Posts tonen met het label Antillen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antillen. Alle posts tonen

dinsdag 18 maart 2014

Eerbetoon aan culturele voorgangers: Pater Paul Brenneker en Elis Juliana

door Ieteke ‘Inchi’ Witteveen

Verzamelen, bewaren, documenteren en overdracht van kennis van ouderen, het bestuderen van de geschiedenis en geheugen van onze mensen van binnen uit. Alleen op die manier kan de gedachtenwereld van onze bevolking begrepen worden. 
Paul Brenneker, illustratie: Philip ‘Fifi’ Rademaker/NAAM 

Dé pioniers voor deze grote culturele taak op Curaçao zijn ongetwijfeld Pater P.H.F. (Paul) Brenneker (1912–1996) en Elis Juliana (1927-2013). In het kader van de viering van Kulturismo 2009 zette de Fundashon National Archaeological Anthropological Memory Management (NAAM). samen met APNA de schijnwerpers op deze grondleggers van cultureel onderzoek en van de nationale collectie cultureel erfgoed. Dat gebeurde via een expositie Altá di Kòrsou, over de voornaamste altaren van Curaçao een publicatie Altá i Santunan di Kòrsou en de onthulling van een naambord op de patio van het gebouw waar NAAM is gevestigd, bekend als de oude leeszaal.

Paul Brenneker, een bevlogen katholieke geestelijke van de Orde van Dominicanen, geboren op 7 mei 1912 in Limburg, liet bij zijn overlijden op 7 februari 1996, een grote culturele erfenis achter: ruim honderd publicaties, prenten, foto’s, gedichten, een grote collectie met geluidopnames van zang en verhalen en duizenden artefacten, die hij samen met zijn vriend Elis Juliana vanaf de jaren vijftig verzamelde op Curaçao, Bonaire, Aruba, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Door publicaties als Lekete Minawa (1958) Benta - oude liederen- (1959), Curaçaoensia – volkskundige aantekeningen over Curaçao (1961), Brua (1966), en de tien delen Sambumbu (1969 -1975) geeft hij ons toegang tot directe bronnen voor nader onderzoek. Naar de ontwikkeling van Guene bijvoorbeeld als voorloper van het Papiamentu, naar volksreligie en verzet tegen de slavernij. Of voor het opdoen van inspiratie voor artistiek werk, zoals musici als Angel Salsbach, Etzel Provence in de jaren zestig, gevolgd door Ronchi Matthew tot Izaline Calister voor het scheppen van Curaçaose jazz. Brenneker combineerde zijn liefde voor de lokale cultuur met naastenliefde. Dat laatste maakte hij duurzaam via de stichting voor daklozen (Stichting Kas Pa nos Tur) en broodlozen (Stichting Pam Pa mi Ruman). 

Elis Juliana, illustratie: Philip ‘Fifi’ Rademaker/NAAM 


Elis Juliana werd op 8 augustus 1927 in Nieuw Nederland, tussen de Oranjestraat en Penstraat, geboren. Het was de tijd dat Shell migranten uit het hele Caribische gebied naar Curaçao bracht. De radio deed zijn entree, de showbizz en het verenigingsleven vierden hoogtij. Geconfronteerd met de veranderingen van de moderne tijd ging de jonge Juliana op zoek naar de eigen identiteit, die van zichzelf en die van het Curaçaose volk. Hij begon als voordrachtkunstenaar. Al spoedig ontpopte hij zich als een artiest van velerlei kunnen, - dichter, verteller, tekenaar, beeldhouwer, verhalenschrijver - , maar hij begaf zich ook op het pad van onderzoeker naar de eigen cultuur. Wat begon uit nieuwsgierigheid en om inspiratie op te doen voor verhalen en voordrachten, groeide uit tot een passie: het bezoeken van ouderen als bron van informatie en kennis. Daarbij ontmoette hij Paul Brenneker. Door hun verschillende culturele achtergrond, - een Curaçaose volksjongen en een Limburgse priester - , vulden ze elkaar bij dit etnografische veldwerk voortreffelijk aan. Elis Juliana kan bogen op een lijst van ruim 50 publicaties, waaronder zijn eerste dichtbundel Flor di datu, ziin verhalen als Wazo riba ròndu (1967, 1981, 1988), Guia Etnológiko I, II, III en zijn filosofie OPI I, II, III, IV, Organisashon Planifikashon Independensia (1979, 1980, 1983, 1988).

De grote verdienste van het onderzoek van Brenneker en Juliana is dat zij de cultuur van de jaren van voor en tijdens de modernisering in de twintigste eeuw op een systematische wijze hebben gedocumenteerd. Ze verzamelden een onvervangbare schat aan informatie met een rijkdom aan gegevens uit de orale geschiedenis, maar ook vele objecten, als getuigenis van de materiële culturele erfenis. Die objecten variëren van huisgerei, documenten, religieuze objecten tot muziekinstrumenten en kunst. De collectie zelf is in 2001 officieel overgedragen aan de Fundashon NAAM. Een representatief deel daarvan is ten toon gesteld in het Curaçaos Museum en Museo Tula en vanaf 17 september tot 12 februari 2010 in de expositie Altá di Kòrsou, bij NAAM.

Wat nog onvoldoende aandacht heeft gehad is de unieke verzameling van 1400 liederen, muziek en verhalen die Brenneker en Elis Juliana in de jaren vijftig, zes jaren lang op eigen kracht en met heel veel inzet hebben verzameld en dat in 1975 is overgedragen aan de Fundashon Zikinza, toen ondergebracht bij het Centraal Historisch Archief aan de Roodeweg. Angel Salsbach, initiatiefnemer en secretaris van Fundashon Zinkinza, memoreerde hun werk bij de opening van het documentatiecentrum Zikinza in 1975 aldus:
Curaçao. Foto © Bea Moedt

“Seis aña largu Elis i Brenneker a kana ku aparatonan primitivo, riba nan mes forsa sin medionan finansiero nesesario i kolektá e herensha kultural di e masa di pueblo Antiano ku tantu a wòrdu kritiká den “El Curaçao que se va”.
E prome kontako tabata ku Iya di Wanota ku e tempu ei, esta mas ku 10 aña pasá, tabatin 80 aña di edat. Mulando su maishi chikitu riba un piedra el a kanta e prome kantika “Zuntan, zuntan zun klintan”. Despues a tumba pa Seru Fortuna i otro luganan na Kòrsou i Boneiru. E kamindanan tabata kamindanan di problema, pasobra ta kon ta kanta un kantika di rema boto, planta maishi, kap palu, koba buraku sintá den un stul di zoya den kas o riba un banki pariba di kas? Hopi biaha un pal’i basora ku a funkshoná komo rema, chapi o piki a sirbi komo yabi pa habri porta di kanto. Pero hopi biaha tambe mester a bai kas i bolbe bèk despues ora machi o pachi su kurpa tin mas grasia.” (uit: na Apertura di Sentro di Dokumentashon Zikinza, Angel Salsbach, 7 di februari 1975)


De serie ‘Het Nationaal Museum vormen we tezamen’ verschijnt ook in Extra en The Daily Herald. Reacties op en suggesties voor bijdragen zijn van harte welkom. U kunt National Archaeological Anthropological Memory Management (NAAM) bereiken op het Johan van Walbeeckplein 13, telefoon (09) 462 1933, fax (09) 462 1936, e-mail: info@naam.an, website www.naam.an

[van de website van NAAM, 19-09-2009] 

zaterdag 2 november 2013

Dr Miguel Goede over de toekomst van SIDS

Lezing dr. Miguel Goede over de toekomst van SIDS na 10-10-10
 
Miguel Goede
Vereniging Antilliaans Netwerk organiseert op vrijdag 15 november 2013 een lezing met de heer Dr. Miguel Goede met als titel: De toekomst van de Dutch Caribbean Small Island Developing States (SIDS) na 101010; kritische reflecties.

