donderdag 24 april 2014

Bezoek aan Curaçao: gedichten

Andries van der Wal


fregatvogel
hoekig hangend in zijn vleugels
vlieger in handen van de wind
zet hij zijn accolade
tegen de lucht

ineens uitcirkelend
links en rechts
vorkt zijn staart ‘vrijheid!’
maar toch
zijn kop buigt
terug in de passaat

geen vluchten zonder wind
geen wind zonder vlucht ook

rusteloos zwart en wit
alles gaat in herhaling


zwemmend in de baai van Avila
langs de okergele en rode gebouwen
schiet over de bodem
de schaduw van herinnering mee

zoals de wind wrikt aan het blad van palm en banaan
dat zich nukkig buigt, terugbuigt,
buigt, terugbuigt
onder de hand van de passaat


over de wegen van de mentale atlas
blijken routes op andere schaal
zijstraten niet genoteerd
kruispunten genegeerd

richtingsgevoel brengt terecht

ik breng het eiland
opnieuw in kaart


in de tros van een dadelpalm
bouwen suikerdiefjes een nest
leggen belofte van broedsel af

niet het koesteren van gekonfijte herinneringen
maar verbinding maken met het eiland nu
is de reis

niet weer eens een andere tropische bestemming
met casino en strand
all-inclusive
maar in het zwart-wit van jaren her
kaders inkleuren



Kurá Hulanda *)

slavenhandel ketent het netvlies
ik drink de beker
die geschiedenis mij aan de lippen zet
ad fundum

leerlingen jagen op antwoorden bij vragen
naar het benedendek van een nagebouwd slavenschip
lees ik de waarschuwing steile trap
zou toen …?

later, aan de andere kant, in de Fortkerk,
bastion van macht en meesters,
zoekt tijdens de preek
een suikerdiefje
tussen de plavuizen

wat pik ik mee?

tegen die zoldering kaatsten eeuwen lang
leer en psalmen
werd de kanselbijbel gespeld
wij, naar Zijn beeld en gelijkenis

onderaan de trap
ongekend ontkend
wachtten zij

*) museum over slavernij in Willemstad, Curaçao

foto’s © Aart G. Broek/Carilexis

zaterdag 19 april 2014

Door lezen leer je het leven kennen!

Albina aan de Marowijnerivier

door Els Moor

Van 2 tot en met 4 april was het Kinderboekenfestival in Albina. Het was, net als de twee vorige in Nickerie en Paramaribo, weer een groot succes. Veel, veel scholen uit Albina en omstreken, zelfs helemaal van Stoelmanseiland, waren gekomen en de leerlingen genoten.

Het was héél goed dat het festival ook in Albina gehouden werd. Sinds het geweld en de vernielingen tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), is Albina - eens een mooi en rustig grensplaatsje aan de Marowijnerivier tegenover het Franse Saint Laurent - erg veranderd en niet in positieve zin. Met de wederopbouw werden de verschillen tussen arm en rijk, commercie en criminaliteit steeds groter. Albina is nu een druk plaatsje met veel chinese winkels, maar ook veel werklozen en kinderen en jongeren die niet naar school gaan. De criminaliteit is enorm gegroeid, waarbij drugsgebruik en illegale drugshandel een grote rol spelen. Liefde en zorg voor de eigen plaats heeft men verloren. Albina is een slordig dorp geworden met hopen vuil en afval op straat, op het strand bij de rivier en wat helemaal verschrikkelijk is, veel glasscherven op de bodem van de rivier. Een lekker bad nemen is gevaarlijk geworden! Albina heeft zijn aantrekkingskracht volledig verloren.
Albina

De vele schoolklassen, ook veel van het mulo, die in de ochtenduren het festival bezochten voor activiteiten waren over het algemeen wel positief. Het zijn de kinderen die het wél zullen redden, mede dankzij veel goede leerkrachten. Zij genoten, gingen zitten lezen in een stand met boeken en kochten ook boeken.

Tussen vijf en acht uur liepen de bezoekers rond, veel gezinnen, loslopende jongeren, maar ook geïnteresseerde volwassenen. Ze bezochten stands, deden mee aan activiteiten en konden de eerste en laatste avond de musical van Sandra Purperhart en Annelies den Boer (uit Albina) bezoeken, getiteld Marwina gaat naar school, die aansluit bij de problematiek van Albina van vuil in het dorp en niet naar school gaan. Marwina gaat uiteindelijk wel naar school... en bereikt heel veel! Veel kinderen werkten enthousiast mee, van klein tot groot, en dansten en zongen. De gespeelde dc, ditmaal van Marowijne, in wit pak, ontbrak weer niet!
Op een van de avonden, het was rustig, kwam een moeder van vier dochters een praatje maken in mijn stand, ‘Lees je wijs!’, waar veel Surinaamse kinder- en jeugdboeken liggen uitgestald. ’s Morgens komen er klassen en wordt met boeken gewerkt, ’s middags kunnen bezoekers ze bekijken of ze gaan zitten lezen.

Ravage na rellen in Albina


Met deze bezoekster raak ik in gesprek. Meteen al vertelt ze dat een van haar dochters meedoet aan de musical. Wat vindt ze van het Kinderboekenfestival? Is lezen belangrijk voor kinderen? Haar hoofd schiet omhoog bij deze vragen. ‘Ja, lezen is heel belangrijk. Je gaat het leven begrijpen en zo kun je meewerken aan de ontwikkeling van je dorp of stad. Je ziet verschillende kanten van de maatschappij. Hier in Albina is heel veel nodig om de criminaliteit te verminderen. Van buitenaf moeten jongeren kunnen leren hoe ze zich moeten gedragen. Ik vind het erg goed van al die mensen van het Kinderboekenfestival dat ze ons weghalen van de slechte kanten van het dorp.’ Deze vrouw maakte me een belangrijke doelstelling op een kernachtige manier duidelijk!
Hilli Arduin

De volgende ochtend, weer werkend met leerlingen en leerkrachten, veel van de muloschool ook, werd me bevestigd dat het lezen van en het samen praten over boeken en verhalen een sterk middel tot bewustwording is. In een nog in ontwikkeling verkerend land als Suriname is dit van groot belang. Door over situaties te lezen en erover na te denken of met elkaar erover te praten, leer je je eigen situatie beter kennen. Als een boek of verhaal je echt boeit, kom je erop terug. Wat me op geen enkel Kinderboekenfestival overkwam, noch in de stad, noch in andere districten, gebeurde hier: kinderen, jongeren en leerkrachten kwamen ‘s middags terug om in de stand, rustig op een stoel zittend, boeken te lezen. Enkele kinderen kwamen iedere middag. Zelfs een paar jongens! Ze lazen eenvoudige, herkenbare boekjes, zoals de Amaisa-serie. Een meisje las alle vijf Amaisa-boekjes op één avond. Ook het prachtig uitgevoerde boek van Hilly Arduin, Aboikoni, ging door veel handen en werd gelezen.

