Posts tonen met het label Dominicaanse Republiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dominicaanse Republiek. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2014

Telegram voor Mecánico

Spanning en ontgoocheling in de meedogenloze Caribische zon

Telegram voor Mecánico vertelt het intrigerende verhaal van een gewone man in een vissersdorp in de Dominicaanse Republiek. Zijn bijnaam is Mecánico, omdat hij monteur is. Zijn echte naam is hij al bijna vergeten, tot hij op een dag een merkwaardig telegram krijgt: hij moet naar Malabacoa komen omdat zijn vader daar op sterven ligt. Maar zijn vader is al dertig jaar geleden verdronken op zee.
Nieuwsgierig reist hij af naar het afgelegen bergdorp Malabacoa. Daar wacht hem een ontluisterende ervaring die later, als hij terugkeert naar zijn eigen dorp, zal leiden tot een dramatische en gewelddadige ontknoping.
Telegram voor Mecánico is een roman over bedrog en verlies, een spannend en geheimzinnig misdaadverhaal en tegelijkertijd een aangrijpend portret van een eenzame man in een ongelijke strijd tegen de gevestigde orde, het verleden en zijn eigen hart.

'De reis van Mecánico is een avontuur op zich. Maar dan komt deze korte roman tot een ongekend hoogtepunt. Behalve de prachtige beschrijving van de reis, speelt Geert van der Kolk een geweldige plot uit. Een aanrader in de beste Latijns-Amerikaanse traditie!' Hein van Kemenade, boekhandel Van Kemenade & Hollaers, Breda

Dit is de derde Caribische roman van Geert van der Kolk. De eerste was het veelgeprezen De smokkelaar van de Exuma’s, de tweede zijn meest recente roman De waterverkoper (2012), waarover de pers schreef:
‘Een kleurrijk wonder van vertelkunst.’ NRC Handelsblad
‘Levensecht, aangrijpend en oersterk. Zo indringend en compact als Van der Kolk het drama vertelt, er is geen ontkomen aan.****’ de Volkskrant
‘Een hartverscheurend en indrukwekkend verhaal.’ Vrij Nederland

Geert van der Kolk
Telegram voor Mecánico
Uitgeverij De Kring
208 pagina's
verschenen april 2014
paperback € 17,50
eBook € 9,99
Bovenkant formulier
Onderkant formulier


donderdag 2 januari 2014

Interview met Usha Marhé (2)

Usha Marhé. Foto @ Navin Kisoensingh
Welke titels heb je recentelijk gelezen?
Ik ben nu bezig met Het korte leven maar wonderbare leven van Oscar Wao van de Dominicaanse auteur Junot Diaz. Daarvoor heb ik Mevrouw Verona daalt de heuvel af van de Belgische schrijver Dimitri Verhulst gelezen, en daarvoor twee boeken van de Chileense schrijfster Isabel Allende: Het eiland onder de zee en Het negende schrift van Maya.

Waarom lees je dat soort boeken?
Door te lezen kun je gratis reizen. En het zijn stuk voor stuk prachtige verhalen. De boeken van schrijvers als Isabel Allende, Junot Diaz, Julia Alvares en Edwidge Danticat fascineren mij enorm, omdat ik via hun werk veel meer leer over het Caraïbisch gebied, waar Suriname sociaalhistorisch deel van uitmaakt. Zo leer je dat Suriname niet uniek is qua recentelijke ontwikkelingen. Je herkent veel van de dynamiek van de Surinaamse situatie vanaf de staatsgreep in 1980 terug in een boek als Het feest van de bok van Mario Vargas Llosa. De titel verwijst naar de bijnaam ‘de bok’ van Rafael Trujillo, die hij kreeg vanwege zijn seksuele driften. Hij heerste langer dan dertig jaar als een wrede dictator over de Dominicaanse Republiek, je kunt zeggen dat hij de Hitler van het Caraïbisch gebied is geweest. Trujillo haatte zwarte mensen, in 1937 gaf hij de opdracht tot de genocide van ongeveer 20.000 zwarte Haïtianen, bij de Dajabón River, een oversteekplaats tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek, die ook bekend is onder de naam Massacre River. In de roman Land voor de levenden van Edwidge Danticat beleef je deze periode en de massamoord mee. Er is dus al heel lang een zeer gespannen relatie tussen deze twee landen.
Rafael Leonidas Trujillo

 Als je dat leest in die romans, dan begrijp je ineens waarom er zoveel Dominicanen en Haïtianen naar landen in de regio zijn gevlucht, ook naar Suriname. En dan begrijp je ook waarom een recent nieuwsbericht van november 2013 zoveel deining veroorzaakt binnen de Caricom. Door een vonnis van het Constitutioneel Hof van de Dominicaanse Republiek dreigt dit land ruim 250.000 personen hun nationaliteit te ontnemen, voornamelijk mensen van Haïtiaanse origine die in de Dominicaanse Republiek zijn geboren. Trujillo is in 1961 vermoord, zijn heerschappij heeft diepe sporen achtergelaten en zal nog heel lang gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het land. Mijn fascinatie ligt in de herkenning met de Surinaamse situatie tijdens de dictatuur van de jaren ’80 en de nasleep die we tot de dag van vandaag voelen. Het is niet precies zo bij ons gebeurd, maar de dynamiek is wel hetzelfde. De angst die de maatschappij verlamt en vergiftigt, de censuur en zelfcensuur, de verdwijningen, de verharding die samen gaat met de verarming van normen en waarden, het systeem van verklikkers, de schaamteloze corruptie, de uitschakeling van organen als de vakbond, het manipuleren van wet en recht, het is allemaal heel herkenbaar.

Ga je over die periode ook een verhaal schrijven?
Heb ik al gedaan. Het laatste verhaal in mijn tweede boek Dulari – de weg van mijn naam speelt in die tijd in Suriname. Via de personages beleef je die tijd mee.

