Posts tonen met het label Colastica Roland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Colastica Roland. Alle posts tonen

vrijdag 11 oktober 2013

Kinderboekenfeest met Roland Colastica

Roland Colastica
Op zondag 13 oktober vindt er in de OBA, Amsterdam, een feestelijk programma plaats ter afsluiting van de Kinderboekenweek 2013, met o.a. schrijver/verteller Roland Colastica, workshops stempels maken, de Boekendokter, voorstelling Rintje rent het hardst, muziekworkshop i.s.m. Muziekpakhuis en Helden & Boeven Kinderboeken


Datum: zondag 13 oktober 2013 
Tijd: 14.00-16.30 uur
Locatie: Centrale Bibliotheek Amsterdam
Oosterdokskade 143

Meer informatie : www.oba.nl/activiteit/kinderboekenweekfeest

donderdag 3 oktober 2013

Theaterstuk moet borstkanker bespreekbaar maken

Foto Anetta Keys
door Abdiëla Ilaria

Curaçao – Het Nederlandse theaterstuk Ontboezemingen krijgt een Curaçaose versie. De vertaling, die Na Pechu heet, heeft als doel om heersende taboes over borstkanker in de Curaçaose samenleving te doorbreken. Het stuk is geproduceerd door theatermaker Roland Colastica.
Het Nederlandstalige theaterstuk Ontboezemingen heeft met veel succes op Curaçao gespeeld. Colastica heeft samen met Rina Penso het stuk vertaald naar het Papiaments. Ook hebben zij het stuk zodanig aangepast dat het meer bij de humor en cultuur van de Curaçaose bevolking past. Colastica en zijn team hopen dat het theaterstuk helpt om kanker uit de taboesfeer te halen. Daarnaast moet het stuk meer bewustzijn over de ziekte creëren.

Vragen
Tijdens en na elke voorsteling is er voor de bezoekers de mogelijkheid om vragen te stellen over borstkanker. Bij de voorstellingen is er een psycholoog en een dokter aanwezig om alle vragen te beantwoorden.

Roland Colastica (links)


Oktober borstkankermaand
Na Pechu debuteert in oktober, de maand waarin wereldwijd bij borstkanker wordt stilgestaan. Op 19 oktober gaat de eerste voorstelling in première in het World Trade Center Curaçao (WTC). Vervolgens zijn daar op 20 oktober nog twee voorstellingen, daarna is het de bedoeling dat het theaterstuk zich verplaatst naar verschillende wijken op het eiland.

[van versgeperst.com, 30 september 2013]


zaterdag 19 januari 2013

Denise Jannah en Roland Colastica op Winternachten

Roland Colastica
Het Winternachtenfestival in Den Haag is momenteel in volle gang. Het festival sluit op zondag 20 januari groots af met het Schrijversfeest in de Koninklijke Schouwburg. Een programma rond de Nederlandse literatuur met optredens van o.a. de Surinaamse Denise Jannah en de Curaçaose auteur en acteur Roland Colastica. Denise zingt een gedicht van Gerrit Komrij, begeleid door gitarist Robby Alberga.  Roland Colastica - hij debuteerde vorig jaar met de jeugdroman Vuurwerk in  mijn hoofd -  vertelt het verhaal over zijn moedertaal het Papiaments, hoe hij als kind kennismaakte met de Nederlandse literatuur, over het belang van voorlezen en verhalen vertellen. Met slechts twee Caraïbische deelnemers is het festival - dat zich tegenwoordig Writers Unlimited noemt - het slechts bezette festival ooit, als het gaat om de Caraïbische inbreng.

Natuurlijk is er een keur van andere schrijvers, onder wie Joke van Leeuwen, die erkening krijgt voor haar gehele oeuvre.

