Posts tonen met het label India. Alle posts tonen
Posts tonen met het label India. Alle posts tonen

zondag 16 februari 2014

Bhagavad Gita seminar

door Sushma Biere


Vijai Misri in gesprek met enkele deelnemers van het seminar.
 (Foto: Sushma Biere)
Vier dagen hebben meer dan tweehonderd belangstellenden kennis opgedaan tijdens het Bhagavad Gita seminar dat gehouden werd in ballroom Lalla Rookh. De presentator, Vijay Misri (36), heeft op een interactieve wijze de kennis overgedragen in het Nederlands. Als zeventien jarige vertrok Misri naar India op zoek naar antwoorden op vragen die hem dwars zaten over de religie. Hij is de mening toegedaan dat hij de ervaring en kennis die hij heeft opgestoken ook met andere geïnteresseerden moet delen.

Misri heeft de materie via brandende vraagstukken uit het dagelijks leven uitgelegd. Er is ingegaan op het doel van het leven, het yoga systeem, de wet van Karma en Bhagavad Gita in de praktijk. "Tegenwoordig is het huwelijkslevens een zintuiglijke waarneming, als wij niet tevreden zijn dan scheiden wij. Stel God centraal in het leven, zo kun je als partners naar elkaar groeien, maar ervaar eerst de hogere smaak. Dit zeg ik niet, dat staat in de geschriften", legt Misri uit.

De passages werden door de geleerde in het Sanskriet gereciteerd en vervolgens in het Nederlands vertaald. De aanwezigen hebben alle dagen met even veel interesse de inhoud tot zich genomen. De organisatie was stiptelijk met de tijd, het drie uren durende seminar werd toepasselijk ingevuld. Het seminar werd afgesloten met vrolijke religieuze liederen over Lord Krishna en het serveren van zoetigheid (prasad), die door het aankomend echtpaar Vijai Misri en Preschana Kewalbansing (lid van de organisatie), was bereid. De twee initiatiefnemers kregen een staande ovatie. De deelnemers kijken uit naar een vervolg van de inspirerende sessie.

[van Starnieuws, 15 februari 2014]

zondag 26 januari 2014

Ambassadeur Kanhai mishandelt ex-partner

Aashna Kanhai
De Surinaamse ambassadeur gestationeerd in India, Aashna Kanhai, heeft zich op donderdag 23 januari schuldig gemaakt aan mishandeling in het openbaar. Het slachtoffer, tevens ex-vriend O.A., deed aangifte bij de politie ter zake mishandeling en belaging.

[uit Dagblad Suriname, 25-01-2014]



Mindshift

door  Iwan Brave

Ashna Kanhai benoemd en beëdigd tot ambassadeur in India. Ashna, dochter van Irvin, advocaat van de duivel, die het ‘8 decemberproces’ zo potsierlijk mogelijk loopt te rekken ten faveure van president Bouterse, hoofdverdachte maar altijd grote afwezige in het proces. Wat een inteeltbenoeming. En dan verwijt Bouterse zijn coalitiegenoten dat ze niet in staat zijn een bepaalde ‘mindshift’ te maken.


Wat is dan die mindshift? vraag je je in gemoede af. Leuke meid hoor die Ashna en ongetwijfeld een verdienstelijke strafpleiter; zo vader zo dochter. Maar wat hebben in godsnaam haar capaciteiten als strafpleiter te maken met een diplomatieke topfunctie in India? Wat hebben wij, puur zakelijk bekeken, in godsnaam in India te zoeken? Hier is duidelijk sprake van een snoeppost. Net als de ambassadepost in Jakarta, die is vergeven aan Amina Pardi, levenspartner van Paul Somohardjo. Lekkere jaren eng etnisch snoepen op rekening van de toch al uitgeknepen Surinaamse belastingbetaler.

En laat me meteen er achteraan gooien: een Surinaamse ambassade in Ghana zou eveneens vergooid geld zijn. Alleen maar omwille van cultureel emotionele symboliek. Als klein land moet Suriname spaarzaam zijn en is een ambassade pas interessant als je significant economisch of personenverkeer hebt met dat land. Of als je echt visiebeleid erop loslaat. Dan hebben we het niet over dat clichépraatje dat India een afzetmarkt van ruim één miljard zielen vertegenwoordigt. Dat zijn van die ‘potentie’-verhalen waarvan we al dertien in een dozijn hebben. Ik vrees dat Suriname eerder overspoeld zal worden met vele malen goedkopere producten uit India. Zoals we nu overspoeld worden met inferieure Chinese en Braziliaanse makelij. Suriname doet er beter aan eerst zelf binnenlandse productie goed op gang te krijgen.


Het feit alleen al dat je de vrouw van je coalitiegenoot bombardeert tot ambassadeur en nu de dochter van je vrijpleiter, zegt genoeg over hoe weinig serieus we onze kansen moeten zien op die miljardenmarkten. We gaan er hooguit ons handje ophouden voor een beperkte ‘creditline’. Niet langer bedelen bij de voormalige kolonisator maar elders. Mooie mindshift. Geloof me: wij mogen dan zogenaamd een ‘culturele band’ met die landen hebben, maar andersom ervaren zij het beslist niet zo. En ach, wat zegt ‘diaspora’ in een globaliserende wereld.

Eveneens verspild geld is de peperdure ambassade in Parijs– toe maar; nabij Champs Élysées met uitzicht op de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe. Omdat we zogenoemd “meer op hebben met Frankrijk dan met Nederland”, wordt mindgeschift beweerd. En wel vanwege de ruim 500 kilometer grens met Frans-Guyana. Dus zijn we ‘buurland van Frankrijk’. Tuurlijk. Ben blij dat ik niet in Suriname ben opgegroeid, anders zou ik deze BS ook nog voor zoete koek slikken. Ik zie al die Fransen zich wenkbrauwfronsend afvragen: “Sûrinaim, jamais entendu parler, où est-ce?” Ik hoef dit natuurlijk niet te vertalen, neem ik aan, aangezien we zoveel meer met Frankrijk op hebben.


Suriname verbreedt zijn scope, heet het. Ik heb echt te doen met al die mensen die geloven dat we onder Bouterse daadwerkelijk een mindshift ondergaan en dat we ons bevrijden van onze enge koloniale oriëntatie. Al die Surinamers die daar aan de Noordzee zo fel ageren tegen Zwarte Piet, ondergaan een vergelijkbare (des)illusie. ‘Zwarte Piet is racisme’; klinkt niet echt bevrijd. Bovendien een onware stelling. Zwarte Piet is folklore. Heerlijke pepernoten, veel cadeautjes, gebonk op de deur en dat je hart vol verwachting klopt of het allemaal in die ene schoen past. Maak je niet druk; hoe harder je schreeuwt, des te meer je jezelf identificeert met Zwarte Piet en als zodanig etaleert.

Snoepposten en Zwarte Piet: wij Surinamers zijn kampioen in het verkwisten van kapitaal en kostbare energie. Ik ontving van mijn neef via email een ‘petitie tegen Zwarte Pieten-viering’. Ik mailde terug: “Hebben jullie niets beter te doen? Kom Suriname opbouwen.” Met al zijn hebi’s. Maar ja, dat vergt een echte mindshift.


[van de site van Radio Tamara, 22 november 2011]

dinsdag 21 januari 2014

American literature massively overrated: Jhumpa Lahiri at Jaipur Literature Fest

Jhumpa Lahiri
Jaipur - Indian American author Jhumpa Lahiri believes that American literature is massively overrated and that current reading habits are transformed by the mainstream.

"Our reading habits are transformed by the mainstream and to be frank, I find American literature massively overrated," the 46-year-old author said at the ongoing Jaipur Literature Festival on Saturday.

Lahiri was in conversation with American author Jonathan Frazen, British writer Jim Crace and Chinese author Xiaolu Guo who has also written books in English during the session "The Global Novel".

"It is shameful that there is lack of translation in the American market. I know I am making a judgment, but I guess that is what it is. Living out of the US gives you a completely different perspective," said the author.

Panelists during Saturday's session were unanimous that the English language served as a common bridge to link different cultures and reach out to more people.

Lahiri's most recent fiction The Lowland, a tale of two brothers set in Kolkata of the 1960s was nominated for the 2013 Man Booker Prize but did not win it.
 
Jonathan Franzen. Photo @ Greg Martin
The London-born daughter of immigrants from West Bengal who is famed for her novels and short stories about immigrant experiences relocated to Italy two years ago. She said she felt compelled to compare the literary scenario in America and in Italy.

"I was very surprised to find the number of translated books in Italy. Seven of their best books of the year were translations of works from different countries," she said.

The author said she was currently reading in Italian to overcome her superficial knowledge of literature in that language.

"I have lived in America and was exposed to Anglophone literature like many of you. But it was freeing to see such kind of recognition given to other works in other countries," Lahiri said.

Outlining the journey of her books, beginning with an initial rough idea to the ultimate draft, Lahiri said she never knew how a book would eventually turn out or what its climax entailed.

