Posts tonen met het label Quartier Jeffrey. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Quartier Jeffrey. Alle posts tonen

zaterdag 10 mei 2014

Woordkunstenaars naar Cuba

Stefanie Sewotaroeno
Foto @ Rash Photography
Jeffrey Quartier en Stefanie Sewotaroeno zijn na een selectieprocedure van S77 als jonge, talentvolle dichters uitgekozen om in Cuba mee te doen met het Festival del Fuego, dat van 3-9 juli 2014 in Santiago de Cuba wordt gehouden. S. Sombra is op verzoek van de organisatiecommissie van Buitenlandse Zaken ook als seniore dichter opgenomen in de dichtersdelegatie. Hilli Arduin is door het directoraat Cultuur benaderd om mee te doen als storyteller. Suriname is gastland op het festival, dat jaarlijks gehouden wordt en na Carifesta het grootste Caribische kunst- en cultuurfestival is. Op het festival komt er speciale aandacht voor Dobru, van wie een borstbeeld zal worden onthuld. De door S77 uitgekozen woordkunstenaars hebben allen genoeg kwaliteit om Suriname goed te vertegenwoordigen. Evenwel speelt het taalprobleem. S’77 dringt bij elke nationale afvaardiging van woordkunstenaars naar het buitenland aan op vertaalfaciliteiten. Tot nu toe heeft S’77 helaas geen gehoor gekregen. Wanneer zullen cultuurdeskundigen bij de overheid, die de promotie van Surinaamse cultuur in het buitenland moeten ondersteunen, begrijpen dat de meeste Surinaamse talen, en zeker het Nederlands, niet toegankelijk zijn voor onze regio?

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

zaterdag 26 oktober 2013

Resultaten gesprek S'77 met minister Adhin

Op maandag 21 bezocht een delegatie van S’77 minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling. De delegatie bestond uit Ismene Krishnadath (voorzitter), Jeffrey Quartier (penningmeester), Andy Plak (secretaris), Rappa (bestuurslid), Sylvana Dankerlui (bestuurslid) en Sombra (erelid). Bij het gesprek was ook een journalist van De Ware Tijd aanwezig.

Het gesprek heeft een toezegging van de minister opgeleverd om een voorstel van S’77 in uitvoering te nemen. Het voorstel betreft een jaarlijkse aanschaf van lokaal geproduceerde boeken ten behoeve van schoolmediatheken. Ook gaf de minister aan dat S’77 een van de klankbordgroepen zal zijn, die geconsulteerd zullen worden in verband met vernieuwingen van het taalcurriculum voor het basisonderwijs. S’77 informeerde de minister over de activiteiten van de vereniging en bood hem enkele boeken aan waaronder ‘Fri’ en ‘Zoveel zinnen zoveel talen’. Belangstellenden die het voorstel willen inzien dat aan de minister is aangeboden kunnen dit opvragen via ismene.krishnadath@gmail.com.

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

vrijdag 30 augustus 2013

Literair Carifesta gebukt onder teleurstelling

Paramaribo - Hordes literatuurjunks uit het Caribisch Gebied hadden op de literaire activiteiten van Suriname tijdens Carifesta 2013 af moeten komen. Boeken hadden over de toonbank moeten vliegen. Masterclasses hadden veel enthousiast publiek moeten trekken. Hadden, want het kwam allemaal niet uit. Teleurstelling is dan ook de stempel die op Literair Carifesta drukt.

Aan de inzet om een groot succes te bewerkstelligen, lag het alles behalve. De uitwerking liet echter te wensen over. Dat bleek tijdens de evaluatie van Schrijversgroep '77 over het literaire gedeelte. Het programma was te vol, de activiteiten trokken weinig publiek en de organisatie begon te laat. Coördinator Jeffrey Quartier: "Eind juni hadden we de eerste officiële meeting met de coördinatoren. Toen moest iedereen beginnen te rennen. Je moet minimaal een jaar van tevoren beginnen. Je moet zoveel in een korte tijdspan klaren."


Drei Schrijversgroep-coryfeeën: v.l.n.r. Sylvana Dankerlui, Rappa (pratend), Jeffrey Quartier


Daar sluit coördinator bookfair Roy Veldbloem zich volledig bij aan. Hij ondervond het probleem aan den lijve toen hij de zaal voor de boekenbeurs inrichtte. "Ik kreeg op het laatste moment te horen dat ik zelf alle kramen in elkaar moest timmeren. Op 2 augustus begon ik." Dat betekende dagen van elf 's ochtends tot tien 's avonds werken om alles voor 16 augustus af te krijgen. "Ik moest 24 stands doen. Dat veranderde uiteindelijk in 38."

De organisatie van de optredens was een puinhoop


Slechte samenwerking
Het schortte volgens dichter Iwan Rink niet alleen aan de late organisatie. Ook de slechte samenwerking speelde mee. "Al met al mag ik niet klagen, want het was een eer om voor dit land op te treden. Maar men werkte langs elkaar heen. De promotie was niet om over naar huis te schrijven. Ik moest op een dag oefenen. Ik kwam en er was niemand aanwezig. Nu gaat iedereen vingerwijzen omdat het niet gelukt is, maar niemand heeft samengewerkt."

Ook positief
Toch was het festival niet alleen maar kommer en kwel. "Ik heb genoten", vertelt Nowilia Tawjoeram-Sabajo. Ze glundert bij de gedachte aan de verhalen die ze voordroeg, ondanks de lage opkomst. "Ik had me goed voorbereid." Tawjoeram-Sabajo hoopte op minimaal vijftig geïnteresseerden. Trek daar dertig van af en je komt uit op het daadwerkelijke aantal toeschouwers. Kleine kanttekening: de helft bestond uit deelnemers. "Het haperde aan publiciteit. Het had in de krant gemoeten. Op de radio en niet alleen op internet. Er waren ook veel te veel activiteiten tegelijk. Mensen wisten niet waar ze naartoe moesten gaan."

