Posts tonen met het label Nederlandse Taalunie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlandse Taalunie. Alle posts tonen

dinsdag 11 juni 2013

Surinaamse en andere Caraïbische woorden in het Groene Boekje

Een dushi op Aruba. Foto © Raul Neijhorst

In 2015 verschijnt een nieuwe editie van het Groene Boekje. De woordenlijst wordt aangevuld met nieuwe, Surinaamse en Caribische woorden, maar de regels van de spelling van het Nederlands blijven onveranderd. Dat meldt het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie.

De Taalunie legt de spellingregels vast voor de overheid en het onderwijs. Maar de regels veranderen niet, er komen alleen nieuwe woorden bij, zoals euro-islam, fair trade, flatscreentelevisie, mindmapping, op-en-afrelatie, tobintaks, veggiedag en wij-zij-denken. Voorbeelden van mogelijke Caribische woorden zijn bolita, dushi, faderen, gasbom, kets, pika, suikerdiefje, choller en makamba.

zaterdag 25 mei 2013

Pe dede de, a dape lafu de

door Jerry Dewnarain

De laatste parade van Ruth San A Jong is de Caraïbische nominatie voor De Inktaap 2014. Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied, waarbij leerlingen in het hele Nederlandse taalgebied (Nederland, Vlaanderen, Suriname en de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen) hun Inktaap kunnen kiezen uit de keuze van de jury’s van de Ako Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuur Prijs. Dit jaar komt daar voor het eerst een nominatie uit het Caraïbisch Nederlandstalig gebied bij. Om de culturele uitwisseling met Suriname en de Antillen te versterken is deze vierde titel aan het rijtje toegevoegd.

De verhalenbundel De laatste parade, het debuut van Ruth San A Jong, heeft de dood als thema. Zolang er dood is, wordt erover geschreven en gesproken, maar wie praat er zo graag open over de waarnemingen en rituelen rondom de dood en rouw? De dood  is immers geen gemakkelijk onderwerp. Dood is daarom ongetwijfeld een thema dat in Suriname taboe is. Door onder andere het verhaal ‘De laatste parade’ of ‘De onderbroek’ legt San A Jong veel geheimzinnigheid bloot over bijvoorbeeld het werk van de dinari (lijkbewasser of aflegger. (p. 60) Hilarisch vind ik het verhaal over de onderbroek van Mieke (‘De onderbroek’, p. 75) die een geheime seksuele relatie had met de overledene, Nick. Mieke, minnares van Nick, moest goed afscheid nemen van de overledene, door een (gebruikte) onderbroek van haar in de lijkkist van haar dode minnaar te leggen, met medewerking van een dinari. Hierdoor zou Nicks yorka Mieke met rust moeten laten. Vanwege het intieme karakter van dit specifieke prati-ritueel wordt er meestal geheimzinnig over gedaan. Waar het op neer komt, is dat de overledene zijn/haar partner met rust moet laten en in het bijzonder geen bezoeken met seksuele bedoelingen mag brengen. Hiertoe wordt vaak een kledingstuk met de geur van de partner in de kist bij de overledene gestopt. Vaak is het ondergoed dat de partner in kwestie nog onlangs heeft gedragen. Dat wordt dan onder andere langs de geslachtsdelen van de partner gewreven. ‘Ze begon bij zijn linkerschouder, toen aan de andere kant, zijn gezicht, zijn navel... ik hield mijn adem in: we stopten bij zijn penis. Drie keer ging mijn hand op en neer. De huid van zijn penis voelde kouder aan en iets stijver dan de rest van zijn lichaam...’ (p. 82). Door dit verhaal doorbreekt de schrijfster de taboe of de geheimzinnigheid die er heerst bij het afleggen van een lijk.
Ruth San A Jong

De eenvoudige schrijfstijl van San A Jong maakt het lezen van de verhalen plezierig. De keuze van het thema de dood bewijst ook dat de literatuur een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het helpen doorbreken van taboeonderwerpen. Dat dit thema jongeren aanspreekt, is duidelijk, want ook jongeren schrijven over de dood. Een voorbeeld hiervan is de jongerenverhalenbundel ‘Ston Oso...’ die uitgegeven is door de Clark Accord Foundation. De Caraïbische nominatie zal ongetwijfeld herkenbaar zijn voor de jonge Surinaamse lezers. De uitslag zal moeten uitwijzen of ook niet-Surinaamse lezers de verhalen van Ruth San A Jong weten te waarderen. In ieder geval is er een goed begin gemaakt door Inktaap om ook boeken uit het Nederlands sprekend deel van het Caraïbisch Gebied te nomineren voor deze literaire jongerenprijs.

Ruth San A Jong: De laatste parade, verhalen. Haarlem: In de Knipscheer, 2011. ISBN 978 90 6265 67 1

zaterdag 18 mei 2013

Caribisch-Nederlands komt in Groene Boekje


door Mirte de Rozario

Oranjestad — De officiële Woordenlijst Nederlandse Taal - bekend van de publicatie het Groene Boekje - wordt in 2015 uitgebreid met Caribisch-Nederlandse woorden. Die woorden komen uit kranten, literaire werken, blogs en andere publicaties van Aruba en Curaçao. Dat maakte de Nederlandse Taalunie gisteren bekend tijdens de openingsavond van de conferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ die nu op Aruba plaatsvindt.

Hellmuth van Berlo, seniorprojectleider van Nederlandse Taalunie, sprak gistermiddag voorafgaand aan de opening met Amigoe over het uitbreidingsproject van de Woordenlijst Nederlandse Taal. “In 2015 brengen we een vernieuwde versie van deze Woordenlijst uit, maar niet met nieuwe spellingsregels”, zo verzekert Van Berlo. “De Woordenlijst wordt wel uitgebreid met nieuwe woorden uit het Caribisch gebied.” Dat gebeurde in 2005 voor het laatst, toen zo’n 500 Surinaams-Nederlandse woorden werden toegevoegd. Dat moet nu dus ook met Caribisch-Nederlandse woorden gebeuren. Van Berlo geeft een voorbeeld: “Het gaat om woorden in het Papiaments waar geen bestaand Nederlands woord voor bestaat om in te kunnen vertalen. Zoals het woord cunucu. Daar is geen Nederlands woord voor. Platteland zou een beetje in de buurt komen, maar dat is het niet. Dus cunucu wordt vernederlands naar knoek, maar dat woord bestaat officieel niet in het Nederlands. Knoek zou echter wel heel goed in aanmerking kunnen komen voor opname in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal.”


Taalbank
Om te weten welke woorden wel en niet als Caribisch-Nederlands kunnen worden aangemerkt, moeten eerst woorden worden verzameld. Dat doet het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Zij hebben een databank (Taalbank) met daarin de totale Nederlandse woordenschat van het hele Nederlandse taalgebied. Uit deze Taalbank wordt onder andere de Woordenlijst Nederlandse Taal samengesteld, dat is de officiële spellinglijst van de Nederlandse Taalunie. De Taalbank bevat ook varianten van het Nederlands uit het Caribisch gebied en dat aantal moet dus flink omhoog. INL is daarom bezig om gepubliceerde Nederlandse teksten te verzamelen van Aruba, Curaçao en Suriname en ook van de BES-eilanden en St. Maarten. Die teksten worden onderzocht op specifieke woorden die op de eilanden worden gebruikt. Die woorden kunnen vervolgens - met correcte schrijfwijze - worden opgenomen in de nieuwe Woordenlijst 2015, waarmee dus het Caribisch-Nederlands officieel tot de Nederlandse taal behoort.
Zuleika Coffie bestudeert de rotstekeningen van Aruba