"I never have an idea in my mind beforehand. I just expect to be happy and satisfied when I am finished with the book," she said.

Lahiri is the author of three previous books and with her debut collection of stories, Interpreter of Maladies, bagging her a Pulitzer Prize.


[from The Times of India, January 18, 2014]

zondag 12 januari 2014

Indiase briefschrijvers op straat zwaaien af

door Rudie Alihusain

Wie in Nieuw Delhi rondloopt zal nog op enkele plaatsen, onder meer bij postkantoren, briefschrijvers zien zitten, die lange tijd een belangrijke rol hebben gespeeld voor de talrijke analfabeten in deze stad. Aan het einde van de Britse heerschappij in 1947 kende India een alfabetiseringsgraad van 12%. Volgens de census van 2011 bedraagt deze nu 74.04 %.

Indiase briefschrijver in gesprek met een klant.


Bij de onafhankelijkheid in 1947 erfde India een door de Britten gecreëerd bureaucratisch systeem dat decennialang een sterk vertragende werking heeft gehad op de ontwikkeling van de Indiase samenleving. In deze zogenaamde ‘red-tapism’ situatie konden bureaucraten in India, ook wel 'babu’s' genoemd hun macht vrijelijk etaleren. In het onafhankelijke India zijn zij vaak ervan beschuldigd de Indiase economie achter te hebben gehouden doordat zij langer dan 40 jaar de ondernemende geest van de Indiase man en vrouw hebben ondermijnd.

In deze omstandigheid van een zeer logge, inefficiënte en ook obstructieve bureaucratie moet men de centrale rol zien die de briefschrijvers op straat hebben gespeeld in het contact tussen burgers en overheid in dit immens groot land.

Trottoir kapitalisten 
Iedere Indiër die kon lezen en schrijven kon zich op iedere hoek van de straat of voor de deur bij ieder postkantoor in welke Indiase stad dan ook als ondernemer neerzetten en zijn schrijfdiensten aanbieden aan het publiek. Zijn schrijfkunst, pen en papier was alles wat hij nodig had om enkele rupees te verdienen voor zijn eten en drinken op die dag en misschien ook nog wat spaarcentjes opzij zetten.
Op dit niveau van straatkapitalisme ontstond al gauw een hiërarchie van de beter geoutilleerden, omdat sommige schrijvers erin slaagden in het bezit te komen van draagbare typemachines. Onverlet blijft ook dat individuele talenten maakten, dat enkele schrijvers boven het gemiddelde uitstegen. Met andere woorden, de ene briefschrijver kon misschien mooiere brieven schrijven dan de andere.

Want men moet zich niet vergissen, hoe ongeletterd een persoon ook mag zijn, hij of zij weet zeer goed het onderscheid te maken tussen een gepassioneerde, hartstochtelijke of een saaie nietszeggende brief. De betere briefschrijver zou het dus altijd winnen van de middelmatige.
Het is ook niet verwonderlijk dat zelfs academisch geschoolden zich soms wenden tot briefschrijvers die met naam en faam alom bekend stonden.

Soms was een briefschrijver gespecialiseerd in het schrijven van hartverscheurende liefdesbrieven; een enkele in het schijven van kritische en soms ook sarcastische brieven aan bijvoorbeeld dagbladen en hun redacties. Anderen hadden het schrijven van zakelijke brieven tot hun specialiteit gemaakt, omdat hiermee het meeste verdiend werd, dit in het licht van het eerder genoemde 'red-tapism' van de Indiase bureaucratie. Vaak moest dezelfde brief ettelijke malen worden herhaald!

Kolkata,. India


De wind kent alle geheimen, maar verklapt ze nooit 
Maar de belangrijkste eigenschap van alle briefschrijvers was hun vermogen tot geheimhouding. Respect voor de privacy van hun cliënten was een belangrijke sleutel tot succes. Voor prostituees bijvoorbeeld die geld stuurden naar hun familie in de veraf gelegen dorpen, was het van cruciaal belang dat hun beroep niet bekend mocht worden.

Het devies was te allen tijde Jo raaz hain, unhen raaz hi rehne do (wat geheim is, laat het een geheim blijven).
Als de cliënt de briefschrijver niet vertrouwde, konden er geen zaken worden gedaan. De briefschrijver moest dus zijn als de wind en daar ook bekend om staan!

Einde van een tijdperk 
Maar zoals bij vele andere industrieën het geval is geweest hebben een verhoogde alfabetiseringsgraad en de opkomst van de moderne technologie, heel in het bijzonder de mobiele telefoon revolutie, ertoe geleid dat aan de bloeitijd van de straat briefschrijvers langzaamaan een einde komt.
Ooit waren de briefschrijvers van de straat de belangrijkste vorm van 'long distance' communicatie in het land; schattingen geven aan dat gedurende de traumatische scheiding van het subcontinent in 1947 ruim 20 miljoen berichten vanuit India werden verzonden. Maar hun rol als de primaire verbindingsbuis tussen stad en platteland loopt in het zich moderniserende India, ten einde.

Parliamentstreet, ook bekend als Sansad Marg, is één van de belangrijkste straten van Nieuw Delhi. In deze straat met postkantoren, politiestations en banken was er altijd een grote groep van briefschrijvers, maar hun aantal is sterk verminderd, op sommige plaatsen van ruim 20 naar circa 7.
Verdiende een briefschrijver op een goede dag gemiddeld nog tussen de 3-6 US dollars per dag, tegenwoordig krijgt hij minder dan 2 US dollars.

Het schrijven van brieven was ook een familiejob geworden, vaak hebben zonen de job van hun vaders overgenomen, dit in een aanééngesloten periode van bijna 60 jaar. Maar zoals één van de briefschrijvers het recentelijk heeft verwoord 'now that business is not coming, why should I invite my son to do this?'

[van Starnieuws, 12 januari 2014]

zaterdag 4 januari 2014

The Brutal Gang Rape and Murder Of a Young Girl Has Rocked India. Again


by Nina Ippolito

Just days after the vigils that marked the one-year anniversary of a New Delhi woman's infamous death, India is, once again, beginning the year with news of an absolutely horrific case of gang rape and murder. In October, a 16-year-old girl was knocked unconscious and raped by a group of six men near her parents’ home outside of Kolkata. She was raped and beaten by the same group of men again the next day after she went to the police to report the first attack.

After months of delays, aspersions, and harassment that forced her family to flee their home, the victim was set on fire by attackers on December 23 in an incident that police initially reported as a suicide attempt. The victim, whose name cannot be disclosed by law, succumbed to the burns covering 40% of her body on New Year’s Eve.

On New Year’s Day, police finally responded to mounting outrage and made their first arrests in the case. At the same time, they refused to release the girl’s body to her family; in a mind-boggling move, the department reportedly attempted to cremate her body a day early without the family’s permission in order to avoid its presence at a planned rally.

A doctor’s report has revealed that the girl was pregnant at the time of her death.

The background: Sexual violence and violence against women were at the forefront of the news in India throughout 2013, after a brutal rape and murder at the end of the previous year. On December 16, 2012, a young physiotherapy student was traveling home by bus with a male friend after watching the movie The Life of Pi. The two were gruesomely beaten by six men riding the same bus, who proceeded, along with the driver, to assault and rape the woman with a rusty metal bar before flinging the pair out of the moving vehicle. (The driver attempted to run the woman over, but her companion was able to grab her aside at the last moment.) The woman sustained extensive internal injuries that required the removal of most of her intestines. Despite being airlifted to Singapore for further treatment, the victim passed away on December 29, 2012.

The egregiousness of the Delhi gang rape case — including preposterous victim blaming from the defendants’ lawyer, who claimed that he had never “seen a single incident or example of rape with a respected lady … even an underworld don would not like to touch a girl with respect” — led to widespread public protests throughout India and abroad, and placed an increased focus on changing attitudes, ending harassment, creating safe public spaces, and facilitating the reporting of threats throughout the subcontinent.

Moving forward: Stricter laws are a good start in the country, but it’s clear that India has a long way to go before women can feel safe in public spaces. Until then, terrible reports will continue to make headlines, and vigilantism, like that by the Gulabi Gang, will increase. With any luck, the politicization of the 16-year-old’s death can be replaced with a dialogue surrounding sexual violence that ends preposterous shaming of victims, encourages police to actively pursue the cases now being brought to their attention, and establishes public spaces where women and girls can feel safe whenever they deign to do so much as take a bus or leave their house.

As hard as it is to read about cases like the above, their publication and dissemination is the best hope for creating a consensus toward change.

[from policymic.com, 2 January 2014]

woensdag 1 januari 2014

Hindostaanse nachtmerrie

Hindostaanse
door Freek L. Bakker

De roman De suiker die niet zoet was van Safdar Zaidi is de Nederlandse bewerking van het eerder in 2005 in het Urdu geschreven toneelstuk Desh-Pardesh. Van dat Urdu toneelstuk is in 2008 een filmscript gemaakt en in 2013 een Nederlandse roman.