Wat is de reden geweest naar Nederland te vertrekken?
Mijn journalistieke nieuwsgierigheid werd niet echt gewaardeerd door het autoritaire gezag in Suriname, destijds het militair bewind dat aan de touwtjes trok, ook al hadden we in 1987 verkiezingen gehad. Toen ik achter elkaar van twee personen uit het militaire kamp het ‘dringende advies’ kreeg het land te verlaten voor mijn eigen veiligheid, kon ik het gevaar niet meer negeren, ook al was ik kapot van verdriet dat ik weg moest.

Vind je dat Suriname onafhankelijk had moeten worden?
Ik heb daar jarenlang over nagedacht, en ben nu tot de conclusie gekomen dat ik die vraag niet meer zo belangrijk vind, omdat het een feit is dat niet meer terug gedraaid kan worden. Wat voor mij belangrijk is, is om te kijken naar het patroon waarbinnen de formalisering van de onafhankelijkheid heeft plaatsgevonden. Dat patroon is namelijk voorspellend voor de toekomst. In het Engels zegt men: the best predictor of future behavior is past behavior. Als je tussendoor geen pas op de plaats maakt voor zelfreflectie en om van je fouten te leren, dan is dat inderdaad zo. Kijk, het was logisch dat Suriname ooit onafhankelijk zou worden. En hoe je het ook wendt of keert, alle kaarten lagen goed bij de onafhankelijkheid, we bulkten van het geld en de kansen om ons als land en volk te ontwikkelen waren legio. Helaas hebben de keuzes van egoïstische politici ons naar geldverspilling, zakkenvullerij en een staatsgreep toe geleid. Alleen maar afbraak. En natuurlijk moeten we kritisch naar de koloniale periode kijken, maar als je die periode gebruikt om je eigen fouten goed te praten, dan ben je fout bezig. Ik weet dat mensen graag met hun vingertje naar Nederland wijzen - wat overigens een hinderlijke Nederlandse gewoonte is, die Surinamers ook hebben -, maar het wordt tijd dat Suriname ziet dat het zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die er sinds 1975 zijn gemaakt. Sinds we onafhankelijk zijn geworden, is er in wezen niet zoveel veranderd, alleen de mensen door wie we worden uitgebuit zijn van kleur en gezicht veranderd. We zitten als maatschappij gevangen in een slachtoffercultuur. De periode van de kolonisatie is voorbij, maar de structuur van de slavenmaatschappij is nog geheel actief.
 
Officierswoningen Fort Zeelandia, Paramaribo
Speelt slachtofferschap ook een rol in jouw werk als schrijfster?
Jazeker. Ik heb het jarenlang bestudeerd om het te kunnen doorgronden. Het thema van mijn eerste boek Tapu Sjén is incest en in bredere zin seksueel misbruik. Via de uitwerking van dit thema krijg je een diepgaand beeld van het patroon van slachtofferschap waar onze maatschappij van doortrokken is, en hoe dat nog steeds van generatie op generatie wordt doorgegeven. We hebben daardoor als maatschappij ook veel last van post traumatische stress, zonder dat we het door hebben. Dat zie je onder andere terug in het dagelijkse verkeersgeweld. Slachtofferschap is een reactiepatroon dat je als mens en als maatschappij kunt ontgroeien door bewust verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen keuzes en handelingen. Door ruimte voor zelfreflectie creëer je ruimte voor inzicht en verbetering.
 
Veel verkeersslachtoffers in Suriname
Wat is je grootste ergernis in Suriname?
Ik vind het treurig hoe men zich in het verkeer gedraagt, een auto lijkt wel een moordwapen te zijn geworden. Voor zo’n kleine bevolking heeft Suriname veel verkeersslachtoffers. In 2011 waren er 206.052 geregistreerde voertuigen in het land, en dat op een bevolking van ongeveer een half miljoen mensen en met een wegennetwerk dat er totaal niet op berekend is. Baap re baap… Dat is vragen om problemen. Het rijgedrag is helemaal tegengesteld aan het idee dat de Surinamer van zichzelf heeft: vriendelijk, behulpzaam en vredelievend. Dus echt niet hé.
Winter brrrr

Wat is je grootste ergernis in Nederland?
De winter. Brrrr…. Ik zal daar nooit aan wennen, van mij mag dat jaargetijde worden overgeslagen.

Wat zijn je hobby’s?

Fotografie, soms doe ik ook betaalde opdrachten. Ik hou van lopen, en kijk graag naar documentaires, comedies en films. Varen over de Surinaamse rivieren heeft voor mij iets magisch. Koken vind ik erg leuk, ik eet geen vlees, dus probeer ik voor de variatie best wel vaak nieuwe recepten uit.

[wordt vervolgd]

maandag 9 december 2013

Dominican Republic: racist law against blacks

Lasana Sekou to Prime Minister Wescot-Williams, President Hanson: denounce Dominican Rep. “racist” law against its Black citizens 
Hon. Sarah Wescot-Williams,
 Prime Minister of St. Maarten.
 Photo © DCOMM.

Great Bay/Marigot, St. Martin (December 8, 2013)St. Martin author Lasana M. Sekou has called on Prime Minister Sarah Wescot-Williams and President Aline Hanson, to “officially and publicly condemn the Dominican Republic Constitutional Court decision of September 13, 2013 (Sentencia TC/0168/13), which threatens to strip the citizenship status from at least a quarter of a million of its citizens, leaving them stateless based on the color of their skin—as Black men, women, and children—and their heritage origins.” 
   
In the letter of November 22 to the government leader in both capitals of St. Martin, Sekou wrote that the “Court judgment is racist and will lead to gross human rights violation in the Dominican Republic (DR) against the affected citizens: theft of their property, destruction of homes, loss of jobs, small business ownerships and bank accounts with the life savings of families, denial of educational opportunities, and the perpetuation of a range of violence, including rape, abuse of children, the elderly and the sick, police brutality, military detention, and the mass murder that historically stems from such abhorrent laws—genocide.”

