Posts tonen met het label Venetiaan Ronald. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Venetiaan Ronald. Alle posts tonen

zaterdag 22 maart 2014

‘Basiliek vergroot kans pauselijk bezoek’

door Annelies Brinkman


Bisschop Wilmelmus de Bekker en pater Estaban Kross over de
 toegenomen kansen van Suriname op pauselijk bezoek. Foto © Claudio Barker
  

Paramaribo - Nu de St. Petrus en Paulus-kathedraal vanaf 6 april de eretitel van basiliek zal dragen, is de kans dat de paus Suriname zal bezoeken een stukje groter geworden. Dat is althans de verwachting van pater Esteban Kross. Hij zei dit donderdag tijdens de persconferentie waar hij en bisschop De Bekker meer informatie gaven over nieuwe status van de kathedraal.
De Bekker toont het wapen dat boven de toegang
van de basiliek zal komen te hangen

"Ik vermoed dat de paus nu wel wat extra moeite zal doen. Een paus doet namelijk altijd moeite de landen met een basiliek te bezoeken. En het is niet zo dat de paus alleen grote landen bezoekt. Zo is Paus Johannes Paulus II bijvoorbeeld in Trinidad geweest, en ook in St. Lucia en Curaçao'', aldus een hoopvolle Kross.
De Bekker en Kross zijn erg verheugd en trots op de nieuwe status van de kathedraal. Ruim een jaar geleden stuurden ze de aanvraag voor de eretitel naar Rome. Eind januari dit jaar kreeg De Bekker het bericht dat de aanvraag was gehonoreerd en dat de officiële verheffing zal plaatsvinden op 6 april.

Het is niet precies duidelijk waarom de aanvraag is goedgekeurd. Maar de aanwezigheid van het graf van Petrus Donders speelde zeker mee. "Kerken die tot basiliek verheven worden zijn vaak bedevaartskerken, zoals de kerk van Lourdes die ook basiliek is. Vanwege het graf van priester Petrus Donders is onze kathedraal ook een echte bedevaartskerk en nu dus basiliek", legt Kross uit.


[uit de Ware Tijd, 21/03/2014]


De vorige Surinaamse president, Ronald Venetiaan, en zijn echtgenote Liesbeth
Venetiaan-Vanenburg, ontmoeten de vorige paus, Pabst Ratzinger

dinsdag 17 december 2013

Politieke geboorte


door Giwani Zeggen.

Met het stopzetten van het Jeugdjournaal is het weer eens duidelijk geworden. Persvrijheid is in Suriname geen vanzelfsprekendheid. Alleen jammer dat Shirley de zwarte piet in de handen duwt van de ‘arme’ heren van de uitzending. Sowieso niet chic om je als leidinggevende te verschuilen achter je personeel. Maar iedereen die ooit bij de televisie heeft gewerkt, weet dat geen enkele uitzendregisseur op eigen houtje ertoe overgaat een programma, en vooral niet een nieuwsprogramma, stop te zetten.

R.R. Venetiaan als scout

Nog erger dan de censuur zelf, vond ik de selectieve verontwaardiging van het Nieuw Front.  Ze waren er als de kippen bij om in een persbericht hun afkeuring over de zaak uit te spreken. Maar van censuur is er niet alleen sprake als een item over de decembermoorden uit de ether wordt gehaald NPS, VHP, SPA en DA91. Dat is, Chan, Greg, Guno en Winston, wat we noemen: politiek bedrijven met persvrijheid, het leed van de natie in het algemeen en de nabestaanden in het bijzonder. Veel erger dan de censuur zelf. Het is misselijkmakend! 'Hypocriet' is het juiste woord in deze.

Of zijn jullie het vergeten? Toen onder president Venetiaan een uitzending van Suriname Vandaag over Taiwan niet door mocht gaan. Eigenhandig door de ex-president de nek omgedraaid. Of toen Henry Strijk, de censor van het Nieuw Front bij de STVS, een uitzending van Suriname Vandaag over de interne perikelen bij de VHP dwarsboomde. In beide gevallen keken jullie de andere kant op en deden alsof er niks was gebeurd. Was dat geen censuur? Stonden toen het recht op persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting niet op het spel?

Henry Strijk

Bij het Nieuw Front hebben ze waarschijnlijk twee maatlinten. Een voor het Front en een maatlint voor de rest. Toen Dino werd aangehouden in de Verenigde Staten was er nog diezelfde avond een verklaring. Men sprak er schande van, en terecht! President Bouterse moest naar het parlement komen en er gingen zelfs stemmen op dat hij moest aftreden. Ook daar is iets voor te zeggen. Suriname is immers internationaal te schande gezet. Maar nu de zoon van NPS-parlementariër Hesdy Pigot is gearresteerd bleef het weer stil. Geen verklaring. Geen oproep aan Hesdy om af te treden.

Volgens Shailendra Girjasingh heeft de vader nu niets te maken met de handelingen van zijn zoon. Gelukkig dat Hesdy dat zelf toch iets anders ziet en zijn excuses heeft aangeboden voor het handelen van zijn nageslacht. Diep respect daarvoor. Zoals het een vader betaamt. We krijgen ook nog een verontschuldiging van Diguan zelf. Dat heeft Hesdy ons beloofd. Graag! Want Diguan liet zich alle lof toezwaaien toen het goed ging, dus we verdienen nu op z'n minst ook een welgemeend 'sorry'. Chinyere, ach, ik neem het haar niet kwalijk dat ze heeft gereageerd zoals ze heeft gedaan. Het is haar broer.

Ik heb me overigens altijd gevraagd waarom Hesdy coûte que coûte parlementariër wilde worden. Het had hem en zijn familie een hoop leed bespaard. Het maakt natuurlijk een verschil uit dat Diguan nu zoon is van een volksvertegenwoordiger. De fraude had ook makkelijk vorig jaar, toen Diguan gegrepen werd door bigi ai, aan het licht kunnen komen.  Dan had Hesdy het DNA-stokje waarschijnlijk doorgegeven aan Ruth Renfrum. Maar toeval bestaat niet. Het heeft zo moeten zijn. Dat Hesdy lid zou worden van het hoogste college van Staat en dat zijn zoon, topzwemmer in de VS, opgepakt zou worden.
Giwani Zeggen

Maar nu ligt daar een unieke kans voor Hesdy. Indachtig zijn maidenspeech over "normen en waarden". Om af te treden en zijn zetel terug te geven aan het volk. Daarmee stelt hij een voorbeeld voor alle politici die in een zelfde positie verkeren, zoals de president, of ooit daarin terechtkomen. Met de 'dood' van de politicus Pigot zal in dat geval de nieuwe Surinaamse politicus geboren worden. Een politicus met normen en waarden. In amper één maand zal parlementariër Pigot dan hebben bewerkstelligd wat collega's in geen zestig jaar is gelukt. Diguan zullen we in dat geval eeuwig dankbaar zijn dat hij ooit heeft gestolen.

giwani@hotmail.com  

[uit de Ware Tijd, 16/12/2013] 

dinsdag 16 april 2013

Afsluitingsceremonie project Slavenschip

Naast training ook rituelen ervaren

door Charles Chang


Gewezen president Ronald Venetiaan neemt plaats in de schervenbak voor een moment van reflectie. De bak is bedoeld als rustpunt waar je met je zelf in het reine komt en al je pijn en frustraties loslaat en angsten overwint voordat je de tempel binnengaat. (Foto: Claudio Barker)

Paramaribo - Een aangekleed rek staat prominent onder een afdak. Wanneer ‘maripaboten’ vol wiri, switi sopi en andere rituele benodigdheden naar buiten worden gedragen, is de bedoeling duidelijk. Ze worden erop geplaatst. Binnenkomende bezoekers voor de afsluitingsceremonie van het journalistenproject 'Slavenschip Leusden' mogen een gekleurd touwtje uitkiezen en deze in een van de drie symbolische boten doen. De regen van zaterdagavond doet er niet toe. Druppelend komen mensen binnen, inclusief ex-president Ronald Venetiaan. Naar later blijkt, is hij een goede vriend van wijlen Alfred Rudolf Strijk. De foto van Strijk senior prijkt ook in het midden van de M'Awese-tempel die ter ere van hem is gebouwd.
Leo Balai. Foto: Peggy Brader

Geen hulp
"Odi brada nanga sisa! Dit is geen prisiri, maar een herdenking, want den sungu (ze zijn verdronken) gebonden aan handen en voeten!", zegt ceremoniemeester Elly Purperhart. Daarmee doelt ze op het tragische lot van de circa zevenhonderd slaven die op het slavenschip Leusden omkwamen. Het schip strandde op 31 december 1737 op een zandbank voor de monding van de Marowijne. De volgende dag brak en kapseisde het dodenschip, maar alvorens de bemanning en zestien slaven in reddingssloepen ontsnapten, werden alle luiken dichtge­timmerd en de hele 'handel' achtergelaten. "Er was geen hulp", vervolgt Purperhart. "Maar het lichaam vergaat, de yeye niet - ze dwalen nog rond." Daarom zal de du uma ter hoogte van de Tijgerbank de maripaboten in zee laten. Voor de studenten van het journalistenproject wordt dit ook een rituele ervaring.