Het boek gaat over een Hindostaanse man, Radj, die met zijn eveneens Hindostaanse vrouw Lakshmi in Den Haag woont en sinds kort bij het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking werkt. Zijn leven verloopt voorspoedig. Lakshmi en hij hebben een goede baan en een gelukkig huwelijk. Maar sinds kort heeft hij last van een telkens terugkerende nachtmerrie. Die brengt hem van zijn stuk en ontwricht zijn leven uiteindelijk zeer grondig. Verderop in het boek wordt duidelijk dat de nachtmerrie zijn oorsprong vindt in het Hindostaanse verleden waarin talloze mensen vanuit India naar Suriname trokken in de hoop daar een beter leven te kunnen leiden.
Sherlyn Chopra

Het is niet mijn bedoeling de clou van de roman prijs te geven. Maar ik wil wel iets opmerken over de indruk die hij op mij maakte en die het de moeite waard maakt dit boek te lezen. Het boek is spannend en soms zeer verrassend, ook op het einde: het is geen eind goed al goed verhaal. Daar komt bij dat de lezer die niet zo vertrouwd is met het Hindostaanse familieleven en met de rol van de hindoereligie daarin, op een heel vanzelfsprekende manier hiermee bekend wordt gemaakt. Dat gebeurt bovendien niet kritiekloos. Ook de minder fraaie kanten van deze religie komen in dit boek naar voren. Desondanks is het geen antireligieus boek geworden. Integendeel, het laat weliswaar de bekrompenheid van veel religieuze overtuigingen en gebruiken zien en hoe mensen deze religie gebruiken om zichzelf te bevoordelen, maar ook hoe de religie – en vooral de wijsheid en inspiratie die daarin verborgen ligt – mensen verder kan helpen.
En dan aan het eind, als de lezer denkt dat hij aanvoelt hoe het boek gaat aflopen, is daar opeens een nieuwe wending.

Helaas wordt het boek ontsierd door het relatief grote aantal spelfouten. Verder is hier en daar te veel vastgehouden aan de Nederlandse spreektaal. Een voorbeeld is ‘Radj zijn moeder’. Dat wordt gezegd, maar in een boek schrijft men dan ‘Radjs moeder’ of eventueel ‘Radj’ moeder’. Een extra redactionele controle door een Nederlandse native speaker zou het boek zonder meer ten goede gekomen zijn.

Iets anders dat afbreuk doet aan deze publicatie is de passage van p. 89 waarin een bezoek wordt beschreven van de Nederlandse vertegenwoordiger van de West-Indische Compagnie, Peter, aan Calcutta met daarbij de opmerking ‘Peter was vaker naar Nederlands-Indië gevaren met de VOC schepen en was nu met een WIC schip in Brits-Indië aangekomen.’ Dit speelt in de jaren zestig of zeventig van de negentiende eeuw. De VOC is in 1795 opgeheven, en de WIC al eerder. Het had de roman goed gedaan als de auteur op dit punt zijn research iets grondiger had aangepakt.

Ondanks deze kritiek is het een interessant boek, vooral omdat men van binnen uit kennis maakt met de wereld van de Nederlandse en Surinaamse Hindostanen. In geval van een tweede druk wordt een extra redactionele controle sterk aanbevolen.

Safdar Zaidi, De suiker die niet zoet was. Voorburg: Uitgeverij U2pi bv, 2013. 199 p., ISBN 978 90 8759 356 8, prijs € 17,50.

[uit Oso 2013, nr. 2]


zaterdag 28 december 2013

Anil Ramdas, kleine professor uit Nickerie (5)

door Coen Verbraak

Ramdas bij een AT5-opname
Neurotische man

Pieter Hilhorst logeerde een paar weken bij Ramdas in Delhi. De herinneringen aan dat verblijf vindt hij dik tien jaar na dato nog steeds beklemmend. ‘Ik voelde daar zijn eenzaamheid zo enorm. Het ritme van zijn dag werd door het drinken bepaald. ’s Ochtends was hij chagrijnig omdat hij nog niet gedronken had. Dan gingen de flessen open en kwam hij ’s middags langzaam tot leven. Dan filosofeerde hij over de wereld, zoals ik hem kende. En later op de dag was hij voornamelijk onvoorspelbaar, vanwege de drank. Onze vriendschap is daar echt veranderd. Ik ging na afloop heel verdrietig naar huis.’

In India kwam Ramdas bovendien tot een pijnlijke vaststelling: hij hoorde daar niet thuis. Net zomin als in Nederland of in Suriname. Stephan Sanders: ‘Hij ging van Suriname via moederland Nederland naar het nog grotere moederland India. Daar ontdekte hij dat hij toch vooral Nederlander was. En in Nederland zagen ze hem juist weer als een Surinamer. Terwijl ze hem in Suriname als Nederlander zagen. De conclusie was dat hij nergens bij hoorde.’

‘Wat is de beste plek om te wonen?’ werd hem bij zijn terugkeer door HP/De Tijdgevraagd. Ramdas: ‘Niet op deze aarde. Ik ben zo’n beetje overal geweest en voel me nergens thuis.’

India is in retrospectief een kantelpunt in Ramdas’ leven. ‘Toen hij terugkwam, zag ik een andere man,’ omschrijft Stephan Sanders de verandering. ‘Dat jongetje met die aanstekelijke bravoure was verdwenen. Er was een aan zichzelf twijfelende neurotische man voor in de plaats gekomen.’

Terwijl Ramdas in India zat, veranderde in Nederland het politieke landschap drastisch. Na de moord op Pim Fortuyn was ‘links’ niet langer en vogue. ‘Politiek correct’ was een scheldwoord geworden. Maar waar de krantenlezer in Nederland langzaamaan wende aan de felle toon van het maatschappelijk debat, had Ramdas op dat vlak in Delhi een aanzienlijke informatie- en ervaringsachterstand opgebouwd. Bij terugkomst op Schiphol, in 2003, was Nederland onherkenbaar veranderd. Ze waren het hem alleen vergeten te vertellen.

Pim Fortuyn bekogeld


De eerste dag na terugkomst uit India had Ramdas een ontmoeting met Suzanne Holtzer, zijn vaste redacteur bij De Bezige Bij. De jetlag hing nog als een klamme deken om hem heen, herinnert Holtzer zich. ‘Het was net alsof hij niet helemaal teruggekomen was, alsof hij ergens halverwege was blijven hangen tussen droom en werkelijkheid. Ik denk ook dat hij daar het meest thuis was. In zijn verbeelding was hij het dichtst bij zijn dromen.’


Diep gekrenkt

In 2003 werd Ramdas directeur van De Balie in Amsterdam. Tot verbazing van de mensen om hem heen. ‘Anil hoorde daar op het podium te staan, maar was totaal geen man om er directeur te zijn.’ Het ging al snel mis. De Balie leed grote verliezen. Bovendien werd Ramdas’ drankprobleem ook voor de buitenwereld steeds meer zichtbaar. In december 2003 leidde Ramdas een debat met Edward Said. Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad was erbij en zag met eigen ogen hoe de avond pijnlijk uit de hand liep. ‘De zaal was bomvol. Anil was duidelijk aangeschoten. Hij kwam het toneel op met flessen wijn, waar hij als enige van dronk. Je zág het fout gaan. Er bouwde zich in die zaal voelbare agressie op tegen Anil. Opeens sprong er een jongen op de vloer die riep: “Wie zijn geld terug wil, moet mij maar volgen naar de kassa.” Echt een rebellie tegen Ramdas. Er zat ook iets in van: “We zullen die modelallochtoon nu eens even goed aanpakken! We geven hem een koekje van eigen deeg.”’ Ramdas erkende achteraf schuldbewust zijn fout. Maar van terugbetaling van het entreegeld kon geen sprake zijn: ‘Het is hier geen no cure, no pay.’


De Balie in Amsterdam

Achteraf symboliseerde die avond schril dat Ramdas zijn publiek was kwijtgeraakt, denkt Sjoerd de Jong. ‘Hij was heel lang een intellectuele voorloper geweest. Maar Anil begreep Nederland niet meer. En Nederland begreep hém niet meer. Hij was in de ogen van anderen opeens een vertegenwoordiger van het ancien régime geworden, een achterhaalde politiek correcte betweter. Niet langer de progressieve denker, maar de aangenomen zoon van Ad Melkert.’

De periode bij De Balie duurde amper twee jaar. Uiteindelijk richtten Felix Rottenberg, Chris Keulemans en Pieter Hilhorst een comité op om De Balie financieel te redden. Hilhorst denkt met afgrijzen terug aan die ochtend bij Felix Rottenberg thuis, waarop Ramdas werd meegedeeld dat hij zijn baan kwijt was. Hilhorst en de zijnen dachten nog dat ze een mooie oplossing hadden bedacht: Ramdas zou vertrekken, maar zou wel een opdracht meekrijgen. Hij mocht een groot essay schrijven, in combinatie met een thema-avond in De Balie. Maar Ramdas was geschokt. ‘Anil ontplófte. Hij was echt diep gekrenkt. We hebben het nadien wel bijgelegd, maar dat nam niet weg hoe pijnlijk het op dat moment was.’