 
Sylvana Dankerlui in gesprek met Anna Huits. Foto © Irvin Ngariman)

Coördinator Sylvana Dankerlui vond het contact met de schrijvers en de nieuwe vriendschappen die werden gesloten een zeer positief punt. Haar advies aan de volgende coördinator in Haïti: "Neem vooral heel veel niet serieus. Dat klinkt raar. Maar er wordt veel geschopt en getrapt. Het is stressen en dan zeggen mensen dingen die niet nodig zijn."

[uit de Ware Tijd, 30/08/2013]
Iwan Rink en echtgenote


Gedicht van Iwan Rink


Goede middag ik ben in su,
heerlijk naast mijn vrouwtje op gestaan,
morgen met Gods wil en kracht op het plein.


[uit de bundel Facebook, 2013]

zaterdag 13 juli 2013

Carifesta: Literary Arts

Literary Arts is een belangrijk onderdeel in het Carifestagebeuren. De coördinatie ervan is in handen van Sylvana Dankerlui van Schrijversgroep ’77. Zij geeft leiding aan verschillende subcoördinatoren die verantwoordelijk zijn voor o.a. de bookfair, dagelijkse readings, presentaties over de mogelijkheden van de boekenindustrie in de verschillende Caribische landen, masterwriters, deelname van schrijvers aan talkshows. De activiteiten vinden plaats in de hal van de Kamer van Koophandel en zijn deel van de Grand Market, een van de meest succesvolle onderdelen van Carifesta. De coördinatie van Literatuur/Surinaams contingent is momenteel in handen van Jeffrey Quartier. Rappa is belast met de Daily Readings, Ismene Krishnadath zorgt voor het onderdeel bookbusiness en Roy Veldbloem gaat over de bookfair.

Carifesta begint op 16 augustus en duurt tot 25 augustus.


woensdag 1 mei 2013

Stefanie Sewotaroeno wint ‘Write Now!’ met gedichten

door Tom van Moll

Paramaribo - Stefanie Sewotaroeno heeft met haar zes gedichten de Surinaamse voorronde van ‘Write Now!’ gewonnen. De negentienjarige zal het op 24 juni in Rotterdam met nieuw werk moeten opnemen tegen tien andere finalisten uit Nederland en Vlaanderen. 'Write Now!' is de belangrijkste schrijfwedstrijd in het Nederlandse taalgebied voor jongeren tussen de vijftien en 24 jaar. De jury van de voorronde, bestaande uit Robby Parabirsing, Arlette Codfried en Jeffrey Quartier, roemde Sewotaroeno om haar goedverzorgde taalgebruik en presentatie, wat de gedichten erg publicabel maakt.

Robby Parabirsing reikt de prijs uit aan Stefanie Sewontaroeno

Weinig perfectionistisch
De tweede plaats werd gegund aan Deborah Niklaus. Voor de tweede achtereenvolgende keer ging de derde prijs naar Karin Keesmaat. Hoewel het niveau hoger lag dan vorig jaar, ontbrak het de zestien inzendingen volgens de jury vooral aan afwerking. Dat bevestigt schrijfster Ismene Krisnadath, die voorafgaand aan de uitreiking een workshop gaf aan de deelnemers. "Er is wel potentie, maar de deelnemers zijn in het algemeen te weinig perfectionistisch." Ze heeft ze daarom handvatten aangereikt om hun werk beter te kunnen bijschaven.

De winnaars v.l.n.r. Karin Keesmaat, Deborah Niklaus, Stefanie Sewotaroeno


Hoewel het werk van Sewotaroeno juist gewaardeerd werd om de verzorging, kan ze die opmerking wel plaatsen. "Het komt vaak vanzelf en dan schrijf ik het op. Ik heb deze gedichten een paar dagen van tevoren geschreven, want ik had het druk met school. Een vaste stijl of thematiek heb ik nog niet."
Toch scoorde Sewontaroeno ook op het criterium ambitie aardig, volgens juryvoorzitter Parabirsing. "Ze pakt grote thema's aan, zoals nationalisme en wraak. Ze weet daarbij vanuit zichzelf te schrijven en toch afstand te houden." Krisnadath: "Het is belangrijk dat een schrijver zich durft bloot te geven." Zelf deed ze dat door tijdens de workshop een verhaal van haar hand te laten beoordelen door de deelnemers.

Stefanie Sewotaroeno (midden, met rode pet).


Gegroeid
De winnaar van 2012, Zerachiël van Mark, vindt dat hij het afgelopen jaar is gegroeid als schrijver. "Ik ben niet meer gaan schrijven en dit verhaal is niet zozeer beter, maar ik durf nu meer naar buiten te treden. Het vorige verhaal ging over eenzaamheid en dit gaat over acceptatie. Ja, dat zegt wel wat over mezelf." Hij eindigde als vierde.
De avond werd gepresenteerd door Andy Plak en werd opgeluisterd met muziek van zangeres Dominique Ravenberg, die op de piano werd begeleid door Mariëlle Te Vrede. Spoken word-artist Anouska Blanca liet zich door twee inzendingen inspireren tot een gedicht, dat ze voordroeg.

[naar de Ware Tijd, 29/04/2013]


zondag 28 april 2013

Stefanie Sewotaroeno door naar Write Now-finale Rotterdam


De 19-jarige Stefanie Sewotaroeno, leerlinge van de AMS, is winnares geworden van Write Now! Suriname. Zij heeft zich met haar inzending van gedichten geplaatst voor de grote finale van Write Now!. Daarnaast won ze voor euro 250 aan boekenbonnen. Nu moet Stefanie weer aan de slag voor haar inzending voor de finale. 