donderdag 1 november 2012

Van minderwaardigheid bevrijd


Roland Colastica: Vuurwerk in mijn hoofd


‘Witte mensen zijn slechte mensen. Dat zegt mijn vader en mijn vader spreekt altijd de waarheid.’
‘Ik denk dat je vader zich vergist,’ zegt de lerares.
‘Dat kan niet.’
‘Jij en je vader zijn slaven van jullie eigen minderwaardigheidsgevoel,’ zegt Taïma. ‘Mijn oma heeft mij alles over de slavernij verteld. En het klopt dat er nog steeds sprake is van onderdrukking op ons eiland. Maar mijn oma zegt ook dat dat ons niet het recht geeft mensen om hun afkomst of hun huidskleur te veroordelen, want dan doen we precies wat de blanken altijd gedaan hebben. We moeten ons bevrijden van het slavengevoel dat nog steeds in ons hoofd zit. Alleen als we dat doen, kunnen we vooruitkomen en ons volwaardige mensen voelen.’ (p 76)
Emancipate yourselves from mental slavery is het motto dat Roland Colastica aan zijn jeugdroman heeft meegegeven. Het komt uit Redemption Song, het beroemde lied van Bob Marley en is het thema van Vuurwerk in mijn hoofd. De hoofdpersoon, de twaalf of dertienjarige Jurcell worstelt met verschillende vooroordelen. Maar eind goed, al goed. Nadat hij in een emotionele achtbaan door elkaar is geschud blijft Jurcell zijn moraal erg hoog en maakt hij verstandige keuzes. Aan het begin van het boek wordt hij al voor de keuze gesteld om bij een inbraak honden te vergiftigen met wat vlees. Maar daar is hij vastberaden in: ‘Ik dood geen honden, geen hagedissen, geen katten, geen enkel levend wezen. Ik dood niet.’ Goed, hij doet wel mee aan de inbraak, dus moraal, nou ja, maar later meer hierover. De schrijver maakt ook weer niet een te brave jonge held van zijn hoofdpersoon. Een bladzijde verder als Jurcell over de muur klimt om een fiets te stelen vraagt hij zich af waar hij mee bezig is. ‘Waarom maak ik alles altijd moeilijker dan het is? Waar is die zak met vergiftigd vlees? Gewoon over de muur kieperen, vijf minuten wachten, en iedereen is van die monsters af. Niet alleen ik, maar ook de buren, de postbode, de krantenjongen.’ Dit relativerende is een sterk punt van Colastica. Het is de kracht van een monoloog in het theater, waarbij het publiek kan meeleven met de innerlijke twijfels van een personage, of beter gezegd de dialogue interieur. Colastica is op zijn sterkt als hij dialogen schrijft. Overigens neemt Jurcell geen deel aan het gesprek aan het begin van dit artikel.
Vuurwerk in mijn hoofd. 140 pagina’s, 13 hoofdstukken. Het verhaal begint met De kalebassenoorlog, Jurcell voelt zich erg in de put, zijn ouders zijn uit elkaar gegaan, mama heeft geen tijd voor hem, hij moet bij oma logeren, dus als hem gevraagd wordt zich bij een straatbende aan te sluiten dan voelt hij zich ineens weer, al is het door verkeerde vriendjes, gewaardeerd. In het gevecht met een andere bende krijgt hij een kalebas tegen zijn achterhoofd en raakt buiten westen.
Hoofdstuk twee is het begin van een lange flashback, drie maanden eerder: hoe het zover gekomen is, in hoofdstuk tien gaat het verhaal verder vanaf de kalebassenhersenschudding – de titel slaat op de donderende koppijn – en in het laatste hoofdstuk is het twee maanden verder. In deze vijf maanden gebeurt er heel wat met Jurcell, Colastica verweeft verschillende motieven kleurig ineen. Bijvoorbeeld de slungeligheid van een puberende jongen in de kalverliefde:

“Jurcell gluurt weer naar Taïma. Ja hoor, ze ligt nog steeds naar Gerrit te kijken. Gelukkig heeft Gerrit het niet door. Zou Taïma op witte jongens vallen, op makamba’s, net als alle andere meisjes uit de buurt, die altijd gillen: ‘Ik trouw nóóit met een zwarte…’? Gerrit is wit, spierwit, met blond haar en blauwgroene ogen.
Rare gozer. Hij stond vanochtend opeens voor de klas. Met de directeur. ‘Dit is Gerrit,’ zei de directeur, ‘Gerrit Schreers. Hij is jullie nieuwe klasgenoot. Ik reken erop dat jullie snel vrienden zullen worden.’
Jurcell kent Gerrit al langer. Van voetbal. Ze spelen al meer dan een jaar in hetzelfde elftal. Maar vrienden zijn ze niet. Jurcell zou wel willen, maar Gerrit wil nooit met hem praten. Gerrit kan geweldig voetballen. Samen vormen ze de aanval van Willemstad. Knappe jongen die hen tegenhoudt. Gerrit is van de voorzetten, Jurcell van de goals. Maar als er weer eens is gescoord vallen ze elkaar niet in de armen, een high five is alles wat eraf kan. Jurcell heeft geen idee waar Gerrit woont of op welke school hij eerst zat. En al helemaal niet waarom hij opeens hier is. Misschien kunnen ze nu vrienden worden. Maar dan moet hij wel van Taïma afblijven.
Nou ja, waar maak ik me druk om, denkt Jurcell. Ik gá toch niet met Taïma? Ze is toch niet mijn verloofde of zo? Ik zou niet eens willen. Ze moet zelf maar weten wat ze doet. Ze mag best naar een andere jongen kijken.” (p 16)
Taïma is veel handiger. En is zich daarvan bewust. ‘Moet je zien hoe ik me opgetut heb. Voor jou! Maar zoiets zij jij natuurlijk niet.’ (p 115)

