Posts tonen met het label Doelwijt Thea. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Doelwijt Thea. Alle posts tonen

zondag 16 maart 2014

Thea Doelwijt - Ze willen het niet weten

Ze willen het niet weten, dus luister naar mij
Na de slavernij noemden ze mij Misi Bethania
Uit de bijbel, ja
Ik heb hard gewerkt voor mezelf, zonder meester
Een erf gekocht, een huis gebouwd, ja Molenpad
Mannen was ik zat, ze moesten mij niet hinderen
Wel zei ik ja tegen hun kinderen

Nu lopen wij samen langs deze grachten
Zie je ons dansen, hoor je ons zingen van al die rijke dingen
O, die Amsterdamse grachten
Waarom hebben jullie daaraan je hart verpand?

Wacht, wacht, ik begrijp het al
Je hebt je oog laten vallen op een grachtenpand
Net als de kooplieden van de zeventiende, achttiende, negentiende eeuw
Die handelden in slaven... dat weten we nu wel
G + G is grachtengordel
Kom maar met je oude oma mee
*Keizersgracht 177... dankzij die familie daar
Mochten 3000 Afrikanen per jaar naar het Caraïbisch Gebied
*Herengracht 514 dankzij die eigenaar daar
Konden in 1692 500 slaven naar Suriname
*Herengracht 502 ... ja, dat huis van de burgemeester
Vroeger woonde er een rijke handelaar in slaven
*Keizersgracht 672 ... ai mevrouw Borski met uw vier miljoen gulden
Natuurlijk bezat u plantages in Suriname en duizenden slaven

*Herengracht 473 tot 475... ha, daar genoten ze van onze suiker!

G en G... zonder slaven bestonden die panden niet
Mijn huisje wel, noteer dat snel
Dan zingen wij samen: O, die Amsterdamse grachten

Dank u, slavernij u bestaat nog steeds
Wacht nog even met dat verhaal over afschaffing
Laat de slaven in uw handen blijven
(Zij vechten zichzelf wel vrij is onze verwachting)






donderdag 23 januari 2014

Naks Opo Yari Konmakandra

Hierbij nodigt Stichting NAKS Nederland u uit voor een "Opo Yari Konmakandra" op 26 januari 2014. Wij willen samen met u het jaar op een bijzondere culturele manier inluiden. Wij zouden het fijn vinden als u behalve gezelligheid ook bereid bent uw talent met ons te delen in de vorm van singi en of puwema.
Manoushka Zeegelaar-Breeveld voor een portret van Thea Doelwijt

Programma
15.30- 16.00u Inloop
Culturele opening
Welkomstwoord Voorzitter NAKS Nederland
Singi en puwema ondersteuning sisa Thea Doelwijt
Gezellig samenzijn
19.00u Einde

Plaats: Vereniging Ons Suriname, Zeeburgerdijk 19a. 1093 SK Amsterdam 

Graag de bevestiging van uw komst uiterlijk 24 januari telefonisch 0644702046 of via mail: stichting-naks-nederland@live.nl. Wij kijken ernaar uit om u op deze dag te verwelkomen. 


zaterdag 4 januari 2014

2013 excursies naar Tilburg, wandelingen in Haarlem en take pArt in art in Katwijk

door Dineke Stam

Hét thema van 2013 voor mijn werk was het slavernijverleden. In januari, maart, april en september met bijzondere busexcursies naar de expositie Zielenzorg en zielenmoord, over Peerke Donders en de slavernij. Dankzij de goede samenwerking met het Peerke Donderspaviljoen, Petra Robben, Jenny Wesly, Noraly Beyer, Lianne Leonora, Alex van Stipriaan, Stacey Esajas, Jetty Mathurin, Joan Ferrier, Alice van Gorp, Ray Blinker, Rihana Jamaludin en chauffeur Bertus beleefden randstedelingen een unieke dag in Tilburg. Alle deelnemers bedankt voor de interessante programma’s.

De maanden mei en juni waren gevuld met symposia, cultuur, onderzoek en bijeenkomsten rond het herdenkingsjaar 150 jaar afschaffing slavernij. Veel heb ik geleerd van de inhoudelijke redactie voor de middag over Spoken Slavery bij Imagine IC. hart.amsterdammuseum.nl/63898/nl/immaterieel-erfgoed. Het intense boek van Saidiya Hartman Scenes of Subjection. Terror, slavery and self-making in 19th century America, was ook een inspiratiebron voor het artikel over het staatstoezicht, dat ik schreef voor de educatieve website www.slavernijenjij.nl/. Voor Museumvisie 2013/4 schreef ik een artikel over de museale herdenkingen. Van alle toneel, film, dans en lezingen vond ik de musical Op weg naar Vrijheid (tekst Thea Doelwijt) zowel inhoudelijk als in de uitvoering (m.m.v. Denise Jannah) erg goed.

Scène uit de musical Op weg naar de vrijheid

Dankzij de fijne samenwerking met Ineke Mok en Haarlemse instellingen, presenteerden we op 17 augustus 2013 Hoezo, Haarlem en Slavernij?, een wandelroute, een expositie in het Noord-Hollands Archief, lezingen van het Discriminatiebureau Kennemerland en presentaties in Haarlemse musea. Meer hierover op www.cultuursporen.nl/blog/hoezo-haarlem-slavernij-internationaal-een-gedeelde-erfenis/ en op http://www.noord-hollandsarchief.nl/slavernij. Alle wandelaars dank voor het meedoen.
Verder werkte ik mee aan: een unieke 8 maart viering in het Dr Aletta Jacobscollege met tv optreden toe http://www.at5.nl/tv/straten-van-amsterdam/aflevering/11760; het 6de Inclusive Museum congres in mei in Kopenhagen; het EU project Tell me symposium met Poetry Circle Nowhere in Porto; de opening van het Verzetsmuseum Junior in oktober; de eerste excursie met het nieuwe EU pArt project - participation in art - naar Katwijk met de Artimobiel.
Het Zeeuws Archief

Slavernij blijft ook in het komende jaar een thema. Voor het Zeeuws Archief en de Stuurgroep Slavernijverleden 2013-2014 help ik mee de NiNsee-expositie Kind aan de Ketting in de Abdij van Middelburg te presenteren. Met Dienke Hondius van de VU, Nancy Jouwe van Kosmopolis Utrecht en onderzoekers uit verschillende steden, werken we aan Mapping Slavery – het koloniale slavernijverleden van Nederland op de kaart zetten.http://kosmopolisutrecht.nl/blog/2013/10/project-mapping-slavery-nl-van-start/. Wie weet wat er verder komt.

Ik wens iedereen een gezond, creatief en liefdevol 2014.


vrijdag 13 december 2013

Thea Doelwijt 75

Thea theater

door Stuart Rahan
Thea Doelwijt. Foto © Usha Marhé

“Je kan het land maar beter verlaten”, fluisterde een vriend van theatermaker Thea Doelwijt in 1983 haar zo zachtjes mogelijk in de oren. Bang om ook gehoord te worden door de militaire machthebbers die weinig gevoel voor theater hadden, behalve hun eigen deerniswekkend theater.

De vriend van ook dezelfde militaire leiding voelde op z'n Surinaams aan dat militairen van het kaliber Desi Bouterse geen grappen maken. Deze militairen hebben een ander podium om zich te doen gelden. Een podium waar drank en ander geestverruimende middelen nodig zijn om dik'ati te krijgen voor het plegen van daden als op 8 december 1982.

De fluistering klonk zacht doch indringend. Koffers werden in allerijl gepakt en de ban uit het land van warmte en hartverpanding was een feit. Wat was haar nummer op de in die periode circulerende dodenlijst? Misschien zijn nog de laatste en enige tranen voor het geliefde land toen gevallen. Aan een afscheid was nooit gedacht toen Thea Doelwijt zich begin jaren zestig vestigde in het land waar de navelstreng van haar vader begraven ligt. 'T is deels toch ook haar moederland.

In de week dat Nelson Mandela overleed, werd theatermaakster Thea Doelwijt 75 jaar oud. Nelson Mandela was geen pacifist toen hij werd opgepakt en voor een periode van 27 jaar opgesloten. In het gevang realiseerde hij hoe groot zijn invloed wereldwijd met de dag groeide. Sterker nog, hij kon zich geen binnenlandse oorlog permitteren wilde hij ooit een vrij man met nationale en internationale verantwoording zijn. Mandela deelde de meest tot de verbeelding sprekende klap uit. Iedereen verwachtte een jacht op de handhavers van apartheid. Niets minder dan dat. Mandela deelde een psychische maar effectieve klap uit: de biecht. Zij die het aanhoorden, werden week van woede. Zij die opbiechtten, hun ziel knakte. Op dit soort momenten doet het geloof in een God wonderen.

Thea Doelwijt kan moeilijk een pacifist genoemd worden in de juiste zin van het woord. Zij schoot met scherp vanaf het podium op tegenstanders van het volk waar zij deel van uitmaakt. Doden vielen er tot nu toe niet als de nestor van het Surinaamse theater, zoals goede vriendin Noraly Beyer haar noemde, weer eens uithaalde naar de leiders van haar geliefde Suriname, het land dat in 1980 een echt Zuid-Amerikaans land werd. Een thema dat sindsdien als een rode draad loopt in alle geproduceerde stukken. Toen Doe Theater, nu Preyprey Theater. En ik kan je vertellen, a no prey bigi misi Thea e prey. Generaties aanstormend talent of eendagsvliegen kregen van haar de kans hun eerste of enige schreden te zetten op het podium. En met prettige herinneringen. Onder meer Gerda Havertong, Helen Kamperveen en Mike Ho Sam Sooi hadden na hun eerste beproeving de smaak te pakken. Theaterkunsten werd hun beroep.



