Posts tonen met het label Breeveld Hans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Breeveld Hans. Alle posts tonen

zaterdag 21 september 2013

André Loor vertelt...

André Loor ontvangt het eerste exemplaar uit handen van
 VACO-directeur Ed Hogenboom
Donderdagavond 19 september, heeft om 19.30u in het Hoekhuis aan de Waterkant in Paramaribo in kleine kring de officiële presentatie plaatsgevonden van André Loor vertelt…, Suriname 1850-1950. Deze nieuwste VACO-uitgave is geschreven door de welbekende en alom gerespecteerde historicus André Loor, die talloze onderscheidingen ontving, die vereeuwigd is met een bronzen kopstuk en die recentelijk te horen heeft gekregen dat een straat naar hem vernoemd zal worden. De heer Loor is vooral bekend als verteller – hij was jarenlang op televisie te zien met een programma waarin hij vertelde over de geschiedenis van Suriname – en als leraar geschiedenis. Een deel van zijn vermaarde kennis is nu opgenomen in dit boek, waarin hij op de hem zo typerende wijze verhaalt over het Suriname van die jaren.

Uitgeefster Audrey Hogenboom, auteur André Loor en diens echtgenote Judith Loor

Tijdens de presentatieavond werd de heer Loor voor het voetlicht geplaatst door de heren Walther Tjon A Tjieuw en dr. Hans Breeveld, die de auteur ieder in een andere hoedanigheid hebben leren kennen. Hierna gaf ceremoniemeester Deryck Ferrier het woord aan de heer Loor. Deze vertelde over de totstandkoming van het boek en overhandigde vanwege het belang van dit boek voor de samenleving het eerste exemplaar aan minister Moestadja van Binnenlandse Zaken. Ook mw. R. Tjien Fooh van het Nationaal Archief Suriname mocht een exemplaar in ontvangst nemen.

André Loor temidden van het VACO-team


Over het boek:
De jaren 1850-1950 vormden een keerpunt in de geschiedenis van Suriname. Centraal stonden onder andere de afschaffing van de slavernij, de komst van vele immigranten uit verschillende delen van de wereld, de invoering van de leerplicht en het beschikbaar komen van gas en elektriciteit waardoor het dagelijks leven gemakkelijker werd. Het straatbeeld veranderde door de komst van fietsen en auto’s en het verdwijnen van paard en wagen. Er verschenen verschillende kranten en meer mensen leerden lezen. Ook kwam de eerste radio-omroep tot stand en de winning van goud en bauxiet ontwikkelde zich door industriële productie.

[uit Dagblad Suriname, 20-09-2013]


dinsdag 17 september 2013

Carifesta in perspectief

Foto © Ingrid Moesan


door Hans Breeveld


The song is ended but the melody lingers on. Dit geldt zeker voor CarifestaXI. De organisatie van deze manifestatie vindt dat ze de lat hoog heeft gelegd. Er zijn aardig wat mensen die deze visie onderschrijven. Maar is deze wel juist? Dit artikel is een voortvloeisel van een discussie of Carifesta XI wel of niet geslaagd is.

Zeker heeft Carifesta XI vele prachtige momenten gekend, maar zijn deze voldoende om - nog voor een kritische evaluatie - vast te stellen dat Suriname een goede job heeft gedaan?  Nog lang zal gesproken worden over de spectaculaire opening en de prachtige sluiting. Maar Carifesta is nu eenmaal veel meer dan een opening en sluiting alleen.



Aangezien het hele gebeuren - volgens bekomen informatie - tussen de SRD 17 en 20 miljoen heeft gekost, moet er zeker een kritische evaluatie volgen, waar elke burger - direct dan wel indirect - aan deel zou moeten kunnen nemen. Het uitgegeven, dan wel uit te geven geld is - voor zover mij bekend - voor het grootste deel opgebracht door het Surinaamse volk.

Carifesta, wat staat voor Caribbean Festival of Creative Arts, kreeg deze keer als slogan mee: Culture for development.  Hoewel men bij Carifesta cultuur gemakshalve wil beperken tot kunstuitingen, weten wij dat cultuur veel meer omvat. Normen, waarden en gewoonten (gwenti) zijn daar essentiële onderdelen van.  Gewoonten zijn niet altijd even gemakkelijk te veranderen. Maar als we merken dat deze gewoonten ontwikkeling in de weg staan, zal er een cultuuromslag moeten plaatsvinden.

Foto © Ingrid Moesan


Doelstelling Carifesta

Carifesta kreeg bij haar oprichting de volgende doelstellingen mee:

i. to expose the peoples of the region to each other's culture through creative activity, thus deepening their knowledge and awareness of the native aspirations of their neighbours;

ii. to forge through cultural participation closerrelations between people of the region;

iii. to demonstrate the importance of the arts as a unifying force in building a wholesome society and

iv. to develop the content of our regional culture as a well as its aesthetic forms.

Tijdens de Carifesta's waar ik aan heb deelgenomen, werd tijdens de symposia steeds aangegeven dat het streven van Carifesta is om excellente performances te presenteren.

Carifesta en het amateurisme

De eerste edities van Carifesta heb ik niet meegemaakt, maar bij de Carifesta's die ik bewust heb beleefd was amateurisme en provisorisch handelen steeds troef. Het begint met het feit dat deelnemende landen het Carifesta-gebeuren incidentalistisch bekijken en benaderen. Er zijn geen permanente structuren. Op het laatste moment wordt er een nationale commissie samengesteld, al dan niet met een gewichtige naam. Als het goed is, wordt er gesproken over een budget. Weinigen zien echter geld. Van de meeste deelnemende individuen en/of groepen wordt verwacht dat zij de door hen gemaakte - of te maken - kosten voorschieten. Dit leidt tot stagnatie en onzekerheid. Dit heeft gevolgen voor een vlotte voorbereiding. Landen wachten tot het laatste moment om zich te registreren, vele overschrijden deadlines.



Door deze werkwijze is het moeilijk voor het organiserende land om te plannen.Tot het laatste moment blijft dat landen niet kunnen aangeven of en met welke sterkte ze zullen deelnemen aan Carifesta.

Het organiserende land blijft tot het laatste moment in het ongewisse wat betreft het aantal landen dat daadwerkelijk zal deelnemen aan Carifesta. Wat de respectieve landen zullen presenteren, is onduidelijk. Delegaties van landen die uiteindelijk wel komen, blijken veel groter of kleiner te zijn dan aanvankelijk was opgegeven. Hoe kan je dan plannen? Plannen, een wezenlijk onderdeel van het proces tot ontwikkeling. Om maar even te refereren aan het thema van Carifesta XI. Doordat de meeste landen zich te laat melden en hetgeen ze zullen presenteren maar summier bekend is, kan er ook geen programma door het organiserende land worden gemaakt.


Carifesta XI

De opening van Carifesta XI was schitterend, maar werd ontsierd door de late aankomst van het staatshoofd en het feit dat grote delen van het volk - waar Carifesta om begonnen is - als apen achter dranghekken moesten worstelen om nog een glimp van al het moois op te vangen. Als organisatie kan je het niet maken dagenlang het volk op te roepen om bij de opening aanwezig te zijn. Vervolgens laat jij je eigen burgers elkaar verdringen achter de dranghekken, omdat ze een kaart - waar de organisatie nooit over gesproken heeft - niet kunnen tonen. Wanneer de organisatie wekenlang bezig is met het bouwen van een podium met een zeer beperkt aantal zitplaatsen, dan kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de opening een moedwillige uitsluiting van het volk is geweest.




