Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

De vrek (van Molière) - Klassieke komedie in full colour



Hebzucht kent geen grenzen. Na 350 jaar trekt Van Engelenburg De Vrek een eigentijds jasje aan. Met: Kenneth Herdigein, Sergio Hasselbaink, Rogier Komproe, Maikel van Hetten, Imanuelle Grives, Werner Kolf, Shertise Solano 

Hebzucht kent geen grenzen.
O, geld, mijn arme geld,
mijn lieve, lieve geld.
Wat moet ik zonder jou?
De enige vriend die ik heb.

In deze karakterkomedie van Molière zien we hoe een man zijn menselijkheid verliest omdat hij de munt verkiest boven zijn zoon. Dé thematiek van deze tijd. Regisseur Hans van Hechten maakt hier een eigentijdse toneeluitvoering van. Uitbundige speelstijl en taalgrappen maken dit stuk tot vermaak voor iedereen. Gun uw toneelpubliek een vrolijk en verrassend avondje uit!



Regie en idee: Hans van Hechten
Regieadviezen: Ivar van Urk
Vertaling en bewerking: Karlijn Stoffels
Dramaturgie: Jenny Mijnhijmer
Muziek: Mattie Poels
Producent: Henrike van Engelenburg

Kijk ook op www.DeVrek.nl


zaterdag 17 mei 2014

Doro, een Opera Fatu in 14 Bewegingen

door Alida Neslo

Directe aanleiding voor Doro is het 175-jarig jubileum van het Surinaamse Toneelgenootschap Thalia (het oudste van de Caraïben). Ter gelegenheid van dit heuglijke feit wilde het bestuur graag iets voor- of door jongeren organiseren. Het is geworden vóór jongeren. Met name voor de vaak vergeten jeugddelinquenten in het Jeugd Opvoedingsgesticht van de Penitentiaire Inrichting Santo Boma, die een betere accommodatie verdienen, ver weg van volwassen criminelen.

Alida Neslo met Zebra van Roddney Tjon Poen Gie in Galerie Readytex. Foto © Ada Korbee


Het libretto werd geschreven door de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo. Het thema van Doro is vrijheid, een onderwerp waarmee Alida Neslo indringend geconfronteerd werd na haar (resocialisatie-)werk met jeugdige delinquenten. Voor de muziek werden enkele beginnende en bekende componisten gevraagd. De spelers/zangers komen uit Nederland, Suriname en Duitsland.

Doro is een eigentijdse, meertalige opera die is gebaseerd op situaties die in Suriname veelvuldig voorkomen. De muziek- en spelstijl zijn deels bekend, (voor Suriname) deels experimenteel, in een poging om het Surinaamse publiek kennis te laten maken met een andere vorm van theater, naast volkstoneel, cabaret en musical. Analoog aan de Opera Buffa, die uit de oorspronkelijke Opera Seria in Italië ontstond onder invloed van de Commedia Dell'Arte, is het idee van een Opera Fatu (spreek uit: fáááhtu, op z'n 'Italiaans' dus) ontstaan.
Scène uit een opera buffa: Don Giovanni van Opera Laika, België

Surinamers zijn 'mooie-verhaaltjes-vertellers', liefst in de eigen omgeving. Zo is daar onder andere het verschijnsel van de 'bangi': een haastig ineengetimmerde bank van restmateriaal, die men vooral in de straten van de volkswijken in Suriname aantreft, waar de plaatselijke bevolking in de late middag bijeenkomt voor het uitwisselen van weetjes, roddels, politiek, sport en andere actualiteiten de buurt betreffende.
Dit verschijnsel is voor 't eerst opgepikt door de kunstenaar Roberto Tjon A Meeuw die de bank als kunstwerk op de markt bracht onder de naam 'Fatu Bangi' (een bank waarop men 'fatu's': smakelijke verhalen, vertelt). Een Opera Fatu wordt dus verteld/ gezongen/gespeeld vanaf twee Fatu Bangi's. Maar het is tegelijkertijd ook een 'fatu' op een opera: de opera wordt als het ware 'tongue in cheek' gespeeld; er wordt een loopje mee genomen.

Doro is op te vatten als 'een onderzoek naar-': een zoektocht met als eindpunt een doel dat verder in de tijd ligt: een operastijl die de Surinaamse zanger/speler op het lijf geschreven is. Doro is inhoudelijk gezien de in een dramatische vorm gegoten neerslag van een jaar werken met jeugddelinquenten (pupillen) in de Penitentiaire Inrichting Santo Boma. Jongeren die zich in de schaduw van de actualiteit bevinden, maar die er recht op hebben om gehoord te worden, niet in het minst in het kader van hun resocialisatie.

De 14 staties van de kruisweg in de kerk van OL Vrouw van Altijddurende Bijstand, Kunrade

Doro bestaat uit 14 'Bewegingen', geïnspireerd door de 14 Staties van de Kruisweg van Jezus Christus. Bij elke Beweging hoort een psalm, die als inspiratiebron dient voor de uiteindelijke tekst. Het libretto is voor een groot deel gebaseerd op waargebeurde feiten en voor een groot deel samengesteld uit teksten die de pupillen schreven tijdens het 1 jaar durende Resocialisatieproject. Toegevoegd aan het libretto zijn teksten van 'bijbelse wetenschappers' als Ignatius van Loyola, teksten uit de Stabat Mater en van de Westafrikaanse schrijver/filosoof A. Hampate B.


Doro Draaiboerk / Volledig libretto met regieaanwijzingen, lichtcuelijst en lichtplan

Klik hier om het draaiboek in .PDF-formaat te downloaden / Bestandsgrootte: 364 KB / 28 pagina's / A4-formaat / © 2012, Alida Neslo/Thalia, Paramaribo

[Enigszins ingekort, omdat sommige alinea's ook in onderstaand bericht staan - red. CU]

Doro, oftewel De prijs van Vrijheid

Op zaterdagavond 31 mei 2014 presenteert ocw: de exclusieve, eenmalige videoprojectie van de Surinaamse opera fatu Doro, oftewel De prijs van Vrijheid met een informatief randprogramma.

Het Doro-decor in theater Thalia, Paramaribo. Foto @ Arnold Schalks.



Over Doro
Ruim twee jaar geleden, op 27 april 2012, vierde het oudste Surinaamse toneelgezelschap Thalia haar 175e verjaardag. De Surinaamse theatermaakster Alida Neslo werd gevraagd voor deze gelegenheid een passend stuk te schrijven en te regisseren. Het resultaat is Doro, een op het operagenre geïnspireerd theaterstuk met een eigen Surinaams karakter. Arnold Schalks was bij die productie betrokken als decorbouwer en lichtontwerper. Apintie TV maakte een televisieregistratie van de voorstelling van vrijdag 4 mei 2012, die pas in maart 2013 op de Surinaamse buis te zien was. Doro is nu ook eenmalig in Rotterdam te zien.

De prijs van de vrijheid
Verhaal
In Doro wordt het verhaal verteld van een net vrijgekomen jeugdige delinquent, een 'first offender', die het maar moeilijk vindt om zijn weg terug in de schoot van de gemeenschap te vinden. Hij wordt bevangen door schaamte, twijfel en een (ver)laag(d) zelfbewustzijn. De gezinssituatie waar hij uit afkomstig is, is niet rooskleurig: moeder alleenstaand, vader - die hem niet wil 'kennen' - een notoire dronkaard en veelvuldig opgepakt individu, dat alleen maar oog heeft voor zijn eigen belang. De vrienden van de jongen proberen hem uit zijn deprimerende situatie te halen, evenals een aalmoezenier (vertegenwoordiger van de kerk), zijn moeder (die hem niet meer herkent) en een vriendin (stagiaire), die hij via internet gevonden heeft. De zoon is echter door geen van hen echt te overtuigen, hij vindt het gewoon 'niet makkelijk om 'vrij te zijn'.

