Posts tonen met het label Haas Fred de. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Haas Fred de. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

Meindert Fennema en Tula

door Fred de Haas

Onlangs - 17 maart jl -  luisterde ik naar een reportage van de journalist Dick Drayer. Hij sprak in Museum Tula met Meindert Fennema over Toussaint Louverture en Tula. Dat wil zeggen, Meindert doceerde en Dick luisterde. Samen met die sympathieke Mildred Rafaela die het tweetal rondleidde en te aardig was om Meindert tegen te spreken.
 
Tula - Edsel Selberie
Foto © Michiel van Kempen
Tegenspreken was ook een beetje moeilijk, hoewel Meindert maar wat uit zijn nek liep te kletsen. Zijn geruststellend stemgeluid en - terechte -  autoriteit als emeritus hoogleraar hadden zo’n impact dat het tweetal geneigd was om eerbiedig te luisteren.

Fennema was op dreef. Hij had die ochtend of middag zijn wetenschappelijke akribie maar even in de ijskast gezet en trok onverdroten de conclusie dat Curaçao hetzelfde ellendige lot beschoren zou zijn geweest als Haïti, indien Tula, net als Toussaint en Dessalines, had gewonnen van de Nederlanders.

Die Meindert!

Dick Drayer bood nog zwakjes wat weerstand en vroeg hoe hij die lijn zo kon doortrekken.
Nou, zei Meindert, dat zie je toch aan wat er is gebeurd na de Sovjet revolutie en de Cubaanse revolutie? Van al die gewelddadigheid komt niks goeds.
Volgens Meindert, maar dat zei ie niet, hadden de Tsaar en dictator Batista dus nog lekker een tijdje moeten blijven zitten en hun eigen gewelddadigheid op hun gemak moeten kunnen uitleven…

Wat Meindert in feite ook impliceerde was dat Curaçao blij mocht zijn dat de Nederlanders hun heilzame kolonisatie nog zo’n tweehonderd jaar hadden voortgezet. Zaten ze immers nu niet gezellig en ontspannen te praten? Nee, die Hollanders hadden het maar goed gedaan. Duizenden Afrikanen geïmporteerd en er flink de wind onder gehouden!

Nou, Meindert, misschien kan je een volgende keer wat voorzichtiger en wetenschappelijker zijn in je uitspraken. Professorale kletskoek hebben we niet nodig. Dat moet je haast wel met me eens zijn. Sterker nog: je bént het met me eens!

vrijdag 11 april 2014

Bolo ta di pueblo (7 en slot)

Fred de Haas over Frantz Fanon

Geweld en ‘Nation Building’
Frantz Fanon was geen gewelddadig persoon, geen voorstander van geweld. De toon in Les damnés de la terre kan soms oorlogszuchtig klinken, maar we moeten begrijpen dat Fanon de eerste was die begreep dat een vorm van geweld genezend kan werken voor mensen die onderdrukt zijn.

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre, die het Voorwoord schreef van  Les damnés de la Terre in de uitgave van 1961, drukte zich in dit opzicht wel heel fel uit:
‘Je moet doden: met het elimineren van een Europeaan sla je twee vliegen in één klap’.
Zo’n uitspraak is verontrustend. Fanon zelf maakte geen propaganda voor het gebruik van geweld en zag het hoogstens als een tussenstadium. Immers, Fanon leefde in een gekoloniseerde wereld waar mensen werden onderdrukt, vernederd, bedreigd, veracht, uitgebuit en dienstbaar gemaakt. De enige mogelijkheid die de gekoloniseerde had was in opstand te komen. Net zoals vroeger de slaven in opstand kwamen.

Tula - Edsel Selberie
Foto © Michiel van Kempen
Op Curaçao begon het met de opstand van Tula in 1795 en werd pas veel later voortgezet met de gewelddadigheden van 1969.

Ook de Curaçaose Partido Soberano heeft een periode gekend waarin gewelddadige taal aan de orde van de dag was. De leider van de partij, Helmin Magno Wiels, heeft dit soort taal vaak gebezigd, totdat hij, strateeg als hij was, besloot dat het genoeg was en tijd om zich meer als staatsman op te stellen. Het is zeker zijn bedoeling niet geweest dat zijn opvolgers weer hun toevlucht zouden nemen tot beledigende en bedreigende taal. Degenen die zich binnen de PS hier nog aan schuldig maken kunnen moeilijk worden beschouwd als waardige opvolgers van een leider die zijn leven heeft moeten geven in de strijd om zijn volk te verheffen en te bevrijden van kwalijke invloeden.

Curaçao is het stadium van politiek geweld voorbij. Ondanks allerlei misstanden is het land nog steeds democratisch en wordt er gestreden via het woord. En wie aperte leugens vertelt, kan er zeker van zijn dat hij/zij vandaag of morgen wordt ontmaskerd en aan de kant geschoven.

Fanon leefde in het door de Fransen gekoloniseerde Algerije en we weten allemaal dat de Fransen alleen met veel geweld uit de kolonie verdreven konden worden. Dat verklaart de felheid waarmee Sartre het kolonialisme met woorden bestreed en min of meer opriep tot het gebruik van geweld. Zo hebben Kaapverdië, Guinee-Bissau, Mozambique en Angola zich met geweld bevrijd van het Portugese kolonialisme dat van geen wijken wilde weten.

Obama ontvangt de Nobelprijs voor de Vrede.
Foto © Harry Wad
Toen de Amerikaanse President Obama in 2009 – een beetje vroeg -  de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei hij: ‘Het kwaad in de wereld bestaat. Een vredelievende beweging zou de legers van Hitler niet hebben kunnen tegenhouden. Geen enkele vorm van onderhandelen zou de leiders van Al-Qaida ervan kunnen overtuigen hun wapens neer te leggen. Zeggen dat oorlog noodzakelijk is, betekent nog niet dat je cynisch bent, maar het betekent veelal dat je inzicht hebt in de Geschiedenis, in de onvolmaaktheden van de mens en de grenzen van het verstand’. Zijn woorden zouden zonder meer ook van toepassing zijn geweest op het kolonialisme.

Er is moed voor nodig om af te rekenen met de resten van het kolonialisme. En niet alleen moed, maar ook verbeeldingskracht, overtuiging en zeker ook een grote mate van edelmoedigheid, een eigenschap waarvan de onlangs overleden Nelson Mandela de belichaming was. Hij heeft het voorbeeld gegeven hoe je op basis van gelijkwaardigheid met een oude kolonisator kon omgaan.

De politieke rol van ‘het volk’
We betreden nu een moeilijk terrein. We zijn het eens met Fanon als hij pleit voor een directe democratie waarbij de vertegenwoordigers van de politieke partij(en) – natuurlijk op basis van weldoordachte programma’s -  de uitvoerders zijn van de volkswil. Hoe beter een volk is opgeleid hoe beter het de consequenties van bepaalde beslissingen zou kunnen overzien. Hoe minder een volk is opgeleid des te vatbaarder is het voor politieke manipulatie en des te gevaarlijker is het om het volk beslissingen te laten nemen op belangrijke terreinen. De ene keer zal het een politieke partij goed uitkomen als er een referendum zou worden gehouden, maar een andere keer zou dat wel eens minder goed kunnen uitkomen, namelijk wanneer vermoed wordt dat de wens van het volk niet in overeenstemming is met wat een bepaalde politieke partij graag zou willen.

Voor Curaçao zou deze kwestie wel eens kunnen gaan spelen wanneer in 2015 de situatie van de afgelopen vijf jaar door de Rijksministerraad geëvalueerd gaat worden en er besluiten moeten worden genomen over de (consensus) Rijkswetten van het Koninkrijk. Het is hier niet de plaats om in te gaan op de wensen van de Curaçaose politieke partijen, maar het minste wat ik hen tegen die tijd zou willen toewensen is wijsheid en onbaatzuchtigheid waarbij het welzijn van het volk voorop zou moeten staan. De rijkdom van het land - de taart - mag niet worden opgegeten door graaiende bestuurders, nee, de taart is van het volk. In andere - Papiamentse -  woorden die ik hoorde in een van de uitzendingen van de Partido Soberano: ‘Bolo ta di pueblo’.