Geen programma

Aan de dame bij de balie van het Carifesta 'Head office' vroeg ik om een programma. Ze kwam haar belofte keurig na. Die middag nog ontving ik een mailtje. Maar dat was geen programma. Het was een opsomming van activiteiten waarvan bij de meeste de plaats en aanvangstijd niet waren vermeld en waarvan - zoals later zou blijken - vele geen voortgang zouden hebben of op een andere locatie dan op die lijst was aangegeven zouden plaatsvinden.

Het lijkt wel een voetbal WK waarbij in het programmaboekje staat dat in een bepaald stadion Brazilië tegen Duitsland zal spelen. Als je aankomt, blijkt het te gaan om een wedstrijd Uruguay tegen Japan.

Notoire laatkomers

Een folkloristische opvoering van de Cubaanse groep Tropicana. Het optreden ving later dan 'stipt 20.00 uur' aan, omdat gewacht moest worden op hoogwaardigheidsbekleders.

Vele activiteiten begonnen steevast later dan het tijdstippen, welke dagelijks werden gepubliceerd. In DWT las ik dat de voorstelling van Tropicana, uit Cuba, stipt om 20.00 uur begon. Ik dacht: dat is dan iets waar ik naartoe moet. Ik was er om 19.40. Precies om 20.00 uur kwam er echter een mededeling die boekdelen sprak. Aan de honderden mensen die keurig een kaartje hadden gekocht en op tijd aanwezig waren, werd meegedeeld dat het optreden vandaag wat later zal aanvangen, omdat er op wat hoogwaardigheidsbekleders wordt gewacht. Duidelijker kon men zich niet distantiëren van dit onfatsoenlijke en ondisciplinaire gedrag van onze 'hoogwaardigheidsbekleders'. De Cubaanse organisatie wilde aan dit wangedrag part noch deel zijn. De doelstellingen geven aan dat het bij Carifesta primair om de Caribische volken gaat. Bij Carifesta XI kreeg ik vaak onwillekeurig het gevoel dat het festival tot meerdere glorie van hoogwaardigheidsbekleders was georganiseerd en dat het volk als entourage mocht meedoen.
 
...hoogwaardigheidsbekleders: ondisciplinair gedrag...
In de geest van het thema van dit Carifesta kan worden gesteld dat hoogwaardigheidsbekleders het nu eindelijk moet beseffen dat notoire laatkomers het woord 'ontwikkeling' niet in de mond mogen nemen. Hen moet eerst discipline worden bijgebracht. Anders blijven ze obstakels op weg naar ontwikkeling.

De hoogte van de lat

Ik ben het niet eens met hen die stellen dat wij de lat hoog gelegd hebben. De lat is onder andere pas hoog gelegd:|

wanneer deelnemers over een betrouwbaar programma boekje beschikken;

wanneer geprogrammeerde activiteiten op tijd beginnen;

wanneer naast de performers ook een groot aantal personen uit de deelnemende landen het Carifesta bezoeken;

wanneer via Carifesta het volk van het Caribisch gebied nader tot elkaar komt.  De lat kan door geen enkel organiserend land alleen hoog gelegd worden zolang de deelnemende landen incidentalistisch blijven kijken naar Carifesta.



Aanbevelingen

Om professionalisme te bevorderen, zal Carifesta moeten werken aan een permanente structuur, zoals bijvoorbeeld Fifa bij de voetbalsport en IOC bij de Olympische spelen. Carifesta moet een lerende organisatie worden. Het herhalen van fouten van voorgaande Carifesta's brengt ons verder van de doelstellingen.

Er moeten aan deelnemende landen duidelijke deadlines worden gesteld. Qua deelname en presentaties. Aan deze deadlines moeten - bij niet naleving daarvan - sancties worden opgelegd.  Er zullen minder 'venues' moeten zijn, terwijl het professionalisme moet worden opgevoerd. Bij vele Carifesta's worden te veel activiteiten voor te weinig mensen opgevoerd.



De bevolking van het organiserende land moet het respect ontvangen dat het verdient en niet stiefmoederlijk achter dranghekken worden gestopt. Het gaat bij Carifesta nu eenmaal primair om het volk.  Carifesta moet - op den duur - door private organisaties worden georganiseerd, waarbij aan de overheid slechts een faciliterende rol wordt toebedeeld. Deelnemende landen moeten het bevorderen dat behalve de deelnemers ook een groot aantal inwoners van die landen naar Carifesta afreizen om zodoende de interregionaliteit te bevorderen.

Dr. Hans Breeveld is politicoloog.

[uit de Ware Tijd, 14/09/2013]




zondag 23 december 2012

De Breeveldjes: de bedrieger bedrogen

Van links naar rechts, Clarence, Carl, een verbeten Lucia, Hans en Borger Breeveld, foto Collectie Breeveld, Claudia Barker en Irvin Ngariman.



door Jules Koningverander

Als we Nikki Mulder mogen geloven, die het beklag van de Breeveldjes heeft verwoord in de Ware Tijd van 22 december j.l., knaagt de documentaire Wan Famiri aan de kerstsfeer van de familie. Aanvankelijk zouden de prediklocaties van vader, dominee Arnold Breeveld, het vertrekpunt zijn van de filmopnames. "Het accent moest liggen op de familie, op onze eenheid", zegt Borger ietwat verbeten. “De band tussen de familieleden is namelijk nog steeds bijzonder goed”, zo wil Nikki Mulder ons laten geloven, “ondanks onderlinge verschillen in politiek denken. Borger is jarenlang woordvoerder van Desi Bouterse geweest, Hans heeft tien jaar de functie van adjunct-secretaris van de NPS gedragen en Carl heeft met zijn eenmansfractie DOE een onafhankelijke stem in De Nationale Assemblée.”

Ik geloof er niets van dat de familie zo’n eenheid is, zoals zij nu tegen wil en dank wel doen alsof, slechts pretenderend, pronkend met hun achtergrond van creoolse stads- en EBG-elite: alsof daar nog iets van in stand is gebleven! Daarom moesten die prediklocaties van vader Arnold in dat familieprotret, daarom die verhalen over de hechte familie die ze ooit waren, het werkethos dat ze van moeder Breeveld meekregen, de taal-kruistochten van vader Breeveld en diens oranje-trouw. Niets dan wat uiterlijkheden zijn er van overgebleven, maar die moeten dan ook uitvergroot en uitgedragen worden, in een wanhopige poging om geloofwaardig te blijven. Hun opdracht aan de cineast was een portret te maken van de familie van weleer, nu echter verworden van eenheid tot verscheidenheid, en daar is cineast Lassche mooi niet ingetrapt.

