dinsdag 31 januari 2012

Voetbalclichés

door Hassan Bahara

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan antropologische duiding wagen. Als zwarte atleten winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’." Tijd om een nieuw cliché te munten. Over Sportverslaggevers.

Gisterenavond tijdens de dramatisch verlopen wedstrijd tussen Gabon en Marokko (Afrika Cup 2012) deed de commentator een memorabele uitspraak: "Wat je vaak ziet in het Afrikaanse voetbal: de drang om te scoren is erg groot."

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan zulke antropologische duiding wagen. Struikelt een Duitser over een onzichtbare uitgestoken been, dan heet het toneelspel dat in het geniepige voetbal-DNA van de Duitser gebrand zit. Zet om het even welke Zuid-Amerikaanse voetballer een onbesuisde sliding in, dan zijn we getuige van een onbeheerste en cultureel bepaalde moordzucht.



Ook over onze eigen voetbalcultuur neigen we in clichés te denken. Wat er vervolgens gebeurt als het spel niet aan de clichés voldoet, beschrijft Ian Buruma heel mooi in zijn formidabele boek Dood van een gezonde roker:

"Je ziet hetzelfde fenomeen dikwijls aan de manier waarop het Nederlands elftal voetbalt. Trots op hun superieure techniek, hun multiculturele samenstelling, hun soepele, haast arrogante spel, waarmee ze spelers van saaiere ploegen, zoals Duitsland, razend maken, beginnen de sterren van de nationale voetbalploeg de wedstrijd gewoonlijk met alle branie van het geweldige Amsterdam. Ze weten dat ze de beste zijn in hun speelse individualisme, hun vergaande stoutmoedigheid. En soms zijn ze dat ook. Maar als het tegen zit en de volhardende Duitsers, de obstinate Italianen of de stugge Engelsen een of twee doelpunten maken, laten de spelers het hoofd snel hangen en zijn de verwijten niet van de lucht. En als de wedstrijd verloren wordt heerst er een zure sfeer van verongelijktheid: hoe heeft dit ons kunnen overkomen? Waaraan hebben we dit verdiend? We zijn toch zeker de besten? Fuck you!"

Gisteren schreef De reizende commentator Maarten Huygen in NRC over een heftige discussie in de publieksloge van het Utrechtse stadion de Galgenwaard. Inzet was een onderzoek van Jacco Sterkenburg die had "vastgesteld dat Marokkanen bij sport weliswaar beter worden behandeld dan elders in de media, maar dat zwarte atleten vaker dan anderen worden beschreven in lichamelijke termen. Als zij winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’."

"Verlicht racisme" noemt Sterkenburg deze verschillen in duiding van een sportprestatie.

Hilarisch en intriest tegelijk is het commentaar hierop van een sportverslaggever die de conclusie van Sterkenburg lijkt te delen:

„Zwarten hebben een fijner ontwikkeld spierstelsel en daardoor bereiken ze de finale”, zei een man. „Dat is een determinant. Schaken is een determinant voor witten. Maar mijn mening is politiek incorrect.”
Uit verder onderzoek van Sterkenburg bleek dat Marokkanen en Surinamers zich aan de sportverslaggeving storen. Aanleiding voor Sterkenburg om de NOS te vragen of ze hier geen rekening mee kunnen houden en proberen deze ergernis weg te nemen. Maar daar had sportverslaggever Jeroen Grueter weinig oren naar. Zijn werk is al druk en zwaar genoeg, hij kan ook niet nog eens rekening gaan houden met de ergernissen van een fractie van het kijkerspubliek.

Tja. Opmerkelijke afweging. Tijd dus om een nieuw cliché te munten. Sportverslaggevers: zonder uitzondering lui en volgevreten volk dat de platitude liever is dan nuance en inzicht. .