Kinderen bezoeken het kinderboekenfestival Albina

Heel jammer is het dat de scholen, ook in de dorpen, over het algemeen geen of weinig Surinaamse kinder- en jeugdboeken hebben. Geen schoolbieb hebben ze, of een met Nederlandse boeken die de kinderen nog niet begrijpen. Zelfs het prachtige boek van Ismene Krishnadath, Seriba in de schelp, dat nota bene op Galibi speelt, kennen ze niet. Ook Okorié en Agambé, over een jongen uit een inheems dorp en een uit een marrondorp ontbreekt. En indiaanse verhalen, boeken waarin ze al vastgelegd zijn, hebben ze niet en veel vooral Kalinha-verhalen zijn nog niet uitgegeven.
Daar moet gauw verandering in komen! Alle Surinaamse kinderen moeten hun eigen boeken kunnen lezen!

Massagesalons en seksindustrie in vizier Belastingdienst

Paramaribo - De Belastingdienst heeft de gehele seksindustrie met haar vele massagesalons in het vizier. Dit wordt vernomen van de directeur der Belastingen Cornelis (Tony) Van Dijk. Er wordt reeds opgetreden, beklemtoont van Dijk. De Belastingdienst heeft geen moreel oordeel over de activiteiten die plaatsvinden en of zaken al dan niet legaal geschieden, maar kijkt alleen of ...

er inkomen wordt genoten. Voorts gaan velen er van uit dat pas als er winst wordt gemaakt, men zich moet wenden tot de Belastingdienst, hetgeen onjuist is. Zodra inkomsten worden gegenereerd, dient men alle verdiensten op te geven.

"Voor de Belastingdienst is het niet van belang of iets legaal dan wel illegaal is. Zolang op het grondgebied van Suriname inkomen wordt genoten, koppelt de wet daaraan de verplichting tot het betalen van belasting", benadrukt Van Dijk, die er op wijst dat het 't prerogatief van het Ministerie van Justitie en Politie is om te onderzoeken of iemand legaal is of al dan niet rechtmatig activiteiten ontplooit.
 
Dit protserige bordeel verrees onlangs in Paramaribo. Foto © Hijn Bijnen
In de massagesalons is er niet zelden sprake van kwesties zoals mensenhandel en minderjarigen die al dan niet onder dwang als prostituee worden ingezet. Voorts zijn er vele illegale Brazilianen in Suriname werkzaam in de seksindustrie en in de goudmijnen. Van Dijk bevestigt dat er ongetwijfeld veel meer Brazilianen in Suriname zijn dan het officiële aantal van iets meer dan vijfduizend dat het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft geregistreerd.

Braziliaansen van nachtclub Diamond in een carnavalsoptocht.


Dit baseert hij op zijn eigen inschattingen die hij heeft gemaakt tijdens de operaties die de Belastingdienst onlangs in het achterland heeft uitgevoerd. Hij onderstreept echter dat het werkelijke aantal illegale en legale Brazilianen voor zijn dienst niet relevant is. "Justitie kijkt naar de rechtmatigheid, of de persoon of iemand legaal is, maar voor de Belastingdienst is dat niet van belang", onderstreept de topman van de Belastingdienst.
 
Dames van plezier in een Paramaribose club. Foto © Hijn Bijnen
Zijn dienst houdt zich puur met het vraagstuk bezig of er inkomsten worden gegenereerd. Dit is eveneens het geval bij de eigenaren van de skalians. De vraag of de werknemers die op de skalians in de Marowijnerivier al dan niet illegaal bezig zijn, is voor de Belastingdienst niet interessant. Van belang is dat de skalianhouders eindelijk over de brug komen en aan hun belastingverplichtingen voldoen. "En we zijn binnenkort terug in het gebied", verzekert Van Dijk.

[van nospang.com, vrijdag, 18 april 2014]


Avonturen met jeugdboeken

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo in Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard

Muloleerlingen en zesde klassers van Albina en omgeving beleefden avonturen op het Kinderboekenfestival. Er waren spannende spelen, uitdagende opdrachten, het ontcijferen van een geheimschrift bijvoorbeeld en avonturen met boeken. Enkele voorbeelden:

Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard gaat over de verzieking van het bos en de dieren doordat de goudzoekers met kwik werken. De dieren houden een krutu en eensgezind besluiten zij de goudzoekers weg te jagen. Dat gebeurt. De klas splitst in tweeën, de ene helft bestaat uit alle soorten dieren, de andere uit goudzoekers. En hoe de dieren die mannen verjagen en nog lang achter ze aan rennen - harde dierengeluiden makend - over het festivalterrein, dat zullen ook de bezoekers niet gauw vergeten.

En dan van Sherida Sabajo’s Okorié en Agambé, over twee jongens, een uit een inheems en een uit een marrondorp langs dezelfde rivier. Ze verdwalen toevallig op dezelfde dag in het bos en komen elkaar tegen. Hoe vinden ze hun dorpen terug? De telefoonboom brengt redding. Ze slaan er keihard op... het geluid klinkt door het bos, de vaders horen het en vinden hun zoon. Van twee kanten komen ze. Hoe die twee verdwaalde jongens slaan op die wortels... en hoe hard de klas dat laat klinken. Het geluid klinkt door het hele festival. En dan die blijdschap als de jongens gevonden worden! Spannend, beeldend en vooral herkenbaar voor kinderen uit het binnenland.