Geef Thea Doelwijt woorden en zij bouwt theatermuren. Geef Thea Doelwijt een thema en zij bouwt het dak van het theater om onder te schuilen. Geef Thea Doelwijt een kistje en zij creëert een podium, stijgt daarmee boven het publiek uit met een boodschap die verder reikt dan een oceaan kan scheiden. Praat je in Surinaamse kringen over theater, en het Surinaams theater heeft een rijke geschiedenis, en je noemt de naam van Thea Doelwijt niet dan heb je in een 'theatercomateuze' toestand geleefd. Zij legt de vinger op de zere wonde. Theater is voor haar het wapen om je verwonde geest te helen. Een lach, een traan, een brasa. Het is niet de koude loop van een uzi in je rug die bij te veel spanning verhit raakt en dodelijke slachtoffers maakt. Neen, theater is ontspanning die je verwonde geest heelt.


Bigi misi Thea, we gaan terug naar Suriname om theater te maken. De scheiding van je dierbare winti heeft te lang geduurd. Met een rituele wasi zullen wij weer worden verenigd. Die hereniging verdient als aanzet de hoogste orde van verdienste. Het land is niet van hun. Suriname is van ons.

[uit de Ware Tijd, 12/12/2013]

zaterdag 25 mei 2013

Land te koop


[Twee fragmenten van liederen uit Land te koop (1973) waarin het dubbele perspectief van het Doe-theater duidelijk wordt]:

Dit is de tijd voor een nieuw geluid

Suriname gaat nu echt vooruit
Geen enkele regering houdt het eeuwig uit
De vakbond hoopt zijn laatste hoop
En iedereen gaat voor de politie op de loop
Dit is de tijd voor een nieuw geluid

Kolonialisme is verleden tijd
We raken al onze oude dingen kwijt
Alle hebies sterven uit
Maar hoe maak je een heel nieuw land
Zonder koninkrijksverband  [...]


Surinaams Panorama. Uit De West

Land te koop

Land te koop
Land te huur
Spotgoedkoop
En echt niet duur.

We gaan naar Holland aan de zee
Hé kom je mee? Hé kom je mee?
Want in Suriname kun je niets leren
In Suriname kun je toch niet studeren
Hé kom je mee? Hé kom je mee?
Suriname is maar een troep
Het stinkt er naar plasje en ook naar poep
Hé kom je mee? Hé kom je mee, kom je mee?

In Suriname kom je niet vooruit
In Suriname word je uitgebuit
Daarom naar Holland aan de zee
Schiet op, kom mee, allemaal mee. [...]

Fragment uit Lachen, huilen, bevrijden over Keskesi Sani (Apenkuren) uit 1978

(In de eerste helft van het stuk zijn er een politicus, twee schoonmaaksters en een wachter op het toneel. De politicus zit enorm te ‘dyaffen’ over alle grootse projecten):

‘De schoonmaaksters zijn wel vatbaar voor de mooie praatjes van de politicus. Ze verdienen weinig, hebben te maken met hoge kosten voor hun levensonderhoud en willen graag vooruit. Als de politicus met een nieuw project voor de armen en de hosselaars komt, hebben zij aanvankelijk wel hun twijfels, maar de politicus belooft de schoonmaaksters mooie dingen in ruil voor hun inzet. Het enige dat moet gebeuren is alle oude dingen vervangen door moderne dingen. De veerboot wordt een brug, de koopman wordt een supermarkt, de wasvrouwen en straatvegers worden door machines vervangen, de wachters door politieagenten en soldaten. In ruil voor hun inzet zullen deelnemers bijzondere jassen krijgen. Door een jas naar keuze aan te nemen, kunnen zij worden wat ze maar willen. Alleen de wachter, een slimme en harde werker, laat zich niet misleiden door de politicus. Hij ziet in dat voor vooruitgang hard gewerkt moet worden. De ‘jassen’ van de politicus brengen misschien op het eerste gezicht voorspoed, maar in feite dragen zij alleen maar bij aan de apenkuren in het land. Zo wordt de eerste schoonmaakster met haar nieuwe jas op slag zakenvrouw. En als je eenmaal geld hebt, dan kun je volgens de politicus dag en nacht dansen en zingen. Want waarom zou je nog werken? De andere schoonmaakster ziet het gebeuren en wil zelf ook wel een mooie jas. De politicus biedt de tweede schoonmaakster verschillende jassen aan, maar niets is goed genoeg: directeur, importeur, profiteur, pedagoog, psycholoog, ideoloog. De schoonmaakster wil nog maar één ding: de jas van de politicus. Terwijl op de achtergrond de ‘zakenvrouw’ zich steeds meer als aap gaat gedragen, vechten de politicus en de schoonmaakster om de jas van de politicus. Ook zij gaan steeds meer op apen lijken.’ [...] (pp. 97-98)

vrijdag 24 mei 2013

Lachen, huilen, bevrijden

door Els Moor
Annika Ockhorst

Lachen, huilen, bevrijden is de titel van het onlangs verschenen boek met als ondertitel: De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983, geschreven door Annika Ockhorst met medewerking van Thea Doelwijt.

Annika had als studente geschiedenis aan de universiteit dit onderwerp voor haar afstudeerscriptie en bij haar onderzoek mocht ze gebruik maken van het persoonlijk archief van Thea Doelwijt. Van het een komt het ander: een aantrekkelijk boek dat naast de geschiedenis van het Doe-theater en de bespreking van alle voorstellingen veel foto’s bevat en teksten en liederen uit de verschillende cabarets, musicals en toneelstukken voor de jeugd die het Doe-theater in de loop van die dertien jaren in Suriname en andere landen op de planken zette.

Thea Doelwijt en Henk Tjon waren de oprichters van het Doe-theater. Zij ontmoetten elkaar via regisseur Hans Caprino die, door de Sticusa uitgezonden naar Suriname eind jaren zestig, een brug wilde slaan tussen het Surinaamse theater en de nog jonge generatie nationalistische schrijvers. Hij trainde leden van de schrijversgroep ‘Moetete’, onder hen Thea Doelwijt. Toen zij bezig was met het schrijven van haar eerste cabaret, Frrrek, bracht Caprino haar in contact met Henk Tjon. Het klikte meteen tussen de twee nog jonge theatermensen, creatieve geesten die samen iets nieuws van de grond tilden, op het juiste moment, het Doe-theater!
Thea Doelwijt en Henk Tjon. Foto: Maria Austria/MAI. Collectie TIN.

Het boek Lachen, huilen, bevrijden zit goed in elkaar. De lezers krijgen een duidelijk beeld van de Surinaamse maatschappij en politiek in de besproken jaren en hoe het Doe-theater daarop reageert met voorstellingen, positief, maar ook kritisch, met veel humor en vanuit de multiculturele werkelijkheid van Suriname. De stukken zijn niet alleen in het Nederlands; vele zijn een ‘moksi patu’ van Sranantongo, Nederlands en Engels. Dat hoort bij de taalsituatie van Suriname, maar er kwam ook wel kritiek op. Heel goed is het dat in het boek positieve zowel als negatieve reacties op de voorstellingen worden weergegeven!

De indeling: eerst een algemeen hoofdstuk over het Doe-theater, dan vier hoofdstukken over de verschillende periodes. Die hebben eerst een historisch overzichtje van die jaren en dan de bespreking van de voorstellingen die in die periode gebracht zijn, met aan het begin een overzicht van alle gegevens, dan de inhoudelijke bespreking van het stuk met bijzonderheden en reacties en ten slotte een aantal liederen uit de producties. De vier periodes zijn: ‘Het begin van het Doe-theater, 1970-1974’, ‘Onafhankelijkheid in zicht, 1974-1975’, ‘De falende opbouw, 1975-1980’ (duidelijke titel!) en ‘Het Doe-theater en de militaire staatsgreep, 1980-1983’.

De naam ‘Doe’ heeft betrekking op heden en toekomst: wat moeten we ‘doen’ om Suriname op te bouwen tot een werkelijk zelfstandig en goed leefbaar land in de nabije toekomst. Maar ook op het verleden, de 18de eeuw, toen toneelstukken werden opgevoerd met muziek, dans en spel door ‘Doe-gezelschappen’, waarin naast eigenaren van plantages ook slaven een rol speelden in stukken die toestanden hekelden en soms ook een middel waren om ruzies tussen verschillende plantage-eigenaren uit te vechten.