Doro bestaat uit 14 'bewegingen', geïnspireerd door de veertien staties van de kruisweg van Jezus Christus. Het is een eigentijdse, meertalige opera die is gebaseerd op situaties die in Suriname veelvuldig voorkomen. Het thema van de opera fatu is: vrijheid, een onderwerp waarmee Alida indringend geconfronteerd werd na haar (resocialisatie-)werk met jeugdige delinquenten in de penitentiaire inrichting Santo Boma. Het door haar geschreven libretto is voor een groot deel gebaseerd op ware gebeurtenissen en bestaat mede uit teksten van die jeugdige delinquenten. Voor de muziek werden enkele beginnende en bekende componisten gevraagd. De spelers/zangers komen uit Nederland, Suriname en Duitsland. Er zijn invloeden uit alle Surinaamse culturen: inheems (sambura), hindoe (ritmes en taal), creools (loge/vrijmetselaars), winti, christendom (taal), javaans (kostuums, beweging, taal), chinees (invloeden uit de chinese opera, klassiek en modern), westers, oosters, zuiders, dus, net zoals de Caraïbische gemeenschap, die door Alida wordt beschouwd als de 'pilot gemeenschap' van de wereld.
Clinton Kaersenhout

Met: Wilgo Baarn: doroman/deurman / Sandra Goedhoop: de moeder / Guy Sonnen: de vader / Clinton Kaersenhout: de zoon/ogriboi / Cora Schmeiser: stagiaire / Darell Geldorp & Harvey Klas: mati / José Parami: aalmoezenier / Tolin Alexander: schaduw / koor/de buren: Mavis Noordwijk (koorleiding), Denise Telting, Simone Bardan, José Parami, Varna Peters, Chiquita Vyent
Regie, libretto & beweging: Alida Neslo

Composities: Marcha Reumel, Liesbeth Perotie, Gregory Kranenburg, Pablo Nahar, Cora Schmeiser
 Aanvang van het programma 20:30 uur. Inloop met koffie/thee vanaf 20:00 uur. Om 20:30 uur wordt de voordeur van het pand gesloten en is toegang niet meer mogelijk, gelieve daarmee rekening te houden. Duur van het programma: circa 2,5 uur. Met het oog op het beperkte aantal zitplaatsen (33) dien je vooraf een plek reserveren via arnosch@wxs.nl_reserveringen worden door middel van een e-mailbericht bevestigd. De toegang is gratis.
ocw / podium voor kleinschaligheden / osseweistraat 35 / lokaal 11 / 3023 db rotterdam


Klik hier voor uitgebreide informatie

woensdag 14 mei 2014

Actrice Fridi Martina overleden

Willemstad – Actrice Fridi Martina is op 11 mei in een verzorgingshuis in Willemstad overleden. Haar tweelingbroer Freddy Martina verklaarde aan Nieuws360 dat zijn zus aan een ongeneeslijke ziekte leed. Volgens Freddy Martina is zijn zus gestorven zoals ze leefde: in vrede. Ze accepteerde dat haar ziekte geen kans van genezing had.

Martina werd bekend in Nederland met haar rollen in Goede Tijden Slechte Tijden, Vrouwenvleugel en De Erfenis. Na haar theaterstudie in Amsterdam werkte ze als actrice in Nederland en ook als theaterdocent in Utrecht. In 1986 opende ze samen met nog een paar kunstenaars een interculturele kunstgalerie in Amsterdam onder de naam Villa Baranka.
De laatste jaren woonde en werkte Martina op Curaçao waar ze naast theaterwerk ook als zangeres debuteerde.

Eind jaren ’70 bracht zij haar afstudeerstuk Siegu pa koló op de planken op het eiland.

[van o.m. Nieuws360, 11 mei 2014]


dinsdag 13 mei 2014

In Memoriam Gerrit Wijnhoud

Gerrit Wijnhoud in 2012 in de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan
bij de uitreiking van de Amsterdam Prijzen voor de Kunst met links kunstenaar Sinem Berrin Kavus
Met grote dankbaarheid herdenken we  Gerrit Wijnhoud
Hij overleed op 16 april 2014.

"It goes like this
The fourth, the fifth
The minor fall, the major lift
The baffled king composing
Hallelujah”

L. Cohen.

Gerrit heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op De Nieuw Amsterdam waarvan hij 25 jaar zakelijk leider was. Zonder Gerrit was DNA nooit het gezelschap geworden dat het vandaag de dag is. Bovendien heeft dankzij zijn inzet en enthousiasme ITS DNA zoveel talent voortgebracht. Ondanks zijn slechte gezondheid, al voor zijn pensioen, bleef Gerrit tot het laatst betrokken en zich inzetten om DNA staande te houden. Staande in een tijd waarin veel culturele instellingen gedwongen ophielden te bestaan. Dat hij toen al zó ziek was, hebben we nooit geweten. Dat maakt het des te bewonderenswaardiger. Het is onmogelijk om in woorden te vatten hoe dankbaar wij hem zijn. Van ons allemaal een zeer diepe buiging voor Gerrit.


DNA: Sabri Saad El Hamus, Erik Koldenhof, Jeroen Pliester, Pieter Valk en Nora Duijf

maandag 7 april 2014

Louis Couperus, een Nederlandse schrijver met Surinaamse trekken

Jerry Dewnarain
Jerry Dewnarain, redacteur van de Ware Tijd Literair,  is literatuurdocent aan de bacheloropleiding van het IOL in Paramaribo. Met zijn studenten heeft hij een voorstelling in elkaar gezet over de Nederlandse schrijver Louis Couperus (1863-1923). We zagen de voorstelling op 26 maart in Tori Oso. Zwarte magie was een belangrijk thema. Zeer herkenbaar voor Suriname.  Behalve Louis Couperus kwamen nog twee auteurs die over ‘zwarte magie’ schreven aan bod: Goena Goena (1889) van P.A. Daum en Ismene Krishnadath met haar roman Satyem (1995), over een vrouw die in 1917 vanuit Java naar Suriname komt en zich redt met heksachtige streken. Ook in Goena Goena is een heksachtige vrouw een belangrijk personage. Zij verstaat de kunst om doelen te bereiken voor mensen middels de traditionele Javaanse geestenwereld. Het leuke aan de voorstelling is dat de uitgebeelde passages - vooral die uit Couperus’ werk - welke zo ver teruggaan in de tijd, helemaal in de Surinaamse sfeer gebracht werden, de heks sprak zelfs een heksachtig Sranan.

door Jerry Dewnarain

Wat Madame Bovary is voor de Franse literatuur, is Eline Vere voor de Nederlandse. Louis Couperus (1863-1923) is een van de grote Europese schrijvers van het fin de siècle. Hij is, zou je kunnen zeggen, de Nederlandse tegenhanger van Flaubert. Hij werd in die tijd veel vertaald. In Engeland was hij zeer populair, en ook in het Duits is hij vertaald, al tijdens zijn leven. Hedendaagse schrijvers zien in hem een voorbeeld. Ik geloof dat er weinig zichzelf respecterende auteurs zijn die niet een aantal romans van Couperus hebben gelezen, om van hem de kunst af te kijken. Hij is een reus op wiens schouders veel moderne auteurs staan. Qua stijl was Couperus een typisch negentiende-eeuwse verteller, maar zijn romans zijn moderner en onderscheiden zich door psychologische diepgang, een grote variatie van thema’s en levendige dialogen. Hij had de gave om zijn personages in enkele pennenstreken te karakteriseren. Met name in De stille kracht. Dat is toch wel zijn meesterwerk. Daar komen personages in voor die nog steeds je buren of familieleden zouden kunnen zijn. Als je dat boek leest, denk je, o ja, dat is die en die, en die zou zoals dat personage kunnen reageren. Dan heb je helemaal niet het gevoel dat het honderd jaar geleden speelt, want iedereen in Suriname weet wat wisi, voodoo of zwarte magie is. Dit hebben de bachelorstudenten op woensdag 26 maart aan het publiek proberen duidelijk te maken: dat literatuur universeel is en dat Suriname niet uniek is.

Louis Couperus


Zijn grote romans lezen als soapopera’s avant la lettre. Daarbij was Couperus een veelzijdig en buitengewoon productief schrijver. Hij begon als dichter, dat is niet helemaal je van het.
Daarna kwam hij met Eline Vere en een aantal Haagse romans. Met zijn romandebuut (1889) stal de Haagse dandy de harten van zijn lezers. Wat Flaubert over zijn heldin zei (‘Emma Bovary, c’est moi!’), had Couperus met evenveel recht over de zijne kunnen zeggen: ‘Eline Vere, dat ben ik!’

Hij schreef ook sprookjes en een serie koningsromans over een fictief rijk. Dat waren eigenlijk actuele romans waarin hij schreef over wat een koning kon overkomen in de periode dat anarchisme en socialisme opkwamen. Couperus was heel gevoelig voor modieuze tendensen. Van oudsher wordt de stilistische brille van Couperus bewonderd. Hij schreef heel effectief en tegelijk in een licht geparfumeerde stijl met weelderige krullen. Je ziet in één oogopslag dat je Couperus leest. En niet Marcellus Emants, Lodewijk van Deyssel of een andere tijdgenoot. Je slaat een boek open en weet gelijk: dit is Couperus. Hoe komt dat? Dat is wat de liefhebbers natuurlijk zo geweldig aan hem vinden, maar dat maakt hem soms ook ontoegankelijk voor jonge mensen. Couperus kan ellenlange zinnen maken met veel komma’s en soms moet je vier, vijf regels zoeken naar het onderwerp. En niet iedere jonge lezer heeft het geduld om dat op te brengen.
De thematiek is natuurlijk actueel. Ik wijs mijn studenten daar wel eens op, op de funeste invloed van bijvoorbeeld de roddel, zoals in het Haagse milieu van toen. Dat kun je bijna vergelijken met het cyberpesten van tegenwoordig. De uitsluiting van iemand, de valsheid en de kleinheid van de zielen. Wat dat met iemand kan doen. Je kunt het moeiteloos naar nu doortrekken.


dinsdag 18 maart 2014

Opvoering Maharaas Leela

© KB Photography 2014

door Kishan Bhagwandin

Op zaterdag 15 maart is in een bomvol Theater Thalia de Maharaas Leela opgevoerd. Dit is een kathak en Brij Raas uitgevoerd klassiek dansoptreden gebaseerd op het 10e hoofdstuk uit de Bhagavad Gita waarbij uitsluitend dansen van Krishna samen met Radha en de Gopi’s in het bos van Vrindavan worden uitgebeeld.
Deze combinatie van Kathak en de Raas van Brindaban is uniek. De choreografie lag in handen van mevrouw Radhika Shah, docent aan het Indiaas Cultureel Centrum (ICC), die heeft bijgedragen dat 56 studenten van dit instituut een pracht van een optreden hebben verzorgd. Tijdens volle maan besloot Shri Krishne deze Raas met zijn Gopi’s te dansen wat de relatie tussen God en de ziel benadrukt. Dit werd heel prachtig uitgebeeld door de opkomende danseres Shanita Bhagwandin.