De vierde klas mulo van Albina luistert naar ‘Witte lelies’ uit de bundel Carrousel van Marylin Simons, voor oudere jongeren en volwassenen. Het is een zielig verhaal over twee jonge geliefden die hun kindje verliezen, dat niet aankunnen en niet meer kunnen communiceren. In een prachtige stijl geschreven. ‘Ronny had me nog nooit geschijnd’... zo begint het verhaal en bij die eerste zin gaan alle hoofden omhoog! Na afloop zegt een jongen dat hij het verhaal niet mooi vindt, omdat het zielig is. Dan volgt een gesprek over het leven, dat toch ook vaak zielig is. Waaraan de juf actief en gedreven deelneemt. Kalm gaan de leerlingen weg na afloop. Op hun gezichten staan emoties te lezen.

Tot slot: in een van de boeken van Cobi Pengel, Wolkje en de groenhartboom is een deel van de thematiek hoe mensen hun bewoonde wereld vervuilen en hoe een groenhartboom daaronder lijdt. Aan het eind trekken alle groenhartbomen hun wortels uit de grond en vliegen naar hun familie in het binnenland. Daar houden ze een krutu: hoe pakken we die smerige mensen aan. Twee meisjes mogen meevliegen op de takken van de groenhart, maar ze verstaan de bomen niet. Het zal niet lekker zijn wat de bomen van plan zijn met de mensen. Een zesde klas uit Albina volgt het verhaal. Ze knikken, en knikken... ‘Willen jullie ook een krutu houden?’ vraagt juf. ‘Ja, en we willen ons dorp schoonmaken.’ En dat wordt afgesproken: in de afgelopen week al zijn de leerlingen de straat opgegaan met materiaal om het vuil van de straten te verwijderen... vooral bij bomen, ook een groenhart?
Zo zie je dat boeken aanzet kunnen geven tot emoties en ook tot daden. Je herkent het leven, je denkt erover na en wie weet... verandert er iets ten goede!


vrijdag 18 april 2014

Gabriel García Márquez (87) overleden

Gabriel García Márquez afgelopen maart. Foto © AP.

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, bekend van zijn boeken Honderd jaar eenzaamheid en Liefde in tijden van cholera, is gisteren, 17 april 2014, overleden in Mexico. Dit heeft de Spaanse krant El País gemeld op zijn website. De winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur is 87 jaar geworden.

García Márquez werd begin deze maand in het ziekenhuis in Mexico opgenomen met een long- en urinebuisinfectie. Hij werd vorige week uit het ziekenhuis ontslagen, maar zijn gezondheid bleef broos. De Mexicaanse regering heeft zijn dood inmiddels bevestigd.

De bejaarde woonde al meer dan dertig jaar in Mexico en is de laatste jaren slechts zelden in het openbaar verschenen. García Márquez had de ziekte van Alzheimer.

García Márquez wordt door velen als de beste Spaanstalige schrijver sinds Miguel de Cervantes beschouwd. Honderd jaar eenzaamheid is in meer dan 25 talen vertaald en ging meer dan vijftig miljoen keer over de toonbank. García Márquez won de Nobelprijs voor de Literatuur in 1982.

De auteur werd in 1927 in een klein Colombiaans dorp geboren als de oudste in een gezin van elf kinderen in de kuststreek van de Caraïbische zee - reden waarom hij zichzelf altijd zag als een Caraïbisch auteur. García Márquez groeide grotendeels op bij zijn grootouders. Zijn opa vertelde hem hoe hij vocht in de 1000-daagse oorlog, een Colombiaanse burgeroorlog rond de vorige eeuwwisseling, wat een grote inspiratiebron werd voor García Márquez' literatuur.

Fidel Castro
De schrijver was niet onomstreden. García Márquez was in zijn jonge jaren een bondgenoot van de Cubaanse dictator Fidel Castro en een held van de Latijns-Amerikaanse socialistische beweging. De auteur verliet zijn thuisland in 1981 nadat hij was beschuldigd van het financieel steunen van de guerrillabeweging M-19.

  • Gabriel García Márquez in 2009. Foto © EPA


García Márquez bekritiseerde de Verenigde Staten voor hun gewelddadige interventies in Vietnam, Chili en vele andere landen. Hem werd jaren de toegang tot de VS geweigerd, maar de schrijver rekende de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton wel tot zijn persoonlijke vrienden. García Márquez nam het voor de president op ten tijde van Clintons omstreden affaire met Monica Lewinsky.

García Márquez laat zijn vrouw Mercedes Barcha en de zonen Rodrigo en Gonzalo na.

 [naar de Volkskrant en de Ware Tijd, 17/04/14, 22:06  − bron: ANP, AP]


Frank Martinus Arion in vier facetten

door Wim Rutgers
  
Woensdag 9 april werd in Cas di Cultura op Aruba de documentaire van Cindy Kersseborn over Frank Martinus Arions leven en werk gepresenteerd. Bij die gelegenheid sprak Wim Rutgers over Frank Martinus Arion in vier facetten. Hierbij volgt de integrale gesproken tekst.

Over Dubbelspel heeft Frank Martinus Arion ooit beweerd: “In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Frank Martinus Arion is een veelzijdig auteur, die in de loop der jaren een flink aantal literaire werken gepubliceerd heeft, waaronder diverse poëziebundels, een verhalenbundel, een essaybundel en een vijftal dikke romans, zoals Dubbelspel (1973), Afscheid van de koningin (1975), Nobele wilden (1979), De laatste vrijheid (1995) en De deserteurs (2006). Met elkaar meer dan zeventienhonderdvijftig  bladzijden proza.

Maar hij is toch vooral de auteur van één boek gebleven, het romandebuut Dubbelspel, waarvan er meer dan honderdduizend en vervolgens dankzij de eerste bibliotheekactie ‘Nederland leest’ van 2006 in totaal bij elkaar een kleine miljoen exemplaren over de toonbank zijn gegaan.
Ik heb me dat proberen voor te stellen, hoeveel dat is: als ik de boeken naast elkaar in de boekenkast zet: een rij van 25 kilometer, van hier tot San Nicolas  [afhankelijk van de wijze van uitgeven [paperback of pocketbook]. En dan heb ik hierbij de vertalingen nog niet meegerekend! In het Duits, Engels en Deens. En dan tenslotte ook  in het Papiamentu - het werd dan ook tijd.