En de leden van de PS die dit niet zouden hebben begrepen zou ik willen verwijzen naar hun eigen site en naar de uitzending van hun eigen Ingrid Sánchez van 27-06-2013 getiteld ‘Palabra’.

De oude globalisering
Mentaliteitsverandering
De mentaliteit van de mensen wordt nu in hoge mate beïnvloed door een ander soort vervreemding dan die welke werd gecreëerd door het kolonialisme. Die andersoortige  vervreemding wordt in de hand gewerkt door de invloed van de globalisering en het Internet. De jeugd ziet wat er allemaal te koop is in de wereld aan luxe, pornografie, spelletjes en wat al niet meer. Logisch dat de gedachte bij hen opkomt dat dit het ideaal is waarnaar moet worden gestreefd. Die gedachte wordt nog gevoed door het spook van de werkloosheid, functioneel analfabetisme, gebrek aan sociale controle, gebrek aan scholing, de aanwezigheid van armoedige leefomstandigheden enz. Afleiding en valse zekerheden worden gezocht bij de telenovelas, de Zuid-Amerikaanse soaps die ervoor zorgen dat de kritische geest afgestompt raakt en niet in de gaten heeft dat het land op een incompetente manier wordt bestuurd. En bij gebrek aan werk wordt er do0r sommigen geld verdiend door het uitoefenen van misdadige praktijken.

Samenwerking, geen imitatie
Fanon heeft duidelijk aangegeven hoe dekoloniserende landen een nieuwe maatschappij zouden moeten inrichten. Dat moet een maatschappij zijn met eigen waarden en met behoud van zaken die goed zijn en hun nut hebben bewezen. Van belang is het streven naar goede sociale omstandigheden, verdraagzaamheid, solidariteit en democratie. Voor het bouwen aan een nieuwe maatschappij is intelligentie nodig, vernieuwend denken en zelfvertrouwen.

Er moet vooral niet worden geprobeerd om Europa of Amerika na te doen of een pathologische bewondering te koesteren voor een Europa dat zijn succes mede te danken heeft aan de schoffering van de gewoonste menselijke waarden. Denk daarbij aan de uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking van de Amerika’s, de slavernij en de apartheid. Maar laten we, aldus Fanon, verder geen tijd daaraan besteden: ‘Kom op, broeders, we hebben veel te veel werk te doen om ons te amuseren met achterhoedespelletjes. Europa heeft gedaan wat het moest doen en achteraf beschouwd heeft Europa dat goed gedaan; laten we ophouden met Europa te beschuldigen maar wel duidelijk zeggen dat het moet stoppen met een grote mond op te zetten. We hoeven geen angst meer te hebben voor Europa en laten we ophouden met het te benijden (Les damnés de la terre, p. 231/232)’.

Stagiaire in het Surinaamse binnenland
Samenwerken met Europa c.q. Amerika kan altijd, maar dat mag nooit leiden tot neokolonialisme en het opdringen van Europese of Amerikaanse modellen. Het is beter om jezelf dwars door alle fouten en moeilijkheden heen te worstelen en te zoeken naar een eigen oplossing. Als je een Europese staat van je land wil maken kan je beter het lot van je land toevertrouwen aan Europeanen, want, zegt Fanon letterlijk: ‘die kunnen dat beter dan de meest begaafde onder jullie (Les damnés… p. 232)’. Natuurlijk mogen er best Europeanen in hun voormalige kolonie aanwezig zijn, maar wel op andere voorwaarden dan voorheen en zeker niet in de gedaante van superieure betweters.
Fanon laat overigens duidelijk merken dat er voor hem ook geen sprake kan zijn van het voortdurend terugkruipen en beschutting zoeken in een slachtofferrol of je terug te trekken  binnen de eigen – veilige – groep. Je moet de moed kunnen opbrengen om dat station achter je te laten en gewoon aan het werk te gaan.

Overigens moeten we wel een kanttekening maken bij de situatie van de mensen in de oude Afrikaanse koloniën. Als de bewoners van die arme landen zien hoe de eigen megalomane dictators en hun kliek zich verrijken ten koste van hun land, is het moeilijk voor hen om Europa niet te zien als het paradijs waar ze graag naartoe zouden gaan. Vandaar die al tientallen jaren durende  ‘illegale’ oversteek van Afrika naar Europa in wrakke bootjes, omgebouwde auto’s of zelfs achter het landingsgestel van een vliegtuig. Met de bekende, fatale gevolgen, waaronder het vluchtelingendrama van Lampedusa.

Afrikaanse vluchtelingen op een gammele boot voor de kust van Lampedusa.
Foto © Telegraph

Het is niet de bedoeling van Fanon dat de voormalige gekoloniseerde volken de Europeanen gaan haten: ‘Nee, de Derde Wereld verwacht dat ze de Derde Wereld helpen om de mens te rehabiliteren, om overal eens en voor al de mens te laten zegevieren (Les damnés… p. 230)’.

Laten we blijven luisteren naar Fanon. Aimé Césaire zei in een interview met Daniel Maximin in het tijdschrift Présence Africaine (no 126): ‘[…] teruggrijpen op Fanon is nuttig omdat dit uiteindelijk een teruggrijpen is naar de visie die veel verder ziet dan de gewone blik…’. Fanon was een humanist. Fanon was voor samenwerking en niet voor een zwart nationalisme of afrocentrisme. Het zou absurd zijn om onder de vlag van Fanon haatzaaiende redevoeringen te houden, oude wrokgevoelens op te poken of je terug te trekken op het gepasseerde station van een al te benauwde eigen identiteit. Dan zou je Fanon pas echt niet hebben begrepen.



Tenslotte
In bovenstaand betoog zijn genoeg elementen aanwezig die bouwstenen kunnen leveren voor het denken over een nieuwe samenleving voor de Benedenwindse eilanden. Er moet  in dit proces ook een belangrijke rol zijn weggelegd voor mensen die hebben gestudeerd en die in staat moeten worden geacht de vaardigheden die ze hebben verworven toe te passen in de praktijk. Ik heb het over de Curaçaose intellectuelen. Die zouden ervan moeten afzien hun kennis en kunde in dienst te stellen van regeringen die ondemocratisch zijn en voor een deel bestaan uit mensen die alleen hun eigen belang of een bepaald groepsbelang dienen in plaats van het landsbelang. Bursalen zouden moeten gaan studeren in het Caribisch gebied en door de regering van hun land verplicht worden om na hun studie voor vijf of tien jaar naar hun land terug te keren om mee te helpen aan de opbouw van de nieuwe samenleving.

IJsverkoper op Aruba
Niemand weet hoe de ABC (ei)landen er over 50 jaar uit zullen zien. Zal op Bonaire het eigen eilandsbestuur een doekje voor het bloeden zijn en zal het eiland (als het nog een bijzondere gemeente van Nederland is) alleen nog worden bestuurd door autochtone Nederlanders? Volgens Fanon zou dit laatste best het geval kunnen zijn. Als je van je eiland een Europees eiland wil maken kan je het bestuur volgens hem het beste aan Europeanen overlaten. Die weten hoe dat moet. En Aruba? Zal het nog zo hecht samenwerken met Nederland? Zal de Nederlandse taal nog zo worden beschermd en gecontinueerd omdat de Arubaanse jongeren in Nederland gaan studeren? Zullen er over 100 jaar nog wel Arubanen zijn? Als je de migrantenaantallen bekijkt en ziet hoeveel Latijns-Amerikanen er elk jaar definitief op het eiland achterblijven dan zouden er wel eens geen Arubanen meer kunnen zijn.