Congres
Vertegenwoordigers van de Nederlandse Taalunie zijn nu dus op Aruba om hier aan organisaties zoals media en overheid bekendheid te geven aan het project van het Caribisch-Nederlands. Daarnaast doen ze mee aan de onderwijsconferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ (NVTiC) die gisteravond opende in hotel Westin en nog tot zaterdagmiddag duurt. Zo’n 60 deelnemers uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius, Suriname en Nederland wonen NVTiC bij. In de Arubaanse delegatie zitten onder andere Onderwijs-minister Arthur Dowers (AVP), directeur Anne-Marie Proveyer van Directie Onderwijs, voorzitter Joyce Pereira van Fundacion Lanta Papiamento, coördinator Gracy Garcia-Dijkhoff van Desaroyo di Curiculo en daarnaast onderwijskundigen van onder andere de Universiteit van Aruba, lerarenopleiding IPA, en Inspectie Onderwijs.
Tijdens de openingsavond gisteren maakte Van Berlo van zijn spreektijd gebruik door over het project van de uitbreiding van de Woordenlijst Nederlandse Taal te vertellen en konden de deelnemers tijdens een diner met elkaar kennismaken. Vanmorgen kregen de deelnemers meer uitleg over het idee achter Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs en gingen ze in groepen aan de slag om hierover te brainstormen. Vanmiddag werden de concepten van de kerndoelen en leerlijnen gepresenteerd. Vanavond staat op het programma een inleiding ‘Typische fouten in het Nederlands bij Caribische leerlingen van het Koninkrijk’. Het complementair didactisch programma van Nederlands als vreemde taal staat zaterdagochtend op het programma van de conferentie.

Foto © Bea Moedt


Meertaligheid als uitgangspunt
De deelnemers aan NVTiC gaan deze dagen onder andere in op de vraag of meertaligheid een belangrijke rol kan vervullen in het onderwijs. De organisatie benadrukt in ieder geval dat meertaligheid een belangrijk uitgangspunt is bij het vormgeven van het onderwijstaalbeleid. Om Nederlands te leren op school moeten kinderen gebruik kunnen maken van hun eigen moedertaal, in combinatie met audiovisuele en andere hulpmiddelen. Hoe meer talen iemand beheerst, hoe meer mogelijkheden degene heeft om informatie tot zich te nemen. Dat kan via onderwijs zijn, maar ook via de media zoals internet, tijdschriften, krant, tv en radio. Meertaligheid is een rijkdom en geen belemmering.

[uit Amigoe, 17 mei 2013]

Commentaar van de redactie van CU: is het Surinaams-Nederlands dan geen Caribisch-Nederlands?

zondag 3 maart 2013

Inktaap 2013

Komende week wordt bekend welk boek Surinaamse middelbare scholieren hebben gekozen als Inktaapboek 2013. In dit project, dat in Nederland, Suriname en België wordt uitgevoerd, moeten middelbare scholieren drie in Nederland bekroonde boeken lezen en hun favoriet kiezen. Dit jaar moest er gekozen worden uit De Nederlandse maagd van Marente de Moor, Het voorseizoen van David Pefko en Tonio van A.F. Th van der Heijden. In Suriname mogen de scholieren ook kiezen voor Plantage d’amour van Clark Accord. De scholieren die in Suriname aan het project hebben meegedaan, zullen op 5 maart een boottocht maken. Het project wordt gesponsord door de Nederlandse Taalunie, waar Suriname geassocieerd lid van is.

maandag 18 februari 2013

Taalunie Scriptieprijs 2012 voor een werkstuk over Kader Abdolah

Willem Bongers-Dek. Foto © Marianne Hommersom
Geert Joris, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, reikte vrijdag 8 februari de Taalunie Scriptieprijs uit aan Willem Bongers-Dek. De laureaat schreef aan de Universiteit van Utrecht een scriptie over de literaire identiteit van de Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah. Welke verhalen vertelt de auteur over zichzelf en hoe wordt hierop gereageerd?

Met de Taalunie Scriptieprijs bekroont de Nederlandse Taalunie jaarlijks de beste afstudeerscriptie over een onderwerp in de neerlandistiek. De scripties worden beoordeeld op hun wetenschappelijke kwaliteiten en op het gebruik van de Nederlandse taal.

Voor de Scriptieprijs kan elke universiteit in Nederland en Vlaanderen één werk voordragen. De jury koos uit de acht inzendingen het werkstuk van Willem Bongers-Dek met de titel De verteller van de waarheid. Aspecten van Kader Abdolahs posture (1993-2011).

Willem Bongers-Dek beschrijft in zijn werkstuk hoe Kader Abdolah zich in verschillende identiteiten aan zijn publiek manifesteert en hoe zijn lezers, zijn publiek en collega-schrijvers daarop reageren. De jury roemt de winnaar om zijn scherpe focus en soevereine regie over de stof. De auteur zit dicht op zijn onderwerp maar blijft zeer kritisch en belicht zowel literaire als sociale aspecten, aldus de jury. Ook benadrukt zij de prettige schrijfstijl van de laureaat.

De uitreiking vond plaats aan de Universiteit van Gent tijdens het tweejaarlijkse Cross-over Congres voor letterkundige neerlandici.

Geert Joris wees er bij deze gelegenheid op hoe belangrijk het is dat er scripties in het Nederlands worden geschreven. Hij kondigde aan dat de Nederlandse Taalunie de komende tijd aandacht wil besteden aan het gebruik van het Nederlands als taal van wetenschap en onderwijs in een internationale context in het hoger onderwijs in Vlaanderen en Nederland.

Ruth Koop van ‘t Jagt van de Rijksuniversiteit Groningen en Oeds van Middelkoop van de Universiteit van Amsterdam kregen een eervolle vermelding voor hun scripties Een lege plek om te blijven. Een empirisch onderzoek naar online verwerking van regelverdeling en enjambement in poëzie en Uit alle macht. Exempla en prudentia in P.C. Hoofts Henrik de Gróte. De jury vond het vooral te prijzen dat hun scripties respectievelijk verrassend en innovatief zijn.
De jury bestond uit Marleen Brock, winnares van de Scriptieprijs 2010, Lia van Gemert (Universiteit van Amsterdam), Ralf Grüttemeier (Universiteit van Oldenburg), Hubert Meeus (voorzitter, Universiteit Antwerpen) en Jürgen Pieters (Universiteit Gent).

Kader Abdolah. Foto © De Geus

De jury schreef:
Ook de winnende scriptie heeft een interessant, origineel en actueel onderwerp. Ze is een goed gestructureerde en prettig geschreven studie die getuigt van scherpe focus en soevereine regie over de stof. De auteur zit dicht op het gekozen thema maar blijft zeer kritisch. De domeinoverstijgende werkwijze is bijzonder overtuigend doordat zowel literaire als sociale aspecten worden belicht. Het theoretisch kader is passend en helder. De winnende scriptie is een gedegen studie, met uitgebreide functioneel gebruikte secundaire bronnen, en kan mogelijk de aanzet zijn tot een proefschrift. De jury heeft besloten om de Taalunie Scriptieprijs 2012 toe te kennen aan Willem Bongers-Dek (Universiteit Utrecht) voor zijn scriptie De verteller van de waarheid. Aspecten van Kader Abdolahs posture (1993-2011).

maandag 25 juni 2012

Festival meertaligheid



Op 19 september 2012 is het DRONGO Festival, dé plek waar je alles kunt vinden over meertaligheid. Uniek in Nederland en Vlaanderen! Rondshoppen op de meertalenmarkt, actief aan de slag met taal in de labs, opsnuiven van kennis en inspiratie bij de lezingen, er is voor elk wat wils. En tussendoor uitblazen in een gezelschap van andere meertalers! Met een borrel na afloop.

Op het DRONGO Festival zijn er lezingen van o.a. Prof. Dr. Piet van de Craen (Brussel) over Meertaligheid en het Brein en Dr. Sharon Unsworth (Universiteit Utrecht) over Meertalig opgroeien. In de labs presenteren jonge wetenschappers hun onderzoek en experimenten. Doe mee met de Taalpuzzels, Lego Lingua, maak kans op de Gouden Talenknobbel en leer Chinees of Fries in dertig minuten. Op de markt vind je een keur aan materiaal over meertaligheid en opvoeden/onderwijs. Win persoonlijk advies in bij de Helpdesk Meertaligheid, bespreek onderwijs- en opvoedkwesties met gerenommeerde specialisten en bekijk films als Thuis spreek ik ook, Oetsiekoetsie en Meertaligheid – niet fout maar feit. En dit is nog maar het begin, want we bouwen naarstig verder aan het programma.