De werkelijkheid is pijnlijk anders, want Borger, Hans en Carl hebben zich gecommitteerd aan de politiek en hebben daar -de een wat meer, de ander wat minder- vuile handen mee gemaakt. Clarence staat er letterlijk en figuurlijk helemaal buiten, en Lucia heeft duidelijk een roeping en probeert zonder onderscheid des persoons fanatiek bij elkaar te houden wat niet meer bij elkaar te houden valt. Nikki Mulder heeft er in haar verhaal geen melding van gemaakt dat Hans na de telefooncoup van eind december 1990 minister van Binnenlandse Zaken en Regionale Ontwikkeling werd in een ‘zakenkabinet’, opportunistisch overgelopen nadat hij tien jaar lang adjunct-secretaris was geweest van het Congresbestuur van de Nationale Partij Suriname (NPS). Evenmin doet zij verslag van de capriolen van Carl in het parlement, en recent in de ACP/EU-assemblée, die logischerwijze hebben geleid tot de speculatie dat hij aanstuurt op aansluiting bij de Mega-Combinatie tegen de tijd van de verkiezingen van 2015.

Borger beklaagt zich dat vrienden hem zeggen: “Jongen, die man heeft je gebruikt. Jij als mediaman had daar niet in moeten lopen.” Borger neemt een korte pauze en concludeert dan: “Ze hebben gelijk. We zijn er ingeluisd, maar dat ik er in getrapt ben, dat vind ik het ergste.” Kennelijk kan of wil hij niet inzien dat hij als bedrieger uiteindelijk de bedrogene is. Toch raakt Borger als echte domineeszoon niet verbitterd van de hele affaire. De irritatie klinkt nog door in zijn stem, maar ergens heeft hij al berust in de zaak. Hij verzucht: “Je gaat uit van de goedheid van mensen, anders kan je toch niet leven, jongen.” Ik durf Borger niet te vragen of hij ook uitgaat van de goedheid van Bouterse, anders gaat hij weer huilen!

woensdag 19 december 2012

Borger Breeveld legt uit wat misging met documentaire


Borger Breeveld zegt dat voordat de documentaire Wan Famiri werd gemaakt, er duidelijke afspraken waren over de bedoeling en inhoud. "Het eindresultaat was iets heel anders. Het ging niet meer om 'Wan Famiri' maar om president Desi Bouterse en de decembermoorden", stelt Borger namens de familie tegenover Starnieuws. 


Documentairemaker Geertjan Lassche zegt in een reactie aan Starnieuws het te betreuren dat het zo is afgelopen. De documentaire werd donderdagavond bij de EO op de Nederlandse televisie uitgezonden. De familie Breeveld kon zich niet terugvinden in het eindproduct en distantieerde zich ervan.
Volgens de maker van de documentaire gaat het om een ‘verschil in perceptie’ van het begrip familieportret: "Wat versta je daaronder? Ik heb een politiek actieve familie willen portretteren die een metafoor vormt voor de recente geschiedenis van Suriname. Want ondanks hun onderlinge verdeeldheid zijn ze toch heel duidelijk één."

Borger Breeveld. Foto @ Dave Edhard


Het accent is verlegd 
Borger zegt dat hij achter alles staat wat er is gezegd door hem, zijn zus Lucia en broers Clarence, Hans en Carl. "Toen de afspraken van de documentaire gemaakt werden en het filmen begon, was er geen sprake van amnestiewet. Het 8 decemberproces was al vier jaar gaande. Gaandeweg kreeg de film een andere draai. En in de montage veranderde de documentaire compleet. Dit was niet waar we ons aan gecommitteerd hadden", voert Borger aan.

Op zichzelf kan de filmmaker begrip opbrengen voor de ‘schrikreactie’ van de Breevelds. "Als documentairemaker moet je wel iets kunnen hebben van de mensen die je volgt. Toch, met de mensen die er verder aan de film hebben meegewerkt sta ik vierkant achter de film. Ik betreur het dan ook ontzettend dat we nu iets hebben uitgezonden waar de hoofdrolspelers niet achter staan. Dat is absoluut niet mijn bedoeling geweest. Het staat ook haaks op mijn werkwijze. Toen de familie met haar reactie kwam hebben we nog eens goed nagedacht of het wel moesten uitzenden. We hebben het doorgezet vanwege het belang voor het Suriname-debat in Nederland."

Actualiteit veranderd 
In november 2011 is een begin gemaakt met de voorbereidingen op de documentaire. Lassche kon toen ook niet vermoeden dat de actualiteit zo’n grote rol zou spelen tijdens de opnames. In maart kwam medeverdachte Ruben Rozendaal met keiharde belastende verklaringen aan het adres van Desi Bouterse, hoofdverdachte in het decemberstrafproces. Een paar weken later werd de verruimde amnestiewet aangenomen in de Nationale Assemblee. "Niemand wist dat het zich op deze manier zou ontwikkelen. Het plaatste Suriname en Bouterse opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Daar is in de documentaire dan ook meer op gefocust dan we vooraf hadden gedacht. Zonder dat we dat van tevoren wisten hebben we in die actuele politieke arena dit portret gemaakt", zegt de maker van de film.

Borger Breeveld als woordvoerder van Bouterse

Borger merkt op dat de familie zich misbruikt voelt. "Wij hebben afgesproken dat het een familieverhaal zou worden, met onze verschillende invalshoeken. Het idee is ontstaan op basis van de film Wan Pipel. Wij zijn meegesleept in het 8 decemberstrafproces. Ineens ging de film niet meer over de familie Breeveld maar over Bouterse en 8 december", zegt Borger. De familie Breeveld heeft niet gezegd dat de documentaire dan maar niet uitgezonden mocht worden. Er is geen rechtszaak van gemaakt. "Wij hebben ons gedistantieerd ervan omdat wij ons niet kunnen terugvinden in de afspraken die gemaakt waren", legt Borger uit.

[uit Starnieuws, 15 december 2012]

Breeveldjes & de illusie van het ego

door Jules Koningverander

Het lijkt er op dat de familie Breeveld zich heeft geleend voor de documentaire Wan Famiri van Geertjan Lassche vanuit eenzelfde vals sentiment van waaruit Borger Breeveld in 1976  de hoofdrol op zich nam van de inmiddels iconische film Wan Pipel, of zoals Roy aan het slot van die film zegt dat zijn leven in Suriname ligt en dat hij meent dat het zijn taak is om het land te helpen opbouwen. Hetzelfde vals sentiment van waaruit hij en broer Hans een paar jaar later de zijde van Bouterse zouden kiezen. De regisseur van Wan Pipel, Pim de la Parra, zou het decennia later als volgt verwoorden: “Het is de illusie van het ego dat je met sociale of politieke revolutie iets kan veranderen of verbeteren.”

Van links naar rechts Pim de la Parra, Willeke van Ammelrooy en Borger Breeveld bij de Nederlandse première van de gerestaureerde versie van Wan Pipel op 28 september 2010

Het bewijs van deze stelling ontleen ik aan Borger Breevelds verweer op StarNieuws van vandaag: “Borger Breeveld legt uit wat er mis ging met de documentaire Wan Famiri”. Hij betoogt dat voorafgaand aan het maken van de documentaire duidelijke afspraken waren gemaakt over bedoeling en inhoud, maar zegt hij: “Het eindresultaat was heel iets anders. Het ging niet meer om Wan Famiri, maar om President Bouterse en de decembermoorden.

