Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Gezond leven met kruiden





door Carry-Ann Tjong-Ayong


Het duurde wel even voor wij een afspraak hadden om de Surinaamse kruidentuin van Dennis Tounaar te bezoeken. “Minimaal 5 personen”, hield hij vol. Alle familieleden en vrienden waren al geweest, soms meer dan eens.
Anderen konden niet op de voorgestelde dag.


Waarom dit quotum zo belangrijk was zouden we daar in “Pikin Sranan” met milde toegeeflijkheid ondervinden. Ondergedompeld in de aangename sfeer van
vriendelijkheid, een warm zonnetje, een geurige beker groene Marva thee zaten we in het luchtige houten gebouwtje in de achtertuin, aan lange houten tafels.
Met z’n drieën en nog zes andere mensen, net als wij samengevoegd tot een handzame groep zodat de uitgebreide lunch kon worden voorbereid door
de vriendelijke dames van het team.


Ondertussen krijgen we tijdens de kennismaking en de rondleiding van alles te horen over de tuin waar verrassend bekende, maar door ons vergeten kruiden groeien. Elk blad is eetbaar, heeft een heilzame toepassing.
Van de papaya, olijf, kers, citrus.  tayerblad met groene of rode nerf, bitawiwiri, gomawiwiri.
Tomaatjes. Niet die grote, ronde, opgeblazen gekweekte, die waterig smaken.
Die kleine, onregelmatige, met een heerlijk aroma. Puur natuur.
En dan al die kruiden. Marva of malve, gedroogd heilzamer dan vers.
Muntbasilicum. We leren dat er in Suriname minstens vier soorten basilicum   bestaan. Heerlijk geurend en lekker in de sla.
Maar de absolute topper is de Moringa Oleifera, een zusje van de grotere Acacia.
Met fragiele ronde blaadjes aan takjes. “De beste boom op onze planeet”, legt Dennis bezield uit.


Columns van CAT

Osopasi is de nieuwste publicatie van Carry-Ann Tjong Ayong. Het boek bevat een selectie van haar columns. De presentatie is op zondag 18 mei in het sfeervolle Sukru Oso aan de Cornelis Jongbawstraat 16a. Er zijn voordrachten en optredens van Tolin Alexander, Bongo Charley, Celestine Raalte, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

U bent van harte welkom. Aanvang 19.00u.

maandag 7 april 2014

Empire

door Sharda Ganga


Diepbedroefd, doch dankbaar voor alle vreugde mij gebracht, nam ik kennis van het officieel verscheiden van theater Empire.
Foto © Nicholas Laughlin

Het is lang geleden dat er daar een film op het doek is geprojecteerd en er is intussen een hele generatie Surinamers groot geworden die niet weet wat Empire is. Maar voor mij is Empire een stuk van mijn jeugd. De onbezorgde stukken van die niet geheel onbezorgde jeugd, speelden zich voor een groot deel af in filmzalen: Empire, Star, Tower. Ach die goeie ouwe prehistorische tijd waarin de STVS het enige televisiestation was, computers dingen waren uit science-fictionboeken, en het web alleen sloeg op het spinnenweb in het schooltoilet; in die oeroude tijd was de bioscoop één van de weinige mogelijkheden om de realiteit de ontvluchten.

Als je wat kwartjes bij elkaar had gespaard, dan kon je naar de film: een paar kwartjes voor een kaartje, twee voor de bus heen en terug, en twee voor een ijsje bij Soda Fountain.
Het was helemaal niet erg dat de bioscopen maandenlang dezelfde films vertoonden; je ging per slot van rekening niet echt voor die film als je voor de 10e keer naar Grease (in Empire) of Superman (in Star) ging. Je ging niet om te kijken, je ging naar de bioscoop om gezien te worden. En Cynthia en ik, wat deden we ons best om gezien te worden, als veertien- en vijftienjarigen.

Dat viel niet mee. Zij had last van acne, en ik van hele dikke brillenglazen. Maar we gaven de moed niet op. Zo leende Cynthia ooit de prachtige enorme plastic zonnebril van haar buurmeisje. Dat was slim want zo bedekte ze toch aardig wat puisterig huidoppervlakte. Ik wilde niet achterblijven, dus bracht ze de week daarop nog een geleend exemplaar, speciaal voor mij.
En daar strompelden we, bezonnebrild, door de verlaten straten van Paramaribo. Ik zag en zie zonder gezondheidsbril niet verder dan een halve meter en struikelde dus geregeld, Cynthia meeslepend in mijn val. En toch gaven we de moed niet op. De week daarop zou ik struikelen vanwege de geleende hoge hakken; en de week daarop vanwege betraande ogen na mislukte experimenten met oogmake-up.

En zo mijmerde ik wat naar aanleiding van het bericht over de verkoop van het Empire gebouw. Wat waren we onschuldig, dacht ik. We hielden ons bezig met school, droomden van onbereikbare jongens, lazen Asterix en Witte Raven romans, en verzamelden dromerige liederteksten in fraai versierde schriften. We hielden ons ook wel bezig met politiek, en met de wereld buiten ons om, maar het was altijd vanuit jeugdig idealisme- wij zouden het natuurlijk anders en beter doen dan de mensen die op dat moment aan de macht waren.
Hindostaanse meisjes. Foto © Boy Lawson

Waar we dus geen seconde aan dachten was om ons op te geven als lid van een politieke partij. Maar misschien zouden we dat wel overwogen hebben als er in die tijd ook partijen waren geweest die strooiden met transistorradio’s, walkmans en fietsen, net zoals de ABOP voorzitter de vorige week in Moengo strooide met laptops en schoolpakketten voor tieners, en auto’s en blackberry’s voor de ouderen, als deel van een ABOP registratiecampagne. Is dat niet het ultieme kopen van mensen en stemmen, dacht ik, auto’s en laptops als je je aansluit bij de partij . Het was, wat mij betreft, een nieuw dieptepunt voor de partijpolitiek in Suriname. We houden niet eens meer de schijn op van een partij ideologie als rechtvaardiging voor het lidmaatschap. Kiezers en toekomstige kiezers zijn er simpelweg om gekocht te worden. Hou ons een blackberry voor onze neus en we zweven vrijwillig het ravijn in om die blackberry te grijpen. Hey, zei men daarom “zweef teki”?

gangadwt@gmail.com

[uit de Ware Tijd, 25/08/2012]

vrijdag 28 maart 2014

Paradijs



door Sharda Ganga

Een van de gruwelijkste dingen die ik deze week hoorde was uit een onderzoek naar geweld tegen vrouwen onder scholieren in het Caribisch Gebied. Bijna alle jongens en meisjes vinden geweld tegen vrouwen niet okay- maar bijkans 40 procent vindt het prima als een vrouw wordt "gedisciplineerd". Ik viel zowat van mijn stoel.

"Disciplineren",daarmee bedoelen ze toch "straffen"? Precies zoals je een ongehoorzaam kind moet disciplineren. En in het Caribisch Gebied verstaat men onder straffen van kinderen vaak lijfstraffen - ik was lang geleden getuige van een felle discussie in een Caribisch land, waarbij de zaal zich en bloc uitsprak tegen een wetsvoorstel om lijfstraffen van kinderen door onderwijzers strafbaar te stellen. Ik wist niet wat ik hoorde.
Foto © Fausto Fräser

Wat is dan het verschil tussen disciplineren en geweld? Want men slaat toch altijd omdat de ander iets heeft gedaan of gezegd wat ze volgens de dader niet hadden mogen zeggen of doen, aldus "disciplinering" nodig makend? Het pijnlijkst is natuurlijk dat ook meisjes die mening zijn toegedaan. Zij zullen, als ze ooit slachtoffers worden van geweld, waarschijnlijk behoren tot de groep vrouwen die, in plaats van hulp te zoeken, zich zal schamen en/of denken dat zij er zelf schuld aan hebben. "Ik had hem niet moeten brutaliseren; ik weet dat hij zo jaloers is, dus ik had niet moeten lachen naar die meneer", dat denken ze dan. En dat is levensgevaarlijk.
Foto Facebook

Zo had ik nog meer stoelvalmomenten deze week. Nu waren het geen kinderen die die teweeg brachten, maar grote mensen die bij elkaar waren tijdens de 12e Conferentie over Vrouwen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied. Wat hier wordt besproken en vastgelegd in de "Santo Domingo Consensus" wordt deel van de regionale afspraken over vrouwenrechten.