Visionair idee
Een groep studenten bestaande uit Surinaamse studenten internetjournalistiek en Nederlandse juniorjournalisten volgt de aanwezigheid van dr. Leo Balai, onderzoeker en schrijver van het boek Het Slavenschip Leusden, in Suriname. "Daarover zijn afspraken gemaakt, zegt Henry Strijk, samen met Jessica Dikmoet de initiatiefnemers van het journalistenproject. De keus voor het slavernijverleden als project is volgens Strijk niet alleen om 'Honderdvijftig jaar afschaffing slavernij' maar ook om de meerwaarde. "Het visionair idee erachter is dat wanneer het zover komt dat het wrak wordt geborgen, er al journalisten zijn die vanaf het begin er bovenop hebben gezeten. Het wordt dan makkelijker om fondsen voor hun los te krijgen."

Spiritualiteit
Doordat de familie over de tempel beschikt, heeft Strijk als senior journalist ook het ritueelproject kunnen meegeven. "Ik als creool ben ook van mening dat spiritualiteit en wetenschap samengaan." En terwijl buiten kabra- en alakondre singi worden gezongen, geeft muziekkunstenaar Bongo Charlie zijn ervaring over de schervenbak. "Het ziet er gevaarlijk uit, maar toch geeft het een bevrijdend gevoel als je erin staat. Feels like magic!" "Vreemd en toch rustgevend, zegt Xaviera Arnhem, over de ruimte met de doodkist van vader Strijk in het midden. Als afstuderende camerajournalist heeft zij Balai gevolgd en de rituelen ervaren. "Een symbolische," zegt ze over de documentaire. "Want het wrak ligt nog daar." 

[uit de Ware Tijd, 15/04/2013]

woensdag 26 december 2012

Nieuwkomers beschrijven Bouterse aan de macht

De Surinaamse politiek

door Walter Lotens

Op 25 mei 2010 ging ongeveer zeventig procent van de Surinaamse kiezers in een feestelijke sfeer naar de stembus. Dat moet voor Paramaribo zeker meer dan tachtig procent geweest zijn omdat door de grote afstanden de opkomst in het verre binnenland veel lager lag. Die zeer hoge opkomst is waarschijnlijk een wereldrecord. De Surinaamse kiezers mogen dus zeker gefeliciteerd worden, maar de politici zijn jammer genoeg niet eerbiedig omgesprongen met zoveel enthousiaste burgerzin. Toen bleek dat de Megacombinatie, en dan vooral de NDP van Desi Bouterse, een ruime overwinning had behaald, dacht iedereen dat de kaarten geschud waren. President Venetiaan (NPS) en het Nieuw Front werden na tien jaar onophoudelijk regeren teruggefloten en dus was het logisch dat de NDP aan zet kwam voor de nieuwe regeringssamenstelling. De politici van een aantal partijen dachten er echter anders over. In achterkamers en via allerlei geheime afspraken ontstond een politieke koehandel van jewelste waardoor in eerste instantie Bouterse en de NDP uit het machtscentrum werden gehouden. Na een weinig smakelijke vertoning waarin woordbreuk en verdachtmakingen hoogtij vierden, vonden de drie onverzoenlijke vijanden Desi Bouterse, Ronnie Brunswijk van de Marronpartijen en Paul Somohardjo van de Volksalliantie elkaar. Na een stevig partijtje arm worstelen om ministersposten en andere hoge functies kwamen zij tot een vergelijk. Op die manier kwam de noodzakelijke twee derde meerderheid tot stand die nodig was voor de verkiezing van de nieuwe Surinaamse president. Bouterse die zich tot dan toe min of meer op de achtergrond had gehouden, zag zijn kans schoon en zei dat hij ready was voor het presidentschap.

De sergeant die met een aantal kompanen in 1980 een militaire staatsgreep pleegde en uitgroeide tot ‘Bevel’ en die einde 1982 vijftien vooraanstaande opposanten van het militaire regime liet ombrengen, de man die als drugssmokkelaar veroordeeld werd door de Nederlandse justitie en die in Suriname terecht stond voor de decembermoorden werd president van zijn land. Hoe heeft hij dat aangepakt? 

Iets meer dan twee jaar later verschijnt Bouterse aan de macht. Het is een kanjer van een boek geworden, geschreven door twee jonge journalisten - een Nederlander en een Belg - die proberen antwoord te geven op de vraag waarom Desi Bouterse, ondanks zijn verleden, in Suriname nog steeds zo populair is en hoe hij het er als president vanaf brengt. Ivo Evers (1983) en Pieter Van Maele (1986) zijn relatief nieuwkomers in Suriname. Evers werkte anderhalf jaar in Suriname onder andere bij de Ware Tijd en als correspondent van Trouw. Van Maele is op dit ogenblik correspondent in Paramaribo voor onder meer Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgen en Trouw. Ook hij werkte voor de Ware Tijd. Met hun eerder geringe staat van dienst slagen zij erin een uitstekend boek te schrijven over twee van de meest controversiële jaren in de recente Surinaamse geschiedenis. Zij doen dat met heel veel lef, deskundigheid, kritische zin én overgave, en daarmee slagen zij erin niet alleen hun Surinaamse, maar ook hun Nederlandse collega’s de loef af te steken. Van Surinaamse kant kan je op dit ogenblik geen journalistieke hoogstandjes verwachten - de slechte verloning en het eerder dociele karakter van de pers zijn daar niet vreemd aan -, maar Nederland beschikt wél over Surinamekenners in de persoon van Hans Buddingh’, Gerard van Westerloo, Jan Janssen van Galen, Jeroen Trommelen, Ellen De Vries, Joost Oranje en Harmen Boerboom, die dat waarschijnlijk zouden kunnen. Ik vermoed dat Nederland, en misschien ook deze heren en dame zich na de machtsovername door Bouterse minder zijn gaan inlaten met Suriname. Suriname is al lang geen ‘binnenlands nieuws’ meer.
De Ware Tijd. Foto @ Herman Dulder

De ‘nieuwkomers’ Evers en Van Maele zijn in dat gat gesprongen en hebben zich vastgebeten in een Suriname dat almaar meer uit de Nederlandse kranten dreigt te verdwijnen. Zij hebben waarschijnlijk het voordeel dat zij minder bezoedeld zijn door het verleden - zeker de Belg Van Maele - waardoor zij gemakkelijker toegang hebben gevonden tot hun Surinaamse gesprekspartners. Het resultaat is een genuanceerd, maar kritisch beeld van twee jaar regering-Bouterse, geschreven door goed geïnformeerde outsiders die ook van binnenuit die periode op de voet gevolgd hebben.  

Het lijvige boek bestaat uit niet minder dan dertig hoofdstukken. Ongeveer de helft ervan behandelen de aanloop naar de verkiezingen van 2010, de formatie en de eerste dagen van Bouterses presidentschap. Welke partijen streden mee om de gunst van de kiezer? Hoe verliep de regeringsformatie? Welke cruciale momenten waren er vooraleer Bouterse werd geïnstalleerd? Aan de orde komt ook de belangrijke vraag  hoe de Nederlandse oud-kolonie er sinds de onafhankelijkheid van 1975 politiek, sociaal-maatschappelijk en economisch voorstaat. In de tweede helft van het boek wordt voornamelijk ingezoomd op de grote verkiezingsbeloftes die niet of nauwelijks worden waargemaakt, op de relatie met Nederland die almaar meer onderkoeld raakt en op de interne ruzies van de Bouterse-regering.

De auteurs beschrijven zeer uitvoerig hoe Bouterse steeds meer macht naar zich toe begint te  trekken ten koste van het parlement en de eigen ministers en na anderhalf jaar is het voor hen duidelijk dat oude gewoontes weer bij hem bovenkomen. Zo weet de president een omstreden amnestiewet voor de Decembermoorden door het parlement te jagen.
Vrouwe Justitia

De twee auteurs noemen Bouterse op het einde van hun inleiding ‘de man die onder de schaduw vaan zijn eigen verleden uit wil komen’, maar dat doet hij op een niet zo fraaie manier schrijven zij in een epiloog: “De president herschrijft momenteel zijn eigen geschiedenis, hij zet de gebeurtenissen op Fort Zeelandia naar zijn hand, hij censureert hem onwelgevallige schoolboeken en richt musea in die zijn versie van het verhaal vertellen. Daarin zijn de Decembermoorden een pijnlijke, doch noodzakelijke voetnoot en is de staatsgreep een waarachtige revolutie. Maar die zelfgeschreven historie is slechts tijdelijk en ruim interpreteerbaar. Net als er zijn die hem verafgoden, zullen veel Surinamers hem herinneren als de persoon die een staatsgreep pleegde, verantwoordelijk was voor de moord op vijftien tegenstanders en vervolgens als democratisch gekozen president niet in staat was het land bijeen te brengen, maar zichzelf wel vrijwaarde van een gerechtelijk vonnis.” (p. 421) 

Het boek gaat voornamelijk over de laatste twee jaar, maar doet eigenlijk veel meer: naast de zeer levendige journalistieke benadering waarmee de twee auteur bijna van dag  op dag beschrijven wat er onder Bouterse gebeurt, reconstrueren ze ook, en passant, een stuk Surinaamse geschiedenis zodat de lezer niet alleen twee jaar Bouterse, maar op een drafje ook een heel land en haar geschiedenis gepresenteerd krijgt. De auteurs slagen erin om naadloos over te springen van de dagelijkse politieke realiteit naar boeiende expliciterende passages, zoals het grensconflict met Guyana en met Frans-Guyana dat al dateert uit de negentiende eeuw. Vooral in die passages bewijzen zij dat ze veel meer dan oppervlakkige waarnemers van de actualiteit zijn. Hun voetnotenapparaat en literatuurverwijzingen illustreren dat trouwens. Het boek geeft ook een zeer goed inzicht – het is bij momenten zelfs gênant om te lezen hoe figuren als Somohardjo en Brunswijk aan politiek pro domo doen – in het hoge gehalte van dorpspolitiek die in Suriname bedreven wordt.