Het is natuurlijk ontzettend naïef van Borger en van de hele familie Breeveld dat zij dit eerst achteraf concluderen en dat zij dat niet gaandeweg de productie van de documentaire hebben voelen en zien aankomen. Politieke dieren als Borger, Hans en Carl Breeveld zijn, hebben ze zich laten meesleuren door de politieke waan van de dag, zijnde de omstreden totstandkoming van de omstreden amnestiewet. Op het moment dat die amnestiewet werd gelanceerd hadden de Breeveldjes echter beter moeten weten en hun medewerking aan deze documentaire onmiddellijk moeten stopzetten in plaats van achteraf te roepen dat “die wat ons betreft niet uitgezonden zou mogen worden.” Documentairemaker Lassche zou geen knip voor zijn neus waard zijn geweest als hij niet op deze volslagen onverwachte ontwikkeling had ingespeeld, daarvoor is het nu eenmaal een documentaire.

De vier broers Breeveld


Volgens Geertjan Lassche gaat het om een verschil in perceptie van het begrip familieportret: “Wat versta je daaronder? Ik heb een politiek actieve familie willen portretteren die een metafoor vormt voor de recente geschiedenis van Suriname. Want ondanks hun onderlinge verdeeldheid zijn ze toch heel duidelijk één.” Behalve dat ik het met die duidelijke eenheid van de familie niet eens ben, ben ik het verder eens met Lassche, anders zou hij de politieke activiteit van de familie geweld hebben aangedaan. Onbegrijpelijk dat de Breeveldjes dat niet willen zien.

Maar ik stoor me aan Lassche’s perceptie dat de familieleden ondanks hun onderlinge verdeeldheid toch heel duidelijke één zouden zijn. De familie is niet één, maar de dramatis personae houden zich krampachtig aan elkaar vast, dát is het verschil en dat wil Lassche niet zien. Het is hetzelfde allesverhullende begrip eenheid in verscheidenheid dat vandaag de dag opgeld doet in Suriname. Het bewijs van mijn stelling is de krampachtigheid waarmee ze afstand nemen van de documentaire op het moment dat de politiek ieders eigen rol opeist.

Eens te meer bewijzen de Breeveldjes het voorbeeldige mini-schaalmodel van geheel Suriname te zijn, een waarachtig spiegelbeeld van wat zich dagelijks afspeelt in de Surinaamse samenleving. 

zondag 16 december 2012

Familie Breeveld neemt afstand van documentaire


door Diederik Samwel

De documentaire Wan Famiri over de familie Breeveld was donderdagavond te zien bij de EO op Nederland 2. Vóór de film begint, verschijnt een tekst in beeld waarin de Breevelds afstand nemen van het eindresultaat. In een uur televisie maakt de kijker kennis met de familie. De camera volgt zus Lucia en de broers Borger, Hans, Carl en Clarence in hun dagelijks leven. 

Borger Breeveld barst in tranen uit in de documentaire.


Lucia werkt als stervensbegeleider en vertelt in de film openhartig over het gezinsleven bij de Breevelds en de hechte familieband. Die komt ook naar voren in de scènes dat ze samenkomen om bij te kletsen, te zingen en muziek te maken.
Borger, wereldberoemd in Suriname als Roy uit de speelfilm Wan Pipel en later woordvoerder en persman van Desi Bouterse, is tegenwoordig werkzaam bij de STVS als eindredacteur. In die functie zit hij bijvoorbeeld bij de montage van een interview met zijn broer Carl, partijleider en assembleelid van DOE.
Diezelfde Carl bezoekt in de documentaire scholen in het binnenland om te luisteren naar de behoeften van de jeugd. Hij is vast van plan een beter land van Suriname te maken en zou niet aarzelen om zich daar op termijn als president voor in te zetten.

Decembermoorden 
Muzikant Clarence woont en werkt in Holland. Met pijn in het hart, want eigenlijk zat hij liever in eigen land, zo laat hij doorschemeren. Maar ja, hij heeft inmiddels een gezin met opgroeiende kinderen en die voelen zich prima thuis in Nederland. En eigenlijk kan Clarence daar misschien wel meer betekenen voor Suriname.
Hans is politicoloog en geeft colleges. In de film vaart hij over de Surinamerivier om te vertellen over het slavernijverleden. Ook gaat hij in op zijn periode als minister van Binnenlandse Zaken onder president Kraag in de militaire periode.
Want in de documentaire speelt de recente geschiedenis van Suriname een prominente rol. Er zijn archiefbeelden opgenomen van de proclamatie van de onafhankelijkheid, de militaire coup, reacties op de decembermoorden en verser nog, het aannemen van de verruimde amnestiewet, begin april dit jaar.
Documentairemaker Geertjan Lassche wil van de familie weten hoe het eigenlijk zit met die moorden. Vooral omdat Borger zo nauw heeft samengewerkt met Bouterse en nog steeds goed bevriend is met de president. 

Farida Sedney

Lassche registreert verschillende reacties. Carl zegt dat hij Borger had willen adviseren om na ’82 afstand te nemen van de militairen. Terwijl Lucia uitlegt dat Nederlanders het nooit helemaal zullen begrijpen. Omdat iedereen in Suriname zo nauw betrokken is bij de moorden. De mensen zijn sterk met elkaar verbonden. Via een vriend onder de nabestaanden of via familie van de toenmalige machthebbers. ‘Jullie Hollanders bekijken het nuchter, bij ons is het emotie. Daarom kun je hier niet radicaal zijn.’
Vooral het beeld van Borger blijft achter na het zien van de documentaire. Hij is in tranen als hij vertelt dat hij destijds toch is doorgegaan met zijn werk. Ondanks de tegenslagen en ondanks ‘die klote dag die zo veel heeft veranderd in het land’. Nee, hij heeft Bouterse nooit gevraagd wat er precies gebeurd is tijdens die decembernacht. Omdat hij bang is voor het antwoord, vraagt Lassche. Ja, omdat hij bang is voor het antwoord, fluistert Borger.

Ander beeld 
Na de aftiteling komt nogmaals de tekst van de familie Breeveld in beeld: ‘Wij hebben meegewerkt aan deze documentaire maar herkennen ons niet in het eindresultaat. Wij hadden een ander beeld van hoe deze documentaire zou worden. Om die reden nemen wij nadrukkelijk afstand van deze documentaire die wat ons betreft niet uitgezonden zou moeten worden.’

De verklaring roept vragen op. Heeft filmmaker Lassche zijn bedoelingen vooraf niet duidelijk genoeg gemaakt aan de Breevelds? Dat hij van plan was om via een familieportret het trauma van de decembermoorden in beeld te brengen. Of is de familie Breeveld naderhand geschrokken van de openhartige reacties van vooral Borger?

[uit Starnieuws, 14 december 2012]

zaterdag 19 mei 2012

Bar Puru: poëzie in dienst van politiek


Op 25 mei vindt de eerste Bar Puru plaats in het kader van het Jaar van de Poëzie. Hans Breeveld verzorgt een lezing over de wijze waarop dichters en zangers hun maatschappelijk engagement tonen en hiermee maatschappelijke verandering kunnen bewerkstelligen. Hij gaat in op het werk van Surinaamse protestdichters. Ook zal hij uitgebreid aandacht besteden aan het werk van Bob Marley. De lezing wordt gehouden in het Self Reliance gebouw.

