De herdenking van de afschaffing van de slavernij begon
officieel op 1 juli 2013 en kan dus nog wel even doorgaan. Er is zo veel over
dit onderwerp verschenen. Zeker ook de Walburg Pers heeft dit jaar nogal wat in
dit item geïnvesteerd. Deze uitgeverij heeft van oudsher veel aandacht voor
Suriname en een serie prachtige boeken gepubliceerd, zoals platenboeken over
Maria Sibylla Merian, Stedman en Benoit. Dirk Tang, de auteur, was werkzaam bij
de Koninklijke Bibliotheek en heeft al heel wat werk over dit onderwerp op zijn
conto: diverse uitgaven van Sailing
Letters Journa’/ Brieven boven water (1 t/m 5, Walburg Pers), maar ook Zwart. Het beeld van de zwarte mens in de
Nederlandse illustratiekunst 1880-1980, KB.
In zijn voorwoord tot Slavernij.
Een geschiedenis geeft Tang aan dat dit een van de vele geschiedenissen is
die over slavernij geschreven kunnen worden. Hij brengt nuanceringen aan in het
begrip, want slavernij was van situatie tot situatie anders, en kan als mensonterend
kader niet overal over één kam worden geschoren. In dit koffietafelboek (klinkt
raar, met zo’n onderwerp, maar wat kwaliteit van uitgave en fotomateriaal
betreft wel binnen dit genre vallend) vertelt hij vooral over de betrokkenheid
van Nederland bij de slavernij, en dan wel tot 1873. Het omslag geeft de
ambiguïteit van het begrip slavernij goed weer. Bovenaan drie
daguerreotype-foto’s uit 1850 van Amerikaanse slaven door Joseph T. Zealy met
op hun gezicht het leed getekend. Uit deze serie foto’s zijn ook afbeeldingen
van de ruggen bekend, waarop de ‘boom’ van littekens van de zweepslagen in de
huid gegrift is. Onderop zien we een geromantiseerd schilderij van het type
‘Oriëntalisme’. Dit is het begrip waarmee de onderzoeker Edward Said de beeldvorming
over het Oosten door het Westen verklaarde. Op de voorgrond mooie, blije,
roddelende en zichzelf in de spiegel bekijkende meisjes op zebravellen, gekleed
in vloeiende gewaden met sieraden. De hongerige blikken van de veelal oudere
mannen en het ene meisje dat als een koe wordt tentoongesteld, maken dat de
kijker begrijpt dat het hier om een vrouwenmarkt gaat. Het schilderij is van
Edwin Long, uit 1875.
Tang schetst de slavernij vanaf de oudheid en geeft aan dat
het systeem altijd heeft bestaan: volkeren trokken rond en lieten verslagen
vijanden voor zich werken. Ook tijdens de middeleeuwen werden hele groepen
mensen verplaatst in Europa om als lijfeigenen en horigen te werk gesteld te
worden. Dat ook in de Oost slavernij een normale situatie was, blijkt wel uit
de vele bronnen die Tang heeft gebruikt. Na de zeereizen van Columbus, onder
invloed van de adviezen van pater De Las Casas om geen inheemse volkeren langer
te knechten vanwege het hoge sterftecijfer, startte men de trans-Atlantische
slavenhandel. Hierbij werden meer dan 12 miljoen mensen getransporteerd van
Afrika naar de Nieuwe Wereld. In Portugal en Spanje waren ondernemers al in de
vijftiende eeuw vertrouwd met de inzet van Afrikaanse slaven.
Ook in de Oost was er een levendige handel. Vooral de Verenigde Oost-Indische Compagnie is winstgevend geweest voor de Nederlandse markt. Tang beschrijft de verschillen tussen de VOC en de West-Indische Compagnie, die veel minder opbracht. Voor ons aanzienlijk minder bekend is het feit dat in de Arabische landen de slavernij ook welig tierde. De slaven werden niet ingezet op plantages, meer in de huishoudens. Er is veel minder boekhouding bewaard gebleven, maar de schattingen van transport lopen van 10 tot 18 miljoen mensen en dit doet niet onder voor de trans-Atlantische handel. In de hoofdstukken 6 en 7 komt vooral Suriname aan bod, in bijna 100 pagina’s. In veel publicaties wordt vaak gegeneraliseerd over de slavernij. In dit zeer leesbare boek kunnen geïnteresseerden kennis opdoen, vergelijken en nuanceren. En zo is dit boek een zeer waardevolle bijdrage aan de discussie over de slavernij.
Ook in de Oost was er een levendige handel. Vooral de Verenigde Oost-Indische Compagnie is winstgevend geweest voor de Nederlandse markt. Tang beschrijft de verschillen tussen de VOC en de West-Indische Compagnie, die veel minder opbracht. Voor ons aanzienlijk minder bekend is het feit dat in de Arabische landen de slavernij ook welig tierde. De slaven werden niet ingezet op plantages, meer in de huishoudens. Er is veel minder boekhouding bewaard gebleven, maar de schattingen van transport lopen van 10 tot 18 miljoen mensen en dit doet niet onder voor de trans-Atlantische handel. In de hoofdstukken 6 en 7 komt vooral Suriname aan bod, in bijna 100 pagina’s. In veel publicaties wordt vaak gegeneraliseerd over de slavernij. In dit zeer leesbare boek kunnen geïnteresseerden kennis opdoen, vergelijken en nuanceren. En zo is dit boek een zeer waardevolle bijdrage aan de discussie over de slavernij.
Dirk J. Tang: Slavernij.
Een geschiedenis. Zutphen: Walburg Pers, 2013. ISBN 978-90-5730-905-2









.jpg)
















