Posts tonen met het label Slavernijliteratuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slavernijliteratuur. Alle posts tonen

maandag 19 mei 2014

De slaaf met de stem

Tessa Leuwsha
 door Tessa Leuwsha

De vrouw die mijn Surinaamse oma opvoedde heette Angelica Louisa Brouwn. Ze was tot haar twaalfde jaar slavin, haar slavennaam was Beckie. Solomon Northup die het boek 12 jaar slaaf naar zijn eigen ervaringen liet opstellen, overkwam in 1841 in Amerika hetzelfde. Toen Northup in slavernij verviel, kreeg hij een andere naam, Platt Epps. Epps, naar een latere eigenaar. Slavernij draaide om het ontnemen van iemands eigenheid. Slaven waren naamloze wezens zonder stem. Met Solomon Northup lag dat anders. Northup was als vrij man geboren. Hij kon lezen en schrijven, speelde viool en beschouwde zich niet minder intelligent dan de blanken die hij had ontmoet en voor wie hij later kwam te werken.

Northups verslag over zijn periode doorgebracht in slavernij was al bij publicatie in 1853 bijzonder. Het verscheen een jaar na Uncle Tom’s Cabin/ De negerhut van oom Tom van Harriët Beecher Stowe, dat handelde over de lotgevallen van slaven die vluchten. De negerhut van oom Tom was de eerste Amerikaanse roman met een zwart persoon in de hoofdrol. Het boek sloeg in Amerika een diepe kloof tussen voor- en tegenstanders van slavernij. Verzon Beecher Stowe, een blanke dochter van een predikant, haar roman, Northup ondervond zijn relaas aan den lijve. Toen Northup in 1841 tot slaaf werd gemaakt, was in het Noorden van Amerika slavernij al afgeschaft. In het Zuiden bestond die nog volop. Aanvoer van verse slaven voor de zuidelijke katoenplantages vormde een probleem. Het kidnappen van vrije zwarten door slavenhandelaren gebeurde regelmatig. Dit overkomt ook Solomon Northup uit de noordelijke staat New York. Northup is gehuwd en heeft twee kinderen, maar hij belandt duizenden kilometers van huis op een slavenmarkt. Daar moet hij helder uit de ogen kijken en zijn mond openen, zodat kopers ook zijn gebit kunnen keuren. Gelukkig voor zijn verkopers heeft Northup aan de zweep in het slavendepot niet al te veel littekens overgehouden. Die zouden blijk geven van een rebelse, weerspannige inborst: geen goed verkoopmateriaal. Toch behoudt Northup, nu Platt, in zijn vreselijke omstandigheid oog voor detail. Hij ruikt de schimmellucht in het ondergrondse vertrek waar hij gevangen wordt gehouden, hoort het kraaien van een haan die de ochtend aankondigt en het ratelen van een koets. Die precisie in waarneming en Platts talent zijn situatie haarscherp te beoordelen maken zijn verslag zo waardevol. Uit een monddood gemaakte, anonieme groep is daar opeens een slaaf die zijn ervaringen voor anderen invoelbaar maakt. Northup bevond zich als slaaf in hetzelfde gebied, waarin Beecher Stowe haar roman situeerde. Hij werkte op verschillende plantages aan de Red River. Een warme, vochtige streek, vergeven van moerassen en van bomen waar een grimmig baardmos uit hangt. Ontsnappen is een illusie die Platt twaalf jaar zal koesteren. In die twaalf lange jaren wandelen mensen in en uit zijn leven. De slavenhouder William Ford, die zijn slaven goed behandelt, maar die opgroeide met de overtuiging dat de ene mens het recht heeft de andere te onderdrukken. ‘Massa’ Ford noemen zijn slaven hem, meester Ford; masra in het Surinaams. Fords tegenhanger is John Tibeats, de gemene blanke, ‘white trash’. Tibeats jaagt op weggelopen slaven om te verkopen. Als Platt het met hem aan de stok krijgt, moet die het bijna ontgelden. ‘Waar zullen we die nikker ophangen’, vraagt een van Tibeats metgezellen. Massa Ford schiet te hulp. Platt is ten slotte een goede nikker, hij werkt hard en is intelligent. In Platts leven spelen ook medeslaven een rol. Niet anders dan een slavenhouder beschouwt Platt zijn lotgenoten, die in slavernij zijn geboren, als los van zichzelf: ongeschoold maar doordrongen van een sterk besef van wat vrijheid moet inhouden. Eliza wordt gescheiden van haar kinderen en verkommert van verdriet. De jonge, opgewekte Patsey trekt de aandacht van haar eigenaar Epps, aan wie ook Platt is doorverkocht. Epps misbruikt haar. Slavernij verdedigt hij met de bijbel: het aan het blanke ras door ‘God’ gegeven recht een ander volk te knechten. Dat Epps seks heeft met zijn slavin is zelfs voor hem moeilijk verkoopbaar. Epps’ vrouw, die de situatie door heeft, zint op wraak: Epps moet Patsey afranselen. Epps besteedt dit uit aan Platt, die gehoorzaamt. ‘Het is nauwelijks te bevatten hoe onderdanig een slaaf die in angst en onwetendheid is grootgebracht geneigd is te kruipen onder de blikken van een blanke’, zegt Northup in zijn verslag. Die opmerking blijkt ook voor Northup zelf te gelden, al was hij ooit een vrij man; hij slaat zich niet als held op de borst.