U moet u van te voren opgeven via johanroozer@hotmail.com of 520582. De inloop is om 19.30 u en de lezing begint om 20.00u. Tijdens de inloop kunt u luisteren naar muziek van Miriam Makeba, Nina Simone, Bob Dylan, Bob Marley en Papa Touwtjie.

Foto: Getty Images

maandag 4 juli 2011

Tak’ Tangi van Naks

Paramaribo - De organisatie Naks vierde gisteren voor de dertiende keer haar Tak’ Tangi in Fort Zeelandia. Bezoekers en leden van de organisatie, uitgedost in verschillende kleurrijke koto’s, kwamen gisteren tezamen voor de viering. Het doel van de Naks Tak’Tangi is om dank te brengen aan de voorouders die lang hebben gestreden om de slavernij af te schaffen. Ook dit jaar bestond de Tak’Tangi van Naks uit een plengoffer, een lezing door Hans Breeveld, zang, dans en dichtkunst.

Nadat het plengoffer door de groep Okobua was geschied, volgden er diverse speeches . Volgens Elviera Sandie roept het thema ‘Na yari fu Afrikansma Kulturu’ op tot versterking van samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven. “Het geloof in eigen kunnen moet gestimuleerd worden en onze jongeren moeten wij weer in de schoolbanken zien te krijgen”, somt Sandie enkele doelstellingen op. Zodoende kan volgens haar een zekere mate van vernieuwing en verandering teweeg worden gebracht; daarna pas kan het land in ontwikkeling worden gebracht. Naks-voorzitter Siegmien Staphorst begon haar speech niet alvorens zij haar dank had uitgesproken aan diegenen die zijn voorgegaan. Ook zij gaf aan voorstander te zijn van een samenwerkingsverband tussen alle Afro-Surinaamse organisaties.



Deze jongerengroep van Naks bracht zang en dans ten gehore. (Foto: @ Claudio Barker)

Staphorst vindt het belangrijk dat de goede voorbeelden van deze belangrijke figuren worden nagevolgd. “Het lijkt soms alsof Afro- Surinaamse organisaties niet samenwerken, maar dat is het niet. Dat de winticultuur nu erkend zal worden is al een teken van een zekere samenwerking”, stelt Staphorst. Volgens haar gebeurt die samenwerking echter niet altijd zichtbaar. Volgens Hans Breeveld is het zeer belangrijk even terug te blikken naar wat de plus en minpunten zijn geweest. “Wi no mus du sani fra fra, maar ef’ wi wan gi grani na wan sani, dan wi mus du sani na tap wan frantwortu fasi”, zegt Breeveld, die zijn lezing in het Sranan gaf. Ook hij vindt samenwerking een machtig wapen voor vooruitgang. “De historie heeft genoeg scheiding gebracht tussen Afro-Surinamers, maar wij moeten nu ‘bruggen en wegen’ zien te creëren om elkaar beter te bereiken. Zo kunnen wij van elkaar leren.” Verder volgden er nog diverse dans- en zangoptredens van de verschillende groepen die verbonden zijn aan Naks. Naks is de oudste Afrikaans-Surinaamse organisatie en bestaat in mei 2012 65 jaar.

[uit de Ware Tijd, 02/07/2011]

maandag 6 juni 2011

Wanneer wordt Anton de Kom opgenomen in de eregalerij van Surinaamse verzetshelden?


Het is inmiddels alweer zo’n twee jaar geleden dat het lijvige boekwerk Anton de Kom | biografie is verschenen, geschreven door Alice Boots en Rob Woortman, uitgegeven door Uitgeverij Contact. Kort daarna heeft hier in Suriname een presentatie plaatsgevonden met een bijeenkomst in Café Zus & Zo, waar de auteurs een exemplaar van deze biografie hebben overhandigd aan toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Maurits Hassankhan. Behalve een recensie in de Ware Tijd Literair heeft dit gebeuren verder nauwelijks enige rimpeling veroorzaakt binnen de Surinaamse gemeenschap.

Eén van de tragedies van Anton de Kom is dat er veel misvattingen – al dan niet moedwillig – over hem in omloop zijn gebracht, die decennia lang zijn ware beeld uit zicht hebben gehouden. Deze biografie rekent daarmee af. De Koms onzichtbaarheid was niet alleen een gevolg van de door de tijd heen moeizame betrekkingen met de voormalige kolonisator, maar ook van de late herontdekking in de jaren ’50 door Wie Eegie Sanie: Eddy Bruma, Jules Sedney en consorten, en opnieuw in de jaren ’70 door Maurits Hassankhan en diens ‘lichting’, van De Koms Wij slaven van Suriname, en – niet te onderschatten – de onterechte claim die de Revo heeft gelegd op de – in hun ogen – ‘revolutionair’ Anton de Kom.

Hervonden held?
Op 17 februari 2010 heeft de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) in de Balie in Amsterdam een forumdiscussie georganiseerd met Rob Woortman, auteur van genoemde biografie, Michiel van Kempen, hoogleraar Caraïbische letteren, Rudi Wester, auteur van de biografie in wording van Jef Last (gedoodverfd ‘ghostwriter’ van De Kom), en Karin Amatmoekrim, schrijfster, onder de titel “Hervonden held: Anton de Kom”. Een mooi eerbetoon aan De Kom, maar het epitheton ‘hervonden’, waarschijnlijk ingegeven door een over-enthousiaste biograaf, is veel te prematuur, want helaas is er in Suriname noch in Nederland sprake van veel herwaardering.

Alhoewel, in Nederland is de jaarlijkse lezing van het Verzetsmuseum vernoemd naar Anton de Kom: “de Anton de Kom-lezing”, in 2010 gehouden door Freek de Jonge in het Verzetsmuseum in Amsterdam: een onverwachte maar des te grotere onderscheiding voor De Kom, één van Suriname’s grote verzetshelden. Sprekend over verzetshelden, hier heeft Anton de Kom om voor mij onbegrijpelijke redenen nog bij lange na niet de status bereikt van voorgangers als Baron, Boni, Joli Coeur, Codjo, Mentor en Present, ondanks dat hij zijn hele leven in dienst heeft gesteld van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten. Toen de Universiteit van Suriname werd omgedoopt tot Anton de Kom Universiteit van Suriname ontstond er onmiddellijk een wijdverbreid protest, en niet alleen vanwege de achterliggende revo-gedachte. Maar buitendien bestaat er in Suriname nog altijd een zeker ressentiment tegen De Kom, naar ik aanneem afkomstig uit de mofo koranti van 1933 (“neemt geld van Javanen”, “werkt alleen voor Hindoestanen”, “is een opruier”, etcetera), en sindsdien hardnekkig in stand gebleven/gehouden onder grote lagen van de Surinaamse bevolking.