Ik zal niet zozeer ingaan op de roman Dubbelspel die zich afspeelt op een derde zondag in november in 1969 of in het begin van de jaren zeventig, maar wat opmerkingen rond  het werk van Frank maken, die ik wil verdelen in vieren:
Taal en klasse;
Taal en structuur;
Taal en publiek;
Taal en cultuur,
waarna ik tot een afsluiting kom. Mooi in vijf delen, evenals de roman Dubbelspel zelf.

Taal en klasse
Hiervoor biedt het meest recente boek van Frank, de essaybundel Intimiteiten van het schrijven (2009) handige aanwijzingen, omdat hij daarin over taal en literatuur schrijft.

“Het is met de literatuur gesteld als met alle andere domeinen van het leven: ze is gebonden aan sekse, ras, klasse, godsdienst en natie.” Het is in de literatuur natuurlijk vooral de vraag wat je met deze categorieën doet.

In die recente bundel Intimiteiten van het schrijven gaat Frank uitgebreid in een tot artikel bewerkt openbaar college ‘Literatuur als vermakelijk onderzoek’ in op ‘de geboorte van Dubbelspel’.

Frank zegt dat het zijn ‘voornemen was om een sociaal psychologische dwarsdoorsnede te tekenen van de gemeenschap Curaçao waar een progressief politiek handelen aan geknoopt zou kunnen worden…’ (Intimiteiten 2009: 108)

Taal en structuur
“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ”

"Wakota"
Dubbelspel is in zijn vorm klassiek met de vijf bedrijven: De morgen en de ochtend; De middag en de schemering; De schemering; Naspelen. Deze vijf klassieke bedrijven kennen een eenheid van tijd (die derde zondag in november), plaats (in en rond Wakota) en handeling (het dominospel). Bovendien lijkt het nog mogelijk om verteltijd (de tijd die je nodig hebt om te lezen) en de vertelde tijd (de tijd die zich in het verhaalheden afspeelt) te laten samenvallen, als je ’s zondags ‘s morgens het boek openslaat en het aldoor door lezend in de schemering tot de laatste bladzijde gebracht hebt. Dat is het bekende voor de geoefende lezer: ik hanteer bekende middelen…
Maar waar de traditionele klassieke uiteindelijk held stervend en snevend ten onder gaat, zien we hier niet minder dan zes hoofdpersonen en een positieve boodschap aan het slot: het  nieuwe inzicht …

Frank gaat in zijn roman een driedubbel spel met de lezer aan:
Psychologisch in de tekening van de zes hoofdpersonen op een cruciaal moment in hun leven
Sociaal met zijn dwarsdoorsnede van het eiland Curaçao, zijn mensen en hun ideeënwereld
Politiek met een dubbele boodschap meer van het eiland te houden en het met eigen middelen op te bouwen.
Dat hij dat laatste wil door middel van het maken van wabitafels waarvoor hij het eiland zal moeten kaalkappen, schrijven we dan maar toe aan een dichterlijke visie en vrijheid.
Met zijn fel protest tegen de op het eiland economisch dominerende vreemdelingen in het algemeen en de Nederlandse kolonisators in het bijzonder, past Dubbelspel in de tijdgeest rond de dertigste mei 1969.

Balanceeract met het publiek
Taal en publiek
Wie in het Papiamento schrijft, publiceert voor een eigen publiek. Maar wie in het Nederlands publiceert, krijgt met een dubbelpu­bliek te maken, namelijk de Nederlands­talige (en in merendeel Europese) lezer voor wie het Nederlands eigen is maar de in deze taal beschreven Caribische cultuur min of meer of geheel vreemd én de eigen Caribische lezer die leest over de eigen culturele realiteit in de 'vreemde' Neder­landse taal.

Taal en cultuur
Frank schreef poëzie in het Papiamentu en Nederlands en gebruikt voor zijn proza de Nederlandse taal. Iemand die uitsluitend het werk dat in één taal geschreven is, met uitsluiting van de andere taal, in ogenschouw neemt, krijgt niet meer dan een onvolledig beeld. Frank: twee talen, een persoon, een oeuvre. Dat brengt ons tot een volgend – laatste - punt: de Antilliaanse literatuur is in haar algemeenheid – evenals de Caribische en de Europese – multilinguaal maar desondanks geeft ze uitdrukking aan een gezamenlijke cultuur: de Antilliaanse, de Caribische, de Europese cultuur.

Omslag van de Duitse vertaling
Dobbeltes Spiel

In een studie over het ‘tragische levensgevoel bij Cola Debrot’ onderzocht Frank Martinus de relatie tussen de in het Nederlands schrijvende Debrot en de Spaanstalige Unamuno, die elkaar in het existentialisme ontmoeten – niet een negatief existentialisme maar een existentialisme waarin illucidatie mogelijk blijkt. Ik citeer Debrot via Frank: “Wij moeten wel een duidelijk onderscheid maken tussen de Europese en Antilliaanse existentialisten. De Europeanen leggen het accent op het echec, de Antillianen (…) zijn er zich van bewust dat de mens in een precaire situatie verkeert maar zij beseffen eveneens dat een mogelijkheid van illucidatie steeds aanwezig is. (…) Het tragische levensgevoel bij Unamuno en bij Debrot is dus niet pessimistisch, maar vol hoop en strijdvaardigheid, vol vitaliteit.” (Intimiteiten 91; 99) Aldus Debrot, aldus Frank Martinus Arion, aldus Dubbelspel met zijn positieve einde.

