Posts tonen met het label Caprino Mildred. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Caprino Mildred. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

Een eigen geschiedenis vraagt om eigen geschiedschrijving

Geschiedschrijving: het is maar met welke bril je het bekijkt.
Foto © Michiel van Kempen

door Ruben Bakker

Geschiedenis kan ‘over’ Suriname gaan, maar is die dan ook ‘van’ Suriname? Voor geschiedschrijving (of historiografie) is het uitermate belangrijk vanuit welk perspectief gekeken wordt. Dit komt al naar voren in de ondertitel van de bundel Verkenningen in de historiografie van Suriname, die de ambitie aangeeft om te komen Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk. Deze ambitie spreekt ook uit het symposium ‘Geschiedschrijving van Suriname’, gehouden in 2013, waar deze bundel uit voortgekomen is.

In een geschiedenis van het volk staat het volk centraal, dit in tegenstelling tot een koloniale geschiedenis, waar de relatie met de kolonisator centraal staat. Als men spreekt van dekolonisatie van de geschiedschrijving wordt bedoeld dat niet alleen het bestuur van een land, maar ook de geschiedschrijving onafhankelijk wordt. Maar wat betekent dit precies? En hoe kunnen we dat bereiken? Dit zijn de vragen die in de bundel centraal staan. De bundel bestaat uit 25 Nederlands- en Engelstalige essays, geschreven door Surinaamse en buitenlandse (vooral Nederlandse) historici. Hiermee beslaat de bundel - die in twee delen is uitgekomen -  zo’n 656 pagina’s in totaal.

Door de veelheid aan essays worden veel aspecten die relevant zijn voor de historiografie van Suriname belicht. Zo benadrukt Chan Choenni de urgentie en het belang van ‘oral history’, gaat Mildred Caprino in op (de mogelijkheid van) vrouwengeschiedenis en bespreekt Hilde Neus de rol van historische romans voor de geschiedschrijving. Naast het gezichtspunt en de plek in de Surinaamse geschiedenis van de verschillende bevolkingsgroepen is er ook aandacht voor de ontwikkelingen in de historiografie van andere voormalige kolonies.

De breedheid van de onderwerpen en de veelheid aan auteurs maken de essaybundel echter ook kwetsbaar. Doordat de essays erg los van elkaar staan, komt herhaling nogal eens voor en wordt de lezer niet altijd aangemoedigd om ook het volgende essay te lezen. Dit had voorkomen kunnen worden door de essays meer te rubriceren, zodat er een duidelijker opbouw ontstaat. Ook was het wellicht beter geweest als alle essayisten aan het einde van hun artikel concrete aanbevelingen deden van hoe de historiografie van Suriname verbeterd kan worden. Nu is dat slechts bij enkele essays het geval. Want weet de lezer uiteindelijk wat er concreet moet veranderen om de Surinaamse historiografie een ‘geschiedenis van het volk’ te maken?

In ieder geval is daar een dappere poging toe gedaan en is veel kennis gebundeld.
De tweedelige bundel vormt een belangrijke bijdrage aan de Surinaamse historiografie en houdt bovendien de lezer een spiegel voor: een eigen geschiedenis maak je zelf!


Maurits S. Hassankhan, Jerome L. Egger, Eric R. Jagdew (samenstellers): Verkenningen in de historiografie van Suriname. Van koloniale geschiedenis tot geschiedenis van het volk. Deel 1 en 2. Paramaribo: Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), 2013. ISBN: 978-99914-7-254-6

zaterdag 30 november 2013

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.


De expositie Smart van een Slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne maakt gebruik van audio visuele beelden en de platen vervaardigd in Nederland voor de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het is een overgenomen tentoonstelling dat het verhaal van het schip Leusden vanuit een bepaald perspectief beziet.

"De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis." Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.

Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. "Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren."
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. "Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk."

Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. "Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President", roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. "Dat is vragen om trauma's. Dat moet je niet doen."
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: "Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?"

Jongeren in Auschwitz, 2010


Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. "Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?"
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. "Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake."