Northup verdicht de tijd in zijn levensverhaal, zodat de meest kernachtige gebeurtenissen eruit springen (het gros van die twaalf jaren waren ongetwijfeld een eentonige dreun). Daarnaast maken zijn detaillistische observaties dat het relaas leest als een roman, maar dan waar gebeurd. Bijzonder zijn ook de beschrijvingen van het werk en leven op de plantage. Iedere dag maïskoek en spek, slapen op een plank met een stuk hout als kussen, voortdurend angst voor van alles: voor te laat opstaan, voor zweepslagen wanneer er niet genoeg katoen is geplukt, voor ’s nachts bij volle maan te moeten doorwerken. En toch kan Northup haast poëtisch zijn: ‘Er is bijna geen uitzicht zo aangenaam als dat op een uitgestrekt katoenveld dat in bloei staat. Het biedt een aanblik van zuiverheid, als een smetteloze vlakte met lichte, vers gevallen sneeuw.’ Ook is hij in staat begrip op te brengen voor de andere kant. Epps’ zoon van tien rijdt al parmantig rond op zijn pony met een zweep in de hand. Aangeleerd, niet aangeboren, volgens Northup. Het kroost van de doorsnee slaveneigenaar weet niet beter dan dat slavenruggen er zijn om af te ranselen. Dat Northup kan lezen en schrijven, kennis die hij angstvallig voor zijn eigenaren verborgen houdt, blijkt zijn wapen. Na twaalf jaar gevangenschap weet hij zich er zijn vrijheid mee terug te veroveren. Pas dan wordt Platt Epps weer een individu: Solomon Northup.

De Nederlandse historica en journaliste Bianca Stigter herontdekte het in vergetelheid geraakte boek, toen haar partner, filmregisseur Steve Mc Queen, op zoek was naar een verhaal over slavernij. Northups relaas draagt alle elementen voor een succesvol script: schurken die slaven stelen, goede en slechte meesters, de liefde die Solomon Northup blijft koesteren voor zijn vrouw en kinderen. Steve Mc Queen maakte er een verfilming van die hem de Oscar voor beste film opleverde. In de Nederlandse vertaling van Northups levensverhaal, gebracht door uitgeverij Atlas Contact, is een voorwoord opgenomen van Steve Mc Queen en een inleiding van Bianca Stigter.


Solomon Northup: 12 jaar slaaf; Nederlandse vertaling: Leen Van Den Broucke, Inge Kok, Arjaan van Nimwegen, Thijs van Nimwegen; voorwoord Steve Mc Queen, inleiding Bianca Stigter. Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN 9789025443603. Oorspronkelijke titel: Twelve Years a Slave. Uitgave van Derby and Miller, 1853

vrijdag 16 mei 2014

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis

door Jeroen Heuvel

Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana, 
siert de kaft van het boek


In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.

Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.

In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”

Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.

In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.

Schwarzkopf van Natasja Kensmil

De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.

Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.

In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario - Mi nigrita

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.

In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

zondag 11 mei 2014

Rihana Jamaludin over de wording van De zwarte Lord

Rihana Jamaludin. Alle foto's © Michiel van Kempen

door Michiel van Kempen

Al in 1983 had Rihana Jamaludin het idee voor een roman die vanaf het begin de titel De zwarte Lord droeg. Zij speelde met de gedachte aan verschillende boeken, onder meer om een kinderboek te schrijven. Uiteindelijk pakte zij in 2002 het schrijfwerk weer op en zij smeedde de verschillende concepten aaneen tot de grote historische roman De zwarte Lord die, 525 pagina’s dik, in 2009 zou verschijnen.
Pagina uit het werkschrift
met schetsen van de
figuren van la Troupe

Dat vertelde de auteur op een werkcollege op vrijdag 8 mei j.l. in de reeks Caraïbische dromen aan de Universiteit van Amsterdam. Zij had een werkschrift/plakboek meegebracht aan de hand waarvan zij de wording van de roman illustreerde. Dat zij voorstellingen van 19de-eeuwse schrijvers/tekenaars als P.J. Benoît en Théodore Gray tot uitgangspunt nam voor bepaalde beschrijvingen in haar boek. Hoe zij zich trachtte voor te stellen welke kleding er in het midden van de 19de eeuw werd gedragen in Nederland en in Suriname en welke vlinders er in Zuid-Amerika rondvlogen. De geschiedenis van enkele Nederlandse gouvernantes die naar Suriname verhuisden om daar emplooi te zoeken, had zij bestudeerd. Hoe foto’s van gekleurde modellen haar hielpen zich een voorstelling te maken van het uiterlijke van bepaalde personen.

Het werkschrift bevat ingeplakte foto's van gekleurde modellen, zoals dit Molukse model

In het werkschrift staan ook verschillende eerste versies van fragmenten die later in de roman zijn terechtgekomen, bijvoorbeeld van de toneelteksten die in het tweede deel van het boek voorkomen en die een belangrijke rol spelen bij de theatergroep La Troupe die uit Frans Guyana is overgekomen naar Suriname.
Toneelfragment in het werkschrift

De schrijfster merkte op dat zij het gemakkelijker vond om zich te verplaatsen in een lichtgekleurde vrouw als ik-figuur dan in een slaaf – een ‘eis’ die bijvoorbeeld Egmond Codfried in zijn recensie had gesteld. Bovendien zou een roman geschreven vanuit het perspectief van een Nederlandse gouvernante de toegang voor een Nederlands publiek tot een verhaal over de nadagen van de slavernij gemakkelijker maken.


Uiteraard ging zij ook in op de altijd precaire verhouding tussen historische werkelijkheid en fictie. Een roman moet getrouw zijn aan de historische werkelijkheid, maar de auteur heeft de vrijheid om bepaalde zaken in te vullen of aan te vullen.


Dat deed Jamaludin door een toneelgroep uit Frans Guyana op te voeren, die onder invloed van Das Kapital van Karl Marx, kritische voorstellingen bracht op de theaterplanken in Paramaribo. Jamaludin stond daarbij voor ogen hoe het Doe-theater van Henk Tjon en Thea Doelwijt maatschappijkritische stukken bracht in de jaren ’70 en ’80. De Frans-Guyanese groep wordt dan ook geconfronteerd met vervolging of een rechtszaak. Open vraag natuurlijk of zo’n toneelgezelschap in 1848 überhaupt wel de kans zou hebben gekregen om kritisch theater op de planken van Thalia te presenteren.

