 |
| Hijn Bijnen. Foto © Hijn Bijnen |
Een hoogtijdag voor een journalist: de uitreiking van de jaarlijkse
Journalistenprijs, ook als je die prijs met iemand anders moet delen. Zo voel ik dat althans. Al ben ik dan fotojournalist,
het blijft de waardering voor de beste journalistieke productie van het
jaar. Iets om trots op te zijn.
Raar is dat: je kijkt ‘s morgens op internet, leest dat jouw productie over
de zoektocht naar fort Boekoe de beste was maar jouw naam wordt helemaal
niet genoemd. Er was nog de avond tevoren een feestelijke uitreiking, maar
ik wist van niets.
De Journalistenprijs is een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt voor de
beste publicatie of productie. Ik wist niet dat ons artikel was ingestuurd
voor de prijs. Waardering is belangrijk, maar waarom
uitsluitend voor de schrijver van het artikel? Was ik daarvoor dagenlang,
in de voetsporen van John Stedman door de zwamp getrokken, tot de
schouders door de prut? Had ik mij daarvoor zo uitgeput dat uiteindelijk
door dehydratie mijn bloed zo dik werd dat het ging klonteren en het hart
niet goed meer functioneerde? Werden daarvoor alle instanties in de stad
benaderd om de kosten voor vacuatie per helikopter te dragen? De Stichting
Wetenschappelijke Informatie, de Nederlandse Ambassade en uiteindelijk het
kabinet van de President dat zich garant stelde voor de kosten? (Iedereen
alsnog nogmaals hartelijk bedankt.)
Ben ik daarvoor onder alle omstandigheden doorgegaan met fotograferen, in
de zwamp, in het kampje met uitputtingsverschijnselen, vanuit de helikopter,
in de ambulance, in het ziekenhuis
met zes cardiologen om het bed….? Ben ik daarvoor financieel als freelancer aan
de grond geraakt en lichamelijk nog steeds niet de oude?
Ik ben mee geweest voor eigen rekening. Ik ben dol op dit soort avontuur.
John Pel , de organisator vroeg me om mee te gaan om de expeditie en evt.
resultaten daarvan fotografisch vast te leggen maar had geen budget
daarvoor. Er ging ook een archaeoloog, prof.Menno Hoogland (what’s in a name?)
mee. Mijn tegenprestatie naar de organisator van de expeditie was het
kosteloos beschikbaar stellen van mijn foto’s voor wetenschappelijke
doeleinden. Maar ook ik kan niet
van de wind leven: ik ging er wel van uit dat ik de foto’s nog wel op een
andere manier te gelde kon maken.
 |
| V.l.n.r. John Pel, Hijn Bijnen, Harmen Boerboom. Foto Tom van Moll |
Begrijp mij goed, ik zeg niet dat ik die prijs moet krijgen vanwege de ontberingen
en de ellende, het is een prijs voor het resultaat dat het heeft
opgeleverd, al staat het wel in schril contrast tot het
bureauwerk waartoe vaste kracht Tom van Moll zich heeft kunnen beperken.
Tom heeft goed werk afgeleverd, waarvoor ik hem ook heb gefeliciteerd. Tom
feliciteerde mij ook, vanuit het buitenland. Maar toen realiseerde hij
zich misschien nog niet dat hem dat de helft van de geldprijs (SRD 7500,-)
zou kunnen kosten.
Wat is nu eigenlijk het probleem?
Parbode
heeft het artikel ingestuurd met als maker Tom van Moll en mijn naam
niet genoemd. Waarom? Hoofdredacteur Iwan Brave: ‘niet aan gedacht’, in de
haast erdoor geslopen…. Iwan heeft via Facebook al zijn excuses naar mij
gemaakt. Maar Iwan zijn handen zijn gebonden. Tom van Moll is ook om zijn
mening gevraagd, toekomstig hoofdredacteur Armand Snijders ook en last but
not least de nu in Nederland verblijvende eigenaar Jaap Hoogendam. En daar kwam
de volgende jezuïtische renenering uit:
Parbode
had slechts de tekst ingediend, niet de hele publicatie. Alsof je van
een televisieproductie alleen het geluid indient.