School op Curaçao
Curaçao zal, denk ik, een eigen koers gaan varen, in de geest van Fanon. Het land is gewikkeld in een langdurig proces dat zich uitstrekt over enkele decennia. Zolang duurt het voordat de kinderen van nu volwassen zijn. Drastische beslissingen lijken me in dit verband roekeloos en niet zinvol. Er is niets mis met het streven naar steeds grotere onafhankelijkheid van Nederland, maar daarvoor is het nodig om nog geruime tijd te werken aan de bewustwording van het volk, het inrichten van een op de mogelijkheden van het individu toegesneden onderwijssysteem met ruime aandacht voor het leren van een ambacht en de verbetering van de leef- en werkomstandigheden. Het land moet veilig zijn, een goedwerkend justitieel apparaat hebben met mensen die niet onder druk gezet kunnen worden of bedreigd, een politiekorps dat adequaat kan functioneren en een regering die bestaat uit intelligente, integere personen die door elke screening komen. Wanneer er op een gegeven ogenblik een voldoende groot aantal Curaçaoënaars te vinden is dat niet bang is om Procureur-Generaal of rechter te worden, is Curaçao al een stuk opgeschoten. Pas dan kan je echt spreken van een Dushi Kòrsou!

Het is ook van het grootste belang dat er definitief wordt gekozen voor een (wereld)taal waarin, behalve in de moedertaal, vervolgonderwijs moet worden gegeven.

Fanon is een moeilijke auteur, maar hij verdient het om gelezen en herlezen te worden door politici, leraren en elke geïnteresseerde. Hij was een jonge, briljante, non-conformistische denker die het welzijn van de mens centraal had staan en gekant was tegen elke vorm van duister nationalisme of weerzinwekkend blank of zwart racisme. Hij stond voor onderling respect, nadenken over jezelf in betrekking tot de Ander, solidariteit, het bestrijden van onderdrukking, manipulatie en anti-democratische krachten.

donderdag 10 april 2014

Bolo ta di pueblo (6)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon

Fanon tegen de ‘négritude’ en folklore als culturele basis
Fanon was tegen de ideeën van de ‘uitvinders’ en aanhangers van de ‘négritude’, de door de Martinikaanse schrijver Aimé Césaire gepropageerde beweging die – als reactie op de opgedrongen koloniale cultuur -  in bewondering wilde teruggrijpen op oude Afrikaanse beschavingen.
Natuurlijk, het was een alleszins begrijpelijke reactie op de leugenachtige opvattingen van de racistische kolonialen die van de zwarte mens een wezen zonder cultuur maakten, een mens zonder geschiedenis, een primitief verschijnsel. Maar Fanon verweet Césaire en de eerste president van Senegal, de dichter Léopold Sédar Senghor, dat ze teveel oog hadden voor de ‘zwarte identiteit’ van vóór de slavernij en het kolonialisme en te weinig voor de geestelijke bevrijding van het volk na die periode. Om zijn punt te illustreren gaf Fanon als voorbeeld de vroegere beschaving van de Afrikaanse Songhaï waar Césaire en Senghor graag naar verwezen. Fanon: ‘alle bewijzen die zouden kunnen worden geleverd voor het bestaan van een wonderbaarlijke Songhaï beschaving veranderen niets aan het feit dat de Songhaï van tegenwoordig ondervoed zijn en analfabeet’.

Fanon vond het een slecht idee om alle zwarten van de wereld te verenigen onder de vlag van een ‘zwarte’ of Afrikaanse cultuur. De zwarte bevolking van de Amerika’s had, vond hij, andere problemen dan de zwarte bevolking in Afrika. Het enige dat hen verbond was de discriminatie door de blanken. En dat was nu eenmaal niet voldoende om een nieuwe cultuur op te bouwen.

Curaçaose folklore: Grupo Serenada

Ook waarschuwt hij dat cultuur niet moet worden verward met folklore (zingen, dansen, verhalen vertellen, klederdrachten, enz.): ‘de nationale cultuur is niet de folklore waarin volgens een populaire opvatting de ‘werkelijkheid van het volk’ ligt besloten. Die werkelijkheid is niet hetzelfde als die hoop traditionele, loze folkloristische gebaren die je hoe langer hoe minder kan verbinden met de actuele werkelijkheid van het volk’ (Les damnés de la terre, p. 150). Folklore is verstarde cultuur.

Een nationale cultuur
Geen cultus van het verleden, dus, maar de blik gericht op de toekomst. Niet praten over een Afrikaanse of ‘zwarte’ cultuur, maar meer over een dynamische, nationale cultuur, dat wil zeggen een cultuur die echt wordt gevoeld en beleefd. En de strijd voor de nationale cultuur, de strijd voor de vooruitgang, betekent in de eerste plaats een strijd tegen de vervreemding en een strijd tegen de globalisering die – onder de machtige invloed van de Westerse culturen – van alle culturen een eenheidsworst probeert te maken. We worden immers gebombardeerd met beelden, klanken en kleding die alle mensen cultureel aan elkaar gelijk maken en de mensen gauw uit hun evenwicht brengen.  Via het Internet vindt er een vorm van herkolonisatie plaats en krijgen jongeren uit de Derde Wereld helden, heldinnen en ‘sterren’ voorgeschoteld met wie ze zich identificeren, maar die afkomstig zijn uit een totaal andere cultuur.
 
Curaçao. Foto © Mineke de Vries
Het is beter om een eigen weg te kiezen. Voor Curaçao betekent dit dat men het multiculturele ideaal zou moeten nastreven, een eigen multicultureel ideaal. Het land mag zich gelukkig prijzen met de aanwezigheid van inwoners die sterk verschillen van aard en cultuur, maar met elkaar verbonden zijn door hun liefde voor het land. Op Curaçao vind je Afro-Curaçaoënaars, al of niet op Curaçao geboren blanke Nederlanders, migranten uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Protestanten, Katholieken, Sefardische en Asjkenazische Joden, blanke en zwarte mensen en alle kleuren daartussen, kortom genoeg elementen om een levensvatbare, krachtige samenleving op te bouwen. Op voorwaarde dat iedereen als gelijke wordt beschouwd en positief mee wil doen om iets van het land te maken.
Maar als je positief wil meewerken kan het geen kwaad als je eerst even over de grens kijkt en te weten probeert te komen hoe je een land NIET moet opbouwen.

Hoe het niet moet
Voor landen die de totale onafhankelijkheid nastreven is het raadzaam om kennis te nemen van ervaringen van andere landen die het machtsvacuüm na het vertrek van de koloniale machthebbers moesten opvullen. Hoe ging dat in de Afrikaanse staten?
Na de overdracht van het koloniale bestuur aan lokale Afrikaanse machthebbers zagen we hoe de lokale ‘bestuurders’ onmiddellijk de vrijgekomen banen innamen zonder zich te bekommeren om de nationale eenheid en zonder aan ‘nation building’ te doen. Ze dachten alleen aan zichzelf en aan manieren om zoveel mogelijk te profiteren van de macht en zichzelf te verrijken. De belangen van het volk deden er niet toe.
Het verblijf van Robert Mugabe (Zimbabwe)

Afrikaanse staatshoofden maakten zich meester van de opbrengsten uit de olie, cacao, hout, goud, diamanten en uranium en lieten fraaie herenhuizen voor zichzelf bouwen in Europa. In Nigeria deden de lokale machthebbers niets voor de bewoners van de Nigerdelta terwijl ze barstten van de oliedollars.

Omdat de landelijke bestuurders jammerlijk faalden ging het volk weer beschutting zoeken bij de eigen stam en legde op deze wijze de kiem voor de verwoestende stammenoorlogen waarvan de wereld getuige was en is. Regeringspersonen benoemden mensen van hun eigen stam en zelfs familieleden werden in hoge functies benoemd al waren ze zo stom als het achtereind van een varken. Zo kweekte men domme ministers, domme ambassadeurs en domme gedeputeerden. Fanon schreef hierover: ‘we hebben hier niet meer te maken met een burgerlijke dictatuur maar men een stammendictatuur’. Iedereen weet waar dat toe heeft geleid. Het voorbeeld van de genocide in Ruanda onder Hutu’s en Tutsi’s staan ons nog steeds voor ogen. Er was geen steek veranderd sinds de tijd van Fanon die al vroeg inzag wat er aan het gebeuren was. Hij voelde ‘[…] geen woede maar schaamte over die domheid, dat bedrog, die intellectuele en geestelijke ellende (Les damnés de la terre, p. 122).