Stefanie hoopt in juni af te reizen naar Nederland om daar met de andere finalisten een weekend door te brengen, met als hoogtepunt de bekendmaking van de grote winnaar van Write Now! 2013 op 23 juni in Rotterdam.
Van alle Surinaamse inzendingen vonden juryleden Robby Parabirsing, Arlette Codfried en Jeffery Quartier de gedichten van Stefanie het beste. De bekendmaking vond op feestelijke wijze plaats in Theater Unique.

De tweede prijs werd gewonnen door Deborah Niklaus met een prachtig verhaal over een watra mama die steelt. De derde prijs was voor Karin Keesmaat met haar verhaal Het uur van de gelogen dood. De jury vond ook de inzendingen van Zerachiel van Mark, Emanuel Era Sanvisi en Rose-Marie Maitre goed genoeg om apart te vermelden. De avond werd opgeluisterd door zang en voordracht. Voorafgaand aan de prijsuitreiking volgden de deelnemers een workshop van Ismene Krishnadath.

Write Now! 2013 begint met 11 voorronden; 1 in Suriname, 7 in Nederland en 3 in Vlaanderen. Elke voorronde heeft een prijsuitreiking waar een vakjury bepaalt wie zich plaatst voor de grote finale op 23 juni 2013 in Rotterdam. De hoofdprijs van Write Now! 2013 bestaat uit een MacBook ter waarde van euro 1.500.

[uit Starnieuws, 28 april 2013]

donderdag 28 maart 2013

Jong talent put uit ervaring oude schrijvers

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Vijf jonge generatie schrijvers hebben dinsdagavond, tijdens de maandelijkse bijeenkomst van Schrijversgroep ’77, hun schrijverstalent in Tori Oso gepresenteerd. Dit middels rap, poëzie en voorleesverhalen. "Het is prettig te zien dat jongeren zich ook serieus met dicht- en vertelkunst bezighouden", zegt kunstverteller Hilli Arduin. Als ervaren schrijfster vond zij het nodig naar 'de ontmoeting tussen jonge en oude schrijvers' te komen. "Dit om ook feedback te geven op hun presentaties, zodat ze kunnen werken aan hun groei", zegt Arduin.

Sylvana Dankerlui interviewt Jeffrey Quartier over zijn ervaringen als jonge schrijver. Foto © Irvin Ngariman.


Leerrijk
Onder het slecht opgekomen publiek bevond zich een groep jongeren die geïnspireerd werd door de presentaties van de oudere dichters. De achttienjarige Kevin Edo zegt altijd het idee te hebben gehad dat dichten voor oudere mensen is. Samen met zijn vriend Ditrich Renfrum, kwamen zij hun 'maatje' Emanuels Sanvisi (15 jaar) ondersteunen. Die beet het spits af met rap en een spoken word gedicht. Het drietal houdt zich voornamelijk bezig met rap, maar wil ook de andere vormen van dichten leren kennen. De jongens geven toe dat gedichten zonder muzikale begeleiding hen niet aanspreken. "Droge poëzie spreekt jongeren niet aan!", zegt Renfrum. Toch zeggen ze wat opgestoken te hebben van de presentatie van dichter Alphons Levens. Volgens Renfrum zijn artiesten gauw tevreden met het maken van een goede beat, waardoor men geen aandacht besteedt aan het maken van goede en sterke teksten. De groep zegt een combinatie van beide in hun werken te willen hebben. Die is volgens hen terug te vinden in de poëzie. "Voor ons was het een leerrijke avond, want we hebben gehoord welke stijlen en vormen er zijn om te dichten. We gaan ze vergelijken en kijken wat bij ons past."
Rose-Marie Maître


Celestine Raalte, winnares van de Henry Frans de Ziel Cultuurprijs, adviseerde de jonge kunstenaars, om kunstwerken van de dichters en schrijvers die hen zijn voorgegaan te lezen. Naast Raalte en Levens presenteerden de dichters Stanley 'Sombra' Slijngard en Irene Welles hun dichtstijlen. De jonge talenten werden verder vertegenwoordigd door Rose-Marie Maitre en Jeffrey Quartier, die elk drie korte gedichten voordroegen. Zerachiel van Mark, pseudoniem voor Reza Madari, en Hetty Amatodja namen de verantwoordelijkheid met het voorlezen van zelf geschreven verhalen. Renate Galdij sloot de avond af met twee krachtige gedichten over racisme en hoe zij in Suriname is beland. Dit deed zij middels spoken word poëzie.

[naar de Ware Tijd, 28/03/2013]

donderdag 9 augustus 2012

Waar zijn de dichters gebleven?


door Rappa

Rappa aan het woord, naast Abdelkader Benali. Caraïbische Letterendag, Amsterdam 2009
[Op woensdag 27 juni 2012 hield Rappa [ps. van Robby Parabirsing], neerlandicus, schrijver, voordrachtskunstenaar, uitgever en bibliotheekhouderin het kader van het Jaar van de Poëzie tijdens de reguliere laatste-woensdag-van-de-maandavond van de Schrijversgroep ’77 in Tori Oso (deze avond in samenwerking met de Henry Frans de Zielstichting en het Directoraat Cultuur), een inleiding over nieuwe ontwikkelingen in de Surinaamse dichtkunst. Hieronder de volledige tekst, die bij het uitspreken enigszins was bekort.]


Waar zijn de dichters gebleven? Dit vraagt een van onze jonge dichters, Gianni Wip, zich af. Een stukje uit zijn gelijknamig gedicht:

         [...]
           Waar!! Zijn de dichters gebleven
           Want de schrijvers, die schrijven
           Jij weet het, ik weet het, iedereen Weet…
           Hoe duur…de…suiker…is
          
           En daar is iets mis mee
           Misschien niets mis mee
           Punt is
           Ik voel een gemis
           En dat gemis….
           Het maakt me ziek
           Waar??
           Waar?!
 