Belangrijke doelstellingen voor Thea en Henk waren dat er in Suriname toneel zou komen dat van professioneel hoge kwaliteit was, maar wel vanuit de Surinaamse werkelijkheid en culturen. Ze zetten zich af tegen de Nederlands georiënteerde werkwijze van bijvoorbeeld Sticusa. Het is interessant dat bij de bespreking van de verschillende voorstellingen in het boek ook kritiek weergegeven wordt, vanuit de Surinaamse media, maar ook vanuit Nederlandse critici, als er voorstellingen in Nederland waren. Daardoor wordt een verschil in perspectief duidelijk. Surinaamse journalisten die van binnenuit kijken, vanuit hun eigenheid en Nederlandse die verschillende keren vrij fel negatief reageren met woorden als ‘clichématig’, ‘ouderwets’, ‘te weinig kritisch’ en vooral ‘primitief’. Dit zegt veel over de manier waarop buitenlandse deskundigen, ook nu nog, vaak aankijken tegen Suriname en andere landen die in een ander ontwikkelingsstadium verkeren dan hun eigen land. Het succes dat de meeste stukken van het Doe-theater hier hadden, in de stad, maar ook in de districten en het binnenland, laat zien dat de stukken het publiek aanspraken vanuit de eigen leefwereld en hopelijk heeft het op een creatieve manier aangezet tot kritisch denken over de realiteit van het eigen land.
Mariëtte Moestakim. Foto © Usha Marhé

Bij de bespreking van ieder stuk worden ook de medewerkers genoemd. Die hadden het vaak niet makkelijk als er weer eens financiële problemen waren. Er werd veel steun geboden aan het Doe-theater, maar soms zat het financieel aan de grond, ook doordat de entreeprijzen heel redelijk waren om zoveel mogelijk Surinamers naar Thalia, het ‘huis’ van het Doe-theater, te laten komen. Er zijn vaste medewerkers, vanaf het begin, zoals René Recappé in de eerste jaren en Mariëtte Moestakim, Rieke Eersel en Mildred van Eer vanaf 1977. De drie dames bleven tot het eind van Doe-theater actief. Kijken we naar de cast van de verschillende producties, dan zien we soms ineens veel namen van bekende Surinamers. Aan Libi span ini na ati fu Sranan, een soort ode aan de verschillende Surinaamse culturen uit 1979, namen bijvoorbeeld ook Ilse-Marie Hajary en Marlène Lie A Ling deel. Ook Nardo Aluman en André Cirino, beiden uit de cultuur van de inheemsen. In latere stukken zien we ook Wilgo Baarn optreden, Chandra van Binnendijk, Hans en Borger Breeveld en Alida Neslo. Het Doe-theater was dus een echt Surinaamse onderneming waarbij zoveel mogelijk getalenteerden betrokken werden, ook op het gebied van het uiterlijk van de voorstellingen, zoals decors, kostuums en grime. Henk Tjon was verbonden aan het Doe-theater tot na de productie van Linkse Lucie, eind juli 1982, die hij regisseerde. Een stuk vol kritiek op de politieke situatie toen, enkele maanden voor de Decembermoorden. Er ontstond een verwijdering tussen hem en Thea en hij vertrok. In 2009 is hij overleden. Het is wel gek dat dat niet in het boek staat, dat van 2012 is.
Henk Tjon

Thea Doelwijt kreeg in 1983 van een relatie van de machthebbers te horen dat ze het land beter kon verlaten. Ze was toen bezig met een nieuw stuk, Beestachtig. De titel zegt al veel, maar van een opvoering is het nooit meer gekomen. Thea woont nog steeds in Nederland en is actief met theaterproducties gebleven, waarvan er vele in de afgelopen jaren hier zijn gebracht, in Thalia, het ‘huis’ van het Doe-theater dat toen helaas niet meer bestond. Thea kon de ‘Du’ niet loslaten. Met het Prépré-theater uit Amsterdam maakte ze voorstellingen van Na Gowtu Du en Na Dyamanti Du, die ook naar Suriname kwamen. Ook werd ter gelegenheid van 173 jaar Thalia Spokendansen / Land te koop vroeger en nu opgevoerd. En Stop je hoofd nooit in een Spinnenweb (naar een jeugdboek van Thea), een cabaretmusical met muziek van Eldridge Zaandam kwam tot stand in samenwerking met het Kinderboekenfestival Suriname 2007 en werd daar ook opgevoerd.

Het is niet mogelijk hier alle stukken van het Doe-theater de revue te laten passeren. Ik beperk me tot één per periode. Hopelijk zet dat onze lezers aan om het boek zo snel mogelijk in bezit te krijgen. Land te koop is uit 1973, de eerste periode dus. Het stuk bestaat uit liedjes en sketches. Op een van de foto’s zien we dat ook Helen Kamperveen meewerkte. De thematiek heeft steeds weer te maken met de onzelfstandigheid van Suriname. In het lied ‘The land nobody knows’ wordt de gebrekkige kennis van Surinamers van hun eigen land belicht. Het onderwijs is immers op Nederlandse leest geschoeid! De titel van het volgende lied, ‘Dit is de tijd voor een nieuw geluid’ zegt al veel hierover. Het geringe vertrouwen in eigen land doet een grote drang tot emigratie ontstaan. Ook dat speelt een rol in Land te koop.

Scène uit Land te koop


Libi span ini na ati fu Sranan is uit de tweede periode. Uiteraard speelt het thema ‘onafhankelijkheid’ een grote rol erin, maar het stuk is ook een duidelijke ode aan de verschillende Surinaamse culturen die een rol erin spelen. Daardoor heeft het veel weg van een ‘kulturu neti’.
En dan de derde periode, ‘De falende opbouw’ van 1976-1980'. Wie deze periode bewust meegemaakt heeft, herinnert zich de politieke blunders, de ruzies tussen politici en vooral het ontbreken van een gemeenschappelijke visie op een positieve ontwikkeling van de jonge republiek. In deze periode wordt er onder andere een stuk over Anansi gespeeld, Anansi kontra masra Bobo, Masra babari, Misi Fes’koki, Misi Sabiman nanga Masra Konflaw. De verschillende karakters worden zichtbaar door sprekende maskers die door de kunstenaars Ron Flu en Paul Woei zijn gemaakt. Vooral slechte arbeidsverhoudingen worden gemanifesteerd, vol geweld van de kant van de ‘Masra’. Het lijkt werkelijk op de tijd van slavernij en contractarbeid.

Ba Uzi is hét stuk van de periode 1980 -1983. Het laat verschillende emoties zien die de coup van 25 februari 1980 oproept bij het publiek: enerzijds hoop op betere tijden en anderzijds vertwijfeling en angst. De ‘falende opbouw’ is voorbij, maar hoe zal het verder gaan na de ingreep van de sergeanten? Die vraag geeft veel onzekerheid. In het slotlied wordt de thematiek nog een keer samengevat:
‘heb je kans, mijn land / om een bloem te worden / een bloem die bloeit / uit de loop van een geweer / heb je kans mijn land?’

Marijke van Geest heeft het ‘Nawoord’ geschreven. Zij verzorgde lessen in dramaturgie aan de Doe-theateropleiding met het doel de medewerkers van de groep inzicht te geven in de achtergrond van theater, de geschiedenis, de theorie en de analyse van bekende stukken. Zij eindigt met de constatering dat het boek van Annika Ockhorst een belangrijke aanwinst is voor de theaterwereld in Suriname, maar ook in Nederland waar een theaterinstituut zich onder andere bezighoudt met het Doe-theater. Ik sluit me hierbij van harte aan, maar wil eraan toevoegen dat het boek niet alleen is voor theaterliefhebbers en -werkers, maar hier vooral ook voor lezers die de situatie in de verschillende Doe-periodes meegemaakt hebben en ‘last but not least’ voor jongeren hier die bijzonder weinig tot ‘neks’ weten van die tijd tussen 1970 en 1983. Op een leuke manier krijgen ze inzicht in essentiële zaken uit het nabije verleden, waar veel ouderen liever over zwijgen. Angst? Maar je moet wel inzicht hebben in het verleden om de huidige maatschappij te kunnen beoordelen! 


Annika Ockhorst met medewerking van Thea Doelwijt: Lachen, huilen, bevrijden. De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983. Leiden: Brill, 2012, met steun van KITLV. ISBN 978-90-04-24881-6
Documentaire op dvd: Er is nog een extraatje voor de lezer bij het boek gevoegd: een dvd met een documentaire van Jan Venema van de Nederlandse televisie over het Doe-theater uit 1980, Libispan ini na ati fu Sranan. Een vrolijke documentaire die ook ernstige zaken over de toestand in het land aan de orde stelt. De documentaire bevat fragmenten uit de producties van het Doe-theater en veel gesprekken met en liederen door acteurs. Veel is opgenomen in de stad Paramaribo. Dat geeft vrolijke beelden, ook door de expressieve en beweeglijke manier waarop de acteurs communiceren, wan tru Sranan sani!

donderdag 2 mei 2013

Doe-theater: Lachen, huilen, bevrijden

V.l.n.r. Adeiye Tjon, Annika Ockhorst, Thea Doelwijt, Enero Moestalam, Gerda Havertong, Mariëtte Moestakim, Mike Ho-Sam-Sooi. Foto © Usha Marhé

door Usha Marhé

Wijlen Henk Tjon, één van de oprichters van het Doe-theater, heeft de presentatie van een mooi boekwerk over dit theater op 9 december 2012 niet meer mee kunnen maken.  Lachen, huilen, bevrijden – De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983 is geschreven (en onderzocht) door Annika Ockhorst. Met medewerking van Thea Doelwijt, de andere oprichter van het theater, die er wel was en het eerste exemplaar in ontvangst mocht nemen. Het boek is uitgegeven door het KITLV. Tijdens de presentatie brachten oud-spelers van het Doe-theaters Mike Ho Sam Sooi, Gerda Havertong en Mariëtte Moestakim samen met Adeiye Tjon (de zoon van Henk Tjon) op gitaar begeleid door Enero Moestalam enkele stukken uit het vroegere repertoire ten gehore. Enero Moestalam verving Harto Soemodihardjo, die van te voren de stukken met hem had doorgenomen. Harto is ook een oud-speler van het Doe-theater en in Nederland vooral bekend als leider van de begeleidende band in de tv-show van Jörgen Raymann.