According to Sekou, the tribunal sentence has absolutely nothing to do with immigration and much more with ethnic cleansing. “The racist ruling will invariably affect DR citizens of St. Martin heritage that have been part of Dominican society, certainly since 1929, and thought to number at least 40,000 people,” wrote Sekou. The Court ruling has a retroactive feature from 1929.

Mostly DR citizens of Haitian origin are among those affected by the ruling, which, wrote Sekou, “is not acceptable to any civilized nation that abides by established norms of the international community and the principles and practices of humanity.”
Hon. Aline Hanson, President,
 Collectivity of St. Martin.
 Photo © COM.

Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson “must condemn this infection of apartheid in the Caribbean,” wrote Sekou, and “take a leadership role in the solidarity call for immediate, practical, and just corrective measures to be taken in the Dominican Republic.”  
Sekou wrote that objection to the “racist ruling” should also be made in regional and international fora “where the adjusted autonomy” of 2010 and 2007 allows both St. Martin territories to do so. The Southern and Northern parts of St. Martin are territories of the Netherlands and France respectively. Wescot-Williams is the prime minister in the Dutch territory and Hanson is the president of the French territory. Sekou is an advocate for the Independence and eventual unification of St. Martin.
Considered one of the prolific Caribbean poets of his generation, Sekou said that “the designated channels of communication” that allow the governments in Philipsburg and Marigot “to request and if necessary to demand that the Netherlands and France denounce the racist ruling ... must also be promptly employed.” He noted that calls for the boycott of DR trade goods and tourism are already being sounded.

Sekou said this week that “the early, clear and strong statements to the DR president and government by the prime minister of St. Vincent and The Grenadines and protesting groups in Trinidad and Puerto Rico among other places are admirable. Their positions represent the best of a history of solidarity and victory over oppression among Caribbean peoples and support for oppressed peoples in the region and around the world.” 
Lasana M. Sekou, St. Martin author.
 Photo © HNP.

He also said that the support for the ruling among significant sectors of DR society, including Cardinal Nicolás de Jesús López Rodríguez, has not deterred or stopped the growing concerns, findings, and mounting protests by other government leaders; regional and international bodies such as CARICOM, OCHR, UNHCR, Amnesty, OECS, the Inter-American Commission on Human Rights; human rights groups such as Reconoci.do; and individuals inside and outside of the Dominican Republic. Former DR president Hipolito Mejia recently called the ruling “a shame.”

Concluding his letter to Prime Minister Wescot-Williams and President Hanson, Sekou quoted Dr. Ralph Gonsalves, Prime Minister of St. Vincent & The Grenadines in his letter to President Danilo Medina of the Dominican Republic -- against the September 13 decision: “The fig-leaf of sovereignty cannot be invoked when time-honoured and universal principles of citizenship and human decency are trampled upon.” 



vrijdag 9 augustus 2013

Sex and the Citizen: Interrogating the Caribbean

Sex and the Citizen, edited by Faith Smith, is a multidisciplinary collection of essays that draws on current anxieties about "legitimate" sexual identities and practices across the Caribbean to explore both the impact of globalization and the legacy of the region’s history of sexual exploitation during colonialism, slavery, and indentureship. Speaking from within but also challenging the assumptions of feminism, literary and cultural studies, and queer studies, this volume questions prevailing oppositions between the backward, homophobic nation-state and the laid-back, service-with-a-smile paradise or between giving in ignominiously to the autocratic demands of the global north and equating postcolonial sovereignty with a "wholesome" heterosexual citizenry.

Foto Amazing Grace
The contributors use parliamentary legislation, novels, film, and other texts to examine Martinique’s relationship to France; the diasporic relationships between the Dominican Republic and New York City, between India and Trinidad, and between Mexico’s capital city and its Caribbean coast; "indigenous" names for sexual practices and desires in Suriname and the Eastern Caribbean; and other topics. This volume will appeal to readers interested in how sex has become an important register for considerations of citizenship, personal and political autonomy, and identity in the Caribbean and the global south.

Faith Smith
The Editor
Faith Smith is Associate Professor in the departments of African and Afro-American Studies and English and American Literature, with appointments in the Latin American and Latino Studies and Women and Gender Studies programs at Brandeis University. She is the author of Creole Recitations: John Jacob Thomas and Colonial Formation in the Late Nineteenth-Century Caribbean (Virginia).

Contributors
Foto © Karel Donk
• Vanessa Agard-Jones
• Odile Cazenave
• Michelle Cliff
• Susan Dayal
• Alison Donnell
• Donette Francis
• Carmen Gillespie

• Rosamond S. King
• Antonia MacDonald-Smythe
• Tejaswini Niranjana
• Evelyn O’Callaghan
• Tracy Robinson
• Patricia Saunders
• Yasmin Tambiah
• Omise’eke Natasha Tinsley
• Rinaldo Walcott
• M. S. Worrell


Editorial Review by Deborah Thomas
Sex and the Citizen is an extremely important contribution to the fields of Caribbean studies and gender/sexuality studies. While there has been quite a lot of work on gender in Caribbean studies, attention to sexuality has been more recent, in part because of the imposed silences upon transgressive sexualities that disturb nationalist renderings of postcolonial Caribbean societies. Tackling this topic from a range of disciplinary sites including law, cultural studies, and sociology as well as literary theory, Sex and the Citizen offers critical and original perspectives. People are hungry for this sort of analysis, and it is a much-needed critical intervention both in terms of work on nationalism in the Caribbean and in terms of sexuality studies.