Wilt u zelf onderdeel van het programma worden? Laat ons weten wie u bent, wat u zoekt, wat u aanbiedt en wie weet kunt u ook een plek op het festival innemen. Of meld u aan op www.drongofestival.nl en we houden u op de hoogte van de laatste nieuwtjes en ontwikkelingen van het DRONGO Festival. Mail naar: info@drongofestival.nl

DRONGO Festival is een initiatief van de Taalstudio in samenwerking met de OBA en wordt tot stand gebracht met de volgende partners: De Nederlandse Taalunie (hoofdsponsor), binoq atana, The British Council, Confucius Instituut, Europese Commissie, Foyer, Fryske Academy, Koninklijke Kentalis, Ouders Online, Stichting Lezen en UNESCO.
Let op: maximaal 260 deelnemers, en vol is vol.
Datum: Woensdag 19 september 2012 12:30
Toegangsprijs is €10,- /met OBA-pas €5,- (kinderen t/m 14 jaar gratis)
Volg ons ook op onze website www.drongofestival.nl en via Facebook en Twitter.
Locatie: Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam

donderdag 14 juni 2012

Wedstrijd voor jonge lezers rondom Leonard Nolens

Schrijf een lied, schrijf een brief of schrijf een reclamecampagne. Win een uitnodiging op het paleis. Wedstrijd voor jonge lezers rondom Leonard Nolens, laureaat Prijs der Nederlandse Letteren Wil jij erbij zijn als de dichter Leonard Nolens de Prijs der Nederlandse Letteren krijgt van koningin Beatrix? Kijk dan naar de video-opdrachten door Lieven Scheire, Spinvis en de hofmaarschalk van de koningin.
Klik hier
Productie: Nederlandse Taalunie

dinsdag 20 maart 2012

Extra 'Surinaams' boek maakt Inktaap leuker


Scholieren op de slotdag van Inktaap, 13 maart 2012 in de aula van Celos

Scholieren in Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao hebben afgelopen maandag De Maagd Marino van Yves Petry uitgeroepen tot beste boek. De Vlaamse schrijver is daarmee de winnaar geworden van De Inktaap 2012, een literaire jongerenprijs in het Nederlandse taalgebied. In Suriname werd een extra boek gelezen.

In Suriname hebben elf middelbare scholen enthousiast meegedaan. Helen Chang van de Taalunie in Suriname organiseert de Inktaapverkiezing van Suriname: "Ik vind het frappant dat jongeren van alle gebieden hetzelfde boek kiezen." Het was wel een spannende strijd, want De schilder en het meisje van Margriet de Moor deed het in Suriname ook goed.

Surinaams boek

Nieuw was deze keer dat de roman Kuis van Rihana Jamaludin buiten mededinging in Suriname werd meegelezen. Volgens de regels komen alleen boeken die al een literaire prijs hebben gewonnen in aanmerking voor de Inktaap. "We wilden in Suriname ook een Surinaams boek hebben voor wat meer herkenning voor de kinderen", zegt Chang.

De Surinaamse kinderen hebben dus vier boeken gelezen in plaats van drie. De scholen stemden ermee in dat ze Kuis zelf moesten kopen, terwijl de andere drie boeken door de Taalunie ter beschikking werden gesteld. Alle vier de boeken werden in de klas besproken. "De kinderen vonden Kuis het makkelijkste en mooiste boek om te lezen."

Volgend jaar

Het experiment is volgens Chang een succes. Voor volgend jaar zijn al twee 'Surinaamse' boeken geselecteerd. De leerlingen kunnen nu al per sms stemmen welk boek ze extra willen lezen: het postuum verschenen Plantage d'amour van Clark Accord en Het gym van Karin Amatmoekrim.

Beluister het interview met Helen Chang, projectleider van de Nederlandse Taalunie, op Radio Nederland Wereldomroep Klik hier

[Bron: site RNW 14 maart 2012.]

maandag 12 maart 2012

Meertaligheid en dubbele nationaliteit


Verleden heb ik me al geërgerd aan een artikel van ene Dayaram Girdhari in Dagblad Suriname van 7 maart j.l., zijnde een verslag van een gehouden mini-symposium over taal, waaruit schrijver concludeert dat het triest is om te constateren dat wij nu, na langer dan een eeuw met zoveel verschillende rassen in Suriname samenwonend en na ruim vijfendertig jaar onafhankelijkheid, nog altijd niet in staat zijn met elkaar te communiceren in de moedertalen van de diverse bevolkingsgroepen. Met alle respect voor de schrijver, maar ik vind het een “Umwertung aller Werten”. Als ik het goed begrijp zouden wij dus naast het Nederlands allemaal minimaal vier andere van de in Suriname gesproken talen moeten spreken, te weten Sranan (58,5%) , Sarnami (12,9%), Javaans (10,5%) en Marrontaal (2,5%). De motivering hiervoor luidt dat “de taal bevordert het begrijpen van de zeden en gewoonten van een plurale samenleving en heeft de kracht langs vreedzame weg de integratie tussen de verschillende bevolkingsgroepen te realiseren. Door de taal onderling te spreken en te verstaan, ontstaat er meer vertrouwen, begrip, respect, etc. tussen de verschillende etnische groepen.”

Het is een regelmatig terugkomend geluid dat we horen, dikwijls ook in verband met het Surinaamse volkslied, waaraan met name het Hindoestaanse volksdeel een couplet in het Sarnami wil toevoegen. Zo onleent vandaag in de Ware Tijd ene Atma Jagbandhan aan datzelfde mini-symposium zijn bede om het Surinaamse volkslied om te bouwen in meerdere talen, omdat het volgens hem als “discriminatie en onrechtmatig wordt ervaren” dat ons volklied slechts twee coupletten telt, een in het Nederlands en een in het Sranan. Daarbij meent hij dat er niet alleen een couplet in het Sarnámi aan moet worden toegevoegd, maar óók in andere Surinaamse talen. Het volkslied zou er dan in zijn visie zo uit kunnen zien: Opo kondreman un opo (Sranan), Sarnám dharti boláwe hai (Sarnámi) en de derde regel in het Javaans-Surinaams, wellicht ook nog daaraan toe te voegen Hakka Surinaams, Caraïbs Surinaams, Arowaks Surinaams, Aucaans Surinaams, Saramaccaans Surinaams. Kortom, een onvervalste potpourri.

Het mogen best wel eerbare motieven zijn die tot dit soort uitspraken leiden, maar het is een misleiding om te zeggen dat het spreken en verstaan van elkaars talen tot integratie leidt, en dus een noodzaak om het volkslied in even zovele talen te zingen. Wat wij in Suriname nog elke dag waarnemen is dat van echte integratie geen sprake is, niet omdat we elkaars taal niet spreken, maar omdat een groot aantal bevolkingsgroepen hardnekkig vasthoudt aan de cultuur van oorsprong, waartoe uiteraard ook de eigen taal is te rekenen. Dat is uiteraard hun goed recht, maar het is óók een belemmering om te integreren. De grote fout die daarbij wordt gemaakt is dat de goegemeente dikwijls andermans culturen worden opgedrongen, hetgeen tot aversie kan leiden. Alsof de ander niet langer vrij is zijn eigen cultuur te behouden.