“In het zo schrijven als ik doe zit een strategie; ik hanteer bekende middelen en kom zo rustig bij de burger binnen om hem dan te bombarderen met nieuwe inzichten… ” (HP 29 juni 1974)

Literatuur is vervreemdend en vernieuwend: literatuur vervreemdt van het vertrouwde en maakt vertrouwd met het vreemde. De verrassende conclusie van Frank op dat Debrot symposium van 1986 [De eenheid van het kristal (1988)] was dan ook – sprekend over Debrots tragische levensgevoel en vergelijkend met Unamuno: “Debrot stelde voor de Antilliaanse literatuur in te delen in drie scholen: de Spaanse, de Nederlandse en de Papiamentse. Hoe merkwaardig dat hij die was voorbestemd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse school beschouwd te worden, moet worden gezien als de grootste vertegenwoordiger van de Spaanse school.”

Ik kom tot een afsluiting
Debrot publiceerde zijn in 1949 geschreven toneelstuk Bokaal aan de lippen in 1951. De door May Henriquez en Jules de Palm gemaakte vertalende bewerking ervan zag het licht in de jaren zeventig onder de titel ‘Kelki na boka’.

In een nabeschouwing constateerde Debrot toen dat de oorspronkelijke tekst een ‘disharmonie toonde van taal en mentaliteit’ en dat de vertaling van May Henriquez ‘in feite de oorspronkelijke tekst bleek te zijn’ (VW 7: 287-288) Ik citeer Debrot: “Het spel was herboren. Het was tot leven gewekt. Het vertoonde een eenheid van taal en mentaliteit. Het had een eigen bestaan verworven.”  Het werd op 30 mei 1975 door Thalia voor het eerst opgevoerd in het goede oude Centro Pro Arte.

Tot slot: Ik ga niet mee met de gedachte van enige mogelijke disharmonie tussen taal en mentaliteit in net Nederlandstalige Dubbelspel maar wens Changá in het Papiaments zeker het tweede deel van Debrots observering – de eenheid van taal en mentaliteit – in de vertaling van Lucille Berry-Haseth toe: met de vertaling van Dubbelspel  - Changá  “a yega kas”!

woensdag 16 april 2014

Cola Debrotprijs voor Lucille Berry-Haseth

Lucille Berry-Haseth op de Amsterdamse presentatie van de biografie van Pierre Lauffer.
Foto © Michiel van Kempen
Afgelopen zondag is bekendgeworden dat de Cola Debrot-prijs 2014 is toegekend aan dichter, vertaalster en Papiamentu-activiste Lucille Berry-Haseth.

Lucille Berry-Haseth (Curaçao, 1937) voelde zich al op jonge leeftijd aangetrokken tot taal en cultuur. Deze belangstelling loopt als een rode draad door haar hele carrière. Ze zag het altijd als haar bijzondere taak een enthousiaste ambassadrice te zijn van de ‘Défense et Illustration’ van haar moedertaal, het Papiaments. In 1990 publiceerde zij de dichtbundel Resonansia (Resonantie). Hieruit zijn verschillende gedichten opgenomen in het standaardwerk over de Antilliaanse letterkunde Pa saka kara, dat in het Nederlands is verschenen onder de titel De kleur van mijn eiland.

Zij heeft als vertaalster en redactrice een grote bijdrage aan beide werken geleverd. In 2010 verscheen So ku palabra (Alleen met woorden), een dichterlijke, melancholieke meditatie over haar leven, haar werk en de mensen die zij heeft gekend en liefgehad. Door haar vertalingen van literaire werken (o.a. Dubbelspel van Frank Martinus Arion in 2011), eerdere publicaties en het organiseren en deelnemen aan talrijke literaire evenementen, heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en het bevorderen van het correcte gebruik van de Papiamentse taal. Kort geleden droeg zij ook bij aan de literaire wandelgids Dushi Willemstad.

Vorig jaar kreeg zij van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI) op 21 februari, de Internationale Dag van de Moedertaal, een plakkaat (plaka di mérito) als erkenning van haar veelzijdige werk ten behoeve van de promotie van haar moedertaal Papiamentu. Voor haar hele activiteit heeft zij nu de Cola Debrotprijs gekregen. De prijs wordt in mei uitgereikt.

dinsdag 15 april 2014

Juryrapport Miep Diekmann Thesisprijs 2014

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014
Juryleden Miep Diekmann Thesisprijs: Jant van der Weg, Coosje van der Pol en Sanne Parlevliet

Jant van der Weg-Laverman, jurylid, leest het juryrapport  
Eigenlijk is het vreemd dat er niet eerder een prijs werd vernoemd naar Miep Diekmann. Een prijs voor grensoverschrijdende jeugdliteratuur bijvoorbeeld, voor jeugdliteraire kritiek of voor vertalingen. Een prijs voor het behartigen van schrijversbelangen, of voor de promotie van het goede kinderboek. Op alle fronten van de jeugdliteratuur zijn wij schatplichtig aan de inzet van deze auteur. Niet voor niets wordt Miep Diekmann, samen met Annie M.G. Schmidt en An Rutgers van der Loeff, ook wel de ‘moeder’ van de naoorlogse jeugdliteratuur genoemd. Wie een prijs wint met deze naam tooit zich met een jeugdliteraire guirlande die verwachtingen wekt.

 De eer ging naar het jeugdliteraire onderzoek. Want naast al haar andere activiteiten was Miep Diekmann een van de eersten die zich, al in de jaren zestig, beijverde voor wetenschappelijke aandacht voor het kinder- en jeugdboek. Toen al pleitte zij voor een leerstoel kinder- en jeugdliteratuur. Ook kinderboeken moesten bestudeerd worden op de universiteit, vond zij. Alleen zo konden bijvoorbeeld critici opgeleid worden om op een gefundeerde en professionele manier jeugdliteratuur te bespreken.

De masterthesissen die werden ingestuurd voor de prijs laten zien dat het pleidooi van Miep Diekmann nog altijd zijn vruchten afwerpt. Acht literatuurtheoretische en -historische scripties van zes verschillende universiteiten in Nederland en Vlaanderen dongen mee. Jeugdboeken over de Tweede Wereldoorlog werden geanalyseerd op de beeldvorming rond collaboratie en verzet, sprookjesfiguren op leeftijd werden in een typologie geplaatst en de plaats van aandacht voor kinderliteratuur in Vlaanderen werd bepaald. Er is ecokritisch gepionierd in Vlaamse initiatieromans en er is een generatie Assepoesters onderzocht. Onderzocht is hoe dubbeltalenten hun identiteit en verleden vormgeven in autobiografische prentenboeken en hoe jonge vertellers en focalisatoren de discrepantie tussen het zien en het begrijpen van traumatische gebeurtenissen verbeelden. Bovendien is, heel toepasselijk, de betekenis van Miep Diekmann voor de jeugdliteratuur uiteengezet in een heuse biografie.

