door Rappa
 |
| Rappa aan het woord, naast Abdelkader Benali. Caraïbische Letterendag, Amsterdam 2009 |
[Op woensdag 27 juni 2012 hield Rappa
[ps. van Robby Parabirsing], neerlandicus, schrijver, voordrachtskunstenaar,
uitgever en bibliotheekhouderin het kader van het Jaar van de Poëzie tijdens de reguliere laatste-woensdag-van-de-maandavond
van de Schrijversgroep ’77 in Tori Oso (deze avond in samenwerking met de Henry
Frans de Zielstichting en het Directoraat Cultuur), een inleiding over nieuwe ontwikkelingen in de Surinaamse dichtkunst. Hieronder de volledige tekst, die bij het uitspreken enigszins was bekort.]
Waar zijn de dichters gebleven? Dit vraagt een van onze jonge dichters, Gianni
Wip, zich af. Een stukje uit zijn gelijknamig gedicht:
[...]
Waar!! Zijn de dichters gebleven
Want de schrijvers, die schrijven
Jij weet het, ik weet het, iedereen Weet…
Hoe duur…de…suiker…is
En daar is iets mis mee
Misschien niets mis mee
Punt is
Ik voel een gemis
En dat gemis….
Het maakt me ziek
Waar??
Waar?!
Waar!! Zijn de dichters gebleven…
 |
| Gianni Wip |
Gianni Wip is 24 jaar, is studerende en is in zijn
gedichten meestal op zoek naar paradigma’s oftewel het gemeenschappelijke
gedachtegoed van de samenleving. Hij vindt dat de Surinaamse poëzie teveel
wordt gebruikt als een hamer om mee te slaan. Met een hamer kan je ook ‘dingens
uit dingens’ trekken; hij probeert niet tegen, maar vóór iets te zijn. Gianni
deed mee aan de Schrijfwedstrijd van Write Now, waaraan Suriname dit jaar voor
het eerst meedeed, en eindigde tijdens de voorronde in Paramaribo op de
vierde plaats met een minibundeltje, getiteld Panodrama.
Ja, waar zijn die dichters gebleven? Na de
poëtische opleving in de zestiger jaren tot de climax rond onze staatkundige
onafhankelijkheid, onze srefidensi (een woordvinding van onze grote dichter
Trefossa) leek het inderdaad dat onze dichters verdwenen waren. Zie de
indrukwekkende rij van poëten in de klassiek geworden bloemlezing samengesteld
door Shrinivasi Wortoe d’e tan abra waarin gedichten vanaf 1957 tot
1973 (bij de verruimde derde druk) zijn verzameld.

Dichters uit de
‘Wortoe-groep’ zijn o.a. Trefossa (Henri de Ziel), Eugène Rellum, Corly
Verlooghen (Rudy Bedacht), Ashantenu Sangodare (Michael Slory), Bhai (James
Ramlall), Bernardo Ashetu (H.G. van Ommeren), Johanna Schouten-Elsenhout,
Shrinivasi (Martinus Lutchman), R. Dobru (Robin Ewald Raveles), Jozef Slagveer,
Frits Wols (Eugène Wong Loi Sing), Orlando Emanuels, Edgar Cairo, Kwame Dandilo
(George -Pieter- Polanen), Trudi Guda, Zamani (Astrid Roemer), Paul
Marlee (Paul Nijbroek), Thea Doelwijt, Glenn Sluisdom, Gerrit Barron en Afanti
(John Doornkamp)1). De dichters uit de ‘Wortoe-groep’
debuteerden voor het merendeel aan het eind van de jaren ’50 en aan het begin
van de jaren ’60, publiceerden vooral tussen 1965 en 1974 in Suriname, in
Nederland en op de Nederlandse Antillen in bladen als Tongoni, Soela en Moetete
en hadden bijdragen in het (Surinaams-) Nederlands, het Sranan en het Sarnami.
Toen kwam de onafhankelijkheid en daarmee ook het
scheiden van de markt. Om met Hans Breeveld mee te zingen:”Wie gaat weg en wie
blijft hier, dat is de vraag van de kruidenier…” Vijf jaar na de staatkundige
onafhankelijkheid volgde de militaire machtsovername, de coup. Beide
gebeurtenissen inspireerden een grote groep dichtenden, maar konden hun
producten, vaak zeer tijdgebonden, wel allemaal tot poëzie gerekend worden? Wat
valt überhaupt nou wel of niet onder poëzie? Vallen daar ook de rijmpjes en
gedichtjes uit onze kleuter- en lagere schooltijd onder die zó een belangrijk
deel van onze taalverwerving vormen dat we die tot op hoge leeftijd foutloos
kunnen opzeggen of zingen?