Sex and the Citizen: Interrogating the Caribbean. Ed. by Faith Smith 
  • ISBN-13: 9780813931135
  • Publisher: University of Virginia Press
  • Publication date: 4/22/2011
  • Series: New World Studies
  • Pages: 304
  • Product dimensions: 6.10 (w) x 9.20 (h) x 0.80 (d)



vrijdag 12 april 2013

NAAM herdenkt 150 jaar vrijheid

Curaçao. Foto @ Bea Moedt
Willemstad — Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij op Curaçao werd afgeschaft. Om deze historische gebeurtenis te vieren kondigde het National Archaeological - Anthropological Memory Management (NAAM) samen met andere commissies gisteren tijdens een persconferentie een hele serie activiteiten aan. Vanaf deze week tot en met 2014 staan verschillende projecten op het programma. Tijdens de persconferentie gaven projectcoördinator Lida Pandt, NAAM directeur Richenel Ansano en kunsthistorica Jennifer Smit de eerste details.
Foto @ Bea Moedt

Kinderen
Eén van de projecten betreft een maandelijkse pagina voor kinderen en jongeren tot achttien jaar, in alle lokale kranten met informatie over de slavernij. “Doel van dit project is jongeren zoveel mogelijk voor te lichten over hun verleden”, aldus Pandt.

Goed gesprek
Om zoveel mogelijk draagvlak te creëren voor het onderwerp en ruimte te maken voor een ieder die er wat over wil zeggen zullen er regelmatig open bijeenkomsten georganiseerd worden waar iedereen welkom is. “Komende zaterdag is de eerste editie van Kòrsou ban chèlèlè (Laten we gaan klessebessen). Om de twee weken kunnen burgers bij elkaar komen op de patio bij NAAM om samen eens goed te praten over de cultuur en tradities van vroeger, maar ook over onderwerpen die ons dagelijks bezighouden.”

Televisie
Voor het project 150 aña libertat te den bo kas (150 jaar vrijheid tot in je huis gebracht) is NAAM een aantal films aan het selecteren die slavernij en de afschaffing daarvan als thema hebben. Deze zullen uitgezonden worden op de verschillende televisiezenders. Met de uitzending van deze films wil de NAAM discussie over het onderwerp onder de bevolking stimuleren. Na de film is er ook een panel van experts die over het te berde gebrachte zullen napraten.

Juan Pablo Duarte

Duart
e
Dit jaar is het 200e geboortejaar van de Dominicaanse vrijheidsstrijder Juan Pablo Duarte. Samen met het ministerie van Cultuur van de Dominicaanse Republiek en culturele instellingen van zowel Curaçao als de Dominicaanse Republiek, wordt er een aantal activiteiten georganiseerd om het 200e geboortejaar van Duarte te herdenken. Onlangs is er al een buste op Curaçao aangekomen. Verder zal er ook een speciale kerkdienst gehouden worden bij de Kathedraal van Pietermaai.

Exposities
Ter viering van 150 jaar vrijheid zullen ook verschillende kunstexposities gehouden worden. De eerste serie exposities zal worden gehouden onder de titel Hende Liber: Konsiensia, Práktika, Herensia i Lucha. (De vrije man: Besef, Praktijk, Erfgoed en Strijd). “Met deze antropologische tentoonstellingen willen we belichten hoe de vrijheid echt wordt gezien en ervaren door het Curaçaose volk. Voelen mensen zich mentaal echt vrij of juist niet?” zo laat NAAM-directeur Ansano weten.

Foto @ Bea Moedt

Een andere tentoonstelling die NAAM aan het voorbereiden is, is Exploring the past to envision the future. Voor dit project gaat de NAAM samenwerken met de kunstgalleries en musea op Curaçao. In deze exposities zullen vooral historische objecten en werk van gerenommeerde kunstenaars van Curaçao, Aruba, Suriname en Venezuela worden getoond.

Vanaf augustus is er de expositie Libertat sin Fin (Vrijheid tot in het oneindige). In deze tentoonstelling worden foto’s van zowel professionele fotografen als mensen die fotografie als hobby hebben getoond in de etalages van de winkels in Punda. Kunsthistorica Smit zal voor deze exposities haar expertise aanwenden.

[uit Amigoe, 11 april 2013]



maandag 25 maart 2013

Asiento (13)


De slavernij van de Oudheid tot nu

door Fred de Haas



Santo Domingo

Santo Domingo, het Oostelijk deel van het vroegere ‘Hispaniola’ (La Española) moest al gauw haar aanvankelijk belangrijke rol in het Spaanse koloniale rijk afstaan aan landen als Mexico en Peru waar goud en zilver in overvloed aanwezig waren. In tegenstelling tot het Westelijk deel van ‘Hispaniola’, het latere Haïti, waren er betrekkelijk weinig Afrikaanse slaven in Santo Domingo. De Spanjaarden waren bang geworden sinds de eerste slavenopstand van 1521 op de plantage van Diego Columbus en hielden het aantal Afrikanen bewust klein. De Dominicaanse Afrikanen waren over het algemeen ‘criollos’, mensen die in het land zelf waren geboren.
Cocolos

Na de onafhankelijkheid van Haïti, zijn er duizenden Haïtianen naar Santo Domingo gekomen. Het land heeft zelfs een invasie en bezetting van het Haïtiaanse leger gekend. Er kwamen ook immigranten uit Cuba en Puerto Rico, Syriërs, Chinezen, arbeiders uit Barbados en Jamaica die ‘cocolos’ werden genoemd. Ook kwamen er Sefardisch Joodse handelaren uit Curaçao die in een wijk woonden die ‘Punda’ heette.
Bij al die invloed van het Haïtiaanse Creools is het een wonder dat het Spaans zich heeft weten te handhaven. Dat was vooral te danken aan het onderwijs en de verbeterde communicatiemiddelen.