[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

vrijdag 4 oktober 2013

‘Hoe duur was de suiker romantische weergave slavernij'

door Euritha Tjan A Way
Scène uit Hoe duur was de suiker

Paramaribo - De verfilming van het boek Hoe duur was de suiker heeft gemengde reacties uitgelokt. Veel mensen zijn blij dat er eindelijk internationale aandacht is voor de slavernijgeschiedenis van Suriname, anderen zien de film als een eenzijdige visie op slavernij. Econoom Dew Baboeram (Sandew Hira) beschrijft in zijn column het boek: “Je denkt dat het verhaal gaat over slavernij, maar het gaat over liefde. Het beeld dat wordt geschetst, is dat slavernij één en al liefde was. De witte vrouwen zijn verliefd op de witte mannen. De zwarte vrouwen zijn verliefd op de witte mannen. De witte mannen zijn verliefd op de zwarte en witte vrouwen. De zwarte vrouwen houden van de witte vrouwen. En waar een zwarte vrouw en een zwarte man verliefd zijn op elkaar, laat de zwarte man de zwarte vrouw in de steek voor een andere zwarte vrouw. Dat heb je met zwarte mannen in koloniale verhalen.” Hij geeft aan de film echter nog niet gezien te hebben. [zie bericht hieronder]
...realiteit?...

Realiteit?
De website repeatingislands.com geeft in tegenstelling tot Hira aan dat het boek een diepzinnige weergave is van het leven in een Nederlandse slavenkolonie. 'McLeod was excited that her book was turned into a movie that will take the reality of slavery to a world platform' publiceert het medium en 'The book presents a frank exposé of life in a Dutch colony'. [zie bericht hieronder]
Historicus Mildred Caprino is daar faliekant tegen. "Het is een geromantiseerde versie van de slavernij. Het is door de bril van de witte man verteld. Wat wij nodig hebben is een verfilming bekeken door de bril van nazaten van de tot slaaf gemaakten. Dat zal in een ander verhaal resulteren," weet Caprino. Zij is zich er echter van bewust dat het nageslacht de film zal zien en dat het voor velen de eerste kennismaking is met het Nederlands / Surinaams slavernijverleden. "Maar ik geloof dat er een zekere bewustwording op gang komt. Na de serie Slavernij op NTR kwam er een beweging op gang die ageerde tegen het genuanceerde beeld dat daarin geschapen werd."
Mildred Caprino

Kans
Of er een Nederlandse regisseur te vinden is die het verhaal vanuit de visie van de tot slaaf gemaakten wil verfilmen betwijfelt Caprino. "We moeten het zelf doen," zegt ze resoluut. Historicus Jerry Egger kan het boek waarderen en denkt dat de film de kans biedt aan velen om kennis te maken met een stukje geschiedenis. "Ik vind prima wat McLeod heeft gedaan. Ik denk echter dat mensen het boek en de film niet zullen beschouwen als documentaire. Het is een geromantiseerde versie en dat zegt de regisseur ook duidelijk," legt Egger uit. Hij las in 1988 het boek voor het eerst en in één keer uit. "Ik vind het een prettig geschreven boek. Een historische roman en dat genre biedt trouwens velen voordelen. Een historische analyse bijvoorbeeld zou nooit zoveel verkocht worden", aldus Egger.

[uit de Ware Tijd, 3/10/2013]



zaterdag 15 juni 2013

Oude waterbron opengesteld voor spiritueel welzijn

Paramaribo - “Water is leven en energie. De bron moet niet dicht blijven!” Vurige woorden van Jerrel Vijber die de spirituele boodschap heeft gehad dat de waterbronnen van Groot Paramaribo open moeten. “Ik ben een volksmens en heb me altijd beziggehouden met de noden van mensen. Dat is niet mijn keus. Ik word geestelijk gestuurd en begeleid. Dat is al zo vanaf mijn jonge jaren. Daarom ken ik de historie van dit gebied als geen ander. Het is kennis van bifo bifo bifo,” spreekt Vijber van wie de stemkleur dieper en het Sranan accent heel anders is dan normaal.


De laatste hand wordt gelegd aan het open hekwerk dat rondom de waterbron is aangebracht. De put wordt vandaag opgeleverd en overgedragen aan de gemeenschap. 