Miep Diekmann feliciteert de winnaars van de naar haar vernoemde prijs.
De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar voor elke thesis geldt dat deze gedegen is opgezet en uitgewerkt. Alle thesissen zijn bovendien opvallend goed geschreven. We hopen dan ook van harte dat de schrijvers hun pen willen blijven inzetten voor de jeugdliteratuur.
Drie thesissen sprongen eruit. Alle drie onderscheiden ze zich door de diepgaande en creatieve analyse. Aan twee thesissen mogen we namens IBBY-Nederland een eervolle vermelding uitdelen (en daaraan verbonden een geldbedrag van 250 euro). Eén thesis krijgt de prijs (en daarmee ook nog 750 euro).

Miriam van den Nieuwenhof, Kyra Fastenau en Marloes Schrijvers
Graag geven we de eerste eervolle vermelding aan Kussen en koel water. Initiatieromans en ecocriticism van Miriam van den Nieuwenhof van de Universiteit Tilburg. Niet eerder werden Vlaamse initiatieromans vanuit een ecokritisch perspectief bekeken. Miriam van den Nieuwenhof laat mooi zien hoe in vijf jeugdromans van Marita de Sterck natuur en volwassen worden met elkaar verbonden zijn. Ze heeft een heldere schrijfstijl en bouwt haar thesis goed op. Vernieuwend vonden wij hoe zij de stedelijke omgeving in haar analyse betrekt en daarmee de definitie van ecocriticism oprekt. 

De tweede eervolle vermelding gaat naar Kyra Fastenau van de Universiteit Leiden voor haar thesis Traumatic events seen through innocent eyes. Juvenile focalisators and narrators in adult literature. Kyra Fastenau onderzocht vier romans met een kind als focalisator en verbond daarbij de narratieve theorie van Mieke Bal met Ernst van Alphens trauma theorie. Bijzonder aan deze thesis is dat zij geen kant-en-klaar model toepaste, maar op basis van bestaande modellen, begrippen en theorieën haar eigen model ontwierp. Haar heldere analyse laat zien hoe het perspectief van een kind een defamiliarizerend effect kan hebben op een volwassen lezer en daarmee het schokeffect van een traumatische gebeurtenis kan bewerkstelligen.

Miep Diekmann
De Miep Diekmann Thesisprijs 2014 gaat naar Life writing through text and image in children’s literature. A multimodal analysis of authenticity and dual address in autobiographical picture books van Marloes Schrijvers van de Universiteit Tilburg. Marloes Schrijvers onderzocht vier autobiografische prentenboeken en laat zien hoe de wisselwerking tussen tekst en beeld in deze prentenboeken wordt ingezet om het verleden en het ‘zelf’ van de auteur te construeren. Zij schroomt niet kritisch ‘in gesprek’ te gaan met andere onderzoekers en bestaande theorieën en op basis hiervan een nieuwe, eigen definitie van het concept authenticiteit te ontwikkelen. Overtuigend zet zij uiteen dat  het autobiografische prentenboek als een apart genre binnen life writing beschouwd zou kunnen worden. Marloes Schrijvers bewerkstelligt hiermee op bewonderenswaardig goed beargumenteerde wijze een uitbreiding van een genre dat momenteel sterk in de belangstelling staat, en levert hierbij ook meteen een analyse-instrument. Haar thesis laat volgens ons het beste de volwaardigheid van de jeugdliteratuur als wetenschappelijk onderzoeksobject zien. En dat is immers waar het Miep Diekmann al een halve eeuw geleden om te doen was.

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014; IBBY = International Board on Books for Young People.
foto’s © Matthijs Kamphoff


zondag 13 april 2014

Ashetu in Indië

door Klaas de Groot


Onlangs verscheen bij uitgeverij Rubinstein in Amsterdam  een forse en mooi uitgevoerde bloemlezing: Album van de Indische poëzie. De samenstellers Bert Paasman en Peter van Zonneveld hebben daarin heel wat ‘Oost-Indische’ liedjes en gedichten bij elkaar gebracht en verdeeld over tien rubrieken. Gelukkig is ook Nederlandstalig Indonesisch werk opgenomen. De makers van al deze  verzen komen uit diverse windstreken, dat spreekt vanzelf.

Één van de auteurs komt zelfs uit West-Indië. Cola Debrot is aanwezig met het sonnet ‘Indisch meisje’, dat is vermoedelijk uit 1936. Debrot zelf bundelde het nooit. Oversteegen nam het wel op in deel 2 van het Verzameld werk.

Indisch meisje

Het innig beeld van haar mij bijgebleven
heeft zich vermengd met laatre werklijkheden.
Tot mijn geluk. Want anders was mijn heden
zeer vaal, o, niet zo glinsterend doorweven.

Ik immers ben geland op vele reden
waar eerst de palmen uit de verte wuiven.
Men ziet daarna de grote stofwolk stuiven
tussen de mensen, wrang en ontevreden.

Zij was zo jong. Zij had zulk lieve handen.
Zij kwam uit Padang en sprak van Indië
met de verschrikte ogen van een hinde
alsof zij in het ver groen land belandde
waar zij steeds mij, ook ik steeds haar beminde…
Dit land is, wreed verwoest, niet meer te vinden.

De samenstellers van de bloemlezing hebben dit gedicht in de tiende rubriek ‘Waar is mijn lief Batavia gebleven?’ ondergebracht. Zij hadden het net zo goed in de zesde rubriek kunnen plaatsen. Die behelst het materiaal over ‘Liefde, erotiek en seks’. Oversteegen schrijft namelijk in het eerst deel van zijn biografie  over Debrot dat het gedicht is geënt op een Nijmeegse jeugdliefde. Het meisje moet Amy geheten hebben.