Puerto Rico
Ook in Puerto Rico bleef het aantal Afrikanen relatief klein. Er zijn vooral aan het eind van de 18e, begin 19e eeuw Afrikanen ingevoerd uit alle delen van Afrika (o.a. uit Senegambia, Sierra Leone, Bénin, Ghana, Nigeria, Congo en Angola). Ook kwamen er slaven uit Curaçao in Puerto Rico terecht, vooral in het Westelijk deel van het eiland. Later kwamen er ook ‘vrije’ emigranten uit Aruba en Curaçao.
De Plena van Puerto Rico

Puerto Rico werd één grote smeltkroes van Caribiërs en Creoolse talen. Een tijdlang was het zogenaamde ‘Negerhollands’ dat door Afrikanen van de Virgin eilanden werd gesproken een belangrijk communicatiemiddel onder de zwarte bevolking (D.C. Hesseling, 1933, Papiamento en Negerhollands. Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde nr 52).
Maar het aantal mensen van Afrikaanse afkomst was te klein om het mogelijk te maken dat er Afrikaanse tradities in stand bleven, al zijn er wel Afrikaanse culturele overblijfselen te vinden, bijvoorbeeld in de muziek. De ‘Plena’ is hiervan een voorbeeld. Kijkt u maar op You Tube (Plena Puertorriqueña Javielito Oquendo jr quinto de plena canta John Rivera).
Wie meer wil weten over de Afrikaanse erfenis van Puerto Rico kan luisteren en kijken naar  ‘African History in Puerto Rico, you tube’. Hoewel de titel Engels is wordt er alleen (mooi) Spaans gesproken. Hij beperkt zich niet tot Puerto Rico maar schenkt aandacht aan de spirituele Afrikaanse erfenis in het algemeen.

Colombia
Via de havens Cartagena, Riohacha en Santa Marta kwamen duizenden Afrikanen Colombia binnen. In de eerste tijd kwamen ze uit Senegambia, Sierra Leone en de Goudkust (Ghana), in de 17e eeuw uit Nigeria en later uit Congo en Angola. Ze werkten in de landbouw en de mijnen (Popayán, Chocó, Valle de Cauca, Cali, Zaragoza, Antioquia).

Een dansgroep van Palenque de San basilio, Columbia

Bekend is de nederzetting voor gevluchte slaven Palenque de San Basilio (zie: Palenque de San Basilio Colombia Ucros Travel, you tube). De Creoolse taal die daar wordt gesproken is bestudeerd door o.a. Armin Schwegler. U kunt de taal horen als u de koppeling op You Tube aanklikt.
Gemeenschappen van gevluchte slaven waren in heel Colombia te vinden. In de steden hadden ze ook verenigingen (cabildos) die gebaseerd waren op de etnische groepen waartoe ze behoorden (Arará, Mandinga, Mina etc.).
Ik zou op deze plaats wat uitgebreider willen ingaan op de situatie van de Afrikaanse bevolking in Colombia. Uiteindelijk ligt het land vlak voor de Antilliaanse eilanden en heel dicht bij Aruba. Culturele raakvlakken laten zich makkelijk vinden.

Hoewel Colombia, na de Verenigde Staten en Brazilië, het land is met de meeste inwoners van Afrikaanse afkomst (één op de vier Colombianen is van Afrikaanse origine) wordt Colombia in de Grondwet van 1991 nog steeds gezien als een land van mestiezen, mensen die een gemengd Europees-Indiaanse afstamming hebben (vgl. Aruba). De koppigheid waarmee Colombia nog steeds zo wordt voorgesteld vindt zijn oorzaak in het feit dat de bevolking van Bogotá en de centrale hoogvlakte al vanaf de 18e eeuw Europees-Indiaans van afstamming is. Degenen die er ‘anders’ uitzagen bleven comfortabel uit het zicht.
De plaza van Palenque de San Basilio

Als men de blik echter ook naar andere streken had gewend, zou zich een heel ander beeld hebben voorgedaan.

Al in de 18e eeuw leefde één vijfde deel van de Afrikaanse bevolking aan de Caribische kust. Nog eens één vijfde deel van de zwarte bevolking leefde in Antioquia en de bergen van het Zuiden (Popayán, Pasto). Helemaal Afrikaans was de 3% van de bevolking die aan de kust van de Stille Oceaan verbleef. Een groot deel van de Afrikaanse bevolking vindt men in de Caucavallei, de Patíavallei en langs de oevers van de Magdalenarivier. Ook waren er dus de puur Afrikaanse gemeenschappen in Colombia te vinden van gevluchte slaven, zoals de Palenque de San Basilio bij Cartagena, die in het begin van de 18e eeuw zelfs een beperkte autonomie van Spanje kreeg.

Dank zij de Wet 70 van 1993 (‘Ley 70 de negritudes’, ook op het Internet te vinden) werd eindelijk erkend dat de zwarte gemeenschappen aan de Pacifische kust recht hadden op een eigen culturele identiteit. Ik citeer een deel uit de wet die ook een beschrijving geeft van wat er onder een ‘zwarte gemeenschap’ moet worden verstaan:
Columbianen van Afrikaanse origine

COMUNIDAD NEGRA: Conjunto de familias de descendencia afrocolombiana que poseen una cultura propia, comparten una historia y tienen sus propias tradiciones y costumbres dentro de la relación campo − poblado que revelan y conservan conciencia de identidad que los distinguen de otros grupos étnicos.
(vertaling: onder zwarte gemeenschap wordt hier verstaan een geheel van families van Afro-Colombiaanse afkomst die een eigen cultuur, een eigen geschiedenis en haar eigen tradities en gewoonten binnen het kader platteland-dorp hebben, blijk geven van en nog  steeds bewust zijn van het feit dat ze een eigen identiteit hebben die hen onderscheidt van andere etnische groepen).

PRINCIPIOS: (Beginselen)
· Reconocimiento y protección de la diversidad étnica y cultural. Derecho a la igualdad.
(Erkenning en bescherming van de ethnische en culturele verscheidenheid. Recht op gelijkheid).
· Respeto a la integridad y a la dignidad cultural de las comunidades negras.
(Vertaling: respect voor de integriteit en de culturele waardigheid van de zwarte gemeenschappen).
Participación de la comunidad y de las organizaciones de las negritudes, sin detrimento de su autonomía, en las decisiones que las afectan y en las de la nación.
(Vertaling: deelname van de gemeenschap en de organisaties van de zwarte groeperingen aan de beslissingen die hen en de natie betreffen, zonder dat dit hun autonomie aantast).