De loyaliteit van een kind aan beide ouders als die ruziën is een ander motief. “Ik kan mama niet in de steek laten. Zij heeft me nodig om voor haar op te komen. En papa heeft mij ook nodig, anders is het twee tegen een. Ik moet er voor allebei zijn.” (p 67)
Papa is ooit de beroemdste voetballer van Curaçao geweest, Richard Ricardo, de verschrikkelijke machoman, hij scharrelt zelfs met de geschiedenisjuf van Jurcell. Moeder blijft in het verhaal naamloos, mevrouw Ricardo, ook al weten we dat ze ooit sportkoningin van het jaar is geweest, totdat ze zijn machogedrag kotsbeu is. Dan volgt er een scène in de supermarkt, bij de kassa. Je staat in de rij, doet alsof je er niet bij bent, maar geniet er stiekem van, met zoveel plezier en humor hanteert Colastica de pen:
‘Dag mevrouw Ricardo,’ zegt het meisje dat daar zit. ‘Alles naar wens vandaag? Met u en natuurlijk ook met… met uw man?’
‘Ik ben mevrouw Rafaela, Odessa Rafaela. Die andere naam wil ik niet meer horen en het gaat je niks aan hoe het met mij gaat.’
‘Mama,’ fluistert Jurcell, ‘snauw de mensen niet zo af.’
‘Dat is allemaal jouw schuld,’ zegt mama. ‘Als jij je zou gedragen als de zoon van een Bekende Curaçaoënaar, zou een vakkenvuller mij niet de les hoeven te lezen over jouw opvoeding.’
Jurcells moeder praat zacht, maar het meisje achter de kassa heeft haar toch verstaan.
(En dan, als een soort vox populi, gaat ze door, niet beseffend dat ze het over mensen als zichzelf heeft, jh.)
‘Ik snap het,’ zegt ze. ‘Als je getrouwd bent met de beroemde Richard Ricardo, bemoeit iedereen zich natuurlijk met je privéleven. Dan ben je publiek bezit.’ Ze slaat de bedragen snel aan op de kassa en ratelt zelf nog sneller door.
‘Dat zal soms wel eens lastig zijn. Toch lijkt het me geweldig om met zo’n belangrijk persoon als uw man te mogen leven.’
Jurcell went zich af. Dit wordt oorlog, denkt hij.
‘Hij is nu bezig met een film, hè?’ zegt het meisje. ‘Ik lees alles in de kranten. Alles. En nu weet ik ook wat u vanavond gaat eten. Ik denk dat iedere vrouw op het eiland er wel eens van droomt om met die man van u samen te zijn. Toch?’ (p 63)

Nog een motief is het contact met geesten van voorouders. Oma langs vaders kant heeft een huisaltaar met beelden van heiligen en van aartsengel Michael. Ze kan in de askegel van een sigaar de toekomst zien en is regelmatig een medium door wie voorouders optreden. Maar ze bidt ook tot God voor het slapengaan. ‘Kan dat eigenlijk wel samen? Geloven in God en in geesten tegelijk?’ ‘Officieel niet,’ zegt oma, ‘maar ach, het is toch allemaal één pot nat.’ (p 101) Doodleuk vertelt de schrijver dat zij niet gelooft in de voorspellingen van een opa die met kiezelsteentjes dobbelt om de uitslag van de loterij te weten te komen. Oma is ook de figuur bij uitstek om via Jurcell de lezertjes een genuanceerd beeld over de slavernij van vroeger te geven.

Een puntje kritiek, waarom heet de taal van Curaçao Papiamento (p 56)? Dat spreken ze op Aruba, maar dit verhaal speelt zich af op Curaçao, waar Papiamentu wordt gesproken, of Papiaments zoals het in het Nederlands heet. En waarom worden de woorden die niet in het Nederlands zijn, schuin gedrukt als we ze voor het eerst tegenkomen. Moet er dan niet een woordenlijst achter in het boek? Maar deze woorden worden al in de tekst uitgelegd, waarom zijn ze dan toch schuin? En waarom wordt de sia-boom niet gewoon zadelboom genoemd, en de wayaká niet gewoon de pokhout, de Nederlandse benamingen. De auteur is overigens niet heel sterk in dit boek in de beschrijvingen van de omgeving. Er worden wel veel verschillende bomen genoemd, maar daar blijft het bij, het krijgt geen betekenis. Maar dit is een slechts een miniem puntje.
Roland 'Roy' Colastica (rechts) met Miep Diekman

Het sterkste motief in dit boek lijkt me de vriendschap. Niet de vriendschap met Randy, de leider van de straatbende. Jurcell in gesprek met Randy:
‘En waar is jouw vader dan?’
‘Ook weg. Gelukkig maar. Nu kan ik mezelf opvoeden.’
‘En je moeder dan?’
‘Ik ben een jongen. Ik wil niet door een vrouw opgevoed worden.’
‘En moet je niet naar school?’
‘Wat kan een juf mij leren? De straat is mijn huis, de straat is mijn school.’ (p 89).
Randy die tijdens de kalebassenoorlog tegenover de leider van de andere bende kwam te staan, een Nederlandse jongen, Gerrit. ‘Ik verslagen door een makamba? Nooit! En zeker niet door deze makamba.’ (p 14) Toch lukt het Colastica ook gevoelige kanten van Randy te schetsen, waardoor de lezer toch sympathie voor deze bendeleider kan opbrengen.
Maar het gaat om de vriendschap tussen Jurcell en Gerrit, die heeft Colastica aangrijpend uitgewerkt. Gerrit heeft geen leuk verleden, vader slaat moeder en hem bont en blauw, Gerrit steekt zijn vader neer en is daarom uit huis geplaatst in een inrichting op Curaçao. Colastica durft vooroordelen aan te pakken. Op bladzijde 16 vroeg Jurcell zich al af of ze misschien vrienden kunnen worden. Zoals dat in goede jeugdboeken kan gaan, gebeurt dat dan ook, zelfs als Gerrit weer naar Nederland wordt weggestuurd. In het laatste hoofdstuk gaat alles tenslotte goed, de verhouding tussen Taïma en Jurcell, Ricardo en Odessa zijn – nogal pardoes – weer samen, de film over Ricardo wordt vertoond, het publiek applaudisseert terwijl het doek valt.
Roland Colastica heeft een goed boek geschreven, een aanwinst voor de jeugdliteratuur. Hopelijk volgen er meer.