Antwoorden
Hij lijkt diep in gedachten verzonken wanneer hij de aanleiding vertelt voor het open stellen van deze waterbron. "Verschillende Afro- organisaties hadden een bijeenkomst hier in de V-Tunnel. Ze probeerden een culturele hervorming te realiseren. Ik zag dat de mensen elkaar niet konden vinden. Ik zag ook dat er veel nood was onder de mensen. Als lid van Fiti Fu Wini zag ik bij de eerste vergaderingen bijna tien jaar geleden, steeds weer dat mensen met zichzelf en met problemen zaten. Ik heb de vraag naar een oplossing aan mijn binnenste voorgelegd. Ik zocht naar antwoorden. "
Spirituele bewakers
Uiteindelijk kreeg Vijber de antwoorden uit een onverwachte hoek. "De vier spirituele bewakers van dit gebied (lees omgeving Waterkant) brachten mij de boodschap. Zij zeiden aan mij dat het goede van dit land opgesloten zit in de waterbronnen. Water is van groot belang voor de mens, waarom zijn die putten toentertijd dichtgedaan? Ze moeten open", benadrukt de boodschapper die op dat moment niet meer alleen is.
"Ik heb de boodschap aan de voorzitter van Fiti Fu Wini gegeven en samen zijn wij op onderzoek uitgegaan. Daarbij is gebleken dat deze bron niet alleen voor water zorgde voor het hele gebied rondom de Waterkant, maar dat mensen van heinde en verre kwamen om er water te halen. Er zijn meer bronnen, maar die hebben we nog niet gevonden. Deze is alvast van groot belang", overtuigt Vijber die met steeds meer passie en nadrukkelijke gebaren praat.
Ook historicus Mildred Caprino is ervan overtuigd dat de bron een cultuur/historisch monument is. "De bron staat op een ontmoetingsplek waar mensen samen kwamen tijdens en na de slavernij. Ze kwamen nieuws uitwisselen en hun noden bespreken. Het is een gedenkteken waard en zeker als we nagaan dat de put altijd water heeft."

Raar
Vijber maakte iets bijzonders mee toen de put de eerste keer werd opengedaan."Mensen van de Brandweer, Openbare werken en vertegenwoordigers van culturele organisaties waren aanwezig toen het deksel verwijderd zou worden. Het is raar, maar geen van de mannen met grote hamers en bijlen konden de deksel er vanaf krijgen. De voorzitter van Fiti Fu Wini Claudetta Toney, kwam naar mij en vroeg aan mij te kijken wat ik kon doen. Ik ging naar het deksel toe, zei dat wat in me opkwam op dat moment, gaf er vier kleine slagen aan en de put ging open." Vandaag om elf uur wordt de put met open hekwerk opgeleverd aan de Oude Hofstraat.

[uit de Ware Tijd, 15/06/2013]


zaterdag 30 juni 2012

Slavernij-invloeden (VI en slot): Eenoudergezinnen als ‘hebi’ uit de slavernij?

door Tascha Samuel

Het is vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt verklaard dat tweeoudergezinnen de norm zijn voor het bouwen van sterke gezinnen, als basis voor een goede maatschappij. Vader en moeder hebben beiden een essentiële bijdrage in de vorming en opvoeding van een kind tot een stabiele burger. Men geeft in dezelfde theorie ook aan, dat het in eenoudergezinnen makkelijker verkeerd kan gaan.
Binnen de gemeenschap wordt weleens de stelling geponeerd dat het eenoudergezin een ‘hebi’ is uit de slavernij. Maar dat zou betekenen dat er zich geen ontwikkeling heeft voorgedaan sinds de afschaffing van de slavernij, nu al bijna 150 jaar geleden stelt historicus Mildred Caprino.
“Het is een vooringenomenheid. Wil dat zeggen dat men de trauma’s niet heeft verwerkt; niet erbij stil heeft gestaan dat zoals het toen was, niet meer zo moet?” Zij gaat zelfs verder door te stellen: wie bewezen heeft dat het eenoudergezin zo slecht is?



“Vele voorouders van Afro-Surinamers zijn zelf afkomstig uit een oudergezinnen, is het dan allemaal fout gegaan?” Caprino vertelt dat er ten tijde van de slavernij in ieder geval met het instituut gezin totaal geen rekening werd gehouden. “Als men al een gezin had gevormd, was het als de slavenmeester het toestond geen probleem dat de vader verkocht werd of dat een kind van haar moeder werd weggehaald. Pas toen het instituut slavernij afgeschaft was moest men meer rekening houden daarmee. Toen werden slaven een schaars goed waar je goed voor moest zorgen want je kon niet meer gaan halen.” Volgens Caprino zou men meer stil moeten staan bij wat we al hebben bereikt. “Misschien niet het absolute welzijn en welvaartsniveau, maar er zijn wel vorderingen gemaakt en dat op eigen kracht.”