Het mooie van bloemlezingen is dat iedere lezer altijd nog wel iets weet dat er ‘gemakkelijk’ bij gekund had. Paasman en Van Zonneveld  vragen gelukkig  ook expliciet in hun ‘Woord vooraf’ om aanvullingen. Een passend gedicht lijkt mij ‘Baleh-baleh’ van Bernardo Ashetu, ook een West-Indisch dichter.  Een groot dichter, maar helaas: verborgenheid kleeft hem aan. Het vers staat in de bundel Yanacuna van 1962. Een bundel die onder redactie van Cola Debrot verscheen in de reeks Antilliaanse Cahiers.


Baleh-baleh

Och, dat ik rijk ware
dat ik water had
en land
en wolken,
dat ik rijk ware
en de macht had
om zon en duister,
bloed en adem
te zetten naar mijn wil –
Och, dat ik rijk ware
en het beter had
alleen maar om lang te rusten
om lang en zoet en lang
te rusten een baleh-baleh
met klamboe van rode zijde

Dit gedicht past niet alleen vanwege de titel in het Album, maar vooral ook omdat Ashetu werkt met een wending van Multatuli. In diens Max Havelaar staat de bekende parabel ‘De Japanse steenhouwer’ met daarin de volgende zinnen:
‘Hij zuchtte omdat zijn arbeid zwaar was, en hij riep: och dat ik rijk ware om te rusten op eene “baleh-baleh” met “klamboe” van roode zijde.
En er kwam een engel uit de hemel, die zeide: U zij gelijk gij gezegd hebt.
En hij was rijk. En hij rustte op eene baleh-baleh en de klamboe was van roode zijde’.
(Geciteerd naar de editie van Stuiveling, Amsterdam 1966 / 7, Van Oorschot).


De verbeelding van Ashetu zal misschien wel aangestoken zijn door één van zijn lievelingswoorden: rood. Maar is meer. De ik in het gedicht van Ashetu wil meer hebben dan de steenhouwer, voordat hij rust neemt. Opvallend is dat in het gedicht niet staat ‘rusten op een baleh-baleh’. Zoals Multatuli wel schrijft, en wat in de context past . Misschien zit daar het idee achter dat bij Ashetu de ik ook de rustplek wil zijn en de rust zelf, niet alleen de rustzoeker. Dus  alles wil. Waarmee Ashetu Multatuli naar zich toe haalt en hem gebruikt om de eigen stem te laten horen. Het geeft niet onder welke palmen, Surinaamse of Indische.

Astrid Deira eerste Surinaamse vrouwelijke Boeing 737-piloot

Kapitein Astrid Deira (links) bij de controle
 op de Cheddi Jagan International Airport.
Foto © Min. Public Works Guyana.
“Meisjes worden geen piloten, meisjes worden stewardessen. " Astrid Deira haalt zich deze woorden weer in herinnering. Het zijn de woorden van een van haar leraren toen zij zich als achtjarige presenteerde om piloot te worden. Deira is de eerste vrouwelijke Surinaamse piloot die de Boeing 737 van de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM) vliegt. Op 12 april, gisteren, heeft zij haar inaugurele vlucht als kapitein van de SLM-Boeing 737 vlucht 421 uitgevoerd naar de Cheddi Jagan International Airport.

Deira zegt dat ze door vastberadenheid en veel opofferingen haar droom heeft vervuld. Haar passie om naar de hemel te stijgen, is gevoed door haar vader die bij de SLM heeft gewerkt. Kapitein Deira is 27 jaar geleden bij de SLM begonnen als administratief medewerkster. In die periode heeft ze geld gespaard om haar vliegbrevet te halen. “Het kostte me vijf jaar om dit te bereiken,” zegt ze aan de Guyanese media.

Nadat ze een paar jaar haar vliegvaardigheden in eigen land had aangescherpt, richtte Deira haar blikken op grotere toestellen zoals de Airbus 340, waar ze co-piloot was. Ze heeft zich voorgenomen om er alles aan te doen om de luchtvaartmaatschappij te behouden na haar pensionering. Tot nog toe heeft zij aangename ervaringen met haar job. “...Het was in eerste instantie onhandig als vrouw. Het is een baan die je moet verdienen en je moet hard werken,” zegt de 45-jarige Deira.


In de 22 jaren die zij nu vliegt heeft zij twee Guyanese staatshoofden en tal van Surinaamse regeringsfunctionarissen gevlogen. Nu is zij ingedeeld op de route Suriname-Georgetown-Miami. Deira adviseert jongedames die in haar voetsporen willen treden: “Er zullen tegenslagen zijn, maar als je het echt wil, ga ervoor!”

[van Starnieuws, 13 april 2014]

Op de vleugels van de draak

China, het Nationaal Centrum voor de Uitvoerende Kunsten. Foto © Ray Wise

door Els Moor

De titel Op de vleugels van de draak van het nieuwe boek van de universele schrijfster van Vlaamse komaf Lieve Joris klinkt opwindend. Wie of wat is die draak? En wie vliegen mee op zijn vleugels? Al gauw wordt dat duidelijk. Het uit Europa overgekomen kapitalisme is de draak en op zijn vleugels vliegen China en Afrika een nieuwe toekomst binnen met veel onderlinge handel, welvaart en armoede, zakelijkheid, geweld en bedrog.

Lieve Joris is in 1953 in Vlaanderen geboren. Ze studeerde journalistiek in Nederland en werkte daar bij verschillende kranten. Reizen is haar grote onderwerp. In 1986 verscheen haar eerste boek, De golf. Daarna volgden er nog elf, allemaal over reizen in Afrika, Oost-Europa en de Arabische wereld. Op de vleugels van de draak uit 2013, waarin ook China een grote rol speelt is haar laatste. Het exemplaar uit 2014 dat wij hebben, is al de zesde druk! Dat zegt wel iets over het werk van deze vaak bekroonde schrijfster.