(beschamend eerbetoon)

De Kom overschat?
Ik kan me niet vinden in de mening van Hans Breeveld, politicoloog, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die in De Koms biografie van Boots & Woortman zegt: “De verdiensten van De Kom voor Suriname worden door sommigen overschat. Wat heeft De Kom in die korte tijd voor Suriname gedaan?” Hiermee gaat Breeveld voor het gemak voorbij aan het feit dat De Koms gehele leven in dienst heeft gestaan van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, niet alleen tijdens zijn korte verblijf in 1933, maar lang daarvóór en lang daarna. Evenmin kan ik mij vinden in de mening van Silvano Tjong-Ahin van de Inter-American Development Bank (IDB) in Suriname, in de revo-jaren student aan de Universiteit van Suriname: “Geschiedenis moet de geschiedenis van Surinamers zijn, niet van de Hollanders. De geschiedenis moet over Boni en Baron gaan, over Mentor, Codjo en Present, en niet te vergeten Jan Matzeliger, de meest ondergewaardeerde Surinaamse voorbeeldfiguur”, eveneens in genoemde biografie. Onbegrijpelijk dat iemand een vergelijking tussen De Kom en Matzeliger maakt. De Kom, afstammeling van slaven, die zijn leven lang een ideologische strijd voerde ter bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, en Matzeliger, zoon van een Nederlandse vader en een Surinaamse, van slaven afstammende moeder, die naar Amerika emigreerde, waar hij een aantal uitvindingen op zijn naam schreef die de schoenenindustrie de laatste stap naar automatisering verschafte. Een vergelijking uit het ongerijmde.

Een gedegen sociologisch onderzoek naar de waardering en de beeldvorming van Anton de Kom door de jaren heen zou op zijn plaats zijn om semi-wetenschappelijke meningen en uitlatingen als van Breeveld en Tjon-Ahing en de ‘gezegd-gezegd’ opvattingen van het grote publiek op hun waarde te toetsen en De Kom de plaats te geven die hem toekomt. Daarop vooruitlopend zou ik zeggen: in de eregalerij vóór Baron, Boni, Joli Coeur, Codjo, Mentor en Present.

Epiloog
Bovenstaand verhaal heb ik bijna anderhalf jaar geleden geschreven en ter plaatsing aangeboden aan de Ware Tijd Literair, maar tot plaatsing is het nooit gekomen. Dit is uiteraard het goed recht van dWTL. Ik heb echter nimmer enig antwoord gehad, ook niet bij herhaalde navraag, zelfs niet dat het níet geplaatst zou worden, laat staan waaróm het niet geplaatst is, waarnaar ik een aantal malen heb gevraagd.

De enig mogelijke conclusie is dat er hier in Suriname nog altijd tegenkrachten werkzaam zijn om Anton de Kom af te houden van de eregalerij waarin hij thuis hoort. Nu het meest geëigende Surinaamse medium weigert mee te werken, ben ik blij op dit Caraïbisch podium -zij het verlaat- mijn pleidooi voor de herwaardering van Anton de Kom alsnog te hebben kunnen houden.

dinsdag 18 januari 2011

Martin Luther King in de mode en Anton de Kom niet*)

Bij gelegenheid van 15 januari, de geboortdag van Martin Luther King, organiseerde de Amerikaanse Ambassade in het Cultureel Centrum Suriname (CCS) te Paramaribo een lezing door Hans Breeveld, getiteld “Dr. Martin Luther King Jr.: de trendsetter en zijn tijd”.

Martin Luther King


Nu vind ik het lovenswaardig dat Hans Breeveld niet alleen een rolmodel ziet in Martin Luther King zoals hij eerder heeft gezegd, maar zeker ook dat hij daarvan publiekelijk getuigt. De grootheid van King rechtvaardigt dit alleszins. Maar toch ging er iets knagen bij mij toen ik dat las en ik zal u uitleggen waarom.

Ruim een jaar geleden heb ik hier verslag gedaan van lezing van het boek Anton de Kom | Biografie door Alice Boots & Rob Woortman en mijn bewondering daarvoor. Welhaast vanzelf- sprekend betreft die bewondering niet alleen het boek, maar eerst en vooral de vrijheidsstrijder Anton de Kom. Maar, waaraan ik mij in het boek en daarbuiten heb gestoord en nog stoor, is de voortdurende onderwaardering van Anton de Kom in het algemeen en de mijns inziens denigrerende beoordeling die Anton de Kom nog altijd ten deel valt van de kant van Surinamers die beter zouden moeten weten.

Wat er knaagt
In het tweede deel van genoemde biografie, een zoektocht van de biografen die de tijd vanaf De Kom’s dood tot 2009 beslaat, roepen de auteurs een beeld op van de nog steeds geringe kennis van en waardering voor de vrijheidsstrijder en auteur Anton de Kom hier in Suriname. In dit kader zijn twee in de biografie opgenomen getuigenissen relevant, namelijk die van Silvano Tjong-Ahin en die van Hans Breeveld.

(Anton de Kom)

Tjong-Ahin getuigt:
“Sommigen van onze groot- ouders praten over een opruier, een man die geld van Javanen afpakte. In de jaren tachtig is De Kom geportretteerd als een nationalist, die met geweld een vrijheidsstrijd wilde voeren. Maar juist vanwege het feit dat hij werd opgehemeld door de militairen, rijst de vraag wie hij werkelijk was. Het zou goed zijn om meer wetenschappelijk onderzoek te doen, zodat we meer te weten kwamen over hoe De Kom als mens was en wat hij heeft betekend voor de gemeenschap.” (pagina 403/404)

Afsluitend zegt Tjong-Ahin:
“Geschiedenis moet de geschiedenis van de Surinamers zijn, niet van de Hollanders. De geschiedenis moet over Boni en Baron gaan, over Mentor, Codjo en Present en niet te vergeten Jan Matzeliger, de meest ondergewaardeerde Surinaamse voorbeeldfiguur.” (pagina 404)

Het is niet alleen duidelijk dat Tjong-Ahin de biografie nog niet had gelezen toen hij dit zei, maar het is evenzeer duidelijk hoezeer de door het koloniale bewind van meet af aan benadrukte negatieve kwaliteiten van De Kom hem met de paplepel zijn ingegoten, zonder dat hij ooit de moeite heeft genomen daar opnieuw naar te kijken. Om in dit verband Jan Matzeliger de meest onder- gewaardeerde Surinaamse voorbeeldfiguur te noemen is een gotspe: een voorbeeldige uitvinder, maar op geen enkele wijze te vergelijken met De Kom. Mentor, Codjo en Present, hoeveel bezongen ook, kunnen niet aan De Kom tippen.

Hans Breeveld gaat daar nog eens overheen met te verklaren:
“De verdiensten van De Kom voor Suriname worden door sommigen overschat. Wat heeft De Kom in die korte tijd voor Suriname gedaan? Is het niet zo dat hij de Javanen een illusie voorgehouden heeft? Koenders, Dobru, Wim Bos Verschuur, dat zijn mensen die in Suriname een belangrijke bijdrage hebben geleverd.” (pagina 405)

Dobru en Bos Verschuur zijn niet onbelangrijk geweest, maar het zijn figuren van de tweede garnituur, ook al heeft Breeveld dan de biografie van Bos Verschuur geschreven. Koenders is zeker belangrijk geweest, maar op een heel ander vlak dan De Kom, ze zijn gewoon niet te vergelijken.