Enzovoorts. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat deze mensen zolang op erkenning hebben moeten wachten en daaruit kan men afleiden hoe het gesteld was met de situatie vóórdat die wet er kwam. Overigens heeft de ‘Ley 70’ geen betrekking op de zwarte gemeenschappen in de Caucavallei en aan de Caribische kust. Daarvoor moet kennelijk nog een traject worden afgelegd.

Hoe keek men in de koloniale tijd in Colombia tegen de mensen van Afrikaanse herkomst aan?
Het laagst op de sociale ladder stond de rechtstreeks uit Afrika aangevoerde ‘negerin’. Het hoogst genoteerd stond ‘vanzelfsprekend’ de Spanjaard. Daartussen had je een heel aantal categorieën die we nu maar laten voor wat ze waren.
Ook de kerkelijke doopboeken maakten onderscheid tussen Blanken en niet-Blanken. Pas tegen het midden van de 19e eeuw verdween die gewoonte en ook de volkstellingen vermeldden niet langer het ras. Ook al om interne spanningen te vermijden, waarschijnlijk. Curieus genoeg ‘verdween’ als het ware de niet-Blanke uit de officiële cijfers en kon dus makkelijk over het hoofd worden gezien door mensen die daar belang bij hadden. Immers, wat niet weet dat niet deert.

Ondanks die ‘verborgenheid’ van de niet-Blanke bleef de Colombiaanse elite zich zorgen maken over de raciale samenstelling van de bevolking (mestiezen, mulatten, indianen, negers) en gaf hun maar al te graag de schuld van de geringe economische vooruitgang. Ze werd daarbij gesteund door de abjecte opvattingen van de Fransman J.A. Gobineau. Ik kan de geschriften van die man niet aanraden. Je wordt er niet goed van.
Vooral ‘negers’ en ‘indianen’ werden door de elite als hinderpalen gezien. De elite hoopte dat ze door vermenging langzaam maar zeker ‘witter’ zouden worden, zodat ‘het probleem’ vanzelf zou verdwijnen. Nu was het maar niks. Negers werden gezien als lui en indianen als dom. Omdat de natuur voldoende en makkelijk voedsel bood (vruchten, vis, groenten) hadden deze mensen genoeg tijd om te luieren. En dat is niet goed voor de economie.

Er waren natuurlijk ook mensen die er anders over dachten, maar daar werd niet naar geluisterd.

In 1901 schreef F.J. Vergara y Velasco het volgende in zijn ‘Nueva Geografía de Colombia’:
‘Wat de zwarte Caribische kustbewoners betreft, die zijn babbelziek, ijdel, opschepperig, moediger dan hun soortgenoten langs de Magdalena en in de departementen Bolívar en Panamá; ze zijn dus duidelijk anders dan de blanken en mestiezen van het kustgebied met wie ze de indolentie, het vrolijke karakter, een voorkeur voor feesten en partijen en een speciaal accent delen’.
Columbiaansen inheemsen

Volgens menigeen was echter de Indiaan het grootste struikelblok. De Indiaan werd beschouwd als ouwelijk, in zichzelf gekeerd en somber. Nee, dan de negers. Dat waren net grote kinderen en ze hielden van muziek, dansen en lachen. Ze namen wel de taal en religie over, maar gooiden er ook een flinke scheut magie en bijgeloof bij. Hoewel de neger een grote ijdeltuit was, was ie ook een trouwe vriend. De heer López de Mesa (Los problemas de la raza colombiana, Bogotá, 1920) was eveneens van mening dat zowel de Indiaan als de Neger zich konden ‘verbeteren’ door vermenging met blanken.

Pas in de jaren 50 begon men zich in Colombia te interesseren voor het Afrikaanse element in de bevolking, vooral dank zij het werk van de Amerikaanse antropoloog Herskovits en zijn Colombiaanse leerlingen. Men begon te schrijven over de Palenque de San Basilio en over de zwarte folklore en muziek. In de jaren 70 droegen Nina Friedemann en Jaime Arocha bij tot de zwarte bewustwording en begeleidden ook het proces dat uiteindelijk zou leiden tot de ‘Ley 70 de Negritudes’ van 1993 (zie boven).
Indigena columbiana

Vanwege de zeer nabije ligging van Venezuela ligt het voor de hand om, net als bij Colombia, iets dieper in te gaan op de Afrikaanse aanwezigheid in dat land, ook al omdat er, cultureel gezien, veel raakvlakken te vinden zijn met de tradities van de ABC eilanden.

[wordt vervolgd]

vrijdag 20 juli 2012

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (IV)

door Fred de Haas

Beeldvorming rond het Spaans van Latijns-Amerika
Francisco Pizarro

Men denkt wel eens dat de mensen die in het begin voet aan wal zetten in Latijns-Amerika voor het merendeel uit schooiers en platvinken bestond. Dat beeld is onjuist: ‘La sociedad hispanoamericana del siglo XVI […] se constituyó con una proporción muy alta de hidalgos y una proporción también muy alta de clérigos, licenciados,bachilleres y gente culta, mayor que la que se daba en la sociedad europea de la época. Llegaron también, claro está, campesinos (en cantidad sorprendentemente pequeña), gentes de los diversos oficios (en cantidad algo mayor) y sobre todo marinos y soldados de los más diversos sectores sociales. Pero ya en la misma hueste conquistadora, y aún más al constituirse la sociedad hispanoamericana, se produjo una nivelación hacia arriba, una ‘hidalguización’ general’ (Ángel Rosenblat, los conquistadores y su lengua, Caracas, 1977). (De Spaans-Amerikaanse samenleving uit de 16e eeuw […] werd voor een zeer groot deel gevormd door mensen van adel en ook voor een zeer groot deel uit geestelijken, academici, mensen met een middelbare schoolopleiding en ontwikkelde lieden, een deel dat groter was dan dat in het Europa van die tijd. Natuurlijk kwamen er ook mensen van het Spaanse platteland (een verrassend klein aantal), ambachtslieden (een wat groter aantal) en vooral zeelui en soldaten uit de meest verschillende lagen van de bevolking. Maar ook al bij de massa veroveraars en nog meer bij de vorming van de Spaans-Amerikaanse gemeenschap vond er een nivellering naar boven plaats, een algemene ‘veredeling’).

