding van Mao Tse-Tung/Mao Zedong. Mao baseerde zijn idee op de communistische ontwikkelingen die hadden plaatsgevonden in Rusland. Vijfjarenplannen werden ingevoerd, die waren gericht op de zware industrie. In 1958 begon de tweede fase. Toen werd de agrarische sector aangepakt. Dit project wordt de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ genoemd. Toen het ombouwen van een planeconomie naar een vrijemarkteconomie begon, ging dit niet zonder problemen. De vrije markt werd hersteld en privébezit was weer toegestaan. Buitenlandse investeringen werden mogelijk en er werd gewerkt aan vrijhandelszones.

Foto © Kenny Teo

De geschiedenis tussen Nederland en China gaat heel lang terug. Misschien mede daardoor hebben grote Nederlandse ondernemingen al vestigingen in China. China heeft een relatief gunstige concurrentiepositie. Dit is het gevolg van het feit dat China een enorm arsenaal aan goedkope arbeidskrachten heeft. Ook is men in China goed in het kopiëren van ideeën en producten. Het land heeft voorts een goedkope munt en een enorme interne afzetmarkt. Als het gaat over de strijd om grondstoffen zijn Europa, China en andere economieën concurrenten. Op andere vlakken kunnen ze elkaar versterken.
 
A shaver that looks as good as it shaves!
Obbema’s redenen voor het schrijven van dit boek waren onder andere zijn verwondering over en nieuwsgierigheid naar de onderliggende oorzaken van het westerse wantrouwen ten opzichte van China. Op de achterflap van zijn boek stelt hij dan ook de vraag of Europeanen werkelijk bang moeten zijn voor China dat de grondstoffen over de gehele wereld aan het opkopen is. Wij weten dat er hier in Suriname ook een aantal bedrijven uit China in de hout- en goudsector aanwezig is. Chinezen uit China zitten ook in de bouwsector en asfalteren zelfs onze wegen. Op elke hoek van onze straten staat een Chinese supermarkt, soms twee zij aan zij! Chinezen zijn al halverwege de 19de eeuw in ons land gekomen als immigranten, maken sindsdien deel uit van onze gemengde bevolking en hebben zich ook gemengd met anderen, vooral creolen. Dat is een heel andere situatie dan in Europese landen! Maar de ontwikkeling van het China van deze eeuw is hier ook merkbaar!

Het boek bestaat uit drie delen. Zo worden in deel I de banden tussen Europeanen en Chinezen vanuit een historisch perspectief belicht en laat de schrijver zien hoe de tijdgeest, gevoed door de media, een invloedrijke rol speelt in de wederzijdse beschouwing. Het tweede deel behandelt hoe en waar (in Europa en Afrika) beide werelden economisch met elkaar ‘botsen en vervlechten’. Tot slot wordt de relatie vanuit de politiek bekeken. In dit laatste deel toont Obbema onder andere aan dat er veel schort aan de Europese nuchtere feitenkennis over China.

Een sterke kant van het boek is de analyse van de Europese en Chinese cultuur. Het gaat bij internationale betrekkingen immers niet alleen over hoe groot het handelsoverschot is, en wie waar welk belang meent te hebben. De mentale verhoudingen, gebaseerd op eeuwenoude beelden van zichzelf en van elkaar, zijn zeker zo belangrijk. De Europese en de Chinese cultuur zijn beide gebaseerd op het idee dat ze superieur zijn. Daarnaast leeft in China natuurlijk sterk de herinnering aan de Europese bezettingen van gebieden in China gedurende het keizerrijk. Dat die geschiedenis zich niet mag herhalen, is een belangrijke gedachte bij het Chinese handelen.
 
China. Foto © Tshe Wha-shiung
Obbema is echter positief over de relatie tussen de opkomende economische macht en het oude Europa. De versterkte internationale contacten van ondernemers, studenten, wetenschappers, leiden tot meer kennis van elkaar en tot meer begrip. Dat lijkt een geruststellende gedachte. Of deze intensievere contacten ook daadwerkelijk dit effect hebben op de internationale verhoudingen is een vraag.