Fanon schrijft dat het een heilige plicht had moeten zijn voor de lokale machthebbers om ‘het intellectuele en technische kapitaal dat ze aan de koloniale universiteiten hadden opgedaan ter beschikking te stellen van het volk (Les damnés de la terre, p. 96/97)’. Maar men ging gewoon op de oude, koloniale voet verder en daardoor komt het dat de meeste Afrikaanse landen nog dezelfde economische structuur hebben als in de koloniale tijd: inkomsten uit de export van grondstoffen.

Curaçao
Hoewel we op geen enkele wijze de gebeurtenissen in het Caribisch gebied gelijk kunnen stellen met wat er zich voltrok en voltrekt in de jonge Afrikaanse staten, zijn er toch bepaalde overeenkomsten met landen in het Caribisch gebied.
Curaçao schrok pas 15 jaar na het Statuut wakker, in 1969, toen de arbeiders van Wescar in opstand kwamen tegen hun onrechtvaardige behandeling door Shell Curaçao. De nieuwe volkspartij die uit die opstand ontstond, de Frente Obrero, begon onder leiding van Wilson (Papa) Godett tastend en onzeker aan een nieuw tijdvak waarin er eindelijk enige aandacht zou komen voor de onderklasse. Het stokje van de Frente is nu overgenomen door de Partido Soberano die de bewustwording, opvoeding en scholing van het (gewone) volk terecht hoog in het vaandel heeft staan. Het volk moet zodanig worden opgevoed dat het weet wie de uitbuiters en de profiteurs zijn, wie de politieke oplichters en dieven.

De PS is zich ervan bewust dat er nog een lange weg is te gaan en kan ook de sportiviteit opbrengen om gemaakte fouten te erkennen en hiervan te leren. In de partij bevinden zich mensen met grote vaardigheden, zoals de heer Sidney Provence die op intelligente en duidelijke wijze in het bewustmakingsprogramma van de partij, Konsenshi Sivil, uitlegt hoe het arbeidsrecht in elkaar zit en de arbeiders niet alleen wijst op hun rechten, maar ook op hun plichten. Ook de heer Leonora weet van wanten. En zo zijn er meer vrouwen en mannen die baanbrekend werk verrichten.
De partij heeft te maken met een achterban die voor een groot deel nog geschoold en ‘opgevoed’ moet worden en dat maakt het werk voor de leiders niet makkelijk. Ook heeft de partij leden en sprekers die het imago van de partij door hun met luide stem verkondigde niet door de feiten gesteunde opvattingen veel schade toebrengen.
Maar naarmate de tijd verstrijkt en de (geschoolde) kinderen groot worden zal de mentaliteit van de achterban veranderen en zullen de leiders van de partij beter in staat zijn een verstandige politiek door te voeren zonder concessies te hoeven doen aan mensen die het fijn vinden dat er vaak en hard wordt gescholden op individuen en bevolkingsgroepen.

[wordt vervolgd]

woensdag 9 april 2014

Bolo ta di pueblo (5)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon


Schuldgevoel: niet nodig
Bijna niemand onder de weldenkende mensen in de zwarte/gekleurde gemeenschappen binnen en buiten Afrika zit erop te wachten dat degenen die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan kolonisatie en slavenhandel snikkend op de knieën vallen en berouwvol om vergiffenis smeken. Van belang is alleen dat nu en in de toekomst iedereen met hetzelfde respect wordt behandeld, dat de historische waarheid niet wordt verdoezeld en dat nieuwe generaties zich bewust blijven van wat er in het verleden is gebeurd.

Op bladzij 185 van Peau noire, masques blancs zegt Fanon zelf: ‘Ik, gekleurde mens, heb niet het recht om de blanke man een schuldgevoel tegenover mijn ras op te dringen. Ik, gekleurde mens, heb niet het recht om na te denken over middelen die het mij mogelijk zouden maken om het gevoel van eigenwaarde van de oude Baas te vertrappen […]. Moet ik soms van de blanke man van vandaag vragen zich schuldig te voelen over de slavenhandel van de 17e eeuw?’
 
Oorlogsmisdaden in Algerije
In hetzelfde essay waarschuwt hij blank en zwart (‘Peau noire…’ p. 187) ‘à s’écarter des voies inhumaines qui furent celles de leurs ancêtres afin que naisse une communication authentique’ ( = om de onmenselijke wegen van hun voorouders te verlaten zodat er echte communicatie kan ontstaan).

Het is een groot misverstand om uit het werk van Fanon te willen begrijpen dat hij de blanke zou haten. Nee, het enige dat Fanon verafschuwde was het kolonialisme, de onderdrukking, de onrechtvaardigheid en de uitbuiting. In het begin van zijn boek zegt hij al op bladzij 10: ‘ik wil mijn broeder, Zwarte of Blanke, ertoe brengen om op krachtige wijze het betreurenswaardige kleed af te schudden dat is geweven door eeuwen van onbegrip’.
Voor alle duidelijkheid: Fanon had nooit een hekel aan de Fransen, maar wel aan het Frankrijk dat, bevrijd van het nazidom, na de Tweede Wereldoorlog bloedbaden aanrichtte in Sétif (1945) of Madagascar (1974) en dat, na bewezen diensten, de Senegalese en Marokkaanse soldaten in de kou liet staan.

Fanon was een humanist. Fanon was een halve eeuw geleden wijzer dan vele anderen nu. En hij was pas 36 jaar toen hij stierf!
 
Generaal De Gaulle spreekt met Senegalse soldaten

Geweld in de oude koloniën na de onafhankelijkheid
Na het vertrek van de koloniale machthebbers zijn er vreselijke dingen gebeurd in Afrika. In Mauritanië heeft de slavernij zijn kop opgestoken, in Zuid-Afrika zijn Zimbabwaanse migranten levend verbrand en aan stukken gehakt, migranten uit Bénin zijn uit Guinea verdreven, in Ruanda heeft er genocide plaatsgevonden, in Mali staan Christenen en Moslims elkaar naar het leven, in Egypte worden de Kopten vervolgd, in Centraal Afrika wordt er gemoord, in Zuid-Soedan dreigt er een burgeroorlog, in Libië discrimineert men zwarten uit Centraal- en West-Afrika.

Een paar krantenkoppen en berichten uit de Volkskrant van het afgelopen jaar:

11/01/2013: Frankrijk begint militaire interventie in Mali.
28/03/2013: Veiligheidsraad sanctioneert militaire interventiemacht in Congo.
22/04/2013: 185 doden bij gevechten in Baga, Nigeria.
15/12/2013: etnisch geweld in Zuid-Soedan.
27/12/2013: Massagraven in Zuid-Soedan
28/12/2013: Chaos in Centraal Afrikaanse Republiek. Land balanceert op de rand van burgeroorlog.


Al dat geweld en die intolerantie die zijn losgebarsten na de onafhankelijkheid, zijn te wijten aan de heersende inheemse klasse die de koloniale bestuurders is opgevolgd. Fanon heeft in zijn tijd herhaaldelijk gewaarschuwd voor de machtswellust, het egoïsme, de inhaligheid en de schijnheiligheid van die regerende klasse.

In vergelijking met wat er in Afrika gebeurt is Curaçao een beschaafd land, maar het ontbreekt het merendeel van de bevolking nog steeds aan de juiste scholing en aan politiek inzicht. Daardoor laten de mensen zich voorlopig helaas nog makkelijk meeslepen door loze beloftes van schijnheilige politici.