Arowakken

De inheemse talen van Latijns-Amerika

Merkwaardig is dat de meeste inheemse talen geen invloed hebben gehad op de structuur van het Spaans. Natuurlijk wel op de woordenschat. Alleen al op het gebied van de flora, de fauna en de aardrijkskundige namen. Daar waren nu eenmaal geen Spaanse woorden voor. Tot op heden vinden we die woorden uit de inheemse talen niet alleen terug in het Spaans, maar ook in andere talen die ze op hun beurt hebben ontleend aan het Spaans. Uit het Caribisch kennen we de ‘caimán’ (kaaiman) en uit de taal van de Azteken, het Náhuatl, woorden als ‘tomate’, ‘cacao’, chocolate en ‘tequila’. Ook zijn er bekende woorden aan het Quechua ontleend: pampa (vlakte), coca (cocaïne), llama (lama). Het Tupí-Guaraní heeft ons woorden gegeven als ‘maraca’ (het ritme instrument), gaucho (de Zuid-Amerikaanse cowboy) en de ‘yaguar’ (jaguar). Uit de Afrikaanse talen kennen we de woorden ‘bongó’ (trommel), ‘banana’, ‘conga’ (trommel), ‘marimba’ enzovoorts. Wie zich een beeld wil vormen van de hoeveelheid woorden die specifiek bij een bepaald Spaans sprekend land zijn gaan behoren hoeft alleen maar op het Internet te zoeken naar ‘Diccionario de Cubanismos’, ‘Diccionario de Argentinismos’, etc. Nogmaals: de syntaxis (taalstructuur) van het Spaans in Zuid-Amerika is – met uitzondering van sommige gebieden waar Quechua wordt gesproken - nagenoeg dezelfde als in Spanje. Er zijn wel bepaalde in het ‘gehoor’ springende kenmerken, zoals het veelvuldig gebruik van ‘nomás’: déle agua nomás (= geef hem maar wat water). Of de betekenis van ‘Uno’ in: Uno es débil (= een mens is nu eenmaal zwak). Grappig is ook de betekenis van ‘medio’ (half) in uitdrukkingen als: ‘ese tío es medio loco’ (= die kerel is niet goed snik). Het Spaans van Zuid-Amerika is zeker niet uniform en vertoont van Noord naar Zuid telkens andere gezichten. Laten we sommige van die gezichten eens nader bekijken.

Het Caribische Spaans

Het Caribisch gebied is een van de grootste lingüistische smeltkroezen van de Westerse taalgeschiedenis. In de loop van deze geschiedenis heeft er een ontmoeting plaatsgevonden tussen de meest uiteenlopende talen, zoals: het Arowak, Caribe, Maya, Engels, Frans, Spaans, Nederlands, Portugees, Bantoe, Yoruba etc. Sommige talen zijn verdwenen en leven hoogstens nog voort als restanten, andere hebben zich verbreid in een bepaald gebied en leven voort naast een Creoolse taal (het Nederlands naast het Papiaments, het Frans naast het Kréyol, Engels naast Jamaican Creole). Twee talen hebben zich als officiële taal over een groot gebied kunnen verspreiden: het Spaans en het Portugees. Gemeenschappelijke kenmerken van het Caribische Spaans In het Caribisch gebied is het SESEO en het YEÍSMO (zie boven) overal verspreid. Ook vinden we er opvallende neusklanken. Het Spaanse ‘San Juan’ wordt vaak uitgesproken als [SangHwang]. De S is zwak of wordt weggelaten aan het eind van een woord: ‘asta’ (vlaggestok) wordt [ahta], ‘mesas’ (tafels) wordt [mesa] of [mesah]. De D tussen twee klinkers is zwak of verdwijnt: ‘dedo’ (vinger) wordt [deo] en ‘lodo’ (modder) wordt [lo]. De Spaanse Jota (=J) wordt uitgesproken als een H: ‘caja’ wordt [caha]. Ook vinden we overal ontleningen aan vroegere inheemse talen (taíno): ‘ají’ (knoflook), ‘comején’ (termiet), ‘bohío’ (houten huisje) en Afrikaanse talen: babalao (Cuba: voodoo priester), ‘Orisha’ (goden) etc. Ook de manier waarop volwassen samenlevenden en niet samenlevenden elkaar toespreken als ‘Papi’ en ‘Mami’ is wijdverbreid.

Cuba
Niet overal in het Caribisch gebied wordt het Spaans op dezelfde manier uitgesproken. Ook binnen de landen zijn er grote verschillen. Zo staat de Cubaanse provincie Camagüey bekend om zijn duidelijke Spaanse uitspraak. Luister maar eens naar de manier waarop de Vieja Trova Santiaguera ‘Lágrimas Negras’ zingt. In Camagüey en Santiago de Cuba worden de L, de R en de eind-S nog uitgesproken. In het Westen niet meer. Ook heeft men in Cuba de neiging om de medeklinkers in een woord samen te laten vallen tot één klank: ‘Mi hermano’ klinkt dan als ‘Mjemmano’.
De dubbele onteknning
in Santo Domingo