Intensief lezen van romanfragmenten, rechts de schrijfster Rihana Jamaludin

maandag 7 april 2014

Dolend in het beloofde land

Foto © Gotti Almonte
door Tessa Leuwsha

Ayana Mathis droeg haar debuutroman De Twaalf Stammen van Hattie op aan haar moeder en aan haar opa en oma. Net als Mathis zelf zijn zij nazaten van negerslaven op de zuidelijke plantages van Amerika. In dat gegeven ligt de kern van Mathis’ indringende roman, die behendig uitwerkt wat in discussies over slavernij doorgaans niet meer oplevert dan een retorische vraag: welke sporen heeft slavernij nagelaten op de hedendaagse zwarte bevolking? Om dit te onderzoeken creëert Mathis de tienermoeder Hattie Shepherd en plaatst haar in het gesegregeerde Amerika van de twintigste eeuw. Hatties moeder vlucht met Hattie en haar twee zusjes dwars door het bos uit de zuidelijke staat Georgia. Hatties vader is nog maar twee dagen dood, maar de blanken zijn al bezig het naambordje van de deur van zijn smederij te halen en er hun eigen bordje op te hangen. Het doel van de reis is het Noorden: vrijstaat voor zwarten ten opzichte van het door rassenhaat verscheurde Zuiden. Hatties moeder staat in haar trektocht niet alleen: ‘Al die uit het Zuiden ontsnapte zielen gloeiden tegelijkertijd van verwachting in de barre winters van de steden in het Noorden’. Ma Shepherd en haar dochters strijken neer in Philadelphia, waar niemand op armoedzaaiers van het platteland blijkt te wachten. Om aan haar rusteloze moeder te ontsnappen, blijft Hattie hangen aan de eerste de beste man die haar het hof maakt en die haar geen geluk zal schenken. August is bovendien een slechte partij: donkerder van huid dan Hattie zelf. Ze krijgen een tweeling, Hattie noemt hen Philadelphia en Jubilee, hoopvolle namen ‘die niet al op een grafzerk in een familieperk in Georgia stonden gebeiteld’. Maar aan het grimmige verleden valt niet te ontkomen. De zuigelingen krijgen een longontsteking, geld voor medicijnen ontbreekt. De baby’s sterven in Hatties armen. Hattie zal nog tien kinderen krijgen, maar het noodlot dat haar eerstelingen trof vormt haar karakter: ze is innerlijk hard en afstandelijk, niet in staat liefde te geven of te ontvangen.

Arm Amerika, een heel volksdeel draagt de littekens van oude wonden. We volgen Hatties kinderen, stuk voor stuk worstelen ze met oud zeer, overgenomen van hun moeder die op haar beurt geen beter voorbeeld kende. Hatties oudste zoon Floyd is een van de weinigen die als muzikant het donkere Zuiden nog wel eens aandoet. De streek is doortrokken van lynchpartijen en moorddadige blanke meutes. In een razend tempo trekt Floyd van bar naar bar, vooral op de vlucht voor zijn seksuele geaardheid. Floyd ontmoet Lafayette die openlijk gay is, maar als Lafayette om die reden de muziektent wordt uitgetimmerd, blijft Floyd stoïcijns op zijn trompet blazen. In zijn laffe staat van ellende belt Floyd met zijn moeder. Hattie voelt haar zoons wanhoop, maar ze is niet in staat naar hem uit te reiken. Zoon Six is door een ongeval verminkt. Hij verstopt zich urenlang onder de trap, totdat hij in blinde razernij een jongen halfdood slaat. Hattie geeft uit angst voor wraak haar zoon mee met een dominee naar het Zuiden. In een gebedstent krijgt Six koortsachtig de geest. Hij predikt alsof zijn leven er vanaf hangt, zijn toehoorders brullen het uit van enthousiasme. Diep zit het geloof bij Six echter niet. Hij wordt een charlatan, die met zijn vurige preken mensen het geld uit de zak klopt. Voor Hattie doet zich in de vorm van de charmante Lawrence een kans voor op ontsnapping uit haar armzalige, kindervolle bestaan. De kleine Ruthie is zijn kind, ze is net zo lichtkleurig als Hattie en Lawrence en ze lijkt in niets op de klaploper August. August bedoelt het goed met Hattie, maar ook hij is niet in staat de muur die Hattie om zich heeft opgetrokken af te breken. Nog in de auto, weg van huis en haard en met Ruthie op schoot, betwijfelt Hattie of ze haar lot kan ontlopen. Ze gedraagt zich zuur tegen de levensgenieter en beroepsgokker Lawrence. Als Lawrence haar met Ruth op een bankje parkeert, zodat hij zijn handen vrij heeft voor een goksessie, neemt Hattie de benen terug naar haar kinderschaar.

Tessa Leuwsha
Hattie heeft haar kinderen in het leven weinig meer te bieden dan hun bijzondere namen: Billups, Six, Bell, zoals destijds ook de tweeling. Goed vergaat het hen geen van allen, ook Hatties dochters niet. De een is rijk getrouwd maar eenzaam, de ander wordt geplaagd door stemmen in haar hoofd. Steeds weer blijkt de liefdeloze opvoeding van Hattie een mentaal breekijzer. Zelfs kleindochter Sala, de vierde generatie Shepherd, geboren in 1980, torst de familielast met zich mee. Alleen de tijd heelt wonden: Hattie is al zestig jaar weg uit Georgia wanneer ze bij kleindochter Sala ingrijpt.


Ayana Mathis schreef in een rauwe, heldere taal een roman van epische proporties en met bijbelse symboliek. Aartsvader Jakob stuurde zijn twaalf zonen vooruit naar het heilige land. Hattie ging haar kinderen voor in haar geloof in de Amerikaanse droom, maar ze trof geen vruchtbare bodem. Hatties verhaal en dat van vele andere Afro-Amerikanen uit de vorige eeuw zou met wat meer opvang en begeleiding heel anders zijn geweest. Over die tragiek schreef ook Mathis’ grote voorbeeld Toni Morrison. Van vrijheid alleen valt immers niet te leven.