Behoud van de eigen cultuur: Afrika en Curaçao
In de Afrikaanse gebieden werden de stamculturen ter plekke door de koloniale onderdrukkers ontkend, verstikt of vernietigd.
De Afrikanen die via de slavenhandel op Curaçao en elders in het Caribisch gebied arriveerden behielden slechts flarden van eigen culturen, omdat het heterogene groepen mensen betrof die uit verschillende Afrikaanse gebieden afkomstig waren. En zelfs die paar restanten van eigen (taal en) cultuur werden door de kolonisator zoveel mogelijk ontkend en vernederd. De Curaçaose cultuur werd op die manier een dubbele slag toegebracht.

McDonald's Curaçao

De intellectuelen die door studie aan de Nederlandse Universiteiten voortkwamen uit de groep kleurlingen werden – noodgedwongen - beklagenswaardige imitators van de Westerse cultuur waarvan ze niet schroomden zelfs de leugens over te nemen. Maar gedane zaken nemen geen keer en Fanon heeft in Les damnés de la terre hiervoor de waarschuwende vinger opgeheven: ‘laten we geen tijd verdoen met […] weerzinwekkend kopieergedrag’. En om de weg te wijzen naar een authentiek cultureel leven voegt hij eraan toe (p. 163): ‘vechten voor de nationale cultuur betekent op de eerste plaats vechten voor de bevrijding van het land, de fysieke baarmoeder waaruit de cultuur kan ontstaan. Er is geen culturele strijd die zich zou kunnen ontwikkelen los van de strijd van het volk’.

Dat betekent dus dat er geen culturele strijd kan zijn die losstaat van de politieke strijd. Pas als er geen sprake meer is van achterstelling kan er sprake zijn van een van een nationale cultuur en van nieuwe perspectieven. De verwezenlijking van dit alles is echter een langdurig proces. Deelname aan dit proces is daarom vaak ontmoedigend.

[wordt vervolgd]


dinsdag 8 april 2014

Bolo ta di pueblo (4)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon

Op een Nederlands forum voor Creolen vond ik de volgende twee uitspraken uit 2011:

- ‘Ik vindt het triest dat sommige creoolse of hindoestaanse vrouwen hun gezicht bleken. Soms zie ik dames die ik nog ken uit mijn schooltijd en ik weet dat ze van nature donker waren. Maar plotseling zie je ze na jaren met een lichtere tint in hun gezicht terwijl de rest van hun lichaam nog donker is. Of ze bleken hun hele lichaam. Hebben deze mensen een complex of zo? Waarom kan je niet mooi zijn als je donker bent? Weten ze niet dat het bleken van je huid heel gevaarlijk is? Nep om te zien man!’
- ‘de media maakt ons nog steeds wijs dat je niet mooi ben als je donker ben’

Fanon was het hiermee eens en vond dit soort gedrag (zoals het gladmaken van kroeshaar en bleken van de zwarte huid) ook ongelofelijk dom.

Julian Coco
Julian Coco en Helmin Wiels
Ik herinner mij in dit verband (nooit ontkennen dat je zwart bent) de gewoonte van Julian Coco, de onlangs overleden zwarte meestergitarist uit Curaçao, om een kamer vol blanken binnen te komen met de woorden: ‘wie wil er een kus van deze zwarte lippen?’ Julian wist dat de mensen hem erg zwart vonden en, geestig als hij was, nam hij altijd de vlucht naar voren. Hij was iedereen vóór door de aandacht te vestigen op zijn kleur en kreeg altijd de lachers op zijn hand. Dat had, vond ik, altijd iets tragisch. Maar zo deed Coco het nu eenmaal en, in zekere zin, was dat een effectieve zelfbescherming. Julian Coco had trouwens helemaal geen hekel aan de Hollanders. ‘Ik heb een zwak voor die Makamba’s, ’ zei ie altijd. Hij was trouwens met een getrouwd.

Helmin Wiels
Iemand die ook zijn kleur niet onder stoelen of banken stak was Helmin Magno Wiels, de leider van de Curaçaose volkspartij, de Partido Soberano. Herinnert u zich nog dat Helmin een video-opname had laten maken waarin hij achter tralies een banaan zat te eten? Hij deed dit om op een meedogenloze - maar geestige - manier te laten zien hoe blanken over zwarten konden denken. Dat tafereel (ik heb er verschrikkelijk om moeten lachen) was duidelijk geïnspireerd door wat Fanon schreef op bladzij 90 van Peau noire, masques blancs (een boek dat Helmin Wiels waarschijnlijk in een Nederlandse of Engelse vertaling  onder zijn hoofdkussen had liggen):

‘Ik wierp een objectieve blik op mezelf, ontdekte mijn zwartheid, mijn etnische eigenschappen en op mijn schedel voelde ik woorden beuken als: kannibalisme, achterlijkheid, fetisjisme, raciale gebreken, slavenhalers en vooral, vooral de reclameboodschap ‘Y’a bon Banania!’

Y’a bon Banania
Toen ik in mijn jonge jaren veelvuldig gebruik maakte van de Parijse metro viel me altijd één affiche op dat op elk station minstens één keer voorbijflitste. Dat affiche was banaangeel en er stond een forse, zwarte soldaat op die lachend de boodschap ‘Y’a bon Banania’ ( = wat is die Banania toch lekker!) verkondigde. Het feit dat ik me dat nu nog steeds herinner betekent dat de reclamejongens van 1912 – zo oud is het merk Banania al -  voortreffelijk werk hadden gedaan.
Drie jaar lang heeft er op het Banania affiche uit 1912 een Antilliaanse vrouw gestaan, maar in 1915 werd ze vervangen door een zwarte Senegalese soldaat. Dat was de man die ik steeds had gezien in de ondergrondse. De slogan ‘Y’a bon Banania’ was een verzonnen soort pidgin-Frans dat Afrikanen en Antillianen geacht werden te spreken als ze hun Creoolse taal gebruikten. Het product Banania was een chocoladedrank in poedervorm van cacao, bananenmeel, tarwe, honing en suiker. Wel lekker. Je kon het met melk koken en het was in tien minuten klaar. Het was voedzaam en prima geschikt voor het leger.

De soldaat op de affiche beantwoordde volledig aan het beeld dat de gemiddelde blanke zich toen maakte van de ‘neger’: een vriendelijke maar domme Afrikaan met dikke lippen en een grote mond die nogal onnozel lachte en eruitzag als een groot soort kind. En hij sprak natuurlijk (!) geen algemeen beschaafd Frans. Kortom, hij was het perfecte symbool van de Creools sprekende onderdaan uit de Franse koloniën. De tekening wekte de lachlust op en zorgde ervoor dat het product Banania gretig aftrek vond bij het grote publiek.


De firma heeft die reclame lang weten te handhaven en pas in 2011 vaardigde de rechtbank van Versailles op verzoek van de  ‘Beweging  tegen het racisme en voor de vriendschap tussen de volken’ het verbod uit
om het product Banania nog langer te verkopen met de slogan ‘Y’a bon’. Op straffe van 20.000 euro per overtreding per dag.

Fanon merkte al op dat de zwarte man op die affiche eigenlijk gereduceerd was tot een voorwerp temidden van andere voorwerpen.

Wie het Banania-effect wil vergelijken met de Zwarte Piet discussie in Nederland is ver van huis. Zolang er nog niet op elk treinstation in Nederland 24 uur per dag een Zwarte Piet en een Sinterklaas te zien is valt het allemaal nogal mee in onze gebieden.

Racisme en intolerantie
Vreemdelingenhaat, racisme en intolerantie zijn verwante zaken die meestal moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Tegenwoordig schuilen ze nog wel eens onder de vlag van ‘strijd tegen het terrorisme’. Die camouflage werkt goed, want niemand wil natuurlijk terrorisme, behalve de terroristen zelf.