Hassan Bahara is columnist, criticus en schrijver. Hij heeft sinds kort een weblog. Deze column is eerder op zijn blog verschenen en in overleg met Hassan Bahara ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

[van Republiek Alochtonië, 29 januari 2012]

Colonial Houses: Home of a Hero

Scharlooweg 55, also known as "Beau Senior," is one of the few houses to exist both in Curacao and in miniature form in the Netherlands in a small town called Madurodam. Built in 1875 for the Senior family (one of the major Jewish families in Curacao), the home was sold in 1915 to Joshua and Rebecca Levy Maduro family, members of another major Sephardic family on the island. It was the boyhood home of their only son, George John Lionel Maduro (1916-1945), who fought for the Dutch resistance in WWII, and died in Dachau concentration camp of typhus. After his death, his parents commemorated him by building the miniature city Madurodam in in Scheveningen, The Hague, in the Netherlands. A small version of his childhood home resides in the town.

Replica of 55 Scharlooweg in Madurodam

"Beau Senior" is typical of the Jewish houses built in the Scharloo neighborhood of Curacao in the nineteenth century. In the seventeenth and eighteenth centuries, most Jewish families lived in Punda (Willemstad) a few blocks away from the synagogue, in Landhuizen (plantation homes) inland, or in Otrobanda across the entryway to the bay. Starting in the late nineteenth century, Jewish families began to build houses across the Waaigat in Scharloo.

These houses tended to be neo-classical in design with a U-shaped plan surrounding an enclosed patio. This architectural style was both influenced by Latin American architecture and the discovery and excavation of Pompeii. As in Pompeii, the true grandeur of the house was only accessible to those allowed inside. The front of the house often belied the large house that lay behind it (see plan below). Even so, the front facade was an important way of showing social prestige: the monumental pediment above the doorway, the front columns, and the elegant grey and white tiles leading to the entryway all displayed luxury and good taste.


Simplified Floorplan of 55 Scharlooweg based on Winkel, Scharloo p. 295

The galleries were like European sitting rooms, furnished with mahogany and wicker furniture. In contrast, the Sala was mainly for show and were decorated with pianos, long narrow mirrors, and chandeliers. As in Pompeii, the patio was open to the sky. It was decorated with plants. Furniture in the bedrooms was monumental and made of hardwoods.


Bedroom furniture owned by the Maduros of Scharloo now in landhouse Rooi Catochi. (S.A.L. Mongui Maduro Foundation)

In the dining room was often a fontein, a small basin and water container for hand washing. Cupboards made of mahogany housed dishes and glasses. You can read more about Scharloo architecture and "Beau Senior" in P. Pruneti Winkel's Scharloo.


Fontein owned by Shon Serafina Maduro-Jesurun, now in landhouse Rooi Catochi. (S.A.L. Mongui Maduro Foundation)


[from Travels Through Jewish History]

Doeschka Meijsing overleden

Doeschka Meijsing. Portret door Nicolaas Porter

De Nederlandase schrijfster Doeschka Meijsing is maandag op 64-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Amsterdam. Meijsing stierf aan de complicaties van een zware operatie. Uitgeverij Querido heeft dat dinsdag bekendgemaakt.

Doeschka Meijsing - zus van schrijver Geerten Meijsing - schreef vele verhalen, gedichten, essays en romans. Ze debuteerde in 1974 met De hanen en andere verhalen. Voor Tijger, tijger! (1980) ontving ze de Multatuliprijs. De tweede man (2000) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en betekende Meijsings doorbraak naar het grote publiek.

Haar roman 100% chemie (2002) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en kan worden gezien als een opmaat tot Moord, haar deel van de roman Moord & Doodslag (2005), die ze samen met haar broer Geerten Meijsing schreef.

Haar roman Over de liefde uit 2008 werd bekroond met de F. Bordewijkprijs, de Opzij Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs. In het verhaal kijkt een lesbische schrijfster terug op haar verbroken relatie. Inspiratiebron voor Meijsing was haar relatie met vriendin, VN-criticus Xandra Schutte, die haar verliet voor haar uitgever H.J. Schoo. Het werd het laatste boek van Meijsing.