Een uitmunted décor met optimale belichting gedaan door de heer Hans Bhawan en prachtige kostuums bewerkt door mevrouw Geeta Kanhai. Het Directoraat Cultuur in samenwerking met de Indiase Ambassade maakten dit gratis optreden mogelijk. Het publiek heeft volop genoten, wat te merken was aan het daverend applaus en het gefluit door de zaal heen.

[van GFC Nieuws, dinsdag 18 maart 2014]



maandag 17 maart 2014

Hilarische voorstelling over Elisabeth Samson in Amsterdam

door Diederik Samwel

Het was een volledig Surinaamse avond vrijdag in de Grote zaal van Stadsschouwburg in Amsterdam waar theatergroep Urban Myth de voorstelling Elisabeth Samson vs. de Nederlandse Staat bracht. 
Het theaterstuk gaat over de koloniale tijd in Suriname maar vooral over zwarte en blanke identiteit, de tegenstellingen tussen arm en rijk en de mogelijkheid van vrije keuzes. Het is gebaseerd op het levensverhaal van Elisabeth Samson, de eerste succesvolle en steenrijke zwarte plantagehoudster. 

De cast van het stuk


Halverwege de 18de eeuw is Samson van plan met een blanke man te trouwen. Het gouvernement in Suriname weigert toestemming te verlenen aan het huwelijk, waarop Samson een rechtszaak aanspant tegen de Nederlandse Staat. Ze beschouwt zich als een vrije vrouw die vindt dat ze ongeacht haar huidskleur haar eigen keuzes moet kunnen bepalen.
Cynthia Mc Leod

Het leverde een bij vlagen hilarisch theaterstuk op. De acteurs waren prima op dreef en vooral Denise Jannah kreeg als zingende slavin de handen op elkaar. Yootha Wong Loi Sing, onlangs te zien in de speelfilm Hoe duur was de suiker, speelde de jonge Elisabeth Samson, terwijl Helen Kamperveen - nu pas écht weer terug in Holland - de oudere Elisabeth vertolkte. Noraly Beyer nam een fijne bijrol als Nederlandse rechter voor haar rekening en de in Nederland bekende tv-acteur Raymi Sambo tekende met overtuiging voor de rol van zwarte dominee. 

De meest verwarrende dag 
Schrijfster Karin Amatmoekrim was verantwoordelijk voor de tekst. Ze was naar eigen zeggen zelden zo nerveus geweest. Amatmoekrim maakte haar debuut als toneelschrijfster en de directe respons van het publiek betekende voor haar een compleet nieuwe ervaring: ‘Van tevoren had ik eigenlijk in een hoekje willen wegkruipen. Het is ongelooflijk spannend om in de zaal te gaan zitten en dan maar af te wachten wat het publiek ervan vindt. Als er een nieuw boek van mij uitkomt, krijg ik daar pas veel later reacties op. Soms zelfs helemaal niet.’
Karin Amatmoekrim

De grappen over Surinamers in het stuk - waaronder een paar hele foute - waren overigens niet van Amatmoekrim. Die hadden de acteurs er tijdens de slechts drie weken durende repetities zelf al improviserend ingebracht. Omdat er zeer waarschijnlijk geen nieuwe opvoeringen van het stuk op het programma staan, volgt hierbij de grap waarmee Hirsa van Til, de enige blanke acteur in het stuk, de zaal plat kreeg: ‘A bun, nog één raadsel dan. De meest verwarrende dag in Suriname?’ Er klinkt tromgeroffel en de spelers fluisteren door elkaar heen: ‘Jawel, dames en heren, de meest verwarrende dag in Suriname is natuurlijk: tataaa... Vaderdag.’

[van Starnieuws, 17 maart 2014]

zaterdag 15 maart 2014

Van slavin naar omstreden slavenhoudster

Yootha Wong Loi Sing. Foto Linda 10

Actrice Yootha Wong-Loi-Sing, die we kennen van de film Hoe duur was de suiker en momenteel schittert in Linda Mode, staat vandaag voor het eerst op de planken in het stuk Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat. Ze speelt hierin de hoofdrol van de zwarte Elisabeth Samson, de dochter van een vrijgemaakte slavin, die zich in de achttiende eeuw zelf ontwikkelde tot een omstreden slavenhoudster en een van de rijkste handelaren uit die tijd.

Verlangen naar blanke elite
Elisabeth had een enorm verlangen om te worden toegelaten tot de blanke elite in koloniaal Suriname. Dit bereikte een hoogtepunt toen ze een proces aanspande tegen de Nederlandse Staat, om zo toestemming te verkrijgen voor een huwelijk met een blanke man.

Zwarte vrouw succesvol in wereld gedomineerd door mannen
Schrijfster van het stuk Karin Amatmoekrim, bekend van de boeken Het gym en De man van veel, is gefascineerd door de gespannen relatie tussen identiteit en de vrijheid die we zoeken om onze eigen keuzes te maken. "Het is heel bijzonder dat een vrouw in de achttiende eeuw zo succesvol kon zijn in een wereld die door mannen werd gedomineerd, vooral een zwarte vrouw. Dat Elisabeth nooit gebruikt werd als boegbeeld voor de zwarte emancipatie heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ze slaven hield," aldus Amatmoekrim.

Première
Vanmiddag is de voorpremière van het toneelstuk te zien in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam en aanstaande vrijdag gaat het stuk officieel in première in Stadsschouwburg Amsterdam..

[van Lindanieuws.nl, zondag 9 maart 2014]


donderdag 13 maart 2014

'Elisabeth Samson maakte witte mannen rijk'

door Stuart Rahan

De cast van ‘Elisabeth Samson vs de Nederlandse staat’ met vlnr Walther Muringen, Thirsa van Til, Raymi Sambo, Denise Jannah, Helen Kamperveen, Yootha Wong Loi Sing, Noraly Beyer en Sergio IJssel. Foto © Stuart Rahan  


Amsterdam - “U moet niet alles geloven wat in de geschiedenisboeken staat”, waarschuwde schrijfster Cynthia McLeod het publiek dat zondag de voorpremière van Elisabeth Samson vs de Nederlandse staat bezocht. De geschiedschrijving was fout.
Elisabeth Samson werd niet rijk vanwege blanke mannen. Zij heeft blanke mannen rijk gemaakt. Wat in (geschiedenis)boeken staat geschreven, "zegt meer over de witte geschiedschrijvers", vulde McLeod later aan.
Karin Amatmoekrim

Het theaterstuk Elisabeth Samson vs de Nederlandse staat'is gemaakt [door Karin Amatmoekrim - red. CU]  naar een interpretatie van de Amsterdamse theatergroep Urban Myth onder leiding van Jörgen Tjon A Fong. Er is gebruik gemaakt van de kennis van nu in de discussie rond discriminatie, die van minderheden met een andere huidskleur dan de oorspronkelijke autochtone bewoners van Nederland.

Het vermogen van de zwarte vrouw Elisabeth Samson werd geschat op anderhalf miljoen gulden en een jaarlijks inkomen dat in schattingen varieerde van dertig tot tachtigduizend gulden. Samson werd historisch een omstreden figuur. Op eigen kracht raakte ze in de keiharde zakelijke witte mannenwereld steenrijk en hield daartegenover zelf ook 'slaven'. "Ik ben goed voor mijn slaven en hun pasgeboren kinderen. Pas als zij vijf jaar oud zijn, verkoop ik ze", is een uitspraak die je als publiek uit je evenwicht haalt.
Vrijdag is de grote première in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

[uit de Ware Tijd, 13/03/2014]


dinsdag 4 maart 2014

Elisabeth Samson vs. de Nederlandse Staat

Karin Amatmoekrim bewerkte roman van Cynthia Mc Leod tot theatertekst

Theatergroep Urban Myth toont de voorstelling Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat op vrijdag 14 maart aanstaande in de Stadsschouwburg Amsterdam en de voorpremière op zondag 9 maart in het Bijlmer Parktheater. Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat richt zich op de rol van de rijkste zwarte plantagehoudster Elisabeth Samson uit 18e eeuws koloniaal Suriname. Want Elisabeth was vrij, zwart en rijk maar hield ook slaven. Actrice Yootha Wong Loi Sing, één van de hoofdrolspelers uit de televisieserie Hoe duur was de suiker, speelt de jonge Elisabeth Samson. Actrice Helen Kamperveen, bekend van Medisch Centrum West, speelt de oudere Elisabeth Samson. Zij is na 17 jaar te hebben gewoond in Suriname weer voor het eerst in Nederland te zien in een rol op het toneel.