Kijk, dat ging er knagen toen ik las over Breevelds bewondering voor en lezing over Martin Luther King, want als iemand vergelijkbaar is met King dan is het wel De Kom, die in Suriname helaas nog steeds niet de plaats heeft gekregen die hem toekomt. De structureel foute beoordeling van De Kom is geheel en alleen terug te voeren op de uit angst voortgekomen laster die het koloniaal bewind niet nagelaten heeft te verspreiden.

Hiermee is duidelijk geworden dat Breevelds ogen nog altijd gesloten zijn voor de verzetsstrijder Anton de Kom, die met zijn boek Wij slaven van Suriname in 1934 zijn tijd ver vooruit was. Hij was niet alleen een voorloper van Martin Luther King, maar ook van de op Martinique geboren Franse psychiater, filosoof, revolutionair en auteur Frantz Fanon, die met zijn boek Peau noire, masques blancs uit 1952 ongetwijfeld ook King heeft geïnspireerd. Het wordt de hoogste tijd dat niet alleen Breeveld maar heel Suriname wakker wordt.

*) vrij naar Willem Frederik Hermans.

dinsdag 11 januari 2011

Hans Breeveld over Martin Luther King

De Amerikaanse ambassade in Paramariboeeveld gevraagd om een lezing te houden over Martin Luther King Jr., als trendsetter in zijn tijd. Voor Breeveld is King een absoluut rolmodel. Hij heeft uitputtend onderzoek gedaan naar het leven van de Amerikaanse dominee. Sinds 1970 verzorgt Breeveld lezingen over het leven en de ideologieën van King.

Martin Luther King, Jr. Day is een Amerikaanse nationale dag, waarbij de verjaardag van dominee King wordt herdacht. De herdenking vindt elk jaar plaats op de derde maandag in januari, rond de verjaardag van King op 15 januari.

King was de belangrijkste spreker voor geweldloos activisme in de burgerrechtenbeweging. Hij heeft succesvolle protesten gevoerd tegen rassendiscriminatie in de federale en staatswetten. King heeft meer gedaan dan campagne voeren. Hij heeft gedemonstreerd hoe Amerika beter zou worden door alle mensen erbij te betrekken en inderdaad de verschillen te erkennen.

De grootschalige campagne voor een nationale feestdag om King te eren begon kort na de moord op King. De Amerikaanse president Ronald Reagan tekende op 2 november 1983 de wet die de federale vrije dag ter ere van King creëerde. Die werd voor het eerst gevierd op 20 januari 1986. In het begin waren er protesten vanuit bepaalde staten tegen de viering van deze dag. Ze gaven dien andere naam of combineerden het met andere vrije dagen. In 2000 werd het voor het eerst in alle 50 Amerikaanse staten herdacht.

De lezing wordt gehouden op 14 januari in het Cultureel Centrum Suriname en is voor eenieder toegankelijk.

[overgenomen uit Starnieuws, 8 januari 2011]

zondag 27 juni 2010

Waarom Multatuli en niet Anton de Kom?

De wekelijkse bijlage de Ware Tijd Literair van het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd was afgelopen zaterdag in z’n geheel gewijd aan Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, en zijn Max Havelaar, naar ik heb begrepen vanwege het Multatuli-jaar. Het is de uitkomst van een project van de sectie Nederlands van het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL) te Paramaribo, die dit heeft georganiseerd op verzoek van de Nederlandse Multatuli-vereniging.


Eduard Douwes Dekker, gedroomd onderkoning van Nederlandsch-Indië

Te waarderen is dat aandacht wordt besteed aan een van Nederlands belangrijkste schrijvers, al is het dan een obligate partij voor het Multatuli-jaar. Maar, alhoewel het begrijpelijk is dat op één krantenpagina te enenmale de ruimte ontbreekt om flink uit te pakken, het resultaat is maar magertjes. Twee van de vier artikelen zijn geschreven door Hilde Neus, docent aan het IOL en mederedacteur voor dit nummer van dWTL: één de verantwoording, het ander over de ‘hertaling’ (wat een afschuwelijk woord en welk een afschuwelijke daad) van Max Havelaar. De twee andere artikelen zijn geschreven door cursisten van het IOL, waarvan de originele inbreng van Sharon Veldkamp met haar brief aan Eduard Douwes Dekker noemenswaard is. Het vierde artikel is een obligaat uittreksel uit Multatuli leven en werk van Eduard Douwes Dekker van de hand van Dik van der Meulen.

Maar een raadsel blijft het kaderstukje links onderin de pagina, inhoudende een soort van vergelijking, een soort synopsis, van Max Havelaar en Wij slaven van Suriname die werkelijk nergens op slaat, en dat zonder enige verantwoording, toelichting en/of vermelding van samenstel(l)(st)er! Het lijkt ontsproten aan een slecht geweten dat er zoveel aandacht wordt besteed aan Multatuli, terwijl nauwelijks ooit zoveel eer is toegevallen aan de niet met Douwes Dekker te vergelijken Surinaamse verzetsheld Anton de Kom. Dat slecht geweten is terecht, want waarschijnlijk veroorzaakt door het ‘koloniaal syndroom’ dat ook de Biografie van Anton de Kom heeft aangetast (zie mijn artikel hier van 22 juni j.l.: Boots & Woortman, kolonialisme vanuit het perspectief van de kolonisator?).


Anton de Kom: "Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft."


Het is onbegrijpelijk dat tot op heden nog altijd geen enkele Surinamer/ Surinaamse zich geroepen heeft gevoeld om De Kom’s biografie vanuit Surinaams persectief te schrijven. Alhoewel, hierover schreef ik eerder in mijn artikel Anton de Kom, voorloper van Frantz (Zwarte huid, Blanke maskers) Fanon, dat afsloot met: “Deze miskenning van Anton de Kom ligt mede ten grondslag aan de onderwaardering die nog altijd Anton de Kom’s deel is in Suriname en die gehandhaafd blijft zolang er nog mensen rondlopen als Hans Breeveld, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die verklaart 'dat Anton de Kom is overschat en dat Suriname belangrijker helden heeft gekend, zoals Koenders, Dobru en Bos Verschuur' (Biografie Anton de Kom, pagina 405)." De Kom was zijn tijd ver vooruit, maar Breeveld kan dat vandaag de dag nog steeds niet inzien.

[Dit artikel is gelijktijdig gepubliceerd op http://www.surinamestemt.com/]

zaterdag 20 februari 2010

Wanneer zal Anton de Kom in één adem genoemd worden met Codjo, Mentor en Present?

Nu de twee belangrijke Anton de Kom evenementen –de SLAA-activiteit in De Balie en de Anton de Kom-lezing van Freek de Jonge in het Verzetsmuseum– achter de rug zijn, is het misschien tijd om ons nog eens te bezinnen of De Kom inderdaad ‘hervonden’ is en zo ja waar, of (nog) niet.

Jammer genoeg was het mij onmogelijk om voor de gelegenheid even over te wippen naar Amsterdam, daarvoor zijn de tickets ook te prijzig (nog altijd kunstmatig) gehouden, maar ik heb wel kunnen organiseren dat mijn alter ego beide evenementen heeft bezocht en mij verslag heeft gedaan.