Nalatenschap Anton de Kom overgedragen aan Letterkundig Museum

Op vrijdag 20 januari 2012 is de literaire nalatenschap van Anton de Kom overgedragen aan het Nederlands Letterkundig Museum & Documentatiecentrum in Den Haag. In 2010 hebben de kinderen-De Kom prof. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam de nagelaten geschriften van De Kom ter hand gesteld met het verzoek te onderzoeken bij welke erfgoedinstelling deze het beste konden worden ondergebracht. In overleg met de familie is gekozen voor het Letterkundig Museum. De nalatenschap omvat de handschriften van gedichten, van enkele onuitgegeven romans, van drie versies van een filmscenario en van een bundel Anansitori's. (Het handschrift van Wij slaven van Suriname is tijdens het uitgeefproces in 1933/34 verdwenen.) Aan deze manuscripten werden door De Koms kleindochter Els de Kom nog toegevoegd de belangwekkende correspondentie tussen De Kom en zijn uitgever De Neve, enkele brieven (waaronder die aan Gide) en een aantal diploma's en andere getuigstukken (waaronder - tot verbijstering van de aanwezige biografen Boots en Woortman - ook enkele stukken die zij niet eerder hadden gezien.). Behalve Van Kempen, Els de Kom en de biografen was bij de overhandiging ook Adeks zoon Ad aanwezig.

Gedurende de tijd dat de nalatenschap in bewaring was bij de Universiteit van Amsterdam hebben de biografen het werk kunnen inzien, en er ook een digitale kopie van vervaardigd hebben de biografen. Een digitale kopie (tevens omvattende foto''s en de documentaires die over De Kom zijn gemaakt) bevindt zich bij het Nationaal Archief van Suriname en kan door belangstellenden worden ingezien na toestemming door de familie-De Kom. Een andere kopie zal ter beschikking worden gesteld van het Letterkundig Museum.

De onderstaande fotoreportage is van het Letterkundig Museum.


V.l.n.r. de De Kom-biografen Alice Boots en Rob Woortman, Ad (zoon van Adek) en diens dochter, De Koms kleindochter Els


De Kom-biograaf Rob Woortman ontpakt enkele geschriften; rechts Ad de Kom


Het ontpakken van de geschriften



De uitgestalde geschriften van A. de Kom



Michiel van Kempen geeft uitleg over een door De Kom compleet uitgewerkt filmscenario



Museumdirecteur Aad Meinderts bekijkt een map met handschriften van gedichten


Zie ook deze reproductie van een van de handschriften en dit bericht over de overhandiging van het archief eerder aan de UvA.

Ontwikkeling en herleving kasekomuziek in lezing Rudi Spa

Paramaribo - Iedereen heeft dat al een keer gedaan: stevig schuiven en schudden op kasekomuziek. Maar wat is de geschiedenis en de ontwikkeling van deze typische Surinaamse muziek? Wat is de roots en de invloeden die ze heeft gehad op de Afro-Surinamer en de Surinaamse bevolking in het algemeen?

Dit en nog vele andere leuke anekdotes maken deel uit van de opo yari lezing ‘Invloed van kasekomuziek op afro-Surinamers.’ De inleider is de bekende musicus Rudi Spa. De lezing werd op zondag 30 januari j.l. om 11.00 uur gehouden door de organisatie Fiti fu wini aan de Sir Winston Churchillweg 793. Spa licht een klein stuk van de sluier voor de Ware Tijd. “De geschiedenis van de kaseko”, legt Spa uit, “heeft haar roots in de bigi poku rond de 19e eeuw.” Deze bigi poku-groepen bestonden uit 2 blazers, 1 kleine snaardrum en 1 skratyi, 1 banjo en 1 tuba. “De muziek was geheel instrumentaal en was dus de voorloper van wat we nu als kaseko poku kennen. De kaseko is de modernisering van de bigi poku. Toen kwam de zang - voor- en koorzang erbij. De banyo werd vervangen door de elektrische gitaar. De tuba door de contrabas en daarna door de elektrische basgitaar. De snaardrum en die skratyi werd vervangen door een volledig drumstel,” legt Spa uit.


The King of Kaseko Lieve Hugo was met zijn band Washboard een trekker voor de herleving van originele Kaseko muziek.

