Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
dinsdag 20 mei 2014
Osopasi gepresenteerd
maandag 19 mei 2014
De dichter en het woord
| Buste van Trefossa op de hoek van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo. Foto © Michiel van Kempen |
| Shrinivási, april 2014 Foto © Michiel van Kempen |
| Saxofoniste Sanne Landvreugd speelt mee op de cd. Foto © Michiel van Kempen |
maandag 27 januari 2014
Trefossa en taal
![]() |
| Trefossa |
![]() |
| A.C.W. Staring |
![]() |
| ...want tiri kriki, farawe... Foto © Lex Ensing |
Srefidensi in de literatuur
![]() |
| Diversity is power |
maandag 24 juni 2013
Schrijversgroep '77 presenteert gedichtenbundel Fri
Hein Eersel zal op uitnodiging van de Schrijversgroep'77 zijn licht laten schijnen op de bundel. Er zullen tien gedichten uit deze bundel worden voorgedragen. Naast bekende dichters zoals Sombra en Alphons Levens hebben ook nieuwe dichters werk aangedragen, zoals Cobi Pengel, Rose-Marie Maître, Hermien Wimpell, Josta Vaseur, Judith Ruimwijk, John Verwey, Patricia Rotgans, Raoel Doelahasori en Jennifer Lawson.
![]() |
| Alphons Levens |
Op woensdag 26 juni 2013 zal de Schrijversgroep'77 de gedichtenbundel 'Fri' in Tori Oso aan de Frederik Derbystraat presenteren. Aanvangstijd: 20.00 uur.
zondag 24 februari 2013
Update Tori Oso avond 27 februari
![]() |
| Diana Lebacs bij de Curaçaose presentatie van Hecht en Sterk |
[Mededeling van Schrijversgroep '77]
woensdag 20 februari 2013
Verklarend Sranan woordenboek in de maak
![]() |
| Vermeer - Het melkmeisje. Rijksmuseum Amsterdam |
vrijdag 15 juni 2012
Hein Eersel-lezing
Op zaterdag 9 juni j.l. vierde Dr. Christiaan Hendrik (Hein) Eersel zijn 90ste verjaardag. Als eerbetoon aan Eersel, die zich als taalkundige op bijzondere wijze verdienstelijk heeft gemaakt zal een lezing worden gehouden op 15 juni in het auditorium van Self Reliance.
Er zullen diverse sprekers, die zich beroepsmatig en of functioneel bezig houden met taal en overdracht van taalkennis, aan het woord komen. Vanuit de eigen ervaring, deskundigheid en perspectief in de Surinaamse context, zullen korte beschouwingen worden gehouden. De hoofdspreker van de avond is Dr. Renata de Bies. Zij zal het hebben over het Sranantongo in sociolinguïstisch perspectief. De avond wordt opgeluisterd met voordrachten en muziek.
vrijdag 9 maart 2012
Surinaams-Nederlands, wakaman-taal of slecht Nederlands?
door Rolf van der Marck
Kort geleden heb ik hier verslag gedaan van een onderzoek naar de meest gesproken, meest gebruikte taal in Suriname, waaruit het Surinaams-Nederlands als duidelijke winnaar naar voren kwam. Alhoewel ik mij toen beperkt heb tot het doen van verslag, dat betekent niet dat ik geen kanttekeningen heb bij dit resultaat. Nu, enige tijd en twee ‘ervaringen’ later, voel ik mij toch genoodzaakt die sindsdien ‘verrijkte’ kanttekeningen naar buiten te brengen. De door mij genoemde ‘ervaringen’ zijn a) dat naar ik heb begrepen de enige tijd geleden ingestelde adviescommissie inzake de taal onder leiding van de Surinaamse ‘eminence grise’ Hein Eersel naar verwachting binnenkort een advies naar buiten zal brengen om het Surinaams-Nederlands tot Suriname’s officiële taal te maken, en b) dat ik vandaag op de ‘dag van de vrouw’ een tijd lang met gekromde tenen naar de verloedering van onze taal op de radio heb zitten luisteren.
Hein EerselAllereerst mijn kanttekeningen. Waar Renata de Bies, bouwdecaan van de Masteropleiding Nederlands van de subfaculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), aan de hand van onderzoek meende te kunnen aantonen dat het Surinaams-Nederlands (SN) steeds meer afstand neemt van het Algemeen Nederlands (AN) zijn daarbij een aantal vraagtekens te plaatsen. Het alles overheersende vraagteken is wel welk Nederlands De Bies nu eigenlijk doceert aan de AdeKus. Uit de strekking van haar stelling spreekt een grote preoccupatie met het Surinaams-Nederlands, ongetwijfeld gevoed door de door haar samengestelde woordenboeken, wat haar onderzoeksverslag zo ongeveer tot een zegetocht heeft gemaak. Met andere woorden, wordt er op masterniveau aan de AdeKUS wel voldoende onderscheid gemaakt tussen AN en SN?
Welk Nederlands wordt onderwezen op de AdeKUS?