Tijdens de lezing wordt in gegaan op de specifieke situatie van alle zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Aruba heeft net verkiezingen achter de rug en het IMF rapport ligt op tafel. Bonaire probeert haar draai te vinden. Het eiland is de ban van bestuurlijke schandalen en processen tegen politici. Curaçao is na 050513 in een existentiecrisis. Sint Maarten heeft net een aanwijzing gekregen op het gebied van goed bestuur. Saba en Sint Eustatius zijn stil. Wat is er daar aan de hand? Hoe gaat dit allemaal nu verder?

Dr Miguel Goede is wetenschapper, strateeg, auteur en managementconsultant. Zijn onderzoeksgebied is goed bestuur en duurzame ontwikkeling van globaliserende kleine eilanden (SIDS) in het Caribisch gebied (bron: www.miguelgoede.com)

Als moderator zal tijdens deze bijeenkomst optreden de heer Walter Palm, ere lid van de Vereniging Antilliaans Netwerk.

Datum: vrijdag 15 november 2013
Locatie: Amsterdam (VAN)
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:30 uur
Entree: Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
Vooruitbetalen via bankrekening 58.58.50.321, 10 euro p.p. t.n.v. Vereniging Antilliaans Netwerk

zondag 22 september 2013

Troonrede als graadmeter voor Caribische liefde?

door Dick Drayer

Willemstad - 28 seconden duurde de aandacht voor het Caribische deel van het koninkrijk in de Troonrede 2014. Dat is precies 20 seconden korter dan vorig jaar. Het zei de koning vergeven; hij moet nog op bezoek. Dat staat gepland in november, waarvan de koning in de 28 gegeven seconden zelfs nog akte gaf!

Moeder en zoon, tijdens hun bezoek op Curaçao in 2011.
 Foto © Dick Drayer

Als de liefde voor de eilanden in de West af te meten is aan de tijd die het staatshoofd neemt om die te benoemen, dan is en blijft het al met al behelpen met die Troonrede.  Een vluchtige kijk op de teksten van de afgelopen vier jaar, leert ons dat de Caribische eilanden meestal werden weggemoffeld in de laatste paragraaf.
In 2011 (11 seconden)  komt de koningin niet verder dan de constatering dat de opbouw van een sterkere samenleving en een sterkere economie begint in verbonden met de andere landen van het Koninkrijk en met de Caribische eilanden die sinds vorig jaar deel uitmaken van ons staatsbestel. Voor de BES-eilanden wellicht een opstekertje, voor de andere eilanden een dooddoener; tenzij de sterkere economie in Nederland leidt tot verkoop van meer vliegtickets.

Aruba

In 2012 krijgen de eilanden 48 volle seconden aandacht. Dat is ook wel nodig. Curaçao heeft net een aanwijzing gekregen en de huidige premier, toenmalig Parlementsvoorzitter Ivar Asjes heeft net de parlementaire democratie de nek omgedraaid. Het eiland staat aan de vooravond van de staatsgreep van Gerrit Schotte. 'Transparantie en houdbare overheidsfinanciën zijn van groot belang voor de bevolking en het vertrouwen in het bestuur', luidt de hoop van het kabinet. De BES-eilanden worden genoemd omdat er zoveel geld naar toe moet. In nette bewoordingen luidt dat: 'Er wordt op diverse terreinen geïnvesteerd in verbeteringen.' Beatrix noemt zelfs de rioolwaterzuivering op Bonaire. Daarvan weten we nu - een jaar later - dat die echt een aderlating voor het Rijk heeft betekend.

Drie jaar na dato, het is 2013, wordt de staatsrechtelijke relatie tussen Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk opnieuw genoemd. Nu heet het dat er meer aandacht is voor samenwerking op economisch terrein en dat iedereen daarvan profiteert. Het is een nette manier om te zeggen dat het ontwikkelingspotje echt leeg is en dat het tijd wordt om op eigen benen te staan. 'Geen geld meer geven draagt bij aan de noodzakelijke financiële zelfstandigheid en stabiliteit van de Caribische eilanden', aldus de tekst.

Curaçao. Foto © Bea Moedt

Veel conclusies wil ik niet verbinden aan de tijd die de Troonrede spendeert aan het overzeese deel van het Koninkrijk. die wordt immers mede bepaalt door de lezer van de tekst. Een betere graadmeter voor de relatie in het koninkrijk trof  ik deze week aan op de website van onze eigen NOS. Maar, haast ik mij te zeggen:  je had er willekeurig welke andere Nederlandse mediawebsite voor aan kunnen klikken.

[van De Achterkant van Curaçao, 17 september 2013]


dinsdag 10 september 2013

Knipscheer presenteert veelbelovende boeken

door Otti Thomas
Ronny Lobo

Amsterdam — Architectuur en literatuur vertonen veel overeenkomsten, zei de Curaçaose architect Ronny Lobo gisteren bij de presentatie van Bouwen op Drijfzand, zijn debuutroman. Lobo was één van de vijf auteurs van wie nieuwe publicaties werden gepresenteerd door uitgeverij In de Knipscheer. De bijeenkomst in Podium Mozaïek in Amsterdam werd bezocht door 300 personen.

“Begrippen als tijd, ruimte, gebeurtenis, vorm, ritme, verhoudingen en kleur worden in vrijwel alle kunstzinnige uitingen gebruikt. De maker probeert met zo min mogelijk middelen zo veel mogelijk zeggen. Bij architectuur zijn dat bouwmaterialen, bij muziek de noten en bij literatuur de woorden”, aldus Lobo. Er waren ook verschillen, zei hij. Lobo studeerde zes jaar architectuur, maar schrijven moest hij al doende leren, ook al had hij als architect weinig moeite om ruimtes beeldend te beschrijven. Hij werd voortdurend gecorrigeerd door de redacteuren van de uitgeverij en deskundigen als Frank Martinus Arion, wijlen Erich Zielinski en Ini Statia, die hem zelfs adviseerden helemaal opnieuw te beginnen. Een ander verschil: “Niemand vroeg mij om een roman te schrijven. In de architectuur maak je een ontwerp op verzoek, of soms een bevel, van een opdrachtgever.”

Lobo’s ervaringen met opdrachtgevers, aannemers en leveranciers waren de aanleiding voor Bouwen op Drijfzand: de confrontatie met een echtpaar van een dominante man en een vrouw die wel bescheiden leek, maar ondertussen alle beslissingen nam. Een echtpaar dat met ruzie uit elkaar ging voor de eerste steen was gelegd. Of het overlijden van een opdrachtgever voor de overhandiging van de sleutel. “Op een goede dag vond ik het tijd om deze verhalen op te schrijven”, aldus Lobo. Het resultaat is een roman over een architect die vooral rekening probeert te houden met de natuur, terwijl zijn opdrachtgevers zich vooral druk maken om hun uitzicht. De hoofdpersoon Kenzo wordt vervolgens ook nog verliefd op de vrouw van een klant. “Dat het een liefdesroman is geworden is vooral de schuld van de personages. Denk dus niet dat ik zo’n enerverend leven heb als architect”, zei hij.