Met de cabaret-musical Land te koop namen Thea Doelwijt en Henk Tjon het Surinaamse en Nederlandse publiek in 1973 mee op ontdekkingsreis door Suriname. Na het succes van deze voorstellingenreeks richtte het duo een vast gezelschap op: het Doe-theater. In de tien jaar die volgden groeide dit theatergezelschap uit tot een begrip in Suriname. Het Doe-theater streefde een professionele en eigen theatervorm na waarin alle Surinaamse culturen zichzelf konden herkennen en waarmee de bevolking bewust werd gemaakt van misstanden in de samenleving. Door deze combinatie van professioneel, multicultureel en maatschappijkritisch theater verwierf het Doe-theater zichzelf een unieke plek in de culturele geschiedenis van Suriname. In 1983 hield het Doe-theater op te bestaan, vanwege kritische stukken over het militair regiem in Suriname.
Het boek Lachen, huilen, bevrijden beschrijft het reilen en zeilen van het Doe-theater tegen de achtergrond van een veelbewogen Surinaamse geschiedenis. Interviews met voormalige Doe-theaterleden en andere betrokkenen en Surinaamse en Nederlandse krantenartikelen. Foto’s, liederen, theaterteksten en de bijgevoegde documentaire op dvd Libi Span van Jan Venema geven een levendig beeld van het Suriname van toen. Te koop bij het KITLV.

[overgenomen van Usha Marhé’s blogspot]

zaterdag 6 april 2013

Thea Doelwijt - Gi Sophie Redmond

Sophie Redmond
Sophie, je moet die speld zien
Die gouden viool-speld
A moi, a switi
Bijna huil ik
Als ik naar hem kijk

Je hebt jonge vrouwen geïnspireerd
Oudere ook, maar nownow, luku...
Twee jonge radio-vrouwen
Van een Amsterdamse radiozender
Cheryl Vliet en Anita Plowell

Ze kwamen bij me langs
Omdat ik enkele stukken van jou
In een YWCA-boek heb gebundeld
En een tv-stuk rondom jou
Heb gemaakt, met Jan Venema
Jij werd gespeeld door Gerda Havertong

We hebben over jou gepraat, Sophie
Zondag 17 maart
Vrouwen die iets betekenen in Nederland
Zoals dr. Joyce Sylvester
Hebben het woord gevoerd

Goed, hè
Sranan uma willen eenheid en kracht
In een niet altijd aardige wereld

En toen kreeg ik... omdat jij altijd
Als zwarte vrouw viool speelde
Achter gesloten gordijnen, ja
Toen kreeg ik de gouden viool-speld
Voor jouw en mijn inzet hier en daar

Laten we doorgaan, Sophie
En onze vrouwenwereld sterk(er) maken

Thea Doelwijt



zaterdag 30 maart 2013

Burgemeester Joyce Sylvester: “Dokter Sophie Redmond inspireerde mij”

door Stuart Rahan
Joyce Sylvester


Amsterdam - In een overvolle zaal bij de Vereniging ‘Ons Suriname’ hield dr. Joyce Sylvester, burgemeester van Naarden, op zondag 17 maart de eerste dr. Sophie Redmond-lezing. De volgens Sylvester te vroeg overleden Sophie Redmond heeft haar in die mate geïnspireerd dat er enkele overeenkomsten zijn.
"Je kunt je ontwikkelen, deuren openen voor anderen en genieten van de hobby's in het leven." Sophie Redmond werd 'dokteres', speelde viool en schreef toneelstukken. Joyce Sylvester haalde haar doctoraatsgraad Staatsrecht en werd burgemeester. In haar vrije tijd is zij operazangeres.

Voorloper
Nu zijn er meer vrouwelijke artsen in Suriname. Sophie Redmond is wat dat betreft een voorloper geweest van de emancipatiebeweging in Suriname. Ze toonde met haar achtergrond aan dat vrouwen zich konden ontwikkelen. "Daarmee gooide zij een steen in de vijver", onderstreepte Sylvester haar kracht. Zij gaf ook aan dat de groep vrouwen van het kaliber Sophie Redmond groter werd doordat de wetgeving vrouwen gelijkstelden aan mannen. Helaas blijkt Joyce Sylvester de enige vrouwelijke burgemeester van Surinaamse afkomst.

Discriminatie
Toentertijd was het geen optie om als donkere creoolse vrouw een doktersopleiding te volgen. Het hoogst haalbare was onderwijzeres. De elite lichtkleurige samenleving eigende zich dat voorrecht toe. Die discriminatie merkte Sophie Redmond dan ook gedurende de opleiding. Zij slaagde er desondanks in om op 28-jarige leeftijd haar studie als arts af te ronden. Ook werd zij politiek actief. Als onafhankelijke kandidaat stelde zij zich verkiesbaar. Zij werd niet gekozen. Redmond overleed op 18 september 1955 in het 's Lands Hospitaal nadat zij eerder op de dag onwel was geworden tijdens een vergadering. Uit de zaal wist iemand te vertellen dat zij net terug was van een bezoek aan Para. Of er een verband met het bezoek en haar vroegtijdige dood was, kon niet met zekerheid gezegd worden.
Sophie Redmond

Inhaalslag
Joyce Sylvester keek ook verder dan de Surinaamse en Nederlandse grenzen waar vrouwen het niet altijd even gemakkelijk hebben. De inhaalslag moet nog gemaakt worden. "Ik vind het vandaag de dag niet vanzelfsprekend dat vrouwen zich kunnen ontwikkelen op allerlei gebieden. Wereldwijd is er nog flink wat werk te verrichten." Als het om de Nederlandse politiek gaat ziet zij veel mogelijkheden voor minderheden als Surinamers. Die kansen moeten als het haar ligt, aangegrepen worden. In haar eigen Partij van de Arbeid blijkt er ook weinig animo te zijn. Om daar invloed op uit te kunnen oefenen, maakt zij deel uit van de selectiecommissie voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Zij riep het overwegend Surinaamse publiek dan ook op massaal te reageren en de politiek op deze manier meer kleur te geven. Zij schetste een beeld van weinig kleur in de Tweede Kamer. Drie van de honderdvijftig leden hebben slechts een Surinaamse achtergrond. Dat aantal is bedroevend, zeker als je de Eerste Kamer bekijkt. Zij blijkt de enige met een Surinaamse achtergrond. "Ik ben voorstander van het instellen van quota in combinatie met monitoring", is haar voorstel ter verbetering van de situatie waarin zij liever praat over een glas dat half vol is.

Thea Doelwijt en Romeo Hoost


Succesvol
De eerste Sophie Redmond-lezing werd afgesloten met de vertoning van een korte verfilming van het toneelstuk Misi Jana e go na stembus. Het stuk is geschreven door Sophie Redmond en bewerkt door toneelschrijfster Thea Doelwijt. De organisatie van deze succesvolle middag was in handen van Cheryl Vliet en Anita Plowell van Stichting Double Seven FM. De tweede Sophie Redmond-lezing staat als gepland voor volgend jaar waar weer een prominente Surinaamse vrouw een inleiding zal verzorgen.

[uit de Ware Tijd, 22/03/2013]

donderdag 21 februari 2013

Liber Amicorum Els Moor


Ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag heeft Els Moor een vriendenboek gekregen. Het werd haar officieel aangeboden op zondag 22 juli van het afgelopen jaar ten huize van Hilde Neus, die samen met Jan Bongers de redactie voerde van het boek. De titel is Uitlandig. In het nawoord zeggen de samenstellers: Ze is van hier, hoewel ze voor sommigen altijd een uitlandige blijft.

Els Moor betekent veel voor de literatuur in Suriname. Het is dan ook een bundel over en met literatuur in 22 nieuwe bijdragen, allen zeer passend in de Surinaamse context. De bijdragen zijn geschreven door Jannus H. Mulder, Lila Gobardhan-Rambocus, Marja Themen-Sliggers, Joop Vernooij, Thea Doelwijt & Marijke van Geest, Ed van den Boogaard, Ismene Krishnadath, Michiel van Kempen, Cynthia Mc Leod, Wim Rutgers, Robertine Romeny, Jerry Egger, Hilde Neus, Cobi Pengel, Jerry Dewnarain, Anne Huits, Guus Rekers, Ellen Ombre, Christine F. Samsom, Anne Marie Uhlenbeck, Marieke Visser en Jabón. Het omslag is van Nicolaas Porter.

 Els Moor was er erg blij mee.

Voor meer informatie over de artikelen en de bundel: Hilde Neus: heneus@sr.net
ISBN 978-99914-7-186-0

Els Moor op het Kinderboekenfestival 2012. Foto © Schrijversvakschool Paramaribo

donderdag 13 december 2012

Doe-theater schrijft geschiedenis

door Stuart Rahan

Amsterdam - Even leken oude theatertijden te herleven. Een stukje Land te koop uit 1973 van het Doe-theater werd zondag opgevoerd voor een volle zaal van Vereniging Ons Suriname. Maatschappijkritisch theater van toen Suriname nog niet onafhankelijk was en zoals het stuk de relatie benoemde, het enige ontwikkelingsland dat ontwikkelingshulp gaf aan het moederland, Nederland.
Annika Ockhorst (r) signeert een exemplaar van haar historisch theaterboek Lachen, huilen, bevrijden voor medeoprichter van het Doe-theater Thea Doelwijt (l). Foto Stuart Rahan

Die geschiedenis is nu opgetekend in Lachen, huilen, bevrijden door historicus Annika Ockhorst en geeft een stukje geschiedenis weer van het Doe-theater. Aan dat Doe-theater zullen ook de namen Thea Doelwijt en Henk Tjon altijd mee verbonden blijven. Het was hun idee om kritisch om te gaan met de verworvenheden van de Surinaamse samenleving, maar dan in theatervorm. Het mikpunt was Surinaamse politiek en politici die, in het dertienjarig bestaan van het eerste professionele theatergezelschap, transformeerde van slap lullende corrupte apen in het parlement tot jaknikkende, ook corrupte politici, die deze keer hun uzi's het woord lieten voeren.