Cojunto

In de jaren 50 ontstonden onder invloed van de populaire Cubaanse muziek de zogenaamde ‘Cojuntos’. Er werd veel Spaans gezongen en de skratyi verdween naar de achtergrond. Maar na een aantal jaren had men genoeg van de Spaanstalige muziek. Men wilde Surinaamse teksten. “Onder invloed van vele Surinaamse arrangeurs waaronder de bekende Wilmo Kamble werd er ‘Surinaamse Cojunto’ muziek gemaakt. Tegen medio jaren ’70 toen men begon te praten over de onafhankelijkheid van Suriname ontstond er een andere beweging. De Surinaamse muzikale identiteit moest terug. Dat was het moment van de wedergeboorte van de skratyi poku in de kaseko. Een zeer belangrijke trekker als zanger en performer was Lieve Hugo met de groep ‘Washboard’. Zij hebben echt die herkenning van kaseko als Surinaamse muziek doen herleven”, vertelt Spa enthousiast. “Ik ben een kasekoman in hart en nieren”, lacht Spa vrolijk. Als hij praat over de invloed die de muziek heeft gehad op de afro-Surinamer dan verwijst hij naar het dansgedrag. De oude garde wilde de ‘nieuwe’ vibe van de herleefde kaseko accepteren. Op de buitenplaatsen wilde men de ‘oude’ kaseko om te gebruiken in de winticultuur. De ‘gegoede’ afro-Surinamers vonden de muziek plat en deze was meer voor de ‘marktvrouwen’. “Maar de jonge moderne garde was er dol op. Happy Boys, Latino’s, Lieve Hugo, Kaseko Masters en vele andere bekende groepen van die tijd waren zeer geliefd bij de jonge nationalistische Surinamer”, geeft Spa aan. Hij gelooft dat de invloed van kaseko ook haar invloed heeft op andere bevolkingsgroepen in Suriname.

Rudi Spa is muzikant en oprichter van Orchestra Alalfa. Hij heeft klassiek gemusiceerd onder meer in het originele Snijdersorkest onder leiding van Eddy Snijders. Hij was blazer bij De Swingers opgericht met wijlen Eddy de Koning en was lid van Symphony, een popband met Etiënne Stadwijk en anderen. Spa heeft gespeeld in haast alle jazzorkesten. Hij is medeoprichter van Super Dynamic Stars en is daar 15 jaar muzikaal leider van geweest. Hij zingt de baspartij in het Trokikoor. Spa was deel van de salsa-sensatie Sowsu. Hij heeft heel veel ingevallen bij Latino’s van toen en de Kaseko masters. Hij ondeursteunde een band van Klaaskreek Real Gano, waarmee hij de sekete–kasekostijl speelde.

[naar de Ware Tijd, 28/01/2012]

Marcel Pinas lanceert sieradenlijn: Boipili

door Ada Korbee

Marcel Pinas kennen we allemaal van zijn kleurrijke marron geïnspireerde schilderijen en zijn ruimtelijke werkstukken waarin hij traditionele elementen op een hedendaagse wijze tot kunst verheft. En dat Marcel Pinas veel meer is dan alleen een kunstenaar, dat weet ondertussen ook een ieder die maar enigszins bekend is met zijn werk in het district Marowijne. Toch krijgt het publiek ook nu weer een nieuwe zijde te zien van deze verrassende kunstenaar! Marcel Pinas lanceerde namelijk op zaterdag 28 januari zijn eigen sieradenlijn: Boipili.

Een zwart gemaakt model toont Pinas' sieraden. Foto: Claudio Barker

Boipili is een heel bijzondere lijn van sierlijke zilveren sieraden die geïnspireerd zijn door de Ndyuka-cultuur. Tekens uit het Afaka-schrift dat aan het begin van de 20ste eeuw gebruikt werd als geheim communicatiemiddel onder de marrons aan de Boven-Tapanahony-rivier, alsook de kronkelende houtsnijwerkmotieven die onder marronvaklieden van generatie tot generatie zijn overgedragen, vormen de rode draad in de Boipili-sieradenlijn. Het idee om sieraden te vervaardigen ontstond jaren geleden, vanaf het moment dat Pinas begon te werken met de houtsnijwerkmotieven en het Afaka-schrift. De prachtige tekens en symbolen afkomstig uit de cultuur van zijn voorouders, werkten sterk in op de verbeelding en de creatieve drang van de kunstenaar.