[uit de Ware Tijd, 30 juni 2012]

zondag 31 juli 2011

Historie voor hem en voor haar: uitgave tweede editie van His/her Tori

door Cobi Pengel

Het Instituut voor Maatschappij Wetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname heeft met de uitgave van het tweede nummer (juni 2011) van het op jaarbasis te verschijnen tijdschrift His/her Tori, tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, opnieuw een belangrijke bijdrage geleverd aan de informatievoorziening op het gebied van de twee genoemde disciplines. De ‘prominente historicus’ die suggereerde dat ‘bij verschijning van slechts één nummer per jaar de lezers het tijdschrift misschien al vergeten zijn wanneer de volgende uitgave verschijnt’ (zie ‘Ten geleide'), krijgt ongelijk: een tijdschrift op dit niveau wordt uitsluitend gekocht door de werkelijk geïnteresseerden, die het na lezing zorgvuldig bewaren en uitzien naar het volgende nummer.

Ook de tweede His/her Tori biedt de lezers deskundig geschreven artikelen met een scala aan interessante informatie. Het tijdschrift ziet er verzorgd uit, heeft een smaakvolle, stevige omslag, leest prettig door de lettergrootte en de indeling in twee kolommen en is voorzien van functionele illustraties.

Veel aandacht wordt er besteed aan de proclamatie van de masteropleiding geschiedenis van het Institute for Graduate Study and Research (IGSR) van de Anton de Kom Universiteit op 15 maart 2011. Dit gebeurt in de introductie van Hilde Neus, in het integraal weergegeven openingscollege van directeur Marten Schalkwijk (foto rechts) en het daaropvolgende artikel van Maurits Hassankhan. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat de tweede uitgave van His/herTori dan wel niet geheel, maar wel voor een deel in het teken staat van deze mijlpaal van de Anton de Kom Universiteit. Na het college van Schalkwijk en het artikel van Hassankhan volgen er nog zeven artikelen. Aan elk artikel kan helaas vanwege de beperkte ruimte slechts beknopt aandacht worden besteed.

Het openingscollege IGSR master geschiedenis, 15 maart 2011: ‘Uitdagingen en valkuilen in de geschiedenis van Suriname’ is de titel van Schalkwijks tekst. Een boeiend artikel over onder andere het grote belang van het (her)schrijven van de geschiedenis van Suriname vanuit het eigen, Surinaams perspectief en het verzamelen van feiten en verhalen uit verschillende bronnen in het belang van de betrouwbaarheid. Ook noemt Schalkwijk Wij slaven van Suriname van Anton de Kom ‘een geschiedkundige eye-opener voor vele Surinamers, omdat De Kom ‘op indringende wijze de sociaal-economische geschiedenis van het koloniale Suriname beschrijft en daarbij expliciet kiest voor het perspectief van de onderdrukten.’

Ook Maurits Hassankhan (foto rechts) benadrukt in zijn artikel ‘Een masteropleiding geschiedenis in Suriname; Een stap op weg naar versurinamisering van de geschiedschrijving van Suriname’, het eigen perspectief van waaruit de Surinaamse geschiedenis geschreven en/of herschreven moet worden en dus: het grote belang van ‘eigen’ historici. Hassankhans artikel leert ons dat de masteropleiding geschiedenis een eenmalige opleiding zal zijn, waarbij ‘zal worden samengewerkt met bevriende instituten en wetenschappers in het buitenland’ (p. 15).

In de tot artikel bewerkte mo-b-scriptie van Helga Banks (foto links), ‘Integratie van Suriname in de Caricom in historisch perspectief, 1973-2008 een moeizaam maar positief proces’, wordt de toetreding van Suriname tot de Caricom behandeld. Wie alles weten wil over de diverse door Suriname doorlopen stadia in de loop der jaren en de rol die Suriname speelde en speelt in de Caricom, leze dit bol van informatie staande maar toch goed leesbare artikel.