De opvolgend meest belangrijke vraag is, welk onderscheid wordt er in die opleiding gemaakt tussen Surinaams-Nederlands en slecht Nederlands? De woordenboeken van De Bies vormen nog slechts een aanzet tot een beschrijving van het Surinaams-Nederlands, de status van het Surinaams-Nederlands als een autonome taal is alleen maar een uiterst officieuze, zo is er bijvoorbeeld nog helemaal geen onderzoek gedaan naar de verschillen op het gebied van stijl en grammatica. Er zal dus nog heel wat water door de Surinamerivier moeten vloeien alvorens het Surinaams-Nederlands een autonome taal genoemd kan worden. Bij gevolg wordt straffeloos beweerd dat er Surinaams-Nederlands wordt gesproken, terwijl het over een heel grote linie niet anders dan slecht Nederlands is.
Uitgaande van deze status quo is de wens om het Surinaams-Nederlands tot onze officiële taal te maken misschien wel begrijpelijk, maar wij moeten wel beseffen dat genoemde status quo het resultaat is van de in de laatste decennia te constateren verloedering van het onderwijs in Suriname, eerst en vooral de verloedering van het taalonderwijs. Dit blijkt uit een volledig gebrek aan taalbesef, gebrek aan notie wat afzonderlijke woorden betekenen en hoe ze te gebruiken om er iets mee tot uitdrukking te brengen en dat geldt zonder onderscheid vanaf de kleuterschool tot en met de universiteit. Als de universiteit zou selecteren op een goede beheersing van de Nederlandse taal, dan kon zij haar poorten maar beter sluiten.
![]() |
| Voeling met taal |
Door de kat of door de hond gebeten?
Tegen deze achtergrond is het niet eens meer de vraag of je door de kat of door de hond wordt gebeten, de allesoverheersende vraag is hoe de mensen weer taalbesef bij te brengen, om het even of het AN, SN of Engels is, want die keuze is arbitrair, of emotioneel om het anders te zeggen. En daar ligt mijns inziens dan ook de crux, welke taal ligt het dichtstbij voor de Surinamer van vandaag? Het lijdt volgens mij geen twijfel dat het Surinaams-Nederlands de emotionele keuze is, maar ook dat lost het probleem niet op, maar het zou wel een stap kunnen zijn in de goede richting. Het probleem is namelijk een pedagogisch probleem: op welke wijze kan de Surinamer weer voeling met taal worden bijgebracht? Daartoe moet eerst die keuze worden gemaakt en vervolgens moet ijlings worden gewerkt aan een standaard van het Surinaams-Nederlands, want anders is er überhaupt geen onderwijs mogelijk. Het is een verdomd complex probleem, nog complexer dan het probleem van de kip en het ei.
Wakaman-taal
Dan kom ik tot slot bij wat ik wakaman-taal wil noemen, stoer taalgebruik om interessant te klinken, met als pluspunt dat het het gebrek aan kennis van de taal maskeert en in tegendeel wordt geacht indruk te maken door het veelvuldig gebruik van Engelse termen. Zoals ik hierboven al zei, heb ik vandaag enige tijd naar de radio zitten luisteren, waar niet de minste onder de Surinaamse radio-omroepers, Steven van Frederikslust, commentaar gaf op het Hindoestaanse Holi-feest en de Dag van de Vrouw, die allebei vandaag worden gevierd. Daarbij is de Dag van de Vrouw aangegrepen voor een bewustwordingscampagne, de Pink Ribbon-campagne ter bestrijding van borstkanker. Bij het aanzetten van de radio moest ik beluisteren dat awareness noodzakelijk is, willen wij borstkanker bestrijden. Geen speld tussen te krijgen, behalve dan dat de gemiddelde Surinamer eerder zal begrijpen wat bewustwording is dan awareness. Maar daar gaat het dus helemaal niet meer om, het gaat erom om indruk te maken, niet om de boodschap zo goed mogelijk over te brengen. De rest van mijn luisterergernis zal ik u besparen, maar Van Frederikslust had in elke zin minstens drie Engelse woorden gevlochten, zonder dat ze tot een betere bewustwording bijdroegen.
Tien dagen geleden was ik aanwezig bij een door het Suriname Heritage Festival in samenwerking met de Kamer van Koophandel georganiseerde lezing met als titel: “De economische waarde van ons erfgoed”. De lezing met powerpointpresentatie werd gehouden door een Surinaamse landschapsarchitect die haar opleiding in Amerika had genoten, waar ze ook is afgestudeerd. Wellicht was dit mede de oorzaak van een overmatig gebruik van Engelse termen, maar los daarvan bevatte praktisch elke op het scherm weergegeven Nederlandse zin minstens één grove fout, heus niet alleen een verwisseling van ‘de’ en ‘het’. En natuurlijk ging het ook hier –in weerwil van de titel– niet om erfgoed, maar om heritage, en om awareness, niet om bewustwording.
De opvolgers van de ‘commissie-Eersel’ worden zodoende opgescheept met een hels karwei, namelijk om slecht Nederlands te beschrijven en definiëren, om er zodoende een autonome taal van te maken. Vrijwilligers vóór!
zaterdag 4 februari 2012
Lucia Nankoe in gesprek met Hein Eersel
Op donderdag 26 januari organiseerden de heren dr. Hein Eersel, mr. Carlo Jadnansing en dr. mr. Edwin Marshall een causerie over de Caribische literatuur. De gastspreker was Lucia Nankoe. Zij trad in dialoog met Hein Eersel en het publiek.