Eerste set
In de jaren daarna, toen Pinas tijdens zijn reizen terecht kwam op de markten in Mali en in het zilverdistrict van Indonesië en zag wat daar door vaklieden allemaal gemaakt werd, raakte hij nog verder geïnspireerd. Een vakman in Mali vervaardigde voor Pinas zijn allereerste set zilveren sieraden en in Indonesië had Marcel gemakkelijk zijn ontwerpen verder kunnen laten uitvoeren.

Maar dat zou geheel indruisen tegen datgene waar Marcel Pinas zich met zijn werk juist sterk voor maakt. Educatie, werkgelegenheid, cultuurbewustzijn en ontwikkeling van traditionele gemeenschappen in het binnenland van Suriname: dat zijn de dingen waar Marcel Pinas naar streeft. De eerste stap naar de verwezenlijking van de Boipili-sieradenlijn was gezet, maar het project moest verder wel in Suriname vorm gaan krijgen.

Bondgenoot
De Boipili-sieraden, door Pinas ontworpen, worden momenteel vervaardigd in de juwelierszaak van Sunil Oemrawsingh. In deze juwelier vond Pinas, na lang zoeken, eindelijk de juiste bondgenoot. Want niet alleen voor het uitvoeren van de productie, maar ook voor het implementeren van het groter plan, kan Marcel rekenen op de steun van Oemrawsingh. Want net als alle andere kunstprojecten van Pinas zal de Boipili-sieradenlijn bijdragen aan zowel de maatschappelijke als de financiële ontwikkeling van het binnenland.

Geïnteresseerden uit de lokale gemeenschap van Moengo zullen door deze juwelier uit Paramaribo opgeleid worden in het vak. Ook mensen uit Brokopondo en Sipaliwini zullen hierna bij het project betrokken worden. In de toekomst wordt de Boipili-lijn van sieraden dan mede ontworpen, ontwikkeld en vervaardigd door goed opgeleide vaklieden van traditionele gemeenschappen in het binnenland van Suriname. Boipili is nu reeds, maar wordt dan nog meer de merknaam van prachtige, unieke sieraden geïnspireerd door de culturele rijkdom van Suriname. Een exclusieve collectie sieraden - waardevol op meer dan één vlak - die spreekt tot een breed publiek van zelfverzekerde mensen van waar dan ook, die bewust kiezen voor de fijne dingen van het leven.

De launch van Boipili, de exclusieve sieradenlijn van Marcel Pinas, heeft op zaterdag 28 januari plaatsgevonden in de Readytex Art Gallery. De sieraden expositie is voor het publiek te bezichtigen van maandag 30 januari tot en met 11 februari.

Foto's: Dave Edhard

Nieuw boek van Adjiedj Bakas

Paramaribo/Den Haag – De in Suriname geboren trendwatcher, Adjiedj Bakas, heeft vandaag zijn nieuwste boek gepresenteerd, getiteld: Het Einde van de Privacy. In het boek gaat hij uitgebreid in op de gevolgen van het toenemend internet gebruik en onze privacy.

Bakas schreef verschillende bestsellers over de toekomst, die onder andere in Nederland, de VS, China, Brazilië, Zweden en Engeland verschijnen. Hij werd 2009 uitgeroepen tot trendwatcher van het jaar en tot zwarte ondernemer van het jaar 2008.

Vakblad Management Team riep hem onlangs uit tot één van de vijfentwintig creatiefste Nederlanders en innovatieblad Sprout riep hem uit tot één van de vijftig invloedrijkste mensen, onder de 50 jaar.

Het NIMA, de branchevereniging van marketeers, heeft hem uitgeroepen tot de invloedrijkste trendwatcher, onder de marketeers en hij geldt als één van de veertig meest invloedrijke mediamensen.

[GFC Nieuws, 30 januari 2012]


Tingkeban: ‘Mooi onderdeel Javaanse cultuur’

door Charles Chang


Paramaribo - Met één beweging kapt hij de kokosnoot in tweeën. Een dukun bekijkt welke kant de snee is gevallen: “Het wordt een meisje!” Hoofd van de protocolaire en consulaire afdeling van de Indonesische ambassade, ibu Desita Kurniawan, is zeven maanden in verwachting.