Vertolkte actrice Yootha Wong-Loi-Sing in de bioscoopfilm en televisieserie Hoe duur was de suiker slavin Mini-Mini, in Elisabeth Samson versus de Nederlandse staat speelt zij een vrije zwarte vrouw in koloniaal Suriname. Zij had een sterke handelsgeest en groeide uit tot een slimme zakenvrouw die meerdere plantages met slaven bezat. Zij wilde graag worden toegelaten tot de witte elite in koloniaal Suriname maar ondanks haar rijkdom bleef zij een buitenbeentje. Theatergroep Urban Myth laat het publiek zien hoe Elisabeth de strijd aan gaat met de heersende moraal in Nederland: ook al was zij machtig, haar kleur bleef een rol spelen. Het speelde niet alleen toen maar ook nu.

Keuzes maken
Karin Amatmoekrim
Schrijfster Karin Amatmoekrim is bekend van haar romans, onder andere Het Gym en De man van veel. Maar zij schrijft voor Elisabeth Samson versus de Nederlandse staat voor het eerst de volledige theatertekst. “De gespannen relatie tussen het individu en de vrijheid die we zoeken om onze eigen keuzes te maken fascineert mij. In het algemeen en Elisabeth Samson in het bijzonder”, aldus Karin Amatmoekrim.
Elisabeth Samson versus de Nederlandse Staat is een voorstelling met theaterscènes door Yootha Wong Loi Sing, Raymi Sambo, Helen Kamperveen, Sergio IJssel en Thirsa van Til. Daarnaast is er live muziek door onder anderen Denise Jannah en Walther Muringen en korte speeches door onder anderen schrijfster Cynthia McLeod (op 9 maart) van de romans Hoe duur was de suiker? en De vrije negerin Elisabeth.

Theatergroep Urban Myth staat onder artistieke leiding van Jörgen Tjon A Fong. Interactie, een losse sfeer, het combineren van verschillende disciplines, maatschappelijke betrokkenheid, onderwerpen die aanspreken, de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en culturele diversiteit zijn allemaal ingrediënten van onze projecten. Centraal staat hoe de ‘vreemdeling' bekeken wordt door de samenleving en hoe de ‘vreemdeling’ daar mee omgaat.

Zondag 9 maart, Bijlmer Parktheater, voorpremière
14.30 uur, 020-3113930, www.bijlmerparktheater.nl    
Vrijdag 14 maart, Stadsschouwburg Amsterdam, première
20:30 uur, 020-6242311, www.ssba.nl 


zondag 23 februari 2014

Nog verder terug dan thuis

Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries
door Mineke de Vries

“De onrust van de mens wordt veroorzaakt door een gebrek aan thuis.” Dat stelt de net aan de toneelschool afgestudeerde Curaçaose Dichi Wit, die worstelt met de mix aan culturen waaruit zij stamt. “En als je een vak wilt beoefenen als toneel waarin jijzelf het instrument bent, is het essentieel te weten wie je werkelijk bent.” Een emotionele, analyserende en sociaal bewogen jonge vrouw vertelt open over haar zoektocht, de kruispunten en knooppunten van waaruit je telkens weer moet kiezen en wat uiteindelijk resulteerde in haar eigen muzikale theatervoorstelling Knooppunt Jeruzalem.

 “Mijn te blanke uiterlijk klopte niet met hoe ik me vanbinnen voelde,” dat zegt Dichi Wit, bij wie de zoektocht naar haar ware identiteit begon in de laatste klassen van het VWO op het toenmalige Peter Stuyvesant College. Als je vervolgens ver van huis gaat studeren, in een andere cultuur wordt de vraag wie je werkelijk bent nog eens versterkt. “Met mijn rossige uiterlijk en blanke huid kan ik zo te zien niets vinden van de genen die ook in mij zitten: een Surinaams/ Chinees/ Afrikaanse opa, Duitse oma, Nederlandse vader en Nederlands/ Curaçaose moeder. “Omdat mijn uiterlijk niet klopte met mijn innerlijk ging ik op zoek naar datgene in mij wat niet blank is. Ik wilde het benoemen en analyseren.” De eerste voorstelling die ze maakte - Halfweg - geeft het zoeken naar haar identiteit weer en was zodanig bepalend dat ze er haar zoektocht mee kon afsluiten.

Het witte en zwarte hart
Halfweg staat voor de plaats (Halfweg) waar de familie woonde, maar meer nog voor het halverwege zijn, bij een knooppunt aankomen waarop je moet kiezen. Omdat Dichi  te ‘wit’ is voor hoe ze zich voelt, staat de tegenstelling zwart- wit centraal. Ze draait het systeem van drecha rasa om door in de voorstelling als ‘witte’ met een ‘zwarte’ een kind te willen om het evenwicht te herstellen en zo aan het kind te zien wie ze zelf is. “Nichtjes van mij zijn veel donkerder om te zien, maar mijn ziel is donkerder.” De voorstelling gaf haar de ruimte het af te sluiten en daarmee de vrijheid te ervaren dat er geen hokjes meer bestaan waarin je moet passen. Halfweg vertelt het verhaal van een klein blank meisje dat zich niet thuis voelt en bij wie alle opgehoopte woede en emotie eruit komt. Dichi: “Ik heb haar voorgesteld als een meisje met twee harten, een zwarte en een witte. Ik wilde het gevecht laten zien dat ontstaat door welke ze moet kiezen, welke meer recht van bestaan heeft. Het theaterbeeld dat ik daarbij koos was een wit meisje dat een zwarte man, een voorouder in zich heeft.” Ze gebruikte teksten en beelden uit Tip Maruggs boek De morgen loeit weer aan: “Het beeld van de vogels die tegen de bergen botsen trek ik door naar mijn persoonlijke botsing in de bloedlijn. Het is een gevecht dat keer op keer terugkomt, niet meer als een persoonlijk probleem, maar wel als interesse in de black culture en het historisch besef, waarmee zoveel mensen worstelen.” Inmiddels heeft Dichi contact met een aantal Antilliaanse kunstenaars die deze voorstelling opnieuw samen willen neerzetten.
Eurydice Wit was zeventien toen ze uit Francia in 2007 naar Leiden vertrok om Chinese taal en cultuur te gaan studeren. “Ik zie nu dat die drang voortkwam uit het Chinese bloed dat ergens in mij zit.” Het beviel niet en ze stapte over naar de Kleinkunstacademie in Amsterdam, wat ze achteraf gezien bestempelt als een moeilijke weg. “Ik had altijd wel interesse in zang en theater, maar nooit heel expliciet. Ik deed wel eens iets van theater of zang, had een optredentje op een amateurfestival en deed mee aan de CuraStars toen ik vijftien was, maar nooit veel.” Toch kwam ze door de drie auditierondes heen en eenmaal in Amsterdam voelde ze zich meer thuis; het is nog steeds een plek waarvan ze denkt dat ze er nog wel even kan blijven. “Ik vond de kleinkunstacademie een wat elitair blank systeem, wat vooral merkbaar was in het lesmateriaal en waarbinnen ik niet paste.” Dat was wel hoe ze de Nederlands/Tanzaniaanse Alexandra Groenestein vond, met wie ze uiteindelijk Knooppunt Jeruzalem maakte, want ook zij paste niet in de Nederlandse of in elk geval Europese performance. “Soulnummers uit mijn cultuur pasten niet in dat systeem.” Inmiddels valt Dichi op dat in de klassen een meer multiculturele mix ontstaat die representatiever is voor de huidige maatschappij. 
Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries

“Ondanks onze gelijkgestemdheid is Alexandra een heel ander soort actrice dan ik en trekt ook een ander publiek.” De emotionele Dichi, die zichzelf als een dramatische actrice ziet en van veel vaart houdt, is aan het leren de emoties die ze voorheen door haar lijf liet gaan om ze vervolgens te vertolken, meer te kanaliseren. Relativerend zegt ze: “Ik beschik wel over een emotioneel vat om uit te putten. En misschien ben ik veel minder depri dan ik dacht en blijk ik wel heel goed te zijn in komedie.”

Confrontatie in Jeruzalem
Knooppunt Jeruzalem, de theatervoorstelling van Alexandra en Dichi is gebaseerd op een reis die ze samen in hun vierde jaar maakten en waarin zij werden geconfronteerd met het zoeken naar je identiteit, je plaats in de wereld, je thuis. De straten van Jeruzalem leidden hen niet alleen naar het Heilige Land, maar veel meer naar de belangrijke levensvragen. Er was twijfel en onzekerheid in de hen omringende andere wereld van geloof en gebruiken waaraan ook zij zich moesten conformeren, en daarbij de schok van de beperkingen als gevolg van de keuzes van mensen. “We kregen een stageplek in Jeruzalem, waar we het AL QUDS underground Theatre Festival (AL QUDS is Arabisch voor Jeruzalem) zouden meemaken, wat op zich niet zo boeiend was, maar de Palestijnse mensen die we ontmoetten des te meer.” Het waren de mensen op het festival maar vooral de toevallige ontmoetingen met mensen uit de Jeruzalemse community die hen inspireerden en die een rol kregen in het theaterstuk. 