De dialoog begint met de vraag van Hein Eersel, taalkundige, aan Nankoe welke literatuur gerekend mag worden tot de Caribische literatuur. Nankoe laat duidelijk blijken dat zijn geen voorstander is om de Caribische literatuur in te delen vanuit een geografisch optiek. Deze kenner van de Caribische literatuur kiest evenmin voor een historische indeling.
Volgens Nankoe is de tijd aangebroken om naar stromingen te kijken, want achter deze stromingen gaan ook veel ideeën, gedachtes en verwachtingen schuil. “Er moet eerder gekeken worden wat er is geschreven en welke stromingen aanwezig zijn”, vindt deze literatuurwetenschapper. Heel duidelijk en met veel enthousiasme onderbouwt Nankoe haar mening. Zo vrij als een vis zich in het water voelt, zo vrij en boeiend vertelt Nankoe over de geschiedenis van de Caribische literatuur waarin de vele literaire stromingen aan de orde komen. Zij geeft veel voorbeelden van schrijvers die thuishoren bij de verschillende stromingen. Ook worden de thema’s bij elke stroming kort belicht.
De Négritude
Zij begint met de jaren zestig
en zeventig van de vorige eeuw waarin auteurs uit de verschillende Caribische eilanden toentertijd Afrika idealiseerden. Alles wat Caribisch Gebied was, was Afrika. Afrika was het moederland, Europa, Azië enz. telde niet mee. Frank Martinus Arion met zijn boek Stemmen uit Afrika is een duidelijk voorbeeld hiervan.
Er was een opkomst van auteurs die zich in een beweging, de Négritude, bundelden met name uit het Frans Caribische eiland Martinique. Deze Négritude-schrijvers stelden Afrika centraal in hun werken.
Gedurende de dialoog kwam Nankoe enkele keren terug op het thema Afrika. “Wat je ziet in de Caribische literatuur is aan het begin van de twintigste eeuw en zeker in Londen en met name Parijs dat er studenten uit de verschillende koloniën bijeenkomen.” Deze aanstaande ‘zwarte’
intellectuelen gaan op zoek naar hun verleden. Uit Martinique is bekend geworden Aimé Césaire (Martinique, 26 juni 1913-17 april 2008). Uit Frans-Guyana kwam Léon-Gontran Damas (28 maart 1912-januari 1978). Uit Afrika, Senegal, Léopold Sédar Senghor (9 oktober 190620 december 2001), die later ook nog president wordt. Zij richtten op de Négritude-beweging.
Deze beweging is volgens Nankoe heel erg belangrijk in de literaire geschiedenis van het Caribische Gebied. Er ontstaat zodoende een link tussen Frans-Guyana (Damas) en de rest van de Frans Caribische eilanden (o.a. Cesairé) en een link met Afrika via Senghor. Afrika werd geïdealiseerd, het moederland, maar dit was de eerste aanzet om het Caribische Gebied te herwinnen of te hervinden. Een belangrijke thema hierbij was het idealiseren van de zwarte vrouw. Alle zwarte personages in hun werken waren de mooiste vrouwen of zwarte godinnen. De gedichten van René André de Rooy (Paramaribo, 1917) staan bekend om de verheerlijking van de zwarte vrouw.
Négritude in Suriname: een voorbeeld
Met deze thematiek (Négritude) toonde ook de Surinaamse Eugène Rellum zich verwant aan dichters uit de négritude-beweging en dan met name met de van Cayenne afkomstige Léon Gontron Damas. Een van de bekendste gedichten over de Surinaamse neger zou ‘Negerschap’ worden:
Negerschap
is als bloeiende vanille
hoog in de bomen van het bos;
in wijde omtrek
laat de geur niemand los,
hij dwingt een ieder
om naar hem
omhoog te kijken
Antillanité
Langzamerhand verandert de ‘Back to Africa’-gedachte in de Antillianiteit (Antillanité) met als bekende schrijver Eduard Glissant (21 september 1928 3 februari 2011). Hij is de absolute grote denker die pleit voor het Antilliaan zijn. Daarom moet, volgens Nankoe, deze schrijver uit Martinique zeker op de leeslijst voorkomen van studenten. “Wij zijn niet meer Afrika, India, en China, wij zijn Antillianen! Daar schrijft Glissant over.”
In Suriname lijkt gedurende de jaren ‘60 en de eerste helft van de jaren ‘70 het merendeel van alle schrijvers - en zeker van alle dichters - er zich terdege rekenschap van gegeven te hebben dat hun inzet een ernstig en concreet realiseerbaar doel diende: de strijd voor de onafhankelijkheid van Suriname! De maatschappelijke betrokkenheid van auteurs was ook altijd groot, maar vanaf het einde van de jaren ‘60 zijn alle maatschappelijke ontwikkelingen praktisch van dag tot dag te volgen in vooral de poëzie. De auteurs identificeerden zich met hun land in de meest letterlijke zin. Eugène Rellum:
Sranan na mi,
mi na Sranan.
Suriname ben ik;
ja, ik ben Suriname.
In dit opzicht was de literatuur van Suriname helemaal in lijn met de massa van niet-westerse letteren.