Het werk van Lieve Joris is voor Suriname uitermate interessant en vaak herkenbaar. In De hoogvlaktes uit 2008 bijvoorbeeld schrijft zij over het binnenland van Congo, waar de bewoners dagelijks grote afstanden lopen naar hun kostgronden, terug met veel hout en cassave op hun rug, omhoog en omlaag, door modder en moeilijk begaanbare bossen. Kent u het Surinaamse binnenland? Ook de invloed van het christelijke denken is er herkenbaar en de problemen om er het onderwijs draaiend te houden.
Lieve Joris

Lieve Joris schrijft journalistiek, maar haar werk heeft ook veel literaire kwaliteit. Ze heeft haar heel eigen manier van kijken naar situaties en mensen. Vaak is het voor haar anders wat ze ziet en beleeft, maar nergens heeft ze de afstand van een buitenlandse - vaak Europese - auteur die een ‘ontwikkelingsland’ bezoekt en alles zo goed weet en met arrogantie bekijkt.

In Op de vleugels van de draak vertelt Lieve Joris wat er gebeurt als volken die geen koloniale ervaringen samen hebben gehad (zoals bijvoorbeeld Suriname en Nederland wel) met elkaar aan de slag gaan, vooral op commercieel gebied. Na jarenlang door veel Afrikaanse landen gereisd te hebben, komt Lieve Joris aan het begin van dit boek in Dubai, op de grens van een Arabische republiek, richting China. In Dubai zijn veel Afrikanen die koopwaren uit China komen halen, om daar in hun eigen land winst mee te maken. Die waren worden in grote containers naar de verschillende landen gestuurd. Ook met die containers gebeurt veel, vooral als de Afrikaan de vracht eigenlijk niet kan betalen. Van daar gaat de schrijfster naar verschillende steden in China, waar ook veel Afrikanen wonen of komen handelen. Er zijn er nogal wat die gestudeerd hebben aan Chinese universiteiten en er daarna gebleven zijn om hun studievak uit te oefenen en daarnaast... handel te drijven. Er zijn ook veel Afrikanen tijdelijk in China, puur om producten te kopen voor de handel in hun land. Chinese waren zijn goedkoop! Afrikanen worden niet altijd menselijk behandeld in China, vooral als het om geld draait. Ook speelt racisme vaak een rol.

Etienne, een Afrikaanse kennis van Lieve Joris in China, zegt erover: ‘De Chinezen die ons zwarte duivels noemen, zijn onwetend. Ze gaan ervan uit dat alle Afrikanen in de brousse wonen. Over onze steden weten ze niets, ze hebben alleen films over de slavernij gezien. Sommige Chinezen vinden dat Afrikanen stinken, terwijl ze zichzelf in de winter maandenlang niet wassen. Dan ruikt het in de bus als in een schapenhok!’(pp. 59-60)

Veel steden van het kapitalistische China zijn modern, met veel dure huizen en zaken, druk verkeer, heel luxe wagens, en alle soorten restaurants met eten van verschillende streken in de wereld, uiteraard ook Afrikaans. Zo’n consumptiemaatschappij in steden, zo stellen wij ons het ‘communistische China’ niet voor, maar na Mao Zedong zijn er veel veranderingen gekomen, hoewel ook veel armoede op het platteland is blijven bestaan. Op een socialistische wijze met je geld omgaan, dat is er meestal niet bij! En de Afrikanen die goedkope goederen naar hun land willen sturen, ondervinden maar al te vaak veel dyugudyugu.

Lieve Joris legt makkelijk contact met mensen, overal waar ze komt. Ze wordt dan ook vaak thuis of in een restaurant uitgenodigd door degenen met wie ze kennis heeft gemaakt. Contacten zijn open en gemakkelijk en daardoor komt ze veel en op een eigen wijze, te weten van het land waar ze verblijft. Over het China van deze tijd waarover vanuit Europa maar mondjesmaat informatie komt. Het land blijft nog dat oude beeld houden van een communistische dictatuur. De meeste verhalen uit China komen uit de steden Guangzhou, Beijing, Shanghai en Jinhua. Wij lezers krijgen een goed beeld van hoe men in een andere samenleving zaken doet en wat de psychologische gevolgen zijn van ontmoetingen met andere culturen, zoals tussen China en Afrikaanse landen. Heel bijzonder aan dit boek is dat het nu eens niet gaat over de westerse wereld en hun relatie met de zogenaamde ‘derde wereld’, ‘ontwikkelingslanden’, maar dat het draait om ontmoetingen tussen Afrikanen en Aziaten. De westerse wereld blijft totaal op de achtergrond!


Tot slot een citaat: Lieve Joris reist in China per trein met studenten en docenten naar een conferentie. Li Baoping, die ook in Afrika geweest is en daar nare dingen meegemaakt heeft met een controleur in de trein, praat erover met Lieve Joris: ‘Wij hadden in China een filosoof die Confucius heette’, vervolgde Baoping tegen de controleur, hij zei: ‘Iedereen houdt van geld, maar laten we het op een eerlijke manier verdienen.’ Al die tijd zat zijn paspoort in het borstzakje van de controleur. Nu gaf die het hem terug en zei: ‘Scheer je weg.’ Baoping heeft zitten vertellen met een mengeling van plezier en afgrijzen. Nu lacht hij bevrijd. Confucius in een trein in Kameroen, denk ik, dat is eens wat anders dan de blijde boodschap van Christus of de leer van Mohammed. (p.146)

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak. Reizen tussen Afrika en China. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2013. Zesde druk 2014. ISBN 978-90-450-24 2461-5


zaterdag 12 april 2014

Belastingdienst Suriname neemt skalians in beslag


Een skalian woensdag op de Marowijnerivier. De Belastingdienst heeft woensdag en donderdag tijdens een actie een aantal van deze drijvende goudmijnbedrijven in beslaggenomen nadat de eigenaren niet konden voldoen aan hun betalingsverplichting. Vanwege de vele miljoenen dollars die hiermee gemoeid gaan, worden de belastingambtenaren en leden van de commissie Ordening Goudsector (OGS), uit veiligheidsoverwegingen tijdens de operatie begeleid door politietroepen.

[©Waterkant.Net/2014]