Alle personages zijn getekend door hun verleden. “Erg veel indruk op ons maakte Ruba, die ondanks alle gruwelijkheden die ze meemaakte en haar problemen - en dan hebben we het over echte problemen - bleef lachen.” Ingewikkeld was het voor Dichi toen ze verliefd werd op een Palestijnse jongen. “Maar of je nu denkt dat je het kan doorbreken, het kan niet, het wordt niets dan ellende. Op een Palestijn word je niet verliefd.” Ook Kher Fody komt als personage terug in Knooppunt Jeruzalem. Hij is wellicht de relativerende tegenhanger voor de serieuze inslag van Dichi, door de woorden die hij op een avond tegen haar sprak en die het motto van Knooppunt Jeruzalem werden: “Angels fly high because they take themselves lightly.”

Scène uit Knooppunt Jeruzalem


Op scherp zetten
Het theaterstuk - de ‘docu-reis’ - vertelt het verhaal van waargebeurde situaties en mensen. Het vertelt daarentegen vooral het verhaal van twee jonge mensen die van alles willen en bij wie alles nog mogelijk is; alles kan, alles mag, maar hoe maak je daar een eenheid van. Ze zien het zelf als een stuk waarin de tragiek wordt weergegeven van twee jonge mensen die moeten omgaan met de verantwoordelijkheid die ze krijgen. Het knooppunt stelt je keer op keer voor de keuze welke kant je op wilt. In hun samenspraak zetten ze zaken op scherp en trekken die in extremen door. Dichi:  “Mensen begrijpen het pas als je het als extreem voorbeeld toont. Zo zit er een protestscène in het stuk; we worden ervan beschuldigd dat we nergens voor vechten, dat we verdraagzaam en verbonden zijn, waardoor we ons langzaamaan ontpoppen tot dictators. Het positieve gevoel van verbondenheid  laten we omslaan naar iets negatiefs, waardoor je het publiek overtuigt dat iets goeds door het extreem te maken kan omslaan in iets negatiefs als het escaleert. We sluiten die scène af met de tekst: “Vrijheid en gelijkheid moet toch voor iedereen zijn? Wij zijn toch intelligente, weldenkende, verdraagzame mensen?  Sta dan eens op en strijd met ons mee! Iedereen die niet verdraagzaam is, die moet gewoon weg.”

Foto © Istoilero
Pelgrimstocht
De persoonlijke zoektocht sloeg met Knooppunt Jeruzalem om naar een maatschappelijk besef dat er zoveel onrecht is. “Als jong volwassene zie je na de strijd die je met jezelf hebt uitgevochten iets wat echt belangrijk is. De individuele zoektocht maakt plaats voor een eeuwenlange zoektocht op menselijk niveau.” Overigens stelt Dichi dat iedereen die naar Jeruzalem gaat zijn eigen persoonlijke pelgrimstocht maakt. “We hebben geschokt ervaren hoe slecht de Palestijnen het hadden, hoe ze leden onder het systeem. Het maakt niet uit waar we geweest zouden zijn, overal loop je ertegenaan. Er is een bovenmacht die alles kan bepalen, ‘kleine’ mensen die er niks tegen kunnen doen. Wij zijn dan toevallig met Palestijnen omgegaan, je verbindt je daarom met hun gevoel. Van hen uit gezien zijn de Israëliërs machtig en agressief, vallen aan en zeggen dat ze verdedigen. We schrokken dat er op de weg naar Ramala (hoofdstad van de Palestijnen) Israëlische vlaggen hingen op huizen van verdreven Palestijnen. En hangt er een Israëlische vlag ben je beschermd door het leger. Overal zijn Israëlische soldaten om je heen en op het vliegveld mag je niet zeggen dat je met Palestijnen bent omgegaan.” Ze bezochten musea waar onomwonden de gruwelijkheden van de oorlog werden getoond en wat diepe indruk maakte. Ook vielen hen de grote verschillen op tussen de twee delen in Jeruzalem: “Het Israëlische deel is Westers, je kan daar gewoon in een jurkje lopen. Wel verbaasde ik me over de dubbelheid: veel winkels met heftige, goedkope lingerie, wat ik moeilijk te rijmen vind met de hoofddoek.”

Papiaments theater
De voorstelling maakten Alexandra en Dichi direct na hun afstuderen in 2012. “We zijn er het hele afgelopen jaar mee bezig geweest. Ondanks de hulp van velen was het eigenlijk ondoenlijk alles zelf te doen: schrijven, spelen, regisseren, bandleiders aansturen, poster maken, promotie doen en dat alles zonder subsidie. Met de drie voorstellingen in het Compagnietheater in Amsterdam hebben we er net onze onkosten uit. We stellen ons niet als slachtoffer op, want we hebben genoeg potentie en kracht, maar zouden graag met een impresariaat werken waardoor we een toer door het land kunnen realiseren. We sturen daarom onze opnames ook naar productiehuizen.” 
Dichi Wit. Foto © Mineke de Vries

Na je afstuderen begint dan je carrière, maar direct ook vervagen je dromen. “Er moet geld komen, dus je moet dingen gaan doen die niet inspirerend zijn.” Intussen werkt Dichi bij de publieksservice in de Stadschouwburg. “Ik moet - multidisciplinair opgeleid - tevens een shift maken in wat ik wil, wellicht wordt dat wel de muziek. Qua toneel heb ik nog niet veel gedaan, alleen een kleine rol in een serie.” Tevens speelt de keuze voor Nederland of Curaçao: hoe dan ook wil ze de connectie houden met Curaçao, haar thuis. “Het Papiaments is rijk genoeg om er theater mee te maken en er zit veel potentie op Curaçao en zo kan ik bijdragen aan wat ik in Nederland heb geleerd. Je moet je afvragen wie je publiek is en ik heb gemerkt dat Curaçao een achterban biedt die me steunt, dat is hartverwarmend en ook veel waard. Beide landen hebben me beïnvloed in wat belangrijk is. Nu moet ik iets gaan creëren waarbinnen ik pas.”

De twee actrices maakten met hun persoonlijke reis een voorstelling waarbij het knooppunt elke keer weer staat voor een bezinningsmoment: na elke scène kom je terug bij het knooppunt en vandaar uit brainstormen de acteurs verder. Knooppunt Jeruzalem eindigt met een decorstuk van een knooppunt. Na een heftige reis komen ze daar terecht. Als een personage zegt: “Ik ga”, antwoordt de ander: “Ik ga mee…terug. Terug naar waar we vandaan komen.” De paradox is dat je verder moet, vanaf elk punt. Maar tegelijkertijd moet je altijd verder terug dan je roots. Want de les is: bij elke foute keuze raak je verder van huis.

zaterdag 22 februari 2014

Sranantongo Bakadina

Eren van en pronken met het Surinaams

Een programma rond het Surinaams in verband met Internationale Moedertaaldag met o.a. presentatie boek en cd van Flos Rustveld Wan gro-ede kon gi Maria, een vertaling van Slaaf kindje slaaf geschreven door Dolf Verroen,

Opvoering van een fragment uit het toneelstuk Kophonger van Frank Wijdenbosch.

Taalspel over het Surinaams tussen twee teams met hulp van de zaal.

Muzikale omlijsting door Romeo Kotzebue en Krin Sten.

Columns, gedichten en interviews van en met o.a. Stuart Rahan, Kwasi Koorndijk, Ludwich van Mulier en Margo Morrison.

Loterij en Surinaamse keuken.

Datum: zondag 2 maart 2014
Tijd: 15.00 uur (inloop 14.30)
Toegang: 5 euro
Adres: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19 A
1093 SK Amsterdam
Orga:FiRi FM & sympathisanten:06-40321238
Zondag vrij parkeren


Flos Rustveld (rechts) wordt bij de Vereniging Ons Suriname
omhelsd door Gracia Blanker, mede-auteur van het Spectrum
 Woordenboek Sranantongo. Foto Michael Bhola

Gi Sranantongo grani, taki en, singi en, prodo nanga en prey nanga en.

Fu grontapu mamatongodey ede, un e hori wan Sranantongo Bakadina. Na kuru kuru un o abi:
Kon na doro fu a buku nanga poku :"Wan gro-ede gi Maria"-wan tori fu Dolf Verroen skrifi na patatatongo. A kari en: Slaaf kindje slaaf. Sisa Flos Rustveld broko en kon na Sranantongo. 

Wan pisi fu a preypisi fu Frank Wijdenbosch, kari Kophonger

Sabi yu tongo, 2 Tetey fu 3 suma o fiya suma e basi a tongo moro bun .

Poku anga singiman, brada Romeo Kotzebue, Krin Sten

Prakseri, bari puru nanga aksi piki, Brada Stuart Rahan, Brada Kwasi Koorndijk, Brada Ludwig van Mulier nanga Sisa Margo Morrison

No lasi skin gi Krioro kukru nanga wan fiya prey o de.