Creolité
Vervolgens komt de nieuwe generatie van auteurs. Hun stroming wordt de la Creolité genoemd. Bekende auteurs zoals Patrick Chamoiseau (Martinique, 1953), Jean Bernabé (Martinique, 1942), Raphaël Confiant (Martinique, 1951). “Dat zijn drie wilde jongens die gigantische veel schrijven. Zij schrijven niet alleen gedichten en of romans. Zij gaan verder. Zij probeerden bepaalde gedachtengoed te verwoorden”, weet Nankoe dit op een humorvolle manier het publiek mee te delen.
In het Frans Caribische Gebied komen de auteurs op het punt dat de natuur belangrijk werd. Uit de andere taalgebieden zou er een raakvlak getrokken kunnen worden om te kijken welke auteur binnen deze stroming past, “want er zijn nog steeds mensen die leven vanuit de literaire ervaring met de Afrika-gedachte”’, eveneens met de ‘India-gedachte’”, volgens Nankoe.
“Dit betekent dus dat de we het Caribisch Gebied de indeling van letterkunde in talen zouden moeten loslaten, concludeert Eersel. “Een regio met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis die tot uitdrukking komt in minimaal vier talen: het Engels, het Spaans, het Nederlands en het Frans. Nankoe vult aan, dat tegenwoordig ook het Frans Creools een erkende taal is. Vooral Haïti schijnt hele goede schrijvers in deze taal voort te brengen.
Thema’s
De thema’s die vaak dan nog aan de orde komen zijn: het slavernijverleden, de koloniale geschiedenis, ras, kleur, exodus naar de metropool etc. Eersel geeft een mooi voorbeeld van de Cubaanse dichter Nicolás Guillén (Nicolás Cristóbal Guillén Batista, 10 juli 190216 juli 1989). In een van zijn mooiste gedichten ‘Balada de los dos abuelos’ probeert hij een duidelijke tegenstelling tussen blank en zwart op te lossen in het mulat zijn.
Ook de klassentegenstellingen komen aan de orde. De Surinaame Dobru heeft het over de bakadyari. Dobru doorbreekt het taboe door het naar buiten brengen van het leven op de bakadyari (achtererven) te beschrijven. Maar niet dit alleen, hij doorbreekt ook het taboe op winti en dat is zeker een groot verdienste van deze grote Surinaamse dichter geweest!
Nankoe vervolgt haar gesprek door te vertellen dat auteurs op gegeven moment naar de metropool (moederland) gaan: Parijs, Londen en Amsterdam. Zij geraken ver weg van de Caribische ervaring. De vraag is in hoeverre zijn deze auteurs nog Caribische auteurs. Als voorbeeld wordt de jonge schrijver Karin Amatmoekrim genoemd. Deze schrijfster is geboren in Suriname, maar is opgegroeid in Nederland. In hoeverre is zij nog een Surinaamse auteur? Want in sommige romans zijn deze auteurs weggeraakt van de Caribische context, want hun verhalen spelen dan ook in Europa af.
En als je verweg bent geraakt van de Caribische cultuur, ben je dan nog een Caribische auteur of een Nederlandse auteur?, werpt Nankoe deze vraag op aan de aanwezigen. Misschien een leuk onderwerp voor een volgende causerie! Nankoes babbeltje in Sukru Oso heeft ongetwijfeld zelfs de aanwezige leek in de Caribische literatuur op deze avond absoluut een interessant beeld over de Caribische literatuur gegeven!
[uit DWT, 28-01-2012]
Foto's: Carmen Lie (behalve die van de Arion, Cesaire en Rellum)
vrijdag 27 januari 2012
Donner gebelgd over Nankoe tijdens causerie
Op 26 januari organiseerden prominente cultuurkenners een causerie over Caribische Literatuur in Sukro Oso. Gast hierbij was drs Lucia Nankoe (foto rechts). Zij is een kenner van vooral de Franstalige Caraibische literuur en doceert deze thematiek in Nederland. Nankoe was in gesprek met Hein Eersel, taalkundige. Don Walther, die de causerie bezocht, ergerde zich over het feit dat Lucia Nankoe, geen Surinaamse boeken besprak en ook geen aanbevelingen wilde doen in deze richting. Het publiek kon zich in het algemeen hierin terugvinden. Inmiddels heeft Donner zijn ergernis verwoordt in een internetschrijven, waarbij hij Nankoe een ‘krabbenmentaliteit' verwijt. De stoom die Donner blaast, kan een indicatie zijn dat er in inderdaad in Suriname zelf meer discussie moet komen over de producties van Surinaamse schrijvers en hun positie in het literaire en maatschappelijke veld.[S'77 Info]
donderdag 5 januari 2012
Dobru-biografie gedoopt



vrijdag 16 december 2011
Rudi Spa leidt Sranan Akademiya
stichting heeft meegemaakt. Jarenlang stond ex-voorzitter Eddy van der Hilst er alleen voor om de organisatie te leiden.De Sranan Akademiya die in 1983 officieel werd opgericht, stond voor het bevorderen van het Sranantongo, maar richtte later ook haar aandacht op het gebied van cultuur en de ontwikkeling van de eigen taal bij andere bevolkingsgroepen. Grondgedachte van de stichting verdeelt ‘fositen edeman’ van Sranan Akademiya, Hein Eersel, in drie colleges: wetenschap, cultuur en verspreiding van kennis. De introductie van het nieuw bestuur vond afgelopen woensdag plaats in Tori Oso. ‘Puwema uma’ Celestine Raalte deed een serie voordrachten uit haar nieuwste bundel Sapatiya, ‘dron man’ Henk Sako gaf een hoogstaande apinti performance en Eddy van der Hilst las een ludiek verhaal voor, geschreven door Ané (André Doorson).