Heel statusgevoelig

‘Na De Balie was wel duidelijk wat Demon Alcohol bij Anil aan het aanrichten was,’ constateert VPRO-regisseur Fred van Dijk, merkbaar aangedaan. ‘De gesprekken met Anil werden stroever. We kregen mot, over de kleinste dingen. De laatste keer dat ik hem thuis bezocht, was in 2006. We kregen een discussie over Arnon Grunberg. Hij vond Grunberg geweldig, ik niet. Uiteindelijk riep hij fel: “Ach man, wat weet jij er nou vanaf? Jij kunt helemaal niet lezen!” Toen ik in mineur naar huis reed, kon ik de hele weg alleen maar denken: hoe moet het nou toch verder met deze jongen? Vervolgens heb ik Stephan Sanders gebeld. Die zei: “Je kunt er maar beter verder geen energie meer in steken.” Het is inderdaad de laatste keer geweest dat Anil en ik elkaar gesproken hebben.’


Ramdas begon ondertussen steeds meer aan zichzelf te twijfelen. Hij was zijn baan kwijt, werkte niet meer voor de VPRO en had geen vaste column meer in NRC Handelsblad. Stephan Sanders: ‘Die bravoure van hem was altijd al schijn. Hij is de eerste jaren verbijsterd geweest over hoe goed het met hem ging. Altijd was er het gevoel dat hij balanceerde op ijsschotsen. Hij voelde continu de angst om ontmaskerd te worden. Wat zou er ontmaskerd kunnen worden? Hij kón heel veel. Maar ergens zeurde altijd die gedachte dat het succes hem eigenlijk niet toekwam. Tegelijk was Anil heel statusgevoelig. Toen hij niet meer voor de VPRO werkte en zijn NRC-columns onder druk stonden, ervoer hij dat als een ernstige aantasting van zijn eer en status. Dat-ie niet genoeg meer meetelde. Maar ja, je kunt niet je hele leven veelbelovend blijven.’

Fred van Dijk: ‘Hij was zich gaandeweg ook gaan afvragen of hij eigenlijk wel zijn eigen bron was. Alles wat hij te vertellen had, kwam altijd van anderen. Mijn vrouw en ik noemden hem “onze kleine professor” omdat hij ongelofelijk belezen was. Ik heb hem er altijd om bewonderd. Maar in die tijd vroeg hij zich af of hij vanuit zichzelf eigenlijk wel iets te melden had. Hij vreesde dat dit niet het geval was. We spraken er ooit over of hij niet eens een roman moest schrijven. Maar dat durfde hij niet. Die fundamentele onzekerheid begon steeds meer te knagen.’

Een keerpunt

Die roman kwam er uiteindelijk toch. In 2011 publiceerde Ramdas Badal. Een verhaal over een ooit succesvolle essayist/ programmamaker die uiteindelijk teloorgaat door drank, angsten en depressies. Een man die zich maar niet kan neerleggen bij een politiek klimaat waarin de standpunten van iemand als Geert Wilders breed geaccepteerd zijn geraakt. ‘Hij droomde ervan om nog een aantal meesterwerken te schrijven,’ zegt Suzanne Holtzer. ‘Het liefst iets in de trant van Naipal of Rushdie.’ Ramdas nam het project uiterst serieus. Hij stopte met drinken en huurde een appartement in Zandvoort om in alle rust te kunnen schrijven. ‘Dat boek was voor hem een enorm belangrijke ambitie, hij hoopte dat het een keerpunt in zijn bestaan zou worden.’


Badal verscheen in het voorjaar van 2011. De recensies waren bijna over de hele linie negatief. ‘Meer ambitie dan talent,’ luidde de kop in NRC Handelsblad. Bovendien werd het verhaal van Badal in alle besprekingen één op één geprojecteerd op de schrijver zelf. ‘Met niets en vooral zichzelf niet ontziende eerlijkheid portretteert Ramdas in de persoon van Harry Badal vooral zijn eigen persoon,’ schreef John Jansen van Galen in De Groene Amsterdammer. ‘Rest de vraag wat hem bezielt om zo’n ontluisterend zelfbeeld te publiceren. Het is alleen te verklaren uit de neiging tot zelfdestructie die alcoholisten eigen is.’

Suzanne Holtzer kan er nóg kwaad om worden. ‘Badal gaat over de neergang van iemand die ooit succesvol was. Dat werd uitgelegd als de neergang van Anil zelf. Dat is volgens mij echt de ziekte van deze tijd. Het boek werd niet gelezen als kunstwerk maar als de autobiografie van Anil Ramdas. Zeer ten onrechte. Want hoe kan iemand met wie het kennelijk net zo slecht gaat als met Badal anders zo’n sterk boek schrijven?’ Toch zijn de overeenkomsten tussen Badal en Ramdas treffend: Badal heeft óók een drankprobleem, heeft eveneens een Den Uyl-lezing gehouden, en is net als Ramdas ooit Zomergast geweest. Ramdas sprak de overeenkomsten in interviews ook niet tegen. ‘Alleen heb ik natuurlijk nooit zelfmoord gepleegd, zoals Badal.’

[wordt vervolgd]



Anil Ramdas, kleine professor uit Nickerie (4)

door Coen Verbraak

Nieuw-Nickerie. Foto © Bram T.
Ramdas ging voor de VPRO ook documentaires maken. Samen met regisseur Fred van Dijk reisde hij naar Suriname. Ze namen hun intrek in hotel Torarica, het duurste hotel van Paramaribo. Want reizen met Ramdas betekent per definitie: logeren in luxehotels. Van Dijk was er aanvankelijk stomverbaasd over. ‘Ik vroeg me af hoe hij dat toch voor elkaar kreeg. Maar hij zei gewoon tegen de VPRO: “Luister, dat is het enige hotel in Suriname waar ze altijd stroom hebben. Dus dáár gaan wij zitten.” Prinsjesgedrag was hem niet vreemd. Voor de research liet hij alle mensen die hij wilde spreken een voor een naar het terras van het hotel komen.’

De tocht door Suriname resulteerde in de vierdelige documentaire Een Surinaamse ballade. Van Dijk: ‘In Nickerie filmden we een oud schoolvriendje van hem. Die man was boer geworden en leefde nog precies zoals dertig jaar daarvoor. Op dat moment realiseerde Anil zich hoe enorm hij zichzelf eigenlijk ontwikkeld had.’ Het mooiste moment was volgens Van Dijk een scène die hij draaide in een bibliotheek. Ramdas was er op dat moment even niet bij. Van Dijk filmde een jongetje dat boeken uitzocht. ‘Hij draaide zich heel even om, keek in de camera en ging weer verder. Toen ik dat in de montage aan Anil liet zien, raakte hij diep ontroerd. Hij herkende dertig jaar later exact de situatie. ‘Zo zat ik daar ook ooit. Je hebt eigenlijk mij gefilmd.’

Perskaart van Ramdas als jong journalist


Stevig alcoholgebruik

Tussen 1997 en 2000 maakte Ramdas met Stephan Sanders het mediaprogramma Het blauwe licht. De samenwerking tussen Sanders en Ramdas was ongewoon intens. ‘We leefden met elkaar, woonden met elkaar,’ zegt Sanders. ‘Onze vriendschap werd daar gesublimeerd. Alsof de televisie het hogepriesterschap van onze vriendschap was. We vierden ’m en offerden ’m.’ Dat ging na afloop van de uitzendingen gepaard met stevig alcoholgebruik. Met name Ramdas had al snel de naam dat hij op dat vlak mateloos was. Het liep soms zodanig uit de hand dat studio De Plantage het programma de toegang dreigde te ontzeggen.

‘Die drank was ook onderdeel van hoe zij hun vriendschap beleefden,’ zegt Pieter Hilhorst, destijds redacteur van Het blauwe licht (en sinds kort wethouder in Amsterdam). ‘Alles was daar nou eenmaal heftig aan.’ Hilhorst bewaart ‘ongelofelijk goede herinneringen’ aan Het blauwe licht. ‘Anil en Stephan leerden je kijken naar de wereld. Op een heel persoonlijke manier analyseerden ze televisiebeelden, die daardoor nieuwe zeggingskracht kregen. Anil was gespreksleider, Stephan bracht de dingen in die we als redactie hadden bedacht. Dat was een ongekend goede combinatie. Ik was jaloers op hun vriendschap.’

Ellen Jens: ‘Die vriendschap was onvoorwaardelijk. Iets waar romans over geschreven worden. Ze hielden van elkaar, maar ze waren ook voortdurend in heftige competitie verwikkeld. Tijdens het afscheidsetentje na de laatste uitzending kregen ze slaande ruzie. Daarna hebben ze elkaar ook heel lang niet gezien.’