De  twee auteurs zijn kritisch in hun benadering, maar niet blind zoals sommige Nederlanders en Surinamers die Bouterse rauw lusten. Zij constateren en vermelden dat na één jaar Bouterse het internationale isolement verder weg is dan ooit. “Er gebeurt iets in het voorheen doodse Paramaribo”. Zowel de Amerikaanse als de Franse ambassadeur hebben lovende woorden over voor de regering-Bouterse, voornamelijk dan voor het internationale optreden. Het is maar zeer de vraag of ze dat ook vinden van de binnenlandse politiek van Bouterse. De auteurs schrijven: “Intern gekrakeel en hoog oplopende partijruzies  maken Bouterses regering instabiel. Halverwege zijn termijn stuurde Bouterse al zeven ministers de laan uit. Bovendien worden net als onder de vorige president Venetiaan op de vele ministeries aan de lopende band ambtenaren ontslagen om plaats te maken voor regeringsgetrouwen.” (p. 415). Er doet zich een NDP-isatie voor. Uit zeer goede bron weet ik dat niet-partijpolitieke bewegingen van onderuit, zoals in het district Para bijvoorbeeld, monddood worden gemaakt.  Dat is jammer en onbegrijpelijk, te meer omdat de grondwet van 1987, geschreven door NDP’ers, participatief democratische principes vooropstelde.
In hun besluit drukken de twee auteurs uit dat Bouterse pas uit de politieke arena zal verdwijnen op het moment dat hij zijn laatste adem uitblaast – en dan laat hij naar verwachting een loodzware erfenis na. Ik vrees dat zij gelijk hebben. Bouterses aanwezigheid drijft een wig doorheen de Surinaamse samenleving. Hij is nu 67 jaar …

Nieuwe leiders voor Suriname?

Hoe moet het nu verder volgens hen met Suriname? “Er moet een leider opstaan die tegelijk het paternalisme, het cliëntelisme en het nepotisme doorbreekt en een streep trekt onder de jaren tachtig. Een leider die erin slaagt het ambtelijk apparaat af te slanken, het onderwijs te vernieuwen en een bloeiende industrie te creëren. Maar alleen al het voornemen om af te rekenen met het accommoderen van partijgetrouwen staat in Suriname gelijk aan politieke zelfmoord. Bovendien vertrok de afgelopen decennia zo goed als het complete intellectuele kader uit het land, ligt het onderwijs op apegapen en lijdt de rechtsstaat onder dezelfde groeipijnen als waarmee andere jonge democratieën te kampen hebben.”
Een pessimistisch besluit? Ja en nee, zeggen de auteurs. “Suriname is verre van een failed state, zoals Haïti of Congo dat zijn. De Surinamer heeft het stukken beter dan een inwoner van Guyana, Bolivia, Cuba of Jamaica. Maar de grondstoffen zijn eindig. En wat dan?  Maar liefst 60 procent van de bevolking werkt bij de overheid of in semi-overheidsbedrijven. De braindrain blijft hoog.”
De laatste zin is tekenend voor de houding van beide auteurs: “In ons rommelt de wanhoop maar we zetten tegelijkertijd een monter gezicht op, uit onwil en onvermogen volslagen pessimistisch te zijn. We zien zo’n prachtig land met zulke prachtige mensen liever niet naar de verdoemenis gaan.”  
“Bouterse aan de macht” is een goed én belangrijk boek. Ik hoop dat het een ruim lezerspubliek mag vinden, zowel in Nederland als in Suriname, en vooral dat het gelezen mag worden zoals het bedoeld is: als een genuanceerd kritische schets van een periode en een figuur waarvoor de meeste journalisten zich wegstopten, deels omdat zij (de Surinamers dan) vinden dat je op een eerbiedige manier moet omspringen met de machtshebbers van welke origine ze ook zijn, deels omdat zij (de Nederlanders dan) menen dat Suriname onder Bouterse een vogel voor de kat is. Beide auteurs hebben een ‘derde weg’ proberen te bewandelen en dat lijkt mij de enig valabele.

Ivo Evers en Pieter Van Maele, Bouterse aan de macht, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012, 464 blz., ISBN 9789023472933

woensdag 29 augustus 2012

In memoriam John Leefmans

door R.R. Venetiaan

Droefheid overheerst bij de vrienden van John Leefmans, wanneer het bericht ze bereikt, dat de veelzijdige John is heengegaan. En dat ondanks de 79 jaren die hem geschonken zijn en de ernstige problemen met zijn gezondheid waarmee hij de laatste jaren te kampen heeft gehad. Zoeken op het internet levert zoveel belangrijke disciplines van John Leefmans op, dat er een hele batterij aan deskundigen nodig is voor een volledige beschouwing over deze uitzonderlijke, productieve en illustere persoonlijkheid.
John Leefmans - fotoportret door Nicolaas Porter

Geboren te Nieuw Nickerie op 28 juli 1933 als zoon van een districtsambtenaar, is hij als kind van 5 jaar naar Paramaribo gezonden, waar hij opgroeide en school ging om tenslotte na de afronding van de Sint Paulusschool, in 1948 naar Nederland af te reizen voor het volgen van de middelbare school en daarna de studie rechten aan de Rijks Universiteit Leiden.

Op vijftienjarige leeftijd verliet hij dus zijn geboorteland, vol herinneringen aan, zoals hij dat zelf aangaf de ‘ghostcity’ Paramaribo, de stad zonder verlichting na zonsondergang, naar het ook niet zo welvarende Nederland van na de Tweede Wereldoorlog.

Leefmans en Venetiaan, musicerend bij studievereniging Veritas, Kromme Nieuwegracht, Utrecht, 1963


Aan de Leidse Universiteit vond hij zijn weg in de sfeer van het Leidse studentikoze leven, maar hij wist toch zijn energie te geven aan de Surinaamse Studenten Vereniging (SSV), waar wij hem leren kennen als de leider, de voorzitter, neen, ik moet zeggen de praeses van die organisatie. Want de stijl, de taal en ook de oriëntatie in de organisatie, waren gebaseerd op wat gangbaar was in de Leidse studentenverenigingen. Zijn werk voor de SSV weerhield hem er niet van om zijn literaire productie vanaf zijn studentenkamer ook in de Nederlandse studententraditie te stellen en te plaatsen in het Nederlandse studentenblad KAF’T.

Enkele bandleden van Cinco Estrellas tijdens een jamsessie op een studentenkamer in Leiden (1965). V.l.n.r.: John Leefmans, Ober Hewitt en Fine Kenswil.
Collectie: De Beun, 06, IISG, Amsterdam.

Het is een bijzondere keuze wanneer juist John door het SSV-Bestuur dat hem opvolgt in 1957, wordt uitgezonden als eerste afgevaardigde naar een internationale studentenconferentie. Zijn verslag opent de weg voor de SSV naar een maatschappij-geëngageerde organisatie, die zich voortaan uitdrukkelijk ook zou richten op de mobilisatie van de Surinaamse student voor de ontwikkeling van Suriname.
In de periode die dan volgt vinden we John behalve als actief SSV-lid, ook als medeoprichter en eerste hoofdredacteur van het Surinaams Literair Tijdschrift Mamjo en als mandolinist/violist van het Leids Surinaams studentenorkest Cinco Estrellas.
Debuutbundel van Jo Löffel/John Leefmans (1981)

John Leefmans kiest na afronding van zijn rechtenstudie in Leiden voor de Haagse opleiding tot diplomaat en verrast velen met zijn indiensttreding in de Nederlandse diplomatieke dienst.
Niet iedereen is verrast. Zeker niet degenen die John hebben gevolgd in zijn literaire producten gedurende zijn studie. Terwijl tijdgenoten als Slory in Amsterdam en Frank Martinus in Leiden, onder hun schrijversnamen, hun eerste grote bundels produceren respectievelijk getiteld Sarka/Bittere strijd en Stemmen uit Afrika, richt John zich op wat hem goed lijkt in de Leidse studentensfeer, de Leidse mores, en wat het serieuze streven betreft, gaat hij op zoek naar het spoor van de grote Nederlandse schrijvers. Zijn keuze doet ons in die jaren beseffen, dat het recht op een vrije keuze voor elke Surinamer op tafel ligt, overigens onvermijdelijk gekoppeld aan de innerlijke worsteling als gevolg van de eigen mamyo-roots en de eigen mamyo-geschiedenis, waaraan ook Leefmans niet ontkomt. Is dat de boodschap die onze ogen mogen lezen in het gedicht van de latere ‘Jo Löffel’, tijdelijke schuilnaam van Leefmans, dat Michiel van Kempen afdrukt in zijn Spiegel van de Surinaamse Poëzie? De titel luidt: “één kamer, één huis had ‘k hun gedacht” en de tekst:

