De vraag of Nederland racistisch is, wordt door de
Nederlander veelal negatief beantwoord. Hoewel jaren geleden er een juweeltje
verscheen van de hand van Dr. Philomena Essed onder de titel Alledaagse racisme
waarin zij alle vormen van racisme in de Nederlanden op een rijtje zette.
Taal als uiting van
het collectief denken van mensen.
Opvallend in de Nederlandse taal is de betekenis die aan het
woord zwart wordt gegeven. In geen enkele andere taal kom ik zulke negatieve
uitdrukkingen tegen voor het woordje zwart. Denk maar aan uitdrukkingen als: zwart
maken, zwarte markt, zwarte schaap, zwarte dag of iemand de zwarte piet
toespelen. Vooral de afgelopen maanden,
vanaf de val van het kabinet Rutte-I heb ik vaker moeten horen dat mensen, anderen
al of niet de zwarte piet toespeelden. Hoe kan een taal op deze manier zichzelf
in stand houden, terwijl mensen beweren niet racistisch te zijn.
Enkele maanden geleden toen de discussie over de rol van
Johan Cruijff bij Ajax speelde werd ineens de racismekaart getrokken. Opvallend was hoe journalisten hiermee
omgingen. Sommigen waren zo openlijk om te zeggen: over racisme wil ik mij niet uitlaten. Maar het vervelende was dat het hier ging om een nationaal icoon, die
beschuldigd werd van racisme. De nationale pers wist duidelijk niet welke kant
opgekeken moest worden. In een onderonsje met een goede vriend, maakte ik deze
een compliment en vertelde dat ik voor
hem mijn hand in het vuur durfde te steken, omdat ik bij hem wist dat hij voor
en achter mij op dezelfde manier over Zwarten zou praten. Dit in tegenstelling tot menige Nederlander. Deze
vriend die ik heel hoog acht, vertrouwde mij toe: ‘Jongen, ik zou een beetje
dimmen als ik in jouw schoenen stond.’ En
hij vertelde hoe hij als jonge medische student zichzelf voor zijn kop geslagen
had omdat hij Martin Luther King jr. bij zijn bezoek aan Amsterdam in 1964 als student
van de UvA een prijs moest uitreiken. Hij had op alle manieren zijn hand
naderhand gewassen omdat hij een ‘Neger’
een hand moest schudden. Kon deze jongeman van toen nauwelijks 20 jaren oud, het kwalijk genomen worden dat hij
zo dacht over iemand met een andere huidskleur? En natuurlijk de andere vraag:
waar zou dit vandaan komen?
Ik heb me als kind van Surinaamse origine altijd vier dingen
afgevraagd indien we kijken naar de Nederlandse slavernij-geschiedenis:
- Hoe komt het dat het boek
van de Schot John Gabriel Stedman Narrative of a Five Years' Expedition
against the Revolted Negroes in Surinam in het Nederlands vertaald werd nadat verschillende andere Europese
talen waren vooraf gegaan waren w.o. het Frans, Duits en Deens.
- Hoe komt het dat stukken
van de klassieke Surinaamse componist J. Helstone in verschillende Europese
steden w.o. Leipzig, Wenen, Parijs en Londen zijn opgevoerd, maar nooit in
een stad in Nederland?
- Waar was de Nederlandse
elite en vooral de schrijvende pers toen in Kongo zulke wreedheden door
een bondgenoot (koning Leopold I) begaan werden, in de naam van beschaving
bijbrengen? Waar was Nederland of waren exponenten van het Nederlands
volk? Of kon het hun niets schelen omdat het hier om een rijk
gepigmenteerd volk ging?
- Vanwaar komt het Surinaams
spreekwoord dat een Nederlander is als een dubbelloops geweer? En hoe komt
de Indiaan aan het gezegde dat witte man spreekt met een gespleten tong?
Als kleine jongen dacht ik altijd dat de Europeaan net als een slang een
gespleten tong had.
Dagelijkse praktijk
Enkele weken geleden stond er een artikel in Het Parool over
de ervaringen van migrantenjongeren met de politie. Feit is dat dergelijke
artikelen een herhaling zijn van praktijken die migranten dagelijks meemaken.
Dan hebben we het nog niet gehad over de ervaringen van migranten die een
leidinggevende functie bekleden in de Nederlandse samenleving. Het blijkt dat
Nederlanders heel veel moeite hebben met het accepteren van leiding van een
migrant, vooral Surinamers. Steeds zal men zoeken naar schriftelijke taalfouten
van de leidinggevende. En o wee als deze leidinggevende ooit zo een fout in een
schrijven maakt, het zal die nog lange tijd achtervolgen. Terwijl eenzelfde
fout door een Hollander met de mantel der liefde bedekt wordt.
Twee zaken waar
migranten ook mee moeten uitkijken in Nederland zijn seksualiteit en geld. Het lijkt erop dat men jou als leidinggevende altijd in
de gaten houdt of je niet een paar centen achterover drukt. En owee als je het
in jouw hoofd haalt een relatie met een collega aan te gaan.
