Posts tonen met het label creolen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label creolen. Alle posts tonen

woensdag 14 mei 2014

Aminata Cairo geeft vierde Rudolf van Lier-lezing

Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen

Vrijdag 27 juni 2014
Aminata Cairo
Faculteit Geesteswetenschappen, Lipsius Gebouw, zaal 011, Cleveringaplaats 1, Leiden

Suriname staat bekend als een land waar diverse etnische groepen in harmonie met elkaar samenleven. Toch is de realiteit van een multiculturele samenleving niet zelden een andere.  Ruimte creëren voor identiteit kan uitermate ingewikkeld zijn. In haar lezing zal Aminata Cairo ingaan op vormen van Afro-Surinaamse identiteitsbeleving aan de hand van een studie over Afro-Surinaamse dans, die zij tussen 2003 en 2005 in Suriname uitvoerde. Daarbij zal zij kijken naar de dynamiek en complexiteit van identiteitsbeleving. Los van de academische aspecten van haar onderzoek zal zij aandacht besteden aan de praktische betekenis van haar bevindingen voor de Afro-Surinaamse gemeenschap. Na het uitspreken van de lezing zal Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht, optreden als referent.

Aminata Cairo werd geboren in Nederland, waar zij de middelbare school doorliep. In de Verenigde Staten volgde zij verschillende universitaire studies. Cairo is in het bezit van een BA-diploma lichamelijke opvoeding en psychologie (Berea College, 1988), een MA-diploma klinische psychologie (Eastern Kentucky University, 1991), een MA-diploma medische antropologie (University of Kentucky, 2001) en een PhD in medische antropologie (University of Kentucky, 2007). De titel van haar proefschrift luidt: Hebi Sani: Mental Well Being Among the Working Class Afro-Surinamese in Paramaribo, Suriname. Sinds 2009 is Cairo als assistent professor in de antropologie verbonden aan Southern Illinois University in Edwardsville.

De Rudolf van Lier Lezing is vernoemd naar de bekende Leidse hoogleraar (1914-1987) in de sociologie en cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied en auteur van het standaardwerk Samenleving in een grensgebied; Een sociaal-historische studie van Suriname. De lezing, die om de twee jaar wordt georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren, is gewijd aan een sociaal-wetenschappelijk of geesteswetenschappelijk thema en heeft betrekking op de Nederlandstalige Caraïben. Ruben Gowricharn (2008), Francio Guadeloupe (2010) en Hugo Fernandes Mendes (2012) gingen Aminata Cairo voor als spreker in deze lezingenserie.

Programma
19.30 uur Welkomstwoord door de voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, Peter Meel
19.40 uur Van Lier Lezing, getiteld ‘Krioro dansi: Dansen om Afro-Surinaamse identiteit te verkennen’ door Aminata Cairo, assistent professor antropologie aan Southern Illinois University
20.30 uur Reactie door Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht
20.45 uur  Discussie met de spreekster, de referente en de zaal
21.30 uur Sluiting
Het programma begint om 19.30 uur precies.
Gloria Wekker

Indien u de lezing wenst bij te wonen: u kunt maximaal twee mensen aanmelden. Dat kunt u doen tot uiterlijk 18 juni 2014 onder vermelding van naam, adres, postcode en woonplaat bij Efy Matulessy via e.p.matulessy@hum.leidenuniv.nl.  Zolang er plaats is, ontvangt u binnen een week bericht terug per e-mail. Dit bericht dient uitgeprint als (gratis) toegangsbewijs. U wordt verzocht dit mee te nemen en bij binnenkomst te tonen.
Het Lipsiusgebouw ligt op circa 15 minuten loopafstand van station Leiden CS. De locatie is eveneens per auto te bereiken, maar de parkeermogelijkheden in de omgeving zijn beperkt. U wordt geadviseerd zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Voor een plattegrond van de locatie: http://www.hum.leidenuniv.nl/contact/adres-faculteit.html. Voor reis- en parkeerinformatie: http://www.hum.leiden.edu/contact/visiting-address.html.