Roland Colastica, Vuurwerk in mijn hoofd, Uitgeverij Leopold, 2012, 140 bladzijden, voor lezers vanaf 10 jaar.

zondag 7 oktober 2012

Je ziet, ruikt, vóelt Curaçao

door Mirjam Noorduijn

Er zijn niet veel kinderboeken die zich afspelen in onze voormalige koloniën. Ja, Miep Diekmann, die haar jeugd grotendeels op Curaçao doorbracht, schreef er een aantal, maar meestal vanuit blank perspectief. Dat is een gemis. Vooral voor Antilliaanse kinderen die, zo schijnt het, zijn aangewezen op Nederlandse kinderboeken.



De Antilliaanse schrijver Roland Colastica heeft zich dit aangetrokken. Hij debuteerde onlangs in het Nederlands met Vuurwerk in mijn hoofd, waarin hij Curaçao in al zijn facetten tot leven brengt. Je voelt de magie die in de lucht hangt. Je ziet de uitbundige kleuren en ruikt de bedwelmende geuren van mango- en wayaká-bomen. Maar Colastica’s eiland is meer dan een exotisch paradijs. Treffend en pijnlijk is zijn schets van de huidige samenleving op het eiland, waar – zo blijkt na een nogal opzichtige geschiedenisles over Curaçaos slavenverleden – zwart en wit recht tegenover elkaar staan.

Dat geldt ook voor Jurcell en Gerrit. Stiekem vinden ze elkaar best aardig. Maar de een is zwart, de ander ‘een makamba’, dus een vriendschap is uitgesloten. Colastica laat Jurcell zichtbaar worstelen – met zichzelf, zijn macho-vader en zijn verleden. Ontroerend zijn Jurcells gesprekken met zijn spiegelbeeld. En veelzeggend is het wanneer hij, onmachtig zijn als vuurwerk exploderende gedachten te vangen, zijn troebele eigenbeeld letterlijk aan diggelen slaat.

Dat Bob Marleys Redemption Song (‘emancipate yourselves from mental slavery’) uiteindelijk tot verzoening leidt, lijkt wat moralistisch, maar is ook een hoopvolle boodschap in een boek waar we te lang op moesten wachten.

[uit NRC Handelsblad, 5-10-2012]

[Noot van de redactie CU: ja, mevrouw Noorduijn, misschien moest u er lang op wachten omdat u niet beter weet, maar er zijn heus wel heel wat Antilliaanse jeugdboeken verschenen: vergeet u alles van Diana Lebacs niet, om maar één auteur te noemen? Wat niet wegneemt dat er nog heel wat meer bij kan, daar heeft u wel gelijk in.]

dinsdag 2 oktober 2012

Betrokken boeken

Illustratie van Annemarie van Haeringen
Over de relatie van de Vlaamse en Nederlandse jeugdliteratuur met de wijde wereld

Het thema van de Kinderboekenweek dit jaar is Hallo wereld! Jeugdliteratuur mag en kan vaak geëngageerder zijn dan literatuur voor volwassenen, ook wanneer het over de globaliserende wereld gaat. In deze boekensalon spreken auteurs die zulke geëngageerde boeken schrijven en wetenschappers die zich met (jeugd)literatuur en illustratie bezighouden, over de betrokkenheid van Nederlandse en Vlaamse jeugdliteratuur bij de wijde wereld. Hoe vindt een internationale cultuur zijn plaats in jeugdboeken? Wat kunnen zij ons over globalisering leren? Is er sprake van een lange traditie in dit segment of komt deze betrokkenheid pas de laatste jaren tot uiting? En geldt dit ook voor de illustraties in jeugdboeken?

Bloei, samengesteld door Marita de Sterck

Sprekers

  • prof. dr. Saskia de Bodt, bijzonder hoogleraar Illustratie
  • prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren
  • dr. Paul Bijl, docent Neerlandistiek, specialisatie postkoloniale cultuurkritiek
  • Marita de Sterck, antropoloog en jeugdauteur
  • Annemarie van Haeringen, illustrator en auteur
De bijeenkomst wordt geleid door Thomas de Veen, Neerlandicus en (kinderboeken)recensent.