Uzi op schoot
Het historische naslagwerk is tot stand gekomen nadat Ockhorst in de archieven van de culturele relatie Suriname-Nederland dook en een minimaal zinnetje tegenkwam over een culturele uitwisseling. In Nederland vroeg men zich af of het wel een goed idee was om het Doe-theater in het kader van een cultureel akkoord naar Nederland te halen. De Surinaamse regering van eind jaren zeventig van de vorige eeuw had net Keskesi sani voor zijn kiezen gehad en het was toen de vraag of financiële middelen uit het akkoord voor de uitwisseling gebruikt moesten worden.
Het Surinaamse parlement werd letterlijk en figuurlijk voor aap gezet. "Het was de vraag voor beide partijen of dat wel wenselijk was. Ik weet niet of de Surinaamse regering daar toestemming voor zou hebben geven.", voert Ockhorst aan.

Het Doe-theater heeft ook na de militaire ingreep in 1980 de politieke leiding een spiegel voorgehouden zoals dat daarvoor ook het geval was. Helaas waren de militaire machthebbers niet altijd gecharmeerd van het Doe-theater. Ba Uzi werd twee maanden na de coup in 1980 opgevoerd waar de militaire leiding met uzi's op de schoot naar de voorstelling kwamen kijken.

Het laatste stuk dat het podium overleefde, was het kindertoneelstuk Roy nanga den fufuruman dat drie dagen vóór de decembermoorden werd opgevoerd.

Kritische reflectie
Na de moorden is een poging gewaagd om die zwarte bladzijde uit de Surinaamse geschiedenis vertolkt te krijgen. Beestachtig heeft het nooit gehaald. In september 1983 vertrok Thea Doelwijt naar Nederland wat ook het einde van het Doe-theater betekende. Een naaste medewerker van de toenmalige legerleider Desi Bouterse gaf haar dat advies omdat zoals de medewerker het toen formuleerde: "Tenslotte zijn wij een deel van Zuid-Amerika en elk Zuid-Amerikaans land heeft schrijvers in ballingschap."
Thea Doelwijt reageerde daarop: "Ik kan niet zeggen dat ik gevlucht ben, ik ben weggegaan omdat ik moeilijk kon werken."
Scène uit Libi span, 1975. Foto: Bob van Dantzig

Of het Doe-theater nu weer een plek zou verwerven binnen het nieuwe Surinaamse politieke bestel wil Ockhorst bevestigen noch ontkennen. "Ik denk dat een kritische reflectie op de samenleving altijd goed is, maar het is een waardevolle bijdrage als kritisch theater wordt gemaakt." Het boek Lachen, huilen, bevrijden is uitgegeven door Koninklijke Brill in samenwerking met het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Daarbij hoort een dvd met de theatervoorstelling Libi span ini na ati fu Sranan.

[uit de Ware Tijd, ­­12/12/2012] 

donderdag 29 november 2012

Studie over het Doe-theater 1970-1983

KITLV Press heeft het genoegen u uit te nodigen voor de presentatie van het boek Lachen, huilen, bevrijden; De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983 door Annika Ockhorst met medewerking van Thea Doelwijt. Lachen, huilen, bevrijden beschrijft het reilen en zeilen van het Doe-theater tegen de achtergrond van een veelbewogen Surinaamse geschiedenis. Het portret dat zo ontstaat, is gebaseerd op het privé-archief van Thea Doelwijt, interviews met voormalige Doe-theaterleden en andere betrokkenen en Surinaamse en Nederlandse krantenartikelen. Foto’s, liederen, theaterteksten en de bijgevoegde documentaire Libi Span van Jan Venema geven een levendig beeld van het Suriname van toen.

De boekpresentatie vindt plaats op zondag 9 december van 15.00 tot 17.30 uur. Locatie: Vereniging Ons Suriname Zeeburgerdijk 19 a, 1093 SK Amsterdam
I.v.m. het beperkt aantal plaatsen is aanmelden verplicht vóór 30 november a.s. via: mahabir@kitlv.nl / 071-5272372

maandag 27 augustus 2012

Thea Doelwijt 1961



Op deze foto uit 1961 zie je Thea Doelwijt, links, knielend in haar witte rok. Polly Egter van Wissekerke-Belgrave vierde haar tiende verjaardag en had haar schooljuf Yvette Doelwijt uitgenodigd, samen met haar nicht Thea Doelwijt. Thea, 23 jaar oud, was net uit Nederland gekomen en had een kinderkrant in Paramaribo opgezet waar schoolkinderen stukjes in schreven. ”Ik vond het natuurlijk geweldig dat mijn juf op mijn verjaardag kwam”, zegt Polly op de website Verhalen van Vroeger. Het kleine meisje op de foto is haar toenmalige buurmeisje Anneke. [van verhalenvanvroeger.nl]

donderdag 7 juni 2012

De betrokkenheid van een arts‑toneelschrijfster

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over 4 toneelstukken van Sophie Redmond.

door Michiel van Kempen


Sophie Redmond was al zeventien jaar overleden toen Thea Doel­wijt in 1972 vier toneelstukken van haar bijeenbracht in een door de YWCA uitgegeven boekje. Het bekendste van die stukken is wel­licht Grontapoe na asitere (De wereld is een paardestaart) dat Sophie Redmond schreef samen met on­der­wijzeres, toneelspeelster en Shakespea­re‑vertaalster Paula Vel­der en CCS‑regisseur Paul Storm. Het gegeven is bekend: de hoog­moedige moeder van Jantje die zich verheven voelt boven het volk van het erf, moet op de knieën wanneer Jantje een ongeluk heeft ge­kregen en een van de vrou­wen van het erf bloed moet afstaan voor een bloedtrans­fusie. Op 8 maart jongstleden voerde de groep Spoedig Herstel het stuk weer op, dus zesendertig jaar na de pre­mière van 1950. Er moet dus wel iets bijzonders aan de hand zijn met dit stuk.

Die bijzonderheid zit hem niet in de actualiteit van het gegeven. De plaats die de bloedtransfusie inneemt is integen­deel juist het zwakke punt van het stuk. Als arts moest Sophie Redmond haar bood­schap kwijt. Het belang van het stuk was in 1950 dan ook niet in de laatste plaats gelegen in de voorlich­tende functie ervan. De bloedtransfusie moest op een bevatte­lijke manier voor het voetlicht ge­bracht worden en daar is Redmond toen zeker in geslaagd.

Maar voor de toeschouwer van 1986 is al de uitleg die in het eer­ste bedrijf gegeven wordt, overbodig. We weten nu wel hoe zo een transfusie in haar werk gaat. En hetzelfde geldt voor wat de dok­ter in het stuk enige malen nadrukkelijk komt melden: dat Jantje toch vooral zijn groenten moet opeten; ook die moraal ligt er te dik bovenop voor de toeschouwer van 1986. Met name het eerste be­drijf duurt daarom te lang en kan door een toneelgroep alleen maar boeiend gemaakt worden door een vlotte speeltrant, door eigen vond­sten in te passen en vooral: door er flink het mes in te zetten en gedeeltes te schrappen.

De vraag is natuurlijk of we dan het werk van Sophie Red­mond c.s. nog recht doen en of zij blij geweest zou zijn met derge­lijke ingre­pen. Het antwoord op die vraag is eenvoudig: ja. Geen enkel to­neel­stuk leeft voordat het door spelers op de planken wordt gezet. El­ke tijd stelt zijn eisen aan een stuk, de ene generatie haalt er dit uit, de andere dat. Een goed toneelstuk is tegen die interpretaties be­stand en houdt genoeg over wanneer er hier en daar in gecou­peerd wordt. Wat dat betreft is het toneel een paardestaart die van­daag zo waait, morgen zo...

Van Grontapoe na asitere was te voorspellen dat het eerste wat zou verouderen, de voorlichtende scènes waren. Opvoerenden moe­ten dan ook niet bang zijn daar rigoreus de schaar in te zetten. Thea Doelwijt zegt in een toelichting bij de boekuitgave van de vier stukken, dat een ander stuk, Misi Jana e go na stembus, voor een groot deel al improviserend tot stand is gekomen. Sophie Redmond zou dan ook de eerste zijn om een stuk aan te passen aan de eisen van het moment.

In de opvoering van Spoedig Herstel was het stuk enigszins aan­ge­past aan de samenstelling van de groep. Een scène in het laatste bedrijf tussen javanen op het erf was weggelaten. Een andere rol was toege­voegd: de typische kluchtfiguur van de oude man op strom­pe­lende benen die voortdurend commentaar geeft op de ge­beur­tenissen.

Het hele stuk draait in feite om dat laatste bedrijf: daar vindt de confrontatie plaats tussen de hoogmoedige moeder van Jantje en de erf­bewoners die haar duidelijk willen laten voelen, dat het gedrag van deze bekakte madam niet geaccep­teerd wordt. De eerste twee be­drij­ven ‑ de schildering van het karakter van Jantjes moeder, de uit­leg van de dokter over bloedtransfusie en de verjaardag van Jan­tje waarbij hij van de trap valt ‑ zijn een aanloop tot dat laatste bedrijf. Zij hebben een aantal lagere cruces (dramatische hoogte­pun­ten): de weigering van de moeder om het bosnegervriendje van Jan­tje op het jaardagsfeestje toe te laten, de ergernis van pa als hij oma met haar filariabenen niet op een stoel maar op de grond ziet zit­ten, het zich bemoeien van oma met de gang van zaken in huis, de opmerking van de moeder dat bloed van javanen niet bij anderen zou passen, het ongeluk van Jantje.