‘Het nieuwe zelfbeeld van de Marronvrouw anno 2011 de traditiegetrouwe tegenover de geïntegreerde en de ontwortelde vrouw vrouw’ is de bijdrage van Martina Amoksi aan deze His/her Tori. Na het lezen van Amoksi’s artikel ben ik de mening toegedaan dat zij in een volgende uitgave niet mag ontbreken. Aandachtig en met plezier heb ik haar boeiende, op een prettige manier geschreven informatie over dit onderwerp gelezen. Amoksi belicht expliciet de ontwikkelingen van de afgelopen
50-60 jaar binnen de Marrongemeenschappen die het zelfbeeld van de hedendaagse Marronvrouw beïnvloedden en veranderden. Het is jammer dat ik door ruimtegebrek niet dieper op dit artikel kan ingaan.

‘Religieus erfgoed onder de mahoniebomen in Paramaribo, de congregatie Dochters van Maria Onbevlekt Ontvangen’ is geschreven door Mildred Caprino (foto links). De rode draad is de geschiedenis (sinds 1817) van de RK missie in Suriname en het materiële en immateriële erfgoed dat in de loop der jaren werd opgebouwd. Interessant zijn de informatie over de ‘inlandse zusters’ en de conclusies over nieuwe bestemmingen voor de religieuze gebouwen met grote cultuurhistorische waarde in de buurt van de kathedraal.

Ook het artikel van Michel Jubithana ‘Soemberredjo in historisch perspectief. Een Javaans dorp in het district Coronie’ is een tot artikel bewerkte scriptie (mo-a). Waarschijnlijk weten velen niet hoe het gekomen is dat zich in Coronie een Javaanse gemeenschap vestigde. Van de trek van Javaanse immigranten uit Nickerie naar Coronie tussen de jaren 1930 en 1960 beschrijft Jubithana enkele uiteenlopende oorzaken. Eén daarvan was de werkloosheid die in Nickerie ontstond toen in 1934 de rijstbouw werd gemechaniseerd, terwijl in Coronie in 1933 een machinale oliepers in gebruik was genomen, wat juist arbeidsplaatsen opleverde.

‘ "Vreemd" en "eigen" met het oog op globalisering: Kwamalasamutu':
Voor dit artikel, geschreven door Els Moor (foto rechts), geldt hetzelfde als voor dat van Martina Amoksi: het zou een langere bespreking verdienen dan de ruimte hier toelaat. Weet Martina Amoksi alles over de Marronvrouw, Els Moor is ‘thuis’ in het inheemse dorp Kwamalasamutu. Zij bezocht het dorp drie jaar lang maandelijks in het kader van het onderwijsproject ‘Change for Children’ en verpandde in die tijd haar hart aan ‘haar Kwamala’. Zij vertelt niet alleen over het onderwijsgebeuren, maar ook over de totale leefgemeenschap. Zoals de titel vermeldt, heeft zij zich in haar artikel toegelegd op dat wat ‘vreemd’ is voor de dorpsbewoners en op dat wat ‘eigen’ is, maar zij vestigt ook de aandacht op de zaken die ‘vreemd’ waren maar steeds meer ‘eigen’ worden. Interessant is de vermelding van de ‘cultuurschool’ voor de oudere leerlingen, naast de ‘gewone’ openbare lagere school van het Ministerie van Onderwijs, waarmee het behoud van tenminste een deel van de eigen cultuur wordt beoogd.

Met ‘Richard Korsten en Heinrich Helstone: twee amateurhistorici’ heeft Jerome Egger behalve een gedegen geschreven artikel, de lezer een goede kijk geboden op het fenomeen ‘amateurhistoricus’. Egger benadrukt het grote belang van ‘historici die geen formele opleiding hebben genoten’ (p. 65) in het algemeen en in het bijzonder de amateurhistorici Korsten en Helstone die waardevolle bijdragen hebben geleverd aan onze Surinaamse geschiedschrijving, elk op een verschillende wijze. De verdiensten van Korsten zijn vooral zijn interviews met voor de historie van Suriname belangrijke persoonlijkheden in het personeelsblad van DSB, Bank Notes. Helstone daarentegen was een onderzoeker, die in zijn vrije tijd in archieven naar materiaal over vooral het Surinaamse slavernijverleden zocht. Samen met Joop Vernooij publiceerde hij Documentatie: Afschaffing van de slavernij in Suriname (Paramaribo, Eigen beheer, 2000) Egger biedt met dit artikel de lezer meer dan alleen informatie: het is tevens een eerbetoon aan de vorig jaar kort na elkaar overleden Richard Korsten en Heinrich Helstone.