           Waar!! Zijn de dichters gebleven…

Gianni Wip
Gianni Wip is 24 jaar, is studerende en is in zijn gedichten meestal op zoek naar paradigma’s oftewel het gemeenschappelijke gedachtegoed van de samenleving. Hij vindt dat de Surinaamse poëzie teveel wordt gebruikt als een hamer om mee te slaan. Met een hamer kan je ook ‘dingens uit dingens’ trekken; hij probeert niet tegen, maar vóór iets te zijn. Gianni deed mee aan de Schrijfwedstrijd van Write Now, waaraan Suriname dit jaar voor het eerst  meedeed, en eindigde tijdens de voorronde in Paramaribo op de vierde plaats met een minibundeltje, getiteld Panodrama.

Ja, waar zijn die dichters gebleven? Na de poëtische opleving in de zestiger jaren tot de climax rond onze staatkundige onafhankelijkheid, onze srefidensi (een woordvinding van onze grote dichter Trefossa) leek het inderdaad dat onze dichters verdwenen waren. Zie de indrukwekkende rij van poëten in de klassiek geworden bloemlezing samengesteld door Shrinivasi Wortoe d’e tan abra waarin gedichten vanaf 1957 tot 1973 (bij de verruimde derde druk) zijn verzameld. 

Dichters uit de ‘Wortoe-groep’ zijn o.a. Trefossa (Henri de Ziel), Eugène Rellum, Corly Verlooghen (Rudy Bedacht), Ashantenu Sangodare (Michael Slory), Bhai (James Ramlall), Bernardo Ashetu (H.G. van Ommeren), Johanna Schouten-Elsenhout, Shrinivasi (Martinus Lutchman), R. Dobru (Robin Ewald Raveles), Jozef Slagveer, Frits Wols (Eugène Wong Loi Sing), Orlando Emanuels, Edgar Cairo, Kwame Dandilo (George -Pieter- Polanen), Trudi Guda, Zamani (Astrid Roemer), Paul  Marlee (Paul Nijbroek), Thea Doelwijt, Glenn Sluisdom, Gerrit Barron en Afanti (John Doornkamp)1). De dichters uit de ‘Wortoe-groep’ debuteerden voor het merendeel aan het eind van de jaren ’50 en aan het begin van de jaren ’60, publiceerden vooral tussen 1965 en 1974 in Suriname, in Nederland en op de Nederlandse Antillen in bladen als Tongoni, Soela en Moetete en hadden bijdragen in het (Surinaams-) Nederlands, het Sranan en het Sarnami.

Toen kwam de onafhankelijkheid en daarmee ook het scheiden van de markt. Om met Hans Breeveld mee te zingen:”Wie gaat weg en wie blijft hier, dat is de vraag van de kruidenier…” Vijf jaar na de staatkundige onafhankelijkheid volgde de militaire machtsovername, de coup. Beide gebeurtenissen inspireerden een grote groep dichtenden, maar konden hun producten, vaak zeer tijdgebonden, wel allemaal tot poëzie gerekend worden? Wat valt überhaupt nou wel of niet onder poëzie? Vallen daar ook de rijmpjes en gedichtjes uit onze kleuter- en lagere schooltijd onder die zó een belangrijk deel van onze taalverwerving vormen dat we die tot op hoge leeftijd foutloos kunnen opzeggen of zingen?
Het is wel opvallend dat de dichter dankzij die beroemde ‘dichterlijke vrijheid’ in feite alles op papier kan zetten en het predikaat ‘gedicht’ kan meegeven. Dat moet de schrijver, de prozaïst, maar eens durven! Is het misschien daarom dat vele creatief schrijvenden in ons land zich eerder tot de poëzie wenden als uitingsvorm (want daar mag toch alles), dan dat zij proza produceren, want daar moet je je aan allerlei conventies (spelling, zinsbouw, woordbetekenissen, perspectief, plot, thematiek, verhaaldraad, tijdstructuur, karakteruitbeelding, enz.) houden. Maar in de praktijk blijkt maar al te vaak dat dichters echt zo vrij niet zijn. Zij worden publiekelijk maar al te vaak aangesproken als zij zich niet houden aan bepaalde conventies. Zie bijvoorbeeld een aantal van 41 reacties die loskwamen naar aanleiding van het gedicht van Alphons Levens, getiteld Recreëren te Domburg. [Zie deze blogspot, 25 november 2010.]2 Zijn gedichten ‘…zouden meer lijken op proza, hij moest zich toch wat meer inspannen om in dichterlijke taal te schrijven en minder aan de oppervlakte te blijven. Poëzie gaat toch graag de diepte in, kent gevoel en noopt vaak tot nadenken?’ Een aantal van de reacties was gestoeld op de schoolse zienswijze op poëzie, maar er waren ook nuttige wenken, eigen ervaringen en zeer bruikbare achtergrondinformatie bij. 
   
Alphons Levens publiceerde zijn eerste bundel (Bezinning en strijd) in 1971 in Nederland en is vanaf toen een van onze productiefste dichters. In 1996 verscheen de bundel Mogelijk, in 1998 …want nooit wordt alles gezegd en in 2002 Wee het volk dat niet meer denkt. Regelmatig staan er gedichten van hem in de Ware Tijd (zie het bericht hieronder). In zijn werken staat de Mens (met hoofdletter) altijd centraal; niet alleen de Surinaamse mens, maar ook die totale mens, die bewoner van de planeet Aarde. Alphons Levens probeert zijn lezers aan het denken te zetten, aan het dóórdenken.