Santo Domingo

In Santo Domingo vind je in de eerste plaats de algemene kenmerken van het Caribische Spaans. Verder hoor je in de Dominicaanse Republiek hoe de R vóór een medeklinker wordt uitgesproken als een Y: ‘puerta’ (deur) klinkt als [pueyta] en ‘tarde’ (middag) als [tayde]. Maar het meest opvallende is hoe het meervoud van de woorden vaak wordt gevormd. Het meervoud van ‘casa’ (huis) is formeel ‘casas’, maar wordt in Dominicaanse monden vaak [cásase]; ‘mujeres’ (vrouwen) wordt [mujérese]. Merkwaardig is ook het gebruik van ‘ello’ voor het onpersoonlijke ‘het’: ello llueve (= het regent). En wat denkt u van het gebruik van ‘ser’ (zijn) in zinnen als ‘era temblando que estaba’ = ik stond te rillen (letterlijk: ik was aan het rillen dat ik was). Uit Afrikaanse talen (Kikongo, Kimbundu) – in de Dominicaanse Republiek waren veel Afrikanen – heeft men het gebruik van de dubbele ontkenning overgenomen: Yo no quiero no = ik wil niet (lett: ik niet wil niet). Net als in Puerto Rico vind je in het Spaans van Santo Domingo veel gehispaniseerde ontleningen aan het Engels, vooral op sportgebied: ‘Jonrón’ (homerun), ‘queche’ (catcher), ‘etrai’ (strike) etc.

[wordt vervolgd]

donderdag 5 mei 2011

Sugar and power in the Caribbean

Humberto García Muñiz’s Sugar and power in the Caribbean; the South Porto Rico sugar company in Puerto Rico and the Dominican Republic, 1900-1921, has just been published by the University of Puerto Rico and Ian Randle. Here is the press’s description of the book:

The South Porto Rico Sugar Company, a New York-based multinational corporation, established world leading sugar factories in Puerto Rico and the Dominican Republic. These two countries, with dissimilar histories and realities, were under the control of the United States during a most propitious time of growth in the sugar industry. This book explores, in a comparative manner, the company’s successful establishment and expansion from 1900 to 1921, by analyzing how it combined: German capital — familiar with conditions in the U.S. market and Puerto Rico —, specialized Louisiana administrative/technical personnel in sugar processing, Barbadian biological technology and supervision in cane cultivation, as well as Caribbean (Puerto Rican, Dominican, Cocolo and Haitian) labor. Other subjects examined are: the relationship between the Sugar Trust and South Porto Rico Sugar Company, the removal of German capital from the company by the Alien Property Custodian, the development of a sugar bourgeoisie in Puerto Rico, migration and labor instability, as well as “land wars” and gavillerismo in the Dominican Republic.

You can order from

La Editorial Universidad de Puerto Rico

info@laeditorialupr.com. Toll free: 1-877-338-7788. http://www.laeditorialupr.com

or from Ian Randle Publishers, Kingston/Miami. info@ianrandlepublishers.com, Toll free from the Caribbean: 1-800-744-1114. Toll free from the US: 1-866-330-5469. http://www.ianrandlepublishers.com

Humberto García Muñiz is director of the University of Puerto Rico’s Institute of Caribbean Studies (ICS). He holds a Ph.D. in Latin American History from Columbia University and an MA in International Relations from the University of the West Indies. From 1972 to 1982, he held the position of editor for the Caribbean Monthly Bulletin. He also has been a professor of Political Science and History at the University of Puerto Rico and visiting professor at Rutgers University and the Latin American Faculty of Social Sciences (FLACSO), Santo Domingo, Dominican Republic. He is a prolific writer on Caribbean Studies and an Associate Fellow of the Caribbean Studies Centre, London Metropolitan University (2006). He is a Danforth and Fulbright Scholar and author of La estrategia de Estados Unidos y la militarización del Caribe(1988), and co-author, with Jorge Rodríguez Beruff, of Security Problems and Policies in the Post-Cold War Caribbean (1996), and Fronteras en conflictos: Guerra contra las drogas, militarización y democracia en el Caribe, Puerto Rico y Vieques (1999). In 2002, he published, with Gloria Vega Rodríguez, La ayuda militar como negocio, Estados Unidos y el Caribe, 1790-2001.

maandag 25 april 2011

Spancocho Dominicano

Oranjestad — Afgelopen dinsdag maakten Biblioteca Nacional di Aruba en het Instituto Pedagogico Arubiano, bij monde van respectievelijk Astrid Britten en Mirto Laclé bekend dat op 15 mei de Dominicaanse Republiek en haar cultuur centraal zullen staan in een mixture van muziek, zang, dans, film en literatuur. Dit onder de naam Spancocho Dominicano.



Hoewel het programma nog niet helemaal bekend kon worden gemaakt, is al wel zeker dat Banda Esquema, bestaande uit vier zangers en nog eens zes of zeven muzikanten, de hoofdrol zullen spelen in dit Dominicaanse eerbetoon op Aruba. Al sinds de opkomst van de olie-industrie begin vorige eeuw op Aruba kwamen veel mensen uit de Dominicaanse Republiek hun economische geluk zoeken op ons eiland. Velen bleven, een aantal vertrok weer, al of niet met hun Arubaanse geliefden. Vanuit de Dominicaanse gemeenschap op Aruba worden nog steeds veel activiteiten georganiseerd om hun cultuur te bewaren en te herscheppen. Naast Banda Esquema zal ook Club de Movimiento onder leiding van Samantha Westera acte de présence geven met hun folkloristische dansen.

Spancocho Dominicano – wat een bekend Dominicaans gerecht is, bestaande uit zeven verschillende soorten vlees, waarbij soep en rijst wordt gegeten – zal dus plaatsvinden op zondag 15 mei in Cas di Cultura. Het begint om vier uur ‘s middags. Kaarten kunnen worden besteld of gereserveerd bij Cas di Cultura en de entree kost 10 florin per persoon.

[uit Amigoe, 21 april 2011]

dinsdag 1 februari 2011

Koloniaal Santo Domingo




Colonial Santo Domino;
its monuments.
Tekst: Lic. Mario Suárez Marill
Fotos: Chema Mariscal
Design and color separations: Novograph S.A.
Santo Domingo, December, 1998


Klik hier voor de volledige on-line tekst.


.