Terug naar meertaligheid. Voor veel propagandisten van meertaligheid, zoals ook voor bovengenoemden, lijkt het meer op een emotionele oratio pro domo dan op een rationele overweging vanuit pedagogisch gezichtspunt. Want kijken we naar de taalkennis en taalvaardigheid van ‘de Surinamer’ dan is is het daarmee droevig gesteld. De belangrijkste oorzaak daarvan is uiteraard de steeds slechter geworden kwaliteit van het onderwijs, daarbij helaas in de kaart gespeeld door de zozeer geprezen meertaligheid van onze bevolking. Het Nederlands, de officiële voertaal, wordt – indien al thuis gesproken – matig tot slecht beheerst en wordt dan tot overmaat van ramp op school ook nog eens slecht onderwezen. Neem daarbij de vriendtjes en vriendinnetjes in de buurt die allemaal wat anders spreken, van Marron tot Hakka, en de Babylonische spraakverwarring is compleet. Bij gevolg is het met de taalkennis en taalvaardigheid van onze jeugd nóg slechter gesteld dan met die van hun ouders, beter gezegd, die zijn absoluut abominabel. Begin dus in godsnaam met ze één taal goed te leren.

Dubbele nationaliteit
In het verlengde van deze problematiek ligt de weer actuele roep om een dubbele nationaliteit. Ook hier gaat het meestal – als bij meertaligheid – om opportunistische redenen waarom die gewenst zou zijn. Hét voorbeeld wordt uiteraard gevormd door de voetballers die niet getransfereerd kunnen worden omdat ze ooit een andere nationaliteit hebben aangenomen. Het is de verdwazing van de tot ‘big-business’ omgeturnde voetbal'sport’, waar begenadigde voetballers onwijs veel geld wordt betaald om derden nog onwijzer rijk te maken. Met andere woorden, in plaats van ze te leren een keuze te maken, moet het hun mogelijk worden gemaakt er twee identiteiten op na te houden, om zodoende het hoerig gedrag van voetballers en directe belanghebbenden gerechtvaardigd te zien. Bij taal én integratie is het eender, er moeten keuzes worden gemaakt, maar dat is voor velen te moeilijk.

zaterdag 14 januari 2012

Wat betekent de Nederlandse Taalunie voor Suriname?


door Stanley Li A Pau

Bij het openslaan van de Ware Tijd van vanmorgen viel er het krantje Taalpeil van de Nederlandse Taal Unie (NTU) uit, waarvan het meest in het oog springend de spellingfout was in de kop van het hoofdartikel: “Tweetalig, meer talig”, wat natuurlijk had moeten zijn “Tweetalig, meertalig”. Foei NTU! Maar terzake. Na hierdoor te zijn afgeleid werd ik aangetrokken door het thema meertaligheid, dat hier in Suriname natuurlijk uiterst actueel is, waardoor het mij dubbel opviel hoe luchthartig, ja zelfs vrolijk in Taalpeil hierover wordt gesproken. Het is alleen maar verrijking en hallelujah als je alle verhalen moet geloven, maar niet één woord wordt er besteed aan de schaduwkanten van meertaligheid en dat vind ik onbegrijpelijk voor een instituut als de NTU. Tenslotte gaat het er niet om hoevéél talen je spreekt, maar hoe je één of meerdere talen góed spreekt.

Inderdaad is Suriname meertalig, dat is niet te ontkennen, maar helaas worden ál die talen steeds minder beheerst, allemaal worden ze steeds minder goed geschreven, gelezen en begrepen als gevolg van het bar slechte onderwijs. Aangezien het Nederlands de officiële taal van Suriname is, wordt op alle scholen onderricht gegeven in het Nederlands. Op de scholen staat Sranan, de tweede grote taal in Suriname, níet op het lesrooster, terwijl aangenomen wordt dat circa 70% van de bevolking Sranan spreekt. Daarbij heeft de uitgesproken slechte kwaliteit van het onderwijs, te beginnen op de basisschool, ertoe geleid dat beide talen inmiddels slecht worden gesproken en geschreven, laat staan worden beheerst, waardoor het Sranan gedoemd is om uit te sterven en het Nederlands gedoemd is te vervallen tot een mengelmoes van wat er rondom zoal gesproken wordt, een kromtaal dus.

Concluderend moet ik op bovenstaande vraag antwoorden: niets! Niets, want met regelmatig advertentieblokjes met taaltips in de kranten en door Taalpeil om de zoveel tijd te verspreiden wordt het Nederlands beslist niet op peil gehouden. We zien dus ook dat die taal steeds dieper wegzakt, hetgeen waarschijnlijk mede in de hand werkt dat de roep tot de invoering van het Engels als officiële taal steeds vaker klinkt. Maar uiteraard is invoering van het Engels niet het medicijn voor de gesignaleerde kwaal, integendeel, de warboel wordt alleen nog maar groter. De enige remedie is om het onderricht van het Nederlands, te beginnen op de basisschool, weer op een aanvaardbaar peil te brengen, want met wat ze daar nu aan Nederlands leren komen ze nergens. Hoe kunnen leerlingen begrippen in zich opnemen als ze de samenstellende woorden niet kennen?



Cartoon uit het besproken nummer van Taalpeil

Wat wij van de NTU zouden moeten kunnen verwachten, en wat naar ik aanneem ook de bedoeling was bij het aanvaarden van het geassocieerd lidmaatschap van de NTU, is een structurele bijdrage aan het taalonderricht op onze scholen, maar daar zie ik helemaal niets van. Advertenties en krantjes: weggegooid geld. Besteed eerst en vooral aandacht aan het taalonderricht op de scholen, steek dáár alle energie en geld in, tenminste als er nog tijd is om het Nederlands in Suriname te redden van de ondergang.

9 januari 2012

Suriname: een meertalige omgeving is een verrijking

Negentig procent van de Surinamers spreekt thuis twee talen en bijna de helft zelfs drie of meer. Dat blijkt uit een enquête die de Nederlandse Taalunie publiceert in Taalpeil 2011, de jaarlijkse krant over het Nederlands. In Nederland en Vlaanderen is meertaligheid nog niet tot het dagelijkse leven van iedereen doorgedrongen, blijkt ook uit de krant.



Hoe ervaren mensen het om buiten het Nederlands nog een andere taal te gebruiken en welke gevolgen heeft dat voor de positie van het Nederlands? Dat vraagt de Nederlandse Taalunie zich af in de jaarlijkse krant Taalpeil. Daarvan worden deze maand 25.000 exemplaren verspreid als eenmalige bijlage in de Ware Tijd, en verder via de openbare bibliotheken van het Cultureel Centrum Suriname, de Vaco-boekhandel, de Onderwijsbibliotheek en de Adekbibliotheek.

Meertaligheid wordt de norm, schrijft algemeen secretaris Linde van den Bosch in haar voorwoord. Toch vindt niet iedereen meertaligheid prettig. Uit het publieksonderzoek blijkt dat de helft van de Vlamingen vreemde talen in hun omgeving onaangenaam en zelfs bedreigend vindt. Minder dan een derde van de Nederlanders deelt dat gevoel en in Suriname noemt bijna iedereen meertaligheid een verrijking. Taalpeil laat Surinamers vertellen hoe het is om te wonen in een omgeving waar je twintig talen door elkaar heen hoort gebruiken.

Taalpeil 2011 wordt in Nederland, Vlaanderen en Suriname gratis verspreid in een half miljoen exemplaren, onder meer via bibliotheken en scholen. Rond het blad is ook een website opgericht: www.taalpeilplus.org . Die bevat extra teksten, links en illustratieve filmpjes. Er is ook gelegenheid voor reacties en debat. En er is te vinden hoe extra exemplaren van Taalpeil kunnen worden besteld.

De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Helen Chang, hchang@taalunie.org

De meeste Surinamers vinden het een verrijking om in een meertalige omgeving te wonen. Of het lastig is als je dagelijks meer talen moet gebruiken? Nee, ongeveer 80 procent vindt van niet. En ongeveer 65 procent vindt zelfs dat meertaligheid de beste kansen op succes biedt.

Wat vinden Surinamers van meertalig zijn?

Grafiek

[bericht van de Nederlandse Taalunie, 9 januari 2012]

woensdag 21 december 2011

Nederlandse spelling Suriname 'hoogbejaard'

Paramaribo - Het Nederlands dat Suriname officieel gebruikt dateert van 1954. Alle inspanningen van de Taalunie ten spijt, hanteert het gros van de ambtenarij de Taalwet van 1954. Minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken reageert verrast als een delegatie van Stichting Cultuureducatie en Helen Chang van de Taalunie hem hierop wijzen. "Als overheid stellen wij ons hoogstwaarschijnlijk onzorgvuldig op, omdat wij de deskundigheid ook niet hebben," zegt hij.