Website van de Werkgroep Caraïbische Letteren: http://caraibischeletteren.blogspot.nl/


dinsdag 18 maart 2014

Dansen met voorouders in de Laurenskerk op het Winti Bal Masqué

Groepsportret. Foto © Ari Versluis

Met een wervelende show en ruim 700 bezoekers is de eerste editie van het Winti Bal Masqué in de Laurenskerk een daverend succes te noemen. Het Winti Bal Masqué is hét interculturele festival waarin de Surinaamse en Nederlandse cultuur samen zijn gekomen voor een feestelijk Winti dansritueel. Voor velen betekende dit een geweldige introductie tot de natuurreligie ‘Winti’. Voor anderen werden er  vertrouwde rituelen uitgevoerd, omlijst door Venetiaanse kostuums en beeldende kunst. De avond werd gepresenteerd door Wintipriesteres Marian Markelo en de kleurrijke DJ Chantelle, het alter ego van beeldend kunstenaar Boris van Berkum.

Foto © Floor van Dongen

De eerste editie van het Winti Bal Masqué verwelkomde ruim 700 aanwezigen, naast de voorouders en de goden die meedansten en zich met de aanwezige stervelingen vermaakten. Want zoals dat gaat op een goed Winti dansritueel bestaat de scheiding tussen de mensenwereld en de geesten- en godenwereld niet meer.

Met de voordracht door historicus Alex van Stipriaan werd er stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden dat 150 jaar geleden plaatsvond. Van Stipriaan schetste een beeld van het Rotterdam ten tijde van de slavernij.

Foto © Floor van Dongen

Op de avond bracht de culturele vereniging van Inheemse Indianen Wajonong een serie indrukwekkende krachtgebeden en liederen ten gehore. En werd er door het publiek uit volle borst meegezongen met het strijdlied de Keti Koti Song: 'Keti Koti, Ik ben niet te koop.'

Foto © Floor van Dongen

Hoogtepunt van het feest was de onthulling van de ruim acht meter hoge ‘Mama Aisa XXXL’ sculptuur door wethouder Korrie Louwes. ‘Mama Aisa XXXL’, oftewel moeder aarde, droeg een prachtige ‘koto’ (traditionele Surinaamse klederdracht) gemaakt door Mirjam Carels en de Krachtvrouwen uit Rotterdam-West. Theatergroep Untold voerde de première van de maskerdans uit ter ere van de slangengod ‘Papa Winti’.

Mama Aisa XXXL en het Papa Winti-masker zijn gecreëerd door kunstenaar Boris van Berkum die een selectie maskers uit het Afrika Museum scande in 3D. De verkregen data waren de basis voor een nieuwe kunstcollectie die vanaf nu in het hedendaagse leven een actieve rol zal spelen in het Winti dansritueel. Het ‘Winti Bal Masqué’ is de start en een mijlpaal voor – wat Marian Markelo noemt - de Afrikaanse Renaissance in het Winti-geloof.

Foto © Floor van Dongen

Foto © Floor van Dongen
Met het verassende gastoptreden van carnavalsvereniging Elegance was ook de pracht en praal van de Antilliaanse cultuur aanwezig op het Bal Masqué. De kleurrijk uitgedoste gasten konden op de foto bij fotograaf Ari Versluis. Versluis maakte tevens een groepsfoto van de artiesten en de best geklede bezoekers.

Willy Djaoen. Foto © Floor van Dongen


Het was een feest om te zien dat alle aanwezigen goed hun best hadden gedaan om zich volgens de dresscode: Wonderful Winti, Afro Futurisme en Venetian Chique te kostumeren. Er viel dan ook wat te winnen: De Best Dressed Guest kreeg een reischeque overhandigd ter waarde van vijfhonderd euro. De jury, bestaande uit Annemarie de Wildt – conservator van het Amsterdam Museum, Winti-specialist Fred Fitz James en Ari Versluis kozen de gelukkige winnaar: de heer Willy Djaoen met zijn schitterende Yin Yang kostuum.



Het beste uit de Surinaamse, Afrikaanse, Antilliaanse en West-Europese cultuur kwam deze avond samen. Op Facebook wordt er al volop gespeculeerd over een vervolg in 2015. De organisatie laat weten alles op alles te zetten om dit ‘feest der verbroedering’ een vaste plaats te geven in onze Nederlandse cultuur.