In het filmpje gemaakt door Tolin Alexander vertelde Hein Eersel over het begin van Sranan Akademiya, dat ook een tijdje werd geleid door wijlen Hugo Overman. Van der Hilst, die later erbij werd gehaald als linguïst, leidde de organisatie vanaf 1988 tot twee dagen geleden. In de jaren tachtig werd de televisiecursus Skrifi Sranantongo verzorgd, maar van een Surinaams woordenboek is het tot heden niet van gekomen. Wel was het bestuur onder Van der Hilst er al ver mee gevorderd toen zij werd geconfronteerd met de moeilijke periode van SAP. Meer dan één baan, vertrek naar Nederland en het pro Deo werk, waren de gevolgen dat alleen Van der Hilst en Robert Wijdenbosch in het bestuur overbleven.
Laatstgenoemde kwam later te overlijden. In het nieuw bestuur komt Van der Hilst terug, maar dan als commissaris. De overige ‘tiri man’ en ‘tiri uma’ zijn: Helmut Gezius, Celestine Raalte en Rinaldo Tanawara. Voorzitter Rudi Spa noemde de punten waarop het bestuur zich de komende tijd wil gaan richten: radioprogramma, krant, kinderopstel en -gedichten, komediespel en verandering aan de negatieve teksten in de Surinaamse muziek. Hein Eersel geeft aan dat niet alleen in ‘alen ten’, maar ook in ‘drei ten’ het slapen kan gebeuren. “Dit is het jaar van de Afrikaanse Diaspora, grijp dit aan om te beginnen, maar begin niet aan een aantal projecten tegelijk,” liet Eersel weten. Hij gaf er de voorkeur om het ‘wortu buku’ (woordenboek) te hervatten. Hoewel de bevolking dagelijks Surinaams spreekt, weet niet iedereen dit correct te doen. Linguïst Van der Hilst: “Mensen denken teveel in het Nederlands, vanwaaruit ze het Sranantongo woord voor woord vertalen. Een spelling van een taal gebruiken voor een andere, dat kan niet!” Hij gaf een voorbeeld van verkeerd Sranantongo: ‘Mi si yu tap tv’. Vertaald betekent dit: ‘Ik heb je de tv zien dichtmaken.’
[uit de Ware Tijd, 12/12/2011; alle taalfouten rechtgezet]
woensdag 20 juli 2011
Winnaar RNW-prijsvraag Sranantongo Dictee bekend
Het Grote Sranantongo Dictee dat werd gehouden op zaterdag 9 juli, trok relatief grote belangstelling in zowel Nederland als in Suriname. Dat blijkt uit de vele inzendingen die de Caribische redactie binnenkreeg na het uitschrijven van een prijsvraag. De winnaar is Frank David.

Deelnemers konden vanaf hun computer het dictee maken, door via onze site te luisteren (en kijken) naar Gerda Havertong die het dictee voorlas. Het Sranantongo Dictee is volgens de officiële spelling opgesteld. Hein Eersel, deskundige op het gebied van het Sranan, was verantwoordelijk voor de redactie.
Het Sranantongo Dictee werd georganiseerd door het NiNsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) in samenwerking met radiostation Double7fm en Stichting Eer en Herstel.
Met het bekendmaken van de winnaar, publiceren wij ook meteen de tekst (zie hieronder).
Het Grote Sranantongo Dictee
Zaterdag 9 juli te NiNsee v.a 14.30
Tekst: Aspha Bijnaar
Presentatie: Gerda Havertong
Disi na wan trutru tori fu wan umapikin.
En nen na Jacquelina.
Jacquelina ben de wan srafupikin, di ben e wroko na ini a oso fu Masra Van Halm.
A ben e yepi na kukru.
Masra Van Halm ben e hori wan lo srafu na ini en oso, nanga na en dyari tu.
Yu e aksi yusrefi now, ‘fa wan yongu pikin kan de srafu?’
Ma so a ben de, na katiboten.
Ala suma, yonguwan nanga owruwan, ben de srafu.
Jacquelina ben abi tinafeyfi (15) yari nomo.
A ben de wan moy wenke fu si. Na so den ben taki.
Ma na wan pisi ten kaba Jacquelina e hori nanga wan boy.
En nen na Kwasi.
Dey fu dey Jaquelina e lobi Kwasi moro nanga moro.
Ala suma kan si dati.
Ma a no ala sma lobi a tori dati. A sma di e fòk Jacquelina òp, na Masra Van Halm. Masra Van Halm no wani Jacquelina e teki waka nanga Kwasi.
Ibri leysi te a yere taki Jacquelina miti Kwasi, Masra Van Halm e fon a pikinwenke te fu dede.
A tori dati e meki Jacquelina e firi so sari.
Tye! A libi fu wan srafu hebi nofo kaba: ala dey lebawroko, nanga so furu fonfon. Dan ete yu no fri fu lobi suma yu wani. Baya! Fu san ede so?
A gersi taki masra Van Halm habi wan pikin ay na tapu a moy wenke Jacquelina. Na soso dyarusu meki a e krakeri Jacquelina so. A wani en fu ensrefi wawan. Ma Jacquelina no wani dati srefisrefi. Jacquelina lobi Kwasi!