Kopvoddentax?
Foto Annette Lamothe-Ramos
In Nederland zijn velen bang voor ‘geestelijke terreur’ van de kant van fanatieke Moslims en zijn daarom gauw bereid beledigende opmerkingen aan het adres van moslims te vergoelijken. De Nederlandse PVV politicus Wilders heeft ooit voorgesteld belasting te heffen op het dragen van Islamitische hoofddoekjes onder de naam ‘Kopvoddentax’. Met dit verbaal nogal beledigende voorstel heeft hij de vrije meningsuiting wel erg hoog in het vaandel geheven. Vanwege dit soort uitspraken wordt hij dag en nacht bewaakt. Obsessie, ijdelheid en moed gaan bij hem hand in hand. Opvallend is ook zijn laatste politieke streek: een anti-islamsticker die je bij hem kan bestellen. De sticker stelt de vlag van Saoedi-Arabië voor met daarop een Arabische tekst die o.a. de volgende inhoud heeft: “De Islam is een leugen. Mohammed is een boef’.
Dit lijkt me niet de juiste manier om geesten rijp te maken voor een open discussie. Wat zou hij ervan zeggen als ze in Saoedi-Arabië gingen rondlopen met de Nederlandse vlag waarop stond: ‘Jezus is een oplichter en de Paus is zijn profeet’?
De anti-islamsticker van Wilders
Het vervelende bij Wilders is dat ie ook wel eens gelijk heeft met zijn uitspraken. Zo is hij van opvatting dat je niet zó tolerant moet zijn dat je anderen de volledige vrijheid moet geven om intolerant gedrag te vertonen.
Geen speld tussen te krijgen…

Frantz Fanon stelde in zijn tijd dus al vast dat racisme, intolerantie en geweld overal aanwezig waren. In zijn tijd kreeg de Franse schrijfster Simone de Beauvoir nog een officiële waarschuwing omdat ze gearmd met de zwarte schrijver Richard Wright over straat liep.
Simone de Beauvoir met Ellen en Richard Wright, New York, 1947


Europa en Amerika blijven ook heden ten dage gewelddadig en racistisch. Denk aan de massamoord in het voormalige Joegoslavië. Denk aan de Verenigde Staten waar nog altijd stadswijken zijn waar alleen zwarten, Spaanssprekende Latijns-Amerikanen of Aziaten wonen. En nog niet zo lang geleden, in 1991, speelde de zaak Rodney King, de zwarte jongeman die op sadistische wijze werd afgeranseld door blanke politieagenten die hiervoor niet werden veroordeeld…
Een donkere president Obama helpt wel een beetje en de woorden die hij in 2008 als presidentskandidaat richtte tot de Afro-Amerikaanse gemeenschap waren ongetwijfeld oprecht gemeend:

‘[…] in feite hebben we geen keus als we willen voortgaan op de weg van een betere saamhorigheid. Voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap betekent dit dat we de last van ons verleden moeten accepteren zonder er slachtoffer van te worden, dat wil zeggen dat we echte rechtvaardigheid moeten blijven eisen in alle aspecten van het Amerikaanse leven’.

Meer dan vijftig jaar geleden zei Frantz Fanon hetzelfde en de omstandigheden waarin hij toen verkeerde waren heel wat slechter. Nog steeds heeft zijn boodschap niets aan kracht ingeboet en die boodschap geldt ook voor Latijns-Amerika waar de zwarte, gekleurde en Indiaanse gemeenschappen nog altijd zwaar worden gediscrimineerd (o.a. in Brazilië, Colombia, Perú enz.).

[wordt vervolgd]


Bolo ta di pueblo (3)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon

Het witte ‘ideaal’ en de ‘Makamba Pretu’
Europa, het rijke Westen, is in de verbeelding van de zwarte en gekleurde mens altijd een paradijs geweest. En de kleur ‘wit’ werd van oudsher (en nog steeds) geassocieerd met Europa en het ‘ideaal’. Fanon: ‘Voor een zwarte is er slechts één bestemming. En die heeft een witte kleur (Peau noire…, p. 139)’.

Het beste bewijs voor deze stelling is het verschijnsel dat veel gekleurde mensen in de loop der tijden hebben geprobeerd het witte ideaal van taal en cultuur zoveel mogelijk te verinnerlijken. Zo iemand noemde/noemt men op Curaçao een Zwarte Hollander, een Makamba Pretu.

De Makamba Pretu is het volmaakte product van de volmaakte kolonisatie.

De Curaçaose schrijver Frank Martinus die in zijn Afscheid van de Koningin (De Bezige Bij, 1975) een amusante en meedogenloze analyse maakte van het hypocriete postkoloniale denken schrijft over die ‘gearriveerde Neger’ het volgende (Afscheid van de Koningin, p. 97): “Die gearriveerde Negers beschikken soms over vooroordelen over hun eigen mensen, die alles slaan wat je uit de mond van de meest domme blanke kunt optekenen. Ze beschikken ook steevast over de simpele, liberale filosofie: wie hard werkt (en spaart) komt er altijd, een filosofie die natuurlijk heel moeilijk is te ontzenuwen als ze de algemene deugdelijkheid ervan alleen maar met zichzelf willen bewijzen: ‘Kijk-maar-naar-mij’. […]. Het vervelendste bij dit alles is, dat je nooit met al te harde argumenten hun illusies kunt doorprikken omdat je je hoe dan ook een beetje solidair met ze blijft voelen. Niet vanwege hun kleur, nee, maar omdat je weet dat ze niet zo lang geleden nog arm moeten zijn geweest.”

Op alle Caribische eilanden zijn er voorbeelden van dit fenomeen te vinden. Ook op de Franse Antillen waar de schrijfster Mayotte Capécia voor Fanon gold als een van die zwarte figuren die zo dicht mogelijk tegen de blanken en hun westerse cultuur wilden aanschurken en de blanken allerlei prachtige eigenschappen toedichtten.
Fanon gruwde van mensen die uit infantiele overwegingen een blanke man of vrouw aan de haak wilden slaan. Hij zegt nogal bot: ‘De liefde is verboden terrein voor de Mayotte Capécia’s van alle landen’ (Peau noire… p. 36). Niet dat die uitspraak veel heeft uitgehaald.

Een groot aantal Antillianen, bijvoorbeeld, zijn in die tijd om studieredenen de Oceaan overgestoken en in Nederland getrouwd met blanke vrouwen. Terug op Curaçao moesten ze spitsroeden lopen onder de spottende blikken van hun landgenoten (bij die Nederlandse vrouwen had je immers geen ‘pakkes’) en soms duurde het niet lang of zo’n huwelijk liep op de klippen.

Onbewust wilde men door dat soort gemengde huwelijken het ‘zwarte ras witter maken’. Op Curaçao heette dat ‘drecha rasa’ (= het ras / de kleur verbeteren) en in Latijns-Amerika heeft men het over ‘afinar la raza’, wat op hetzelfde neerkomt. Fanon had er een eigen, spottende term voor: ‘lactification’ (= vermelking). De kleur van melk is bekend.

Wat Fanon dacht van de ‘Makamba Pretu’, de zwarte die van binnen wit was, heeft hij op niet mis te verstane wijze te kennen gegeven. Een voorbeeld uit Afrika.
Een van de Afrikaanse leiders op wie hij vanwege diens ‘witte’ gedrag heftige kritiek had, was de voormalige, zwarte President van Ivoorkust, Félix Houphouët-Boigny (1905-1993) die hij beschouwde als een ‘stroman’ en een ‘handelsreiziger’ voor het Franse kolonialisme in Afrika: ‘Als een gekoloniseerde als de heer Houphouët-Boigny niet langer denkt aan het racisme, aan de ellende van zijn volk en aan de schaamteloze exploitatie van zijn land en zelfs niet meer in staat is om gehoor te geven aan de in zijn onderdrukte volk kloppende hartslag van de bevrijding en bovendien alle macht namens zichzelf uit handen geeft aan Bigeard en types als Massu (Franse generaals, FdH), moeten we niet aarzelen te zeggen dat we hier te maken hebben met verraad, medeplichtigheid en een verkapte aansporing tot moord’ (Pour la Révolution africaine, p. 120).
Félix Houphouët-Boigny

In sterk afgezwakte vorm zou je deze kritiek ook kunnen toepassen op figuren uit de vroegere Antilliaanse politiek van na 1954.
Toch moeten we niet vergeten dat ook deze mensen kinderen van hun tijd waren en hen achteraf niet te hard vallen om hun houding. Zoals Fanon al zei: het is beter om je niet bezig te houden met wat er allemaal in het verleden is vertoond en het verdient de voorkeur om door te gaan en aan de toekomst te werken.