Caleidoscoop
Naast Bouwen op Drijfzand presenteerde In de Knipscheer ook de nieuwe boeken van de uit Aruba afkomstige Giselle Ecury en Jacques Thönissen en van Curaçaoënaar-Bonairiaan Jopi Hart. Net als Lobo werden ze kort geïnterviewd door Peter de Rijk, hoofdredacteur van de uitgeverij. Ecury schreef De Rode Appel, waarin een man en een vrouw op zoek gaan naar verdrongen gebeurtenissen uit hun jeugd. Een jeugd die zich afspeelde in de jaren zestig en zeventig, de periode van een nieuwe seksuele moraal, die ook een keerzijde heeft en waar ook niet iedereen zomaar aan mee kon doen.

Van Jacques Thönissen verscheen het boek Onder de Watapana, een bundel verhalen over Aruba die hij de afgelopen tien jaar schreef. “Het is een caleidoscoop waarin alle aspecten van het eiland aan bod komen”, aldus De Rijk. Thönissen vertelde dat het allemaal fantasieverhalen, maar geïnspireerd op echte gebeurtenissen uit de afgelopen tien jaar. “Soms zijn mensen er wel van overtuigd dat ik schrijf over mensen die ze echt kennen, maar het is allemaal uit mijn duim gezogen. De situaties zijn echter wel herkenbaar voor mensen die op Aruba wonen.”

Van Jopi Hart werd tot slot zijn boek Verkiezingsdans gepresenteerd, de Nederlandstalige versie van zijn boek Election Dance uit 2006, maar wel geheel herschreven omdat Hart niet van vertalen houdt, zo zei hij. Het boek over corruptie, misdaad en de persoonlijke verhalen achter drugssmokkel is nog altijd bijzonder actueel. “Hoofdpersoon Matthew is geen held, maar een verschrikkelijk figuur. Maar Matthew heeft wel een visie. En die visie mis ik bij onze beleidsbepalers. Een visie waar we naar toe gaan.”

De vijfde auteur van wie een boek gepresenteerd werd, was niet aanwezig bij de bijeenkomst. Uitgeverijdirecteur Frank Knipscheer had duidelijk moeite om zijn emoties de baas te blijven toen hij sprak over Els Langenfeld, die op 9 juni overleed. “Els Langenfeld had de moed om een heikel onderwerp te kiezen. Ze slaagde erin om mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten”, zei hij. Als hommage aan Els Langenfeld werd de presentatie vernoemd naar haar laatste boek, Porto Marie, over het leven op de plantage Porto Marie in de tijd van de slavernij.

[uit Amigoe, maandag 9 september 2013; fouten gecorrigeerd]

Rosabelle Illes maakte deze collage van haarzelf met Ronny Lobo (boven l), Jacques Thönissen (boven r), Giselle Ecury (midden l) en Jopi Hart (midden r).

maandag 19 augustus 2013

Masters of Domino




Zaterdag 7 september a.s. onthult CBK Zuidoost de serie Masters of Domino van Nardo Brudet. Masters of Domino laat zien met hoeveel passie het spel domino in de Antilliaanse cultuur gespeeld wordt. Zes grote foto’s prijken aan de wand van het Bijlmer Sportcentrum tegenover CBK Zuidoost. Aanleiding voor Masters of Domino is het project Dubbelspel- Hommage aan Frank Martinus Arion van Stichting Cimaké Foundation. In Arion’s meest bekende roman Dubbelspel is het dominospel de rode draad.

De opening van Masters of Domino is onderdeel van het festival Dag van 1000 Culturen. Tussen 12 en 17 uur kunnen bezoekers een toernooitje domino spelen op het CBKunstplein.

Programma opening Masters of Domino Tijd: 15:00 uur Locatie: CBK Zuidoost, Anton de Komplein 120 Sprekers: Emile Jaensch, portefeuillehouder Sport & Recreatie Stadsdeel Zuidoost en Ana Alcantara, raadslid Stadsdeel Zuidoost Masters of Domino is te zien t/m 31 december.


maandag 5 augustus 2013

Slavernijgeschiedenis centraal in Summerschool Boekgeschiedenis


Van 19 t/m 30 augustus bij de Bijzondere Collecties UvA

De Leerstoelgroep Boekwetenschap en Handschriftenkunde en de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam organiseren deze zomer voor de vierde keer een summerschool over de geschiedenis van het boek. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar Suriname en West-Indië/ het Caraïbisch gebied.

Speciale aandacht krijgt de geschiedenis van de slavernij in Nederland en de Nederlandse koloniën. Zoals men intussen toch wel zal weten, wordt dit jaar herdacht dat de slavernij in de Nederlandse koloniën 150 jaar geleden werd afgeschaft. De Bijzondere Collecties sluiten bij de officiële herdenking aan met de tentoonstelling Slavernij verbeeld. Deze tentoonstelling, te zien van 16 juni t/m 22 september, belicht slavernij van de oudheid tot en met de afschaffing van de Nederlandse slavernij in 1863, met nadruk op slavernij in de Nederlandse cultuur en de voormalige kolonie Suriname.

Deelnemers aan de summerschool kunnen een keuze maken uit een ‘à la carte’-programma. Naast cursussen en workshops is er een openingslezing met rondleiding in de UvA-Artisbibliotheek en is er een excursie naar erfgoedinstellingen in Antwerpen.

Het Summerschool UvA programma biedt o.a. de volgende programma's waarin slavernijgeschiedenis, Suriname, West-Indië/ Caraïbisch gebied centraal staan.

Het verzamelen van bronnenmateriaal over Suriname, West-Indië & slavernij
In deze workshop wordt stilgestaan bij boeken die verband houden met slavernij. De belangstelling voor de Europese koloniale geschiedenis, in het bijzonder de Trans-Atlantische slavernij, is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Tot voor kort werd er door musea en bibliotheken weinig aandacht aan besteed. Het is onmogelijk een volledig beeld te geven van het ‘corpus’ slavernij. In deze workshop worden verschillende ideeën en thema’s belicht. Op basis van twee bijzondere particuliere verzamelingen zal worden ingegaan op het verzamelen van boeken rond het thema slavernij; bibliofilie en slavernij; slavernij & kinderboeken; reisverhalen en ooggetuige-verslagen; schrijvende (ex-)slaven; slavernij in fictie; emancipatie en boeken. Bij deze thema’s zal de focus vooral liggen op West-Indië en Suriname. DocentenCarl Haarnack en Kenneth Bouman

Representing slavery: a visit to the exhibition Slavernij verbeeld
Images of chattel slavery remain largely limited to book illustrations. To commemorate the 150th anniversary of the abolition of slavery in the Dutch colonies, the Special Collections of the University of Amsterdam has devoted a major exhibition to this theme with loans from two distinguished private collections. On display are books, prints and maps from 1600 to 1900. The exhibition highlights the important role books and prints have played in distributing ideas about slavery. In the 17th century the distribution of knowledge about the plantation industry prevailed. At the end of the 18th century books and prints became the most important vehicles for the opponents of slavery. The 19th century saw the rise of picturesque images of colonial life. In this meeting we will visit the exhibition to study the relation between ideas and images. Docent:
Elmer Kolfin
 
Geschreven bronnen over de Caraïben in de National Archives in Londen
Voor de bestudering van de geschiedenis van Nederlanders in het Caraïbisch gebied is de vondst van 40.000 Nederlandse brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw in de National Archives in Londen van groot belang. Ongeveer 60 procent heeft betrekking op Suriname, Demerary, Essequibo, Curaçao en Sint Eustatius. Verreweg de meeste brieven dateren uit de periode 1775–1815. Ze werden niet alleen geschreven door hogere bestuurders, plantage-eigenaren en kooplieden, maar vooral ook door klerken op plantages en handelskantoren, door soldaten, matrozen en ambachtslieden, en door hun vrienden en verwanten in Nederland. Deze brieven werpen een uniek beeld op het leven in Paramaribo en op de plantages. Tijdens de workshop zal worden ingegaan op de herkomst van dit materiaal en, aan de hand van enkele concrete voorbeelden, op het gebruik dat onderzoekers ervan kunnen maken. Docent: Roelof van Gelder