Anil Ramdas in India. Foto ©Fred van Dijk


Een fuik van eenzaamheid

Na Het blauwe licht bood NRC Handelsblad Ramdas de baan aan waar hij altijd van had gedroomd: een correspondentschap in India. Hij vertrok in 2000 voor drie jaar naar New Delhi. Maar het verblijf in India viel hem niet mee. In 2003 zei hij in Vrij Nederland: ‘Ik dacht: als je eenmaal in India woont, heb je het land zo in je vingers. Vergeet het maar. Dat grote verhaal waarin ik even een allesomvattend oordeel zou vellen waar heel Nederland van achterover zou slaan, kwam maar niet. Toen ik over mijn eerste hyperventilerende opwinding heen was, realiseerde ik me: maar je bent ook geen Jan Romein of Huizinga. Pas na een half jaar ontdekte ik dat je ook zijdelings kunt kijken, via kleine dingen grote zaken aan kunt kaarten.’

‘Over de invulling van zijn correspondentschap werd op de redactie verschillend gedacht,’ zegt Juurd Eijsvoogel, destijds lid van de hoofdredactie van NRC. ‘Anil was niet primair op nieuws gericht. Een directe reportage, zonder extra laag, was niet aan hem besteed. Je moest hem echt porren om verslag te doen van eengewone aardbevingsramp. Uiteindelijk was hij meer essayist dan journalist.’
Dat jongetje met die aanstekelijke bravoure was verdwenen
Pieter Hilhorst: ‘Voor een deel betekent een correspondentschap: op dingen afgaan. Dat vond hij eigenlijk vreselijk. Daar kwam bij dat hij in India zijn vertrouwde omgeving miste. De erkenning die hij zo nodig had, kreeg hij in India veel minder. Hij had daar geen werkelijke aansluiting met anderen. Dat zorgde ervoor dat hij zich eenzaam begon te voelen.’



‘Ik zag India als een ontsnapping, maar verkeek me op de doem van totale onbekendheid,’ zei Ramdas in 2003 in Vrij Nederland. ‘Delhi bleek een fuik van eenzaamheid. Ik kreeg rare angsten die steeds groter werden, bijna veranderden in wat men levensangst noemt. Wakker worden met de gedachte: is alles wel veilig, waar is de dichtstbijzijnde dokter, waar is het ziekenhuis, zal mijn bankpasje het wel blijven doen? Mijn angsten werden steeds groter, en mijn alcoholisme ook.’

VPRO-regisseur Fred van Dijk bezocht hem in 2002 in India.Van Dijk schrok toen hij merkte hoe ernstig het drankprobleem van zijn vriend was geworden. ‘Als hij ’s morgens in zijn kamerjas rondliep, zei ik wel eens: “Man, als je uitademt en je doet er een fles omheen, dan heb je zo weer een fles whisky.”’ 


[wordt vervolgd]

donderdag 12 december 2013

Gita-Jayanti


door Sharmila Kalidien-Mansaram

Vandaag op 12 december viert de wereld Gita Jayanti. Gita-Jayanti verwijst naar de herdenking van de heuglijke dag waarop de Bhagavad-gita werd uitgesproken door Heer Shri Krishna tot Zijn dierbare vriend en toegewijde Arjuna. 

De Bhagavad-gita werd uitgesproken door Heer Shri Krishna vlak voor de aanvang van de Mahabharata oorlog, ongeveer 5000 jaar geleden op het slagveld van Kuruksetra (ongeveer 15 kilometer ten Noorden van New Delhi in India). De exacte lokatie is Jyotisar, een plaatsje die ongeveer 7,5 kilometer verwijderd is van Kuruksetra. De locatie wordt heden gekenmerkt door de aanwezigheid van een marmeren strijdwagen onder een banyan-boom. In de strijdwagen hebben Heer Sri Krishna en Arjuna plaats. Van de genoemde banyan boom wordt beweerd dat het meer dan 5.000 jaar oud is en daardoor de oudste getuige van Heer Krishna’s onvergankelijke conversatie met Arjuna.

Jyotisar


De Bhagavad-gita (‘Het Lied van God’) is niet alleen één van de grootste spirituele en filosofische klassiekers, maar ook de essentie van de vedische wijsheid van India over het spirituele wezen van de mens, zijn gebondenheid in de cyclus van geboorte en dood en uiteindelijk zijn relatie met God. In deze dialoog van 700 verzen onderwijst Heer Sri Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, die kennis aan Arjuna, Zijn vriend en toegewijde. Hoewel hun gesprek plaatsvond in een ander tijdperk en te midden van vijandige legers op het slagveld van Kuruksetra, richt Sri Krishna Zijn boodschap tot alle tijden en mensen. Niet alleen heeft de Gita het religieus leven van Hindoes eeuwenlang bepaald, maar heeft de Gita vanwege de enorme invloed van religie in de Vedische cultuur, India’s sociale, ethische, culturele en zelfs politieke realiteit gevormd voor duizenden jaren.

Invloed 
De invloed van de Bhagavad-gita is universeel en alhoewel wijdverspreid gepubliceerd en gelezen op zichzelf is de Bhagavad-gita oorspronkelijk verschenen als onderdeel van de Mahabharata (een historiche epos) waarin de Bhagavad-gita hoofdstuk 25 tot 42 beslaat en wel in de Bhisma Parva.

De Bhagavad-gita komt tot ons in de vorm van een dialoog tussen Heer Sri Krishna en de strijder Arjuna op het slagveld. In 18 hoofdstukken worden in de Gita 5 onderwerpen bediscussieerd: De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, de levende wezens, de tijd, de geaardheden van de natuur en karma. Tot slot wordt aangegeven dat het uiteindelijk doel van het leven is het zich overgeven aan Heer Sri Krishna door het beoefenen van liefdevolle toegewijde dienst. Op deze wijze overstijgt de relevantie en universaliteit van Heer Sri Krishna’s onderricht de historische settings van Arjuna’s strijdveld dilemma.

De geschiedenis van de Gita wordt besproken in de Gita zelf, in hoofdstuk 4 vers 1: “De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Heer Sri Krishna, zei: Ik onderwees deze onvergankelijke wetenschap van yoga aan de zonnegod Vivasvan en Vivasvan onderwees haar aan Manu, de vader van de mensheid, die haar op zijn beurt aan Iksvaku onderwees.”

Kennis transcendentaal 
Als we deze historische lijn volgen dan kan de ruwe schatting gemaakt worden dat de Gita tenminste 120.400.000 jaar geleden werd uitgesproken en in de menselijke samenleving al zo’n 2 miljoen jaar bestaat. Zo’n 5.000 jaar geleden werd de Gita opnieuw en ditmaal tot Arjuna uitgesproken door Heer Sri Krishna zelf. Doordat de Bhagavad-gita door Heer Sri Krishna zelf werd uitgesproken is deze kennis transcendentaal en dient aanvaard te worden zonder wereldse interpretatie. De Bhagavad-gita moet aanvaard worden zoals ze is, in de opeenvolging van discipelen met Heer Krishna als de oorsprong. De positie van Heer Krishna wordt in de Gita als volgt duidelijk gemaakt in hoofdstuk 10 vers 8:
“ Ik ben de oorsprong van alle spirituele en materiële werelden. Alles komt voort uit Mij. De wijzen die hiervan volkomen doordrongen zijn bewijzen Me devotionele dienst en vereren Me met heel hun hart.”

Ook geeft de Gita aan dat Krishna’s woonplaats de spirituele wereld is vanwaar Hij van tijd tot tijd neerdaalt om religieuze principes te herstellen. In hoofdstuk 4 vers 7 en 8 wordt het volgende aangegeven: “Telkens wanneer de beoefening van religie ergens in verval raakt en goddeloosheid de overhand neemt, o afstammeling van Bharata, op dat moment daal Ik Zelf neer. Om de toegewijden te bevrijden en kwaadaardige personen te verdelgen en ook om religieuze principes te herstellen verschijn Ik Zelf tijdperk na tijdperk.”

Zoals in de Mahabharata aangegeven verscheen Heer Sri Krishna op de aarde in Zijn eigen spirituele gedaante vlak voor de aanvang van het Kali –tijdperk om het militaire juk dat gecreëerd was door ongelovige en politiek over ambitieuze koningen, te verlichten. Door Zijn genade kwamen alle demonische krachten tezamen op het slagveld van Kuruksetra en werden weggevaagd door de kolossale en vernietigende strijd. Nadat Hij de Pandava’s (religieuze regeerders) had geïnstalleerd, keerde Heer Krishna terug naar Zijn eeuwige spirituele woonplaats, Golokavrndavana.



Lovend 
Over de Bhagavad Gita hebben vele grote zielen en geleerden zich lovend uitgelaten.
Mahatma Gandhi : ‘wanneer twijfels me achtervolgen , wanneer teleurstellingen me in het gezicht staren en ik geen enkele hoop zie, dan wend ik me tot de Bhagavad-gita en vind ik een vers dat me troost biedt; te midden van de meest tragische omstandigheden kan ik dan weer lachen. Degenen die op de Gita mediteren zullen er iedere dag weer nieuwe vreugde aan beleven en er nieuwe betekenissen in vinden.’