De groep Spoedig Herstel trachtte die bedrijven met enkele to­neel­vondsten te verrijken: als bijvoorbeeld de dokter zijn verba­zing over een opmerking van de moeder toont, laat hij een bretel sprin­gen (speelde het toeval hier een gelukkige rol?). Maar Spoedig Her­stel heeft het niet aangedurfd om flink in de eerste twee bedrij­ven te couperen, terwijl de dramati­sche hoogtepunten van die bedrijven toch in geen verhouding staan tot de dramatische spanning van het laat­ste bedrijf. In dat bedrijf ligt het hoogtepunt van het hele stuk en komt de hoogmoed voor de val. Nu blijkt de moeder, diegenen die zij geen groet waardig keurde, nodig te hebben. De negerin Jaja stelt het zo vast: `Mevrouw no sabi taki grontapoe na asitere, tide a wai so, tamara so'. Mevrouw moet van haar voet­stuk af komen. De erf­bewo­ners nemen het niet dat zij haar bediende stuurt. Zij moet zelf komen en in plaats van Nederlands `krin nengre' spreken. Ook in die taal­hantering ‑ het laatste be­drijf is op enkele zinnen na ge­heel in het Sranantongo ‑ geeft Sophie Redmond haar kritiek op de hoog­moed van de hogere klassen.
Sophie Redmond

Wat Grontapoe na asitere met enkele aanpassingen tot een nog al­tijd goed speelbaar stuk maakt is de zeggingskracht van het laatste bedrijf. Hier wordt het stuk uitgetild boven de actua­liteit van het jaar 1950. Wat Redmond hier vaststelt is tijde­loos, met wat zij zegt geeft zij de Surinaamse versie van datgene wat in het wereldto­neel al op diverse manieren is uitgebeeld. Het contrast tussen de hogere klassen en het gewone volk blijkt op niets gebaseerd wanneer de ge­zondheid en het leven van de mensen op het spel staan; de hoog­moed moet buigen voor de vrijgevigheid van de simpele mensen die niet meer vragen dan in hun waarde gelaten te worden en die in hun vrijgevig­heid hun waardigheid uitdragen. Het is deze universele thematiek van de waardigheid van de mens die in tijden van nood op de proef gesteld wordt, die het stuk zijn betekenisvolle bood­schap en kracht schenkt. Figuren als de moeder die een jurk voor haar dochter prefereert boven de volkse jakjes en koto's, als de oma die met haar buba, haar filariabenen, op de grond zit en haar ont­nuchterend commen­taar geeft op de verbeelding van de moeder, als de erfvrouwen, zijn figuren van vlees en bloed, figuren die we nog da­gelijks kunnen tegenkomen, figuren die we in wat andere gedaan­te overal ter wereld tegenkomen. De taal die zij gebrui­ken komt niet uit hun mond, die taal komt uit hun hart en weerspie­gelt de be­trokken­heid van degene die de taal schreef.

Thea Doelwijt meldt niet hoeveel van de in boekvorm vastge­leg­de tekst door improvisaties bij de repetities inder­tijd is geboren. Die we­tenschap hebben we ook niet per se nodig om Sophie Red­monds be­trokkenheid bij het volk te peilen. Als arts en vrouw van en voor het volk zag Sophie Redmond die betrokkenheid eindigen toen zij in 1955 op 48‑jarige leeftijd het leven liet; als toneelschrijf­ster doet zij ons die betrok­kenheid nog immer ervaren wanneer in haar taal een stuk op de planken wordt gebracht.

[uit De geest van Waraku, 1993]


maandag 23 april 2012

Thea Doelwijt


Fotoportret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Thea Doelwijt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 6 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

zondag 15 april 2012

Kunstenaars over Amnestiewet

Kompe,

Met de aanname van de amnestiewet 2012 in de Nationale Assemblee van Suriname is de periode van willekeur aangebroken in Suriname. De dictatuur van de democratische meerderheid heeft bewezen weinig gevoel te hebben voor de gevoelens van de minderheid, slachtoffers en nabestaanden van geweldadige misdrijven tijdens de militaire periode in de jaren tachtig. Met een zogenaamde democratisch gekozen meerderheid hebben de politieke machthebbers de wet naar hun hand gezet. Er zijn verschillende afkeurende geluiden gehoord over de aanname van de amnestiewet. Meer nog dat het jammer is dat de daders hun straf ontlopen. Echter, zeker naar de jeugd toe, heeft de aanname van de wet wegen vrijgemaakt voor het straffeloos vernietigen van de toekomst van het land. Als vrijdenkers en geweten van de samenleving vraag ik bij deze wat jouw mening is. Wat denk jij ervan? De verschillende meningen wilde ik samenvatten in een stuk/verklaring ter ondersteuning van de stille protestmars die op dinsdag aanstaande in Suriname wordt gehouden. Mijn verzoek is om in maximaal honderd woorden elkaar zowel in Suriname als in Nederland een hart onder de riem te steken.
We hebben allemaal een mening, laat je horen. Alleen dan weten alle Surinamers zich gesteund door de uitdragers van het vrije woord.

Tan bun,
Stuart Rahan

Foto © History of time, Nicolaas Porter



(NB Niet alle reacties konden worden geplaatst, er werd gekozen voor het symbolische getal van 15, zie hieronder)


Ook ik ben met stomheid geslagen. Woorden schieten te kort. Er gaat wel door m'n hoofd: 'wij (wij want dit is grensoverschrijdend) hebben besloten te vergeten' las ik op Facebook. En zo is het. Iets vergeten wil niet zeggen dat het niet heeft bestaan. Een volk dat vergeet, vergeet ook het recht op bestaan. Als je vergeet te bestaan kun je ook niet verder. Verder willen we allemaal, dus laten we niet vergeten. Nooit! We moeten blijven praten. Altijd! Sari odi. Manoushka Zeegelaar-Breeveld (Theatermaker)
Met het aannemen van de amnestiewet heeft Suriname zichzelf neergezet als een kortzichtige natie, die het ontbreekt aan zowel toekomstvisie als historisch besef. In plaats van de nabestaanden van de decembermoorden te steunen in hun verlangen naar rechtvaardigheid, planten wij hen een dolk in de rug. Elke fatsoenlijke Surinamer zou van zich moeten laten horen, zodat de wereld weet dat ons land, ons volk, niet uitsluitend uit boeven, opportunisten en onnozelaars bestaat. Opo kondreman, un opo! Karin Amatmoekrim (Schrijver)

Suriname laat een kans liggen, een kans op waarheid en op recht. Hoe kunnen volksvertegenwoordigers zichzelf zo misleiden? Weten ze niet dat wat ze vandaag aanrichten door de rechterlijke macht opzij te zetten, niet enkel gevolgen heeft voor de slachtoffers en hun nabestaanden van het regime Bouterse, maar ook gevolgen heeft voor de lange termijn? Geven ze hun president (en nog toekomstige machtshebbers) willens en wetens een vrijbrief om het recht naar hun hand te zetten? Dit is een bijna even zwarte dag in de geschiedenis van Suriname als 8 december 1982. Rihana Jamaludin (Schrijver)

Mijn zoon is 8, groeit op in Nederland en krijgt les over de tweede wereldoorlog. Daardoor heeft hij een hekel aan Duitsers. Ik wil mijn zoon leren niet te haten. Bij de Duitsers kan dat, omdat de daders zijn gestraft. Ik zal deze dinsdag met hem meelopen in de stille tocht tegen de straffeloze amnestieverlening voor de daders van de decembermoorden. Ik zal hem vertellen wat er is gebeurd. Als hij daarna de daders haat, kan ik hem begrijpen. Helaas. Als hij na de mars het onvoorstelbaar vindt dat Surinamers een moordenaar als president kiezen, kan ik hem begrijpen. Als hij het daarna moeilijk vindt om te beseffen dat hij Surinamer is, zal ik hem zeggen dat hij niet moet zeuren. We zijn Surinamers in goede en in slechte tijden. Guus Pengel (Schrijver/Theatermaker)

Ik vergeef wel, maar ik vergeet niet. De dag van de decembermoorden zal ik ook niet vergeten! Maar ja, JA IK WIL SURINAME WEL ZIEN VOORUITGAAN EN DIE VRIJHEID EN DEMOCRATIE IS GEBLEKEN...! Razia Barsatie (Kunstenaar)
Een volk van ongeveer een half miljoen Surinamers is wakkerder dan ooit dankzij de Amnestiewet en de democratische processen zoals die zich in onafhankelijke naties als Suriname ontvouwen. Als je de stille tocht in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen zou laten plaatsvinden, krijgen nabestaanden van slachtoffers van Nederlandse willekeur en terreur ook een podium om zich tegen dwaling van de rechtstaat Nederland uit te spreken. Gelukkig is de kans klein dat de falende rechtspraak in Nederland onder vergelijkbare loupe wordt bekeken want dan zou men een permanente stille tocht langs zien komen van slachtoffers van falende rechtstaat principes. Forward ever! Laat de geschiedenis geen strop voor de toekomst worden. Soso lobi. Tide tamara Sranan e stree gi wan moro switi tratamara. Martha Tjoe Nij (Dichter/Theatermaker)