De slavenopstand van 1763 in Berbice
Van de plantagekoloniën aan de Wilde Kust, ook wel de Guianas genoemd, is Suriname voor Nederlanders wel het meest bekend, eenvoudigweg omdat dat gebied het langst onder Nederlands gezag heeft gestaan. Echter, de drie gebieden van het buurland Guyana waren tot de overdracht aan de Engelsen in 1814 ook Nederlandse wingewesten. Van de drie riviergebieden, Berbice, Demerary en Essequibo, werd de eerste sinds 1720 beheerd door de Sociëteit van Berbice, gevestigd in Amsterdam. De situatie in deze kolonie was in de jaren vijftig afschuwelijk. Dat gold voor de Europese militairen die bij bosjes stierven aan de gele koorts (vandaar de uitdrukking ‘naar de Barrabiesjes gaan’). Gebrekkig voedsel en vooral de slechte behandeling op de particuliere plantages leiden op 23 februari tot een uitbarsting, gevolgd door een algemene opstand in Berbice. Alleen dankzij de aanvoer van militairen uit andere West-Indische gebieden en uit Nederland kon de opstand in april 1764 definitief worden bedwongen.
De workshop wordt toegelicht met behulp van boeken uit de verzameling van de Bijzondere Collecties. Omdat veel hiervan deel uitmaaktvan de tentoonstelling Slavernij verbeeld, wordt ook gebruik gemaakt van reprints en heruitgaven. Docent: Lodewijk Wagenaar

Slavernij bij de Bijzondere Collecties
In deze workshop wordt aandacht besteed aan de bijna achtduizend titels uit de collectie Surinamica van de Bijzondere Collecties die verwijzen naar ons gedeelde slavernijverleden. Daarbij staan de titels uit de zeventiende en achttiende eeuw centraal. Na een korte inleiding wordt een bezoek aan de tentoonstelling Slavernij verbeeld gemaakt. Daarna wordt geprobeerd om aan de hand van een aantal beschikbare boektitels een beeld te krijgen van de denkwereld van geletterde inwoners van de Republiek. Welke informatie kreeg men destijds over de wereld buiten Nederland? Hoe werd slavernij en slavenhandel beschreven in boeken, pamfletten, kranten? Hoe kan het dat men – ogenschijnlijk – zonder enige terughoudendheid deel ging nemen aan de internationale handel in mensen? Was er dan geen kritiek? Docent: Dirk J. Tang

Inschrijving kan via deze link:


Alle illustraties: @ Buku Bibliotheca Surinamica

donderdag 1 augustus 2013

Naschrift Cariben laten we het onmogelijke vragen (5 en slot)

door Willem van Lit
Odalys Garcia, Venezolaanse soapactrice

Latino … of niet?
Een ander fenomeen dat ik niet heb besproken in Cariben is de invloed van de Latino leefstijl. Venezuela en Colombia zijn immers vlakbij. Deze leefstijl manifesteert zich op allerlei vlak en sommigen vinden dat het zichtbaar is in de verhoudingen in de samenleving: op politiek vlak bijvoorbeeld de flamboyante sterke leider, het machismo en het hechte familieleven met hevig schommelende sentimenten en humeuren. Ik kan er te weinig van zeggen omdat ik onvoldoende weet van wat een dergelijk manier van leven precies betekent. (Op Venezolaanse tv-zenders zag men zowat dagelijks de soaps voorbij komen, waarbij toch wel om de twee of drie minuten tranen vloeiden, waarbij de ogen en het gezicht in close-up genomen letterlijk dropen van het tranenwater). Bij ons laatste bezoek op Curaçao viel in elk geval op dat er relatief veel Spaanssprekende mensen op het eiland waren. Opmerkelijk. Meer dan voorheen, maar dat was niet meer dan een eerste indruk. We hebben het niet geturfd.

Toch lijkt me dat men het belang van die Latino leefwijze op de eilanden niet moet overdrijven of er teveel naar moet verwijzen. De eilanden zijn sowieso een multicultureel reuzenrad met enorm veel invloeden van diverse nationaliteiten, talen, huidskleuren, volkeren en (deel)gemeenschappen met eigen culturele aardigheden en uitdrukkingen, allemaal met eigen patronen van samenleven, opvattingen, tinten, tonen, klanken, ritmes en ideeën. Maar dat neemt niet weg dat het Zuid-Amerikaanse land dichtbij is.

Curaçao. Foto © Bea Moedt

Enkelen willen zich erkend zien in die leefstijl; soms wordt er nadrukkelijk mee geflirt, zoals in de gevallen dat men vindt dat Nederland zich weer eens koloniaal naar voren dringt. Dan is het weer een melodie waar zindering uit klinkt: “pas op…”! het is een beetje hetzelfde als Nederlanders in een paar gevallen willen flirten met Britse, Duitse of zelfs Amerikaanse geest en het Engels om de halve zin door hun gezegdes heen vlechten. In die zin is men dan ook onecht op zoek naar niet bestaande hechting aan een geïdealiseerd waarden- of cultuursysteem. In kringen van zakendoen, bedrijfskunde of bij personeelsafdelingen zit het ordinaire gehijg in Engelse begrippen en uitleg er nogal eens in.

Wel lijkt op de eilanden de georganiseerde criminaliteit op een Latijns-Amerikaans fenomeen. Het heeft dan trekken van verderfelijke import met sentimentele meedogenloosheid. Het vertoont soms voorbeeldige sluwheid, waarvoor sommigen heimelijk bewondering hebben. Het uiterlijk lijkt misdadig heroïek met keiharde flair als rebellie tegen een vermeend gevestigde autoriteit, het steil en mat Europees moralisme. Maar misschien mag ik dat niet schrijven.
Schooljeugd van Aruba, jaren '60

Deugden en zonden
In hoofdstuk 5 van Cariben voer ik vier van de zeven hoofdzonden op, die ik als psycho- en sociodynamische krachten tegenover elkaar plaats om de complexe tegenstellingen in de Caribische samenleving beter te laten begrijpen. Het gaat dan om arrogantie en schraapzucht (van Europese oorsprong) tegenover afgunst en woede (het Afrikaanse complex). Het is in dit verband niet vreemd dat juist Frans Kerklaan – hij is vlootaalmoezenier – mij erop wijst dat er ook zeven deugden zijn als tegenhanger van de hoofdzonden. Geloof, hoop en liefde zijn de Christelijke deugden. Iedereen kent ze wel: het kruis, het anker en het hart. Fides, spes en caritas. Caritas, ja, niet amor of eros voor de liefde. Het gaat om de Christelijke naastenliefde, door velen ook tolerantie genoemd. Tja, en ik heb in Cariben nu juist betoogd dat naastenliefde geen tolerantie kán heten (Cariben, pag. 322 – 328). Naast deze zijn er nog vier wereldlijke of kardinale deugden: wijsheid of verstandigheid (prudentia), de rechtvaardigheid of rechtschapenheid (iustitia), de gematigdheid of zelfbeheersing (temperantia) en de moed of vastberadenheid (fortitudo). (Dergelijke kennis haal je dezer dagen zó van het wereldwijd web; dat is wel zo handig).