Programma

16.45 - 17.00 uur inloop
17.00 - 17.05 uur welkom
17.05 - 18.00 uur
  • Saskia de Bodt, Annemarie van Haeringen, Paul Bijl en Marita de Sterck geven kort hun visie op de volgende vraag: Hoe zorgen we ervoor dat we de wereld op een goede manier in de jeugdliteratuur weerspiegelen?
  • live recensie van Michiel van Kempen van het boek Vuurwerk in mijn hoofd van Roland Colastica
  • debat met de sprekers
18.00 - 18.15 uur debat met het publiek
18.15 -18.45 uur  afsluiting, start borrel en boekenmarkt

Roland Colastica

Datum, tijd, locatie, prijs

  • Datum: donderdag 11 oktober
  • Tijd: 17.00–18.45 uur
  • Locatie: Bijzondere Collecties, Museumcafé
  • Prijs: na aanmelding gratis
  • Aanmelden hier

dinsdag 12 juni 2012

Papiaments toneelstuk over borstkanker

door Lisette Wellens

Ontboezemingen is een toneelstuk over borstkanker. Het werd afgelopen weekend tijdens het vrouwenfestival "Uit volle Borst" in het Nederlands opgevoerd in Teatro Luna Blou in Willemstad. Met het humoristische drama wordt geprobeerd het taboe rond borstkanker te doorbreken. De opbrengst van de drie voorstellingen wordt gebruikt voor het op de planken brengen van een aantal Papiamentstalige uitvoeringen, gepland voor oktober.

Foto © Teatro Luna Blou

“Één op de acht vrouwen in deze zaal heeft borstkanker. Wie zouden dat zijn?” Iedereen in de zaal kijkt wat onwennig om zich heen als deze vraag aan het begin van Ontboezemingen aan het publiek gesteld wordt. Volgens organisatrice Anneke van der Gulik is dit precies zoals het in het dagelijks leven ook gaat. “Ondanks alle aandacht van de laatste jaren is borstkanker nog steeds een taboe. Helemaal hier op Curaçao. Ontboezemingen is er om hier iets aan te veranderen .”

Borstkanker kent geen afkomst of leeftijd

Van der Gulik besloot vorig jaar november de voorstelling naar het eiland te halen. Het stuk gaat over vijf vrouwen die totaal verschillend zijn maar allemaal borstkanker hebben. De huismoeder, de carrièrevrouw, de bejaarde uit een rijk milieu en een vrouw uit het buitenland. “Iedereen kan zich erin herkennen. Borstkanker kent geen afkomst of leeftijd”, legt Van der Gulik uit, “drie jaar geleden was ik zelf aan de beurt.”

Zo laagdrempelig mogelijk

Voor de Papiamentstalige versie wordt nu gezorgd door Ronald Colastica en Laura Quast. “Nederlands toneel is soms heel plat en grof, dus we moeten het stuk hier en daar wel wat anders formuleren”, vertelt Quast. “We gaan de tekst zoveel mogelijk aanpassen aan onze cultuur zonder de eigenlijke boodschap te verliezen.”
De Papiamentstalige versie zal opgevoerd worden in verschillende buurtcentra op het eiland. “Daar hebben we bewust voor gekozen om zoveel mogelijk mensen te bereiken”, legt van der Gulik uit. “De voorstelling moet laagdrempelig zijn, een kaartje mag niet meer kosten dan tien gulden.”

Op zoek naar sponsors

De Papiamentste productie is begroot op 60.000 gulden. Om dat bedrag te kunnen dekken, gaat de opbrengst van de Nederlandstalige voorstellingen naar de Papiamentstalige productie. De bezoekers van de voorstelling konden in de pauze een bijdrage in een grote roze collectebus deponeren. “Maar daar redden we het bij lange na niet mee”, zegt van der Gulik, "we hopen we in de komende maanden voldoende sponsors te vinden. Als dat lukt, gaan we de voorstelling in oktober opvoeren want dan is het 'borstkankermaand'."

Vrouwenfestival ‘Uit Volle Borst’

Ontboezemingen was de hoofdact van het vrouwenfestival ‘Uit Volle Borst’ dat van 7 tot en met 10 juni in Teatro Luna Blou gehouden werd. Het festival wordt elke twee jaar georganiseerd en zet de vrouw als kunstenaar in de spotlights. Naast Ontboezemingen waren ook de muziekvoorstelling Woman Talk van Denise Jannah, de Papiamentstalige theatervoorstelling Bon Kurpa en één van de one woman shows van Nydia Ecury op een groot scherm te zien. Tijdens een minisymposium over borstkankerpreventie beantwoordden verschillende specialisten vragen over borstkanker.

[RNW, 11 juni 2012]

vrijdag 8 juni 2012

Rasverteller Colastica schrijft jeugdroman

door Tanja Fraai

Roland Colastica heeft een Nederlandstalige jeugdroman geschreven, getiteld Vuurwerk in mijn hoofd. De Antilliaanse schrijver, verteller en acteur werd hierbij gecoached door zijn goede vriend, de Nederlandse kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper. In de Amsterdamse Balie werd het boek feestelijk gepresenteerd op woensdag 6 juni.


Sjoerd Kuyper en Roland Colastica

In een stampvolle en warme zaal van het cultureel centrum keken schoolkinderen, familie, vrienden en belangstellenden reikhalzend uit naar de presentatie van Vuurwerk in mijn hoofd. Zo'n driehonderd genodigden maakten het feestelijke programma mee. Er was theater, zang, muziek en veel lovende woorden voor Roland Colastica. Het project, gefinancierd door het Nederlands Letterenfonds, was na zo'n drie jaar succesvol beëindigd; de roman is in mooie hardcover uitgegeven door uitgeverij Leopold.