Deymarki: Sonde baka-yari mun,03 2014
Yuru: 15.00 yu (14.30yu waka kon
Madyomina: 5 euro
Tanpresi: Verenigingsgebouw Ons Suriname'
 Zeeburgerdijk 19A
 1093 SK Amsterdam
Orga: Firi FM nanga kraka fu atifiri staman.
Sisa Flos Rustveld: 06-40 32 12 38
Fu tapu yu presi na fesi poti a moni na
NL68 INGB 0005981950 F.R. Rustveld

zaterdag 8 februari 2014

De koningin van Paramaribo vijftien jaar

door  Jerry Dewnarain

De afgelopen week was het vijftien jaar geleden dat wijlen Clark Accord zijn stormachtige debuut maakte met De koningin van Paramaribo. Hoofdpersoon in zijn roman is Maxi Linder, de roemruchte hoer van Paramaribo rond en na de Tweede Wereldoorlog en bekend tot in de hoogste sociale en politieke kringen. Maxi Linder was in de ogen van de schrijver niet zozeer een hoer, als wel een sterke zwarte vrouw, sociaal bewogen en compromisloos. De roman vertelt het meeslepende verhaal van de opkomst en ondergang van een omstreden motyo. Schaamteloos, welbespraakt, extravagant, onzelfzuchtig en hoer in hart en nieren. Maxi was al bij leven een legende. Ze wordt door een huisvriend verkracht, beleeft haar topjaren als prostituee in de jaren dertig, wordt geïnterneerd in een kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, en glijdt in haar latere jaren af naar een bestaan vol afpersing, chantage, bedelarij en eenzaamheid. Ze sterft op troosteloze wijze, omringd door haar eenenvijftig honden.

Helen Kamperveen als Maxi Linder in De gevallen vrouw
bestaat niet,
de bewerking van De Koningin van Paramaribo
door Cosmic in 1999 (Theaterencyclopedie) 
Clark Accord vierde het tienjarig bestaan van zijn roman met de opvoering van de muziektheatervoorstelling De koningin van Paramaribo in het MLAB-theater te Amsterdam. Ook in Suriname is De koningin van Paramaribo als monoloog ten tonele gebracht. Het derde lustrum wordt zonder hem gevierd, maar zijn doelstellingen worden krachtdadig nagestreefd. Door de Clark Accord Foundation wordt het hele jaar door op verschillende plekken zowel in Suriname als in Nederland voorgelezen uit de roman. Ook wordt een bewerking van de monoloog, Een gevallen vrouw bestaat niet, binnenkort door Maikel Austin opgevoerd in theater Unique, de plek waar Clark Accord in 2000 zijn debuut presenteerde. Voorts zal de jaarlijkse Clark Accord-lezing afwisselend in Suriname en Nederland plaatsvinden. In 2014 staat het podium in Suriname, waar Karin Refos zal spreken over jong ondernemerschap. Naast de lezing wordt weer de jaarlijkse ‘Sori yu talenti Clark Accord Award’ voor jong Surinaams schrijftalent uitgereikt. Bovendien doen vanaf de afgelopen week diverse muloscholen en enkele middelbare scholen in Paramaribo mee aan de historische Maxi Linder-stadstour. Hiervoor is een lesbrief ontwikkeld die tijdens de tour met de leerlingen op een plezierige manier wordt behandeld. Op diverse plekken wordt een stop gemaakt met de toerbus en dan met name in straten die te maken hebben gehad met Maxi Linder. Zo is er een stop via de Saramaccastraat in de Timmermanstraat. Hier woonde Maxi Linder tijdens haar vroege jeugd met haar ouders. Ze hadden ook een buurvrouw en een heer die daar woonde, Nelis. Maxi Linder had er een goed leven, totdat er iets vreselijks met haar gebeurde. Een belangrijke vraag in de lesbrief is waarom Maxi al op jonge leeftijd hoer werd. Voor de deelnemers die het niet weten wordt het vreselijke verhaal van Maxi in de Timmermanstraat verteld. Toen ze twaalf was, werd ze verkracht door Nelis. In wezen was het geen slechte man, maar hij zat in de groep van Killinger, die de macht wilde grijpen in Suriname (1915). De groep werd veroordeeld en Nelis kwam in de gevangenis terecht. Na vrijlating was hij van streek, ook omdat zijn vrouw er vandoor was. Na zijn vreselijke daad (de verkrachting) vluchtte hij van huis. De leerlingen wordt een spiegel voorgehouden, dat literatuur zich eveneens bezighoudt met het dagelijks leven van eenvoudige mensen die kommer en kwel meemaken, en dat zij zich kunnen beschermen tegen nare gebeurtenissen. Want nog steeds is er sprake van seksueel geweld tegenover kinderen. Een andere stop wordt, het kan niet anders, gemaakt in de Watermolenstraat. In deze straat liepen de hoeren. Nog steeds kun je ze daar vinden. Veel van hun klanten waren Amerikaanse soldaten die in Suriname gestationeerd werden gedurende WO II. Zo een soldaat heette Howard. Hij was een van de klanten van Maxi Linder. Door haar toedoen heeft deze soldaat zelfs negen maanden in de gevangenis gezeten! Hij had haar met geweld behandeld en haar gouden kettingen gestolen. Maxi bleef stug volhouden bij de politie dat hij berecht moest worden.
Clark Accord. Foto © Kippa

Aan de Waterkant wordt een toneelstukje gespeeld met de leerlingen en ook het Kerkplein wordt aangedaan. Allemaal plekken die een betekenis hebben gehad voor Maxi Linder. Er kunnen nog talloze plekken bekeken worden in de stad die zo veranderd is sinds Maxi Linder er liep, liep, liep en met vele andere hoeren, die ze vaak beschermde of die ze de kunst van het vak leerde. Ze was een sociale vrouw. En hier gaat het om: Maxi Linder mag wel een prostituee zijn geweest, maar ze heeft mensen in haar tijd geholpen iets te bereiken in de maatschappij. In de Geraniumstraat te Zorg en Hoop heeft de bus een voorlaatste stop: hier stierf Maxi in 1981 in een armzalig huisje, waar ze talloze honden verzorgde. Ze werd begraven te Nieuw Vrede en Arbeid, nu aan de Jagernath Lachmonstraat. De koningin van Paramaribo werd 79 jaar.

Reacties van leerlingen die deelnamen aan de tour:
Het verhaal van Maxi Linder, De koningin van Paramaribo, vind ik sensationeel. De manier waarop de schrijver haar levensverhaal vertelt is heel boeiend en het komt realistisch en soms heel komisch over. Al de scheldwoorden, seksuele uitingen et cetera zijn voor mij als tiener niet nieuw, maar het zijn geen woorden die dagelijks worden gebruikt in mijn omgeving. Vandaar dat ik er lol bij had toen ik het boek las. Evenzo geeft het verhaal een belangrijke boodschap mee. De bedoeling van de schrijver is geenszins om prostitutie te promoten. Hij heeft juist laten zien hoe het niet moet. Haar leven als prostituee is heel anders verlopen dan hoe zij het had gewild. [- Jo-Ann, 18 jaar, vwo-student]
Maxi Linder

De koningin van Paramaribo heb ik in de kamer gelezen. Ik schaamde me ervoor dat mijn ouders het boek zouden zien. Ze zouden weten dat ik een boek over een hoer las, want mijn moeder heeft het ooit ook gelezen en vindt het een vies boek. Maar dat maakte me juist nieuwsgierig. Ik denk dat ze het een vies boek vindt, omdat er scheldwoorden in voorkomen. Maar als je op straat loopt, hoor je deze woorden dagelijks. Het verhaal lijkt zo bekend, ik bedoel dat het erg realistisch is. We lezen in de krant vaak berichten over seksueel misbruik. [- Jayant, 18 jaar, imeao-student]

Maxi een pracht van een vrouw
die achtergelaten werd
in de kou

Maxi Linder...
anders dan de rest

Maxi Linder een vrouw zonder berouw

[Leerlingen van de Poolschool]

dinsdag 4 februari 2014

Kophonger, gespeeld door Frank Wijdenbosch


          
Op het moment dat de dokter tegen Frank zegt dat hij morbide obesitas heeft, realiseert Frank zich dat hij nog maar een kleine kans heeft dat hij z'n vraatzucht overleeft. Een gastric sleeve operatie moet de oplossing bieden. Een confronterende, angstige, maar hoopvolle tijd breekt aan.

Frank Wijdenbosch kampt al vanaf zijn jeugd met overgewicht. Dik zijn was een deel van zijn identiteit geworden. Mensen noemden hem liefdevol 'Fatsy'. Frank was trots op zijn rondingen en is vrienden geweest met zijn dikke lijf. Op het toneel speelde hij vaak vrouwenrollen en maakte hij dankbaar gebruik gemaakt van de vetlaagjes die hem iets vrouwelijks gaven.