Volgens de Javaanse traditie en cultuur is het dan tijd voor het houden van een tingkeban - in Suriname meer bekend als mitoni. Voor de Indonesische ambassade was het ‘een goede gelegenheid om dit mooi onderdeel binnen de Javaanse cultuur te laten zien’. Verschillende hoogwaardigheidsbekleders en diplomaten, onder wie first lady Ingrid Bouterse, waren zaterdag getuige van deze gebeurtenis die werd afgewisseld met culturele dansoptredens. In zowel Indonesië als Suriname vindt deze plechtigheid nog altijd plaats.


Als de kokosnoot gekapt is, wordt nauwkeurig bekeken aan welke kant de snee is gevallen om zo het geslacht van het ongeboren kind vast te stellen. (Foto: Claudio Barker)

Het getal zeven, dat een belangrijke rol speelt in de Javaanse cultuur, komt hierbij ook sterk naar voren. Van alles is er dan zeven: zeven verschillende aardvruchten, zeven verschillende gerechten, zeven verschillende snacks en zeven verschillende vruchten in de roedja. Ook het water waarmee de aanstaande moeder symbolisch wordt gewassen, komt uit zeven verschillende waterbronnen en wordt uitgevoerd door zes ouderen en de echtgenoot.

Het woord tingkeban komt van Niken Satingkeb die in de elfde eeuw als eerste vrouw de rituelen onderging. Javanen geloven dat in de zevende maand lichaam en ziel zich verenigen, maar dat de moeder en ongeboren baby nog niet sterk genoeg zijn en dat ze daarom om hulp en bescherming moeten vragen. De ceremonie is ook bedoeld voor het vragen van een goede en vlotte bevalling. Dat wordt gesymboliseerd door het knippen van de groene band om haar middel (symbolische navelstreng) en het ei en de kokosnoot die de echtgenoot langs haar batikjurk laat vallen. Het ongekookt ei barst op de grond, maar de jonge kokosnoot wordt opgevangen door een oudere. “Tradities en gewoonten zijn cultuuruitingen en staan los van religie”, legt de mc, Dyanti Legiman uit. Daarmee wil de ambassade aangeven voorstander te zijn van behoud van de eigen cultuur. Wanneer Desita gevoerd wordt door haar man, Deddy Kurniawan, duidt die symboliek aan dat hij voor het gezin zal zorgen. De laatste fase van de tingkeban is het zinnebeeldig kopen van de roedja (Javaanse fruitsalade).

Amin Abbas, een bekende figuur uit de Javaanse gemeenschap, verklaart dat alleen bij het eerste kind de mitoni wordt gedaan. “Medisch is een baby van zeven maanden al volwaardig, maar door de mitoni vragen we ook om zegen en geluk. Dit is een demo, in het echt is het veel levendiger - iedereen leeft dan mee!”

“Ik wist niet dat het er zo uitgebreid aan toe ging”, vertelt de jonge parlementariër, Revano Wongsoredjo. De enige mitoni die hij heeft meegemaakt, dateert uit zijn kinderjaren. In Suriname raakt deze traditie meer en meer op de achtergrond. Hoewel het kostbaar is, is er vanuit de jongeren minder interesse voor de cultuur. “Of ik het ook zal doen? Dat hangt ook af van mijn toekomstige vrouw, want in mijn familie kunnen we wel onderscheid maken tussen cultuur en religie”, zegt de oostbidder. “Cultuur bevat niet alleen kleding, eten en zang - het behelst veel meer. We moeten de achtergrond en de waarde van onze cultuur meer overgedragen en zichtbaar maken. Anders hebben de jongeren geen houvast. De mitoni is geen religieuze maar een culturele aangelegenheid.”.