De vraag is: Wat heeft de jury beoordeeld? De tekst of de journalistieke
productie?
 |
| V.l.n.r. John Pel, Harmen Boerboom, Tom van Moll, Peter Van Maele en de motorist; foto Hijn Bijnen |
Dan nog wat: Hoe moet dat met mijn medewerking aan
Parbode? Ik leverde graag aan hen, want ik vind het best een
goed blad. Vraag is of na dit verhaal eigenaar Jaap Hoogendam nog wel met
mij in zee wil. Maar ik heb nog een ander probleem. Er kleeft namelijk een
zware smet aan
Parbode.
Parbode heeft namelijk onlangs excuses aangeboden
voor publicatie van een foto die zou tonen hoe scholieren zich zouden
prostitueren voor smartphones. Mensen op die foto hebben zichzelf herkend
en dit ontkend. Deze misleiding van de lezer is ernstig en tast de
geloofwaardigheid van het blad, en daarmee van haar medewerkers aan. Ik
zou zoiets nooit doen, omdat ik als fotojournalist mij gebonden acht aan
dezelfde ethische normen als schrijvende journalisten. Voor ik bij
Parbode verder ga zal er dan toch wel
eerst een goed gesprek plaats moeten vinden.
Tot slot
Die prijs komt mij minstens voor de helft toe. De grani helemaal, want die hoef
je niet te delen. Het is ook een smet op de Journalistenprijs als degeen
die de prijs toekomt hem niet krijgt.
Hijn Bijnen, fotojournalist
 |
| Stedman: Het leger van Fourgoud op zoek naar Fort Boekoe |
Jaap
Hoogendam, uitgever van de Parbode heeft
gereageerd op dit persbericht:
Hijn Bijnen verdient zeker geen prijs
Dat is mijn conclusie na lezing van zijn Facebook- en persberichten, die niet
netjes zijn en getuigen van slordig denken. Bijnen wil een prijs - voor
omgangsvormen krijgt hij deze alvast niet. Als hij vindt dat hij ook recht
heeft op de prijs van Tom vanMoll, dan had hij meteen contact moeten opnemen
met de prijswinnaar, de redactie of de uitgever van Parbode om dat kenbaar te maken. Hij koos er echter voor eerst
publiciteit te zoeken via Facebook en een persbericht, daarbij niet nalatend Parbode (-medewerkers) zwart te maken.
Onze hoofdredacteur heeft de fotograaf vervolgens persoonlijk geschreven, zoals
het hoort, maar een ontevreden Bijnen antwoordde met een persbericht. Zo ga je
niet met collega’s om en het getuigt van ondoordacht en onvolwassen handelen.
Dan weten de media nu dat je door deze fotograaf onder druk gezet wordt via
Facebook als hem iets niet bevalt.
Geen prijs voor omgangsvormen en zeker geen prijs voor journalistiek, dat legt
Bijnen in het laatste persbericht gelukkig haarfijn uit. Zeldzaam hoe iemand
zijn eigen verhaal ondergraaft. Eerst rondbazuinen dat het prijswinnende
artikel zijn coproductie met Parbode was, nu beschrijft hij uitvoerig dat het helemaal
anders zat. Dat hij deze foto’s maakte in een coproductie met expeditieleider
John Pel, met wie hij op pad was naar Fort Boekoe. Bijnen had een deal met Pel,
niet met ons. Hij vervolgt onbekommerd dat hij daarna deze klus te gelde wilde
maken door foto’s te koop te zetten. En zo ging het. Hij kwam langs en we
kochten een paar, dat doen we elk nummer, van zoveel fotografen. Verder had
Bijnen geen bemoeienis met, of invloed op, het artikel in Parbode. Een leverancier is nog geen producent.
Samengevat: de feiten worden door Bijnen zelf naar voren gebracht. Maar dan
moet hij daaraan wel de juiste conclusies verbinden : hij was coproducent bij
John Pel en ging de boer op met wat foto’s. Waar ik aan toevoeg: hij deed
verder niets voor Parbode, maar hij wil
desondanks ‘tenminste’ de helft van 7500 SRD. Inderdaad een jaloersmakend
bedrag, maar laat die gevoelens niet zo blijken.
Het is bij ons wel een coproductie geweest, zoals altijd. Van de winnaar Tom
van Moll, met de hoofdredacteur, de eindredacteur, de corrector, de opmaker en
de kantoormanager. Een prachtig team, waarmee we straks een feestje vieren, als
Tom terug is.

“Parbode, best een goed blad.” Dank
voor het compliment, Bijnen.
Groeten, Jaap Hoogendam, uitgever