Het was een moment van bezinning, toen bij de bespreking van de tekst een aantal van de Carabische deelnemers voet bij stuk wilde houden als het ging om de rechten van LGBTI's (Gay, Lesbian, Bisexual, Transgender en Intersex personen-ja, ik ben solidair, maar kunnen we asjeblieft ophouden met letters plakken aan de afkorting?). Straks vinden ze nog dat ze recht hebben op sex-change operaties, giebelde een afgevaardigde. Of ze willen gaan trouwen, mompelde een ander. Is het niet hypocriet dat we bij elkaar zijn om de rechten van vrouwen af te dwingen, en tegelijkertijd de mensenrechten van anderen willen beknotten, vroeg ik me af.

Foto © Michiel van Kempen
Het is inderdaad waar, zoals sommige landen aangaven, dat het noemen van LGBTI's in verdragen erg ongemakkelijk is voor sommige overheden; het gevaar is dan dat men het hele verdrag weigert te ondertekenen. Maar je staat voor mensenrechten, of niet. In Afrika heeft men een voorstel om dit soort gedoe te omzeilen. In plaats van opsommingen van bijzondere groepen (er staat dan "including rural, young, LGBTI's, indigenous, Afro descendants, migrant .." etc), wil men gewoon spreken van "de mensenrechten van alle individuen, zonder enig onderscheid". Dat zou internationale mensenrechtenverdragen echt een stuk leesbaarder maken.

En als het leesbaarder wordt, dan begrijpen hopelijk meer mensen waar het om gaat, en wat het met hun leven te maken heeft. En als iedereen het begrijpt, en ernaar handelt, wel dan is het paradijs op aarde. En dan neem ik een hele lange vakantie.

gangadwt@gmail.com

[uit de Ware Tijd]


maandag 24 maart 2014

'Ik dacht aan Obama en bad dat dat van die schmink hem niet zou bereiken'

Wereldleiders bijeen in Amstertdam. met witte baard: Rutte from the Netherlands
door Sheila Sitalsing

Sheila Sitalsing wilde geen column schrijven over politiek leiderschap. 'Maar toen stelde iemand zondagmiddag tijdens een persconferentie over de nucleaire veiligheidstop een vraag aan Mark Rutte...'


Eigenlijk zou dit stukje handelen over fatsoen en voorbeeldgedrag en leiderschap in het bedrijfsleven. De Volkskrant had zijn periodieke onderzoek gedaan naar de verdiensten aan de top in Neerlands grootste beursgenoteerde ondernemingen en daar afgelopen zaterdag over gepubliceerd.

Eigenlijk zou dit stukje gaan over enkele bevindingen die uit dat jaarverslagenonderzoek waren gerold. Zoals de loonkloof tussen werkvloer en top, die zich ongehinderd door crisis of ander malheur gestaag verwijdt. Inmiddels verdient een bestuurder van een AEX-bedrijf in Nederland gemiddeld 51 keer zo veel als een doorsneewerknemer, met de onlangs vertrokken Ben Noteboom van Randstad als brullende zilverrug bovenop de rots, 10.237.476 euro stevig in de knuistjes geklemd. Terwijl zijn intercedentes - volgens de Randstadwebsite stuk voor stuk ambitieuze 'matchmakers' boordevol 'salestijgermentaliteit' - daar éénhonderdtweeënzeventigste van verdienen.

Omhoog ellebogen
Eigenlijk zou ik in dit stukje op zoek willen gaan naar antwoorden op vragen als: waarom bezetten die intercedentes de boardroom niet? Of vinden ze het misschien volstrekt terecht dat hun baas bij zijn afscheid ruim twee jaarsalarissen extra mee kreeg, voelen ze zich extra gemotiveerd om zichzelf, met hun salestijgermentaliteit, omhoog te ellebogen, op weg naar de pot met goud? En: maakt het veel uit, een hoge of lage baas-koelieratio, zijn we gewoon jaloers of hebben we hier een misstand te pakken?
  
Eigenlijk had ik iets willen zeggen over leiderschap, over voorbeeldfuncties en over de verantwoordelijkheid die de bestuursvoorzitter draagt voor de cultuur in het bedrijf
Eigenlijk zou dit stukje handelen over andere merkwaardige trends in het beloningsbeleid, zoals de altijd-prijsbonus (een prestatiebonus die bij onderpresteren toch wordt uitgekeerd, want het zou zo sneu en demotiverend zijn voor de bedrijfsbestuurder in kwestie - ook maar een mens die zijn stinkende best doet - om hem zijn bonus te onthouden). En het adviseurschap, een briljante methode om opgestapte voorzitters van de raad van bestuur te blijven voorzien van een inkomen als 'adviseur in dienst van de company', zolang ze nog geen nieuwe nette betrekking hebben gevonden. De bij Imtech weggestuurde financieel directeur Boudewijn Gerner toucheerde na zijn vertrek een half miljoen euro honorarium voor in totaal, zo bevestigde hij zelf, nul adviezen.

Voorbeeldfuncties
Eigenlijk had ik iets willen zeggen over leiderschap, over voorbeeldfuncties en over de verantwoordelijkheid die de bestuursvoorzitter draagt voor de cultuur in het bedrijf.

 Ten overstaan van de internationale pers zei de minister-president niet: 'We praten vandaag over kernwapens.'
Maar toen stelde iemand zondagmiddag tijdens een persconferentie over de nucleaire veiligheidstop een vraag aan Mark Rutte, iets ingewikkelds over Wilders en Marokkanen en Zwarte Piet. En ten overstaan van de internationale pers zei de minister-president niet: 'We praten vandaag over kernwapens.' Nee, hij ademde diep in en dook enthousiast, het hoofd als eerste en zonder perslucht, het diepe in. Iemand probeerde hem tegen te houden, maar Rutte sprak al: 'Mijn vrienden op de Nederlandse Antillen zijn altijd blij wanneer het Sinterklaas is, omdat ze zich dan niet hoeven te schminken. Als ik Zwarte Piet speel, ben ik dagen bezig het spul van mijn gezicht te wassen.'

Ik dacht aan de VVD-wens om minder, minder, minder rijksgenoten uit de Antillen en vroeg me verdwaasd af welke vrienden dan. Ik dacht aan Barack Obama die vandaag in the Beast door Nederland scheurt en bad dat dat van die schmink hem niet zou bereiken. Ik dacht: misschien is het nog niet zo slecht gesteld met leiderschap in het bedrijfsleven. Het kan zo veel erger.


Sheila Sitalsing is columnist voor de Volkskrant


[van devolkskrant.nl, 24/03/14]

zondag 23 maart 2014

Kersten moet van ons blijven

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Zodra ik in Suriname ben is er een demonstratie die mijn aandacht trekt. Nu is het de verkoop van het warenhuis C. Kersten en Co, dat al 245 jaar van de EBG is. Hier hebben mijn ooms in de “Gele Kost” , het internaat, gezeten, hun schoolopleiding gehad en mijn oom Leo heeft jarenlang als boekhouder met strenge hand de financiën beheerd. Toen ik in Groningen studeerde, kwam ik in mijn vakanties naar huis en had er een vakantiebaantje.

Mijn hele familie was Anitri, Hernhutter. Ik was net als mijn broers en zusjes in de aangrenzende Grote Stadskerk gedoopt door ds Polanen met zijn bulderende stem, waardoor ik de kerk bij elkaar brulde. Later als schoolmeisje liep ik met Ouma Carootje op zondagmorgen naar de kerk, een wit strohoedje op mijn vlechtjes en op mijn zestiende deed ik in Zeist mijn geloofsbelijdenis.

Maar in mijn schooltijd fietste ik regelmatig naar Kersten voor schriften en ander schoolmateriaal in opdracht van de concïërge, die zo mijn spijbeluitstapjes authorizeerde.


Dit alles schoot door mij heen, toen ik woensdagmiddag tussen de demonstrerende gelovigen op de stoep bij Kersten zat en luidkeels “Voorwaarts Christenstrijders!” zong. Het pand is verkocht aan de groep Chinezen, zonder medeweten van de coordinatiegroep, die vooral de grond als heilig beschouwd, naast de kerk. De banken die voor het geld moeten zorgen zijn bovendien nog in gebreke gebleven. Een dialoog met twee overgekomen leden van het Uniteitsbestuur lijkt onmogelijk. Dus staat de groep demonstranten onder leiding van Carl Breeveld strijdvaardig te betogen. Geen Chinees hoogbouwmonster op onze grond.