Jacquelina no man hori a libi disi moro. A sidon prakseri: san mi kan du fu broko nanga a sortu libi disi?
Baka wan bun prakseri Jacquelina si wan okasi nomo.
Wan tu dey na baka, son e piri en tifi sote. Jacquelina teki wan busroyti. A waka go na foto fu go bay wan sani na a dresiwenkri fu masra Goudman.
Sortu sani a go bay so?
Baya, fa a tori disi sa waka moro fara?
Dati unu musu leysi moro fara na ini a buku: Jacquelina. Slavin van plantage Driesveld.
Redactie: Hein Eersel
[RNW, 20 juli 2011]
maandag 11 juli 2011
Het grote Sranantongo dictee: best lastig!
Niemand durfde zichzelf vooraf als winnaar aan te wijzen. Want velen beheersen het Sranan goed tot uitmuntend als spreektaal, schrijven volgens de officiële spellingsregels, dat is echt veel moeilijker. Dat bleek tijdens het Sranantongo dictee dat Slavernij-Instituut Ninsee 9 juli organiseerde, in samenwerking met radiostation Double7fm en Stichting Eer en Herstel.
Niet bij iedereen was duidelijk hoe bepaalde woorden en klanken geschreven moeten worden. Daarom kregen de vijftig deelnemers vooraf de ‘Korte handleiding voor de spelling van het sranan volgens de resolutie van 15 juli 1986 No.4501, inzake vaststelling officiële spelling voor het Sranan(-tongo)’ uitgereikt.

Puntjes op i
Deze handleiding was voor sommige een eye-opener, anderen raakten in een shock. Ervaringsdeskundigen zoals schrijvers en radiopresentatoren gebruikten het Sranan regelmatig als schrijftaal. Voor hen was het een kwestie van de puntjes op de i (niet ie) zetten.
Tekst
Actrice Gerda Havertong had de eer om de tekst voor te dragen. Zij deed dat heel gedreven zodat iedereen de tekst goed kon visualiseren. Het is een Nederlandse tekst, vertaald naar het Sranantongo door wetenschapper Aspha Bijnaar en in Suriname geredigeerd en op spelling gecontroleerd door Hein Eersel.
Jury
Er was geen jury. Iedereen mocht de tekst van een ander nakijken. De tekst werd geprojecteerd op een groot scherm in de zaal. Doordat er verschil was tussen de tekst en de eerder uitgedeelde handleiding, ontstond er verwarring en discussie over de juiste spelling. Hierdoor zijn de teksten soms afhankelijk van de interpretatie van de nakijker op fouten gecontroleerd.
Winnaars
De winnaar is Cheryl Vliet van radio Double7fm met 9 fouten geworden, tweede werd Helga Bouterse met 13 fouten en derde Florence Rustveld met 15 fouten. Na de prijsuitreiking ging de discussie nog door over de vraag of dit inderdaad de juiste winnaar was. Aspha Bijnaar verklaarde namens de organisatie dat er de volgende keer een echte jury komt om verwarring te voorkomen.
[RNW, 11 juli 2011]
dinsdag 28 juni 2011
1 juli lezing: Gevolgen van Elmina in Suriname; arbeid en onderwijs
onderdag een lezing getiteld 'De gevolgen van Elmina in Suriname; arbeid en onderwijs' in Tori Oso. Professor Fred Budike zal tijdens de lezing een uiteenzetting geven van ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan, na de overtocht van de tot slaaf gemaakte Afrikanen, naar Suriname.De lezing van dit jaar is een vervolglezing op die van dr. Frank Dragtenstein ‘Van Elmina naar Paramaribo’ die vorig jaar op 1 juli werd gegeven. Slave Route, had de historicus uitgenodigd om te vertellen over de roof en aankoop van Afrikanen. Verzamelplaats was het welbekende fort Elmina in Afrika van waaruit de slavenschepen richting Suriname vertrokken.
Fred Budike zal ook een aantal vraagstukken verder uitdiepen tijdens de lezing. Hij zal ondermeer kijken naar
ondernemerschap, het gilde van ambachtslieden, selfempowerment, alsook de opkomst van de zwarte elite.Foto rechts: ingang van het slavenfort van Elmina
Ook de braindrain door migratie krijgt een plaats alsook de interculturalisatie van en met andere bevolkingsgroepen. Een actualiteit in zijn lezing is tevens arbeid en onderwijs. Om de discussie richting te geven komt er een panel met de wetenschappers, dr. Hein Eersel, taalkundige en drs Henk Essed, psycholoog.
De Stichting Slave Route stimuleert onderzoeksprojecten, vooral in het kader van de educatie van jongeren. De organisatie richt zich op het bevordering en ontwikkelen van het historisch leerproces en werkt onder andere samen met het archief van de EBG en met diverse cultureel-educatieve instellingen. De lezing 'De gevolgen van Elmina in Suriname' vangt aan om 09.15 in Tori Oso.
[uit de Ware Tijd, 28/06/2011]
zondag 26 juni 2011
‘Ala tongo bun!’
door Els Moor
‘Bonjours, wat roest er? wat nieuws, Andries en Harmen?
