Posts tonen met het label Hermans W.F.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hermans W.F.. Alle posts tonen

maandag 2 december 2013

Boeli

V.l.n.r. Boeli van Leeuwen,.Chris Engels, Aletta Beaujon, W.F. Hermans, Cola Debrot, Elis Juliana.

door Ko van Geemert

Net las ik de ingezonden brief (25 november) van Rob van Buiren, onder de titel: ‘Nalatenschap Boeli niet naar Den Haag’. Hij schrijft: “Als een van de grote schrijvers van Curaçao, van de Nederlandse Antillen hoort de nalatenschap vanzelfsprekend op Curaçao thuis.” Zeker!

Er blijken ‘concrete stappen te worden ondernomen tot oprichting van een eigen Curaçaos literair museum’. In de afgelopen jaren waarin ik me verdiepte in de literatuur op en over het eiland stuitte ik niet op een dergelijk initiatief, maar blijkbaar heb ik iets gemist. Tot de komst van dit Curaçaos Literair Museum ben ik blij dat de nalatenschap van zo’n bijzondere, in het Nederlands schrijvende auteur in een mooi archief/museum terecht is gekomen, al is dat in Nederland.

Curaçao

[uit Amigoe, 26 november 2013]

zaterdag 28 april 2012

Willem Frederik Hermans: De laatste resten tropisch Nederland


Willem Frederik Hermans heeft in januari 1969 Suriname en de 6 Antilliaanse eilanden afgereisd, samen met zijn Surinaamse vrouw Emmy. Terug in Nederland, schrijvend aan zijn reisverslag, was er revolutie op Curaçao. 30 mei 1969, de revolutiedag: Arbeiders gaan staken, staking wordt neergeslagen door een paar honderd Nederlandse Mariniers, Papa Godett wordt in de rug geschoten. Gevolg, de regering treedt af, Godett begint zijn nieuwe partij, de FOL… Arbeiders aan de macht is de leus!

Politieke lading
Het reisverslag krijgt door de gebeurtenissen een politieke lading en ik denk dat Hermans zijn aanvankelijke verhaal aan de actualiteit heeft aangepast.

Hij heeft bij zijn bezoek aan Curaçao de eerste “teach-in” bijgewoond en hij omschrijft hoe de discussie verloopt tijdens deze bijeenkomst. De schrijver Rosario had een aantal stellingen op een blaadje geschreven en die gingen vooral over de emancipatie en de gelijke rechten van de zwarten. Een van de mensen die meedeed aan de discussie was Stanley Brown.

Uit De laatste resten tropisch Nederland:

“Stanley Brown is onderwijzer die door de een als provo gekarakteriseerd wordt en door de ander als anarchist, gaat Rosario’s stellingen het heftigst te lijf. Brown is beroemd als maker van moeilijkheden met de politie en als redacteur van het weekblad “vito” dat grotendeels in het Papiaments wordt volgeschreven. “Spreek toch lekker Papiaments!” zegt ie tegen Rosario. Hij zegt ook “Als Rosario een bundel gedichten uit wil geven, gaat het naar het Cultureel Centrum Curaçao en hij houdt zijn hand op, waar de blanke Nederlanders dan een paar dubbeltjes ontwikkelingshulp in stoppen.” “Niet waar,” vindt Rosario, “lang niet elke schrijver krijgt subsidie, daarbij wordt gediscrimineerd. Waarom kan Frank Martinus Arion zijn nieuwste bundel niet uitgeven?” “Dat komt,” zegt Brown, “omdat Frank Martinus liever met zijn luie reet op een stoel een biertje zit te drinken, in plaats van met zijn gedichtenbundels de huizen langs te gaan om ze te verkopen.”

Stanley Brown

Gewoon een omschrijving van wat er gezegd werd op die “teach in”. Waarom heb ik dat citaat gekozen? Om even iets te vertellen over Stanley Brown. Stanley Brown richtte na die staking van mei de politieke partij FOL (Frente Obrero i Liberashon 30 di mei) op, samen met Papa Godett en Amador Nita. Hij is zo’n blanke autochtoon, die zich alles kan permitteren. Stanley Brown kan als enige blanke een zwarte uitschelden. Hij is één van hen! De moeder van zijn vader, die bij de familie Brown inwoonde, kwam van Statia. Stanley Brown is still very much alive, lees zijn website http://www.stanleybrownthinktank.org er maar op na.

Hermans gaat in op de politiek in zijn nawoord. Hij moet wel! Hij schrijft dit:

“Ik hou niet van de term neokolonialisme. (.........) Mocht het Koninkrijksstatuut worden opgeheven dan zal dit voor Nederland de bevrijding van een last betekenen en voor Suriname en de Antillen weinig veranderen. Het zijn niet de vroeger koloniale naties die nog altijd de voormalige koloniën uitbuiten, zoals de ontmaskeraars van het neo kolonialisme ons verzekeren, maar internationale ondernemingen. Het zijn grote maatschappijen zonder vaderland, waarvan de ontwikkelingslanden op leven en dood afhankelijk zijn, Suralco of Shell zijn feitelijk niet aan een natie gebonden en daarom zijn ze heel wat machtiger dan een voormalige koloniale mogendheid als Nederland. Dit neemt niet weg, natuurlijk, dat hun winsten wel grotendeels in westerse landen terechtkomen”.
Klopt nu nog meer dan toen, toch?