Opportunisten en lafaards, die zich bestuurders noemen, beseffen niet dat zij met ondertekening van de barbaarse Amnestiewet Suriname buiten de gemeenschap van beschaafde landen plaatsen. Het isolement waarin ons land zal geraken treft dan helaas ook de goedwillende Surinamers. Wat men hiermee komende generaties meegeeft is dat leugen, lafheid, bedrog en egoïsme wapens zijn die gebruikt mogen worden in de strijd om zelfverrijking en nepotisme: het doel heiligt immers de middelen. Dit is het absolute dieptepunt van Sranan. Lydia Emanuels (Schrijver/Radiomaker)
Ik zou graag willen reageren. Ik heb ook wel een mening maar mijn woorden zijn verstomd. De borst van Suriname brandt van pijn en niemand lijkt iets te kunnen doen. Toch gebeurt er veel. Ik zou zeker wat willen zeggen maar… Ik wens ons allen veel troost en kracht toe. Brasa! Raj Mohan (Zanger/Dichter)

Den man di a Sranan pipri piki meki wi sabi fa den e denki. Suma na mi? Ala di a de so taki mi no agri taki suma di kiri no e kisi den strafu, mi feni taki wi no mu waka leki fowru sondro frustan na Ptata baka. Wi mu sabi wi historiya. Dan te wi luku wi historiya wi e syi taki ten biten suma ben e kiri trawan, dan kaba den no ben kisi den pai. Mi ati de na den pitani di gro tron bigiman nanga -uma sondro papa na den sey. Ma ete efu a Sranan pipri no agri nanga san e pasa nownow, dan na fu tra leysi te den musu poti den sten, den sorgu taki den man disi no kon moro. Dan mi sabi taki awinsi na baka dritenti yari, den man di kiri brada fu soso o kisi den pai. Sranan pipri sabi yu historiya, dan na a kaba yu o de winiman nomo nomo. Romeo Grot (Skrifiman)

Wat gaat er gebeuren, Met mijn kinderen, Die de geschiedenis van hun land niet kennen? Wat gaat er gebeuren, Met mijn dochter en mijn zoon, Die ik nooit iets heb verteld, Van die nacht in december, Een nationale schande. Wat is er gebeurd die nacht, Wacht, wacht, wacht…, Ik weet het, je bent nog niet gehoord, Je bent nog niet verhoord, Je hebt nog niemand vermoord. Wat doe je met de dood, Van mensen op je geweten, Wat doe je met je eigen lafheid, Wat rijmt er op lafheid… SCH… verwijt. A bun, mi e stop, Onze woorden zijn nog niet op, Maar er zijn grenzen aan mijn zinnen, M’e begi un alamala, Laten wij ons bezinnen. SLOTWOORD 2012: GAAT ALLES (HOPELIJK NIET ALLES) ZICH HERHALEN? Thea Doelwijt (Theatermaker)

Het verleden waar zij het over hebben, is ook het verleden waar méér dan 15 mensen...
mensen van alle rangen en standen, van elke kleur, uit de stad en het binnenland, genadeloos en zonder vorm van proces werden vernederd, gemarteld en vermoord. Dat moeten we vanaf nu gewoon vergeten. De rechter mag daar niet meer over oordelen. De 28 parlementariërs hebben dat namens u, volk van Suriname, besloten. Voordat deze wet er was, wisten we wie er verdacht werden van de gruwelijkheden uit dat verleden. Zekerheid hadden we (nog) niet, want je bent onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen. Dat is in een rechtstaat zo. Maar nu? Nu weten we wie de daders zijn, omdat ze er alles aan hebben gedaan om aan het oordeel van de rechter te ontkomen. Het lukte ze in drie dagen. Jessica Dikmoet (Journalist)
Als we onszelf niet de hoogste waarde toekennen, kunnen we ook niet het hoogste goed in de wereld bereiken: Liefde en Rechtvaardigheid! Nu wordt in ons geliefd Suriname de Rechtvaardigheid geweld aangedaan. Waar eerst, als in een echte democratie, de verdachten van bloedbaden (Moiwana) en moordpartijen (Fort Zeelandia), via de rechtsgang ter verantwoording werden geroepen, wordt nu, middels een politiek machtsspel, de rechtsstaat terzijde geschoven. Surinamers, waar ook ter wereld, het is onze taak en onze plicht dat licht brandende te houden. Het licht van de menselijke waardigheid, de rechtstaat, de democratisch bepaalde grondwet, de gemeenschappelijke idealen van onze voorouders uit India, Afrika, Java en waar ook ter wereld. Gezamenlijk tegen rechtsongelijkheid en moreel verval - geen tropische, morele, duisternis meer! Felix Burleson (Acteur)

Surinames internationale reputatie is verkwanseld door opportunisme en eigenbelang, onder het mom van"volksvertegenwoordiging". Ik schaam me diep. Vast staat nu wel dat de coalitie zó zeker was van een op handen zijnde veroordeling -dus schuldigverklaring!- van hun grote leider dat alles op alles gezet is om een vonnis te voorkomen. Onze grootste opdracht nu is om de woorden “Recht en Waarheid maken Vrij” weer zeggingskracht te geven, door met name de jongeren te doen inzien dat de nu gepredikte rechteloosheid slechts een teken is van moreel verval en absoluut niet deugt. Opgeven is geen optie. Die –vele!- zielen verdienen rust! Gado blesi wi kondre... Denise Jannah (Jazz zangeres)

Hoe laag kan een land, een volk, een parlement geraken, dat koelbloedige moorden legitimeert, om behoud van macht? Hoe gemeen, laag, laf kunnen parlementariërs zijn die doden in klassen verdelen, door voor amnestie te stemmen ter vrijwaring van de moordenaars van de ene (december 1982) koelbloedige moorden terwijl zij tegen amnestie zijn voor de moordenaars van de andere (Moiwana, 1986) koelbloedige moorden, alsof de slachtoffers van de ene koelbloedige (Moiwana, 1986) moorden, menselijk waardiger zijn dan de slachtoffers van de andere koelbloedige (december 1982) moorden. Hoe gemeen, laag, laf kunnen parlementariërs zijn die een dergelijk amnestiewetsvoorstel indienen, die zo een wet verdedigen, die voor zo een wet stemmen. Maar ook, hoe gemeen, laag, laf kunnen parlementariërs zijn die niet krachtig TEGEN de amnestieverlening stemden, maar zich slechts van stemming onthielden. En dus stilzwijgend instemden. André Pakosie (Fytotherapeut)

Makandra Sranan, Brudu ben lon pasa skin, Miti goron.
Mama Aisa, Mi afo kruderi, Lontu miti, Libi suma kondre, Pe surdati e go barpuru, Rumuru sa e tan degedege na ini den ede, Fu sribi kondre no e tan tiri, Uma nanga bere de bari na uma ede, Di no ben sabi sondu pe pasa, Di brada du, No ben de, fu syi.
No frigiti, Te yu du wan sani, Na ini dungru, pe alasani tiri, Dungru, e tyari nyun siri, Prani wi sa prani, Baka, sibibusi, Oten a siri sa gron?, Meki wi ala sa nyan!
Makandra Sranan, Kreiwatra na ai, Di wi famiri, Sof´ den nanga nen, Ma sof´ den n’abi nen, Oten den sa drai kon na oso baka?, Makandra Sranan, Makandra Sranan.
Grontapu sondu alontu a de, Winsi tori e draitapu, Makandra Sranan, Drei yu krei ai, Sabi tamara, na esde nanga tide wi sa de. Orsine ‘Hansé Muye’ Walden (Spoken word Artist)

maandag 6 februari 2012

Thea Doelwijt: 'Het blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname'

door Ko van Geemert

Op 25 november ging Ons Kent Ons in première in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam, een cabaretmusical van Thea Doelwijt, onder regie van Kenneth Herdigein en met muziek van Harto Soemodihardjo. Daarmee voegde Thea Doelwijt weer een stuk toe aan haar toch al omvangrijke en veelzijdige oeuvre.

Ons Kent Ons is een aaneenschakeling van sketches en liedjes met thema’s die, zeker voor wie het werk van Doelwijt een beetje kent, niet zullen verrassen: het slavernijverleden, de verhouding zwart-blank, Suriname-Nederland. Hilarisch zijn de scènes waarin de spelers een klompendansje doen of typisch Hollandse kinderliedjes zingen als ‘Witte zwanen, zwarte (of groene) zwanen’, ‘De boer had maar enen schoen’ en ‘Iene Miene Mutte’, waar in Suriname niets van begrepen werd (en in Nederland trouwens ook niet).
De cast bestond uit Maikel van Hetten, Adeiye Tjon (de zoon van Thea’s oud-collega Henk Tjon) en de helaas niet altijd zuiver zingende Lucinda Sedoc. Een kernpunt in de voorstelling is een lied over het verleden: ‘Vroeger hebben wij geleerd / Wie zijn verleden niet kent / Komt nooit vooruit / Luister naar mijn tori / Ja, tori is verhaal / Wij zijn ook verbaal / Verdiep u in uw historie / Onze basis is het verleden / Zo niet… dan stikt u in het heden’.
Componist en pianist Harto Soemodihardjo, de vaste begeleider van Jörgen Raymann, viel positief op, maar de meeste indruk maakte toch wel het enorme enthousiasme van alle spelers, met als gevolg: een even enthousiast publiek.

Thea: “Ik vind het vooral belangrijk ook hier jonge(re) Surinamers te inspireren, zoals een startende theatermaker Lucinda Sedoc, die een eigen groep heeft en eveneens schrijft. En Adeiye Tjon, die spoken words rapt, maar ook iets aan toneel wilde doen. Verder heb ik voor deze nieuwe cabaretmusical voor het eerst geprobeerd teksten te schrijven die ook voor Nederlanders toegankelijk zijn.”