De Balie, Marnixstraat, Amsterdam

De feiten
Deze heeft enerzijds kunnen constateren dat beide gebeurtenissen zeer de moeite waard waren, anderzijds dat de belangstelling maar matig was, bij De Balie zo’n halfvolle zaal met ‘n geschatte 100 man, bij het Verzetsmuseum een bijna volle lounge met naar schatting zo’n 150 man. Opvallend bleek ook dat er bij beide evenementen nauwelijks blakamans aanwezig waren.

Is het nog te vroeg om hieruit conclusies te trekken? Opmerkelijk vind ik wel dat in Nederland de jaarlijkse verzetslezing is vernoemd naar Anton de Kom, want Nederland heeft natuurlijk zelf ook een paar blanke verzetslieden gekend: een mooi ‘tegendraads’ Nederlands gebaar voor één van ook Suriname’s grote verzetshelden.

Maar, pratend over Surinaamse verzetshelden, hier heeft Anton de Kom om voor mij onbegrijpelijke redenen nog bij lange niet de status bereikt van illustere voorgangers als bijvoorbeeld Codjo, Mentor en Present, dit ondanks dat hij zijn hele leven in dienst heeft gesteld van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten.

De Kom overschat?
Toen de Universiteit van Suriname werd omgedoopt tot Anton de Kom Universiteit van Suriname ontstond er onmiddellijk een wijd verbreid protest, en niet alleen vanwege de achterliggende revo-gedachte, dezelfde misleidende gedachte waarom Bouterse zich liet afbeelden samen met de beeltenis van De Kom. Maar buitendien bestaat er in Suriname een zeker ressentiment tegen De Kom, naar ik aanneem nog afkomstig uit de mofo koranti van 1933 (“neemt geld van Javanen”, “werkt alleen voor Hindoestanen”, “is een opruier”, etcetera), en sindsdien hardnekkig in stand gebleven/gehouden onder grote lagen van de Surinaamse bevolking.

Ook kan ik me niet vinden in de mening van Hans Breeveld, politicoloog, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die in De Kom’s biografie van Boots & Woortman zegt: “De verdiensten van De Kom voor Suriname worden door sommigen overschat. Wat heeft De Kom in die korte tijd voor Suriname gedaan?” (pagina 405) Hiermee gaat Breeveld voor het gemak helemaal voorbij aan het feit dat De Kom’s gehele leven in dienst heeft gestaan van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, niet alleen tijdens zijn korte verblijf in 1933, maar lang daarvóór en lang daarna.

Evenmin kan ik mij terugvinden in de mening van Silvano Tjong-Ahin, medewerker van de Inter-American Development Bank (IDB) in Suriname, in de revo-jaren student aan de Universiteit van Suriname: “Geschiedenis moet de geschiedenis van Surinamers zijn, niet van de Hollanders. De geschiedenis moet over Boni en Baron gaan, over Mentor, Codjo en Present, en niet te vergeten Jan Matzeliger, de meest ondergewaardeerde Surinaamse voorbeeldfiguur.” (Boots & Woortman, pagina 404)

Ongelofelijk dat iemand zo een vergelijking tussen De Kom en Matzeliger kan maken. De Kom, afstammeling van slaven, die zijn leven lang een ideologische strijd voerde ter bevrijding en verheffing van zijn landgenoten, en Matzeliger, zoon van een Nederlandse vader (ongetwijfeld van Duitse origine) en een Surinaamse, van slaven afstammende moeder, die naar Amerika emigreerde om daar een aantal uitvindingen op zijn naam te schrijven die de schoenenindustrie de laatste stap naar automatisering verschaften. Een vergelijking uit het ongerijmde.

Verzetsmuseum, Planciusstraat, Amsterdam

Wat valt uit een & ander te concluderen?
Het evenement van 17 februari j.l. in De Balie droeg als titel “Hervonden held: Anton de Kom”, waarop ik hier onmiddellijk heb gereageerd met: “Hervonden? Waar?”, omdat ik weet dat De Kom in Suriname nog steeds niet hervonden is en ik me afvroeg in hoeverre dat in Nederland wellicht wel het geval is.

Afgemeten naar de belangstelling en de demografische samenstelling van de belangstellenden bij de twee genoemde evenementen zou ik willen concluderen dat De Kom nog altijd niet hervonden is, niet in Nederland en zeker niet in Suriname. Dat de jaarlijkse verzetslezing in Nederland is vernoemd naar De Kom is hooguit te zien als die éne vogel die nog geen lente maakt.

Wat nu?
Een gedegen sociologisch onderzoek naar de waardering en de beeld- vorming van Anton de Kom door de jaren heen zou op zijn plaats zijn om pseudo-wetenschappelijke meningen en uitlatingen als die van Breeveld en Tjon-Ahing op hun waarde te toetsen en De Kom de plaats te geven die hem toekomt. Daarop vooruitlopend zou ik zeggen: in de rij van Codjo, Mentor en Present.

Met betrekking tot het werk van De Kom zijn er nog een paar punten die mijns inziens meer toelichting vragen.

1) Naar ik heb begrepen dreef in De Balie de discussie nog al eens af naar het veelbesproken aandeel van Jef Last in de tekst van Wij slaven van Suriname, mede door de aanwezigheid van Rudi Wester, die bezig is met een biografie van Jef Last.
Boots & Woortman hebben echter aan de hand van het archief van Uitgeverij Contact kunnen aantonen dat De Kom op aandringen van uitgever De Neve van Contact zijn manuscript geheel heeft herschreven.
De persoon en de rol van De Neve zou ik in dit verband om twee redenen graag verder zien toegelicht, eerstens vanwege diens moed om in 1934 een zo controversiëel boek van zo’n controversiële auteur uit te geven, en tweedens vanwege diens tactische en educatieve gaven die er toe hebben geleid dat De Kom zijn/Jef Last’s tekst met de bekende, goede uitkomst herschreef.

2) Een van de resultaten van de biografie van Boots & Woortman zou hun bevinding zijn dat De Kom niet Suriname is uitgezet. In de biografie lezen we: “Vlak voordat de Van Rensselaer (aan boord waarvan zijn vrouw en kinderen zich reeds bevonden, RvdM) uitvaart, wordt Anton uit zijn cel gehaald en in een geblindeerde auto naar het schip gebracht. Niemand mag de in vrijheid gestelde Anton zien, het gouvernement vreest voor het uitbreken van een oproer. Het ticket derde klas wordt door de overheid door hem betaald.”

De Van Rensselaer, foto uit de biografie

Hij is dan wel “in vrijheid gesteld”, maar het gouvernement heeft hem aan boord van het schip afgeleverd en zijn passage betaald. Helaas is niet bekend wat hem bij zijn in vrijheidstelling door het gouvernement is toegevoegd, maar Anton de Kom was realist genoeg –weten we uit de biografie– om zich daar niet tegen te verzetten. Mijn vraag aan Boots & Woortman is derhalve: wat is het verschil tussen uitzetting en de wijze waarop De Kom Suriname heeft/moest verlaten?

3) Tenslotte de meest prangende vraag: wat gaat er gebeuren met alle niet gepubliceerde literaire werken van Anton de Kom? Bovendien: is er al een studie van gemaakt, zodat er een compleet beeld kan worden gevormd van de schrijver De Kom?