’t Gaet so wat heen, maer niet als ’t hoort, het Lant is vol allarmen, […]
Als de Kickvors ende Muys dus t’samen hassebassen,
So mocht haar de kuycken-dief wel schielijck eens verrassen […]
Dit zijn enkele regels uit het begin van het toneelstuk Spaanschen Brabander (1618) van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618), een toneelstuk dat een brede schets geeft van het Amsterdamse volksleven en in die tijd en nog lang daarna vaak werd opgevoerd. Als het in deze tijd weer gespeeld wordt voor een groot publiek, is het bewerkt in het Nederlands van nu en heet De Spaanse Brabander. Aan dit voorbeeld zien we dat een taal, dus ook het Nederlands, met de tijd meegaat. De taal van 2011 is heel wat anders dan die uit de Middeleeuwen en verschilde ook in de 17de eeuw nog veel van het Nederlands van nu. In de loop van de eeuwen is de taal steeds veranderd, aangepast aan de omstandigheden van de verschillende tijdperken en zoals het Nederlands nu is, zo zal het ook niet blijven. In de bijna 33 jaar dat ik weg ben uit Nederland is de taal wat uitspraak en woordenschat betreft alweer veranderd. Dat hoor ik steeds weer als ik er kom.Nederlands in Suriname
Het Nederlands kwam als officiële taal in Suriname in 1667. Dat was dus ongeveer de taal van Bredero. Dat de taal zich in de loop der eeuwen aanpaste aan de Surinaamse omstandigheden en als zodanig ook steeds veranderde, is dus wat er altijd gebeurt met een ‘levende taal’. Ten behoeve van het professionele gebruik van de taal en daarmee samenhangend het onderwijs moeten er wel regels zijn. Voor het Nederlands zijn die officieel vastgesteld en vastgelegd in ‘het Groene Boekje’, gevolgd door alle woorden in de juiste spelling van dat moment. Om de zoveel jaren verschijnt er een nieuw groen boekje. Dan zijn er weer nieuwe woorden en zijn de spellingregels veranderd. Suriname is nu ook lid van de Nederlandse Taalunie en in de laatste uitgave van ‘het Groene Boekje’ staan dan ook 500 Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen.
Sinds 1667 is het Nederlands in Suriname de taal van het bestuur, later ook van het onderwijs en naast de vele Surinaamse talen een belangrijk communicatiemiddel. Lila Gobardhan-Rambocus hield er een interessante lezing over op de Taalconferentie die op zaterdag 18 juni gehouden werd. Het publiek kreeg een helder overzicht van de geschiedenis van het Nederlands in Suriname. Die geschiedenis is nu toe aan een belangrijke volgende stap die de onafhankelijkheid van Suriname bevestigt: de wettelijke vastlegging, standaardisatie van het eigen Nederlands, dat hier, onder Surinaamse omstandigheden gegroeid is, net als het Nederlandse Nederlands daar. In haar ‘stelling’ over onze meertaligheid in historisch verband slaat
Lila Gobardhan deze spijker op de kop: ‘het Nederlands is van een opgelegde taal een eigen taal geworden’. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp leze van Lila Gobardhan-Rambocus: Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke vooruitgang. Een taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname (1651-1975), de handelseditie van haar dissertatie uit 2001.Standaardisatie
Renata de Bies, deskundige op het gebied van het Surinaams-Nederlands, nam op de conferentie het onderwerp ‘standaardisatie’ voor haar rekening. Ze begon met een voorbeeld om het begrip ‘standaardisatie’ uit te leggen: ‘Als een kip niet die eigenschappen van de modelkip heeft, dan wordt hij niet goed bevonden. Zo hoor ik Surinamers in Nederland vaak klagen over Nederlandse kippen die niet zo lekker zouden zijn als Surinaamse. Bijgevolg kan er gesteld worden dat de nationale standaard voor een Surinaams product niet dezelfde hoeft te zijn als de nationale standaard voor hetzelfde product afkomstig uit een ander land.’ Zo is het ook met de taal. ‘Ik koop altijd kip onder de markt’, zeggen wij. In Nederland is dat ‘fout’, moet het ‘op de markt’ zijn. Voor commerciële zaken is er een ‘Centraal Bureau Standaardisatie’ en voor de taal moet er ook zoiets komen. Zo’n standaardisatieproces van een taal bestaat uit 4 fasen: selectie van het model, beregeling van het model, implementatie van het model en onderho
ud van het model. Onderhoud zal ook moeten inhouden dat de veranderingen in de taal steeds weer vastgelegd worden. Renata de Bies (foto rechts) voegt aan haar uitleg van de vier fasen toe dat promotie van het model SN in Suriname al in gang is gezet met de leesboekjes van het basisonderwijs. Nog voordat het model is beschreven en vastgelegd, wordt er in de leesboekjes Van hier en daar en overal SN gebruikt. Wat in leesboekjes staat is immers standaardtaal. Er zijn wetenschappers die dit verschijnsel beschrijven als standaardisatie tengevolge van consensus. En ze geeft een voorbeeld: ‘Er kwamen mensen om een sinaasappel. Boyke moest weer nieuwe schillen. Snel en zeker schilde hij ze. Hij maakte nooit een soro.’ (leesboek 11)Wat Renata de Bies niet zei, maar wat wel moet gebeuren is dat er in het kader van standaardisatie onderzoek gedaan wordt naar het gebruik van het Surinaams-Nederlands in de Surinaamse literatuur die ontstaan is in Suriname zelf. Marylin Simons is een voorbeeld van een auteur die schrijft in de taal die ze om zich heen hoort. Ze woont nu helaas niet meer in Suriname, maar toen ze hier schreef aan haar verhalenbundel Carrousel (Uitgeverij Okopipi, 2003), nam ze vaak ’s morgens vroeg de bus naar de Centrale Markt en legde overal haar oor te luisteren. Een van de mooiste verhalen uit de bundel is: ‘Witte lelies’. De eerste zin luidt: ‘Ronnie heeft me nooit geschijnd’. Als ik dit verhaal op KBF voorlees aan een muloklas veren alle onverschillig kijkende jongens en meisjes ineens op; herkenning; ze willen luisteren! Op de conferentie kwam Edgar Cairo wel ter sprake als auteur die schreef in het Surinaams-Nederlands, maar onmiddellijk werd daartegenin gebracht dat hij in Nederland woonde en daar een eigen Surinaams-Nederlands schreef, dat ‘Cairojaans’ werd genoemd.