Thea Doelwijts achtergrond is niet in een paar woorden te schetsen, maar hier volgt toch een poging. Haar Surinaamse vader, technicus van beroep, kwam in de dertiger jaren van de vorige eeuw naar Nederland, waar hij bij de marine ging werken. Hij ontmoette de Nederlandse vrouw met wie hij trouwde. In 1938 werd Thea geboren, in de marineplaats Den Helder. Van jongs af aan trok Suriname. Ze had het in Nederland niet naar haar zin, het is er koud en ze werd door haar uiterlijk menigmaal gepest en bijvoorbeeld voor ‘Papoea’ uitgemaakt.
Haar artistieke kwaliteiten heeft ze niet van een vreemde: vader kon mooi zingen en moeder was een geboren vertelster. Al vroeg voelde Thea zich aangetrokken tot de journalistiek, ze volgde een opleiding en in 1961 vertrok ze naar Paramaribo, waar ze medewerkster werd van het dagblad Suriname en later redactrice van het literaire tijdschrift Moetete, wat Indiaanse draagmand betekent, een initiatief van onder andere Dobru, Jozef Slagveer, Ruud Mungroo en Shrinivasi - niet de eerste de besten dus.
Ze ging in 1963 nog een jaar naar Nederland om daar bij de Margriet te werken, maar keerde al spoedig naar Paramaribo terug. Daar volgden een scenario voor de eerste Surinaamse televisiefilm, een theaterstuk, een verhaal over de komende onafhankelijkheid, een dichtbundel en een bloemlezing uit de Surinaamse literatuur (Kri, kra!, 1971), waarmee heel wat jongeren in Suriname zijn opgegroeid.

Thea woont al vele jaren samen met Marijke. Is de liefde voor een vrouw een thema in haar werk? Wat zijn überhaupt haar inspiratiebronnen?
“Geloof het of niet, maar ik praat nooit over matisma, vrouwen die van vrouwen houden. Het belangrijkste vond en vind ik de ontwikkelingen in de Surinaamse wereld, die onderontwikkeld werd genoemd. Daar hebben mijn vrienden, schrijvers, theatermakers, schilders en ook ik, ons mee bezig gehouden, op de weg naar zelfstandigheid en erkenning. Eén keer heb ik in een musical een jongen en een meisje laten zingen:
‘My love is a girl / Yes, a woman like me’ en: ‘My love is a boy / Yes, a man like me’. Dat was in de eerste rockmusical Fri libi (Leven in Vrijheid), opgevoerd in 1975 en ‘76 met veertig tieners die inspraak wilden in de ontwikkeling van hun onafhankelijke land. Ik vond het geweldig dat jongeren ook over een speciale liefde wilden zingen. Mijn stukken willen prikkelen, mensen wakker schudden. Ik bemoei me niet met politiek, maar ik zeg er af en toe wel wat over. Toen ik na 1983 terugkwam in Nederland, na ruim twintig jaar Suriname, heb ik mij ook gestort op de wereld van de Marokkanen en Turken, maar Suriname is en blijft mijn grote inspiratiebron.”

Doe-theater
Samen met Henk Tjon (1948-2009) richtte Thea Doelwijt in 1973 het Doe-theater op, de eerste (semi)professionele toneelgroep van Suriname. Deze groep, die veel van Doelwijts stukken speelde, heeft zonder twijfel een belangrijke rol gespeeld in de emancipatie van de literatuur en het toneel in Suriname. En passant publiceerde ze in 1972 ook nog de eerste Surinaamse thriller: Toen Mathilde niet wilde…
De stukken die het Doe-theater speelde waren kritisch. Vlak na de Decembermoorden in 1982 werd Doeltwijts jeugdtheaterstuk Roy nanga den foefoeroeman (Roy en de dieven) opgevoerd.
Doelwijt: “Maar dat ging niet zonder slag of stoot. De spelers waren bang geworden. In het stuk werd het jonge publiek uitgedaagd om zelf de afloop mee te bepalen. En dat in een tijd waarin zowel de denkvrijheid als de bewegingsvrijheid werd beknot door de militaire machthebbers. Het zou het laatste stuk van het Doe-theater worden. Ik heb het nog wel geprobeerd, maar de angst zat er te veel in.”

Helen Kamperveen en Detta Dilrosun in Land te koop (1973). Collectie Theater Instituut Nederland.

In 1983 keerde ze naar Nederland terug, waar ze een jaar later de stichting Prépré-theater, theater met een speelse glimlach, oprichtte. Een van haar toneelstukken is Iris (uit 1987), waarin een Surinaamse vrouw van tegen de zeventig in een Nederlands verzorgingshuis een monoloog houdt. Haar ene zoon werkte mee aan een systeem dat de moord op haar andere zoon niet berecht. ‘Heb ik Kaïn en Abel gebaard?’, vraagt ze zich af. Els Moor, sinds 1993 redacteur van de literaire pagina van de Ware Tijd, schrijft over Iris (in Paramaribo brasa! uit 2010): ‘Het is een theaterspel vol herkenbare emoties voor wie in Suriname deze tijd meemaakte en ook hier geven structuur, taalgebruik en sfeer er een grote kwaliteit aan.’

Du
Christine van Russel-Henar van de stichting Fu Memre Wi Afo (Gedenk onze voorouders) vroeg Thea Doelwijt in 1998 of zij het zogeheten du-genre weer nieuw leven in kon blazen.
De du was in de slaventijd een bijzonder zang-, dans- en toneelspel met vaste rollen: de koning die op de gouverneur lijkt, de fiscaal die rechters en wetgevers in de kolonie verbeeldt, Aflaw, die nergens tegen kan en altijd flauw valt, de dokter, die meestal een Hollandse dokter imiteert, Asrengi, die heen en weer slingert tussen goed en kwaad, Temeku, de lastige vrouw, Afrankeri, de ijdele vrouw die pronkt met haar uiterlijk, kleren en sieraden. De du was een groep slavinnen, die ervoor zorgde dat de liedteksten werden gemaakt en de dansen ingestudeerd.

Blanke dame
De du-gezelschappen stonden onder voorzitterschap van een meestal blanke dame die Sisi werd genoemd. Omdat er steeds minder getrainde danseressen en zangeressen waren, raakte het spel in het begin van de twintigste eeuw in het vergeetboek. Het verzoek aan Thea Doelwijt resulteerde in Na Gowtu Du (Het gouden spel), daarna, in 2003, in Na Dyamanti Du (Het diamanten spel) en in 2008 in Na Bigi Du, Het grote spel (een volksopera-slavenspel na de afschaffing van de slavernij). Thea kijkt hierin terug naar haar overgrootmoeder, misi Bethania, slavin. Vijf jaar mocht ze niet in de kerk komen omdat ze niet wilde trouwen. Wat dacht en voelde ze? De schrijfster vroeg twee componisten om mee te denken en te schrijven: Denise Jannah en Francine van Dam. Alle drie de du-voorstellingen waren zowel in Nederland als in Suriname te zien.
De tot nu toe laatste keer dat een stuk van Thea Doelwijt in Suriname uitgevoerd werd, was in 2010. Doelwijt: “Al vele jaren vroegen artiesten in Nederland en Suriname aan me: ‘Kunnen we nog een keer Land te koop opvoeren, de succesvolle musical uit 1973’. Ook enthousiaste toeschouwers van toen vroegen ernaar. Ik heb altijd ja gezegd, maar toch kwam het er niet van. Tot theater Thalia mij vroeg of ik iets zou kunnen maken voor de verjaardag van Thalia, 27 april 2010. Toen iemand zei: ‘Misschien kun je delen van Land te koop gebruiken’, begon het voor mij te spoken... Hoe was het vroeger, hoe is het nu? Welke teksten en liederen hebben nog steeds, tot en met vandaag, kracht en betekenis? Zo ontstond deze cabaretmusical Spokendansen/Land te koop vroeger en nu.” In het programmaboekje schrijft ze: ‘Het is en blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname. Ben ik ooit weggeweest? Natuurlijk! Maar ik was hier de laatste jaren steeds weer’. Ze vult aan:
“Nu denk ik af en toe: ‘Zal ik teruggaan naar Suriname en iets voor en met kinderen doen...’ Als ik mijn grote liefde trouw blijf, geëngageerd theater maken, krijg ik problemen met sommige mensen die sommige wantoestanden niet zien...”

Beeld uit Mi kondre, mi lobi yu (1985) met Noraly Beyer en Sabri Saad el Hamus. Foto: Bob van Dantzig, collectie Theater Instituut Nederland

IJskou
“Maar hoe dan ook: in die ijskou van Nederland wil ik niet blijven. Op Curaçao heb ik ook familie, vrienden en kennissen, en zwemmen in zee is ook lekker. Kortom, de tropen blijven roepen. Un sa si wan fasi, we zullen een manier vinden om tot een oplossing te komen.”
Thea Doelwijt lijkt meer genen van haar Surinaamse vader te hebben dan van haar Nederlandse moeder. Want al woont ze nog zo lang in Nederland, ze blijft een Surinaamse schrijfster. Achttien jaar geleden schreef Michiel van Kempen een portret van haar (in Woorden op de Westenwind – Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst, 1994), dat in een Amsterdams café op de volgende manier wordt afgesloten: ‘Het einde van het gesprek nadert. En dan zegt ze plotseling kordaat: ‘Ik vind dat ik nu een beetje op een te Nederlandse manier met je praat. Surinamers houden niet zo van die toon. Cheers!’’
In datzelfde Amsterdamse café blijkt ze daar vele jaren later nog steeds zo over te denken: “Nederlanders zijn over het algemeen wat directer, brutaler. Wij, Surinamers, houden daar niet zo van. Proost!"

[uit Parbode, 1 februari 2012]