De vraag is nu: komt de beperking van die dichterlijke vrijheid, of misschien beter: wordt de aanmoediging dat dichters zich toch aan bepaalde conventies houden misschien niet door het traditionele poëzie-onderwijs veroorzaakt, dan wel sterk beïnvloed? Gelukkig is in de literatuurmethode voor het VWO Fa yu e tron leisibakru uit 19983) (volgens Surinaamse leerboekennormen nog vrij nieuw) wat meer ruimte aan de dichterlijke vrijheid en de typisch Surinaamse poëzievormen gegeven. Want poëzie moet toch in de eerste plaats een herkenbare gemoedsuitstorting zijn, al of niet rekening houdend met vormaspecten? Poëzie is toch niet eerst vorm dan inhoud, of spelen vorm en inhoud zowat gelijktijdig een rol bij het produceren van poëzie? De vraag is nu of er, gezien het huidige, zeer terechte streven van het MINOV om vooral de VOJ- en VOS-leermethoden voor de exacte vakken en leervakken te vernieuwen, ook een herziene tweede druk van Leisibakru komt, of als men weer overgaat op een poëzie- of literatuurmethode uit Nederland.

Maar om op dat poëzie-onderwijs terug te komen: in de leerfase waar die vernieuwing het hardst nodig is, op het VOJ (voorheen het MULO), worden poëziestencils uit de jaren zestig uit de hoofdakteperiode van de toentertijdse leerkrachten vaak nog steeds braaf ongewijzigd gekopieerd, waardoor vele leerlingen juist op dit aanvankelijk niveau een verouderd en achterhaald beeld van poëzie voorgeschoteld krijgen. De eigen creativiteit wordt daarbij nauwelijks geprikkeld. Is het dan geen wonder dat vele VOJ-jongeren vaak afkicken op de literatuurlessen poëzie? Terwijl zij juist met dit uitingsmiddel hun gevoelens beter kunnen uiten; iets waar velen in deze leeftijdsgroep hard behoefte aan hebben. En poëzie is tegenwoordig juist weer springlevend, mede als gevolg van de opmars van de raps. In hoeverre zijn raps erkend en opgenomen in vooral het aanvankelijk poëzie-onderwijs? 

Hoe dan ook, we kunnen er niet onderuit: ondanks die dichterlijke vrijheid gelden in de poëzie toch zeker conventies, denk maar bijvoorbeeld aan het rijm, de beeldspraak en de strofe-indeling. Zie ook de strenge eisen waaraan een sonnet moet voldoen. Trefossa heeft getoond dat hij in het Sranan ook sonnetten kon schrijven. Maar heeft hij op dit punt navolging gehad? Zo nee, waarom niet? Is het omdat deze vorm van poëzie bij de onzen niet als iets eigens wordt ervaren? Of is er hier sprake van gemakzucht, ‘het is wer’ede’, teveel gekunsteld, dus dan maar niet?

Terug naar de vraag van Gianni: Waar zijn de dichters gebleven? In 1983 verschijnt de eerste aflevering van het literaire tijdschrift Bro4), waarin ook poëziebijdragen van eigen bodem en van overzee zijn opgenomen. Uit de “Wortoe-groep” zien we terug in Bro: Dobru, Orlando Emanuels, Gerrit Barron en S. Sombra (Stanley Slijngard). Het tweede en laatste nummer van Bro verschijnt in 1990. Gerrit en S. Sombra komen terug en we zien een paar nieuwe namen zoals Dorothee Wong Loi Sing en Hans Breeveld5). Dan wordt het wat stil; van 1990 tot zeker 2000 maken we de periode van hyperinflatie mee en dat is een hoogst ongunstig klimaat voor de productie en verkoop van gedichtenbundels, die normaliter al moeilijk verkopen.

In het nieuwe millennium gaan we richting Caricom: deden we sinds de jaren ‘70 al mee met de Carifesta’s met onze Dobru als voortrekker en zijn  gedicht Wan als ons boegbeeld, nu worden we volwaardig lid van de Caricom. Voor schrijvers en dichters is dat een nieuwe uitdaging, namelijk: publiceren in het Engels om een markt binnen de Caricom te veroveren. Dit heeft zeker meegespeeld bij de verschijning van de bundel Considerations6)  in 2003, volledig in het Engels, waaraan deelnamen Brigitte Brown, Arlette Codfried, Farah-L (Lorraine Gallant), Andy Fernandes, Roway James (Roué Hupsel) en Deborah Pinas als nieuwe namen en als gevestigden Alphons Levens en Albert Mungroo. Uit deze bundel blijkt ook de opmars van de vrouwelijk dichters: Waren dat in de Wortoe-groep 4 van de 28, in de Bro-groep 8 van de 27; in Considerations waren dat 4 van de 8, dus 50%. Deze opmars bleek ook uit het feit dat Brigitte, Arlette en Lorraine deel uitmaakten van het bestuur van de Schrijversgroep ’77 dat in 2003 onder voorzitterschap van Ismene Krishnadath aantrad. Daar zijn de dichters gebleven! 

Annemarie Sanches
Dan breekt de periode van de internationale literaire festivals in Suriname aan; de rij wordt in 1997 geopend met de Conferentie Schrijverschap 2000, nationaal of internationaal die in Ons Erf werd gehouden, maar waar proza en geen poëzie aan de orde kwam. Het eerste internationaal literair festival waarbij poëzie ook aan de orde komt, vindt eind 2002 plaats in Paramaribo en in Nieuw-Nickerie onder de naam Woud der Verwachting. De gevestigde dichters Shrinivasi en Michael Slory doen hieraan mee; nog geen nieuwe poëten van eigen bodem. In 2004 volgt het festival 1001 Identiteiten en opvallend is het dat 5 van de 8 leden van de Considerations-groep hieraan meedoen, namelijk Arlette, Brigitte, Alphons, Lorraine en Albert. Van de gevestigde dichters zien we terug S. Sombra en Frits Wols en als nieuwelingen: Annemarie Sanches (vooral bekend om haar zaterdagochtend radioprogramma The Happy Family Show7a)) en Mireille Pinas.  