Het is wel opvallend dat de dichter dankzij die
beroemde ‘dichterlijke vrijheid’ in feite alles op papier kan zetten en het
predikaat ‘gedicht’ kan meegeven. Dat moet de schrijver, de prozaïst, maar eens
durven! Is het misschien daarom dat vele creatief schrijvenden in ons land zich
eerder tot de poëzie wenden als uitingsvorm (want daar mag toch alles), dan dat
zij proza produceren, want daar moet je je aan allerlei conventies (spelling,
zinsbouw, woordbetekenissen, perspectief, plot, thematiek, verhaaldraad,
tijdstructuur, karakteruitbeelding, enz.) houden. Maar in de praktijk blijkt
maar al te vaak dat dichters echt zo vrij niet zijn. Zij worden publiekelijk
maar al te vaak aangesproken als zij zich niet houden aan bepaalde conventies.
Zie bijvoorbeeld een aantal van 41 reacties die loskwamen naar aanleiding van
het gedicht van Alphons Levens, getiteld Recreëren te Domburg. [Zie deze blogspot, 25 november 2010.]2 Zijn gedichten ‘…zouden meer lijken
op proza, hij moest zich toch wat meer inspannen om in dichterlijke taal te
schrijven en minder aan de oppervlakte te blijven. Poëzie gaat toch graag de
diepte in, kent gevoel en noopt vaak tot nadenken?’ Een aantal van de reacties
was gestoeld op de schoolse zienswijze op poëzie, maar er waren ook nuttige
wenken, eigen ervaringen en zeer bruikbare achtergrondinformatie bij.
Alphons Levens publiceerde zijn eerste bundel (Bezinning
en strijd) in 1971 in Nederland en is vanaf toen een van onze
productiefste dichters. In 1996 verscheen de bundel Mogelijk, in 1998 …want
nooit wordt alles gezegd en in 2002 Wee het volk dat niet meer denkt.
Regelmatig staan er gedichten
van hem in de Ware Tijd (zie het bericht hieronder). In zijn werken staat de Mens (met hoofdletter) altijd
centraal; niet alleen de Surinaamse mens, maar ook die totale mens, die bewoner
van de planeet Aarde. Alphons Levens probeert zijn lezers aan het denken te
zetten, aan het dóórdenken.
De vraag is nu: komt de beperking van die
dichterlijke vrijheid, of misschien beter: wordt de aanmoediging dat dichters
zich toch aan bepaalde conventies houden misschien niet door het traditionele
poëzie-onderwijs veroorzaakt, dan wel sterk beïnvloed? Gelukkig is in de
literatuurmethode voor het VWO Fa yu e tron leisibakru uit 19983) (volgens Surinaamse leerboekennormen
nog vrij nieuw) wat meer ruimte aan de dichterlijke vrijheid en de typisch
Surinaamse poëzievormen gegeven. Want poëzie moet toch in de eerste plaats een
herkenbare gemoedsuitstorting zijn, al of niet rekening houdend met
vormaspecten? Poëzie is toch niet eerst vorm dan inhoud, of spelen vorm en
inhoud zowat gelijktijdig een rol bij het produceren van poëzie? De vraag is nu
of er, gezien het huidige, zeer terechte streven van het MINOV om vooral de
VOJ- en VOS-leermethoden voor de exacte vakken en leervakken te vernieuwen, ook
een herziene tweede druk van Leisibakru komt, of als men weer overgaat op een
poëzie- of literatuurmethode uit Nederland.

Maar om op dat poëzie-onderwijs terug te komen: in
de leerfase waar die vernieuwing het hardst nodig is, op het VOJ (voorheen het
MULO), worden poëziestencils uit de jaren zestig uit de hoofdakteperiode van de
toentertijdse leerkrachten vaak nog steeds braaf ongewijzigd gekopieerd, waardoor
vele leerlingen juist op dit aanvankelijk niveau een verouderd en achterhaald
beeld van poëzie voorgeschoteld krijgen. De eigen creativiteit wordt daarbij
nauwelijks geprikkeld. Is het dan geen wonder dat vele VOJ-jongeren vaak
afkicken op de literatuurlessen poëzie? Terwijl zij juist met dit uitingsmiddel
hun gevoelens beter kunnen uiten; iets waar velen in deze leeftijdsgroep hard
behoefte aan hebben. En poëzie is tegenwoordig juist weer springlevend, mede
als gevolg van de opmars van de raps. In hoeverre zijn raps erkend en
opgenomen in vooral het aanvankelijk poëzie-onderwijs?