Ayana Mathis: De Twaalf Stammen van Hattie; Nederlandse vertaling: Harm Damsma en Nick Miedema. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013. ISBN 9789025441418. Oorspronkelijke titel: The Twelve Tribes of Hattie. New York: Alfred A. Knopf

Elisabeth Samson: Dramatische hilariteit

 
Yootha Wong Loi Sing. Alle foto's © Johan Janssen


door Johan Janssen

In het Bijlmer Parktheater was op 9 maart 2014 de try-out van het theaterstuk Elisabeth Samson, een productie van Urban Myth Amsterdam. Het stuk over de vrije negerin Elisabeth Samson werd gespeeld door Denise Jannah, Raymi Sambo, Sergio IJssel, Yootha Wong Loi Sing, Helen Kamperveen, Noraly Beyer en Thirsa van Til onder regie van Jörgen Tjon A Fong. De muzikale begeleiding was in handen van Walther Eddy Muringen.
 
Cynthia Mc Leod
Schrijfster Cynthia Mc Leod was ook aanwezig. Zij heeft zich uitvoerig verdiept in het leven van Elisabeth Samson en een boek over haar geschreven. Ze ging daar nader op in, maar had het stuk nog niet gezien. Helaas kwam daarna Jörgen met de mededeling dat er niet mocht worden gefotografeerd. Als we de voorstelling zagen, zouden wij wel begrijpen waarom. Hmm, misschien zou ik dan enige verrassende vondsten onthullen. Maar goed, dan niet. Vandaar dit minimale aantal foto's, de meeste genomen ná de voorstelling.

Om het dan toch maar te bespreken: GAAT DAT ZIEN !! Een geweldig leuke interessante voorstelling, vol verrassingen en onverwachte wendingen. Dat alles met een grote levendigheid en inzet gespeeld.
Het toch eigenlijk wel serieuze onderwerp was verpakt in veel hilarische momenten. Er vond rolverwisseling plaats en er werden heel erg foute moppen verteld. Maar ga het zelf maar zien: première 14 maart Stadsschouwburg, Amsterdam. Zeer aanbevolen !! {Jammer van de datum – red. CU.]
 
Jörgen Tjon A Fong

Na afloop werden onder andere Cynthia McLeod en Yootha Wong Loi Sing geïnterviewd voor FunX, zodat er toch nog een paar foto's konden worden gemaakt. Nog steeds met dank aan Achmed Peroti voor het lenen van zijn camera. Over een paar weken en € 520 armer, heb ik weer mijn eigen.

dinsdag 25 maart 2014

“What’ll Become of Me?” Finding the Real Patsey of 12 Years a Slave

Lupita Nyong'o as Patsey in 12 Years a slave

by Katie Calautti

 With 12 Years a Slave putting Solomon Northup’s story in the spotlight, Katie Calautti attempts to discover the fate of Patsey—and learns just how impossible it can be to find one woman when that woman was a slave.

[further reading, on Vanity Fair, March 2, 2014 click here]

zondag 16 maart 2014

Thea Doelwijt - Ze willen het niet weten

Ze willen het niet weten, dus luister naar mij
Na de slavernij noemden ze mij Misi Bethania
Uit de bijbel, ja
Ik heb hard gewerkt voor mezelf, zonder meester
Een erf gekocht, een huis gebouwd, ja Molenpad
Mannen was ik zat, ze moesten mij niet hinderen
Wel zei ik ja tegen hun kinderen

Nu lopen wij samen langs deze grachten
Zie je ons dansen, hoor je ons zingen van al die rijke dingen
O, die Amsterdamse grachten
Waarom hebben jullie daaraan je hart verpand?

Wacht, wacht, ik begrijp het al
Je hebt je oog laten vallen op een grachtenpand
Net als de kooplieden van de zeventiende, achttiende, negentiende eeuw
Die handelden in slaven... dat weten we nu wel
G + G is grachtengordel
Kom maar met je oude oma mee
*Keizersgracht 177... dankzij die familie daar
Mochten 3000 Afrikanen per jaar naar het Caraïbisch Gebied
*Herengracht 514 dankzij die eigenaar daar
Konden in 1692 500 slaven naar Suriname
*Herengracht 502 ... ja, dat huis van de burgemeester
Vroeger woonde er een rijke handelaar in slaven
*Keizersgracht 672 ... ai mevrouw Borski met uw vier miljoen gulden
Natuurlijk bezat u plantages in Suriname en duizenden slaven

*Herengracht 473 tot 475... ha, daar genoten ze van onze suiker!

G en G... zonder slaven bestonden die panden niet
Mijn huisje wel, noteer dat snel
Dan zingen wij samen: O, die Amsterdamse grachten

Dank u, slavernij u bestaat nog steeds
Wacht nog even met dat verhaal over afschaffing
Laat de slaven in uw handen blijven
(Zij vechten zichzelf wel vrij is onze verwachting)






Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

Keti koti Paramaribo

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe
Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]

Jules Rijssen

Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore

De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.

Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies - ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies - Stuart Hall aangestipt.
Édouard Glissant

Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?

Nicolaas Porter - Facing truth

De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.

De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.

Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
Foto Anabella

In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.

Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.

Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.

Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.

De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.

Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!

Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!

Nederland, 9 maart 2014


zaterdag 15 maart 2014

Van slavin naar omstreden slavenhoudster

Yootha Wong Loi Sing. Foto Linda 10

Actrice Yootha Wong-Loi-Sing, die we kennen van de film Hoe duur was de suiker en momenteel schittert in Linda Mode, staat vandaag voor het eerst op de planken in het stuk Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat. Ze speelt hierin de hoofdrol van de zwarte Elisabeth Samson, de dochter van een vrijgemaakte slavin, die zich in de achttiende eeuw zelf ontwikkelde tot een omstreden slavenhoudster en een van de rijkste handelaren uit die tijd.