Ralph Waldo Emerson: ‘een vriend van mij en ikzelf hebben een indrukwekkende dag beleefd aan de Bhagavad-gita. Het was het belangrijkste boek. Het was alsof er een wereldrijk tot ons sprak, niet iets gerings of onwaardigs, maar eerder iets groots, sereen en samenhangend, de stem van een oude intelligentie die in een ander tijdperk met een ander karakter over dezelfde vragen had nagedacht die ook ons bezighouden en die daarop antwoorden had gevonden.’

Albert Einstein : ‘wanneer ik de Bhagavad-gita lees, is de enige vraag die overblijft hoe God het universum heeft geschapen. Al het andere lijkt overbodig.’

Op Gita-Jayanti memoreren we Heer Krishna, reciteren we de Bhagavad-gita en verrichten we yajna. De essentie van Gita –Jayanti is om Heer Krishna te plezieren, de Bhagavad-gita naar meerdere mensen te brengen en meer mensen naar Heer Krishna te brengen, waardoor we dierbaar worden aan Heer Krishna.

HARE KRISHNA HARE KRISHNA KRISHNA KRISHNA HARE HARE, HARE RAMA HARE RAMA RAMA RAMA HARE HARE. Chant and be happy!


Mr.drs.Sharmila Kalidien-Mansaram (Geeta-Priye Radha Devi Dasi)
Geïnitieerd Lid ISKCON Suriname 

Bronnen: Bhagavad Gita zoals ze is (Sri Srimad A.C.Bhaktivedanta Swami Prabhupada) Compilatie door Parmatma Dasa (ISKCON Guyana)

[van Starnieuws, 12 december 2013]


woensdag 23 oktober 2013

Indiase filmweek toont andere kant Bollywood

door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo - De Indiase filmindustrie bevat meer dan producties die alleen commercieel goed scoren zoals de zo bekende mainstream Bollywoodfilms. Met de Indiase filmweek wil de Indiase ambassade in Suriname het publiek laten kennis maken met de andere kant van Bollywood.

Elk kwartaal
"De filmweek moet ons herinneren dat Bollywood ook andere producties kent. Tijdloze, serieuze en prachtige films van artistiek hoog niveau, die ons ook iets leren uit de geschiedenis. Een voorbeeld is de film Pinjar die morgenavond wordt vertoond. Deze film gaat over de verdeling van India en Pakistan", geeft ambassadeur Subhashini Murugesan aan. Ze rekent op een goede opkomst en positieve reacties van het publiek om dit initiatief te kunnen continueren. "Alles hangt af van de response. Als het publiek goed reageert, dan kunnen we dit misschien elk kwartaal doen. We hebben voldoende bekendheid gegeven aan de activiteit via advertenties in de krant en de radio." De Indiase ambassade had enkele jaren geleden al een samenwerking met de Organisatie Hindoe Media Suriname en vertoonde toen elke maand een Bollywoodfilm in theater De Paarl.

Sherlyn Chopra

Films
De Indiase filmweek begint morgenavond in de Ballroom van Lalla Rookh met de film Pinjar van regisseur Chandra Prakash Dwivedi. Het verhaal gaat over de pasgetrouwde Lajjo die door een Pakistaanse man Rasheed wordt ontvoerd. In Pakistan wordt ze de tweede vrouw van een gewelddadige man. Wanneer haar schoonzus Puro haar zoekend in Pakistan terechtkomt, moet de berouwvolle Rasheed, beiden helpen om te ontsnappen naar India. Voor vrijdag staat de film Ek Ghar van dezelfde regisseur op het programma. Het verhaal speelt zich af rond het echtpaar Raj en Gita en hun nieuw huis. The Making of the Mahatma van filmmaker Shyam Benegal staat gepland voor zaterdag en gaat over het leven van Mahatma Gandhi en zijn strijd voor de onafhankelijkheid van India. De Indiase filmweek wordt zondagavond afgesloten met Iqbaal, een film van Nagesh Kukunoor, die gaat over cricket. De films beginnen om 19.00 uur en zijn gratis toegankelijk voor het publiek.

[uit de Ware Tijd, 23/10/2013]


maandag 7 oktober 2013

Jhumpa Lahiri in Amsterdam

In gesprek met Arjan Peters tijdens Hotel van Hassel.

Jhumpa Lahiri. Foto @ Elena Seibert

Jhumpa Lahiri (Engeland, 1967) is de dochter van Bengaalse immigranten uit Calcutta. In onopgesmukte stijl schrijft ze over de levens van Indiase migranten. Ze debuteerde met de verhalenbundel Een tijdelijk ongemak en haar bekendste werk is haar roman De naamgenoot. Voor de zomer verscheen haar nieuwe boek The Lowland, dat inmiddels op de shortlist van de Man Booker Prize staat en 21 oktober in Nederland bij uitgeverij Meulenhoff uitkomt als Twee broers. Voor SLAA en tijdens Hotel van Hassel, huis van het korte verhaal, gaat Arjan Peters met haar in gesprek, onder andere over haar literaire voorbeelden en kortere en langere verhalen.

In de kwartaalkrant van de SLAA (gratis aan te vragen via info@slaa.nl) staat een exclusieve voorpublicatie van Twee broers.

SLAA Woensdag 30 oktober / aanvang 20.00 uur / De Duif

vrijdag 4 oktober 2013

Anurag Kashyap in 's-Gravenhage

Shantie Jagmohansingh-Ramlal interviewt Anurag Kashyap. Foto @ Amar Inderdjiet


by Shantie Jagmohansingh-Ramlal

At the third edition of the Indian Film Festival The Hague - IFFTH I interviewed Anurag Kashyap at the premiere of his film Ugly (recently featured at Cannes). Anurag Kashyap is an international celebrated and award winning filmmaker and often described as the leading figure in a new kind of Indian Cinema. With movies like Black Friday, Dev D, That girl with yellow boots, and (my personal favorite) Gangs of Wasseypur he has given us stories with unexpected twists and surprises, and always something edgy and groundbreaking in it. Compared to the more mainstream Bollywood movies his work is different and onconventional, much more realistic. The films include socially critical issues as well, like corruption, abuse of power, domestic violence. Whether you like his work or not, you will leave the cinema with a whole new experience and with something to think about.

Shantie Jagmohansingh-Ramlal interviewt Anurag Kashyap. Foto @ Amar Inderdjiet



About how he a became a filmmaker, he said the following: “I grew up with the idea that cinema is Bollywood, what we watch in the whole country. You never think of participating in it, because you think you need some very special skill to do something that is so unreal. But one moment I realised cinema can also be different, and it can be done in a whole other way. That’s when I moved to Mumbai. That’s where it all started, continu facing the rejections. I was selfish, only fighting for me, I wanted my movie to be out there. But sometimes one persons fight becomes a war for many people. Many people get involved and fight with you. And then the media calls you the leading figure in a new kind of Indian cinema, but that’s something that’s been thrust upon me. I’m trying to step back from that, I just want to make my own films.”

zaterdag 28 september 2013

Ruben Gowricharn over Bollywoodfilms

Op 4 oktober geeft prof.dr. Ruben Gowricharn een lezing met als onderwerp “vrouwen in Bollywood films”. Gowricharn is hoogleraar Sociale Cohesie en Transnationale Vraagstukken aan de Universiteit van Tilburg.

Aanvang: 19.00 uur
Locatie: Sarnamhuis, Den Haag.
Sherlyn Chopra

Na de lezing wordt de film 140 jaar hindostani ke barhanti vertoond. Het Sarnámihuis heeft in het kader van 140 jaar Hindoestaanse immigratie een reportage gemaakt van gesprekken met de nazaten van de Hindoestaanse immigranten. De keuze van vertrek van de immigranten uit India was een individuele keuze. Na hun keuze voor Suriname als hun vaderland volgde ongeveer 100 jaar later een emigratie van hun kleinkinderen naar Nederland.
Deze dubbele migratie is een interessant fenomeen omdat wellicht een parallel is trekken in de wijze van aanpassing in den vreemde. Maar de respondenten vertellen ook hun eigen geschiedenis, hun grote waardering voor de opoffering van hun voorouders, de motivering van het vertrek van hun ouders uit Suriname, de worteling in Nederland, de permanente ambitie om iets van hun leven te maken, hun kleine – en grote offers om hun doel te bereiken. Wellicht dat u als kijker zich ook herkent in de geschiedenis van de deelnemers is de reportage.


Sarnámihuis participeert in het Indian Film Festival The Hague. De derde editie van het Indian Film Festival The Hague is dit jaar van 2 tot en met 6 oktober. Het Sarnamihuis participeert op 4 en 5 oktober met een eigen onderdeel i.v.m 140 jaar Hindostaanse immigratie. De locatie is het Filmhuis Den Haag, Spui 191, 2511 BN Den Haag. Kaarten verkrijgbaar aan de kassa.

zaterdag 22 juni 2013

'Hindoe-tradities in vergetelheid'

Elke cultuur kent elementen die in vergetelheid raken. Nederlanders kennen hun molens die in vervlogen tijden de waterhuishouding regelden of het koren tot meel maalden. Nu zijn molens museum- stukken en toeristische attracties geworden.