Hoe dan ook, we kunnen er niet onderuit: ondanks
die dichterlijke vrijheid gelden in de poëzie toch zeker conventies, denk maar
bijvoorbeeld aan het rijm, de beeldspraak en de strofe-indeling. Zie ook de
strenge eisen waaraan een sonnet moet voldoen. Trefossa heeft getoond dat hij
in het Sranan ook sonnetten kon schrijven. Maar heeft hij op dit punt navolging
gehad? Zo nee, waarom niet? Is het omdat deze vorm van poëzie bij de onzen niet
als iets eigens wordt ervaren? Of is er hier sprake van gemakzucht, ‘het is wer’ede’,
teveel gekunsteld, dus dan maar niet?
Terug naar de vraag van Gianni: Waar zijn de
dichters gebleven? In 1983 verschijnt de eerste aflevering van het
literaire tijdschrift Bro4), waarin ook poëziebijdragen van
eigen bodem en van overzee zijn opgenomen. Uit de “Wortoe-groep” zien we terug
in Bro: Dobru, Orlando Emanuels, Gerrit Barron en S. Sombra (Stanley
Slijngard). Het tweede en laatste nummer van Bro verschijnt in 1990.
Gerrit en S. Sombra komen terug en we zien een paar nieuwe namen zoals Dorothee
Wong Loi Sing en Hans Breeveld5). Dan wordt het wat stil; van 1990 tot
zeker 2000 maken we de periode van hyperinflatie mee en dat is een hoogst
ongunstig klimaat voor de productie en verkoop van gedichtenbundels, die
normaliter al moeilijk verkopen.
In het nieuwe millennium gaan we richting Caricom:
deden we sinds de jaren ‘70 al mee met de Carifesta’s met onze Dobru als
voortrekker en zijn gedicht Wan als ons boegbeeld, nu worden we
volwaardig lid van de Caricom. Voor schrijvers en dichters is dat een nieuwe
uitdaging, namelijk: publiceren in het Engels om een markt binnen de Caricom te
veroveren. Dit heeft zeker meegespeeld bij de verschijning van de bundel Considerations6) in 2003, volledig in het
Engels, waaraan deelnamen Brigitte Brown, Arlette Codfried, Farah-L (Lorraine
Gallant), Andy Fernandes, Roway James (Roué Hupsel) en Deborah Pinas als nieuwe
namen en als gevestigden Alphons Levens en Albert Mungroo. Uit deze bundel
blijkt ook de opmars van de vrouwelijk dichters: Waren dat in de Wortoe-groep 4
van de 28, in de Bro-groep 8 van de 27; in Considerations waren dat 4 van de 8,
dus 50%. Deze opmars bleek ook uit het feit dat Brigitte, Arlette en Lorraine
deel uitmaakten van het bestuur van de Schrijversgroep ’77 dat in 2003 onder
voorzitterschap van Ismene Krishnadath aantrad. Daar zijn de dichters gebleven!
 |
| Annemarie Sanches |
Dan
breekt de periode van de internationale literaire festivals in Suriname aan; de
rij wordt in 1997 geopend met de Conferentie Schrijverschap 2000, nationaal
of internationaal die in Ons Erf werd gehouden, maar waar proza en geen
poëzie aan de orde kwam. Het eerste internationaal literair festival waarbij
poëzie ook aan de orde komt, vindt eind 2002 plaats in Paramaribo en in
Nieuw-Nickerie onder de naam Woud der Verwachting. De gevestigde
dichters Shrinivasi en Michael Slory doen hieraan mee; nog geen nieuwe poëten
van eigen bodem. In 2004 volgt het festival 1001 Identiteiten en
opvallend is het dat 5 van de 8 leden van de Considerations-groep hieraan
meedoen, namelijk Arlette, Brigitte, Alphons, Lorraine en Albert. Van de
gevestigde dichters zien we terug S. Sombra en Frits Wols en als nieuwelingen:
Annemarie Sanches (vooral bekend om haar zaterdagochtend radioprogramma The
Happy Family Show7a)) en Mireille Pinas.
 |
| Jeffrey Quartier |
Tijdens het Literair festival Werelden in
Ontmoeting in 2006 komt er een nieuwe poëet naar voren, namelijk Jeffery
Quartier. In 2003 deed Jeffrey Quartier mee aan een internationale
gedichten-conventie van the International Society of Poets in Washington.