De schrijver schept een realistisch beeld van China en legt heel duidelijk uit dat angst voor de Chinezen niet nodig is, maar dat men wel waakzaam moet zijn. De culturele kloof tussen China en Europa is er wel, maar kan overbrugd worden. ‘Een nuchtere houding zou ons sieren. Geen naïef vertrouwen, maar ook geen overgave aan vijanddenken. Kritisch en vasthoudend aan eigen waarden, maar niet achterdochtig.’ (p. 381)

Foto © Guang Niu/Getty Images

Het boek van Obbema is ook voor Suriname interessant. Ik noem een belangrijk voorbeeld. De debatten over de multiculturele samenleving in Europa dringen zich op. Suriname is een multicultureel land, maar Europa is dat ook! En ook hier draait het net als in Europa om mensen van verschillende culturen, die elkaar met een mengeling van achterdocht en vertrouwen bekijken. Hoe vaak waarschuwen de Surinaamse media niet over de aanwezigheid van grote aantallen Chinezen hier. Op hun sterke positie in de handel is ook veel kritiek. Echter, de mondialisering van de wereld gaat gewoon door. Contacten verbreden en verdiepen zich. Door de toenemende globalisering dient ook Suriname een graantje mee te pikken en Obbema laat zien dat juist die achterdocht geen zoden aan de dijk zet. Wanneer de politiek en de media dat weten te mijden, kunnen uitwisselingen op microniveau doorgaan. Op termijn helpen ze het begrip en het respect voor de positie van de ander te vergroten. Daarmee wordt het fundament voor een vertrouwensrelatie tussen China, Europa en de rest van de wereld gelegd.


Fokke Obbema werkt bij de Nederlandse Volkskrant, waar hij chef van de economieredactie en correspondent voor Frankrijk is geweest. Tegenwoordig schrijft hij als redacteur buitenland over zowel China als Europa en is hij commentator van de krant. Hij reisde gedurende 2011 en 2012 naar tal van Europese landen en naar plaatsen in China. Hij sprak daar met talloze mensen uit de zakenwereld, kennisinstituten, overheidsinstellingen, ngo’s, met journalisten en sinologen.

Fokke Obbema: China en Europa. Waar twee werelden elkaar raken. Amsterdam/ Antwerpen: Atlas/Contact, februari 2013. ISBN 978-90-470-0609-1 


zaterdag 26 oktober 2013

Chinese verhalen op Tori Oso-avond 30 oktober

Foto Siu Wa Hen
Op 30 oktober is er in Tori Oso aandacht voor Chinees/Surinaamse verhalen. Heel toepasselijk in het licht van 160 jaar Chinese immigratie. Voor de pauze presenteert Irene Welles haar boek over de geschiedenis van een maatschappelijk werkster die jarenlang twee verwaarloosde Chinese jongetjes opving. Na de pauze vertellen Walther Donner, Willy Alberga en Ismene Krishnadath Chinees/Surinaamse verhalen. Verder is er op het programma ruimte ingeruimd voor Alphons Levens die zijn boek Ik zal leren totdat ik moe ben aan S’77 zal aanbieden. Ook de nieuwe flyer van Publishing Services Suriname voor de scholenactie 2013/2014 wordt gelauncht. De scholenactie wordt jaarlijks gehouden. Dit jaar staan er 61 titels van lokaal geproduceerde boeken op de lijst. De boeken zullen ook op de avond te koop zijn en kopers kunnen dan profiteren van een speciale korting van 10%. In de pauze signeren Alphons Levens, Irene Welles en andere aanwezige schrijvers hun boeken. Ceremoniemeester van de avond is Sombra.

Plaats: Tori Oso, Frederik Derbystraat 76.
Inloop: 19:30u. Tijd: 20.00 – 22.00u. Info 8784120.