Cat 19/3 2014

maandag 17 maart 2014

White Privilege

door Mireille Liong

Als vriend van Jörgen Raymann zijn facebook pagina zag ik de volgende vraag voorbij komen: “Just curious, what do you think 'white privilege' means?”

Tot mijn verbazing bleek uit de antwoorden dat de meesten de term “White Privilege” letterlijk vertaald “witte privileges” duidelijk niet begrepen. Daardoor viel het commentaar gauw uit context. Aangezien ik het voorrecht heb meer te weten over dit onderwerp leg ik het graag uit. Niet alleen omdat ik zelf zwart ben en kroeshaar heb en zeker niet omdat ik graag de rol van slachtoffer van de slavernij op mij neem. Absoluut niet.  
A conversation about Race Soledad OBrian
 
Soledad O'Brian, Bartunde Thurston en Tanner Colby

Ik denk dat ik het voorrecht heb omdat ik opgegroeid ben in multicultureel Suriname, gestudeerd heb in Nederland, nu al langer dan 10 jaar in Amerika woon en beschik over een redelijk analytisch vermogen. Misschien nog belangrijker te vermelden is het feit dat het onderwerp racisme en alles wat hiermee te maken heeft me eigenlijk pas goed is gaan interesseren sinds ik begonnen ben met kroeshaar.com.

Vandaar ook dat ik in September ben geweest naar “An conversation about race” (een conversatie over ras) in het Sub Culture theater in Manhattan. Het panel werd geleid door niemand minder dan van Soledad O'Brien, journalist en programmamaker bij CNN. De twee andere pannelleden waren Bartunde Thurston Comedian en auteur van How to be Black en Tanner Colby auteur van “Some of my best friends are Black.”

Het doel van deze conversatie was zoals Solidad in de introductie zei om racisme in een avond, of niet eens een hele avond, binnen een paar uur eigenlijk, op te lossen. Hoewel ik bekend was met de CNN programmamaakster, haar ook al eens in levende lijve tegen was gekomen en wist dat het een intelligente vrouw was, had ik geen idee dat ze ook beschikt over een gigantisch gevoel voor humor.


Ik had het kunnen weten met iemand als Bartunde Thurston in het panel. Als je het hebt over briljante humor moet je zijn boek eens lezen: How to be Black. Colby was ik nog nooit persoonlijk tegen gekomen maar zijn boek was me wel al bekend en met zijn ivy league achtergrond en gevoel voor humor was hij meer dan gewaagd aan de rest van het gezelschap. De een-tweetjes tussen Soledad en de panelleden waren dan ook hilarisch, verheffend en doeltreffend. Zelfs toen het onderwerp white privilege aan bod kwam en niet iedereen het met elkaar eens was.

Hoewel hij begrijpt waar het om gaat is Colby, zelf wit van zeer bevoorrechte achtergrond, het niet eens met de terminologie. Volgens hem roept de term aversie op bij witte mensen omdat het over zou (kunnen) komen als een verwijt welke een beschuldiging inhoudt dat witte mensen verworven privileges zouden moeten opgeven om het leven van zwarte mensen te vergemakkelijken. Soledad, zelf getrouwd met een witte man, ging daarop in en legde uit.

Haar man die even wit is als Colby was eens op weg naar London, zijn paspoort vergeten. Vol ongeloof vertelde ze dat hij na uitleg zonder enig probleem het vliegtuig in is gestapt en de overtocht heeft gemaakt. Let wel een internationale vlucht, post 11 september!
Soledad vertelde dat ze tegen haar man zei: je begrijpt dat dit alleen mogelijk is geweest omdat jij als witte man hetgene belichaamt wat niet beangstigend is. Dat ze iemand in de exact zelfde positie als jij maar met een andere kleur niet hadden doorgelaten. Ze ging verder en vertelde het publiek, het is mij wel eens overkomen maar ik heb gesprint om een taxi te pakken, zo snel mogelijk mijn paspoort te halen en het personeel te smeken om mij op de vlucht te laten. En ik ben bekend! Aan het bulderende gelach was duidelijk dat het kwartje was gevallen en Colby gaf aan dat hij het snapte ook als was hij het misschien nog steeds oneens over de woordkeus.

White privilege is geen verwijt zei ze maar een term voor een conversatie om de privileges die witte mensen automatisch genieten uit te lichten. Waar het in essentie om gaat is dat witte mensen privileges genieten die anderen puur vanwege hun uiterlijk worden ontzegd.
 
Foto © Sherma de Lima
In het dagelijks leven zijn er talloze voorbeelden van. Een heel simpel voorbeeld: Als een witte man in een dure auto rijdt is er niks aan de hand, maar niet-witte-mannen worden bij voorbaat aangehouden omdat het verdacht zou kunnen zijn. Witte mensen beseffen vaak niet hoe vaak zwarte mensen voor onbenulligheden worden aangehouden en ondervraagd omdat ze bij voorbaat als verdacht worden gezien. Witte mensen staan hier daarom ook niet bij stil. White privilege is geen beschuldiging het is meer om de maatschappij erop te attenderen dat dit onrecht is dat moet worden rechtgetrokken.

Mireille Liong
Als Sociaal Entrepreneur die bezig is met kroeshaar heb ik ook een passend voorbeeld. Een van de ongeschreven bevoorrechte regels is dat witte mensen het recht genieten om met ongekamd haar de straat op en zelfs naar het werk te gaan. Van diverse collega’s heb ik het wel eens gehoord. Ach, ik doe gewoon mijn hand door mijn haar en hup, het huis uit.

Als zwart persoon met natuurlijk kroeshaar weet je dat je dit niet hoeft te proberen. Waarschijnlijk kom je niet eens je huis uit want je familie vraagt bij voorbaat of je gek bent geworden. We zijn zo geconditioneerd te denken dat niet kan maar de vrees dat je zal worden uitgelachen of misschien zelfs opgepakt, is niet ondenkbaar.

Om aan te geven wat je hieraan kunt doen als wit of meer geprivilegieerd persoon zie het voorbeeld en uitleg van Joy Degruy. Het is absoluut geen plicht en geen enkel recht schrijft dit voor maar het helpt een betere maatschappij creëren voor iedereen.

on 16 maart 2014 . . .

donderdag 13 maart 2014

Gevoelige kwesties

Sandew Hira
door Sandew Hira

De afgelopen twee weken in Suriname waren voor mij de meest inspirerende van de afgelopen jaren. Ik ben in een korte tijd veel ervaringen rijker geworden.
Op uitnodiging van Prof. Dr. Henri Ori geef ik colleges op de Anton de Kom Universiteit aan de studierichting Master in Education for Research and Sustainable Development in het vak Ontwikkelingstheorieën. In Europa en Amerika gaat de discussie over duurzame ontwikkeling veelal over de relatie tussen milieu en economie. Ik breng in de colleges de dimensie in van stabiliteit van sociaal-economische verhoudingen in landen die gekoloniseerd zijn geweest. Meer dan milieu zijn politieke, sociale, economische en etnische spanningen een bedreiging voor de duurzaamheid van een samenleving.
Henry Ori

Ik deed een oefening met de studenten met als doel om hun empathie, het vermogen om je in te leven in de gevoelens van een ander, te vergroten. De studenten moesten per etnische groep aangeven welke uitspraken als beledigend worden ervaren door die groep. Er was een discussie of Marrons een apart etnische groep zijn dan ‘Creolen’, want beide zijn Afro-Surinamers, mensen met een basis in Afrika.
Het gaat niet om het benoemen van vooroordelen. Dat klinkt neutraal. Het gaat om het benoemen van beledigingen. Je moet je realiseren dat het beledigend is om negatieve eigenschappen van een individu toe te kennen aan een groep en waarom mensen uit die groep het als een belediging ervaren.