Zijn gedichten verschenen in The Colours of Life en in een bloemlezing
van IAERN. Intussen heeft hij twee gedichtenbundels in eigen beheer uitgebracht
en dit jaar doet hij voor de derde keer mee aan het
Suripop-componistenfestival, deze keer met de songtekst Hor’ pasensi (Heb
geduld). (De tekst van deze compositie is hieronder als afzonderlijk bericht te lezen.) In
zijn gedichten laat Quartier zich vrijwel door alles en iedereen om zich
heen inspireren. Hij dicht vooral in het Engels, maar ook in het Nederlands en
Sranan over de liefde, de politiek, over uitdagingen en hij filosofeert graag.
Hij ervaart de samenleving als zorgwekkend en hoopvol tegelijkertijd.
Zorgwekkend vanwege de steeds grotere verzakelijking en het steeds weer
inleveren van principes binnen die samenleving. Hoopvol, omdat er nog velen
zijn die zich daartegen verzetten en hoopvol vanwege de toenemende
mogelijkheden die de technologie ons biedt.

Tijdens het literair festival Diversity is
Power, dat van 1 tot en met 9 augustus 2007 in Paramaribo werd gehouden,
zien we dat naast de gevestigde dichters (Sombra, Dorus Vrede, Shrinivasi, Frits
Wols en Alphons Levens) de nieuwe poëten (zoals Jeff Quartier en Arlette
Codfried) hun activiteiten uitbouwen. Enkele nieuwe poëten die in de bundel Diversity
is power opduiken, zijn Kurt Nahar (beeldend kunstenaar), Tolin Alexander
(podiumkunstenaar) en Soecy Gummels (ook schrijfster van romantisch proza in
het Engels)7b) . Enkele schrijvers en poëten uit de
Diversity-1 groep besluiten met anderen met Surinaamse roots uit Nederland mee
te doen aan de publicatie8) rond het tegenbezoek aan Zuid-Afrika
in het kader van uitwisselingsprogramma Writers in Exchange. Nieuwe poëten in
deze bundel zijn Sherida Asinga die in 2006 als dichter debuteerde en in haar
gedichten vooral zichzelf zoekt, en Karin Lachmising.
 |
| Karin Lachmising |
Karin, van huis uit communicatie-deskundige, stelt
dat poëzie het vinden van de vorm is om het pure te vervatten, om de kern uit
de werkelijkheid te halen, die los te weken en zichtbaar te maken en die de
vrijheid te geven. Karin dicht over de echte dingen in het leven, ontdaan van
alle labels en vooroordelen. Ze vindt dat er nog te weinig Surinaamse dichters
zijn die de grote menselijke emoties duidelijk een plek geven, maar dat is een
proces: eerst het losworstelen van die knellende banden en dan het naar binnen
kijken. Zij produceerde ook de documentaire van ons bezoek aan Zuid-Afrika in
2008. [Zie haar gedicht 'Gekunsteld' op deze blogspot, op 6 augustus 2012.]

Tijdens het internationaal literair confest Zoveel
zinnen, zoveel talen; wan tru powema na wan skreki sani , dat van 1 – 5
november 2010 in ons land werd gehouden doen behalve de gevestigde dichters zoals
Dorus Vrede, Alphons Levens en S. Sombra, ook Arlette, Jeff, Karin en Tolin
Alexander mee. Het gedicht van Tolin, opgenomen in de publicatie9) rond dit confest, valt op
door de meertaligheid.
 |
| Rose-Marie Maître |
En tot slot: onder de inzendingen van de eerder
dit jaar gehouden schrijfwedstrijd Write now! zijn zeker twee jonge dichters
opgevallen: de eerder genoemde Gianni Wip en de nummer twee Rose-Marie Maître,
die in Haïti is geboren en op tweejarige leeftijd naar Suriname kwam. Ze is
bezig haar journalistieke opleiding af te ronden. In haar gedichten verwerkt ze
graag zaken die niet zo goed te begrijpen zijn, zoals bepaalde gedragingen en gevoelens
bij mensen om haar heen of bij zichzelf. Schrijven, dichten is voor haar
ontdekken en doen ontdekken. Ze ziet onze samenleving als vrij tolerant en
vriendelijk, maar nog in een ontwikkelingsproces naar volwassenheid: bepaalde
zaken moeten nog bediscussieerd en geaccepteerd worden.10)
Aan het eind wil ik een lofwoord uitbrengen aan de
dichters Alphons Levens en S. Sombra, die onverdroten aan de weg timmeren en
zeer zeker op poëziegebied tot onze rolmodellen mogen worden gerekend, vooral
brada S. Sombra die er vanaf de Wortoegroep en het begin van de Schrijversgroep
bij is en nog steeds zijn bijdragen op velerlei gebied levert. Mag ik besluiten
met zijn typische zelftypering, afgedrukt op de achterflap van zijn
jongste uitgave 11):
Hij is de prins van
Totness,
Keizer van
Friendship
Beheerder van
Coronie en
Allochtoon in
Paramaribo.