Foto © Floor van Dongen


Datum: 15 maart 2014
Locatie: Laurenskerk Rotterdam
Website: www.ikbenniettekoop.nl
Mede mogelijk gemaakt door: Mondriaan Fonds, Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, Prins Bernhard Cultuurfonds, SNS Reaal Fonds, Gemeente Rotterdam en Stichting Bevordering van Volkskracht, Amsterdam Museum, Afrika Museum.
Foto credits: Ari Versluis
Organisatie: ABAN Foundation















woensdag 26 februari 2014

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


woensdag 5 februari 2014

Carlo Jones & The Surinam Kaseko Troubadours

by Chris Smith

In many ways, it makes more sense to think of New Orleans as a northern Caribbean port than as a southern American one.  There has been a long musical interchange between the city and the islands, stretching back to slavery times, when slave owners fleeing the Haitian rebellion brought their human property to Louisiana.  In the thirties, Belasco's Orchestra from Trinidad recorded an irresistible Sally You Not Ashamed? which is the same tune as Ai Ai Ai (Creole Song), cut by the Wooden Joe Nicholas band for American Music in 1949.  More recently, New Orleans R&B was one of the building blocks of ska, delivered to Jamaica by radio, records and visiting artists.  Today the circuit continues to operate, as the Neville Brothers, for instance, incorporate Haitian and reggae elements into their music.  The music of Carlo Jones and his band, of which more later, is yet another example, and a very striking one, of way musical ideas have travelled between opposite ends of the Caribbean, with the intervening islands seemingly used as stepping stones.
 
 Tremé Brass Band


Tremé Brass Band
First, however, the Tremé Brass Band (or Tremè, as the artwork annoyingly, and illiterately, refers to them).  This outfit are a hot item in New Orleans - I'm writing this section of the review the day after they won the 1997 Big Easy Entertainment Award for best traditional brass band - and listening to the nine lengthy performances on this CD, it's easy to understand why. The lineup includes the unbelievable sousaphone of Kirk Joseph, late of the Dirty Dozen, who plays lines which would tax a good string bassist, and young trumpeter Kermit Ruffins, leader of the Rebirth Jazz Band at age 12, and now heading up the Barbeque Swingsters, who were best traditional jazz band in the same award ceremony, incidentally.  (On four numbers, Joseph is replaced by Jeffrey Hills, who is very good, but not in the same virtuosic league.)  Percussion is provided by veterans Lionel Batiste on bass drum and bandleader Benny Jones on snare, between them whipping the music along to a nonstop second line strut.  The melody line also includes James Andrews (second trumpet), Corey Henry (trombone), Fredric Kemp (soprano and alto saxes), and Stackman Callier on tenor sax.  The sax players are both alumni of the Fats Domino band, and their alliance with the younger players, out of the contemporary funk bands, is part of what makes the Tremé such an exciting combination.

New Orelans Second Line. By Bob Graham

I don't intend to suggest that the sax men are stuck in their ways, or that the youngsters have no grounding in tradition.  On the contrary, the latter seem to have mastered everything in the jazz tradition, from the earliest freewheeling heterophony to the newest freewheeling heterophony.  They also have a good grip on everything in between - hear Ruffins and Andrews two-trumpet solo on Chinatown, My Chinatown, pick 'n' mixing stylistic notions from Louis Armstrong, Dizzy Gillespie and Roy Eldridge to add to their own ideas.  Both sax players, but especially Callier (and Roger Lewis, who replaces him on the numbers where Kirk Joseph also sits out) also have a complete grasp of the jazz lexicon, taking in everything from old time New Orleans woodwind sounds to Dexter Gordon, John Coltrane and beyond.  On Back O'Town Blues, Lewis's post-Coltrane solo seems to fly in on a wire like the Fairy Godmother in pantomime, work its magic, and scoot off again.  I'm not implying, by this that the solo is arbitrary or ill-conceived; the Tremé's freewheeling, wide-ranging ethos, which grabs any style or idiom it fancies, accommodates it quite happily.

Lewis's solo is, in fact, about the only reason to listen to Back O' Town, which at 11' 13" is far too long, and too obviously trying in its rowdiness to meet the expectations of the audience at the New Orleans Music Factory, where it was recorded. (If the expression "Put your hands together!" were made illegal, I would not object.) It also points up the shortcomings of Lionel Batiste's vocal style: his dry delivery, half-way between singing and chanting, seems, here and elsewhere, to be distanced from the lyrics. As so often with jazz bands, and for some reason especially Crescent City ones, blues is viewed as a structure, rather than as a vehicle for emotional expression, and the same comment applies when Batiste sings gospel. It may be that he wants to make it clear that when he sings Jesus Is On The Mainline he's doing so as an entertainer, not a worshipper, but the effect is that the sung portions of this number fail as both religion and entertainment.