Verlangen naar blanke elite
Elisabeth had een enorm verlangen om te worden toegelaten tot de blanke elite in koloniaal Suriname. Dit bereikte een hoogtepunt toen ze een proces aanspande tegen de Nederlandse Staat, om zo toestemming te verkrijgen voor een huwelijk met een blanke man.

Zwarte vrouw succesvol in wereld gedomineerd door mannen
Schrijfster van het stuk Karin Amatmoekrim, bekend van de boeken Het gym en De man van veel, is gefascineerd door de gespannen relatie tussen identiteit en de vrijheid die we zoeken om onze eigen keuzes te maken. "Het is heel bijzonder dat een vrouw in de achttiende eeuw zo succesvol kon zijn in een wereld die door mannen werd gedomineerd, vooral een zwarte vrouw. Dat Elisabeth nooit gebruikt werd als boegbeeld voor de zwarte emancipatie heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ze slaven hield," aldus Amatmoekrim.

Première
Vanmiddag is de voorpremière van het toneelstuk te zien in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam en aanstaande vrijdag gaat het stuk officieel in première in Stadsschouwburg Amsterdam..

[van Lindanieuws.nl, zondag 9 maart 2014]


dinsdag 4 maart 2014

Henna Goudzand Nahar interviewt Bart Römer en Antoine de Kom

Suriname 1729: Thomas is slaaf op de plantage Nieuw-Holland. Hij trekt de aandacht van Cornelis, de slavenmeester, die hem leert lezen en schrijven. De vriendschap met Jacob, de zoon van Cornelis, slaat om in vijandschap wanneer blijkt dat beide jongens hun oog laten vallen op hetzelfde meisje, Kwasiba. De gevolgen zijn verschrikkelijk…

Bart Römer schreef Kwakoe: een schrijnend verhaal over slavernij en kolonialisme, over trouw en verraad, over ethische normen en opportunisme, over onderdrukking en trouw zijn aan jezelf.

Moet een schrijver die authentieke etnische karakters wil neerzetten ook persé die etniciteit hebben, over die specifieke culturele bagage beschikken of is het hanteren van het juiste vertelperspectief in combinatie met een goede observatie en research de enige vereiste? Kan elke schrijver een Surinaams slavenverhaal net zo goed tot leven wekken als een Surinaamse schrijver? Over deze en andere vragen willen wij met u en de schrijver in gesprek gaan.

Antoine de Kom
Antoine de Kom  maakt vele vreemde werelden welhaast tastbaar, door zintuiglijkheid en krachtige beeldtaal te verenigen met slang en folklore. Tegelijk laat De Kom een diep verankerd engagement zien. Het doet hem verwijzen naar harde realiteiten en – gelukkig – de spot drijven met de rol van de dichter. Inderdaad, zijn poëzie is ‘napraten over wat nog te gebeuren staat’.(uit het juryverslag bij de nominatie voor de VSB Poëzieprijs 2014)
 Antoine de Kom is kleinzoon van de ons aller bekende Anton de Kom. Hij publiceerde sinds 1991 zes gedichtenbundels en met zijn laatste bundel Ritmisch zonder string won hij de VSB Poëzieprijs 2014. De Kom is forensisch psychiater in het Pieter Baan Centrum. Over de relatie tussen een psychiater en zijn patiënten publiceerde hij een bundeling fictieve gesprekken met historische misdadigers als keizer Nero en Osama Bin Laden in Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf.
Er is veel te bespreken.

Datum: zondag 9 maart 2014 aanvang 15.00 uur
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-A
1093 SK Amsterdam

Toegang: € 5,00
Vooraf aanmelden verplicht.
T: 020 – 693 50 57
E: info@veronsur.org

Te bereiken met o.v.
Vanaf Adam C.S. bus 22 richting Indische Buurt, uitstappen halte Oostenburgergracht, de bus achterna lopen en op het kruispunt richting windmolen de Gooyer. Na de molen bij de verkeerslichten naar links. Ons Suriname is ca. 50 meter van de hoek.

Vanaf Adam C.S. met tram 4, 9, 16, 24 of 25 naar halte De Munt; daar overstappen op tram 14 richting Flevopark. Uitstappen halte Pontanusstraat/Zeeburgerstraat. Tram stopt voor de deur.


Vanaf Leidseplein of Weesperplein met tram 10 richting Azartplein. Uitstappen halte Hoogte Kadijk. Op het kruispunt richting windmolen de Gooyer. Na de molen bij de verkeerslichten naar links. Ons Suriname is ca. 50 meter van de hoek.

Elisabeth Samson vs. de Nederlandse Staat

Karin Amatmoekrim bewerkte roman van Cynthia Mc Leod tot theatertekst

Theatergroep Urban Myth toont de voorstelling Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat op vrijdag 14 maart aanstaande in de Stadsschouwburg Amsterdam en de voorpremière op zondag 9 maart in het Bijlmer Parktheater. Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat richt zich op de rol van de rijkste zwarte plantagehoudster Elisabeth Samson uit 18e eeuws koloniaal Suriname. Want Elisabeth was vrij, zwart en rijk maar hield ook slaven. Actrice Yootha Wong Loi Sing, één van de hoofdrolspelers uit de televisieserie Hoe duur was de suiker, speelt de jonge Elisabeth Samson. Actrice Helen Kamperveen, bekend van Medisch Centrum West, speelt de oudere Elisabeth Samson. Zij is na 17 jaar te hebben gewoond in Suriname weer voor het eerst in Nederland te zien in een rol op het toneel.