Bonaire


Hoewel ik in Cariben op diverse plekken wel iets hierover zeg, heb ik ze niet tegenover de hoofdzonden geplaatst of ze direct in combinatie daarmee besproken. Ik weet niet of dit een gemis is. Rechtvaardigheid heb ik besproken in relatie tot de uiteenzetting over de gesloten en de open samenleving (pag. 234 – 236). Ik heb toen uitgelegd dat rechtvaardigheid in een collectivistische samenleving slechts een beperkte betekenis kan hebben of heeft. Moed of vastberadenheid is de positieve kant van de thymos (onder andere pag. 303 -305). Ik heb dit opgeschreven als vervolg op het idee van het beoefenen van gematigdheid en wijsheid (pag. 300 – 303) en voorts in samenhang tot de ontwikkeling van mijn begrip over het dynamische vermogen van verdraagzaamheid.  In die zin heb ik in hoofdstuk 6 oog gehad voor de menselijke deugden. Ik realiseer me dat het voornamelijk draait om de zogeheten vier kardinale deugden.
Waaibrug Curaçao

De essentie van de lege huls
Zoals de lezer – ook die van mijn boek – al wel heeft begrepen, vind ik de ontmanteling van het land Antillen om verschillende redenen een vergissing. Ik heb dat in Cariben uitgebreid besproken. Velen (en ikzelf ook) vragen zich mogelijk in stilte nog steeds af of het nodig was en wat nu exact de bedoeling is geweest. Welk meesterlijk plan of opzet zat erachter? Wat is het geniale van deze ingreep. Als ik Van Beetz lees, dan kom ik er ook niet achter. Er worden dingen gezegd dat het efficiënter zou zijn voor het bestuur als de dubbele bestuurslaag eraf zou zijn. Men zou ook af zijn van de voortdurende onderlinge ruzies en het gekrakeel. Het zou de samenhorigheid en de dialoog tussen de eilanden bevorderen (Van Beetz pag. 89). Het land Antillen heeft zich nooit ontwikkeld tot één natie. Men kan met een schone lei beginnen (financieel) (Van Beetz, pag. 146). Men zou kunnen werken aan een betere situatie voor het volk. Dit soort doelstellingen is veelal halfslachtig en uitgesproken als wensen in soms een voorwaardelijke vorm. En die voorwaardelijkheid zou dan geleverd moeten worden door Nederland met het wegwerken van de schuldenlast in een nieuwe versplinterde situatie. Hoewel aanvankelijk veel weerstand was tegen het voorstel van werkgroep Jesurun (rapport van het najaar van 2004), was het toch het moment en de basis waarop die deconstructie is begonnen (Van Beetz pag. 98 – 99). Volgens de werkgroep zou door het verdwijnen van de bestuurslaag dit kunnen leiden tot betere normen voor goed bestuur, verbetering van de openbare financiën en verbeterde rechtshandhaving. De weerstand was om diverse redenen stug en massaal. Ook Nederland zag het niet zitten, omdat men vreesde te maken te krijgen met versplinterde verhoudingen. Maar de geest was uit de fles. Het hele proces is met horten en stoten gegaan, waarbij vooral op Curaçao de scheiding der geesten tot soms onwerkbare situaties heeft geleid (zoals vijf nieuwe bestuurscolleges in drie jaar). De polarisatie nam groteske vormen aan zoals Van Beetz geregeld beschrijft.

...een lege natie...

Het belangrijkste bezwaar is het volgende. Als we naar de bedoelingen kijken, die veelal halfslachtig zijn geformuleerd, dan kunnen we ook constateren dat ze verdedigend van aard zijn of ze zijn zogenaamd iteratief gesteld zonder een duidelijk te bereiken eindsituatie: het opheffen van, het wegwerken van, het bevorderen van, het vermijden van e.d. Een heldere visie en een daarop gebaseerd plan ontbreekt. In het boek van Van Beetz komt dit ook geregeld naar voren. Onder andere van Van Kappen (Eerste Kamer) verzucht dit met de vraag of iemand duidelijk kan maken wat de essentie is van een gezamenlijk koninkrijk en hij suggereert terecht dat een samenhangend idee ontbreekt (Van Beetz pag. 172). Van Raak (2e kamer) constateert enigszins wrang dat de armoede en de slechte zorg voor de jeugd niet wordt opgelost. Geen vooruitgang (Van Beetz pag 281 – 282). De laatste premier van de Antillen, mevrouw De Jong – Elhage zegt in de opheffingstoespraak van het land Antillen in september 2010 dat men vanaf 10 oktober kan gaan bouwen aan een nieuw perspectief (Van Beetz pag. 303), maar er is nog geen splinter, geen scherf van een inhoudelijk plan. Ik heb dat thema al in 2009 in mijn eerste boek De Caribische eilanden: het alternatief uitgewerkt, waarbij ik heb gepleit voor een integraal inhoudelijk plan voor de Antillen. Mijn voorstel was toen een samenhangend plan op tien beleidsterreinen van armoedebestrijding, ontwikkeling van jeugd en jongeren, onderwijs, milieu, democratie, enz… (hoofdstuk 4 ‘Caribische eilanden: het alternatief’). Men heeft ruim vijf jaar de tijd gehad om aan een dergelijk plan te werken. Er is niets van de grond gekomen; men heeft daarentegen aan afbraak gedaan.
Zonsondergang Curaçao


De werkelijke reden van de deconstructie was eenvoudigweg dit: voornamelijk Curaçao en St. Maarten hebben gevochten voor een zo groot mogelijke autonomie zonder rekening te houden met anderen, opportunistisch en wrokkig (Van Beetz pag. 119). Dat was het enige doel, een ‘lege’ natie omwille van alleen het merkwaardige idee van ‘natie’. Zoveel mogelijk autonoom zonder materiële inhoud: een negatief, slechts impliciet en defensief gegeven, weinig om werkelijk iets op te kunnen bouwen: de essentie van een lege huls. Curaçao is er – naar de woorden van Hodge – uit gekomen als in een nachtmerrie.

Terwijl wij ons aan deze kant van de oceaan politiek correct bleven uitsloven, allemaal hevig vóór gelijkheid en verwijtend tégen discriminatie en racisme, ging het juist op dit terrein aan de andere kant faliekant fout (zie Cariben pag. 73 – 75). De Bonairiaanse politicus en jurist Michiel Bijkerk levert momenteel juridisch strijd met Nederland over de werking van dit gelijkheidsbeginsel: de gelijkberechtiging voor de uitwerking van de AOW, die op de BES-eilanden Wet Algemene Ouderdomsverzekering BES (AOV) heet. Voor inwoners van Nederland en de BES-eilanden hanteert Nederland verschillende (onrechtmatige) criteria bij de toepassing en uitkering van de AOW en AOV. Dit komt specifiek tot uitdrukking in de hoogte van de uitkering. Ouderen op de eilanden krijgen minder dan de helft van de uitkering in vergelijking met de Europees-Nederlandse AOW-ers. Bijkerk betoogt namens een aantal inwoners van de BES-eilanden en namens een meerderheid van eilandelijke politieke partijen in een verzoekschrift dat de huidige – door Nederland gehanteerde regeling – ten aanzien van de uitkering voor de oudedagsvoorziening voor de desbetreffende eilanden onrechtmatig is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel binnen het Koninkrijk, dus in strijd met fundamentele “politieke, burgerlijke, sociale of economische grondrechten”. Dit doet hij met verve en overtuigend. Het is met dergelijke herhaald voorkomende voorvallen niet zo heel moeilijk te bedenken dat en waar het steeds zo wrang en gruwelijk fout gaat. Dat is niet overdreven gesteld. Boeli van Leeuwen vertelt het in een prangend en schrijnend verhaal (Cariben, pag. 345). Zolang Nederland dat niet kan en wil begrijpen, blijven we in de pathetische verstrengeling nog decennialang aan elkaar verbonden. Constante onrust, die geregeld oplaait. Wie niet horen wil, moet voelen; dat is hier gewoon van toepassing.