Ik kijk uit naar de memoires van de gewezen korpschef Martin Sitalsing en zijn belevenissen als
politieman en later als commandant van het korps in Groningen.
Media-ervaringen
Ik merk dat in tegenstelling tot de Britse BBC en het Franse
TV5 er in Nederland weinig rijk gepigmenteerde mensen op de buis komen. Had J.
Raymann de kans gehad om in Nederland door te breken indien hij zo rijk
gepigmenteerd was als Clarence Seedorf?
En zou de acteur die voor Bing speelt in GTST die rol ook gekregen
hebben indien hij zo rijk gepigmenteerd was als Jandino?
Het valt op dat zwarte mensen op tv altijd in een rol gestopt
worden die parallel loopt aan de rol van Piet tijdens het Sinterklaasfeest.
Meestal zijn het de narren of Apuku’s die de boel aan het lachen moeten maken.
Oorsprong racisme
De vraag blijft staan, waar komt het Nederlands racisme
vandaan? Waar vindt het zijn oorsprong? Vaak wordt betoogd dat slavernij in
Nederlandse koloniën racisme heeft voortgebracht. Maar feit is dat het systeem
van slavernij voor een belangrijk deel zich afspeelde in de koloniën, ver van
het moederland. We zien ook dat de elite in het moederland er alles aan deed om
het voetvolk in het moederland onwetend te houden van wat er allemaal in de
kolonie gebeurde (Hoe moeten we anders de opmerking interpreteren die elke
Surinamer in Nederland ooit hoorde: wat spreek jij goed Nederlands! Dit terwijl het koloniale onderwijssysteem er
sinds het begin van de vorige eeuw op gericht was het kind in de tropen
volledig wit te maken). De basis van het Nederlands racisme moet dus elders
gezocht worden.
Sint en zijn pieten
Ik meen dat het Sinterklaasfeest een belangrijke bron is,
voor het bestaan en de reproductie van racisme in de Nederlanden. In de eerste
plaats valt op dat de figuur van Zwarte Piet in de viering opduikt op het
moment dat in de Staten-Generaal de eerste discussies beginnen over de afschaffing van slavernij en de
consequenties daarvan voor het moederland. Want ofschoon we in verschillende
andere Europese culturen een op het Sinterklaas gelijkend feest tegenkomen w.o.
Frankrijk, Noord-Duitsland en Denemarken, is het nergens zo dat men een
Afrikaan erbij gehaald heeft om de goedheilig man te assisteren.
Opvoeding in
contexten
We weten dat de opvoeding en daarmee de vorming van het kind
gebeurt in verschillende contexten, w.o. het gezin als primaire context van
opvoeding, de buurt en vrienden als secundaire context en tenslotte de grotere
samenleving en de tijd waarin iemand opgroeit als de tertiaire (en zo u wilt
quartaire) context. Een veelgehoorde tegenwerping van ouders indien gewezen wordt op het racistisch karakter van
het Sinterklaasfeest, is dat Sinterklaas
een Nederlandse traditie is die niets te
maken heeft met racisme. Maar wat houden we het kind voor, indien het al op
zeer jonge leeftijd een keer per jaar
een zwart of bruin geschminkte persoon als een clown ziet rondhuppelen daarbij
allerlei fratsen uithalend die moeten werken op jouw lachspieren? Wat gebeurt er met zo’n kind indien het later leiding zal moeten accepteren van iemand die in veel opzichten
associaties oproept aan de clown van weleer?
Naar de toekomst
kijkend
Indien wij werkelijk racisme in de Nederlanden willen
bestrijden, dan vraagt het van ons volwassenen een andere benadering van het Sinterklaasfeest.
We mogen het kind niet langer volstoppen met racistische stereotyperingen.
Daarbij het kind allerlei leugens voorhouden die niets met de dagelijkse
realiteit te maken hebben. Waar komen we nog anno 2012 schoorsteenpijpen tegen?
Tegen het argument dat het feest gebaseerd is op
een Nederlandse traditie, zou ik willen tegenwerpen, waarom bemoeien we ons
vanuit Europa met vrouwenbesnijdenis? Immers het systeem van besnijdenis van vrouwen is
gebaseerd op een traditie bij verschillende culturen in Afrika waar de man
regelmatig voor langere tijd buiten het gezin vertoeft.
De toekomst vraagt van ons dat we het kind iets anders
voorhouden als volwassenen. Op de lange termijn komt het kind erachter dat al
die tijd voor hem/haar gelogen is. M.a.w. volwassenen vertellen leugens om bestwil van deze of gene. Maar het mes snijdt aan twee kanten, aan de ene kant
wordt het Europees kind opgezadeld met een superioriteitscomplex waar die nog
lange tijd last van zal hebben. Anderzijds krijgt het kind met o.a. een
Afrikaanse origine een minderwaardigheidscomplex die zijn/haar leven lang zich
zal continueren.
Neen ouders, het moet anders.
[Tekst van de lezing die E. Romeo Grot hield op de Sinterklaasviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren, 6 december 2012.]
