Het laatste artikel van deze His/her Tori is een bijdrage van Carlo Jadnanansing (foto rechts, samen met Miss Hindustani 2007). Het is een recensie over het boek Kahe Gaile Bides, wat betekent ‘Why did you go overseas’ of ‘Waarom men wegging’. Het boek is een studie over de hindostanen die uit India zijn weggetrokken, maar er toch in zijn geslaagd generaties lang zekere aspecten van hun cultuur in ere te houden.

Aanbeveling: His/her Tori moet niet alleen in de boekhandel liggen. Dat het ook op de universiteit te verkrijgen is, mag ik zonder meer aannemen, maar ik hoop dat het ook op de middelbare scholen terecht zal komen. De meeste artikelen zijn bijzonder geschikt voor bespreking tijdens een les en voor het voeren van discussies. Het redactieteam, aangevuld met Jan Bongers en Ton Wolf, heeft goed werk verricht. Slechts één opmerking: op p.5 (‘Formele start masteropleiding geschiedenis’) wordt aangekondigd dat de thesis van Marten Schalkwijk ‘integraal in deze editie zal worden afgedrukt’, hetgeen blijkbaar een vergissing is. Zijn openingscollege - eveneens aangekondigd - is wèl afgedrukt.

zondag 27 maart 2011

Johanna Schouten-Elsenhout, ontrafeld door Eddy van der Hilst

door Christine Samsom


Op 8 maart jongstleden, de 100ste viering van de Internationale Dag van de Vrouw, werd in het perkje vóór het CCS-gebouw aan de Henck Arron-/Gravenstraat in Paramaribo een zogenaamd kopbeeld onthuld van onze bijzondere dichteres Johanna Schouten-Elsenhout (11-07-1910 - 23-07-1992), gemaakt door schilder/beeldhouwer Erwin de Vries. Direct nadat de prachtige mamio die het beeld bedekte, was verwijderd door voorzitter Eline Graanoogst van de Nationale Vrouwen Beweging (NVB) als initiatiefnemer, directeur Otto Ezechiëls van de Centrale Bank (CB) namens de sponsor, een achterkleindochter van de dichteres en de kunstenaar, ontstond er enige dyugudyugu rond Eddy van der Hilst en de wijze neerlandicus Hein Eersel. Oei, de spelling van het Sranan op de sokkel….! De fouten daarin maakten Eddy boos, nee, woedend! Maar dat was dan ook het enige minpuntje in het overigens gesmeerd verlopen programma dat aan de onthulling vooraf ging. Toespraken van de historica Mildred Caprino, de directeur van het CCS, Elviera Sandie, en de directeur van de NVB, Eugenia Velland-Uiterloo, werden op voortreffelijke wijze afgewisseld door gedichten van tante Jo: het prachtige ‘Mi Dren’, op muziek gezet door Romeo Kotzebue, gezongen door An Hensen, een ander gedicht gezongen door sisa Lisibeti Peroti die zichzelf begeleidde op een vingerpiano(otje), een voordracht door Celestine Raalte, alles aan elkaar geregen door Sieglien Spier. Sponsoring van kunst staat bij de CB hoog aangeschreven en met de financiering van het kopbeeld, werden volgens de heer Ezechiëls, de enige man die voor het voetlicht trad, dus twee vliegen in één klap geslagen: dichtkunst en beeldende kunst. Waarom werd gekozen voor 8 maart om het beeld te onthullen? De directeur van de NVB legde dat haarfijn uit: 8 maart is een strijddag: Zoals vrouwen 100 jaar geleden al streden voor hun rechten, een strijd die overigens nog lang niet voltooid is (we hoeven alleen maar te kijken naar het aantal vrouwen in DNA), zo streed Johanna Schouten-Elsenhout voor erkenning van het Sranan en van de afro-Surinaamse cultuur. Vorig jaar werd haar 100ste geboortedag herdacht en nu was ook de viering van 8 maart 100 jaar oud.

.