Jeffrey Quartier
Tijdens het Literair festival Werelden in Ontmoeting in 2006 komt er een nieuwe poëet naar voren, namelijk Jeffery Quartier. In 2003 deed Jeffrey Quartier mee aan een internationale gedichten-conventie van the International Society of Poets in Washington. Zijn gedichten verschenen in The Colours of Life en in een bloemlezing van IAERN. Intussen heeft hij twee gedichtenbundels in eigen beheer uitgebracht en dit jaar doet hij voor de derde keer mee aan het Suripop-componistenfestival, deze keer met de songtekst Hor’ pasensi (Heb geduld). (De tekst van deze compositie is hieronder als afzonderlijk bericht te lezen.) In zijn  gedichten laat Quartier zich vrijwel door alles en iedereen om zich heen inspireren. Hij dicht vooral in het Engels, maar ook in het Nederlands en Sranan over de liefde, de politiek, over uitdagingen en hij filosofeert graag. Hij ervaart de samenleving als zorgwekkend en hoopvol tegelijkertijd. Zorgwekkend vanwege de steeds grotere verzakelijking en het steeds weer inleveren van principes binnen die samenleving. Hoopvol, omdat er nog velen zijn die zich daartegen verzetten en hoopvol vanwege de toenemende mogelijkheden die de technologie ons biedt.

Tijdens het literair festival Diversity is Power, dat van 1 tot en met 9 augustus 2007 in Paramaribo werd gehouden, zien we dat naast de gevestigde dichters (Sombra, Dorus Vrede, Shrinivasi, Frits Wols en Alphons Levens)  de nieuwe poëten (zoals Jeff Quartier en Arlette Codfried) hun activiteiten uitbouwen. Enkele nieuwe poëten die in de bundel Diversity is power opduiken, zijn Kurt Nahar (beeldend kunstenaar), Tolin Alexander (podiumkunstenaar) en Soecy Gummels (ook schrijfster van romantisch proza in het Engels)7b) . Enkele schrijvers en poëten uit de Diversity-1 groep besluiten met anderen met Surinaamse roots uit Nederland mee te doen aan de publicatie8) rond het tegenbezoek aan Zuid-Afrika in het kader van uitwisselingsprogramma Writers in Exchange. Nieuwe poëten in deze bundel zijn Sherida Asinga die in 2006 als dichter debuteerde en in haar gedichten vooral zichzelf zoekt, en Karin Lachmising.

Karin Lachmising
Karin, van huis uit communicatie-deskundige, stelt dat poëzie het vinden van de vorm is om het pure te vervatten, om de kern uit de werkelijkheid te halen, die los te weken en zichtbaar te maken en die de vrijheid te geven. Karin dicht over de echte dingen in het leven, ontdaan van alle labels en vooroordelen. Ze vindt dat er nog te weinig Surinaamse dichters zijn die de grote menselijke emoties duidelijk een plek geven, maar dat is een proces: eerst het losworstelen van die knellende banden en dan het naar binnen kijken. Zij produceerde ook de documentaire van ons bezoek aan Zuid-Afrika in 2008. [Zie haar gedicht 'Gekunsteld' op deze blogspot, op 6 augustus 2012.]

Tijdens het internationaal literair confest Zoveel zinnen, zoveel talen; wan tru powema na wan skreki sani , dat van 1 – 5 november 2010 in ons land werd gehouden doen behalve de gevestigde dichters zoals Dorus Vrede, Alphons Levens en S. Sombra, ook Arlette, Jeff, Karin en Tolin Alexander mee. Het gedicht van Tolin, opgenomen in de publicatie9)  rond dit confest, valt op door de meertaligheid. 

Rose-Marie Maître
En tot slot: onder de inzendingen van de eerder dit jaar gehouden schrijfwedstrijd Write now! zijn zeker twee jonge dichters opgevallen: de eerder genoemde Gianni Wip en de nummer twee Rose-Marie Maître, die in Haïti is geboren en op tweejarige leeftijd naar Suriname kwam. Ze is bezig haar journalistieke opleiding af te ronden. In haar gedichten verwerkt ze graag zaken die niet zo goed te begrijpen zijn, zoals bepaalde gedragingen en gevoelens bij mensen om haar heen of bij zichzelf. Schrijven, dichten is voor haar ontdekken en doen ontdekken. Ze ziet onze samenleving als vrij tolerant en vriendelijk, maar nog in een ontwikkelingsproces naar volwassenheid: bepaalde zaken moeten nog bediscussieerd en geaccepteerd worden.10)

Aan het eind wil ik een lofwoord uitbrengen aan de dichters Alphons Levens en S. Sombra, die onverdroten aan de weg timmeren en zeer zeker op poëziegebied tot onze rolmodellen mogen worden gerekend, vooral brada S. Sombra die er vanaf de Wortoegroep en het begin van de Schrijversgroep bij is en nog steeds zijn bijdragen op velerlei gebied levert. Mag ik besluiten met zijn  typische zelftypering, afgedrukt op de achterflap van zijn jongste uitgave 11):

                                 Hij is de prins van Totness,
                                 Keizer van Friendship
                                 Beheerder van Coronie en
                                 Allochtoon in Paramaribo.