Tot hij niet meer kon stoppen met eten. Voor de buitenwereld probeerde hij te verbergen hoe groot zijn probleem was. Hij loog zo overtuigend dat hij op een gegeven moment zelf geloofde dat hij niet zoveel at en dat hij alles onder controle had. Maar hij raakte juist steeds meer de controle kwijt. Zijn leven werd een nachtmerrie. In zijn hoofd zat een stemmetje dat hem constant tot eten aanzette. Zijn eigen gedachte vertrouwde hij daardoor niet meer. Met emoties kon hij niet omgaan, die at hij weg. Hij at zich murw. Hij at om niets te voelen. Het idee dat middenin de nacht zijn hart er zomaar mee op kon houden, overheerste zijn slapeloze nachten. Zijn dagen werden overheerst door praktische ongemakken en hij hoopte op een wonder. De operatie leek dat wonder.


Is een gastric sleeve operatie de oplossing? Gaat hij de operatie overleven? Gaat het hem lukken om na de operatie het stemmetje in z'n hoofd onder controle te krijgen dat hem tot eten aanzet? Wat als dat allemaal lukt? Hoe gaat hij vervolgens met zijn emoties om? Met alle mensen die hij altijd heeft voorgelogen?
Frank doet in Kophonger een poging de confrontatie met de buitenwereld aan te gaan en tegelijkertijd te laten zien welke persoon met welke gedachten kronkels er in dat grote lijf eigenlijk zat weggestopt.

Tekstfragment

Ze gaan in ons snijden. We kijken naar videobeelden. De zusters zijn lief, maar blank. Alles is blank. De fysiotherapeut, de arts, de anesthesist. Ze snijden in iemand's buik, en in z'n maag. Ik kan niet zien of de buik van een man of een vrouw is. Ik kan niet zien wat ze met het weggesneden stuk maag doen. Wat gebeurt er met de rest van die maag? Wordt dat weggegooid? Dat kan niet. Dat mag niet. Ik zal moeten vragen of ik dat stuk mee mag nemen, zodat ik het kan begraven. Ik moet niet hebben dat ze een stuk van mij, een behoorlijk groot stuk van mij, in de vuilnisbak gooien.


Voorstellingen:
zaterdag 8 februari 2014 - 20:00 uur
zondag 9 februari 2014 - 15:00 uur (matinee)
Locatie: Bijlmerparktheater, Amsterdam-Zuidoost

vrijdag 31 januari 2014

Kid Dynamite nu ook in Suriname



Op 7, 8 en 9 februari speelt in Theater Thalia in Paramaribo de swingende theatervoorstelling Kid Dynamite, door het Amsterdams theatergezelschap Urban Myth.

Kid Dynamite is de artiestennaam van Arthur Parisius, de legendarische tenorsaxofonist uit Para, die voor de Tweede Wereldoorlog furore maakte met zijn jazz, die hij virtuoos combineerde met de kaseko uit zijn geboorteland. Urban Myth belicht in Kid Dynamite de vergeten geschiedenis van Surinaamse Nederlanders die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland waren. Via Parisius' levensverhaal willen de makers het publiek ook laten nadenken over identiteit, principes en bewuste keuzes.

In de topcast zijn veel Surinaamse gezichten: op het podium schitteren "onze" jazzdiva Denise Jannah, de ervaren acteur Mike Libanon en rising star Yootha Wong Loi Sing. De muziek wordt verzorgd door jazzformatie Fra Fra Sound.


Kaarten @Srd 45,00 vanaf 31 januari te koop bij:
-         Dio drogist Hermitage Mall
-         Dio drogist naast Choi's supermarkt Johannes Mungrastraat
-         Dio drogist Ma Retraite Mall
-         Zus en Zo, tegenover de Palmentuin
-         Sun Ice, Wilhelminastraat (naast Sweetheart)

Twee youtube-links met impressies vind je hier en hier.    
        



zondag 19 januari 2014

Cursus gamelang en wajang te Lelydorp

Dalang Sapto Sopawiro (Suriname)
 en dalang Sarwonoh (Indonesië)
Op Lelydorp is een zeldzame cursus van start gegaan afgelopen donderdag te Dessa. Het betreft het leren spelen van de gamelang en laten dansen van de wajang-poppen. De Academie Kebudjan is belast hiermee. Er bestaat nog de mogelijkheid om je op te geven voor deelname. Dat kan gebeuren bij de bekende Captain Does op Lelydorp. De lessen duren 6 maanden en zullen gratis verzorgd worden. De Pertjajah Luhur (PL) heeft voor deze cursus speciaal een dalang, Sarwonoh, laten halen uit Indonesië. Een dalang is een persoon die de wajang-pop laat bewegen. Suriname had maar één dalang over, te weten Sapto Sopawiro. Die heeft al een hoge leeftijd en is heel blij dat er een instructeur uit Indonesië is gehaald om mensen in Suriname op te leiden. Sopawiro verwacht dat vooral jongeren zich zullen aanmelden om deze gratis cursus te volgen. Op de openingsdag van de cursus was PL-voorzitter Paul Somohardjo ook aanwezig, samen met partijtoppers als minister Raymond Sapoen en DNA-lid Martha Warso-Djojoseparto.

[uit Dagblad Suriname, 18-01-2014]


zaterdag 11 januari 2014

Tambú, a freedom song sluit af waar het begon

door Mineke de Vries

Twee halfbroers erven een tambú, een instrument dat hen verbindt in alle lagen van het zijn. De zoektocht naar de trommel, naar elkaar en uiteindelijk over alle grenzen heen naar oorsprong én toekomst van de volken die samenleven op Curaçao, is de rode draad door Tambú, a freedom song.

De acteurs Kees Scholten en Albert Schoobaar:
Onze rol en kleur is inwisselbaar.
De Nederlandse acteur Kees Scholten en de Curaçaoënaar Albert Schoobaar vertolken de rol van de halfbroers. In mei 2012 stonden zij in La Tentashon op Curaçao, vervolgens op het Oerol-Festival op Terschelling en recent sloten zij hun tournee door Nederland af. In december was er nog een viertal voorstellingen op Curaçao, waarmee zij in totaal zestig keer samen op de planken stonden. Kees Scholten: “Ten opzichte van de eerste voorstellingen is veel veranderd, elke keer bijschaven maakte het uiteindelijk steeds beter. Vooral het aandeel dans is geminimaliseerd, het werd te clip-achtig, waarmee de drive van de vertelling sterker is geworden.”

Albert Schoobaar: “Dat is nou precies het leuke van werken met Kees, je moet eraan wennen, maar kan je je overgeven is het prachtig. Niets is statisch en zelfs tijdens een voorstelling kan iets wijzigen. Je moet elkaar heel goed aanvoelen en letterlijk op elkaar ingespeeld zijn. Maar dat is tegelijkertijd de lol die we samen hebben.”

Voetstap achterlaten
Tambú verhaalt over de broers Martina; ze hebben dezelfde vader, een andere moeder. Lorenzo vertrekt met zijn moeder naar Nederland, Johnny blijft op Curaçao. Ze treffen elkaar weer aan het sterfbed van hun vader en erven zijn tambú, een trommel die staat voor een spirituele manier van leven zoals de Afrikanen die meenamen. Lorenzo hecht niet aan de traditie van de trommel en Johnny verkoopt hem om het geld uiteindelijk te verbrassen. De tambú komt terecht in het historisch museum, waar de museumdirecteur - uiterst Nederlands vertolkt door Scholten - de geschiedenis ervan vertelt. Als rampspoed beiden overkomt, steelt Johnny de tambú terug. Van daaruit wordt de symbolische rol van het instrument steeds duidelijker. “Iedereen wil iemand worden - Z’n voetstap achterlaten in het zand.” Als Johnny de tambú in zijn armen sluit en tranen over zijn wangen lopen, als de muziek aanzwelt, houdt het publiek zijn adem in.

De ontroering in de zalen in Nederland is te voelen, door de inhoud maar ook door de vorm en taal: de vertrouwde klanken van het Papiaments, het ritme van de muziek. Maar het zit hem ook in de herkenning van de typetjes, allen door Schoobaar en Scholten gespeeld door slechts het hoofddeksel te veranderen: de museumdirecteur, de plat-Rotterdamse stiefvader van Lorenzo, maar ook het duo van de dame van Jan Sofat (Scholten met zonnebril en paraplu) en de praatgrage Antilliaanse dame (Schoobaar in zijn vrouwelijke vorm), weten ze tot groot vermaak neer te zetten.
Typetjes: de praatgrage Curaçaose
 dame en de vrouw uit Jan Sofat.

In de grondverf
Het idee voor Tambú ontstond na een eerdere voorstelling van muziektheatercollectief Het Volksoperahuis uit Amsterdam, die met lokale acteurs en musici Morto i Laman (De dood en de zee) speelde in samenwerking met Teatro Luna Blou. Dat was het begin van de Curaçaose connectie voor het Volksoperahuis, bestaande uit Jef Hofmeister, componist/tekstschrijver en Kees Scholten, acteur/regisseur die samen per productie acteurs en muzikanten erbij zoeken. Scholten: “Het was de manier waarop Ompi Tio ons na afloop met een speciaal voor ons gemaakte tambú bedankte, wat ons ontroerde. De energie uit die tambú pakten we allebei op en dit maakte dat we meteen wisten dat we dáár wat mee wilden, dat dát het uitgangspunt zou worden voor een nieuwe voorstelling over Curaçao en Nederland.