De onthulling van het kopbeeld van Johanna Schouten-Elsenhout is verricht door directeur van de Centrale bank van Suriname, Otto Ezechiels, voorzitter van de Nationale Vrouwen Beweging, Eline Graanoogst, een achterkleindochter van Schouten en de beeldende kunstenaar Erwin de Vries. Het kopbeeld is prominent geplaatst voor de Eddy Wessel gehoorzaal aan de Henk Arronstraat. (Foto: @ Claudio Barker)



Als er iemand is in Sranan die diep is doorgedrongen in de poëzie van Johanna Schouten-Elsenhout, dan is het Eddy van der Hilst wel, de grote man achter Sranan Akademya. Dat blijkt weer uit de publicatie van de brochure Close Reading van het gedicht “Winti” van J. Schouten-Elsenhout, een uitgave van de Henri Frans de Ziel Stichting, waarmee de Trefossa-lezing 2010, door Eddy van der Hilst op 15 januari 2010 gehouden, in druk is verschenen. De Stichting wil met de uitgave ‘bijdragen aan de vergroting van de toegang tot kennis van de Surinaamse literatuur’. Eddy publiceert al jaren op dit gebied. Hij studeerde linguïstiek bij Prof. Jan Voorhoeve in Leiden, Nederland, met wie hij de grote voorraad odo’s die Johanna had verzameld, ordende en in 1974 uitgaf onder de titel Sranan Pangi bij Bureau Volkslektuur: ‘Foe gi frantwortoe’. Toen werd de ‘u’ nog als ‘oe’ geschreven en djari in plaats van dyari. Hij was lid van de spellingscommissie die in 1984 werd ingesteld om de regering te adviseren ten aanzien van de spelling van het Sranan volgens moderne inzichten. In 1986 werd de spelling per resolutie vastgelegd. In dat kader verzorgde hij de t.v.-cursus Skrifi Sranantongo bun, leysi en bun tu die later ook in boekvorm verscheen (1988). Verder werd hem door het RK-bisdom gevraagd om samen met pater Roest een vertaling te maken van de bijbellezingen (Leysipisi fu den sonde nanga fesadey). In 1997 verscheen een nieuwe bijbelvertaling in het Sranan en voor de Ahmadiya moslims vertaalde hij Kor’anverzen. Als geboren docent geeft hij nu les aan de Schrijversvakschool (en ik spreek hier uit ervaring) en is hij bezig aan een grammaticaboek voor niet-Sranan sprekers. Aan wie is de uitleg van het gedicht 'Winti' dan ook beter toevertrouwd dan aan Eddy van der Hilst? Na het gedicht enkele keren te hebben voorgelezen en eventueel onbekende woorden te hebben verklaard, maakt hij, omdat de dichteres geen hoofdletters, komma´s en punten heeft geplaatst, een verdeling in 4 zinnen met een onderverdeling in hoofd- en bijzinnen. De 3 eerste zinnen beschrijven elk een situatie, de laatste zin een wens die te maken heeft met die 3 situaties. Dit maakt het lezen direct veel makkelijker. Elke zin wordt nu uitgebreid behandeld wat de inhoud betreft. En dan blijkt pas, hoe belangrijk het gebruik van elk woord is, ook lidwoorden, hulpwerkwoorden. We deinen vanaf Braamspunt (Branspen) zachtjes mee op de golfjes (plana), die slaapverwekkend (dyonko) klotsen tegen de oever bij de Marinetrap (Matros´broki). Maar middenin de rivier wacht ons een gevaarlijke draaikolk die ons meesleurt, de diepte in. Woorden als Gebre en dyodyo verwijzen naar de Winticultuur en daarmee naar een diep probleem in de Surinaamse samenleving. Het is de natie, the spirit of the nation, die vanuit Nederland (sewinti) in slaap is gesust ten koste van het gevoel van eigenwaarde. De dichteres heeft de overtuiging, uitgedrukt in de wens ´mi winsi wan nyun dey opo fesi´, dat een nieuwe dag aanbreekt, waarin het zelfrespect opbloeit. Het gedicht werd geschreven in de 60-ger jaren van de vorige eeuw, waarin ons een paradijselijk Suriname werd voorgehouden dankzij veel geld uit Nederland, ten koste van ons zelfrespect. Eddy eindigt dan ook met ons de vraag voor te houden, waar de titel Winti op slaat: Is het de winti die Suriname uit onderworpenheid danst voor de (ex-)koloniale heerser of is het de winti, ´de razernij …..die zou moeten uitbreken tegen deze vernederende onderwerping´.


Ik heb deze Close Reading met ontroering gelezen, niet alleen omdat ik er veel van geleerd heb als het gaat om de diepere betekenis van het Sranan, maar vooral ook omdat de uitleg zoals Eddy die geeft, effect zal moeten hebben op het volk van dit dierbare land, effect dat Johanna volgens hem zo vurig wenste.