Sheriva Truideman

De studentenpopulatie is behoorlijk gemengd. Er kunnen verschillende dingen gebeuren tijdens deze oefening. Niemand durft beledigingen te noemen uit vrees dat de ander zou kunnen denken dat je je eigen opvattingen daarmee verraadt. Sommigen formuleren de beledigingen met aarzelingen en omslachtige formuleringen, waardoor je niet to the point komt met als gevolg dat het wantrouwen tegen je eerder versterkt dan verzwakt wordt. Om een belediging te formuleren in de context van een oefening moet de moderator eerst een veilige en oprechte omgeving creëren die duidelijk maakt dat het doel is om de empathie te vergroten. En ze kwamen los: Chinezen zijn vies; Hindostanen zijn gierig, Creolen zijn lui, Marrons zijn achterlijk, Javanen zijn corrupt, Inheemsen zijn dom, witte mensen stinken.
We hebben lijstjes gemaakt per etnische groep. We hebben gebrainstormd over de vraag wat iemand uit een etnische groep als een compliment zou ervaren. We hebben gediscussieerd over theoretische vraagstukken over wat de essentie is van etnische identiteit.
Albert Roessingh - Javaans paar

En ik werd met de minuut optimistischer over de toekomst van Suriname. Het is mogelijk om gevoelige kwesties op een ontspannen en eerlijke manier onder ogen te zien. Je moet een open houding hebben om te willen luisteren naar de ander. Je komt dan te weten wat je niet weet.

Vorige week donderdag zat ik een bijeenkomst voor met de jurist Patricia Meulenhof en Robert Connell die onderzoek doet naar grondrechten van Marrons in Jamaica en Suriname. Ik had eerder in een column het vraagstuk aangekaart in hoeverre sinds de vredesverdragen de Marrongemeenschappen een staat zijn binnen een staat zijn en of er sprake is van een vraagstuk over soevereiniteit. Ik had niet door dat ik met de introductie van het begrip ‘soevereiniteit’ een heel gevoelige snaar had geraakt in de Surinaamse samenleving. Ik kwam er gauw genoeg achter. De zaal kwam los. “Wat is het doel van die vergelijking? Is het om marrons in een kwaad daglicht te stellen?”
Ik was verbaasd. Ik dacht dat ik een intellectuele discussie had aangekaart, maar er leeft een sentiment dat ik niet kende, namelijk dat Marrons veeleisend zijn en onterecht rechten claimen die anderen niet hebben. Mijn analyse had dat sentiment versterkt, zo bleek mij tijdens de discussie.
Patricia Meulenhof
De opmerkelijke en optimistische kant van de discussie is dat verschillende sprekers zich nadrukkelijk keerden tegen het concept van soevereiniteit. Later vroeg ik Patricia Meulenhof: “Wat willen de marrons nou precies?” Zij legde me uit dat de marrons net als in Guyana en andere landen willen dat de positie van tribale gemeenschappen in de wet wordt vastgelegd. Is dat onredelijk? Het lijkt mij niet.

Mijn optimisme werd versterkt door de reactie in de samenleving op oproepen van o.a. Brunswijk om alle marronpartijen te bundelen in een grote eenheid. Niemand maakte de marrons uit voor racisten. Als Santokhi een oproep zou doen aan alle Hindostaanse partijen om zich te bundelen in één grote Hindostaanse partij, zou hij onmiddellijk voor racist worden uitgemaakt. Hoe verklaar je dat verschil? Het laat zien dat er in de Surinaamse gemeenschap het idee leeft dat sommige etnische groepen achtergesteld zijn en het legitiem is om hun emancipatie te bevorderen door zich samen te bundelen. Marrons worden beschouwd als een achtergestelde groep en Hindostanen niet. Een oproep tot bundeling van Hindostaanse partijen zou niet gezien wordt als een poging om een einde te maken aan achterstelling, maar een poging om een begin te maken met etnische dominantie.

Foto Raw Fotografie
Een geweldige ervaring had ik bij de cursus Herschrijving van de Surinaamse gschiedenis die ik samen met Prof. Dr. Stephen Small verzorgde, Ik deed de eerste week en Stephen de tweede. De cursus werd georganiseerd door het Nationaal Archief Suriname (NAS). Soewarto Moestadja, minister van Binnenlandse Zaken en verantwoordelijk voor het archief, had zich persoonlijk gecommitteerd aan dit traject. Hij opende de cursus en plaatste het in het kader van het regeringsbeleid om de geschiedenis te herschrijven vanuit een gedekoloniseerd perspectief. Toen Stephen Small arriveerde heb ik met hem en Rita Tjien Fooh, directeur van het NAS, een ontmoeting op het ministerie gehad om de follow-up te bespreken. De follow-up bestaat uit vijf onderdelen: het opzetten van een nieuwsbrief voor de community van mensen die geïnteresseerd zijn in de herschrijving van de Surinaamse geschiedenis, het opzetten van een onderzoeksprogramma om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, het uitgeven van een serie bronnenpublicaties door het NAS om originele bronnen te ontsluiten, het publiceren van een boek op 8 maart 2015 over de positie van vrouwen in de Surinaamse geschiedenis en een follow-up cursus in 2015 waarin de geschiedenis van Suriname wordt vergeleken met de geschiedenis van andere landen.

Op de laatste dag van mijn cursusonderdeel kaartte ik een gevoelige discussie aan: hoe behandelen we 8 december in de Surinaamse geschiedschrijving? Er waren ongeveer 40 cursisten aanwezig met uiteenlopende opvattingen over 8 december. Hoe bespreek je in zo’n gezelschap deze super sensitieve kwestie? Rita Tjien Fooh had publiekelijk in de Ware Tijd aangekondigd dat gevoelige onderwerpen niet van de historische agenda moeten worden gehaald. Er zijn verschillende perspectieven die met elkaar in dialoog moeten gaan: “Maar we moeten eruit komen.”
Bij de bespreking had ik het volgende gesteld. Niemand mag een ander onderbreken. Je moet je eigen mening geven en hoef[t] niet in discussie te gaan. Dit is een begin, niet het einde van het traject over 8 december en geschiedschrijving.
Er was een ingetogen sfeer waarin de emoties als zware wolken boven het gezelschap hingen. Eén persoon plaatste 8 december direct in een groter kader: hoe zit het met Moiwana? Waarom alleen 8 december?
Een ander gaf aan hoe zwaar het op haar maag lag: “Ik was lid van de volksmilitie. Ik wil er voorlopig niet over praten.”
En zo waren er verschillende bijdragen vanuit verschillende invalshoeken. Diep in mij woedden verschillende emoties, maar er was één van vreugde. We zijn in staat om toch een tipje te lichten van de sluier op een taboe waarover we niet graag praten. Het was een klein onderdeel van de cursus, maar niet onbelangrijk.
Het Moiwana monument

Deze exercitie heeft me gesterkt in de overtuiging dat er een maatschappelijke oplossing moet komen voor 8 december en Moiwana. De spanning die op dit onderwerp ligt, kan vroeg of laat de stabiliteit van de samenleving bedreiging. Stel je voor dat bij de nieuwe verkiezingen Santokhi wint. Stel dat het 8 Decemberstrafproces leidt tot de uitspraak dat Bouterse schuldig is. Wat gaat Santokhi doen? Hij heeft twee opties.
De eerste is om de uitspraak te respecteren en Bouterse te laten arresteren. Wat gebeurt er dan? Wie dit soort sociale processen analyseert, weet dat het zal leiden tot een geweldsexplosie. Het vragen van buitenlandse hulp bij de arrestatie zal het probleem van geweld alleen maar verergeren.
De tweede optie is verraad te plegen aan iedereen die pleitte voor het proces. En dat verraad houdt in dat Santokhi zelf amnestie geeft om een geweldsexplosie te voorkomen.
Meer opties heeft hij niet. En beide opties zijn loose-loose-opties.

Zelfs als Bouterse morgen aan een hartaanval sterft, zal de spanning van 8 december en Moiwana niet verdwijnen uit de samenleving omdat er dan een erfenis is waarmee gedeald moet worden.
De amnestiewet van de regering is ook geen oplossing. De dader die zichzelf amnestie geeft heeft daarmee iedere morele basis verloren om die amnestie legitimeren. Je kunt jezelf niet vergeven voor een misdaad. Iemand anders moet je vergeven, als vergeving in plaats van waarheidsvinding aan de orde is.

Mijn conclusie is dat in de afgelopen 32 jaar de politiek geen oplossing heeft weten te brengen in dit probleem. Die oplossing moet van het volk komen. Ik pleit voor een oplossing gebaseerd op drie punten:
1. Intrekking van de amnestiewet.
2. Stopzetting van het 8 decemberproces.
3. Instelling van een waarheidscommissie van onderaf met de bevoegdheid om amnestie te verlenen.