[uit de Ware Tijd, 0/01/2012]

zondag 29 januari 2012

Driehoeksreis [8]

Het Curaçaosch Museum presenteert deze weken een overzicht van het grafisch werk van Bert Kienjet. Deze Leidse kunstenaar laat zich in zijn grafisch werk inspireren door de historische Driehoeksreis. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen.
Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de uiteenlopende banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen. Kienjets werk bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en.
Hierbij een voorproefje van de tentoonstelling van etsen, voorzien van korte onderschriften door Kienjet zelf. Door het groepsgewijs tonen van de portretten worden oude en nieuwe verhalen zichtbaar.
Links: Black Wim / portret van Wim als zwarte man, ets/aquatint, 15 x 10 cm; (rechts) Tirzo / portret van beeldend kunstenaar Tirzo Martha, ets/droge naald, 15 x 10 cm

Wim en Tirzo / Zwart/wit. “Dit is een negereiland, hoe je het ook bekijkt.” schreef Tip Marugg. Net als “Maar zouden niet alle moeilijkheden opgelost zijn als iedereen zich wit verfde? Je weet dan niet wie blank en wie zwart is. Waarom niet iedereen zwart?” Witte Wim uit Leiden is de meest pigmentloze man die ik ken. Wordt hij anders als ik hem zwart maak? Wordt zwarte Tirzo van Curaçao anders als ik hem zo wit mogelijk teken? [BK]

Pim de la Parra antwoordt Arlette Codfried

Bestelieve Arlette,

Dank voor je mailbericht, waardoor ik de website {www.schrijversgroep77.org} kon begluren en de twee artikelen van jouw hand kon lezen.

Opvallend is dat de titel van het tweede deel verschilt van die van het eerste.
De eerste titel “Suriname gaat ten onder aan domheid” is taalkundig veel pakkender dan de tweede: “Suriname gaat aan domheid ten onder.”

Je vrees dat Suriname aan domheid ten onder zal gaan geldt voor alle landen op aarde en dus voor de totale wereldbevolking. Het is ook geen verschijnsel dat zich voor het eerst in de menselijke geschiedenis voordoet; het bestaat al lang voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Vijfhonderd jaar geleden schreef Desiderius Erasmus er over in Lof der Zotheid. Domheid, in de zin van onwetendheid, is zelfs de meest kenmerkende eigenschap van onze soort, de human animal.

Een schrijver is iemand die een compleet beeld heeft verworven van de wereld van illusies waarin hij/zij leeft en van de mate waarin de zintuigen ons zelfbedrog veroorzaken. Dat doet hij/zij idealiter door kennis te nemen van schrijvers uit alle andere culturen. Wat tegenwoordig subliem mogelijk is, omdat vrijwel elke interessante roman of elk interessant essay - waar ook vandaan - al heel snel in het Engels is te lezen, en vaak genoeg ook in het Nederlands.

Zo’n schrijver wordt auteur wanneer er een kwantumsprong in Bewustzijn is volbracht: de overdreven aandacht voor de buitenwereld kantelt vanzelf en richt zich voor het eerst naar de binnenwereld.

De auteur wordt geboren wanneer de schrijver/schrijfster zoveel afstand van zichzelf (- zeg maar: van “zijn/haar” vermeende IK-identiteit & dus van zijn/haar Ego-structuur -) kan verwerkelijken, dat hij/zij opeens, zomaar & vanzelf. de zogenaamde subject-object-verwarring kan doorzien. En er de keuzeloze getuige van kan zijn, zonder enig willen... Dan is er pas sprake van een Kwantumsprong in Bewustzijn.

{{ Opmerkelijk is dat de Woordenlijst Nederlandse Taal, Het GROENE Boekje, dit woord “kwantumsprong” nog niet vermeldt. }}

Het meest pijnlijke vond ik tijdens het lezen dat “jij” nog steeds zo slordig omspringt met de taal waarin jij je toch het meeste uitdrukt: het Nederlands. Dat liet me denken aan een bekende uitspraak van Confucius: “If language is not correct, then what is said is not what is meant.” De tientallen taal-, schrijf- & stijlfouten in je twee artikelen doen mij als welwillende lezer - die jou notabene een warm hart toedraagt - erg veel pijn aan de ogen, zogezegd.