Dilemma
Stichting Cultuureducatie die bezig is met een jaarkalender met daarop alle Surinaamse feestdagen zoals aangegeven in de staatsbladen, stuitte op het probleem met de spelling van 2005. In de staatsbladen wordt immers de spelling volgens de Taalwet van 1954 gehanteerd, wat niet overeenkomt met de spelling die de Taalunie hanteert. Volgens staatsgeleerden staat het woordenboek nog altijd hoger dan het staatsblad. Ondanks dat Suriname zich aan diverse internationale verdragen over de taal heeft gecommitteerd, heeft het de nieuwe ontwikkelingen niet doorgevoerd. Op het lerareninstituut wordt gebruik gemaakt van het Groene Boekje.


V.l.n.r. Helen Chang van de Taalunie, Benjamin Mitrasingh voorzitter van Stichting Cultuureducatie, minister Soewarto Moestadja en Perkash Nathoeni, corrector bij De Nationale Assemblée. Foto: @ collectie Biza

Helen Chang van de Taalunie heeft erop gewezen dat het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling er na bijna tien jaar nog niet uit is. Minister Moestadja kan zich terugvinden in het dilemma waarmee de Stichting Cultuureducatie kampt. "Wij van Binnenlandse Zaken vinden dat we de nieuwe spelling moeten doorvoeren in de beschikkingen en besluiten die we maken. We hebben behoefte aan zuiver Nederlands." Hij heeft beloofd de kwestie in de eerstvolgende vergadering van de Raad van Ministers aan te kaarten en zijn collega's te overtuigen van de functionaliteit van de nieuwe spelling. "Eenduidigheid is belangrijk," merkte de bewindsman op, "als verantwoordelijke ministerie voor publicaties zullen wij het voortouw nemen en vooruitlopend op de officiële aanname de trend bepalen."

Langdradig
Perkash Nathoeni, corrector bij De Nationale Assembleé, wees de minister erop dat het hoogste college van staat al geruime tijd sinds de vorige assembléevoorzitter bezig is de juiste spelling volgens het Groene Boekje te gebruiken. Het personeel van DNA is nu bezig met zijn derde trainingssessie over de juiste spelling. Alle handelingen en correspondentie worden getoetst aan het

Groene Boekje
Chang merkte op dat de ambtenarentaal langdradig en omslachtig is. Het motto van de Taalunie is "Wees simpel, wees duidelijk." Ze heeft de minister een exemplaar van het Groene Boekje overhandigd samen met een aantal exemplaren over ambtenarentaal. Minister Moestadja beloofde deze kwestie met zijn collega en partijgenoot Raymond Sapoen van Onderwijs en Volksontwikkeling te bespreken.

[uit de Ware Tijd, 20/12/2011; taalfouten verbeterd]

woensdag 16 november 2011

Meertaligheid een verrijking voor Surinamers

Surinamers zien meertaligheid als een verrijking in hun leven. Dat zegt Ellen Fernhout (foto links) van de Nederlandse Taalunie. De unie deed dit jaar onderzoek naar de ervaringen van Nederlanders, Vlamingen en Surinamers met meertaligheid.

Suriname kreeg bijzondere aandacht, zegt Fernhout, en meertaligheid is er heel normaal: "90 Procent van de Surinamers zegt thuis meer dan één taal te spreken." Dat is dan vaak het Nederlands en de taal van de bevolkingsgroep, zoals Sranantongo en Sarnami. Meer dan 80 procent vindt het een verrijking om in een meertalige omgeving te leven. En twee op de drie Surinamers denkt dat meertaligheid meer kans op succes in het leven biedt.

Volgens Fernhout heeft het onderzoek zich geconcentreerd in Paramaribo. Kinderen uit het binnenland vinden het daar leuk dat ze onderling een geheim kunnen bespreken zonder dat bijvoorbeeld de schooljuf het verstaat. Maar soms is het ook lastig als er op school Nederlands wordt gesproken als de kinderen de taal nog niet goed kennen.



Moedertaal
De Nederlandse Taalunie houdt zich bezig met de positie van het Nederlands in de aangesloten landen. Maar de unie stelt de taalgebruiker centraal, zegt Fernhout. "Als Suriname anders om wil gaan met het Nederlands ten gunste van de taalgebruiker, dan is dat zo." Het gebruik van de moedertaal is belangrijk, zegt de Taalunie. "Ouders kunnen beter hun moedertaal spreken met hun kinderen dan een taal die ze niet goed beheersen." Want met een goede kennis van de moedertaal is het gemakkelijker een andere taal te leren.

[RNW, 15 november 2011]

donderdag 14 juli 2011

Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (1)

door Fred de Haas

Het valt over het algemeen iedereen op dat Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen. Dat komt natuurlijk niet omdat Surinamers intelligenter zouden zijn, maar omdat de geschiedenis van het Nederlandse taalonderwijs in Suriname een andere is dan die op de voormalige Nederlandse Antillen.

In dit artikel wil ik in het kort ingaan op de oorzaken die ten grondslag liggen aan de moeilijkheden die gepaard gaan met het zoeken naar een onderwijstaal in twee van de voormalige koloniën van Nederland: Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. Ik zal hierbij putten uit geschreven en – actuele - gesproken bronnen

Het Nederlands in Suriname
We zullen de lange en moeizame geschiedenis van het taalonderwijs tussen 1667 (het begin van de Nederlandse kolonisatie van Suriname) en 1954 (het Statuut) overslaan. We volstaan hier met te vermelden, dat de Nederlandse kolonisatoren het aanvankelijk niet belangrijk noch gewenst vonden dat het Nederlands zich al te zeer verbreidde buiten de elitaire kaste van bestuurders en plantagemanagers. Maar ze konden dit proces echter niet tegenhouden omdat de planters kinderen gingen verwekken bij Afrikaanse vrouwen. En die kinderen – vrije mulatten – gingen Nederlands spreken om zich te onderscheiden van de onvrije Afrikanen.

Het onderwijs
Het Nederlandse Bestuur had twee eeuwen lang geen belangstelling voor enige vorm van gestructureerd onderwijs. De koloniale overheid in Suriname heeft pas vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw het onderwijs goed ter hand genomen en vanaf die tijd een constante assimilatiepolitiek gevoerd: het Nederlands werd boven de andere talen verplicht gesteld en gepromoot. Dat is te begrijpen omdat men een gemeenschappelijke taal moest hebben die de communicatie tussen de verschillende taalgroepen in Suriname mogelijk maakte. In Suriname sprak men het Sranan Tongo (een Creoolse taal op voornamelijk Engelse basis), het Saramaccaans (een Creoolse taal met veel Engelse en Portugese invloeden), Indiaanse talen, het Sarnami-Hindustani, het Javaans en het Chinees. De laatste drie talen zijn meegekomen met de contractarbeiders.

Dat is een taalsituatie die dus sterk verschilde met die op de Antillen waar men maar één Creoolse taal sprak: het Papiaments.

[vervolg klik hier]

maandag 11 juli 2011

Taalunie actualiseert Woordenlijst in 2015

De Nederlandse Taalunie brengt in 2015 de volgende editie van de Woordenlijst van de Nederlandse Taal uit. Het Comité van Ministers stemde deze week in met de samenstelling van de Commissie Spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren die de actualisering gaat voorbereiden.



De commissie bestaat uit Anna Bosman van de Radboud Universiteit Nijmegen, Dirk Caluwé van de dienst Taaladvies van de Vlaamse overheid, Dominiek Sandra van de Universiteit Antwerpen en Tanneke Schoonheim van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie Leiden.

In 1995 besliste de Taalunie elke tien jaar een actuele Woordenlijst uit te brengen. Het Comité van Ministers vraagt de commissie criteria te formuleren voor de actualisering in 2015, zonder dat de regels worden herzien. Voor de aanvulling met Nederlandse woorden uit Suriname wordt samengewerkt met de Werkgroep Spelling Suriname.