That said, I should point out that Batiste's singing is fine on the title track because, deriving from Mardi Gras Indian chants, it emphasises rhythm rather than melody.  Along with Food Stamp Blues (usually known as Ain't Got No Foodstamps), Gimme My Money Back comes from the repertoire of the younger bands, but the rest of the set is firmly in the older New Orleans parade band tradition, from the blowsy, swaying Hindustan to standards like Oh Lady Be Good, and the spirituals Just A Closer Walk With Thee and The Old Rugged Cross, which is played at a hard to handle, but very effective, foot-dragging, on-the-way-to-the cemetery tempo. I'm told that Just A Closer Walk has been established by a Japanese researcher of statistical (and masochistic) bent as the most often recorded of all jazz tunes. Much-recorded though it is, the Tremé's version breathes new life into the number, among other things by using When The Red Red Robin Comes Bob-bob-bobbing Along as a quote and counter-melody!

Speaking of Japan, on the four live tracks, the band is augmented by two anonymous tourists from the Land of the Rising Sun on banjo and piano. Since they are unmiked, it's not possible to hear whether their playing matches their chutzpah, but the band seem to have been content to have them along for the ride, and they are not a drawback; as indicated above, I have reservations about the vocals, but that apart this is a very enjoyable CD.
Carlo Jones & The Surinam Kaseko Troubadours

Carlo Jones & The Surinam Kaseko Troubadours 
At the other end of the Caribbean, on the northeast coast of South America, are the Guyanas, which, reading from left to right, were formerly British, Dutch and French colonies. They've always been regarded locally as part of the West Indies, and certainly Guyana, where I lived as a child when it was still British Guiana, fits that cultural and economic bill, from cricket to crops. Going out there in 1959, the Dutch ship we were on spent three days in Paramaribo, the capital of Surinam, and I still have hazy memories of bone-white Dutch architecture transplanted to the tropics, and much clearer memories of superb ice cream.  Of the music, naturally, I learned nothing, but seeing a CD by Carlo Jones & The Surinam Kaseko Troubadours in Sterns last year, I thought that a lineup of alto saxophone, sousaphone, banjo, trumpet, skraki (a bass drum with cymbals atop), snare drum and trombone was bound to be of interest. Apart from anything else, the similarity to the New Orleans parade bands was most intriguing. In the event, kaseko turned out to be my discovery of 1996.

Surinam is a multi-racial society, like Guyana, as a result of the former colonial powers' habit of moving labour around their empires as necessary, and the Indian, Indonesian and Amerindian peoples of Surinam all have their own musical cultures; gamelan, khawali and ghazal are among the styles to be found, along with modern Indian and Javanese pop. More relevant to this recording, however, is Melville Herskovits' famous observation, with reference to the Bush Negro descendants of runaway slaves, that African culture in the New World is best preserved in Surinam. Kaseko is very evidently an African-American music, highly polyrhythmic in a manner that's strongly reminsicent of both the New Orleans parade bands and the Mardi Gras Indians, but more complex than either. Indeed, according to the CD notes, kaseko was considerably influenced by New Orleans jazz in the thirties, so that the lineup similarities may be more than coincidence. Furthermore, bandleader and saxophonist Carlo Jones refers to his band members as jazzmen, and older people apparently still refer to kaseko as jazz.

Since the thirties, the music has taken on board other influences, seemingly blending in all the new sounds without deleting any of the older ones; during the forties and fifties, Cuban mambo, son and montuño were all the rage, and in the sixties and seventies calypso and Haitian compas were stirred in to the pot. The resulting music is given an unstoppable drive by the tuba, drums and banjo, over which are laid the polyphonic improvisations of jazz, the sinuously sexy lines of Cuban music, and the big, brassy, call-and-response riffs of soca and compas.  All these ingredients are evidently mixed in with distinctively Surinamese elements, from the drum music of the Bush Negroes to Christian hymnody: the three main genres played by the Troubadours are the medium tempo bigi poku (which refers to the centrality of the bass drum in this style), the slow, solemn groot bazuinkoor - hymns with added rhythm - and winti poku, named after the winti, which are the spirit deities of the Bush Negroes.

All the tunes on the disc are instrumentals, but in view of their titles, and the descriptions given, it seems that they may have - or once have had - lyrics.  Na So Mi Yere So, Sani De Na Uma Koto, for instance, is said to be a set of innuendoes about what lies under women's skirts, while Todo No Habi Wiwiri Ma' Tyari Loso, which means "the frog is hairless but full of lice" effortlessly wins my "surreal title of the year" award.  The official language of Surinam is Dutch, but these tune titles are in a creole of Dutch, English, French, Spanish and Hebrew (!) called taki-taki, which is the day-to-day means of communication among the different ethnic groups. Sometimes, it's easy enough for an English speaker to understand: Wi De G'we, Wan Dey Unu Sa Miti Baka, the final track, is obviously "we're going away, one day we'll meet again;" it would be harder to deduce, however, that Bigi Emeri Fu Ban Ban Dyari Siton Graman "commemorates Big Emelius with his hydrocele who lived in Bang Bang's yard."