Die punten roepen tal van vragen op, die we in de komende tijd ook moeten bespreken. Maar de kern van deze oplossing is dat we kiezen voor een bepaalde vorm van gerechtigheid. Gerechtigheid heeft twee dimensies: straf en waarheidsvinding. Soms kan waarheidsvinding louterend werken en straf overbodig maken.
Het doel van deze oplossing is dat in de samenleving een atmosfeer ontstaat waarbij grote delen van de bevolking erkent dat we 8 december en Moiwana niet afgesloten hebben, maar een afsluiting absoluut noodzakelijk is. De afsluiting houdt in dat mensen van verschillende kampen elkaar recht in de ogen kunnen kijken en tegen elkaar kunnen zeggen: we hebben het probleem samen opgelost via het mechanisme van waarheidsvinding. Het gaat niet om verzoening. Het gaat er niet om dat iemand spijt en berouw toont. Het gaat er om dat de waarheid boven tafel komt, met alle complicaties die horen bij waarheidsvinding. Maar aan het eind kunnen we tegen elkaar zeggen: we hebben het afgesloten en gaan samen verder. We hebben het mechanisme van geweldloosheid toegepast om een oplossing te bereiken.

Ik pleit al lang voor deze oplossing, maar het heeft tot nu toe geen maatschappelijke weerklank gevonden. De sessie met de cursisten van NAS hebben [heeft] me gesterkt in de overtuiging dat we een open houding moeten ontwikkelen over de kwestie.
Melvin Linscheer

Toeval bestaat niet. Kort na mijn aankomst in Suriname had ik een gesprek met een goede vriend van me. Na onze warme ontmoeting zei hij dat hij een boodschap voor me had van Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid. Linscheer wil een gesprek met me. Hij kent Linscheer heel goed.
Ik was stomverbaasd. Linscheer? Dat is toch de beul van het binnenland, de rechterhand van Bouterse. “No way”, antwoordde ik geschokt. Ik heb gezworen om me nooit in de positie te plaatsen dat ik in de nabijheid van Bouterse zou komen. Met Linscheer lijkt het alsof ik direct met Bouterse praat.
Ik heb veel respect voor mijn vriend. We delen gemeenschappelijke ervaringen en gaan lang met elkaar terug in de tijd. Hij legde me omstandig uit hoe zijn contact met Linscheer zich heeft ontwikkeld. De beeldvorming rond Linscheer is in zijn ervaring onjuist.
Wat is mijn beeld van Linscheer? Ik weet niet eens hoe de man eruit ziet. Ik had het idee van een sinister en duister type uit de onderwereld van veiligheidsdiensten, CIA, geweld en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Later zou ik hem googelen en zag foto’s van hoe hij eruit zag.
Mijn vriend en ik spraken heel lang over zijn ervaringen met Linscheer. Zijn boodschap was: Linscheer zoekt naar oplossingen voor 8 december (Moiwana was niet in zijn verhaal opgenomen, zoals ik het heb leren opnemen door de bijdrage van een cursist).
“Wat verlies je om met hem te praten?”, zei mijn vriend. “Misschien moet je een open houding ontwikkelen in deze kwestie.”
Ik liet me overtuigen. Tegen het advies van mijn vrouw in en met veel tegenzin ging ik naar een ontmoetingsplaats die mijn vriend had georganiseerd. Ik kwam eerst aan. Ik was in een lege kamer met een bureau en twee stoelen naast het bureau. Linscheer kwam later binnen.

Bij de voorbereiding denk je veel na over hoe je het gesprek in wilt gaan en hoe je eruit wilt komen. Wat wil de man van mij? Ik ben een eenvoudige columnist bij een veelgelezen medium dat vecht om het hoofd boven water te houden. Ik heb geen macht, geen organisatie. Ik kan niemand opdragen om iets te doen. Ik heb alleen de kracht van het idee, zoals het idee van Decolonizing the Mind of het idee van een morele oplossing voor 8 december en Moiwana. Ik weet dat als een gedachte eenmaal maatschappelijk worteling vindt het transformeert van een idee naar een sociale kracht.
Hij kan met mij ook niet over iets onderhandelen. Ik wil geen geld, dus heeft het geen zin om me geld aan te bieden. Ik wil geen positie, dus kom daar niet mee. Wat valt er dan verder te bespreken?

Linscheer kwam binnen met een uitstraling van een intellectueel in plaats van een CIA-baas. Na plichtplegingen van beschaving en wat omcirkelende small talk begon hij met een analyse over zijn zorgen m.b.t. de langetermijnveiligheid van Suriname en de noodzaak van een structurele en fundamentele oplossing van de kwestie van 8 december (en Moiwana voor mij).
Hij zag de noodzaak in, kende mijn voorstellen uit mijn columns – hij leest al mijn columns - en stelde voor om een vertrouwensrelatie met elkaar te ontwikkelen om een oplossing te vinden. Ik luisterde, onderbrak hem af en toe met wat vragen en probeerde in te schatten: wie heb ik voor me en waarom zou ik hem vertrouwen?
Hij had één voordeel die mijn mind niet liet dichtklappen. Hij analyseerde als een intellectueel en stelde zich open voor discussie. Hij vroeg naar mijn mening en wilde niets van me hebben. Er was geen onderhandeling ergens over. Het was een gesprek over analyses.
We spraken bijna anderhalf uur over de spanningen in de Surinaamse samenleving en onze visies over hoe die op te lossen. We spraken lang over mijn oplossing en de praktische problemen hieromtrent. Hij stelde voor om onze gesprekken in de komende maanden te continueren en te proberen oplossingen te formuleren.
Ik stelde het volgende voor. Mijn oplossing is helder en duidelijk. De vraag aan jou is: wil je de mogelijkheden onderzoeken om een maatschappelijk draagvlak te scheppen voor deze oplossing? Dan hebben we iets om over te praten in de komende maanden. In dat proces kunnen wij dan een vertrouwensband opbouwen om die oplossingen te realiseren.
Hij antwoordde bevestigend. Hij wil de mogelijkheden onderzoeken.
Ik zei dat ik niets en niemand vertegenwoordig en alleen de kracht heb van ideeën. Ik zie dus geen geheim onderhandelingstraject, maar een publieke discussie. Ik stelde voor om ons gesprek in de openbaarheid te brengen via een column, die ik nota bene niet eens vooraf aan hem zal voorleggen hoewel hij daar recht op heeft, gegeven het feit dat het ook een verslag van zijn bijdrage aan het gesprek is. Hij had er geen probleem mee.
We wisselden onze gegevens uit en namen afscheid.

Hoe moet het nu verder?
Ik wil een maatschappelijke discussie die moet leiden tot een situatie waarin we 8 december en Moiwana een respectvolle plek geven in het leven en het geheugen van ons volk en het tijdperk van taboe en spanning kunnen afsluiten. Ik wil een maatschappelijke discussie over de drie punten. In beide kampen zullen er tegenstanders zijn, maar ik hoop dat voorstanders in beide kampen voor de drie punten oplossing zich in de komende maanden gaan buigen over dit idee.
Ik weet niet waar dit naartoe zal leiden. Misschien kost het Linscheer zijn kop als directeur Nationale Veiligheid omdat hij een oplossingsmodel overweegt dat zijn baas niet ziet zitten. Misschien krijg ik weer bedreigingen van mensen om mij een kopje kleiner te maken. Ik heb lang geleden al een besluit genomen over de vraag hoe om te gaan met angst voor de dood: liever staande te sterven dan knielend te leven.

Ik weet dat mijn ouders zich tegen mijn handelingen zouden keren, omdat hun verdriet een onmetelijke omvang had bereikt. Dat verdriet en die wetenschap draag ik met me mee.
Ik put kracht uit de Bhagvad Gita waar Arjuna in gesprek met Heer Krishna het dilemma tussen persoonlijke wensen en sociale verantwoordelijkheid trotseerde met de gedachte dat persoonlijke gevoelens ondergeschikt moeten worden gemaakt aan sociale plichten.
Ik put kracht uit de uitspraak van Mahatma Gandhi over oog-om-oog, tand-om-tand: een eye for an eye makes everyone blind.

Deze hele week ben ik bij mijn vrienden van Fundashon Museo Tula op Curaçao voor een traject van Decolonizing the Mind. Ik heb besloten om het contact met Linscheer voorlopig voor te zetten tegen alle emoties in mijn lichaam in die hiertegen pleiten.

[van Starnieuws, 10 maart 2014]

zondag 9 maart 2014

Trusted wings

door Diederik Samwel

Onze kennismaking verliep bepaald spectaculair. Een warm welkom, gevolgd door een broodje pom en Parbobier. En dan niet zo’n rottig blikje van ternauwernood twintig centiliter maar een normale, fatsoenlijke maat. Mijn enthousiasme werd op waarde geschat want het was niet het enige biertje dat ze mij aanbood. De bamikip met tayerblad viel trouwens ook uitstekend. Onderwijl werd ik toegesproken in liefst drie talen: Surinaams, Nederlands en Engels.