In 2010 bezochten per maand gemiddeld 100.000 bezoekers de Woordenlijst op het internet (www.woordenlijst.org) en werd over het hele jaar bijna 13 miljoen keer de spelling van een woord opgezocht.

[van Taalunieversum]

donderdag 30 juni 2011

Expo bij opening Dependance Lelydorp

Paramaribo - Het Directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling opent op vrijdag 15 juli de deuren van haar dependance te Lelydorp officieel. Deze stap moet gezien worden in het verlengde van de decentralisatiegedachte. Het ligt in de bedoeling om kunst en cultuur van de districten Wanica en Para, vanuit Lelydorp te coördineren. Simultaan aan de opening wordt er een drie dagen durende expositie op touw gezet met een impressie van de beschaving en de artistieke kwaliteiten van beide districten.

Dependance

De enorme kwantiteit en diversiteit van kunst- en cultuurproducten van deze twee districten die logistiek in elkaars verlengde liggen, heeft onder meer geleid tot een dependance op Lelydorp.

Taal, klederdracht, keukenkunst, muziek, podiumkunst, beeldende kunst en craft zijn maar enkele onderdelen binnen het uitgestrekt gebied welke kunst en cultuur bestrijken. Daarbij mag in beschouwing genomen worden, de authentieke vormen van elke etnische groep, maar ook de versmelting van die verschillende groepen, waarbij elementen van elkaar worden overgenomen en zodoende bijdragen tot het Surinaamsproduct.



Een aantal van de activiteiten zijn tevens gebonden aan het gebied zelf. Als voorbeeld mag het bekende schouwspel van ontjorlichten aan de De Craneweg, tijdens het Bodofeest, genoemd worden.

Ook gelet op de ontwikkelingen rond de verkeersdruk die ontstaat tussen Paramaribo en Wanica, is het efficiënter om dichtbij huis en centraal op Lelydorp te werken.

Expositie

Voornemens is om de expo pikant klein, maar toch breed in te richten. Daarbij zullen er karakteristieke taferelen van de districten zijn alsmede andere uitingen van kunst en cultuur. Kleiproducten, vlechtwerken, houtsnijwerk, schilderijen zijn voorbeelden. Uiteraard zullen ook de keukens van het gebied vertegenwoordigd zijn, waarbij een verrukkelijke peprewatra en smeuïge bami in blad niet ontbreken. Verder zullen er ook culturele klederdrachten zijn. Dans en muziek zullen ook op waardige en artistieke wijze gepresenteerd worden.

Belangrijk bij dit evenement is dat de toeschouwer niet alleen het eindproduct ziet, maar het hele proces naar het artistiek product ervaart. Zo zullen de Saramaccaners komen met rondhout dat ter plaatse wordt versneden. Bij de houtsnijwerkdemonstratie ziet het publiek dan het uiteindelijk kunstproduct ontstaan. De organisatie hoopt zodoende een betere connectie te krijgen tussen het kunstminnend publiek en de artiesten zelf. Verder kan de koper op deze wijze van exposeren, de waarde van het product beter inschatten en waarderen.

De moderne ontwikkelingen in de techniek leiden mede tot contemporaine kunst. Daarom zullen er ook airbrushdemo’s zijn. Tevens zal de carsound-hype ook een plaats krijgen in de expo. De auto’s zijn artistiek bewerkt en op zich is het ook een kunst om te weten hoe je de geluidsinstallatie bouwt.

Target is om ook OneMinutes van de AHKCO te vertonen. Hiermee wil de organisatie vooral de jongeren een prikkel geven om zelf verscheidene onderwerpen uit hun leefmilieu te belichten; afval, roekeloos gedrag in het verkeer, groenmilieu, gezondheidszorg bijvoorbeeld.

Voor hen die belangstelling hebben om te participeren aan deze expo bestaat er de mogelijkheid zich te wenden tot de dependance te Lelydorp op het Nakscomplex aan de Van Drimmelenlaan.


[uit de Ware Tijd, 29/06/2011]

Middelste foto: @ Hans v.d. Hek

zondag 19 juni 2011

Taal, talen, taalordening


Het Directoraat Cultuur van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) hield jongstleden zaterdag een conferentie over de invoering van een taalwet. Er is gesproken over ‘ordening van onze meertaligheid’. Dit was het sluitstuk van een aantal afzonderlijke consultaties die de adviesgroep ‘Taalraad en taalwet' de afgelopen maanden heeft gehouden met personen en instanties die zich bezighouden met taal, dit ter afronding van een concept taalwet die binnenkort wordt aangeboden aan minister Raymond Sapoen (Minov). Daarnaast komt er een conceptwet voor de Taalraad, welke twee documenten samen moeten bijdragen aan de ordening van het taalbeleid binnen Suriname.

Oud probleem
Zoals Gobardhan-Rambocus vaststelde is Suriname vanaf 1667 Nederlandstalig. Sindsdien zijn er een aantal momenten geweest die gerede aanleiding vormden om de voertaal in Suriname ter discussie te stellen, maar steeds kwam het Nederlands weer bovendrijven. In zijn recent op Caraïbisch Uitzicht gepubliceerde artikelenreeks over de Surinaamse Taalproblematiek heeft mr. dr. W.R.W. Donner geconcludeerd dat de Nederlandse taal bepaald geen zegening is (geweest) voor Suriname. Zonder aan zijn visie afbreuk te willen doen, moet echter worden gesteld dat het een aanname is, een speculatie die op geen enkele wijze meetbaar is.

Steeds opnieuw wordt betoogd, en niet ten onrechte, dat Suriname zich zowel in Zuid-Amerka als in het Caraïbisch gebied op taalgebied in een isolement bevindt en dat het daarom aanbeveling zou verdienen het Engels (of wellicht het Spaans) tot voertaal te maken. De laatste keer dat dit onderwerp in het parlement aan de orde is geweest, was toen Suriname een aantal jaren geleden geassocieerd lid werd van de Nederlandse Taalunie. Die discussie blonk bepaald niet uit door historische kennis, noch ook door kennis van de materie, en heeft derhalve nauwelijks gevolg gehad, zij het dat de toen ook weer gehoorde roep om een Surinaamse Taalautoriteit waarschijnlijk mede de aanzet is geweest tot bovengenoemde adviesgroep ‘Taalraad en taalwet’

Tussen droom en daad
Het is natuurlijk niet voor niks dat men in de loop der jaren steeds opnieuw weer is teruggevallen op het Nederlands, want het is bepaald geen sinecure om verandering te brengen in een eeuwenlang gegroeide situatie. Niet zomaar heeft Gobardhan-Rambocus op bovengenoemde taalconferentie gezegd “dat het Nederlands – zeker in de komende honderd jaar – zijn belangrijke positie (zal) behouden.” Want zoals Willem Elsschot al zei: “... tussen droom en daad staan wetten in de weg en practische bezwaren, ...”

In Suriname worden zo’n twintig talen gesproken, in volgorde van belangrijkheid naar aantallen sprekers: Nederlands, Sranantongo, Engels, Sarnami, Javaans, verschillende Marrontalen (o.a. Saramaccaans en Aukaans), en Chinees (o.a. Hakka, Mandarijn en Kantonees). Uit onderzoek is gebleken dat Surinamers geen moeite hebben met het Nederlands, 70,7% van de jeugd en 57% van de volwassenen hebben daar geen enkel probleem mee. Uit datzelfde onderzoek is eveneens gebleken dat men het Engels als tweede taal geen slecht idee vindt.