All this discussion - which is assisted by the New Grove, and by the CD's very useful notes - is perhaps peripheral to the main point. Kaseko is an irresistibly joyful, jumping music; according to Grove, it's played for setdansi - which I'm sure needs no translation - and for "various festive occasions." On this record, it's delivered by a team of immensely able musicians, both as ensemble players and soloists. André Jones's sousaphone playing easily stands comparison with Kirk Joseph's, while Carlo Jones brings an unstoppable flow of invention to the alto saxophone; he is, incidentally, a virtuoso of the reed squeak, always doing it at the right time, and never overdoing it. The brass players seem telepathic in the way they cede the front line to one another, switching instantly from melody to riffing support, and never clashing or competing for the limelight.  If I have discussed kaseko mainly in terms of the influences on it from outside, that's because I know more about them than I do about Surinamese music. For me, and I suspect for most readers of this review, the joy of discovering kaseko will reside equally in the delightful exuberance of the music, and in that music's evident connectedness to sounds running the length of the Caribbean island chain, from Trinidad to the Crescent City where this review began.

Arhoolie CD 417
MW Records MWCD 3011

[from www.mustrad.org.uk]

maandag 13 januari 2014

Surinaamse rokers voeren de wereldranglijst aan

Paramaribo - Surinaamse rokers voeren de wereldranglijst voor sigarettenconsumptie aan met een gemiddeld gebruik van 109 sigaretten per dag. Tot deze opmerkelijke en voor velen wellicht ongeloofwaardige conclusie komt de website Pacific Standard in Californië. In het op 8 januari jongstleden verschenen artikel ‘Smokers in Suriname Light Up 109 Times a Day’ deelt Ryan ...

Jacobs zijn bevindingen, die hij gebaseerd heeft op nieuwe data over globaal rookgedrag, die bijeengebracht zijn door wetenschappers van het ‘Institute for Health Metrics and Evaluation’ van de Universiteit van Washington.

Daarbij komt naar voren dat er geen enkel ander land in de wereld is dat de verstokte verslaving van rokers in Suriname evenaart. Door Jacobs wordt neergepend dat de rokersprevalentie van Suriname van minder dan tien procent van de 534.541 inwoners op zich niet eens schrikbarend hoog is ten opzichte van andere landen, maar dat de dagelijkse rokers zeer verslaafd moeten zijn.

Een gemiddelde roker in ons land consumeert volgens de statistieken jaarlijks 40.000 sigaretten, hetgeen neerkomt op 109 sigaretten of vijf sigarettenpakjes per dag, rapporteren de wetenschappers. Sudan is op afstand tweede met een jaarlijks verbruik van 21.000 sigaretten per consument.
 
Creoolse rookt een pijp.
Foto C.F.A. Bruijning, 1957
Volgens het artikel schijnt roken in Suriname tot een soort voltijdse bezigheid te zijn verworden gezien het feit, dat het zo’n zes minuten duurt om een sigaret op te roken en dus meer dan 10 uren per dag aan deze bezigheid wordt besteed. Niemand weet hoe dit fysiek mogelijk kan zijn voor de Surinamer.

Misschien zijn de sigaretten in Suriname extreem dun, suggereert Pacific Standard. De website waarschuwt dat ter vergelijking de gemiddelde Amerikaanse roker dagelijks om en bij 22 dodelijke staafjes opsteekt, hetgeen genoeg is om iemand op vroege leeftijd te laten overlijden. Het is overigens niet geheel duidelijk welke onderzoeksmethoden gevolgd zijn ter bepaling van de statistieken over de sigarettencomsumptie van rokers in Suriname.

In bijvoorbeeld de casino’s hier te lande was het vóór het instellen van het rookverbod usance dat aan iedere gokker die dat wenste, gratis sigaretten werden verstrekt. Er moet verder rekening mee worden gehouden dat mogelijk een substantieel deel van de importsigaretten uit ons land wordt gesmokkeld.