Ik dank u voor uw aandacht.
                                                                                       
S. Sombra; portret gemaakt in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren door Nicolaas Porter


[In de discussie die na bovenstaande voordracht volgde, werd vooral ingegaan op de noodzaak en wens van de dichters om zich meer te kunnen exposen. Een literair televisieprogramma werd als een goede mogelijkheid genoemd. Verder wenste men ook ondersteuning van de overheid voor scholenbezoeken. De avond werd opgeluisterd door poëtische voordrachten van Alphons Levens, Karin Lachmising, Jeffrey Quartier, S. Sombra, Rose-Marie Maitre, Evelien Brown, Arlette Codfried, Kadi Kartokromo en Ismene Krishnadath en een creatieve samenvatting van Hilde Neus over het gepresenteerde. Gianni Wip kon vanwege college niet aanwezig zijn. Hij diende op de valreep wel een gedicht voor de avond in dat hieronder als bijlage 3) is opgenomen.]


 
1) Shrinivasi [ps. van M. Lutchman](samenst.) Wortoe d’e tan abra; bloemlezing uit  de Surinaamse poëzie vanaf 1957, Paramaribo, Bureau Volkslectuur, 3e uitgebr. dr. 1974; 120 blz. Het is hoog tijd dat Wortoe… een vierde, aangevulde druk ingaat, waarbij tot zeker 2010 kan worden gegaan. Of is hier geen geld en deskundigheid voor, zoals vaak vanuit de beleidsmakers als dooddoener wordt gebruikt?


2) Rappa [ps. van R. Parabirsing] (samenst.) 41 spontane reacties op het gedicht “Recreëren te Domburg, Paramaribo, 2011; Ralicon, 71 blz.Zie Caraïbisch Uitzicht van 25 november 2010.

3) Moor, E., J. Vaseur-Rellum en J. Brunings. Fa yu e tron leisibakru; literatuurmethode voor het Voortgezet Onderwijs op Seniorenniveau; 1e dr. Paramaribo. MINOV/OC en W, 1998. 204 blz. afbn.
Uit de discussie na bovenstaande inleiding bleek dat het niet in de bedoeling lag deze goed bruikbare eigen literatuurmethode na eventuele aanpassingen te herdrukken. Moet dan weer overgestapt worden naar een of andere oubollige Nederlandse poëziemethode, vol met theorie en voorbeeldgedichten die onze jongeren niet aanspreken, zoals een aantal jaren terug een verlopen taalmethode uit Nederland, bedoeld voor allochtone kindertjes aldaar, hier werd gedumpt, omdat dat goedkoper en sneller zou zijn, dan om een eigen taalmethode voor het VOJ samen te stellen. Daar zouden geen financiële middelen en eigen deskundigen voor zijn. Over gemakzucht, miskenning van het eigene en over neo-koloniale tendensen gesproken…

4) Bro; tijdschrift voor literatuur; onder redactie van  G. Barron en C. Lont. Paramaribo, Sorava, 1983, jrg. 1. no 1, 79 blz. afbn. Helaas was Bro na het tweede nummer hetzelfde lot beschoren als al onze literaire bladen daarvoor. Het zou een onderzoek waard zijn om na te gaan waarom dit lot onze literaire bladen (zoals Moetete) tot nu toe beschoren is.

5) Dit was niet Hans’ debuut. Zijn eerste publicatie was Overwinnen ondanks donkere wolken uit 1990, gevolgd door Meneer de voorzitter … mag het volk ook wat zeggen (1990), Wissele Mammie … (1992), Sap (1993) en Voorzitter, ik heb geen keus (1996), waarin gedichten afgewisseld met essays, vaak geïnspireerd op de actualiteit van dat moment.

6) Brown, B., A. Codfried en Farah-L (ps. van L. Gallant) e.a. Considerations; poems and short stories from Suriname.
Paramaribo, The Authors, 2003, 72 blz. Arlettes debuut als dichter was niet in Considerations, maar in de bundel Overpeinzingen, waarin ook verhalen zijn gepubliceerd. Een gedicht uit deze bundel vindt u op deze blogspot, 7 augustus 2012. De vraag is of naast de buitenlandse gedichten in het Engels, gedichten uit Considerations vooral op VOJ-niveau bij het vak Engels worden gebruikt. De kans is groot dat vele vakdocenten niet eens van het bestaan van deze bundel op de hoogte zijn. Moeten wij hiervoor misschien niet de hand in eigen boezem (Arlette Codfried maakte ervan:…in eigen bobi) steken? Aan de andere kant weet Alphons Levens te vertellen dat een bibjuf van een middelbare school Considerations niet bij hem wilde kopen voor de schoolbib, omdat een paar docenten haar dit hadden afgeraden. Het zou erg interessant zijn om na te gaan op grond van welke criteria dit advies is gegeven. Ook zou het verhelderend kunnen werken om na te gaan hoeveel titels van Surinaamse schrijvers en dichters in de schoolbibliotheken  (tegenwoordig is het mode om van mediatheken te spreken, misschien omdat er een computer in de ruimte staat en een paar plaatjes aan de muur hangen en waarbij de het boek en de leesbevordering vaak niet meer centraal staan) te vinden zijn en langs welke lijnen en op grond van welke criteria de inkoop geschiedt.

7a) Van juni 2011 biedt Anne-Marie (naast Sriefman taki, het reguliere radioprogramma van de Schrijversgroep ’77 via de SRS) op regelmatige basis onze eigen schrijvers en dichters een dankbaar podium in haar dichtbeluisterd programma op radio Apintie, waarlijk een lichtend voorbeeld voor presentatoren van andere media.

7b) Neus, H. (editor/samenst.), Diversity is power. Anthology of Poetry, Short Stories, Columns en Works of Art published to commemorate the 5th International Literature Festival Suriname.
1e dr. Paramaribo, Schrijversgroep ’77, 2007. 131 blz. Bevat kleurenfoto’s. Nagegaan mag worden of deze unieke literaire uitgave met prachtige kleurenfoto’s gebruikt wordt bij de literatuurlessen Engels op VOS-niveau. Gelukkig beginnen enkele VOJ-leerkrachten Engelse werken van Soecy Gummels op de literatuurlijsten toe te staan. Over het waarderen en uitdragen, ook binnen de Caricom, van de eigen cultuuruitingen gesproken… Waar is die gebleven?