[Mededeling Schrijversgroep '77]

donderdag 24 oktober 2013

Chinezen in Suriname: ‘Alsof ik in mijn vorig leven hier was geboren’

Roy Ong Sioe Khing
door Charles Chang

Honderdzestig jaar geleden arriveerde het eerste groepje Chinezen in Suriname. Sindsdien hebben zich er steeds meer permanent gevestigd. Een van hen is Roy Ong Sioe Khing (65), eigenaar van restaurant Sarinah. Hij werd niet geboren in China of Hongkong, maar in Indonesië. En hoewel hij een Braziliaans paspoort bezit, heeft hij in Suriname zijn thuis gevonden.

Lees hier verder in Parbode

woensdag 23 oktober 2013

Chinezen: Taalbarrière grootste boosdoener

door Wytske van Tilburg

Paramaribo - Ter gelegenheid van 160 jaar Chinese vestiging in Suriname organiseerde de Suriname Chinese United Association (SCUA)een lezing in Royal Torarica. De belangrijkste boodschap: ‘Er is niets aan de hand met Chinezen in Suriname’. Maar de problemen die bij de Chinese immigratie ontstaan, worden ook niet ontkend.

De taalbarrière wordt als de belangrijkste boosdoener beschouwd. Volgens de sprekers maandagavond zijn er twee verschillende taalbarrières. De eerste omvat communicatieproblemen tussen westerlingen en Chinezen en de tweede behelst de diverse dialecten die eveneens zorgen voor problemen tussen de Chinezen onderling.

Begrip en geduld
 
Stephen Tsang. Foto © Irvin Ngariman.
Steven Tsang, voorzitter van SCUA, beschrijft de communicatieproblemen tussen de westerling en de Chinees. "De problemen zijn bij iedereen bekend. Het is niet dat de Chinezen niet willen leren, maar ze willen niet opvallen." De SCUA wil de problemen rond Chinese immigratie actief aanpakken. Tsang pleit onder meer voor een Chinese immigratiecursus en wil samen met de regering de stroom van immigranten begeleiden. "Wij vragen Surinamers om begrip en geduld bij het oplossen van dit vraagstuk. Het is een kwestie van tijd. Wij willen helpen bij de opbouw van Suriname."

Oude en nieuwe Chinezen

William Man a Hing, jurist en naamkundige, heeft het vooral over de taalbarrière tussen de oude en de nieuwe generatie Chinezen. Volgens Man a Hing is dit is een continu proces, omdat er altijd nieuwe Chinezen zullen blijven komen. "Door de verschillende dialecten verbrokkelt het contact tussen de kinderen en de ouders." Zijn oplossing: 'hard aan het werk gaan met z'n allen!' "We moeten niet bang zijn voor de nieuwe generatie Chinezen, maar die juist verwelkomen." Zowel de oude als nieuwe generatie Chinezen heeft elkaar nodig en kan elkaar maar beter ondersteunen.

Chinese danseressen tijdens Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Kunstenaar Paul Woei vindt dat er te veel misverstanden zijn rond de Chinezen en tussen de Chinezen onderling. Hij vertelt veel liever over de inbreng van de Chinees in de ontwikkeling van Suriname. Zijn enthousiasme blijkt uit de vele zijsprongen in z'n verhaal, af en toe is hij zelf even de rode draad kwijt. De meeste gasten hangen aan zijn lippen, anderen lijken hem niet meer te kunnen volgen. Wegens het strakke schema kan Woei zijn verhaal niet afmaken, maar na afloop is er nog gelegenheid om Woei zelf te spreken. De meningen over de lezing zijn verdeeld. Esther Lai-A-Fat hoopte meer te weten te komen over haar voorouders. Ook vind ze de lezing van Woei 'een beetje warrig'. Stanley Tjin noemt beide lezingen juist 'boeiend en geestig'.