(monument 'Afaka' van Marcel Pinas ter nagedachtenis van de Marron Atumisi, die aan het begin van de 20e eeuw het alfabet van het Afaka ontwierp, bestaande uit 56 tekens die nog steeds gebruikt worden)
Volgens de uitkomsten van de in 2004 gehouden algemene volks- en woningtelling, is het Nederlands de meest gesproken thuistaal in Suriname. In ruim 70% van de huishoudens wordt Nederlands als eerste of tweede taal gesproken. Het Sranantongo wordt in 46% van de huishoudens gesproken, hoofdzakelijk als tweede taal, het Sarnami in ruim 22% en het Javaans in 11% van de huishoudens. Opmerkelijk is de tweetaligheid: in bijna 80% van de Surinaamse huishoudens wordt een tweede taal gesproken.

Waarheen?
Zoals uit het eerder hier gepubliceerd verslag bleek, bestaat er een diversiteit aan visies op deze taalproblematiek, hetgeen tegen de gegeven achtergrond uiteraard niet verwonderlijk is. Maar dat één lid van de adviesgroep ‘Taalraad en taalwet’ -in navolging van bijvoorbeeld India, Zuid-Afrika en de Antillen als landen met méér dan één officiële taal- voor Suriname zou willen voorzien in drie officiële talen, Sarnami, Sranan en Javaans, is gewoon belachelijk, kijk maar naar de uit de census blijkende cijfers. Dit is weer een duidelijk blijk van de hier naar aanleiding van de ‘vrijheids/ apartheids-vieringen’ eerder door mij gesignaleerde Hindostaanse geldingsdrang.

Taal en grondwet
Zeer belangrijk is de verwijzing van de voorzitter van de adviesgroep, Hein Eersel , naar de grondwet, waar in artikel 8.2. staat: “Niemand mag op grond van zijn geboorte, geslacht, ras, taal, godsdienst, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische positie of sociale omstandigheden of enige andere status gediscrimineerd worden.” “Alle mensen hebben het recht”, zei Eersel, “om hun taal in het openbaar te gebruiken. Dit betekent ook dat de toegang tot overheidsdiensten en contacten met de overheid, van welke aard ook, niet belemmerd mag worden door de taalkeuze van de burger. Het Surinaamse volk mag niet op grond van taal gehinderd worden in zijn democratisch recht op vrije meningsuiting en op op invloed op de regering. Echte beleving van de democratie kan niet bereikt worden, als men beperkt, belemmerd of gehinderd wordt in de taalkeuze uit de nationale talen van Suriname.”

Als practisch voorbeeld wil ik hierbij aanhalen wat eerder- genoemde Donner recent in de Surinaamse pers heeft opgeworpen, namelijk “dat iedere Surinaamse burger wordt geacht de wet te kennen”. Hoe kan iemand de wet kennen als die wet niet in zijn taal beschikbaar is, of wanneer hij de talen niet machtig is waarin het wetboek voorhanden is? De minister en het parlement zij veel wijsheid toegewenst.

zondag 12 juni 2011

Nieuwe Surinaamse kinderboeken

door Christine Samsom

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: Kinderen horen in hun eigen belevingswereld te worden geschoold, liefst in hun eigen taal. Ik vind dan ook behalve het stimuleren van het lezen, de belangrijkste verdienste van het Kinderboekenfestival, dat het onze eigen kinderboekenschrijvers inspireert om dát te schrijven wat onze kinderen aanspreekt: ons eigen ding!

Dat dit principe ook moet gelden voor de kinderen van het binnenland, lijkt me logisch. Daarom is het initiatief om te komen tot speciale schoolboekjes voor de kinderen van Kwamalasamutu (natuurlijk ook voor die in Apetina, Palumeu, Tepu en zeker ook de rest van het binnenland) toe te juichen. Zij gaan niet met een bus naar de markt; zij gaan met een korjaal naar hun kostgrond om aardvruchten en groenten te halen. Zij kunnen niet naar de slager om vlees te kopen; nee, vader gaat op jacht! Het team van het project Change for Children heeft samen met het team van de school van Kwamala onder leiding van het bijzonder actieve schoolhoofd Susan Macnack en met de inzet van de leerlingen en ouders drie boekjes gemaakt die ons stedelingen een blik gunnen in het leven in dat verre dorp, waar we niet zelf zomaar naar toe kunnen, maar die natuurlijk in de eerste plaats bestemd zijn voor de leerlingen om het leerproces te ondersteunen. Over het project is al veel geschreven in de Ware Tijd, met complimenten aan o.a. Bonnie van Leeuwaarde.

Persoonlijk vind ik Taal leren is leuk werkelijk het leukst. Op speelse manier werden kinderen en leerkrachten gestimuleerd om versjes en gedichtjes te maken. Uitgaande van en geïnspireerd door gedichten uit Popki Patu van Orlando Emanuels gingen de kinderen aan het werk. Het gedichtje ‘In een regenton, in een regenton zat een kleine todo’ van Orlando, werd door Waine Wahi uit de 6de aangevuld met: ‘In een hondehok, in een hondehok zat een kleine hond’ en hij maakte er een tekening bij. Gedichten over vader die op jacht gaat, de bootsman die overal naar toe gaat, over een vliegtuig en over brandhout, over dieren en over de school wisselen elkaar af. Één is door Twilla van de 6de misschien wel speciaal gemaakt voor de minister van Onderwijs: ‘In mijn school’ (zie hieronder). Vincent waarschuwt: ‘Laat onze okopipi met rust!’, Yoisling vindt geschiedenisles het leukst. En Juf Susan zet de klas op stelten door de kinderen alle geluiden die horen bij het openkappen van een kostgrond te laten nadoen: Hak, hak, hak. Kraaak en boeoeoem!! Hé, wat doet die kabouter met rode puntmuts ertussen?

Het meisje met de vogels en andere indiaanse verhalen, wil kinderen stimuleren om te luisteren, te lezen, te tekenen en, wie weet, zelf te verzinnen. De verhalen zijn o.a. van Cirino en van de Trio’s zelf, verzameld door Cees Koelewijn. Wat direct opvalt is dat in veel verhalen bijzondere dingen gebeuren, zoals een meisje dat met vogels praat (titelverhaal), een vriendje dat in een tingifowru verandert, kinderen die naar de maan verdwijnen om nooit meer terug te komen, een brand die niet door volwassenen met water of kruiden geblust kan worden, maar alleen door een onschuldig kind en de angst voor panakiri (blanken) die mensen opeten. Bij elk verhaal staan tekeningen van en opdrachten voor de leerlingen. Opvallend is het kerstverhaal dat eerst staat afgedrukt zoals het in de Bijbel staat en daarna zoals de 5de klas van meester Pildas het heeft bedacht: Zwangere Meeri en Josè komen helemaal uit Brazilië lopen om zich te melden bij CBB in Kwamala. Maar er zijn zoveel mensen die zich moeten melden dat…….Juist ja. Meeri bevalt in het kampje op een verlaten kostgrond. Een engel meldt mensen die vol kasiri liggen te slapen op een andere kostgrond dat…..enz. Nou, als dat niet past in de belevingswereld van het kind….! De leerkrachten werkten i.v.m. een training aan een project waarvan de neerslag op het eind van het boekje met veel hilariteit beschreven wordt.

En dan nummer 3: Laat het verleden leven! een boek over de eigen geschiedenis van de bewoners van Kwamalasamutu geeft in 2 delen: ‘We leren geschiedenis’ en ‘Verhalen uit en over het dorp’, weer onderverdeeld in verschillende lessen, eigen historisch inzicht aan de kinderen van het dorp, ook weer prachtig geïllustreerd door henzelf. Granman Asongo vertelt over zijn afkomst, maar ook verschillende leerkrachten doen dat. Soms is niet duidelijk, wie vertelt. Belangrijk is dat de kinderen leren dat hun voorouders de eerste bewoners waren van Suriname. Uitgebreid komt de prehistorie aan de orde, met foto’s van de grotten van Werehpai, slijpgroeven, rotstekeningen: hoe die voorouders eerst leefden van jacht, visvangst en verzamelen, zich later vestigden in dorpen waar kostgrondjes werden aangelegd, hoe ze van bosnegers ijzeren voorwerpen kregen in ruil voor jachthonden, hoe allerlei tot dan onbekende ziektes de volken decimeerden, hoe Amerikaanse zendelingen medische hulp boden, waarom en hoe Kwamala werd gesticht. Steeds is er een andere verteller, soms zijn er opdrachten voor de kinderen. Spannend is het verhaal van Juf Reoma Tawadi van de 3de klas over de ontdekking door haar vader Kamainja Panaschekuung (oei, moeilijk uit te spreken!) en anderen van Werehpai.