8) Dido, EKM (editor), Diversity is Power. 1e dr. z.pl., Writers in Exchange, 2008. 300 blz.

9) Neus, H. (red.) en I. Krishnadath (samenst.), Zoveel zinnen zoveel talen; meertaligheid, bekeken vanuit de optiek van schrijvers, bijeen tijdens het confest WAN TRU POEWEMA NA WAN SKREKI SANI/TAAL EN LEVEN, 1-5 november 2010. 1e dr. Paramaribo, Schrijversgroep ’77, 2011. 58 blz. Bevat kleurenfoto’s. Het valt op dat gaandeweg de jaren steeds meer poëten (en ook schrijvers) van eigen bodem (ook) in het Engels publiceren, zoals Arlette Codfried, Jeffery Quartier, Soecy Gummels, Ismene Krishnadath, Karin Lachmising en Gianni Wip.

10) Het gedicht dat Rosemarie Maître die avond voordroeg, is op deze blogspot op 8 augustus 2012 geplaatst

11) S. Sombra [ps. van Stanley Slijngard]. Boskopuspikri Boodschappenspiegel; gedichten in het Sranan met Nederlandse vertaling. 1e dr. Paramaribo, Slijngard, 2009. 44 blz. Sombra vroeg zich tijdens de discussie af, waarom Surinaamse schrijvers en dichters niet vanwege het MINOV langs de scholen kunnen gaan om voor te dragen. Zij moeten dat op eigen initiatief doen, uit eigen zak bekostigen en op en neer lopen voor allerlei toestemmingsbriefjes. Hij noemde een hooggeplaatste MINOV-functionaris (nu gepensioneerd) die hem ronduit had gezegd het nut van poëzie als vak op de scholen niet in te zien.

Jeffrey Quartier - Hor’ pasensi (Hori Blo)


Manten doro, neti p’sa
Mi no man’ syi fa yu ay ben lon watra
Mi no wan’ yere f’ yu sten tak’ un’ lobi k’ba

Ma m’ e luku a manten son
San e prani nyun hopu ini un’ gron
Fu betre misrefi, fu aksi pardon

Refrein:          
Hor’ pasensi, hori blo
Tan na mi sey fu un lobi kan gro
Yu na a winti ondro mi frey
Te mi wan moro luktusey
Yu na mi bro
Hor’ pasensi, hori blo

Yu na fu mi, mi na fu yu
Ma lobi na watra san soles’ o trubu
Un’ mu’ sabi pen fu warderi lafu

En yu ay, en yu ay m’ e syi
Ondro yu atibron fa yu e lobi mi
Mi e syi alla bun sorgu yu habi fu gi

Refrein: 1x

Bride:
U’ m’ syi a bun in’ den fowtu san un’ meki
Fu dipi a krakti fu un lobi
Mi sab’ tak’ un mus’ tan makandra
A libi dis’ n’ e pramis’ tamara
Lobi de fu wi


Refrein: 1x

Yu na a winti ondro mi frey
Te mi wan moro luktusey
Yu na mi bro
Hor’ pasensi, hori blo


Foto Charl Danoe

donderdag 9 december 2010

S'77 Srefidensi Potpourri

Op de 34ste owru yari van Suriname hadden leden van S’77 presentaties op de stoep van Tori Oso. De avond is opgenomen door Willy Alberga en uitgezonden in haar programma ‘Niet zomaar een gesprek’ van vrijdag 3 december en de herhaling op 5 december op radio Apintie. Cd’s van het programma zijn te koop bij Apintie. Info. tel 400455, tussen 7.00 – 14.00 u. U hoort verhalen en gedichten van Sombra, Alphons Levens, Celestine Raalte, Ismene Krishnadath, Jeffrey Quartier (foto rechts), Walther Donner, Arlette Codfried, Kadi Kartokromo, Charles Chang, Willy Alberga. Ook Osje Braumüller, eigenaar van Tori Oso, komt aan het woord. Het programma zal ook worden uitgezonden via Skrifimantaki.

[Bericht van Schrijversgroep '77]


Foto van Jeffrey Quartier: @ Ismene Krishnadath

woensdag 20 oktober 2010

Jeffrey Quartier - Angri Kolibrie

leki kolibrie
san e angri
san en neki drei
san en tongo e beifi fu tesi oni
san e frey lontu bromki na net’ ten
e angri f’a dey te bromki e op’ en gardin
mi e benowtu
mi e geme
mi e fanowdu fu firi yu lobi

dinsdag 13 juli 2010

Storytelling night

Op woensdag 28 juli organiseert Schrijversgroep 77 een Storytelling Night in Tori Oso, Paramaribo. Frits Wols komt met gro-skin-tori, ofwel griezelverhalen, en of u het wilt geloven of niet, hij heeft alles zelf meegemaakt. Ook bij Kadi Kartokromo in de dessa was het niet pluis op. Daar woonden de Wong Mehdi of djoembi, ook wel boze geesten/ onzichtbare /onverklaarbare verschijnselen. Hilli Arduin vertelt over die bijzondere foto waar alles op moest staan. Sombra, die dicht bij de volksvertellingen uit Coronie staat, zal acte de présence geven met een agersitori. Van Ismene Krishnadath krijgt u een Bollywood-verhaal over Sonya die haar geliefde Jagdies achterna ging naar het land van Shri Ram. Arlette Codfried houdt het op een gecompliceerd hedendaags Surinaams liefdesdrama. Jeffrey Quartier heeft nog niet bepaald wat het wordt en ook Bengt Kropmans, theaterstudent uit Amsterdam, houdt het op een verrassing. Tussen de verhalen door is er ruimte voor gedichten en jokes.


Op de foto: Frits Wols