Vertolkte actrice Yootha Wong-Loi-Sing in de bioscoopfilm en televisieserie Hoe duur was de suiker slavin Mini-Mini, in Elisabeth Samson versus de Nederlandse staat speelt zij een vrije zwarte vrouw in koloniaal Suriname. Zij had een sterke handelsgeest en groeide uit tot een slimme zakenvrouw die meerdere plantages met slaven bezat. Zij wilde graag worden toegelaten tot de witte elite in koloniaal Suriname maar ondanks haar rijkdom bleef zij een buitenbeentje. Theatergroep Urban Myth laat het publiek zien hoe Elisabeth de strijd aan gaat met de heersende moraal in Nederland: ook al was zij machtig, haar kleur bleef een rol spelen. Het speelde niet alleen toen maar ook nu.

Keuzes maken
Karin Amatmoekrim
Schrijfster Karin Amatmoekrim is bekend van haar romans, onder andere Het Gym en De man van veel. Maar zij schrijft voor Elisabeth Samson versus de Nederlandse staat voor het eerst de volledige theatertekst. “De gespannen relatie tussen het individu en de vrijheid die we zoeken om onze eigen keuzes te maken fascineert mij. In het algemeen en Elisabeth Samson in het bijzonder”, aldus Karin Amatmoekrim.
Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat is een voorstelling met theaterscènes door Yootha Wong Loi Sing, Raymi Sambo, Helen Kamperveen, Sergio IJssel en Thirsa van Til. Daarnaast is er live muziek door onder anderen Denise Jannah en Walther Muringen en korte speeches door onder anderen schrijfster Cynthia McLeod (op 9 maart) van de romans Hoe duur was de suiker? en De vrije negerin Elisabeth.

Theatergroep Urban Myth staat onder artistieke leiding van Jörgen Tjon A Fong. Interactie, een losse sfeer, het combineren van verschillende disciplines, maatschappelijke betrokkenheid, onderwerpen die aanspreken, de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en culturele diversiteit zijn allemaal ingrediënten van onze projecten. Centraal staat hoe de ‘vreemdeling' bekeken wordt door de samenleving en hoe de ‘vreemdeling’ daar mee omgaat.

Zondag 9 maart, Bijlmer Parktheater, voorpremière
14.30 uur, 020-3113930, www.bijlmerparktheater.nl    
Vrijdag 14 maart, Stadsschouwburg Amsterdam, première
20:30 uur, 020-6242311, www.ssba.nl 


maandag 3 maart 2014

Twelve years a slave Beste Film


De grote slavernijfilm Twelve years a slave is bij de jaarlijkse toekenning van de Academy Awards, de  Oscaruitreiking, uitgeroepen tot Beste Film. Regisseur Steve McQueen maakte een sprongetje van vreugde toen hij het podium betrad om de prijs in ontvangst te nemen.

McQueen bedankte de sterke vrouwen in zijn leven, onder wie zijn Nederlandse vrouw Bianca Stigter. "Ik draag deze prijs op aan iedereen die slavernij heeft moeten doorstaan en de miljoenen mensen die nog dagelijks lijden onder slavernij."

zaterdag 1 maart 2014

Groeien in Nickerie op het Kinderboekenfestival


door Els Moor

Van 3 tot en met 5 februari was het eerste Kinderboekenfestival van dit jaar in Nickerie.  Nickeriaanse kinderen zijn over het algemeen flink; ze durven te praten, hun meningen te uiten. In mijn stand ‘Lees je wijs!’ging het steeds over het thema ‘groeien’. We begonnen met een versje dat gezegd werd, samen in de kring, en met gebaren en bewegingen werd uitgebeeld:

Groeien, groeien, groeien / Wij leren, wij spelen, wij stoeien / daardoor wordt ons hoofd wijs en ons lichaam lang / Zo groeien we elke dag een beetje meer’/ bewegen helpt ook mee , elke keer / En door boeken te lezen gaan we op reis / Leren de wereld kennen: Lees je wijs!

Daarna werkten we met een boek waarin het thema ‘groeien’aan de orde komt, aangepast aan de leeftijd van de groep. Dit gebeurde  nog steeds in de kring, maar nu zittend op stoelen. Een boek over Nickerie voor oudere kinderen  is  De kleine Jaggernath, van Gerrit Barron. Het gaat over twee buurkinderen, een jongen en een meisje, die niet met elkaar mogen omgaan. Het verhaal speelt omstreeks 1930. Toen mochten jongens en meisjes elkaar niet aanraken, niet naast elkaar lopen, enzovoort. Deze twee groeien enorm in wijsheid. Soms hebben ze stiekem even contact. Er groeit een verliefdheid. Ze laten zich niet van de wijs brengen: ze leren goed, komen voor vervolgonderwijs in de stad terecht en later op een universiteit in Nederland. Zij wordt zelfs arts…  en hij later een groot politicus. En ze trouwen! Groei dus door eigen inzet, maar ook door steun van volwassenen die hun inzet en capaciteiten inzien.  Is Nickerie gegroeid sinds die tijd? Ja, bevestigen de leerlingen: er is een weg naar de stad, Nickerie is een echt stadje geworden met veel bedrijven. En hoe gaat het tussen jongens en meisjes? Stilte. Nu mogen ze naast elkaar lopen, samen spelen, sport beoefenen, samen in dezelfde klas zitten, maar trouwen? Dat is toch vaak nog moeilijk, komt er met moeite uit, als de ouders de partner niet uitgezocht hebben… vooral in de polders. Wel groei dus, maar die groei moet wel nog groeien!
Kindermusical 2013 van het KBF