[van Nospang.com, maandag 13 januari 2014]

 ..

zondag 12 januari 2014

In memoriam Rico Vreden

Op 6 januari 2014 overleed in Amsterdam Eric Edmund Vreden, beter bekend als Pa Rico Vreden. Hij bereikte de leeftijd van 78 jaar. In leven was hij muzikant, zanger, mede-oprichter van wintigroep Blakka Boeba, lid van de culturele vereniging Abaisa. Hij zong en speelde mee in verschillende groepen. Rico Vreden was een kenner van het bespelen van alle winti-instrumenten, hij was een kenner van winti-kruiden en medicijnen en hielp mee aan het oplossen van winti-problemen. Verder was hij een kenner en verteller van anansi-, fosten- en ondrofenitori. Hij was werkzaam als kok binnen enkele Surinaamse sociëteiten

In 2012 heeft vande Stichting Eer en Herstel onder aanvoering van Roy Groenberg (Kaikusi) een onderscheiding in ontvangst mogen nemen als kulturu-papa 2011.

Het afscheid van Pa Rico Vreden vindt plaats op maandag 13 jan. van 18.00-19.00u. De crematie (conform zijn wens) is op dinsdag 14 januari in Uitvaartcentrum Westgaarde, Ookmeerweg 275 te Amsterdam. De dienst vangt aan om  9.15u

zaterdag 4 januari 2014

'Blakaman Dey' voor iedereen

Foto © Michiel van Kempen
Paramaribo - Volgens Iwan Wijngaarde, voorzitter van de organisatie Feydrasi Fu Afrikan Srananman (FFAS), zou een ieder Blakaman Dey moeten kunnen vieren. In 1976 werd door de UNESCO de eerste zondag in de maand januari uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Zwarte Beschaving. Wijngaarde merkt op er nooit een punt van te hebben gemaakt door te zeggen dat deze ...
dag alleen voor de ‘African’ negers bestemd is. “Wij hebben het altijd gedaan met alle etnische groepen in Suriname. Men zegt vaak dat wij deze dag maken tot een ‘Alaman Dey’. Maar we willen juist alle culturen inéén vlechten om zo ver-dere ontwikkeling in het land te brengen.

We doen het samen. We brengen de beschaving van de andere volkeren mee”, aldus Wijngaarde. Deze dag is bedoeld om de internationale rol en betekenis van de beschaving van de Surinamers met een zwarte Afrikaanse achtergrond te markeren. Volgens Wijngaarde, die tevens optreedt als woordvoerder van de organisatie belast met de festiviteiten, wordt er vanuit de Verenigde Naties ondersteuning gegeven aan de bevordering van een bewustwording over de positieve invloed, die de Afrikanen in diaspora hebben op de wereldbeschaving.
 
Nelson Mandela
In Suriname is de ‘Blakaman Dey’ al meerdere malen gevierd in verschillende districten. Dit jaar zal deze dag voor de achttiende keer herdacht en gevierd worden en wel te Vier Kinderen in het district Para. Het thema dit jaar is: `Nelson Mandela’s filosofie’. Dit thema wordt gebruikt, omdat Mandela heel veel heeft betekend voor zowel de Afrikanen als andere etnische groepen. Hij stond bekend als een man van eerlijkheid en oprechtheid.

Op zondag 5 januari begint het geheel met een gebed en een tentoonstelling met als titel ‘Zwarte geschiedenis’. Verder zullen er lezingen worden gehouden, alsmede een cultureel programma worden afgewerkt, dat bestaat uit optredens van topmuziekformaties. Eén daarvan is ‘Sweet Melody’ en nog twee andere formaties.
 
Uit Edward Lucie-Smith, Ars Erotica
Er zullen daarna toespraken gehouden worden door de minister van Regionale Ontwikkeling en die van Onderwijs en Volksontwikkeling. Ook is president DesiréBouterse uitgenodigd op deze dag acte de présence te geven. Voordat de organisatie overgaat tot het informele gedeelte, zal een persoon uit het district Para een onderscheiding worden toegekend voor zijn/haar bijdrage aan het district.

[van nospang.com, 4 januari 2014]


dinsdag 3 december 2013

Zingen voor nieuw complex


Claudetta Toney van stichting Fiti fu Wini (r) straalt van genot, terwijl vijf andere vrouwen gepassioneerd een lied ten gehore brengen bij de eerstesteenlegging van het multifunctioneel gebouw Poelepantje. Het gebouw, dat vóór eind 2014 moet worden opgeleverd, heeft als belangrijkste doel cultureel en educatief vormingswerk te huisvesten. Foto: Stefano Tull.

[uit de Ware Tijd, 03/12/2013]

De Poelepantjebrug in 1949. De brug verbond de Herrnhutterstraat met de Koningstraat.