V.l.n.r. Amador Nita, Stanley Brown, Gouverneur Cola Debrot, Papa Godett

Wat is ‘links’?

Hermans heeft in zijn boek, ik denk achteraf omdat de actualiteit hem daartoe dwong, op een rijtje gezet wat “links” bezighield. Hier komt het:

“Kleine bloemlezing uit wat links allemaal op het hart heeft:
a) Links twijfelt aan het nut van de band tussen Nederland en de Antillen. Het mijmert over aansluiting bij Venezuela, of een Antilliaanse federatie.
b) Is de slavernij wel helemaal afgeschaft? De gekleurde lijdt nog altijd aan minderwaardigheidsgevoelens tegenover de blanke. De arbeidersklasse moet meer klassenbewust worden. De houding van Nederland is paternalistisch.
Barrioleaders, mensen die een gewichtige rol spelen in de plaatselijke politiek, hebben te veel macht en zijn corrupt. Ze gebruiken hun politieke machtspositie om familieleden te bevoordelen, enz.
c) De versnippering van de gemeenschap in allerlei groepen en groepjes die elkaar tegenwerken: katholieken tegen niet-katholieke (83% van Curaçao is katholiek, maar de groep ‘blanke protestanten’ is zeer invloedrijk), mensen die met een Nederlander zijn getrouwd en anderen die dat niet zijn, enz.
d) De grote macht van de geestelijkheid (het proletariaat is katholiek)
e) De macht van de rijken en grootgrondbezitters. De buitenlandse maatschappijen als de Shell, die een te groot deel van de winst het land uit brengen. Landhervorming. Shell heeft ongeveer de helft van Curaçao in bezit.
f) Er zou beheersing van bereizen en lonen moeten komen, net als in Nederland.
g) Is Nederlands de geschiktste taal voor de Antillen?
Nee, want voor het overgrote deel van de Antillianen is het niet de taal die ze van hun moederen leren, blijft het dus altijd een vreemde taal, die ze maat gebrekkig leren kennen. En wat meer zegt: het is geen belangrijke taal in het werelddeel waar ze leven. Engels of Spaans zou daarom beter zijn.
Ja maar… Spaans zou de Benedenwinden bevoordelen, Engels de Bovenwinden. Nederlands daarentegen bevoordeelt alle zes Nederlandse Antilliaanse eilanden in gelijke mate, tenminste de heersende kasten aldaar, die van huis uit Nederlands spreken, Hebben de kwade tongen die beweerden dat dat nu juist de bedoeling is, ongelijk?”


Ik denk dat veel mensen er nu nog steeds zo over denken. Doet je wel twijfelen aan de stappen die nu in 2008 veertig jaar later ondernomen worden.......

Curaçao. na 30 mei 1969


[van Arco Carib, 8 april 2008]

W.F. Hermans en Emmy Meurs

door Carry-Ann Tjong-Ayong


Op school las ik De donkere kamer van Damocles. Verrukt was ik door het boek met de intrigerende titel, van een schrijver die mij nog onbekend was. De jaren daarna kocht ik elk boek van hem dat verscheen.

Wij woonden in Groningen en mijn zus en ik gingen studeren aan de Universiteit. Ik deed Spaans en werd bestuurslid van de Literaire Faculteitsvereniging. Zij deed Sociale Geografie en werd studente van mijn idool. Maar toen ik een lezing moest organiseren en haar hulp inriep, weigerde zij resoluut. “Hij geeft nooit lezingen!” Ik liet mij niet terneerslaan en schreef hem een brief met mijn verzoek. Tot mijn verbazing kreeg ik een brief terug. Ik mocht langskomen. Ik was dolenthousiast en mijn zus stomverbaasd.

De bewuste dag fietste ik naar de Ossemarkt, waar hij op de hoek woonde. Ik belde aan. Een vriendelijke man stak mij zijn hand toe. Was dit die bullebak? “We praten eerst wat en dan heb ik een verrassing,” lachte hij.

Ik vertelde wat de bedoeling van de lezing was. “Prima!” zei hij, “Dat is dan afgesproken”. Ik wist niet wat ik hoorde. 


Emmy Hermans-Meurs

Een klopje op de deur en een Surinaamse kwam lachend met een dienblad met koffie binnen. “Dit is de verrassing,” lachte Hermans, “Mijn vrouw Emmy.” Emmy Meurs bleek een vriendin van mijn nichten, de 3 meisjes Hajary en haar broer Hans was een studiegenoot van mijn vader, Frits. “Toen ik de naam Tjong-Ayong noemde, zei Emmy onmiddellijk dat ik niet mocht weigeren!” lachte Hermans. Ik kon mijn geluk niet op.

Thuis keek mijn zus met grote ogen. “Jij hebt ook altijd mazzel!”

De lezing was een groot succes. Ik was in ieders achting gestegen en werd een paar jaar later met veel voorkeursstemmen gekozen in het eerste studentenparlement van Groningen.

Wij werden goede vrienden en ik kwam er nog vaak thuis, waar ik soms met Ruprecht speelde. Zij verhuisden eerst naar Haren en toen naar Parijs en Brussel, waar hij overleed. Emmy leefde nog tot 2008. Ik heb nu contact met haar nichtje in Utrecht.

Cat 27/4 2012