Na de lezingen opent minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling de fototentoonstelling over 160 jaar Chinese vestiging. De tentoonstelling, samengesteld door Woei, is vandaag nog voor het laatst te bezichtigen in Royal Torarica. Daarna verhuist de tentoonstelling naar het Nationaal Archief.


[uit de Ware Tijd, 16/10/2013]

zaterdag 12 oktober 2013

Fotojournalisten geven kijk op leven Chinezen in Suriname

De fotojournalisten Ranu Abhelakh en Edward Troon presenteren een boek met ruim 280 foto's over het leven van personen met een Chinese achtergrond in Suriname. Dit boek verschijnt ter gelegenheid van 160 jaar Chinese vestiging in Suriname.



Beyond the Shopkeeper’s Counter; Images of Chinese Life in Suriname wordt op 16 oktober 2013 gepresenteerd in Riverside Shadien. De fotojournalisten stellen dat het boek gezien kan worden als de eerste uitvoerige Surinaamse fotoreportage van een cultureel-etnische groep in Suriname. In dit fotoboek staat centraal dat de foto’s de verhalen van de mensen vertellen. Abhelakh en Troon hebben de geportretteerden steeds vastgelegd als Surinamers.

Sinoloog Paul Tjon Sie Fat versterkt het geheel inhoudelijk met zijn inleiding, korte fototeksten en thematische samenvattingen aan het eind van elk hoofdstuk. Hij beschrijft aspecten van het dagelijkse leven, de economische activiteiten en de jaarlijkse hoogtijdagen van deze bijzondere groep Surinamers en ingezetenen. Het is de eerste Surinaamse publicatie die in twee wereldtalen verschijnt: Engels en Chinees.
 
Chinezen in het Caraïbisch gebied (foto komt niet uit besproken boek).
Tegenwicht
De makers geloven dat hun werk een tegenwicht kan zijn voor de stereotypering van bevolkingsgroepen - in dit geval de Chinezen - in Suriname. Met hun werk tonen zij namelijk aan hoe volledig ingeburgerd de Chinese cultuur en afkomst geworden zijn in de Surinaamse realiteit; vaak is de grens tussen ‘wij’ en ‘zij’ nauwelijks te trekken.

Beyond the Shopkeeper’s Counter; Images of Chinese Life in Suriname is interessant voor een ieder met belangstelling voor het huidige Suriname. Met deze publicatie, die een visuele tijdsopname is, hopen de auteurs, een bijdrage te leveren aan de documentatie van één van de vele gezichten van de Surinaamse identiteit.


[van Starnieuws, 12 oktober 2013]

zaterdag 10 augustus 2013

Villa Zapakara bundelt Chinese levensenergie

Paramaribo - Met een slag op de gong opende first lady Ingrid Bouterse-Waldring zaterdag de derde interactieve tentoonstelling van kindermuseum Villa Zapakara: ‘De Qi van China’. “Villa Zapakara brengt de wereld naar de kinderen en de kinderen naar de wereld”, sprak ze even daarvoor.
Op het nagalmen van de gong ontsloten de Chinese ambassadeur Yan Nansheng en de Nederlandse zaakgelastigde Ernst Noorman de met gouden punten beslagen deuren.

Kijken naar de juiste prikpunten voor accupunctuur staat ook in de rij van bezienswaardigheden die de kinderen zullen tegenkomen op de nieuwe Vila Zapakara tentoonstelling getiteld ‘De Qi van China’. Foto: Jason Leysner.


Kracht van China
De drie rondleiders die daarachter verschenen, introduceerden het begrip qidoor de toeschouwers een denkbeeldige bal levensenergie toe te werpen. "Breng de bal omlaag en vul hem met de qi van de aarde. Breng hem dan omhoog en vul hem met de qi van de zon. Qi zit in alles wat leeft en niet leeft en is de kracht van China." Het woord moet natuurlijk wel goed uitgesproken worden: een kort en krachtig 'tsjie', want anders betekent het 'zeven', 'opstaan' of 'vlag'.