Ik dank u voor uw aandacht.
 |
| S. Sombra; portret gemaakt in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren door Nicolaas Porter |
[In de discussie die na bovenstaande voordracht
volgde, werd vooral ingegaan op de noodzaak en wens van de dichters om zich
meer te kunnen exposen. Een literair televisieprogramma werd als een goede
mogelijkheid genoemd. Verder wenste men ook ondersteuning van de overheid voor
scholenbezoeken. De avond werd opgeluisterd door poëtische voordrachten
van Alphons Levens, Karin Lachmising, Jeffrey Quartier, S. Sombra,
Rose-Marie Maitre, Evelien Brown, Arlette Codfried, Kadi Kartokromo en Ismene
Krishnadath en een creatieve samenvatting van Hilde Neus over het
gepresenteerde. Gianni Wip kon vanwege college niet aanwezig zijn. Hij
diende op de valreep wel een gedicht voor de avond in dat hieronder als bijlage
3) is opgenomen.]
1) Shrinivasi
[ps. van M. Lutchman](samenst.) Wortoe d’e tan abra; bloemlezing uit de
Surinaamse poëzie vanaf 1957, Paramaribo, Bureau Volkslectuur, 3e
uitgebr. dr. 1974; 120 blz. Het is hoog tijd dat
Wortoe… een vierde, aangevulde druk ingaat, waarbij
tot zeker 2010 kan worden gegaan. Of is hier geen geld en deskundigheid voor,
zoals vaak vanuit de beleidsmakers als dooddoener wordt gebruikt?
2) Rappa
[ps. van R. Parabirsing] (samenst.) 41 spontane reacties op het gedicht
“Recreëren te Domburg, Paramaribo, 2011; Ralicon, 71 blz.Zie Caraïbisch Uitzicht van 25 november 2010.
3) Moor,
E., J. Vaseur-Rellum en J. Brunings. Fa yu e tron leisibakru; literatuurmethode
voor het Voortgezet Onderwijs op Seniorenniveau; 1e dr. Paramaribo.
MINOV/OC en W, 1998. 204 blz. afbn.
Uit de discussie na bovenstaande inleiding bleek dat het niet in de
bedoeling lag deze goed bruikbare eigen literatuurmethode na eventuele
aanpassingen te herdrukken. Moet dan weer overgestapt worden naar een of andere
oubollige Nederlandse poëziemethode, vol met theorie en voorbeeldgedichten die
onze jongeren niet aanspreken, zoals een aantal jaren terug een verlopen
taalmethode uit Nederland, bedoeld voor allochtone kindertjes aldaar, hier werd
gedumpt, omdat dat goedkoper en sneller zou zijn, dan om een eigen taalmethode
voor het VOJ samen te stellen. Daar zouden geen financiële middelen en eigen
deskundigen voor zijn. Over gemakzucht, miskenning van het eigene en over
neo-koloniale tendensen gesproken…
4) Bro;
tijdschrift voor literatuur; onder redactie van G. Barron en C. Lont. Paramaribo,
Sorava, 1983, jrg. 1. no 1, 79 blz. afbn. Helaas was
Bro na het tweede nummer hetzelfde lot beschoren als al onze
literaire bladen daarvoor. Het zou een onderzoek waard zijn om na te gaan
waarom dit lot onze literaire bladen (zoals
Moetete) tot nu toe
beschoren is.
5) Dit
was niet Hans’ debuut. Zijn eerste publicatie was Overwinnen ondanks donkere
wolken uit 1990, gevolgd door Meneer de voorzitter … mag het volk ook
wat zeggen (1990), Wissele Mammie … (1992), Sap (1993) en Voorzitter,
ik heb geen keus (1996), waarin gedichten afgewisseld met essays, vaak
geïnspireerd op de actualiteit van dat moment.
6) Brown, B., A. Codfried en Farah-L (ps. van L. Gallant) e.a.