We besloten op Curaçao onderzoek te doen naar de kracht van de tambú. We spraken veel mensen, maar voelden meteen: als je tambú zegt, moet je oppassen, er hangt sentiment omheen, het raakt direct aan de actieve repressie van de zwarte volksaard en betekent het losmaken van de overheersing. Blijf van mijn eigenheid af, lijkt het te roepen. Aan de tambú kan je je vingers branden, er hangt iets verborgens, verbodens omheen. Met al die indrukken gingen zakelijk leider Maarten van der Cammen en ik terug naar Nederland. Jef vertaalde het naar een script waarmee ik, terug op Curaçao Elia Isena benaderde om er drie tambú’s bij te componeren.

“Die gedenkwaardige avond op de porch van Elia ontstond het ritme ter plekke, was ik getuige van de geboorte van de tambú’s, natuurlijk nog in de grondverf, maar de basis van onze voorstelling was er.”


Losse vorm
Op zoek naar lokale spelers zochten ze Albert Schoobaar op bij één van zijn schoolvoorstellingen in Habaai. “Met minimale middelen zat het zo ingenieus in elkaar. In die open stijl is Albert echt een virtuoos. We hebben hem meteen bij ons idee betrokken. Hij zit zo dicht op de huid van het publiek: de manier waarop hij een scholier zo sexy aankeek, dat ie wegliep, was geweldig”, en Scholten schiet weer in de lach. Op zijn beurt treft Schoobaar de snelheid in denken, schrijven en spelen van Jef en Kees: “Soms gaat het zo snel dat je denkt ‘waar hebben jullie het over’, maar het dwingt je je mond open te trekken. Je niet laten opfokken maar bij de les blijven. Ik viel voor de vorm, het spel, de liedjes. Deze losse manier van toneel maken neem ik weer mee in mijn eigen voorstellingen.”

Schoobaar schreef al langer voor zichzelf, werkte samen met regisseur Ad de Bont en maakte met Saskia Goldschmidt vele jeugdtheaterproducties.
“Toen ik voor theatergroep Paradox schreef, werd ik een keer gevraagd in te vallen als acteur, zo begon het.” Met Paradox regisseerde hij bijvoorbeeld Oedipus van Hugo Claus voor Curaçao en met zijn eigen Teatro KadaKen maakt hij schoolvoorstellingen voor de Curaçaose jeugd.

“We maken ook lesmateriaal en spreken met de jongeren na over de voorstellingen.” Het artistiek niveau is hoog, de onderwerpen maatschappelijk relevant: opgroeien zonder vader, seksualiteit, tienerzwangerschappen, tolerantie, verwaarlozing. Theater als middel om problemen bespreekbaar te maken. In 2012 maakte hij Tisha en recent de voorstelling De Ballade van Pluisje, die nog tot februari 2014 loopt. Anders dan de vorige gaan ze hiermee echt de klas in. Daarnaast heeft hij zijn eigen jongerentheatergroep Pispijn, waarbij hij ook dramalessen geeft.

Het mooiste kunnen delen
Ook met Tambú wordt een boodschap vertolkt. Scholten vanuit de Nederlandse invalshoek: “Het prachtige Curaçaos-Nederlandse verhaal zegt - juist in de tijd dat Curaçao een autonoom land binnen het Koninkrijk is - veel over wie wij als Nederlanders zijn, hoe we omgaan met gevoelens van superioriteit en schaamte. Of je wilt of niet, de geschiedenis komt altijd aankloppen.” Schoobaar vult vanuit zijn Antilliaanse achtergrond aan: “De geschiedenis is een feit, je kunt er niet omheen. Maar waar is onze eigenwaarde, waarom stoppen we niet ons slachtoffer te voelen. Ik zou hardere stukken willen maken en het mensen in de face willen gooien: hou ermee op. Alsof eigen verantwoordelijkheid niet voorkomt in ons woordenboek. Zeg je daar iets over ben je de makamba pretu. Na de opstand van 1969 hadden we de macht, we hebben er niks anders mee gedaan dan vriendjespolitiek en de positie misbruiken voor verdere onderdrukking. Als reactie op de voorstelling Tambú zeggen Antillianen meteen: zie je wel, die Nederlander verkoopt de tambú weer, maar... kíjk nou eens, je doet het zelf ook. De schuld geven aan de ander, altijd mikpunten zoeken, het buiten zichzelf om zoeken.” De boodschap van deze productie is volgens Schoobaar dan ook: “Laten we praten en culturen laten samenkomen.” Scholten voegt toe: “Wees trots op je cultuur, maar, laat een ander er ook van genieten. Zeg niet, dat is mijn tambú, maar nodig mensen uit naar jouw tambú te komen. Als je anderen toelaat het mooiste wat je hebt te delen, ontstaat vriendschap.”

Albert Schoobaar in de ontoerende slotscène
 waarin hij met de tambú de knoek invlucht
Vertrouwen
Zo’n vriendschap zie je bij Schoobaar en Scholten zelf. Er is volledig vertrouwen om te delen. “We kunnen onze ideeën spuien zonder dat je bang bent dat de ander ermee wegloopt, er is nooit een dubbele agenda.” Daarom kunnen ze vrij brainstormen over nieuwe producties. Want dat die er gaan komen, staat vast.

Hun perfecte samenwerking op toneel is er ook in de dagelijkse omgang. Ze spelen scherp op elkaar in, er is constant interactie. Scholten druk, al pratend doet hij allerlei typetjes na, maakt veel bewegingen, Schoobaar wat rustiger, luistert en vult aan. Maar het plezier spat er wel vanaf. “Kees is echt de grappigste persoon die ik ooit ben tegengekomen”, zegt Albert, nog nalachend om het typetje ‘Nederlandse premier met glimlach’ dat Kees net achteloos tijdens zijn derde espresso ten tonele voert.

Bevrijdend
De interactie, het steeds in beweging zijn, geeft ook een verantwoordelijkheid naar elkaar: er is op elk moment ruimte voor nieuwe ideeën van beiden, wat overigens nooit tot enige spanning leidt. Schoobaar: “Dat is zo’n andere manier van werken, enerzijds bevrijdend maar het geeft ook druk. Je moet alles loslaten, ook tijdens het spelen, maar het resultaat is zo bevredigend. Deze vorm nodigt tevens uit te improviseren als je een fout maakt, heerlijk als dat kan, ter plekke bedenken we nieuwe dingen, elke dag kan je bij wijze van spreken met nieuwe teksten komen.”

Scholten: “Ik ga niet uit van het principe: om drie uur beginnen we een repetitie, maar... als om vier uur de kern maar is geraakt, wat er ook aan vooraf is gegaan.”

Een blik, een toon, de energie tussen elkaar kan alles opeens in een ander daglicht zetten. “Dat is de lol, dan ga je aan de haal met je eigen stuk”, zegt Scholten. “Het mooiste is er steeds nét tegenaan zitten, in dat spanningsveld opereren. Dat is theater, het mes steeds voor zijn.” Het verhaal vertellend, er helemaal inzitten als acteur maakt dat het groter wordt dan je kunt spelen.

Scholten: “Het verhaal wordt groter dan jezelf, dat is het allermooiste van toneel. Je komt in een gebied waar je jezelf overtreft.”

Inwisselbaar
De inbreng van de Curaçaose muzikanten zorgt volgens beide acteurs ook voor dat overtreffen van jezelf. Mede door hen kom je tot een heel andere discipline, waarin poëzie, muziek en toneel samenvloeien. Schoobaar: “Voor mij is het mooiste moment als in het begin die muziek aanzwelt en de meiden gaan zingen, de take off.” Alles vloeit in elkaar over. Scholten: “Al is de één wit, de ander zwart, in onze toneelvorm zijn onze rol en kleur eigenlijk inwisselbaar. Het mooiste compliment dat ik terughoorde was: ik vergat helemaal dat je niet zwart bent.” Wat meewerkt in het geheel is Scholtens perfecte gevoel voor nabootsing, hij kan goed luisteren en het nadoen. Al zou je anders vermoeden, hij kent alleen zijn tekst in het Papiaments en niet veel meer dan dat.


De reacties op Tambú zijn in Nederland niet veel anders dan op Curaçao. “Wel valt op dat hoe meer Antillianen in de zaal zitten hoe hilarischer het wordt, dan krijg je een soort samenspraak met de zaal. Scholten: “Veel mensen in Nederland zijn zichtbaar ontroerd of komen huilend naar ons toe, misschien is dat toch het heimwee. Iemand huilt om zijn opa, een Nederlandse man komt met zijn oude Curaçaose vriend samen naar de voorstelling. We merken dat zowel de pijnpunten als de mooie dingen verbinden en ontroeren.”

De tijd die je niet hebt meegemaakt. Maar die jou wel heeft aangeraakt. Die jou nu nog parten speelt. Jouw hart en ziel in vieren deelt. De tijd van ver voor jouw tijd. Onvoltooid verleden tijd.

Kan je over dit thema samen vrij praten dan ben je de schaamte voorbij. En dan wordt het uiteindelijk voltooid verleden tijd.

[uit Amigoe Ñapa, 7 december 2013]

Foto’s: Mineke de Vries