Een uur of negen later kwam het hoogtepunt. De eerste tonen van 'Ai Sranan' van Max Nijman hadden de geluidsbox nog niet verlaten of links en rechts werd luid meegebruld. Voor de dame naast mij moest er een zakdoek aan te pas komen: haar laatste keer lag bijna een kwart eeuw achter haar.

Daarna bleven we elkaar opzoeken. Altijd gezellig. Tijdens onze afspraken kwam ik vrienden en bekenden tegen en niet zelden werd ik na afloop als vanzelfsprekend naar huis gebracht. Tot twee keer toe nam ik plaats naast dezelfde goede vriendin zonder dat we van elkaar wisten dat we die kant op gingen. Zoiets heeft niets met toeval te maken. We kregen alle rust en tijd om de essenties van het leven door te nemen.

In zekere zin onderging ik onder haar vleugels de vrijheid en de gemakken van een stamcafé. Die vergelijking ging zeker op voor de nacht dat zowat de helft van alle aanwezigen in polonaise door het gangpad hoste. Dat was ter gelegenheid van de laatste dienst van een trouwe medewerker, geloof ik.

Onze relatie hield stand. Al moet ik wel bekennen dat mijn liefde nu en dan danig op de proef werd gesteld. Zo moest ik soms een dag of zelfs nog langer wachten. Natuurlijk kwam ze naderhand met een verklaring. Dan was er onderweg iets misgegaan, hadden ze haar opgehouden bij vertrek of liet haar fysieke gesteldheid ernstig te wensen over. Het aanbieden van excuses bleek niet haar allersterkste kant. Alsof ze toch wel wist dat ik haar zou vergeven.
Weer wat later - we hebben onze relatie nooit op enige manier officieel beklonken, anders hadden we met gemak een paar bigi yari’s kunnen vieren - kwam het tot een serieuze crisis. Ik werd in elk geval een paar uiterst merkwaardige ervaringen rijker. In beide gevallen liet ze mij geen keuze: ik werd gedwongen vreemd te gaan.

De ene keer moest ik het doen met een stel Portugezen die geen verstand hadden van Surinaams bier en het bestonden mij een halve cup te serveren en de rest van het blikje aan mijn buurman uit te schenken. De volgende keer werd ik omringd door dames en heren in militair tenue. Met het biertje zat het wel snor, maar zelf bedienden ze zich van een snoeihard Texaans accent. Uit hun onderlinge gesprekken kon ik opmaken dat ze geen flauw benul hadden in welk werelddeel ze straks terecht zouden komen. Onthutst vroeg ik me af wat er aan de hand kon zijn. Had ze crisis thuis? Was het geld nu echt op?

Niet dat ik overwoog zelf vreemd te gaan: dat zit niet in mijn aard. Bovendien schemert een onmiskenbaar nationalistisch motief door in mijn voorkeur.
Gelukkig, de laatste keer was het weer ouderwets raak. Gezelligheid alom, tori praten, heerlijk eten en een prima stoel. Sterker, ik kreeg een paar stoelen tot mijn beschikking. Ze zette mij een laatste slaapmutsje voor en vervolgens sliep ik als een roos. Gelouterd keerde ik terug in Amsterdam. 

[van Starnieuws, 8 maart 2013] 

dinsdag 25 februari 2014

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven


Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy's type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: "Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?", vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. "Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij."

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. "Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze."

Ria schudt meewarig haar hoofd.

"Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien."
Marjolijn van Heemstra
Foto © Thomas Huisman



Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.


[uit Trouw, 13/10/12]


zondag 16 februari 2014

Brieven aan huis

door Mineke de Vries

Elke week deelt ze haar gedachten met de lezers van de Amigoe op pagina 2 van de Ñapa. Dagelijkse dingen waarover ze zich als Antilliaanse in Nederland verbaast, bespreekt Monique Casimiri in haar wekelijkse column. Ñapa maakte er een boekje van, waarin de columns van het eerste jaar zijn gebundeld. Afgelopen week werd Thuis gelanceerd.



Monique Casimiri. Foto © Mineke de Vries

Een heel grote vierkante tafel, een bibliotheek aan boeken, een intensief gebruikte laptop en een schaaltje chocolaatjes ernaast: zo schrijft Monique Casimiri voor de Ñapa haar gedachten en verwondering van zich af. “Eigenlijk ben ik constant bezig met om me heen kijken en zoeken naar onderwerpen, dat kan in de supermarkt zijn of op de zwemles van mijn zoon. Het kan zomaar een zin zijn die iemand zegt of een inval naar aanleiding van iets wat ik zie gebeuren. Ik ben altijd weer heel blij als ik een idee heb.” Naast haar bed ligt een opschrijfboekje om alle ideeën die ‘s avonds of ‘s nachts in haar hoofd opborrelen op te schrijven. Alle concepten slaat ze op de computer op en gaat ze er eenmaal voor zitten, produceert ze in twee avonden zes columns. Uit haar hele houding straalt activiteit en haar gedachten lijken niet te stoppen. “Alleen onder de douche”, zegt ze lachend en ietwat beschaamd, “dan glijdt alles van me af, dan leidt niets me af en ontstaan de beste ideeën.”
 
Schijndel, molen Catharina.
Foto © Quistnix, Wkkipedia
Luchtig vermaak
De Antilliaanse Casimiri kan zo op het eerste gezicht zomaar doorgaan voor een ‘echte Brabantse’. In haar gezellige huis in het Brabantse Schijndel praat ze honderduit aan de eettafel. Maar kijk je beter naar het huis en naar haarzelf zie je de Antilliaanse trekken. Beeldjes en schilderijtjes van Curaçao staan tussen andere spullen, ze omgeven haar, wat dat gevoel van thuis geeft. Maar ook als ze nietsvermoedend een kerst-cdtje opzet, kunnen zomaar de tranen komen vanwege heimwee naar Curaçao. Maar dan gaat resoluut de cd uit en gaat ze over tot de orde van de dag: actief in haar huis, baan, creativiteit, schrijven. Dat schrijven deed ze al van kinds af aan: Monique: “Ik deed niets liever dan schriften volschrijven met verhaaltjes en vond het later heerlijk om opstellen te maken voor Nederlands.”
Haar columns voor de Ñapa hebben als enig doel te vermaken. “Ik heb geen boodschap of moraal, wil het vooral luchtig houden. Ik gebruik wel graag humor en ben dol op taalkundige grapjes. En meestal sluit de cirkel zich: iets waarmee ik begin daar eindig ik ook mee.” Eén boodschap echter zit er wel in de verhalen verweven: heb zorg voor het eiland, houd het schoon en wees er zuinig op.

Boete te hard zingen
De inspiratie komt uit de alledaagse dingen. “Zo schreef ik over mijn idiote gewoonte om al vanaf september onder twee dekbedden te slapen met dikke sokken aan, zo koud heb ik het dan al. Een zo simpel onderwerp levert weer een grappige column op.” Altijd is er de Antilliaanse link, de verbindende factor in alle columns: “Ik kijk als Antilliaan met Nederlandse ogen naar de maatschappij in Nederland. Ik kan me verbazen hoe die in elkaar zit. Het betuttelende dat je tegenwoordig toestemming moet vragen om te barbecueën, je gelooft het toch niet? En wat te denken van het feit je een boete krijgt als je je parkeerkaartje dat nog geldig is aan een ander doorgeeft? Die aardige dingen worden gewoon bestraft. Maar ook te hard zingen op straat kan je een bekeuring opleveren. Kortom, stof te over om het Nederlandse systeem van me af te schrijven.” Overigens verschijnen de columns ook op haar blog en op Facebook. Reacties van mensen leveren Monique tevens input op. “Ik word zo ook van buitenaf gestimuleerd en vraag mensen wel eens of ik hun statements mag gebruiken.”

