Nydia Ecury
- Een droom die ik heb
door Levity
Peters
![]() |
| Nydia Ecury. Portret door Nicolaas Porter |
In mijn kast
heb ik een plekje voor dichtbundels die ik regelmatig en graag inkijk. Niet
alleen Kavafis, Roethke, Walcott, Tranströmer en Jellema, ook D.H. Lawrence,
Peter Spaan, Gerrit Bakker, Nachoem Wijnberg en Juliën Holtrigter hebben daar
hun plekje, naast vele anderen. Het is mijn plank van ‘Altijd Raak’. Daar komt
ook de bundel Een droom die ik heb van Nydia Ecury te staan. Het is niet
de onderwerpkeuze waardoor ik zo’n goed gevoel krijg van haar poëzie, noch de
taalacrobatiek; het is de echtheid ervan.
Echtheid;
hoe subjectief is dat! Volgens een goede vriend van me is het allemaal een
kwestie van smaak. Maar al houd ik niet van de poëzie van Lucebert, ik kan wel
zien dat hij een van onze grote dichters is. Groter dan Richard Minne die ik
graag lees. Rilke was een groot dichter, maar ik heb de pest aan hem. Geef mij
T.S. Eliot maar. Enz. Het blijkt dus toch te gaan om het plezier waarmee je
iemand, door wat dan ook beïnvloed, kunt lezen.
En ‘echt’
voelt poëzie die aan jouw leven raakt.
Wanneer ik
zoek naar een mooie strofe van Ecury, dan is er niet een die er uitspringt. Dit
is geen virtuoze poëzie, maar toch, kom er eens om:
(…)
Zo koud, je
lichaam.
In mijn
wens,
onvervuld,
blijf je
warm en
aanwezig,
zoals later
misschien
ik zal zijn
in de wensen
van hen
die ik dacht
grenzeloos
te hebben
liefgehad.
(uit: De
cirkel)
Zulke
volmaakte, eenvoudige poëzie, in die volgorde: volmaakte eenvoudige poëzie,
waarom is die zo zeldzaam? Omdat zulke poëzie niet gemaakt wordt, maar geboren. Nydia Ecury
had haar hart op de tong, en de taal leefde in haar hart; anders kan ik het
levende van haar gedichten niet verklaren. Behalve met nog iets: Liefde. Wat mij het
meeste raakt is de warmte waarmee elk gedicht geladen is. Ook het
verdrietigste. Het zijn de gedichten van een vrouw die sterk genoeg was om haar
zwakheid te kunnen blootgeven; dat gaat verder dan aanvaarden.
Zoet bekkie
Ik weet,
het is
gelogen.
Ik weet,
het is een
grap,
Maar mijn
ogen
bleven
glanzen
en ik
proefde
sesamsnoepjes
in mijn
mond,
toen jij het
allang
vergeten
was.
Tederheid,
zoet bekkie,
bijna had je
me
ten val
gebracht.
Dit is
typisch een van de gedichtjes die mij zo’n goed gevoel geven. Je hoeft geen
vrouw te zijn om je te realiseren hoe heerlijk het gevoel is dat een flirt je kan
geven, en des te groter de voldoening wanneer je er niet voor gevallen bent;
het gevoel blijft als de nasmaak van een lekker snoepje.
Het volgende
gedichtje raakte mij ook op een andere manier. In de in alle opzichten
interessante inleiding van Sidney Joubert las ik dat haar laatste jaren werden
gekenmerkt door een steeds duidelijker optredende dementie, waardoor zij op het
laatst niet meer kon communiceren met haar dierbaren.
Zoekpartij
Ik denk dat
ik misschien
oud begin te
worden.
Het hoeft
niet in de krant,
maar spullen
hier in huis
krijgen
telkens voetjes.
En zoeken
maar!
Ik vind ze
wel terug,
na dagen,
her en der,
als ik ze
allang
niet meer
nodig heb.
Hoe komt het
toch, dat er aan ingewikkelde taalconstructies, aan cryptische metaforen, of
aan keurige traditionele dichtvormen, met andere woorden: aan het formele
aspect van de poëzie, dikwijls meer waarde wordt gehecht dan aan de levende
poëzie die zonder bijzondere ingrepen of fratsen kan? Een kind kan
de was doen, lijkt het, maar waarom is ze dan zo zeldzaam?
Ik vond
zomaar
een vogel
die
morsdood
op mijn
veranda lag.
Poten als
stokjes
wezen omhoog
alsof hij
wilde rusten
tegen de
wolken aan.
(uit: Pauze)
In al haar
gedichten schrijft Ecury over zichzelf in verhouding tot haar wereld; zij geeft
ons haar wereld, met inbegrip van zichzelf. Zij maakt zichzelf niet tot
middelpunt, maar een onderdeel van het leven waar zij vat op probeert te
krijgen. Zij doet dat met humor, wat ook alweer een teken is van een trefzeker
gevoel voor verhoudingen. En opvallend helder.
Het
wonderlijkste van haar poëzie vind ik dat je haar kunt blijven lezen; ze bevat
blijkbaar dat mysterieuze aspect dat je keer op keer tot je wilt nemen, ook al
ken je de gedichten van buiten. Het is, om Nijhoff te parafraseren, alsof je
meer leest dan er staat.
23
gedichten?! Het is niet veel. Te weinig bijna. De bundel bestaat uit twee
delen; het eerste deel bevat de Nederlandse vertalingen die Esther Jansma met
medewerking van Ecury gemaakt heeft, en die de dichteres als zelfstandige
gedichten beschouwde, het tweede deel bevat de Papiamentse originelen. Bij
elkaar is het nog heel wat. Maar al was de bundel de helft dunner geweest, dan
nog was hij de aanschaf waard. Sommige
strofen lijken geschreven om zich voorgoed in je dagelijks leven te nestelen:
(…)
O, gottegot!
Als ik kon
ophouden met huilen
zou ik me te
barsten lachen!
(uit: Ruïne)
***
Nydia Ecury
(1926-2012), op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder, ging
op haar dertigste op Curaçao wonen, waar zij ook overleed. Aanvankelijk was zij
actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het
Departement van Onderwijs. Zij maakte naam aan het toneel als medeoprichtster
van de toneelgroep Thalia, als actrice en regisseuse en vooral als cabaretière
met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan).
Als dichter
debuteerde zij in 1972 in het Papiaments. Alleen haar vierde bundel kwam
tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. Haar zesde en laatste bundel
dateert van 2003. Voor Een droom die ik heb, haar eerste bundel in het
Nederlands, putte Ecury uit al haar eerder verschenen bundels.
Nydia Ecury
Een droom die ik heb
Uitgever: In de Knipscheer
Jaar: 2013
ISBN: 9789062658428
Prijs: € 17,50
80 blz.
[van Meander, literair e-zine, 18 februari 2014]