Coaching

Sjoerd Kuyper vertelt hoe hij tijdens een Kinderboekenweek op Curaçao verhalenverteller Roland Colastica leerde kennen: "Ik hing aan zijn lippen." Er ontstond een warme vriendschap die zich later vertaalde in een coachingstraject op 9000 kilometer afstand. Colastica kwam naar Nederland, Kuyper ging in de beslissende fase terug naar Curaçao. "Roy (Roland red.) heeft me rondgereden door het boek, langs huizen van de hoofdrolspelers, dat was heel belangrijk." aldus Kuyper.

Roland Colastica
Curaçaose roman

Colastica heeft een echte Curaçaose roman willen schrijven, in een Caribische setting. Maar, zegt hij nadrukkelijk, in de diversiteit en complexiteit van het eiland. Dus géén stereotypering over vaders die zonen in de steek laten. De auteur vindt het boek geschikt voor Nederlandse jongeren vanaf een jaar of negen, Antilliaanse jongeren vanaf twaalf jaar. "Maar als je ziet wat hoofdpersoon Jurcell emotioneel en cultureel mee maakt, dan vind ik het ook interessant voor volwassenen." Het is Colastica's droom dat het boek in het Papiaments vertaald zal worden. Zodat ook jongeren die het Nederlands minder machtig zijn het kunnen lezen.

Vuurwerk in mijn hoofd is verschenen bij uitgeverij Leopold.

 [RNW, 7 juni 2012]

Foto's: Tanja Fraai

zaterdag 26 mei 2012

Roland Colastica



Portret van de Antilliaanse schrijver Roland Colastica, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 73 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Kinderboekenfestival Curaçao

Foto-impressies van het Kinderboekenfestival Curaçao, beschikbaar gesteld door Anne Provoost .





Anne Provoost signeert







Diana Lebacs


Anne Provoost


Roland Colastica

Joke van Leeuwen, Anne Provoost, Rea Lodowica


Anne Provoost, Roland Colastica

dinsdag 15 mei 2012

Eerste Nederlandstalige jeugdboek van Roland Colastica



Beste Vrienden,

Met vreugde wil ik je ervan op de hoogte stellen dat mijn allereerste Nederlandstalige jeugdboek Vuurwerk in mijn hoofd vanaf 5 juni in de  boekhandels ligt.

Van 31 mei tot en met 16 juni ben ik in Nederland om dit te vieren. In deze periode ben ik in voor voorleessessies, signeersessies, what  so ever. Laat mij weten als je wat wilt doen.

Sjoerd Kuyper die mij gecoacht heeft zei: Curaçao is een eiland vol magie, met duizenden bloedstollende verhalen. Voor wie Curaçao kent is dit boek een feest van herkenning,  wie er voor het eerst over leest gaat een nieuwe wereld binnen. Een  groot avontuur.

Het boek gaat over Jurcell, een jongen van 13 waarvan de ouders uit  elkaar gaan. Hij maakt van alles mee om te kunnen ontdekken dat de  kracht om succes in het leven te hebben in hemzelf ligt.

Roland Colastica
www.rolandcolastica.com
in Nederland: 06-16854321

woensdag 28 september 2011

In gesprek met kinderboekenschrijvers: Sjoerd Kuyper en Roland Colastica

Een kijkje in het kinderboekenschrijven-laboratorium...

Sjoerd Kuyper is één van de belangrijkste kinderboekenschrijvers in Nederland, maar ook op de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Hij heeft verschillende keren tijdens het kinderboeken-festival kinderen op scholen en in bibliotheken op de eilanden bezocht en voorgelezen. Hij heeft niet alleen kinderboeken, maar ook voor volwassenen geschreven. Daarnaast is hij bekend van zijn tv-series en films, zijn laatste film: Mijn Opa is een bankrover. Meermalen bekroond met prijzen! Hij coachte aankomende schrijvers o.a. Roland Colastica van Curaçao en Liliane Erasmus van Aruba.

Om meer te weten van Sjoerd Kuyper ga naar: http://www.sjoerdkuyper.com
En voor Roland Colastica: http://www.rolandcolastica.com

Datum: 15 oktober 2011
Tijd: 13 u – 16.00 u
Plaats: Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ Amsterdam-zuidoost
Toegangsprijs: 5 euro (ook voor leden)

dinsdag 10 mei 2011

Het nieuwe gezicht van Willemstad

Het nieuwe gezicht van Willemstad is een liefdevol portret van Willemstads multiculturele samenleving en haar architectuur. Met uniek archiefmateriaal, luchtshots en levendige Caribische muziek. ‘Een kunstwerk, waarin je vanaf het begin tot het eind in meegenomen wordt’.

Op vrijdag 13 mei om 20.00 uur wordt de film vertoond in Theater Zuidplein, Rotterdam. Het openingswoord is van Nynoshca Fecunda van Potensha Afrikana. Filmmaakster Alexandra Jansse beantwoordt na de filmvertoning vragen van het publiek. De discussie wordt geleid door Glenn Helberg, voorzitter OCAN in het bijzijn van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao, Sheldrey Osepa. Na afloop is er gelegenheid om met een hapje en drankje bij te praten.