Tegenwoordig proberen jongeren in Afrika vanwege een schrijnend gebrek aan mogelijkheden om zich te ontwikkelen via een relatie met een blanke Europeaan/ Europese naar Europa te komen. Internetcafé’s worden om die reden druk bezocht. Als ze contact maken hebben ze vaak geen idee wat daarachter verborgen kan zitten. Dat kunnen heel goed seksueel gestoorden zijn of schurken die hen in een prostitutienetwerk willen lokken onder mooie beloftes van andersoortig werk. Jonge Afrikaanse vrouwen gaan op die manier een duistere toekomst van moderne slavernij tegemoet, een nachtmerrie waaruit ze bijna niet meer kunnen ontwaken.
Ook jonge, Afrikaanse mannen proberen zo aan een miserabel leven in hun land te ontsnappen. Hun ultieme doel is een visum voor Europa te bemachtigen. Ook zijn ze bereid tot concessies en te trouwen met alle blanke vrouwen die maar voorhanden zijn.
In zijn hoedanigheid van psychiater zegt Fanon: ‘de zwarte lijkt in zijn gedrag op een geobsedeerd type mens. […] de gekleurde mens probeert zijn identiteit te ontvluchten en zijn aanwezigheid op de wereld tot nul te reduceren’ (Peau noire…, p. 48).

Foto © Andrea Farias


Fanon zag in Frankrijk genoeg voorbeelden van jonge Afrikanen die voor een visum zelfs bereid waren om van seksuele oriëntatie te veranderen: ‘in Europa hebben we een paar vrienden aangetroffen die pederast zijn geworden. Passieve pederasten, weliswaar. In dat geval was er geen sprake van een neurotisch soort homoseksualiteit; het was voor hen gewoon een middel waar ze hun toevlucht toe namen zoals anderen souteneur werden’. (Peau noire…, p. 146).
Ook haalt Fanon voorbeelden aan van het gedrag van Antillianen die geobsedeerd zijn door hun verlangen om seks te hebben met een blanke vrouw: ‘als ze nog maar net in Le Havre (een havenplaats in Noordwest Frankrijk, FdH) zijn aangekomen, gaan ze naar de bordelen. En als ze dan dat inwijdingsritueel tot de ‘echte mannelijkheid’ hebben volbracht, nemen ze de trein naar Parijs’ (Peau noire…, p. 58). Een paar bladzijden verder zegt hij wat ie ervan denkt: ‘deze seksuele mythe – het zoeken naar een blank lichaam – mag niet langer vanwege een vervreemde psyche een levend begrip voor elkaar in de weg staan’. (Peau noire…, p. 66).
Haar: big business. Foto © Gotti Almonte

De zwarte mens moet, zegt Fanon, dus nooit ontkennen dat hij zwart is. Dat is verraad aan zichzelf en leidt tot ontgoocheling. Tegenwoordig zien we nog steeds symptomen van dat verlangen om blank te willen zijn. In de Amsterdamse Bijlmer zijn tal van (verboden) middeltjes achter de toonbank te koop om een zwarte huid lichter van kleur te maken. En er wordt nog steeds druk gebruik van gemaakt…

Een kapster uit de Bijlmer vertelde het volgende aan het Parool (november 2009): de meeste vrouwen met kroeshaar hebben liever geen kroeshaar. Ze willen Europees haar: steil en glad. Het is niet dat ze niet trots zijn op hun afkomst. Het is vooral praktisch: met Europees haar kun je meer kanten op. Maar toch: ze ziet om zich heen dat veel donkere mensen in de Bijlmer bleekmiddelen gebruiken om een blanke huid te krijgen. Vooral Afrikanen hebben graag een lichtere teint. De bleekmiddelen zijn illegaal, kankerverwekkend en overal te koop.

[wordt vervolgd]

Bolo ta di pueblo (2)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon

De racist is erop uit om de Ander te vernederen en, soms, zelfs te doden. We hebben dit gezien bij het geweld van de neo-nazistische en neo-fascistische groeperingen in Duitsland en Rusland dat onwillekeurig doet denken aan de dagen van de Ku-Klux-Klan in de Verenigde Staten.


En mag ik u ook herinneren aan de overwinning in 2008 van de Schweizerische Volkspartei van Christophe Blocher in Zwitserland, de partij die een verkiezingsposter had waarop een paar witte schapen stonden afgebeeld die een zwart schaap wegjoegen?

   
Affiche van de SVP
          
De grootheid van Fanon
De grootheid van Fanon ligt in het feit dat hij, evenmin als Christiane Taubira en Cécile Kyenge racisme niet beantwoordt met contra-racisme, dat hij haat niet beantwoordt met haat, maar het racisme overstijgt door in iedereen EEN MENS te willen zien. Wat Fanon nastreefde was echte communicatie tussen blanke en gekleurde mensen en de opvoeding van zowel blanke als zwarte racisten tot redelijke, sociale wezens. Voor wraakgevoelens en vergelding was bij de hoogstaande denker Fanon geen plaats.

De Franse cabaretier Dieudonné M’bala M’bala
Wat gold voor de discriminatie van de zwarte en gekleurde mens gold voor Fanon ook voor de discriminatie van Joden. Een antisemiet was voor hem ook een racist. Ik denk niet dat Fanon erg blij zou zijn geweest met de bedenkelijke humor van de Franse komiek Dieudonné M’bala M’bala en zijn lied ‘Shoananas’.

Dieudonné had in zijn show over de journalist Patrick Cohen van France 2 ook het volgende gezegd: ‘weet je, als de wind de andere kant uit gaat waaien weet ik niet of hij nog tijd heeft om zijn koffers te pakken. Als ik hem hoor praten, die Patrick Cohen, dan zeg ik bij mezelf, kijk, die gaskamers….Toch jammer!’
 
Het nazi-gebaar van Anelka
Die antisemitische houding van Dieudonné (die overigens een boete van 28.000 euro heeft gekregen van de rechtbank in Parijs) heeft nogal wat navolgers. Zo maakte Nicolas Anelka, de bekende Franse voetballer na een goal een gebaar dat overal wordt uitgelegd als anti-semitisch. Het gebaar is een neo-nazi groet en staat bekend als ‘la quenelle’.

Geen imitatie van de Blanke!
De grote les die de zwarte/gekleurde mens zou moeten trekken uit het feit dat, zelfs in de 21e eeuw, veel blanken de gekleurde mens nog als een ‘minder soort’ zien, is dat ze vooral niet moeten proberen om (de cultuur van) de blanke na te bootsen of zich met de blanke te identificeren. Dat leidt namelijk alleen maar tot vervreemding en frustratie. En dat is precies wat er in het Caribisch gebied op grote schaal is gebeurd. De gekleurde mens kon nog zo zijn best doen om in alles op de blanke te lijken, de blanke zou hem op elk gewenst moment kunnen laten voelen dat ie niet blank was en dus…minder.

In een artikel, gewijd aan Frantz Fanon  geeft Armand Meimand in de La Revue de Téhéran van februari 2009 een goede analyse van het fenomeen ‘vervreemding’ zoals Fanon dit bedoelde:
‘De zwarte mens leert zijn eigen taal en cultuur te verachten en adopteert die van de blanke. Als zwarte kan hij/zij alleen maar over zijn/haar schaamte en schuldgevoel heenkomen door zoveel mogelijk op de blanke te lijken: hij/zij wordt een zwarte met een wit masker. Maar het resultaat hiervan is een stuk bedrog, want de blanke blijft hem/haar minachten vanwege de kleur van zijn/haar huid en blijft zich de meerdere voelen.

[…] als de zwarte ontdekt wat er met hem/haar aan de hand is, is het te laat. Omdat hij bij geen enkele cultuur hoort is de zwarte mens zijn identiteit kwijt en blijft er bij hem slechts een gevoel van vervreemding over en zelfhaat’.