De musical
Ook weer in Nickerie heeft Sandra Purperhart, deze keer samen met leerkracht Dorien Mac Donald,  met de kinderen van scholen in het district een musical voorbereid, Nickerie yu alesi en meki wi gron. Rijst deed en doet Nickerie groeien. Vanuit het heden wordt teruggekeken naar het verleden van het district. Op een originele manier: kinderen en jongeren praten op het ‘Brassaplein’ met de zeer oude  ex-districtscommissaris  Bharos, die een sociaal voelende dc was. Voor de jeugd in de musical is hij een ‘opa’. ( In werkelijkheid is hij al overleden.) Hij praat met hen en vertelt over het verleden van het district, over de ontwikkeling van de rijstcultuur, hoe eenvoudig het leven in zijn jeugd was, hoe hij opgroeide met melk, rijst,  suiker en bacoven. Hij werd gespeeld door een talentvolle jongeman uit het mulo-onderwijs, die ook nog een geweldige zwemmer is.  Later komt de huidige dc ( een jongen van 8 jaar in uniform met pet op) die de scholen eigen computers belooft en ook ‘the first lady’ (een mooi meisje).  Verleden en heden  komen naar voren. Het goede van nu, maar ook het slechte, hoe stropers de prachtige rode ibissen dood maken om ze op te eten en hoe ook in Nickerie de bescherming van de rijke natuur niet altijd serieus genomen wordt.  Het pedagogische aan de musicals van Sandra Purperhart is dat ze de kinderen losmaakt, doet groeien en bloeien. Ze durven vrij te praten en vooral ook te zingen en te dansen. Het enthousiasme straalt van ze uit. Groepjes die al dansend en zingend de natuur van Nickerie laten zien. Creatief en vol beweging is de musical en beweging doet groeien! Groeien is een prachtig thema voor zo’n musical!

Het beeld van Tata Colin in Totness
Foto © Michiel van Kempen
Tata Colin
Er waren ook groepen uit Coronie op het Kinderboekenfestival in Nickerie. Van een groep uit Totness wist niemand wie hun grote held Tata Colin was, van wie er nota bene een standbeeld staat op het plein in het dorp. De geplande vertelstof verdween en Tata Colin stelde zich voor aan de groep en vertelde over zijn leven, hoe hij als slaaf een soort bonuman was, langzaam maar zeker de andere slaven aanzette tot opstand. Hoe hij door  toedoen van zijn masra wreed afgetakeld werd en drie jaar zijn vermogen tot spreken kwijt was, later in een slavenziekenhuis gezet werd,  waar zijn mede-opstandelingen hem nog stiekem bezochten en waar hij weer kon praten. Hoe hij uiteindelijk in de stad in Fort Zeelandia werd opgesloten, maar voordat hij teruggevoerd zou worden naar Coronie om als afschrikwekkend voorbeeld opgehangen te worden… was hij verdwenen uit zijn afgesloten cel. We hebben er een verzonnen stukje aan vastgeknoopt. Toen de slaven dit hoorden, kregen ze weer moed en  kwamen ze werkelijk in opstand en met z’n allen takelden ze de masra die hen bezocht op hun plantage af. 

Van  Ruud Mungroo  ( 1938 – 2003)  is er in 1982 een boekje verschenen, en in 1989 een herdruk,  Tata Colin, met dit verhaal. Het is duidelijk dat dit herdrukt moet worden en op de scholen van Coronie terecht moet komen! Als er weer een Kinderboekenfestival  in Coronie is? Met een musical over de held die weg weet te vliegen uit zijn gevangenschap? Een motief uit de Caraïbische literatuur, en zelfs van de Nobelprijswinnares in de VS, de zwarte schrijfster Toni Morrison. 



maandag 10 februari 2014

Kenneth Rellum - Hoe Duur was de Suiker









Als ik
Met mijn Hollandse vriendin
En gezin kijk
Naar “Hoe duur was de suiker”
Een televisieserie
Van de verfilmde slavernijroman
Waarin een jonge slavin
Meermaals verkracht wordt
Door meester en zoon
En er met afschuw en ongeloof
Vragen komen
Slaat mijn gevoel van weerzin om
In liefde en verzoening


[van Gladius Poeticus]


zondag 9 februari 2014

"Janny de Heer te verkiezen boven Cynthia Mc Leod"

Een tentboot. Uit Fermin

door Ko van Geemert

Janny de Heer (1955) debuteerde in 1999 met Landskinderen van Curaçao. Historische verhalen. Voor haar meest recente boek, Gentleman in slavernij, deed zij uitgebreid historisch onderzoek in Suriname, Nederland en Duitsland.

Hoofdpersoon is Johann Dieterich Horst, een jongeman uit een welgestelde Duitse familie, die in 1827 zijn geluk zoekt in Suriname. In de loop der jaren klimt hij op tot administrateur op diverse plantages. Als hij zeker weet dat hij in Suriname wil blijven, koopt hij zelf plantages. Het liefst zou hij de slaven willen behandelen zoals hij vroeger thuis op het landgoed van zijn vader geleerd heeft met het personeel om te gaan. Speciaal voelt hij zich betrokken bij het lot van de slavin Candasie en haar kinderen. Horst krijgt een zoon met haar, maar trouwt met haar dochter.

In het Woord Vooraf schrijft De Heer: ‘De levensloop van Johan Dieterich Horst is bijzonder en avontuurlijk geweest maar het is vooral de tijd waarin hij leefde die zijn geschiedenis interessant maakt. Hoe was het om in die maatschappij waarin slavernij een feit was te leven (te werken, te leren, te wonen)? En vooral hoe ging je om met de mensen uit de verschillende bevolkingsklassen? Hoe hield je je staande in een milieu waarin het alleen in het geniep werd geaccepteerd dat blanke mannen en zwarte vrouwen samen kinderen kregen en het andersom, zwarte man blanke vrouw, al helemaal niet werd getolereerd. Hoe stichtte je een gezin in die samenleving? Hoe konden vriendschappen bloeien terwijl er zoveel wetgeving tussenstond?’
 
Paramaribo. Grote Combéweg rond 1880. Foto Tropenmuseum
Elk hoofdstuk begint met een korte informatieve tekst over de ontwikkelingen van de slavernij in Suriname, achterin het boek is een foto van de hoofdpersonen geplaatst, samen met een stamboom en een bronnenlijst. Het zou helemaal mooi zijn geweest wanneer er ook een plattegrondje zou zijn afgedrukt van de in het boek genoemde plantages, waardoor je de reizen van Horst beter had kunnen volgen.