OHM-Televisie-reporter Pavan Marhé gaat in dit programma op zoek naar in vergetelheid rakende of geraakte hindoe culturele elementen. Onze voorouders hebben uit India in hun culturele bagage talloze mooie tradities meegenomen. Door modernisering, industrialisering en de voortschrijdende technologie is een aantal in onbruik geraakt. Weer een ander aantal heeft zich aangepast en blijft in gewijzigde vorm voortbestaan.


Pavan gaat op onderzoek uit in Suriname en daarna naar India, het land van onze roots. In Suriname ontmoet hij de laatste nog levende traditionele pottenbakker wiens ambacht door de technologie en modernisering zal worden opgeslokt. Achtereenvolgens ontmoet hij voorts een sohar zangeres, een dhapla speler, een vroegere goudhandelaar en een aji van 94 jaar die nog steeds vasthoudt aan gebruiken die ze in haar jeugd heeft geleerd, in het bijzonder het lipe of lemen van haar vloer. Allen doen hun verhaal.

Pavan reist vervolgens naar India. Hij trekt door een deel van oostelijk Uttar Pradesh, het gebied waar de meeste Hindostanen vandaan komen en doet Allahabad en Benares aan. In Allahabad blijkt een heus Surinaams-Hindostaans museum te bestaan dat verbonden is aan de staatsuniversiteit van deze stad. De cultureel-anthropoloog Prof. Dr. Badri Narayan Tiwari adviseert hem de dorpen in te gaan waar meer te vinden is dan in steden. Hij gaat op bezoek in het dorp Sahebpur en komt tot interessante ontdekkingen.

Uitzending: Zaterdag 22 juni 2013, 11.30u. Nederland 2
Herhaling: Zondag 23 juni 2013, 15.00u. Nederland 2


dinsdag 4 juni 2013

Over 'onzichtbare' Hindoestaanse meiden (2 en slot)

Hindoestanen worden over het algemeen beschouwd als een geslaagde succesvolle groep in Nederland. Maar de Hindoestaan zouden niet genoeg zichtbaar zijn en zeker Hindoestaanse meisjes niet. Wat kan de reden zijn? Shantie Jagmohansing onderzoekt de kwestie. In het eerste deel ontdekt Kajol dat GTST niet op haar zit te wachten en ze tkijkt nu naar Bollywood.

door Shantie Ramlal-Jagmohansingh

Het verhaal van Kajol staat niet op zichzelf. Er zijn in Nederland namelijk veel Hindoestaans-Nederlandse meisjes wier voorkeur uitgaat naar de ‘Internationale Indiase showbizz’. Een gevolg hiervan is dat zij inderdaad wat minder zichtbaar zijn in de Nationale Nederlandse showbizz. Maar in plaats van ons hierover te beklagen, moeten we ook stil staan bij de mogelijkheid dat veel Hindoestaans-Nederlandse meiden hiermee doen wat zij vanuit hun hart willen doen, zonder zichzelf te verloochenen. Zij blijven trouw aan zichzelf, simpelweg door zichzelf te zijn.
Natuurlijk zijn er naast meisjes als Kajol genoeg Hindoestaans-Nederlandse meisjes die wel hun draai vinden in de Nederlandse showbizz. En de meisjes die hiervoor kiezen moeten uiteraard worden ondersteund! Maar het punt dat ik hier probeer te maken, is dat streven naar zichtbaarheid nooit een doel op zichzelf moet zijn. Zelfontplooiing, identiteitsontwikkeling en vrij zijn om te doen en worden wat je wil, dat is waar het om draait. Als dit uiteindelijk zichtbaarheid met zich mee brengt, dan is dat een prettige bijkomstigheid.

Miss Suriname India Contest
Als de huidige jonge generatie Hindoestaanse-Nederlanders alleen maar wordt gepusht om zo veel mogelijk zichtbaar te zijn in de Nederlandse samenleving, dan maken we dezelfde fout als ouders die hun kinderen alleen maar pushen om beroepen te kiezen die veel geld en status met zich meebrengen, zonder rekening te houden met de wensen en toekomstdromen van hun kinderen. En daarnaast is het ook helemaal niet verwonderlijk dat Hindoestaanse meisjes zich in grote getallen enthousiast interesseren voor India en de bijbehorende booming showbizzwereld! Om een paar interessante feiten te noemen: Bollywood is wereldwijd niet alleen de grootste filmproducent, maar trekt ook massa’s kijkers uit alle delen van de wereld. De Indiase klassieke dans is al duizenden jaren oud en wordt zelfs beschreven in de oeroude Natya Shastra. De Indiase muziek is niet alleen een streling voor het oor door de eeuwenoude klanken van instrumenten als de sitar, de sarangi en de sitar, de teksten zijn vaak dichterlijke parels op zichzelf. En in een wereld die steeds meer globaliseert, is het voor Nederland natuurlijk helemaal niet verkeerd om te beschikken over getalenteerde booming Hindoestaans-Nederlandse meiden die in beide werelden succesvol zijn! 

Kajol Devgan in Kurbaan


Toen Kajol besloot haar showbizzcarrière in oosterse richting te navigeren, belandde ze net zoals veel andere ondernemende Hindoestaans-Nederlandse meisjes in een Hindoestaanse missverkiezing. Samen met nog 9 andere jonge vrouwen zou ze strijden om een zilveren tiara met vermiljoenrode sjerp, een luxe reis naar India waar de internationale verkiezing met deelnemers over de hele wereld zou plaatsvinden en natuurlijk een flinke dosis glorie en euforie wanneer de volledige zaal uitbundig voor de winnares zou applaudisseren.
Kajol was ervan overtuigd dat deze nieuwe richting juist was geweest. Maar toch deden zich ook in ‘deze showbizzwereld’ dingen voor waar ze niet altijd achter stond. Soms kreeg ze hierdoor een knoop in haar maag, veroorzaakt door onbegrip voor haar eigen gedrag (waarom durfde ze haar mond niet open te doen? Was ze het stiekem wel met de rest eens?) en als gevolg hiervan schaamte.

Haar naam was Ambika, ze was lang en atletisch, had zulke duidelijke gelaatstrekken dat haar gezicht gelijkenissen vertoonde met Zuid-Amerikaans houtsnijwerk en een soepele zelfverzekerde manier van lopen. Kajol wist door haar eerdere capriolen in Amsterdam, dat Ambika alles mee had om door te breken als internationaal model. Voor deze missverkiezing had Ambika echter wel een minpunt, een minpunt dat alleen door een deel van haar ‘eigen mensen’ zo werd gezien en waarvan Kajol wist dat het onbegrijpelijk was: Ambika’s huid was gaaf, egaal en donker als pure chocolade.
Door de andere meisjes met een lichtere huidskleur werd dit tevreden vast gesteld. Ambika was voor hen geen obstakel op weg naar de tiara, ondanks dat ze met haar tijdloze schoonheid uit een schilderij van kunstenaar Raja Ravi Varma leek te zijn gestapt.


Moniza Varsha Reit

En ze hadden gelijk. De verkiezing werd gewonnen door Reshma, een giebelend onbeholpen schepseltje, die alleen deelnam omdat haar moeder dat zo graag wou en zelf nog het meest schrok toen haar naam als winnares werd omgeroepen. Het lichte huidskleurcomplex is een parasiterend restant van ruim 300 jaar kolonialisme in India, waarin de Indiërs werd ingeprent dat een lichtere huidskleur beter was. Een lichtere huiskleur stond immers vaak gelijk aan rijkdom. Het betekende dat je niet uren in de hete zon hoefde te bikkelen voor een hongerloon.
Lang geleden was dit geheel anders. Donkere kleuren werden toen geassocieerd met goede dingen. Donker stond voor de nacht waarin dromen tot wasdom komen, het stond voor de rijkdom van de aarde, voor de beschutting van de sterkste bomen, voor de creatieve energie in het universum. Mysterieus, voedend, levendig, vol met kracht en potentie. De kleur wit had toen juist een negatieve lading. Wit stond voor dood, ziekte en zwakte.

Het goede nieuws is dat tegenwoordig steeds meer mensen in India zich uitspreken tegen de voorkeur voor een lichtere huidskleur. Toch zijn er nog steeds voorbeelden waarin opvattingen over huidskleur verbijsterende gevolgen hebben. Heather Ferreira vertelde vorig jaar in een stuk van CNN Politics over haar werk in de slums in Mumbai. Veel vrouwen die ze ontmoet in de straten van de slums, nu alom bekend door de film Slumdog Millionaire, worden vaak beschimpt. Ze worden regelmatig gezien als onaantrekkelijk als hun huid te donker is. Ook worden ze aangeduid als vervloekt als ze alleen dochters hebben en geen zonen.