Tenslotte: Alle 3 boekjes staan vol tekeningen van de kinderen. Wat een talent!

Complimenten aan de mensen van Change for Children van wie Els Moor dé motor is achter de verwezenlijking van het project en de boekjes en aan AlbertRoessingh voor de lay out.


In mijn school

In de school, in de school
zijn er gaten
in de school zijn er zovéél gaten
maar wij gaan door met lessen volgen.



De bootsman

..Stroomopwaarts of stroomafwaarts
over de grote en kleine soela’s
kamp opzetten
lekker hengelen!
Lekker eten en dan terug!
Met mijn bootsman lekker terug!

maandag 6 juni 2011

De Surinaamse taalproblematiek (10)

door mr dr W.R.W. Donner

Curatele

Suriname stelde zich, door toetreding tot de Nederlandse taalunie onder curatele van Nederland. Wij gaven daardoor de Nederlanders het recht om ons voor te schrijven hoe wij het Nederlands moeten hanteren. Als een Amerikaan schrijft thru in plaats van through en your honor in plaats van your honour dan zegt de Engelsman be my guest. Als een Surinamer zegt pennestreek en het precies zo schrijft als hij het uitspreekt, krijgt hij een gele kaart van de Hollandse scheidsrechter. (Wellicht vormt dit de reden waarom Surinamers als de dood zijn om te schrijven. Ze zijn bang voor de gele kaarten). Als over een paar jaar de Nederlanders weer met een nieuwe spelling komen en de Surinamer inmiddels gewend is geraakt aan pennenstreek in plaats van pennestreek krijgt hij weer een gele kaart. En zo zullen wij gele kaarten blijven krijgen.
De consequentie is dat wij genoodzaakt zijn steeds een Nederlands woordenboek bij de hand te hebben (of een Hollandse corrector in de buurt). Elk woord, hoe onbelangrijk ook, moet steeds opgezocht en onderzocht worden. Vandaag is het cadeau, morgen is het kado, overmorgen is het weer kado of misschien cado en ga zo maar voort. En wat te denken van de vrouwelijke en mannelijke woorden? Kietelaar, zo’n typisch vrouwelijk ding is mannelijk. (Men leze hiervoor mijn essay getiteld 'Het Boekenweekgeschenk',verschenen op de website van de Schrijversgroep 77). Wij hebben geen mogelijkheid om aan te voelen of iets onzijdig, mannelijk of vrouwelijk is. Eigenlijk zouden wij steeds met een woordenboek op zak moeten rondlopen anders worden wij bedolven onder de gele kaarten. Als dit niet verlammend werkt, weet ik het ook niet meer. In het Engels is bijna alles onzijdig. In het Spaans kan men aan de uitgang van een woord zien of het woord mannelijk of vrouwelijk is.



Therapie

Ik heb in het vorenstaande voldoende aangetoond dat naar mijn oordeel, het Nederlands geen zegen is voor Suriname. Nu verwacht men natuurlijk van mij een therapie. Kritiek leveren is immers gemakkelijk. De taalkwestie zit me al meer dan vijftig jaar dwars.
Aanvankelijk zag ik het Neger-Engels als oplossing voor de Surinaamse taalsituatie. Deze taal wordt in Suriname door een ieder verstaan net zoals het Papiamentu op Curaçao. Het is dan ook niet te verwonderen dat ik in mijn studententijd behoorde tot de vaandeldragers van Wie Eegie Sanie. Ook na mijn studententijd toen ik op Curaçao aankwam bevond ik mij in de voorste gelederen van de organisatie. Het kwam echter in 1963 tot een breuk met mr. Eddy Buma toen ik voorstelde het Neger-Engels gevarieerder te maken en meer aanvaardbaar voor de overige etnische groepen door de incorporatie en integratie van Hindoestaanse en Javaanse termen en daartoe voorstelde een commissie in het leven te roepen samengesteld uit creolen, Hindoestanen en Javanen met tot taak zich hiermee te belasten en de leider van Wie Eegie Sanie zich met hand en tand hiertegen verzette. Toen was het voor mij exit Wie Eegie Sanie. (Men zou dit de Indonesische optie kunnen noemen. De Bahasa Indonesia werd ook gevormd door elementen uit de diverse in dat land gesproken talen te integreren binnen die taal).


De Zuid-Afrikaanse optie

Ik vermeldde hierboven dat de Boeren in Zuid-Afrika (nakomelingen van Hollanders) in 1925 de naam van hun taal eenvoudigweg veranderden van Nederlands in Afrikaans om een stop te brengen aan de stroom van gele kaarten die ze steeds van de Hollanders kregen. Als iemand ze daarna zei: “je spreekt slecht Nederlands,” antwoordden zij gewoon. “Ik spreek helemaal geen Nederlands. Ik spreek Afrikaans.”
De variant van het Nederlands die wij in Suriname spreken, zou dan Surinaams genoemd kunnen worden en net als in Zuid-Afrika zijn eigen weg kunnen opgaan. De vraag is natuurlijk of wij het in de huidige wereldconstellatie ver met deze taal zouden schoppen. Ook in Zuid-Afrika wordt het Nederlands als ze het nu Nederlands of Afrikaans noemen langzaam maar zeker weggedrukt. Trouwens, ook in Nederland gaan er steeds meer stemmen op om over te schakelen op het Engels. Op veel universiteiten worden de colleges nu zelfs al verzorgd in het Engels.

[vervolg klik hier]

Bovenste illustratie: Ted Kuykendall

dinsdag 17 mei 2011

Veertig Jaar Studie Nederlands in Indonesië

In het congresboek Veertig Jaar Studie Nederlands in Indonesië zijn in twee talen (Nederlands en Indonesisch) 31 voordrachten opgenomen die op het gelijknamige congres van april 2010 werden gehouden. De Nederlandse Taalunie bevordert het onderwijs van het Nederlands in Indonesië. Ze verstrekt steun aan de afdeling Nederlands van de Universitas Indonesia. In april 2010 vierde deze afdeling haar 40 jarig bestaan met een internationaal congres. Het congresboek kwam in april 2011 uit.

Het onderdeel Multiculturele Samenleving telt negen artikelen, auteurs:

Nikolaos van Dam;
Arie Gelderblom;
Olf Praamstra;
Ida Mursidah;
Eva Catarina;
Herman Giesbers;
Wim van Zyl;
Steward van Wyk;
Jugiarie Soegiarto.

Het onderdeel Ontwikkelingen in het NVT-Onderwijs bevat tien bijdragen:

Lieve De Wachter;
Triaswarin;
Zahroh Nuriah;
Sugeng Riyanto;
Ingrid Degraeve;
Yanna Parengkuan;
Lilie Suratminto;
Andrea Djarwo;
Munif Yusuf;
Indira Ismail.

Het onderdeel Indische Cultuur telt eveneens tien artikelen:

Christina Suprihatin;
Pamela Pattynama;
Achmad Sunjayadi;
Adrienne Zuiderweg;
Widjajanti Dharmowijono;
Kees Snoek;
Wilma Scheffers;
Margriet Moka-Lappia;
Hans Groot;
Kees Groeneboer.

In een vierde onderdeel zijn ten slotte twee bijdragen betreffende de Koloniale Geschiedenis opgenomen van Yuda Tangkilisan en Krisprantono.


Achmad Sunjayadi, Christina Suprihatin & Kees Groeneboer (red.), Veertig Jaar Studie Nederlands in Indonesië. Depok: Fakultas Ilmu Pengetahuan Budaya Universitas Indonesia, 2011, 641 blz. (ISBN: 978-602-9054-06-4).
Voor meer informatie: keesgroeneboer@erastaal.or.id.