Elementen
Inhoudelijk directeur Dakaya Lenz: "Het is moeilijk om eeuwenoude tradities met alle stappen en regels die daarbij horen uit te leggen aan kinderen vanaf zes jaar, en dat in een rondleiding van 75 minuten. Maar je hoopt dat ze daarna elementen herkennen." Aan Cher Spalburg, één van de gidsen, is die taak wel besteed. Begeesterd door qi leidt ze kinderen en hoogwaardigheidsbekleders in slechts vijftien minuten langs godenbeelden, kungfuwapens en acupunctuurnaalden. In de langere, reguliere rondleiding krijgen kinderen bijvoorbeeld de kans om zelf dumplings te maken en de theeceremonie bij te wonen.

Drakendans
De elfjarige Ava en Sigi zijn het erover eens: de tentoonstelling is heel leuk. Sigi vindt de karaokebar gezellig, al was er dit keer geen tijd om te zingen. Ava is onder de indruk van het terracottaleger. Niet voor niets is het museum het komende schooljaar doordeweeks al volgeboekt met klassen. Volgens Lenz is de kracht van Villa Zapakara de manier waarop er met kinderen wordt omgegaan. "Je geeft ze het idee dat ze dingen zelf doen, maar je stuurt ze onzichtbaar. Zo kan tegen een druk kind gezegd worden, 'Je qi gaat alle kanten uit, probeer die nu eens één kant op te richten'." Bij de drakendans waarmee de avond begon, kon de energie gebundeld worden door te wijzen naar het pluizige staartje en te lachen om de rondvliegende paksoi. Maar een enkeling kon het niet laten om tijdens de toespraken toch alvast even aan de gong te hangen. Nadat de rondleiding was afgerond en het vuurwerk afgeschoten, was de qi van de meesten wel op.

[uit de Ware Tijd, 05/08/2013]



zaterdag 8 juni 2013

Bouterse geeft lezing over wereldvrede in China



Desi Bouterse brengt eind deze maand een officieel bezoek aan China. De president van Suriname is daarvoor uitgenodigd door Xi Jinping, zijn Chinese collega. Op het programma staat onder meer een toespraak over de wereldvrede, die Bouterse zal houden aan de universiteit van Beijing.
Bouterse reist op 25 juni naar de Chinese hoofdstad. “De eerste dagen van het bezoek zal hij bilateraal overleg hebben met president Xi Jinping. Er zal gesproken worden over samenwerking op vlak van landbouw, infrastructuur en de samenwerking tussen China en het Caraïbische gebied”, bevestigt minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken aan Novum Nieuws.

Keynotespreker
Na die gesprekken geeft Bouterse 27 juni een lezing voor de universiteit van Beijing, waar op dat moment een conferentie plaatsvindt met ‘wereldvrede’ als onderwerp. Volgens minister Lackin is Bouterse gevraagd om als keynotespreker die bijeenkomst te openen.

Visie
“Ten overstaan van heel wat hoge genodigden en voormalige staatshoofden zal Bouterse er de visie van Suriname geven op de wereldvrede”, legt Lackin uit. “We zijn daartoe niet alleen gevraagd omdat ons land een multiculturele samenleving is en gezien wordt als een van de meest vredige landen in onze regio. Dit jaar is het ook precies 160 jaar geleden dat de eerste Chinese immigranten naar Suriname kwamen.”


Warme banden
China en Suriname onderhouden warme banden met elkaar. Eerder deze maand had Bouterse al een ontmoeting met Xi Jinping, toen die een staatsbezoek bracht aan Trinidad en Tobago. De Aziatische reus is de grootste buitenlandse donateur van Suriname en is in het land vooral actief met grote infrastructuurprojecten en houtkap. Naar schatting tien procent van de Surinaamse bevolking is afkomstig uit China.

[uit Versgeperst.com, 7 juni 2013]