Lommel, 19 juli 2013

woensdag 31 juli 2013

Orale geschiedenis in Papiamento

Aruba
Historia Oral ta historia di pueblo; Un metodo pa investigacion di Historia Oral van Jeanne D. Henriquez  beschrijft de methodiek van de orale geschiedenis in Papiamento. Orale geschiedenis is de geschiedenis die een persoon heeft beleefd en ervaren, en die hij of zij vertelt aan een onderzoeker. De persoon heeft  de informatie in zijn geheugen, als een eigen ervaren gebeurtenis die deel uitmaakt van zijn leven en ook van de samenleving en de maatschappij waarin hij/zij leeft.

Het boek beschrijft de geschiedenis en de orale geschiedenis. Over de orale geschiedenis in het Caribisch Gebied en de traditie van de orale geschiedenis in deze regio. Over het onderzoek van de orale geschiedenis op Aruba en de mensen die hieraan hebben bijgedragen. En tenslotte de methodiek zelf. Ook is er een lijst van publicaties op dit terrein.

Historia Oral ta historia di pueblo - Jeanne D. Henriquez

Papiamento | hardcover | 64 pagina’s | Unoca | Aruba | 2013
ISBN  978 99904 1 690 9

Prijs: 16,50€ 

maandag 29 juli 2013

Naschrift Cariben laten we het onmogelijke vragen (2)

door Willem van Lit

In Lommel en dan … naar de overkant
Op 27 maart presenteerde ik mijn boek aan het publiek in Lommel. De lezing was hier een mix van toeristische en geografische uitleg enerzijds en het centrale thema van het boek Cariben anderzijds. Een deel van het publiek wist nog niet goed waar ik het over heb als ik het Caribische gebied noem. Ik vertelde over de wonderlijke schoonheid ervan en over het bedrog van de fascinatie, juist door die schoonheid. Hier sluit het thema van het boek goed op aan. Opvallend was dat er voor mijn verhaal een aantal mensen soms honderd kilometer of meer had gereisd. Ik ben verbaasd over hun verhalen en hun motieven om zo ver te reizen: men is zeer geïnteresseerd in het thema en de manier waarop het is uitgewerkt in het boek. Het zijn mensen die de eilanden (en hun bewoners) kennen, soms van heel dichtbij.

Willem van Lit. Foto © Michiel van Kempen

Het schrijven van dit boek (met de wekelijkse publicaties als een feuilleton op Facebook in de periode 2011 – 2013) bracht mij ook in contact met vele anderen. In dit geval wil ik vooral Michiel van Kempen, hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur bij de Universiteit van Amsterdam noemen, die in mijn boek een aanbeveling heeft geschreven. Hem wil ik voornamelijk danken omdat hij mijn geschriften via de blogspot van de Caribische letteren op het wereldwijd net onder de aandacht heeft gebracht van vele anderen: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/p/werkgroep-caraibische-letteren.html .Daarbij heb ik eveneens het genoegen gehad hem persoonlijk te leren kennen op een koude en winderige dag in dit voorjaar.

Op 2 april vlogen mijn vrouw en ik naar Curaçao. Er gingen boeken mee. Ik had er ook al een deel opgestuurd. We gingen voor de presentatie van het boek, maar we wilden ook vakantie. Drie weken. En met een verblijf van enkele dagen op Bonaire. Vlak voor ons vertrek kocht ik nog het boek van Trix van Bennekom De tragiek van Bonaire; vooral om me actueel op de hoogte te brengen over de situatie op dit eiland, de nieuwe buitengewone gemeente – ‘openbaar lichaam’ genoemd (tja waar haal je zo’n benaming vandaan?)– van Nederland, het Caribische Nederland. Van Bennekom schrijft journalistiek; ze onderzoekt op deze manier de gebeurtenissen en verschijnselen. Ik lees in haar boek zeker dingen die passen in het thema van ‘Cariben’. Bonaire … het broeit en smeult er; zoveel is duidelijk.

Bonaire, zoutwinning. Foto © C. Ridley

Het onwaarachtige ‘we zijn allemaal gelijk’ heeft gezorgd voor een toneelspel dat al decennia duurt. Met argwaan, verwijten en ergernis in de hoofdrol. Het klinkt niet aardig maar het Koninkrijk doet me vaak denken aan een dysfunctionele familie. Volkomen verziekte verhoudingen. De kans dat het nog ooit goed komt, is minimaal. Af en toe staat er iemand op die een verzoeningspoging waagt, maar dat is tijdelijk. Structureel zit het helemaal fout. Daarvoor is generaties lang teveel misgegaan”. Mijn hoofdstuk 2 gaat daarover, over die generatielange teloorgang, maar ook op andere plaatsen in ‘Cariben’ schrijf ik over de duurzaam moeizame verhoudingen (pag. 316 – 322, 354 – 355, 358 – 363). Dat blijft zo. Onlangs heeft minister Plasterk aangegeven dat Nederland niks zal ondernemen tegen de al decennia durende ecologische en humanitaire ramp van de raffinaderij op Curaçao (die toch een erfenis is van Nederlands ondernemen) en dat met verwijzing naar artikel … enz. Maar ja, wél treiterbeleid op de eilanden die ‘openbaar lichaam’ zijn. Van Bennekoms boek staat er vol van: het ‘satisfait’, de hooghartigheid van de bovenmeester (zie Cariben pag. 317 – 319, 358 – 368). Van Bennekom: “In feite zegt Nederland tegen Bonaire: ‘Je bent wel een deel van Nederland, maar wij beschouwen jullie als tweederangsburgers. Jullie hebben niet dezelfde behoefte als wij en kunnen best met wat minder toe’”. (Van Bennekom, pag. 160).

Douane van Bonaire. Foto © Geha

Treiterbeleid. Dat merkte ik direct bij aankomst op Flamingo Airport op Bonaire. Ik had twintig exemplaren van mijn boek meegenomen, die ik op Bonaire wilde verkopen of weggeven (o.a. aan de bibliotheek). Dat ging zó maar niet. Of ik maar invoerrechten wilde betalen of – en dat was de keuze – onmiddellijk de helft inleveren. De douaneambtenaar (een jongeman van het eiland) bleef keurig, netjes en bedaard rigoureus. Hij bleef mij geduldig uitleggen waarom ik moest betalen en hoe dat komt. Ik kon mijn verbazing heel moeilijk verbergen en beteugelen, maar ik wilde geen gedoe. Uiteindelijk kwamen we tot een voorlopige oplossing. Ik heb geen zin het allemaal tot in detail uit te zoeken en me te verdiepen in een naar mijn idee volkomen idiote douaneregeling bínnen Nederland. In Europa kan ik met vrachtwagens vol van land tot land rijden zonder één keer op de rem te hoeven trappen bij een douanestal tussen de landen.

Tóch wil ik de jongeman van de douane vanaf dit geschrift complimenten geven met de wijze waarop hij mijn verontwaardiging zo waardig kon pareren. Ook dat heeft me getroffen, moet ik zeggen.