Daarmee ontkracht jij automatisch niet alleen je idealistische betoog, maar beschadig jij ook je eigen reputatie en betrouwbaarheid als schrijfster. Om maar niet te stellen dat ongecorrigeerde publicatie van deze twee artikelen op de website van een nationale SCHRIJVERSGROEP als “heel dom” kan worden beoordeeld...

Je geschrijf over “domheid” kaatst dus terug naar deze Surinaamse literaire vereniging; alsook naar jezelf, de Surinaamse schrijfster die niet eens de moeite neemt om haar teksten op deze letterkundige website te zuiveren van slordig taalgebruik...

Ook ontgaat het je kennelijk dat “jij” in je betoog zeer gedateerde, naieve romantische & idealistische motieven gebruikt ter staving van je vermeende inzichten in de “domheid” van alle Surinamers & van het land Suriname als natie.


Rechts: Desiderius Erasmus door Hans Holbein de Jonge

Laat me de moeite nemen om een passage te citeren uit een opmerkelijk essay van Connie Palmen, getiteld Het geluk van de eenzaamheid, ondertitel: Over de roman, verschenen in 2010 bij uitgeverij Athenaeum Polak & Van Gennep, waarmee ik hoop over te dragen dat jouw ideeën over literatuur, & wat literatuur behoort te zijn, op zijn minst zeer gedateerd zijn te noemen.

Ook talloze andere tekstcitaten zou ik kunnen benutten, van Engelse, Franse, Duitse, Spaanse, Portugese, Poolse, Amerikaanse, Argentijnse en zelfs Surinaamse {!} & Antilliaanse (roman)auteurs, essayisten & taalwetenschappers, maar ik blijf liever binnen onze gemeenschappelijke Nederlandse taalomgeving, puur vanwege het gemak.

Onderstaand citaat valt te lezen op een van de laatste pagina’s (113) van bovengenoemd essay van Connie Palmen: “Onderwijzers, leraren, wetenschappers, recensenten, professionele critici en politici hebben een andere taak dan de kunstenaar. De roman is geen opvoeder van kinderen, hij is geen historicus, docent of journalist en al helemaal geen dienstmaagd van een tijdelijk landsbestuur. Kunst is autonoom. Juist omdat de literatuur, in tegenstelling tot de lectuur, zich niet bekommert om haar effect en, omdat ze origineel is, er geen idee van heeft wie ze zal bereiken en hoe een publiek zal reageren op een roman, kan zij niet dienen. Voor het originele bestaat geen markt. De schrijver dient de literatuur, de literatuur dient niemand.”

Geachte Arlette, het is niet mijn oogmerk om jou als persoon te kwetsen met behulp van neo-postmoderne literatuurconcepten uit Europa. Met deze brief reageer ik spontaan op de van jou ontvangen link naar de website van Schrijversgroep 77, ter aanbeveling van het lezen van jouw stukjes over domheid.

Als jij kunt inzien hoe “dom” het is om je te bekommeren over de “domheid” van anderen - van mensen, dingen & verschijnselen in je buitenwereld - dan leg je tenminste een basis voor het onderzoek naar je “eigen” domheid.

En dan zal je wellicht kunnen ontdekken dat het jouw eigen domheid is, die “jij” op anderen - op de buitenwereld - hebt geprojecteerd. Wat we menen te zien/denken/voelen/zeggen/schrijven/zingen... dat zijn we zelf.

The thinker is the thought. De denker & de gedachte zijn een & hetzelfde fenomeen.

# Deze brief verzend ik zoals je kunt zien in cc aan de voorzitter van Schrijversgroep 77, Ismene Krishnadath.

# Ook zal ik op een later tijdstip afschrift hiervan sturen naar enkele bevriende Surinaamse schrijvers/schrijfsters & literatuur-kenners & -liefhebbers, van wie de meesten ook tot de Schrijversgroep 77 behoren.

Het is mijn vertrouwen je hiermee uiteindelijk een ultiem genoegen te doen, lievebeste Arlette Codfried.


Dank voor je aandacht,

Parra de la Pim Sr.Jr.

[28 januari 2012]



*****








Nicolaas Porter, The wisdom of Arlette Codfried