één kamer, één huis had ‘k hun gedacht
maar toen de bruggen achter ons waren verbrand
en leeg stonden huis en leven
zwierven wij onbegrensd in de golfslag
een ieder voor zich
langs de ruggen van al onze goden
op zoek naar het eigen gezicht
met geleende ogen verblind van ‘t opgejaagde zout,
zwalken langs elkaar
(lichtjaren/melkwegen/ertussen)
totdat wij elk voor zich
(en elk zijn eigen klip en kiel)
aanspoelen en stranden

Handtekening van Jo Löffel; collectie MvK


Het gedicht ‘balling’ mag de lezer zelf opzoeken in dezelfde bron. Het begint met de aangrijpende regel ‘’een moeder gilt in mij” en eindigt met de nu op een voorspelling lijkende uitspraak “sinds sloop de kou in mijn stem”.
Officier Ere-orde van de Gele Ster

Inderdaad. Geestelijk vlijmscherp, maar lichamelijk verzwakt, met moeilijk functionerende longen en stem, was John Leefmans bij de aanbieding van zijn boek met titel en inhoud in het Sranan met de vertaling in het Nederlands ernaast Op’ a batra/ Open die fles aan de President van de Republiek Suriname, vertegenwoordigd door de toenmalige Ambassadeur Joella-Sewnundun. Hij is bij die gelegenheid geëerd met een hoge onderscheiding in de Surinaamse Ereorde van de Gele Ster, voor zijn poëzie en zijn proza en voor zijn actieve bijdrage, met name na zijn pensionering als ambassadeur, aan het cultureel leven van de Surinaamse gemeenschap in Nederland.
Ambassadeur Joella-Sewnundun ontvangt uit handen van Leefmans Op'a batra.

Op zaterdag 25 augustus j.l. is John Leefmans vertrokken, op pad naar zijn laatste standplaats in het hiernamaals.
Moge hij daar de eeuwige vrede genieten.
Onze condoleances gaan uit naar zijn vrouw Liesbeth Leefmans-de Wijs, de Familie Leefmans en aan alle Srananmans in Suriname en in Nederland.

Paramaribo, 28 augustus 2012

[overgenomen van Obsession Magazine, 29 augustus 2012]

maandag 18 juni 2012

Vene



Portret van de Surinaamse dichter Vene (Runaldo Ronald Venetiaan), gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 103 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

woensdag 15 februari 2012

Van Lierlezing: Suriname moet ‘wantok’ ontstijgen


door Stuart Rahan

Leiden - Om de ontwikkeling van Suriname versneld te doen plaatsvinden, moeten politieke partijen hun wantok (taalgroep) ontstijgen. De etnische scheidslijnen moeten doorbroken worden en partijleiders moeten verder kijken dan hun eigen enge belangen. Etnische verzuiling belet nationale ontwikkeling.

Tot deze conclusie kwam de Surinaamse jurist Hugo Fernandes Mendes in zijn lezing ‘Politieke cultuur en leiderschap in Suriname’, tijdens de laatste Van Lier-lezing georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren. De tweejaarlijkse lezing werd vrijdag gehouden op de Universiteit Leiden.


De inleiders van de laatste Van Lierlezing. V.l.n.r. jurist en hoofdinleider Hugo Fernandes Mendes, Peter Meel van de Werkgroep Caraïbische Letteren en referent historicus Hans Ramsoedh. Foto © Stuart Rahan)

Fernandes Mendes zag dit positieve vooruitzicht zich nu al ontwikkelen bij de VHP. Tijdens de laatste partijverkiezingen werd Chandrikapersad Santhoki met een duidelijk overwicht kandidaat-voorzitter om vervolgens met groot verschil de voorzittershamer over te nemen. ‘Een verhelderend transparante partijdemocratie’, noemde de inleider deze nieuwe politieke ontwikkeling in Suriname.

Karakteristiek

‘In Suriname legt de partijvoorzitter geen politieke verantwoordelijkheid af voor zijn daden, hij wordt niet weggestemd.’ Fernandes Mendes staafde deze stelling door Jagernath Lachmon, Ronald Venetiaan en Willy Soemita als voorbeeld te nemen. ‘Het is karakteristiek voor Suriname: een lange zit met slechte resultaten. Lachmon is de langstzittende partijvoorzitter geweest in de wereldgeschiedenis.’ De daaropvolgende actie van Santhoki keurde hij wel goed. Santhoki begon Surinamers in diaspora te interesseren in investeringen in hun geboorteland. Vroeger was de VHP slechts tijdens de verkiezingen een partij van alle hindostanen maar na de verkiezingen werd het een partij van Lachmon en enkele welgestelde hindostaanse families. ‘Santhoki is niet als de vorige VHP-leiders. Alleen moet hij nog zijn “wantok” ontstijgen om een nationaal leider te zijn’, betoogde Hugo Fernandes Mendes. Hij ziet ondanks de antinationale partijpolitiek van Suriname dat dit kenmerkende leiderschap wel etnische onrusten heeft weten te voorkomen zoals in andere Caraïbische landen. Het merkwaardige van zijn betoog is net zo goed van toepassing op de NDP van president Desi Bouterse. De partij heeft zich vanaf de oprichting afgezet tegen de oude op etnische leest geschoeide partijen hetgeen, zij het gestaag, heeft geresulteerd in de meest overtuigende overwinning in 2010 sinds het herstel van de democratische rechtstaat. ‘De oude politiek heeft de tweede kans sinds 1987 niet benut’, constateerde Fernandes Mendes, die enige hoop put uit de gedachte dat het raciale leiderschap op termijn op z’n retour is. Dat Fernandes Mendes moeite heeft met de persoon Bouterse heeft in zijn beleving alles te maken met zijn veroordeling in Nederland voor drugshandel en het feit dat hij hoofdverdachte is in het decemberproces. ‘Het is het ultieme faillissement van de politiek dat iemand als Bouterse met zijn verleden in drugs en coups heeft kunnen winnen.’

21 DNA-zetels

Dat de vooruitzichten op economisch vlak voor Suriname goed te noemen zijn, is volgens Fernandes Mendes te danken aan het opgezette beleid van de regering-Venetiaan in samenwerking met de toenmalige president van de Centrale Bank van Suriname, André Telting. ‘Zij kozen voor monetaire stabiliteit. Desondanks, Suriname blijft onvoorspelbaar.’ Dat die toekomst onzeker is, heeft ook te maken met onder andere het ontbreken van de anti-corruptiewet en de belangenverstrengeling van politici. Assembleelid Paul Somohardjo van coalitiepartij Pertjajah Luhur is beleidsadviseur op het ministerie van LVV, dat hij als parlementariër kritisch zou moeten volgen. Ronnie Brunswijk van A Combinatie heeft ook een dergelijke functie op het ministerie van Sociale Zaken. De beide mannen verdienen een dubbel inkomen voor werkzaamheden die niet voltijds verricht worden. De politieke belangenverstrengeling is niet nieuw. Jopie Pengel had ten tijde van zijn minister-presidentschap vier departementen onder zich en toucheerde vier afzonderlijke salarissen. ‘Er werd toen niet geprotesteerd’, was zijn conclusie. De moeizame relatie met Nederland is afgebouwd. ‘Wat driehonderd jaar niet met Nederlandse ontwikkelingshulp lukte, lijkt nu met de zuid-zuidrelatie (China en Brazilië) en eigen intellectuelen wel te gaan lukken’, merkte een vrouw in het publiek op. Zij noemde daarbij Staatsolie, waar het wel gelukt is om met eigen inspanning succesvol te zijn. Een ontwikkeling die door referent historicus Hans Ramsoedh onderstreept werd. Hij is van mening dat het aantal politici in Suriname drastisch moet worden verminderd. De Districts- en Ressortraden vindt hij overbodig en het aantal leden van de Nationale Assemblee moet teruggebracht worden tot 21.

R.A.J. van Lier, naar wie de lezing is vernoemd, was van 1949 tot 1980 buitengewoon hoogleraar in de Sociologie en Cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied aan de Rijksuniversiteit Leiden.

[uit de Ware Tijd, 13/02/2012]

dinsdag 14 februari 2012

Fernandes Mendes: 'Laatste gong voor oude politiek'

door Peggy Brader

De oude Surinaamse politiek heeft haar langste tijd gehad. “De laatste gong is geslagen”, concludeert jurist Hugo Fernandes Mendes. Hij hield op vrijdag 10 februari de Rudolf van Lier lezing in Leiden. Hij ging in op de Surinaamse politieke cultuur en leiderschap in de afgelopen 70 jaar.