In het nawoord lees je hoe het de hoofdpersonen vergaan is; het maakt  nieuwsgierig naar de levens van de nakomelingen! Gentleman in slavernij is hier en daar wat wijdlopig en De Heer vervalt wel eens in herhalingen, maar voor degene die van familieromans houdt, is het een heerlijk boek om te lezen. Het zou wel eens kunnen dat dit boek meer  geapprecieerd wordt door vrouwen dan door mannen: het hoofdpersonage is weliswaar een man, maar de levens van de vrouwen worden, wellicht niet onbegrijpelijk, door de schrijfster wat meer uitgewerkt.

Natuurlijk dringt zich de vergelijking met Cynthia McLeod op. Gemeen hebben ze zeker het doorzettingsvermogen om grondige research te verrichten. Ik ben geneigd Janny de Heer te verkiezen boven Cynthia McLeod als het op stijl aankomt.


Het motto van dit boek is: ‘ik had me het pak van de christenen aangemeten / maar het zat zo slap aan het lichaam van een neger’, van de dichter Jozef Slagveer, in 1982 vermoord. Toen was Johann Dieterich Horst al 150 jaar dood.

Janny de Heer, Gentleman in slavernij. Uitgeverij In de Knipscheer, ISBN 978 90 6265 832 9  NUR 301
330 pagina’s, € 24,50


[uit Parbode, februari 2014,  jaargang 8 nr. 94]

Nieuwe dramaserie Hoe duur was de suiker?

Hilversum - De vierdelige serie Hoe duur was de suiker? is gebaseerd op de gelijknamige roman van Cynthia McLeod. Regisseur Jean van de Velde (All Stars, All Stars 2 Old Stars, Lek, Wit Licht en scenarist van o.a. Oeroeg) heeft het boek verfilmd. Voor de serie heeft hij de film niet slechts in vieren gedeeld. De serie is een compleet nieuwe montage met 80 minuten extra materiaal, waarin ook het perspectief van meer personages aan bod komt. Gaite Jansen en Yootha Wong Loi Sing vertolken de hoofdrollen. Suriname, 1765. Het is de bloeitijd van de suikercultuur en ook de periode van de slavenopstanden. Tegen dit decor speelt zich het leven af van Elza en Sarith, dochters uit een joodse plantersfamilie, en hun lijfslavinnen Mini-Mini en Maisa. De levens van deze jonge mensen staan in schril contrast met elkaar, maar allen worstelen ze met de liefde, die extra wordt gecompliceerd door de ingewikkelde verhoudingen tussen slaven en planters, rijken en puissant rijken, marrons en Hollandse soldaten. In de koloniale slavenmaatschappij ondervinden meesters en slaven dat de suiker duur wordt betaald.

Sarith (Gaite Jansen) en haar zus Elza (Anna Raadsveld) groeien op in een plantersfamilie. Het is de tijd van de suikercultuur en de Boni-oorlogen in Suriname. Sarith is een jonge, levenslustige vrouw die met haar slavin Mini-Mini (Yootha Wong-Loi-Sing) haar dagen doorbrengt op de plantage van haar vader. Wanneer haar grote liefde Nathan (Benja Bruijning) haar in de steek laat, is Sarith wanhopig op zoek naar zichzelf en de liefde. Terwijl haar zus Elza al snel trouwt met haar liefde Rutger (Yannick van de Velde), stort Sarith zich in de armen van verschillende mannen. Steeds verder raakt Sarith verwijderd van haar vrienden en familie, alleen haar slavin Mini-Mini blijft haar trouw. Ondertussen sluiten steeds meer slaven zich aan bij de marrons (weggevluchte slaven) die in de bossen huizen en regelmatig met veel geweld plantages overvallen. Dit trekt ook een zware wissel op de liefde tussen Mini-Mini en slaaf Caesar (Maurits Delchot). Wanneer Sarith de goedaardige plantagehouder Julius (Kees Boot) ontmoet, lijkt het leven haar weer enigszins toe te lachen. Dit geluk is echter maar van korte duur. Sarith vervalt in oude gewoontes, verliest zichzelf hierin en laat Mini-Mini achter bij Julius. Het blijkt de grootste kans op vrijheid en een eigen leven voor Mini-Mini.

Aflevering 1 – Over Sarith en Nathan
Mini-Mini, geboren uit het onvrijwillige samenzijn van een slavin met haar blanke meester, wordt lijfslavin van misi Sarith, de meest begeerde jonge vrouw in Suriname. Mini-Mini droomt van een leven met Caesar,  een slaaf uit Paramaribo, maar is bereid alles te doen om haar misi gelukkig te maken. Ook als haar misi op het punt staat te trouwen met de rijke én aantrekkelijke planter Nathan en ze voorgoed naar Europa zullen vertrekken...
V.l.n.r. Humberto Tan, Genelva Krind, Paul Voorthuysen, Yootha Wong Loi Sing en Jean
 van de Velde, bij het bereiken van de gouden status van de film (100.000 bezoekers). Foto @ NFF

Cast:
- Gaite Jansen (170hz, Schemer)
- Yootha Wong Loi Sing
- Benja Bruijning (De Bende van Oss, Alles is Familie)
- Yannick van de Velde (De Brief voor de Koning, Floris)
- Kees Boot (Moordwijven, All Stars)
- Anna Raadsveld  (Timboektoe,Overspel)
- Maurits Delchot a.k.a. Negativ (Alleen Maar Nette Mensen)
- Genelva Klind (Tien Minuten, Jeugdjournaal)
- Werner Kolf (Voetbalvrouwen)
Cynthia Mc Leod

Actrice Yootha Wong Loi Sing werd voor haar rol van Mini-Mini genomineerd voor een Gouden Kalf.
- Regie: Jean van de Velde
- Camera: Giulio Biccari
- Montage: Job ter Burg NCE
- Eindredactie: Robert Kievit

Hoe duur was de suiker?, vanaf zaterdag 8 februari vier weken lang om 20.20 uur bij de VARA op Nederland 2.