L.J. Brinkhorst: ijdel en zuur

Het lijken details, maar dit treiteren past volkomen in het patroon waarin de krampachtige Euro-Caribische verhoudingen zich al honderden jaren bevinden. Dat patroon, zoals ik het zelf heb beschreven in Cariben met de onder andere de brandende effecten van het zogeheten politiek correct handelen en denken, komt steeds weer naar voren. Van Beetz bespreekt deze relaties van dichtbij. Hij zat er als Nederlands adviseur in de binnenste cirkel van de politieke arena bij. Hij heeft het politieke en bestuurlijke manoeuvreren direct meegekregen. Sprekend zijn de momenten waarop hij in deze positie als Nederlands ambtenaar, verbonden en uitgeleend aan de Antilliaanse regering op een tweetal momenten persoonlijk te maken kreeg met de navrante kregeligheid van Nederlandse politici. Hij beschrijft het in zijn kroniek op een rustige toon, maar je leest de verbazingwekkende verontwaardiging er duidelijk doorheen. Indringend. (Van Beetz, pag. 31/32 ‘Op het matje…’ en pag. 156 – 160 ‘De lezing van een ijdele minister’; het gaat om L.J. Brinkhorst in dit geval). Hier wordt de duurzaamheid van de zurige verhoudingen zelfs persoonlijk.

Verdonk: snauwend en denigrerend


Zijn relaas zit voorts vol van constateringen over narrig en ergerlijk gedrag van Nederlandse zijde (o.a. pag. 137 – 138), slordig handelen en denken (pag. 149), hooghartigheid (pag .65 – 66, 169), desinteresse en gebrek aan betrokkenheid (onder andere bij de ondertekening van het Slotdocument op 9 september 2010), gebrek aan werkelijkheidszin, snauwend en denigrerend optreden (o.a. van minister Verdonk op verschillende momenten, maar ook van minister Ter Horst – pag. 259).
Gijs de Vries: verraad

In dit verband moeten we zeker ook niet het zogenaamde verraad van staatssecretaris Gijs de Vries vergeten in 2001 ten opzichte van de Antilliaanse premier Miguel Pourier. Dit voorval is een van de belangrijke factoren geweest die geleid hebben tot de ontmanteling van het land Antillen. Van Beetz beschrijft dat uitvoerig met de daarbij behorende uitputtende excuses van Nederland in latere jaren, maar ja, toen was het te laat. En het uiteenvallen van de Antillen is eigenlijk hét zure koekje van eigen deeg dat Nederland zichzelf als poets heeft gebakken: de geschiedenis keert zich tegen de nalatige; Nederland wíl eigenlijk helemaal geen openbare lichamen beheren in een lauwe kom Caribisch water. Dat is alleen nóg maar eens meer lastig, brrr…

[vervolg, deel 3, klik hier]

Naschrift Cariben laten we het onmogelijke vragen (1)

Aruba. Foto © Liliane Pietersen

door Willem van Lit

Men schreef nieuwe complotten
In februari 2013 verscheen mijn derde boek Cariben laten we het onmogelijke vragen. Ruim een half jaar na het verschijnen ontstond bij mij de behoefte een kleine beschouwing achteraf te maken. Dit had voornamelijk te maken met de actuele ontwikkelingen op de eilanden sindsdien. Op Curaçao werd een moord gepleegd op een controversiële politicus. Op Bonaire woedt op het moment van schrijven van dit naschrift (weer) een bestuurscrisis in het college. Op St. Maarten is er een bestuurscrisis geweest. Er zijn verschillende opwellingen geweest van woede en furie. Men schreef nieuwe complotten. Ook mijn bezoek in het voorjaar aan Curaçao en Bonaire en de presentatie van mijn boek deden andere inzichten ontstaan en ik realiseerde me dat ik bepaalde thema’s niet had besproken. Het gaat dan om onderwerpen die op verschillende plekken mijn betoog raken en die deels een aanvulling zijn op hetgeen ik heb geschreven. Dit betreft onder andere de invloed van de georganiseerde misdaad en de zogeheten Latino leefstijl, de invloed van het Zuid-Amerikaanse continent op de eilanden. Na ruim zes maanden staat de inhoud van mijn boek nog steeds overeind. Ik heb niets kunnen ontdekken wat ik vandaag anders zou schrijven.

Het boek is niet door heel veel mensen gelezen, maar toch voldoende om eventueel kritische opmerkingen te krijgen. Ook is het door mensen gelezen die heel nauw betrokken zijn bij het leven op de eilanden of mensen die door studie en ervaring uitgebreide kennis hebben van de Caribische eilanden. Ik weet ook dat het onderwerp ‘Antillen’ slechts weinigen van belang of interessant achten; de doelgroep is klein.

Het is zeker niet zo dat ik expliciete erkenning of bevestiging vraag. Met dit naschrift wil ik wel weer de aandacht vestigen op dit boek omdat ik de inhoud nog steeds van belang acht voor de actuele situatie en waarschijnlijk ook de ontwikkelingen in de naaste toekomst op de eilanden zelf en in de relatie van die eilanden met Nederland.

Bevrijd van een historische blunder?
Van crisis naar crisis naar crisis, enz. Dat houd je alert en betrokken. Ik schreef die eerste woorden van dit naschrift op een artikel uit ‘nu.nl’ (3 juni 2013) dat iemand op Facebook had geplaatst. Het artikel betrof een interview met Daniël Hodge, de toenmalig premier van Curaçao die een tussentijds zakenkabinet heeft geleid om orde op zaken te stellen. Hodge merkte op dat politici op het eiland vooral goed voor zichzelf zorgen en dat ze het belang van het volk en het eiland daarbij verwaarlozen. “Een kentering ten goede bespeurt hij niet: ‘we zijn gestagneerd’”, merkt hij op. In het boek van Freek van Beetz (Het einde van de Antillen) staat het nogmaals, maar dan nadrukkelijker. Op 28 februari 2013 (tweeënhalf jaar na de ontmanteling van het land Antillen) zegt Hodge: “Een schone droom is een nachtmerrie geworden”. (Van Beetz pag. 314). Hodge heeft als zakenman dit tussenkabinet geleid. Gedurende zijn premierschap was het een aantal maanden rustig… totdat op 5 mei 2013 Helmin Wiels werd vermoord.
Foto © Bea Moedt

Gestagneerd. Dat begrip staat ook centraal in ‘Cariben’. Het komt er geregeld in terug; ik heb het genoemd het resultaat van het voortdurend uitgestelde leven en de ziekmakende omhelzing. Het gedrag van politici zoals Hodge dat aangeeft, is van ondergeschikt belang. Zij vertolken slechts in een rebelse of narrige staat van bewind voeren of besturen de rol van de geest van de tragedie, waarin de cultuur van boosheid en schaamte gedijt. Het is doorgaans een verbeelding van manische aard, die in het voorjaar van 2013 op een extreem dramatische wijze tot een voorlopig dieptepunt is gekomen. Het is dit complex van krachten die tot stagnatie leidt en die ik met name beschrijf in hoofdstuk 5. (Cariben, pag. 272 e.v., pag. 290 – 295).