De laatste jaren verschijnen er veel Surinaamse kinderboeken waarvan de inhoud en de taal aangepast zijn aan de eigen leefwereld van de kinderen hier en met illustraties die de taal nog verduidelijken. Ook zij vormen een bron voor het onderzoek van de standaardtaal.
Wat moet vastgelegd worden als ‘standaard’? Het Surinaams-Nederlands loopt langs een lijn die zich beweegt van ‘bijna Sranantongo’ tot ‘bijna Algemeen Nederlands’. Ergens in het midden ligt het Surinaams-Nederlands dat de standaard is en dat wettelijk bekrachtigd moet worden. Dat zal heel wat zekerheid geven op het gebied van ‘goed’ of ‘fout’, binnen het onderwijs, binnen beroepsinstanties en voor iedereen die zijn eigen taal goed wil gebruiken.
Rechten en vrijheden
Suriname heeft naast het Surinaams-Nederlands te maken met nog meer dan 20 andere talen, van de bevolkingsgroepen die het land bewonen. In wezen zijn alle Surinaamse talen gelijkwaardig. Dat hoort bij onze democratie. Hein Eersel sprak als voorzitter van de commissie die zich bezighoudt met de regulering van de meertaligheid in Suriname. In 1975 bij de onafhankelijkheid is er niets in de grondwet vastgelegd over de taalsituatie en welke taal de officiële taal is en ook niet in 1987. Dat geeft nu een grote vrijheid. Suriname kan nu vanuit de eigen gegroeide onafhankelijkheid bepalen welke taal de officiële taal is of dat er meer zijn dan één (ook het Sranantongo? Het Sarnámi? Het Javaans?) Moet het (Surinaams)-Nederlands die machtige positie behouden of moet dat het Engels worden? En hoe zit het met het Spaans? Dat kwam allemaal ter spraken tijdens de voordrachten, ook in die van Paul Middellijn (foto links), die pleitte voor het Engels en het Spaans, en vooral tijdens de discussies na de pauze, toen mensen uit het publiek vragen konden stellen die beantwoord werden door de inleiders. Veel mensen maakten gebruik van deze gelegenheid om te kunnen reageren op de gestelde zaken. Hoe zit het met de kleine talen, zoals die van de inheemsen, met vaak weinig sprekers? W
as de eerste vraag. Weer werd bevestigd wat in de voordracht van Hein Eersel ook al benadrukt was: alle talen van Suriname moeten gerespecteerd worden, zijn gelijkwaardig; iedere burger heeft het recht zijn eigen taal te gebruiken en eigenlijk heeft iedereen ook recht op basisonderwijs, in ieder geval aanvankelijk, in de eigen taal. Gelukkig worden op basisscholen in het binnenland nu al vaak kinderen opgevangen in hun eigen taal en vanuit die taal en vanuit onderwerpen uit de eigen leefwereld leren ze dan de zo moeilijke en vreemde schooltaal. Ook dit zou wettelijk vastgelegd moeten worden en de leerkrachten zouden veel meer hulp moeten krijgen. Creativiteit, dus een speelse aanpak en aansluiting bij de wereld van het kind zijn belangrijke zaken, waardoor de kinderen gaan houden van die vreemde taal en hij eigen wordt.Er is in de komende tijd dus heel veel te doen op het gebied van talen in Suriname. Goed was het dat aan het slot van de discussie duidelijk werd gesteld dat we moeten kijken naar wat haalbaar is. Is het haalbaar om het Engels, of zelfs het Spaans nu in te voeren als officiële taal? Dat gaat niet zo maar en we kunnen niet voorbijgaan aan de eeuwenlange traditie van het Nederlands, ook in de literatuur. Wel kan het Engels op creatieve en speelse manieren al aangeleerd worden aan de jongste kinderen binnen het onderwijs, zodat ze het later vanzelfsprekend kunnen leren lezen en schrijven. Doen wat haalbaar is, met duidelijke doelen voor ogen: de meertaligheid ondersteunen naar een eenheid in verscheidenheid toe en standaardisatie van het Surinaams-Nederlands als officiële taal, zijn duidelijk doelen, die ook zeer duidelijk gepresenteerd werden op de taalconferentie.


