Considerations; poems and short stories from Suriname.
Paramaribo, The Authors, 2003, 72 blz. Arlettes debuut als dichter was niet in
Considerations, maar in de
bundel
Overpeinzingen, waarin ook verhalen zijn gepubliceerd. Een
gedicht uit deze bundel vindt u op deze blogspot, 7 augustus 2012. De vraag is of naast de buitenlandse gedichten in het Engels, gedichten uit
Considerations vooral op VOJ-niveau bij het vak Engels worden gebruikt.
De kans is groot dat vele vakdocenten niet eens van het bestaan van deze bundel
op de hoogte zijn. Moeten wij hiervoor misschien niet de hand in eigen boezem
(Arlette Codfried maakte ervan:…in eigen bobi) steken? Aan de andere kant weet
Alphons Levens te vertellen dat een bibjuf van een middelbare
school
Considerations niet bij hem wilde kopen voor de
schoolbib, omdat een paar docenten haar dit hadden afgeraden. Het zou erg
interessant zijn om na te gaan op grond van welke criteria dit advies is
gegeven. Ook zou het verhelderend kunnen werken om na te gaan hoeveel titels
van Surinaamse schrijvers en dichters in de schoolbibliotheken (tegenwoordig
is het mode om van mediatheken te spreken, misschien omdat er een computer in
de ruimte staat en een paar plaatjes aan de muur hangen en waarbij de het boek
en de leesbevordering vaak niet meer centraal staan) te vinden zijn en langs
welke lijnen en op grond van welke criteria de inkoop geschiedt.
7a) Van
juni 2011 biedt Anne-Marie (naast Sriefman taki, het reguliere radioprogramma
van de Schrijversgroep ’77 via de SRS) op regelmatige basis onze eigen
schrijvers en dichters een dankbaar podium in haar dichtbeluisterd programma op
radio Apintie, waarlijk een lichtend voorbeeld voor presentatoren van andere
media.
7b) Neus, H. (editor/samenst.),
Diversity is power. Anthology of
Poetry, Short Stories, Columns en Works of Art published to commemorate the 5th
International Literature Festival Suriname.
1e dr. Paramaribo, Schrijversgroep ’77,
2007. 131 blz. Bevat kleurenfoto’s. Nagegaan mag worden of deze unieke
literaire uitgave met prachtige kleurenfoto’s gebruikt wordt bij de
literatuurlessen Engels op VOS-niveau. Gelukkig beginnen enkele
VOJ-leerkrachten Engelse werken van Soecy Gummels op de literatuurlijsten toe
te staan. Over het waarderen en uitdragen, ook binnen de Caricom, van de eigen
cultuuruitingen gesproken… Waar is die gebleven?
8) Dido,
EKM (editor), Diversity is Power. 1e dr. z.pl., Writers in Exchange, 2008. 300
blz.
9) Neus,
H. (red.) en I. Krishnadath (samenst.), Zoveel zinnen zoveel talen;
meertaligheid, bekeken vanuit de optiek van schrijvers, bijeen tijdens het confest
WAN TRU POEWEMA NA WAN SKREKI SANI/TAAL EN LEVEN, 1-5 november 2010. 1e
dr. Paramaribo, Schrijversgroep ’77, 2011. 58 blz. Bevat kleurenfoto’s. Het valt op dat gaandeweg de jaren steeds meer poëten
(en ook schrijvers) van eigen bodem (ook) in het Engels publiceren, zoals
Arlette Codfried, Jeffery Quartier, Soecy Gummels, Ismene Krishnadath, Karin
Lachmising en Gianni Wip.
10) Het gedicht dat Rosemarie Maître die avond voordroeg, is op deze blogspot op 8 augustus 2012 geplaatst.
11) S. Sombra [ps. van Stanley Slijngard].
Boskopuspikri Boodschappenspiegel; gedichten in het Sranan met Nederlandse vertaling. 1
e dr. Paramaribo, Slijngard, 2009. 44 blz. Sombra
vroeg zich tijdens de discussie af, waarom Surinaamse schrijvers en
dichters niet vanwege het MINOV langs de scholen kunnen gaan om voor te
dragen. Zij moeten dat op eigen initiatief doen, uit eigen zak
bekostigen en op en neer lopen voor allerlei toestemmingsbriefjes. Hij
noemde een hooggeplaatste MINOV-functionaris (nu gepensioneerd) die hem
ronduit had gezegd het nut van poëzie als vak op de scholen niet in te
zien.