Flyboarden in de Sint Jorisbaai, Curaçao. Foto © reishonger.nl
Medewerker kerstverlichting
Maar ook als ze op Curaçao is, gaat het schrijven door. Dan is ze de Antilliaanse Nederlander die zich verbaast over hoe het er op Curaçao aan toe gaat. “Een rare gewoonte is dat ik daar toch de vacatures bijhoud en zo zag ik deze een keer langskomen: medewerker kerstverlichting gezocht. Het Hilton zocht voor twee weken iemand die de verlichting in de bomen kon aanbrengen. Dat kun je je in Nederland niet voorstellen. Ja, en dan heb ik weer een onderwerp. Of als ik bij de Sint Jorisbaai al die rotzooi zie en tot overmaat van ramp na een wandeling mijn autoruit ingeslagen vind,  is dat zo’n karakteristiek waar je eigenlijk niet aanwilt. Maar die wel weer voor een column zorgt.” Ook de zwerfhonden op Curaçao inspireren haar tot schrijven en de loslopende geiten. “Ik vind dat hilarisch en schets graag zo’n beeld.” Oftewel, ze heeft op Curaçao net zoveel inspiratie als in Nederland. Sterker nog, ook een vakantie in Oostenrijk levert situaties op die ze graag met haar lezers deelt. “En een gelijkenis met thuis, met mijn eiland, overkwam me in Italië, zeker het schrijven waard.”

Drie jaar gebundeld
Inmiddels verschijnen haar columns drie jaar in de Amigoe. “Ik was gewoon eens begonnen en had heel wat columns liggen. Toen ik een keer op Curaçao was ben ik zomaar bij de Amigoe binnengelopen. Ze vonden het wel leuk en zouden er zes tijdens een proefperiode plaatsen, dat was januari 2010. Na afloop van die periode vroeg ik enigszins onzeker of ik nog meer moest aanleveren, maar het bleek inmiddels al vanzelfsprekend dat het doorging.” Het idee de columns te bundelen kwam in eerste instantie van Monique zelf, maar de Amigoe nam het over, vanwege de positieve ontvangst van de columns. Monique: “Ik vond dat natuurlijk vreselijk leuk, zij verzorgden opmaak en omslag en ook de promotie via advertenties en verspreiding via de boekhandels.” Linda van Eekeres, Amigoe: “Omdat veel mensen die hier wonen misschien wel niet met één been, maar toch wel met een teentje in ‘Hulanda’ staan, onder andere vanwege familiebanden, zijn de columns voor velen een feest de herkenning. Het lezen ervan voelt alsof je een bericht krijgt van een warme vriendin, ook als je haar niet eens kent.”
Monique vindt het verder erg leuk dat het bij Copymiri, het bedrijf van haar vader, is gedrukt is. De foto op de voorkant is van haarzelf, gemaakt bij de mijnwerkzaamheden bij de Tafelberg. “Ik sta er zo lekker gek op, dat vind ik het grappige eraan.”

Thuis is inmiddels het derde boek van Casimiri, die het als een cadeautje ervaart je naam op een boek te zien staan. Eerder verschenen twee kinderboeken van haar, Vuurwerk en Joris, met steun van het Prins Bernard Cultuurfonds uitgegeven door Fundashon Editorial Sembra Buki, een stichting die haar moeder had opgericht om het lezen onder jongeren te bevorderen. Het zijn omdraaiboeken, de ene kant is in het Nederlands, de andere in het Papiaments. De stichting deed toentertijd een oproep verhalen in te sturen, waarvan vier werden uitgekozen om te worden uitgegeven. Moniques man maakte er de tekeningen bij.



Twee werelden
Monique Casimiri staat letterlijk en figuurlijk tussen twee werelden in, met haar columns brengt ze ze bij elkaar. “In Nederland merk ik dat ik Antilliaans ben, op Curaçao dat ik ook Nederlander ben.” Haar gemixte familie is een afspiegeling van die twee werelden. Mijn vader, geboren in Indonesië kwam met de boot in 1946 via Nederland naar Curaçao. Zijn acht broers en zussen verdeelden zich over Nederland en Curaçao. Mijn familie heeft letterlijk twee kleuren, ik heb neefjes en nichtjes in alle tinten bruin, maar ook blonde. Dat maakt het zo vanzelfsprekend dat je losjes met het thema blank en zwart omgaat. Maar ik waag het niet erover te schrijven, omdat ik weet dat ik op gevoelige tenen kan gaan staan.” Monique werd uit een Nederlandse moeder en Curaçaose vader geboren op Bonaire in1969 tijdens een hevige novemberstorm. “De nonnen hadden mijn vader naar huis gestuurd, maar toen het toch snel bleek te gaan en de huisarts langs zijn huis reed om hem te halen hoorde hij de claxon niet vanwege de airco en was niet bij de geboorte. Maar de non zei  mijn moeder: ik ben sterk genoeg, knijp maar in mijn hand.”
 
Radulphuscollege. Foto © Jeremiah Nijman
Op haar vierde vertrok het gezin naar de Achterhoek, Nederland en pas op haar twaalfde ging ze terug op vakantie waar haar ouders, naar later bleek, banen en huisvesting zochten. “Twee jaar later vetrokken we, de beste keus die mijn ouders ooit gemaakt hebben.” Vader werd leraar op het Radulphus College, moeder op het Maria Immaculata Lyceum, waar Monique en haar zus ook heengingen. “Ik kwam in een klas met veel Nederlandse kinderen en baal nog dat ik het Papiaments zodoende nooit vloeiend heb hoeven leren spreken.” Omdat ze de verloskunde-opleiding wilde doen, koos ze een vakkenpakket dat haar duur kwam te staan: tot twee keer zakte ze voor haar VWO-examen. Ze deed de secretaresse-opleiding Schoevers, werkte in een supermarkt en begon op haar 21e in Nederland op de Pabo, waarmee haar loopbaan een vlucht nam.


Niemand heeft niets
Haar laatste stageplaats in het speciaal onderwijs werd tevens haar uiteindelijke baan. Momenteel studeert ze voor haar Master Special Education Needs en doet er een managementopleiding bij. Misschien wel een inhaalslag, zegt ze zelf. “Wat me aanspreekt in dit type onderwijs is juist dat bijzondere kind, het feit dat elk kind er mag zijn, niemand valt op omdat niemand niets heeft, niemand voelt zich een uitzondering. We hebben alles, ADHD, PSS NOS, ODD, Gilles de la Tourette, algehele leerstoornissen, laag IQ, autisme, etcetera. Ik leer hier om anders naar de wereld te kijken, naar kinderen en daardoor ook naar mezelf. Je wordt je bewuster van je eigen handelen en minder oordelend. Je snapt, ook vanuit een theoretisch kader, beter waarom dingen zijn zoals ze zijn.”

Schijndel versus Willibrord
Haar baan is belangrijk voor haar, haar gezin, het schrijven, maar ook Curaçao en haar ouders die daar wonen. Waar ben ik thuis? blijft de vraag als je zoals Monique uit twee werelden stamt.

De roots van de Casimiri’s liggen in Willibrordus. Haar opa, als militair naar Indonesië  uitgezonden, werkte bij het KNIL en als timmerman in de werkplaats van de gevangenis. Terug op Curaçao namen ze hun intrek in landhuis Habaai, wat ze met drie gezinnen mochten huren van de nonnen als ze het onderhielden. Haar ouders trokken naar Band’Ariba, waar Monique opgroeide. En nu dan Schijndel: “We verhuisden hierheen omdat de kinderen van mijn man er woonden, dat was toen mijn enige binding.” Laconiek zegt ze erachteraan: “Maar er was een Hema en je leert vanzelf weer mensen kennen, dus die binding komt vanzelf. Ik ben inmiddels klassenmoeder en ken zoveel mensen dat ik er een hele ochtend over doe om naar markt te gaan!”
Is ze in Nederland, merkt ze dat ze Antilliaans is, op Curaçao dat ze ook Nederlander is. In elk geval geven de columns Monique een gelegenheid zich te uiten, of het nu gaat om de eindeloze weerpraat in Nederland, het asociale rijgedrag, de zwemvierdaagse, een dagje dierentuin, de groots aangekondigde brassband in Schijndel, die uiteindelijk een statisch bandje bleek te zijn of de traditie iemand een walsje cadeau te doen, wat de familie haar vader gaf toen hij zeventig werd. Alles behalve politiek komt terecht in Moniques columns, daarvan probeert zij zich verre van te houden om onafhankelijk te blijven.

Monique Casimiri. Foto © Mineke de Vries

Ze vliegt met haar gedachten maar ook fysiek tussen haar twee werelden op en neer. “We maken er altijd maar een grapje van, mijn man en ik: ik ben thuis op Curaçao en op vakantie in Nederland en hij net andersom, die is in Nederland thuis. Maar ik ben nu wel lang op vakantie en ook erg druk tijdens mijn vakantie”, zegt ze lachend, “dat is thuis wel anders.”