[wordt vervolgd]

maandag 7 april 2014

Bolo ta di pueblo (1)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon 

Curaçao is nog steeds gewikkeld in een voortgaand dekolonisatieproces, zo niet fysiek dan toch wat de geest betreft. Dat klinkt wat dramatisch, maar we zullen dit fenomeen met een opgewekte zin voor de realiteit bekijken. Het land Pais Kòrsou kan nog altijd met vrucht putten uit het gedachtegoed van de briljante, jonggestorven -  zwarte -  Martinikaanse schrijver Frantz Fanon die deze gedachten heeft neergelegd in zijn in vele talen vertaalde boeken Peau noire, masques blancs (Parijs, Editions du Seuil, 1952), Les damnés de la terre (Parijs, Maspero, 1961) en het postuum verschenen Pour la Révolution africaine (Parijs, Maspero, 1964).
Fred de Haas brengt het – vaak verkeerd begrepen -  gedachtegoed van Fanon in onderstaand artikel krachtig tot leven en nodigt u uit om de wijze en indringende lessen van de kleurling uit Martinique, voor zover dat binnen de Curaçaose context mogelijk is, toe te passen op het eiland dat sinds 1954 worstelt met zijn toekomst en nadenkt over een onafhankelijke status.
De auteur gaat op zoek naar de essentie van de ideeën die een groot en bijna vergeten politiek denker aan de wereld heeft nagelaten in boeken die de weg wezen naar de geestelijke vrijwording van de gekoloniseerde mens. Aan de orde komen o.a. thema’s als onderdrukking, racisme, vervreemding, bewustwording, tolerantie, intolerantie en onafhankelijkheid.
Frantz Fanon, schrijver, arts, psychiater en strijder voor de bevrijding van Algerije uit de koloniale greep van Frankrijk, stierf in 1961 op 36-jarige leeftijd aan leukemie.

door Fred de Haas

...nog altijd veel racisme...
For Alfred. Foto © Miguel di Campagna
De blik van de Ander
Peau noire, masques blancs (Zwarte huid, witte maskers) is een essay waarin we tal van persoonlijk beleefde voorbeelden vinden van het racisme zoals dit tot uiting kwam in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw in Europa en de Europese koloniën. Zo vertelt Fanon op geestige wijze dat hij in een treincoupé in Frankrijk altijd het gevoel had dat ie voor drie telde omdat er naast hem altijd twee plaatsen open bleven…

In die tijd was er gewoonlijk nog sprake van een primitief en openlijk beleden racisme. Alle mensen die een donkere kleur hadden waren min of meer verdacht en alles wat afkeurenswaardig was werd belichaamd door de ‘Zwarte’, de ‘Neger’.
Maar laten we ons niet vergissen. In onze tijd steekt dit openlijk beleden racisme in het ‘beschaafde’ Europa vaak nog brutaal de kop op, hoewel onmiddellijk gezegd moet worden dat de Europese regeringen en landen (Rusland niet inbegrepen) die uitingen van racisme onmiddellijk de kop in proberen te drukken.

Hoewel in Frankrijk een racistische uiting zelfs een delict is waarvoor men vervolgd kan worden, trekt een aantal lieden zich daar heel weinig van aan, getuige wat er in november 2013 gebeurde in verband met de (zwarte) Franse Minister van Justitie Christiane Taubira, de intelligente politica uit Frans Guyana die al twee voortreffelijke wetten op haar naam heeft staan, waaronder de wet op het huwelijk dat in Frankrijk nu ook openstaat voor homoseksuelen. Christiane Taubira zal ongetwijfeld een glimlach van voldoening niet hebben kunnen onderdrukken toen die wet met moeite door het parlement was geloodst. En op die ‘glimlach’ viel een aardig woordspelletje te maken.

Het Franse blaadje Minute plaatste na de aanvaarding van de Wet een grote foto op de cover met het opschrift: ‘Maligne comme un singe, Taubira retrouve la banane’ (die slimme aap van een Taubira vindt haar banaan / glimlach terug).

‘Avoir la banane’ is een gewone, volkse, Franse uitdrukking voor ‘breed glimlachen’, maar je kan het ook letterlijk vertalen en dan wordt het racistisch met een seksistische connotatie, vooral ook omdat Taubira met een banaan werd afgebeeld. Zelfs een groepje kinderen (!) scandeerde in Angers waar Taubira op bezoek was luidkeels: ‘la guenon, mange ta banane!’ (aap, eet je banaan op!). Een van die kinderen hield voor alle duidelijkheid een bananenschil omhoog. Frankrijk, 2013! Geen misverstand mogelijk.

Maar Minister Taubira was niet van plan zich er druk om te maken en zei: ‘Dat zijn uiterst gewelddadige woorden omdat ze ontkennen dat ik tot de menselijke soort behoor […] Ik kom er zelf wel overheen, maar voor mijn kinderen en mijn verwanten is het heftig, het is heftig voor iedereen die op mij lijkt’.

Een reactie waar Frantz Fanon trots op zou zijn geweest!
 
Christiane Taubira, Frans minister slachtoffer van
racisme. Foto © Sipa
Christiane Taubira werd in diezelfde tijd ook nog geschoffeerd door een vrouw die op de lijst stond voor het Front National voor 2014 in Rethel, een gemeente in de Franse Ardennen. Deze vrouw had op haar Facebookpagina naast de foto van Taubira een aapje gezet dat Taubira moest voorstellen op de leeftijd van 18 maanden. Toen Radio France 2 haar om een toelichting vroeg zei mevrouw de kandidate over Taubira: ‘het is een wilde. Als ze over iets belangrijks spreekt op de TV dan glimlacht ze als een duivel […] Uiteindelijk zie ik haar liever tussen de takken van een boom hangen dan in de regering zitten’.

Zelfs het extreem rechtse Front National vond dit te gortig (ongetwijfeld omdat dit kiezers zou kosten) en haalde haar van de lijst.

Iets dergelijks overkwam de (zwarte) minister van Integratie in Italië, Cécile Kyenge Kashetu, van Congolese origine, die sinds 1983 als oogarts werkzaam was geweest in het Italiaanse Modena. In 2013 werd ze benoemd tot Minister van Integratie. Ze was de eerste zwarte Minister in Italië. En dát was kennelijk voldoende reden voor de vice-voorzitter van de Italiaanse Senaat, Roberto Calderoli, om op een feest van zijn (uiterst rechtse partij) de Lega Nord, de volgende uitspraak te doen in aanwezigheid van 1500 mensen: ‘Quando la vedo non posso non pensare a un orango’ (als ik haar zie kan ik niet nalaten om te denken aan een orang-oetang). Calderoli hoefde niet af te treden maar bood wel zijn excuses aan… Ja, ja.
Roberto Calderoli en Cécile Kyenge Kashetu

Net als Christiane Taubira hield ook Kyenge de eer aan zichzelf: ‘Ik trek me de woorden van Calderoli niet persoonlijk aan, maar ik word er niet vrolijk van omdat ze zo’n slecht beeld van Italië geven’.


Een ander lid van de Lega Nord, Dolores Valandro, adviseuse van een district, schrijft in hoofdletters op Facebook zei naar aanleiding van een bericht dat een Afrikaan had geprobeerd een Italiaanse vrouw te verkrachten in Genua: "MA MAI NESSUNO CHE LA STUPRI, COSI’ TANTO PER CAPIRE COSA PUO’ PROVARE LA VITTIMA DI QUESTO EFFERATO REATO??????? VERGOGNA!" ( = ‘Waarom verkracht niemand haar (= Cécile Kyenge) eens een keertje, zodat ze begrijpt hoe een slachtoffer van zo’n misdaad zich voelt? Het is een schande!’


Italië 2013! Racisme tot in de ‘hoogste’ kringen.

[eerder verschenen in Amigoe Ñapa, 5 april 2014]
[wordt vervolgd]