Foto © Helmut Newton

Van Beetz beschrijft dit uitvoerig in zijn kroniek. Vooral de politieke situatie vanaf 2003 lijkt een grote georganiseerde chaos, slechts gedreven door de puls tot een zo grondig en spoedig mogelijke afbraak: het opheffen van het land Antillen. Alsof men met schaamrood op de kaken zichzelf wilde verlossen van een bijzondere historische blunder. En bijzonder hierbij is dan ook dat dit proces grotendeels onder de regie stond van een groep mensen die zich aanvankelijk hadden verenigd onder de vlag van de héropbouw van datzelfde land: de PAR (Partido Antiá Restruktura). De Antilliaanse – en dan vooral de Curaçaose – politieke tégencultuur heeft trekken van schizofrene en paranoïde aard, terwijl plat opportunisme, grootheidswaan en het calimerocomplex er voortdurend vanaf spat onder verwijzing naar (re)kolonialisering, discriminatie, racisme, oorlog, nationalisme, patriottisme, hoogverraad, enz. Beetz verwijst er zowat óm de twee pagina’s naar. Op een zeker moment noemt hij het ‘een orgie van bestuurlijk en politiek vandalisme’ (Van Beetz, pag. 190). Het is alsof alle frustratie in deze jaren van manie zich heeft samengebald en dat men de afbraak van een land, dat nooit een natie is geworden, heeft gebruikt om zich hierop te concentreren.

Nog eens: het motief
Cariben verscheen eind februari 2013. Op 9 maart kondigde ik het uitgebreid aan en startte ik de promotie. Ik maakte vooral gebruik van het wereldwijd web, maar ik verstuurde ook per post persberichten aan diverse kranten en tijdschriften in Nederland. “Daar heb je weer zo’n gek die een boek heeft geschreven over Curaçao en zo. Lekker belangrijk”. Ik hoor het al roepen. Schouderophalend gaat mijn bericht vervolgens zonder te ritselen in de papierbak. Op internet zag ik wel reacties. Ik merk heel goed als mensen het boek wel hebben gelezen, ook mensen die ik niet persoonlijk ken. Van Bonaire kreeg ik enthousiaste reacties. Dat viel in elk geval op.

De vraag rijst weer: waartoe heb ik dit boek geschreven? Ik heb ontdekt dat het schrijfproces een ontdekkingstocht naar mijn eigen motieven is geweest. Ik heb ook dingen ontdekt die ook buiten de context van de Caribische eilanden van waarde zijn gebleken. Het is nu duidelijker dan voorheen: nationalisme is een gevaarlijke leugen, een waan van twee eeuwen waarin men elkaar gevangen houdt. En ik weet nu ook waarom dat zo is (Cariben, pag. 229 – 232 en 292 – 293). Ik weet ook wat het nefaste effect daarvan is .
...de Eros van de Caribische mens... Foto © Yannick Bruhah

Ik weet nu ook dat het historisch determinisme een grove leugen is en dat deze leugen is ingegeven door de angst keuzes te moeten maken. Een bekende Curaçaose publicist en opiniemaker zei in een reactie (op een stelling van Jacob Gelt Dekker) dat anderen (buitenstaanders) nooit in staat zouden zijn de eros (hij schreef het met een hoofdletter Eros) te doorgronden van de Caribische mens. Ik weet nu ook dat dat een mythische leugen is. Als we de eros niet kunnen doorgronden, zouden (vreemde) culturen hermetisch gesloten zijn. Ik heb aangetoond dat dat niet zo is (Cariben, pag. 155 – 165, 174 – 175 en 211 – 215). En als je het over eros hebt, dan moet je ook de thymos noemen (Cariben, pag. 22 – 23). Het is juist deze laatste kracht die in dit boek centraal staat en die we zeer wel goed kunnen doorgronden: de laaiende furie en haar gevolgen, waarvan er zeker één is dat de mythe van de ondoorgrondelijkheid in stand blijft. Ook die fascinatie heb ik ontmaskerd, waarmee niet gezegd is dat hij daarmee is verdwenen.

In een ongeregeld ritme laaien de discussies over deze thema’s op, zeker na de moord op Wiels. Men spreekt dan over etnisch nationalisme, racisme, fraude en corruptie, afgunst en ongenoegen; het wordt letterlijk allemaal zo genoemd. Hierbij wordt – in repliek – gezegd dat Wiels weliswaar een nationalist was, maar geen racist. Daarbij zei iemand dat buitenstaanders niet in staat zijn het volkssentiment te begrijpen dat Wiels vertegenwoordigde, een sentiment dat wordt ingegeven door de geschiedenis van machtsongelijkheid én het feit dat veel immigranten op Curaçao het recht zouden ontkennen dat het eiland een natie kán zijn. Het merkwaardige is dat die schrijver dan betoogt dat Wiels racisme wel weer gebruikt in weerwil van die structurele ongelijkheid en de ontkenning van dat recht. Racisme als wraak dus, de ruilinterventie van de wraak, zoals ik dat heb genoemd (Cariben, pag. 324 – 326); dat is een gevolg van de pathetische omhelzing. In die zin wordt het primaat van de cultuur en het historicisme wederom aangevoerd in een romanteske verwijzing naar het volk en hun ressentiment; iets wat buitenstaanders nooit zouden kunnen bevatten. Dezelfde sentimenten (gestuurd door eros en thymos) komen in allerlei gradaties voor in België (Vlaanderen – Wallonië), Baskenland, Schotland, Catalonië, het voormalig Joegoslavië, enz. (Cariben, pag. 231). Niets menselijks is u en ons vreemd. In het Caribische gebied komt daar de menselijke smet (van de huidskleur) nog bij als extra factor (Cariben, pag. 163 – 165, 368).

Edinburgh, Schotland. Foto © Michiel van Kempen

In deze discussie zegt een ander dat men op de eilanden gebruik moet gaan maken van eigen mogelijkheden en kansen die de samenwerking met Europa kan bieden. Men moet uitgaan van de kracht van de onderlinge menselijke betrekkingen en samenwerking zoeken om zo vooral economisch tot ontwikkeling te komen. De verbinding via Nederland biedt daarvoor goede mogelijkheden. Deze schrijver wordt door de nationalistische denker op een intellectueel-ideologische manier en toon bijna kleinerend teruggezet: het gaat om dé nátie (wat dat ook moge betekenen) en daaraan moet alles ondergeschikt zijn. In dergelijke discussies woekeren overigens ijdelheid en demonstratief intellectualisme uitbundig en voortdurend door de gesprekken heen: in woord en wederwoord kleurig bloeiend in de trant van : “kijk mij eens heel veel weten! En u kunt mij toch nooit snappen; ik ben hier de leermeester”.

[vervolg, klik hier]

vrijdag 19 april 2013

Voor 12,50 mag men minister Plasterk beluisteren


Amsterdam Zuidoost - Minister van Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, komt vrijdag 19 april naar het Bijlmer Parktheater om daar terug te blikken op zijn bezoek aan het Caribische deel van het Koninkrijk in januari dit jaar. Op zijn kennismakingsreis deed de minister Aruba, Curaçao, Bonaire en Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius aan. Noraly Beyer, zal als moderator functioneren tijdens de bijeenkomst. Zij zal, samen met de minister, dieper op het bezoek ingaan. Na het officiële gedeelte kan het publiek vragen aan de minister stellen. Tijdens deze bijeenkomst komt het publiek meer te weten over de plannen van het huidige kabinet met de Caribische landen en de samenwerking tussen Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk.

De bijeenkomst wordt gehouden in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240. Aanvang 20.00 uur. Een kaartje kost 12,50 euro, studenten betalen 5 euro op vertoon van collegekaart. Aanmelden kan via info@antilliaansnetwerk.nl onder vermelding de naam.

zondag 7 april 2013

Het diverse zwarte bewustzijn van Antilliaanse Jongeren

door Francio Guadeloupe


Over het zwarte bewustzijn van Antillianen lijken vaak maar twee smaken te bestaan: van ‘slachtoffers van de slavernij’ tot zij die ‘hun slavernijverleden gebruiken om Nederlanders te chanteren’. Francio Guadeloupe ziet op de Antillen dat de werkelijkheid van jongeren vele malen diverser is.

[lees hier verder op Sociale Vraagstukken]