Dat de NDP van Desi Bouterse aan de macht is gekomen, is toch wel een faillissement voor de oude politiek, meent Fernandes Mendes. Bouterse had met zijn ‘heel ingewikkeld cv’ een achterstand. Dat de traditionele partijen desondanks hebben verloren bij de afgelopen verkiezingen, is volgens hem een teken dat de kiezers op een andere manier benaderd willen worden.

Kenmerkend voor de politieke cultuur in de afgelopen decennia is dat er altijd een zekere weerstand is geweest ten opzichte van Nederland, zegt Fernandes Mendes. "Het politieke bewustzijn in Suriname heeft een grote behoefte aan autonomie. Loslating van Nederland speelde al in 1871 en speelt zeker nu.”

Verder zijn politieke leiders in de laatste decennia vooral opgekomen voor de belangen van de eigen etnische groep en niet voor die van het land. Dit heeft Suriname veel schade toegebracht, zegt Fernandes Mendes. Maar niet alleen het land, ook de oude politieke partijen zelf lijden schade. Als voorbeeld verwijst de jurist naar de laatste verkiezingsresultaten, waarbij deze partijen veel kiezers hebben verloren.

'Functioneel zitvlees'Het goed opgekomen publiek moest lachen toen Fernandes Mendes de woorden ‘functioneel zitvlees’ in de mond nam. Ook een kenmerk van de oude politiek. Hij doelt hiermee op politieke leiders die maar blijven zitten tot ze er zelf genoeg van hebben, of 'in het harnas sterven.'

Bouterse en Venetiaan

Anti-Nederland
In de lange periode dat deze leiders de voorzittershamer hanteren, weten zij zich te omringen met kritiekloze aanhangers. Kritiek leveren staat namelijk gelijk aan verraad. Kiezers raken daarop uitgekeken, legt Fernandes Mendes uit.

Positieve ontwikkelingen
Maar het is niet alleen maar negatief geweest, concludeert de jurist. De traditionele politieke leiders hebben bijgedragen aan het vreedzame omgang tussen de bevolkingsgroepen. Daarmee onderscheidt Suriname zich van landen als Jamaica, Trinidad en Guyana.

Ook roemt hij het monetair beleid dat onder het presidentschap van Ronald Venetiaan (op wie Fernandes Mendes veel kritiek heeft) goed is ontwikkeld, waardoor Suriname nu een positieve economische groei doormaakt. “Daar plukken we nu de vruchten van.”

Kentering
Fernandes Mendes is optimistisch over de kentering die hij waarneemt. Het toelaten van buitenlandse ondernemingen in Suriname en die zodoende te laten concurreren met parastatale bedrijven als Telesur en SLM, ziet hij als tekenen dat de politieke cultuur aan het veranderen is.

Ook de felle verkiezingsstrijd binnen de VHP, waarbij Chandrikapersad Santokhi als leider werd gekozen, ziet hij als een ‘toonbeeld van interne democratie’. Ook een voorbeeld van de kentering. “Het lijkt erop alsof Santokhi de VHP aan het reconstrueren is”, stelt Fernandes Mendes.

Het is afwachten, want er ligt nog een diepe valkuil op de loer voor de VHP. Volgens hem schuilt het gevaar bij de achterban, die nu voor het overgrote deel uit Hindostanen bestaat. Santokhi zal zich moeten ontpoppen als leider van de natie en niet alleen van die etnische groep. De eerste tekenen zijn hoopvol. "Ik hoop op meerdere Santokhi’s", aldus Fernandes Mendes.

Reshuffling
De roep om 'reshuffling' binnen het kabinet vindt Fernandes Mendes een goede ontwikkeling. De oude politiek wilde geen verantwoording afleggen over het functioneren, stelt hij. Toch wil hij niet te vroeg juichen. Het is nu vooral afwachten en kijken of deze trend wordt voortgezet.

De tweejaarlijkse Rudolf van Lier-lezing werd georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren.

Klik hier voor een interview met Fernandes Mendes door Peggy Brader]

[RNW, 13 februari 2012]

zondag 12 februari 2012

Politiek leiderschap


De timing van de Rudolf van Lier Lezing, die Hugo Fernandes Mendes op 10 februari in Leiden hield en die hij wijdde aan de politieke cultuur en het politiek leiderschap in Suriname, liet niets te wensen over. Sinds de verkiezingen van 2010 is er veel te doen over de wijze waarop in het bijzonder Surinaamse partijvoorzitters invulling aan hun functie geven. De balans is snel opgemaakt. De NDP, de Pertjajah Luhur en de ABOP kennen een omstreden leider, de VHP koos kortgeleden een nieuwe leider en de NPS en de KTPI zijn (de eerste nadrukkelijker dan de laatste) op zoek naar een nieuwe leider.

Fernandes Mendes, auteur van onder andere Onafhankelijkheid en parlementair stelstel in Suriname: hoofdlijnen van een nieuw en democratisch staatsbestel, hield het goed opgekomen publiek voor dat de machtsbasis van de traditionele partijen in Suriname in de afgelopen twintig jaar ingrijpend is versmald. Het electoraat heeft de traditionele wijze van politiekvoering afgestraft en de partijleiders zijn onmachtig gebleken om de kiezers het vertrouwen te geven dat de ontwikkeling van Suriname bij hen in goede handen is. Fernandes Mendes zoekt de oorzaak van het sterk teruggelopen vertrouwen in de traditionele leiders in de persoonlijke politiek die zij hebben gevoerd. Met een verwijzing naar The Origins of Political Order van de politicoloog Francis Fukuyama vergeleek hij hen met de Wantoks in Melanesië, een stam die geleid worden door de Grote Man. Iedereen kan de Grote Man worden, maar deze positie is weggelegd voor degene die de behoeften van de stamleden het beste kan vervullen. De introductie van een moderne staat naar Westminster model en van attributen als een parlement, politieke partijen en een leger bracht de Wantoks in verwarring, want zij konden deze vernieuwingen niet accommoderen met de directe bevrediging van hun materiële behoeften door de Grote Man. In veel staten – Suriname is er maar één van – heeft de persoonlijke politiekvoering door de Grote Man kunnen voortbestaan, ondanks de staatsrechtelijke evoluties die bedoeld waren deze politiekvoering in te bedden in een systeem van checks and balances.


Hugo Fernandes Mendes, Hans Ramsoedh

Zoals het Wantok-systeem etnische wortels heeft, zo zijn ook de traditionele politieke partijen in Suriname vanaf hun oprichting in de tweede helft van de jaren veertig belangengroepen geweest op een etnisch-religieuze en etnisch-culturele grondslag. Sterke persoonlijkheden wierpen zich op als leider van deze belangengroepen en verdedigden deelbelangen in plaats van nationale belangen. Als Grote Mannen beloonden zij hun kiezers door hen materiële gunsten te verlenen. De groei van de NDP na 1987 en het verwerven van de regeermacht door deze partij in 2010 heeft het failliet aangetoond van de politiekvoering van de traditionele partijen. Dit failliet schrijft Fernandes Mendes vooral toe aan de lange zittingsduur van de leiders van deze partijen. Kiezers raken uitgekeken op weinig daadkrachtige Grote Mannen, die decennialang de teugels in handen houden, zich omringen met slippendragers, slecht kunnen omgaan met kritiek, hervormingen en vernieuwingen tegenhouden, initiatief en debat ontmoedigen en publiekelijk nauwelijks verantwoording afleggen voor hun daden.

Een andere oorzaak voor de neergang van de traditionele partijen zoekt Fernandes Mendes in de veranderde positie van Suriname in de wereld. Vooral de integratie van het land in de eigen regio heeft in de afgelopen twintig jaar effect gehad. De grenzen van Suriname gingen open en frequente bezoeken aan het land door vertegenwoordigers van internationale organisaties en buitenlandse bedrijven en door toeristen hebben het isolement van het land doorbroken en de samenleving van een nieuwe dynamiek voorzien. Was de politiekvoering voorheen vooral naar binnen gericht en konden onwetende kiezers gemakkelijk door gewiekste leiders worden gepaaid, de verbreding van de politieke horizon, ook bij het electoraat, vraagt om een andere aanpak en duidelijker antwoorden op de eisen van de moderne tijd. Grote Mannen kunnen niet langer volstaan met het debiteren van patriottische leuzen en het vrijblijvend aanwakkeren van hoop, maar dienen zich wezenlijk te verhouden tot de snel veranderende wereld en hun werkwijze hierop af te stemmen.

Hoewel Fernandes Mendes concludeerde dat de traditionele politiekvoering achterhaald is, meende hij dat het Wantok-systeem in de kern onaangetast is gebleven. Dat is een interessante bevinding, waar hij overtuigende argumenten voor aandroeg. In zijn analyse betrok hij vooral de NDP. Deze geldt als een multi-etnische partij die meer voeling lijkt te houden met de moderne tijd dan concurrerende partijen. Dit laat onverlet dat de NDP een scherp oog heeft voor de etnische afkomst van de bewoners van de kiesdistricten en bij parlementsverkiezingen de kandidaatstelling daar grotendeels van laat afhangen. Binnen de huidige regeringscoalitie is etniciteit bovendien niet zelden een bepalende factor bij het toewijzen van functies bij de overheid, in staatsbedrijven en op diplomatieke posten. Tenslotte kiest NDP-leider Bouterse er meer dan eens voor om zelf zijn etnische wortels te benoemen. Dat wan ptjin ingi boi (een kleine Indianenjongen) het tot het hoogste politieke ambt van het land heeft gebracht, geldt in Suriname inmiddels als een gevleugelde uitspraak van de president.