Inloop vanaf 19:15 uur.
Toegangsprijzen voorverkoop tot 10 mei: 9 ,-.
Jongeren en studenten 6,50. CJP, Ouderenpas en de Rotterdampas 5,-.
Toegangsprijs vanaf 10 mei is 11 ,-.
Aanmelden/reserveren kan via Theater Zuidplein

Director/Producer: Alexandra Jansse
Camera: Bert Oosterveld/ Peter Franken
Geluid: Ralph Durgaram
Produktieleider Curaçao: Roland Colastica

Foto: @ Lygia Pronk

zaterdag 16 april 2011

Eerste dichtbundel van Edeline Everon

Edeline Everon heeft gisteren in Teatro Luna Blou haar eerste dichtbundel Pa Komparti op feestelijke wijze gepresenteerd. De presentatie werd met muziek begeleid. Het evenement vond plaats tussen 17.30 uur en 19.30 uur en werd goed bezocht.

Op de foto: Edeline Everon ondervraagd door Roy Colastica.

Foto: @ Jeu Olimpio



Deze foto stond in de Amigoe van 20 april 2011, maar wie al die mensen zijn is onduidelijk

woensdag 22 december 2010

Het nieuwe gezicht van Willemstad

De documentaire van producent/regisseur Alexandra Jansse Het nieuwe gezicht van Willemstad ging op 11 en 13 oktober in première in Willemstad (Curaçao). Het is een film waarin Willemstad als Unesco Wereld Erfgoedstad wordt belicht. De unieke architectuur van de binnenstad en de multiculturele samenleving staan hierbij centraal.

Na tweeënhalf jaar voorbereiding en uitvoering, werd Jansse's documentaire voor volle zalen in Teatro Luna Blou getoond. De laatste première werd door minister-president Gerrit Schotte, op dat moment slechts twee dagen in functie, bijgewoond (op de foto, samen met de filmmaakster). Op beide avonden was de helft van de zaal gevuld door mensen die in de film voorkomen en er een bijdrage aan hebben geleverd. “Er is veel gefilmd en uiteindelijk valt er bij het editen toch behoorlijk wat filmmateriaal af. Dat is uiteraard moeilijk want je wilt natuurlijk zoveel mogelijk laten zien. Ik heb geprobeerd om aan iedereen te denken die een bijdrage heeft geleverd bij het versturen van de uitnodigingen. Ik vond het geweldig dat zelfs de mensen van het visrestaurant, die in de documentaire al dansend in de ‘Netto Bar’ te zien zijn, ook naar de première kwamen. Het was ook bijzonder dat de heer Schotte aanwezig was, zeker gezien het feit dat hij een duidelijk voornemen heeft om zich in te zetten voor wijkaanpak”, aldus Jansse. De filmbeelden geven sfeermatig een overzicht van de historie, de restauraties en de huidige bouwontwikkelingen van de binnenstad weer, waarbij verschillende architecten, projectontwikkelaars en vertegenwoordigers van zowel de overheid, diensten als stichtingen aan het woord komen. De mensen die de stad restaureren, haar geschiedenis bewaken en de stad haar moderne uiterlijk geven, komen in beeld.

Historie
De documentaire bevat ook, voor velen onbekend filmarchiefmateriaal. Zo wordt de ravage na de opstand in 1969 middels oude zwart-witbeelden van het Nederlands journaal belicht. De schokkende luchtopnames uit die tijd laten vele gebouwen zien, waarvan de dakbedekking ontbreekt. Deze beelden blijven op het netvlies gebrand, terwijl de stad in zijn glorie en tevens verpaupering wordt belicht. Onbekende steegjes en hun bewoners illustreren de soms schrijnende verwaarlozing van de stad. “De restauratie en het onderhoud van monumenten heeft een enorme impact op de economie en het toerisme. Hoe ga je daarmee om? Het is natuurlijk van belang dat het welzijn van de bevolking/ bewoners in dit streven wordt meegenomen. Zij maken immers de stad. Tijdens de researchfase heb ik verschillende wandelingen gemaakt met onder anderen ook Michael Newton van het Monumentenfonds. Dit is zeker een aanrader. Ik merk dat mensen die hier wonen soms reageren in de trant van ‘ik ken dat gedeelte van de stad niet’, aldus Jansse.

De documentaire geeft duidelijk tegenstellingen weer. Zo krijgt de kijker een prachtig gerestaureerd gedeelte achter Pietermaai te zien, dat omgeven wordt door gebouwen in verval. Het publiek barst in lachen uit als een bewoner van de wijk op een ontwapenende wijze in beeld komt. De meneer groet alle voorbijgangers en als hij geen respons krijgt, vraagt hij zich af waarom de passanten geen gehoor geven.

De producente laat zich inspireren door films, waarbij het sociaal-maatschappelijk conflict tussen de armste lagen van de bevolking en de overheid wordt belicht. Films waarbij verschillende verhaallijnen door elkaar lopen, trekken haar aandacht. Dit heeft een duidelijke uitwerking op de keuzes die ze maakt in de documentaire.

”Het gezicht van Willemstad laat de koloniale oorsprong en erfenis van de stad zien, die weerspiegeld worden in de gebouwen en in de stadsindeling van de vier historische wijken: Punda (17de eeuw), Otrobanda (18de eeuw) Pietermaai en Scharloo (beide 19de eeuw). Elk met eigen karakteristieken. De introductie van de grondbeginselen van het moderne bouwen op het eiland door architecten van de privé-sector en door hun collega’s, die bij de overheid van Curaçao werken, bewijst dat de integratie van moderne architectuur en de aanpassing hiervan aan het tropische klimaat succesvol kunnen zijn”, aldus Jansse.