BES

Bonaire slavenhuisjes

door Sheila Sitalsing

Je bent de minister die verantwoordelijk is voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Je krijgt een onderzoeksverslag op je bureau. De beerputgeur walmt je tegemoet. Met dichtgeknepen neus ga je bladeren. Je leest wat je al wist: dat de man die jou daar representeert als rijksvertegenwoordiger er een puinzooi van maakt.

Hij heet Wilbert Stolte, CDA. Was ooit wethouder en heeft een politieke kruiwagen in de persoon van Hans Hillen. Voor een politieke benoeming aan de rafelranden van het Koninkrijk is dat een topzwaar cv. Op de eilanden wordt al tijden geklaagd over 's mans warme banden met de Union Patriótiko Boneriano (UPB), zusterpartij van het CDA en bevolkt door onfrisse lieden.

Wilbert Stolte, Ronald Plasterk, Lydia Emerencia. Foto © Belkis Osepa

Je leest dat de hoge Nederlandse ambtenaren met wie Stolte moet samenwerken hem diep wantrouwen. Dat ze elkaar grommend vanuit hun loopgraven beloeren. Dat de mensen op Bonaire zich afvragen wat Stolte in hemelsnaam eigenlijk doet. Dat ze hem op Saba en Sint Eustatius nooit zien omdat hij daar de stagiair heen stuurt op werkbezoek. Dat er geen communicatie is, geen samenwerking, niets. Haal die man daar weg, snel, zo besluit het advies.

Wat doe je dan? Je whatsappt het rapport onmiddellijk naar de Kamerleden die al tijden bezorgde vragen stellen over de wanprestaties van Stolte. Vervolgens neem je de KLM naar Kralendijk, alwaar je Stolte uit zijn strandstoel sleurt en terug naar Nederland schopt. Daarna ga je langdurig ‘sorry’ zeggen tegen de BES-eilanders.

Maar de minister die dit rapport op 18 november 2013 kreeg, stopte het in het mapje 'Kan blijven liggen'. Want er komt binnenkort nog een onderzoekje over de BES, dan kan de boel in een bundeltje naar de Kamer. In april of zo. En op 1 mei 2014 gaat Stolte conform eerdere afspraak toch al weg. Handig: dan is de angel bij voorbaat uit de discussie.

Een betrokkene die hier minder lichtvaardig over dacht, smokkelde het rapport naar het Antilliaans Dagblad, dat sinds 7 februari elke dag nieuwe heerlijke details uit het stuk opdist. En nu heeft Ronald Plasterk een probleem, want hij is de minister die het rapport - dat hij op 7 februari alsnog schielijk naar de Kamer stuurde - bijna drie maanden liet schimmelen in een mapje. D66 is boos en vroeg een Kamerdebat aan, de SGP steunde dat verzoek - van de constructieve oppositie hoeft Plasterk het niet te hebben.
Op het Binnenhof zal de affaire snel worden teruggebracht tot de overzichtelijke vraag: kan Plasterk zich een tweede 'sorry, ik had dit niet moeten doen' veroorloven?
...geen visie, geen sturing...
Foto © Michiel van Kempen

Voor de BES-eilanden houdt de tragiek daarmee niet op. Want het rapport gaat ook over onvermogen. Verbijsterend onvermogen van de Nederlandse politiek om een visie op de toekomst van de eilanden te formuleren, en van Plasterks ministerie om het BES-beleid vanuit talloos veel Nederlandse ministeries fatsoenlijk te coördineren. Er is geen visie, geen sturing, geen planning, geen inlevingsvermogen in elkaar.
Het Antilliaans Dagblad bedacht zelf vier basisvereisten voor verbetering van de relatie tussen hier en daar: 1. visie en toekomstperspectief; 2. één regisseur vanuit de Nederlandse overheid; 3. een permanente vertegenwoordiger van de BES-eilanden in Den Haag; 4. excuses aan de bevolking van Saba, Sint Eustatius en Bonaire. Nummer 1 is al te veel gevraagd.

[uit de Volkskrant, 14 februari 2014]

vrijdag 14 februari 2014

Famir’man sani

Surinamerivier. Foto © Lucento Mijnals

door Stuart Rahan

Ze maken hun op om fo nu en fo eeuwig af te rekenen met die kunu die op ze rust, de familie van Ma Lien met owma Ma Marjana aan het hoofd. Ma Marjana is de buik van de familie dus heeft die afrekening allenig kans van slagen als zij als een wèri wèri koningin behandeld wordt tijdens een ritueel, buiten de stad.

Dit wintiritueel kan niet in de stad gehouden worde. Lanti wil het niet. Ma Lien heeft zoveel tegenslag gekrege in der leve dan meer dan een dozijn bonuman konden genezen. Eén zoon is opgesloten in Kolera omdat hij twee meisjes had vermoord. Ma het is niet fo die moord dat ze hem in Kolera hebben opgesloten. Het is omdat hij ze toen daarna ging gebruiken, ze met fayalobi ging vereren en bij juweliers ging stelen om ze met goud te behangen. Zo iemand sem hoofd is geboord, toch! Een andere zoon moet afgeholpen worden van een kroi door die bakrafrow omdat hij z'n mond aan d'r onderbuik zet.

Edgar Cairo in 1981. Foto  © Hans van Dijk/Anefo
Oh, wat kon die Edgar Cairo zich toch prachtig uiten in het Surinaams-Nederlands. Hij had het vaak over die 'negerdinges' waar Afro-Surinamers moeite mee hebben ze onder ogen te zien maar intussen in het geniep hun winticultuur beleven. Dat was toen, nu zijn de erkenning en het respect gelukkig aardig ingeburgerd. Edgar Cairo had ook een vooruitziende blik. Niet alleen de Afro-Surinamers gaan gebukt onder een 'kunu', het hele land en alle Surinamers gaan gebukt onder de nationale vloek, de decembermoorden. Slachtoffers en nabestaanden doen er alles aan om het recht te laten zegevieren, de daders werken nog harder om te voorkomen dat het recht zijn beloop krijgt en zij alsnog achter de tralies belanden. In hun strijd de vloek de baas te zijn, laten onschuldige burgers zich willens en wetens meesleuren in het gevecht dat op drijfzand wordt gevoerd.

De verruimde Amnestiewet van april 2012 moest daders beschermen. In het verlengde daarvan organiseren regering en Nationale Assemblee een conferentie om eventueel te komen tot het proces van nationale verzoening. Processen die uit de koker van de 'verdachten' voortkomen. Gelukkig is men zich ervan bewust dat er een vloek heerst en dat er 'iets' gedaan moet worden om het land te zuiveren. Alleen bewijst de tot nu toe gevolgde weg dat er sprake is van een bittere afrekening met het verleden. Bitter voor slachtoffers en nabestaanden die geen moment betrokken zijn geweest bij het proces van verzoening, de nationale reiniging van lichaam en geest. Het meest pijnlijke aan dit zogenaamde proces is dat 'verdachten' en hun politieke 'tyamu' bepalen hoe te handelen en waarvan de uitkomst al in hun voordeel is beslist. De aanstaande anti-corruptiewet is ook zo'n voorbeeld. Op deze manier houdt de 'kunu' het land in zijn wurggreep.

Wij leven in een land waar onze afo en trotro van zowel de Afro-Surinamers als de Hindostanen en Javanen culturele waarden met betrekking tot onze 'yeye' altijd met een zekere trots hebben beleden. Karma is niet altijd wetenschappelijk te verklaren maar er zijn wel degelijk aanwijzingen die aantonen dat het persoonlijke lot ook mede bepaald wordt door mans levenswandel. Bekijken wij de omstandigheden waaronder zes leden van de 'Groep van 16' zijn overleden dan blijkt dat geen van hen 'vredig' is ingeslapen. Dat is toch een veeg teken aan de wand zijn. In het verhaal van Edgar Cairo, 'Famir'man sani/Kollektieve schuld', een zoektocht naar zelfreiniging wordt er een hoge prijs betaald. Als owma Ma Marjana uiteindelijk die bevrijdende wasi krijgt, een winti en een stevige dansi op plantage Onoribo, is zij de volgende dag dood. Een hersenbloeding werd haar fataal. Dat een kunu onze nationale saamhorigheid in de weg staat, is een feit. De sleutelfiguren zullen de sleutel echter uit handen moeten geven.


[uit de Ware Tijd, 13/02/2014]