Het commentaar van referent Hans Ramsoedh, onder historici vooral bekend als schrijver van het standaardwerk Suriname 1933-1944: koloniale politiek en beleid onder gouverneur Kielstra, had vooral het karakter van een aanvulling. In zijn betoog vroeg Ramsoedh aandacht voor een ander aspect van het werk van Fukuyama, namelijk het onderscheid tussen ‘low trust societies’ en ‘high trust societies’. Volgens hem was Suriname een voorbeeld van een low trust society, een bewering die hij staafde met statistische gegevens waaruit bleek dat het vertrouwen van Surinaamse kiezers in hun leiders zorgwekkend laag is en dat zij opvallend ontevreden zijn over het functioneren van de bestaande politieke instituties. Naar het oordeel van Ramsoedh laten deze data zien dat de legitimiteit van het democratisch bestel in het geding is. Het gebrek aan vertrouwen dat Surinaamse kiezers hebben in hun leiders houdt zijns inziens onder meer verband met de wijdverbreide opvatting dat politici onvoldoende zijn toegerust voor de functies die zij bekleden en met de op ruwe confrontatie gerichte stijl waarmee leden van de Nationale Assemblee elkaar bejegenen. Ramsoedh wees daarnaast op de onvoorspelbaarheid van politieke leiders, die zich zelden laten betrappen op uitgewerkte maatschappijvisies of concrete ideeën over de inrichting van de staat. Als de verkiezingen voorbij zijn, gaat het de Grote Mannen om het verwerven van politieke macht. Bij de onderhandelingen hierover zijn de antecedenten van coalitiepartners bijzaak en worden de historische verhoudingen tussen de deelnemende partijen bij voorkeur buiten de discussie gehouden. De formatie van de zittende regering door politieke leiders die jarenlang elkaars gezworen vijanden waren, heeft volgens Ramsoedh het vertrouwen van het electoraat in de politiek alleen maar verder uitgehold en de instabiliteit van het democratisch bestel versterkt.


Hugo Fernandes Mendes, Hans Ramsoedh

De zaal reageerde geanimeerd op het betoog van Fernandes Mendes en de repliek van Ramsoedh. De vragen en opmerkingen uit het publiek gingen onder andere over de achtergronden van de verkiezing van Bouterse tot president, de bijdragen van Euro-Surinamers aan de Surinaamse politiekvoering en de agenda van de zittende regering, meer in het bijzonder op het gebied van het ontwikkelingsbeleid en de relaties met het buitenland. De gepresenteerde opvattingen lieten een voorzichtig optimisme zien over de politieke daadkracht van de regering, die financieel orde op zaken wenst te stellen, economisch met elan aan de weg wil timmeren en afstand wenst te houden tot Nederland. Anderzijds heerste er ook scepsis over de autocratische tendensen van het huidige regime dat hoe dan ook in control lijkt te willen blijven, profiterend van de gezonde monetaire situatie die de vorige regering heeft achtergelaten en ogenschijnlijk onbezorgd over het risico dat de oude afhankelijkheidsrelatie met Nederland voor een nieuwe afhankelijkheidsrelatie met Brazilië of China wordt ingeruild. Fernandes Mendes en Ramsoedh lieten de aanwezigen ruimhartig van hun deskundigheid profiteren en vonden een goede balans tussen reflectie op historische en actuele ontwikkelingen.


Hugo Fernandes Mendes, Peter Meel, Hans Ramsoedh


Zal de politiekvoering onder de traditionele partijen spoedig veranderen? Bij de VHP lijkt hier een serieus begin mee te zijn gemaakt. In ieder geval is het stokje hier overgenomen door een betrekkelijk jonge en energieke leider die zijn partij een moderner aanzien wenst te geven. Of hij hier werkelijk in zal slagen, zal in de komende jaren blijken. Over de bewegingen binnen de NPS en de KTPI bestaat vooral onduidelijkheid. Voorzitter Venetiaan heeft te kennen gegeven het leiderschap van de NPS te willen overdragen, maar onder de tien leden die publiekelijk hebben aangegeven interesse te hebben in de functie bevinden zich maar enkelen die noemenswaardige ervaring hebben als parlementariër of minister en die in staat moeten worden geacht een aansprekend verhaal te presenteren waarmee de partij zich kan onderscheiden van de NDP. Bij de KTPI heeft één van de ondervoorzitters zich gemeld als uitdager van partijleider Soemita, die op zijn beurt heeft aangegeven in de race te willen blijven voor een nieuwe termijn als voorzitter. Zijn tegenstrever laat er geen gras over groeien. Hij heeft zich in het parlement als een zelfstandige fractie van de KTPI afgesplitst en doet van zich spreken als stichter van nieuwe partijkernen en fel criticaster van de zittende leider. Wie de nieuwe Grote Mannen of Vrouwen van de NPS en KTPI ook mogen worden, wat telt is dat zij hun partij uit het Wantok-systeem manoeuvreren en eigentijdse oplossingen formuleren voor eigentijdse problemen.

Foto's: Rogier Meel

woensdag 25 januari 2012

Writers Unlimited 2012: Surinamers dromen altijd!

door Stuart Rahan

Den Haag - De één is angstig, de ander wil een perceeltje aan de Saramaccarivier met een hangmatje en voor de derde ligt de toekomst van Suriname in de lucht. Drie verschillende dromen voor drie van origine Surinaamse schrijvers tijdens het literatuurfestival Writers Unlimited 2012. Karin Amatmoekrim, Sheila Sitalsing en Anil Ramdas hebben, onder leiding van presentatrice Noraly Beyer, hun dromen met het publiek gedeeld. Het uitgangspunt was de beroemde speech van dr. Martin Luther King “I have a dream”.

Deze zeventiende editie van het Winternachtenfestival had als thema “Keep on dreaming”, naar aanleiding van de verschillende crisissen, die de wereld momenteel doormaakt. Een economische crisis, een financiële crisis en de Arabische Lente. Een variatie op wat zich in Noord-Afrika afspeelt, was de discussie of er een ‘Hollandse Lente’ moest komen en hoe die zich zou moeten voltrekken. De schrijvers Kader Abdolah (Iran) en Tommy Wieringa (Nederland) stonden tegen over elkaar. Kader Abdolah vond de Nederlandse samenleving een eenheid, terwijl Tommy Wieringa de peroxide Geert Wilders als een splijtzwam bestempelde.


Vier Surinamers die droomden over hun ideale vaderland. V.l.n.r. Noraly Beyer, die het gesprek leidde, de schrijvers Sheila Sitalsing, Karin Amatmoekrim en Anil Ramdas tijdens de zeventiende editie van het jaarlijkse literatuurfestival in Den Haag, Writers Unlimited.

Satellieten en vliegtuigen
Schrijfster Karin Amatmoekrim heeft, met betrekking tot Suriname, angstdromen dat de huidige president Desi Bouterse nooit meer afstand zal nemen van het presidentschap. In haar gelezen column “De hoop en niet de verwachting”, ziet zij een herhaling van de jaren 1980 en 1982. Waar die angst nou precies op gebaseerd is, werd niet duidelijk. “Je kunt niet over Suriname praten zonder het niet over Bouterse te hebben. Ik hoop op een leider die Suriname verdient. Geen boef of drugsbaron.”
Toch blijkt in haar overpeinzing, de persoon van Desi Bouterse niet alle credits te hebben verloren. Amatmoekrim begrijpt heel goed dat Bouterse gekozen heeft voor verbeterde en intensievere samenwerking met het Caraibisch Gebied en zich niet meer richt op de traditionele samenwerkingsverbanden met Nederland en Europa.
Anil Ramdas noemde Cuba en Venezuela cynisch de partners van Bouterse in het Caraibisch Gebied. Volgens Amatmoekrim roept Ramdas maar wat aan de kantlijn, in plaats van zelf te participeren in de ontwikkeling van het land. “Ik begrijp Surinamers heel goed als zij dan roepen: Waar bemoei jij je mee.”
Volgens Ramdas ligt de toekomst van Suriname niet in de landbouw, mijnbouw noch in de bosbouw of de olie. “De toekomst van Suriname hangt in de lucht. In satellieten en vliegtuigen vol Surinamers die naar hun geboorteland terugkeren.” In zijn relaas, dat veel weg had van een anti-Suriname-pleidooi, kon Ramdas weinig zaken bespeuren die goed waren. Toch kan hij geen afstand nemen van zijn geboorteland, het land waar hij zijn eerste kus en vriendin heeft gehad. “Ik eigen mij dat land toe, maar Suriname is niet mijn droom.” In zijn bijdrage droomt hij dat Suriname de 21ste eeuw gaat halen. Leiders als ex-president Ronald Venetiaan ziet hij als mensen die bewust moderne ontwikkelingen hebben tegengehouden. Het land is niet meegegaan met IT en internetgebied.