De producente heeft als studie-achtergrond Sociale Geografie. Nadat ze een poos aardrijkskundelessen gaf besloot ze haar baan op te zeggen en zich geheel te wijden aan filmen. In de beginperiode kocht ze zelf haar zendtijd in,om vervolgens grote projecten binnen te halen van zowel de overheid als het bedrijfsleven. Jansse heeft vele reeksen gemaakt, waarbij armoede ten opzichte van overheidsbelangen centraal stond. Op deze wijze heeft zij de wereld afgereisd, waarbij een aantal landen luchtig worden opgenoemd, zoals onder andere India, Zuid-Afrika, Bolivia, Moldavië en Oekraine. “Ik heb van mijn vijftiende drie jaar op Curaçao gewoond. Dit was een vormende periode en het heeft enorm veel indruk op me achtergelaten, ook in visueel opzicht. Ik heb uit die periode ook veel vrienden overgehouden. Ik blijf met grote regelmaat terugkomen naar het eiland”, aldus de regisseuse. Experts and participanten in de film zijn: C.L. Temminck Groll – restauratie-architect, Ronald Gill - architect en auteur, Frans Brugman – architect, Michael A. Newton – restauratie-architect, Anko van der Woude - restauratie-architect, Jennifer Smit – kunsthistorica, Ronald Colastica - docent, auteur en acteur, Lionel Janga - stadsplanner, Caroline Gonzalez-Manuel - stadsplanner, Annemarieke Holten/Wilfred Hendriksen/JanPeltenburg - projectontwikkelaars, Ben Smit en Ronny Lobo, beiden architect.
De film is in januari te zien op het Haagse filmfestival; zie bericht hieronder.

maandag 4 oktober 2010

2e editie Literair Café Intercultureel

Op 13 oktober organiseert het Nederlands Letterenfonds de 2e editie van Literair Café Intercultureel, hét podium waar bekende Nederlandse schrijvers debutanten introduceren met een dubbele culturele achtergrond. Het café valt in de Kinderboekenweek en staat in het teken van de kinder- en jeugdliteratuur.

Schrijver Abdelkader Benali, tevens samensteller van de bundel 'De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige kinderverhalen', presenteert de volgende gasten: Roland Colastica (Curaçao, debuterend met jeugdroman - rechts op de foto), Sjoerd Kuyper (kinderboekenschrijver, coach van Colastica), Rachid Novaire (auteur, debuterend met kinderverhaal) en Klaartje Dullemond (scenarioschrijfster van Libanese afkomst, werkend aan kinderboek).

Muziek: Izaline Calister (zang) en Marc Bischoff (piano)
Datum: 13 oktober 2010
Tijd: 20.00
Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Entree: gratis
Aanmelding en info: klik hier

maandag 12 april 2010

Krusa Laman

Van 12 tot en met 17 april wordt op Curaçao het literatuurfestival Krusa Laman georganiseerd, met deelname van internationale (Yasmine Allas, Bernice Chauly, Bas Heijne, Iman Humaydan) en lokale auteurs, artiesten en musici (Bòi Antoin, Roy Evers, Diana Lebacs, Shrinivāsi, Elia Isenia, Dennis Aalse, Dolce Música, Johnny Kleinmoedig). Krusa Laman is een schrijverstournee van het Internationaal Literatuurfestival Winternachten, Den Haag, dat sinds 2001 op onder andere Curaçao wordt gehouden.

Het thema dit jaar (2010) is: A Sense of Belonging. Tijdens het festival dragen alle auteurs en artiesten in hun eigen taal voor. De vertaling hiervan in het Papiaments en het Engels wordt simultaan op een groot scherm geprojecteerd. De FPI, Fundashon Planifikashon di Idioma, verzorgt de coördinatie en met haar team vertalers ook de vertaling van alle teksten in het Papiaments. Ten behoeve van het Curaçaose publiek is er een subthema in het Papiaments toegevoegd: Kaminda rais a kue tera.

Een ander subthema is migratie en migratie in de literatuur. In opdracht van de FPI schreef de Curaçaose antropoloog Richenel Ansano speciaal voor dit festival een gevoelig essay, getiteld Between Love and Terror: Having a Sense of Belonging is no Joke. Dit essay zal samen met het programmablad gratis worden verspreid onder alle bezoekers van het festival

Naast de voordrachten van de auteurs en artiesten op vrijdagavond 16 april in Villa Maria, Scharloo, vertoont kunstenaar Frouwkje Smit een artistieke diashow van een aantal bekende en relatief onbekende, zowel oudere als jonge Curaçaose (migranten)auteurs en kunstenaars. Veelzijdige artiest, schrijver en theatermaker Roland Colastica praat de hele vrijdagavondshow wervelend aan elkaar.

Kaarten zijn verkrijgbaar bij de FPI aan de Jan Noorduijnweg 32b, Mensing's Caminada en Teatro Luna Blou.


Op de foto: Roland Colastica