[van Wereldjournalisten, 22 april 2010]

Liever Bollywood dan GTST!? (1)

Hindoestanen worden over het algemeen beschouwd als een geslaagde succesvolle groep in Nederland. Maar de Hindoestaan zouden niet genoeg zichtbaar zijn en zeker Hindoestaanse meisjes niet. Wat kan de reden zijn? Shantie Jagmohansing onderzoekt de kwestie.

door Shantie Ramlal-Jagmohansingh

Deze discussie over de zogenaamde ‘onzichtbare Hindostaan’ is merkwaardig. Hindoestaanse Nederlanders maken slechts 0,8% uit van de totale Nederlandse bevolking en zijn over het algemeen goed geïntegreerd in de samenleving. De vraag rijst wat er dan eigenlijk nog te bediscussiëren valt? Voor wie willen de personen die hier iedere keer over beginnen eigenlijk dat de Hindoestanen zichtbaar zijn? Voor de autochtonen? Voor de Hindoestanen zelf? Is het niet juist een blessing in disguise om niet al te zichtbaar te zijn als gemeenschap, omdat anders de neiging bestaat de hele groep over één kam te scheren?

Modellenbureau
Wat in de zichtbaarheidsdiscussie meermaals naar voren komt, is de vraag waarom Hindoestaans-Nederlandse meisjes zich vaak richten op de Indiase Bollywoodfilmwereld en internationale Hindoestaanse missverkiezingen. Waarom richten ze zich in plaats daarvan niet veel meer op de Nederlandse televisie? Waarom zien we zo weinig Hindoestaans-Nederlandse modellen inde Nederlandse media?
Kajol

Het verhaal van Kajol, een kittig meisje van 19 jaar en haar odyssee naar een succesvolle carrière in de showbizzwereld, kan wellicht meer helderheid in deze kwestie brengen. Zoals zoveel jonge meiden die een dergelijke carrière najagen, stapte Kajol op een dag vol goede moed binnen bij een gerenommeerd modellenbureau in hartje Amsterdam. In haar verbeelding zag zij zichzelf al op enorme posters staan, net zoals Heidi Klumm, Padma Laksmi, Tyra Banks of Doutzen Kroes.

HEMA
Eenmaal binnen moest Kajol zoveel taxerende en keurende blikken ondergaan, dat ze zich even waande in de controleruimte van Schiphol na aankomst uit Suriname. Tot haar schrik zei de castingmedewerkster: ‘Je lengte is ongeschikt voor de mannequinwereld, je bent net iets te kort!’ Terwijl Kajol na deze woorden uit de onverwachte valkuil van teleurstelling probeerde te klauteren, pakte de vrouw wat andere mappen erbij. ‘Ik heb wel iets anders voor je. Je bent weliswaar iets te kort, maar met je slanke figuur en fijne gelaatstrekken zou je hier wel heel geschikt voor zijn!’ De map werd omgedraaid om Kajol de inhoud te onthullen. Hunkemöller, Livera, HEMA en een reeks minder bekende merken werden zichtbaar. Op de verdere pagina’s een dozijn vrouwen in niet veel anders gewikkeld dan een stukje katoen, zijde of satijn, die pruilend in de camera keken of een sportieve pose aannamen om een bikini te showen. 

Sherlyn Chopra


GTST
Tien minuten later stond Kajol weer buiten, nadat een nieuw inzicht haar glashelder had getroffen; de gedachte alleen al dat haar ouders, grootouders en broers en zussen haar zo zouden zien, was genoeg om een bestaan als kluizenaar serieus te overwegen. Toch was ze ervan overtuigd dat er tussen alle modellen- en castingbureaus iets geschikts moest zijn voor haar. Daarom was ze de weken daarna druk in de weer met het afleggen van bezoekjes met haar fotomap onder de arm.
Op een gegeven moment voelde ze zich echter uitgeput. Ze vond gewoon niet wat ze zocht of ze was niet datgene wat werd gezocht. Nog steeds kreeg ze het broeierig heet als ze terug dacht aan die screentest voor een nieuwe Nederlandse soapserie. De betreffende scène uit het script had vol gestaan met woorden en termen, die ze alleen met een rood giechelig hoofd uit haar keel had weten te persen. De scout had haar bevreemd aangekeken. Na afloop zei ze: ’We houden je foto en gegevens in ons bestand en nemen contact op als we iets voor je hebben…’

Meena Kumari
Achteraf begreep ze niet waar die drang om zichzelf te pijnigen vandaan kwam. Wie hield ze nu eigenlijk voor de gek? Alsof ze daar echt haar beroep van zou kunnen en willen maken…Na die paar weken sloot Kajol zich thuis op. Ze constateerde dat een merkwaardig licht gevoel over haar heen daalde. Alsof het wegsijpelen van haar toekomstdromen haar lichamelijk lichter had gemaakt. Om haar gedachten af te leiden klikte ze de televisie aan en stopte bij de Indiase zender ZeeTV.‘Ien he logo mein’. De zuivere klanken van zangeres Lata Mangeshkar stroomden de kamer binnen en Meena Kumari - een van de succesvolste actrices uit de gouden eeuw van Bollywood, werd zichtbaar op het beeldscherm, hartstochtelijk playbackend in een dieproze anarkali.
Na de muziek een paar minuten te hebben aangehoord, veerde ze overeind. Ze voelde haar gewicht langzaam weer wat toenemen. Hoe langer ze erover nadacht, hoe logischer het allemaal leek. Haar gedachten vielen net zo netjes op hun plaats als de plooien van de anarkali op het scherm. Het was alsof de actrice op het scherm aan Kajol vroeg: is dit niks voor jou? Ze was er zeker lang genoeg voor, hoefde geen ongemakkelijke teksten op te zeggen en ook niet met een getuite pruilmond schaars voor de camera te poseren. Glimlachend en net zo verwachtingsvol als de bewonderaars van Meena Kumari in de clip, besloot ze deze nieuwe mogelijkheid nauwkeurig te onderzoeken. Haar nieuwe rolmodel zou haar Indiase naamgenoot Kajol worden, de Bollywoord-filmster die schitterde in kaskrakers die altijd werden afgekort; DDLJ, KKHH, KGKG, MNIK. 

[van Wereldjournalisten, 16 april 2010]

Klik hier voor het vervolg.

Nazaten van de Indiase immigranten (5 en slot)

door Tascha Samuel

India, en specifiek Noord-India - waar de Hindostanen oorspronkelijk vandaan komen - kreeg de naam Hindostaan en de inwoners werden Hindostanen genoemd. Zij kwamen vanaf 1873 vanuit het toenmalige Brits-Indië´ naar Suriname. Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindostanen naar het land. De contractanten lieten een armoedig bestaan in India achter zich, maar kregen het in eerste instantie in Suriname niet veel beter. Zij werden zeer slecht betaald, waardoor ze ook wel ‘centslaven’ werden genoemd. In verband met de viering van 140 jaar Hindostaanse Immigratie wordt vandaag de laatste nazaat belicht: Ashwin Adhin, voorzitter van de Culturele Unie Suriname.
Ashwin Adhin


Wat betekent India voor u als het land van afkomst van uw voorouders?
"Het is de plaats waar onze culturele en religieuze levenswijze van afstamt. Daar kun je onze roots vinden. Het is niet zozeer dat we terugkijken, maar we herdenken het. Daarom spreken we vooral van een herdenking van de Hindostaanse immigratie."
Bent u zich bewust van de strijd die uw voorouders hebben geleverd na hun komst in Suriname?
"Jawel, het was een zware strijd. Ze zijn door de kolonisatoren naar hier gebracht met mooie woorden en grote beloften. Ze waren hier niet op eigen missie. Maar hier aangekomen bleek het heel hard werken te zijn.Men was niet tevreden en is toen in opstand gekomen in Mariënburg, Zorg en hoop en andere plaatsen om te vechten voor hunrechten."
Zijn culturele normen en waarden bewaard gebleven in hun originele vorm of zijn ze verwaterd of gesurinamiseerd?
"Normen en waarden zijn universeel en ze veranderen niet, hetzijn principes. Van de cultuur is veel behouden. Uiteraard vindt er ook verwestersing plaats. Ook is er een aanpassing aan de leefomgeving en ontstaat er een ontwikkeling in tradities. We hebben een unieke cultuur ontwikkeld."

Op welk gebied heeft uw groep zich het verst ontwikkeld en waar zouden ze nog aan moeten werken?
"De bijdrage is duidelijk terug te vinden in de academische vorming en de plaats die men daardoor inneemt op de maatschappelijke ladder. Maar ook op cultureel en religieus gebied is de betrokkenheid groot. We zijn goed op elkaar afgestemd binnen de maatschappij, we leven vredig naast elkaar. Waar we aan zouden kunnen werken is een hogere culturele ontwikkeling en nationalisme binnen de cultuurbeleving hebben." 

[uit de Ware Tijd, 04/06/2013]