Wet op zestigplussers
In een gesprek met een vriend, onderdirecteur van de posterijen in Paramaribo, kon Ramdas zich niet voorstellen dat de onderdirecteur de hele stad van WIFI kon voorzien maar het naliet. De reden lag volgens hem in het feit dat de man niet over technische en financiële middelen beschikte, niet de juiste functie bekleedde en zijn superieuren van het ministerie van TCT er geen oor naar hadden. “Suriname heeft geen dromers meer. Albert Helman en Frank Essed (foto rechts) waren grote dromers. Essed heeft het achterland opengelegd”, beperkt Ramdas zich. Zelfs zijn Surinaamse privé taxichauffeur moest het ontgelden. De man droomt van een rijk leven met de kweek van pitbulls. Maar elke keer als er een worp is, zijn de puppies binnen enkele dagen dood. Voor elke pup zou de taxichauffeur 900 Surinaamse dollars kunnen verdienen. “Hou op met je pitbullshit. Blijf de gewone taxichauffeur”, sneerde hij de man. Volgens Ramdas zou de overheid Surinaamse studenten in de gelegenheid moeten stellen een studie in het buitenland te voltooien. Bij terugkomst krijgt dan elke afgestudeerde een perceel met een huisje erop.
In de droom vergeet Ramdas echter, dat nergens ter wereld deze luxe vergeven wordt. In het rijke westerse Nederland bijvoorbeeld begint het gros van de afgestudeerden hun maatschappelijke carrière namelijk met het aflossen van hun studieschuld. Toch heeft de vermaarde Surinaamse schrijver één grote droom: Het aannemen van een wet die zestigplussers in Suriname verbiedt, zich verkiesbaar te stellen voor een politieke functie. “Wij willen geen bejaarde leiders die in het verleden leven.”

[uit de Ware Tijd, 24/01/2012]

dinsdag 17 januari 2012

Trefossalezing Venetiaan gepubliceerd

Op de avond van de 4e Trefossalezing, 14 januari 2012, werd de publicatie van de 3e Trefossalezing gepresenteerd. In 2011 verzorgde drs R.R. Venetiaan deze lezing onder de titel Trefossa ten speri. In de lezing wordt ingegaan op de yeye speri (geestverwanten) van Trefossa. Venetiaan gaat op zoek naar dichters die antwoord hebben gegeven op de trotji [aanhef] van Trefossa. Hij noemt Isselt, Raalte en Slory onder de kop Vier daggetijden. Hij bespreekt verder Dobru en Zapata Jaw, onder Identiteiten, die zijns inziens invulling hebben gegeven aan de verwachting die de voorzang van Trefossa heeft opgeroepen. Tenslotte bespreekt hij Johanna Schouten Elsenhout onder het blok Namens alle Sranan dichters. Schoutenhout zong haar eigen trotji. Door de vele gedichten in de publicatie maken die tot een poëziefeest. In de publicatie zijn ook opgenomen de laudatio (door Johan Roozer) en de toespraak van de laureaat (Ismene Krishnadath) van 2011.

Foto: @ ANP/Ruud Hoff

donderdag 7 juli 2011

Kabinet Bouterse: 'Venetiaan kletst uit zijn nek'

door Pieter Van Maele

Ronald Venetiaan (NPS) heeft zich de woede op de hals gehaald van het kabinet van president Desi Bouterse. Venetiaan, momenteel volksvertegenwoordiger, zei afgelopen maandag in het parlement dat hij vreest voor 'een nieuwe Hans Valk' die werkzaam zou zijn op het kabinet van de president.

Granaathuls met het wapen van Suriname, geschonken aan Piet van Dijk door commandant Desi Bouterse, uit erkenning voor het opzetten van het Surinaamse Corps Marechaussee. De huls behoort toe aan een van de granaten waarmee bij de coup van 1980 het politiebureau vanaf de Surinamerivier in brand werd geschoten. Van Dijk, nauw bevriend met kapitein Valk, werd door Bouterse benoemd tot Grootmeester in de Ere-orde van de Gele Ster. Foto @ Michiel van Kempen.

Het voormalige staatshoofd deed de uitlatingen tijdens de behandeling van de begroting, die op dit moment nog steeds loopt. “Wat is de rol van die witte Nederlander die rondloopt op het kabinet van de president? Ik heb niets tegen blanken, maar Suriname heeft slechte ervaringen met Bouterse en de rol van Nederlanders. Als het er op aankomt zijn het toch Nederlanders die 'het' doen. Daarna gaan zijn ze weg en zitten wij met de perikelen”, sprak Venetiaan.

Hij verwees daarmee naar Hans Valk, voormalig hoofd van de Nederlandse Militaire Missie in Suriname. Valk stond voor en vlak na de coup in nauw contact met Bouterse en wordt vaak aangeduid als één van de 'geestelijke vaders' van de staatsgreep. Wanneer Valk in 1980 door Den Haag gedwongen wordt van standplaats te veranderen, spreekt Bouterse op diens afscheidsreceptie de gevleugelde woorden: “Zonder u, kolonel, zou de staatsgreep nooit plaatsgevonden hebben.”

'Onverwerkt trauma'
Het betoog van Venetiaan zet kwaad bloed bij de entourage van president Bouterse. Zij zeggen niet te weten over wie hij het heeft. “De vorige president zit duidelijk nog steeds met een onverwerkt trauma uit de jaren tachtig. Die man kletst uit zijn nek, want als ik om me heen kijk, dan zie ik geen blanke Nederlanders. Misschien bedoelt hij wel mij? Ik ben voor 1975 geboren, als een Nederlander”, reageert Eugène Van der San, directeur van het kabinet, schertsend.

De directeur van het kabinet verwijst de Wereldomroep voor meer informatie door naar Venetiaan zelf. “Als hij zegt dat hij een witte Nederlander heeft gezien, laat hem dan uitleggen wie hij bedoelt. Verder is dit een echt onzinverhaal. Het hele overheidsapparaat zit vol mensen met een Nederlands paspoort. Voor het kabinet werkt ook een Nederlands mediateam (Forward Motion, red), dat een deel van onze communicatie verzorgt. Heeft hij dan ook een allergie voor al die anderen? Neen, hij wil alleen de coupleider van toen desavoueren; en daarom haalt hij er nu weer de staatsgreep bij”, besluit een kwade Van der San.

Venetiaan was verder niet bereikbaar voor commentaar.

[RNW, 30 juni 2011]

Zie over deze kwestie ook het eerdere bericht, klik hier.

maandag 4 juli 2011

Beweging

De overdracht van het leiderschap van de VHP heeft de gemoederen de laatste maanden flink beziggehouden. Partijleden – prominent en minder prominent – zochten elkaar op, gingen met elkaar in debat en mobiliseerden aanhangers om draagvlak voor hun standpunten te vinden. Binnen de partij vormden zich facties, die hun trouw aan de VHP beleden, maar ieder hun eigen kandidatenlijst voor het nieuwe bestuur voorbereiden en zich als spreekbuis opwierpen van de VHP-achterban. De media smulden ervan. Hoe vaker de smaldelen met de ‘stem van de meerderheid’ schermden, lippendienst aan het ‘partijbelang’ bewezen of verklaarden naar ‘het sluiten der rijen’ te streven, des te gretiger toverden reporters hun microfoon tevoorschijn en tikten journalisten hun stukje. Menig partijlid sprak afkeurend over alle dyugu dyugu en veroordeelde de streken die leden elkaar leverden in het gevecht om de bestuursfuncties. Het was weinig verheffend allemaal, meenden ook buitenstaanders. Naar hun zeggen zouden onder oud-voorzitter Lachmon dergelijke taferelen zich nooit hebben voorgedaan. Hij zou de eenheid hebben bewaakt en de ‘vuile was’ binnenskamers hebben gehouden.

Waardig was het misschien niet altijd en beheerst evenmin, maar levendig waren de onderlinge confrontaties beslist. Wat decennialang in de boezem van de partijtop werd besloten, lag nu op straat en vormde het gesprek van de dag. De aandacht voor de bestuursverkiezingen toonde dat politiek er weer even toe deed en dat mensen de perikelen rond het VHP-leiderschap met belangstelling volgden. Dat is winst voor de partijdemocratie. Het soms onnavolgbare spel van positiebepalingen en positiewisselingen resulteerde na verloop van tijd in twee kandidatenlijsten. Eén lijst droeg het stempel van de gevestigde orde. Hierop figureerden Radjkoemar Randjietsingh als voorzitter en Chandrikapersad Santokhi als ondervoorzitter (en beoogd campagneleider bij de eerstvolgende verkiezingen). Zittend partijvoorzitter Ramdien Sardjoe was de architect van deze lijst. Hij hoopte via Radjietsingh greep op de partij te houden en tegelijk met de kandidatuur van Santokhi de Vernieuwingsbeweging de wind uit de zeilen te nemen. De concurrerende lijst was van de Vernieuwingsbeweging onder leiding van Bholanath Narain (foto links). Die bestreed dat Sardjoe over de brug was gekomen met een consensuslijst, beschuldigde hem ervan vooral vertrouwelingen en slippendragers voor de beschikbare bestuursfuncties te hebben gekandideerd en meende dat Santokhi de leiding van de VHP diende te worden toevertrouwd. Hoewel de jongeren en intellectuelen van de Vernieuwingsbeweging hun best deden om Santokhi over te halen hun lijst aan te voeren, hield deze zich voor de criticasters van Sardjoe onbereikbaar.

Vlak voor het indienen van de kandidatenlijsten op 28 juni verwisselde Sardjoe de namen van de twee voornaamste kandidaten op zijn lijst. Een politieke meesterzet. Met het alsnog op de eerste positie plaatsen van Santokhi sloeg hij de leiders van de Vernieuwingsbeweging hun voornaamste troef uit handen. Een deel van de kandidaten op de lijst-Narain gaf te kennen hiervan verwijderd te willen worden, aangezien zij hun voornaamste doel – Santokhi als kandidaat-partijleider – hadden bereikt. Hoewel dit reglementair niet meer mogelijk bleek, was duidelijk dat in het kamp van de Vernieuwingsbeweging de verwarring had toegeslagen. De tegenwerping van Narain dat het handhaven van een tweede lijst belangrijk was om te voorkomen dat veel van Sardjoe’s kandidaten op de lijst-Santokhi gekozen zouden worden, maakte binnen de partij weinig enthousiasme los. Op 3 juli won Santokhi met overtuigende cijfers van Narain. Waar de laatste in 2006 nog bijna 40% van de stemmen behaalde tegen Sardjoe, kwam hij tegen Santohki niet verder dan 13%.

Santokhi (foto links) bleef tot het laatst loyaal aan voorzitter Sardjoe en het weinige dat hij zich liet ontvallen was dat hij zich dienstbaar wenste te maken voor de partij. Daarmee toonde hij geduld te hebben en de partijdiscipline te respecteren. Deze houding verraadde niet alleen zijn technocratische achtergrond en gezagsgetrouwe opstelling, maar doet ook vermoeden dat hij de geschiedenis van de VHP kent. Het is opposanten binnen en buiten deze partij nooit gelukt het leiderschap van de VHP te kapen. Ook de vele afsplitsingen van de partij zijn nooit een werkelijke bedreiging voor de VHP-top gebleken. Electoraal wisten de splinterpartijen nooit veel voor elkaar te krijgen en doorgaans timmerden zij maar korte tijd aan de weg. Santokhi moet weerspannigheid tegenover de eigen partijleider van meet af aan als een onbegaanbare weg hebben beschouwd en als optie hebben verworpen.

Door Santokhi naar voren te schuiven, heeft Sardjoe niet alleen de Vernieuwingsbeweging de pas afgesneden, maar is hij er bovendien in geslaagd om allerlei vertrouwelingen in het bestuur gekozen te krijgen. Voor de politiek minder door de wol geverfde Santokhi zal het de komende maanden erop aankomen of hij erevoorzitter Sardjoe adequaat partij kan geven. Hij dient erop bedacht te zijn dat als hij niet al door de laatste zelf voor de voeten wordt gelopen, hij rekening heeft te houden met Sardjoe’s paladijnen die over Santokhi stelselmatig zullen rapporteren aan hun beschermheer. Een bekende parallel dringt zich op. Willy Soemita had na de overdracht van het voorzitterschap van de KTPI nog lange tijd last van zijn voorganger Iding Soemita. Het maakte de eerste jaren van zijn voorzitterschap niet tot de gemakkelijkste periode in zijn politieke loopbaan.

Maar evengoed kan zich een ander scenario voltrekken. Ronald Venetiaan weigerde zich als nieuwe leider van de NPS ook maar iets gelegen te laten liggen aan de adviezen van zijn voorganger Henck Arron. Hoewel de laatste niet bekend stond als iemand die over zich heen liet lopen, gaf Venetiaan – door Arron zelf als zijn opvolger naar voren geschoven – hem geen enkele manoeuvreerruimte en serveerde hij hem zelfs genadeloos af toen Arron het waagde zich met bestuursverkiezingen binnen de partij te bemoeien. Als Santokhi voor het model-Venetiaan kiest, dan is het met de invloed van Sardjoe snel gedaan en kan de nieuwe voorzitter op voortvarende wijze het gezag verwerven dat hij nodig heeft om de VHP te leiden. Hij kan daarbij bouwen op het overweldigende mandaat dat hij van de VHP-achterban heeft gekregen.

De VHP is de grootste partner binnen de Frontcombinatie en zal bij de eerstvolgende verkiezingen een sleutelrol vervullen. Santokhi heeft als minister van Justitie en Politie in de laatste regering-Venetiaan veel krediet opgebouwd, kreeg tijdens de verkiezingen van 2010 na Bouterse de meeste voorkeurstemmen en was in juli 2010 de presidentskandidaat van het Front. Bij de eerstvolgende verkiezingen voor de Nationale Assemblee zou de strijd om het presidentschap wederom tussen Bouterse en Santokhi kunnen gaan. Of Bouterse dan andermaal aan het langste eind zal trekken, zal afhangen van de resultaten van zijn zittingstermijn, maar ook van de vernieuwingen die Santokhi op dat moment als VHP-leider tot stand zal hebben gebracht. Niet vergeten mag worden dat het ijveren van de Vernieuwingsbeweging voor zijn kandidatuur in belangrijke mate een verlangen weerspiegelde naar modernisering van de structuren van de partij. De zege van Santokhi zal echter een vertaling moeten krijgen op het niveau van de partijorganisatie èn in de sfeer van strategie en beleid. De VHP dwingt respect af als de partij zich constructief verhoudt tot de Surinaamse samenleving in brede zin en een onderscheidende bijdrage levert aan het oplossen van de vraagstukken van deze tijd. De olifant staat fier overeind, maar moet nu in beweging komen.

dinsdag 28 juni 2011

Venetiaan wil weten wie de ‘witte Nederlander’ is op kabinet president

Aangestoken door een opmerking van Henk Ramnandanlal (Mega Combinatie /PALU) die zei dat de regering-Venetiaan haar financieringsbeleid afstemde op donormiddelen van Nederland, wilde ex-president Ronald Venetiaan (foto links) weten wat de rol is van een ‘witte Nederlander’ die rondloopt op het kabinet van president Desi Bouterse. Zijn fractiegenoot, Asiskumar Gajadien (Nieuw Front/VHP) wilde op basis van de opmerking van Venetiaan opheldering over de rol van ‘Forward Motion’, een mediateam dat het kabinet van de president uit Nederland heeft aangetrokken.

Gajadien vroeg op grond waarvan dit team is aangetrokken. Gajadien merkte op dat een buitenlands mediateam wordt aangetrokken en Surinamers zijn overgeslagen. Hij wil van de regering meer uitleg hierover hebben. Deze kwestie kwam maandagmiddag aan de orde tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblée.

Niets tegen blanken

Venetiaan benadrukte dat hij niets tegen blanken heeft, maar memoreerde dat Suriname slechte ervaringen heeft met de president en de rol van Nederlanders. Tijdens de staatsgreep in 1980 was de Nederlandse militaire attaché Hans Valk (foto links), de topadviseur van Bouterse. “Als het er op aankomt zijn het toch Nederlanders en zijn ze weg en zitten wij met de perikelen”, zegt Venetiaan. Hij benadrukte dat niet zo lang terug er in de media sprake is geweest van een Nederlandse journalist die uiteindelijk een informant bleek te zijn van de Nederlandse inlichtingen en veiligheidsdienst. “Als gesproken wordt van afkomen van koloniale overheersing dan willen wij dat ook, dus vraag ik wat de rol is van die witte man op het kabinet van de president”, zei Venetiaan.

Lindsay Goossens van ‘Forward Motion’ van het mediateam dat op het kabinet van president Bouterse (foto rechts) werkt, zegt om commentaar gevraagd aan Starnieuws dat het bedrijf is ingehuurd door de regering. Onder welke voorwaarden en wat het contract inhoudt, zegt zij geen informatie te kunnen geven. “Je gaat toch als productiebedrijf geen contract sluiten met Digicel en vertellen wat het inhoudt. Dat is voor de opdrachtgever”, zegt zij.

Projecten haast afgelopen
Goossens zegt dat Forward Motion is ingehuurd voor enkele projecten, die haast afgelopen zijn. “We zijn nog bezig met de ordening van de goudsector, maar daarnaast werken we ook normaal als persdienst”, zegt zij. Het team wordt geleid door ‘Mike’ die een Nederlands paspoort heeft maar van Surinaamse afkomst is. Over het team wil zij verder geen informatie geven.

Goossens (foto rechts) ontkent dat Forward Motion is ingehuurd op basis van een Euro-contract. “Onze facturen zijn allemaal in SRD. Ik heb heel lang geen Euro meer gezien”, zegt zij. Forward Motion is sinds het aantreden van de regering Bouterse/Ameerali aangetrokken om onder andere de communicatie te verzorgen vanuit het kabinet van de president. Zo zorgt dit bedrijf ervoor dat onder andere de media worden voorzien van informatie tijdens de buitenlandse reizen van het staatshoofd. Daarnaast was het team ook ingehuurd voor het verzorgen van de communicatie naar buiten toe voor onder andere de Cicad-conferentie en andere activiteiten.

[van Starnieuws, 28 juni 2011]